CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Openbaar woordelijk deelverslag raadsvergadering 14-11-2024 agendapunt 5

Gemeenteraad 14 november 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Besluitenlijst en presentielijst14.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Deelverslag Raadsvergadering Agendapunt 5: Stand van zaken Spreidingswet Datum: 14 november 2024 (Openbaar met ingang van 13-3-2025) Aanwezig: Voorzitter: Wethouder: Adviserend: Aanwezige leden van de raad:

Griffier Afwezig:

De heer Van Neerbos Mevrouw Van den Boom De heer Verstappen Mevrouw Bull – de Heus Mevrouw Van Coolwijk – van Sonsbeek De heer Donkers De heer Van Dreumel De heer Driessen De heer Van Echteld De heer Hooijmans Mevrouw Jagtenberg - Poulussen De heer Janssen De heer De Leeuw De heer Van Ooijen De heer Orlemans Mevrouw Schellekens – van der Heijden De heer Sweep De heer Wassink\ Elles Jansen-Bouwman De heer Roffelsen De heer Van Swam

Opening besloten deel vergadering De vergadering wordt hervat. De voorzitter: “Ik vraag jullie nogmaals of jullie akkoord gaan met het in beslotenheid - met gesloten deuren - voortzetten van de vergadering. Alle informatie die tijdens het besloten gedeelte gedeeld wordt, is van rechtswege geheim. Deze geheimhoudingsplicht geldt voor alle personen die aanwezig zijn en alle personen die van het te behandelen onderwerp kennis dragen.” 5. Stand van zaken Spreidingswet Wethouder Van den Boom: “Op 12 november is er een amendement ingediend, waarmee de raad de kaders heeft vastgesteld die zij meegeven aan het College, in het kader van de locatie en verdere uitwerking en invulling van de Spreidingswet. Het College is hiermee aan de slag gegaan en wil de raad graag op de hoogte houden van de vorderingen. De Spreidingswet is nog altijd van kracht en blijft voorlopig nog van kracht. Het College heeft gehandeld aan de hand van de vastgestelde kaders. Het College wil de raad ook graag meenemen in de keuzes die gemaakt moeten worden en in de vraag wat mogelijke opties zijn. In deze raadsvergadering hoeft in principe geen besluit genomen te worden; deze vergadering is bedoeld om met elkaar in gesprek te gaan over de keuzes die gemaakt moeten worden en te zien hoe de raad hiernaar kijkt.

Formeel is dit dus een raadsvergadering zonder besluitvorming, maar we zijn benieuwd hoe dit valt en wat u daarvan vindt. Wat dat betreft proberen we te proeven wat er aan de andere kant van de tafel zit, omdat ik denk dat dit een onderwerp is waar we elkaar goed moeten vasthouden, want het betekent nogal wat. Dus ik ben heel benieuwd wat u daarvan vindt.

De heer Verstappen zal u meenemen in de informatie die wij voor u hebben.” De heer Verstappen: “Ik ben projectleider asiel en zal de kennis delen die op dit moment bekend is over de Spreidingswet. De Spreidingswet is in januari 2024 vastgesteld. Hierin staat dat er een capaciteitsbesluit genomen moet worden. Het gaat om 96.000 opvangplekken verspreid over Nederland. In de komende jaren zal het aantal gevraagde asielplekken toenemen. De Minister maakt daarbij de opmerking dat het effect van de maatregelen nog niet is doorberekend. Hieruit komt een provinciaal plan voort, met een indicatieve opgave voor de gemeenten. Gemeenten mogen onderling het gesprek voeren om eventueel asielplekken van elkaar over te nemen. Deze gesprekken moesten vóór 1 november 2024 gevoerd worden. Voor de provincie Gelderland is de provinciale opgave gesteld op 11.704 opvangplekken, waarvan 992 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Het bod van de provincie Gelderland komt uit op 10.477 waarvan 974 AMV. Hiermee zijn niet alle opgelegde opvangplekken gedekt. De Minister zal een verdeelbesluit nemen en een gemeente aanwijzen die de open plekken moet gaan dekken. Gedurende de rondetafelgesprekken en de raadsvergadering op 12 september 2024 zijn vragen gesteld over het Rivierenland, met de nadruk op de gemeenten Zaltbommel, Maasdriel en West Maas en Waal.

Op dat moment was de gemeente West Maas en Waal in gesprek met desbetreffende gemeenten en daarom kon op dat moment weinig prijsgegeven worden over de onderhandelingen. Deze gesprekken hebben ertoe geleid dat Maasdriel voor de drie gemeenten het AMV-gedeelte gaat opvangen. Dit landt dus niet in West Maas en Waal of Zaltbommel. Dat is ook zo doorgegeven in het provinciaal verslag. West Maas en Waal heeft het kader gevolgd wat de raad aan het College heeft meegegeven. Dit betekent dat er 150 tot 180 reguliere asielzoekers terechtkomen in de gemeente West Maas en Waal. In Zaltbommel komen 168 reguliere asielzoekers terecht. Hiertoe is ook al een pand geselecteerd.” De heer Orlemans: “Wat is de betekenis van het begrip ‘reguliere asielzoeker’?” De heer Verstappen: “De wet kent een onderverdeling tussen reguliere doelgroepen en bijzonder asiel. Reguliere asielzoekers omvatten geen AMV-asielzoekers. Echter, de doelgroep reguliere asielzoekers is divers: beide geslachten, alle leeftijden, alle landen, zowel vergunninghouders als mensen zonder vergunning. In gesprekken met de gemeente Zaltbommel is ook gesproken over de langere termijn. Zaltbommel is nadrukkelijk op zoek naar een locatie voor de langere termijn. Daarover voert West Maas en Waal gesprekken met Zaltbommel.

Aanvullend heeft de gemeente West Maas en Waal aangegeven dat een eventuele stijging in de inspanningsverplichting voor inwoners van Oekraïne verwaarloosd kan worden, aangezien deze drie gemeenten relatief meer opvang realiseren dan andere gemeenten. Dit betekent dat West Maas en Waal, Zaltbommel en Maasdriel niet méér Oekraïners hoeven op te vangen, ook wanneer de inspanningsverplichting zal stijgen. De conclusie is, dat West Maas en Waal volledig voldoet aan de opgaven. Ik zal nu de kaders doornemen die de raad heeft meegegeven aan het College.” De heer Donkers: “Ik hoor de heer Verstappen zeggen dat de provincie Gelderland verantwoordelijk is voor 11.704 opvangplekken. Is dit aantal in andere provincies van eenzelfde orde van grootte?” De heer Verstappen: “De provinciale opgave wordt gebaseerd op inwonertal en sociale score. Dit is dus niet voor iedere provincie hetzelfde. De kaders van de raad zijn gebruikt om naar een geschikte opvanglocatie te zoeken. De belangrijkste kaders voor het locatieonderzoek zijn reeds kort benoemd.

De raad heeft aangegeven dat zij slechts één opvangvoorziening willen in de gemeente, met 150 tot 180 reguliere asielzoekers en geen opvang van AMV, geen crisisnoodopvang, wel een duurzame locatie en het organiseren en exporteren is de verantwoordelijkheid van het COA.” De heer Janssen: “Wat is het tijdsbestek wat verbonden zit aan de duurzame locatie?”

De heer Verstappen: “In de kaders is benoemd, dat op zoek moest worden gegaan naar een locatie voor minimaal vijf jaar. De maximale termijn wordt aan de raad voorgelegd omdat dit mede afhankelijk is van het aantal lokale business cases die gebouwd moeten worden. De vijf jaren haken aan op de definities die het COA hanteert: een locatie onder de vijf jaar wordt geclassificeerd als een noodopvang en boven de vijf jaar betreft het een duurzame locatie. Tot 1 oktober 2024 hadden inwoners de tijd om input te leveren. Dit heeft geleid tot twee voorstellen van locaties. Deze zijn beiden kleinschalig en niet direct inzetbaar voor opvang van asielzoekers. Echter, deze opties zijn wel degelijk in overweging genomen en onderzocht. Het heeft geleid tot drie contactverzoeken van burgers. De heer Verstappen heeft hen te woord gestaan. Het locatieonderzoek wordt kort besproken. Gekeken is naar de eigen gronden van West Maas en Waal, openbare bronnen, gesprekken met ontwikkelaars en er is een oproep geplaatst op de website waar men percelen kon aandragen. Hieruit is één perceel uit naar voren gekomen, namelijk op de kruising van de Veesteeg en de Friessestraat in Boven-Leeuwen. Dat is een particuliere locatie. De afbeelding van het betreffende perceel wordt tijdens de vergadering getoond.

Het COA heeft op 2 oktober 2024 een papieren schouw gedaan, waarbij het COA heeft gezegd dat hier in ieder geval 288 personen gehuisvest worden. Dat betekent dat het perceel groot genoeg is. Het heeft een acceptabele afstand tot openbare voorzieningen, zoals openbaar vervoer en een winkelgebied. Het COA heeft vastgesteld dat er op dit moment geen stroomvoorziening naar het perceel loopt. Daarnaast is de ondergrond van klei. Al deze factoren leiden op papier tot de conclusie dat het een twijfelachtige locatie zou zijn. Vervolgens heeft het COA een fysieke schouw gedaan samen met de gemeente West Maas en Waal. Hieruit kwam opnieuw naar voren dat er geen stroomvoorziening is, dat grondverbetering noodzakelijk is, dat tractoren en open water zoals een sloot gevaar kunnen vormen voor deze doelgroep. Het COA gaf aan dat het ongeveer twee jaar zal duren voordat deze locatie daadwerkelijk is gerealiseerd. Deze informatie is nog niet met de wethouder besproken, maar de heer Verstappen vindt dit belangrijk om aan de raad mee te geven.” Mevrouw Jagtenberg: “Er zijn meerdere locaties te zien op de sheet. Zijn alle onderzochte locaties die in overweging zijn genomen ook op de sheet te zien?” De heer Verstappen: “Alle mogelijke locaties zijn op de sheet te zien.

De locaties die zijn afgevallen, lagen ofwel te ver van sociale voorzieningen, ofwel het perceel was niet voor minimaal vijf jaar inzetbaar.” Mevrouw Bull: “Ik werd getriggerd door het punt over het open water. Ik heb begrepen dat open water geen probleem hoeft te vormen, zo lang er voldoende voorzorgmaatregelen worden genomen.” De heer Verstappen: “Dit is inderdaad een probleem wat oplosbaar is. Het COA heeft dit slechts als aandachtspunt genoemd.” De heer Van Dreumel: “De grond ten zuiden van de Friessestraat is aangekocht door drie ondernemers. Het is de bedoeling dat dit terrein het nieuwe industrieterrein van West Maas en Waal gaat worden, maar dit is volgens hen niet mogelijk wanneer hier een asielzoekerscentrum wordt gevestigd voor een periode van vijf jaar.” Wethouder Van den Boom: “De eerste drie percelen zijn inderdaad aangekocht. Hier lopen gesprekken over. Wanneer een industrieterrein wordt ontwikkeld, moet hier in regionaal en provinciaal verband akkoord op worden gegeven. Dit perceel ten zuiden van de Friessestraat staat nu nog rood gemarkeerd in het Regionaal Programma Werklocaties. In 2026 moet een nieuw industrieterrein vastgesteld worden en dit is inderdaad een locatie die daarvoor in beeld kan gaan komen. Het ontwikkelen van een industrieterrein neemt veel tijd in beslag.

Op dit moment is de locatie voor de opvang van asielzoekers niet belemmerend voor de ondernemers en het ontwikkelen van een eventueel industrieterrein. Uiteindelijk zou de opvanglocatie mogelijk ook kunnen worden ingezet in een industriële setting.”

De heer Van Dreumel: “Ik denk dat deze locatie voor de opvang uiteindelijk ook nodig is voor inzet op het industrieterrein.” Wethouder Van den Boom: “Dat klopt.” De heer Verstappen: “Er is een afweging gemaakt tussen alle voor- en nadelen. Deze locatie aan de Friessestraat is naar voren gekomen. Het kan ook een strategische locatie zijn, omdat het tijdelijk is en uiteindelijk inderdaad uitbreiding van het industrieterrein gaat plaatsvinden. Dit brengt de heer Verstappen tot de vraag aan de raad, wat zij van de voorgestelde locatie vinden. De locatie komt later nog formeel bij de raad. Op dit moment is dit het enige perceel wat zowel voor de gemeenten, als voor het COA heeft geleid tot de conclusie dat we dat verder willen gaan onderzoeken.” De heer Orlemans: “Ik heb de impressie dat deze locatie op een terrein ligt zonder trottoir en zonder fietspad. Gevluchte mensen komen meestal niet met de auto. Hoe goed is deze locatie dan eigenlijk te voet of met de fiets bereikbaar?” De heer Verstappen: “Er is inderdaad geen trottoir of fietspad naar de locatie aangelegd. Hier heeft de gemeente met het COA over gesproken. Dit zijn inderdaad aandachtspunten waarover in gesprek wordt gegaan.

Het voordeel is dat het COA eventueel wat voorzieningen kan creëren, die uiteindelijk ook goed van pas komen op het bedrijventerrein.” Mevrouw Schellekens: “Ik hoorde de heer Verstappen iets zeggen over tractoren. Echter, het blijft een agrarisch gebied. Vormt dit een wezenlijk bezwaar voor deze locatie?” De heer Verstappen: “Net zoals de opmerking van het open water, vormt ook dit slechts een aandachtspunt. Hierover moeten gesprekken worden gevoerd en risico’s moeten in kaart worden gebracht. Het locatiemanagement is hiervoor verantwoordelijk.” Mevrouw Jagtenberg: “Ik vraag me af wat de gang van zaken is omtrent de stroomvoorziening. Ik weet dat er problemen zijn met het stroomnet en dat Liander op dit moment vol zit. Daarnaast vraag ik me af of omliggende partijen worden geïnformeerd en of gesprekken met hen worden gevoerd over deze plannen.” De heer Verstappen: “Ik heb van Liander vernomen dat er geen stroom beschikbaar is op dit moment. Met de eigenaren van het perceel is dit probleem besproken. De eigenaren hebben nog een perceel, aangrenzend aan dit perceel, waar een verdeelstation op is geplaatst. Zij gebruiken dit verdeelstation zelf nauwelijks tot niet. In overleg met Liander en de eigenaren worden de opties verkend om dit verdeelstation te gebruiken.” De voorzitter: “De vraag over het informeren van omliggende partijen wordt geparkeerd.

De discussie wordt nu beperkt tot de vraag van de heer Verstappen, wat betreft de meningen van de raad over voorliggende locatie.” De heer Donkers: “Ik begrijp dat de locatie pas over twee jaar in gebruik genomen kan worden.” De heer Donkers meent dat de locatie voor juni 2025 gerealiseerd moest worden en vraagt hoe dit zit. De heer Verstappen: “Dit vormt geen belemmering. In de raadsvergadering is ook de vraag gesteld over deze termijn. Die staat op 1 juli 2025. Een aantal advocaten heeft hiernaar gekeken. De wet zegt op dit moment dat vòòr 1 juli 2025 een perceel moet worden aangewezen wat de juiste vergunning heeft. Dat het COA dan nog geen mensen kan opvangen en er geen faciliteiten zijn gebouwd, betekent niet dat de gemeente niet aan de wet voldoet. Dat is belangrijk en vormt in het kader van de wet geen harde belemmering.” De heer Driessen: “Op dit moment zit de stempel ‘twijfelachtig’ op de locatie. Welke knelpunten dienen verholpen te worden om de locatie een betere titel te geven?”

De heer Verstappen: “De enige echte harde belemmering is de stroomvoorziening op dit moment. De rest is allemaal oplosbaar en wordt in een business case meegenomen. Er is geld gemoeid met een eventueel voetpad en het plaatsen van hekken. Dat wordt doorberekend. Alleen de stroomvoorziening is een harde belemmering.” De heer Wassink: “Ligt de focus nu op deze locatie? Of blijven de andere locaties ook in beeld? Of vallen deze af om bepaalde redenen?” De heer Verstappen: “Met het COA is een aantal locaties besproken. Deze locaties liggen te ver van de sociale voorzieningen en zijn negatief beoordeeld. Dit betekent niet direct dat het niet mogelijk is. Wanneer de raad zegt dat zij dit toch acceptabel vindt, dat mensen vijf tot tien kilometer moeten lopen, is dit mogelijk. Dit volgt niet direct uit de wet, dat de locatie dicht bij een winkel moet zitten. Wij hebben gezegd dat dit de meest kansrijke locatie is op dit moment, afhankelijk van de beoordeling en afweging door het College en het COA. Als dit niet kan doorgaan, dan moeten we terug naar het locatieonderzoek en een andere locatie aan uw raad voorleggen.” De voorzitter: “Ik wil toch iets meegeven: we zijn heel transparant in het laten zien van de scope en wat mensen hebben gemeld, maar ik zou deze locaties ook zo snel mogelijk vergeten. Anders gaat dat dan een heel eigen leven leiden. Ik ga verder.

De heer De Leeuw.” De heer De Leeuw: “Even voor de duidelijkheid … Misschien heb ik iets gemist. Ik hoorde u zeggen dat het perceel tegenover Global Paint is gelegen, maar dit zit op de hoek. We hebben het over het rood omcirkelde perceel?” De heer Verstappen: “Ja, dat zit schuin tegenover Global Paint. Dit is een groot bedrijf. Het zit schuin tegenover perceel vijf.” De heer De Leeuw: “Ja, oké. Dan is het duidelijk.” De heer Van Dreumel: “Ja, twee dingen eigenlijk. Ik had het wel fijn gevonden als er een huisnummer bij de locaties had gestaan. Dan hadden wij ook beter kunnen inschatten of de andere locaties dichter bij de sociale voorzieningen hadden gezeten of niet. Op industrieterrein Veesteeg Zuid kan maximaal drie keer tachtig ampère geleverd worden. Er zijn verschillende bedrijven die afgezegd hebben, omdat er niet genoeg stroom geleverd kan worden. Daar was de stroom toegezegd, maar dat is het maximale tot 2029. Het lijkt me apart als hier wel een uitzondering voor gemaakt kan worden.” De voorzitter: “U weet wel heel veel van de beoogde locatie.” De heer Verstappen: “Het is meer een opmerking dan een vraag.” De voorzitter: “Daar heeft u gelijk in.” De heer Van Dreumel: “Ja, die huisnummers had ik wel fijn gevonden, als die bij de beoogde locaties zouden staan.

Dan hadden wij ook kunnen inzien waar deze zouden komen te staan.” Wethouder Van den Boom: “Wij hebben expres niet specifiek de locaties benoemd, omdat het anders een eigen leven gaat leiden. We hebben willen laten zien dat we inderdaad wel meerdere plekken onderzocht hebben, op verschillende soorten locaties. Volgens mij, draait het uiteindelijk niet alleen om de voorzieningen. Wij hebben ook vooral gedacht dat deze locatie het meest geschikt was, juist omdat het niet dicht bij een woonwijk zit, zodat je dan de minste overlast hebt. Er zijn allerlei overwegingen. Het is niet zo dat wij dit kiezen omdat dit het beste uitkomt. Wij hebben die afweging voor al die factoren gemaakt. Wij hebben willen

laten zien dat we op meerdere plekken aanbiedingen hebben gekregen, om het zo te benoemen. Het moet vooral geen eigen leven gaan leiden.” De heer Hooijmans: “U geeft aan dat een zestal locaties is onderzocht. De locatie aan Veesteeg Zuid is vlak bij de locatie die uiteindelijk gekozen is als eerste optie. Kunnen jullie daar iets specifieker over zijn?” Wethouder Van den Boom: “Nee, ik kan daar niet specifiek iets over kwijt, maar wat je wel ziet gebeuren, is met name … We hebben, zoals juist ook aangegeven, een aantal plannen dat ook al goedgekeurd is. Het gaat dan over plannen die een beetje achterblijven in de ontwikkelingen omdat onder andere de energieleverancier er niet is. Bij sommige plannen is het financieel niet haalbaar. Er is voor mij een wereld opengegaan. Het is bizar wat er allemaal aan de achterkant van dit vraagstuk speelt. Wij kennen allemaal mensen die roepen dat er geen buitenlanders mogen komen, maar tegelijkertijd bieden ze ons grond aan. Het is financieel ook aantrekkelijk. Dat zit er ook gewoon achter. Ik denk dat we allemaal verbaasd zijn wat er aan de achterkant gebeurt.

Wij hebben juist bij deze locatie, die we nu … Waarvan wij zeggen dat die het meest kansrijk is en die het COA ook zo beoordeelt, dat is dan waar we op moeten inzetten; juist omdat we zien dat we daar de minste overlast zouden hebben en de minste knelpunten zien voor de dorpen en de samenleving.” Mevrouw Bull: “Ik vraag mij af of het lijstje van eventuele locaties, dat wij hier hebben, op willekeurige volgorde is opgesteld en of deze locaties allemaal positief zijn beoordeeld. Daarnaast: hoe gaan we hierover communiceren met de omwonenden en andere inwoners van de gemeente? En wanneer gaan we hiermee starten?” De heer Verstappen: “De locaties staan inderdaad in willekeurige volgorde. Er is geen voorkeurslocatie en ook zijn niet alle locaties geschouwd door het COA. We hebben bijvoorbeeld gekeken op Funda: waar liggen die locaties? Waar heb je een stroomvoorziening? We hebben zelf gekeken waar de sociale voorzieningen in de buurt liggen. Daar is een afweging uit gekomen en dit is het perceel dat zowel op papier, als fysiek is geschouwd door het COA. De andere percelen nog niet. De andere percelen zijn bekeken, maar het College heeft geen voorkeurslocatie. Dus alleen op deze locatie gaan we onze pijlen op dit moment focussen, omdat het een kansrijke locatie is. Dat geldt niet voor de andere locaties.

Deel twee van de vraag, de wethouder mag die beantwoorden, maar deze komt ook op de volgende sheet.” De heer Sweep: “In onze zoektocht hebben we uiteindelijk dus zeven locaties weten te benoemen, waarvan er een kansrijk is. Dus, er is dan ook geen enkele andere locatie in onze gemeente die we dan nog over het hoofd hebben gezien? Dit is de opbrengst van de zoektocht? Het heet een kansrijke locatie, maar omdat er nog zo veel haken en ogen aan zitten, voelt het ‘n beetje als de minst slechte locatie; ook gezien de tijd die het vergt voordat we daar zouden kunnen starten en alle zaken die ik hier op papier zie staan. Dus de keuze die u ons geeft, of de vraag wat wij van deze locatie vinden, voelt bijna niet meer als relevant. We hebben er maar één en eigenlijk moet hier nog veel gebeuren om deze locatie gebruiksklaar te maken. Los van het gegeven dat op zich de afstand van de dorpen op zich passend is, binnen hetgeen wat we willen. Hoe kansrijk is deze locatie?” De voorzitter: “De vraag aan u is: “Wat vindt u van deze locatie?” De opdracht aan de wethouder is om een locatie voor te leggen. Ik merk aan de vragen dat u zich graag bezig wil houden met een weging van verschillende opties en de gehanteerde uitgangspunten in die afweging. Dat pad wil ik niet bewandelen.” De heer Sweep: “Ik ben het in wezen met u eens.

Ik verbaas me over de interesse van de overige raadsleden in de locaties die niet geschikt zijn. Ik ga die opmerking niet maken, want voor mij is het duidelijk dat er maar één locatie geschikt is en over de andere hoeven we het niet te hebben. Echter, ik vind het wel jammer dat er maar één over blijft en het voelt dan,

voor mij als raadslid, niet echt als een optie om daar nog iets van te vinden. Daarnaast staat er ‘kansrijk’, maar het lijkt minder kansrijk dan hier op papier staat. Daar ging mijn tweede vraag expliciet over.” De voorzitter: “Dan ben ik toch blij dat ik het wel heb gezegd, want er valt niet … Er wordt niet echt een keuze voorgelegd. Dat zegt u in feite ook.” De heer Verstappen: “Kansrijk en minst slecht. ‘Kansrijk’ is - denk ik - iets positiever verwoord, maar ik denk dat de inwoners wel zouden aangeven ‘minst slecht’. Op ‘n gegeven moment hebben we het locatieonderzoek gestopt omdat in de loop van dit proces voortdurend percelen te koop kwamen. Die ontwikkelingen gaan ontzettend snel. De wethouder was hier verbaasd door. Ik ben daar niet meer verbaasd door, op dit moment, maar het gaat razendsnel. Dus op een gegeven moment hebben we gezegd dat we het locatieonderzoek stopten. Dit is volgens het COA de meest kansrijke locatie. Ik ondersteun meerdere gemeenten en twijfelachtig is best positief voor het COA, ook al klinkt het vervelend. Je wilt eigenlijk dat het COA zegt: “Super, fijn dat jullie iets aandragen. We hebben nog ‘n paar kleine aandachtspunten.” Dat zou wat positiever zijn. Mevrouw Jagtenberg: “Ik vind het heel bijzonder dat door het COA inderdaad aandacht voor trekkers en open water wordt genoemd. Trekkers, die komen overal wel voorbij.

Open water, dat is een sloot. Aangegeven wordt dat een hekwerk dit probleem makkelijk kan oplossen. Wat ik vreemd vind, in deze fysieke schouw - en wat ook niet op papier staat maar wat we wel benoemen - is dat er geen looppad of fietspad is aangelegd. Dan zegt u dat dit een punt is wat we met het COA kunnen bespreken. Ik vind het raar dat dit bij de fysieke schouw niet op papier is gezet. Volgens mij, zijn dat hele cruciale punten. Deze mensen zullen straks in grote getale – we hebben het immers over 150 tot 180 personen – naar het dorp gaan lopen. Zij willen dat terrein af en dat is ook heel begrijpelijk. Dan is dit - volgens mij - gewoon heel gevaarlijk. Ik vind dat raar, dat dat niet bij de fysieke schouw op papier is gezet. Ik vind het ook echt een van dé punten die we als eerste prioriteit moeten noemen voor deze locatie. Dat vind ik van deze locatie.” De heer Verstappen: “Ik heb een fysieke schouw gehad van zes pagina’s. Ik wil graag voor u voor de volgende keer alles onder elkaar zetten. Er staat inderdaad onder de aandachtspunten ook het punt van de verkeersveiligheid. Ik citeer: “Verkeersveiligheid: over de Friessestraat rijden (vooral tijdens de zaai- en maaiseizoenen) grote combinatietrekkers. In gesprek met de gemeente of de weg voorzien kan worden van een fietspad.” Zo staat er dus ook een stuk over een wandelpad.

Er staan veel opmerkingen op deze zes pagina’s.” Mevrouw Jagtenberg: “Dat snap ik. Dan hebben we het over de Friessestraat. Maar we hebben ook nog de Veesteeg, die richting de Van Heemstraweg gaat en vanaf daar ligt er pas een fietspad. Dus dat stukje … Oh, er ligt een stuk fietspad.” De voorzitter: “Mevrouw Jagtenberg, nu ga ik inbreken als …” Mevrouw Jagtenberg: “Dat vind ik toch vreemd.” De voorzitter: “Als import van de overkant weet ìk zelfs dat je vanaf de Van Heemstraweg helemaal naar de Dijkgraaf De Leeuwweg kunt fietsen over het fietspad.” De heer Hooijmans: “De vraag die u net stelde, met uw interruptie … We hebben hier een locatie die twijfelachtig is en de vraag is wat de raad van deze locatie vindt. Mijn vraag is dan of wij wel iets te vinden hebben. We hebben maar één optie. Dus, we kunnen er heel veel van vinden, maar als we als raad zeggen dat dit het niet gaat worden, dan zijn we terug bij af en dan moet de zoektocht opnieuw beginnen, want iets anders wordt het niet.” De heer Verstappen: “Klopt.”

Wethouder Van den Boom: “Ja, maar volgens mij, heeft u ons op 12 september kaders meegegeven. Deze locatie voldoet aan de kaders die zijn neergelegd. Er ligt geen locatie ter goedkeuring voor aan de raad, maar wat wij hier graag willen meegeven, is … Als wij zeggen dat deze locatie het gaat worden, dan zal deze locatie ook een omgevingsvergunning moeten krijgen. De wijziging van het omgevingsplan vraagt natuurlijk om instemming van de raad. Volgens mij, gaat het er vooral ook over of u inziet dat de wijziging van deze locatie ook zo gaat lukken. Wanneer u bij voorbaat zegt dat het niet kan, omdat u als raad die bestemmingswijziging niet gaat goedkeuren, omdat het een bedrijventerrein moet worden, dan is het een ander verhaal. In principe is dit de locatie die wij als College hebben beoordeeld als een gepaste locatie, welke past binnen de kaders die zijn meegegeven en die ook past bij onze samenleving, denk ik, omdat het niet midden in een wijk is, niet op een bouwlocatie is, niet vlak bij mensen is, die er vaak iets van vinden. Dat is het natuurlijk: heel veel mensen willen dit niet in hun buurt. Wij zien daarin dat deze locatie op veel vlakken aan de kaders voldoet. Daarom hebben wij deze locatie voorgesteld. Wanneer u gaat zeggen dat u grote problemen ziet, vanwege dingen die wij niet hebben gezien, dan zou ik het fijn vinden als u dat in ieder geval meegeeft.

Dat is de vraag die wij hier aan u voorleggen.” De voorzitter: “Dank u wel voor de verduidelijking.” De heer Donkers: “Er wordt gesproken over een acceptabele afstand. Als ik vanuit de Friessestraat richting het centrum kijk, is dat toch een hele tocht. Wanneer noemt het COA een afstand acceptabel? Zijn daar concrete kilometers aan verbonden?” De heer Verstappen: “Daar zijn vast en zeker afstanden aan verbonden. Deze zijn niet bekend. Daar moeten we op terugkomen.” (Actie) De heer Driessen: “Nog even terugkomend op de stroomvoorziening, die niet aanwezig is op deze locatie. Ik zit even op de website van Liander te kijken en daar staat dat locaties met een maatschappelijk karakter mogelijk voorrang kunnen krijgen bij een potentiële aanvraag van een stroomvoorziening. Daarnaast weet ik uit mijn werkervaring ook, dat vanuit Liander wel eens gekeken wordt naar bedrijfslocaties waar een grote capaciteitsaanvraag op zit, waar in werkelijkheid minder gebruik van wordt gemaakt. Is het dan ook een mogelijkheid, omdat het toch aan de grens van een bedrijventerrein ligt, om te kijken of daar dit soort locaties in de buurt zijn?” De heer Verstappen: “Volgens mij, is dat in de eerste zin die u opleest door het woord ‘mogelijk’ precies niks. Als iets mogelijk is, is het ook nièt mogelijk.

Punt twee heb ik genoemd: we gaan kijken hoeveel stroom er reeds ligt: zowel van de eigenaar van het perceel, als van het bedrijventerrein: hoeveel hiervan wordt gebruikt en hoeveel restcapaciteit er op dit moment is. Dat wordt besproken en onderzocht met Liander.” De heer Van Echteld: “Ik vraag me af of deze locatie vergunbaar is, omdat het recht tegenover een groot sloopbedrijf ligt.” De heer Verstappen: “Daar heeft het COA inderdaad naar gekeken. Het COA kijkt naar de aard van de bedrijven op het bedrijventerrein. Deze toets is gedaan.” De heer Janssen: “In het verlengde daarvan: is bij de fysieke schouw gekeken naar geluidsoverlast? Het gaat om een doorgaande weg. Aanvullend daarop vraag ik me af wie de kosten dekt wanneer er een voetpad of fietspad wordt aangelegd? De gemeente of het COA?” De heer Verstappen: “In de papieren schouw is gekeken naar de geluidsbelasting. Daar zijn gewoon kaarten van. Daar is inderdaad naar gekeken. De normen kent het COA. Dat is getoetst en vormt geen belemmering. Straks gaan we in samenspraak over de duur, de

looptijd en de business case; dan wordt gekeken wat er nog aangepast moet worden en wat dit gaat kosten. Het is aan het COA om dit uiteindelijk aan te vragen.” De heer Janssen: “Maar wie gaat het voetpad dan betalen?” De heer Verstappen: “Zoals ik het - volgens mij – schetste, zal de business case straks aangeven wat er moet gebeuren op basis van het aantal personen en de duur. Wanneer er geld in die business case zit, kan er bijvoorbeeld een voetpad worden aangelegd. Dit zijn punten die we inderdaad nogmaals met de raad moeten bespreken en die we inzichtelijk moeten maken. In het vervolg moeten we het hierover hebben, wanneer dit concreter is geworden.” De heer Janssen: “Een dergelijke business case komt dan terug naar de raad en dan kunnen wij nog altijd zeggen of het een kansrijke locatie is? Dat is wel een onderdeel van de locatie. Het is prima zo, maar in hoeverre zijn wij in die twee jaar van voorbereiding nog aan zet?” De heer Verstappen: “U heeft kaders aan het College meegegeven. Binnen die kaders wordt een business case gemaakt. Op basis van de business case komt er een voorstel naar de gemeenteraad over de duur en de aantallen. Dat gaat door middel van een bestuursovereenkomst. Hierin staat het aantal personen, de termijn, een schets van het perceel, de vormgeving, aandachtspunten van de raad en punten waarop de raad wil ingrijpen.

Dit komt allemaal terug naar uw raad.” De heer Van Dreumel: “Hierboven zit sloopbedrijf Janssen. Dat is inmiddels verkocht, maar daar op het terrein staat een puinbreker. Dat kan geluid en stof veroorzaken. Kunnen deze mensen in de problemen komen door op deze locatie asielzoekers op te vangen?” De heer Verstappen: “Die bedrijven hebben een vergunning en kunnen dus niet zomaar in de problemen komen. Wat wel geldt voor deze locatie – en wat ook gereflecteerd is in het woord ‘kansrijk’ – is dat de hele business case gebouwd moet worden. Er moet een omgevingsvergunning worden afgegeven waar een ruimtelijke procedure onder zit en waar meer onderzoeken bij horen. Dat moet allemaal nog doorlopen worden. Er moet nog veel gebeuren voordat we er zijn; vandaar het woord ‘kansrijk’.” De heer Orlemans: “Laat ik dan maar de vraag beantwoorden, die op de sheet staat: “Wat vindt u als raad van deze locatie?” Het lijkt mij, alles gehoord hebbende en met alle punten die nog in te vullen zijn, een hele mooie locatie.” De heer Sweep: “Ik wil ook antwoord geven op de vraag. Het is - denk ik - de enige locatie. Ik vind het bijna een verplichting om deze ook verder te onderzoeken, gezien de opgave die voor ons ligt. Het wordt als kansrijk benoemd. Dus laten we het dan op die manier benaderen. Ik ben dan heel benieuwd naar de kaders die we gaan stellen en de business case die daaruit voortvloeit.

Hopelijk kunnen we er uiteindelijk iets mee en kunnen we voldoen aan de opdracht die voorligt.” De heer Donkers: “Ik zou graag willen weten wat de andere genoemde locaties nièt hebben, maar deze locatie wél heeft.” De heer Verstappen: “We hebben op deze locatie gekeken naar de sociale voorzieningen, de ondergrond, beschikbaarheid, strategische aankoop, huur en ontwikkelingen in de omgeving. Dat is best een hele afweging geweest. We kunnen iedere locatie afgaan.” De heer Donkers: “Wat hebben die andere locaties dan niet? Was dat bij al die andere locaties niet van toepassing, die rij van criteria die u noemt?” De voorzitter: “Het gaat te ver om het hele afwegingsstramien door te nemen van alle locaties. Misschien is er een gemene deler wat maakt dat deze locaties niet zijn gekozen.”

De heer Verstappen: “Wat deze locatie heeft, is dat deze voldoet aan alle kaders die de raad heeft meegegeven. De andere locaties niet.” De heer Van Ooijen: “Ik wil in ieder geval ook antwoord geven op de vraag. Een ideale locatie zullen wij niet zomaar vinden, maar dit komt in de buurt van een acceptabele locatie, zowel voor de mensen die worden opgevangen, als voor de gemeenschap en de dorpen. Wat ons betreft, moeten we proberen deze kans te benutten.” De heer Van Echteld: “Gezien de kaders die wij hebben gesteld, denk ik dat dit een goede locatie is. Ik denk met name - gezien de uitbreiding van het industrieterrein in de toekomst dat we hier nog wel eens profijt van kunnen hebben, van de ligging. De andere locaties sluiten minder goed aan bij bestaande bebouwing.” De voorzitter: “Ik heb af en toe ingegrepen en ben af en toe wat snel gegaan. Ik kijk nogmaals rond of er vragen zijn met betrekking tot deze locatie.” De heer Orlemans: “Waar we het nog niet over hebben gehad, is deelname aan eventuele activiteiten, zoals sport en recreatie. Wordt hier ook over nagedacht?” De heer Verstappen: “Dit komt later terug in de presentatie. Communicatie en participatie komen beide nog terug in de presentatie.” De voorzitter: “Dan gaan we dat verder terugzien in de presentatie.

Graag vervolg ik met de presentatie door de heer Verstappen.” De heer Verstappen: “Wij hadden gehoopt dat uw raad inderdaad zou zeggen dat u wil doorgaan met deze locatie. Anders was het een korte presentatie geweest. We hebben het vervolgproces zo goed als mogelijk proberen uit te lijnen. We zijn ons voldoende bewust van het feit dat het voortraject niet volledig bevredigend is geweest en dat we dat onvoldoende goed hebben gedaan. We zijn voornemens een openbaar Collegebesluit te gaan nemen op 3 december 2024. Dat is een afweging geweest en hier is met de wethouder over gesproken. We willen zo snel mogelijk helderheid geven aan de inwoners, omdat er op dit moment veel geruchten rondgaan in de gemeente, wat leidt tot onrust in de gemeente, ook met alles wat vanuit Den Haag gecommuniceerd wordt. Het leek ons goed om zo snel mogelijk te communiceren over een kansrijke locatie, met alle mitsen en maren die daarbij horen op dit moment. Dat is een afweging geweest, omdat het nog enkele maanden kan duren voordat we definitief helderheid hebben over de locatie.” Mevrouw Bull: “Het verbaast me dat er staat: “Informeren eigenaren, aangrenzende percelen met brief, digitaal en per post.” Diverse keren heb ik aangegeven om dit persoonlijk te doen, het persoonlijke gesprek aan te gaan. Daar bereik je veel meer mee. Ik zou hier gelijk een streep doorheen willen halen.

Hier ga je alleen maar méér onrust mee creëren.” De voorzitter: “Ik heb het idee dat u de wethouder voor bent.” Wethouder VAN DEN BOOM: “We zijn bij de eerste zin van het verhaal en dan komt er al een vraag, over wat nog niet is besproken door de heer Verstappen. U heeft daar sowieso altijd op gewezen. Volgens mij, zijn er in dezen verschillende groepen waar verschillende stappen op ondernomen worden en waar het fysieke een-op-een gesprek dus ook onderdeel van is, maar volgens mij is dat het verhaal wat hier ook nog verteld gaat worden. Uw signaal is zeker gehoord, maar er zitten verschillende groepen in waar we verschillende afwegingen op maken.” De voorzitter: “Heeft u nog behoefte om de stappen door te lopen, meneer Verstappen? Ik heb het idee dat iedereen het snel heeft gelezen en de vragen ook al klaar heeft. Zullen we dat zo doen?”

De heer Verstappen: “Een kleine introductie. We zijn van mening dat personen die dicht in de buurt van de locatie wonen, een bedrijf in de buurt hebben of eigenaar zijn van een perceel in de buurt, voorrang hebben en directer geïnformeerd horen te worden. Daarvan hebben we gezegd dat we dat digitaal of per post willen doen. Bij woonbestemmingen gaan we persoonlijk langs de deur en bij mensen die de brief ontvangen, wordt ook het aanbod gedaan tot een persoonlijk gesprek, omdat we weten dat het veel teweeg kan brengen. We moeten wel bezien in de communicatie wanneer we een bezoek brengen, of het uit te lijnen valt in het tijdspad. Dat ter aanvulling.” De heer Orlemans: “Er heerst veel onrust, hoorde ik, en er heersen veel speculaties en er zijn verhalen die rondgaan. De datum 3 december 2024 staat nu gepland voor de openbaarmaking van het besluit. Is het zo, dat we eerst al die andere dingen moeten doen en dat het daarom pas 3 december 2024 is? Want ik zou zeggen … Als wij hier als raad vanavond zeggen dat het akkoord is, dan kan het morgen al bekend gemaakt worden.” De heer Verstappen: “Dat is met name omdat ik vandaag, eind van de middag, het rapport van de fysieke schouw heb binnengekregen. Dus ik heb de presentatie nog snel aangepast. We weten vandaag pas dat het COA deze locatie geschikt vindt en we hiermee door mogen gaan.

De communicatie moet zorgvuldig voorbereid worden, samen met de collega’s van Communicatie. Alle stappen moeten voorbereid worden. Daarom zeggen wij 3 december, zodat we daarvoor goed de tijd kunnen nemen.” De voorzitter: “Vindt u het goed als ik de wethouder vraag hier aan tafel te komen zitten? Wanneer daar bezwaar tegen is, moet u het zeggen. Het is namelijk … We hebben een bijzonder vormgegeven vergadertafel, waardoor ik sowieso om de raad te zien al zò moet zitten. Als ik dat doe, dan mis ik haar blik.” De heer Verstappen: “Ik weet niet of dat een beantwoording was van uw vraag.” De heer Orlemans: “Nee, dat was - wat mij betreft - een onbevredigend antwoord. Ik had de simpele vraag: is het zo, dat dit pas op 3 december gecommuniceerd wordt omdat al die dingen nog moeten gebeuren? Ik had me kunnen voorstellen dat dit allemaal al was voorbereid vòòr die tijd. Als dat al voorbereid is – wat al een heel eind gedaan zou moeten zijn – waarom kunnen we het dan niet morgen naar buiten brengen?” Wethouder Van den Boom: “Er zit een aantal dingen in. Het is inderdaad de locatie waar een besluit op wordt genomen. Een Collegevoorstel moet zijn voorbereid. Wij hebben hiermee gewacht op de visie van het COA. Dit heeft een tijdje op zich laten wachten. Ook zullen we brieven moeten voorbereiden. We willen 18 december een algemene bijeenkomst voor iedereen organiseren.

Dat moet geregeld worden. Je kunt niet … Als je dat soort dingen gaat doen, dan begint het steeds meer te leven. We hebben expres ook dit gesprek vanavond afgewacht om daarna pas verdere stappen te zetten. Hier staat 3 december. Het is aankomende maandag al 18 november en voor een stuk in het College is ongeveer twee weken tijd nodig. Daar zit het dan in. Er is een aantal processen dat doorlopen moet worden. We willen dit in ieder geval ook voor de Kerst gedaan hebben omdat je anders weer veel speculatie krijgt. We willen zorgen dat het gesprek daarover vòòr de feestdagen is gevoerd. Mevrouw Bull geeft aan, dat zij nog geen antwoord op haar vraag heeft gekregen. Het is een perceel tussen andere percelen in. Eigenaren van percelen, agrarische grond, hebben er op een andere manier last van, in vergelijking tot mensen die daar daadwerkelijk wonen. Tegelijkertijd hebben we het bedrijventerrein, die eigenlijk allemaal met de rug daar naartoe zitten. Dat is ook een andere situatie. We gaan in ieder geval zelf de woningen in de ruime omgeving bezoeken en de brief overhandigen. We gaan het bedrijventerrein en de beheerstichting benaderen. We hebben goede contacten met hen en we willen hier een gespreksniveau invoeren, zodat je op die manier de gesprekken met elkaar kunt blijven voeren. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is.

Dat staat ook nog los van een bijeenkomst in het dorp, waar iedereen kan komen die daar behoefte aan heeft. Dus, het zijn verschillende niveaus en we doen verschillende dingen.”

De heer Van Echteld: “In de brief zouden we kunnen stellen, dat er een asielzoekerscentrum komt. Dat is dan de mededeling. We zouden ook het proces waarin we zitten, kunnen beschrijven, wat ervoor zorgt dat het anders valt bij de gemeenschap. Dan komt het minder hard aan en worden de verwachtingen gemanaged. Misschien gaat het uiteindelijk ook helemaal niet door, want er moet nog veel gebeuren en het wordt een dure locatie.” De voorzitter: “Dus u zegt dat bij het informeren rekening gehouden moet worden met het proces wat gelopen wordt.” De heer Janssen: “Ik zie een uitnodiging voor een klankbordgroep. Ik vraag me af wie er in die klankbordgroep gaat zitten. Die moet zorgvuldig worden samengesteld, van tevoren.” De heer Verstappen: “Dit hebben we niet heel concreet besproken. Ik heb aangegeven dat een klankbordgroep en een omwonendenoverleg in eerste instantie toegankelijk moet zijn voor iedereen. Mijn ervaring op basis van 31 locaties is dat de eerste bijeenkomst best druk wordt bezocht. Mensen willen weten wat er gaat gebeuren en willen meedenken. Dat zwakt af. Ik vind het vervelend als we mensen uitsluiten van een omwonendengesprek, omdat iedereen zich omwonende en nabij kan voelen.

We hebben dat op dit moment nog niet nader afgekaderd.” De voorzitter: “Ik hoor u zeggen, meneer Janssen, gezien de ervaringen in de gemeente met andere klankbordgroepen, dat van tevoren duidelijk moet worden gemaakt op basis waarvan een persoon in de klankbordgroep kan worden geplaatst en wat uitsluitingscriteria zijn. Dit kan een hoop ergernis achteraf wegnemen.” De heer Janssen: “Dank u wel, voorzitter. Het is fijn dat u 31 locaties heeft ontwikkeld, maar wij hebben ervaring in Maas en Waal. Dus laten we dat ook meenemen.” De heer Wassink: “Het lijkt mij slim om eerst af te wachten of deze locatie het uiteindelijk wel gaat worden, zodat geen onnodige onrust veroorzaakt wordt, door een openbaar Collegebesluit te nemen. Straks gaat de hele locatie niet door. Het lijkt me slim om de pauzeknop in te drukken, omdat eerst afgewacht moet worden of het wel mogelijk is op deze locatie.” Wethouder Van den Boom: “We hebben hier juist expres voor gekozen – daar hebben we ook ervaring mee in West Maas en Waal – en we willen openstaan voor een gesprek hierover. We willen niet op het allerlaatste moment pas communiceren. We willen nu juist, op het moment dat wij als College het besluit nemen dat dit een kansrijke locatie is en dat wij deze ook openbaar gaan maken, dat op tijd laten weten.

Eerder werd aangegeven door de heer Verstappen: “Wij moeten op 1 juli 2025 een locatie aangedragen hebben. Het is niet zo dat deze dan al geopend moet zijn.” Wij willen het open neerleggen. Vanaf het moment dat wij de kansrijke locatie hebben bepaald, willen we daar open over communiceren. De pauzeknop, dat kan. Volgens mij, hebben we ook gezegd: de Spreidingswet ligt op tafel en wij geven uitvoering aan de wet zo lang deze op tafel ligt. Vandaag is ook bekend geworden dat dit jaar in ieder geval het besluit nog niet genomen gaat worden en dat de Spreidingswet teruggetrokken wordt. Wij geven gewoon uitvoering aan de Spreidingswet die er ligt en dat betekent dat wij voor 1 juli 2025 een locatie moeten hebben benoemd. Hiermee voldoen wij daaraan. We kunnen tot 1 juli 2025 wachten, maar daar wordt niemand vrolijk van. Dan krijg je ook dat het in het dorp blijft rondzingen. U heeft waarschijnlijk allemaal de onrust gemerkt. Meerdere locaties worden genoemd. Dat stuk onrust willen we wegnemen. Dan weten mensen waar zij aan toe zijn.” Mevrouw Bull: “Waar ik ook aan zit te denken: in Maas en Waal hebben we in de gemeente Druten ook een noodopvang. Ik weet niet of u ook daarmee in gesprek bent geweest om te kijken wat daar de knelpunten zijn en of dit wordt meegenomen, aangezien dit een gelijksoortige gemeente is?”

Wethouder Van den Boom: “Ik denk dat het altijd goed is om van elkaar te leren. Ik ben ook ‘n keer op die locatie geweest, inderdaad, tijdens de open burendag. Ik wilde graag kijken hoe het daar aan toegaat. Die contacten zijn natuurlijk altijd te leggen.” De heer Van Echteld: “Nog een punt over communicatie. De datum 3 december wordt genoemd. Ik vraag me af wanneer de brieven uitgaan. 5 december is geen goede datum en 7 december is een vrijdag en dat is ook niet handig.” Wethouder Van den Boom: “Wanneer wij 3 december een besluit nemen, kan dezelfde dag ook de brief worden verstuurd.” De heer Van Echteld: “Ik maak die opmerking omdat herhaaldelijk in Wamel en Maasbommel op vrijdagen een brief in de bus viel. Dus, doe het alsjeblieft niet op vrijdag. Dat valt niet goed.” Mevrouw Jagtenberg: “Misschien is het iets wat in het COA-Handboek wordt meegenomen, maar we hebben natuurlijk voor al deze mensen ook huisartsen en tandartsen nodig. Dat zijn natuurlijk ook, zeker in zo’n kleine gemeente, wel personen en instellingen die geïnformeerd moeten worden, maar ik begrijp dat dit nog terugkomt.” De voorzitter: “Laten we daar dan mee verdergaan.

U merkt, we hebben het tempo er niet echt in zitten, maar ik vind het prettig om alle ruimte te hebben voor vragen die gesteld worden.” De heer Verstappen: “Voordat de locatie zo definitief inzetbaar is, zijn er veel onderzoeken nodig, omdat er onder de ruimtelijke procedure BOPA een ruimtelijke onderbouwing moet plaatsvinden. Dat noemen we een ETFAL. Dat betekent dat we onderzoeken gaan doen naar geluid, licht, archeologie, externe veiligheid, bodem en er zal een MER-beoordeling plaatsvinden. Deze hebben we allemaal nog niet gedaan. Wanneer deze onderzoeken positief zijn afgerond, blijkt het definitief haalbaar. Deze onderzoeken moeten onder de ontwerpvergunning vallen waarover uw raad het adviesrecht heeft. Het vergt tijd om dit allemaal uit te voeren. We hebben wel gewerkt aan participatie. Er wordt een participatieplan opgesteld. Dat betekent dat er een klankbordgroep ingericht gaat worden, met inachtneming van de zojuist genoemde opmerking, waarbij met omwonenden gekeken gaat worden naar de locatie. Hier worden belangrijke zaken vanuit het bedrijventerrein en omwonenden besproken. Over de inrichting van de locatie kan nagedacht worden, ook in samenspraak met huisartsen en onderwijs. Wat in ieder geval kan, in de bestuursovereenkomst, is het meegeven van zaken die uw raad, omwonenden, inwoners en het College belangrijk vinden.

We hebben hierover met uw raad gecommuniceerd, dat uw raad ook aan de lat staat bij de bestuursovereenkomst, zodat u kunt kijken welke afspraken zijn vastgelegd. Dat is een openbaar proces, waar iedereen in kan meekijken. Waar je in ieder geval over kunt nadenken, is dat we 24/7 beveiliging borgen. Het COA heeft een aantal voorwaarden opgeworpen, waarbij ze bijvoorbeeld beveiliging afschalen of opschalen. Daarover kunnen we afspraken maken omdat veiligheid een heel belangrijk item gaat zijn. Hetzelfde geldt voor 24/7 bereikbaarheid en een maandelijks omwonendenoverleg. Het is vaak ook de behoefte van omwonenden en bedrijven, hoe vaak zij willen overleggen, maar het moet wel geborgd worden dat het COA de tijd daarvoor vrijmaakt. Dat doen we dus via de bestuursovereenkomst. We voeren de regie als gemeente, in eerste instantie, voordat de locatie gerealiseerd wordt. Dat vinden wij heel belangrijk, dat de participatie aan de voorkant nadrukkelijk wordt vormgegeven. Wanneer de start verkeerd gaat, hebben we uiteindelijk de poppen aan het dansen.” De heer Janssen: “Heel mooi, dat goed nagedacht wordt over participatie en communicatie. Daar hebben wij inderdaad ook om gevraagd. In dit rijtje vind ik dat de nadruk veel ligt op de omwonenden. Volgens mij, is dat vrij dun, op die locatie.

Ik zou het fijn vinden als we bij die gesprekken ook een actieve uitnodiging doen naar bijvoorbeeld het verenigingsleven, zoals

sportverenigingen, die daar wellicht ook iets kunnen betekenen in het vermaak van deze mensen.” Wethouder VAN DEN BOOM: “Dit stond net in de eerste sheet wel genoemd. Je hebt natuurlijk twee dingen. Je hebt ten eerste mensen die iets willen bijdragen aan het verenigingsleven, bijvoorbeeld als vrijwilliger of door spullen aan te leveren. Dat is één groep. Daar moeten we iets voor inrichten. We moeten ook voor de mensen die er impact van ervaren iets regelen. Zij ervaren wat in de omgeving nodig is om dit goed te laten verlopen. Daar zitten de verschillen in. Deze groepen zijn beiden belangrijk.” De heer Van Dreumel: “Ik denk dat het ook belangrijk is om iemand van Verrassend Leeuwen hierbij te betrekken. Die kan zorgen voor de terugkoppeling naar de andere winkeliers.” De heer Verstappen: “Ik heb het net al kort benoemd. Uiteindelijk komt er een bestuursovereenkomst ten aanzien van een locatie, waarbij ook aan de raad is gecommuniceerd dat het College samen met de omwonendenklankbordgroep alle goede suggesties van de raad gaat verwerken en een concept bestuursovereenkomst zal opstellen. Die wordt voor instemming voorgelegd aan de gemeenteraad. Dat is ook het moment waarop uw raad kaders, wensen en bedenkingen kan meegeven.” De heer Van Echteld: “Is dit ook de volgorde van het proces? Onderaan staat de vergunning.

Ik begreep dat deze in orde moet zijn vòòrdat het COA aan zet komt.” De voorzitter: “Is het volgordelijk, de opsomming zoals deze op de sheet staat?” De heer Verstappen: “Ja, er komt een bestuursovereenkomst met aantallen en termijnen. Deze heeft het COA nodig om de vergunning te kunnen aanvragen. We gaan wel parallel starten met alle onderzoeken omdat ze zo snel als mogelijk duidelijkheid willen bieden aan inwoners. Ook willen we duidelijkheid bieden aan uw gemeenteraad: of het wel of niet mogelijk is op deze locatie. Voordat formeel de vergunning wordt aangevraagd, waar ook de aantallen en de duur in moeten worden genoemd, moeten we de bestuursovereenkomst hebben vastgesteld.” De heer Van Echteld: “Als ik het goed begrijp, vraagt het COA uiteindelijk de vergunning aan?” De heer Verstappen: “Ja, want het is straks een COA-locatie, zoals uw raad heeft meegegeven aan het College.” De heer Hooijmans: “Dit wordt hier en nu besproken in de gemeenteraad. Aan het begin van de presentatie is verteld dat het hele land hiermee bezig is op dit moment, met allemaal dezelfde deadline. In tijd gezien, kunnen we het nauwkeurig uitrollen, maar het COA wordt straks waarschijnlijk de bottleneck, wanneer al die aanvragen nogmaals moeten worden bekeken.

Hier komen we in de knel, qua tijdspad.” De heer Verstappen: “Ik denk dat er ergens een moment komt dat zij ons enthousiasme en onze snelheid niet kunnen bijbenen.” De voorzitter: “Dat is een terechte opmerking, maar waar zijn er geen wachtlijsten?” De heer Van Echteld: “We gaan wel de onderzoeken starten die nodig zijn voor de vergunning. Stel, dat het COA dit echt niet kan bijbenen en deze locatie niet wordt doorgezet, wie betaalt dan de kosten van al deze onderzoeken?” De heer Verstappen: “We gaan daarover in gesprek met het COA. Ik heb vandaag de resultaten van de fysieke schouw gehad. De wet zegt dat de gemeente moet zorgen dat er in

de gemeente een positieve stemming op rust. Dat betekent dat wij de onderzoeken moeten doen om te laten zien dat het kan. Mijn ervaring bij andere gemeenten is dat het COA die onderzoeken uitvoert. Wij gaan dat met het COA bespreken, omdat wij zoveel als mogelijk willen dat het COA betaalt. Daar moeten we het gesprek nog over voeren.” De heer Van Echteld: “Dan lijkt het met goed om eerst deze gesprekken te voeren, alvorens de onderzoeken worden gestart.” Wethouder Van den Boom: “Dat is een terecht punt. We zijn goed in gesprek met het COA over het hele proces wat we doorlopen. De contacten daarin zijn goed. Dit zijn de onderwerpen om het gesprek over te voeren. Het is niet zo, dat we alle onderzoeken gaan uitvoeren en vervolgens de rekening naar het COA sturen. Dat is niet hoe dit proces wordt doorlopen. Ik volg helemaal wat u zegt, in die zin.” De voorzitter: “We zijn voldoende door deze sheet heen gelopen, denk ik. Dan kunnen we verder.” Wethouder Van den Boom: “Ik wil graag een korte toelichting geven bij deze sheet. Ik heb gemeend om ook buiten uw kaders te gaan. U heeft ons vrij zakelijke kaders meegegeven. Uitvoering door het COA; wanneer de Spreidingswet ingetrokken is, is het eindig, niet vanuit morele verantwoordelijkheid. Dat was niet de insteek van de kaders die zijn meegegeven.

Wij hebben gemeend om dan ook gewoon het zakelijke plaatje volledig aan u voor te leggen en ook weer te geven wat het betekent als we het zelf zouden doen. Ik wil dat in ieder geval ook aan u voorleggen, zodat u daar de goede afwegingen in kan maken. Dat is dan verder ook aan u. dit valt niet binnen het kader wat u eerder heeft meegegeven, maar dat is even ter verduidelijking waarom we dit wel aan u voorleggen.” De voorzitter: “Misschien is het zinvol om kort te schorsen, zodat mensen het plaatje en het kaartje op zich kunnen laten inwerken. Eerst volgt een korte toelichting op de eerste drie regels, waarna een korte schorsing volgt.” De heer Verstappen: “De wethouder heeft een introductie gegeven op de eerste drie regels: op dit moment is er tot 1 juli 2025 een integrale declaratieregeling. Dat betekent dat als je een locatie opent, dat alle kosten integraal worden vergoed. Dat omvat ambtelijke uitvoeringskosten, exploitatiekosten, alle inhuur et cetera. Dit gaat om 150 euro per persoon per dag. Wanneer de locatie goedkoper gerealiseerd wordt, mag de gemeente zelf het geld houden wat overgehouden wordt. We hebben een eerste schets gemaakt. De plattegronden worden uitgedeeld. Na de schorsing kan ik nader toelichten waar het bedrag op is gebaseerd en wat er dan allemaal op zo’n locatie is ingetekend. Op basis van 200 plekken kunnen we 180 personen gaan opvangen op deze locatie.

Er zit een potentieel van 7.500 tot 9.000 euro per dag, op basis van 150 euro per persoon per dag. Er komen gezinnen met meerdere personen, terwijl er vierpersoonsunits zijn. We hebben daardoor wat ‘snijverlies’ op de locatie. Dat is een vervelend woord. Vandaar dat we zeggen: als je 180 mensen wilt opvangen, heb je minimaal 200 plekken nodig. Die 200 plekken krijg je wel vergoed. Vandaar dat we dat hebben genoemd. Voor de periode na 1 juli 2025 zijn er nog geen kaders vastgesteld. Aan de ene kant zijn er nog geen financiële kaders, aan de andere kant nog geen kwaliteitskaders. Deze moeten voortvloeien uit de Spreidingswet Exploitatie door gemeenten. Een inschatting van de financiële kaders ligt rond 85 euro per persoon per dag. De vraag is, in dit politieke milieu, of de kwaliteitskaders naar buiten gaan komen. Het COA pakt een aantal onderdelen vast. Dat is gelijk aan de periode die ik net al noemde, die ik straks kan toelichten. Daarna is het een black box.” De voorzitter: “Dit is wat Wijchen doet? En daarnaast, zou de wethouder willen toelichten waarom in deze fase van het proces tòch dit plaatje wordt neergelegd?” Wethouder Van den Boom: “Wijchen heeft ervoor gekozen om een grotere locatie met 300 plekken te gaan opzetten en daartoe zelf voor te financieren. Dit krijgen zij, volgens hun

berekeningen, uiteindelijk terug. Wij hebben gemeend om dit voor te leggen, omdat het financieel wel iets betekent. Wanneer je het zelf zou gaan exploiteren en daarbij alles gaat leveren, dan zou je per dag 7.500 tot 9.000 euro kunnen overhouden hierop. Ik vond dat we dat inderdaad wel aan u moesten voorleggen. Maar dat betekent ook: je kunt dan ook sneller starten. Dat betekent dat je met een gedoogvergunning kan werken in de tijd dat je je vergunning aanvraagt, en dat je vrij snel al kunt starten zodat je het ruim voor 1 juli 2025 al in werking kunt hebben. Er zitten natuurlijk ook haken en ogen aan. Ik vond het wel belangrijk om u in ieder geval ook mee te geven hoe wij hier tegenaan kijken. Niet dat u dadelijk aan de achterkant zegt, wanneer alles geregeld is met het COA, of we het niet beter zelf hadden kunnen doen. Eerder vanavond werd een vraag gesteld over dagbesteding. Op deze manier heb je als gemeente meer zelf in handen. Op het moment dat het COA het invult, dan zijn personen een nummer. Het COA zal niet zomaar méér doen dan hen is verplicht. Wil je dat mensen meer dagbesteding hebben en betrokken zijn, dan kun je dit op een eigen locatie veel meer invullen. Dat is de reden. Vanuit gemeentelijk perspectief kun je er meer invulling aan geven dan vanuit het COA.” De voorzitter: “Dank u wel.

Ik wilde met name de zin horen: laten we het nu vertellen, zodat u straks niet gaandeweg kan vragen hoe het was gegaan als de gemeente dit zelf zou gaan doen. Vandaar dat dit werd geschetst. Ik zie al meerdere vingers, maar ik stel voor om kort te schorsen. Iedereen kan dit beeld op zich laten inwerken en dan gaan we verder. We schorsen de vergadering een paar minuten.” De vergadering wordt kort geschorst. De vergadering wordt hervat. De voorzitter: “Goed. We zijn allemaal weer aanwezig. Dan gaan we verder. Ik wil graag eerst de heer Verstappen de gelegenheid geven om deze presentatie af te ronden. Vervolgens gaan we in gesprek met elkaar.” De heer Verstappen: “Ik denk dat het belangrijk is om uw raad mee te nemen in wat dit voor de gemeente betekent, waarbij ik ook de parallel zou trekken met wat het voor de gemeente zou betekenen als er überhaupt een asiellocatie komt. Zodoende wil ik ervoor zorgen dat u daar voldoende over weet. Uw raad heeft daar ook een kader over meegegeven. U heeft daar opmerkingen over gemaakt. Het betekent in ieder geval dat de gemeente de benodigde vergunningen voor de locatie moet verlenen. De wethouder stipt het net aan: veel gemeenten werken met een gedoogbeschikking zo kort als mogelijk in de tijd dat zij de vergunning aanvragen.

Ook voor de gemeente geldt dat alle onderzoeken die ik net heb opgesomd nodig zijn om de vergunning te verlenen, omdat je ervan moet uitgaan dat er òf een bezwaar komt òf een voorlopige voorziening. Dus je moet met veel zorgvuldigheid die vergunning voorbereiden en verlenen. Daar hoort een inkoop- en aanbestedingstraject bij. Als je ziet hoeveel geld je per dag kan overhouden, kun je ook bedenken hoeveel geld er per dag wordt besteed op zo’n locatie. Dat is veel. Op een locatie zit een locatiemanager, twaalf uur per dag. Er zijn vier beveiligers, 24 uur, zeven dagen per week. Dat betekent dat de locatie ook 24/7 bereikbaar is. De telefoon wordt overgezet van de locatiemanager naar de beveiliging. Er is een beveiligingscoördinator te allen tijde aanwezig. Op de locatie is toegangscontrole. Iedereen die de locatie betreedt, moet zich registreren. We bouwen geen gevangenis met elkaar, maar we hebben wel huisregels met elkaar. We vragen mensen om voor 22:00 uur binnen te zijn, omdat het dan donker is en er open water is. Het is niet zo, dat we mensen dwingen binnen te blijven na 22:00 uur. Er is woonbegeleiding om ervoor te zorgen dat we de dagbesteding goed kunnen opstarten en dat we gesprekken kunnen voeren. Het voordeel van het aantal wat uw raad als kader heeft meegegeven, is dat je mensen nog wel kent. Met grotere locaties wordt dit ingewikkelder.

Dagbesteding, onderdeel van de gemeente: de wethouder stipt het aan: als je zelf in regie bent op de locatie, dan kan je zelf handen en voeten geven aan de dagbesteding. Je kan de behoeften peilen, je verenigingsleven goed betrekken, je kan gebruik maken van de mensen op de locatie om je

verenigingsleven een boost te geven. Mensen krijgen eet- en leefgeld. Daarin kan je een keuze maken: ofwel catering op de locatie ofwel geld uitgeven in het dorp. Vluchtelingenwerk komt op de locatie. Zij hebben subsidie vanuit het Rijk. Zij voeren op de locatie gesprekken over juridische procedures. Ook vragen zij hoe het met mensen gaat en of zij contact hebben met hun advocaat, wanneer het daar tijd voor is. Onderwijs is ook een belangrijk punt. Voor onderwijs geldt dat de gemeente aan de lat staat vanwege de leerplicht. Dat geldt zowel voor een locatie die de gemeente opent, als een locatie die het COA opent. Er komen niet veel kinderen op de locatie, omdat het geen AMVlocatie is. Er komen wel wat grotere gezinnen met kinderen in verschillende leeftijden. Gemiddeld komen er voor 180 personen tien tot twaalf kinderen in de basisschoolleeftijd. Dat is maximaal. Onderwijs ligt dus altijd bij de gemeente, ongeacht wat voor soort locatie er komt. Tenzij u zegt: laten we een locatie voor duizend of 1500 personen openen. Dan krijg je van het COA een school erbij. Die kant gaan we niet op, denk ik. Het COA pakt op de locatie ook een aantal zaken op. Zorg is altijd van het COA. Het COA levert zorg, ofwel door het GZA ofwel door Just For Care. Het GZA is de hoofdzorgaanbieder van het COA. Just For Care is een extra aanbesteding die iets sneller kan schakelen dan het GZA.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15254529/1