Initiatiefnota Sierteelt Westerveld
Tekst van het document
Op 9 juli 2019 nam de raad van Westerveld een motie aan, waarin wordt uitgesproken dat men positief staat tegenover aansluiting door de Gemeente Westerveld bij de Campagne ‘Gemeenten4GlobalGoals’. De Sustainable Development Goals (SDG’s) zijn in 2015 door de lidstaten van de Verenigde Naties aanvaard als de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor de periode 2015 – 2030. Daarmee volgen ze op de Millennium-doelstellingen, die golden voor de periode 2000 – 2015. Op 28 april 2020 nam de Raad een voorstel van het College over om Westerveld aan te haken bij het Global Goals Netwerk van de VNG en om de SDG’s als leidraad te hanteren bij de op te stellen strategische visie. In het kader van deze nota zijn met name SDG 2 (Geen honger), SDG 3 (Goede gezondheid en welzijn), SDG 6 (Schoon water), SDG12 (Duurzame consumptie en productie) en SDG 15 (Biodiversiteit) aan de orde. Targets onder SDG’s:
2.4 Voor 2030 zorgen voor duurzame voedselproductiesystemen en veerkrachtige landbouwpraktijken toepassen die de productiviteit en productie verhogen, die bijdragen tot het behoud van ecosystemen, die het vermogen tot aanpassing aan klimaatverandering, extreme weersomstandigheden, droogte, overstromingen en andere rampen versterken en die de kwaliteit van land en bodem verbeteren 3.9 Voor 2030 het aantal sterfgevallen en ziekten als gevolg van gevaarlijke chemische stoffen en lucht-, water- en bodemverontreiniging aanzienlijk verminderen. 6.3 Voor 2030 de waterkwaliteit verbeteren door de vervuiling te verminderen, het dumpen uit te bannen en het vrijkomen van gevaarlijke chemicaliën en materialen tot een minimum te beperken 12.4 Voor 2020 een milieuvriendelijk beheer tot stand brengen van chemische stoffen en alle afvalstoffen gedurende hun hele levenscyclus in overeenstemming met overeengekomen internationale kaders, en de lozing
18
ervan in lucht, water en bodem aanzienlijk verminderen om de negatieve effecten ervan op de menselijke gezondheid en het milieu tot een minimum te beperken 15.5 Dringende en betekenisvolle maatregelen nemen om de achteruitgang van natuurlijke habitats te verminderen, het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen en, tegen 2020, bedreigde soorten te beschermen
Tot kort geleden stond de Europese Unie een relatief ambitieuze reducering van het gebruik van pesticiden voor. In 2022 presenteerde de Europese Commissie plannen (als onderdeel van de Green Deal) om het gebruik van pesticiden in 2030 te halveren. Eind 2023 stemde een rechtse meerderheid in het Europees Parlement deze plannen echter weg. Na de tractor-protesten van Belgische en Europese boeren in Brussel trok de Europese Commissie de plannen helemaal in. Wel zijn er al sinds 1991 Europese regels voor de toelating en het gebruik van pesticiden. Zo keurt de Commissie werkzame stoffen die worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen. Ook worden er grenswaarden voor resten van pesticiden op levensmiddelen en diervoeding vastgesteld. De regels op het gebied van pesticiden zijn vastgelegd in verschillende richtlijnen en verordeningen, met name in de Europese Verordening betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen uit 2009 (Verordening (EG) 1107/2009; zie hs 1 en hs 9) en de Europese Richtlijn tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (Richtlijn 2009/128/EG; zie hs. 1 en 9). Daarnaast heeft de EU regels opgesteld om de kwaliteit van natuur in Europa te behouden en te verbeteren door gebieden, planten en dieren te beschermen en verlies aan biodiversiteit te voorkomen.
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de Vogel- en Habitatrichtlijn of het tegengaan van invasieve uitheemse soorten. Ook bestaat er Europees beleid op het gebied van bodem, bossen en landgebruik dat van belang is voor decentrale overheden. Het streven van de Europese Commissie is tevens om de vervuiling van water tot nul terug te brengen. De EU-strategie duurzaam gebruik van chemische stoffen, het actieplan om lucht-, water- en bodemvervuiling tot nul terug te brengen en de Farm to Fork strategie bevatten voorstellen om dat te realiseren. Zo moet de wetgeving gemoderniseerd worden om chemische verontreiniging en vervuiling door microplastics terug te dringen. Het waterbeleid in de Europese Unie is hoofdzakelijk vastgelegd in twee kaders: de Kaderrichtlijn water en de Kaderrichtlijn mariene strategie, waarvan met name de eerste in dit verband van belang is. Als onderdeel van de in 2020 vastgestelde Biodiversiteitsstrategie stelde de Europese Commissie in 2022 de Natuurherstelwet voor. Het doel van de wet is om de natuur en de ecosystemen in de EU-lidstaten weer gezond te maken. Lidstaten en Europees Parlement bereikten eind 2023 een akkoord over een onder druk vanuit de agrosector sterk verwaterde versie. Zelfs deze versie leek het bij de lidstaten niet te halen, totdat medio juni 2024 met een stemwijziging van Oostenrijk de wet alsnog werd aangenomen.
Tegen de totstandkoming van dat besluit loopt overigens nog een juridische procedure. Nederland stemde tegen. Vogel- en Habitatrichtlijn De Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) zijn door de Europese Unie opgesteld om de biologische biodiversiteit in Europa in stand te houden. In deze richtlijnen wordt aangegeven welke planten en dieren en hun natuurlijke habitats (leefgebieden) beschermd moeten worden door de lidstaten van de Europese Unie. De Vogelrichtlijn (VR) is gericht op in het wild levende vogelsoorten. De Habitatrichtlijn (HR) is gericht op dier- en plantensoorten. De richtlijnen zorgen voor gebieds- en soortenbescherming in Europa. ↓ Beide richtlijnen bevatten meerdere bijlages waarin lijsten met soorten zijn opgenomen. Voor vogelsoorten van bijlage 1 van de VR en plant- en diersoorten van bijlage 1 en 2 van de HR worden ‘speciale beschermingszones’ aangewezen. De gebieden die worden aangewezen als speciale beschermingszone worden ‘Natura 2000’ genoemd. Samen moeten deze gebieden uiteindelijk een coherent Europees ecologisch netwerk vormen. De Gemeente Westerveld kent drie Natura 2000 gebieden: Dwingelderveld, Holtingerveld en Drents-Friese Woud.
Kaderrichtlijn Water
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) richt zich op de bescherming van water en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een 'goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Deze termijn kon worden verlengd met maximaal twee periodes van zes jaar, tot 2027. Als het door natuurlijke omstandigheden niet mogelijk is om op tijd doelen te halen, is het volgens de KRW
19
voldoende als in 2027 alle benodigde maatregelen zijn getroffen om op termijn de doelen wel te halen. De bescherming van alle wateren heeft betrekking op rivieren, meren, kustwateren en grondwateren
Landelijke overheid In de Beleidsnota “Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden – Nederland als koploper in kringlooplandbouw” uit 2018 staat benoemd als uitdaging: “De landbouw, tuinbouw en visserij zijn onmisbare sectoren. Boeren, tuinders en vissers voeden de mensen. Zoals dit nu – wereldwijd – gebeurt, is echter niet vol te houden. De aarde kan de last van de huidige productiemethoden en consumentengedrag niet langer dragen. De Verenigde Naties hebben Duurzame Ontwikkelingsdoelen vastgesteld, die bedoeld zijn om dit fundamenteel op te lossen. Nederland heeft volop meegewerkt aan het opstellen van die doelen en onderschrijft ze volledig.” En even verderop: “Natuur is van waarde voor ons allemaal en voor de landbouw in het bijzonder. Het mag niet langer zo zijn dat landbouw en natuur tegenover elkaar staan en dat landbouw de biodiversiteit onder druk zet. Landbouw en natuur horen bij elkaar en die relatie moet sterker, organischer worden dan zij nu is. De landbouw heeft een belangrijke sleutel in handen voor verdere verbetering van natuurwaarden in Nederland. Maar dat kan zij alleen waarmaken als het hele systeem en alle deelnemers daarin, van boer tot burger, meewerken.” In 2020 bood Minister Schouten van (toen) LNV aan de Kamer het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 aan.
De strategische doelen in deze Toekomstvisie zijn: * Planten en teeltsystemen zijn weerbaar’* Land- en Tuinbouw en Natuur zijn verbonden; en * Nagenoeg zonder emissies naar het milieu en nagenoeg geen residuen op producten. In de aanbiedingsbrief bij het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 schrijft Minister Schouten dat “de toekomstvisie beoogt een trendbreuk te initiëren in het denken en handelen over gewasbescherming door het centraal stellen van weerbare planten en teeltsystemen en een sterkere verbinding tussen land- en tuinbouw en natuur”. En even verder stelt zij dat haar ambitie is: “Daar waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, is dit conform de principes van geïntegreerde gewasbescherming, nagenoeg zonder emissies naar het milieu en nagenoeg zonder residuen op voedselproducten.”
Ook in de Tweede Kamer is het gebruik van bestrijdingsmiddelen een regelmatig terugkerend onderwerp. Als het gaat om de gebruikte middelen (toelating en risico’s), dan valt op dat er al in 2011 rondom de Wijziging Wet Gewasbeschermingsmiddelen enkele moties in de Kamer zijn aangenomen (zie kader). Veel moties worden echter dan nog verworpen, waaronder bijvoorbeeld die over alternatieven voor chemische bestrijdingsmiddelen, mengseltoxiciteit, bescherming drinkwatergebieden en moratorium op neonicotinoïden (zie website Tweede Kamer). In 2013 werd een motie van de ChristenUnie aangenomen over cumulatieve effecten (zie kader). In 2017 werd een vervolgmotie van D66 en ChristenUnie aangenomen over glyfosaat (zie kader). In 2019 allereerst een belangrijke motie van ChristenUnie en GroenLinks over de combinatie van middelen en de effecten op insecten; tevens ook een motie van ChristenUnie, PvdA en D66 over de ziekte van Parkinson en andere neurologische aandoeningen (zie kader). In 2022 een motie van GroenLinks en D66 over een verbod op glyfosaat buiten de geïntegreerde gewasbescherming (zie kader). En in mei 2024 werd een motie aangenomen van de Partij voor de Dieren die de regering verzoekt middelen met de werkzame stof glyfosaat zo veel mogelijk van de markt te halen totdat onomstotelijk bewezen is dat ze geen risico vormen voor de gezondheid (zie website Tweede Kamer).
Ondanks de voortdurende druk vanuit de Kamer hebben de opeenvolgende ministers slechts zeer beperkt werk gemaakt van de uitvoering van deze moties. 2011 / Zo verzoekt de kamer de regering de reeds toegelaten bestrijdingsmiddelen die behoren tot de klasse neonicotinoïden opnieuw te toetsen op de effecten op de gezondheid van bijen, en hierbij ook expliciet eventuele sub lethale effecten mee te nemen. Ook verzoekt de kamer de regering de Europese toetsingslijst van stoffen naast de lijst van probleemstoffen in het Nederlandse oppervlaktewater te leggen en een lijst op te stellen van stoffen waarbij de drinkwaternorm regelmatig wordt overschreden maar waar niet op getoetst hoeft te worden. Later dat jaar wordt in ieder geval een motie van PvdA, GroenLinks en D66 aangenomen, leidend tot een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met glyfosaat voor niet-commerciële doeleinden (zie website Tweede Kamer).
20
2013 / Motie Christen Unie: verzoekt de regering, in Europees verband te pleiten voor een spoedige aanpassing van de toelatingsprocedure, waarbij ook wordt gekeken naar cumulatieve effecten van het gebruik van verschillende gewasbeschermingsmiddelen, en de Kamer hierover te informeren. (zie website Tweede Kamer) 2017 / Motie van ChristenUnie en D66, waarin de kamer der regering verzoekt de Kamer te informeren over nieuwe wetenschappelijke inzichten (inzake glyfosaat) en bij een verlenging van de toelating in EU-verband aan te dringen op een herbeoordeling van de toelating als nieuw wetenschappelijk onderzoek daartoe aanleiding geeft. Ook wordt een motie aangenomen van de Partij voor de Dieren over een verbod op niet-toetsbare stoffen (zie website Tweede Kamer).
2019 / Motie ChristenUnie en GroenLinks: verzoekt de regering, om er bij de Europese Commissie op aan te dringen deze richtsnoer zo spoedig mogelijk vast te stellen zodat het Ctgb, zodra dit gereed is, deze kan toepassen bij de toelating en voorafgaande risicoanalyse van gewasbeschermingsmiddelen en rekening kan houden met de combinatie van middelen en met de effecten van middelen tijdens de levenscyclus, inclusief reproductie, van insecten (zie website Tweede Kamer) 2019 / Motie ChristenUnie, PvdA, D66: verzoekt de regering tevens, in de Europese Unie erop aan te dringen dat het onderzoek naar een verhoogd risico op Parkinson en andere neurologische aandoeningen bij het regelmatig in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen standaard onderdeel wordt van de toelatings- en herbeoordelingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen (zie website Tweede Kamer) 2022 / Motie GroenLinks en D66 verzoekt de regering de deadline 2025 te hanteren waarop de afspraken (over verbod glyfosaat buiten geïntegreerde gewasbescherming) in werking moeten zijn getreden, en het uitfaseringsplan zo spoedig mogelijk naar de Kamer te sturen (zie website Tweede Kamer)
Ook is er in de Tweede Kamer veel gesproken over zonering en beperking van arealen. Zo werd in juli 2019 een motie aangenomen, waarin de regering wordt verzocht afstandsnormen in te stellen bij leefomgeving omwonenden en speelplekken, alsook een motie om adequate spuitvrije zones in te stellen bij woningen (zie kader). Toen bleek dat de Minister niet van plan was deze laatste motie uit te voeren, is er in december van 2019 een nieuwe motie aangenomen van de PvdA waarin werd opgeroepen tot het inwinnen van juridische expertise (zie kader). Dat heeft geleid tot het Rapport Koeman (zie hs. 9) Ook hier hebben de opeenvolgende ministers van LNV (LVVN) de kern van de verschillende moties feitelijk niet gehonoreerd en is er sprake van voortdurende vertraging en omtrekkende beweging, bijvoorbeeld in de vorm van verder onderzoek. In mei 2024 wordt dan een nieuwe motie aangenomen van CDA, SGP, ChristenUnie, VVD en NSC, waarin wederom wordt gevraagd om een ‘wetenschappelijke onderbouwing voor de benodigde breedte van spuitvrije zones’ (zie kader). In november 2024 kondigt Minister Wiersma dan per brief aan: Na gesprekken met verschillende gemeentes en de VNG is het duidelijk geworden dat de gemeentes een - wetenschappelijk gefundeerd - afwegingskader behoeven bij het onderbouwen van deze afstand.
Omdat dat er nog niet is, zijn er door mijn ministerie en VRO gesprekken gevoerd met WUR en RIVM om te komen tot een gezamenlijk onderzoek. Ik ben voornemens samen met de minister van VRO een opdracht te verstrekken voor dit onderzoek…. Gemeentes zijn bevoegd gezag daar waar het de ruimtelijke ordening betreft. Zij maken keuzes over de inrichting van het landelijk gebied, daarbij maken zij een afweging tussen veel verschillende factoren. Juli 2019 / Motie PvdD, GroenLinks, PvdA en SP: verzoekt de regering, zolang bestrijdingsmiddelen die op de markt zijn niet zijn beoordeeld op basis van aangescherpte risicobeoordelingsmodellen die ook kijken naar indirecte en cumulatieve effecten en de impact op kwetsbare groepen, afstandsnormen in te stellen zodat gifgebruik pal naast de leefomgeving van omwonenden en de speelplekken van kinderen niet meer voorkomt totdat is vastgesteld dat dat veilig kan (website Tweede Kamer) Juli 2019 / Motie PvdA, GroenLinks en SP: overwegende dat mensen in ieder geval in hun woningen en tuinen er zeker van moeten zijn dat ze gevrijwaard worden van blootstelling aan bestrijdingsmiddelen; verzoekt de regering, adequate spuitvrije zones in te stellen c.q.
in te doen stellen voor landbouwpercelen grenzend aan gronden die een woonbestemming hebben (zie website Tweede Kamer) December 2019 / Motie PvdA: overwegende dat de Kamer in meerderheid heeft uitgesproken dat het gewenst is spuitvrije zones in te stellen bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen; spreekt uit dat juridische expertise wordt ingewonnen om de mogelijkheden hiertoe voor de Kamer in beeld te brengen (zie website Tweede Kamer) Mei 2024 / Motie CDA e.a.: verzoekt de regering zo spoedig mogelijk een wetenschappelijk onderbouwd kader op te laten stellen voor de benodigde breedte van spuitzones voor een gezonde woon- en leefsituatie voor bewoners naast agrarische percelen (zie website Tweede Kamer)
21
Provinciaal Beleid (Drenthe) In de statenperiode 2019-2023, zowel als in de statenperiode 2023-2027, staan veel mooie woorden over natuurbehoud en -herstel en over de landbouwtransitie in beide coalitieakkoorden. Zo staat in het Coalitieakkoord ‘Samen bouwen we Drenthe’ (2023-2027): Natuur is de basis van ons bestaan. Drenthe heeft een gevarieerd en rijk cultuurlandschap en prachtige natuurgebieden waarin dieren en planten kunnen floreren. Daar zijn we trots op en daar zorgen we voor. Een gezonde bodem, schoon water, schone lucht en biodiversiteit, het is belangrijk voor een aangenaam en gezond leven voor ons allemaal. Maar in beide periodes was ook het herhaalde adagium: “Uitgangspunt voor de landbouw is: geen provinciale regels bovenop landelijke en Europese wetgeving.” Voor het regionale watersysteem (al het water buiten de grote rivieren, grote meren, de Noord- en Waddenzee) bepalen de provincies de beleidskaders en doelstellingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om doelen voor het beperken van wateroverlast, overstroming en waterkwaliteit. Provincies hebben ook uitvoerende taken. Ze zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor voldoende schoon grondwater voor de drinkwaterwinning. Provincies bepalen voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Dat doen zij aan de hand van nationale en internationale regels.
Provincies geven ook vergunningen af voor activiteiten in de buurt van natuurgebieden. Door middel van vergunningen, toezicht en handhaving zien de provincies toe op onze leefomgeving. De provincies beschermen inwoners tegen lucht- of watervervuiling, stank- of geluidsoverlast en gevaarlijke stoffen. De Omgevingswet geeft hiertoe ook aan provincies de opdracht. Kortom, het hierboven genoemde uitgangspunt ‘geen provinciale regels bovenop landelijke en Europese wetgeving’ is maar ten dele relevant. Het gaat erom dat de provincie het bevoegd gezag is, waar het de bestaande wet- en regelgeving betreft op een aantal terreinen, die in het dossier van de sierteelt aan de orde zijn. Veel van de bestuursrechtelijke rechtszaken (zie hs. 8) gaan dan ook over de vraag of de provincie haar bestaande taken wel (goed) uitvoert. In de Staten van Drenthe is de sierteelt een regelmatig terugkerend onderwerp van gesprek. In het kader van deze Nota wordt daarbij ingegaan op twee specifieke zaken: ten eerste de rol en het beleid van de provincie ten aanzien van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 (met name de Pilot Duurzame Bollenteelt en de opvolger daarvan: het Initiatief Drentse Lelie); en ten tweede de daarvan losgemaakte Dialoogtafels onder leiding van de Commissaris. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan het relatief recente rapport van de Noordelijke Rekenkamer.
Op de website van de Provincie Drenthe staat: Om de bollenteelt te verduurzamen vindt tot en met 2024 in de gemeente Westerveld het proefproject Duurzame Bollenteelt Drenthe plaats. Onderzoekers, overheden en middelenleveranciers willen samen met telers en inwoners de nodige kennis en ervaringen opdoen. Dit moet niet alleen in Drenthe, maar in heel Nederland, leiden tot een meer duurzame en vitale bollenteelt met respect voor en door de leefomgeving. Website Duurzame Bollenteelt Drenthe: Op vrijdag 1 april 2022 vond in het gemeentehuis van Westerveld de officiële aftrap van het Programma Duurzame Bollenteelt Drenthe plaats. Met dit programma wordt in gemeenten, waaronder de gemeente Westerveld, ervaring opgedaan met experimenten en onderzoeken in onder meer proefvelden op het land. Doel is om te komen tot een meer duurzame en vitale bollenteelt waarmee de leefomgeving zo min mogelijk wordt belast. Alle partijen die deelnemen aan het Programma Duurzame Bollenteelt Drenthe, gaan ervan uit dat deze pilot leidt tot het verminderen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de gemeente Westerveld en daarbuiten.
Over 2022 en 2023 zijn deelrapportages uitgebracht met beschrijvingen van de gedane proeven en met globale uitkomsten, die in termen van ‘kansrijk’ of ‘minder kansrijk’. Wat (nog) ontbreekt zijn de daadwerkelijke kwantitatieve resultaten over het project als geheel, afgezet tegen de uitgangssituatie. Ook ontbreekt inzicht in de afspraken, die al dan niet zijn gemaakt over het toepassen van die resultaten in de teeltpraktijk, zoals ook geconstateerd door de Noordelijke Rekenkamer. Wat in ieder geval ontbroken heeft, is het element ‘samen met inwoners’. Inwonersorganisaties zijn niet betrokken geweest bij de aanloop naar en de inrichting van het project Duurzame Bollenteelt Drenthe,
22
noch bij de governance tijdens de uitvoering van het project. De ‘dialoog’ heeft bestaan uit informatie vanuit het project middels nieuwsbrieven, sociale media en bijeenkomsten. Wel heeft de Commissaris van de Koning – na verkennende gesprekken in 2021 – gesprekstafels ingericht, het geen beschouwd had kunnen worden als (gedeeltelijke) invulling van de ‘dialoog-opdracht’. Daarvan heeft de Stuurgroep van het Project Duurzame Bollenteelt Drenthe echter besloten, dat deze gesprekstafels geen deel uitmaken van het project en niet door het project zouden worden gefinancierd. De gesprekstafels hebben vervolgens plaatsgevonden op basis van de aan de CdK toebedeelde taak in artikel 175 Provinciewet ‘toe te zien op goed provinciaal beleid en samenwerking tussen overheden’. De gesprekstafels vonden plaats vanaf april 2022. Op 17 maart 2023 stuurde de Commissaris van de Koning een brief aan het college van Gedeputeerde Staten Drenthe en aan het Ministerie van LNV. In deze brief informeerde ze hen over de resultaten van de gesprekken en stelt ze enkele vervolgstappen voor. Zij heeft daarin geen politieke rol genomen, maar slechts de conclusies en aanbevelingen van de gesprekstafels aan de Drentse politiek doorgegeven.
Voorstellen aan overheden: ~ Ontwikkel in gezamenlijkheid met inwoners, ondernemers, relevante ketenpartners en overheden een inhoudelijke en ruimtelijke visie op "duurzame landbouw" in Drenthe, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende kwetsbare functies (zoals natuur, wonen, cultuurhistorische waarden). Geef daarmee duidelijkheid in tijd en plek waar je wel en geen intensieve teelten wilt hebben. Geef daarin alle stakeholders tijd, ruimte en ondersteuning om in geleidelijkheid naar deze visie toe te groeien; ~ Verken de mogelijkheid om de ruimtelijke aspecten van bollenteelt als onderdeel van een landbouwvisie (zonering intensieve landbouw) mee te nemen en te verankeren in de provinciale uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied; ~ Stel een lijst op van gewasbeschermingsmiddelen die aantoonbaar de akker verlaten door verdamping, verwaaiing en uitspoeling. Dring vervolgens bij het ministerie van LNV op aan om deze middelen met prioriteit te verbieden.
De Noordelijke Rekenkamer geeft weer wat vervolgens de reacties waren op de door de gesprekstafels aangedragen aanbevelingen. In gesprekken met de Rekenkamer gaven enkele leden van de Stuurgroep Duurzame Bollenteelt Drenthe aan dat ze verwachten dat de resultaten van de gesprekstafels worden opgenomen in het programma. De stuurgroep heeft niet inhoudelijk op de resultaten gereageerd, waardoor het onduidelijk is hoe de stuurgroep tegen de adviezen aankijkt en in hoeverre de adviezen van de Commissaris doorwerken in het programma. Het ministerie heeft ook niet gereageerd. Gedeputeerde Staten pakken het advies om een ruimtelijke visie te ontwikkelen op samen met diverse stakeholders in het kader van Drents Programma Landelijk Gebied en de Omgevingsvisie. In tegenstelling tot andere betrokkenen en belanghebbenden noemen zij daarbij de omwonenden niet. Gedeputeerde Staten geven aan reeds aan drie adviezen te voldoen. Bij twee adviezen stellen zij nader onderzoek nodig te hebben, voordat ze deze concreet kunnen invullen. Bij één advies geven ze een alternatieve invulling aan het advies, zonder te reageren op het origineel. Bij het laatste advies stellen ze een mogelijke invulling voor, zonder deze concreet te maken.
Nu in 2025 het Programma Duurzame Bollenteelt ten einde loopt, is de sector in overleg met de Provincie gekomen tot een Intentieverklaring voor een nieuw Initiatief: ´Drentse Lelie´. Gold het Programma Duurzame Bollenteelt alleen voor Westerveld, dit initiatief is uitgebreid naar heel Drenthe. De Gemeente Westerveld is ook niet meer betrokken geweest bij de voorbereiding ervan, noch is de gemeente daarover geïnformeerd. De Intentieverklaring heeft veel vragen opgeroepen. Persverklaring Progressief Westerveld / Partij van de Arbeid Westerveld: “De tekst van de Intentieverklaring roept bij onze fracties veel vragen op. Zo zijn er de meer fundamentele vragen ten aanzien van de formulering van de doelstelling. Dan zijn er de feitelijke vragen naar de betekenis en consequenties van de ‘intenties binnen de verklaring’. En tenslotte zijn er politieke vragen over de publieke financiering van dit soort projecten. Klaarblijkelijk is in een onderhandse afspraak tussen individuele telers, de provinciale overheid en het bedrijf HLB van alles afgesproken zonder een grondige onderbouwing in de vorm van een projectplan op basis van meetbare doelen en controleerbare resultaten. En ook nu zijn de omwonenden niet van aanvang af betrokken.”
23
Van de invulling van het aangekondigde Projectplan zal veel afhangen. Allereerst is het de vraag of de organisaties van omwonenden nu wel bij de formulering van het Projectplan en de governance van het project zullen worden betrokken. Daarnaast is de centrale vraag hoe de doelstelling van het project wordt ingevuld en toetsbaar gemaakt. En tenslotte is de vraag hoe de uitkomsten van het project in de daaropvolgende praktijk verankerd zullen worden. Ondanks het feit dat er nog geen projectplan ligt heeft de Provincie Drenthe een toezegging gedaan van Euro 750.000. Op de website van Platform Bloem stelt Gedeputeerde Jisse Otter onomwonden dat “hij al anderhalf jaar bezig is de belangen van de leliekwekers te behartigen” Salland Centraal: Overijssel gaat bekijken of er andere keuzes moeten of kunnen worden gemaakt voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij onder meer de lelieteelt in deze provincie… GS: ‘De provincie heeft een verantwoordelijkheid en wettelijke verplichting op het gebied van een schone, gezonde en veilige leefomgeving en heeft tegelijkertijd ook de ambitie om toekomstbestendige landbouw ruimte te bieden, zonder dat de natuur- en (grond)waterkwaliteit achteruit gaat,’ zo staat in het voorstel.
Gemeentelijk Beleid (Westerveld) Ook in de gemeentepolitiek van Westerveld was en is de sierteelt een regelmatig terugkerend onderwerp. Op 5 maart 2015 was een eerste grote bijeenkomst over een landbouw zonder bestrijdingsmiddelen onder de titel ‘Kiemkracht’ op initiatief van Progressief Westerveld, DSSW en Sterk Westerveld, in samenwerking met Bollenboos. In datzelfde jaar was er ook een eerste poging tot het maken van afspraken met telers. De eerste winst is dat er weer gepraat wordt. Dit is de eerste stap, er volgen nog een tweede en derde fase, zo stelde Jan Langenkamp (toenmalig fractievoorzitter Progressief Westerveld) nadrukkelijk. De telers vinden het ook goede stap. In 2017 stelde Progressief Westerveld vragen n.a.v. een incident met een spoelwaterbassin in Vledder. In oktober 2019 werden Schriftelijke Vragen gesteld over de relatie tussen het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de toename van het aantal Parkinson-gevallen. In 2018-2019 was de aandacht met name gericht op het Bestemmingsplan Buitengebied. Na de vernietiging van het Bestemmingsplan Buitengebied 2017 door de Raad van State, had het College (20142018) in 2018 een nieuw voorstel in procedure gebracht. Direct daarna trad een nieuw College aan, waarin Progressief Westerveld, DSW en Gemeentebelangen zitting hadden.
Met name Progressief Westerveld had fundamentele bezwaren tegen het voorstel, deels op het punt van de stikstofproblematiek, deels op dat van de bestrijdingsmiddelen. Afgesproken werd het eerste jaar van die raadsperiode in gesprek te gaan met de sector om te zien, in hoeverre afspraken te maken waren. Nadat tegen de zomer van 2019 duidelijk was geworden dat die afspraken er niet zouden komen, ontstond een coalitiebreuk over de vraag hoe verder zou worden omgegaan met het voorliggende voorstel Bestemmingsplan, waarna Progressief Westerveld in het College werd vervangen door de VVD. Datzelfde jaar werd het voorstel Bestemmingsplan Buitengebied alsnog verder in procedure gebracht en in december 2019 door de Raad aangenomen met alleen de fractie van Progressief Westerveld tegen. Dat Bestemmingsplan werd in mei 2021 opnieuw door de Raad van State vernietigd, waarbij met name de stikstofproblematiek als grondslag werd gehonoreerd. In september 2021 werd een ‘richtinggevende motie’ (van Progressief Westerveld) over een nieuw te ontwikkelen voorstel Bestemmingsplan Buitengebied raadsbreed aanvaard. uiteindelijk is besloten geen nieuw Bestemmingsplan meer voor te bereiden, maar een Omgevingsplan op basis van de inmiddels ingevoerde Omgevingswet. Op basis van een voorstel van VVD en PvdA zou begin 2020 een open gesprek plaatsvinden over de toekomst van de sierteelt.
Het College had echter achter de schermen kort daarvoor een Convenant getekend met de sierteeltsector: de Overeenkomst Gewasbeschermingsmiddelen Gemeente Westerveld. Deze eenzijdige overeenkomst zonder betrokkenheid van (organisaties van) omwonenden (afgezien van enkele niet met name genoemde individuele personen), leidde tot een verzoek van Progressief Westerveld en CDA om van ondertekening af te zien en vervolgens tot een interpellatie, aangevraagd door Progressief Westerveld. De kritiek op het Convenant werd uiteindelijk goeddeels raadsbreed gedeeld. Het College
24
bood excuses aan over het gevolgde proces en meldde, dat deze tekst ‘slechts het begin was van een verdergaand proces’. In juni 2020 werden schriftelijke vragen gesteld over een casus waarbij een inwoner de gemeente vroeg het Convenant te handhaven; de gemeente heeft handhaving ingezet, maar niet doorgezet. Het in 2020 voor 5 jaar afgesloten Convenant, loopt in 2025 af. In juni 2020 stelde de fractie van Progressief Westerveld schriftelijke vragen n.a.v. de resultaten van een door het Burgerinitiatief Meten=Weten gepubliceerd onderzoek, gedaan in samenwerking met Natuurmonumenten en Drents Landschap. Eerder onderzoek had al de aanwezigheid vastgesteld van pesticiden op particuliere percelen rondom akkers, waar van die middelen gebruik wordt gemaakt. Nu bleek dat ook op grotere afstanden pesticiden worden aangetroffen, en dus ook in de Natura 2000 gebieden in de gemeente Westerveld. In december 2020 werden schriftelijke vragen gesteld over de sturende vraagstelling in een publieksenquête over bloeiende akkerranden. Rondom de jaarwisseling 2020-2021 werden schriftelijke vragen gesteld over het gevaar van de resistente Aspergillus-schimmels. En vervolgens in april 2021 over de rol van de gemeente bij het offline halen van een enquête van studenten van de Wageningen Universiteit.
Het eerder genoemde voorstel van PvdA en VVD voor het houden van een dialoog, dat in februari niet kon worden besproken vanwege de plotselinge ondertekening van het Convenant, werd alsnog besproken en aangenomen in het late voorjaar van 2020. Ruim een jaar na het besluit over de dialoogavonden werd het proces afgerond. Deels ligt de oorzaak van de vertraging bij corona, maar deels ook in de discussie over precieze invulling van de avonden, de uit te nodigen partijen en de vorm van de gesprekken. Uiteindelijk werd Bureau ANNE aangetrokken om het proces te leiden. Op 18 maart en 1 april 2021 werden twee dialoogavonden gehouden: de ene met de georganiseerde bewoners en de andere met de telers en akkerbouwers. Bureau ANNE heeft daarvan verslagen gemaakt, die weer hebben geleid tot een eindpresentatie. Daarin wordt in ieder geval vastgesteld dat de gesprekken een zekere ‘common ground’ hebben opgeleverd en dat er momentum is om de dialoog voort te zetten. Bureau ANNE doet daarbij concrete voorstellen om eerst een verkenner en daarna een procesbegeleider aan te stellen en te bezien of deze voortgezette dialoog kan worden ingebracht in de pilot van de Provincie Drenthe.
Het was vervolgens aan de gemeenteraad om de conclusies van Bureau ANNE te vertalen in vervolgacties. Progressief Westerveld had daartoe – samen met Partij van de Arbeid en D66 – een motie voorbereid, waarin exact werd aangesloten bij de uitkomsten van het rapport Uitgesproken, de bevindingen van Bureau ANNE en de pilot van de Provincie: 21.07.07 Motie 3 – PW – PvdA – D66 Dialoog en Pilot Bestrijdingsmiddelen. Deze motie werd echter tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota op 6 juli 2021 door de andere fracties afgewezen. Na een dialoogsessie op 14 december 2021 met omwonenden van een pioenrozenveld aan de rand van Diever hadden de fracties van Progressief Westerveld en de PvdA een motie voorbereid voor de Raad van 21 december 2021. In die motie werd het College gevraagd in goed overleg met de bewoners en alle
25
andere betrokkenen aan en in de directe nabijheid van de Molenweg en de betreffende teler een maatwerkoplossing te bewerkstelligen, waarbij het pioenrozenperceel met tenminste 50 meter wordt teruggebracht vanaf de perceelgrens. Dat begrip ‘maatwerkoplossing’ komt uit het door het College zelf met de telers gesloten Convenant. Argument was dat als er ergens ooit een plek zou zijn, die een deze maatwerkoplossing zou rechtvaardigen, dan was het wel deze plek nabij huizen, een basisschool, een locatie voor kinderopvang, een middelbare school, sportvelden en een doorgaande toeristische fietsroute. Maar een raadsmeerderheid verwierp de motie. In mei 2022 werden vragen gesteld over de relatie tussen hartritmestoornissen en bestrijdingsmiddelen naar aanleiding van het onderzoek daarnaar, dat door het VUMc en het Erasmus MC was gestart. In maart 2023 werden vragen gesteld over de te houden Informatiesessie Duurzame Bollenteelt. En in januari 2024 werden Schriftelijke Vragen gesteld over de wateroverlast bij de NoordLheederes. In maart 2024 ontstond er grote onrust bij omwonenden en ouder van kinderen op de OBS De Singelier in Diever over de voorgenomen teelt van lelies op dezelfde plek als waar eerder (zie hierboven) al commotie was geweest over de teelt van pioenrozen.
Progressief Westerveld en PvdA hadden voor de raadsvergadering van 26 maart, toen alles er nog op wees dat de teelt zou doorgaan, een interpellatieverzoek ingediend (24.03.22 Verzoek tot interpellatie lelieteelt Diever). Maar aan het begin van de vergadering deed de wethouder de mededeling, dat zij in goed overleg de teler had doen afzien van de teelt op die plek. Website Progressief Westerveld: “Het is een grote stap in de goede richting“, aldus fractievoorzitter Michiel van de Kasteelen na de raadsvergadering van 26 maart jl. Wethouder Masselink deelde daarin mee dat een teler afziet van het telen van lelies en ook van andere sierteelt bij basisschool De Singelier in Diever. “Het is voor het eerst dat een overheid hier in Drenthe zich heeft ingespannen om een teelt op een specifieke locatie geen doorgang te laten vinden. En dat is pure winst. Ook is het vanzelfsprekend fantastisch nieuws voor de omwonenden en bezorgde ouders, die zich gigantisch hebben ingespannen om dit voor elkaar te krijgen”
En daarmee zijn aangeland bij het initiatief tot deze beleidsnota.
26
Hoofdstuk 4 Biodiversiteit en Natuur Biodiversiteitsverlies Een heldere uitleg over biodiversiteit staat op de website van Natuurmonumenten: “Biodiversiteit is de enorme variatie in het leven, van bacterie tot regenwoud. Maar het gaat niet alleen over het aantal verschillende soorten planten, dieren en schimmels. Het gaat ook over de hoeveelheid individuen van een plant- of diersoort. Al die verschillende planten, dieren en schimmels leven met elkaar samen in wat we een ecosysteem noemen. Als de biodiversiteit hoger is, is het ecosysteem robuuster en kunnen planten en dieren er gemakkelijker overleven. En een robuust ecosysteem kan zich beter aanpassen aan bijvoorbeeld de klimaatverandering. Robuuste ecosystemen zijn ook van belang voor de mens. Ons leven en onze economie is afhankelijk van natuurlijke bronnen: voedsel, hout, mineralen, water en medicijnen komen allemaal uit de natuur. Een biodivers ecosysteem helpt bovendien bij het voorkomen van ziekten en plagen die schade kunnen toebrengen aan deze natuurlijke bronnen. Als het slecht gaat met de biodiversiteit (rijkdom aan planten en dieren), raakt dat niet alleen planten en dieren, maar ook de mens. Biodiversiteit is noodzakelijk voor ons voortbestaan. Wereldwijd worden een half tot 1 miljoen plant- en diersoorten met uitsterven bedreigd.
In 2018 publiceerde minister Schouten van LNV de Visie ‘Landbouw, natuur en voedsel; waardevol verbonden; Nederland als koploper in de kringlooplandbouw’. Daarin wordt gesteld dat “de landbouw een belangrijke sleutel in handen heeft voor verdere verbetering van natuurwaarden in Nederland. Dat kan zij alleen waarmaken als het hele systeem en alle deelnemers daarin meewerken.” In 2020 werd – met LNV als partner - het Deltaplan Biodiversiteitsherstel gelanceerd, waarin verschillende partners samenwerken om het biodiversiteitsverlies om te buigen naar herstel. Daar hebben zich inmiddels vele overheden, organisaties en bedrijven bij aangesloten onder de titel Samen voor Biodiversiteit: Biodiversiteit is van groot belang om onze ecosystemen gezond te houden, en daarmee ook onze leefomgeving. Daarom slaan natuurorganisaties, boeren, wetenschappers, banken en bedrijven de handen ineen om biodiversiteit in Nederland weer te herstellen. In 2018 richtten 19 partijen het initiatief Samen voor Biodiversiteit op, om gezamenlijk te werken aan het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Inmiddels zijn bijna 200 partners en supporters aangesloten bij deze beweging. Samen werken ze aan één doel: een rijker en gezonder Nederland. In 2023 stelde het European Environment Agency vast, dat “het wijdverbreide gebruik van pesticiden is een grote oorzaak van vervuiling.
Gewasbeschermingsmiddelen verontreinigen het water, de bodem en de lucht, leiden tot verlies van biodiversiteit en maken de bestreden plaagorganismen uiteindelijk resistent.” De Stichting Natuur en Milieu stelt: Insecten als wilde bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen lijden onder het gebruik van de chemische bestrijdingsmiddelen. De Nederlandse natuur verarmt: de hoeveelheid planten- en diersoorten in ons land (de biodiversiteit) wordt steeds kleiner. Dat moeten we voorkomen. Veel insecten hebben we bovendien hard nodig om voedsel te kunnen maken. Website Nederlandse Bank
Wereldwijd neemt de biodiversiteit in hoog tempo af. Als we niet snel actie ondernemen, kunnen tot wel een miljoen soorten uitsterven. Veel sectoren van onze economie zijn afhankelijk van de variatie aan planten, dieren en ecosystemen in de wereld. Het verlies aan biodiversiteit brengt daarom hoge kosten met zich mee: naar schatting € 1,7 tot € 3,9 biljoen per jaar. Voor toekomstige generaties is het dan ook cruciaal dat we de biodiversiteit zo veel mogelijk behouden en herstellen
Website Nederlandse Bijenhoudersvereniging: Recent onderzoek toont aan dat in de afgelopen 20 tot 30 jaar een dramatische afname van de biomassa van insecten heeft plaatsgevonden. De belangrijkste oorzaken liggen in een combinatie van landschapsfragmentatie, vervuiling (bestrijdingsmiddelen) en bemesting (stikstof deposities), klimaatverandering en de geïntensiveerde landbouw. Dit betekent dat insecten, bestuivers en dus ook de honingbijen steeds meer toegewezen zijn op een kleiner wordend geschikt leefgebied.
27
Invloed biodiversiteitsverlies op uitbreken infectieziekten Niet alleen is het biodiversiteitsverlies in zichzelf een gigantisch probleem. In een studie in het gezaghebbende blad Nature stellen wetenschappers vast dat biodiversiteitsverlies de grootste drijvende kracht is achter het uitbreken van infectieziekten. Nieuwe infectieziekten, die hun oorsprong hebben in dieren die in het wild leven, zijn gevaarlijker en verspreiden zich sneller en wijder, met grote gevolgen voor de menselijke gezondheid (denk aan de Covid-epidemie), maar ook voor die van gehouden dieren (denk aan varkenspest en vogelgriep).
Natuur in Westerveld Westerveld is een unieke gemeente met een relatief groot oppervlak aan (beschermde) natuurgebieden. De Omgevingsvisie noemt ‘Natuur’ niet voor niets als de eerste van de Unique selling points van onze gemeente. De gemeente kent drie grote Natura 2000 gebieden: het Drents-Friese Woud, het Holtingerveld en het Dwingelderveld. Het beheer van deze gebieden is belegd bij Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Drents Landschap. Naast de intrinsieke waarde van deze gebieden voor de essentie van de natuur zelf en de biodiversiteit, zijn deze gebieden belangrijke elementen in het woon- en leefklimaat voor de inwoners van Westerveld en leveren zij een enorme bijdrage aan recreatie en toerisme, en daarmee aan de economische basis van onze gemeente. Website Natuurmonumenten: Bij de teelt van groeten, fruit en bloem(bollen) worden bestrijdingsmiddelen - in de agrarische sector meestal aangeduid als gewasbeschermingsmiddelen - gebruikt om ziektes te voorkomen en zo hun oogsten te beschermen. Bij biologisch geteeld fruit, groenten en bloemen worden geen of natuurlijke bestrijdingsmiddelen gebruikt. Ook particulieren gebruiken bestrijdingsmiddelen, bijv. om insecten uit de tuin te weren, voor antivlooienmiddelen en muggenwerende middelen als Deet.
Het landelijke aandeel van particulier middelengebruik in de tuin werd in een onderzoek van eind 2022 geschat op ongeveer 4% ten opzichte van het gebruik in de landbouw. Gebruik van veel chemische bestrijdingsmiddelen door gemeenten of natuurbeheerders is verboden sinds 2017. Behalve op de gewassen zelf, komen de bestrijdingsmiddelen ook buiten de percelen voor waar de middelen worden gebruikt, bijvoorbeeld via de lucht en water. Uit recent onderzoek van Meten=Weten uit Drenthe bleek dat bestrijdingsmiddelen werden gevonden in diverse beschermde Natura 2000-gebieden, waaronder het Dwingelderveld. En in beschermde grondwaterbeschermingsgebieden komen teelten voor waar veel bestrijdingsmiddelen gebruikt worden, blijkt uit onderzoek van Natuur & Milieu. “Maar liefst de helft van alle terreinen die Staatsbosbeheer beheert, behoort tot het Natura 2000-netwerk. In 128 van de 162 Natura 2000-gebieden van Nederland beheren we (een deel) van het terrein. We zijn er trots op dat de Europese Unie in zo’n groot deel van onze natuurgebieden de hoge kwaliteit erkent. Onze Natura 2000-gebieden zijn zeer gevarieerd en bijzonder.” “De manier waarop we in Nederland intensieve landbouw bedrijven, is funest gebleken voor de natuur en een gezonde bodem”, zegt Theo Bakker, coördinator programma natuurinclusieve landbouw bij Staatsbosbeheer.
“Groene woestijnen van raaigras en monoculturen, waarbij kunstmest en bestrijdingsmiddelen een dominante rol spelen, hebben bijgedragen aan verzuring, vermesting en verdroging. Lange tijd was alleen productie belangrijk in de landbouw. Zo is het ook drie generaties boeren onderwezen op de landbouwscholen. We zijn er de tweede exporteur van landbouwproducten ter wereld mee geworden. Maar het ging ten koste van andere waarden, zoals biodiversiteit en landschapsschoon.” In het kwartaalblad van Het Drents Landschap schrijft directeur Sonja van der Meer: Onderzoek van Meten=weten laat zien, dat pesticiden zich veel verder verspreiden dan de akker waarop ze gespoten worden, zelfs tot diep in de natuur. Dit ondersteunt het pleidooi richting de overheid om verantwoor-delijkheid te nemen en ervoor te zorgen, dat de natuur herstelt en Nederlanders gezond kunnen werken, wonen en leven. Waarom gebeurt er zo weinig op dit gebied? We weten immers toch ook al heel lang, dat dat het intensieve gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen onvoorziene negatieve gevolgen heeft voor insecten en daarmee ook voor insectenetende vogels, zoals grutto’s en kleine karekieten. En Uko Vegter, ecoloog bij het Drents Landschap bevestigt: Wij maken ons serieuze zorgen over de (cumulatieve) effecten van bestrijdingsmiddelen op (onze) natuurterreinen.
En de afgelopen jaren zijn er ook op nog diverse plekken bollenvelden bijgekomen die pal tegen onze terreinen aanliggen. Zie ook de website van Drents Landschap
28
Ecologische autoriteit Veel beschermde natuurgebieden staan onder druk door onder andere droogte, teveel stikstof, verslechtering van de bodemkwaliteit en verstoring. Om verdere schade te voorkomen, de natuur te herstellen en te voldoen aan nationale en Europese regels voor natuurbehoud, zijn verschillende maatregelen nodig in en rond natuurgebieden. In 2022 besloot de Minister van Natuur en Stikstof tot het instellen van de Ecologische Autoriteit. De Ecologische Autoriteit is onafhankelijk en verantwoordelijk voor het toetsen of de essentiële ecologische informatie aanwezig is voor het nemen van besluiten over beschermde natuur en water. Inmiddels heeft de Ecologische Autoriteit drie rapporten uitgebracht over de door de Provincie gebruikte Natuur Doel Analyses voor de natuurgebieden in Westerveld. Hoofdpunten uit deze adviezen: “De Natuur Doel Analyse (NDA) laat zien dat de natuur in het Dwingelderveld al is verslechterd. Dit komt onder andere door stikstofdepositie, verdroging en de giftige invloed van gewasbeschermingsmiddelen. De Ecologische Autoriteit constateert dat de uitgevoerde en geplande maatregelen onvoldoende zijn om de verslechtering van de natuur te stoppen. De NDA geeft geen goed en diepgaand inzicht in de werking van het natuursysteem en de hierboven genoemde problemen.
Ook wordt niet duidelijk hoe het oppervlak en de kwaliteit van de natuur is beoordeeld en hoe de natuur zich heeft ontwikkeld. Maak, voor het bedenken van effectieve oplossingen, deze informatie per deelgebied inzichtelijk. De NDA geeft terecht aan dat de doelen niet alleen met overlevingsmaatregelen te halen zijn. Tref daarom snel bron- en systeemmaatregelen, zodat minder stikstof en gewasbeschermingsmiddelen het natuurgebied binnenkomen en de waterhuishouding verbetert. “De NDA laat zien dat de natuur in het Drents-Friese Wold & Leggelderveld al is verslechterd. Dit komt onder andere door stikstofdepositie, verdroging en de giftige invloed van gewasbeschermingsmiddelen. De Ecologische Autoriteit constateert dat de uitgevoerde en geplande maatregelen onvoldoende zijn om de verslechtering van de natuur te stoppen. De NDA geeft geen goed en diepgaand inzicht in de werking van het natuursysteem en de hierboven genoemde problemen. Ook wordt niet duidelijk hoe het oppervlak en de kwaliteit van de natuur is beoordeeld en hoe de natuur zich heeft ontwikkeld. Maak, voor het bedenken van effectieve oplossingen, deze informatie per deelgebied inzichtelijk. De NDA geeft terecht aan dat de doelen niet alleen met overlevingsmaatregelen te halen zijn.
Tref daarom snel bron- en systeemmaatregelen, zodat minder stikstof en gewasbeschermingsmiddelen het natuurgebied binnenkomen en de waterhuishouding verbetert.” “De NDA laat zien dat de natuur in het Holtingerveld is aangetast door stikstofdepositie en verdroging en dat de uitgevoerde en geplande maatregelen onvoldoende zijn om de natuurdoelen te behalen. Een landschapsecologische systeemanalyse en belangrijke informatie over grondwatersysteem en verdroging ontbreken in de NDA. Voor het benoemen van knelpunten en effectieve maatregelen is het nodig deze informatie op het niveau van de deelgebieden beschikbaar te maken. Bovendien is het nodig verder terug in de tijd te kijken om zo te zien welke veranderingen hebben plaatsgevonden binnen en buiten het gebied en welk effect die hebben gehad op de natuur in het Holtingerveld. Met alleen beheer en lokale natuurherstelmaatregelen zijn de natuurdoelen niet meer duurzaam te behouden. Om verdere verslechtering te voorkomen en natuurdoelen op termijn te kunnen halen is het belangrijk snel aanvullende maatregelen te nemen. Dit zijn bijvoorbeeld bronmaatregelen om de stikstofdepositie te verminderen en hydrologische herstelmaatregelen binnen én buiten het Holtingerveld.”
29
Hoofdstuk 5 Water; kwantiteit en kwaliteit Het waterbeheer in Nederland is een samenspel tussen vijf partijen: het Rijk (daarbij ook Rijkswaterstaat), de Waterschappen, de Provincies, de Gemeenten, als ook de Waterleidingbedrijven. Waterbeheer ziet toe op kwantiteit en op kwaliteit van water. Bij waterkwantiteit gaat het om de bescherming tegen overstromingen (dijken, dammen, stuwen en stormvloedkeringen), als ook de tijdelijke opvang van een teveel aan water, om de afvoer van regenwater en afvalwater, en om het garanderen van voldoende water voor de verschillende functies. Bij waterkwaliteit gaat het om de kwaliteit van zowel grond- als oppervlaktewater, als ook om het garanderen van de kwaliteit van drinkwater. In het kader van deze nota zijn beide aspecten aan de orde, maar met een nadruk op de waterkwaliteit. Waterkwantiteit Dit onderwerp betreft zowel een teveel als een tekort aan water. Een teveel aan water kan ontstaan door een overvloed aan regenwater, dan wel door overstroming. Dat laatste probleem kan in dit kader buiten beschouwing blijven. Ook het eerste probleem is slechts beperkt aan de orde. Wel kan lokaal wateroverlast voorkomen (en dat is ook in Westerveld voorgekomen) doordat akkers het water niet meer (kunnen) absorberen. Dat komt doordat de bodem verdicht door het gebruik van zware landbouwmachines.
Dat is vanzelfsprekend een breder probleem dan alleen bij de sierteelt. Afvoer van overtollig regenwater via de riolering is overigens een gemeentelijke taak. Website Wageningen University: “Rijden met zware landbouwmachines maakt de bodem dichter. Dat is begonnen met de introductie van tractoren en landbouwvoertuigen in de jaren 50 van de vorige eeuw. Verdichting neemt nog steeds toe door de toename van de afmetingen en het gewicht van de landbouwmachines. Planten groeien minder goed in een verdichte bodem omdat deze water en lucht minder goed doorlaat en wortels minder goed in de bodem kunnen dringen.”
Het omgekeerde probleem is dat sierteeltgewassen een forse hoeveelheid water nodig hebben. In droge periodes, die steeds vaker voorkomen, is aanvullende beregening dan ook noodzakelijk. In de sierteelt wordt voor beregening voor het overgrote deel grondwater gebruikt. De hoeveelheid water voor de beregening concurreert dan ook niet zo zeer met het watergebruik van de consument, maar het onttrekken van grondwater kan wel problemen van (extra) verdroging met zich meebrengen voor aangrenzende gebieden, met name ook natuurgebieden. Compendium voor de Leefomgeving: “Het watergebruik in de land- en tuinbouw was in 2022 82 procent hoger dan in 2017, een jaar voor de drogere jaren. De hoeveelheid water die wordt gebruikt in een bepaald jaar wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoeveelheid neerslag en dan met name in het groeiseizoen van april tot en met september. In de periode 20182020 en in 2022 was de neerslag in die perioden zeer laag, hetgeen verklaart waarom het watergebruik in deze jaren zo uitzonderlijk hoog was.” RTV Drenthe De provincie Drenthe moet uitzoeken of een leliebollenteler een natuurvergunning nodig heeft voor een beregeningsput bij natuurgebied Uffelterzand. Dat heeft de Raad van State besloten. De zaak sleept al vijf jaar en is aangezwengeld door een inwoner, die dit natuurgebied achter zijn huis heeft gekocht.
Deze natuurgrondbezitter wil dat de bollenteler stopt met het gebruik van de grondwaterput bij de Westeresweg in Uffelte. Hij vroeg de provincie om handhaving van het beheerplan voor het Natura 2000-gebied Holtingerveld. Dat verzoek werd afgewezen…. De inwoner zegt de grootste moeite te hebben om verdroging van zijn bezit tegen te gaan.
Waterkwaliteit Belangrijker in dit kader is het vraagstuk van de waterkwaliteit. Volgens de Wet Bodembescherming ligt de taak van het beheer van de grondwaterkwaliteit bij de Provincies. De Waterschappen stellen beheerplannen op voor de waterkwaliteit van de wateren in hun beheersgebied. De Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zegt medio 2024 het volgende: De waterkwaliteit in Nederland staat sterk onder druk. Ons grond- en oppervlaktewater
30
bevat teveel meststoffen, bestrijdingsmiddelen, PFAS, medicijnresten, microplastics en andere schadelijke stoffen. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) benadrukt in haar signaalrapport ‘Betere bescherming waterkwaliteit is noodzakelijk’ dat het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving moet worden verbeterd. Daarnaast moet de regelgeving meer gericht zijn op het beschermen van de waterkwaliteit. Deze maatregelen zijn essentieel om de uitdagingen rondom de waterkwaliteit aan te pakken. Website Ministerie van I. en W.: “Regelmatig eten van zelf gevangen vis wordt inmiddels afgeraden en zwemmen in open water kan leiden tot gezondheidsrisico’s. Waterschappen en drinkwaterbedrijven krijgen daarnaast te maken met substantiële extra kosten bij het zuiveren van afvalwater en de bereiding van drinkwater. Zonder betere regulering en beter toezicht op de emissies van schadelijke stoffen, treedt blijvende schade op voor mens, dier en milieu.”
In 2027 moeten alle EU-lidstaten voldoen aan de doelen die de Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt. Het Kenniscentrum Europa Decentraal zegt daarover: Uit een tussenevaluatie in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (december 2024) blijkt dat aan circa 80% van de normen wordt voldaan, maar geen van de ongeveer 750 Nederlandse oppervlaktewaterlichamen heeft een ‘goede toestand’ bereikt (daarvoor moeten namelijk alle ecologische en chemische parameters als ‘goed’ worden beoordeeld, volgens het one out, all out-principe). Voor grondwater kwalificeerden 4 van de 23 grondwaterlichamen als in een ‘goede toestand’. De Universiteit Leiden houdt in het kader van de Leerstoel Ecotoxicologie van prof. Marina Vijver een bestrijdingsmiddelenatlas bij, die op grond van meetgegevens van regionale waterbeheerders een landelijk beeld geeft van de bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. De bestrijdingsmiddelenatlas wordt gebruikt door waterbeheerders, industrie, boeren en overheid om de communicatie te starten over water, welke en hoeveel chemische gewasbeschermingsmiddelen residuen in het oppervlakte water te vinden zijn.
De drinkwaterbedrijven gebruiken het voor hun kwaliteitsstrategieën van oppervlaktewaterinname, en de toelatingshouder CTGB gebruikt het voor de herevaluatie van gewasbeschermingsmiddelen Website CTGB: Op basis van de monitoringsgegevens in oppervlaktewater constateert het Ctgb voor een aantal werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen structurele overschrijdingen van de toelatingsnormen. Het Ctgb vindt het daarom belangrijk om tussentijds te kunnen ingrijpen in de toelatingen van middelen als daar aanleiding toe is.
Drinkwater is in Nederland een publieke voorziening. Hierdoor zijn de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van drinkwater gewaarborgd en tarieven gereguleerd. Gemeenten en provincies zijn aandeelhouders van drinkwaterbedrijven. De Drinkwaterwet beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van drinkwaterbedrijven. De overheid houdt toezicht op de uitvoering hiervan. In Nederland halen we ons drinkwater uit twee bronnen: grondwater en rivierwater. Als de kwaliteit daarvan goed is, is weinig zuivering nodig om schoon drinkwater te maken. Maar in veel gebieden is de waterkwaliteit niet goed genoeg, bijvoorbeeld doordat er resten van bestrijdingsmiddelen of meststoffen in zitten. De provincies en Rijkswaterstaat werken daarom met drinkwaterbedrijven, waterschappen en boeren aan maatregelen om de waterkwaliteit rondom drinkwaterwinningen te verbeteren. Uit RIVMonderzoek blijkt dat deze maatregelen de problemen waarschijnlijk niet gaan oplossen. Binnenlands bestuur: “Er is te veel vrijwilligheid, er worden te weinig echt ingrijpende maatregelen genomen, en de monitoring is niet op orde. Dat schrijven onderzoekers van het RIVM in een nieuwe studie over de Nederlandse drinkwatervoorziening, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Zij hielden zeventien Uitvoeringsprogramma's tegen het licht, die de kwaliteit van het drinkwater voor de komende jaren moeten borgen.”
Dagblad Trouw: “Waar boeren bestrijdingsmiddelen gebruiken, komen ‘hoge concentraties’ van de pfas-stof tfa voor in grond- en oppervlaktewater. Dat zegt de Europese pesticidewaakhond Pan na een steekproef. Experts pleiten voor een verbod. Niet alleen de industrie stoot pfas uit, ook via de landbouw komen de chemicaliën in het milieu terecht. Dat blijkt uit een steekproef in zes Europese grondwatergebieden en meer dan twintig rivieren, waaronder de Drentsche Aa.”
31
Vroege Vogels Drinkwaterbedrijf Dunea is tijdelijk gestopt met de inname van water uit de Afgedamde Maas, omdat daarin te hoge concentraties bestrijdingsmiddelen worden gemeten. Het gaat om fungiciden, middelen die boeren gebruiken om te voorkomen dat schimmels hun gewassen aantasten. De komende weken haalt Dunea water om verder te zuiveren uit een andere rivier, de Lek.
Ook de waterleidingbedrijven, die in Westerveld voor de drinkwatervoorziening zorgen luiden de noodklok. Het Waterleiding Bedrijf Drenthe (WMD) zegt: “WMD Drinkwater vraagt de Drentse politiek om meer oog te hebben voor de kwaliteit van onze drinkwaterbronnen in Drenthe. Uit onderzoek en metingen blijkt dat WMD steeds meer vervuilende stoffen vindt in bronnen. Vervuiling afkomstig van landbouw, industrie en huishoudens. In een brief aan zowel Gedeputeerde Staten als Provinciale Staten vraagt WMD om werk te maken van de bescherming van het grondwater. De provincie heeft een zorgplicht voor drinkwater en grondwaterkwaliteit. Vanuit WMD doen wij de oproep om de wettelijke zorgplicht voor drinkwater en grondwaterkwaliteit niet politiek te maken tegenover de afweging van lokale economische belangen.” En Vitens zegt op haar website: Verschillende ontwikkelingen vormen een bedreiging voor de waterkwaliteit. Zo treffen we in onze bronnen steeds vaker ongewenste stoffen aan, zoals PFAS, medicijnresten en gewasbeschermingsmiddelen. Met name opkomende stoffen vormen een probleem. Deze stoffen zijn vaak lastig te zuiveren. De hoeveelheid die voorkomt in ons drinkwater is dusdanig laag dat het veilig blijft om te drinken.
32
Hoofdstuk 6 Gezondheid Beroepsziekten De eerste vraag, die de gezondheid betreft, is die naar de gezondheidsrisico’s voor iedereen, die in de agrarische sector met bestrijdingsmiddelen werkt. In Frankrijk is de Ziekte van Parkinson al in 2012 erkend als beroepsziekte in de agrarische sector. In Duitsland is dat recent nu ook gebeurd. In tegenstelling tot andere landen kent Nederland geen officiële lijst van erkende beroepsziekten. Wel kent Nederland een Centrum voor Beroepsziekten, dat in haar Jaarrapport 2022 waarschuwt voor de toenemende aanwijzingen, dat de Ziekte van Parkinson mede kan worden veroorzaakt door beroepsmatige blootstelling aan pesticiden. Met andere woorden, het grootste gezondheidsrisico wordt gelopen door de sector zelf: de agrariërs, de werknemers van de loonbedrijven, de veelal buitenlandse tijdelijke arbeidskrachten op de sierteeltpercelen. Beroepsziekten In Nederland is het Centrum voor Beroepsziekten ondergebracht bij het Amsterdam UMC. Op hun website geven zij uitleg over de Nederlandse werkwijze: In Nederland kan in principe elke ziekte of aandoening een beroepsziekte zijn. De afweging of er sprake is van een beroepsziekte wordt gemaakt door de bedrijfsarts (of artsen in de arborol). De Arbeidsomstandighedenwet verplicht bedrijfs- en Arboartsen om beroepsziekten te melden aan het Centrum. Deze meldingen zijn anoniem.