CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo_Toelichting (1-8-2023)

Politieke avond Westerveld 26 september 2023, gemeente WesterveldBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo15.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo

Augustus 2023

Vastgesteld

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

Bestemmingsplan Herziening de Vorrelvenen 11 Dwingeloo

Plan: Plantype: IMRO-nummer: Status: Datum:

Herziening de Vorrelvenen 11 Dwingeloo Bestemmingsplan NL.IMRO.1701.0000BP000000000587-0002 Vastgesteld Augustus 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 4 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIEM ................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 7 2.2

BESCHRIJVING PLANGEBIED EN OMGEVING ........................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 9 3.1 3.2

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 19

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 21 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 21 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 21 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 22 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 23 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 25 GEUR ...................................................................................................................................................... 27 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 28 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 32 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................

34 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 36

HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 39 6.1 6.2 6.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 39 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 39 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 43 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG & INSPRAAK .......................................................... 44 8.1 8.2

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 44 INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ........................................................................................................................... 44

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 45 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9

BEELDKWALITEITSPLAN ....................................................................................................................... 45 ERFINRICHTINGSPLAN ......................................................................................................................... 46 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 47 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 48 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 49 ACTUALISATIE VERKENNEND NATUURWAARDENONDERZOEK ....................................................................... 50 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 51 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 52 NOTA VAN ZIENSWIJZEN ...................................................................................................................... 53

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel ten zuiden van het woonperceel aan de Vorrelvenen 11 in Dwingeloo. Deze gronden mogen op basis van het vigerende bestemmingsplan gebruikt worden voor een agrarisch bedrijf met bijbehorende gebouwen, een kampeerbedrijf met bijbehorende gebouwen en 25 jaarstandplaatsen voor kampeermiddelen en agrarische cultuurgronden. Voorliggend initiatief gaat uit van het realiseren van een nieuw hoogwaardig recreatief concept ter plaatse. Concreet worden zes recreatiewoningen gerealiseerd, welke landschappelijk worden ingepast. De bestaande mogelijkheid voor 25 jaarstandplaatsen voor kampeermiddelen met bijbehorende gebouwen en agrarische bebouwingsmogelijkheden komen te vervallen. Hiermee wordt gestreefd naar een gezonde toekomstige bedrijfsontwikkeling in lijn met de marktontwikkelingen en de ambities van het programma Vitale Vakantieparken Drenthe. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebieden’ dient het bestemmingsplan partieel te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Westerveld, ten noordoosten van de kern Dwingeloo. Op onderstaande afbeeldingen wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Dwingeloo en directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Dwingeloo en directe omgeving (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1701. 0000BP000000000587-0002) en een renvooi; regels en bijhorende bijlagen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologische regiem

1.4.1

Algemeen

Het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied betreft het bestemmingsplan ‘Buitengebieden’, welke is vastgesteld in 1993 door de toenmalige gemeenteraad van Dwingeloo. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode stippellijn aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: gemeente Westerveld)

Bestemmingen en aanduidingen

Het plangebied kent op basis van het geldend bestemmingsplan deels de bestemming ‘bodemgebonden agrarische bedrijven’ met de aanduiding ‘recreatie’ en deels de bestemming agrarische kultuurgrondenonbebouwd met landschappelijke waarde’. Hieronder wordt kort op de geldende bestemmingen ingegaan. Bodemgebonden agrarische bedrijven De voor ‘Bodemgebonden agrarische bedrijven’ aangewezen gronden zijn bestemd voor veehouderijen, akkerbouw- of tuinbouwbedrijven, met bijbehorende gebouwen, andere bouwwerken, erven en agrarische cultuurgronden. Ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’ zijn de gronden bestemd voor een kampeerbedrijf met bijbehorende gebouwen, met dien verstande dat het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 25 mag bedragen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld Agrarische kultuurgronden – onbebouwd met landschappelijke waarde De voor ‘Agrarische kultuurgronden – onbebouwd met landschappelijke waarde’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische cultuurgronden met bijbehorende andere bouwwerken en de bescherming van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden. 1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling, de realisatie van zes recreatiewoningen, is niet in overeenstemming met de gebruiks- en bouwregels van de geldende bestemmingen ‘Agrarische kultuurgronden – onbebouwd met landschappelijke waarde’ en ‘Bodemgebonden agrarische bedrijven’ met de aanduiding ‘recreatie’ aangezien verblijfsrecreatie in de vorm van recreatiewoningen ter plaatse niet is toegestaan. Er is binnen de bestemmingen tevens geen wijzigings- of afwijkingsmogelijkheid om alle onderdelen van het ontwikkelingsplan mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in het plangebied ingegaan. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Drenthe en de gemeente Westerveld beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.2

HUIDIGE SITUATIE

Beschrijving plangebied en omgeving

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Westerveld op circa 4,5 kilometer ten noordoosten van de kern Dwingeloo. De ruimtelijke structuur ter plaatse wordt voornamelijk bepaald door De Vorrelvenen en het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld. De functionele structuur bestaat uit natuurgebieden ten westen van het plangebied en agrarische cultuurgronden met verspreid liggende agrarische bedrijfspercelen en woonpercelen ten oosten van het plangebied. Aan de noord- en westzijde wordt het plangebied begrenst door bosrijk natuurgebied, aan de oostzijde door een woonperceel en aan de zuidzijde door agrarische cultuurgronden. Het plangebied zelf betreft hoofdzakelijk agrarische cultuurgrond. In de noordoosthoek van het terrein bevindt zich een kampeerterrein waar ruimte is voor 25 kampeerplaatsen met enkele bijbehorende gebouwen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan mogen deze gronden eveneens gebruik worden voor een agrarisch bedrijf met bijbehorende gebouwen. In afbeeldingen 2.1 is een luchtfoto opgenomen met daarin de huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving. Daarnaast zijn in afbeelding 2.2 en 2.3 een tweetal foto’s opgenomen van het kampeerterrein binnen het plangebied.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging plangebied (Bron: Google Maps)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

Afbeelding 2.2

Foto bestaande situatie binnen plangebied (Bron: initiatiefnemer)

Afbeelding 2.3

Foto bestaande situatie binnen plangebied (Bron: initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

Ruimtelijke ontwikkeling

Het voornemen bestaat om de planologische rechten voor een kampeerbedrijf met bijbehorende gebouwen en 25 jaarstandplaatsen voor kampeermiddelen en de bouwrechten voor een bodemgebonden agrarisch bedrijf binnen het plangebied op te heffen en ter plaatse zes recreatiewoningen met bijbehorende voorzieningen te realiseren. Hiermee wordt ingespeeld op een vraag uit de markt naar verblijfsrecreatieve concepten die uitgaan van luxe, comfort en gemak. De recreatiewoningen zijn voornamelijk bestemd voor gasten die voor optimale natuurbeleving en stilte komen en voor wie het gevoel van ruimte, vrijheid en privacy een voorwaarde is. De recreatiewoningen worden ingericht voor het verblijf van twee personen. De reactiewoningen zullen een oppervlakte hebben van maximaal 100 m2 inclusief bijgebouwen, overkappingen en gesloten verhardingen. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3 meter en 7 meter. Alle recreatiewoningen zullen gelijkvloers worden uitgevoerd, met een slaapvertrek op de begane grond. De enkele bouwlaag kan worden voorzien van een hellend dak, welke ideaal is voor het plaatsen van zonnepanelen/zonnecollectoren. De gevels worden voorzien van grote puien, zodat er maximaal van de natuur genoten kan worden. Het materiaalgebruik zal vooral bestaan uit hout, blank of zwart.

Voor een nadere toelichting op de vormgeving van de gewenste recreatiewoningen wordt verwezen naar het Beeldkwaliteitsplan dat is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. De inrichting rondom de recreatiewoningen zal zoveel mogelijk natuurlijk worden aangelegd (zie afbeelding 3.1). Toegangswegen tot de verblijven worden uitgevoerd met halverharding/minimale verharding. Hierbij valt te denken aan materialen als houtsnippers, leemgrind of schelpen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

Afbeelding 3.1

Landschappelijke inpassing plangebied (Bron: Ruth architektenburo)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In dit geval is voor wat betreft de gemeente Westerveld uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ’niet stedelijk’ (bron: CBS Statline). Gezien de ligging van het plangebied kan het gebied aangemerkt worden als ‘buitengebied’. 3.2.2

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Wat betreft de verkeersaantrekkende werking is van belang om op te merken dat het voornemen voorziet in de realisatie van zes recreatiewoningen, waarbij de planologische mogelijkheden om een kampeerterrein met 25 jaarstandplaatsen te exploiteren komt te vervallen. Hieronder is daarom een overzicht opgenomen van de verkeersgeneratie in de huidige (planologische) verkeersgeneratie en in de gewenste situatie. In de berekening is uitgegaan van de meest vergelijkbare functies zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie. Verkeersgeneratie bestaande situatie Functie

Verkeersgeneratie (per standplaats)

Aantal

Totale verkeersgeneratie

Camping (kampeerterrein)

0,4

25

10

Verkeersgeneratie gewenste situatie Functie

Verkeersgeneratie (per bungalow)

Aantal

Totale verkeersgeneratie

Bungalowpark (huisjescomplex)

2,7

6

16,2

In totaal is in de gewenste situatie sprake van een verkeersgeneratie van (afgerond) 17 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is een toename van 7 verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie. De toename in verkeersbewegingen ten gevolge van het plan (komende en vertrekkende bezoekers) is relatief klein te noemen. Aanvullend dient opgemerkt te worden dat de gewenste recreatiewoningen worden ingericht voor slechts twee personen, in tegenstelling tot reguliere bungalows die doorgaans voor grotere groepen zijn ingericht. Hierdoor zal de toename in verkeersgeneratie in werkelijkheid lager liggen. De ontsluiting van het plangebied vindt via een bestaande inrit plaats op De Vorrelvenen. De Vorrelvenen betreft een twee richtingsverkeer weg waar een snelheidsregime van 60 km/uur geldt. De weg kan worden aangemerkt als een erftoegangsweg type I. Dit betreffen wegen in het buitengebied met een beperkte verkeersfunctie, veelal ook met een hoger aandeel fiets- en/of vrachtverkeer. Dergelijke wegen beschikken over een capaciteit tot 6.000 verkeersbewegingen per etmaal. Als gevolg van een eventueel beperkte toename BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld in verkeersbewegingen wordt deze capaciteit, mede gezien het beperkte aantal functies langs deze weg, naar verwachting niet overschreden. 3.2.2

Parkeren

De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van zes recreatiewoningen. De meest vergelijkbare functie welke is opgenomen in de CROW publicatie betreft een bungalowpark (huisjescomplex), waarvoor een gemiddelde parkeernorm van 2,1 parkeerplaatsen per bungalow geldt. Dit zou een totale parkeerbehoefte van afgerond (6 * 2,1=) 13 parkeerplaatsen opleveren. In voorliggend geval ligt het echter voor de hand dat de parkeerbehoefte aanzienlijk lager ligt. De gewenste recreatiewoningen worden namelijk ingericht voor slechts twee personen. Hiermee wordt een bepaalde doelgroep, namelijk gasten die voor een optimale natuurbeleving en stilte komen en voor wie het gevoel van ruimte, vrijheid en privacy een voorwaarde is, bediend. Het is aannemelijk dat gasten veelal gezamenlijk per auto van en naar de recreatiewoning reizen. Om deze reden ligt een parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats per recreatiewoning voor de hand. De parkeerbehoefte komt op basis van dit uitgangspunt uit op 6 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte kan opgevangen worden aan de zuidzijde van de toegangsweg (zie afbeelding 3.1). Hier is ruimte voor maximaal 8 parkeerplaatsen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

•

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

•

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

•

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Geconstateerd is dat met de beoogde recreatiewoningen sprake is van een toevoeging van kwaliteit c.q. een kwalitatief recreatief product en van een onderscheidend concept. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld, waardoor de toekomstige vorm goed samengaat met de omgeving. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de toenmalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ’ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op basis jurisprudentie kan worden gesteld dat:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld • • •

Planologische gebruikswijzigingen zonder een toename van bouwmogelijkheden in de hoofdregel niet te kwalificeren zijn als Ladderplichtige stedelijke ontwikkelingen. Indien sprake is van “zodanige functiewijzigingen” kunnen planologische gebruikswijzigingen wel worden gekwalificeerd als een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. Wanneer kan sprake zijn van een “zodanige functiewijziging”? Bepalend daarvoor is of een functiewijziging van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders.

Gelet op het feit dat de voorgenomen ontwikkeling uitgaat van het realiseren van zes recreatiewoningen waarbij de mogelijkheid voor 25 jaarstandplaatsen voor kampeermiddelen met bijbehorende gebouwen en agrarische bebouwingsmogelijkheden komen te vervallen, wordt gesteld dat slechts sprake is van een lichte planologische wijziging die ten opzichte van de huidige toegestane functie geen extra milieueffecten op de omgeving met zich meebrengt. Voor wat betreft de behoefte wordt aanvullend opgemerkt dat de ontwikkeling goed aansluit op de marktvraag naar luxe recreatiewoningen met een hoge belevingswaarde. Kampeerplaatsen zijn daarentegen reeds oververtegenwoordigd in Drenthe en de gemeente Westerveld. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. 4.1.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018. 4.2.1

Omgevingsvisie Drenthe 2018

4.2.1.1 Algemeen Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Met de vaststelling is het proces van de revisie van de omgevingsvisie afgerond. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de komende jaren zullen er provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: • • • • •

de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening.

4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van Drenthe is hoog en de ruimtelijke identiteit is herkenbaar en beleefbaar. Het tot dusver gevoerde ruimtelijk beleid heeft ertoe geleid dat ontwikkelingen altijd in samenhang met de ondergrond en met besef van de cultuurhistorie hebben plaatsgevonden. Er is evenwicht en onderscheid tussen stad en platteland, tussen rust en dynamiek, tussen historie en het heden. Het Drentsche landschap is rijk aan herinneringen aan vroegere bewoning, kent karakteristieke bebouwingspatronen, heeft hoge natuurwaarden en is beleefbaar. In Drenthe kan nog steeds openheid, rust, ruimte en duisternis worden ervaren. Deze aspecten worden in de rest van het land steeds zeldzamer en wordt door de samenleving steeds meer gewaardeerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld Omdat niet alle kernkwaliteiten goed te duiden zijn in het fysiek-ruimtelijk domein, zijn ze vertaald naar indicatoren. Rust is vertaald naar stilte en duisternis. Ruimte staat voor de openheid van het landschap. De kernkwaliteit natuur is uitgewerkt in het kunnen beleven en benutten van de natuur die Drenthe rijk is en daarnaast het beschermen om de biodiversiteit in stand te houden en te versterken. Oorspronkelijkheid is concreet gemaakt in de kernkwaliteiten cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden. Veiligheid staat voor sociale, externe en verkeersveiligheid. De kernkwaliteiten naoberschap, menselijke maat en kleinschaligheid zijn lastig ruimtelijk te duiden, maar zijn meegenomen in de begrippen ‘leefbaarheid en ‘passend bij Drenthe’. De verschillende kernkwaliteiten zijn de basis van de kernkwaliteit landschap. Er is immers een duidelijke relatie tussen de ondergrond, de historische ontwikkeling, leefbaarheid, ‘passend bij Drenthe’ en het landschap. Daar komt bij dat de gaafheid en de diversiteit van het Drentse landschap overal beleefbaar is binnen Drenthe. Daarmee vormt de kernkwaliteit landschap de kapstok voor de kernkwaliteiten. Voor het plangebied gelden de volgende kernkwaliteiten: • • • • •

Kernkwaliteit Landschap: Esdorpenlandschap; Kernkwaliteit Natuur: NNN; Kernkwaliteit Cultuurhistorie: Respecteren (deelgebied 6: de velden in centraal Drenthe); Kernkwaliteit Archeologie: Generieke bescherming; Kernkwaliteit Aardkundige waarden: Hoog beschermingsniveau;

In subparagraaf 4.2.1.3. wordt het plan aan de kernkwaliteiten getoetst. Ook is het in voorliggend geval van belang om nader in te gaan op de aspecten ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ (4.2.1.4) en ‘Vrijetijdseconomie’ (4.2.1.5). 4.2.1.3 Toetsing kernkwaliteiten Kernkwaliteit Landschap Het plangebied ligt in het esdorpenlandschap. In de omgevingsvisie heeft de provincie aangeven dat in dit gebied van provinciaal belang zijn: -

de essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting. de beekdalen: onbebouwd gebied met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand)

Het provinciaal beleid is gericht op: -

behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting; behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand) beplanting.

Toetsing Het plangebied maakte tot het einde van de 19e eeuw deel uit van een uitgestrekt vochtig heidegebied. In de 20ste eeuw zijn een aantal percelen op de overgang van het heidegebied en het naastgelegen beekdal in ontginning genomen. Het plangebied is zo ook rond het begin van de 20 ste eeuw ontgonnen. Rondom het plangebied is in de navolgende jaren bos aangeplant. Middels landschapsmaatregelen (zie bijlage 2) wordt ingezet op de versterking van de landschappelijke kenmerken ter plaatse. Dit wordt onder andere gedaan door de aanplant van gebiedseigen bomen en stuiken. Het plan is hiermee in overeenstemming met de kernkwaliteit ‘landschap’. Kernkwaliteit Natuur Het plangebied is gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangende structuur van gebieden met een speciale natuurkwaliteit.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld Toetsing Door het wijzigen van de bestemming en het daarop volgende gebruik van het terrein en bijbehorende inrichting, worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet significant aangetast. Ook neemt het areaal NNN niet af omdat de bebouwingsmogelijkheden van het huidige bestemmingsvlak ‘Bodemgebonden agrarische bedrijven’ en de aanduiding ‘recreatie’ komen te vervallen. De bebouwingsmogelijkheden die de nieuwe recreatiebestemming biedt (zes recreatiewoningen met een oppervlakte van maximaal 100 m2 per stuk) zijn beperkter. De nieuwe inrichting (zie afbeelding 3.1) van het plangebied, heeft daarnaast vermoedelijk een minder belastende impact op de omgeving dan (intensief) agrarisch gebruik en het exploiteren van een kampeerterrein met 25 kampeerplaatsen en bijbehorende voorzieningen. Aanvullend wordt het zuidwestelijk deel van het plangebied, dat nu nog een agrarische bestemming kent, voorzien van een natuurbestemming, zodoende worden de natuurlijke waarden juist versterkt. Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt in deelgebied 6: De velden in centraal Drenthe.

De structuur van dit gebied wordt gedomineerd door de twee grote bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en bij Hooghalen, door de beekdalen van de Elperstroom en de Westerborkerstroom met de daarbij gelegen esdorpen die al in de middeleeuwen zijn ontstaan. De cultuurhistorische samenhang is van provinciaal belang. Daarom wil de provincie die cultuurhistorische samenhang veilig stellen voor de toekomst. De categorie is vooral van toepassing in gebieden waar de ontwikkelingen meer kleinschalig zijn en in een laag tempo zich voltrekken. Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. De provincie zal plannen en initiatieven daar op beoordelen. Toetsing Het plangebied ligt binnen het sturingsniveau ‘Respecteren’. Binnen dit sturingsniveau is het van belang dat de cultuurhistorische samenhang behouden blijft. De voorliggende ontwikkeling gaat uit van de realisatie van kwalitatief hoogwaardige recreatieve bebouwing, waarbij middels landschapsmaatregelen wordt ingezet op de versterking van de landschappelijke kenmerken ter plaatse. Dit wordt onder andere gedaan door de aanplant van gebiedseigen bomen en stuiken.

Aanvullend wordt een gedeelte van het plangebied bestemd voor ‘Natuur’, om zodoende natuurontwikkeling mogelijk te maken. Kernkwaliteit Archeologie Het provinciaal beleid voor de Drentse archeologie is gericht op instandhouding, bescherming, beleven en benutten. Het archeologisch erfgoed behoort tot het ruimtelijk erfgoed en is een belangrijke bouwsteen van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Drenthe. Toetsing In voorliggend geval is voor het gehele plangebied een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door Laagland Archeologie. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting. In paragraaf 5.8.1 wordt nader ingegaan op de resultaten. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze paragraaf. In voorliggend geval wordt in eerste instantie uitgegaan dat voldaan kan worden aan de voorwaarden zoals in het advies zijn benoemd, waardoor instandhouding van eventueel aanwezige archeologische waarden zo goed als mogelijk is verzekerd. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden blijft daarbij een dubbelbestemming archeologie van toepassing op het plangebied. Kernkwaliteit Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen.

Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied ligt in een gebied met een hoog beschermingsniveau ten aanzien van aardkundige waarden. In deze gebieden staat de provincie ontwikkelingen alleen toe als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. In beginsel kunnen ontwikkelingen in deze gebieden alleen worden toegestaan, als de kenmerken en gaafheid worden behouden. Toetsing Het plangebied ligt aardkundig gezien in een zone met grondmorenewelvingen. Noordelijk en westelijk liggen landduinen en oostelijk ligt een beekdalbodem. Nabij het plangebied bevinden zich daarnaast een aantal laagten met randwal. Het betreffen pingo-ruïnes. Het plangebied zelf ligt in een min of meer ovaalvormige laagte. De geplande ingreep omvat de realisering van zes recreatiewoningen. Deze worden aangesloten op elektra, water en riolering. Voorts worden er bomen aangeplant en worden (beperkte) infrastructuur en parkeervoorzieningen aangelegd. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vinden geen ingrijpende bodemingrepen plaats, welke de aardkundige waarden ter plaatse aantasten.

4.2.1.4 Zorgvuldig ruimtegebruik Ruimtelijke kwaliteit zit in het zorgvuldig gebruik maken van de ruimte en in het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Om zorgvuldig ruimtegebruik in Drenthe te stimuleren, wordt gestreefd naar het bundelen van wonen en werken. Verdichting gaat voor uitbreiding. Extra ruimte voor wonen en werken is er in of aansluitend op het bestaande bebouwde gebied en gebundeld rond de regionale voorzieningen voor infrastructuur en openbaar vervoer. Uiteraard is het niet de bedoeling dat dit streven ten koste gaat van cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. In zulke situaties met de betrokken partijen gezocht naar een maatwerkoplossing. 4.2.1.5 Vrijetijdseconomie De vrijetijdssector is een belangrijke pijler voor de Drentse economie. Drenthe heeft de bezoeker veel te bieden. Drenthe is dé fiets- en vrijetijdsprovincie van Nederland. De kwaliteiten van Drenthe voor de vrijetijdseconomie liggen in een combinatie van natuur, landschap, erfgoed en cultuur. Dat wil de provincie zo houden en verder uitbouwen. Het provinciale belang is het versterken van de vrijetijdseconomie door het verbinden van de verblijfsrecreatie aan de lokale economie, aan de beleving van ruimtelijke kwaliteit en aan (dag-)attracties.

De focus ligt op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Drenthe als bestemming voor bezoek en verblijf, zowel recreatief als zakelijk. Voor de binnenlandse markt liggen er kansen voor het verstevigen van de eigen marktpositie door te focussen op hogere bestedingen. Van de buitenlandse markt verwacht de provincie de meeste groei en dan met name van de Duitse en Belgische markt in het voor- en naseizoen. Dat levert meer bezoekers, bestedingen en banen op. En daar profiteert de Drentse bevolking van, zowel wat betreft werk en leefbaarheid als ook aantrekkelijkheid van de eigen woonomgeving. De provincie streeft naar het vergroten van de attractiewaarde Drenthe met meer bezoekers en een langere verblijfsduur van de toeristen in Drenthe. Hierbij wordt er een uitnodigend en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor de (nieuwe) bedrijven in vrijetijdssector nagestreefd. Ook werkt de provincie aan het behouden en versterken van een aantrekkelijk en vitaal aanbod van dag- en verblijfsrecreatieaccommodaties en, waar nodig, een revitaliseringsslag van de verblijfsrecreatiesector, door herontwikkeling en transformatie van bestaande verblijfsrecreatieparken.

4.2.1.6 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Drenthe Voorliggend initiatief gaat uit van het realiseren van zes recreatiewoningen waarbij de mogelijkheid voor 25 jaarstandplaatsen voor kampeermiddelen en de daarbij behorende gebouwen en de ruime bebouwingsmogelijkheden van de agrarische bedrijfsbestemming komen te vervallen. De beoogde ontwikkeling laat hetgeen waar al veel te veel van is (kampeerplaatsen) vervallen en zet in op nieuwe

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld bijzondere accommodaties met een hoge belevingswaarde waar veel marktvraag naar is. Dit zorgt voor een duurzaam aantrekkelijk en vitaal recreatieaanbod. Met de beoogde ontwikkeling neemt het aantal plaatsen af wat de recreatieve druk op de omgeving verlaagt. Hiermee is sprake van een algehele verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 4.2.2

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018

4.2.2.1 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn er geen specifieke artikelen uit de Omgevingsverordening relevant voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.2.2.2 Toetsing aan Provinciale Omgevingsverordening Drenthe De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe verzet zich niet tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Drenthe. Relevante provinciale belangen zijn in voorliggend plan voldoende geborgd.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Westerveld

4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 1 februari 2022 de omgevingsvisie van Westerveld vastgesteld. Hierin worden ambities uitgesproken voor het jaar 2040, waaronder het zijn van een sterke, economische, recreatieve en agrarische gemeente. De ambitie is een excellente woongemeente te zijn. Om verpaupering of crimineel gebruik van vrijkomende agrarische gebouwen en gronden te voorkomen wil de gemeente ruimhartig omgaan met plannen voor onder andere wonen en werken. De omgevingsvisie maakt gebruik van gebiedskompassen. Het plangebied ligt in de ‘oude veldontginningen’. 4.3.1.2 Strategische visie en keuzes op het gebied van recreatie In de Omgevingsvisie worden de volgende relevante zaken benoemd inzake het thema recreatie: •

•

Wat betreft recreatie en toerisme streeft de gemeente naar een verdere verbetering van het toeristischrecreatieve palet. Daarbij geldt: ‘kwaliteit boven kwantiteit’, wat betekent dat initiatieven voor verbetering van bestaande recreatieterreinen zullen worden ondersteund. Ook de vestiging van kwalitatief hoogwaardige en onderscheidende nieuwe recreatieterreinen sluit de gemeente niet op voorhand uit. Het spreekt voor zich dat nieuwvestiging een zorgvuldige (ruimtelijke) afweging vraagt. Overigens blijft de gemeente bij dit alles van mening dat ondernemers ruimte moeten krijgen voor een gezonde bedrijfsvoering. Wat die ruimte exact is, hangt sterk af van de plek in combinatie met de aanvraag. Dit vraagt daarom een maatwerkaanpak. Vakantie en vrijetijdsbesteding in eigen land is populair. Daardoor is er meer behoefte aan kwaliteit en flexibiliteit in verblijfsrecreatie. De gemeente wil die ontwikkeling faciliteren en innovaties stimuleren. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld 4.3.1.3 Gebiedskompas ‘Oude veldontginningen’ Het deelgebied ‘Oude veldontginningen’ komt globaal overeen met het gebied dat in de voormalige structuurvisie is aangewezen als ‘verwevingsgebied’ voor de functies landbouw, natuur en recreatie. De hoofdkoers van het beleid voor dit gebied blijft ongewijzigd: landbouw, natuur en recreatie kunnen zich gelijkwaardig ontwikkelen. Bestaande functies en ontwikkeling daarvan staan op de eerste plaats. De hoofdkoers in dit gebied richt zich daarom op meerdere ambities, namelijk: • • • • •

‘bedrijvig en gastvrij’ vanwege de combinatie landbouw/toerisme; ‘bedrijvig en gastvrij’ vanwege de beleefbare natuur; ‘herkenbaar’ vanwege het authentieke karakter; ‘groen en gezond’ vanwege de nabijheid van dorpen; ‘bereikbaar en veilig’ vanwege de infrastructurele verbindingen tussen dorpen en voorzieningen die door dit gebied lopen.

Gebied specifieke keuzes Omdat dit deelgebied grenst aan bijna alle dorpen, vindt de gemeente het belangrijk om dit deelgebied vanuit de dorpen zo toegankelijk en uitnodigend mogelijk te maken - waar dat nog niet het geval is. Dit sluit aan bij de gemeentebrede ambitie om bewegen te stimuleren. Daarnaast vindt de gemeente het kleinschalige en authentieke landschap belangrijk om te behouden, zeker als er allerlei ontwikkelingen in het gebied zijn. Bebouwing moet altijd passen bij de omgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen vindt de gemeente het volgende belangrijk: • • •

•

De gemeente ondersteunt functieverandering of functieverbreding van agrarisch bedrijven waar dit nieuwe kansen oplevert en de waarden over eind blijven. In dit gebied is ruimte voor een innovatieve en dynamische recreatieve sector. Ontwikkelingen, onder andere ten aanzien van opwek van duurzame energie, mogen geen afbreuk doen aan de beleefbaarheid en herkenbaarheid van het authentieke, kleinschalige landschap. Vanwege de variatie in het gebied bieden we hierin maatwerk. Gebiedsontwikkeling nabij dorpen wordt bij voorkeur gecombineerd met een functie die uitnodigt om te bewegen.

4.3.1.4 Toetsing aan de Omgevingsvisie Westerveld De in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling sluit aan bij aan een verdere verbetering van het toeristisch-recreatieve palet, zoals opgenomen in de strategische visie van de Omgevingsvisie. De beoogde ontwikkeling gaat uit van het opheffen van 25 jaarstandplaatsen voor mobiele kampeermiddelen en de ruime agrarische bebouwingsmogelijkheden en het realiseren van zes luxe recreatiewoningen met een hoge belevingswaarde, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het creëren van kwalitatief hoogwaardige vormen van verblijfsrecreatie. Dit zorgt voor een duurzaam aantrekkelijk en vitaal recreatieaanbod. De kwaliteit van het landschap wordt als gevolg van voorgenomen ontwikkeling niet aangetast. Door het uitvoeren van diverse landschapsmaatregelen conform het in bijlage 2 opgenomen erfinrichtingsplan wordt juist een bijdrage geleverd aan het versterken van de landschappelijke kenmerken van het gebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit bij de visie en ambities zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Westerveld. 4.3.2

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectrapportage en water.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies toegevoegd. Recreatiewoningen worden op basis van de Wgh niet aangemerkt als geluidsgevoelig. Dit komt voort uit jurisprudentie, ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1, Geluid, september 2000. Hieruit blijkt dat vakantiewoningen die naar hun aard niet bestemd zijn voor bewoning in de zin van de Wet geluidhinder maar juist bedoeld voor recreatief verblijf, niet bij de besluitvorming hoeven te worden betrokken. 5.1.3

Conclusie

Het aspect geluid in het kader van de Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In dit geval is door Sigma Bouw & Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. 5.2.2

Situatie plangebied

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Zintuigelijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld Grond Bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters (MM1 en MM2) bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster (MM3) bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Grondwater Het grondwater ter plaatse van de peilbuis bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd ten opzichte van de streefwaarde en/of detectiewaarde. 5.2.3

Conclusie

Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. Het plangebied wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functies binnen het plangebied niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemmingen in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan ‘Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo’ Vastgesteld 5.4.2

Situatie plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (blauwe contour) en omgeving weergegeven.

Afbeelding 5.2

Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)

Uit de inventarisatie blijkt verder dat het plangebied: • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Aandachtspunt is wel dat het plangebied zich op korte afstand bevindt tot een gebied met een kans op een grote natuurbrand. Conform het Bouwbesluit zal bij de bouw van de recreatiewoningen rekening worden gehouden met de geldende eisen omtrent brandveiligheid zoals het realiseren van voldoende blusvoorzieningen. Daarnaast is het plangebied goed bereikbaar vanaf diverse wegen. Verwacht wordt ook dat de brandweer vanaf de omliggende brandweerkazernes binnen de opkomsttijd van circa 8 minuten ter plaatse kan zijn in geval van een calamiteit. Ten slotte wordt ervan uitgegaan dat de bezoekers van de recreatiewoningen in eerste instantie als zelfredzaam kunnen worden aangemerkt, danwel dat er voldoende zelfredzame personen aanwezig zijn om eventueel niet zelfredzame personen in veiligheid te brengen. Gelet op het vorenstaand wordt dan ook niet verwacht dat sprake is van een onaanvaardbaar risico.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=6e479239-7baa-4359-88a2-c4666306ee49