CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

T 2024-066 Bijlage 3 Toelichting en regels vast te stellen BP Beneden-Leeuwen Uitbreiding IKC

Gemeenteraad 12 september 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Investeringskrediet aanpassingen openbare ruimte IKC Beneden-Leeuwen20.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting en regels

Vastgesteld (12 september 2024)

Bestemmingsplan

Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend(e) bestemmingsplan(nen) 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 8

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

10 10 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

16 16 18 20

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Cultureel Erfgoed 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling

22 22 25 27 28 29 31 32 34 39 41 43 43

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen

45 45 46

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Inspraak

48 48 48

Bijlagen bij toelichting

49

Bijlage 1

Parkeeronderzoek

50

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek & onderzoek asbest in bodem

51

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

52

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming

53

Bijlage 5

Stikstofdepositieonderzoek

54

Bijlage 6

Archeologisch bureauonderzoek

55

2

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Regels

57

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

58 58 62

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Groen Maatschappelijk Verkeer Verkeer - Verblijfsgebied

63 63 64 66 67

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

68 68 68 70 70

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

71 71 71

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

4

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Toelichting

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een uitbreiding van het Integraal Kindcentrum (IKC) aan de Heideakkerweg in Beneden-Leeuwen. Kindcentrum BenedenLeeuwen bestaat uit 2 basisscholen namelijk OBS de Wijzer en basisschool de Leeuwenkuil, KION kinderopvang/buitenschoolse opvang en het is fysiek verbonden met Pax Christi College JUNIOR (voortgezet onderwijs). De gemeente wil hier een uitbreiding realiseren van het IKC van circa 1.600 m² in één gebouw verspreid over twee bouwlagen. Daarnaast wordt er een nieuwe ontsluitingsweg gerealiseerd in de vorm van een fietsstraat (éénrichtingsverkeer voor motorvoertuigen) vanaf de noordelijke tak van de nieuw te realiseren rotonde op de Van Heemstraweg. Deze aansluiting is nodig voor de bereikbaarheid van de brandweerkazerne voor de opkomende brandweerlieden komende vanaf de Van Heemstraweg. Tenslotte wordt ook de verplaatsing van de bushalte aan de noordzijde van de Van Heemstraweg mogelijk gemaakt met onderhavig bestemmingsplan. Om de uitbreiding aan de zuidzijde van het bestaande IKC, de noordelijke tak van de rotonde en de verplaatsing van de bushalte aan de noordzijde van de Van Heemstraweg mogelijk te maken, moet het geldende bestemmingsplan worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern Beneden-Leeuwen en is kadastraal bekend als gemeente Wamel, sectie G, nr's 1.782 (deels), 1.783 (deels), 2.105 (deels), 2.113 en 2.149 (deels). Het plangebied en wordt begrensd door:  Noordzijde: de zuidzijde van de bestaande onderwijsgebouwen van het IKC;  Oostzijde: de Akkerstraat;  Zuidzijde: de groenzone aan de noordzijde van de Van Heemstraweg en de Van Heemstraweg zelf;  Westzijde: een voetpad met daarnaast een vijver tussen de Heideakkerweg en de Van Heemstraweg. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

6

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Globale ligging plangebied (rode druppel, Bron: maps.google.nl)

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

1.3

Geldend(e) bestemmingsplan(nen)

Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Dorpen, actualisatie 2021', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 27 januari 2022. Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Groen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met globale aanduiding plangebied (rode omkadering) Omdat binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' geen gebouwen mogen worden opgericht, en de nieuwe bebouwing ook deels voorzien is buiten het bestaande bouwvlak van de bestemming 'Maatschappelijk', zal het geldende bestemmingsplan moeten worden herzien om de bouw van de uitbreiding van het IKC mogelijk te maken. De noordelijke aansluiting op de nieuwe rotonde en de verplaatste bushalte aan de noordzijde van de Van Heemstraweg kunnen daarnaast niet gerealiseerd worden binnen de bestemming 'Groen'. Hiervoor zal de bestemming 'Verkeer' op de verbeelding opgenomen moeten worden. Vandaar dat in onderhavige toelichting wordt gemotiveerd dat, ondanks dat het bouw- en inrichtingsplan op onderdelen niet passend is binnen de regeling van het geldende bestemmingsplan, sprake is van een ruimtelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare situatie.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen:

8

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

Het plangebied is in de bestaande situatie in gebruik als speelplaats en groene voorruimte bij het bestaande IKC. Ook loopt de Heideakkerweg midden door het plangebied met aan de noordzijde van deze weg verschillende bomen. De zuidzijde van het plangebied bestaat uit een groenstrook, ingeklemd tussen drie wegen. Het zuidoostelijke deel van het plangebied is specifiek in gebruik als hondenuitrenveld, die rondom voorzien is van een beukenhaag. Op navolgende afbeelding een vogelvluchtimpressie gezien in noordoostelijke richting:

Aan de westzijde van het plangebied loopt een voetpad naar een bushalte met fietsenstallingen aan de Van Heemstraweg. Direct ten westen van het voetpad bevindt zich een bestaande vijver met aansluitend de brandweerkazerne.

10

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Op navolgende afbeelding een impressie van de bestaande situatie:

Impressie bestaand IKC vanaf de Heideakkerweg in noordoostelijke richting

Impressie bestaand IKC vanaf de Heideakkerweg in noordwestelijke richting

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Impressie groenstrook ten zuiden van de Heideakkerweg in zuidwestelijke richting

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Stedenbouwkundig ontwerp

Er is een studie uitgevoerd naar de uitbreiding van het IKC. In eerste instantie heeft dit geleid tot navolgende ambitiekaart op hoofdlijnen voor de functies in het plangebied en de directe omgeving, waarbij de beoogde uitbreiding van de onderwijsvoorzieningen (op basis van de leerlingprognose van november 2023) is verhoogd van 1.200 m² bvo naar circa 1.600 m² bvo:

12

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

In het vervolgtraject is meer in detail gekeken naar de stedenbouwkundige, architectonische en verkeerskundige (on)mogelijkheden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een stedenbouwkundig ontwerp waarbij de uitbreiding van het IKC gekoppeld is aan de zuidzijde van het bestaande gebouw en een deel van de Heideakkerweg wordt opgeheven. Er is hierbij gekozen voor een rechthoekige uitbreiding, waarbij de recente nieuwbouw (westzijde bestaande bebouwing) dient als uitgangspunt voor de nieuwbouw. Op navolgende inrichtingsschets is dit weergegeven:

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

2.2.2

Planbeschrijving

Er is nog geen uitgewerkt bouwplan voor de uitbreiding van het IKC, maar als referentie is de meest recente nieuwbouw van het bestaande onderwijsgebouw aan de westzijde van het IKC genomen. De goot- en bouwhoogte daarvan bedragen afgerond 7,5 m respectievelijk 12,0 m. Dit ziet er dan op hoofdlijnen zo uit:

Bron: SORS Architecten, d.d. 19 april 2024 De uitbreiding betreft 2 bouwlagen (2 x 800 m² bvo, exclusief verbindingsgangen met de bestaande bebouwing). De massa verhoudt zich qua formaat goed tot de bestaande massa’s. Het geheel van de massa is compact en heeft een duidelijke oriëntatie op het park en de Van Heemstraweg (uitstraling weg- en parkzijde). Via 2 verbindingen is de nieuwbouw met de bestaande bebouwing verbonden, waardoor een rondje gemaakt kan worden in het gebouw. Door de gekozen vormgeving: 1. blijft een deel van het binnenterrein vrij voor functies; 2. behouden de lokalen gelegen aan het binnenterrein daglichttoetreding; 3. blijft de entree van het Pax Christi College JUNIOR aan de voorzijde gehandhaafd. De nieuwbouw sluit verder goed aan op de logistieke ruimten van de bestaande gebouwen waardoor ingrepen daaraan beperkt zijn;

14

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

De Van Heemstraweg heeft op deze plek een ruim profiel dat afwijkt van de overwegend vrijstaande woonbebouwing met groene voortuinen in het bestaande bebouwingslint. Door de gekozen oriëntatie van de uitbreiding min of meer evenwijdig aan de Van Heemstraweg steekt een zo beperkt mogelijk deel van de nieuwbouw de groene, open parkruimte in. De groene verbinding door het park kan daarmee behouden blijven. De overige functies als (fiets)parkeren, hondenuitlaatveld en speelruimte liggen geconcentreerd, vooral aan de oostzijde van het hele onderwijsgebouwencomplex, aan de zijde van de Akkerstraat. Voor de parkeertoets wordt verwezen naar paragraaf 4.1.

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek In het Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

16

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. In zoverre past de uitbreiding van het IKC binnen de ladder voor duurzame verstedelijking. Op basis van de huidige situatie en de leerlingenprognose is de behoefte aan onderwijshuisvesting voor de basisscholen en de kinderopvang in november 2023 nader bepaald. Middelbare school Pax Christi College JUNIOR heeft aangegeven de komende jaren geen verdere uitbreiding nodig te hebben.

De eigen leerlingenprognose geeft lagere aantallen te verwachten leerlingen aan dan de laatste prognose van Pronexus. Bij meer aanmeldingen dan gehuisvest kunnen worden in het huidige onderwijsgebouw, worden leerlingen in Druten geplaatst. Leerlingen uit de gemeente West Maas en Waal hebben voorrang bij toelating tot Pax Christi College JUNIOR. Huidige situatie In de besluitvorming is destijds aangegeven dat het Kindcentrum gebouwd werd voor 440 leerlingen. Dit betekent volgens de Verordening Onderwijshuisvesting West Maas en Waal (2022) een bruto vloeroppervlakte (bvo) van: - Vaste voet basisschool De Wijzer

200 m2

- Vaste voet basisschool De Leeuwenkuil

200 m2

- 440 leerlingen x 5,03 m2

2.213 m2

Totaal

2.613 m2

Hierbij is destijds uitgegaan van een inverdieneffect van 279 m2 in verband met gezamenlijk gebruik van bepaalde ruimtes door beide scholen. Namelijk 2.613 m² volgens de Verordening Onderwijshuisvesting West Maas en Waal -/- 2.334 m² werkelijk gebouwd bvo. Er is dus werkelijk gebouwd voor 384 leerlingen. Namelijk 2.334 m² minus 2x vaste voet = 1.934 m² / 5,03 = 384 leerlingen. Er is sprake van een buitenoppervlakte van circa 1.540 m². Hierin zijn de oppervlakten van overdekte ruimten (berging), fietsenstallingen en dakoverstekken niet meegenomen. (conform artikel E2.3 uit de Verordening Onderwijshuisvesting West Maas en Waal 2022). Uitbreiding onderwijsruimte De uitbreiding van de onderwijshuisvesting vindt plaats op basis van het leerlingenaantal voor beide basisscholen samen op de piek van de leerlingenprognose van 653 leerlingen in 2033 (peildatum 1 oktober 2033). Dit zijn 653 - 384 = 269 leerlingen meer dan waarvoor het huidige gebouw van beide basisscholen is gebouwd. Voor de uitbreiding van beide basisscholen is 269 x 5,03 m² = 1.353 m² extra bvo benodigd. De toeslag op basis van de achterstandsscore van basisschool De Wijzer is 3 m² (voor de berekening zie de Verordening Onderwijshuisvesting West Maas en Waal 2022). Bij basisschool De Leeuwenkuil is geen sprake van een achterstandsscore. Het totaal aantal m² komt hiermee op 1.353 + 3 = 1.356 m².

De ruimtebehoefte van de kinderopvang betreft een uitbreiding van 266 m² (460 m² minus de 194 m² aan ruimte, die gehuurd wordt in het Pax Christi College JUNIOR voor de kinder(dag)opvang). De totale uitbreiding behoefte aan onderwijshuisvesting bedraagt daarmee 1.356 + 266 = 1.622 m². Het streven is deze omvang te realiseren in twee bouwlagen van circa 800 m² bvo, in totaal circa 1.600 m² bvo. Eventuele verbindende gangen c.q. luchtbruggen zijn hierbij nog niet meegerekend. De beoogde uitbreiding kan daarmee naar verwachting de behoefte op basis van de leerlingprognose faciliteren.

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Uitbreiding buitenruimte Op basis van de benodigde buitenruimte voor basisschool de Wijzer en basisschool de Leeuwenkuil is op basis van de Verordening Onderwijshuisvesting West Maas en Waal 2022 berekend hoeveel buitenruimte er in de toekomstige situatie nodig is: - Wijzer 600 + 237 (3 x 79)

837 m²

- Leeuwenkuil 300 + 232 (3 x 74)

532 m²

Totaal

1.369 m²

Oftewel de huidige buitenruimte is qua omvang 1.540 - 1.369 = 171 m² groter dan volgens de verordening nodig is. Dit betekent dat er geen uitbreiding van de buitenruimte noodzakelijk is. Mogelijk is er wel extra ruimte nodig voor fietsenstallingen en/of bergingen. Dit wordt nog nader uitgewerkt in het ontwerp voor de buitenruimte. De basisscholen en de kinderopvang hebben afgesproken dat de peutergroepen bij de kleutergroepen in het huidige gebouw worden geplaatst, waardoor de bestaande buitenruimte bij de kinderopvang gebruikt kan worden. Er is dus ook geen extra buitenruimte nodig voor de kinderopvang. Bijkomend voordeel is dat er dan geen nieuwe toiletfaciliteiten voor peuters in de nieuwbouw nodig zijn. Op basis van het voorgaande is de behoefte aan onderwijshuisvesting onderbouwd en voldoet de beoogde ontwikkeling aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de NOVI, het Barro en de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023)' hebben Provinciale Staten op 21 december 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal:  Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.  Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen.

En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

18

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. Duurzaamheid De meeste woningen en andere gebouwen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande gebouwen en het verduurzamen van wijken. Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen, zoals scholen. Vanaf 2021 zijn deze eisen aangescherpt en moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie.

Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt. Hieronder een opsomming van die onderdelen van de inrichting die tegemoet komen aan het klimaatbestendig maken van het nieuwe onderwijsgebouw en de omliggende buitenruimte:  Afkoppelen regenwater: door het regenwater bovengronds af te koppelen wordt wateroverlast tegengegaan en verkoeling gebracht. Het regenwater zal afgevoerd worden naar de bestaande vijver ten westen van het plangebied.  Ruimte bieden aan een groene inrichting met verschillende soorten (inheemse) beplanting ter verbetering van het microklimaat en de biodiversiteit, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde leefomgeving. Voorbeelden zijn: de groene inrichting van de buienruimte rondom het nieuwe onderwijsgebouw en de benodigde extra parkeerplaatsen.  De hoeveelheid verharding zal zoveel mogelijk worden beperkt.

Dit komt mede tot uiting door het verwijderen van een deel van de Heideakkerweg. Bovenstaande aanpassingen in de openbare ruimte richten zich voornamelijk op het beperken van de verwachte gevolgen van klimaatverandering; wateroverlast en verhitting. Dit gebeurt grotendeels door het aanleggen van betere water- en groenvoorzieningen. Dit heeft niet alleen positieve gevolgen voor het tegengaan van de mogelijke effecten van klimaatverandering. De aanleg van water en groen heeft tevens invloed op de gezondheid en het woongenot van de nieuwe bewoners. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor voorliggende ontwikkeling. De Omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Voor het onderhavige plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening.

3.2.3

Conclusie

De beoogde ontwikkeling is passend binnen het relevante provinciale ruimtelijke beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Dorpen 2025

Op 30 april 2015 heeft de gemeenteraad de 'Structuurvisie Dorpen 2025' vastgesteld. Hierin wordt voor de komende jaren aangegeven waarin moet worden geïnvesteerd. Per kern wordt aangegeven welke waarden belangrijk zijn en waar ruimtelijke opgaven liggen voor de toekomst. De structuurvisie is er op gericht de ruimtelijke leefbaarheid in de dorpen te behouden en te verbeteren. Uitgangspunt is dat ontwikkelingen in en om de kernen worden geconcentreerd. Inbreiding heeft de voorkeur boven uitbreiding van de dorpen, op voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit. Het onderwijs en het verenigingsleven zijn erg belangrijk voor het contact tussen inwoners van West Maas en Waal onderling en daarmee de leefbaarheid in de kernen. Ontwikkelingen als vergrijzing, ontgroening en individualisering vormen bedreigingen voor de bezettingsgraad van de scholen en het voortbestaan van verenigingen. Ook de behoefte aan zorg neemt toe. De basisschool geldt als een belangrijke dorpsvoorziening in West Maas en Waal. Niet alleen als educatieve instelling, maar ook als ontmoetingsplaats voor ouders. Door de ontgroening loopt het aantal leerlingen per basisschool terug. Kwaliteit zit in het onderwijs zelf, maar ook in het ontwikkelen van vriendschappen met leeftijdsgenoten en sociale vaardigheden. Een gymzaal in de buurt past bij kwalitatief goed onderwijs.

Onder opvang vallen buitenschoolse opvang, kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. Het doel is om deze functies samen met de basisscholen als een maatschappelijk knooppunt van onderwijs en opvang te accommoderen. Samenwerking kan leiden tot het samenvoegen van accommodaties die samen een Integraal Kind Centrum (IKC) kunnen gaan vormen. Om de kwaliteit te waarborgen is samenwerking tussen de scholen vereist. Dit wordt ook vanuit de Visie Leefbaarheid Kernen 2030 voorgesteld. Dorpsontwikkelplan Onderdeel van de structuurvisie zijn de dorpsontwikkelingsplannen waarin de visie op de dorpen en de uitgesproken karakters van de dorpen samenkomen. Het plangebied valt binnen een gebied dat is aangeduid als 'Onderzoek herontwikkeling onderwijs-voorzieningencluster'. Een mogelijke herontwikkeling van het gebied tussen de Rozenstraat en de Van Heemstraweg kan worden ingezet om de ruimtelijke structuur binnen dit deel van Beneden-Leeuwen te versterken en de beeldkwaliteit, de beleving en het gebruik van de openbare ruimte te verbeteren.

20

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Planspecifiek De samenwerking op onderwijsgebied, zoals genoemd in de structuurvisie, is voor het plangebied al tot stand gekomen. Er is één gebouwcluster (bouwjaar 2004) voor Beneden-Leeuwen in de vorm van een IKC met daarin twee basisscholen, kinder(dag)opvang en een middelbare school. Vanwege ruimtegebrek bij de basisscholen in hun bestaande schoolgebouw, bestaat er de behoefte aan een nieuw onderwijsgebouw in aanvulling op het bestaande gebouwencluster. Door het afsluiten van de Heideakkerweg en het betrekken van de groenzone aan de zijde van de Van Heemstraweg bij de uitbreiding van het IKC en de herinrichting van de bijbehorende buitenruimte, ontstaat er de mogelijkheid om de beleving en het gebruik van de openbare ruimte ter plaatse te verbeteren en meer klimaatadaptief vorm te geven.

3.3.2

Dorpskwaliteitsplan & Dorpspaspoort

De gemeente West Maas en Waal heeft acht dorpskernen met ieder een eigen identiteit. In het dorpskwaliteitsplan geeft de gemeente aan wat die identiteit bepaalt en nog belangrijker: hoe die unieke kenmerken kunnen worden behouden en versterken. De gemeente nodigt uit tot initiatieven die daaraan bijdragen. Zo werkt iedereen samen aan de ruimtelijke kwaliteit van de dorpen. In deel A van het dorpskwaliteitsplan, de gereedschapskist, staan richtlijnen en spelregels die helpen bij het opstellen van nieuwe plannen. Maar bovenal biedt het inspiratie voor het ontwikkelen van nieuwe plannen. Het dorpskwaliteitsplan vervangt daarmee de welstandsnota. In deel B van het dorpskwaliteitsplan staan acht 'dorpspaspoorten'. In de paspoorten wordt verder ingezoomd op de acht kernen en wordt aan de hand van verschillende thema's aangegeven wat iedere kern onderscheid van de zeven andere. Ook zijn enkele ruimtelijke opgaven uitgelicht waarmee de gemeente de komende jaren te maken krijgt. De gemeente wil er immers voor zorgen dat de eigen identiteit van iedere kern herkenbaar blijft en dat niet alles op elkaar gaat lijken. De gemeenteraad heeft het dorpskwaliteitsplan en de bijbehorende dorpspaspoorten op 24 januari 2019 vastgesteld.

Dorpskwaliteitskaart Het deel van het plangebied ten zuiden van de Heideakkerweg is op de 'Dorpskwaliteitskaart | Structuurdragers en ruimtelijke opgaven' van Beneden-Leeuwen aangeduid als onderdeel van het 'Groenstructuur behouden en versterken'. Planspecifiek Door het afsluiten van de Heideakkerweg en het betrekken van de groenzone aan de zijde van de Van Heemstraweg bij de uitbreiding van het IKC en de herinrichting van de bijbehorende buitenruimte, ontstaat er de mogelijkheid om de beleving en het gebruik van de openbare ruimte ter plaatse te verbeteren en meer klimaatadaptief vorm te geven.

3.3.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de structuurvisie en het dorpskwaliteitsplan.

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Hoofdstuk 4

Milieu- & omgevingsaspecten

4.1

Verkeer & parkeren

4.1.1

Verkeer

Stedenbouwkundig is er voor gekozen om de uitbreiding van het IKC fysiek te koppelen met het bestaande gebouw. Het (ten dele) opheffen van de Heideakkerweg zorgt voor minder verharding (klimaatadaptatie) en geeft meer mogelijkheden om de buitenruimte goed in te richten (met daarin ook opgenomen parkeren voor fiets en auto) en de groene verbinding over het terrein te versterken. Naast uitbreiding van het IKC spelen meer ontwikkelingen/wensen met een directe invloed op de verkeerssituatie rondom het IKC, namelijk:  een nieuwe rotonde voor de aansluiting met het Leeuwse Veld, met als onderdeel daarvan een nieuwe noordelijke ontsluitingsweg richting de brandweerkazerne in de vorm van een fietsstraat (éénrichtingsverkeer voor motorvoertuigen);  een goede langzaamverkeersroute van het Leeuwse Veld naar het IKC en het centrum van Beneden Leeuwen;  de wens tot meer parkeerplekken op het terrein van de Brandweer;  de wens tot meer gebruik van de parkeercapaciteit bij MFA De Rosmolen;  het opheffen van de Heideakkerweg als gevolg van de ontwikkeling. Het (ten dele) opheffen van de Heideakkerweg heeft verkeerskundig als voordeel dat er geen conflict meer is tussen gemotoriseerd verkeer en (overstekende) fietsers / voetgangers ter hoogte van de schoolentrees aan de zuidkant van het gebouwencomplex.

Het (ten dele) opheffen van de Heideakkerweg geeft ook een verkeersveiligere situatie op de Akkerstraat zo dicht bij de aansluiting met de van Heemstraweg. Door het compenseren van de te verdwijnen parkeerplaatsen is vanaf de Akkerstraat wel een aansluiting naar een parkeerterrein benodigd. Deze zal minder verkeer te verwerken krijgen dan de huidige aansluiting van de Heideakkerweg en daardoor verkeersveiliger zijn. Voor de realisatie van het nieuwe onderwijsgebouw van 1.600 m² bvo is de (worst-case) voertuiggeneratie per etmaal berekend op basis van CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' in de rest bebouwde kom in 'niet stedelijk' gebied. Navolgend is de voertuiggeneratie per 100 m² bvo weergegeven:

De totale voertuiggeneratie komt daarmee (naar boven afgerond) uit op maximaal 38,2 * 16 = circa 612 voertuigbewegingen per etmaal. Er wordt van uit gegaan dat er geen zwaar verkeer zal zijn voor deze voertuigbewegingen. Wanneer de Heideakkerweg als verbinding met de Akkerstraat wordt opgeheven, zal dat geen grote verkeerseffecten hebben op de verkeerscirculatie en ontsluiting van de achterliggende wijk. Verkeer op de Violenstraat , de Azaleastraat en de Leliestraat zal dan via de Seringenstraat en de Zonnebloemstraat moeten rijden om op de Akkerstraat en de van Heemstraweg (richting het oosten) te komen. Deze route geldt alleen als motorvoertuigen de wijk willen verlaten. Voor de toegang tot de wijk kunnen motorvoertuigen gebruik maken van de noordelijk tak (fietsstraat in één richting voor motorvoertuigen) vanaf de nieuwe rotonde op de Van Heemstraweg. Dit leidt tot een verschuiving van en meer verkeer op de Leliestraat, de Seringenstraat, de Zonnebloemstraat en de Akkerstraat (noord), maar niet tot het ontstaan van (nieuwe) veiligheidsen/of afwikkelingsproblemen, omdat het geen groot aantal adressen in de wijk betreft, dat deze andere route moet nemen de wijk uit. Bij uitbreiding van het IKC zal meer gebruik moeten worden gemaakt van het parkeerterrein bij De Rosmolen.

Bij het opheffen van de Heideakkerweg als verbinding met de Akkerstraat wordt breng- en haalverkeer van de scholen 'als vanzelf' langs het parkeerterrein geleid en wordt het gebruik hiervan gestimuleerd. Ook dit haal- en breng verkeer kan gebruik maken van de noordelijk tak (fietsstraat in één richting (noorden) voor motorvoertuigen) vanaf de nieuwe rotonde op de Van Heemstraweg.

22

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.1.2

Parkeren

Er is een parkeeronderzoek uitgevoerd voor de bestaande situatie. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. In de ochtend en middag van donderdag 23 januari 2023 is de locatie van het IKC in Beneden Leeuwen bezocht. Hierbij is door twee waarnemers de parkeerbezetting in de directe schoolomgeving vóór, tijdens en na het ingaansmoment (ochtend: 8.30 uur ) en het uitgaansmoment (middag: 14.00 uur) van de beide basisscholen in beeld gebracht. Daarnaast zijn in de ochtend (8.45 uur) ook het aantal geparkeerde fietsen op het terrein van het IKC geteld. Naast de parkeertellingen was de observatie bedoeld om een indruk te krijgen van de huidige (veiligheids- en parkeer-)problemen tijdens het brengen en halen van de kinderen in de (directe) omgeving van het IKC.

Ochtendperiode  Er is per saldo ruim voldoende parkeercapaciteit in de directe omgeving van het IKC tijdens de parkeerpiek rondom het ingaansmoment van de scholen om 8.30 uur;  Op enkele straten wordt (geoorloofd) op de rijbaan geparkeerd (Seringenstraat, Heideakkerweg, Akkerstraat), maar dit leidt niet tot problemen;  De Kiss & ride strook Leliestraat wordt niet als afzetstrook, maar als parkeerplaats gebruikt; Op de Heideakkerweg ter hoogte van ingang van OBS de Wijzer is in beperkte mate sprake van kiss & ride op de rijbaan;  Het brengverkeer komt vanuit en vertrekt in meerdere richtingen, er is geen specifieke aanrijdroute; ouders/verzorgers parkeren de auto en begeleiden kinderen veelal naar ingang school;  Het brengen van kinderen (te voet, fiets en per auto) verloopt rustig en ordentelijk; auto’s rijden met gepaste rijsnelheid en er is weinig overig verkeer op straten rondom het IKC met uitzondering van de Akkerstraat;  Voor het ingaan van de school komen op het kruispunt Akkerstraat-Heideakkerweg fietsers wat in het gedrang door drukte van het autoverkeer. Door de lage rijsnelheden is het echter niet verkeersonveilig.

Middagperiode  Er is per saldo voldoende parkeercapaciteit in de directe omgeving van het IKC tijdens de parkeerpiek rondom het uitgaansmoment van de scholen om 14.00 uur; er is alleen nog restcapaciteit op het parkeerterrein van de Rosmolen (exclusief invalidenparkeerplaatsen). De middagperiode is qua parkeerdruk maatgevend ten opzichte van de ochtendperiode;  Op enkele straten wordt (geoorloofd) op de rijbaan geparkeerd (Seringenstraat, Heideakkerweg, Akkerstraat), maar dit leidt niet tot problemen;  De Kiss & ride strook Leliestraat wordt niet als ophaalstrook, maar als parkeerplaats gebruikt;  Het haalverkeer komt vanuit en vertrekt in meerdere richtingen; er is geen specifieke aanrijdroute; ouders/verzorgers parkeren de auto en halen de kinderen veelal op vanaf het schoolplein;  Het halen van kinderen (te voet, fiets en per auto) verloopt rustig en ordentelijk; auto’s rijden met gepaste rijsnelheid en er is weinig overig verkeer op straten rondom het IKC;  Na het uitgaan van de school komen op het kruispunt Akkerstraat-Heideakkerweg fietsers wat in het gedrang door drukte van het autoverkeer. Door de lage rijsnelheden is het echter niet verkeersonveilig.

Omdat er in de huidige situatie voldoende parkeercapaciteit is, is de extra parkeerbehoefte als gevolg van de uitbreiding van het IKC berekend op basis van de geprognosticeerde groei van het aantal leerlingen ten opzichte van het huidige leerlingaantal van 512 leerlingen (peildatum 1 oktober 2023). In de extra parkeerbehoefte bij uitbreiding wordt onderscheid gemaakt in:  langparkeren (schoolpersoneel);  kortparkeren (brengen / halen kinderen). De extra parkeerbehoefte van het aantal langparkeerders wordt berekend aan de hand van de parkeernormen van de gemeente West Maas en Waal en/of de CROW-parkeerkencijfers.

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

De extra parkeerbehoefte van het aantal kortparkeerders wordt berekend aan de hand van extrapolatie van de resultaten van de parkeertellingen, waarbij de middagperiode maatgevend is. Langparkeren Kinderdagopvang  Er is een uitbreiding van de kinderopvang voorzien van 266 m² (zie verder subparagraaf 3.1.3 voor de onderbouwing van de behoefte aan huisvesting). Uitgaande van het gemiddelde van de bandbreedte bedraagt de parkeerbehoefte voor een kinderdagverblijf (crèche) 1,4 parkeerplaatsen per 100 m² bvo in een weinig stedelijke gemeente in de zone 'rest bebouwde kom': 2,66 x 1,4 = 3,7 parkeerplaatsen. Basisscholen  In de toekomstige situatie zijn er in 2033 op de peildatum 1 oktober: 653 leerlingen (zie verder subparagraaf 3.1.3 voor de onderbouwing van de behoefte aan huisvesting). Dit is een toename ten opzichte van de huidige situatie met 512 leerlingen op peildatum 1 oktober 2023 van 653 512 = 141 leerlingen. Bij een gemeentelijke parkeernorm van 0,75 parkeerplaatsen per leslokaal (= circa 25 leerlingen) geeft dit 6 x 0,75 = 4,5 parkeerplaatsen. Pax Christi College JUNIOR (voortgezet onderwijs)  Er is geen groei van het aantal leerlingen geprognosticeerd. De totale extra parkeerbehoefte voor het langparkeren is dan: 3,7 + 4,5 = 8,2 parkeerplaatsen.

Kortparkeren  Parkeerteling 26 januari 2023: 536 leerlingen (is gelijk aan leerlingaantal per 1 februari 2023), naderhand afgenomen tot 512 leerlingen op de jaarlijkse peildatum van 1 oktober 2023);  Toename 1 oktober 2033: 653 - 512 = 141 leerlingen. Parkeerbehoefte aantal kortparkeerders toekomstige situatie 2033  Schooljaar 2033: (653/512) x 87 = 111,0 kortparkeerders --> 111,0 – 87,0 = 24,0 extra parkeerplaatsen benodigd. De maximale extra parkeerbehoefte wordt in 2033 bereikt en is voor het kortparkeren 24,0 parkeerplaatsen. Totale toekomstige parkeerbehoefte  Het lang- en kortparkeren geeft in 2033 een totale extra parkeerbehoefte van 8,2 + 24,0 = 32,2 parkeerplaatsen;  Het aantal op te heffen parkeervakken in de Heideakkerweg als gevolg van uitbreiding van het IKC en het daarmee vervallen van het oostelijke deel van de Heideakkerweg bedraagt 24 stuks. Ook deze parkeerplaatsen moeten daarom aanvullend hierop nog worden gecompenseerd.  Uit het parkeeronderzoek blijkt dat de kortdurende extra parkeerbehoefte van 24,0 parkeerplaatsen op het parkeerterrein van De Rosmolen (nog circa 30 parkeerplaatsen beschikbaar) kan worden opgevangen.  Dit betekent dat er per saldo 24,0 (= compensatie) + 8,2 ( = langparkeren) afgerond 33 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Dit wordt als volgt gerealiseerd: 1.

Aan de noordoostzijde van het schoolgebouw worden per saldo 12 extra parkeerplaatsen gerealiseerd door aanpassing van de bestaande parkeerkoffer; 2. Er worden 3 extra langsparkeerplaatsen gerealiseerd langs de westzijde van de Akkerstraat; 3. Er worden 4 extra langsparkeerplaatsen gerealiseerd langs de noordzijde van de Heideakkerweg; 4. Tenslotte worden de parkeerplaatsen aan de oostzijde van de Azaleastraat heringericht, waardoor het aantal parkeerplaatsen ter plaatse per saldo met 14 parkeerplaatsen toeneemt.

24

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Op voorgaande afbeelding is de locatie van deze extra parkeerplaatsen weergegeven. In totaal wordt daarmee voorzien in 12 + 3 + 4 + 14 = 33 extra parkeerplaatsen, waarmee aan de parkeerbehoefte wordt voldaan. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een ruimtelijk plan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

4.2.2

Doorvertaling ruimtelijk plan

Er is een gecombineerd verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd in het plangebied. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten dient de gestelde onverdachte hypothese te worden aangenomen, aangezien in de boven- en ondergrond en in het grondwater geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters zijn aangetoond. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boringen zintuigelijk geen bijmengingen van bodemvreemde materialen aangetroffen of overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Tevens zijn, zowel op maaiveld als in de opgeboorde grond, zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. Op basis hiervan is het definitief niet noodzakelijk om een verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn er ter plaatse van de voormalige watergangen geen bijzonderheden aangetroffen. Aangenomen wordt dat voorafgaand aan de demping eventueel slib is verwijderd en dat de watergang met gebiedseigen grond is gedempt.

Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Teeltlaagonderzoek In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond. De voormalige boomgaarden hebben derhalve ter plaatse van de onderzoekslocatie niet geleid tot een ernstige bodemverontreiniging met de OCB parameters. Onderzoek asbest in bodem Ter plaatse van de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetoond (< 2 mg/kg d.s.), kan de verdachte hypothese ons inziens worden verworpen. Funderingsonderzoek (indicatief) Op basis van de analyseresultaten worden de maximale samenstellings- en emissiewaarden voor niet overschreden. Op basis daarvan kan worden gesteld dat de funderingslaag op de onderzoekslocatie, indicatief voldoet aan de kwaliteit van een niet-vormgegeven bouwstof. De eventueel vrijkomende funderingslaag kan derhalve indicatief worden hergebruikt als niet-vormgegeven bouwstof.

Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en bodemvreemde laag ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van het plangebied in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

26

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Algemeen Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.

Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een 'hogere waarde procedure' worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft. Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.

Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30-km/uur-gebieden. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel:

Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

4.3.2

Doorvertaling ruimtelijk plan

Er is een akoestisch onderzoek (wegverkeerslawaai) uitgevoerd voor de uitbreiding van het IKC. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Hogere waarden Er is een akoestisch onderzoek (wegverkeerslawaai) uitgevoerd voor de uitbreiding van het IKC. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Hogere waarden Een hogere waarde is nodig omdat niet alle berekende geluidsniveaus komend van de gezoneerde wegen in de omgeving onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen. Maatregelen worden niet doelmatig geacht, het verlenen van een hogere waarde blijkt mogelijk. Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De geluidbelasting bedraagt op zijn hoogst 59 dB ter plaatse van de aanbouw op de 1 e verdieping aan de zuidzijde. Nader onderzoek naar de gevelwering zal niet aan de orde zijn.  De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan ten hoogste 59 – 33 = 26 dB (standaardeis uit het bouwbesluit). Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt bij het gebouw wordt geclassificeerd als ‘Zeer Goed’ tot ‘Matig’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het gebouw wordt als acceptabel aangemerkt.

Op basis van de toelichting in paragraaf 3.4.1 en 3.4.2 van het onderzoek kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. Of onderzoek naar de gevelwering nodig is zou de gemeente af kunnen wegen. Echter kan in de overweging mee genomen worden:  Dat de verwachting is dat de gevels voldoende gevelwering zullen hebben om een binnenniveau van 33 dB te kunnen garanderen, omdat over het algemeen nieuwbouw aan hoge eisen voor de gevelwering voldoen. Het kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat binnen in de verblijfsruimten niet in de weg staat en dat een onderzoek naar de gevelwering niet nodig zal blijken. Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt, na het verlenen van hogere waarden, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Het hogere waardenbesluit is ingevoegd achteraan het akoestisch onderzoek in bijlage 3.

4.4

Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.

28

bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC" (vastgesteld)

bestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Uitbreiding IKC

Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.

4.4.2

Doorvertaling ruimtelijk plan

Gezien de ligging van het plangebied binnen de invloedssfeer van de doorgaande Van Heemstraweg en het feit dat het is gelegen binnen een zone met verschillende voorzieningen (= niet-woonfuncties) kan de omgeving van het plangebied aangemerkt worden als een gemengd gebied. Ten zuidwesten van de school, aan de Van Heemstraweg 64C, is een brandweerkazerne gelegen. De aan te houden richtafstand vanaf brandweerkazernes tot geluidgevoelige functies zoals scholen bedraagt 30 m in gemengd gebied voor het maatgevende aspect geluid. Aan deze richtafstand tot de uitbreiding van het IKC wordt voldaan. Los van het feit dat een onderwijsgebouw zelf een geluidgevoelige functie is, heeft een schoolgebouw natuurlijk ook een geluiduitstraling richting de omgeving. Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs kennen een richtafstand van 10 m in gemengd gebied voor het maatgevende aspect geluid. De omliggende woningen, inclusief de toekomstige woningen in het nieuwe woongebied 'Leeuwse Veld Midden', liggen ruim buiten deze richtafstand. De breedte van de verkeersbestemming ter plaatse van de Van Heemstraweg bedraagt al circa 27,5 m. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007 - inmiddels opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) - gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14517525/1