CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleidsplan inburgering 2022

Politieke avond Westerveld 26 april 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel Wet Inburgering 2021 beleidsplan en beleidsregels8.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsplan Inburgering 2022 Gemeente Westerveld

1

Inhoudsopgave Inleiding Leeswijzer Veelgebruikte termen

3 3 4

Hoofdstuk: 1. Wet Inburgering 2021 Doelgroep Opbouw nieuw stelsel

5 6 6

2. Visie en beleidskaders Beleidsdoelstellingen Strategie Regionale samenwerking Regierol Gemeente

7 7 7 8 8

3. Ketenaanpak inburgering Inburgeringsroute Huisvesting Voorinburgering Brede intake Ontzorgen PIP Leerroutes PVT MAP Voortgangsgesprekken Maatschappelijke begeleiding Nazorg

9 9 10 11 11 12 12 12 14 14 15 15 15

4. Implementatie Inburgering in Sociaal domein Dienstverlening Sociaal Domein Doelgroepen die buiten de wet vallen Samenloop met regelingen Samenwerking partners

16 16 16 16 17

5. Naleving en handhaving

18

6. Beheersmaatregelen Monitoring Evaluatie Financiën Inburgeringsvoorzieningen Prestatiebekostiging Risico’s Privacy Communicatie Implementatie

19 19 19 19 20 20 20 21 21 21

2

Inleiding Met ingang van 1 januari 2022 treedt de Wet inburgering 2021 in werking. Ter voorbereiding, om te komen tot het nieuwe inburgeringsstelsel is het programma Veranderopgave Inburgering (VOI) ingericht. Dit programma is een gezamenlijke opgave met de ambitie om een inburgeringsstelsel te maken dat écht werkt en waarmee wordt beoogd dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de taal leren en volwaardig aan de Nederlandse samenleving gaan deelnemen. Waar gemeenten eerst weinig tot geen invloed hadden op de inburgering, krijgen wij nu de regie. Dit biedt gemeente Westerveld de kans om inburgering stevig te positioneren in het sociaal domein en het maatschappelijk veld. De nieuwe wet brengt een aantal taken en verantwoordelijkheden met zich mee. Daarom moeten we een lokale visie op inburgering ontwikkelen. Deze visie, als ook de kaders voor de inrichting van het nieuwe inburgeringsstelsel, worden in dit beleidsplan uiteengezet en zijn vertaald in beleidsregels.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de aanloop naar en aanleiding voor de veranderingen in de wetgeving. De verschillen in de praktijk, tussen de oude en de nieuwe wetgeving worden op een rijtje gezet. Verder wordt uitgelegd voor wie de nieuwe wetgeving geldt en hoe de opbouw van de inburgering er in grote lijnen uitziet. Hoofdstuk 2 gaat over onze missie, visie en waarden. Aan de orde komt wat onze regierol inhoudt, wat we willen bereiken, waarom en welke strategieën we daar voor willen inzetten. Regionale samenwerking op het gebied van scholing is een strategie om er voor te zorgen dat er een goed en gevarieerd scholingsaanbod gerealiseerd kan worden. De instrumenten die gebruikt worden om de inburgeringsroute te doorlopen komen in hoofdstuk 3 aan de orde. Begeleiding, ontzorgen en nazorg vormen een ook belangrijk onderdeel van het inburgeringstraject. Vluchtelingenwerk is een samenwerkingspartner die hier een grote rol in krijgt. Huisvesting van de statushouders en de taak die we daarin hebben als gemeente hebben, komt ook in dit hoofdstuk aan bod. Meer domeinen binnen het Sociaal domein kunnen betrokken zijn bij de inburgeraar. Hierover, maar ook over de raakvlakken met andere wetten en regelingen, gaat hoofdstuk 4. De inburgeraar moet binnen de gestelde termijnen voldoen aan zijn inburgeringsplicht.

Om hieraan te voldoen moet hij meewerken aan de brede intake, de afspraken nakomen die zijn vastgesteld in het PIP en binnen de termijn van drie jaar het inburgeringstraject afronden. We zullen ons als gemeente inzetten om goede voorwaarden te creëren, die tot een spontane naleving van afspraken leiden. Maar als dat niet genoeg is, hoe kunnen we dan handhaven? Hierover gaat hoofdstuk 5. Op basis van alle informatie die nu beschikbaar is over de Wet inburgering 2021 is dit beleidsplan tot stand gekomen. De praktijk zal vervolgens moeten uitwijzen of de keuzes die we nu maken ook de juiste blijken te zijn. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe we dat gaan volgen en toetsen. Ook wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de financiële consequenties en risico’s van de uitvoering van de taken die we toebedeeld krijgen als gevolg van de veranderde wetgeving.

3

Veelgebruikte termen In het beleidsplan komen een aantal veelgebruikte termen voor. Dit zijn: - Inburgeringsplicht: de verplichting om succesvol een inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands af te leggen, veelal volgend op een inburgeringscursus of zelfstudie. - Inburgeringstermijn: de termijn waarbinnen aan de inburgeringsplicht voldaan moet worden, welke ingaat op het moment dat het PIP (zie onderaan deze lijst) wordt ondertekend (statushouder) of iemand wordt ingeschreven in het gemeentelijk BRP (gezinsmigrant). - Niet- inburgeringsplichtig: de inburgeringsplicht geldt niet voor personen met een nationaliteit uit de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland. De inburgeringsplicht geldt ook niet voor jongeren onder de 18 jaar, personen die 8 jaar of langer in Nederland woonden en in die tijd naar school gingen, personen die Nederlandse diploma’s, certificaten of bewijsstukken van een bepaalde opleiding in de Nederlandse taal hebben, ouderen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben en personen die voor een tijdelijk doel in Nederland verblijven (zoals werk, studie of uitwisseling). - Inburgeringsplichtigen: alle overige immigranten geldt de inburgeringsplicht wel. - Inburgeraar (of nieuwkomer): een inburgeringsplichtige statushouder of gezinsmigrant. - Statushouders: asielzoeker aan wie een verblijfsvergunning verleend is.

Ook nareizigers (nareizende familieleden) vallen hieronder. - Gezinsmigranten: zijn mensen die naar Nederland komen voor een partner, maar ook bijvoorbeeld kinderen die bij hun ouders in Nederland gaan wonen. Zij zijn inburgeringsplichtig gesteld volgens de criteria zoals vermeld bij de term ‘inburgeringsplichtigen’. - PIP: het Plan Inburgering en Participatie is zowel een beschikking als een trajectplan. In het PIP worden de afspraken met betrekking tot inburgering vastgelegd. Deze afspraken worden periodiek geijkt aan de voortgang van het inburgeringstraject van de inburgeraar.

4

Hoofdstuk 1: Wet inburgering 2021 Dit hoofdstuk gaat over de Wet inburgering 2021. De aanloop en aanleiding voor een nieuw inburgeringsstelsel worden besproken en de belangrijkste verschillen tussen de oude en nieuwe wet. Verder in dit hoofdstuk gaat het over wie de inburgeraars zijn waar in de nieuwe wet over wordt gesproken en in grote lijnen de opbouw van het nieuwe stelsel. Al in het regeerakkoord van het kabinet Rutte III (najaar 2017) wordt voor inburgering een stelselwijziging aangekondigd waarbij de regierol buiten de statushouder komt te liggen. Na enkele keren uitstel is de nieuwe inburgeringswet per 1 januari 2022 van kracht gegaan. In de wet is er voor gekozen de regie op de uitvoering bij de gemeente te leggen. De belangrijkste reden is dat de inburgeringsresultaten en de mate van zelfredzaamheid van de groep achter blijven en de sociale en financiële problemen van deze groep, gemiddeld gezien, groot zijn. Inburgeraars overschrijden de maximale inburgeringstermijn en halen niet altijd het hoogst mogelijke niveau. Daarnaast werkt het systeem van een vrije markt op het gebied van inburgeringsonderwijs niet voor deze groep die de weg in de Nederlandse samenleving nog niet kent. Meedoen in en aan de Nederlandse samenleving is voor statushouders, ook na enkele jaren, vaak nog een brug te ver.

De overheid, en wij als gemeente, zal meer moeten doen om deze groep volwaardig onderdeel van onze samenleving te laten zijn. Met de nieuwe wet wijzigt het inburgeringsstelsel. Waar inburgeraars eerder vrij waren om zelf een inburgeringstraject in te kopen en verantwoordelijk waren voor het eigen traject, wordt dit nu anders ingericht. Wij, de gemeente, moet zorgdragen voor een sluitend inburgeringsaanbod om zo een inburgeraar in staat te stellen tijdig te kunnen starten met zijn of haar traject. Daarbij kunnen we ook sturen op prijs en kwaliteit en daarmee ook op de resultaten. Door regie te krijgen op de gehele inburgeringsketen, worden we als gemeente niet alleen in staat gesteld een doorlopende lijn van ondersteuning te organiseren maar ook om maatwerk toe te passen. Daarmee wordt het best passende traject ingezet dat leidt tot het hoogst haalbare resultaat. Indien nodig kunnen we ook handhaven. De belangrijkste verschillen tussen de huidige en de nieuwe situatie, op een rij: Huidige situatie Gemeente verantwoordelijk voor huisvesting, maatschappelijke begeleiding, Participatieverklaring(PVT)

Verantwoordelijkheid bij inburgeringsplichtige

Nieuwe situatie Gemeente verantwoordelijk voor huisvesting, warme overdracht, brede intake, plan inburgering en participatie (PIP), aanbod onderwijs, maatschappelijke begeleiding, ontzorging, module Arbeidsmarkt en Participatie, Participatieverklaring Regie en aanbodplicht voor gemeenten én eigen verantwoordelijkheid inburgeringsplichtige

Inkoop en financiering inburgeringstrajecten voor Inkoop en financiering van inburgeringstrajecten voor asielmigranten door gemeenten verantwoordelijkheid inburgeringsplichtige Onderwijs en participeren staan niet in verband met elkaar.

Duale benadering (onderwijs en participatie) en verbinding met Participatiewet

Financiële zelfredzaamheid inburgeringsplichtige Verplichte financiële ontzorging en training financiële zelfredzaamheid Geen onderscheid in leerniveaus

Drie verschillende leerroutes, keuze wordt vastgelegd in PIP op basis van brede intake

5

Inburgering gericht op taalniveau A2

Standaard inburgering gericht op taalniveau B1

Doelgroep Statushouders De inburgeringsplicht geldt voor iedere statushouder van 16 jaar tot de AOW-leeftijd en arbeidsmigranten die zich duurzaam in Nederland vestigen en een verblijfsvergunning hebben voor bepaalde tijd heeft. Iedereen die na 1 januari 2022 inburgeringsplichtig gesteld kan worden en deze plicht ook opgelegd krijgt van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), valt onder de nieuwe wet. Dit betekent automatisch dat degenen die vóór 1 januari 2022 niet inburgeringsplichtig worden gesteld, niet onder deze nieuwe wet vallen. Statushouders die nog onder de huidige wetgeving vallen, behoren tot de zogeheten ‘ondertussen’ groep. Zij blijven wettelijk gezien verantwoordelijk voor hun eigen traject en de inkoop daarvan. Desondanks kunnen zij profiteren van het nieuwe inburgeringsstelsel en de aanpak daarbinnen. Gezinsmigranten Gezinsmigranten en overige migranten krijgen net als statushouders (verplicht) een brede intake en er zal voor hen een PIP worden opgesteld waarin wordt vastgelegd welke leerroute zij dienen te volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Ook zijn de gezinsmigranten verplicht om deel te nemen aan de MAP (Module Arbeidsmarkt en Participatie) en blijft ook het PVT (Participatieverklaringstraject) verplicht.

Evenals nu het geval is, dienen zij het inburgeringsonderwijs voor taal en KNM zelf te betalen waarbij het mogelijk is om op basis van een inkomenstoets gebruik te maken van een lening bij DUO. Gemeenten worden bekostigd om voor deze groepen de intake, het PIP, voortgangsgesprekken, MAP en PVT aan te bieden.

Opbouw nieuw stelsel Het nieuwe inburgeringsstelsel wordt opgeknipt in drie taalleerroutes die ieder rekening houden met de capaciteiten en mogelijkheden van de inburgeraars, namelijk de onderwijsroute, de B1-route en de zelfredzaamheidsroute (Z-route). Daarnaast dienen inburgeraars vanaf de start van hun traject kennis op te doen over de Nederlandse kernwaarden, maatschappij en arbeidsmarkt, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen. Ten opzichte van het huidige stelsel geldt tot slot dat het vereiste taalniveau van A2 naar B1 gaat, tenzij blijkt dat dit niet haalbaar is. Dan is het mogelijk om op onderdelen het inburgeringsexamen op A2-niveau af te leggen.

6

Hoofdstuk 2: Visie en beleidskaders Wat willen we bereiken? Waarvoor staan we aan de lat? Ons antwoord op deze vragen, onze visie, onze regierol en de gekozen strategieën om onze doelen te bereiken. In dit hoofdstuk gaan we hier op in.

Beleidsdoelstellingen Gemeente Westerveld streeft er naar dat statushouders zo volwaardig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving door zo snel mogelijk te participeren (het liefst via betaald werk) en het hoogst haalbare taalniveau (liefst minimaal B1) te halen. Immers, onze visie is: ‘Iedereen doet mee.’ Als gemeente willen we de statushouder stimuleren en faciliteren en tevens aansluiten bij de behoeften, belangen en verwachtingen in de samenleving. Maatwerk, transparantie, flexibiliteit en samen zijn daarbij belangrijke trefwoorden. Ook wordt ingezet op het bevorderen van kennis van de Nederlandse maatschappij, in combinatie en het ontwikkelen in het ontdekken van talenten en vaardigheden vanaf de start van het inburgeringstraject. Alles om de statushouder zo goed mogelijk op weg te helpen en deel te laten nemen aan de samenleving. De volgende richtinggevende beleidsdoelstelling zijn geformuleerd: 1. Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen en ontdekken hun talenten en vaardigheden; 2. Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving; 3. Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam. Inburgering behelst meer dan het doorlopen van een aantal verplichte onderdelen. Ieder mens is anders, leert anders, heeft andere talenten en vindt andere dingen leuk om te doen.

Gemeente Westerveld neemt de tijd om de inburgeraar te laten landen, te leren kennen en zet in overleg met de inburgeraar het best passende traject in. Door de inburgeraar centraal te stellen kan er worden gekeken naar hoe de inburgeraar zich het beste kan ontwikkelen in zijn burgerschap.

Strategie De gemeente voert de regie over het inburgeringstraject en stimuleert, coacht en begeleidt de inburgeraar. Dit houdt in dat de statushouder na koppeling aan of bij vestiging in de gemeente direct start met het traject en volgens een doorlopende (leer)lijn toewerkt naar inburgering en deelname aan de maatschappij (het liefst door betaald werk). Dat hangt van de wachttijd voor een beschikbare woning af. Er zitten zo min mogelijk gaten (zowel qua tijd als inhoud) tussen de verschillende onderdelen en ze volgen elkaar op, zodat de ontwikkeling van een inburgeraar niet onnodig stilvalt. Inburgeraars nemen niet onnodig lang deel aan een traject, maar bereiken zo snel mogelijk het hoogst haalbare niveau en nemen op de voor hen best passende manier deel aan de maatschappij. Het streven is immers: Iedereen doet mee. De inburgeraar is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor het succesvol afronden van het inburgeringstraject. Wij verwachten dan ook optimale deelname en aantoonbare inzet van de inburgeraar. Handhaving wordt ingezet wanneer de inburgeraar, zonder geldige reden, zijn verplichtingen onvoldoende naleeft. Meedoen is een belangrijk thema binnen de gemeente Westerveld.

Door enerzijds slimme verbindingen te maken met de Jeugdwet, Participatiewet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet Taaleis en de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en de bestaande dienstverlening. Anderzijds door regie te nemen richting de samenwerkingspartners en maatschappelijk middenveld om zo optimale samenwerking hiertussen te faciliteren. Integraal kijken en slim verbinden Het is van belang om goed te blijven kijken naar de verbinding tussen de verschillende beleidsterreinen. Inburgering en participatie liggen dicht bij elkaar. Het omvat de hele 7

participatiesamenleving: de samenleving waarin mensen meedoen naar vermogen, omkijken naar elkaar en dat er zorg en ondersteuning beschikbaar is voor de mensen die dat nodig hebben. Of je nu autochtoon of allochtoon bent. Met name rondom de preventieve activiteiten zijn er slimme verbindingen te leggen. Het stimuleren van meedoen, taalverbetering en ontmoetingsactiviteiten past bijvoorbeeld prima in alle wettelijke kaders. Vanuit de wet Inburgering gaat het om het versterken van het sociale netwerk en de eigen kracht van de inburgeraars, die hierdoor beter in staat zijn om zelf ondersteuning te regelen. De Wmo beoogt de betrokkenheid van mensen bij elkaar te vergroten en vrijwilligerswerk is hier bij uitstek geschikt voor. Waarbij vrijwilligerswerk (participatie) weer een opstap kan zijn naar regulier werk. Mensen ondersteunen doe je idealiter door zo dicht mogelijk bij hun leefwereld te blijven. De nieuwe wet inburgering voorziet hierin. De brede intake zorgt voor een luisterend oor en een integrale kijk op het te volgen traject van de inburgeraar.

Regionale samenwerking De wetgever heeft een impuls willen geven aan met name de regionale samenwerking. Via Divosa zijn per arbeidsmarktregio coördinatoren aangetrokken en bekostigd. Zij begeleiden de veranderopgave binnen de regio’s. In onze regio is deze parttime coördinator in dienst van Zwolle als centrumgemeente. Het Rijk ziet de noodzaak voor regionale samenwerking/ coördinatie in de eerste plaats op het gebied van inkoop van het inburgeringsonderwijs. De beperkte omvang van de doelgroep per gemeente, de diversiteit in die groep en de diversiteit in leerroutes die wordt gevraagd, betekent voor gemeenten dat relatief veel expertise en capaciteit nodig is voor een specialistische opdracht. Daarmee ligt intergemeentelijke samenwerking zeker ook voor Westerveld voor de hand. Het afgelopen jaar is in dit verband regionaal (hele regio) en subregionaal (Meppel, Staphorst, Westerveld en incidenteel Steenwijkerland) afgestemd. Voor Westerveld heeft dit geleid tot de conclusie dat de inkoop van de onderwijsroute het beste regionaal kan worden opgepakt. Inkoop van de B1- en Z-route gaan we samen met Meppel, Staphorst en Steenwijkerland doen, waarbij voor het participatiedeel gebruik wordt gemaakt van de infrastructuur van het werkleerbedrijf Reestmond en stichting Veuruut. De belangrijkste reden om de samenwerking te zoeken is het beperkte volume dat wij aanbieden.

Wanneer wij zelfstandig voor onze inburgeringsplichtigen willen inkopen lopen we het risico dat het aanbod er niet is. Een opleider kan niet kostendekkend een opleiding aanbieden voor bijv. 5 inburgeringsplichtigen per jaar uit Westerveld. Door het volume te bundelen verlagen we de uitvoeringskosten voor de aanbieder. Verder hebben we de verplichting het inburgeringsaanbod flexibel en tijdig aan te bieden. Ook daarvoor is het nodig voor een aanbieder om voldoende leerlingenaanbod te hebben. Een andere belangrijke reden om de samenwerking te zoeken is het gebrek aan ervaring met het inkopen van dit type onderwijs. Het formuleren van een programma van eisen (incl. doelen en ambities), van een strategische inkoopbenadering c.a. kan regionaal effectiever en efficiënter worden opgepakt. Regionaal zijn programma’s van eisen voor de 3 leerroutes opgesteld.

Regierol Gemeente De regierol van de gemeente betekent concreet dat we verantwoordelijk zijn voor de begeleiding van het inburgeringsproces, waaronder het afnemen van de brede intake, het opstellen van het PIP, en het inkopen en aanbieden van de verschillende inburgeringsonderdelen zoals de PVT, de MAP en de leerroutes. Het begeleiden en bewaken van het inburgeringsproces is een belangrijke rol; deze wordt dan ook bij consulenten belegd. Van de consulenten wordt een outreachende en flexibele aanpak gevraagd. Een integrale benadering is van belang; ook moeten consulenten goed de inschatting kunnen maken wanneer het nodig is om andere afdelingen, externe partijen of professionals en sleutelfiguren te betrekken om kwesties die rondom de inburgeraar spelen gezamenlijk aan te pakken. De consulent neemt de inburgeraar mee in deze processen en zet de inburgeraar zo veel mogelijk in zijn eigen kracht. Kennis- en deskundigheidsbevordering zijn dan ook noodzakelijk om de regierol goed in te kunnen vullen.

8

Hoofdstuk 3: Ketenaanpak inburgering In dit hoofdstuk komen de instrumenten aan bod die we voor succesvolle inburgering inzetten. Aan de hand van de route die de inburgeraar doorloopt, worden de instrumenten beschreven. Het nieuwe stelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang tot en met het behalen van het inburgeringsexamen. Begeleiding en ontzorgen maken hier onderdeel van uit en nazorg voorkomt onverhoopte uitval.

Inburgeringsroute Hieronder is de inburgeringsroute schematisch weergeven. In het inburgeringsstelsel wordt onderscheid gemaakt tussen statushouders (geel), gezinsmigranten (roze) en alle nieuwkomers (blauw). Voor alle inburgeraars geldt dat zij een brede intake krijgen, er een Plan Inburgering en Participatie (PIP) op wordt gesteld, dat de modules PVT en MAP doorlopen worden, dat zij een leerroute gaan volgen en dat zij tot slot een inburgeringsexamen afleggen. Formeel begint het inburgeringsproces al bij aankomst in Nederland (voor de statushouder) of wanneer de inburgeraar weet dat hij naar Nederland komt (gezinsmigrant). Zodra de statushouder een verblijfsvergunning heeft gekregen en aan de gemeente gekoppeld wordt, start de regierol op inburgering van de gemeente. Na het doorlopen van het inburgeringstraject houdt de rol van de gemeente niet op. Wij vinden het belangrijk dat inwoners volwaardig mee kunnen doen. Het is belangrijk dat inburgeraars na het doorlopen van het traject blijven participeren, anders lopen zij een verhoogde kans dat zij in een sociaal isolement raken, te maken krijgen met financiële en/of psychosociale problematiek en onnodig een achterstand oplopen. Daarom vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor nazorg.

9

Hieronder worden de diverse onderdelen verder toegelicht en uitgewerkt. AZC Kop AZC

aanvraag gezinsmigratie

Voorinburgering

Inburgeringsexamen buitenland

Leerbaarheidstoets

Verhuizing

Koppeling gemeente huisvesting Maatschappelijke Ontzorgen begeleiding

Brede intake

PIP

Participatie

Leerroute incl. KNM

PVT

MAP

Inburgeringsexamen statushouders gezinsmigranten alle nieuwkomers

Begeleiding werk & participatie

huisvesting Maatschappelijke Ontzorgen PIP

Huisvesting Wij hebben de opdracht te zorgen voor huisvesting van statushouders. Halfjaarlijks draagt het Rijk een taakstelling op, waarbij de provincie optreedt als toezichthouder op de realisatie daarvan. De taakstelling is gerelateerd aan het inwonertal van de gemeente. Ten behoeve van de realisatie van de taakstelling is met woningcoöperatie Actium een prestatieafspraak vastgelegd. Het is sterk afhankelijk van de omvang van het gezin/huishouden dat zich vestigt of het aantal woningen dat volgens de prestatieafspraak beschikbaar moet komen, voldoende is om de taakstelling te realiseren. Het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor de toedeling van statushouders aan gemeenten. Daarbij is het afhankelijk van het aantal personen dat een betreffende 10

woning gaat bewonen in hoeverre de taakstelling wordt gerealiseerd. Wanneer bv. alleen een alleenstaande wordt gehuisvest, zal de taakstelling met reguliere inspanning niet worden gehaald. Nadat de koppeling met de gemeente is gemaakt kan de gekoppelde statushouder worden gematcht met een woning. Nadat de woning is toegewezen aan de statushouder neemt de maatschappelijk begeleider de praktische zaken die daarmee samenhangen voor zijn/haar rekening. Dan moet worden gedacht aan het ondertekenen van het huurcontract en de aanschaf van de eerste basiswoninginrichting. Voor de inrichting van de woning kan de statushouder een lening afsluiten.

Voorinburgering De voorbereiding van gezinsmigranten op de inburgering begint in hun land van herkomst. Zij zijn verplicht om het basisexamen inburgering in hun land van herkomst af te leggen. Statushouders krijgen de mogelijkheid om in het asielzoekerscentrum (AZC) deel te nemen aan het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’. Dit programma is gericht op het leren van de Nederlandse taal en vormt een eerste oriëntatie op de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt. Daarnaast krijgen statushouders ook begeleiding. Het doel van dit programma is dat statushouders zo snel mogelijk beginnen met de inburgering, zodat de overgang van het AZC naar de gemeente zo soepel mogelijk verloopt. Wanneer een statushouder in Westerveld gehuisvest kan worden, wordt een warme overdracht georganiseerd tussen het COA en de gemeente (zie ook het onderdeel ‘brede intake’). De warme overdracht heeft als doel de koppeling vanuit het perspectief van inburgering en participatie zo kansrijk mogelijk te laten verlopen. Het COA houdt hier zo veel mogelijk rekening met (persoons)kenmerken zoals opleiding, arbeidsverleden, sociaal netwerk en persoonlijk welbevinden.

Brede intake Direct na koppeling bij de gemeente start onze regierol en voert de consulent de brede intake uit. Ondertussen start de maatschappelijke begeleiding. De brede intake is belangrijk voor het vaststellen van de PIP en om regie te kunnen houden op het inburgeringsproces. Een succesvol inburgeringstraject begint met goede afspraken. Het doel is een zo uitgebreid mogelijk beeld krijgen van de inburgeraar. Hierbij worden de volgende onderdelen meegenomen: leerbaarheid, opleiding, werkervaring en/of vrijwilligerswerk, competenties, werknemersvaardigheden, taalniveau, motivatie/interesses, mate van zelfredzaamheid, digitale vaardigheden, gezinssituatie, fysieke gezondheid, mentale gezondheid en sociaal netwerk. De onderdelen van de brede intake worden niet aan de hand van het aflopen van een formulier uitgevraagd maar door het voeren van een gesprek. Ook vormt de leerbaarheidstoets input voor de brede intake. Deze toets wordt door een onafhankelijke derde partij afgenomen (landelijk ingekocht), en brengt het leervermogen van de inburgeraar in kaart. De toets geeft aan of iemand binnen 3 jaar B1 niveau kan behalen. Er is een verhoogde kans dat inburgeraars te maken hebben met psychosociale of lichamelijke problematiek, die de voortgang van het traject kan belemmeren. Hier wordt aandacht aan besteedt tijdens de brede intake en gedurende de verdere begeleiding.

Indien nodig wordt de juiste ondersteuning ingezet. Een laatste onderdeel van de brede intake is de warme overdracht vanuit het COA naar de gemeente. Zo wordt voorkomen dat inburgeraars opnieuw hun verhaal moeten doen en tijd verloren gaat aan het verzamelen van gegevens. Er vindt samen met de inburgeraar, een mogelijke tolk, de consulent en de medewerker van het COA een gesprek plaats.

11

Ontzorgen(financiën) We zien het als een belangrijke verantwoordelijkheid om samen met de inburgeraar te werken aan de financiële zelfredzaamheid. Inburgeraars kunnen onnodig in de financiële problemen komen omdat zij niet bekend zijn met de Nederlandse financiële systemen, zoals toeslagen, de Belastingdienst en het betaalverkeer.

De wetgever heeft er ook voor gekozen om alle (bijstandsgerechtigde) inburgeraars verplicht gedurende een periode van zes maanden te ontzorgen, een verplichting die wordt opgenomen in de Participatiewet. In deze periode betaalt de gemeente de vaste lasten zoals huur, energiekosten en de verplichte zorgverzekering en verrekent dit met de bijstandsuitkering. De inburgeraar ontvangt wat resteert en ontvangt de toeslagen. Na een half jaar wordt de verantwoordelijkheid voor de betaling van deze vaste lasten bij de statushouder gelegd, tenzij het noodzakelijk is om de ontzorging nog voort te zetten; dat kan op basis van het huidige artikel 57 van de Participatiewet. Bij dit thema past ook de schuldpreventie. Wij gaan de statushouder in een vroeg stadium Eurowijzer maken. In de periode waarin wij de statushouder ontzorgen wordt een programma aangeboden dat gericht is op financiële zelfredzaamheid en het voorkomen van schulden. Door het op te nemen in de PIP ontstaat er een verplichting om het programma te volgen.

PIP Het Plan Inburgering en Participatie (PIP) is in de kern niet meer en niet minder dan het plan van aanpak waarin de stappen worden beschreven om de inburgering af te kunnen ronden. Het komt tot stand op basis van de brede intake, de uitkomst van de leerbaarheidstoets en contacten met betrokken maatschappelijke partners. Doelstellingen en afspraken in de PIP bepalen mede wanneer iemand aan de inburgeringsplicht heeft voldaan. De verplichte onderdelen zoals onderwijs(leerroute), MAP en PVT, maar ook de begeleiding die mag worden verwacht, worden opgenomen in de PIP. Het duale karakter van de leerroute moet goed worden geduid. De PIP is een beschikking, wat ook de mogelijkheid van bezwaar, beroep en sancties opent. Naar gelang de omstandigheden kan de beschikking worden aangepast en tussentijds opnieuw worden vastgesteld. De gekozen leerroute kan, alleen in het eerste jaar, eenmalig worden aangepast. In geval van verhuizing stelt de nieuwe gemeente opnieuw een PIP vast. De gemeente van herkomst verschaft daarvoor de daar vastgestelde PIP en de uitkomst van de brede intake. De PIP moet binnen 10 weken na vestiging in de gemeente worden vastgesteld. Om voldoende tijd te hebben de inburgeringsplichtige voldoende te leren kennen is de kennismaking op het AZC en het starten van de brede intake daar noodzakelijk.

Met de PIP start de formele inburgeringstermijn; in verband daarmee zullen nog nader te bepalen gegevens uit de PIP aan DUO moeten worden verstrekt. DUO registreert centraal de verplichtingen met betrekking tot de wettelijke inburgeringsplicht en eventueel de lening voor de bekostiging van het onderwijs (dat geldt voor de niet-asielmigranten). Daarnaast is het zaak dat alle betrokken partijen op de hoogte zijn van de PIP zodat ze, afgestemd, mee kunnen werken aan het inburgeringsdoel. Het is belangrijk dat de rechten en plichten die in het PIP zijn vastgelegd duidelijk zijn voor de inburgeringsplichtige die de Nederlandse taal nog niet machtig is.

Leerroutes Een grote wijziging in de nieuwe wet is de diversiteit in leerroutes die moet worden aangeboden. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan het gegeven dat veel inburgeraars nu niet in staat zijn het minimaal gevraagde niveau te halen. In de nieuwe situatie kan (beter) worden aangesloten bij de competenties en het niveau van de inburgeraar. Nog voordat de brede intake plaatsvindt, wordt er een leerbaarheidstoets afgenomen. Deze toets maakt een inschatting van de leerbaarheid van de inburgeraar. Op basis van de uitkomsten van de leerbaarheidstoets, de brede intake en de persoonlijke 12

voorkeur van de inburgeraar zelf, kijken we samen met de inburgeraar welke leerroute het meest passend is. Er zijn drie leerroutes: de onderwijsroute, de B1-route en de Zelfredzaamheidsroute (ook wel Z-route). Voor alle leerroutes geldt dat inburgeraars in de eerste 1,5 jaar nog tussen leerroute kunnen wisselen. In de PIP wordt vastgelegd welke route de inburgeraar gaat volgen. Net als nu bedraagt de maximale inburgeringstermijn 3 jaar, ingaand op de dag dat de PIP wordt vastgesteld. Daarnaast zijn PVT en MAP (zie hierna) verplichte onderdelen. Wij zijn verantwoordelijk voor het aanbod van het onderwijs. Het nieuwe stelsel gaat uit van een doorlopende lijn vanuit de opvang. Er wordt dan vanuit gegaan dat er op het AZC taalles is vanaf dag één en dat het programma “Voorbereiding op de inburgering” wordt gevolgd.

Hieronder worden de leerroutes beschreven. Ook wordt hierbij omschreven hoe we vorm willen geven aan de (taal)participatie, deze kan per route verschillen:

1. Onderwijsroute De onderwijsroute bereidt inburgeraars met een taalschakeltraject voor op instroom in het reguliere Nederlandse onderwijs (MBO2-niveau of hoger). Deze route zal voornamelijk voor jongeren geschikt zijn, mede gezien de leeftijdsgrens om in aanmerking te komen voor studiefinanciering. Deze begrenzing is er wettelijk echter niet. Binnen deze schakelvoorziening is naast taallessen op B1 of B2 niveau aandacht voor andere vakken en vaardigheden die relevant zijn voor instroom op de arbeidsmarkt. Na maximaal 2 jaar wordt de route afgesloten met een inburgeringsexamen op taalniveau B1. Na deze route start men zo snel mogelijk met een reguliere Nederlandse opleiding. Aan de inburgeringsplicht is voldaan als iemand minimaal het MBO2 diploma of hoger heeft behaald en de participatieverklaring heeft ondertekend. Wanneer de onderwijsroute wordt gevolgd zal de inburgeringstermijn langer dan drie jaar zijn. Gedurende de onderwijsroute wordt de inburgeraar zowel vanuit de onderwijsinstelling als de gemeente begeleid in zijn traject en het vervolg erop. Tijdens de voortgangsgesprekken met de consulent wordt ook aandacht besteed aan de toekomstplannen van de inburgeraar. Deze gesprekken zijn onderdeel van het PIP. Participatie In de onderwijsroute is geen sprake van het apart moeten voldoen aan een verplichting rondom participatie. De onderwijsroute vormt een fulltime traject.

2. B1-route Deze route is het meest vergelijkbaar met de huidige inburgeringsroute, behalve dat het streefniveau voor de taal verhoogd is van A2 naar B1. Het doel van de B1 route is zo snel mogelijk een zo hoog mogelijk taalniveau behalen (minimaal B1) en zo het perspectief op de arbeidsmarkt te vergroten. Als het B1- niveau niet op alle onderdelen (lezen, schrijven, spreken en luisteren) haalbaar is, kan een 13

inburgeraar onderdelen van het inburgeringsexamen ook op A2-niveau afleggen. De B1-route beslaat 1600 uur en wordt afgesloten met een inburgeringsexamen op taalniveau B1 of (op onderdelen) taalniveau A2. Participatie Bij voorkeur vindt participatie plaats via betaalde arbeid; als dit niet tot de mogelijkheden behoort, kan bijvoorbeeld worden ingezet op vrijwilligerswerk (participatie naar vermogen). De combinatie met participatie-activiteiten is nieuw; daarmee beoogd is het perspectief op de arbeidsmarkt te verbeteren. Als gemeente zijn wij hier verantwoordelijk voor.

3. Zelfredzaamheidsroute (Z-route) Dit is de Zelfredzaamheidsroute die wordt aangeboden voor inburgeraars voor wie de onderwijsroute, of het taalniveau A2 niet haalbaar is; het gaat dan om inburgeraars die veelal analfabeet (ook in hun moedertaal), laaggeschoold of laag leerbaar zijn met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Insteek is dat iedereen leert zich zelfstandig te redden in de maatschappij. Er worden geen ontheffingen op basis van aantoonbare inspanningen meer verleend. De Z-route beslaat totaal 1600 uur, waarvan de helft aan participatie moet worden besteed. Per week wordt een minimale tijdsbesteding van 20 uur voorgeschreven. Er hoeft geen inburgeringsexamen afgelegd te worden; in plaats daarvan wordt in een eindgesprek met de consulent bepaald of de inburgeraar zich voldoende heeft ingezet. Wij geven als gemeente zelf vorm aan participatie. Participatie Samen met de inburgeraar wordt er gezocht naar passend (vrijwilligers)werk om zo de deelname aan de maatschappij te bevorderen. Deelname aan de Z-route hoeft namelijk niet te betekenen dat de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. Per inburgeraar kan de mate waarin hij in staat is om te participeren sterk verschillen. Dit is maatwerk. Ook kan het zijn dat de inburgeraar start met een maatschappelijke activiteit als opstap naar (betaalde) arbeid.

Binnen deze route speelt deelname aan maatschappelijke activiteiten daarom ook een grote rol.

Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) De module KNM is onderdeel van alle leerroutes. Bij KNM leren inburgeraars onder meer over de omgangsregels, normen en waarden in Nederland, over de Nederlandse geschiedenis, het onderwijssysteem en de gezondheidszorg. Dit draagt bij aan het meedoen in de maatschappij. KNM wordt afgerond met een examen door DUO of een eindgesprek (Z-route).

PVT Het ondertekenen van de participatieverklaring blijft verplicht en is ongewijzigd ten opzichte van de huidige wet, behalve dat deze verklaring nu niet meer in het eerste jaar na vestiging in de gemeente hoeft te worden ondertekend. De ondertekening wordt gekoppeld aan de inburgeringstermijn van 3 jaar. In de participatieverklaring geeft de inburgeringsplichtige aan kennis te hebben (genomen) van de fundamentele waarden in de Nederlandse samenleving. Daarbij gaat het om kennis over artikel 1 van de Grondwet en kennis over uitgangspunten als vrijheid, gelijkheid, non-discriminatie, democratie en van rechten en plichten die daarmee verband houden. Omdat veel landen van herkomst andere kernwaarden kennen is het belangrijk dat inburgeringsplichtigen zich in een vroeg stadium eigen maken welke de Nederlandse principes zijn. De totale duur van het PVT is 12 uur (wettelijk vastgesteld, inclusief ondertekening). De verplichting om het PVT te volgen, wordt opgenomen in het PIP. Participatie en deelname aan Nederlandse maatschappij eindigen echter niet bij het afsluiten van het PVT en vormen een integraal onderdeel van het verdere inburgeringstraject (i.e. de leerroute).

MAP De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) is een module waarbij de inburgeraar de eigen competenties en arbeidskansen in beeld brengt. Dit wordt gecombineerd met praktische inzet op de (lokale) arbeidsmarkt. Hoe de MAP op individueel niveau wordt ingevuld, wordt vastgelegd in het PIP. De module sluit aan op de ambitie van de gemeente om de inburgeraar naar een betaalde baan te

14

begeleiden. Daarbij wordt MAP ingezet als middel om inburgeraars zo goed mogelijk voor te bereiden op de arbeidsmarkt en gecombineerd met bestaande dienstverlening, zoals de sollicitatietraining.

Voortgangsgesprekken De begeleiding van de inburgeraar, op basis van de afspraken die vastgesteld zijn in het PIP, wordt uitgevoerd door een consulent. Deze consulent is de contactpersoon voor zowel de inburgeraar als de ketenpartners, en treedt op als procesbewaker, werkt coachend en ondersteunt op deze wijze de inburgeraar bij het behalen van zijn doelstellingen. Zo kan de gemeente ook gedurende het traject de regie goed in handen houden. Tijdens het inburgeringstraject spreekt de consulent de inburgeraar een aantal keer over de voortgang van het traject en het PIP. Daarbij handhaaft de consulent indien nodig. Vooralsnog wordt uitgegaan van gemiddeld acht voortgangsgesprekken per inburgeraar; in het begin zal de frequentie van de gesprekken hoger liggen, om zo een goede start van het traject te waarborgen

Maatschappelijke begeleiding Het doel van de maatschappelijke begeleiding is toenemende zelfredzaamheid: de statushouder leert zelfstandig gebruik te maken van de benodigde voorzieningen, is in staat daarin zelf keuzes te maken en kan uiteindelijk een nieuw leven in de gemeente opbouwen als volwaardig participerend burger. De maatschappelijke begeleiding wordt in opdracht van ons geleverd door maatschappelijke partners en richt zich op de coaching en begeleiding bij praktische zaken zoals kennismaking met de (lokale) samenleving, voorlichting met betrekking tot basisvoorzieningen, toeleiden naar aanbod op gebied van (financiële) zelfredzaamheid en activiteiten die bij de inburgeraar past. De maatschappelijke begeleiding is maatwerk. Voor elke inburgeraar wordt gekeken welke vraag er leeft en waar de begeleiding zich specifiek op kan richten. Voor sommige inburgeraars is de maatschappelijke begeleiding meer gericht op het leren en ontwikkelen van vaardigheden om goed deel te kunnen nemen in de samenleving. Voor andere inburgeraars kan de begeleiding zich meer richten op hoe de inburgeraar zijn of haar vaardigheden kan inzetten in de Nederlandse maatschappij. Daarnaast biedt de maatschappelijke begeleiding een luisterend oor waar nodig.

De begeleiding vindt plaats vanuit de lokale samenleving, zo is de ondersteuning dicht bij de inburgeraar zelf en betrokken lokale (netwerk)partners. De maatschappelijke begeleider vervult een belangrijke signalerende en verbindende rol. Daarbij wordt aansluiting gezocht op de andere onderdelen van het nieuwe inburgeringsstelsel, zonder dat hier overlap in ontstaat. Om dit te voorkomen stemmen de maatschappelijke begeleider en de consulent Werk & Inkomen goed met elkaar af welke acties in gang worden gezet.

Nazorg Waar nodig worden zij aansluitend op het inburgeringstraject verder begeleid onder bijvoorbeeld de Participatiewet (indien zij nog bijstandsafhankelijk zijn) of de Wmo (als zij verdere ondersteuning nodig hebben). Ook wanneer na het inburgeringstraject geen aanvullende ondersteuning nodig is, wordt na zes maanden na het behalen van het inburgeringsexamen door de consulent contact gezocht met de inburgeraar om te kijken hoe het gaat en of er nog steeds geen behoefte is aan verdere ondersteuning. Lokale betrokken partners spelen een belangrijke rol in (vroegtijdig)signaleren van een mogelijke ondersteuningsvraag. Wanneer het een inburgeraar niet lukt om aan de inburgeringsplicht te voldoen, wordt hierop door DUO gehandhaafd. Vanuit de gemeente zal echter nog steeds worden ingezet op taalverwerving (hetzij via de Wet Taaleis of de WEB), participatie en/of re-integratie, met als doel deelname aan de maatschappij.

15

Hoofdstuk 4: Implementatie Inburgering in Sociaal domein Meer domeinen binnen het Sociaal domein kunnen betrokken zijn bij de inburgeraar. Vanuit Werk en Inkomen zijn in de eerste plaats de inburgeringsconsulenten betrokken. Participatie is eveneens onderdeel van de inburgering waardoor ook deze afdeling betrokken is. De Wmo en Jeugd kunnen betrokken zijn als er vragen of zorgen zijn op het gebied van zorg en opvoeding. Goede samenwerking binnen het Sociaal domein is daarom van belang voor de inburgeraar.

Dienstverlening Sociaal domein De dienstverlening van Werk en Inkomen richt zich hoofdzakelijk op twee onderdelen: 1. Het bieden van een vangnet aan inwoners die dit nodig hebben, door een (tijdelijke) inkomensvoorziening op maat te verstrekken. Dit om armoede te voorkomen en een financieel stabiele situatie te creëren; 2. Inwoners ondersteunen om mee te doen in de maatschappij, het liefst via betaald werk. De begeleiding van inburgeraars door gemeenten bij zowel inburgering als participatie is cruciaal om de dualiteit in de trajecten te borgen. Het is immers onze taak om, samen met de inburgeringsplichtige, vorm te geven aan de invulling van inburgeringstrajecten en daarin het leren van de taal zoveel mogelijk te combineren met participatie. Voor de inburgeraars die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering geldt dat zij ook onder de Participatiewet vallen. Het doel van de Participatiewet is verenigbaar met dat van de Wet inburgering; iedereen doet mee, bij voorkeur via betaald werk. Voor zowel de re-integratie als participatie van inburgeraars wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande dienstverlening; waar nodig wordt deze uitgebreid of doorontwikkeld.

Hierbij kan gedacht worden aan: • Activiteiten op het gebied van re-integratie zoals een leerwerktraject, een stage, reintegratietrajecten zoals empowerment, en begeleid een consulent Werk de inburgeraar gedurende het proces om een (reguliere) arbeidsplaats te vinden. • Activiteiten op het gebied van participatie zoals vrijwilligerswerk of een taalstage.

Doelgroepen die buiten de wet vallen Alleen inburgeraars die na ingang van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig worden, vallen ook daadwerkelijk onder deze nieuwe wet. Ondertussengroep Statushouders die zich vóór 2022 vestig(d)en vallen niet onder dit nieuwe regime. Over de benadering van deze groep hebben het Rijk en de VNG beginselafspraken gemaakt (2 februari 2021) om de begeleidende rol al zoveel mogelijk op te pakken in de geest van de nieuwe wet. Hierbij zijn de brede intake, een PIP-advies en periodieke voortgangsgesprekken genoemd. Aangekondigd is dat hierover nadere financiële afspraken gemaakt moeten worden. AOW-gerechtigden Zij zijn niet inburgeringsplichtig en vallen daarmee buiten de wet. We willen wel graag aandacht schenken aan deze groep en wij verwachten dan ook van maatschappelijke partners dat zij deze groep betrekken bij hun activiteiten en vrijwillige inzet stimuleren.

Samenloop met regelingen Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) Gemeenten zijn onder de Wet inburgering niet verantwoordelijk voor de nazorg van de inburgeraars. De gemeente ziet echter wel het belang om de meest kwetsbare inburgeraars ook na hun inburgering te ondersteunen. De Wmo kan, indien nodig, helpen de juiste zorg te bieden aan inwoners. Het kan ook zo zijn dat de inburgeraar aanvullende zorg nodig heeft tijdens of na het inburgeringstraject. Denk bijvoorbeeld aan traumabehandeling, of medische of psychische problematiek. In dat geval dient deze eerst te worden opgepakt alvorens het inburgeringstraject doorgang vindt. Deze ondersteuning zal ook veelal vanuit de Wmo of reguliere zorgverlening (zorgverzekering) geboden worden. 16

Schuldhulpverlening en Minimabeleid Vanuit de Wet inburgering moet verplicht in worden gezet op ontzorging; daarnaast wil de gemeente inzetten op het vergroten van de financiële zelfredzaamheid. Vanuit het Minimabeleid is naast ondersteuning ook ingezet op het voorkomen van de armoedeval (een daling in het inkomen wanneer iemand vanuit de bijstand aan het werk gaat). Gecombineerd met het vergroten van de financiële zelfredzaamheid heeft dit een preventieve werking. Daarmee wordt zo veel mogelijk voorkomen dat inburgeraars te maken krijgen met financiële problemen en een beroep moeten doen op schuldhulpverlening. Wet taaleis Bijstandsgerechtigden moeten de Nederlandse taal aantoonbaar beheersen door aan een aantal voorwaarden te voldoen, zoals het hebben gevolgd van Nederlands onderwijs. Voldoen zij hier niet aan, dan moeten zij zich inspannen om dit alsnog te doen, bijvoorbeeld door het volgen van taalonderwijs. Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) De WEB is erop gericht basisvaardigheden van volwassenen te bevorderen. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan taalonderwijs. Wet kinderopvang Voordat inburgeraars aan het inburgeringstraject beginnen, moet aan alle randvoorwaarden zijn voldaan. Waar nodig moet dus ook kinderopvang worden ingezet om inburgeraars volwaardig mee te laten doen aan de trajecten.

Daarnaast lopen kinderen van inburgeraars een verhoogde kans op een taalachterstand. Hoewel de realisatie van kinderopvang niet onder de Wet inburgering valt, is hier wel een noodzakelijke verbinding. Daarbij is ook aandacht zijn voor de inzet van vroeg-voorschoolse educatie (VVE). Inburgeraars worden bij aankomst in contact gebracht met de Jeugdgezondheidszorg voor een intake voor een VVE-indicatie. Kinderopvang draagt bij aan de deelname van ouders, met name moeders, aan het inburgeringstraject. Ouders kunnen Kinderopvangtoeslag ontvangen als hun kind deelneemt aan een in het Landelijk register Kinderopvang (LRK) geregistreerde kinderopvang. Binnen de Wet kinderopvang zijn inburgeringsplichtige ouders een aparte doelgroep (Artikel 1.6.g). Een inburgeringsplichtige ouder heeft recht op kinderopvangtoeslag. De toeslag kan alleen aangevraagd worden indien beide ouders (of toeslagpartners indien meerdere volwassenen een huishouden vormen) voldoen aan de voorwaarden voor KOT. Beide ouders (of toeslagpartners) moeten werken, studeren, re-integreren of een verplicht inburgeringstraject volgen dat is aangeboden door de gemeente of bij een cursusinstelling met een Blik op Werk keurmerk. Indien een van de ouders nog in het buitenland buiten de EU/EER verblijft (bijvoorbeeld in het land van herkomst), is er geen recht op KOT voor de inburgeringsplichtige ouder in Nederland.

Samenwerking partners De inburgering vormt een keten, met daarin de nodige ketenpartners. Onmisbaar hierbij zijn onze partners in het voorliggend veld, welke de inburgeraar ondersteunen bij niet alleen participatie maar ook bij het wegwijs worden en integreren in de Nederlandse maatschappij en lokale samenleving. In zowel de samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke partners als tussen maatschappelijke partners onderling wordt dan ook gestreefd naar integraliteit, verbinding en synergie. WMW als vooruitgeschoven post van de gemeente zal deze zoveel als mogelijk faciliteren door partijen te verbinden en regie te nemen in het aanjagen en opzetten van duurzame netwerkstructuren waarbij vanuit een breed perspectief partners, gemeente en mogelijke betrokken partijen worden meegenomen.

17

Hoofdstuk 5: Naleving en handhaving De wet inburgering 2021 kent een inburgeringsplicht. Als gemeente hebben we er ook alle belang bij dat de inburgeraar zijn inburgeringstraject succesvol voltooit. Hij legt hiermee tenslotte de basis voor een succesvolle deelname aan de Nederlandse / Westerveldse samenleving en duurzame uitstroom uit de uitkering. We zullen er voor moeten zorgen dat de voorwaarden om in te burgeren zo optimaal mogelijk zijn, waardoor inburgeraar zich, uit zichzelf, zal conformeren aan de afspraken die met hem gemaakt worden. Handhaven bij het niet naleven van afspraken, door het opleggen van een boete, is mogelijk, maar zal pas volgen als geprobeerd is om de inburgeraar (opnieuw) te motiveren voor het inburgeringstraject. De inburgeraar moet binnen de gestelde termijnen voldoen aan zijn inburgeringsplicht. Om hieraan te voldoen moet hij meewerken aan de brede intake, de afspraken nakomen die zijn vastgesteld in het PIP en binnen de termijn van drie jaar het inburgeringstraject afronden. Het belang van een inburgeringsaanbod dat is toegespitst op de persoonlijke situatie van de inburgeraar, is hiermee wel aangetoond. Maatwerk kan alleen geboden worden als alle aspecten van de brede intake in kaart zijn gebracht en dat kan weer alleen als de inburgeraar meewerkt aan de intake.

Houdt de inburgeraar zich niet aan de afspraken en verplichtingen, dan kan sanctionering een middel zijn om hem hiertoe te dwingen. Door bijvoorbeeld heldere communicatie, transparantie in de werkwijze, duidelijkheid over verwachtingen, willen we de inburgeraar stimuleren om spontaan de afspraken na te leven. Een boete kan vervolgens alleen opgelegd worden als de inburgeraar verwijtbaar niet of onvoldoende meewerkt aan de afspraken die in het PIP zijn vastgelegd. Hij laat bijvoorbeeld zonder gegronde reden verstek gaan bij een voortgangsgesprek of een onderdeel van de MAP of het PVT. Ook kan een boete opgelegd worden als hij niet voldoet aan de gestelde intensiteit van de leerroute. Hij is bijvoorbeeld langdurig of regelmatig afwezig bij de taallessen of zet zich tijdens deze lessen niet of onvoldoende inzet. De hoogte van de boete hangt af van de mate van verwijtbaarheid. In het nieuwe stelsel worden vier categorieën van verwijtbaarheid onderscheiden: opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. De wet en de daarop gebaseerde regelgeving laten weinig ruimte voor een eigen, gemeentelijke invulling van de op te leggen boete. De opbouw naar een maximale boete en de daarbij horende bedragen zijn in de wet vastgelegd.

Naast de gemeente heeft ook DUO een handhavende rol in het nieuwe inburgeringsstelsel. Waar de gemeente toeziet op de handhaving van het PIP, handhaaft DUO op het binnen drie jaar behalen van de inburgeringsplicht, de MAP en het PVT. Het uitgangspunt bij de rolverdeling tussen DUO en gemeenten, is dat beide partijen gegevens uitwisselen om zo een inburgeraar niet dusdanig vaak beboet wordt dat hij of zij in financiële problemen raakt. Daartoe zijn ook de nodige artikelen opgenomen in de nieuwe Wet inburgering zodat dit vanwege privacyregels ook mogelijk is. Ook kan de gemeente op grond van de Participatiewet handhaven. Het kan dan ook voorkomen dat een inburgeraar met één gedraging beide wetten overtreedt en dus ook twee keer gesanctioneerd kan worden. Om dit te vermijden, wordt in de wet opgenomen dat wanneer een gemeente handhaaft op grond van de Participatiewet, handhaving op grond van de Wet inburgering niet mogelijk is.

18

Hoofdstuk 6: Beheersmaatregelen Een nieuwe wet en een nieuw beleid. Hoe volgen we de effectiviteit van het inburgeringsbeleid? In dit hoofdstuk gaan we in op de data die we nodig hebben om dit te meten. Tegenover de nieuwe taken staat ook een budget vanuit de overheid, om deze uit te kunnen voeren. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegevens in het financiële plaatje en de risico’s die er zijn.

Monitoring De Wet inburgering is een nieuwe wet, die nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich meebrengt voor de gemeente. Monitoring en evaluatie zijn daarom erg belangrijk, zodat we kunnen leren wat wel en niet werkt en tijdig kan worden bijgesteld. Om de effectiviteit van het inburgeringsbeleid te kunnen meten, willen we de volgende zaken periodiek weten: • Instroom van inburgeringsplichtigen. Omdat de instroom onvoorspelbaar is, wordt dit tevens gebruikt om een beeld te vormen van de doelgroep en waar nodig de uitvoering op bij te stellen; • Resultaten, waaronder de uitstroom per route, na hoeveel maanden deze uitstroom plaatsvindt, en de slagingspercentages voor het inburgeringsexamen, de leerroute en de diverse modules; • Kostenontwikkeling; • Klanttevredenheid met betrekking tot de onderdelen die geen meetbaar resultaat hebben, zoals maatschappelijke begeleiding, de MAP en het PVT. • Middels contractmanagement sturen op de bij de inkoop of subsidie opgenomen kwaliteitseisen en –criteria bij voorkeur aan de hand van managementrapportages. • Behaalde resultaten op het gebied van participatie en re-integratie

Evaluatie Middels managementrapportages wordt de voortgang gemeten en waar nodig wordt de uitvoering bijgesteld. Het beleidsplan zal 3 jaar na invoering van de wet geëvalueerd worden. De verwachting is immers dat nagenoeg alle inburgeraars die onder het nieuwe stelsel vallen op een eerder moment nog volop met hun traject aan de slag zijn en er dus nog geen resultaten zijn. Als er echter knelpunten ontstaan op beleids- of uitvoeringsniveau wordt hier op bijgesteld.

Financiën De stelselwijziging legt de regie op in de inburgering bij de gemeente. De gemeente gaat hiervoor extra middelen ontvangen. Via een specifieke uitkering (SPUK) (Sisa-verantwoording, single information, single audit) komt het budget voor inburgeringsvoorzieningen beschikbaar. Voor gemeente Westerveld is dat voor 2022: € 120.389. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vijf verschillende voorzieningen. Als normbedragen gaan we op dit moment uit van: Leerroutes MAP(2) Maatschappelijke begeleiding PVT Tolkvoorziening

Asielmigranten € 10.000 € 136 € 1944 € 216 € 417

Gezins- en overige migranten €0 € 195 €0 € 216 € 179

Totaal(1)

€ 12.712

€ 589

(1) Dit budget is exclusief btw. Wanneer een uitgaven wordt gedaan waar compensabele btw op van toepassing is dan kan dit worden gedeclareerd bij het btw-compensatiefonds. (2) Er wordt gerekend met een bedrag van € 226 voor een MAP-traject. Voor MAP is er alleen een aparte vergoeding voor asielmigranten in de B1-route en gezinsmigranten in de B1-route of de Z-route. Daarom is het gemiddelde bedrag lager dan de € 226.

19

Uitvoering Voor de uitvoeringskosten worden middelen toegevoegd aan het Gemeentefonds. De verdeling van deze middelen is gebaseerd op het aantal inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond. Gebaseerd op de decembercirculaire 2020 gaan we voor Westerveld nu uit van: 2021 € 20.928 2022 € 54.597 2023 e.v. € 60.064 Aantallen statushouders en gezins- en overige migranten Raming 2022:

Aantallen

Tarief 2022 (€)

(€)

Statushouders Gezinsmigranten

15 4

12.712 589

190.680 2.356

Totaal

19

193.036

Inburgeringsvoorzieningen De hoogte van het budget voor inburgeringsvoorzieningen omvat geen tegemoetkoming voor: Devices Noodzakelijke apparatuur zoals laptop die nodig is om de taallessen te kunnen volgen. Reiskosten Reiskosten zitten niet inbegrepen in het budget voor de inburgeringsvoorzieningen maar ondanks het feit dat we op basis van de nieuwe inburgeringswet ook geen taak hebben op dit gebied, zullen we daar wel een voorziening voor moeten treffen aangezien de taallessen buiten de gemeente gevolgd moeten worden.

Prestatiebekostiging Aanvankelijk was in het wetsvoorstel voor de nieuwe wet Inburgering de prestatiebekostiging opgenomen, waarbij tot 25 % op het budget voor de leerroutes zou kunnen worden gekort bij onvoldoende resultaat. Dit percentage is uiteindelijk verlaagd naar 10 % en wordt de eerste drie jaar nog niet ingevoerd. Aan de hand van een evaluatie na de eerste drie jaar zal bekeken worden of deze prestatiebekostiging wordt ingevoerd.

Risico’s Het nieuwe inburgeringsstelsel brengt een aantal risico’s met zich mee: Onvoorspelbaarheid instroom De taakstelling met betrekking tot te huisvesten statushouders wordt door het Rijk opgelegd. Financiën Hoewel het in de lijn der verwachting ligt dat gemeenten voldoende budget ontvangen, gelet op het kostenonderzoek van AEF, blijft dit toch een onzekerheid. Door bij de inkoop goede afspraken te maken over niet alleen kwaliteit maar ook prijs, kan deze onzekerheid ten dele worden afgevangen. Een financieel risico wordt gevormd door het ontvangen van onvoldoende budget vanuit het Rijk en de onvoorspelbaarheid van de instroom. In principe geldt dat de financiering in pas loopt met het aantal gehuisveste statushouders (waarvoor de gemeente verplicht een traject moet aanbieden c.q. een leerroute moet inkopen). Het betreft echter een open einde-regeling. De gemeente blijft immers wettelijk verantwoordelijk voor het verzorgen van een traject voor de inburgeraar. Resultaat 20

De kwaliteit van het inburgeringsstelsel en de ingekochte trajecten wordt gewaarborgd door het bij de inkoop stellen van duidelijke kwaliteitseisen en –criteria, en het maken van goede werkafspraken met samenwerkingspartners. Als gemeente nemen we de regierol richting de inburgeraar om deze te motiveren (en indien nodig, te sanctioneren), zodat we kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het stelsel en de wens om de inburgeraar het hoogst haalbare resultaat te bereiken. Dit laatste is echter ook afhankelijk van de inburgeraar zelf; de invloed van de gemeente blijft beperkt.

Privacy De Wet inburgering en de bijbehorende lagere regelgeving bevatten een aantal artikelen c.q. grondslagen waarmee gegevensverwerking- en uitwisseling mogelijk gemaakt wordt. Dit is echter beperkt tot de taken die de gemeente vanuit de wet Inburgering krijgt, en voorziet niet in het delen van gegevens binnen een bredere context in het sociaal domein. In de memorie van toelichting staat hierover het volgende opgenomen: “om maatwerk te kunnen toepassen, is het tevens van belang dat gemeenten in staat worden gesteld een integrale aanpak te hanteren waarbij inburgering zoveel mogelijk wordt verbonden met de overige relevante beleidsterreinen binnen het sociale domein (zie paragraaf 1.3.4). Om de knelpunten rondom gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein weg te nemen, heeft de Minister van BZK aangekondigd tot een aanpassing van wetgeving te komen. Gelet op de taken die gemeenten in het nieuwe inburgeringsstelsel krijgen, zal inburgering ook onderdeel gaan uitmaken van deze wetgeving. Er zijn vijf kritieke momenten waarbij gegevensuitwisseling in het kader van inburgering een belangrijk rol speelt: 1. De warme overdracht met het COA, waarbij de gemeente gegevens overgedragen krijgt van het COA; 2. De brede intake, waarbij wij informatie verkrijgt van de inburgeraar en waarbij bepaald moet worden hoe hiermee moet worden omgegaan; 3.

De uitvoering van het traject, waarbij de gemeente instrumenten inzet vanuit diverse domeinen/wetten binnen de eigen organisatie. De consulent moet regie voeren, maar vanuit de diverse domeinen zijn consulenten beperkt in het delen van gegevens over cliënten; 4. De uitvoering van het traject, waarbij de gemeente nauw samenwerkt met ketenpartners, maatschappelijke partners en aanbieders ; 5. De nazorg, waarbij wij vanuit de Wet inburgering geen wettelijke verplichting meer hebben jegens de inburgeraar maar wel proactief ondersteuning willen bieden indien dit nodig is.

Communicatie Voor wat betreft communicatie richting de doelgroep moeten er vooraf een aantal incidentele acties worden uitgevoerd, die daarna enig onderhoud vragen. We zullen de gemeentelijke website aanpassen, informatie schriftelijk beschikbaar stellen en gebruik maken van de landelijke informatie c.q. campagnes om de inburgeraar zo goed mogelijk voor te lichten.

Implementatie Volgend op het beleidsplan wordt een plan van uitvoering opgesteld. Hierin wordt aandacht besteed aan de volgende onderdelen: • Gedetailleerde inrichting van het inburgeringsstelsel inclusief de noodzakelijke ICTaanpassingen; • Een verdere uitwerking van de monitoring; • Een overzicht van de taken en verantwoordelijkheden van de diverse samenwerkingspartners; • Communicatiemiddelen; • Meenemen van betrokken afdelingen en organisaties in de voorbereiding en ontwikkeling van het implementatieproces.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=3a4e33c5-9d0b-41d0-b898-dd34904f6ca5