CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij de regels - Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Politieke avond Westerveld 24 juni 2025, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM omgevingsplan Dorpsstraat 3 Zorgvlied (spreekrecht)13.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

t ce p

t ce p co n

co n Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld 15 januari 2010

GASFABRIEK MEPPEL

GEMEENTE WESTERVELD

BUREAU B+O ARCHITECTEN B.V.

Vergroot de liefde! B+O geeft liefde en passie in ruil voor schoonheid en blijvende herinneringen!

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld 15 januari 2010

blz. 5 | Inhoudsopgave

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Inhoudsopgave 00

Voorwoord

01

Inleiding

02

Criteria

03

Beoordeling

04

Hoe werkt het beeldkwaliteitsplan

04

Algemeen over boerenerven

05

Algemeen streek eigen groen

06

Algemene typologieën bebouwing en landschap

06

6 landschapstypen in de gemeente Westerveld

07

Essen landschap

08

Wegdorpen landschap

09

Ontginningskolonie landschap

10

Heideontginnings landchap

11

Veldgronden landschap

12

Beekdalen landschap

13

Uitwerking bestemmingsplan

14

Colofon

15

Beeldverantwoording

blz. 7 | Voorwoord

ESDORP

WEGDORPEN

ONTGINNINGSKOLONIE

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Dit beeldkwaliteitplan is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de gemeente Westerveld, Bureau B+O Architecten B.V. uit Meppel en Buro Greet Bierema uit Nijeholtpade. Een serie workshops is voedingsbodem geweest om dit beeldkwaliteitplan te schrijven vanuit de beoogde en gewenste ruimtelijke kwaliteit die de gemeente Westerveld bezit én kan ontwikkelen in de komende jaren. Dit document bevat de spelregels waaraan de nieuwe of vernieuwde bebouwing van particulieren en ondernemers zal moeten voldoen. Het BKP dient in de eerste plaats als toetsingskader, maar tevens als inspiratiebron. Middels een aantal voorbeelden zullen de lezers van dit document geïnspireerd raken om, binnen de aangegeven kaders en met inachtneming van de aanbevelingen, creatief om te gaan met bebouwing, erven en omgeving. Dit beeldkwaliteitplan is geen keurslijf, maar een hulpmiddel om met elkaar te streven naar een gemeenschappelijk doel te verwezenlijken, namelijk het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Westerveld. Het is altijd mogelijk om af te wijken van de beschreven kenmerken, mits goed onderbouwd en passend in de omgeving. Passend kan in sommige gevallen ook juist niet-passend zijn.

VELDONTGINNING

Gemeente Westerveld Wethouder De heer E. van Schelven

VELDGRONDEN

BEEKDAL

VOORWOORD

Beeldkwaliteitsbeleid Gemeente Westerveld

blz. 2 | Colofon

blz. 9 | Inleiding

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Inleiding Het buitengebied van de gemeente Westerveld kent een grote verscheidenheid aan landschappen. Deze verscheidenheid is in het verleden ontstaan door verschillen in bodem, waterhuishouding etc., maar vooral door het gebruik van het land door de bewoners. Elk landschap heeft zijn eigen ontstaansgeschiedenis en daardoor zijn eigen identiteit en samenhang. Het onderscheid tussen de diverse landschappen is sterk afgenomen door menselijke activiteiten, vooral na de tweede wereldoorlog. Hierbij valt te denken aan het kappen van bomen en een meer algemene wijze van bouwen. De gemeente streeft naar het versterken van het onderscheid tussen de diverse landschappen door middel van de kadernota buitengebied, het bestemmingsplan buitengebied, het beeldkwaliteitsplan en de welstandsnota. Ze wil werken aan een aantrekkelijker en herkenbaarder landschap. Het gaat niet alleen om behoud en versterken van wat er nog rest van vroeger, maar juist ook om het inpassen van nieuwe ontwikkelingen. In de kadernota, het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan wordt daarom met nadruk gewezen op een goede landschappelijke inpassing. In de welstandsnota ontbreken wettelijke toetsingscriteria om te zorgen dat er rekening wordt gehouden met de landschappelijke morfologische beeldkwaliteit. Daarom ligt voor u dit beeldkwaliteitplan voor het buitengebied van de gemeente Westerveld.

Dit plan is bedoeld als inspiratiebron voor initiatiefnemers die een bouwaanvraag of een aanlegvergunning willen indienen. Het is tevens het toestingskader voor de gemeenteambtenaren. Dit beeldkwaliteitsplan gaat over zowel de kenmerken en essenties van de 6 verschillende landschapstypen als de verschillen in bebouwingstypologieen binnen de gemeente Westerveld.

INLEIDING

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 10 | Inleiding

blz. 11 | Criteria

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Gebiedsindeling

Criteria

De gebiedsindeling in dit beeldkwaliteitplan volgt inhoudelijk die uit de kadernota buitengebied 2006 Westerveld. De volgorde van de beschreven gebieden is in dit rapport geënt op de diverse landschappen. In het beeldkwaleitsplan is de volgorde iets anders. Hierin wordt uitgegaan van de gemiddelde ouderdom van de landschappen. Zo wordt er begonnen bij het essenlandschap en geëindigd bij het beekdallandschap. Het wegdorpenlandschap volgt op het essen landschap. De drie overige landschappen hebben een relatie met de ontwikkelingen in het heideontginningslandschap. Ieder type landschap heeft in dit beeldkwaliteitsplan een eigen kleur meegekregen, zodat in dit rapport sneller de verschillen duidelijk worden. Bij ieder type landschap is om die reden de morfologie, de typologie en matrix van bebouwing, inspiratiebeelden bebouwing, een matrix van beplanting en de inspiratiebeelden van beplanting toegevoegd. Zo worden de verschillen nog een keer zichtbaar gemaakt.

De criteria voor het indienen van een bouwaanvraag zijn kort en bondig te omschrijven:

INLEIDING

• Aanleveren van de gewenste stukken op basis het besluit indiensvereisten aanvraag bouwvergunning. • Tevens vindt de beoordeling door de gemeente plaats op basis van kader nota 2006, bestemmingsplan 2008, welstandsnota 2008 en het beeldkwaliteitsplan buitengebied gemeente Westerveld 2009.

CRITERIA

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 12 | Beoordeling

Beoordeling • De beoordeling van elk ingediend plan vindt plaats door middel van controle van de ingediende stukken door de gemeente. • Toetsing op basis van in welk landschapstype ligt het voorgenomen initiatief. Hoe ziet de directe omgeving er uit, wat mag er op basis van de bestemmingsplan voorschriften, wat geeft het beeldkwaliteitsplan middels haar specfieke criteria aan en tenslotte toetsing op basis van de thans voorliggende welstandsnota. Hierbij is de landschappelijke inrichting belangrijker dan de tuininrichting en de bebouwing ondergeschikt aan het globale landschap(splan). Hoe vindt de toetsing uiteindelijk plaats op basis van het beeldkwaliteitsplan? In eerste instantie wordt gekeken naar de volledigheid van de ingezonden stukken. Bij nieuwbouw, uitbreiding of aanleg komt elke indiener met een bestaande morfologische tekening van de omgeving en een tekening waarbij het initiatief verwerkt is in de morfologie. Op deze manier kan de welstandscommissie haar oordeel geven of het initiatief morfologisch goed is ingepast. Vervolgens dient er door de indiener een uitspraak gedaan te zijn over de keuze van de bouwvolumes dan wel beplanting. Ook hier kijkt de welstandscommissie of er voor de gewenste typologie is gekozen. Hierna wordt op basis van de matrix getoetst of de gewenste materialen en kleuren worden toegepast.

Deze toetsing wordt ook gedaan bij verbouwingen en wijzigingen.

BEOORDELING

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 15 | Hoe werkt het beeldkwaliteitsplan

blz. 14 | Hoe werkt het beeldkwaliteitsplan

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Wat is morfologie ?

Hoe werkt de matrix?

Morfologie betekent letterlijk ‘vormkunde’. Het is afgeleid van het Griekse woord voor vorm. Bij het onderzoeken van de morfologie wordt op landschappelijke en stedenbouwkundige schaal gekeken naar de onderlinge verhoudingen en relaties tussen de vormen van de bebouwing. Een goede morfologie komt tot uiting in evenwichtige verhoudingen tussen de diverse gebouwen onderling en in een evenwichtige verhouding tussen gebouw(en) en het omliggende onbebouwde terrein.

Er is een matrix ontwikkelt die de kleuren en materialen aangeeft die bij het desbetreffende landschap hoort. Dit is per hoofdgebouw en bijgebouw aangegeven. Bij het bouwen of verbouwen van een hoofd- of bijgebouw is in de matrix af te lezen welke materialen in het landschap voorkomen en wat de bijbehorende kleuren daarbij zijn, en hoe het gebouw ten opzichte van de weg gesitueerd moet worden.

ESDORP

Bestrating

Materiaal

Klinkers Betonplaat Grind / split Zwerfkeien als begrenzing Beplanting

Kleur

Bruin / rood N.v.t. Bruin / grijs Middengrijs / rood

Hoofdgebouw

Bijgebouw

x

x

x x

x x

Grote bomen

Inlandse eiken x x Els Es Wilg Populier in windsingel Bij de woning Linde x Kastanje x Leilinden x Notenboom x Middelgrote bomen Fruitbomen x x Opvallende boom Berk Lijsterbes Struiken Hulst x x Krent x x Hazelaar x x Vlier x x Vuilboom x x Gelderse roos x x Meidoorn x x Sleedoorn x x Veldesdoorn x x Hagen Meidoorn x x Beuk x x Liguster Veldesdoorn

Wat is Typologie? Typologie is een vakterm in de architectuur, waarbij het gaat om het bepalen van de typen die de primaire kern van de bebouwde omgeving vormen. Typologie heeft betrekking op meerdere onderwerpen in de architectuur. In dit beeldkwaliteitsplan betreft het de typologie vam bouwwerken. Met andere woorden: de hoofdvorm van het gebouw. Diverse landschappen hebben van oudsher hun eigen specifieke typologie.

Hoe werken de inspiratiebeelden? Naast de matrix zijn kleuren, materialen en inspiratiebeelden opgenomen die laten zien wat er in het landschap thuishoort. De inspiratiebeelden dienen als voorbeelden en laten zien hoe materialen en kleuren toegepast kunnen worden. Dit om aan te geven dat er verschillende manieren zijn om materialen en kleuren toe te passen. Dit geldt zowel voor verbouw of nieuwbouw, als voor beplanting en bestrating.

HOE WERKT HET BEELDKWALITEITSPLAN

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 16 | Algemene typologieen bebouwing en landschap

Woonhuis

Woonhuis

Schuurwoonhuis

Schuur / bijgebouw

blz. 17 | Algemene typologieen bebouwing en landschap

Landhuis

Landhuis

Schuuroonhuis

Recreatie in boerderij

Recreatie

Schuur / bijgebouw

Vlaggenmasten/ reclame

Bruggen

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

TYPOLOGIEËN BEBOUWING TYPOLOGIEËN BEBOUWING

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 18 | Algemene typologieen bebouwing en landschap

Transformatorhuisjes

Electriciteitskasten

Verlichting

Zonnecollectoren / -panelen

Windmolens

Hekwerken

Brievenbussen

Infrastructuur / waterhuishouding

blz. 19 | Algemene typologieen bebouwing en landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

TYPOLOGIEËN BEBOUWING TYPOLOGIEËN BEBOUWING

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 20 | Algemeen over bebouwing en erven

blz. 21 | Algemeen over bebouwing en erven

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

BEBOUWING EN ERVEN IN HET ALGEMEEN Inleiding en visie

In de kadernota, het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan wordt steeds uitgegaan van het behouden en versterken van de ruimtelijke basiskwaliteiten van het landschap. De gemeente Westerveld is en was een typisch agrarische gemeente en de bebouwing als gevolg daarvan direct aan die agrarische functie gekoppeld. Anders geredeneerd: de bebouwing en landschap bepalen samen de identiteit. Het landschap in Westerveld kent zes basiskwaliteiten, de agrarische bebouwing met het erf (het boerenerf) heeft één basiskwaliteit. Ieder agrarisch functionerend boerenerf is daardoor altijd verankert in het landschap, maar per landschapstype is er wel enig verschil. Door dit verschil wordt de identiteit van het landschapstype versterkt. De vraag is of een niet meer agrarisch functionerend boerenerf aan dezelfde basiskwaliteit als voorheen moet blijven voldoen. In dit beeldkwaliteitsplan is op deze vraag geantwoord dat een niet meer agrarisch functionerend boerenerf aan dezelfde basiskwaliteit moet blijven voldoen. De beeldkwaliteit van het landschap wordt door de gemeente gekoesterd. Dit is ook verwoord in de welstandsnota. De beeldkwaliteit van het boerenerf is onlosmakelijk verbonden met de beeldkwaliteit van het landschap. In het omhulsel van de voormalige boerderij, bijgebouwen en het casco van een boeren-erfinrichting kan prima een nieuwe functie worden aangebracht.

Niet meer verankert in het landschap, maar wel te gast in het landschap. Het resultaat kan hetzelfde zijn; daar zijn al jaren zeer vele, goede voorbeelden van. De basiskwaliteit van het boerenerf wordt hieronder beschreven. Het boerenerf in het verleden en het heden In het buitengebied van de gemeente Westerveld staan voornamelijk gebouwen die functioneren of functioneerden als boerenbedrijf. We noemen het in beide gevallen “het is een boerenerf” of “het was een boerenerf”. Ongeacht een landschapstype kent ieder functionerend agrarisch bedrijf een scheiding in een vrouwelijke en een mannelijke kant. Deze verdeling komt voort uit de arbeidsverdeling op de boerderij. De boer en de boerin hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheid en daarmee samenhangende taken. Dit wil niet zeggen dat ze niet samenwerken. Op de boerderij is ‘achter’ de mannelijke kant en ‘voor’ de vrouwelijke kant. In de spreektaal spreken we ook bij een hoofdgebouw op het erf over een voorhuis, in plaats van woonhuis, en over een achterhuis. Deze basisopzet gold ook voor de koloniehuizen en voor keuterijen. Deze taakverdeling gold vroeger en geldt nog dikwijls op een boerenbedrijf. Bij burgers op een woonboerderij geldt de taakverdeling niet. De denkbeeldige scheidslijn is op een boerenbedrijf te zien aan de bebouwing èn aan de wijze van inrichting van de ruimte rond de gebouwen.

Bij een woonboerderij zien we het in de eerste plaats aan de bestaande bebouwing. Vele erven zijn daarbij ingericht, geïnspireerd op de inrichting van voormalige boerenerven via voorlichting, cursussen, tijdschriften en projecten als dorpen in het groen. De scheidslijn is in vele gevallen minder scherp te zien. Als men spreekt over landschappelijke inpassing, dan is het bij menig erf goed gelukt. Bij de agrarische bedrijven die doorgroeien wordt het mannelijke deel van het erf vele malen groter dan het vrouwelijke deel. Wanneer in een dergelijk geval door de bestaande landschappelijke inpassing wordt heengebroken en er vervolgens geen nieuwe beplanting aangebracht, staan de bebouwing en de voeropslag kaal in het landschap.

Voor

Voorhuis: domein van de vrouw

Scheidslijn Achter

Achterhuis: domein van de man

Hoofdgebouw Op een boerenerf spreken we van het hoofdgebouw en over bijgebouwen. Bij ruilverkavelingsboerderijen geldt dit echter niet, omdat het woonhuis los of met een klein tussenlid vrij van de stal staat. Het hoofdgebouw is de boerderij, een combinatie van woonhuis en schuur, twee bouwdelen onder één dak. Wanneer op de voorzijde pannen liggen en op het achterhuis riet is dat het meest duidelijk te zien. Het voorhuis heeft vooral ramen met hoge muren en het achterhuis deuren en lagere muren. De voorgevel, of soms de zijgevel van de boerderij, is de gevel met de meeste allure. De verstening van de boerderijen is ook met het voorhuis begonnen. Rond het voorhuis ligt de tuin. Door de schaalvergroting in de landbouw en door het beëindigen van een boerenbedrijf, wordt op menig erf inmiddels in het gehele hoofdgebouw gewoond. De tuin komt zo dikwijls meer naar achteren. Bij woningsplitsing ontstaat vaak een ruimtelijk knelpunt. Er is wel een scheidslijn, maar aan weerszijden ligt nu een tuin. Dit is op te lossen door het casco van het erf, gelijk het casco van het hoofdgebouw, in samenhang te beheren.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 22 | Algemeen over bebouwing en erven

Bijgebouwen Alle bijgebouwen staan naast en achter het hoofdgebouw, achter de scheidslijn. De functie van deze gebouwen was bijvoorbeeld wagenschuur, varkenshok, jongveeschuur, schapenschuur, kippenhok of hooiberg. Vandaar de locatie. Alleen het stenen stookhok met pannendak staat in het vrouwelijke deel van het erf, vlak naast het woonhuis aan de zijkant. Soms evenwijdig, soms met de nokrichting haaks op het hoofdgebouw. In de welstandsnota wordt gesproken van “situering bijgebouwen moeten ondergeschikt aan het hoofdgebouw plaatsvinden”. Daarmee wordt bedoeld dat wordt uitgegaan van de historische positie van de bijgebouwen achter de scheidslijn.

Voor

Stookhok

Scheidslijn Achter

Bijgebouwen

blz. 23 | Algemeen over bebouwing en erven

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

De verstening van de wanden hield bij menig erf op bij het hoofdgebouw, waardoor de bijgebouwen in hout zijn gebouwd. Dit hout werd zwart geteerd. Een uitzondering hierop is het gemetselde stookhok. Vooral deze houten schuren geven veel identiteit aan het essen landschap. De positie van de schuren in dit landschap maakt dat we ze goed kunnen zien. Wegstoppen achter beplanting is daarom in dit geval niet gewenst. De zwarte schuren in het wegdorpenlandschap vallen achter het hoofdgebouw, gezien vanaf de weg, veel minder op. In het ontginningskolonielandschap juist weer wel. Dit komt door de breedte van de erven. In het heideontginningslandschap en de beekdalen staan deze kenmerkende houten bijgebouwen niet. Op agrarische bedrijven staan schuren, stallen, silo’s en ligt voeropslag. Een groot deel van het erf is verhard. De erven zien eruit alsof ze uit hun voegen zijn gegroeid door de stapsgewijze groei. Door de, inmiddels wel in steen gebouwde, stallen en schuren is de hoeveelheid stenen wanden en wanden met een damwandprofiel en / of windbreekgaas, enorm toegenomen. Witte windveren laten zien hoe groot de gebouwen zijn. Voeg daarbij ander vormen van stallen, dan is de opzichtigheid sterk toegenomen. Boeren produceren voor de markt en kennen de mensen die de producten kopen niet.

Die consument blijft anoniem, maar vormt zich wel een mening over de landbouw en, via het uiterlijk van de agrarische bedrijven, ook over het landschap. Landschappelijke inpassing is daarom noodzakelijk. De ervaring leert, dat op het erf van een melkveehouderij voor iedere vierkante meter bebouwing ook een vierkante meter verharding nodig is voor opslag van voer en mest en verkeersbewegingen. Bovendien leert de ervaring dat de helft van het boerenerf onverhard/ onbebouwd is. Voor de inpassing van een nieuwe stal is dus fysiek ruimte nodig. Het boerenerf De erfbeplanting volgt altijd de tweedeling ‘voor’ en ‘achter’. De moestuin, de boomgaard en de siertuin horen bij ‘voor’. Daarom ziet men hier gazon, hagen, fruitbomen, parkbomen, zoals kastanje, linde, beuk of noot, en sierstruiken. Aan de zonzijde van de woning staan voor de ramen soms lei- of knotlinden. Terrassen, borders en potten met planten treffen we hier ook veel aan. Gebruikte men vroeger bij de moestuin voornamelijk meidoornhagen, deze zijn inmiddels veelal vervangen door hagen van beuk, haagbeuk, veldesdoorn of liguster. Achter het mannelijk deel van het erf staan bomen en struiken die ook in de omgeving groeien. Zoals de beplanting op wallen, in houtsingels, langs de sloten, in bosjes. Vaak lopen eikenlanen, houtwallen, houtsingels en singels langs sloten door op het erf.

Daardoor is het achtererf en het landschap, wat soorten betreft één geheel. Het algemene gebruik wordt zo toch per landschapstype verschillend. Dit geldt bv. voor de erven rond de essen. Op deze erven komen veel vrijstaande eiken en houtwallen voor. In het lagere land van de beekdalen ziet men juist de es, els, wilg en populier.

Voor

Parkbomen, hagen (afwisseling in soort mogelijk), hoogstam fruitbomen, fruitboomgaard, sierstruiken, gazon, oprijlaan, streekeigen bomen en struiken aan rand perceel

Scheidslijn Achter

Voornamelijk streekeigen bomen en struiken, solitaire bomen of bomen in groepen (eikengaarde), hagen dicht bij de bebouwing om terrassen en parkeren aan het zicht te ontrekken, gazon en extensief onderhouden gras.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 24 | Algemeen over bebouwing en erven

blz. 25 | Algemeen over bebouwing en erven

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Op de erven stonden geen toegangshekken. Uitzondering hierop worden enkele erven in de wegdorpen. Die hekken stonden open. Hekken zijn alleen noodzakelijk bij de weilanden. De erven waren open en toegankelijk vanuit de omgeving. Dit geldt vooral voor de erven in het essen landschap. Tegenwoordig neemt het plaatsen van toegangshekken toe en zijn deze gesloten. Zeker vlak aan de weg is dat een slechte gewoonte, omdat bezoek in de berm moet parkeren. Een hek meer op het erf zelf is indien men een hek wenst een betere locatie. In het kader van een aanlegvergunning zou het aanleggen van een sier- of zwembadvijver een wens kunnen zijn. Dit waren geen elementen die voorkomen op boerenerven. Poelen en vennen liggen in het landschap op enige afstand van het erf. In het beekdallandschap is water een veel meer geëigende vorm en passend.

Overige bebouwing, nieuwe functie op een boerenerf

Het boerenerf ten opzichte van de weg

In het buitengebied staan hier en daar woonhuizen in een tuin. De architectuur van deze huizen met schuur of garage en de terreininrichting hebben de kenmerken van een woning in een dorp. Wanneer de rand van het kavel met streekeigen struiken, hagen en bomen is ingepland en de bebouwing ingetogen van kleurtonen is, past deze uitzondering meestal prima in het landschap.

Erven stonden in het essen landschap altijd met de achterzijde of zijkant naar de weg. Later zijn daar nieuwe erven aan toegevoegd, die met de voorzijde naar de weg staan. Op deze eerste type erven staat de bebouwing schijnbaar ordeloos ten opzichte van elkaar. Dit is zeer kenmerkend en onderscheid zich van de andere type landschappen in de gemeente. Omdat juist op de achtererven de beplanting staat, die ook in het landschap voorkomt, krijgt men hier dat bijzondere beeld van de Drentse dorpen / linten rond de es. Deze identeit is aan het vervagen, omdat men elementen van de voorzijde, zoals parkbomen en hagen, op het achtererf zet. Deze komen in de plaats van eiken in het gras met een greppel als erfscheiding. Essen landschappen

Overige landschappen

weg

weg achter

voor

voor

achter

weg

weg achter

weg voor achter

voor

achter

voor

Is de functie van deze bedrijfsmatige bebouwing zodanig dat de omgeving belangrijk is voor de klant, dan ziet men dat aandacht aan de ruimtelijke kwaliteit wordt gegeven. Dit geldt bijvoorbeeld voor een informatiepunt, voor een horecagelegenheid, een zorgboerderij, een theetuin of een galerie. Daar waar het landschap er niet toe doet en de bedrijfsactiviteiten buiten de gebouwen zichtbaar zijn, is een landschappelijke inpassing des te belangrijker. Reclame in de vorm van vlaggenmasten en veel reclameborden moeten worden gereduceerd. Woonhuis met een tuin

Dakbedekking De typisch boerderij op de Drentse zandgronden en bij de essen is het rietgedekte driebeukige hallehuis met de deel in de middenbeuk. De deel- of baanderdeuren liggen bij de oudste boerderijen in verband met de benodigde inrijhoogte, terug ten opzichte van de achtergevel. Op zowel het voorhuis als op het achterhuis ligt riet. Dit gold ook voor de diverse bijgebouwen, waarin hooi werd opgeslagen. Bij uitbreiding van de veestapel ontstond de aangebouwde schuur in het verlengde van de boerderij. Via een deur of gangetje werden stal en schuur binnendoor met elkaar verbonden. Toen in de loop van de 19de eeuw de rundveehouderij toenam en er meer hooi nodig was, ontwikkelde zich in Drenthe, en zo ook rond de essen en in de wegdorpen van de gemeente Westerveld, het ruimere hallehuis met dwarsbaander als een nieuwe type boerderij. Deze boerderijen hebben baanderdeuren in de zijgevel. Het aantal bijgebouwen bij deze boerderijen was gering. Hooibergen zijn onbekend in Drenthe. De 400 kolonieboerderijen rond Frederiksoord bestonden uit een stenen woongedeelte en een houten schuurdeel, ook onder een rieten dak. Bij meer welstand werden op het voorhuis ( soms vernieuwd voorhuis) pannen gelegd. Op stookhokken lagen altijd pannen in verband met brandgevaar. Er werden over het algemeen geen rode pannen gebruikt.

Deze kwamen wel op de bijgebouwen, zoals op het erf op de foto in Rheebruggen te zien is. Bij een zoektocht met Google over Lhee, Westeinde, Veendijk of Wapserveen komt dit beeld nog steeds tot uitdrukking. Alleen (recreatie-) woonhuizen hebben diverse kleuren dakbedekking. Bij de ontginning van de heidevelden, mogelijk gemaakt door de komst van kunstmest, is er bij de bouw van boerderijen geen sprake meer van een éénduidig materiaal- en kleurgebruik. Dikwijls zijn hele boerderijen met rode pannen bedekt. Dit is vooral rond Vledderveen en Oude Willem te zien.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 26 | Algemeen over bebouwing en erven

Rond de tweede wereldoorlog neemt het gebruik van pannen op de boerderijen toe. In de 70er jaren worden over het riet grijze golfplaten aangebracht. Via subsidie werd dit zo veel mogelijk voorkomen. Bij de ligboxenstallen uit diezelfde tijd zien we altijd grijze golfplaten als dakbedekking. Op de nieuwe boerderijen, zoals bijvoorbeeld de ruilverkavelingsboerderijen, liggen deze platen op de grote bedrijfsgebouwen. De woningen hebben dikwijls bijpassende pannen op het dak. Conclusie: in de gemeente Westerveld is het kleurgebruik van de daken ingetogen en aan het landschap ondergeschikt. Riet, grijze pan en grijze golfplaat overheersen. Alleen in het heideontginningslandschap komen rode pannen voor op het hoofdgebouw van de boerderij. Woonhuizen en recreatiewoonhuizen kennen meer variatie in kleur dakbedekking. In deze beeldkwaliteitsplan wordt er naar gestreefd om overal zoveel mogelijk ingetogen kleuren te gebruiken, met uitzondering van het heideontginingslandschap. Rieten daken horen bij uitstek in de gemeente Westerveld.

Oud

blz. 27 | Algemeen over bebouwing en erven

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Wanden Prehistorische boerderijen hadden voornamelijk een rieten dak en weinig wand. De aanwezige wanden werden gevlochten van twijgen en aangesmeerd met leem. Via vakwerk- en houten wanden werden de hoofdgebouwen uiteindelijk geheel gebouwd in baksteen. De wanden van de bijgebouwen werden veelal altijd in hout gebouwd en bestonden uit horizontale schaaldelen of bestonden soms gedeeltelijk uit stro of heide. De onderzijde werd later ook van baksteen gemaakt. Het hout werd bruin / zwart geteerd. De bruinzwarte bijgebouwen bleven daarmee kenmerkend voor de boerenerven tot aan het heden. Ook bij woonhuizen worden deze schuren de laatste jaren gebouwd. Dat het hoofdgebouw van de koloniewoningen juist een combinatie hebben van baksteen en bruin / zwarte houtenwanden is kenmerkend voor het landschap van de koloniën. Met de komst van plaatmateriaal konden de houten wanden worden vervangen en bij nieuwbouw koos men op de boerderijen eveneens voor dit onderhoudsvrije materiaal. Niet dit materiaal, maar de kleur ervan is meestal storend. Groen is een goedbedoelde kleur, maar er zijn zeer veel groenen en bijna alle groenen passen niet bij het groen in het landschap. Een uitzondering hierop vormen de bijgebouwen in het beekdalenlandschap. Met de komst van het plaatmateriaal kwam ook de gewoonte om witte windveren aan te brengen.

Eigenlijk waren witte windveren kenmerkend voor Twentse boerenerven. Nu de bedrijfsgebouwen steeds groter worden, neemt het effect van de witte windveren op het landschap toe. Het trekt de aandacht en past niet bij de historische bebouwing op het erf. Het is geen vorm van landschappelijke inpassing in een bestaande omgeving. Bij nieuwbouw geldt hetzelfde (een uitzondering hierop vormen de bijgebouwen in het beekdalenlandschap). Beton is eveneens onderhoudvrij en onverwoestbaar en wordt dikwijls toegepast. Zowel in het basement van de stal als in de wanden van de kuilvoeropslag. De witte kleur is een groot nadeel, i.v.m. de inpassing in het landschap.

Dwarsbaander

Conclusie: bruinzwarte houten bijgebouwen zijn kenmerkend voor de gemeente Westerveld. Beton zonder bijmenging, groen plaatmateriaal en witte windveren kunnen slecht in het landschap worden ingepast.

Frederiksoord

Nieuw erf

Rood dak

Oude schuur

Nieuwe schuur

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 28 | Algemeen over bebouwing en erven

blz. 29 | Algemeen over bebouwing en erven

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Ruimte voor het boerenbedrijf

Verlichting

De agrarische bedrijfskavel (niet bouwkavel) omvat woonhuis, stallen, bergingen, voeropslag, mestsilo’s, soms mestvergisters, verharding en beplanting. Binnen de agrarische sector worden de verschillen tussen de bedrijven groter. Er zijn grote bedrijven, die veel ruimte vragen, kleinere bedrijven en bedrijven met nevenfuncties. De benodigde ruimte voor het stallen van koeien is netzo groot als de voeropslag. Dit punt wordt dikwijls over het hoofd gezien bij de ruimtelijke inpassing. Juist voeropslag kan een grote inbreuk op het landschap geven. (bijvoorbeeld plastic vaten op kuilvoer of fel groene hooibalen) De kavel van de toekomst bestaat, zoals vroeger, uit een voor- en achtererf. Het voorerf is semi-openbaar en representatief en het achtererf kan worden afgesloten in verband met veterinaire eisen. Mede in verband hiermee wensen de bedrijven 2 in- en uitritten. Op alle erven vragen grote vrachtwagens om meer ruimte en door verbreding in de bedrijfsvoering is ook meer ruimte op het erf nodig voor parkeerplaatsen, speelruimte, terras of manegebakken. Stallen uit de jaren 70 zijn sterk verouderd. Deze stallen staan in het algemeen op een gegroeid erf met een variatie aan opstallen. Dit bemoeilijkt de uitbreidingsrichting. Sloop kan dikwijls, ondanks de kosten, de beste oplossing zijn.

Hoe groter de nieuwbouw wordt, hoe belangrijker het is om ruim afstand te bewaren ten opzichte van de bestaande bebouwing en dan met name van het hoofdgebouw ( historische boerderij).

Ten opzichte van de toegenomen verlichting bij burgerwoonhuizen in het buitengebied is de verlichting bij boerenbedrijven tot het niveau van lichthinder gekomen. In de gesloten ligboxenstallen uit de 70er jaren kwam het licht in de avond en nacht door de doorzichtige golfplaten in het dak. Dit was nog acceptabel. Nu schijnt het licht door de ventilatiekoker bovenop menige nieuwe stal en door de open zijwanden van deze stal. De boerderijen zijn hierdoor van verre zichtbaar. In de nacht is de volledige verlichting van de stal overbodig, omdat er dan niet wordt gewerkt. Deze verlichting zorgt voor een slechte inpassing in het landschap en is dus schadelijk voor het imago. Conclusie: de meeste verlichting gaat op boerenbedrijven in de stallen rond 22.00 uur uit en gaat rond 6.00 uur weer aan. (dit houdt controle van de gemeente in)

Conclusie: Bij de landschappelijke inpassing van een boerenbedrijf is een masterplan voor het erf noodzakelijk. In dit masterplan wordt de bedrijfsvoering geschetst, maar ook de ontwikkeling van het bedrijf op de lange termijn. Men bedenkt een eindsituatie en redeneert dan terug in de tijd en kijkt wat eerst en wat later kan om het gewenste eindplaatje te bereiken. Hierdoor kan worden voorkomen dat het erf in de toekomst in een te krappe jas komt te zitten. Het nieuwe bestemmingsplan geeft hiervoor de mogelijkheid. Het is wenselijk dat bij de start van een traject meer tijd en energie in de planvorming wordt gestoken, waarbij overleg met de gemeente hoort, waardoor de winst groter is in de verdere verloop van het traject.

Schematisch

voer

achtererf Ligboxenstal uit de jaren 70

voorerf

stal

Slecht voorbeeld lichthinder

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 30 | Algemeen over bebouwing en erven

blz. 31 | Algemeen over bebouwing en erven

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Landschappelijke inpassing van het boerenbedrijf Met behoud en versterking van het landschap is schaalvergroting in te passen. Daarbij hoeft de agrarische bebouwing nooit helemaal weggestopt te worden in het groen. De “trotse” zijde van het erf mag gezien worden. Dat kan het voorhuis met voortuin van het hoofdgebouw zijn en de voorgevel van de stal. De verhouding tussen hoeveelheid bebouwing en beplanting is belangrijk. Bij weinig beplanting staat de bebouwing er kaal bij en dat wordt alom weinig gewaardeerd. Vaak heeft het voorerf de meeste beplanting en mist het achtererf beplanting. Dit geldt zeker bij uitbreiding van het erf. Per landschapstype is de wijze verschillend waarop beplanting kan worden toegevoegd verschillend. Het verschil behouden is het doel van dit beeldkwaliteitsplan. Massa groen wordt altijd verkregen door streekeigen bomen en struiken, niet door hagen en fruitbomen. Deze massa kan bestaan uit een bosje, een eikengaard, een houtsingel of een houtwal. In de beplanting is het ook mogelijk om te spreken van duurzame erfbeplanting versus kortlopende beplanting. Onder de duurzame soort vallen de eik of es en de snelgroeiende en snel te kappen de populier. Men plant de duurzame soorten op plekken waar men verwacht nooit te gaan bouwen.

Op de erven langs de essen vult de beplanting de losse strooiing van de bebouwing aan (zie bijvoorbeeld omgeving Old Diever), terwijl in de wegdorpen (bijvoorbeeld zie omgeving Wapserveen) de perceelsgrenzen worden gevolgd. In het open heideontginningslandschap (zie bijvoorbeeld erven ten noordoosten van Doldersum) en in het open beekdal (zie erf in beekdal ten noordoosten van de gemeente) zijn de hoekpunten van de rechthoekige erven in eerste instantie met massa groen gevuld. In open landschappen bakenen deze groen hoekpunten het erf af. Het is afhankelijk van de situatie hoe men de ruimte tussen deze hoekpunten vult. Dit kan met een rij bomen, enkel parkbomen in de voortuin, een haag met fruitbomen, een houtsingel of een grondwal zijn. Zijn drie zijden op deze wijze ingeplant, dan kan de derde zijde leeg zijn.

groene hoekpunten op erven is open landschap

haag met fruitbomen parkbomen in voortuin

Wil men in de verschillende landschapstypen beplanting voor de stal, maar de ventilatie door de stal behouden, dan is het aan te raden om een rij bomen op 10 tot 20 meter van de stal te planten. Onderling staan de bomen op 8 tot 10 meter. Het is bewezen dat dit geen invloed heeft op die ventilatie. Ook is het mogelijk om een grondwal met gras in dezelfde hoek als het dak langs de stal te maken. Bij de landschappelijke inpassing van nevenachtivitieiten op een boerenbedrijf of boerenerf geldt dezelfde basisopzet. Dat is dus per landschapstype verschillend. Hier kunnen hagen, in de nabijheid van de bebouwing afbakening geven aan de nieuwe functies, zoals het parkeren, de terrassen etc. Nieuwe typen stallen, zoals de serrestal, zijn op de markt gekomen en we zien ze hier en daar. Alleen in samenhang met een goed landschappelijk plan kan een nieuw type worden geplaatst. De locatiekeuze voor de nieuwe stal is van grotere invloed op het landschap en de mogelijkheid om deze goed in te passen, dan het staltype zelf. Door de afwijkende vorm is een plaatsing vlakbij de bestaande bebouwing niet aan te raden. Ook de kleuren van de stal en het windbreekgaas moeten donker ( zwart of antraciet) zijn. Materialen als bakstenen of onbehandeld beton zijn te zeer aandachtvragend. Ventilatie

bomenrij

graswal

Massa beplanting door streekeigen groen in: Essen: beplanting vult losse strooiing bebouwing aan

Wegdorp: beplanting langs perceelsgrenzen

Heide ontginningslandschap: de hoekpunten van het erf zijn groen Beekdal: de hoekpunten van het erfzijn groen

bosje

houtsingel

eikengaard

houtsingel langs slootkant

houtwal met greppel

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 32 | Algemeen over bebouwing en erven

Landschappelijke inpassing van overige erven Erven van woonboerderijen en overige bebouwing in het buitengebied van de gemeente Westerveld bepalen eveneens het beeld. Bij een woonboerderij kunnen nog enkele hectaren grond behoren. In dat geval is het bij wijzigingen gewenst om op eenzelfde wijze te handelen als hiervoor beschreven in het stuk over “landschappelijke inpassing van het boerenbedrijf”. Het is goed mogelijk om een belangrijke bijdrage te leveren aan het behouden en het versterken van het landschap door houtwallen, houtsingels of een bosje te planten. Soms door een openbaar pad te maken. De beplanting op de erven van woonboerderijen op zich zijn passend ingepast in het landschap als de basisopzet van een boerenerf wordt gevolgd, zoals beschreven in “het boerenerf”. Het casco bestaat uit een voorerf en een achtererf. Het voorerf is de tuin met hagen, sierbomen, sierstruiken en fruitbomen en het achtererf kent aan de grens streekeigen bomen en struiken. De inrichting daarbinnen op het achtererf is weer van ondergeschikter belang. Dikwijls is het uitzicht op het landschap aan deze zijde het grootst. Laat paardenbakken onderdeel zijn van het erf en laat aan de zichtzijde de bak begrenzen door een haag.

Nieuwe vijvers zijn onderdeel van de erfinrichting en passen binnen het erf en zijn onzichtbaar vanuit het openbaar gebied, poelen daarentegen zijn onderdeel van het landschap. De overige erven zijn divers en afhankelijk van hun functie verschillend. Bij woonhuizen kan op een zelfde wijze naar de erfinrichting worden gekeken als bij boerenerven. Ook hier past het ensemble het best als er streekeigen bomen en struiken op het terrein voorkomen. Bij de overige bebouwing is de klant soms richtinggevend en daardoor is het erf open naar de straat. Hier speelt reclame maken een rol. Teveel is schadelijk voor het landschap. Ook hier geldt dat streekeigen bomen en struiken op het terrein en hagen om een parkeerterrein aan te geven passend zijn.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 34 | Landschappelijke Inpassing

Landschappelijke inpassing In de welstandsnota wordt omschreven welke informatie nodig is om tot een beoordeling te kunnen komen. We noemen wat daar wordt gevraagd: • plattegronden; • gevelaanzichten; • doorsneden; • tekeningen van de bestaande toestand; • tekening van de verbouwingsplannen; • situatietekening met de inrichting van het terrein en inclusief aansluitende ter reinen; • geveltekeningen of foto’s die de relatie met de belendende bebouwing duidelijk maken; • lijst toe te passen materialen; • schema toe te passen kleuren. Voor een beoordeling over de landschappelijke inpassing zijn de situatietekening en foto’s van de omgeving eveneens noodzakelijk. Bij de situatietekening is naast de nieuwe situatie ook de bestaande situatie nodig. Schaal 1 : 1000 en / of 1 : 500. Op de tekeningen dient ook de noordpijl aangegeven te zijn. Op de tekeningen wordt de inrichting en de beplanting in hoofdlijnen aangegeven. Onder hoofdlijnen worden in ieder geval de plaats en soort van hagen, fruitbomen, parkbomen, struiken, houtsingels, houtwallen en bosjes gerekend. Ook de plek van de inrit(ten) en de plaats(en) waar kan worden geparkeerd. Soorten bestrating en hekwerken worden ook meegenomen. Geef met een pijl aan waar men het uitzicht op de omgeving wil hebben, zodat wordt begrepen waarom juist daar minder beplanting staat.

Ook een pijl die aangeeft hoe ventilatie in de stal wordt geregeld. Om een erf in te richten is het landschapstype steeds uitgangspunt. Vervolgens het type erf en type bebouwing. In de welstandsnota wordt een onderscheidt gemaakt in: kleine, veel voorkomende veranderingen en aanpassingen, kleine en middelgrote projecten en grote projecten. Voor de kleine, veel voorkomende veranderingen, zal de inrichting van de omgeving weinig veranderen. Juist bij middelgrote en grote projecten wordt in dit rapport verwezen naar de samenhang met de omgeving. Maar ook bij een klein nieuw schuurtje kan veel mis gaan, omdat het open landschap genadeloos is.

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 36 | 6 landschapstypen in de gemeente Westerveld

blz. 37 | 6 landschapstypen in de gemeente Westerveld

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

6 landschapstypen in de gemeente Westerveld Volgens de kadernota essen landschap

wegdorpen landschap

ontginningskolonie landschap

veldontginning landschap

essen landschap wegdorpen landschap ontginningskolonie landschap veldontginning landschap veldgronden landschap beekdalen landschap kernen dorpen hoofdwegenstructuur

veldgronden landschap

beekdalen landschap

ESSEN LANDSCHAP

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 40 | Morfologie landschap

blz. 41 | Essen landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nullam porta, quam et feugiat vulputate, enim purus fermentum lorem, ut eleifend tellus tellus quis diam. Maecenas non tincidunt mauris. Nulla facilisi. Maecenas vestibulum magna elementum metus cursus adipiscing. Ut pharetra nisi nec dui varius eu dapibus quam scelerisque. Proin augue dolor, elementum in congue et, dignissim sit amet massa. Aliquam nec metus quis nunc mollis aliquam. Maecenas nec diam at enim consectetur hendrerit aliquet nec lacus. Maecenas malesuada felis vitae nunc dictum rutrum.

ESSEN LANDSCHAP

De kernkwaliteiten van een essen landschap (volgens de kadernota buitengebied Westerveld 2006) zijn: • openheid van het landschap • essen deels begrensd door houtwallen en bosrestanten • voornamelijk in gebruik als bouw- en grasland • reliëf in het landschap • geen bebouwing op de essen.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 42 | Kenmerken Essen landschap

blz. 43 | Kenmerken Essen landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Bebouwing vindt niet plaats op de essen. Er is uitsluitend bebouwing mogelijk buiten de bebouwde kom. Deze bevindt zich: • • • • • • • • • • • • • • • • •

aan de rand van de essen; aan wegen die rond de es lopen; aan de eszijde of aan de overkant van de wegen die rond de es lopen; naast elkaar kan het voorkomen dat de achterzijde, de zijzijde of de voorzijde van het erf zicht richt naar de openbare weg; de bebouwing staat onderling meestal niet haaks ten opzichte van elkaar, ook de bijgebouwen op de erven staan dan niet haaks; soms is er bebouwing op de es, als punten in de open ruimte en aan alle zijden goed zichtbaar. aan de eszijde mogelijk reliëf op het erf; de kavels van de erven zijn niet rechthoekig; erven onderdeel van het patroon met houtwallen of bosjes en wegbeplanting langs de es; historische erven afgewisseld met erven en woningen van jongere datum; erven van jongere datum richten zich met de voorzijde naar de weg; de kavelvorm en de oriëntatie van de boerderijen is divers en oogt willekeurig; vaak diverse toeritten; de eik is de meest voorkomende boom op de boerenerven; gekoppeld aan het voorhuis staan hagen, fruitbomen, leilinden en parkbomen. Dit betekend dat deze beplanting soms aan de eszijde staat, omdat zich daar het voorhuis bevindt; de kleurtonen zijn gedekt; rieten daken en zwart gepotdekselde wanden.

Over ligging van de bebouwing in de welstandsnota Westerveld staat: • • • • •

een onregelmatige bewoningsorde, geheel of gedeeltelijk langs de es; bestaande situering, rooilijn en nok oriëntatie van de bebouwing aanhouden; nieuwe toevoegingen op vergelijkbare wijze in het landschap plaatsen; voorgevelarchitectuur aan de straatzijde; situering bijgebouwen moet ondergeschikt aan het hoofdgebouw plaatsvinden.

Landschappelijke prestaties bij nieuwe ontwikkelingen volgens de kadernota buitengebied Westerveld is: • •

Morfologie

het herstellen van de randbeplanting rond de es; het herstellen van de openheid op de es.

Middelen om via landschappelijke inpassing het doel te bereiken volgens het beeldkwaliteitsplan zijn: •

• • •

aan de rand van de es de inrichting van de erven zien als `kralen aan een ketting`. Dit betekent dat de inrichting van de erven op zichzelf passend bij een erf is, maar dat er voor wordt gezorgd dat aan de straatzijde en aan weerzijden van het erf ´de groene ketting´ wordt behouden en zo mogelijk wordt hersteld met een houtwal, bosje of eiken. Deze eiken kunnen als een solitair, in een groep of in een oprijlaan staan. Vanaf de open es gezien, mag de bebouwing tussen de beplanting worden gezien, maar is ondergeschikt aan die beplanting. passende kleinschalige bijgebouwen kunnen op de erfgrens staan, zonder beplanting aan de landschapszijde; nieuwbouw op het reliëf wordt zodanig uitgevoerd, dat dit kenmerk van de plek wordt behouden en versterkt; op de es wordt uitgegaan van een ´groene oase´ in de open ruimte. Dit houdt niet in dat het gehele erf rondom is beplant met hoogopgaande en dichte beplanting, maar dat er aan alle zijden van het erf ergens hoogopgaande beplanting staat, afgewisseld door fruitbomen, streekeigen struiken en hagen. Bijgebouwen staan binnen het erf en niet aan de kavelgrens.

= tuindeel = erfdeel

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 44 | Typologie Essen landschap

blz. 45 | Typologie Essen landschap

Boerderij, schuren en bijgebouwen Essen landschap

Woongedeelte aan straatzijde. Schuren in losse setting altijd achter woonhuis op erfdeel. Nokboerderij; haaks of straatzijde

Erfdeel, schuren en achterhuis aan straatzijde. Voorhuis aan achterzijde kavel (tuindeel).

Nok van boerderij wel of ongeveer evenwijdig aan straat.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 46 | Typologie Essen landschap

blz. 47 | Typologie Essen landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Boerderij naar recreatie Essen landschap

Nieuwe recreatiewoningen op nieuwe en bestaande erfdeel in losse setting

Door dichte beplanting dan wel bossages zijn de woningen wel mogelijk achter die beplanting

Door dichte beplanting dan wel bossages zijn de woningen wel mogelijk achter die beplanting

Recreatiewoningen zijn niet op het erfdeel geplaatst maar alleen in het tuindeel. Dit is niet mogelijk.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 48 | Kleuren Tonen en Inspiratiebeelden

blz. 49 | Matrix van kleuren tonen en materialen

ESDORP

Materiaal / Kleur

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Hoofdgebouw

Bijgebouw

Bestaande bouw

Situering Haaks Niet haaks

x x

x x

x

x

x

x

x

x

Bijgebouw Achter het woongedeelte Massa’s Groot Klein Wanden Baksteen Hout Anders

Eikenhout

Rood Bruin Zwart Grijs Geel Wit Anders Vergrijzend naturel Zwart Anders Stucwerk Zink Staal Kunststof Glas (reglit) Vezel cementplaat

Dak Riet x Pan Grijs x Rood Golfplaat Grijs Rood Anders Schoorstenen Schilderwerk voorhuis achterhuis Deur Standgroen RAL x x Bruin Zwart RAL x Kozijnen Wit RAL x x Zwart RAL Standgroen RAL Bruinzwart RAL x Grijs RAL Draaiende delen Wit RAL x Bruinzwart RAL x x Standgroen RAL x x Grijs RAL Luiken Bruin Zwart RAL x Wit RAL x Standgroen RAL x x Windveren Wit RAL x x Bruin Zwart RAL

x x x

x x x

x

x x x x x

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 51 | Matrix van kleuren tonen en materialen

blz. 50 | Kleuren Tonen en Inspiratiebeelden

ESDORP

Bestrating

Bestrating klinkers bruin rood

Grind / split

Zwerfkeijen

Eiken

Klinkers Betonplaat Grind / split Zwerfkeien als begrenzing Beplanting Grote bomen

Linde

Notenboom

Kastanje

Leilinden

Hulst

Krent

Vuilboom

Meidoorn

Beuk

Gelderse Roos

Veldesdoorn

Sleedoorn

Hazelaar

Fruitbomen

Vlier

Materiaal

Kleur

Bruin / rood N.v.t. Bruin / grijs Middengrijs / rood

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Hoofdgebouw

Bijgebouw

x

x

x x

x x

Inlandse eiken x x Els Es Wilg Populier in windsingel Bij de woning Linde x Kastanje x Leilinden x Notenboom x Middelgrote bomen Fruitbomen x x Opvallende boom Berk Lijsterbes Struiken Hulst x x Krent x x Hazelaar x x Vlier x x Vuilboom x x Gelderse roos x x Meidoorn x x Sleedoorn x x Veldesdoorn x x Hagen Meidoorn x x Beuk x x Liguster Veldesdoorn

WEGDORPEN

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 54 | Morfologie Wegdorpen landschap

blz. 55 | Wegdorpen landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

WEGDORP

De kernkwaliteiten van een wegdorpen landschap (volgens de kadernota buitengebied Westerveld 2006) zijn: • • •

afwisseling in open en besloten delen; voornamelijk in gebruik als bouw- en grasland; opstrekkende verkaveling.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 56 | Kenmerken Wegdorpen landschap

blz. 57 | Wegdorpen landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Bebouwing in het wegdorpenlandschap vindt plaats als lintbebouwing aan weerszijden van de weg: • • • • • • • • • • • • • • •

boerderijen, arbeiderswoningen en vrijstaande woningen; het voorhuis is overwegend gericht naar de doorgaande weg; de bebouwing staat op overwegend smalle huiskavels; bij uitbreiding op agrarische bedrijven worden meerdere kavels naast elkaar gevuld; de bebouwing staat met hoofdgebouw en bijgebouwen over het algemeen in de lijn van de verkaveling en niet loodrecht op de ietwat slingerende weg; alle bebouwing staat op ieder erf haaks ten opzichte van elkaar; aan de boerderijen is de invloed van Friesland te zien. De hoofdvorm van de schuur is rechthoekig en de kapvorm is hoog. Op deze schuren liggen meestal geen rode pannen; juist de afwisselende afstand van het hoofdgebouw tot de weg is kenmerkend; wanneer er soms ruimte is tussen de bebouwing, dan is deze afwisselend open of besloten door een bosje; tussen weg en erf ligt meestal een sloot, ook de kavelscheidingen zijn sloten; singelbeplanting met streekeigen bomen en struiken staat langs deze sloten, bij de erven, maar ook hier en daar langs de percelen; één toerit over een dam, soms gemarkeerd door een inrijhek met hoekpalen; voortuinen met gazon, fruitbomen, hagen en parkbomen; de kleurtonen zijn gedekt, gebied met rieten daken, grijze en rode pannen en zwart gepotdekselde wanden.

Over ligging van gebouwen in de welstandsnota Westerveld staat: • • • • • •

de situering van de bestaande bebouwing is maatgevend voor de ligging van de rooilijn en afstand tussen de gebouwen; de doorzichten naar de open ruimten moeten worden gehandhaafd; de oriëntatie van de hoofdvorm en de voorgevel zijn overwegend op de weg gericht; bestaande nokrichting handhaven; nokrichting en nieuwbouw haaks op de wegas; situering van bijgebouwen ondergeschikt aan het hoofdgebouw (behalve het stookhok).

Morfologie

Landschappelijke prestaties bij nieuwe ontwikkelingen kadernota buitengebied Westerveld is: • •

ter versterking van het contrast tussen open en besloten delen kunnen houtwallen en incidentele bosschages worden aangelegd of hersteld; het middels groen of bebouwing benadrukken van het patroon van smalle, diepe percelen.

Middelen om via landschappelijke inpassing het doel te bereiken volgens het beeldkwaliteitsplan zijn: • • • • • •

singelbeplanting langs de kavelsloten; erfbeplanting met parkbomen in de voortuin, gazon, hagen en fruitbomen en eiken achter op het erf. De beplanting versterkt de allure van de bebouwing. Aan de achterkant is ruim uitzicht mogelijk op het open landschap, maar andersom is het lint vanuit het landschap gezien overwegend groen; aandacht is daarom nodig voor beplanting op de achtererven; bosjes waar mogelijk stimuleren tussen de gaten in de bebouwing of op de erven; het landschappelijk patroon van de smalle huiskavels terug laten keren in de erfbeplanting op erven waar meerder kavels naast elkaar worden benut voor bebouwing. Daardoor ontstaan er visueel geen brede erven; de afstand tussen de bebouwing en de kavelgrens en/of sloten moet ruim voldoende zijn om beplanting mogelijk te maken.

= tuindeel = erfdeel

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 58 | Typologie Wegdorpen landschap

blz. 59 | Typologie Wegdorpen landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Boerderij Wegdorpen landschap

Boerderij altijd met voorhuis naar straatzijde gericht. Bergingen en schuren altijd achter de woning in het erfdeel. Nokrichting haaks op straat of haaks in de verkaveling.

Uitzondering!

Woondeel altijd in tuindeel. Schuren en garage altijd in erfdeel.

In sommige gevallen kan het door bv. uitzicht noodzakelijk zijn om het achterhuis + schuren naar de straatkant te richten. Dit moet per aanvraag specifiek worden getoetst door een landschapsarchitect en supervisor.

Uitzondering!

Schuren in het tuindeel is niet mogelijk.

In sommige gevallen kan het door bv. uitzicht noodzakelijk zijn om de bebouwing evenwijdig aan de straat te situeren. Dit moet per aanvraag specifiek worden getoetst door een landschapsarchitect en supervisor.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 60 | Typologie Wegdorpen landschap

blz. 61 | Typologie Wegdorpen landschap

Schuurwoning Wegdorpenlandschap Schuurwoning binnen bestaande bebouwing of bij nieuwbouw

Schuurwoningen altijd op het erfdeel. Woonfunctie zowel aan voor- als achterzijde. Parkeren en opslag daar tussenin. Woning nokrichting altijd haaks op straat.

Schuren en garage voor de woning aan straatzijde niet mogelijk

Afhankelijk van uitzicht is het mogelijk om de woonfunctie aan de voorzijde te situeren en parkeren en opslag aan de achterzijde. Dit is een uitzondering.

Bij een schuurwoning is het niet mogelijk om de achterzijde en garage aan de straatzijde te situeren aangezien hierdoor het tuin- en erfdeel omgewisseld zouden worden.

Woning moet volledig buiten het erfdeel staan. Schuren altijd achter woonhuis in erfdeel.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz.62 | Typologie Wegdorpen landschap

blz. 63 | Typologie Wegdorpen landschap

Boerderij naar recreatie Wegdorpenlandschap

Nokrichting recreatiewoningen zijn niet haaks of evenwijdig. Past niet met landschap.

Nieuwe erf met verspreid liggende recreatiewoningen is verlengde van het bestaande erfgoed.

Nieuwe erf met recreatiewoningen in een grid is verlengde van het bestaande erfgoed. Kan wel mits achter beplanting.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 64 | Typologie Wegdorpen landschap

blz. 65 | Typologie Wegdorpen landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Uitgangspunt voor de functiewijziging Wonen voor in tuindeel, achter in erfdeel.

Bij woningsplitsing: • twee of drie woningen binnen het hoofdgebouw van een boerenerf. • 5 m rondom gemeenschappelijk ontwerpen en onderhouden om een eenheid te behouden. • bijgebouwen op erfdeel achter.

Bij vervangende nieuwbouw: • twee of drie woningen binnen het hoofdgebouw. • totale erfbeplanting is gemeenschappelijk ontworpen en onderhouden. • de 2 of drie woningen hebben een zone van 5 meter direct aan het gebouw gekoppeld. Bij het voorhuis is de zone iets breder.

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 66 | Kleuren , Tonen en Inspiratiebeelden

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 67 | Matrix Wegdorpen landschap

WEGDORP

Materiaal / Kleur

Hoofdgebouw

Bijgebouw

Bestaande bouw

Situering Haaks x Niet haaks

x

Bijgebouw Achter het woongedeelte

x

Massa’s Groot Klein x

x x

Wanden Baksteen Hout Anders

Rood Bruin Zwart Grijs

x x

x x

x

x

Vergrijzend naturel x Zwart Anders Stucwerk Zink Staal Kunststof Glas (reglit) Vezel cementplaat

x x

Dak Riet x Pan Grijs x Rood Golfplaat Grijs voorhuis achterhuis Schoorstenen x RVS / zwart x Schilderwerk voorhuis Deur Standgroen RAL x Zwart RAL Kozijnen Wit RAL x Bruinzwart RAL Standgroen RAL Bruinzwart RAL Grijs RAL Draaiende delen Wit RAL x Bruinzwart RAL x Standgroen RAL x Grijs RAL Luiken Bruin Zwart RAL Wit RAL x Standgroen RAL x Windveren Wit RAL x Bruinzwart RAL x Standgroen RAL x

x

x x x x

achterhuis x x x

x x x

x

x

x x

x x

x

x

x x x x

x x x

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 69 | Matrix van kleuren tonen en materialen

blz. 68 | Kleuren Tonen en Inspiratiebeelden

WEGDORP

Bestrating

Bestrating klinkers bruin rood

Grind / split

Zwerfkeijen

Eiken

Klinkers Betonplaat Grind / split Zwerfkeien als begrenzing Beplanting Grote bomen

Linde

Notenboom

Kastanje

Leilinden

Hulst

Krent

Vuilboom

Meidoorn

Beuk

Gelderse Roos

Veldesdoorn

Sleedoorn

Hazelaar

Fruitbomen

Vlier

Materiaal

Kleur

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Hoofdgebouw

Bijgebouw

Bruin / rood x x Grijs x Grijs / rood Middengrijs / rood x x

Inlandse eiken x x Els Es Wilg Populier in windsingel Bij de woning Linde x Kastanje x Leilinden x Notenboom x Middelgrote bomen Fruitbomen x x Opvallende boom Berk Lijsterbes Struiken Hulst x x Krent x x Hazelaar x x Vlier x x Vuilboom x x Gelderse roos x x Meidoorn x x Sleedoorn x x Veldesdoorn x x Hagen Meidoorn x x Beuk x x Liguster Veldesdoorn

ONTGINNINGSKOLONIEEN

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 72 | Morfologie Ontginningskolonie landschap

blz.73 | Ontginningskolonie landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

ONTGINNINGSKOLONIEEN

De kernkwaliteiten van de ontginningskolonieen landschap (volgens de kadernota buitengebied Westerveld 2006) zijn: • • • • •

strakke, planmatige opzet afwisseling in open en besloten delen grote bospercelen gras- en bouwland agrarische en natuurfunctie

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 74 | Kenmerken Ontginningskolonie landschap

blz. 75 | Kenmerken Ontginningskolonie landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Bebouwing in het ontginingskolonie landschap vindt plaats als lintbebouwing langs de met bomen beplante wegen: • • • • • • • • •

de nokrichting van het hoofdgebouw staat loodrecht ten opzichte van de weg; tussen de erven is steeds zicht op het erachter gelegen landschap mogelijk; de hoofdgebouwen van de erven staan overwegend in een rooilijn; de bebouwing op het erf staat haaks ten opzichte van elkaar; het hoofdgebouw is goed zichtbaar vanaf de straat en is niet verstopt achter beplanting; de hogere erfbeplanting in de vorm van eiken, fruitbomen, struiken en hagen ligt hoofdzakelijk aan weerszijden van het hoofdgebouw; sommige gevels zijn wit, verder zijn de kleurtonen gedekt; gebied van rieten daken en zwart gepotdekselde wanden; voetgangerspad naast de woning is veelal verbreed.

Over ligging van de bebouwing in de welstandsnota Westerveld staat: • • • •

strak geordend, blokvormig, landschap met kleinschalige bebouwing; de koloniewoningen zijn met een onderlinge afstand van circa 60 meter gebouwd; situering bijgebouwen moet ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw; de voorzieningen zijn op de kruispunten van de wegen gebouwd.

Landschappelijke prestaties bij nieuwe ontwikkelingen kadernota buitengebied Westerveld is: • •

houdt rekening met en versterk waar mogelijk de structuur van de ontginningsassen, verbindingswegen en de waterloop; handhaaf of versterk de historische bebouwingsstructuur, lintbebouwing.

Middelen om via landschappelijke inpassing het doel te bereiken volgens het beeldkwaliteitsplan zijn: • • • •

behoudt doorzichten naar het landschap achter de lintbebouwing; afhankelijk van de typologie van de bebouwing groene parkbomen zoals kastanje, tamme kastanje, noot en linde in de voortuin. Dit geldt voor de bebouwing met een zekere allure. Op de overige erven veel fruitbomen toevoegen. Daar waren sloten zijn, zijn hagen als erfgrens overbodig; de afstand tussen de bebouwing en de kavelgrens moet ruim voldoende zijn om beplanting mogelijk te maken; zo mogelijk handhaven wandelpad naar de woning en op een ander locatie de toerit voor de auto situeren.

Morfologie

Aanzicht kenmerkend voorhuis zichtbaar vanaf de openbare weg, doordat er geen hoge beplanting in de voortuin staat.

= tuindeel = erfdeel

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Boerderij

blz. 76 | Typologie Ontginningskolonie landschap

Ontginningskolonieen

Kolonie altijd met voorhuis naar straatzijde gericht. Bergingen en schuren altijd naast en achter het achterhuis in het erfdeel. Nokrichting haaks op straat.

Woondeel altijd in tuindeel. Schuren en garage altijd in erfdeel.

blz. 77 | Typologie Ontginningskolonie landschap

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 78 | Kleuren , Tonen en Inspiratiebeelden

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 79 | Matrix Ontginningskolonie landschap

ONTGINNINGSKOLONIE

Materiaal / Kleur

Hoofdgebouw

Bijgebouw

Bestaande bouw

Situering Haaks x Niet haaks Bijgebouw Achter het woongedeelte

x

Massa’s Groot Klein x

x

Wanden Baksteen Hout Anders

Rieten kap

Rood Bruin x Zwart x Grijs x Geel Wit Anders Vergrijzend naturel Zwart Anders Stucwerk x Zink Staal Kunststof Glas (reglit) Vezel cementplaat

Dak Riet x Pan Grijs x Golfplaat Grijs Schoorsteen

Grijs dak

x

Schilderwerk voorhuis Deur Standgroen RAL x Bruinzwart RAL Kozijnen Wit RAL x Zwart RAL Standgroen RAL Bruinzwart RAL Grijs RAL Draaiende delen Wit RAL x Bruinzwart RAL x Standgroen RAL x Grijs RAL Luiken Zwart RAL Wit RAL x Standgroen RAL x Windveren Wit RAL Bruinzwart RAL x Standgroen RAL x

x x

x

x x

achterhuis x x x

x x x

x

x

x x

x x

x

x

x

x

x x

x x

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

blz. 81 | Matrix van kleuren tonen en materialen

blz. 80 | Kleuren Tonen en Inspiratiebeelden

ONTGINNINGSKOLONIE Materiaal

Bestrating

Bestrating klinkers bruin rood

Grind / split

Zwerfkeijen

Eiken

Notenboom

Kastanje

Leilinden

Hulst

Krent

Vuilboom

Meidoorn

Beuk

Gelderse Roos

Veldesdoorn

Sleedoorn

Hazelaar

Fruitbomen

Vlier

Hoofdgebouw

Klinkers Bruin / rood x Betonplaat Grind / split Rood / grijs / bruin x Zwerfkeien als begrenzing Middengrijs / rood x Beplanting Grote bomen

Linde

Kleur

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Bijgebouw

x x x x

Inlandse eiken x x Els Es Wilg Populier in windsingel Bij de woning Linde x Kastanje x Leilinden Notenboom x Middelgrote bomen Fruitbomen x x Opvallende boom Berk Lijsterbes Struiken Hulst x x Krent x x Hazelaar x x Vlier x x Vuilboom x x Gelderse roos x x Meidoorn x x Sleedoorn x x Veldesdoorn x x Hagen Meidoorn x x Beuk x x Liguster Veldesdoorn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=9cf98b89-ae34-4acf-9a05-2597b86d954f