CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Jaarstukken 2025 VRGZ

Gemeenteraad 24 juni 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.13167525.817 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

29

Norm

Gerealiseerd in 2024

Gerealiseerd in 2025

A2-ritten ambulance

8.000

12.315

12.537

A2-ritten binnen 30 minuten

98%

97,5%

97,0%

10.000

9.960

9.593

-

11.091

11.580

Prestatiecijfers

MCA-ritten ambulance Eerste hulp geen vervoer4 Vakbekwaamheid

Medewerkersbekwaamheids100% 100% 100% verklaring Tabel 4.1: prestatiecijfers Ambulancezorg Gelderland-Zuid * Maximale normtijden voor de A0 en A1-ritten zijn vooralsnog hetzelfde totdat de wet dit aanpast.

Het aantal spoedritten is toegenomen, waarbij A0-ritten de grootste stijging laten zien (42%). 2025 is het eerste jaar waar de A0-ritten volledig zijn opgesplitst, dit verklaart al een deel van de stijging. A1- en A2-ritten laten relatief gezien een kleinere stijging zien (respectievelijk 2,5% en 1,8%). Het aantal planbare ritten daarentegen is licht afgenomen (3,7%). De patiënt wordt in ongeveer een kwart van de incidenten thuis behandeld en niet vervoerd (26%). Ook hier zien we een stijging ten opzichte van vorig jaar (stijging van 4.4% in aantal mobiel zorgconsulten). Deze aantallen schetsen een trend die al langer zichtbaar is, namelijk een toename in spoedaanvragen en een toename van mobiel zorgconsulten.

Wat betreft prestaties ten opzichte van de landelijke norm presteren we goed voor A0-ritten. Zelfs een lichte stijging ten opzichte van vorig jaar in zowel de tijd die nodig is op de meldkamer, de uitruktijd als de rijtijd en dit alles samen zorgt voor een responstijdverbetering van gemiddeld een halve minuut ten opzichte van vorig jaar. De prestatie van A1- en A2-ritten daarentegen is licht gedaald, waarbij deze daling niet direct terug te zien is in een sterke verslechtering van de gemiddelde meldkamertijd, uitruktijd of rijtijd. Een gedetailleerde analyse met betrekking tot specifieke gemeentes, postcodegebieden en de klachtenbeelden (en demografische gegevens die daarbij horen) van de A1- en A2-ritten zou hier extra inzicht kunnen geven. Ook zou dit inzicht geven op de vraag hoe om te gaan met de veranderende trend met betrekking tot spoedritten, het mobiel zorgconsult en daaraan gekoppelde norm prestaties en tijden. Hier wordt in 2026 een project voor opgestart. Eenheden

Aantal 1-1-2025

Aantal 31-12-2025

Posten/ standplaatsen

9

9

A-ambulances en B-ambulances

30

31

Mobiele Intensive Care Unit (MICU)

2

2

Rapid Responder voertuigen

3

4

Tabel 4.2: kerngegevens Ambulancezorg Gelderland-Zuid

4 Ambulance verleent wel eerste hulp ter plaatse maar hulpverlening leidt niet tot vervoer

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

30

5 Paragrafen

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

31

5

Programma Crisis- en Rampenbestrijding

Paragrafen

Omvang algemene reserve (Bedragen * € 1.000,-)

5.1

Realisatie 2025

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Streefwaarde 5% van de baten programma C&R

3.357

5.1.1 Beleid weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit Elk jaar worden bij de verschillende organisatieonderdelen de risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn als volgt gerubriceerd en gewaardeerd:

Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding

3.040

Percentage eigen vermogen van de baten

4,5%

▪

▪

▪ ▪

▪

In de begroting en jaarrekening wordt een cijfermatige samenvatting van de risico-inventarisatie opgenomen met de berekening van het weerstandsvermogen (zie paragraaf 5.1.2 Risico’s). Bij het uitbrengen van de financiële rapportages (Begroting en de Tussentijdse rapportages) werden nieuwe of verdwenen risico’s als mutatie gemeld in de paragraaf Risico’s. Vanaf de jaarrekening 2022 worden voortaan de tien grootste risico’s opgenomen in de rapportage. De frequentie van de rapportage over risico’s wordt groter als daar aanleiding voor is. Voor de omvang van de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding wordt 5% van de baten genomen als streefwaarde. Voor de omvang van de reserve aanvaardbare kosten RAV wordt 10% van de baten genomen als minimumnorm en 15% als streefwaarde.

De jaarrekening is met inachtneming van bovenstaand beleid opgesteld.

Tabel 5.1: omvang algemene reserve

Bestemde reserves worden niet meegenomen in deze toetsingstabel van het eigen vermogen. Bij de gepresenteerde cijfers wordt ervan uitgegaan dat de voorstellen voor bestemming van het resultaat 2025, zoals uiteengezet in paragraaf 6.4, door het Algemeen Bestuur worden overgenomen. Over het boekjaar 2025 is een negatief resultaat van € 158.000 gerealiseerd. Dit tekort wordt gedekt door een onttrekking aan de algemene reserve. In de Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 zal een geactualiseerd meerjarig beeld van de algemene reserve worden geschetst. Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit (Bedragen * € 1.000,-)

Realisatie 2025

Benodigde weerstandscapaciteit

3.670

Beschikbare weerstandscapaciteit

3.040

Weerstandsvermogen

83%

Tabel 5.2: weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit C&R

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

32

De benodigde weerstandscapaciteit is het resultaat van de gewogen risicocapaciteit van de geïnventariseerde risico’s (zie paragraaf 5.1.2). De beschikbare weerstandscapaciteit is gelijk aan de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit. Zoals uit tabel 5.2 blijkt, is het weerstandsvermogen ontoereikend om de risico’s af te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich voordoen zullen hiervoor extra bezuinigingsmaatregelen moeten worden getroffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger.

Realisatie 2025

Minimale norm is 10% van de baten

3.725

Streefwaarde is 15% van de baten

5.588

Reserve aanvaardbare kosten RAV

2.887

Percentage eigen vermogen van de baten

In de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 zal een geactualiseerd meerjarig beeld van de reserve aanvaardbare kosten worden geschetst. Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit (Bedragen * € 1.000,-)

Programma RAV De reserves van AZGZ zien er als volgt uit: Omvang reserve aanvaardbare kosten RAV (Bedragen * € 1.000,-)

Het percentage eigen vermogen ten opzichte van de baten komt uit op 8% ten opzichte van de minimale bestuurlijke norm van 10%. Afgesproken is de reserve niet aan te vullen vanuit de gemeentelijke bijdragen, maar alleen vanuit het resultaat op het programma RAV.

Realisatie 2025

Benodigde weerstandscapaciteit

1.589

Beschikbare weerstandscapaciteit

2.887

Weerstandsvermogen

182%

Tabel 5.4: weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit RAV

De beschikbare weerstandscapaciteit is toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s te dekken.

8%

Tabel 5.3: reserve aanvaardbare kosten RAV

AZGZ heeft over 2025 een positief resultaat behaald van € 340.000,-. Met het bestuur is afgesproken dat de minimale omvang van het eigen vermogen 10% van de baten is. Voor 2025 komt dat uit op een benodigde reserve van € 3.725.000,-. De reserve bedraagt per eind 2025 € 2.887.000,- (na resultaatbestemming 2025).

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

33

5.1.2 Risico’s In tabel 4.5 is een samenvatting van de risico’s met financiële omvang opgenomen. Bij de bepaling van de noodzakelijke risicocapaciteit is rekening gehouden met de weging van de verwachtingswaarde van de kans dat de risico’s zich voordoen. Bedragen x € 1.000,-

Verwach tingswaarde

Noodzakelijke risico capaciteit VRGZ

Noodzakelijke risico capaciteit AZGZ

Noodzakelijke risico capaciteit C&R

1.775

323

52

271

1.025

338

107

231

Economische risico’s

2.505

526

200

326

Bedrijfsvoering

9.575

4.072

1.230

2.842

Totaal

14.880

5.259

1.589

3.670

Nieuwe wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Maatschappelijke risico’s

Tabel 5.5: samenvatting risico’s

Alle risico’s worden periodiek beoordeeld en de waarde en de kans dat ze zich voordoen zijn daarop aangepast. Hierdoor zijn risico’s verdwenen, bestaande risico’s samengevoegd of juist uitgesplitst en nieuwe risico’s toegevoegd.

bezuiniging BDuR en de gemeentelijke bijdrage zijn de risico’s die de organisatie hierop loopt kleiner geworden. Daarnaast is de financiële impact verhoogd van het risico op per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) en Posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dit nadat interne verkenningen hebben aangetoond dat beiden naar alle waarschijnlijkheid in meerdere gevallen voorkomen binnen de organisatie. Voor het bepalen van de omvang lopen nog diverse onderzoeken, zowel bij de provincie als het gaat om PFAS, als intern als het gaat om PTSS. Omdat er een richtinggevend besluit is genomen in 2025, is de ontvlechting op het gebied van bedrijfsvoering tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid opgenomen als een risico in 2025. Om het ontvlechten te realiseren zullen frictiekosten worden gemaakt waarvan de dekking nog onzeker is en afhankelijk van bestuurlijke besluitvorming. De geopolitieke ontwikkelingen vereisen een weerbare samenleving maar ook het vergroten van onze eigen weerbaarheid als overheid om kritieke bedrijfsprocessen te kunnen blijven uitvoeren. In dit kader is het programma weerbaarheid en veerkracht opgenomen. Tevens is er meer aandacht voor cybersecurity en nemen de kosten op dit vlak ook toe om aan de vereisten te kunnen voldoen. Om een concreter beeld te geven van de risico’s die VRGZ loopt, worden in de volgende tabel de tien grootste risico’s weergegeven.

De economische risico’s zijn nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2024. Binnen de risico’s zijn er wel verschuivingen in de omvang. Door nieuwe cao-ontwikkelingen en het inmiddels verwerken van de

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

34

Nr.

Risico en omschrijving

1

PFAS De rijksoverheid wil inzicht krijgen in hoeverre er in Nederland PFAS vervuiling is. Zodra op onze locaties een significante hoeveelheid PFAS in de bodem wordt gevonden, kan dit resulteren tot maatregelen die kosten met zich meebrengen voor VRGZ en/of de individuele gemeenten. PTSS, Verzuim, Arbo Door verzuim om verschillende redenen geen inzetbaarheid van personeel maar wel (op)lopende kosten. PTSS bekend bij aantal medewerkers en gezien de aard van de organisatie zijn nieuwe gevallen in de toekomst niet uit te sluiten.

2

Bedrag x kans

Risico bedrag

2.500 x 0,3

750

Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪

1.500 x 0,5

750

▪ ▪ ▪

▪

3

Cybercriminaliteit/beveiligingsincident Cybercriminaliteit, beveiligingsincidenten en verstoringen van de organisatie en samenleving

1.000 x 0,5

500

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

Onderzoeksrapport laten uitvoeren naar actieplan Landelijke ontwikkelingen volgen, met name financiering en vervolgstappen Blusmiddelen met PFAS worden niet meer gebruikt

Managers meenemen in hoogte verzuim en monitoring verzuimgevallen Tevredenheidsonderzoeken onder personeel regelmatig uitvoeren Mogelijkheden interne re-integratie uitwerken, reintegratie plan per afdeling optuigen zodat per soort reintegreerder een passende oplossing (ook buiten eigen afdeling) geboden kan worden Actief arbobeleid, zoals vormgegeven in bijvoorbeeld Team collegiale opvang (TCO) en Bedrijfsopvang teams (BOT-teams)

Aanwezigheid CISO, FG en PO en uitbreiding functioneel beheer Continuïteitsplan in werking Vitaal verklaring bij voldoen aan Cyberbeveiligingswet Opnieuw aanbesteden kantoorautomatisering Strengere controles inrichting automatisering Verdere verbetering ISO / NEN certificering Inzet AI gestuurde monitoring software

35

Nr.

Risico en omschrijving

Bedrag x kans

Risico bedrag

Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

4

Arbeidsmarktkrapte Door arbeidsmarktkrapte niet en of niet volledig de toegewezen taken kunnen uitvoeren. Risico met name van toepassing op RAV waar op dit moment de voornaamste krapte zit. In de komende jaren door vergrijzing zowel bij de RAV als VRGZ-functies die ingevuld moeten worden.

750 x 0,5

375

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

5

Meerkosten ontvlechting VRGZ/GGD Door de voorgenomen ontvlechting tussen VRGZ en GGD op het gebied van bedrijfsvoering ontstaat een risico op kosten die moeilijke in te schatten zijn zoals frictiekosten.

1.100 x 0,3

330

▪ ▪ ▪

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

Verhogen bewustwording binnen de organisatie (awareness campagne) Tactisch- en strategisch plan om te voldoen aan wet- en regelgeving Back-up en restore Verwerkersovereenkomsten en contracten conform inkoopvoorwaarden VRGZ Ketensamenwerking Prospectieve risicoanalyse Noodstroomaggregaten Tijdig bespreken met zorgverzekeraars Zorgcoördinatie Tijdig schakelen met ketenpartners (ziekenhuizen) om met elkaar keten sterk te houden Automatiseren van repeterende taken, inzetten van chatbots, maken van gespreksverslagen, inzet AI-tools. Aanpassing arbeidsvoorwaarden Inzet externe wervingsbureaus Extra inzet op arbeidsmarktcommunicatie Extra formatie t.b.v. werving en selectie Bevorderen duurzame inzetbaarheid Extra aandacht voor binden en boeien van medewerker (o.a. richtlijn bewust belonen) Samenstellen van organisatieplan Onderzoeken verschillende scenario's Duidelijke afspraken maken overgangsperiode

36

Nr.

Risico en omschrijving

6

Kapitaallasten vastgoed Bij de regionalisering zijn panden zonder of met geringe boekwaarde overgegaan naar VRGZ. Hiervoor zijn dus geen of weinig kapitaalslasten gebudgetteerd terwijl deze in de komende jaren aan vervanging toe zijn. Dit betekent een extreme stijging in de kapitaalslasten t.o.v. de huidige situatie. Het risico bestaat dat hiervoor niet/onvoldoende wordt gecompenseerd.

7

8

9

Klimaatverandering C&R Gevolgen van klimaatverandering en energietransitie op Repressie brandweer. Dit kan leiden tot langere- en complexere uitrukken en toename in aantal uitrukken. Ook kan dit leiden tot anders- of meer opleiden en nieuwe vereisten materieel in het kader van veilig repressief optreden. Weerbaarheid eigen organisatie In het kader van de weerbare samenleving zijn veiligheidsregio's verplicht een weerbaarheidsplan te hebben en voorbereid te zijn op een noodsituatie om de bevolking van Nederland bij te staan. Om weerbaar te zijn als organisatie zijn vereisten gesteld, onduidelijk is nog hoe dekking van deze kosten uitvallen. Voor de organisatie betreft dit substantiële aanpassingen/werk. Verduurzaming vastgoed Om te voldoen aan de duurzaamheidseisen (o.a. klimaatakkoord, energiebesparing) zijn extra investeringen nodig in bestaande en nieuwe panden. Dit betreft een afweging tussen de ambities, planning en financiële middelen.

Bedrag x kans

Risico bedrag

1.000 x 0,3

300

Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪ ▪

Regionaal huisvestingsonderzoek Uitstellen van vervanging Onderzoek naar grootte vastgoedportefeuille en spreiding opnieuw beoordelen Egalisatiereserve gebruiken

500 x 0,5

250

▪ ▪

Volgen landelijke ontwikkelingen Project gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing

500 x 0.5

250

▪ ▪ ▪

Continuïteitsplan eigen organisatie Uitwerken mogelijke scenario's Opstellen protocollen

1.950 x 0,1

195

▪ ▪ ▪

Onderzoek en advies verduurzaming van panden Toekomstvisie huisvesting bespreken met bestuur. Onderzoek naar toekomstbestendigheid/nieuwbouw multipost

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

37

Nr.

Risico en omschrijving

Bedrag x kans

Risico bedrag

10

CAO CAO/Loonontwikkelingen

630 x 0,3

189

Beheersmaatregelen

▪ ▪ ▪

Totaal van de 10 grootste risico’s (noodzakelijke risicocapaciteit) Overige (noodzakelijke risicocapaciteit) Totale noodzakelijke risicocapaciteit

Tijdig het gesprek voeren met zorgverzekeraars/ gemeentes Bij vacatureruimte afwegen of invulling noodzakelijk is Aanspreken van algemene reserve

3.889 1.370 5.259 Tabel 5.6: overzicht 10 grootste risico’s

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

38

Frauderisico analyse VRGZ heeft beleid opgesteld over het voorkomen van fraude en er is een frauderisicoanalyse uitgevoerd. De analyse wordt periodiek geactualiseerd en is betrokken bij het risicomanagement. Dit is ook onderdeel van de rechtmatigheidsverklaring via het criterium ‘misbruik en oneigenlijk gebruik’. 5.1.3 Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn opgenomen conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Realisatie 2025

Gewijzigde begroting 2025

Realisatie 2024

Netto schuldquote

41%

57%

47%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

41%

57%

47%

Solvabiliteitsratio

11%

9%

12%

Structurele exploitatieruimte

0%

0%

0%

Kengetallen

Tabel 5.7: kengetallen

De nettoschuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRGZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Deze is lager dan begroot door het lagere investeringsvolume.

wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Hierdoor ontstaat inzicht in de structurele exploitatieruimte.

5.2

Onderhoud kapitaalgoederen

Materiele vaste activa Activeren en afschrijven Conform het BBV wordt alle materiële vaste activa geactiveerd. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf 1 juli van het jaar van ingebruikname. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000,- per object. Investeringen in gebouwen VRGZ heeft ultimo 2025 34 brandweerkazernes en 4 ambulanceposten in eigendom. De overige kazernes en ambulanceposten zijn in eigendom van de gemeenten en worden gehuurd door VRGZ. Investeringen in gebouwen die eigendom van de gemeenten zijn komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van VRGZ worden bij VRGZ geactiveerd. De kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting.

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRGZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

39

Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert VRGZ een meerjarig investeringsplan dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Onderhoud Ambitieniveau VRGZ is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten van het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud.

voorziening groot onderhoud vertoont de feitelijke belasting van de begroting een stabiel beeld. Conform besluit worden de meerkosten van € 619.000,- per jaar tot en met 2027 volledig gefinancierd uit de daarvoor bestemde reserve herziening MJOP. De kosten voor het beheer en onderhoud van de gehuurde panden zijn voor rekening en risico van de gemeenten. VRGZ draagt bij in de servicelasten. Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer uitgevoerd via het organisatieonderdeel Materieel Techniek (servicecentrum) of uitbesteed.

Onderhoud gebouwen en installaties Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt jaarlijks het planmatig onderhoud uitgevoerd. Uitgangspunten beleid • Het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd en een keer in de vijf jaar volledig herzien door een externe partij. • VRGZ middelt de lasten van het onderhoud over een periode van 10 jaar. • Voor het meten en bewaken van de onderhoudsstaat hanteert VRGZ de landelijke NEN‐norm 2767 voor gebouwen. Het onderhoud vertoont in absolute zin, als gevolg van werkelijk uit te voeren onderhoud, in de verschillende jaren fluctuaties. Via de

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

40

5.3

Financiering

5.3.2 Rente en treasury Realisatie Begroting 2025 2025

5.3.1 Beleid t.a.v. risicobeheer en financieringsportefeuille Risicobeheer Het is VRGZ niet toegestaan om leningen te verstrekken en rente en aflossing van leningen te garanderen. Financieringsportefeuille De hoeveelheid geld die nodig is voor de uitvoering van de verschillende taken van de organisatie wordt beheerd door de treasuryfunctie. Werkwijze, taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. VRGZ voert een risicomijdend beleid en voldeed in 2025 aan wet- en regelgeving. Voor VRGZ geldt het schatkistbankieren voor decentrale overheden. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist5. Hierdoor zal de Nederlandse Staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. In 2022 zijn een drietal nieuwe leningen afgesloten met stortingsdata in 2023, 2024 en 2025. Alle leningen zijn ter vervanging van aflopende leningen afgesloten en met het oog op stijgende rentepercentages. Het leningenverloop is weergegeven in paragraaf 7.6.

Realisatie 2024

a. De externe rentelasten over korte en lange financiering

962

959

878

b. De externe rentebaten

-273

-

-372

689

959

506

-

-

-

-

-

-

-

-

-

689

959

506

-

-

-

-

-

-

689

959

506

773

825

772

84

-134

-266

Totaal door te rekenen externe rente c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Totaal c Saldo door te rekenen externe rente (a+b+c) d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente e. De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury

Tabel 5.8: renteschema

5 Het tegoed van de rekening courant bij de Rabobank wordt volledig afgeroomd, het

tegoed bij de BNG-bank tot € 100.000,-. De rekeningen die gebruikt worden voor kaartbetalingen vallen buiten de afromingsregeling.

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

41

Kasgeldlimiet Het Ministerie van Financiën geeft aan welk bedrag mag worden gefinancierd met kortlopende geldleningen; de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld. Uit tabel 5.9 blijkt dat VRGZ binnen de norm voor de kasgeldlimiet is gebleven. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000,-)

2025

Omvang primaire begroting per 01-01-2025 (grondslag)

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000,-)

2025

1

Renteherziening op lening o/g

2

Betaalde aflossingen

3.650

3

Renterisico (1+2)

3.650

4

Begrotingstotaal 2025

0

103.575

In procenten van de grondslag

8,20%

Toegestane kasgeldlimiet

8.493 1e kwartaal

In 2025 bleef VRGZ binnen de norm van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido).

2e 3e kwartaal kwartaal

4e kwartaal

103.575

Bij Min. Regeling vastgestelde %

5

20%

Renterisiconorm

Totaal netto vlottende schuld

-4.661

-1.529

630

-5.021

Toegestane kasgeldlimiet

8.493

8.493

8.493

8.493

Toets renterisiconorm (5-3)

Ruimte

13.154

10.022

7.863

13.514

6

20.715

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

17.065 Tabel 5.10: renterisiconorm

Tabel 5.9: kasgeldlimiet

Renterisiconorm Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken geeft het ministerie ook een renterisiconorm aan. Deze renterisiconorm geeft de omvang van de schuld weer die in een jaar maximaal voor renteconversie in aanmerking mag komen. De uitkomst hiervan mag niet overschreden worden zodat een spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata en een eventueel hieruit voortvloeiende rentewijziging ontstaat.

5.4

Organisatie en bedrijfsvoering

In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de taken waarvoor binnen de begroting geen afzonderlijke programma's zijn opgenomen. Het gaat om de wijze waarop de bedrijfsvoering plaatsvindt en een korte beschrijving van de ontwikkelingen die daarop van invloed zijn.

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

42

5.4.1 Ambtelijke organisatie VRGZ wordt geleid door een algemeen directeur. De vier sectoren Brandweer, Ambulancezorg, Risico- en Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering worden elk aangestuurd door een operationeel directeur. Samen vormen zij het directieteam dat wordt ondersteund door de concernstaf. De GHOR (onderdeel van de sector Risico- en Crisisbeheersing) wordt ook aangestuurd door de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) die tevens directeur is van GGD Gelderland-Zuid (GGD GZ). 5.4.2 Besturing De operationeel directeur van de sector Bedrijfsvoering is integraal directeur voor de bedrijfsvoering van zowel VRGZ als GGD GZ. Onder de eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur is de operationeel directeur Bedrijfsvoering integraal verantwoordelijk voor alle ondersteunende taken van het primaire proces. Dit alles wordt uitgevoerd binnen de door het bestuur en de directie vastgestelde (financiële) beleidskaders. De directie ziet erop toe dat de ambtelijke organisatie integer handelt en de bestuursbesluiten goed uitvoert. Ook bevordert de directie de onderlinge samenwerking en samenhang tussen de sectoren en de samenwerking met de externe partners ten behoeve van integrale advisering aan het bestuur en de operationele taakuitvoering. Binnen de vastgestelde kaders opereren de managers van de sectoren en afdelingen met een grote mate van zelfstandigheid en

verantwoordelijkheid, waarbij medewerkers de vrijheid hebben om als professionals te opereren. Leidinggevenden stimuleren en ondersteunen hen in de ontwikkeling van hun professionaliteit. 5.4.3 Bedrijfsvoering De sector Bedrijfsvoering adviseert en faciliteert het primaire proces en bewaakt hierin de samenhang. Het is noodzaak om als Bedrijfsvoering wendbaar in te kunnen spelen op in- en externe ontwikkelingen in een 24/7 organisatie. Dit doen we door onze mensen en middelen zo goed mogelijk in te zetten. Ten opzichte van andere veiligheidsregio's zijn we minimaal georganiseerd6 en merken we, dat door steeds strengere weten regelgeving (bijvoorbeeld op het vlak van Informatievoorziening (IV)) het steeds lastiger is om alle taken binnen de bestaande budgetten uit te voeren. HRM Om invulling te geven aan het ontwikkelen van een weerbare en wendbare organisatie is in 2025 verder gewerkt aan het versterken van de Strategische Personeelsplanning (SPP). Binnen de SPP wordt gestuurd op doorstroom-, ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden, met specifieke aandacht voor het duurzaam inzetbaar houden van medewerkers. Er wordt gewerkt aan opleidingsplannen en een langetermijnstrategie voor in-, door- en uitstroom. Ook wordt onderzocht of de noodzakelijke doorontwikkelingen binnen de bestaande budgetten uitvoerbaar zijn.

Op basis van het relevante verhaal van VRGZ, inclusief missie, visie en kernwaarden, is in 2025 de communicatiestrategie rondom de

6 Berenschot – Uitkomsten van de benchmark Veiligheidsregio’s (11 maart 2022)

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

43

werving van nieuw personeel en het behouden van ons personeel geactualiseerd. Om de merkidentiteit van de VR, brandweer, crisisbeheersing en ambulancedienst als aantrekkelijke werkgever optimaal te kunnen uitdragen, zijn daarbij aparte merkfilms7 ontwikkeld. Mentale weerbaarheid en PTSS De landelijke erkenning van PTSS als beroepsziekte is op 14 juli 2025 formeel bekrachtigd. De afspraken gelden voor het personeel in dienst van de veiligheidsregio’s. De regeling PTSS en de wijzigingen gelden niet voor het personeel in dienst van de veiligheidsregio’s die onder de werkingssfeer van een cao vallen, in ons geval de ambulancezorg. Op voorwaarde dat de toepasselijke cao daartoe de ruimte biedt, kunnen wij als individuele veiligheidsregio besluiten de afspraken ook op aanvullende organisatieonderdelen van toepassing te verklaren. Dit zijn wij op dit moment aan het verkennen. De regeling treedt op 1 februari 2026 in werking, met terugwerkende kracht van vijf jaar. VRGZ is actief betrokken bij de landelijke implementatie en bereidt zich voor op een zorgvuldige invoering binnen de eigen organisatie. Elke veiligheidsregio ontvangt jaarlijks (tot en met 2028) 0,5 fte voor de begeleiding van medewerkers die het aanvraagproces ingaan. Deze functionaris ondersteunt medewerkers bij het indienen van aanvragen, fungeert als vraagbaak en levert gegevens voor landelijke monitoring.

Daarnaast wordt op landelijk niveau een ondersteuningsbureau PTSS ingericht. Ook wordt een diagnostisch

instituut gecontracteerd voor onafhankelijke beoordeling van PTSSaanvragen. VRGZ is voornemens een casemanager aan te stellen die medewerkers van begin tot eind begeleidt bij complexe werkgerelateerde trajecten. Denk hierbij aan PTSS, medische behandelingen, geweldsincidenten op straat of verzekeringskwesties. Door deze vormen van hulpverlening te bundelen in één functie, wordt voorkomen dat medewerkers tussen wal en schip raken wanneer zij ondersteuning nodig hebben. Hoewel de regeling pas in februari 2026 ingaat, is de toolbox met voorlichtingsmateriaal al in gebruik. VRGZ werkt daarnaast aan het versterken van mentale weerbaarheid en sociale veiligheid. Incidenten en doorverwijzingen bij de brandweer worden geregistreerd en via de arbodienst is inzicht in psychisch verzuim beschikbaar. Een VRGZ-brede harmonisatie van psychosociale ondersteuning is nog in ontwikkeling maar de basisstructuren binnen de sectoren zijn in kaart gebracht. Informatievoorziening In 2025 is gestart met het opstellen van een meerjarenstrategie voor de informatievoorziening. Dit is noodzakelijk vanwege de toenemende digitale dreiging, aangescherpte normeringen en de vitaal verklaring van VRGZ.

Deze in maart 2026 bestuurlijk vastgestelde strategie richt zich op het robuust, wendbaar, veilig en toekomstbestendig maken van digitale systemen en processen, in lijn met de toenemende eisen uit wet- en regelgeving. Daarnaast wordt ingezet op een schaalbare en wendbare

7 https://vrgz.nl/werken-bij/

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

44

informatievoorziening die in tijden van crises snel kan meebewegen met de behoeften van de organisatie. Deze koers vertaalt zich direct in bestuurlijke keuzes rondom digitale veiligheid en informatiebeveiliging en de benodigde capaciteit in mens en middelen. Digitale veiligheid De overeenkomst met de leverancier voor de ondersteuning van ITinfrastructuur en systeembeveiliging voor zowel VRGZ als GGD is met een jaar verlengd tot december 2026. Door sterk gestegen prijzen en de noodzaak tot continuering van de dienstverlening leidt dit tot aanvullende financiële uitzettingen. Omdat het onderzoek naar de bedrijfsvoering van GGD en VRGZ nog in het besluitvormingsproces zit, is een nieuwe aanbesteding uitgesteld. Hierdoor is het begrote negatieve resultaat van € 100.000 niet gerealiseerd. In de voorbereiding van een nieuwe aanbesteding is onderzocht wat we zelf kunnen doen, wat we moeten uitbesteden en waar we op kunnen samenwerken (outsourcing versus insourcing). Een essentieel uitgangspunt hierbij is het waarborgen van de continuïteit van de organisatie en de voorgenomen richting tot ontvlechting van de bedrijfsvoering van GGD en VRGZ. De uitkomsten hebben een plek gekregen in de aanstaande IV-strategie.

Vitaliteitsbeoordeling processen In het voorjaar van 2025 is vooruitlopend op de vitaalverklaring onderzoek gedaan naar de eigen weerbaarheid en continuïteit van de VRGZ bij onder andere een langdurige stroomuitval. De analyse toont aan dat wij als veiligheidsregio momenteel onvoldoende zijn voorbereid om

onze meest essentiële diensten gedurende vier dagen ononderbroken voort te zetten. Om de weerbaarheid te vergroten moeten waar nodig passende en evenredige technische en organisatorische veiligheids- en beveiligingsmaatregelen genomen worden. Deze maatregelen vragen de komende jaren om extra investeringen op het gebied van noodstroomvoorzieningen, alternatieve communicatieoplossingen en noodvoorraden en/of samenwerkingsafspraken met partners. Verdere uitwerking, onder andere in de IV-strategie 2026-2030 en een geactualiseerd continuïteitsplan, volgt in aankomende jaren. Informatiebeveiliging De afhankelijkheid van digitale systemen en informatiestromen binnen de veiligheidsregio is groot. Verstoring of misbruik van deze systemen kan directe gevolgen hebben voor de veiligheid van inwoners en de continuïteit van onze primaire processen. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2) verplicht ons om actief en aantoonbaar toezicht te houden op informatiebeveiliging en incidentmanagement. In 2025 blijft informatiebeveiliging een prioriteit voor VRGZ. De Chief Information Security Officer (CISO) leidt verschillende trajecten om de digitale veiligheid te verbeteren, waaronder acties op basis van de NEN 7510-audit bij de sector Ambulance.

Deze inzet krijgt vervolg in het versnellingsplan dat is voortgekomen uit eerdere audits en specifiek gericht is op het dichten van NEN7510-afwijkingen, het verhogen van de weerbaarheid en het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2).

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

45

Vastgoed & Facility Management Op basis van de besluitvorming in het Algemeen Bestuur van VRGZ op 10 april 2025, is de afdeling Vastgoed gestart met de verdere concretisering van de huisvestingsplannen in afstemming met de betrokken gemeenten. Het Strategisch Plan Vastgoed (SPV) vormt hierbij een belangrijke input voor de vervangingskalender en dient als leidraad voor de prioritering van projecten. De eerste vervangingstrajecten voor de locaties Lienden, Maurik en Varik zijn in de initiatiefase. Dit betekent dat gestart is met de voorbereiding van werkzaamheden, waaronder het opstellen van programma’s van eisen, het voeren van overleg met gemeenten en brandweerposten en de ruimtelijke procedures. De verwachting is dat deze trajecten eind 2026 in de uitvoeringsfase komen. Daarnaast zijn er recente ontwikkelingen rondom de locaties NijmegenWest, Beek Ubbergen, Waardenburg en het centrale servicecentrum. Deze trajecten omvatten zowel verplaatsing als aankoop van locaties en nieuwbouw. Deze trajecten maken deels onderdeel uit van de totale vastgoedopgave en worden in samenhang behandeld. Dit betekent dat de planning, besluitvorming en uitvoering integraal worden afgestemd vanuit een Programma Regionale Huisvesting, waarbij rekening wordt gehouden met onderlinge afhankelijkheden en financiële kaders.

Uitvoering meerjarenonderhoudsplan De uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) loopt door. Waar het gaat om het vervangingsplan, vergen nieuwe duurzame voorzieningen soms uitstel van groot onderhoud. Gezien de beperkte financiële ruimte, wordt dit de komende jaren alsnog op een financieel en uitvoeringstechnisch passender moment gerealiseerd. Het niet ter

beschikking hebben van de middelen uit het resultaat van 2024 heeft geleid tot het schrappen van geplande investeringen in zonnepanelen en warmtepompen. De ontwikkeling van de huisvestingskosten blijft een belangrijk aandachtspunt. De kostenstijging wordt met name veroorzaakt door indexaties op onderhoudscontracten en stijgende uurtarieven. De personele kosten zijn in twee jaar tijd met meer dan 16% gestegen. Hierdoor passen arbeidsintensieve contracten niet langer binnen de beschikbare budgetten, omdat deze budgetten jaarlijks slechts worden verhoogd op basis van een materiële index van 2% tot 3%. Een nieuwe uitdaging binnen de uitvoering is de toenemende netcongestie. Bij nieuwbouw en verduurzamingsprojecten blijkt het steeds lastiger om extra stroomcapaciteit te verkrijgen, met wachttijden die kunnen oplopen tot zes à acht jaar. Dit kan leiden tot dure technische alternatieven zoals energieopslag en -managementsystemen, die structureel hogere (energie)kosten met zich meebrengen. Financiën & Inkoop Doorontwikkeling Inkoopproces In 2025 hebben we het inkoopteam voltallig gemaakt, zodat contract- en leveranciersmanagement beter verankerd kunnen worden in de organisatie. Hiermee geven we invulling aan het vastgestelde inkoopverbeterplan dat gericht is op de periode 2021-2025. De projectfase is afgerond en inkoopvolwassenheidsniveau 3 is behaald.

Op sommige onderdelen halen we niveau 4. De komende periode wordt op een aantal thema’s, zoals contract- en leveranciersmanagement doorgewerkt om deze te verbeteren.

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

46

Rechtmatigheid Het Dagelijks Bestuur (DB) is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens, maar dat de afwijkingen acceptabel zijn (zie ook paragraaf 6.9). Bedragen x € 1.000,Rechtmatigheidsverantwoording

Totaal Bedrag

C&R

RAV

Begrotingscriterium

107

-500

607

Voorwaardencriterium

0

0

0

Misbruik & oneigenlijk gebruik criterium

0

0

0

Tabel 5.11: samenvatting rechtmatigheidsverantwoording

Er is sprake van een onderschrijding op het programma Crisis- en Rampenbestrijding en een overschrijding op het programma Regionale Ambulance Voorziening voor het begrotingscriterium. Ten aanzien van het voorwaardencriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium zijn geen afwijkingen geconstateerd. Voor de volledige specificatie en toelichting zie paragraaf 6.9. De over- en onderschrijdingen van de kosten zijn, voor zover voorzien, in de tussentijdse financiële rapportages gemeld aan het Algemeen Bestuur dat hiermee heeft ingestemd. Deze vallen binnen het bestaande beleid en de reguliere bedrijfsuitoefening waardoor de begrotingsonrechtmatigheid als acceptabel is aangemerkt.

Samenstelling personeelsbestand In onderstaande tabel zijn een aantal gegevens opgenomen over de opbouw van het personeelsbestand. 2024

2025

Aantal dienstverbanden (excl. brandweervrijwilligers/inhuur)

697

703

Aantal brandweervrijwilligers

757

777

Totaal dienstverbanden VRGZ

1.454

1.480

Totaal medewerkers VRGZ excl. dubbele dienstverbanden*

1.277

1.312

FTE in dienst

589

599

FTE inhuur

39

24

Inclusief vrijwilligers

44

44

Exclusief vrijwilligers

47

47

Inclusief vrijwilligers

82 – 18

79 – 21

Exclusief vrijwilligers

66 – 34

66 – 34

4,68%

5,81%

Aantal medewerkers VRGZ

Aantal FTE (excl. brandweervrijwilligers)

Gemiddelde leeftijd

Verhouding man-vrouw (%)

Ziekteverzuim (%) Ziekteverzuim (excl. vrijwilligers)

Tabel 5.12: opbouw personeelsbestand * combinatie vrijwilligersfunctie met kantoorfunctie

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

47

5.5

Verbonden partijen

GGD Gelderland Zuid VRGZ werkt intensief samen met GGD Gelderland-Zuid op het gebied van de bedrijfsvoering (geleverd door de afdelingen Vastgoed & Facility Management, HRM, Informatievoorziening en Financiën & Inkoop). Meldkamer Oost- Nederland Voor Meldkamer Oost-Nederland (MKON) is een construct Kosten Gemene Rekening (KGR) opgezet. Kern van een dergelijk construct is dat gezamenlijk het risico gedragen wordt en dat geen btw in rekening gebracht hoeft te worden over de dienstverlening. Het personeel is in dienst gekomen van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. VRGZ draagt op basis van een verdeelsleutel bij. Er is in beide gevallen geen sprake van een verbonden partij in die zin dat VRGZ risico's draagt die vanuit de andere partij worden veroorzaakt anders dan vanuit de inhoudelijke samenwerking. Wel zijn er kosten gemoeid met het eventueel verbreken van het samenwerkingsverband.

5.6

Wet open overheid

Op basis van de Wet open overheid (Woo) dienen bestuursorganen in de jaarlijkse begroting een openbaarheidsparagraaf op te nemen, waarbij aandacht wordt besteed aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet. In de jaarlijkse verantwoording doet het bestuursorgaan verslag van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.

Actieve openbaarmaking Een belangrijk onderdeel van de Woo is de verplichting tot actieve openbaarmaking van 17 informatiecategorieën door alle bestuursorganen. Deze 17 categorieën hoeven niet allemaal tegelijk openbaar gemaakt te worden, maar de wetgever heeft bepaald dat dit gefaseerd (per informatiecategorie) kan gebeuren. Per 1 november 2024 moeten bestuursorganen de eerste vijf informatiecategorieën in de Wet open overheid (Woo) actief openbaar maken. Het gaat om de volgende informatiecategorieën: • wetten en algemeen verbindende voorschriften; • overige besluiten van algemene strekking; • informatie over de organisatie en werkwijze; • bereikbaarheidsgegevens; • vergaderstukken van de Staten-Generaal. Woo-index Om de actieve openbaarmaking volgens de Woo te ondersteunen is er een verwijsindex, de ‘Woo-index’, en een zoekfunctie op overheid.nl. VRGZ is al gestart met actieve openbaarmaking van bijvoorbeeld informatie over organisatie en bereikbaarheidsgegevens (vermeld in het Register van Overheidsorganisaties). De Woo-index verwijst voor wat betreft de categorie wetten en algemeen verbindende voorschriften en de categorie overige besluiten van algemene strekking naar officielebekendmakingen.nl. Daarnaast publiceert VRGZ ook tal van stukken op de eigen VRGZ-website.

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

48

Woo-verzoeken In 2025 ontving VRGZ Gelderland-Zuid negen Woo-verzoeken. Alle negen Woo-verzoeken zijn in behandeling genomen en afgehandeld. Onze website is aangepast om een centrale rol te spelen in het naleven van de Woo, zodat inwoners hier vanaf 2025 hun Woo-verzoeken via een webformulier kunnen indienen. Daarnaast draagt dit bij om te voldoen aan de Wet Elektronische Publicaties (WEP) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv).

Jaarstukken Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

49

Jaarrekening

6 Dagelijks Bestuur d.d. 19 maart 2026

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

50

6

Jaarrekening

6.1

Balans vóór resultaatbestemming per 31 december

ACTIVA Bedragen x € 1.000,-

2024

2025

Vaste Activa Materiële vaste activa met een economisch nut

63.865

61.156 63.865

61.156

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Debiteuren

3.368

3.273

Debiteuren openbare lichamen

454

170

Uitzettingen ‘s Rijks schatkist

9.396

15.201

Nog in tarieven te verrekenen

0

0

3.388

1.599

389

393

Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

16.995

20.636

Liquide middelen Kassaldi

5

4

Banksaldi

74

139 79

143

Overlopende activa Overige nog te ontvangen/vooruitbetaald

Totaal

1.252

1.397 1.252

1.397

82.191

83.332 Tabel 6.1: balans - activa

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

51

PASSIVA Bedragen x € 1.000,-

2024

2025

Vaste Passiva Eigen vermogen Reserve aanvaardbare kosten RAV

2.945

2.547

Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding

3.185

3.197

Bestemde reserve herziening MJOP

1.936

1.317

Bestemde reserve duurzaamheid

105

40

0

610

1.240

1.607

9.411

9.318

224

182

Bestemde reserve incidentele korting BDuR Bestemde reserve versterking crisisbeheersing Gerealiseerd resultaat

9.635

9.500

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

4.298

5.112

Voorzieningen ter egalisatie van kosten

3.411

3.710 7.709

8.822

51.650

53.000

Vaste schuld met rentetypische looptijd > 1 jaar Onderhandse lening van openbare lichamen Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Crediteuren

3.115

1.903

Crediteuren openbare lichamen

229

127

Nog in tarieven te verrekenen

13

638

Belastingen en sociale premies

5.486

4.647

Overige schulden

1.048

1.193 9.891

8.508

Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Vooruitontvangen Rijksoverheid Vooruitontvangen overigen (niet overheid)

3.018

3.178

288

324

0

0 3.306

3.502

82.191

83.332

Gewaarborgde geldleningen

0

0

Garantstellingen

0

0

Totaal

Tabel 6.2: balans – passiva

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

52

6.2

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar

Bedragen x € 1.000,-

Realisatie

Begroting

Gew.begr.

Realisatie

Verschil

2024

2025

2025

2025

2025

32.797

35.838

35.838

35.272

-566

-70

0

0

54

54

Subsidies Rijk

12.283

10.663

10.663

11.783

1.120

Bijdrage deelnemende gemeenten

48.761

51.544

51.544

51.544

0

Opbrengsten bedrijfsvoering

3.962

4.159

4.159

3.654

-505

Overige opbrengsten

2.128

1.371

1.391

2.084

693

Totaal baten

99.861

103.575

103.595

104.391

796

Personeelslasten

74.376

77.417

77.179

76.829

-350

Kapitaallasten

7.687

8.831

8.845

8.207

-638

Overige bedrijfslasten

18.572

18.036

18.235

19.562

1.327

Rentebaten

-1.143

-825

-825

-1.046

-221

Rentebaten

885

985

985

974

-11

0

-150

0

0

0

100.377

104.294

104.419

104.526

107

Budget aanvaardbare kosten Aanpassing budget voorgaande jaren

Te realiseren taakstelling Totaal lasten

0 Totaal saldo baten en lasten

-516

-719

-824

-135

689

Toevoegingen reserves

227

0

0

367

-367

Onttrekkingen reserves

967

619

724

684

-40

Gerealiseerd resultaat VR

224

-100

-100

182

282

Tabel 6.3: overzicht van baten en lasten VRGZ

Bovenstaand overzicht wordt toegelicht in twee programma's: programma Crisis- en Rampenbestrijding (paragraaf 6.5 en 6.6) en programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV) (paragraaf 6.7 en 6.8).

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

53

6.3

Grondslagen van resultaatbepaling en waardering

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. Het overzicht van baten en lasten van de veiligheidsregio omvat het totaal van alle activiteiten die VRGZ heeft uitgevoerd. De cijfers worden nader gepresenteerd en toegelicht in het overzicht baten en lasten programma Crisis- en Rampenbestrijding en het programma RAV. Onderlinge verrekeningen tussen beide programma's zijn opgenomen in het overzicht van baten en lasten per programma. In het overzicht van baten en lasten op het niveau van de totale VRGZ (paragraaf 6.2) zijn de onderlinge verrekeningen geëlimineerd.

6.3.1 Grondslagen van resultaatbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Bij het programma RAV wordt afgeweken van deze regel, omdat dit een zorggefinancierde taak is. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de regelgeving voor zorginstellingen. Deze afwijking heeft met name betrekking op de opbrengstverantwoording, aangezien de opbrengsten op basis van nacalculatie worden vastgesteld en afgestemd conform de geldende zorgbekostigingsregels. De lasten worden bepaald op basis van historische kosten, met inachtneming van de vermelde grondslagen van waardering van activa en passiva en toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Aangezien het niet is toegestaan voorzieningen te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

Het gaat dan om aanspraken op een overbruggingsperiode, levensloop en versterkt ouderdomspensioen. Voor jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde kosten zonder een jaarlijks vergelijkbaar volume is een verplichting opgenomen.

6.3.2 Grondslagen van waardering Alle activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde tenzij anders is vermeld. De belangrijkste posten worden hieronder nader toegelicht.

6.3.3 Activa Materiële vaste activa met een economisch nut Onder materiële vaste activa worden activa verstaan die bedoeld zijn om de bedrijfsuitoefening duurzaam te dienen. De materiële vaste activa (met een aanschafwaarde > € 10.000,-) worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs of vervaardigingskosten, verminderd met een lineaire afschrijving gebaseerd op economische levensduur of tegen lagere bedrijfswaarde. Aan de materiële vaste activa wordt rente toegerekend tegen een percentage van 1,25%. Indien VRGZ investeringsbijdragen van derden ontvangt wordt dit expliciet toegelicht.

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

54

Voor het afschrijven van de materiële vaste activa met economisch nut worden de methodieken en termijnen gehanteerd zoals jaarlijks worden opgenomen in de programmabegroting (zie bijlage 7.9 Afschrijvingstermijnen). Veranderingen in methodieken en termijnen worden expliciet toegelicht. Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Deze zijn gewaardeerd op nominale waarde voor zover nodig rekening houdend met mogelijke oninbaarheid. De voorziening oninbaarheid wordt bepaald op basis van de ouderdom van de openstaande posten per balansdatum (dynamische methode). Overige activa Alle overige activa in de balans zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

6.3.4 Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen van het programma Crisis- en Rampenbestrijding bestaat uit een algemene reserve voor Crisis- en Rampenbestrijding en een aantal bestemde reserves. Het eigen vermogen van het programma RAV bestaat uit de reserve aanvaardbare kosten RAV. Het eigen vermogen bestaat daarnaast uit het nog te bestemmen resultaat over het laatste boekjaar. Voorzieningen De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake zijn geformuleerd. De voorziening niet-actief personeel is gevormd voor de afdekking van kosten voor niet-actief personeel. De kosten van niet-actief personeel in verband met FLO (functioneel leeftijdsontslag) kunnen worden gedeclareerd en maken derhalve geen onderdeel uit van deze voorziening. Dit geldt voor beide programma’s. De voorziening verlofsparen is gevormd voor de opbouw van opgespaarde bovenwettelijke vakantie-uren. Deze uren kunnen in de toekomst worden ingezet op een manier die aansluit bij de persoonlijke levens- en carrièreplanning en het vitaliteitsbeeld van medewerkers en leiden derhalve tot een verplichting met een niet voorspelbare op- en afbouw. De voorzieningen zijn nominaal gewaardeerd. Er wordt geen rente toegerekend aan de voorzieningen.

Voor zover niet anders is vermeld zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

55

6.3.5 Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening, de kadernota rechtmatigheid en het normenkader. Dat betekent dat de rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet. De financiële rechtmatigheid omvat: Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgevingen en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks uiterlijk op 31 december ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Begrotingscriterium 1.

Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het Algemeen Bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het Algemeen Bestuur is geautoriseerd. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.

Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van gelden en eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor en legt de regels vast voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen.

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

56

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening en normenkader. Dit betekent dat: ▪ een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves (zijnde € 2.090.000,-) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; ▪ in de paragraaf Bedrijfsvoering de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 50.000,- nader worden toegelicht.

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

57

6.4

Toelichting balans

Vaste activa Bedragen x € 1.000,VASTE ACTIVA Verloopoverzicht materiële vaste activa met economisch nut: Investering

Mutatie onderhanden activa

Desinvestering

Afschrijving desinvestering

Afschrijving

Stand 31-12-2025

25.958

328

-50

618

260

1.525

24.353

Grond en terreinen

4.255

0

0

0

0

0

4.255

Voertuigen en bepakkingen

25.526

1.845

-230

302

247

3.742

23.344

Inventaris

2.280

492

0

0

0

524

2.248

815

735

-348

0

0

228

974

2.138

477

-285

0

0

537

1.793

259

0

0

0

0

42

217

2.634

2.174

0

0

0

836

3.972

63.865

6.051

-913

920

507

7.434

61.156

Stand 01-01-2025 Gebouwen

Verbindingsmiddelen Automatisering Vakbekwaamheidsmiddelen Persoonlijke beschermingsmiddelen

Tabel 6.4: verloopoverzicht MVA

Voor een toelichting op de investeringen wordt verwezen naar het investeringsoverzicht (paragraaf 7.5 Investeringen).

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

58

Aansluiting afschrijvingskosten en kapitaallasten 2025 Afschrijvingskosten

7.434

Berekende rentelasten over investeringen

773

Totaal kapitaallasten

8.207 Tabel 6.5: aansluiting afschrijving en kapitaallasten

Vlottende activa VLOTTENDE ACTIVA Stand 01-01-2025

Stand 31-12-2025

3.424

3.399

Voorziening dubieuze debiteuren

-56

-126

Debiteuren openbare lichamen

454

170

Uitzettingen ‘s Rijks schatkist

9.396

15.201

Nog in tarieven te verrekenen

0

0

3.388

1.599

389

393

16.995

20.636

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Debiteuren

Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Totaal

Tabel 6.6: balans vlottende activa

Alle uitzettingen hebben een looptijd < 1 jaar. Alle overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag van € 2.088.000,- (2% van het gewijzigde begrotingstotaal) worden uitgezet bij het Rijk. De middelen in ’s Rijks schatkist zijn onder andere toegenomen als gevolg van de storting van een lening van € 5.000.000,- begin december.

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

98

99

115

114

Drempelbedrag

2.088

2.088

2.088

2.088

Ruimte onder het drempelbedrag

1.990

1.989

1.973

1.974

0

0

0

0

Middelen buiten ’s Rijks schatkist

Overschrijding van het drempelbedrag

Tabel 6.7: drempelbedragen

De uitzettingen buiten ’s Rijks schatkist zijn per saldo licht toegenomen, maar blijven nog ruim onder het drempelbedrag. In geen enkel kwartaal van 2025 heeft een overschrijding van het drempelbedrag plaatsgevonden.

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

59

Liquide middelen

Stand 01-01-2025

Stand 31-12-2025

Kas

5

4

Rekening courant Rabobank

19

29

Rekening courant BNG-bank

55

100

Rekening courant Adyen-bank

0

10

Totaal

79

143

Tabel 6.8: liquide middelen

Alle liquide middelen staan ter vrije beschikking van VRGZ. Overtollige middelen worden in ’s Rijks schatkist aangehouden (zie Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar).

Overlopende activa

Stand 01-01-2025

Stand 31-12-2025

Nog te ontvangen bedragen

248

211

Vooruitbetaalde bedragen

1.004

1.186

1.252

1.397

Totaal

Tabel 6.9: overlopende activa

De post Nog te ontvangen bedragen bestaat uit de nog te ontvangen rente over de middelen in ’s Rijks schatkist over het 4e kwartaal van 2025 en de nog te ontvangen, door het netwerk Acute Zorgregio Oost toegekende gelden 2025 voor opleiden, trainen en oefenen (OTO). De vooruitbetaalde bedragen betreffen met name vooruitbetaalde onderhoudscontracten, verzekeringspremies, licenties en abonnementen.

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

60

VASTE PASSIVA Eigen vermogen

Reserve aanvaardbare kosten RAV Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding Bestemde reserve incidentele korting BDuR Bestemde reserve duurzaamheid Bestemde reserve herziening MJOP Bestemde reserve versterking crisisbeheersing Totaal

Stand 31-122024

Bestemming 2024

Stand 01-012025

Toevoeging

Onttrekking

Stand 31-122025

2.945

-398

2.547

0

0

2.547

3.185

12

3.197

0

0

3.197

0

610

610

0

0

610

105

0

105

0

65

40

1.936

0

1.936

0

619

1.317

1.240

0

1.240

367

0

1.607

9.411

224

9.635

367

684

9.318

Tabel 6.10: verloop eigen vermogen

Het Algemeen Bestuur heeft op 3 juli 2025 besloten om uit het jaarresultaat van 2024 € 610.000,- te onttrekken voor een nieuw te vormen bestemde reserve incidentele dekking korting BDuR, een bedrag van € 12.000,- toe te voegen aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding en € 398.000,- te onttrekken aan de reserve aanvaardbare kosten RAV. De toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemde reserves zijn toegelicht in paragraaf 6.6.2. Resultaatbestemming 2025 Nadere uiteenzetting nog te bestemmen resultaat naar programma Vanuit het jaarresultaat 2025 programma RAV wordt voorgesteld om: 340

Toe te voegen aan de reserve aanvaardbare kosten RAV Totaal programma RAV

340

Vanuit het jaarresultaat 2025 programma Crisis- en Rampenbestrijding wordt voorgesteld om: Te onttrekken aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding

158

Totaal programma Crisis- en Rampenbestrijding

158

Totaal resultaat 2025

182 Tabel 6.11: nog te bestemmen resultaat

Het programma Crisis en Rampenbestrijding (C&R) realiseerde in 2025 een negatief resultaat van € 158.000,-. Voorgesteld wordt dit bedrag te onttrekken aan de algemene reserve Crisis- en rampenbestrijding. Voor het programma RAV wordt voorgesteld het positieve resultaat van € 340.000,- toe te voegen aan de reserve aanvaardbare kosten RAV.

Jaarrekening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025

61

Voorzieningen VRGZ heeft drie voorzieningen: een voorziening voor niet-actief personeel, verlofsparen en een voorziening voor groot onderhoud. Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening niet-actief personeel

Stand 01-01-2025

Toevoeging

Aanwending

Vrijval

Stand 31-12-2025

752

682

283

87

1.064

Voorziening verlofsparen

3.546

502

0

0

4.048

Totaal

4.298

1.184

283

87

5.112

3.411

1.953

1.654

0

3.710

7.709

3.137

1.937

87

8.822

Voorzieningen ter egalisatie van kosten Voorziening groot onderhoud Totaal voorzieningen

Tabel 6.12: voorzieningen

Voorziening niet-actief personeel De voorziening niet-actief personeel is gevormd voor de verwachte uitgaven inzake WW-uitkeringen. Met ingang van juli 2024 maken voor het eerst medewerkers gebruik van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). De RVU-verplichting is ook aan deze voorziening toegevoegd. Daarnaast is in 2025 voor 4 medewerkers een voorziening voor een WW-verplichting getroffen. De totale dotatie bedraagt € 682.000,-. De aanwending uit de voorziening voor de lopende dossiers bedraagt € 283.000,-. In 2025 heeft als gevolg van het eindigen van de uitkeringstermijn of vanwege een nieuwe baan een vrijval plaatsgevonden van € 87.000,-. Voorziening verlofsparen Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het vitaliteitsbeeld. Deze vakantie-uren verjaren niet. Dit kan gaan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, is hiervoor een voorziening gevormd. In 2025 is de voorziening verlofsparen toegenomen met € 502.000,-.

De dotatie is deels het gevolg van de aankoop van verlofuren (€ 206.000,-, zie ook toelichting Personeelslasten paragraaf 6.6.2). Voorziening groot onderhoud In 2023 heeft de periodieke herziening van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) plaatsgevonden. Bij bepaling van de jaarlijks benodigde dotatie wordt gerekend met een planningshorizon van 10 jaar. Om te kunnen voldoen aan het overeengekomen onderhoudsniveau voor de periode 2024-2033 is de dotatie vastgesteld op € 1.953.000,- per jaar. Tot en met 2027 wordt dit jaarlijkse tekort (€ 619.000,-) volledig gefinancierd uit de bestemde reserve herziening MJOP.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17001028/1