Bijlage 3 b_NL.IMRO.1701.509PHZBosweg1-0002_tb1
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van: Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen projectnummer
191688
Pagina 2 van 23
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen 191688 1.0 J.R.W. Staal Ing. R.J.W. Huls
27 september 2019 Fam. Hoogeveen Dhr. Hoogeveen Bosweg 1, 8385 GN VLEDDERVEEN
UITGEVOERD DOOR
info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl
Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodem- en asbestonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen, in opdracht van de heer Hoogeveen. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 3 van 23
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 5
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 5 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 5 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 6 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 6 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 7 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 7
2.
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)............................................................................. 8
2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.5 2.6 2.7 2.8
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 8 Stap 1: aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 8 Stap 2: onderzoeksvragen ............................................................................................................. 8 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 9 Locatiebeschrijving Bosweg 1 ........................................................................................................... 9 Locatiebeschrijving P.W. Janssenlaan Vledderveen ....................................................................... 10 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ...................................................................... 10 Afwijkingen vooronderzoek ........................................................................................................ 10 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707) ................................ 11 Veiligheidsklasse ......................................................................................................................... 11
3.
VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK ....................................................... 12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitvoering werkzaamheden ........................................................................................................ 12 Resultaten bemonstering grondwater ......................................................................................... 12 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 13 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 13 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 13 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 13
4.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) ................................ 14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 14 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 14 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 15 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 16 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 16
5.
VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK ............................................................. 18
5.1 5.2 5.3 5.4
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem) ........................................... 18 Visuele inspectie maaiveld .......................................................................................................... 18 Monsterneming diepere bodemlaag ........................................................................................... 18 Afwijkingen onderzoeksopzet ..................................................................................................... 19
6.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) ..................................... 20
6.1 6.2 6.2.1 6.3 6.4
Analysemonsters ......................................................................................................................... 20 Analysemethoden en monsterbehandeling ................................................................................. 20 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898) ............................................................................... 20 Toetsingskader asbest ................................................................................................................. 20 Analysemonsters en concentraties .............................................................................................. 21
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 22
7.1 7.2
Samenvatting .............................................................................................................................. 22 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 23
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 4 van 23
BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 5 van 23
1. INLEIDING In opdracht van de familie Hoogeveen is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bouw van een woning ter plaatse van de P.W. Janssenlaan en de sloop en bestemmingswijziging van Bosweg 1 te Vledderveen. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest (ter plaatse van de Bosweg 1) terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3
Kwaliteitsborging onderzoek
De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 6 van 23
In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie
In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in bodem
Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1: 2016 NEN 5707:2015/C2:2017
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in tabel 1.2. Tabel 1.2 Betrokken veldwerkers
Aspect onderzoek Uitvoering monsterneming grond
Toegepaste protocol SIKB protocol 2001
Uitvoering monsterneming grondwater Uitvoering monsterneming asbest in bodem
SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018
Erkend veldmedewerker Dhr. J. Kemper Dhr. W. Westbroek Dhr. M. Polling Dhr. M. Polling
Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 7 van 23
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV. ACMAA Laboratoria BV is een NENEN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L376. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek en wordt de onderzoekshypothese opgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 8 van 23
2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.
2.1
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.
2.2
Stap 1: aanleiding vooronderzoek
De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1
2.3
Stap 2: onderzoeksvragen
Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 9 van 23
Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie
Onderzoeksaspecten
Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antopogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0
F
G
0
0
0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.
2.4
Samenvatting vooronderzoek
Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocaties liggen aan de Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan in Vledderveen (Drenthe). De percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Vledder, sectie G nrs. 309,930 en 931 en hebben een oppervlakte van circa 5.000 m2 (locatie Bosweg 1) respectievelijk 1.800 m2 (locatie P.W. Janssenlaan). De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.2.
2.4.1 Locatiebeschrijving Bosweg 1
De locatie Bosweg 1 is in het verleden in gebruik geweest als agrarisch bedrijf (veehouderij), de bestaande boerderij is gebouwd omstreeks 1933. Voor de bouw van de veestal aan de bestaande boerderij en een bijgebouw (machineberging/-opslag) is in 1990 vergunning afgegeven, deze gebouwen zijn in gebruik sinds 1991. De bebouwing is deels voorzien van asbestverdachte dakplaten als dakbedekking. Ter plaatse is verder een vermelding aanwezig van de aanwezigheid van een bovengrondse dieseltank.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 10 van 23
Op de bodemkwaliteitskaart (clustergemeenten Drenthe) is aan de bodem van de locatie de kwaliteitsklasse landbouw/natuur (kwaliteit ‘Achtergrondwaarde’) toegekend. Van voorgaand milieuhygiënisch bodemonderzoek op de locatie is niets bekend. Ter plaatse is vanaf 1989 een dieseltank (bovengronds) aanwezig geweest, de positie daarvan is ten tijde van het veldbezoek aangegeven door de eigenaar. De tank (incl. afgiftepunt) is aanwezig geweest (inpandig) in de schuur. Daar is tevens een werkplaats aanwezig geweest. Volgens opgave van de eigenaar is de gehele schuur onderkelderd (mestkelder). Tijdens de terreininspectie is een buitengebruik zijnde dieseltank op het maaiveld aangetroffen (foto’s 10 en 11). Deze is volgens opgave eigenaar zo leeg mogelijk en afgesloten ter plaatse gezet. Tijdens de terreininspectie is tot slot geconstateerd dat twee asbestverdachte daken afwateren op onverhard maaiveld. Deze druppelzones zijn aangemerkt als verdacht voor het voorkomen van asbest.
2.4.2 Locatiebeschrijving P.W. Janssenlaan Vledderveen
De locatie P.W. Janssenlaan is in het verleden altijd in gebruik geweest als agrarisch perceel en voor zover bekend nooit bebouwd geweest. Ter plaatse zijn geen dempingen en dergelijke bekend. Op de bodemkwaliteitskaart (clustergemeenten Drenthe) is aan de bodem van de locatie de kwaliteitsklasse landbouw/natuur (kwaliteit ‘Achtergrondwaarde’) toegekend. Van voorgaand milieuhygiënisch bodemonderzoek op de locatie is niets bekend. Deze locatie wordt op basis van het totaal aan resultaten van het vooronderzoek aangemerkt als onverdacht voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging.
2.5
Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek
2.6
Afwijkingen vooronderzoek
Het vooronderzoek beschouwen wij niet als volledig. Van de locatie aan de Bosweg zijn bij de gemeente Westerveld geen gegevens beschikbaar aangaande de ter plaatse verleende Hinderwet- of milieuvergunningen. Aangezien er middels de overige bronnen voldoende relevante gegevens aanwezig zijn kan er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. Hierbij wordt opgemerkt dat de locatie van de tank is aangegeven door de eigenaar. Dit is de enige beschikbare bron.
Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 11 van 23
2.7
Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707)
In tabel 2.2 is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 2.2 Onderzoekshypothese(n) per terrein(deel)
Deellocatie Oppervlakte (m2) A: Vml. Tanklocatie en werkplaats Bosweg 1 (Ca. 10) B: Overig terrein Bosweg 1 (ca. 5.000) C: P.W. Janssenlaan (ca. 1.800) D: Druppelzone 1 (ca. 35) E: Druppelzone 2 (ca. 18)
Verontreinigde stof + diepte van voorkomen Grond Grondwater Minerale olie Minerale olie en aromaten Zware metalen, minerale olie en PAK Geen
Zware metalen en minerale olie Geen
Asbest
Geen
Asbest
Geen
Oorzaak/Motivatie
Onderzoeksstrategie
Voormalige aanwezigheid tank en werkplaats Jarenlange Agrarische bedrijfsvoering Onverdacht
NEN 5740:2009+A12016: VEP
Toplaag druppelzone asbestverdacht dak Toplaag druppelzone asbestverdacht dak
NEN 5740:2009+A12016: VED-HE NEN 5740:2009+A12016: ONV-NL NEN 5707:2015+C22017: 6.4.4 NEN 5707:2015+C22017: 6.4.4
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de verdachte deellocatie A (voormalige tank en werkplaats) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.3, zoals weergegeven in tabel 2.2. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Het onderzoek met betrekking tot deellocatie B (overig terrein Bosweg 1) is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.6, zoals weergegeven in tabel 2.2. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Het onderzoek ter plaatse van deellocatie C (P.W. Janssenlaan) is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie. Het asbestonderzoek ter plaatse van deellocaties D en E (Druppelzones asbestdaken) is uitgevoerd conform paragraaf 6.4.4 “verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke kern” uit de NEN5707:2015.
In aanvulling hierop is de monstername van de druppelzone uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN5707:2015, paragraaf 7,4 “Milieuhygiënisch saneringscriterium”.
2.8
Veiligheidsklasse
Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 “Werken in en met verontreinigde”. Omdat de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal niet is aangetoond tijdens het verkennend onderzoek, is onderhavig asbestonderzoek uitgevoerd op basis van standaard veiligheidsklasse .
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 12 van 23
3. VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het chemisch onderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1
Uitvoering werkzaamheden
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 31 juli, 7 augustus en 12 augustus 2019 en het grondwater is bemonsterd op 12 augustus 2019. Deellocatie A, voormalige tank en werkplaats (Bosweg 1) Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 3 boringen tot circa 1,0 m-mv (nrs. 1 t/m 3). De boringen zijn uitpandig geplaatst daar de gehele schuur waar de deellocatie is gesitueerd is onderkelderd met een mestkelder. Boring 1, voor de deur van de werkplaats, is vervolgens doorgezet tot 6,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 5,0 - 6,0 m-mv, grondwaterstand 4,5 m-mv). Deellocatie B, overig terrein (Bosweg 1) Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 15 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 20 t/m 34) en 3 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 17 t/m 19). Voor het grondwateronderzoek is gebruik gemaakt van peilbuis 1 ter plaatse van deellocatie A. Het grondwateronderzoek is gecombineerd uitgevoerd. Deellocatie C, P.W. Janssenlaan Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 9 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 8 t/m 16) en 3 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 5 t/m 7). Boring 5 is vervolgens doorgezet tot 5,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 4,0 - 5,0 m-mv, grondwaterstand 3,5 m-mv).
Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2
Resultaten bemonstering grondwater
In tabel 3.1 zijn de resultaten van de uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744
Peilbuisnr: 1 Zuurgraad Geleiding (µS/cm) Troebelheid (NTU) Peilbuisnr: 5 Zuurgraad Geleiding (µS/cm) Troebelheid (NTU)
2001-2002-2018
Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting
Laatste meting
Beoordeling
680 -
5,7 580 202
NVT Voldoet Troebel
730 -
5,6 480 231
NVT Voldoet Troebel
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 13 van 23
Op basis van tabel 3.1 blijk het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat.
3.3
Bodemopbouw
De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.3. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Diepte (m-mv)
Omschrijving
0,0-0,5 0,5-6,0
Zwak siltig zand, overwegend zwak humeus Sterk zandige leem (zwak grindig)
Zand Leem
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 4,3 m-mv (peilbuis 1 Bosweg 1) en 3,4 m-mv (peilbuis 5, P.W. Janssenlaan).
3.4
Zintuiglijke waarnemingen
Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie
Meetpunt 19
Diepte (m-mv) 0,3 – 0,7
23 0,0 – 0,5 Zwak (bijmenging 1):
Einddiepte boring (m-mv) 2,0
Zintuiglijke waarneming Zwak baksteen
0,5
Zwak baksteen 1-5 %
Op basis van tabel 3.3 blijkt dat plaatselijk sprake is van een zwakke bijmenging met baksteen. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Daar er sprake is van een homogene bijmenging ter plaatse van monsterpunten 19 en 23, er geen gemengd puin is waargenomen en tevens geen asbest verdacht materiaal is waargenomen, is de bijmenging met baksteen aangemerkt als onverdacht voor het voorkomen van asbest (e.e.a. conform bijlage A4 van de NEN5725:2017).
3.5
Afwijkingen protocollen
3.6
Afwijkingen strategie(ën)
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 14 van 23
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1
Analysemonsters
In tabel 4.1 zijn de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater
A
Mp. 1
Diepte (mmv) 0,08 - 0,5
B
Mp. 4
0,08 - 0,5
Mp. 19
0,03 - 0,7
Mp. 21, 25, 27 en 29
0,0 - 0,5
Mp. 24, 33 en 34
0,08 - 0,57
Mp. 8 t/m 11
0,0 - 0,5
Mp. 12 t/m 16
0,0 - 0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem
Mp. 5 t/m 7
0,5 - 2,0
Ondergrond
Standaardpakket bodem
Deellocatie Grondmonster
C
A
Pb. 1
Filterstelling (m-mv) 5,0 - 6,0
C
Pb. 5
4,0 - 5,0
Deellocatie Grondwatermonster
Motivatie
Analyse
Bovengrond Nabij tank, voor deur werkplaats Bovengrond Nabij lege tank op erf Zwak baksteen
Minerale olie organische stof en lutum
Bovengrond Overig terrein Bovengrond Overig terrein Bovengrond
Standaardpakket bodem
Minerale olie organische stof en lutum Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem
Motivatie
Analyse
Grondwater
Standaardpakket grondwater
Grondwater
Standaardpakket grondwater
Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.
4.2
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 15 van 23
4.3
Toetsing analyseresultaten
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven.
De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden
Weergave tabellen
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
Weergave bijlage 5 * *** (v)
Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 16 van 23
4.4
Milieuhygiënische kwaliteit grond
In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing
A
Mp. 1
Diepte (mmv) 0,08 - 0,5
B
Mp. 4
0,08 - 0,5
Mp. 19
0,03 - 0,7
Mp. 21, 25, 27 en 29
0,0 - 0,5
Mp. 24, 33 en 34
0,08 - 0,57
Mp. 8 t/m 11
0,0 - 0,5
Bovengrond Overig terrein Bovengrond Overig terrein Bovengrond
Mp. 12 t/m 16
0,0 - 0,5
Bovengrond
-
Mp. 5 t/m 7
0,5 - 2,0
Ondergrond
-
Deellocatie Grondmonster
C
Motivatie
Analyseresultaten
Bovengrond Nabij tank, voor deur werkplaats Bovengrond Nabij lege tank op erf Zwak baksteen
-
Minerale olie > AW
-
Minerale olie > AW
Uit tabel 4.3 blijkt dat in de bovengrond van deellocaties B en C, respectievelijk erf Bosweg 1 en de locatie aan de P.W. Janssenlaan sprake is van licht verhoogde waarden aan minerale olie. In de overige monsters zijn geen verhogingen aan de onderzochte parameters gemeten. Bij de tanklocatie en werkplaats (deellocatie A) en bij de lege tank op het overige terrein aan de Bosweg (deellocatie B) zijn eveneens geen verhoogde waarden aan minerale olie gemeten. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde.
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing
A
Pb. 1
Filterstelling (m-mv) 5,0 - 6,0
C
Pb. 5
4,0 - 5,0
Deellocatie Grondwatermonster
Motivatie
Analyseresultaten
Grondwater
Barium, kobalt en nikkel > S
Grondwater
Barium en nikkel > S
Uit tabel 4.4 blijkt dat in het grondwater van peilbuizen 1 en 5 gehalten aan barium en nikkel zijn gemeten boven de streefwaarden. Daarnaast is in het grondwater van peilbuis 1 een licht verhoogd gehalte aan kobalt gemeten. De gemeten verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Daarnaast kan het agrarische gebruik in de omgeving van invloed zijn geweest op de verhoogd aangetroffen concentraties. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 17 van 23
Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de de troebelheid van de grondwatermonsters. Verder zijn er in de grondwatermonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 18 van 23
5. VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
5.1
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem)
5.2
Visuele inspectie maaiveld
5.3
Monsterneming diepere bodemlaag
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2019.
Omdat het terrein grotendeels is voorzien van vegetatie en de toplaag niet zondermeer kan worden onderzocht op het voorkomen van asbestverdacht materiaal, is besloten om de maaiveldinspectie buiten de scope van het onderzoek te laten.
Met behulp van een schep zijn ter plaatse toplaag 1 en 2 (respectievelijk deellocatie D en E) elk twee inspectieputten gegraven tot de ongeroerde ondergrond om de ondergrond te beoordelen op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Voor de diepere ondergrond is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt. De bemonstering van de eigenlijke toplagen is uitgevoerd conform paragraaf 7.4 “Milieuhygiënisch saneringscriterium” uit de NEN 5707:2015. Per verdachte toplaag zijn 20 grepen van ten minste 0,5 kg. bemonsterd tot ca. 0,1 m-mv. Per toplaag is één mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg ds. Gelet op het feit dat de lagen verdacht zijn voor vezels is het materiaal voorafgaand aan monstername niet gezeefd c.q. uitgeharkt. De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens Hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie”, uit de NEN 5707:2015. De gehele inhoud van de inspectieputjes (met uitzondering van de verdachte toplaag van de bodem onder asbestdaken) is uitgeharkt, met een hark met een tandwijdte van 20 mm, per uitgegraven laag van maximaal 10 cm. Het grove materiaal is vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal en andersoortige bodemvreemde materialen.
De asbestverdachte materialen in de grove fractie zijn, indien aanwezig, per inspectieputje bemonsterd middels handpicking en gewogen met behulp van een digitale weegschaal. De afmetingen van de inspectieputjes en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens de monstervoorbehandeling zijn in tabel 5.2 beschreven.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 19 van 23
Tabel 5.2 Inspectieputjes en waarnemingen
Inspectieput
Afmeting (l x b) in m
Diepte (m-mv)
IP 1
0,32 x 0,31 Boring 0,30 x 0,31 Boring 0,34 x 0,35 Boring 0,30 x 0,30 Boring
0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0
IP 2 IP 3 IP 4
Inpectie- Hoeveelheid efficientie stukjes en gewicht 100% n.w. 100% n.w. 100% n.w. 100% n.w. 100% n.w. 100% n.w. 100% n.w. 100% n.w.
Soort
Overige bijmengingen (massa %)
NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT
-
n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden
Uit tabel 5.3 blijkt dat in geen van de inspectieputten asbest verdacht, of anderszins bodemvreemd materiaal is aangetroffen.
5.4
Afwijkingen onderzoeksopzet
Tijdens de werkzaamheden hebben er geen afwijkingen plaats gevonden met betrekking tot de gehanteerde onderzoeksopzet en protocol.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 20 van 23
6. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) De monsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium voor vezelonderzoek ACMAA Laboratoria BV te Deurningen.
6.1
Analysemonsters
In tabel 6.1 zijn de geanalyseerd grondmonsters weergegeven. Tabel 6.1 Analysemonsters asbest
Deellocatie D E
Monster Toplaag 1 Toplaag 2
Diepte (m-mv) 0,0-0,1 0,0-0,1
Fractie < 20 mm < 20 mm
Hoeveelheid* 12,2 kg. 11,4 kg.
Analyse NEN5898 grond NEN5898 grond
*droog gewicht
6.2
Analysemethoden en monsterbehandeling
6.2.1 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898)
De in het veld samengestelde grondmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm, 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn (indien aanwezig) eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereomicroscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.
Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald.
6.3
Toetsingskader asbest
In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor in een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 21 van 23
6.4
Analysemonsters en concentraties
De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Er moet worden opgemerkt dat de gemeten concentratie serpentijnasbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten
Monster
Toplaag 1
Monstersoort
Grond <20 mm Materiaal Toplaag 2 Grond <20 mm Materiaal n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen
Analyse
NEN 5898 NEN 5896 NEN 5898 NEN 5896
Resultaat grond gewogen in mg/kg d.s. 3,1 45 -
Resultaat mvm gewogen in mg/kg d.s.
Totaal grond en materiaal in mg/kg d.s
n.w. n.w.
3,1 45
Uit tabel 6.2 blijkt dat in toplaag 1 en 2 gehalten aan asbest zijn aangetoond van 3,1 en 45 mg/kg droge stof. De gehalten aan asbest zijn beide gelegen beneden de interventiewaarde / 2. Nader onderzoek naar asbest is derhalve niet noodzakelijk, daar het statistisch onwaarschijnlijk is dat bij nader onderzoek een verontreiniging met asbest wordt aangetroffen (e.e.a. conform paragraaf 6.1 van de NEN5707).
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 22 van 23
7. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.
7.1
Samenvatting
In opdracht van de heer Hoogeveen is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bouw van een woning ter plaatse van de P.W. Janssenlaan en de sloop en bestemmingswijziging van Bosweg 1 te Vledderveen. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest (ter plaatse van de Bosweg 1) terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Vooronderzoek De onderzoekslocatie aan de Bosweg 1 heeft een oppervlakte van ca. 5.000 m2 en bestaat uit een agrarisch erf. Ter plaatse is een dieseltank aanwezig geweest in een werkplaats. Er is een lege tank aangetroffen achter op het terrein. Tevens is er sprake van afwaterende asbestdaken op onverhard maaiveld (2 stuks). Het terrein aan de P.W. Janssenlaan heeft een oppervlakte van ca.
1.800 m2 en bestaat uit weiland. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locaties is opgebouwd is uit matig fijn zand en leem. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 4,3 en 3,4 mmv. Tijdens het veldwerk zijn plaatselijk zwakke bijmengingen met homogeen baksteenpuin waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de analyses is het volgende naar voren gekomen: Deellocatie A (voormalige tank en werkplaats): Ter plaatse van de voormalige tanklocatie en werkplaats zijn zowel in de grond als het grondwater geen verhogingen aan minerale olie gemeten. Deellocatie B (overig terrein Bosweg 1): In de grond en het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde waarden aan de onderzochte parameters gemeten.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
Pagina 23 van 23
Deellocatie C (P.W. Janssenlaan): In de grond en het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde waarden aan de onderzochte parameters gemeten. Deellocatie D (toplaag 1): In het monster van de toplaag van de druppelzone is asbestgemeten in een concentratie beneden de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg ds / 2). Deellocatie E (toplaag 2): In het monster van de toplaag van de druppelzone is asbestgemeten in een concentratie beneden de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg ds / 2).
7.2
Conclusies en aanbevelingen
Verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond en het grondwater van deellocaties B en C overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een verdachte locatie, ter plaatse van de voormalige tanklocatie en werkplaats (deellocatie A) wordt gelet op het niet aantonen van verhogingen aan minerale olie en aromaten in grond en grondwater verworpen. De onderzoekshypothese, zijnde een verdachte locatie ter plaatse van het overige terrein aan de Bosweg 1 (deellocatie B) wordt gelet op het aantonen van verhoogde waarden aan de onderzochte parameters in de bovengrond en het grondwater bevestigd. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie ter plaatse van de P.W. Janssenlaan (deellocatie C) wordt gelet op het aantonen van verhoogde waarden aan de onderzochte parameters in de bovengrond en het grondwater formeel verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn.
De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Verkennend asbestonderzoek In toplaag 1 en 2 ter plaatse van deellocatie A en B zijn gehalten aan asbest aangetoond van 3,1 en 45 mg/kg droge stof. De gehalten aan asbest zijn beide gelegen beneden de interventiewaarde / 2. Nader onderzoek naar asbest is derhalve niet noodzakelijk, daar het statistisch onwaarschijnlijk is dat bij nader onderzoek een verontreiniging met asbest wordt aangetroffen (e.e.a. conform paragraaf 6.1 van de NEN5707). Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV J.R.W. Staal
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (kenmerk: 191688)
BIJLAGE 1
Behoort bij rapport: Bosweg 1 P.W. Janssenlaan (ong.) Vledderveen 191688
Bijlage 1.1 Regionale ligging
4
f10+11 26
f12
27 vp ip2 25
ip1
28
2 g t aa l oo p g to en ge
f9 19
asbestdak
18
f13 29
33
34
f6
30
f5
24
f4
f14
f15
eg
sw
Bo
1 23 21
f16
f1 2 vp 3
g
werkplaats vml. bovengrondse tanklocatie
f17 22
20
f18
el akehe f3 d st g rd f2 sbe r is lde a uu ke ot h r sc nde n go 2 o ee ag
f8 32 f7 ip3 31
a pl
Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Onderzoeksterrein Inspectieputje Toplaag Gras/onverhard Beton Klinkers
to
ip4
A+B
17
0
5
10
15
20m
OPDRACHTGEVER
dhr./mevr. Hoogeveen ONDERZOEKSLOCATIE
Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan Vledderveen Dr TEKENAAR
SCHAAL
pkd
1: 500
AUTHORISATOR
JRS WERKNUMMER
191688
vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere
FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2.1
DATUM
26-08-2019
WIJZ.NR
C0
foto 19
an
P.
Ja W.
nla sse
n
C 14
f19 16 vp 15
12 5
7 13 10
11 9 8
Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Onderzoeksterrein Gras
6
0
5
10
15
20m
OPDRACHTGEVER
dhr./mevr. Hoogeveen ONDERZOEKSLOCATIE
Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan Vledderveen Dr TEKENAAR
pkd AUTHORISATOR
JRS WERKNUMMER
191688
SCHAAL
1: 500
vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere
FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2.2
DATUM
26-08-2019
WIJZ.NR
C0
BIJLAGE 2
Behoort bij rapport: Bosweg 1 P.W. Janssenlaan (ong.) Vledderveen 191688
VOORONDERZOEK NEN 5725:2017
Bijlage 2
Stap 1
Aanleiding voor het vooronderzoek
Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek
A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1
Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beinvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
A 0
Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 0 0 0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
G
Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.
Pagina 2 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Adres (x/y-coördinaten): Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever):
Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG) Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) Gemeente
Bodemloket Terreininspectie
Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen (x. 209577 – y. 543677) en (x. 209362 – y. 543574) Gemeente Vledder, sectie G, nrs. 309, 930 en 931 De geplande bouw van een woning ter plaatse van de P.W. Janssenlaan en de sloop en bestemmingswijziging van de Bosweg 1. Bijlage 1.2.1 en 1.2.2 Ja
Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Afbakening onderzoekslocatie voldoende? De heer Marten Hoogeveen Gemeente Westerveld (percelen G 930 en 931) Het kadastraal object is onbekend in de landelijke Voorziening WKPB zodat er geen informatie over gemeentelijke beperkingen van de gemeente Westerveld kan worden geleverd. Volgens de beschikbare informatie op BAG-viewer is de bestaande boerderij gebouwd in 1933 en het bijgebouw is in gebruik sinds 1991. Op de historische kaarten is te zien dat de onderzoekslocatie P.W. Janssenlaan vanaf 1900 tot aan het heden nimmer bebouwd is geweest. De onderzoekslocatie Bosweg 1 is vanaf 1926 tot aan het heden bebouwing zichtbaar. Betreffende de locatie aan de P.W. Janssenlaan zijn bij de gemeente geen bouw- en milieuvergunningen of bodemonderzoeken beschikbaar. Aangaande de locatie aan de Bosweg zijn eveneens geen milieuvergunningen of bodemonderzoeken beschikbaar. Van deze locatie zijn wel de volgende twee vergunningen bekend: Bouwvergunning verleend aan de heer M. Hoogeveen op 21 februari 1990 voor een rundveestalling. Besluitvergunning oprichten mestopslag aan de heer M. Hoogeveen op 31 juli 1990. Ter plaatse is in het verleden sprake geweest van de opslag van dieselolie in een bovengrondse tank. Bosweg: De onderzoekslocatie bestaat uit een agrarisch erf in het buitengebied bij Vledderveen.
Op de locatie is sprake van een boerderij met aangebouwde stallen en een vrijstaande schuur. In de vrijstaande (geheel onder kelderde) schuur is een bovengrondse dieseltank geplaatst. Op het achter terrein ligt een leegstaande buitengebruik gestelde tank. De locatie is deels voorzien van verharding bestaande uit straatwerk. Verder is het terrein onverhard. Op het onverhard maaiveld is sprake van een tweetal druppelzones van afwaterende asbestverdachte daken. P.W. Janssenlaan: De onderzoekslocatie bestaat uit weiland in het buitengebied bij Vledderveen. Ter plaatse is geen sprake van bebouwing of verharding.
Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen, projectnr. 191688
Pagina 3 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Verwachting archeologie (archeologische waarde) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? (aangeven op locatieoverzicht)
Middelhoge trefkans JA Informatiebron Bodemloket
Is de bodem asbestverdacht?
Er is geen informatie bekend die asbest in de bodem doet vermoeden. De locatie is derhalve beschouwd als zijnde asbest onverdacht. Ontgravingskaart bovengrond: klasse landbouw/natuur Ontgravingskaart ondergrond: klasse Landbouw/natuur
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Locatie en verdacht aspect Dieselolietank (BG)
Verdachte parameter Min. olie
Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen, projectnr. 191688
Pagina 4 van 5
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? (aangeven op locatieoverzicht)
Bodemopbouw (bron: TNO) De diepere bodemopbouw is volgens de literatuur als volgt (bron: Grondwaterkaart van Nederland, kaartblad 16 oost, 17 west, TNO-DGW): De hoogte van het maaiveldniveau is op de locatie circa 7 m+NAP. In de regio dagzoomt de formatie van Drenthe, als gevolg van vergravingen ter plaatse bestaat het maaiveld tot circa 0,5 à 1,5 m -mv uit geroerde (antropogene) gronden. In de regio is in de bovenste 20 meter doorgaans een dikkere leemlaag uit de formatie van Drenthe de eerste scheidende laag. Op die leemlaag is in dat geval meest sprake van freatisch water, terwijl onder de leemlaag artesisch (overspannen) grondwater voorkomt. Er is in de regio dan ook sprake van plaatselijke (lichte) kwel. De bodemopbouw beneden de eerste scheidende laag is niet beoordeeld.
Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand (bron: TNO) Uit de stijghoogten op de TNO-kaarten is af te leiden, dat de regionalen stromingsrichting van het diepe grondwater westelijk gericht is.
Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen:
Ja: in de regio komen verhoogde nikkel- en bariumconcentraties in het grondwater voor, als gevolg van natuurlijke diffusie in bodem (m.n. in keileem en veen op leem).
Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging?
Nee (bron Atlas leefomgeving)
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?
Bron N.v.t.
Locatie
Verdachte parameter
Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie: NEE
Bodemonderzoek noodzakelijk
Zie paragraaf 2.8
Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen, projectnr. 191688
Pagina 5 van 5
De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: BRON VOORONDERZOEK
SPECIFICATIE VAN DE BRON
BRON GERAADPLEEGD
DATUM RAADPLEGEN BRON
INFORMATIE BESCHIKBAAR
Opdrachtgever Eigenaar
De heer M. Hoogeveen Gelijk aan opdrachtgever
JA JA
18 juni 2019 -
JA JA
Gemeente Terreininspectie
Westerveld Veldwerk
JA JA
17 juli 2019 31 juli 2019
JA JA
Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart Bodeminformatie Bodemopbouw Historie van de locatie Archeologische waarde
http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ 9 Drentse gemeenten en provincie Drenthe http://www.bodemloket.nl TNO database http://topotijdreis.nl http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/amk-en-ikaw
JA JA JA JA JA JA JA JA
11 juli 2019 11 juli 2019 11 juli 2019 11 juli 2019 11 juli 2019 11 juli 2019 11 juli 2019 11 juli 2019
JA JA JA JA JA JA JA JA
Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan te Vledderveen, projectnr. 191688
BIJLAGE 3
Behoort bij rapport: Bosweg 1 P.W. Janssenlaan (ong.) Vledderveen 191688
01
1
klinker, m aaiveld
0
0
edelm an, klinker -8
1 50
leem , st erk zandig, neut raal grijs, bruin, ow: geen, edelm an
50 2 100
-100
leem , zwak zandig, neut raal grijs, roest bruin, ow: geen, m at ig roest , edelm an
3 150 4 200
-200
leem , zwak zandig, zwak grindig, neut raal grijs, crem e, ow: geen, edelm an
5 250 6 300 7 350 8 400 9 450
450 10
500
500
-500
leem , st erk zandig, zwak grindig, neut raal grijs, crem e, ow: geen, edelm an
11 550
600
600
t ype dat um boorm eest er x y
-600
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 3 1 -0 7 -2 0 1 9 V e ld w e r k e r jk 2 0 9 5 8 1 .7 3 5 4 3 6 6 7 .3 7
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
V le d d e r ve e n ( D r ) 191688 1 6 -0 9 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 1 4
m eet punt 01 16089640
02
t uin, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an
50 2 -70 3 100
t ype dat um boorm eest er x y
leem , zwak zandig, neut raal grijs, crem e, ow: geen, edelm an -100
g r on d b or in g 3 1 -0 7 -2 0 1 9 V e ld w e r k e r jk 2 0 9 5 8 0 .6 3 5 4 3 6 6 2 .7 0
03
t uin, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, brokken leem , edelm an