Definitief westerveld nota omgevingskwaliteit 14 november 2023 HQ (002)
Tekst van het document
Prettig wonen in een groene omgeving
Duurzaam ontwikkelen
Nota Omgevingskwaliteit Gemeente Westerveld 1 JANUARI 2024
1 van 59
Nota Omgevingskwaliteit Westerveld Introductie De gemeente Westerveld is een fraaie groene gemeente met veel karakteristieke bebouwing, dit komt tot uiting in een flink aantal monumenten en beschermde dorpsgezichten. Een belangrijk kenmerk van de gemeente is dat bebouwing en groen vrijwel overal in elkaar grijpen. Een goed begrip van de landschappelijke kenmerken en bijbehorende bebouwing helpt bij het maken van goede plannen.
Kennis van het gebied voor betere plannen Elk gebied is kort geschetst in een gebiedspaspoort gevolgd door de relevante criteria. Boven elke set criteria staat een ambitieniveau. Hiermee geeft de gemeente aan in welke mate de omgevingskwaliteit per gebied een rol speelt. In de gebieden met een hogere ambitie zullen ontwerpen van situering tot detail kritisch beoordeeld worden. In basisgebieden zijn details minder belangrijk.
Omgevingskwaliteit draagt bij aan belangrijke waarden zoals cultuur, welzijn en economie. Kortom; het draagt bij aan een prettige leefomgeving. Deze nota vormt een actualisatie van het huidige welstandbeleid (2012), maar kijkt daarnaast naar meer aspecten door in te spelen op de wensen van deze tijd. De nota is compacter, toegankelijker en integraler.
Tips voor omgevingskwaliteit Een bouwproject kan complexer zijn dan vooraf gedacht. Het is raadzaam om dit goed voor te bereiden. Kijk voor tips over omgevingskwaliteit naar het stappenplan omgevingskwaliteit op pagina 6.
R. (Roel) Vedder Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling 2 van 59
Inleiding 02
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
03
Hoe werkt de nota 04
• •
Verschillende type criteria Beeldkwaliteitplannen en monumentenbeleid Stappenplan Omgevingskwaliteit
04 05
06
DEEL I Gebiedspaspoorten en criteria 07
• •
Gebiedsgerichte criteria (leeswijzer) Gebiedskaart Buitengebied
08 09
Buitengebied • Gebiedspaspoort (gebieden+kernkwaliteiten per gebied) • Criteria Buitengebied
10 11 20
Beschermde dorpsgezichten • Gebiedspaspoort (gebieden+kernkwaliteiten per gebied) • Criteria Beschermde dorpsgezichten Voorzieningenkernen • Gebiedspaspoort (gebieden+kernkwaliteiten per gebied) • Criteria Voorzieningenkernen
21 22 25
Dynamische kernen • Gebiedspaspoort (gebieden+kernkwaliteiten per gebied) • Criteria Dynamische kernen
33 34 36
26 27 31
DEEL II Thematische criteria 38
•
Thematische criteria (leeswijzer)
39
Criteria recreatieterreinen - Niveau hoog Criteria sportterreinen en woonwagens - Niveau basis Criteria bedrijventerreinen - Niveau basis Criteria Reclame Criteria Zonnepanelen in veldopstelling Criteria Zonnepanelen op het dak Criteria Windmolens (kleine) Aanbevelingen Natuurinclusief bouwen
40 41 42 43 45 46 48 50
Algemene criteria en excessenregeling
51
Sneltoetscriteria
55
3 van 59
Hoe werkt de nota: Verschillende type criteria Hoe werkt de nota Het beleid voor welstand speelt in op verschillende situaties op diverse plekken. Het is verstandig om met verschillende type criteria te werken. Soms zijn criteria voor een specifiek gebied handig en soms is het beter om criteria voor de hele gemeente toe te passen. Hier volgt een uitleg per type criteria.
Sneltoetscriteria Een groot deel van de bouwaanvragen van inwoners van Westerveld betreft veel voorkomende kleine bouwwerken, zoals dakkapellen, erfafscheidingen en aanbouwen. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien om niet strijdig te zijn met “redelijke eisen van welstand”.
Verschillende type criteria Het beleid gaat op hoofdlijnen uit van 3 type criteria: gebiedsgericht, themagericht en algemeen (bij bijzondere situaties).
Algemeen: De algemene criteria worden toegepast als de overige criteria niet volstaan of als een bouwplan daar niet aan voldoet, maar wel architectonische kwaliteit heeft. Daarnaast zijn er een aantal situaties waarvan in de welstandsnota is bepaald dat de algemene criteria van toepassing zijn om hogere eisen aan de architectuur te kunnen stellen.
Gebiedsgericht: Bouwplannen hebben impact op hun omgeving en de aansluiting op de omgeving is voor deze plannen van groot belang. Per gebiedstype gelden daarom gebiedsgerichte criteria die uitgaan van de bestaande karakteristieken en kernkwaliteiten van het betreffende (deel) gebied. Themagericht: Deze criteria gaan over een specifiek thema die voor het hele grondgebied van de gemeente gelden. Dit zijn criteria voor energiebesparende maatregelen zoals zonnepanelen in veldopstelling en kleinschalige windmolens. Daarnaast zijn er themagerichte criteria die in de hele gemeente gelden voor specifieke onderwerpen. Een aantal daarvan worden hier apart toegelicht te beginnen met de sneltoetscriteria.
Excessen: In de nota zijn criteria voor excessen opgenomen, bedoeld voor situaties waarbij sprake is van ernstige strijd met welstand. Dit kan voorkomen bij vergunningsvrije bouwwerken waar geen toetsing vooraf plaats vindt. Gebiedsgerichte criteria: Drie welstandsniveaus Alhoewel de gemeente waarde hecht aan alle bebouwing is het niet nodig overal de hoogste eisen te stellen. De kwaliteit van een plan moet op zijn minst aansluiten op de gemiddelde beeldkwaliteit van een gebied en daar geen afbreuk aan doen, maar niet overal ligt de lat even hoog. In de nota is daarom gewerkt met drie niveaus. Afhankelijk van de ruimtelijke kwaliteit van een gebied zijn de criteria meer of minder streng of is de toetsing meer of minder zwaar. Toetsing vindt
plaats op alle niveaus op de aspecten situering, context, vormgeving, schaal- en maatverhoudingen, materiaal, textuur, kleur en detaillering. In de hoge niveaus zullen de criteria op detailniveau strenger zijn terwijl op het basisniveau meer op globale aspecten zoals situering, vorm en kleur zal worden getoetst. Niveau Hoog • De beschermde dorpsgezichten • Het buitengebied • De historische kernen en invalswegen • Landelijke wonen (randen van kernen) • Recreatieterreinen Strenge criteria: kwaliteit behouden en waar mogelijk versterken en herstellen. Niveau Regulier • Woonwijken • Grootschalige functies in het groen (scholen etc.) Gemiddelde criteria: kwaliteit behouden en waar mogelijk versterken. Niveau Basis • Bedrijventerreinen • Sportterreinen • Woonwagenkampen Globale criteria: bestaande kwaliteit respecteren. 4 van 59
Hoe werkt de nota: Beeldkwaliteitplannen en monumentenbeleid Beeldkwaliteitsplannen Voor nieuwe projectlocaties, waar een bepaalde specifieke sfeer, uitstraling en ruimtelijke kwaliteit gewenst is, is het welstandbeleid (voornamelijk gericht op beheer van de bestaande situatie) niet altijd toereikend. Een aantal projectlocaties zijn nog niet volledig afgerond. Daar waar deze specifieke beeldkwaliteitsplannen, gekoppeld aan geldende bestemmingsplannen van kracht zijn, zijn de (gebiedsgerichte) criteria uit de beeldkwaliteitsplannen leidend en fungeert dit betreffende beeldkwaliteitsplan als toetsingskader voor de welstandsbeoordeling. Slechts in die gevallen waarin het betreffende beeldkwaliteitsplan onvoldoende is uitgewerkt voor een goede welstandstoetsing, te beoordelen door de gemeentelijke adviescommissie, dan geldt deze welstandsnota als aanvullend toetsingskader.
Monumentenbeleid De cultuurhistorische waardering van een gebied en het monumentenbeleid van de gemeente zijn belangrijke bronnen voor gebiedsgerichte welstandscriteria. Voor beschermde gebouwen zijn de te beschermen waarden in de zogeheten redengevende beschrijving vastgelegd. Voor gebieden zullen ze vastliggen in het bestemmingsplan voor het beschermde dorpsof stadsgezicht. Overigens blijft voor wijzigingen aan beschermde gebouwen en voor bouwen in beschermde gebieden een advies van de gemeentelijke adviescommissie verplicht.
De beeldkwaliteitsplannen voorzien hoofdzakelijk in alternatieve gebiedsgerichte criteria voor een specifieke planlocatie. Voor zover dit beeldkwaliteitsplan voor een specifiek onderdeel (zoals de thematische criteria voor o.a. duurzame ontwikkelingen, reclamecriteria, algemene criteria en de excessenregeling) niet is uitgewerkt, zijn voor deze onderdelen de criteria uit de welstandsnota wel van toepassing op bouwplannen in deze gebieden.
5 van 59
Stappenplan Omgevingskwaliteit
U gaat bouwen in Westerveld? De kernen en het landschap zijn ons lief, begin met het lezen van de nota omgevingskwaliteit en de Omgevingsvisie Westerveld en ontdek de ambities van de gemeente.
Waar wilt u bouwen? De locatie zegt veel over het belang van de plek. Kijk op de gemeentelijke website of op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), wat er nog meer voor beleid van toepassing is voor deze plek. Of vraag de informatie op bij de gemeente.
1
3 2
Vergeet u niet naar buiten te gaan? Wat is er te zien en te horen rondom uw locatie en in het huidige straat- en bebouwingsbeeld? Maak foto’s en spreek met de mensen uit uw omgeving!
4 De gemeente Westerveld is opgebouwd uit verschillende gebieden, elk met een eigen sfeer en karakter. Een nieuw plan moet daar bij passen. Onderzoek goed de kenmerken van de plek.
5 6
Schakel hulptroepen in en laat u adviseren door professionals. Een architect, stedenbouwer of landschapsontwerper kan u helpen en is bekend met het beleid en de processen van de gemeente.
7 Durf te experimenteren en verras de gemeente met een nieuw en eigentijds ontwerp passend bij de bebouwingskarakteristieken van de omgeving en het landschapstype.
Verdiep u in de plek. Historische kaarten zijn een bron van informatie en helpen u de plek beter te begrijpen. De website www.topotijdreis.nl is een goede site voor historische kaarten. Daarnaast is er de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart (onderdeel van de Omgevingsvisie).
-
8 Inspiratie nodig? In deze nota omgevingskwaliteit zitten verschillende voorbeelden en tips op het gebied van natuurinclusief en duurzaam bouwen.
Alle stappen doorlopen? Maak via de afdeling vergunningverlening een afspraak voor het spreekuur omgevingskwaliteit (welstand) om uw plan te bespreken!
6 van 59
DEEL I
GEBIEDSPASPOORTEN & CRITERIA (per gebied)
7 van 59
GEBIEDSGERICHTE CRITERIA (leeswijzer) Hoe pas ik het beleid toe? Gebiedspaspoorten In deel I van de nota staan per gebied de belangrijkste kernkwaliteiten beschreven in een gebiedspaspoort. Deze paspoorten zijn bedoeld om de verschillen in landschapstype en de bebouwing per gebied te laten zien. Het paspoort vormt het uitgangspunt waarop de criteria gebaseerd zijn. De gebiedspaspoorten laten zien dat de bebouwing in een wegdorp bijvoorbeeld wezenlijk anders is dan in een esdorp. De criteria zijn bewust ruimer geformuleerd, zodat zij in meerdere situaties toegepast kunnen worden, mits de plannen rekening houden met de kernkwaliteiten. De criteria moeten dan ook in samenhang met de gebiedspaspoorten toegepast worden. De gebiedspaspoorten zijn een stimulans om streekeigen te bouwen.
Criteria per gebied Na de gebiedspaspoorten volgen de criteria die het juridische toetsingskader vormen voor de welstandstoets. Boven elke set criteria staat het ambitieniveau, variërend van hoog, regulier tot basis. Hiermee geeft de gemeente aan in welke mate de omgevingskwaliteit per gebied een rol speelt. In de bijzondere gebieden zullen ontwerpen van situering tot detail kritisch beoordeeld worden. In basisgebieden zijn details minder belangrijk.
Tip voor omgevingskwaliteit Een bouwproject kan complexer zijn dan vooraf gedacht. Het is raadzaam om dit goed voor te bereiden. Kijk voor tips over omgevingskwaliteit naar het stappenplan omgevingskwaliteit op pagina 6.
8 van 59
Gebiedskaart Buitengebied
*
Legenda Bos veldgronden Ontginngingskolonielandschap Essenlandschap Veldontginningenlanschap Beekdalenlandschap Wegdorpenlandschap Bebouwingskernen Recreatieterreinen Beschermde gezichten (alleen buitengebied) *BD Frederiksoord-Wilhelminaoord heeft apart beleid Bedrijventerrein Sportterrein Beeldkwaliteitplan van kracht
Deze kaart is dynamisch en indicatief. Hij dient als hulpmiddel en er kunnen geen rechten aan ontleend worden aan deze kaart. Voor nieuwe ontwikkelingen kunnen er beeldkwaliteitplannen worden vastgesteld. Voor de meest actuele situatie verwijzen we u naar de digitale kaart in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) van de gemeente Westerveld
9 van 59
Gebiedspaspoort Buitengebied
10 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied
Voor uitgebreide gebiedsinformatie en beschrijvingen zie het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld september 2010 (ter inspiratie).
Wegdorpenlandschap •
Ontginningsassen met langgerekte lintdorpen
•
Smalle langgerekte verkaveling en slotenpatroon haaks op de ontginningsas
•
Voornamelijk in gebruik als bouw- en grasland
•
Statige architectuur, staande ramen met bijbehorende rijkere materialisering en detaillering
•
Bijgebouwen (schuren) zijn, ten opzichte van de hoofdvolumes, ondergeschikt vormgegeven, gepositioneerd en gematerialiseerd
11 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied
Voor uitgebreide gebiedsinformatie en beschrijvingen zie het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld september 2010 (ter inspiratie).
Essenlandschap •
De Essen vormen de open delen en vormen het reliëf in het landschap
•
Essen deels begrensd door houtwallen en bosrestanten en voornamelijk in gebruik als bouw- en grasland
•
Doorgaans geen bebouwing op de essen aanwezig (maar aan de flanken)
•
Eenvoudige volumes met grote dakvlakken, woon- en werkgedeelte is afleesbaar in de architectuur
•
Bijgebouwen (schuren) zijn ondergeschikt qua positionering, vormgeving en materialisering
•
De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit donkere kleuren
•
Erfscheiding is sober en eenvoudig
12 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied
Voor uitgebreide gebiedsinformatie en beschrijvingen zie het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld september 2010 (ter inspiratie).
Veldontginningenlandschap •
Overwegend open, plaatselijk verdicht met bosjes, houtwallen en singels in gebruik als bouw- en grasland
•
Percellering afhankelijk van ontginning en ruilverkaveling
•
Bebouwing voornamelijk langs ontginningsassen
•
Eenvoudige architectuur, staande ramen met bijbehorende materialisering en detaillering
•
Bijgebouwen zijn, ten opzichte van de hoofdvolumes, ondergeschikt vormgegeven, gepositioneerd en gematerialiseerd
13 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied
Voor uitgebreide gebiedsinformatie en beschrijvingen zie het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld september 2010 (ter inspiratie).
Bos veldgronden •
Afwisseling in open en besloten delen
•
Geen duidelijke richtingen
•
Voornamelijk natuurfunctie
•
Vennen
•
Plaatselijk bos
•
Bebouwing ondergeschikt aan het groen
•
Eenvoudige architectuur met rustige daken (zadelkappen) passend in de groene omgeving
•
Natuurlijk materiaalgebruik zoals hout en gebakken pannen
14 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied
Voor uitgebreide gebiedsinformatie en beschrijvingen zie het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld september 2010 (ter inspiratie).
Ontginningskolonielandschap •
Strakke, planmatige opzet
•
Afwisseling in open en besloten delen
•
Grote bospercelen
•
Gras- en bouwland
•
Agrarische en natuurfunctie
•
Zeer eenvoudige bebouwing
•
Zeer eenvoudig materiaalgebruik en detaillering
15 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied
Voor uitgebreide gebiedsinformatie en beschrijvingen zie het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld september 2010 (ter inspiratie).
Beekdalenlandschap •
Openheid
•
Verdichting door houtwallen evenwijdig aan en haaks op de beekdalranden
•
Voornamelijk in gebruik als grasland
•
Opstrekkende verkaveling
•
Reliëf
•
Nauwelijks bebouwing
•
Eenvoudige architectuur, met grote kappen, opgaand in het landschap
16 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied Esdorpen •
Concentratie van bebouwing met losse strooiing, reagerend op onderliggende landschapsstructuren
•
Eenvoudige volumes met grote dakvlakken (Steile schild- en wolfkappen met riet en/of pannen en lage gootlijn)
•
Doldersum
Woon- en werkgedeelte is afleesbaar in de architectuur bij (voormalige) boerderijen
Leggeloo
•
Bijgebouwen (schuren) zijn ondergeschikt qua positionering, vormgeving en materialisering. Doorgaans uitgevoerd in ge-
Oldendiever
dekte kleuren
Eemster
•
De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit donkere kleuren (baksteen), riet en zwart potdekselwerk m.u.v. de kozijnen
Wittelte
Lhee
•
Erfscheiding is sober, onopvallend uitgevoerd of in de vorm van een (groenblijvende) haag
17 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied Lintdorpen •
Kenmerkende lintvormige bebouwingsstructuren aan de (water) wegen met hogere bebouwingsdichtheid zonder de doorzichten naar het landschap te verliezen
•
Waardevolle (agrarische) bebouwing met overwegend haakse nokrichting t.o.v. de weg
Geeuwenbrug
•
Statige architectuur, staande ramen met bijbehorende rijkere materialisering en detaillering
•
Bijgebouwen (schuren) zijn, ten opzichte van de hoofdvolumes, ondergeschikt vormgegeven, gepositioneerd en gemateriali-
Lheebroek
Nijensleek
seerd
Westeinde
18 van 59
Kernkwaliteiten Buitengebied Overige dorpen (Havelterberg) •
Planmatig van opzet
•
Groen ingebed
•
Kleine rijen, tweekappers en vrijstaande bebouwing
•
Eenvoudige naoorlogse architectuur met bijbehorend materiaalgebruik en detaillering
Havelterberg
19 van 59
Criteria Buitengebied Niveau hoog
In welk landschapstype gaat u bouwen? Raadpleeg het gebiedspaspoort: zoek uw locatie op de kaart, check de legenda voor het juiste gebied en lees over de kernkwaliteiten in dit specifieke gebied. Let ook op het bijbehorende welstandniveau.
Situatie/algemeen •
De landschappelijke structuur, de positie en
•
oriëntatie van de bebouwing op het erf en in de directe omgeving zijn richtinggevend bij
•
•
Een nieuwe bouwwijze heeft consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit.
bestaande erfstructuur (waar soms de boerderij
zoals forse kappen, lage goten en staande
met de achterkant richting de weg staat).
gevelopeningen.
•
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene
De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit
criteria op blz. 49 het uitgangspunt.
van de bebouwing in de directe omgeving te
Detaillering
ondersteunen. Dit kan zowel traditioneel als
•
De detaillering is afgestemd op de
Erfafscheidingen
bebouwingskenmerken in de omgeving.
•
Groene erfscheidingen met streekeigen beplanting
De details zijn afgestemd op de lokale streekeigen
zijn het uitgangspunt. Erfafscheidingen respecteren
en (cultuurhistorische) stijlkenmerken.
het landschap door een ingetogen vormgeving en
De hoofdvorm is passend (qua maat en schaal) bij
(overwegend donkere) kleurstelling.
de bebouwing in de omgeving.
Materiaal en kleurgebruik
Er dient een eenvoudige hoofdvorm te worden
•
Er dienen oorspronkelijke materialen uit de
Utilitaire bouwwerken
toegepast.
omgeving te worden toegepast, natuurlijke
•
In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie
uitstraling (voldoende structuur, niet glimmend)
materiaalgebruik moeten reageren op de locatie
wordt deze afgestemd op het bestaande
waarbij het gebruik van baksteen, dakpannen of
ter plekke en de bijbehorende landschappelijke-
riet en potdekselwerk overheerst.
en bebouwingsstructuur en vormen een
Het kleurgebruik sluit aan op het kleurenpallet van
ondergeschikt en onopvallend element ten
bouwwerk. •
•
representatief vormgegeven. streekeigen en (cultuurhistorische) stijlkenmerken
•
•
Gevels gericht op de openbare ruimte zijn De architectuur is afgestemd op de lokale
Hoofdvorm
•
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
nieuwbouw. De bebouwing sluit aan op de
eigentijds.
•
voor- en achterhuis zichtbaar houden.
Er dient een traditionele kapvorm te worden
•
toegepast zoals een zadelkap of een schildkap.
de omgeving (overwegend donkere tinten).
Situering, vorm, detaillering, kleur en
opzichte van de omgeving. •
De situering en inpassing van utilitaire
Architectuurstijl en gevel(compositie)
Voor (losstaande) schuren, niet zijnde een achterhuis,
bouwwerken zoals NUTS voorzieningen mogen
•
De architectuur is passend in het gebied en de
zijn aanvullend de volgende materialen toegestaan:
geen afbreuk doen aan de bebouwing en de
gevel is samenhangend vormgegeven.
•
gebiedskarakteristieken.
•
Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt; bij boerderijen onderscheid tussen
Dak: Donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling.
•
Wanden in donkere kleuren: sandwichpanelen met verfijnde profilering of vergelijkbare materialen.
20 van 59
Gebiedspaspoort Beschermde gezichten
Maatschappij van Weldadigheid
Kern Dwingeloo
Dwingeloo Westeinde
Havelte: De Wal Havelte: gebied rond Hervormde Kerk Havelte: Eursinge
Kraloo
Havelte: dorp Oud
21 van 59
Kernkwaliteiten Beschermde dorpsgezichten
Beschermde dorpsgezichten (niveau hoog)
eerste bewoners waren boeren die zich in groepjes
In de gemeente Westerveld komen een zevental be-
vestigden in het overgangsgebied van hoog naar laag
schermde dorpsgezichten voor. Dit zijn:
een belangrijke bijdrage aan het dorpsbeeld rond de
8. Kraloo
brink. •
De Brink met de daarom liggende bebouwing, de kerk en de havezathe Westrup (nu notariswoning) vormen de historische kern van het brinkdorp Dwingeloo. De
•
van de Zuid Lheeder Es terug te vinden. •
Naast de (Nederlands Hervormde) kerk, oorspronkelijk uit de 13de eeuw, bezit het gebied een aantal herkenbare groepjes en op zich zelf staande karakteristieke boerderijen. Aan de Entingeheweg is de havezathe Westrup, de pastorie en een rijtje Franse huizen gebouwd. Deze bebouwing kenmerkt zich door de grote voortuinen en de boombeplanting.
Het Westeinde ligt als een reeks boerderijen ten Zuidwesten van de kern van Dwingeloo. De
Het gebied bezit een aantal kenmerkende, histori-
oorspronkelijke agrarische structuur van de esrandnederzetting in relatie met de landschappelijke ligging is relatief goed bewaard gebleven waardoor het gebied cultuurhistorische waarde
brink. Aan de zuidzijde van de Brink zijn overblijfselen
gezicht Kraloo (8) ligt grotendeels in de gemeente De Wol-
•
je een aantal brinkachtige ruimten.
De Dwingelder es grenst aan de oostzijde aan de
toepassing. Het bebouwde deel van het beschermd
1. Dwingeloo: kern Dwingeloo
langs de es gebouwd. Hiernaast heeft dit gebied-
een dobbe, een viertal, lager liggende, open terreinen.
dit bijzondere gebied is een apart welstandsbeleid van
GEBIEDSKARAKTERISTIEKEN
onregelmatig, met verschillende nokrichtingen,
sche, elementen en kenmerken zoals een brink met
maakt geen onderdeel uit van deze welstandsnota. Voor
hoofdstuk.
zetting. De voornamelijk agrarische bebouwing is
essen plaatsgevonden. De boombeplanting geeft
7. Maatschappij van Weldadigheid.
kenmerken van het gebied Bos Veldgronden in het vorige
wordt aangemerkt als een lineaire esrandneder-
De bebouwing rond de Brink is in de loop van de tijd Dwingeloo hebben langs de wegen (driften) naar de
6. Havelte: gebied rond Hervormde Kerk
den. Het kleine deel in de gemeente Westerveld heeft de
nederzetting ontstaan. Dit soort nederzetting
sterk verdicht met boerderijen. De uitbreidingen van
5. Havelte: De Wal
Het gebied van de Maatschappij van Weldadigheid (7)
uitstrekt. Het Westeinde is als een lintvormige
troon, dat overigens nog steeds herkenbaar is. •
Het Westeinde is een esdorp dat zich vanuit de kern van Dwingeloo in Zuidwestelijke richting
groepjes boerderijen vormden het eerste wegenpa-
2. Dwingeloo: Westeinde 4. Havelte: Eursinge
•
langs de Dwingelerstroom. De verbindingen tussen de
1. Dwingeloo: kern Dwingeloo 3. Havelte: dorp Oud
2. Dwingeloo: Westeinde
heeft. •
Westeinde bestaat nog steeds uit een aantal Saksische boerderijen, waarvan er vijf zijn aangemerkt als rijksmonument. Hiernaast ligt in dit gebied havezathe (landgoedcomplex) Oldengaerde. Oldengaerde is landschappelijk en cultuurhistorisch van grote betekenis en is eveneens aangemerkt als een rijksmonument. Ten noorden van de Oldengaerde is de bebouwing deels clustervormig en verspreid gebouwd. Ten zuiden 22 van 59
Kernkwaliteiten Beschermde dorpsgezichten 4. Eursinge •
is de baander (hoofdingang van het bedrijfsgedeel-
•
Langs de Drentse Hoofdvaart zijn in de 19de eeuw
•
Eursinge is van oudsher een waardevolle nederzetting.
te) in de zijgevel geplaatst. Het totaalbeeld aan het
woningen en boerderijen gebouwd. De bebouwing
Westeinde is zeer gevarieerd. De schild-, voor-, zij- en
langs de Dorpsstraat is in de eerste helft van de 20ste
achtergevels zijn door de gevarieerde kozijnvormen
eeuw gebouwd. Deze bebouwing heeft door zijn situe-
binnenesch bevindt zich aan beide zijden van
zeer verschillend. De gevels zijn uitgevoerd in steen-
ring historische waarde. Architectonisch wordt er aan
de (vrij rechte) Eursingerlaan een reeks oude
achtig materiaal, baksteen, in de kleur (donker)rood,
deze bebouwing geen specifieke kwaliteit toegekend.
boerderijen.
roodbruin. De villa’s vormen hierop een uitzondering.
•
In het Noord - Westelijke deel van dit gebiedje is op de
•
•
Langs de zuidelijke rand van de Eursinger
De bebouwing, veelal Drentse boerderijenbouw,
splitsing van de Dorpsstraat / Boskampsbrugweg een
zijn ruim ten opzichte van elkaar gesitueerd en
3. Havelte: dorp Oud
brink gelegen. Rond deze brink waren van oudsher
ondergeschikt aan de eikenbomen. Dit bebou-
•
boerderijen gelegen.
wingsbeeld is ontstaan doordat in de afgelopen
Tot slot bevindt zich aan de Noordwestzijde van de
150 jaar de tussenliggende bouwwerken zijn
derzetting wordt getypeerd door een onregelmatige
Boskampsbrug en ingesloten door de Dorpsstraat
afgebroken en hiervoor geen vervangende
bewoningorde geheel of gedeeltelijk langs een es.
en de Kosterijstraat een grasland. Dit grasland vormt
nieuwbouw is gedaan.
Het gebied Havelte dorp Oud is gelegen tussen de
nog steeds een groene scheiding tussen het oude- en
Drentse Hoofdvaart en de bebouwde kern van Havel-
nieuwe gedeelte van Havelte.
Het dorp Havelte is een esdorp dat ingedeeld kan worden bij de flankes-nederzettingen. Dit soort ne-
•
•
•
het landgoed Overcinge gelegen. Dit monument ligt op een gedeeltelijk omgracht terrein.
te. •
•
Aan de oostzijde van de buurtschap Eursinge is
De oorspronkelijke kern van Havelte wordt gevormd
4/5. Havelte: Eursinge en De Wal
door de boerderijen, die verspreid rond de splitsing
•
De buurtschappen Eursinge en De Wal zijn karakteris-
5. De Wal
Dorpsstraat / Raadhuislaan zijn gebouwd.
tieke esdorpen met een onbebouwde es en met een
•
Deze boerderijen (een zestal monumenten), de oor-
onregelmatige bewoningsorde, geheel of gedeeltelijk
Bij dit type is de bebouwing in een soort (deels
spronkelijke wegenstructuur, de slingerende paden,
langs de es. In dit gebied bevinden zich tweebe-
gesloten, deels open) krans rond een es ge-
de met bomen begroeide ruimte en de gebieden die
schermde dorpsgezichten.
bouwd. Rond de Eursinger binnenesch liggen
Het karakter van het gebied van Eursinge en De Wal
de kleine groepjes boerderijen. De situering van
veel van hun oorspronkelijke karakter en zijn cultuur-
werd bepaald door het gebruik van de es als bouw-
de bebouwing, de es, het wegenpatroon en de
historisch belangrijk.
land en weiland en de nog aanwezige wildgraven.
beplanting vormen samen een gaaf geheel met
grenzen aan dit deel van Havelte bezitten nog steeds
•
De Wal is een esdorp van het type kransesdorp.
historische kwaliteit.
23 van 59
Kernkwaliteiten Beschermde dorpsgezichten
6. Havelte: gebied rond Hervormde Kerk •
Ten oosten van de nieuwe kern van Havelte ligt dit beschermde dorpsgezicht. Dit dorpsgezicht bestaat uit een monumentale kerk en drie boerderijwoningen, waarvan er twee in de directe omgeving van de kerk staan. Dit gebied is door de eeuwen heen nauwelijks gewijzigd, waardoor het gebied cultuurhistorisch waarde heeft gekregen.
•
De kerk is in het begin van de 14e eeuw gebouwd, waarbij gebruik is gemaakt van muurresten van een Romaanse kapel die voordien op dezelfde plaats stond.
•
De toren is voltooid in 1410 en door verhoging van de muren heeft het schip van de kerk in de 15e eeuw zijn huidige vorm gekregen.
•
De drie boerderijen, waarvan er één als kosterswoning in gebruik is, zijn van het Saksische type.
•
Van het huidige wegenpatroon in dit gebied wordt verondersteld dat zij is ontstaan door verbreding van de vroegere kerkpaden die vanuit de voormalige kernen van Havelte en Uffelte over de es naar de kerk toe liepen.
24 van 59
Criteria Beschermde dorpsgezichten Niveau hoog Situatie/algemeen •
aan de wegen gebouwd. Met uitzondering van de
•
•
•
Bij (vervangende) nieuwbouw is afstemming met de gevelopbouw en het materiaal- en kleurgebruik
Bij de monumentale en karakteristieke panden
van de bebouwing in de omgeving vereist.
woningen in de esdorpen en het esdorpenland-
de dakramen en dakkapellen in aantal en omvang
schap waar een onregelmatige orde, geheel of
beperken. Uitgangspunt is voor dakkapellen maxi-
gedeeltelijk langs de es het uitgangspunt is.
maal 1 per dakvlak en voor dakramen maximaal 1
kelijke gevelopbouw en het materiaal- en kleurge-
per vertrek.
bruik worden aangesloten (geen aluminium en/of
Bestaande situering, rooilijnen en (nok)richting van de bebouwing zijn maatgevend.
•
behouden.
De bebouwing is doorgaans haaks en evenwijdig
•
•
kunststof toepassen).
Detaillering (karakteristieke) bijgebouwen passend
De voorgevel aan de straatzijde reprenstatief
bij het karakter van het beschermde dorpsgezicht
vormgeving m.u.v. een enkele woning met de voor-
en ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
Bij verbouwing of renovatie moet bij de oorspron-
•
Gevels van bijgebouwen in steen, kleur passend bij het hoofdgebouw, of hout in een donkere kleur.
gevel richting es en achtergevel richting straatzijde. •
Situering bijgebouwen moet ondergeschikt aan het hoofdgebouw plaatsvinden.
Materiaal en kleurgebruik
Tuin/erfafscheiding
•
•
Gevels van hoofdgebouwen in steenachtig mate-
Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare
riaal, baksteen, kleur (donker)rood, roodbruin of
ruimte dient gekozen te worden voor beplanting
Massa en vorm
een vergelijkbare (hoogwaardige en authentieke)
of hagen, een erfafscheiding die aansluit op de
•
uitstraling.
architectuur van de hoofdbouw, of een scheiding
Gevels of gedeelten van gevels, die nu gestu-
met een gevarieerd beeld door een afwisseling van
kadoord zijn uitgevoerd in kleur en uiterlijk niet
open en gesloten delen.
Bouwmassa’s (hoofd)gebouwen overwegend één bouwlaag met kap met een lage gootlijn. De
•
bestaande goothoogtes en de verhouding tussen hoofd- en bijgebouwen zijn maatgevend. •
wijzigen.
dingen zoals hagen, hekken en muren zijn, deze
traditioneel wit en groen, afgestemd op het lande-
als uitgangspunt nemen.
bouwing op het perceel.
lijke en historische karakter van de omgeving. Dakbedekking hoofd- en bijgebouw in (gebakken)
Gevel (compositie) en detaillering
pannen, riet of alternatieve materialen met een-
•
De karakteristieke, verticale gevelindeling behou-
vergelijkbare uitstraling, passend bij de bebou-
den.
wingskarakteristieken van de plek, doorgaans met
Een sobere, maar zorgvuldige, bij het bouwtype
voldoende profiel en overwegend in een donkere
behorende detaillering toepassen.
kleur.
•
Daar waar vanuit de historische context erfafschei-
bouwhoogte ondergeschikt zijn aan de hoofdbe-
•
•
•
•
Kozijnen, ramen en deuren e.d. in hout. Kleuren
Bijgebouwen moeten in bouwmassa, goot- en
De bestaande houtafmetingen, profilering van
•
Eigentijdse materialen bij monumentale en karak-
kozijnen, (schuifroeden) ramen, deuren, goten
teristieke panden zijn niet toegestaan. Bij de overi-
en daklijsten behouden. Bestaande elementen in
ge panden deze zeer terughoudend toepassen en
de gevels zoals gevelstenen, vlechtwerk en kleur
alleen als dit in de omgeving past.
Utilitaire bouwwerken •
Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving.
•
De situering en inpassing van utilitaire bouwwerken zoals NUTS voorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de bebouwing en de gebiedskarakteristieken.
25 van 59
Gebiedspaspoort Voorzieningenkernen
Vledder
Diever
Dwingeloo
Javelte
Havelte
26 van 59
Kernkwaliteiten Diever
Historische kern en invalswegen (niveau hoog)
Landelijk wonen (niveau hoog)
•
•
Organische bebouwingsstructuur met karakteristieke bebouwing en onregelmatige verkaveling.
•
Woningen uit diverse (historische) architectuurstijlen
Bebouwingsclusers en linten grenzend aan het buitengebied.
•
en perioden met sterke individuele expressie.
De bebouwing bestaat grotendeels uit (voormalige) boerenerven.
•
Aan de randen van de kern meer doorzichten.
•
Het groene/landelijke karakter overheerst.
•
Eenduidige hoofdvormen met herkenbare kappen
•
Bebouwing met agrarische kenmerken met een
met traditioneel materiaalgebruik en detaillering. en
duidelijke voor- (woongedeelte) en achterhuis (werkgedeelte).
Woonwijken (niveau regulier)
Grootschalige functies in het groen (niveau
•
Overwegend vrijstaande woningen of
regulier)
twee-onder-een-kapwoningen, enkele delen zijn
•
schalige bebouwing.
planmatig opgezet met rijwoningen. • • Historische kern en invalswegen
De diverse wijken zijn groen en ruim opgezet met veel
Doorgaans ruime groene terreinen met groot-
•
De bebouwing staat in het groen, de terreinin-
ruimte voor individuele expressie en vorm.
richting en alle gevelaanzichten zijn belangrijk
Het groene karakter van de (voor) tuinen en groene
voor het totaal beeld.
erfscheidingen bepalen het straatbeeld.
•
Er is meer vrijheid in architectonische expressie mogelijk.
Woonwijken Landelijk wonen Grootschalige functies in het groen Beeldkwaliteitplan 27 van 59
Kernkwaliteiten Havelte
Historische kern en invalswegen (niveau hoog)
Grootschalige functies in het groen (niveau
•
Organische bebouwingsstructuur met karakteristieke
regulier)
bebouwing en onregelmatige verkaveling.
•
•
schalige bebouwing.
Woningen uit diverse (historische) architectuurstijlen en perioden met sterke individuele expressie.
Doorgaans ruime groene terreinen met groot-
•
De bebouwing staat in het groen, de terreinin-
•
Aan de randen van de kern meer doorzichten.nt
richting en alle gevelaanzichten zijn belangrijk
•
Eenduidige hoofdvormen met herkenbare kappen
voor het totaal beeld.
met traditioneel materiaalgebruik en detaillering.
•
Er is meer vrijheid in architectonische expressie mogelijk. n
Woonwijken (niveau regulier)
•
•
Overwegend vrijstaande woningen of twee-on-
Recreatieterreinen (niveau hoog)
der-een-kapwoningen, enkele delen zijn planmatig
Zie thematische criteria pag. 40
opgezet met rijwoningen. •
De diverse wijken zijn groen en ruim opgezet met veel
•
goed groen ingepast in de omgeving.
ruimte voor individuele expressie en vorm. •
Landelijk wonen
Beschermd dorpsgezicht
De woningen kennen een sterk repetitief karakter met uitzondering van grootschalige voorzieningengebouwen.
Landelijk wonen (niveau hoog) • •
Grootschalige functies in het groen Recreatieterreinen
•
erfscheidingen bepalen het straatbeeld.
Historische kern en invalswegen Woonwijken
Het groene karakter van de (voor) tuinen en groene
De terreinen zijn groen van opzet en doorgaans
Bebouwingsclusers en linten grenzend aan het bui-
Beschermd dorpsgezicht (niveau hoog)
tengebied.
Zie specifieke kenmerken voor dit gebied pag 21 en
De bebouwing bestaat grotendeels uit (voormalige)
verder.
boerenerven.
•
•
Het groene/landelijke karakter overheerst.
•
Bebouwing met agrarische kenmerken met een dui-
BG: Havelte, Uffelterkerkweg en omgeving (omgeving Clemenskerk).
•
BG: Havelte, dorp Oud.
delijke voor- (woongedeelte) en achterhuis (werkgedeelte).
28 van 59
Kernkwaliteiten Dwingeloo
Historische kern en invalswegen (niveau hoog)
duidelijke voor- (woongedeelte) en achterhuis
•
(werkgedeelte).
Organische bebouwingsstructuur met karakteristieke bebouwing en onregelmatige verkaveling.
•
Woningen uit diverse (historische) architectuurstijlen
Grootschalige functies in het groen (niveau
en perioden met sterke individuele expressie.
regulier)
•
Aan de randen van de kern meer doorzichten. n
•
•
Eenduidige hoofdvormen met herkenbare kappen met traditioneel materiaalgebruik en detaillering.
•
schalige bebouwing. •
ten Overwegend vrijstaande woningen of
voor het totaal beeld. •
twee-onder-een-kapwoningen, enkele delen zijn •
Historische kern en invalswegen Woonwijken Landelijk wonen Grootschalige functies in het groen Bedrijventerreinen Beschermd dorpsgezicht Beeldkwaliteitplan
• •
De bebouwing staat in het groen, de terreininrichting en alle gevelaanzichten zijn belangrijk
Woonwijken (niveau regulier) •
Doorgaans ruime groene terreinen met groot-
Er is meer vrijheid in architectonische expressie mogelijk. n
planmatig opgezet met rijwoningen.
•
De meeste woningen bestaan uit een eenvoudig volu-
Bedrijventerreinen (niveau basis)
me met een zadelkap.
Zie thematische criteria pag. 42
De diverse wijken zijn groen en ruim opgezet met veel
•
Het betreft veelal combinatie van bedrijfsgebou-
ruimte voor individuele expressie en vorm.
wen met bedrijfswoningen, met de representieve
Het groene karakter van de (voor) tuinen en groene
delen gericht op de straat.
erfscheidingen bepalen het straatbeeld.
•
De bedrijfsgebouwen zijn doorgaans eenvoudig van opzet. De bebouwing is relatief groot en kent
Landelijk wonen (niveau hoog)
een functionalistische uitstraling. De terreinen
•
Bebouwingsclusers en linten grenzend aan het bui-
zijn beperkt groen van opzet en redelijk groen
tengebied.
ingepast in de omgeving.
•
De bebouwing bestaat grotendeels uit (voormalige) boerenerven.
Beschermd dorpsgezicht (niveau hoog)
•
Het groene/landelijke karakter overheerst.
Zie specifieke kenmerken voor dit gebied pag 21 en
•
Bebouwing met agrarische kenmerken met een
verder: BG Dwingeloo, Brink en omgeving.
29 van 59
Kernkwaliteiten Vledder
Historische kern en invalswegen (niveau hoog)
Landelijk wonen (niveau hoog)
•
Organische bebouwingsstructuur met karakteristieke
•
Bebouwingsclusers en linten grenzend aan het
bebouwing en onregelmatige verkaveling.
•
Berten buitengebied.
Woningen uit diverse (historische) architectuurstijlen
•
De bebouwing bestaat grotendeels uit (voormali-
•
en perioden met sterke individuele expressie.
ge) boerenerven.
•
Aan de randen van de kern meer doorzichten. n
•
Het groene/landelijke karakter overheerst.
•
Eenduidige hoofdvormen met herkenbare kappen
•
Bebouwing met agrarische kenmerken met een
met traditioneel materiaalgebruik en detaillering. n
duidelijke voor- (woongedeelte) en achterhuis (werkgedeelte).
Woonwijken (niveau regulier) •
Overwegend vrijstaande woningen of twee-onder-een-kapwoningen, enkele delen zijn planmatig opgezet met rijwoningen.
•
De meeste woningen bestaan uit een eenvoudig volume met een zadelkap.
• Historische kern en invalswegen Woonwijken
De diverse wijken zijn groen en ruim opgezet met veel ruimte voor individuele expressie en vorm.
•
Het groene karakter van de (voor) tuinen en groene erfscheidingen bepalen het straatbeeld.
Landelijk wonen
30 van 59
Criteria historische kernen en invalswegen - Niveau hoog
In welk deel van de kern gaat u bouwen? Raadpleeg het gebiedspaspoort: zoek uw locatie op de kaart, check de legenda voor het juiste gebied en lees over de kernkwaliteiten in dit specifieke gebied. Let ook op het bijbehorende welstandniveau.
Situatie/algemeen • De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing in de directe omgeving te ondersteunen. • Een gebouw of bouwwerk dient bij te dragen aan de specifieke kernkwaliteiten van het gebied. Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. Een duidelijke hoofdvorm met klassieke kap (zadel- , mansarde- , of schildkap) is het uitgangspunt. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Architectuurstijl en gevel(compositie) • Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur past bij de bebouwing in de omgeving. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. • Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt.
Detaillering / Materialisatie • De detaillering en materialisatie is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur. Uitgangspunt vormen natuurlijke materialen zoals dakpannen of riet, gevelmetselwerk of deels hout. • De oorspronkelijke fijne detaillering van de gevel, dakgoten en daklijsten wordt als uitgangspunt genomen en dient bij te dragen aan de kwaliteit. Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik) Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. •
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de
•
Daar waar vanuit de historische context erfafscheidingen zoals hagen, hekken en muren zijn, deze als uitgangspunt nemen.
Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving. • De situering en inpassing van utilitaire bouwwerken zoals NUTS voorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de bebouwing en de gebiedskarakteristieken.
gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 51 het uitgangspunt. Tuin/erfafscheiding • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningpslichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing of moeten een voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen. • Bij groenblijvende erfafscheiding dient er een permanente degelijke (Inleiding 31 van 59
Criteria kernen (overig) Niveau regulier
In welk deel van de kern gaat u bouwen? Raadpleeg het gebiedspaspoort: zoek uw locatie op de kaart, check de legenda voor het juiste gebied en lees over de kernkwaliteiten in dit specifieke gebied. Let ook op het bijbehorende welstandniveau.
Situatie/algemeen • De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing in de directe omgeving te ondersteunen. • Een gebouw of bouwwerk dient bij te dragen aan de specifieke kernkwaliteit (identiteit) van het gebied.
Detaillering / Materialisatie • De detaillering en materialisatie is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur. • De oorspronkelijke detaillering van de bestaande architectuur is het uitgangspunt. Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving.
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. Een duidelijke hoofdvorm met kap is het uitgangspunt. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Architectuurstijl en gevel(compositie) • Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur past bij de bebouwing in de omgeving. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. • Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt.
voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. •
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 51 het uitgangspunt.
Tuin/erfafscheiding • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningsplichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing of moeten een voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen. • Bij groenblijvende erfafscheiding dient er een permanente robuuste constructie aanwezig te zijn.
32 van 59
Gebiedspaspoort Dynamische kernen
Zorgvlied
Vledderveen Wilhelminaoord Wapse Frederiksoord
Dieverbrug
Wapserveen
Uffelte Darp
33 van 59
Kernkwaliteiten Dynamische kernen
Darp
Dieverbrug
Historische kern en invalswegen (niveau hoog) • •
•
Organische bebouwingsstructuur met karakteris-
duidelijke voor- (woongedeelte) en achterhuis
tieke bebouwing en onregelmatige verkaveling;
(werkgedeelte).
Woningen uit diverse (historische) architectuurstijlen en perioden met sterke individuele
Grootschalige functies in het groen (niveau
expressie.
regulier)
Aan de randen van de kern meer doorzichten. n
•
Doorgaans ruime groene terreinen met grootschalige bebouwing.
Woonwijken (niveau regulier) • Vledderveen
Wapse
• •
De bebouwing staat in het groen, de terreinin-
Overwegend vrijstaande woningen of twee-on-
richting en alle gevelaanzichten zijn belangrijk
der-een-kapwoningen, enkele delen zijn planma-
voor het totaal beeld.
tig opgezet met rijwoningen. •
•
De meeste woningen bestaan uit een eenvoudig
•
Er is meer vrijheid in architectonische expressie mogelijk. n
volume met een kap.
•
De diverse wijken zijn groen en ruim opgezet met
Bedrijventerreinen (niveau basis)
veel ruimte voor individueel expressie en vorm.
Zie thematische criteria pag. 42
Het groene karakter van de (voor) tuinen en groene erfscheidingen bepalen het straatbeeld.
•
Het betreft veelal combinatie van bedrijfsgebouwen met bedrijfswoningen , met de representie-
Historische kern en invalswegen
•
Beeldkwaliteitplan
De bedrijfsgebouwen zijn doorgaans eenvoudig van opzet. Het volume van de bebouwing is rela-
De bebouwing bestaat grotendeels uit (voormali-
tief groot en de bebouwing kent een functionalis-
ge) boerenerven.
tische uitstraling. De terreinen zijn beperkt groen
•
Het groene/landelijke karakter overheerst.
van opzet en doorgaans goed groen ingepast in
•
Bebouwing met agrarische kenmerken met een
de omgeving.
•
Grootschalige functies in het groen Bedrijventerreinen
Bebouwingsclusers en linten grenzend aan het
•
buitengebied.
Woonwijken Landelijk wonen
ve delen gericht op de straat.
Landelijk wonen (niveau hoog)
34 van 59
Kernkwaliteiten Dynamische kernen
Uffelte
Wapserveen
Zorgvlied
Historische kern en invalswegen Woonwijken Landelijk wonen Grootschalige functies in het groen Beeldkwaliteitplan
35 van 59
Criteria historische kernen en invalswegen - Niveau hoog
In welk deel van de kern gaat u bouwen? Raadpleeg het gebiedspaspoort: zoek uw locatie op de kaart, check de legenda voor het juiste gebied en lees over de kernkwaliteiten in dit specifieke gebied. Let ook op het bijbehorende welstandniveau.
Situatie/algemeen • De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing in de directe omgeving te ondersteunen. • Een gebouw of bouwwerk dient bij te dragen aan de specifieke kernkwaliteiten van het gebied. Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. Een duidelijke hoofdvorm met klassieke kap (zadel- , mansarde- , of schildkap) is het uitgangspunt. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Architectuurstijl en gevel(compositie) • Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur past bij de bebouwing in de omgeving. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. • Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt.
Detaillering / Materialisatie • De detaillering en materialisatie is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur. Uitgangspunt vormen natuurlijke materialen zoals dakpannen of riet, gevelmetselwerk of deels hout. • De oorspronkelijke fijne detaillering van de gevel, dakgoten en daklijsten wordt als uitgangspunt genomen en dient bij te dragen aan de kwaliteit. Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik) Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. •
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de
•
Daar waar vanuit de historische context erfafscheidingen zoals hagen, hekken en muren zijn, deze als uitgangspunt nemen.
Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving. • De situering en inpassing van utilitaire bouwwerken zoals NUTS voorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de bebouwing en de gebiedskarakteristieken.
gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 51 het uitgangspunt. Tuin/erfafscheiding • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningpslichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing of moeten een voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen. • Bij groenblijvende erfafscheiding dient er een permanente degelijke gebouwde constructie aanwezig te zijn (bijv. houten palen met gaas).
36 van 59
Criteria kernen (overig) Niveau regulier In welk deel van de kern gaat u bouwen? Raadpleeg het gebiedspaspoort: zoek uw locatie op de kaart, check de legenda voor het juiste gebied en lees over de kernkwaliteiten in dit specifieke gebied. Let ook op het bijbehorende welstandniveau.
Situatie/algemeen • De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing in de directe omgeving te ondersteunen. • Een gebouw of bouwwerk dient bij te dragen aan de specifieke kernkwaliteit (identiteit) van het gebied.
Detaillering / Materialisatie • De detaillering en materialisatie is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur. • De oorspronkelijke detaillering van de bestaande architectuur is het uitgangspunt. Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving.
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. Een duidelijke hoofdvorm met kap is het uitgangspunt. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Architectuurstijl en gevel(compositie) • Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur past bij de bebouwing in de omgeving. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. • Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt.
voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. •
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 51 het uitgangspunt.
Tuin/erfafscheiding • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningsplichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing of moeten een voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen. • Bij groenblijvende erfafscheiding dient er een permanente degelijke gebouwde constructie aanwezig te zijn (bijv. houten palen met gaas).
37 van 59
DEEL II
THEMATISCHE CRITERIA (in de gehele gemeente toepasbaar)
38 van 59
THEMATISCHE CRITERIA (leeswijzer) Hoe pas ik het beleid toe? Criteria per thema In deel II zijn er aanvullend op de gebiedscriteria, thematische criteria opgenomen, die voor het hele grondgebied van de gemeente gelden. Dit zijn criteria voor energiebesparende maatregelen zoals zonnepanelen in veldopstelling, kleinschalige windmolens en sneltoetsciteria. Deze zijn toegevoegd om beter in te spelen op actuele ontwikkellingen. Daarnaast zijn er algemene criteria. Deze zijn toepasbaar in uitzonderlijke situaties en de excessenregeling voor buitensporige situaties. Deze staan op pagina 51/tm 54.
Tip voor omgevingskwaliteit Een bouwproject kan complexer zijn dan vooraf gedacht. Het is raadzaam om dit goed voor te bereiden. Kijk voor tips over omgevingskwaliteit naar het stappenplan omgevingskwaliteit op pagina 6. .
39 van 59
Criteria recreatieterreinen Niveau hoog
In welk deel van de gemeente gaat u bouwen? Raadpleeg het gebiedspaspoort: zoek uw locatie op de kaart, check de legenda voor het juiste gebied en lees over de kernkwaliteiten in dit specifieke gebied. Let ook op het bijbehorende welstandniveau.
Situatie/Ligging • •
De situering van de gebouwen passend bij de
kleurgebruik passend in de landschappelijke
vormgeving, materiaalgebruik en detaillering
aanwezige bebouwing of het ontworpen plan.
omgeving. Geen kleurstellingen die sterk
in aansluiting op de gebiedskenmerken. Bij
contrasteren met het landschap.
erfscheidingen zichtbaar vanuit de openbare
Dakbedekking in materiaal en kleur passend bij
ruimte, wordt de eenheid in bestaande
geclusterd worden gebouwd.
de architectuur en de omgevingskenmerken.
zorgvuldige oplossingen gerespecteerd, zoals
De bijgebouwen bij de recreatiewoningen,
Uitgangspunt zijn niet spiegelende dakpannen,
bescheiden hekwerken en hagen.
ondergeschikt ten opzichte van de
riet, golfplaten of dakpanprofielplaten of een
recreatiewoningen positioneren.
combinatie daarvan, in een gedekte kleur.
De centrale voorzieningen en dienstwoning (en) moeten als één geheel, in samenhang,
•
•
•
Bij (vervangende) nieuwbouw en eigentijdse
Massa en vorm
invullingen, is afstemming met de gevelopbouw
•
Aan de vorm van de bouwwerken moet
en het materiaal- en kleurgebruik van de
afleesbaar zijn wat de functie is.
bebouwing in de omgeving vereist.
•
Bebouwing aansluiten bij het karakter van de
•
omgeving en het groen.
Utilitaire bouwwerken •
materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijkeen bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten
Het gebruik van goedkoop uitziende materialen en bevestiging is niet toegestaan.
Situering, vorm, detaillering, kleur en
opzichte van de omgeving. •
De situering en inpassing van utilitaire
•
Eenvoudige hoofdvorm toepassen.
•
Voorzover toegestaan, uit- en aanbouwen
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
bouwwerken zoals NUTS voorzieningen mogen
(erkers), vrijstaande bijgebouwen en dakkapellen
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties
geen afbreuk doen aan de bebouwing en de
zijn ondergeschikt aan de hoofdbouwmassa.
voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente
gebiedskarakteristieken.
stimuleren we deze initiatieven met behoud van Gevel en detaillering
kwaliteit.
•
De gevelopbouw moet eenvoudig zijn.
•
•
Eenvoudige en hoogwaardige detaillering is het
gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene
uitgangspunt.
criteria op blz. 51 het uitgangspunt.
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de
Materiaal en kleurgebruik
Erfscheidingen
•
•
Uitgangspunt is het kleur- en materiaalgebruik uit de omgeving zoals natuurlijk materiaal- en
Uitgangspunt is zorgvuldige toepassing van erfscheidingen. Dit komt tot uiting in situering,
40 van 59
Criteria sportterreinen en woonwagens Niveau basis
In welk deel van de kern gaat u bouwen? Raadpleeg het gebiedspaspoort: zoek uw locatie op de kaart, check de legenda voor het juiste gebied en lees over de kernkwaliteiten in dit specifieke gebied. Let ook op het bijbehorende welstandniveau.
Situatie/Ligging
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Aanvullende criteria Woonwagens
•
De situering van de gebouwen passend bij de
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties
•
aanwezige bebouwing of het ontworpen plan.
voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente
De centrale voorzieningen moeten als één
stimuleren we deze initiatieven met behoud van
geheel, in samenhang, geclusterd worden
kwaliteit.
gebouwd.
•
•
Massa en vorm •
omgeving en het groen. •
Uit- en aanbouwen (erkers), vrijstaande bijgebouwen (voorzover toegestaan) en
omgeving. •
Dakbedekking in materiaal en kleur passend bij de architectuur en de omgevingskenmerken.
•
Het gebruik van goedkoop uitziende materialen en bevestiging is niet toegestaan.
•
Gevelopbouw woonwagen in hout en/of
toegestaan.
Uitgangspunt is zorgvuldige toepassing van erfscheidingen. Dit komt tot uiting in situering, vormgeving, materiaalgebruik en detaillering
•
Geen kleurstellingen die sterk contrasteren met het landschap.
in aansluiting op de gebiedskenmerken. Bij erfscheidingen zichtbaar vanuit de openbare ruimte, wordt de eenheid in bestaande zorgvuldige oplossingen gerespecteerd, zoals bescheiden herkwerken en hagen.
Materiaal en kleurgebruik
kleurgebruik passend in de landschappelijke
zwevend, los van de grond.
voldoende verfijning. Geen damwandbeplating
De gevelopbouw moet eenvoudig zijn.
uit de omgeving zoals natuurlijk materiaal- en
een woonwagen. Dat wil zeggen, langwerpig en
gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene
•
Gevel
Uitgangspunt is het kleur- en materiaalgebruik
De hoofdvorm toont de mobiliteit die past bij
Erfscheidingen
hoofdbouwmassa.
•
samenhang. •
kunststof of een ander plaatmateriaal met
dakkapellen zijn ondergeschikt aan de
•
verkaveling van de standplaatsen, in onderlinge
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de criteria op blz. 51 het uitgangspunt.
Bebouwing aansluiten bij het karakter van de
De woonwagens staan, overeenkomstig de
Utilitaire bouwwerken •
Situering, vorm, kleur- en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving. 41 van 59
Criteria Bedrijventerreinen Niveau basis
In welk deel van de kern gaat u bouwen? Raadpleeg het gebiedspaspoort: zoek uw locatie op de kaart, check de legenda voor het juiste gebied en lees over de kernkwaliteiten in dit specifieke gebied. Let ook op het bijbehorende welstandniveau.
Situatie/algemeen • De woningen en/of bedrijfsgebouwen hebben de representatieve gevel aan de straatzijde. Massa en vorm • Bouwmassa’s van bedrijfswoningen kunnen eenvoudig en/of samengesteld worden ontworpen of bedrijfswoningen kunnen inpandig worden gerealiseerd. • Bouwmassa’s van de bedrijfsgebouwen overwegend eenvoudig. • Vormgeving zoveel mogelijk afstemmen op de omliggende bebouwing. • Aan - en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdbebouwing. Gevel • De gevels van de bedrijfswoningen moeten goed van compositie en evenwichtig van opbouw zijn. • De bedrijfsgebouwen mogen eenvoudig worden opgebouwd, maar hebben aan de straatzijde een duidelijke geleding (bijvoorbeeld door middel van gevelopeningen en/of materiaaltoepassingen). Verschil in functies (bijv. administratie en productie) gebruiken als elementen in het gevelontwerp. • Eenvoudig detaillering toepassen. • Volledig gesloten wanden aan de openbare ruimten worden niet toegestaan.
Materiaal en kleurgebruik • De vrijstaande of aangebouwde bedrijfswoningen bouwen met traditionele bouwmaterialen. • De bedrijfswoningen uitvoeren in gedekte kleuren. • Voor de bedrijfsgebouwen zijn traditionele bouwmaterialen en moderne, industriële bouwmaterialen, zoals sandwichpanelen of damwandprofielplaten toegestaan. • De bedrijfsgebouwen in gedekte kleuren uitvoeren in één hoofdkleur. Toepassen van specifieke bedrijfskleuren beperken tot accenten in een groter geheel. • Felle contrasterende kleuren zijn niet toegestaan. • Donkere/gedekte kleurstelling aan de randen naar het buitengebied. Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
vormgeving, materiaalgebruik en detaillering in aansluiting op de gebiedskenmerken. Bij erfscheidingen zichtbaar vanuit de openbare ruimte, wordt de eenheid in bestaande zorgvuldige oplossingen gerespecteerd, zoals bescheiden hekwerken en hagen. Utilitaire bouwwerken •
Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijkeen bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving.
Zie voor de reclamecriteria de volgende pagina.
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. •
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 51 het uitgangspunt.
Erfscheidingen •
Uitgangspunt is zorgvuldige toepassing van erfscheidingen. Dit komt tot uiting in situering,
42 van 59
Criteria Reclame Algemeen • Een reclame dient geen afbreuk te doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. • Een reclame moet passen bij de architectuur en functie van het betreffende pand. • Er dienen losse letters toegepast te worden of een kleinschalige plaat als achtergrond, beiden goed geïntegreerd in de bestaande architectuur. • De hoeveelheid, vormgeving, materiaaltoepassing, kleurstelling, typografie en bevestiging moeten passen bij de (cultuurhistorische-) bebouwingskarakteristieken van de omgeving en van het pand waarop de reclame wordt bevestigd.