Gemeente Westerveld - Duurzaamheidsbeleid
Tekst van het document
• Rapporteren zakelijk en woon-werk verkeer Organisaties met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van hun medewerkers. Dit geeft inzicht in mogelijke maatregelen voor CO₂-reductie van werk gebonden personenmobiliteit. De gemeente, als organisatie, is als werkgever ook verplicht dit te registreren. Wanneer duidelijk is wat de gevolgen zijn, bekijken wij wat dit voor onze organisatie betekent. • Buurtbus Het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren door in overleg met het ov-bureau te onderzoeken of het haalbaar is om een buurtbus op te richten.
27
CIRCULAIRE ECONOMIE
De afgelopen jaren groeit de aandacht voor het herwaarderen van grondstoffen en producten. Door afval te verwaarden veranderen restmaterialen in nieuwe grondstoffen, wat CO₂-uitstoot vermindert en lokale economische kansen biedt. Voor een duurzame leefomgeving moeten wij bewuster omgaan met afval en zoeken naar manieren om het volledig te hergebruiken. Zo werken wij toe naar een toekomst zonder afval. ONZE AMBITIE In de periode tot 2030 reduceren wij het gebruik van primaire grondstoffen onder andere door huishoudelijk afval bij de bron te scheiden oplopend van 55 procent in 2025 en 60 procent recyclebaar in 2030. Vanuit Europa ligt er een nieuwe norm: in 2035 moet 65 procent van al ons afval gerecycled worden. Deze norm is als doelstelling geformuleerd binnen het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval (van Afval naar Grondstof). VANG is een onderdeel van een breder programma van de Rijksoverheid om de lineaire economie te transformeren tot een circulaire economie. Naast het streefdoel (VANG); de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner terugbrengen tot onder de 100 kilo, wordt de focus verlegd naar kwaliteit en recyclebaarheid van ingezamelde afvalstromen. In 2050 zijn wij volledig circulair. Dat betekent dat grondstoffen opnieuw gebruikt worden en er (bijna) geen afval meer is. Wij gaan zorgvuldig om met alle grondstoffen en afvalstromen.
FOCUS TOT 2030 Wij werken toe naar een zo circulair mogelijke economie. De gemeente faciliteert, stimuleert en jaagt initiatieven aan die bijdragen aan het verminderen van de vraag naar nieuwe grondstoffen, het verlengen van de levensduur van producten, het bevorderen van hoogwaardige recycling en het gebruik van biogrondstoffen en minder schadelijke materialen. Dit doen wij samen met het bedrijfsleven en regionale partners, zoals de Drentse Circulaire Samenwerking, maar ook via het 28
ondersteunen van lokale initiatieven zoals de werkgroep Fairtrade en Versnellingshoeve 't Kiemt. Het inzetten op het sluiten van de grondstofkringlopen en het duurzaam produceren en efficiënt gebruiken van grondstoffen vraagt onze aandacht op de onderwerpen circulair bouwen, de VANG-doelstellingen en circulair inkopen. Wij faciliteren innovatie en samenwerking met en tussen (lokale) bedrijven, sectoren en gemeenschappen om stappen in de transitie naar een circulaire economie te realiseren. Bij inrichting en beheer van de openbare ruimte houden wij rekening met duurzaamheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en toegankelijkheid. Circulaire en biobased materialen worden zoveel mogelijk toegepast. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in het Handboek Openbare Ruimte, dat inwoners meer invloed geeft op inrichting en uitstraling van onze openbare ruimte. WAAR GAAN WE MEE DOOR • Afval Wij blijven inzetten op het zo goed mogelijk scheiden van al het afval dat geproduceerd wordt binnen de gemeente. Hierbij maken wij onderscheid tussen huishoudelijk en bedrijfsafval. Wij richten ons in dit thema op huishoudelijk afval, vanwege onze eigen rol en verantwoordelijkheid. Bedrijfsafval komt onder andere in samenwerking met de Versnellingshoeve en Ondernemend Westerveld terug.
•H uishoudelijk afval In 2024 is het DIFTAR-systeem ingevoerd en zijn er ondergrondse afvalcontainers geplaatst. DIFTAR stimuleert het scheiden van afval. Inwoners betalen minder indien er minder restafval wordt aangeboden. In de eerste helft van 2024 is er door de invoering van DIFTAR 38% minder restafval aangeboden dan in de eerste helft van 2023. Het PMD is nog te vervuild. Wij blijven het systeem monitoren en voorlichting geven over hoe je het beste afval kunt scheiden en waarom het scheiden van afval zo belangrijk is. •C irculariteit in onze openbare ruimte Ook voor onze openbare ruimte maken wij meer gebruik van duurzame materialen. Mede doordat de markt verduurzaamt, hebben wij steeds meer geëxperimenteerd met het gebruik van duurzame materialen zoals: bamboe verkeersborden, straatmeubilair bestaande uit gerecycled plastic, gebakken materialen, hergebruik oud asfalt in nieuw asfalt en gerecycled bouwpuin toegepast als fundering voor wegen. Het toepassen van duurzame materialen blijven wij doen en daar waar het kan gaan wij het gebruik uitbreiden. •D rentse Circulaire Samenwerking De provincie Drenthe is samen met de gemeenten en externe partners een traject gestart om te komen tot een Drentse Circulaire Samenwerking.
Het resultaat is een brede samenwerking aan de hand van vier pijlers: een gezamenlijke aanpak voor het monitoren van reststromen, het versterken van circulair inkopen en aanbesteden, de ontwikkeling van een Drents circulair ambachtsnetwerk (initiatief voor verbinding milieustraten, kringloopwinkels, reparatiewerkplaatsen, onderwijs en het sociale domein om producten en materialen zo lang mogelijk in de kringloop
te houden) en het maken van concrete stappen rondom voedsel & circulariteit. Wij sluiten hierbij actief aan. • Versnellingshoeve 't Kiemt De Versnellingshoeve is bij oprichting mede mogelijk gemaakt vanuit de Regio Deal Zwolle 2020-2025, de gemeente en diverse andere partijen en krijgt een vervolg in de Regio Deal 2025 - 2028. Binnen de Versnellingshoeve werken vele partners samen aan circulariteit. Ook de gemeente is aanjager en wij willen de relatie met de Versnellingshoeve voortzetten en verder versterken op de twee thema's: 1. Voedsel van hier en 2. Natuurlijk (ver)bouwen, waarbij het 3e thema Reststromen geïntegreerd wordt met een focus op voedsel en bouwmaterialen. • Fairtrade gemeente Sinds 2017 is Westerveld een Fairtrade Gemeente. Samen zorgen inwoners, winkels, bedrijven en de lokale overheid voor meer eerlijke handel. Daarnaast geeft de werkgroep gastlessen op scholen in onze gemeente gericht op bewustwording over voeding en bewegen, waaronder gezonde voeding, voedselverspilling, duurzame voedselproductie en verkorte keten. Wij willen hierover de samenwerking met de werkgroep Fairtrade Westerveld voortzetten. • Gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe (GCZWD) Wij zetten ons samen met GCZWD in voor initiatieven uit de samenleving die met de energietransitie aan de slag willen.
Wij dragen bij aan de projecten Verwaarden Groene Reststromen (verwaarden bermgras naar producten en naar groen gas) en via het programma Dubbel Drents maken wij zichtbaar welke agrarische bedrijven streekproducten verkopen om zo de keten te verkorten. 29
WAAR GAAN WE MEE AAN DE SLAG •G rondstoffenplan ontwikkelen Het huidige Grondstoffenplan loopt af in 2025. Voor de periode na 2025 zal een nieuw Grondstoffenplan worden ontwikkeld om de verdere verbeteringen in afvalscheiding en kwaliteitsoptimalisatie van deelstromen te borgen. •R egiodeal Regio Zwolle 2025-2028 De Regio Deal is een strategisch partnerschap tussen de Regio Zwolle en het rijk, gericht op het versterken van de samenwerking tussen de overheid, het bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Eind 2025 hebben wij akkoord gekregen op een vijftal projecten binnen voor de Regiodeal 2026-2028 die gericht is op klimaatneutraliteit in 2050. Wij sluiten aan bij de volgende projecten: verkorten voedselketen, biobased bouwen, pilots uitvoeren vanuit de landbouwvisie Zuidwest-Drenthe. • Inkoopbeleid Het inkoopbeleid van de gemeente Westerveld houdt vanuit onze voorbeeldfunctie rekening met milieuaspecten, duurzaamheidsaspecten, arbeidsre-integratie en arbeidsomstandigheden. Dit alles onder de noemer ‘maatschappelijk verantwoord inkopen’. De gemeente zet zich in om werken, leveringen en diensten duurzaam (en waar kan lokaal) in te kopen en stimuleert initiatieven op het gebied van circulaire economie. Bij inkoop- en aanbestedingsprocedures willen wij de circulaire ambitie, waar mogelijk, een onderdeel laten zijn van het Programma van Eisen.
Het inkoopbeleid zal in 2026 worden aangepast inclusief een addendum over duurzaam inkopen vanuit SSC-ONS. Dit sluit ook aan bij het rekenkameronderzoek (2022) over duurzaam inkopen en SROI. 30
• Milieukosten index (MKI) en Life Cycle Analyse (LCA) Wij gaan onderzoeken of MKI en LCA een vast onderdeel kunnen zijn binnen bestekken van civiele- en bouwkundige werken. De laagste prijs is op dit moment veelal het gunningscriterium voor de civieltechnische contracten. De contracten volgens MKI/LCA zijn zo opgebouwd, dat eisen aan duurzaamheid en materialen in de contracten als vast onderdeel worden opgenomen. Dit sluit ook aan bij de uitkomst van het rekenkameronderzoek dat wij in de praktijk op individueel casusniveau wel duurzaam inkopen maar dat dit het resultaat is van de inzet van individuele medewerkers en niet door de uitvoering van een systematisch opgezet inkoopbeleid gericht op het realiseren van duurzaam inkopen. • Handboek openbare ruimte Het handboek geeft handvatten om te komen tot het gewenste beeld en benodigde technische kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte. Het is ook richtinggevend voor woningbouwprojecten door andere initiatiefnemers dan de gemeente. Wij kunnen via het handboek sturen op duurzame maatregelen door deze te vertalen naar eisen via een anterieure overeenkomst. Er is behoefte aan een aanpassing van het handboek, in ieder geval, op het onderdeel duurzaamheid. • Eigen organisatie Ook binnen onze eigen gemeentelijke organisatie zijn nog stappen te zetten als het gaat om het nemen van duurzame circulaire maatregelen.
Wij gaan inventariseren welke acties bijdragen aan het verduurzamen van de eigen organisatie en deze vervolgens waar mogelijk ook tot uitvoering brengen.
•C irculair Westerveld Omdat er in 2050 een volledig circulaire economie moet zijn, willen wij ondernemers stimuleren om te veranderen. Wij willen onderzoeken welke stappen nodig zijn om deze doelstelling te behalen, welke rol wij zelf hierin kunnen vervullen en welke acties we kunnen nemen tot 2030. •B iobased bouwen De bouwsector is benoemd als een specifiek onderwerp aangezien deze sector unieke mogelijkheden heeft. Dit heeft voornamelijk betrekking op de ontwerpfase en het materiaalgebruik. Bij de levensloop van gebouwen kan in verschillende fases het circulaire gedachtegoed meegenomen worden. Zo kan bij de bouwfase de levensloop en de instandhouding van het gebouw worden ingecalculeerd. En kan bij de sloop van een gebouw rekening worden gehouden met het verwaarden van sloopafval tot nieuwe bouwmaterialen. Ook ontwikkelingen zoals het gebruiken van een materialenpaspoort bij het ontwerpen van een gebouw en het inzetten van circulaire bouwmethoden en biobased materialen krijgen steeds meer invloed in de bouwsector. Wij onderzoeken of het toevoegen van een duurzaamheidshoofdstuk aan het programma van eisen en de aanbestedingsleidraad haalbaar is binnen gebiedsontwikkelingen. •E conomische Koers Deze koers is in 2026 vastgesteld. Een van de drie thema’s is ‘Een duurzame en circulaire economie’.
Dit thema is belangrijk en complementair aan het duurzaamheidsbeleid en wordt concreet gemaakt in beide uitvoeringsprogramma’s. Wij gaan gezamenlijk werken aan diverse opgaven voor circulaire economie.
31
KLIMAATADAPTATIE
Het klimaat verandert. De komende jaren krijgen wij steeds vaker te maken met weersextremen zoals hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. De verandering van het klimaat zorgt ervoor dat wij op een andere manier moeten kijken naar de fysieke leefomgeving. Door klimaatadaptieve maatregelen te nemen kan de gemeente Westerveld zich voorbereiden op de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt. Door deze maatregelen is de fysieke leefomgeving in de gemeente beter bestendig tegen wateroverlast, droogte en hittestress. ONZE AMBITIE Wij hebben een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving in 2050 zoals deze is beschreven in de in 2021 vastgestelde Regionale Adaptatiestrategie (RAS). Hierin werken wij toe naar een ruimtelijke inrichting die klimaatbestendiger en veerkrachtiger is. Wij richten de openbare ruimte zo klimaatadaptief mogelijk in en wij houden rekening met wateroverlast, droogte en hittestress. Hierdoor minimaliseren wij schade en overlast als gevolg van klimaatverandering. In relatie tot waterkwantiteit- en kwaliteit willen wij (grond)wateroverlast voorkomen, omdat dit schade aan infrastructuur voorkomt. Daarnaast willen wij meer water vasthouden om verdroging tegen te gaan, primair vanuit het belang van klimaatadaptatie en bescherming van vitale functies.
Wij zorgen dat inwoners en organisaties zich steeds meer bewust zijn van maatregelen die zij zelf kunnen nemen om overlast te voorkomen. FOCUS TOT 2030 Wij willen op het gebied van biodiversiteit en gezondheid kansen koppelen aan onze klimaatadaptieve maatregelen. Meer groen zorgt namelijk voor een omgeving die uitnodigt om te bewegen en te ontmoeten en gelijktijdig voor meer natuur. Door middel van klimaatdialogen blijven wij in gesprek met onze inwoners en stakeholders en geven zelf het goede voorbeeld bij de inrichting van de openbare ruimte, bij aanpassingen aan onze gemeentelijke eigendommen en
32
bij bouwplannen. Wij realiseren ons dat ondanks de klimaatadaptieve maatregelen er overlast kan (blijven) ontstaan, bijvoorbeeld doordat gebieden vanuit het TLGD water- en bodem sturend ingericht moeten worden. Wij leren deze overlast in enige mate te accepteren en maken met het doen van klimaatstresstesten inzichtelijk waarop wij onze openbare ruimte moeten aanpassen. WAAR GAAN WE MEE DOOR • Regionale Adaptatiestrategie In de RAS en de bijbehorende regionale uitvoeringsagenda (RUA) 2022 - 2027 beschrijven wij hoe wij ervoor kunnen zorgen dat de regio zich goed en tijdig aanpast aan het veranderende klimaat op basis van gezamenlijke regionale doelen voor de lange termijn en welke maatregelen wij willen treffen om deze doelen te realiseren. Er is een tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021-2027. Op grond van deze regeling ontvangen wij een specifieke uitkering voor projecten die een bijdrage leveren aan het voorkomen of beperken van wateroverlast of het beperken van de gevolgen van droogte of overstromingen. • Tuinsubsidie Wij hebben tot eind 2026, in samenwerkingsverband Fluvius, een subsidieregeling met betrekking tot het verduurzamen van tuinen van inwoners. Wanneer inwoners een klimaatadaptieve maatregel aan hun
tuin doorvoeren (zoals het vervangen van stenen door groen of het plaatsen van regenton) kunnen ze hiervoor een subsidiebedrag krijgen. • Riolering- en Water Programma Alle Fluvius partners hebben een Riolering- en Water Programma (RWP) 2023-2028. Deze is gemeente specifiek opgesteld en afgestemd op de behoefte in Westerveld. In het huidige RWP ligt het accent op klimaatadaptatie met daarin de volgende prioriteiten: het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering waarbij het hemelwater waar mogelijk wordt geïnfiltreerd in de bodem, het realiseren van waterberging/-buffering en klimaatbestendig rioleringsbeheer en onderhoud van alle wateren en bijbehorende infrastructuur als voorbereiding op extremere weersomstandigheden. • Klimaatadaptatie in de openbare ruimte In het handboek Openbare Ruimte staan onze richtlijnen voor klimaatadaptatie en duurzaamheid. Wij richten deze ruimten, daar waar het kan, klimaatadaptief in, bijvoorbeeld het voorkomen van hittestress d.m.v. aanplant bomen en bloemrijk grasveld. Daarnaast leggen wij bij nieuwe woongebieden de openbare ruimte zoveel mogelijk klimaat-adaptief aan. • Sponsstrategie Regio Zwolle Binnen het NOVEX-programma Sponsstrategie Regio Zwolle wordt per stroomgebied uitgewerkt hoe de regio klimaatverandering kan opvangen en de verstedelijkingsopgave klimaatrobuust kan ontwikkelen.
Daarbij wordt onderzocht waar en wanneer water kan infiltreren, kan worden vastgehouden, vertraagd en geborgd. Er volgt een gebiedsgerichte uitwerking, waarna dit inspiratiedocument nog een vervolg krijgt en mogelijk verder tot uitvoering wordt gebracht. Wij zijn hierbij aangehaakt en volgen de ontwikkelingen.
WAAR GAAN WE MEE AAN DE SLAG • Nieuwe Regionale AdaptatieStrategie Begin 2026 staan wij aan de vooravond van een nieuwe beleidscyclus voor klimaatadaptatie. DPRA kent een beleidscyclus van telkens zes jaar en ons huidige beleid De Regionale Adaptatiestrategie en Uitvoeringsprogramma 2022 – 2027 loopt ten einde. In 2026 voeren wij (voor de tweede keer) een klimaatstresstest uit op basis waarvan wij gezamenlijk een nieuwe regionale adaptatiestrategie met de looptijd 2028 – 2033 opstellen. • Lokale Adaptatiestrategie Vanuit de RAS werken wij de lokale opgaven uit tot een Lokale Adaptatie Strategie (LAS) en een Lokale Uitvoeringsagenda (LUA). Met de LAS en bijbehorende LUA geven wij op het gebied van klimaatadaptatie aan hoe wij als gemeente aansluiten op de regionale visie en de RAS, en hoe wij de Rijksdoelen vertalen naar lokaal niveau. Het ondersteunt, geeft richting en stimuleert tevens inwoners om klimaatbestendig te worden. Hiermee vergroten wij de leefbaarheid en de toekomstbestendigheid van de gemeente. • Regionale Maatlat Wij hebben de Regionale Maatlat Fluvius vastgesteld als ambitiedocument. Met deze maatlat worden er klimaatadaptieve maatregelen genomen in de openbare ruimten en in/op nieuwbouwwoningen. Zo maken we de Maatlat Klimaatadaptieve Nieuwbouw van het Rijk implementeerbaar voor onze partners en maken we onze openbare ruimte klimaatadaptief.
33
• Klimaatadaptatie en omgevingswet De Omgevingswet biedt kansen om klimaatadaptatie te borgen in de instrumenten van deze wet. Wij werken nader beleid uit hoe wij klimaatadaptatie kunnen borgen als onderdeel van (ruimtelijke) afwegingen en keuzes met als basis het principe ‘water en bodem sturend’. Doel hiervan is het ruimtegebruik op lange termijn minder kwetsbaar maken voor weersextremen als gevolg van klimaatverandering, het beschermen van onze watervoorraden, de (grond) waterkwaliteit en de biodiversiteit en het tegengaan van onomkeerbare effecten van bodemdaling. Water en bodem sturend voor de ruimtelijke planvorming betekent dat we met de functie en het ruimtegebruik zo veel mogelijk aansluiten bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. • Samenwerkingsverband klimaatadaptatie Vanuit de provincie Drenthe is een werkgroep gestart om te komen tot een strategische samenwerking m.b.t. klimaatadaptatie. Het bevat werkgroepen op basis van prioritaire onderwerpen in de verschillende Drentse gemeenten. • Bewustwording van klimaatadaptatie Daarnaast zetten wij in op educatie en bewustwording rondom klimaatadaptatie. Dit doen wij onder andere via klimaatdialogen. • Hitteplan Vanaf 2025 worden gemeenten gestimuleerd hun voorbereiding op hittegolven fors te verbeteren.
In de 'Hitte aanpak 2025' van het rijk staat dat het aantal gemeentelijke hitteplannen in drie jaar tijd moet verdubbelen. Veruit de meeste Nederlandse gemeenten hebben geen 34
lokaal hitteplan zo ook de gemeente Westerveld niet, terwijl extreme hitte een gevaar vormt voor kwetsbare groepen zoals jonge kinderen en ouderen. Er wordt vanuit het rijk gewerkt aan een geactualiseerde Handreiking Lokale Hitteplannen. Deze moet het voor gemeenten makkelijker maken om een plan op te stellen, te evalueren en te verbeteren. Wij willen aan de hand van de handreiking van Fluvius een lokaal hitteplan opstellen. • Hemelwaterbeleid Vanuit het RWP gaan wij regionaal hemelwaterbeleid opstellen. • Afvalwaterbeleid naar buitengebied Vanuit het RWP gaan wij een doorvertaling maken van het afvalwaterbeleid naar het buitengebied.
35
BIODIVERSITEIT EN NATUUR
Onze gemeente bestaat voor een derde uit beschermde natuur (N2000). Biodiversiteit en duurzame soortenbescherming zijn daardoor van groot belang voor onze gemeente. Als wij dit goed beschermen, beschermen we ook de natuur, het groen en behouden wij de kwaliteiten van het landschap. ONZE AMBITIE In ons beleid en in onze uitvoering willen wij meer inzetten op het verhogen van de landschappelijke waarden en biodiversiteit - ook buiten de natuurgebieden – om zo bij te dragen aan het verhogen van de natuurwaarden en het herstel van soorten. Natuur en biodiversiteit dragen bij aan bredere opgaven en zijn zoveel mogelijk integraal onderdeel van onze ruimtelijke afwegingen. Uiteindelijk is het stoppen van biodiversiteitsverlies en het herstellen van natuur, zodat ecosystemen in 2050 gezond, veerkrachtig en toekomstbestendig zijn, het overkoepelende doel. FOCUS TOT 2030 Bij het behalen van de klimaatdoelen ligt de focus op de opwek en besparing van energie. Echter in de landelijke omgeving van Westerveld is het belangrijk een balans te vinden tussen energieopgaven in relatie tot de opgaven in de landbouw, de natuur en leefbaarheid. Het thema biodiversiteit en natuur maken wij tastbaar via drie onderwerpen: landbouw, groenbeheer en bouwen. Verbetering van biodiversiteit verbindt en versterkt deze onderwerpen.
Landbouw De gemeente wil stap voor stap toewerken naar een duurzame, toekomstbestendige (kringloop) landbouw, zoals vastgelegd in de omgevingsvisie. Hoewel de gemeente hierin geen wettelijke taken heeft, ondersteunt zij de transitie. Wij vinden het belangrijk dat de landelijke doelen op het gebied van natuur, stikstof, klimaat, water en bodem vorm worden gegeven in een 36
evenwichtig gebiedsproces. Binnen het TLGD zetten wij ons hiervoor in. We blijven het Rijk en de provincies vragen om in samenwerking heldere normen te stellen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast zijn wij bezig om de juridische mogelijkheden in kaart te brengen ten aanzien van tijdelijke regulering van sierteelt in onze gemeente. Groenbeheer Westerveld is een groene gemeente met veel natuur. Groen bevordert ecologie, sociale interactie en gezondheid. Het groenbeheer is een belangrijk onderdeel om de biodiversiteit in stand te houden en te verbeteren. Dit doen wij voor ons bermbeheer, maaibeleid en via onze stakeholders zoals de provincie en de werkgroep streekbeheer. Bouwen Bij bouwprojecten besteden wij aandacht aan natuurwaarden, bijvoorbeeld via sedumdaken, nestplaatsen, faunavoorzieningen en natuurinclusieve ontwerpen. De gemeente adviseert hierover bij vergunningen en stimuleert toepassing onder andere via de tuinsubsidie. WAAR GAAN WE MEE DOOR • Streekbeheer Streekbeheer heeft een bewezen bijdrage geleverd aan de verbetering van het openbaar groen. Komende jaren willen wij daarom de initiatieven vanuit Streekbeheer Westerveld blijven ondersteunen door kennisoverdracht vanuit Landschapsbeheer Drenthe.
•N atuurvriendelijke inrichting en onderhoud Voor de biodiversiteit richten wij het openbaar groen zo natuurvriendelijk mogelijk in. Ditzelfde doen wij ook voor het onderhoud, de (her)inrichting en het wegwerken van achterstallig onderhoud in landschapselementen in gemeentelijk beheer, waarbij wij gebruik maken van accugereedschap. Zo renoveren wij plantvakken voor de biodiversiteit, brengen klimaatbestendige beplanting aan, planten bomen aan (bomenplan) tegen hittestress, verschralen we bermen, doen wij bermbeheer zonder chemische middelen en gebruiken duurzame maaimethodes, zoals robotmaaiers op elektriciteit. Daarnaast blijven wij projecten ondersteunen zoals bloemrijke akkers en het provinciale programma Basiskwaliteit Natuur. • Toekomst Landelijk Gebied Drenthe Wij zijn betrokken bij het TLGD voorheen Drents Programma Landelijk Gebied. Hier wordt vanuit gebiedsprogramma's gewerkt aan het verminderen van de stikstofuitstoot, versterken van de natuur, verbeteren waterkwaliteit en een toekomstperspectief voor de landbouw. Voor de landbouwsector vinden wij het belangrijk dat er perspectief wordt geboden op een rendabele, toekomstbestendige bedrijfsvoering. Wij dragen bij aan een goede communicatie met de lokale agrarische sector en faciliteren waar mogelijk in het vinden van innovatieve oplossingen voor de transitie.
WAAR GAAN WE MEE AAN DE SLAG • Soortenmanagementplan (SMP) Om de isolatie- en verduurzamingsopgave te versnellen én tegelijkertijd kwetsbare soorten zoals vleermuizen en broedvogels te beschermen, werkt de gemeente Westerveld aan een Soortenmanagementplan (SMP). Met het SMP kan een gebiedsgerichte vergunning worden verkregen, waardoor isolatie- en onderhoudswerkzaamheden efficiënt kunnen wor-
den uitgevoerd zonder dat per woning afzonderlijk ecologisch onderzoek nodig is. Daarmee wordt actief ingezet op de instandhouding en versterking van kwetsbare soorten die een belangrijke functie vervullen in onze leefomgeving. Het SMP biedt duidelijkheid aan inwoners, ondernemers, initiatiefnemers, en uitvoerende partijen en voorkomt vertraging in de verduurzamingsopgave. • Opstellen beleid voedselbossen Er is behoefte aan gemeentelijk beleid voor voedselbossen. • Regio Zwolle In de meerjarenagenda van de Regio Zwolle (2024-2028) is te zien dat één van de opgaven is om de omslag te maken naar een natuurinclusieve en klimaatadaptieve regio. En vanuit dit perspectief biedt het opbouwen en delen van kennis kansen voor Westerveld. Wij onderzoeken in welke activiteiten de gemeente hierin kan meedoen. Het gebiedsarrangement Zuidwest-Drenthe van de Regio Deal Regio Zwolle biedt mogelijkheden om projecten op te pakken. • Versterken biodiversiteit Wij gaan, waar mogelijk, het openbaar groen natuurvriendelijk inrichten voor de versterking van de biodiversiteit. Dit houdt in dat wij doorgaan met ecologisch bermbeheer en, daar waar het kan, werken met bloemenmengsels en variaties in boomsoorten en struiken.
• Wateropgaven Wij sluiten aan daar waar de opgaven uit het programma Kaderrichtlijn Water ons raken en hebben nauw overleg met stakeholders zoals het waterschap als het gaat om waterkwantiteit en waterkwaliteit. 37
6. DOORONTWIKKELING VAN HET BELEID Om te komen tot uitvoering van de zes thema’s zijn er ontwikkelvoorwaarden die hier onlosmakelijk onderdeel van zijn. Deze voorwaarden zijn: monitoring, participatie, communicatie, uitvoeringsprogramma, de rol van de gemeente en de landschappelijke inpassing. Monitoring Er is in meerdere opzichten behoefte aan monitoring. Vanuit het klimaatakkoord zijn doelen vastgesteld voor 2030 en 2050. Dit zijn landelijke doelstellingen die per thema een doorvertaling hebben gekregen in hoofdstuk 5. Wij willen deze doelen monitoren. Per thema kan de concreetheid en passendheid van het monitoren verschillen. Wij willen daarom onderzoeken welke meetindicatoren het beste passen bij de afzonderlijke thema’s om te komen tot geschikte jaarlijkse overzichten. Wij kijken vooral naar indicatoren waar we bij aan kunnen sluiten om dubbelingen te voorkomen, als ook capaciteit en kosten te besparen. Via onder andere dashboard Klimaatmonitor zijn datagegevens per thema en gemeente beschikbaar, maar ook de halfjaarlijkse cijfers vanuit RES Drenthe geven een overzicht van tussentijdse resultaten. Deze data kunnen we mogelijk aanvullen met gegevens vanuit de CO₂-prestatieladder en de gemeentelijke organisatie. Naast monitoring op de doelstellingen, willen wij ook de voortgang van het uitvoeringsprogramma monitoren.
Door dit te doen kunnen wij tijdig bijsturen als wij doelen niet lijken te halen, maar ook de successen laten zien. Het zorgt voor duidelijke en tijdige communicatie. Met deze aanpak willen wij onderzoeken hoe monitoring kan bijdragen aan het op koers houden en behalen van onze doelen.
38
Participatie De opgaven voor duurzaamheid raken ons allemaal. Om te zorgen voor voldoende draagvlak, is participatie ontzettend belangrijk. Wij betrekken inwoners, ondernemers en andere stakeholders (o.a. energiecoöperaties) op verschillende manieren bij de opgaven. Wij doen dit op basis van onze participatieverordening. Dit is de lokale vertaling vanuit de landelijke ‘wet versterking participatie op decentraal niveau’. Hierin staat hoe inwoners kunnen meepraten en meedoen, maar ook over hoe ze de gemeente kunnen betrekken bij hun plannen. Het niveau van samenwerken is gekoppeld aan de treden van de participatieladder. Deze verordening biedt de formele borging van onze samenwerkingsfilosofie en fungeert als paraplu voor het duurzaamheidsbeleid. Naast de participatieverordening willen we domeindoorbrekend werken. Wij willen onze gebiedsregisseur meer betrekken bij de duurzaamheidsopgaven via de Gebiedsagenda’s, het dorpenbeleid, de ID-tafel en het platform Stem van Westerveld. Via dit platform betrekken wij onze inwoners bij specifieke projecten of bij het maken van plannen. Hier kunnen inwoners op elk moment meedoen en een bijdrage leveren. Het biedt verschillende mogelijkheden om ideeën te verzamelen, meningen te peilen, te discussiëren en enquêtes te houden.
Voor de complexe opgaven van duurzaamheid, bijvoorbeeld het warmteprogramma, is maatwerk wenselijk als het om participatie gaat. Wij hebben onderzoek gedaan naar de wijze waarop inwoners kunnen participeren bij de warmtetransitie. Op basis hiervan is een Participatieplan Warmtetransitie opgesteld. Een belangrijk onderdeel in dit participatieplan is de Warmtetour. Met deze tour gaan we de dorpen in om naast activering van huiseigenaren om zelf maatregelen te nemen, op te halen hoe er samen stappen gezet kunnen worden in de warmtetransitie. Op deze wijze geven wij op een specifieke manier uitvoering aan participatie. Ditzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor klimaatadaptatie, als het gaat om het voeren van klimaatdialogen. Voor (drijvende) zonneparken geldt het participatiebeleid en het beleid grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water. Dit houdt in dat de initiatiefnemer samen met de lokale energiecoöperatie en de omgeving een proces doorloopt om afspraken te maken over het ontwerp, de ruimtelijke inpassing en de financiële participatie (streven is minimaal 50% lokaal eigendom). Afspraken met de omgeving worden vastgelegd in de omgevingsovereenkomst, waarin ook de afspraken over het ruimtelijk project en het eigendom staan beschreven. Deze omgevingsovereenkomst is onderdeel van het toetsingskader.
Het vormgeven van dit participatieproces ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer, de gemeente kijkt mee. Communicatie Naast participatie is communicatie ontzettend belangrijk voor het behalen van de opgaven. Onze externe communicatie zetten we op verschillende manieren in om kennis te delen en inwoners te stimuleren, te informeren en te enthousiasmeren om duurzaamheidsmaatregelen op te pakken. Dit
doen wij, naast de gebruikelijke communicatiekanalen als onze website, (nieuws)brieven, folders, etc., ook gericht en passend per thema en doelgroep. Bijvoorbeeld door het organiseren van bijeenkomsten (intern en extern), het duidelijk wijzen op subsidiemogelijkheden en het uitdragen van aansprekende voorbeelden. Hierdoor groeit de bewustwording van de noodzaak om te verduurzamen en het laat zien dat iedereen mee kan doen. Wij hebben hiervoor een communicatiemedewerker duurzaamheid aangesteld. Ook de interne communicatie rondom duurzaamheid is essentieel. Zoals aangegeven is duurzaamheid van ons allemaal en is het een integraal onderdeel binnen de eigen organisatie. Dit begint al met het gezamenlijk opstellen van het duurzaamheidsbeleid en het uitvoeringsprogramma. En krijgt een vervolg in de monitoring en jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma. Dit zorgt er ook voor dat de communicatie richting de raad up-to-date is. Uitvoeringsprogramma In het duurzaamheidsbeleid staat strategisch aangegeven welke beleidskaders, doelen en koers wij hebben om de opgaven voor 2030 te behalen. Dit vertalen wij naar een meerjaren uitvoeringsprogramma waarin staat welke inspanningen wij leveren binnen de gestelde termijn 2026 – 2030. Aan de hand van de zes thema’s werken wij projectmatigeen lijnwerkzaamheden uit. En willen hier op een programmatische wijze uitvoering aangeven.
Het is de bedoeling dat het uitvoeringsprogramma jaarlijks wordt geëvalueerd, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt wat de stand van zaken is qua uitvoering. Dit staat los van monitoring van de doelen zoals beschreven in bovenstaande alinea. Wij evalueren per jaar en kijken dan ook een jaar vooruit. Wij stellen onszelf daarbij steeds de 39
40
vraag wat gaan wij doen, is dat realistisch en haalbaar en welke rol hebben wij daarbij. Dit maakt het mogelijk om te prioriteren. Waar nodig zal het uitvoeringsprogramma worden bijgesteld, want het is een dynamisch document. Het uitvoeringsprogramma gaat ter informatie naar de raad. Rol van de gemeente De duurzaamheidsopgave is een opgave van ons allemaal. Dat maakt het meteen complex als het gaat om realisatie van de deze opgaven. Veel daarvan hebben direct invloed op onze inwoners, ondernemers en andere stakeholders. Zij moeten net als de gemeente in actie komen. De gemeente heeft hierin diverse rollen. Welke rol we wanneer hebben is afhankelijk van de opgave en de partij waarmee we samenwerken. Om onze rol te bepalen maken we per actie een afweging. Daarnaast kunnen rollen ook nog per actie veranderen. Wij maken onderscheid in verschillende typen rollen die wij als gemeente aan kunnen nemen: • I nitiator en regierol: hierbij hebben wij als gemeente een initiërende en regisserende rol. Wij kunnen hierbij de initiatiefnemer zijn voor processen en/of projecten en pilots. •F aciliterende en stimulerende rol: het initiatief ligt bij derden en de gemeente ondersteunt, motiveert en activeert waar mogelijk, passend bij haar eigen rol en verantwoordelijkheid. Dit kan met kennisdeling, een financiële bijdrage, via het netwerk, ruimte bieden, etc.
•K aderstellende en handhavende rol: het initiatief ligt bij derden en de gemeente stelt regels en randvoorwaarden vast en houdt toezicht op
de uitvoering. Dit kan door beleid, verordeningen, het omgevingsplan, vergunningen, etc. • Voorbeeldrol: het initiatief ligt bij de gemeente en hierin geven wij zelf het goede voorbeeld. Dit kan bij verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed, duurzaam inkopen en de eigen organisatie. Landschappelijke inpassing De gemeente Westerveld kent typische Drentse landschapstypen, drie natura 2000-gebieden en veel monumentale panden. Duurzaamheidsopgaven kunnen hier inbreuk op maken. Landschappelijke inpassing is dan ook een belangrijke voorwaarde om veranderingen in het landschap toe te staan. In het vastgestelde beleid grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water staat beschreven op welke plaatsen gemeente Westerveld grootschalige energieopwek op dit moment toestaat om haar RES-ambities te realiseren. Ook staan in dit beleid de regels rondom landschappelijke inpassing beschreven. Naast dit beleid biedt ook het omgevingsplan duidelijkheid als het gaat om landschappelijke inpassing. Het verduurzamen van monumenten heeft niet direct invloed op het landschap. Er is wel enig risico op verminderde kwaliteit van dorpsgezichten, bijvoorbeeld daar waar het dak en de gevel aangepast moet worden om aan warmtetransitie te voldoen.
Daarom ondersteunen wij eigenaren en bewoners van erfgoed (waaronder beschermde dorpsgezichten), met het op een verantwoorde wijze verduurzamen van monumentale panden. Deze verduurzaming moet samengaan met behoud van de cultuurhistorische ruimtelijke kwaliteiten, het Beeldkwaliteitsplan en de Welstandsnota zijn hier onderligger voor.
41
7. FINANCIËN Eigen organisatie versus gemeentebrede opgave De duurzaamheidsambities hebben 2 dimensies: enerzijds de verduurzaming van de gemeentelijke organisatie zelf en anderzijds de rol van de gemeente als regisseur en facilitator van de verduurzaming in de bredere samenleving. Het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie valt onder de bedrijfsvoering, daarin zullen ook de financiële consequenties ingebed worden. Financieringsbronnen gemeentebrede opgave De uitvoering van het duurzaamheidsbeleid wordt bekostigd vanuit een combinatie van eigen middelen en externe financiering. Hieronder worden de belangrijkste financieringsbronnen toegelicht. Bijdragen en subsidies Voor de financiering van het duurzaamheidsbeleid maakt gemeente Westerveld actief gebruik van diverse rijksregelingen. De belangrijkste en in omvang de grootste hiervan worden hieronder nader toegelicht. Daarnaast volgen we nieuwe financieringsmogelijkheden. • Capaciteit Decentrale Overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De gemeente heeft veel taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Met de tijdelijke regeling CDOKE kan de gemeente onder andere collega’s aannemen en/of externe deskundigen inhuren. Onder klimaat- en energiebeleid valt beleid dat bijdraagt aan het behalen van de doelen uit de Klimaatwet. Hieronder valt niet het beleid dat is gericht op reductie 42
van fijnstof of stikstof. Ook kan de CDOKE niet ingezet worden voor beleid gericht op klimaatadaptatie. CDOKE moet voor minimaal 90% gebruikt worden voor apparaatskosten. Maximaal 10% van de uitkering mag gebruikt worden voor overige kosten die te maken hebben met de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Jaarlijks leggen we hierover verantwoording af aan het Rijk. De CDOKEregeling heeft op dit moment een looptijd van 2023-2026, waarbij de middelen uiterlijk in het twee navolgende jaar van uitkering uitgegeven moet zijn. Er zijn in de Rijksbegroting middelen gereserveerd voor een vervolg tot en met 2030, het is aan het nieuwe kabinet om hier nadere vormgeving aan te geven. • Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SPUK LAI) Onder de paraplu van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) is er voor gemeenten SPUK LAI. Hiermee kunnen gemeenten een eigen isolatieprogramma opzetten voor inwoners met een slecht geïsoleerde koopwoning die zij zelf bewonen, om hiermee ondersteuning te bieden aan (verenigingen van) eigenaars die financiële moeite hebben hun woning te verduurzamen.
Hieraan zijn voorwaarden verbonden: 90% van het aantal geïsoleerde woningen moet voldoen aan de eisen van minimaal te isoleren oppervlakten, 80% van de slecht geïsoleerde woningen die aangepakt worden heeft een WOZ-waarde lager dan € 477.000 of de gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen in de gemeente Westerveld. Daarnaast is er voor de gemeente Westerveld ook budget aangevraagd voor doe-het-zelf maatregelen. Hiervoor gelden geen eisen aan minimale oppervlakten of isolatiewaarden.
Het budget is bedoeld voor energiebesparende maatregelen, eventueel aangevuld met energiezuinige ventilatiemaatregelen, ondersteuning van eigenaar-bewoners of gemengde verenigingen bij het verduurzamen en gemeentelijke uitvoeringskosten. De maatregelen moeten uitgevoerd worden tussen 1 januari 2023 en 31 december 2028. Jaarlijks rapporteren we aan het Rijk over de voortgang. • Specifieke Uitkering Energiearmoede Het rijk heeft via een specifieke uitkering geld beschikbaar gesteld aan gemeenten, om huishoudens die kampen met energiearmoede te ondersteunen met energiebesparende maatregelen. De middelen moeten benut zijn voor 31 december 2027. Jaarlijks leggen we verantwoording af aan het Rijk over de besteding van deze middelen. Gemeentelijke middelen Zoals in de eerdere hoofdstukken toegelicht, is duurzaamheid een integraal thema dat in alle afdelingen, programma’s en plannen ingebed wordt. Evenzo worden ook de financiële consequenties hierin integraal opgenomen. Met de integrale inbedding van het duurzaamheidsbeleid door de hele organisatie én waar mogelijk gebruikmakend van de beschikbare bijdragen en subsidies van het rijk en provincie Drenthe, proberen wij zo efficiënt mogelijk uitvoering te geven aan het duurzaamheidsbeleid.
Hoewel we ons bewust zijn van de beperkte ruimte in de huidige meerjarenbegroting, constateren we ook dat niet alle kosten gedekt kunnen worden met de hiervoor genoemde subsidies en dat het beschikbare budget van de voorgaande duurzaamheidsnota niet toereikend is.
Risico’s en voorbehouden De realisatie van de ambities uit dit duurzaamheidsbeleid is medeafhankelijk van een aantal factoren buiten de directe invloedssfeer van de gemeente: • Afhankelijkheid van rijksmiddelen Rijksbijdragen kunnen gewijzigd worden. Als rijksmiddelen wegvallen of lager uitvallen dan verwacht, kan dit leiden tot vertraging of bijstelling van de ambities. • Capaciteit en uitvoeringskracht Naast financiën zijn de beschikbaarheid van geschikte menskracht bepalend voor de voortgang. Financiële besluitvorming door de gemeenteraad Met de vaststelling van dit duurzaamheidsbeleid spreekt de gemeenteraad zijn ambities uit en stelt zij de beleidskaders vast. Het uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld door het college en geeft een gedetailleerd inzicht in de financiële uitwerking. De toewijzing van de financiële middelen vindt plaats via de reguliere begrotingscyclus. Als er in het uitvoeringsprogramma blijkt dat er voor de realisatie van specifieke activiteiten extra middelen nodig zijn, dan zal dit met een college- en raadsvoorstel voorgelegd worden.
43
WORDT VERDUURZAAMD...