Gemeente Westerveld - Duurzaamheidsbeleid
Tekst van het document
WESTERVELD VERDUURZAAMT BELEID 2026-2030
Voorwoord Als gemeente spelen wij een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame samenleving. Veel uitdagingen op het gebied van klimaat, energie, natuur en leefbaarheid zijn en worden lokaal zichtbaar en voelbaar. Daarom hebben wij in 2021 de nota Samenwerken aan Duurzaamheid opgesteld (hierna ‘nota’ genoemd). Sindsdien is er veel veranderd. Nieuwe inzichten, aanpassingen in landelijke doelstellingen en lokale ervaringen vragen om een herijking van deze nota. Daarom actualiseren wij in dit document ons duurzaamheidsbeleid. Wij hebben een verantwoordelijkheid op het gebied van energie en CO₂-reductie. Nederland heeft zich gecommitteerd aan nationale en internationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Wij geven hier vervolgens lokaal invulling aan: onder andere door het stimuleren van energiebesparing, werken aan de warmtetransitie, ruimte maken voor hernieuwbare energieopwekking en het ondersteunen van inwoners bij het verduurzamen van hun woningen en bedrijven. Daarnaast vraagt de veranderende leefomgeving om actie. Extreme weersomstandigheden, zoals hevige regenval, droogte en hitte, hebben directe gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van onze inwoners. Wij werken aan klimaatadaptatie om wijken en dorpen beter bestand te maken tegen deze veranderingen.
Duurzaamheid gaat echter verder dan klimaat alleen. Wij zetten ons ook in voor circulaire economie, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Door verstandig om te gaan met grondstoffen, afval te verminderen en onze biodiversiteit en natuur te versterken, verbeteren wij de leefbaarheid voor inwoners en houden wij de gemeente toekomstbestendig. Een ander belangrijk aspect is de sociale kant van duurzaamheid. Wij willen voorkomen dat de energietransitie of andere duurzaamheidsmaatregelen leiden tot ongelijkheid. Daarom hebben wij oog voor betaalbaarheid, toegankelijkheid en participatie. Door inwoners en ondernemers te betrekken bij de formulering en uitvoering van plannen, groeit het draagvlak en worden oplossingen beter passend bij de lokale situatie. Tot slot biedt duurzaamheid kansen. Het stimuleert innovatie, versterkt de lokale economie, creëert nieuwe banen en maakt de gemeente aantrekkelijker om in te wonen, werken en recreëren. Wij werken aan duurzaamheid niet alleen omdat het moet vanuit wettelijke opgaven, maar vooral ook omdat het bijdraagt aan een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving voor iedereen. Ik nodig u van harte uit om samen met ons verder te bouwen aan een toekomstbestendig, veerkrachtig en duurzaam Westerveld.
Wethouder A. K. (Alfred) Schoenmaker Portefeuillehouder duurzaamheid
Inhoudsopgave
1. Inleiding 4 Waarom een actualisatie 4 Wat hebben we gerealiseerd (2021 – 2025) 6
2. Samenwerken aan duurzaamheid
8
Duurzaamheid als dynamisch onderwerp Duurzaamheid als integraal onderwerp Duurzaamheid als onderdeel van de samenleving Gemeentelijke organisatie als voorbeeld
8 8 8
3. Relevante wetten en beleid Internationaal & nationaal beleid Regionaal beleid Lokaal beleid
9
10 10 11 12
4. Koers van Westerveld
14
6. Doorontwikkeling van het beleid
38
Doelen 2030 en 2050 Sustainable Development Goals Zes thematische opgaven
14 15 15
5. Duurzaamheidsopgaven per thema
16
Monitoring Participatie Communicatie Uitvoeringsprogramma Rol van de gemeente Landschappelijke inpassing
38 38 39 39 41 41
Per thema gaan we in op: • Onze ambitie • Focus tot 2030 • Waar gaan we mee door • Waar gaan we mee aan de slag Gebouwde omgeving Elektriciteit Mobiliteit Circulaire economie Klimaatadaptatie Biodiversiteit en natuur
16 20 24 26 28 32
7. Financiën
42
Eigen organisatie versus gemeentebrede opgave Financieringsbronnen gemeentebrede opgave Risico’s en voorbehouden Financiële besluitvorming door de gemeenteraad
42 42 43 43
1. INLEIDING
Het verduurzamen van onze leefomgeving is een van de belangrijkste opgaven van deze tijd. Wij doen dit vanuit ons belang voor de leefbaarheid van nu, maar ook voor de toekomstige generaties. Dit heeft een vertaling gekregen op 29 augustus 2019. Toen stelde Westerveld haar duurzaamheidsambities vast, in lijn met de toenmalige Rijksdoelstellingen uit de klimaatwet: 49% CO₂-reductie in 2030 en 95% in 2050, ten opzichte van 1990. Inmiddels heeft het Rijk deze doelen verder aangescherpt: in 2030 streven wij naar 55% reductie – met een ambitie van 60% – en in 2050 willen wij volledig klimaatneutraal zijn. Westerveld sluit zich bij deze landelijke doelstellingen aan, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord. Inmiddels is de werkelijkheid complexer geworden en zien wij dat duurzaamheid steeds meer integraal onderdeel is van al onze beleidsvelden. Nieuwe trends, inzichten en ervaringen hebben geleid tot een wijziging in de benaming van de thema’s, die zo beter aansluiten bij het Klimaatakkoord en bij de ambities die wij gezamenlijk willen realiseren. Om deze transitie vorm te geven, werken wij vanuit de volgende zes duurzaamheidsthema’s, die verderop in dit document hun uitwerking krijgen:
GEBOUWDE OMGEVING ELEKTRICITEIT MOBILITEIT CIRCULAIRE ECONOMIE KLIMAATADAPTATIE BIODIVERSITEIT EN NATUUR 4
Binnen elk van deze thema’s stellen wij beleidsplannen op, die samen onze totaalblik op duurzaamheid vormen. Dit helpt ons niet alleen het karakter van onze gemeente te behouden, maar zorgt er ook voor dat wij aansluiten bij de wettelijke nationale opgave. Wij bouwen verder aan een duurzaam Westerveld. Dat vraagt keuzes die invloed hebben op het dagelijks leven van onze inwoners. Daarom doen wij dit samen. Participatie en communicatie zijn essentieel: het vergroot de kans op draagvlak en daarmee de kans dat wij onze duurzaamheidsdoelen daadwerkelijk behalen. De nota uit 2021 gaf het college destijds het startsein voor een brede verduurzamingsbeweging. Dit geactualiseerde duurzaamheidsbeleid vormt de volgende stap in het verder toewerken naar en het behalen van onze doelstellingen. Het laat zien wat wij in de afgelopen jaren hebben bereikt en waar wij de komende jaren naartoe willen werken. Waarom een actualisatie Sinds de vaststelling van de nota in 2021 is er zowel internationaal, landelijk als regionaal veel veranderd. Niet alleen als het gaat om wet- en regelgeving, maar ook in trends en ontwikkelingen. Veranderend overheidsbeleid vraagt om bijsturing. De markt zet volop in op innovatie en beweegt mee met
de opgaven die er zijn en komen gaan. Ook de gemeente Westerveld moet anticiperen op deze veranderingen. Deze uitdagingen vragen om adequate en lokale oplossingen. Dit vraagt om een duidelijk beeld voor nu en in de toekomst. Daarom is actualisatie van het duurzaamheidsbeleid gewenst. Met deze actualisatie laten wij zien hoe wij verder willen werken aan onze doelstellingen voor 2030, waarbij wij daar waar het lukt een doorkijk bieden op het perspectief richting 2050. Wij laten per thema zien aan welke onderwerpen wij blijven werken, veelal voortbordurend op de ingezette lijn vanuit de nota. Daarnaast geven wij duidelijk aan welke opgaven wij oppakken om te komen tot het behalen van onze doelstelling(en) per thema. Hiermee laten wij zien hoe wij op lokaal niveau invulling geven aan de nationale klimaatdoelen, hoe wij onze leefomgeving klimaatadaptief en waterrobuust willen inrichten, op welke wijze wij de biodiversiteit willen bevorderen en hoe wij komen tot een circulaire economie. Het duurzaamheidsbeleid maakt de samenhang van landelijke, regionale en lokale doelen en opgaven inzichtelijk. In aansluiting hierop worden specifieke onderwerpen in verschillende documenten nader uitgewerkt en geconcretiseerd. Vanuit de nota hebben wij doelstellingen geformuleerd, maar een manier van monitoren hiervan vervolgens niet concreet uitgewerkt.
In de actualisatie van het duurzaamheidsbeleid willen wij dit vorm geven. Hier komen wij verderop in dit document op terug. In de nota stond dat de eigen kenmerken van de gemeente Westerveld benadrukt en uitgedragen mogen worden. Deze kenmerken zijn vertaald in integrale uitgangspunten gebaseerd op de participatietrajecten Westerveld Natuurlijk en BrinQ en de wens om als gemeente een voorbeeld te willen zijn op het gebied van duurzame initiatieven. De drie uitgangspunten waren: participatie, landschappelijke inpassing en de gemeentelijke bedrijfsvoering
BEGRIPPENLIJST • CO₂‑neutraal: Een situatie waarin netto geen CO₂ wordt toegevoegd aan de atmosfeer: resterende uitstoot wordt gecompenseerd of verwijderd. • Klimaatneutraal: Een situatie waarin menselijke activiteiten niet bijdragen aan de opwarming van de aarde, doordat alle broeikasgassen (niet alleen CO₂) tot netto nul worden gereduceerd of verwijderd. • Emissievrij: Geen uitstoot van broeikasgassen aan de bron, vaak toegepast bij gebouwen of voertuigen die geen uitstoot genereren tijdens gebruik. • Energieneutraal: Een gebouw of systeem dat op jaarbasis net zoveel energie opwekt als verbruikt, bijvoorbeeld via zonnepanelen of warmtepompen. • Klimaatadaptief: Aanpassen van gebouwen, gebieden of systemen aan de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte, wateroverlast of overstromingen. • Klimaatbestendig: Een staat waarin gebouwen of gebieden bestand zijn tegen klimaatrisico’s zoals hitte, droogte en wateroverlast. • Natuurinclusiviteit: Het ontwerpen, beheren of bouwen met actieve versterking van biodiversiteit, zodat natuurwaarden onderdeel zijn van de ruimtelijke omgeving.
5
als voorbeeld. Deze komen in andere vorm terug in de actualisatie. Participatie en landschappelijke inpassing zijn nu een integraal onderdeel en niet meer per thema benoemd. De gemeente als voorbeeld komt terug in specifieke acties in de opgaven per thema en als vertrekpunt voor het duurzaamheidsbeleid.
6
Wat hebben we gerealiseerd (2021 – 2025) In de afgelopen vijf jaar zijn belangrijke stappen gezet op de verschillende duurzaamheidsthema’s. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de belangrijkste resultaten per thema. Het betreft dus niet een volledige opsomming. Er zijn veel meer projecten uitgevoerd, processen doorlopen en werkzaamheden opgepakt.
Gebouwde omgeving
Elektriciteit
In 2022 is de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. Op basis hiervan zijn meerdere trajecten gestart: • Onderzoek naar een collectieve warmteinfrastructuur in Diever, Vledder en Dwingeloo. - Vledder is hierbij afgevallen als potentiële locatie. • Onderzoek naar de mogelijkheid van een burgerberaad voor de opgaven uit de TVW. Hieruit kwam naar voren dat een burgerberaad hiervoor geen passende vorm van participatie is. • Actieve deelname aan het LivingLab Erfgoed in Energietransitie. - Praktijkonderzoek naar energietransitie in erfgoed, met aandacht voor circulaire economie.
Om grootschalige opwek van duurzame elektriciteit mogelijk te maken zijn de volgende stappen gezet: • G esprekken met de samenleving over gebieden waar grootschalige opwek met zonne- en windenergie niet wenselijk is, vanwege landschappelijke en cultuurhistorische waarden. - Het Oversticht heeft deze waarden in kaart gebracht. • V aststelling van de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 in 2021. - In 2023 is het voortgangsdocument RES-regio Drenthe vastgesteld door college en raad. • Vaststelling van het beleidskader grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water in 2023. • V ergunningverlening voor twee zonneparken op water, als onderdeel van de RES-opgave, in 2024. • V aststelling van een facetbestemmingsplan en daarmee een afwegingskader voor een goede ruimtelijke ordening met beleidsregels voor: - kleinschalige zonnepanelen buiten bestaande erven. - kleinschalige windturbines (max. ashoogte van 15 meter) in het buitengebied. • Start van een pilot voor kleinschalige windturbines met een max. ashoogte van 25 meter. • O nderzoek naar kleinschalige waterkracht als energiebron in Westerveld. - Dit laat potentie zien en kan mogelijk in de toekomst een vervolg krijgen.
Mobiliteit
Circulaire economie
Op het gebied van duurzame mobiliteit zijn de volgende mijlpalen bereikt: • Vaststelling van de laadvisie in 2022. • Realisatie van drie deelfietshubs (vanuit Regio Deal Regio Zwolle): - Havelte (Holtingerveld) - Frederiksoord - Diever • Invoering van HVO100 als brandstof voor de buitendienst, in plaats van conventionele diesel. • Uitbreiding tot een (passend bij de behoefte) dekkend netwerk van laadpalen.
• Opzet van het programma ‘Circulair produceren en consumeren in Westerveld’ door lokale ondernemers. - Verbonden aan Versnellingshoeve ’t Kiemt, in samenwerking met de Gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe en de Regiodeal Regio Zwolle. - De gemeente Westerveld heeft hieraan bijgedragen en de ketensamenwerking is gestart. • Vaststelling van het grondstoffenplan in 2022. • Invoering van het DIFTAR-afvalsysteem in 2024, inclusief plaatsing van DIFTAR-containers, om de VANG-doelstellingen te behalen.
Klimaatadaptatie
Biodiversiteit en natuur
• Vaststelling van de Regionale Adaptatiestrategie en bijbehorende uitvoeringsagenda in 2021, waar actief uitvoering aan wordt gegeven, bijvoorbeeld met de projecten Dingspilhuus, Ootmaanlanden en Koningsschut. • Openstelling van een tuinsubsidie om inwoners te stimuleren maatregelen te nemen voor: biodiversiteit, flora en fauna en klimaatadaptatie.
• Gesprekspartner bij Toekomst Landelijk Gebied Drenthe. • Betrokken bij de beëindigingsregelingen LBV en LBV+ voor agrariërs. • Vaststelling van het bomenbeleidsplan. • Samenwerking met inwoners via Streekbeheer voor: - onderhoud van openbaar groen. - ecologisch bermbeheer.
7
2. SAMENWERKEN AAN DUURZAAMHEID Het duurzaamheidsbeleid geeft weer hoe wij in de gemeente Westerveld de komende jaren samen met onze inwoners, ondernemers en stakeholders verder werken aan duurzaamheid. Daarbij opgemerkt dat de komende jaren toegewerkt wordt naar een belangrijk ijkpunt, namelijk 2030. Veel doelen kennen dat jaar als een relevant meetmoment van te behalen tussendoelstellingen. Het onderwerp duurzaamheid is en blijft complex en de ontwikkelingen gaan snel. Hoewel dit belemmerend kan werken, biedt deze snelle ontwikkeling ook ruimte voor duurzaamheidsvragen en opgaven waar nu nog geen oplossing voor is. De technologische vooruitgang geeft hoop dat ogenschijnlijk onoverkomelijke problemen te zijner tijd toch opgelost gaan worden. Hiervoor is een open, flexibele houding nodig waarin ruimte is om veranderende inzichten en nieuwe initiatieven een plek te geven. Al met al is duurzaamheid een onderwerp dat in beweging is, en zodoende bewegen wij mee. Daarom is dit document dynamisch van aard en kan actualisatie noodzakelijk zijn.
8
Duurzaamheid als dynamisch onderwerp Duurzaamheid is een dynamisch proces van ontwikkeling dat verder gaat dan enkel milieubescherming en -verbetering. Het integreert sociale, ecologische en economische aspecten (People, Planet, Profit) om de aarde leefbaar te houden voor toekomstige generaties. Daarom hebben wij ervoor gekozen in deze actualisatie op hoofdlijnen de opgaven te schetsen en deze in het meerjarenuitvoeringsprogramma verder uit te werken. Hierdoor doet dit document recht aan het dynamische karakter van duurzaamheid. Het is belangrijk om hierbij op te merken dat er naast dit document nog diverse beleidsplannen zijn die onlosmakelijk verbonden zijn met de thema’s van duurzaamheid, maar separaat worden vastgesteld.
beleidsplannen die samenhangen met de zes duurzaamheidsthema’s worden vanuit verschillende vakdisciplines opgepakt. Het duurzaamheidsbeleid is gezamenlijk en integraal opgesteld. Daardoor verlopen processen soepeler bij de uitvoering. Ook helpt dit document bij het vatten van duurzaamheid in organisatiebrede werkprocessen.
Duurzaamheid als integraal onderwerp Duurzaamheid is een integraal onderwerp dat elk domein beïnvloedt. Dit document helpt de gemeentelijke organisatie zich te organiseren rond de complexiteit van het duurzaamheidsbeleid. De verschillende
Duurzaamheid als onderdeel van de samenleving Duurzaamheid is een onderwerp dat veel impact heeft op de samenleving. Om samen aan duurzaamheid te kunnen werken is het noodzakelijk om de samenleving hierover te horen en te informeren. De afgelopen jaren
Naast de domeinen binnen de gemeentelijke organisatie hebben wij ook te maken met andere (semi) overheidsorganisaties, zoals het Rijk, de provincie Drenthe en netbeheerders. Tevens hebben wij veel te maken met stakeholders die zich rondom het proces van verduurzamen bevinden. Deze partijen zijn ook betrokken om met duurzaamheid als integraal onderwerp aan de slag te gaan.
hebben wij op verschillende manieren geluisterd naar de samenleving en dit blijven we de komende jaren doen. Veel van onze inwoners, bedrijven en organisaties zijn al aan de slag met verduurzaming. Toch zijn er ook inwoners en organisaties die nog geen stappen hebben gezet omdat zij niet goed weten waar ze moeten beginnen met verduurzamen, die de financiële middelen niet hebben of de weg daar naartoe niet kennen. Wij vinden het belangrijk dat het haalbaar en betaalbaar is voor iedereen en dat iedereen mee kan doen. Daarom is er in dit duurzaamheidsbeleid aandacht voor deze groepen. Verderop in dit document is participatie verder uitgewerkt.
Gemeentelijke organisatie als voorbeeld Wij willen graag als gemeente het goede voorbeeld geven. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door zelf extra inzet te plegen, een versnelling aan te brengen, of bewust te kiezen voor duurzamere opties in onze openbare ruimte. Er zijn verschillende factoren die een rol spelen in het maken van duurzamere keuzes zoals beschikbaar budget, voldoende kennis en capaciteit. Om de komende jaren de gemeente als voorbeeld te stellen, gaan wij onze werkzaamheden zo duurzaam mogelijk en aansluitend bij de opgaven uitvoeren. Kortom, “Duurzaam, tenzij …”.
9
3. RELEVANTE WETTEN EN BELEID
Op internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau zijn doelen en ambities vastgelegd, en zijn er afspraken gemaakt over de opgaven voor een duurzame toekomst. Ieder duurzaamheidsthema is gerelateerd aan één of meerdere beleidskaders. In dit hoofdstuk staat een overzicht van de belangrijkste actuele beleidskaders. Het betreft hier niet een volledig overzicht, maar wel de essentie voor de actualisatie van het duurzaamheidsbeleid. Daarnaast draagt de gemeente Westerveld als SDG-gemeente de Sustainable Development Goals (duurzame ontwikkelingsdoelen - SDGs) actief uit. Deze doelen zijn gekoppeld aan dit beleid. Internationaal & nationaal beleid •H et Klimaatakkoord van Parijs Dit akkoord werd gesloten door 195 landen wereldwijd en heeft als doel de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius, liefst tot 1,5 graden Celsius. In het akkoord staat vastgelegd dat alle lidstaten ambitieuze nationale klimaatplannen moeten opstellen en dat bij elk nieuw plan het ambitieniveau moet stijgen. •D e Europese Klimaatwet In 2050 wil de EU volledig klimaatneutraal zijn, wat betekent dat er netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten, met als tussentijds streefdoel 55% minder broeikasgassen in 2030. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Europese Klimaatwet. In de Klimaatwet wordt ook het beleidskader rond de klimaatdoelstellingen beschreven.
Hierin zijn drie beleidsinstrumenten opgenomen: het vijfjaarlijkse Klimaatplan, de tweejaarlijkse Voortgangsrapportage en de jaarlijkse Klimaatnota. •H et Nationaal Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord (2019) hebben bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden maatregelen afgesproken waarmee deze 10
doelen behaald kunnen worden en wie de acties uitvoert. Dit is opgedeeld in 5 sectoren: gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit, industrie en landbouw en landgebruik. Een voorbeeld van hoe afspraken regionaal in de praktijk gebracht worden zijn de Regionale Energie Strategieën en transitievisies warmte. De jaarlijkse klimaatnota legt verantwoording af over het klimaatbeleid. Tot slot wordt er iedere 5 jaar een klimaatplan opgesteld, waarin staat hoe het kabinet de daaropvolgende 10 jaar toewerkt naar klimaatneutraliteit in 2050. In het klimaatplan 2025-2035 staat onder meer dat 90% minder broeikasgassen in 2040 een logische tussenstap is. •D e Sustainable Development Goals (SDG) Dit zijn 17 doelen om wereldwijde armoede te beëindigen, de planeet te beschermen en vrede en welvaart te brengen voor iedereen voor het jaar 2030. Deze ontwikkelingsdoelen zijn in 2015 vastgesteld in samenspraak met burgers en organisaties over de hele wereld en kennen een looptijd tot 2030. Nederland vertaalt deze in de Nationale SDG-rapportage inclusief jaarlijkse monitoring.
•N ederland Circulair in 2050 Dit rijksbrede programma voor de circulaire economie heeft als doel dat Nederland in 2050 volledig circulair is. In een circulaire economie worden grondstoffen efficiënt ingezet, wordt afval zoveel mogelijk voorkomen en krijgen producten een tweede leven door hergebruik, recycling en reparatie. Ook het consumptiegedrag van burgers, bedrijven en organisaties speelt hierbij een cruciale rol. In het Nationaal Programma Circulaire Economie 2025 zijn onlangs nieuwe doelen gesteld voor 2030 en 2035: 1. In 2030 wordt minimaal 80% van het Nederlandse afval gerecycled, waarvan 11% hoogwaardig. In 2035 is dat 82%, waarvan 15% hoogwaardig. 2. Het aandeel duurzame biogrondstoffen en secundaire grondstoffen bedraagt in 2030 minimaal 50% en in 2035 ongeveer 55%. 3. Het totale grondstoffengebruik in 2030 is met 6% verlaagd ten opzichte van 2016 en in 2035 met 15%. • Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Het DPRA is een gezamenlijk programma van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel is dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. • VN-akkoord Biodiversiteit Het VN-akkoord uit 2022 bevat afspraken over biodiversiteit.
Eén van de belangrijkste doelen van het VN-akkoord is dat in 2030 tenminste 30% van het land, zoetwater, kust en zee van de aarde effectief beschermd is.
1
Voorheen Drents Programma Landelijk Gebied
Regionaal beleid • Regionale Energiestrategie (RES) Drenthe In de RES Drenthe 1.0 zijn afspraken gemaakt met alle Drentse partners om in 2030 minimaal 3,45 terawattuur (TWh) hernieuwbare energie op land op te wekken via windmolens, zonneparken en grote zonnedaken. Dit draagt bij aan de landelijke doelstelling van het klimaatakkoord van 35 TWh grootschalige hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land. Voor de gemeente Westerveld is de lokale RES-opgave vastgesteld op 0,075 TWh, met als ambitie het benutten van zowel zon op land als zon op gebouwen. • Toekomstig Landelijk Gebied Drenthe1 (TLGD) Met het vervallen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) zet het Rijk niet meer in op een integrale aanpak voor de opgaven voor natuur, water en klimaat, waarbij rekening wordt gehouden met de vitaliteit, leefbaarheid, het sociaaleconomische perspectief en het perspectief voor toekomstgerichte landbouw. Provincie Drenthe wil juist deze integrale aanpak wél en komen tot realisatie van de gebiedsopgaven, hiervoor wordt het TLGD ontwikkeld. • Regionaal Mobiliteitsplan (RMP) Drenthe In het RMP 1.0 hebben de provincie Drenthe en de Drentse gemeenten een gezamenlijk plan opgesteld om duurzame mobiliteit te bevorderen en de uitstoot van CO₂ in het verkeer te verminderen.
• Fluvius Fluvius is een samenwerkingsverband in de regio Drenthe/Overijssel, die als 1 van de 45 DPRA-werkregio's werkt aan een klimaatbestendig en waterrobuust gebied vóór 2050. De organisatie, bestaand uit de 11
gemeenten Midden-Drenthe, Hoogeveen, De Wolden, Westerveld, Meppel en Steenwijkerland, waterschap Drents Overijsselse Delta en Provincies Drenthe en Overijssel, richt zich op het verminderen van wateroverlast, droogte en hittestress door gezamenlijke maatregelen en onderzoek. Hieronder valt ook de Regionale Adaptatiestrategie (RAS). Lokaal beleid • Omgevingsvisie Westerveld De omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden en onze omgevingsvisie is hieraan gekoppeld. Onze omgevingsvisie heeft de ambitie om de gemeente energieneutraal te maken en actief bij te dragen aan de Sustainable Development Goals. Hierbij wordt ingezet op schoon en circulair afvalwaterbeheer, het stimuleren van innovatieve oplossingen en het integreren van klimaatadaptatie in de inrichting van de openbare ruimte. Lokale initiatieven voor verduurzaming worden actief ondersteund. Woningbouw en bedrijvigheid worden ontwikkeld volgens de principes van energie-efficiëntie, natuurinclusiviteit en klimaatbestendigheid, met aanvullende ruimte voor hernieuwbare energie, energieopslag en het realiseren van een afvalvrije samenleving. • Transitievisie warmte In de in 2023 vastgestelde transitievisie warmte (TVW) staat beschreven hoe de gemeente Westerveld tot 2050 gaat werken aan de warmtetransitie. Het doel is om in 2050 aardgasvrij te wonen, te werken en te leven.
De transitievisie warmte wordt vervolgd in het Warmteprogramma dat in 2027 wettelijk moet worden vastgesteld door het college. •W oonvisie 2026-2030 In de vastgestelde woonvisie staat dat nieuwbouwwoningen (bijna) 12
energieneutraal en aardgasvrij gebouwd moeten worden en moeten voldoen aan de minimale energieprestatienorm BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Per 1 januari 2030 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan Zero Emission Buildings (ZEB). Een Zero Emission Building is een emissievrij gebouw. ‘Zero emission’ is de eindnorm waar in 2050 alle gebouwen aan moeten voldoen binnen de Europese Unie. Vanaf 1 januari 2028 geldt de norm voor nieuwe overheidsgebouwen. Ook worden er steeds strengere eisen gesteld aan de energiezuinigheid van bestaande woningen. • Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan In het GVVP staat dat de gemeente Westerveld zich heeft aangesloten bij de Green Deal Openbaar Toegankelijke Elektrische Laadinfrastructuur, samen met 22 andere gemeenten in Drenthe en Groningen. Daarnaast zet Westerveld zich in voor de verdere optimalisatie van het fietsnetwerk. In 2024 is de fietsnota vastgesteld. • Laadvisie In de laadvisie (2022) van de gemeente Westerveld zijn de doelstellingen met betrekking tot elektrisch laden vastgelegd. De visie geeft inzicht in de verwachte behoeften en prognoses voor laadinfrastructuur tot en met 2030. Wij zijn daarbij verplicht om onze laadvisie af te stemmen op de Nationale Agenda Laadinfrastructuur.
• Beleidskader grootschalige opwek van zonne-energie op land/water In dit kader staan de voorwaarden voor de beoordeling van het aanvragen van grootschalige zonneparken. Hierin is ook landschappelijke inrichting meegenomen.
•F acet bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare energie Dit plan geeft de kaders weer voor het toestaan van kleinschalige windturbines (max. ashoogte 15 meter) en zonnepanelen in een grondopstelling (met een kleinschalig ruimtebeslag) buiten een bestaand erf in het buitengebied van de gemeente. •H andboek Openbare Ruimte Hierin staat hoe wij bij het opnieuw inrichten van de openbare ruimte (dorpen, wijken of straten) stil staan bij de wensen van de gebruiker, maar er is ook ruimte voor het duurzamer inrichten van de openbare ruimte. • Grondstoffenplan Het grondstoffenplan 2023 – 2025 zet de context en kaders uiteen waarbinnen we willen werken aan een volgende stap op de weg naar een circulair Westerveld in 2050. •E rfgoedvisie gemeente Westerveld 2022-2030 De inzet van de gemeente is om via het living lab ‘Erfgoed en Energietransitie’ vanuit de bijzondere leerstoel CEPRO i.o. te komen tot een handleiding voor eigenaren die de energietransitie voor monumenten, en zoals verwoord in de landelijke ‘Routekaart Verduurzaming Monumenten’, mogelijk gaat maken. In de routekaart is vastgelegd dat het landelijke energieverbruik van erfgoed in 2030 met ten minste 40% gereduceerd is. Wij willen eigenaren van gebouwd erfgoed ondersteunen bij het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen door energie-efficiëntie en hernieuwbare energie te bevorderen.
Met het ‘Monumentencollectief Westerveld’ is hiermee feitelijk in 2025 een begin gemaakt. Daarnaast zijn de Koloniën van Weldadigheid al in 2010 opgenomen in het rijksprogramma 'excellente gebieden voor duurzame ontwikkeling'.
• Geactualiseerde Nota Ruimtelijke Kwaliteit en de Geactualiseerde Nota Ruimtelijke Kwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord (voorheen: Welstandnota) Deze nota's zijn het kader waarop de Gemeentelijke Advies Commissie initiatieven vanuit de gemeente Westerveld moet beoordelen op inpasbaarheid in de leefomgeving. Bij de actualisatie is de energietransitie nadrukkelijk meegenomen; o.a. voor plaatsing van zonnepanelen en buitenkasten van o.a. warmtepompen en airconditioning units. • Kadernota Vastgoed en Gronden (visie Vastgoed en Gronden) Dit is een integrale kadernota op het gebruik, beheer en de ontwikkeling van gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed en gronden. De kaders zijn ontwikkeld met als doel bij te dragen aan toekomstbestendige, duurzame en vraaggerichte accommodaties, die de leefbaarheid in de dorpen stimuleren. Doelstelling is dat deze in 2026 wordt vastgesteld. • Economische Koers 2026 – 2030 De Economische Koers wordt in 2026 vastgesteld en focust op 3 thema’s: 1. Kwaliteit van ruimte om te ondernemen. 2. Een duurzame en circulaire economie. 3. Ontwikkeling van de arbeidsmarkt. De connectie met het thema duurzaamheid en circulariteit is belangrijk en complementair.
• Visie Recreatie en Toerisme De visie geeft de kaders aan voor kwaliteitsverbetering en verduurzaming van het bestaande verblijfsaanbod en het verzilveren van kansen en inzetten op een juiste balans tussen natuur en recreatie. Bij nieuwe ontwikkelingen of uitbreidingen zijn duurzaamheid en behoud van de ruimtelijke kwaliteit cruciaal en moeten vraag en aanbod op elkaar aansluiten. 13
4. KOERS VAN WESTERVELD
Dit duurzaamheidsbeleid geeft de richting aan voor verduurzaming tot 2030. Het doel voor Westerveld is 55% reductie van CO₂-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990, dit sluit aan bij de landelijke doelstelling. Uiteindelijk moeten de opgaven zoals onder andere vastgelegd in het klimaatakkoord in 2050 worden behaald. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de landelijke doelstellingen en de uitgezette koers van Westerveld. Doelen 2030 en 2050 De doelen waar wij aan werken komen veelal voort uit het klimaatakkoord. Wij hanteren daarbij grotendeels dezelfde sectoren, waarbij wij de sector landbouw en landgebruik onder hebben gebracht bij Biodiversiteit en
14
20302
20503
GEBOUWDE OMGEVING
55% reductie van CO₂-uitstoot ten opzichte van 1990.
Een CO₂-neutrale omgeving.
ELEKTRICITEIT
75.000 MWh duurzame elektriciteit, onderverdeeld in 28.000 MWh grootschalige opwek en 47.000 MWh zon-op-gebouw.4
Een volledig klimaatneutraal, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem, waarbij de uitstoot van broeikasgassen netto nul is.
MOBILITEIT
55% reductie van CO₂-uitstoot ten opzichte van 1990.
Geen gebruik meer van fossiele brandstoffen.
CIRCULAIRE ECONOMIE
80% van het Nederlandse afval is gerecycled, waarvan 11% hoogwaardig. Het aandeel duurzame biogrondstoffen en secundaire grondstoffen bedraagt circa 50%. Het totale grondstoffengebruik is met 6% verlaagd ten opzichte van 2016.
Volledig circulair.
KLIMAATADAPTATIE
Er is vanuit het rijk geen tussendoel geformuleerd. Er zijn alleen aan te pakken klimaateffecten geformuleerd.
Een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving met als doel wateroverlast, droogte, hitte, bodemdalingen de gevolgen van overstromingen te beperken.
BIODIVERSITEIT EN NATUUR
Tenminste 30% van het land, zoetwater, kust en zee van de aarde effectief beschermd is.
Het stoppen van biodiversiteitsverlies en het herstellen van natuur, zodat ecosystemen in 2050 gezond, veerkrachtig en toekomstbestendig zijn.
Bronnen: Klimaatakkoord, Nederland Circulair 2050, DPRA, VN-akkoord. Bronnen: Klimaatakkoord, Nederland Circulair 2050, DPRA, VN-akkoord. 4 Dit is specifiek een doel van Westerveld vanuit de RES. 2 3
Natuur en wij hebben Klimaatadaptatie toegevoegd. De sectoren uit het klimaatakkoord hebben wij vertaald naar zes thema’s. In de tabel hieronder staan, m.u.v. van het doel elektriciteit in 2030, de landelijke doelen van 2030 en 2050 waar Westerveld op koerst.
Sustainable Development Goals Naast het klimaatakkoord zijn ook de Sustainable Development Goals (SDG) belangrijk voor de gemeente Westerveld. De gemeente is sinds 2020 een Global Goals gemeente. Wij zijn destijds aangesloten omdat wij willen bijdragen aan een rechtvaardige, veilige en welvarende wereld, zowel binnen als buiten de gemeentegrenzen. Net als het duurzaamheidsbeleid beslaan de SDG’s alle gemeentelijke domeinen. Op verschillende manieren werken wij aan deze 17 Goals, waaronder via de college- en raadsvoorstellen. Hierin vragen wij nadrukkelijk om na te denken bij wat we voorstellen te gaan doen en voor welke SDG’s dit meerwaarde heeft. De SDG’s zijn een helder en bruikbaar kader als leidraad voor de ontwikkeling van beleid, zo ook het duurzaamheidsbeleid. Zes thematische opgaven Op basis van onze ambitie, het beleidskader en de gestelde doelen, hebben wij de duurzaamheidsopgave uitgewerkt aan de hand van zes thema’s, voortkomend uit de sectoren van het klimaatakkoord. Deze thema’s hebben wij gekoppeld aan de Sustainable Development Goals.
GEBOUWDE OMGEVING
ELEKTRICITEIT
MOBILITEIT
CIRCULAIRE ECONOMIE
KLIMAATADAPTATIE
BIODIVERSITEIT EN NATUUR
15
5. DUURZAAMHEIDSOPGAVE PER THEMA
GEBOUWDE OMGEVING
De energietransitie is gericht op het reduceren van CO₂-uitstoot door de overstap van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen, met als doel klimaatverandering tegen te gaan en klimaatneutraal te worden. Wij werken hieraan in twee sporen namelijk één ‘gebouwde omgeving’ en twee ‘elektriciteit’. Het thema gebouwde omgeving heeft als doel om woningen, bedrijven en andere gebouwen in de komende jaren van het gas af te halen en over te laten stappen op hernieuwbare warmtebronnen. Ook maatregelen zoals isolatie en besparen van energie spelen hierbij een belangrijke rol. Het thema elektriciteit komt hierna aan bod. ONZE AMBITIE Wij werken toe naar energieneutraal wonen in 2040, waarbij onze woningen in toenemende mate verwarmd worden op basis van duurzame warmtebronnen. Onze bedrijven hebben grote stappen gezet in de verduurzaming van hun bedrijf en voldoen aan wet- en regelgeving (denk bijvoorbeeld aan de energiebesparingsplicht voor maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar). Onze eigen panden willen wij klimaatneutraal hebben in 2050, het maatschappelijk vastgoed verduurzaamt stapsgewijs en wij treffen maatregelen voor energiearmoede. Verder willen wij in de periode tot en met 2030 55% CO₂reductie in de gebouwde omgeving behalen ten opzichte van 1990. FOCUS TOT 2030 Wij willen uiteindelijk toe naar een gebouwde omgeving die in 2050 aardgasvrij is.
Dit is een complexe opgave, waarbij veel factoren een rol spelen. Tot op heden doen wij dit door uitvoering te geven aan onze Transitievisie Warmte. Wij werken daarbij doelgroep- en dorpsgericht. De TVW moet uiterlijk eind 2027 overgaan in een Warmteprogramma en deze moeten wij vervolgens iedere vijf jaar herijken. Naast verduurzaming 16
van woningen zetten wij ook in op bedrijfsgebouwen (waaronder ook vakantieverblijven) en maatschappelijk vastgoed. Veel inwoners en ondernemers hebben al het nodige gedaan of zijn druk bezig om hun woning of bedrijfspand te verduurzamen. Wij proberen hen daar op diverse manieren zo goed mogelijk bij te ondersteunen en zetten in op gewenste gedragsverandering. Wij hebben daarbij ook aandacht voor kwetsbare groepen, zoals inwoners met bijvoorbeeld energiearmoede. Naast de verduurzamingsopgave draagt het ook bij aan een comfortabele woning met lagere energielasten. WAAR GAAN WE MEE DOOR • Transitievisie Warmte Wij geven uitvoering aan onze TVW om woningen aardgasvrij te krijgen. Hiervoor werken wij samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Wij zetten in op de onderwerpen: gebouwgebonden energiebesparing, energiebesparing met non-invasieve maatregelen, energiebesparing door gedrag en opwek van warmte uit hernieuwbare bronnen.
• Energiecoaches Wij ondersteunen inwoners bij het kiezen van gebouwgebonden energiemaatregelen. Sinds 2019 werken wij samen met energiecoaches, waarbij inwoners via keukentafelgesprekken met energiecoaches advies kunnen krijgen over het verduurzamen van hun woning. De coaches geven inzicht in energiebesparing, zoals het opsporen van warmtelekken en energieverslindende apparaten. De gemeente ondersteunt deze energiecoaches en lokale initiatieven die inwoners bewust maken en inspireren tot energiebewust gedrag, onder meer via warmtescans. Daarnaast hebben wij samen met de Drentse gemeenten en provincie Drenthe het Drents Energieloket (DEL), waar inwoners onafhankelijk advies en informatie over financiering kunnen krijgen. Een energieadviseur van het DEL houdt hiervoor spreekuur op het gemeentehuis (pilot).
• Verduurzaming bij onze ondernemers Voor verduurzaming bij onze ondernemers (ook specifiek voor bedrijventerreinen en de toeristisch-recreatieve sector) sluiten wij aan bij lopende en ontwikkelde programma’s vanuit de provincie en verwijzen vragen over verduurzaming door naar Ik Ben Drents Ondernemer (IBDO) en Kennispoort Regio Zwolle. De Omgevingsdienst richt zich namens de gemeente op energiebesparende maatregelen die vanuit de vergunning of algemene regels zijn voorgeschreven bij bedrijven.
•P restatieafspraken met woningbouwcorporaties Wij maken prestatieafspraken met de woningcorporatie en de huurderorganisatie Mit en Veur Mekoar (MEVM) over de maatregelen en de snelheid waarmee zij de sociale huurwoningen in de gemeente verduurzamen. Deze prestatieafspraken lopen tot en met eind 2025. Begin 2026 worden nieuwe meerjarige prestatieafspraken gemaakt die voor 2026 tot en met 2030 zullen gaan gelden.
• Energiearmoede Wij hebben een pakket van maatregelen vanuit Specifieke Uitkering (SpUk) Energiearmoede ondergebracht in het project Westerveld Bespaart Energie. Binnen dit project helpen wij inwoners door de inzet van energiecoaches en het FixTeam Drenthe dat inwoners helpt met realisatie van kleine duurzaamheidsmaatregelen zoals tochtstrips en LED-lampen. Een deel van het SpUk Energiearmoede wordt tevens ingezet voor een isolatiesubsidie voor huiseigenaren met een laag inkomen. Ook willen wij vanuit de SpUk Energiearmoede bekijken of een witgoedregeling en / of stimuleringsregeling Waterzijdig Inregelen, waarbij cv-systemen zo energiezuinig mogelijk worden afgestemd, helpend is voor deze doelgroep.
•R egionale Structuur Warmte Binnen het RES samenwerkingsverband werken wij aan de Regionale Structuur Warmte. Vanuit werkgroepen werken wij aan de warmtetransitie, voor zover dit gaat over gemeentegrensoverschrijdende bronnen. Ook wordt samengewerkt aan een gestroomlijnd beleid voor de Drentse gemeentes t.a.v. bijvoorbeeld de plaatsing van warmtepompen of productie van groene gassen.
• Verduurzaming monumenten Westerveld is een gemeente met veel monumenten. Het verduurzamen van monumenten vraagt zorgvuldigheid en kent veelal extra eisen en wetgeving. Middels de pilot ‘Monumentencollectief Westerveld’ doen wij ervaring op met het verduurzamen van dit erfgoed. Een groep van monumenteigenaren wordt hierbij bijgestaan door een team van experts. 17
• Duurzaam Meerjaren Onderhoudsprogramma (DMJOP) In 2030 hebben de gemeentelijke gebouwen die in eigen gebruik zijn minimaal Energielabel A, dit is exclusief het commercieel vastgoed. De eigen gemeentelijke panden zijn in 2050 klimaatneutraal. De gemeente heeft alleen haar eigen gebouw en die heeft reeds energielabel A. Wij blijven werken aan de rest van de opgaven volgens het vastgestelde DMJOP. •V erduurzaming openbare ruimte Vanaf 2019 zijn wij gestart met het vervangen van alle verouderde straatlantaarns binnen de bebouwde kom door duurzamere exemplaren (LED). In onze openbare ruimte is inmiddels 75% verlicht met LED lampen. De laatste 25% willen wij de komende jaren realiseren. WAAR GAAN WE MEE AAN DE SLAG • Warmteprogramma Opstellen van een Warmteprogramma. Gemeenten moeten uiterlijk op 31 december 2027 een warmteprogramma hebben vastgesteld. Dit is een wettelijke verplichting onder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). In de reeds opgestelde TVW zijn paden beschreven. Deze paden moeten uitgewerkt worden in concrete plannen en krijgen een uitwerking in het Warmteprogramma waarbij de focus ligt op isolatie en besparing. • Westerveld Woont Duurzaam Wij starten met het project ‘Westerveld Woont Duurzaam’. Deelnemers in dit project (inwoners) kunnen zowel technisch als financieel advies krijgen met betrekking tot verduurzaming van de eigen woning.
Het project is een vervolg op de duurzaamheidsbon. 18
• Warmtetour Wij gaan naar de dorpen toe om mensen te ondersteunen bij de verduurzaming van hun woning. Wij hebben onderzoek gedaan naar de wijze waarop inwoners kunnen participeren bij de warmtetransitie. Op basis hiervan is een Participatieplan Warmtetransitie opgesteld. Een belangrijk onderdeel in dit participatieplan is de Warmtetour. • Collectieve Warmte Wij gaan met de inwoners van Diever en Dwingeloo in gesprek om te bekijken welke vervolgstappen gezet kunnen worden voor collectieve warmte. Daarbij zal specifiek ook de mogelijkheid voor het oprichten van een Energiegemeenschap worden onderzocht, waardoor inwoners meer betrokken kunnen worden bij hun energievoorziening. • Nationaal Isolatie Programma Daarnaast stimuleren wij bewoners ook om te gaan isoleren. Dit doen wij onder andere met financiële middelen die door het rijk beschikbaar zijn gesteld vanuit het Nationaal Isolatie Programma (SpUk Lokale Aanpak Isolatie (LAI)). • Verzilverlening Wij zetten in op het via SVn mogelijk maken van de verzilverlening om de financieringsmogelijkheden voor inwoners te verbeteren. Met deze lening kunnen ouderen (inwoners 10 jaar voor pensioenleeftijd) een lening krijgen voor verduurzaming en levensloopbestendig maken van hun woning. • Regeling woningverbetering In de Woonvisie 2026-2030 is een maatregel opgenomen waarin wij onderzoek doen naar het instellen van een regeling voor
woningverbeteringen. Van de overheid wordt duidelijkheid gevraagd over onderwerpen zoals schaduwprijzen (CO₂-beprijzing/carbon budget, MKI, MPG), gebruik van materialenpaspoorten en percentages van hergebruikt of biobased materiaal. Deze werken wij uit. Bouwen duurzame woningen Wij bouwen nieuwe duurzame en aardgasvrije woningen volgens onze ambities uit de Woonvisie 2026-2030 en de minimale energieprestatienorm BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Daarnaast willen wij onderzoeken of het haalbaar is om in het Omgevingsplan voor (nieuwe woningen) regels op te nemen over sfeerverwarming.
• Samenwerking met bedrijfsleven Wij werken samen met het lokale bedrijfsleven voor het verduurzamen van woningen en vragen hen te helpen bij het informeren van woningeigenaren over de adviesmogelijkheden via de gemeente. Wij verkennen nog onbenutte mogelijkheden voor aanvullende financiering via het Warmtefonds en Stimuleringsfonds Huisvesting (SVn).
• Ontwikkelen calculatiemethode Met een pilot stimuleren wij lokale bouwbedrijven en installateurs eenzelfde calculatiemethode te hanteren als gedaan wordt in de technische en financiële adviezen uit het project Westerveld Woont Duurzaam. Met deze eenduidige calculatiemethode kunnen inwoners opgestelde offertes makkelijker met elkaar vergelijken en ook makkelijker de keuze voor een bepaald bedrijf maken. • Verduurzaming maatschappelijk vastgoed Na de vaststelling van het beleidskader Vastgoed en Gronden stellen wij een uitvoeringsprogramma op. Een onderdeel hiervan is het opstellen van een Duurzaam Meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) inclusief een kwaliteitsscore. Op basis van dit plan wordt vervolgens het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het maatschappelijk vastgoed en de dorpshuizen vastgesteld. Dit nieuwe IHP wordt afgestemd op de uitvoering van het IHP Onderwijs (vastgesteld in 2025), zodat we aansluiten bij de bestaande ontwikkelingen op het gebied van verduurzaming. 19
ELEKTRICITEIT
De energietransitie is gericht op het reduceren van CO₂-uitstoot door de overstap van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen, met als doel klimaatverandering tegen te gaan en klimaatneutraal te worden. Het thema Elektriciteit richt zich hierbij op het opwekken van hernieuwbare elektriciteit en andere vormen van hernieuwbare energie en de infrastructuur die hierbij nodig is voor effectieve ontsluiting hiervan. ONZE AMBITIE Vanuit de Regionale Energie Strategie (RES) Drenthe is onze gemeentelijke doelstelling om voor 2030 75.000 MWh hernieuwbare elektriciteit te realiseren, onderverdeeld in 28.000 MWh grootschalige opwek zon-op-land/ water en 47.000 MWh zon-op-gebouw (voorheen zon-op-dak genoemd). Voor grootschalige opwek geldt dat er minimaal 50% lokaal eigenaarschap nagestreefd wordt. Daarnaast willen wij met opwek van kleinschalige hernieuwbare energie een bijdrage leveren aan een energieneutrale woonomgeving in 2040, vanuit de Drentse Energiedeal. Dit staat los van de RES-opgave. Onze ambitie is dat voor 2040 100% van de elektriciteit voor eigen gebruik (gebouwen en organisatie) lokaal wordt opgewekt. FOCUS TOT 2030 Grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit Wij geven invulling aan de RES-opgave van gemeente Westerveld met grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit.
Met grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit worden projecten bedoeld die een grotere aansluiting nodig hebben van 3x80 Ampère of meer. Tot en met 2030 focussen wij ons op twee grootschalige zon-op-water projecten, mogelijk aangevuld met een of twee OER-projecten (Opwek van Energie op Rijksgronden) en zon-op-gebouw. Voor het opwekken van zon-op-gebouw is de beschikbare oppervlakte, de zoninstraling en de dakconstructie van belang. Dit houdt in dat zon-op-gebouw oplossingen niet overal toegepast kunnen worden. 20
Er zijn twee onherroepelijke vergunningen afgegeven voor de realisatie van twee drijvende zonneparken, waarmee ruimschoots invulling gegeven wordt aan de opgave voor zon op water/land. Tevens hebben wij op dit moment al 12.000 MWh zon-op-gebouw gerealiseerd. Uit onderzoek is gebleken dat de nog te realiseren 26.000 MWh (dat zijn ongeveer 170 grote daken met 500 panelen) elektriciteit opgewekt kan worden door de realisatie van grootschalige zon-op-gebouw projecten. Daarnaast werken wij samen met de gemeenten De Wolden, Meppel, Steenwijkerland en Provincie Drenthe aan grootschalige windenergie, waarbij de rol van de gemeente Westerveld zich toespitst op het behartigen van de belangen van onze inwoners, belanghebbenden en eigen belangen. Er is geen grootschalige windenergie voorzien op grondgebied van onze gemeente. Kleinschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit Naast grootschalige opwek van hernieuwbare energie voor onze RES-opgave zijn er ook mogelijkheden voor kleinschalige opwek, welke niet meetellen voor onze RES-opgave. De bekendste vorm hiervan is het plaatsen van zonnepanelen (minder dan 15 kW) op daken van onze inwoners en bedrijven (niet zijnde grootschalig zon-op-gebouw). Deze zonnepanelen dragen wel bij aan de ambitie om de woonomgeving in 2040 energieneutraal te maken, maar worden niet toegerekend aan de RES-opgave van de gemeente Westerveld.
Een andere kleinere vorm van opwek is het plaatsen van kleine windturbines, de zogenoemde erfmolens. Deze molens zijn nu toegestaan met een ashoogte van 15 meter, maar middels een pilot staan er in onze gemeente momenteel een viertal erfmolens met een ashoogte van 25 meter. Netcongestie & infrastructuur Een belangrijk aandachtspunt bij elektrificatie is netcongestie en infrastructuur. De capaciteit van ons elektriciteitsnetwerk staat zwaar onder druk. Dit raakt naast de bestaande verduurzamingsopgave voor bestaande gebouwen ook nieuwbouwprojecten en bedrijven die willen uitbreiden of zich willen vestigen. Dit vraagt de komende jaren onze inzet. WAAR GAAN WE MEE DOOR •R egionale Energie Strategie (RES) In de RES Drenthe blijven wij werken aan onze doelstelling voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit. Dit doen wij door twee projecten voor zon-op-water te stimuleren en faciliteren en uitvoering te geven aan het project grootschalig zon-op-gebouw. Daarnaast onderzoeken wij of het realiseren van zonnecarports nog een bijdrage kan leveren aan de doelstelling van zon-op-gebouw. •A lternatieve opwekmogelijkheden In 2023 heeft de gemeenteraad besloten te willen inzetten op zonneenergie in het behalen van haar RES-opgave. Aan de uitvoering van dit besluit wordt op dit moment gewerkt.
Wij blijven monitoren of wij met dit besluit voldoende en tijdige invulling kunnen geven aan de RES-opgave. Mocht blijken dat tussentijdse bijsturing nodig is, komen wij terug naar de raad, daarom blijven wij mogelijke alternatieven in de gaten houden zonder daar direct op te schakelen. Hierbij valt te denken aan windenergie
en kleinschalige waterkracht. Zo is in 2024 onderzoek gedaan naar de potentie van kleinschalige waterkracht. De onderzoeksresultaten wijzen uit dat er tussen de 5% en 10% van de RES-doelstelling kan worden behaald met behulp van kleinschalige waterkracht. Daarnaast blijven wij in contact met buurgemeenten over hoe zij hun doelstellingen aangrenzend aan onze gemeente kunnen realiseren, waarbij de belangen van de inwoners, ondernemers en van de gemeente Westerveld voldoende geborgd worden in de afwegingen. • Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat/ netcongestie (pMIEK) In heel Nederland geldt een overbelasting van het elektriciteitsnet. Wij zetten ons in voor structurele oplossingen door mee te werken aan de uitbreiding van energie-infrastructuur. Hierbij gaat het niet alleen over elektriciteit maar ook over opslag van energie, en hernieuwbare gassen om zo de uitwisselbaarheid in het totale energiesysteem te waarborgen. Dit doen wij binnen het pMIEK. Hier bespreken wij, indien noodzakelijk, met provincie, gemeenten en netbeheerders onderling waar prioriteringen en netverzwaringen nodig zijn om de energietransitie zo soepel mogelijk te laten verlopen. In 2023 is het eerste pMIEK vastgesteld en in juni 2025 een pMIEK 2.0. In 2027 is vaststelling van een pMIEK 3.0 voorzien.
• Programma Opwek Energie Rijksgronden (OER) Dit betreft de opwek van energie op rijksgronden. In het beleidskader grootschalig opwek van zonne-energie op water en land is ruimte gegeven aan het defensieterrein en het gebied langs de A32 om te onderzoeken wat er mogelijk is qua energie-opwek op Rijksgronden. Het onderzoek voor OER A32 loopt nog en wij zijn ambtelijk onderdeel van het projectteam. OER defensieterrein heeft op het moment van schrijven (nog) geen actieve status. 21
•D rentse Energie Aanpak (DEA) Om samen met de andere Drentse gemeentes en de provincie Drenthe tot een eerlijke en haalbare opgave te komen voor wat betreft de transitie naar een duurzame energievoorziening is er zowel op ambtelijk (Ambtelijk Overleg Energie, hierna AOE) als bestuurlijk (Drents Overleg Energie, hierna DOE) niveau overleg. In de verschillende werkgroepen worden gezamenlijke thema’s voorbereid en uitgewerkt door een afvaardiging van de Drentse gemeentes. De DEA krijgt werkenderwijs verder vorm en kent op dit moment de volgende werkgroepen: gebouwde omgeving, hernieuwbare opwek & energiesysteem, ruimtegebruik, industrie & bedrijven en maatschappelijke betrokkenheid. •P ilot erfmolens tot 25 meter Op dit moment is het in Westerveld alleen mogelijk om windenergie op te wekken met erfmolens met een max. ashoogte van 15 meter. Deze erfmolens blijken onvoldoende rendabel vanwege ons (bosrijke) landschap en daarom loopt er een pilot met erfmolens met een max. ashoogte van 25 meter. Na afronding van de pilot gaan wij mogelijk het beleid voor erfmolens aanpassen. •J ohannes Post Kazerne (JPK) De JPK gaat ook verduurzamen en revitaliseren. Wij willen hierbij faciliteren en hiervoor sluiten wij ambtelijk aan vanuit verschillende afdelingen om te kijken naar eventuele koppelkansen buiten het terrein.
Binnen de fysieke grenzen van de Johannes Postkazerne bepalen Defensie en RVB de mate van en de uitwerking van de verduurzaming.
22
• Ik Ben Drents Ondernemer Via advisering ‘Ik ben Drents ondernemer’ (IBDO) en Kennispoort Regio Zwolle ondersteunen wij bedrijven bij de ontwikkeling van oplossingen om de bestaande netcapaciteit efficiënter te benutten, maar ook voor het plaatsen van zonnepanelen en isolatiemaatregelen. WAAR GAAN WE MEE AAN DE SLAG • Energieopslag Er zijn momenten op de dag dat er meer energie wordt opgewekt dan dat er gebruikt wordt. Wij willen niet dat er kostbare energie verloren gaat. Daarom stellen wij samen met de provincie en de RES-werkgroep een ruimtelijk kader op voor energieopslag.
• Visie Groene Gassen en houtige Biomassa Wij werken in RES-verband samen aan de regionale stimulering van groene gassen. Dit resulteert o.a. in handreikingen voor vergunningsverlening, financiering en andere zaken ten behoeve van veehouders en andere initiatiefnemers. Om hier goed op aan te kunnen sluiten stellen wij een visie Groene Gassen op en een visie houtige Biomassa. • Werk met werk maken bij investeringen in energienetwerk Wij onderzoeken hoe wij investeringen in het energienetwerk in wijken en dorpen slim kunnen combineren met werkzaamheden aan groen en boven- of ondergrondse infrastructuur.
• Energie-infrastructuur Wij onderzoeken hoe wij energie-infrastructuur bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als een vast onderdeel kunnen laten zijn in ruimtelijke afwegingsprocessen.
• Verduurzaming bedrijventerreinen Bij de toekomstbestendigheid van onze bestaande zes bedrijventerreinen richten wij ons op het verbeteren van kwaliteit, veiligheid en verduurzaming. Wij willen dit bereiken door het stimuleren van een betere organisatiegraad van het bedrijfsleven op deze werklocaties en vervolgens gezamenlijk te bepalen wat specifiek nodig is voor verduurzaming en hoe wij dit kunnen realiseren.
23
MOBILITEIT
Goede bereikbaarheid en een duurzame vorm van vervoer vraagt onze volle aandacht. Wij zetten in op duurzamere vormen van verplaatsen (minder gebruik van fossiele brandstoffen) zoals elektrisch autovervoer en deelmobiliteit. Landelijk veranderende regelingen hebben impact op de mate en snelheid van de transitie in mobiliteit. ONZE AMBITIE Wij volgen de landelijke ambitie zoals deze is opgenomen in het Klimaatakkoord: 55% reductie van CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Voor de toekomst zal er naar verwachting een mix van hernieuwbare brandstoffen gebruikt gaan worden voor vervoer en mobiliteit. Wij vinden het belangrijk dat mobiliteit toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen. Het bevorderen van duurzame mobiliteit is een integraal
24
onderdeel van het beleid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Onze rol is vooral voorwaardenscheppend als het gaat om de ontwikkeling van onze infrastructuur, het verduurzamen van ons eigen wagenpark en machinerie en het realiseren van een toegankelijk, betaalbaar, betrouwbaar en veilig netwerk van laadinfrastructuur. Wij lobbyen voor behoud en verbetering van het openbaar vervoer en grensoverschrijdende infrastructuur zoals fietspaden.
FOCUS TOT 2030 In het Klimaatakkoord is een plan gepresenteerd om elektrisch rijden te stimuleren en benzine/dieselauto’s uit te faseren. Dit is onder andere vastgelegd met de 1000- laadpalen concessie. Wij werken mee aan het vinden van geschikte locaties voor laadpalen. Inwoners van de gemeente Westerveld kunnen, onder voorwaarden, een laadpaal in de openbare ruimte aanvragen. Ook is het mogelijk om steeds meer fossielvrij te rijden door het gebruik van andere brandstof zoals elektriciteit, Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) in plaats van conventionele diesel, hernieuwbaar gas of waterstof. Daarbij kijken we ook nadrukkelijk naar onze bedrijfswagens, bijvoorbeeld bij vervanging. Het openbaar vervoer is belangrijk voor de bereikbaarheid van onze gemeente. Onze inzet is faciliterend door het verbeteren van de kwaliteit en beschikbaarheid van onder andere fietsenstallingen bij bushaltes, toegankelijke bushaltes en het ontwikkelen van een goed toegankelijke OV-hub in Dieverbrug. In het vastgestelde Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) is de fiets benoemd als een van de belangrijkste vervoersmiddelen, waar wij het gebruik van willen stimuleren. Door de weginrichting en een aantrekkelijk, goed onderhouden en toegankelijk fietsnetwerk willen wij het gebruik van de fiets stimuleren.
Het voorstel in het GVVP is dan ook om investeringen op het gebied van verkeer en vervoer met name ten goede te laten komen aan ‘de fiets’. WAAR GAAN WE MEE DOOR •L aadpalen plaatsen Op dit moment hebben wij een redelijk dekkend laadpalennetwerk ten opzichte van de behoefte die er is. Wij blijven duurzame mobiliteit stimuleren en streven naar een sluitend laadpalennetwerk. Om bewoners de mogelijkheid te bieden om hun elektrische auto op te kunnen laden, bekijken wij op welke plaatsen wij binnen de gemeentegrenzen laadpalen
op verzoek kunnen plaatsen. Gezien de impact van de laadpalen op het net, vraagt dit mogelijk in de toekomst extra aandacht. Daarnaast bieden wij maatwerk, in de vorm van meedenken en faciliteren over strategische locaties, voor het plaatsen van snellaadpunten bij ondernemers. Tot slot vragen wij richting de toekomst bijzondere aandacht voor de toeristischrecreatieve sector in verband de aantallen bezoekers die dit met zich meebrengt in relatie tot de laadbehoefte. • Duurzame mobiliteit Wij hebben samen met de provincie en de andere Drentse gemeenten een Regionaal Mobiliteitsplan (RMP) uitgewerkt om vanuit Drenthe een bijdrage te leveren aan de landelijke opgave op het gebied van duurzame mobiliteit. Er wordt gewerkt aan een nieuwe versie van het RMP. • Deelauto's Het gebruik van deelauto’s in de dorpskernen blijven wij stimuleren ook als alternatief voor de tweede auto. De bedrijfsauto's van de gemeentelijke organisatie worden buiten organisatie-uren ingezet als deelauto's. • Ontwikkelen van een duurzaam fietsnetwerk Het stimuleren van het gebruik van de fiets is één van de pijlers van de gemeente. Het verbeteren van de fietsveiligheid zorgt voor een stimulans bij mensen om eerder de fiets als vervoersmiddel te gebruiken.
Wij blijven werken aan het opknappen en verbreden van fietspaden, het verbeteren van de belijning en het realiseren van ontbrekende schakels in het fietsnetwerk. Het aanleggen en onderhouden van fietsroutes doen wij zoveel mogelijk met duurzame machines en circulaire materialen.
25
WAAR GAAN WE MEE AAN DE SLAG •L aadvisie actualiseren In 2026 wordt een nieuwe laadvisie opgesteld in samenwerking met de Provincie Drenthe en meerdere gemeenten. Daarbij wordt per gemeente afzonderlijk gekeken naar de daadwerkelijke laadbehoefte. •D eelvervoer Hubs Wij willen het deelvervoer (en dan vooral de fiets) stimuleren. In 2026 onderzoeken wij hoe het netwerk van (elektrische) deelfietsen uitgebreid kan worden met extra hubs. Wij zijn al gestart met een onderzoek in het dorp Havelte, maar samen met de provincie Drenthe kijken wij naar nog 5 extra hubs op verschillende plekken in Westerveld. Samen met de andere gemeenten en betrokken provincies werken wij ook aan een maatschappelijke businesscase die past bij de toekomstbestendigheid van deze voorziening in een plattelandsomgeving. Wij onderzoeken op welke wijze wij kunnen bijdragen aan het vergroten van het aanbod van deelmobiliteit. • Het (duurzaam) vervangen van de eigen vervoersmiddelen en machinerie Wij gaan aan de slag om onze eigen CO₂-uitstoot te beperken door bij vervanging waar mogelijk een duurzamer bedrijfsvoertuig aan te schaffen. Wanneer een bepaald vervoersmiddel vervangen moet worden, kijken wij of en op welke manier dit op een duurzame manier gedaan kan worden. Ditzelfde geldt voor onze machinerie. Wij stellen meer eisen voor energiezuinige machines en emissiearm materieel.
Wij kijken hierbij naar maatregelen die eenvoudig te implementeren zijn en direct milieuwinst opleveren. Door het opstellen van een plan willen wij inzichtelijk maken hoe en wanneer deze middelen vervangen moeten worden. Onze dienstauto's zijn al elektrisch. 26