CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Gebiedsanalyse Wilhelminastraat 9 Wamel

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.10139414.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze vrijstelling geldt alleen voor particulieren. De gemeente West Maas en Waal volgt het beleid van Waterschap Rivierenland. Daarnaast stellen zij het volgende: • •

Binnen een plan mag er tot een maximum van 500 m2 verhard worden om géén compensatieverplichting te krijgen (eenmalige vrijstelling). In alle andere gevallen moet in open water gecompenseerd worden. Daarbij geldt uiteraard: hoe minder verharding, hoe minder gecompenseerd hoeft te worden. Bij 24

•

het toekennen van de bestemming ‘Wonen’ geldt altijd dat uitgegaan wordt van 70% verharding bij vrijstaande woningen, 80% bij 2-onder-1 kap en 90% bij rijtjes. Per 8 december 2022 worden plannen langs de meetlat van het beeldkwaliteitsplan klimaatadaptatie gelegd.

Doorwerking planinitiatief Ten opzichte van de voormalige situatie is er geen sprake van een grote toename van verharding. Er zal mogelijk een verharding kunnen toenemen door het realiseren van parkeergelegenheden. Hierbij is dan ook geen sprake van compensatieverplichting. 4.1.8 Luchtkwaliteit De beoogde ontwikkeling is dusdanig van kleine schaal dat er op voorhand kan worden aangemerkt als een project van ‘niet betekende mate’. Dit houdt in dat de ontwikkeling niet in betekenende mate invloed heeft op de luchtkwaliteit ter plaatste en nadere beschouwing van de luchtkwaliteit niet benodigd is. 4.1.9 Duurzaamheid Gelet op de eindigheid van ruimte en bouw- en brandstoffen is duurzaamheid bij ruimtelijke ontwikkelingen van belang. Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden en de toekomst zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Doorwerking planinitiatief Er is op dit moment nog geen keuze gemaakt of er zonnepanelen op het dak worden geplaatst of dat er een warmtepomp wordt neergezet. Omdat het een bestaand gebouw betreft hoeft er nog niet te worden voldaan aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Dit is echter wel een wens.

25

4.2 Veranderlijke aspecten 4.2.1 Stikstof Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) - dat in juli 2015 van kracht werd - berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempels- en grenswaarden die bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempelen grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hiermee kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).

Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Per 1 juli 2021 is de nieuwe stikstofwet in werking getreden. Door deze wetgeving is het in principe niet langer noodzakelijk om ook de bouwfase te betrekking in het onderzoek, alleen de gebruiksfase dient nog onderzocht te worden. Echter is naar aanleiding van de gerechtelijke uitspraak van de Raad van State op 2 november 2022 de zogenaamde bouwvrijstelling komen te vervallen. Doorwerking planinitiatief Het plangebied is gelegen langs de uiterwaarden van de Waal. Dit is een Natura 2000gebied. Om het effect van stikstofuitstoot voor de verschillende scenario’s te bepalen zullen een voortoets stikstofdepositie en AERIUS-berekening moeten uitgevoerd worden. Dit zal gevolgen hebben voor de termijn van de omgevingsvergunning (uitgebreide procedure). De provincie zal als bevoegd gezag binnen 26 weken een besluit nemen over de aanvraag. Uit de AERIUS-berekeningen zal moeten blijken dat in de meest nadelige benadering de stikstofdepositie niet leidt tot significante negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden gedurende de realisatiefase. In de gebruiksfase zijn er echter wel wijzigingen ten opzichte van de vergunde situatie.

Dit zal ook per scenario verschillen. Een scenario met meer bewoners zal zorgen voor meer verkeersbewegingen. Verkeersbewegingen worden gerekend per huishouden, dus bijvoorbeeld 4 appartementen geven feitelijk gezien meer verkeersbewegingen dan het oorspronkelijke huishouden. Deze resulteren in een hogere stikstofwaarde dan een scenario met minder bewoners. 4.2.2 Kabels en leidingen Er liggen relevante leidingen in het plangebied voor bijvoorbeeld het afwatersysteem en afvalwatersystemen. Op basis van het aantal personen wonend in het plangebied, zullen de faciliteiten (douches, toiletten, keukens) worden afgestemd. Het is noodzakelijk om te voorkomen dat de impact op de ondergrondse infrastructuur buitensporig hoog wordt. Doorwerking planinitiatief Naar aanleiding van de onderzoeksgegevens van het beheersysteem zullen er geen problemen in de bestaande leidingen voordoen wanneer er 30 personen zullen wonen in het 26

plangebied. Afhankelijk van wat er nodig zal zijn kan er gebruik worden gemaakt van de bestaande aansluiting en kan in het slechtste geval een nieuwe aansluiting aangelegd worden. Voor scenario 4 (AMV’s) zal er een onderzoek moeten plaatsvinden om de capaciteit van het systeem te bepalen. 4.2.3 Verkeersbewegingen Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van een nieuwe situatie, moet de verkeers-aantrekkende werking worden bepaald. Voor de berekening van verkeersgeneratie gaat men uit van het aantal wooneenheden. Een samenstelling van een gezin is bijvoorbeeld geen vast gegeven en zal dus niet kunnen worden berekend. Daarnaast is gekeken naar de ligging van het plangebied om de verkeersgeneratie van de functie in het plangebied te bepalen. Een stedelijk gebied zal met de aanwezigheid van openbaar vervoer en andere nabijgelegen voorzieningen tot minder autobewegingen leiden dan een meer landelijke omgeving met minder voorzieningen en de afwezigheid van openbaar vervoer. De gemeente West Maas en Waal is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een ‘niet stedelijk’ gebied. Er worden twee verkeersgeneraties gebruikt om de verkeersgeneraties op de Wilhelminastraat 9 aan te duiden. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag: • •

De verkeersgeneratie voor ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)’ van 1,8 tot 2,4 ritten per kamer per etmaal. En de verkeersgeneratie ‘huur-appartement, midden/goedkoop’ van 3,7 tot 4,5 ritten per etmaal.

Doorwerking planinitiatief De opvang van vluchtelingen aan de Wilhelminastraat zal een toename aan verkeersbewegingen te weeg brengen. Daarnaast is ook aandacht voor de verkeersveiligheid van belang. De verkeersveiligheid wordt gezien als sociaal aspect en wordt dan ook in hoofdstuk 5 verder behandeld. Aangezien er 12/20/30 ontheemden of 40 AMV’s komen te wonen, is onderzocht of de bijbehorende verkeersbewegingen passen in de omgeving. Het aantal verkeersbewegingen is te relateren aan het aantal voertuigen dat verwacht kan worden en de frequentie waarmee verkeer komt/vertrekt. Dit is in de regel het resultaat van de functieomvang (aantal kamers). Voor een locatie met ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)’ moet rekening gehouden worden met een verkeersgeneratie van 1,8 tot 2,4 ritten per ‘kamer’ per etmaal. Voor de scenario’s 1 tot en met 3 komen de verkeersgeneraties er dan als volgt uit te zien: Personen

Wooneenheden x ritten

12 personen (vb: 2 gezinnen en 3 stellen) 20 personen (vb: 3 gezinnen en 5 stellen) 30 personen (vb: 6 gezinnen en 5 stellen) 30 personen (vb: 4 gezinnen en 9 stellen)

5 x 1,8 5 x 2,4 8 x 1,8 8 x 2,4 11 x 1,8 11 x 2,4 13 x 1,8 13 x 2,4

Totaal aantal ritten per etmaal 9 –12 14,4 – 19,2 19,8 – 26,4 23,4 – 31,2

Tabel 4: Verkeersbewegingen o.b.v. kamerverhuur

27

Als er wordt uitgegaan van grotere wooneenheden namelijk ‘huur-appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’ dan bedragen de kencijfers 3,7 tot 4,5 ritten per etmaal. Voorstaande voorbeelden leiden dan tot de volgende verkeersgeneratiecijfers: Personen

Wooneenheden x ritten

12 personen (vb: 2 gezinnen en 3 stellen) 20 personen (vb: 3 gezinnen en 5 stellen) 30 personen (vb: 6 gezinnen en 5 stellen) 30 personen (vb: 4 gezinnen en 9 stellen)

5 x 3,7 5 x 4,5 8 x 3,7 8 x 4,5 11 x 3,7 11 x 4,5 13 x 3,7 13 x 4,5

Totaal aantal ritten per etmaal 18,5 – 22,5 29,6 – 36 40,7 – 49,5 48,1 – 58,5

Tabel 5: Verkeersbewegingen o.b.v. huur-appartement

Omdat er geen specifieke verkeersgeneratie beschikbaar is voor woonvormen zoals een opvang voor vluchtelingen, wordt er voor scenario 4, de opvang van 40 AMV’s, een inschatting gedaan met behulp van verschillende rekentools. De kinderen beschikken niet over auto’s; verkeer komt alleen van personeel van ODIG, het COA, ondersteunende diensten (zoals Nidos en de GGD) en leveranciers. Hierbij wordt opgemerkt dat het hier gaat om diensten bestaande uit een dagdeel of dagdelen. Alle medewerkers zullen niet tegelijkertijd aanwezig zijn op de locatie. De kinderen verplaatsen zich voornamelijk lopend, met de fiets en via openbaar vervoer. Incidenteel zal een personenbusje kinderen naar school of de dokter brengen. Naast personeel en aanvoer van goederen worden geen andere verkeersbewegingen verwacht; bezoek aan de locatie zal incidenteel zijn. 1. Allereerst een rekentool ontwikkeld door Witteveen+Bos. Deze rekentool is gebaseerd op feitelijke tellingen van de verkeersgeneratie van opvanglocaties voor vluchtelingen van het COA. Met deze rekentool wordt de verwachte verkeersgeneratie voor nieuwe opvanglocaties ingeschat middels een vergelijking van de opvangcapaciteit van andere locaties. Er is hierbij uitgegaan van de meest nadelige situatie zodat er geen onderschatting van verkeersgeneratie kan worden gemaakt.

Op basis van deze tool kan er worden uitgegaan van 0,23 x per persoon per etmaal. Dit komt uit op 11,04 verkeersbewegingen per etmaal. Hier is voor de zekerheid ook het personeel als bewoners meegerekend. 2. De tweede rekentool is op verschillende statistieken van Altforst gebaseerd. De geplande verkeersbewegingen komen uit op maximaal 1,98 ritten per persoon per etmaal. Elke werkende is in deze mechanisme opgeteld als 2 verkeersbewegingen. Echter gaan de meesten in koppels of zelfs in grotere groepen werken en zijn er ook bewoners die een fiets als vervoersmiddel gebruiken. Voor 40 AMV’s zal het betekenen dat er 79,2 verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. Echter is dit gebaseerd op het feit dat alle kinderen zouden kunnen rijden en een auto hebben. Dit is dus geen accurate rekentool. 3. Ten derde is er een inschatting gemaakt door ODIG. Dit zijn de verkeersbewegingen geteld op de huidige locaties, in relatie tot het aantal kinderen, het aantal begeleiders/medewerkers en externen zoals leveranciers. Voor de Wilhelminastraat 9 zullen de verkeersbewegingen uitkomen op 30 verkeersbewegingen per dag. De derde rekentool is voor deze woonvorm en doelgroep het meest betrouwbaar. Gezien de omgeving worden er geen knelpunten voorzien in verkeersafwikkeling; de omgeving is redelijk verkeersluw.

Wel is er het aandachtspunt dat aan de zijkant de basisschool De Laak is gevestigd, dat trekt op piekmomenten extra verkeer aan. 28

De verkeersoverlast manifesteert zich rond het begin en einde van de school in de vorm van drukte en niet wenselijk (parkeer)gedrag in combinatie met gehaaste kinderen tussen voertuig en school. De gemeente is momenteel met de school in gesprek voor de mogelijkheid om de weginrichting iets aan te passen om het gedrag te kunnen sturen. Hierover is nog geen uitsluitsel. Er moet aandacht worden gegeven aan verkeersoverlast op het moment dat de Oekraïense ontheemden of AMV's hier komen te wonen. Wat zijn de gevolgen van de extra verkeersbewegingen van deze nieuwe bewoners op de piekmomenten van de school? En wat betekenen die extra bewegingen voor zowel de veiligheid van de kinderen als die van de nieuwe bewoners? 4.2.4 Parkeren Bij een ruimtelijke ontwikkeling dienen voldoende parkeervoorzieningen gerealiseerd te worden. Hierbij dient te worden voldaan aan de ‘Nota Parkeernormen 2019’ van de gemeente West Maas en Waal. Parkeren eigen terrein De gemeentelijk ‘Nota Parkeren 2019’ geeft weinig variatie in de woonfunctie. Voor de functie van vluchtelingenopvang zijn in deze nota geen parkeernomen opgenomen. In dit geval zou er van ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)’ kunnen worden uitgegaan. Daaruit volgt een parkeereis van 1,0 per kamer. De fietsparkeernorm bedraagt eveneens 1 stallingsplek per kamer.

Andere haalbaarheidsstudies van ruimtelijke initiatieven omtrent opvang voor Oekraïense ontheemden hebben de volgende overwegingen gehanteerd: •

• •

Een kerncijfer dat vanuit de CROW-richtlijnen redelijkerwijs het meest in de buurt komt is die van kamerverhuur, zelfstandig (niet student). Hiervoor ligt het kerncijfer tussen 0,6 en 0,8 per kamer; vergelijking bij andere gemeentes bij huisvesting van ontheemden leveren op dat zij veelal een kerncijfer hanteren van 0,5 à 0,6 per woonunit; en in dit geval dan een vergelijking met het autobezit in Altforst (20 auto’s op 75 mensen) = +- 0,26 per bewoner zonder bezoekersplekken meegeteld.

Op de onderhavige locatie zijn op dit moment 5 parkeerplaatsen beschikbaar op eigen terrein. Uit bovenstaande resultaten wordt uitgegaan van de grootste waarde uitgegaan van 1 persoon per appartement. Voor scenario 4 geldt een norm van 0,3 parkeerplaats per persoon. Echter rijden deze kinderen zelf niet. Toch wordt er met alle externe verkeersbewegingen uitgegaan van 0,3 van de Parkeernorm kencijfer ‘kamerverhuur, zelfstandig (student)’ en 6 medewerkers die zouden kunnen parkeren. Dit getal is gebaseerd op het medewerkers aantal gegeven door ODIG. Bovendien moet er een fietsenstalling worden geplaatst voor 40 fietsen. Dit betekent per scenario de volgende parkeerkencijfers: Scenario 1 2 3 4 Tabel 6: Parkeerkerncijfers

Parkeerkerncijfer 4–6 6 – 10 11 – 15 40 x 0,3 + 6 medewerkers = 18

29

Er is daarnaast in de Nota Parkeernormen 2019 aangegeven dat voorzien moet worden in fietsparkeerplaatsen. Voor de ontheemden, waar geen kerngetallen voor beschikbaar zijn, zal er ook aandacht gegeven worden aan een fietsenstalling voorzien op eigen terrein. Parkeren openbare ruimte De regels bieden de mogelijkheid om (een deel van) de parkeereis in de openbare ruimte op te lossen, als realisatie op het eigen terrein niet mogelijk is. Dit moet dan binnen de maximale loopafstand. Deze afstand is voor wonen maximaal 100 meter. De parkeerdruk in de omgeving mag niet verder toenemen dan tot 85% op het drukste/maatgevende moment (zie parkeeronderzoek Koningsstraat Wamel, 2023). Er is in maart 2023 een parkeeronderzoek uitgevoerd in de Koningsstraat, Houtstraat en Wilhelminastraat. Uit de tellingen blijkt dat de parkeercapaciteit aan de Koningsstraat beperkt wordt benut (zie het parkeeronderzoek Koningsstraat Wamel, 2023). Ook na realisatie van het nieuwe plan aan de Koningsstaat blijft er sprake van een normale parkeerdruk. Er zijn op de Wilhelminastraat vier langparkeerplaatsen beschikbaar en op de Koningsstraat naast het pand op de Wilhelminastraat 9 ook nog drie parkeerplaatsen. Uit het onderzoek blijken de parkeerplaatsen in de Koningsstraat beperkt gebruikt te worden. De parkeerdruk in de Wilhelminastraat ligt gemiddeld hoger dan in de Koningsstraat.

De bezettingsgraad van de hier aanwezige parkeerplaatsen kan oplopen tot 100%. Dit is echter alleen waargenomen op één moment, namelijk op zaterdagochtend. Gezien de bovenstaande gegevens, zullen er parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op het eigen terrein waardoor de verharding zal toenemen.

30

5 Sociale en maatschappelijke aspecten In dit hoofdstuk worden de sociale en maatschappelijke aspecten behandeld. Deze komen o.a. voort uit de speerpunten van de sociale gemeentelijke beleidsnota’s. Deze aspecten zullen worden beschouwd als variabelen die de sociale impact van elk scenario omschrijven op zowel de omgeving (en bestaande bewoners) als op de toekomstige bewoners. Deze variabelen zijn vergelijkbaar met de milieutechnische aspecten, alleen zijn deze aspecten anders te interpreteren. In dit hoofdstuk zullen deze aspecten uiteen worden gezet.

5.1 Sociale gemeentelijke beleidskaders 5.1.1 Structuurvisie en Visie Leefbaarheid In de structuurvisie van de gemeente staat het concept van leefbaarheid centraal. In de Visie Leefbaarheid wordt dit nader omschreven. Leefbaarheid beschrijft de mate waarin een woonomgeving als prettig wordt ervaren en kan worden bepaald door elementen als toegankelijkheid, gelijkheid, veiligheid, comfort, beschikbare voorzieningen, openbaar vervoer, sociale cohesie en participatie. Het hoofddoel van de Visie Leefbaarheid is dat de identiteit en kwaliteit van de dorpen te versterken. De identiteit van Wamel Wamel kenmerkt zich door een 19e-eeuws stratenpatroon met een intiem karakter rondom de Dorpsstraat en Kerkstraat, en biedt een scala aan activiteiten en een verenigingsleven. De woningen in Wamel zijn veelal ruim in omvang. Er is een tekort aan starterswoningen. Dit laatste blijkt ook uit de woonvisie. De kracht van Wamel is haar sterke gemeenschap. Er heerst een sterk dorpskarakter; de inwoners kennen elkaar en zijn bereid samen te werken om initiatieven van de grond te krijgen. Bewoners bezoeken elkaar, kinderen gaan naar de basisscholen in het dorp en men doet de boodschappen bij de buurtwinkel. Er worden activiteiten georganiseerd en er zijn dorpsverenigingen. Zo heerst er in Wamel een hoge saamhorigheid en wordt individualisering voorkomen. Dit versterkt de leefbaarheid van Wamel.

Wamel kent ook een aantal uitdagingen die de leefbaarheid van het dorp bedreigen. Een eerste uitdaging in Wamel is de matige bereikbaarheid met het openbaar vervoer en dat er een negatief toekomstperspectief is voor het winkelbestand. Hier vloeit de volgende uitdaging logisch uit voort: Wamel is aan het vergrijzen. Jongeren en jonge bewoners hebben andere woon- en voorzieningenbehoeften, anders dan Wamel nu te bieden heeft. Zij voelen zich daarom niet aangetrokken om zich in het dorp te vestigen en verhuizen veelal naar elders. De gemeente West Maas en Waal wil de identiteit en kwaliteit van de dorpen versterken, door onder andere in te zetten op de diversificatie van het woningen- en voorzieningenaanbod. Doorwerking planinitiatief Voorliggend plan zal, ongeacht het scenario, een impact hebben op de identiteit en kwaliteit van Wamel. De leefbaarheid zal bij ieder scenario veranderen, bij ieder scenario op een andere manier. Hoe meer mensen er in het pand zullen wonen, hoe anders de impact op de omgeving. Er zal daarom bij de scenariokeuze rekening moeten worden gehouden met de verschillende factoren die de leefbaarheid doen veranderen. De volgende aspecten moeten daarbij meegewogen worden: •

Toegankelijkheid/bereikbaarheid van de bestaande bewoners tot de toekomstige bewoners; 31

• • • •

de saamhorigheid tussen de bestaande bewoners en de toekomstige bewoners; verschillende veiligheidsaspecten van de woonomgeving; capaciteit van beschikbare voorzieningen; sociale cohesie (wat subjectieve beleving (houding, gevoelens) maar ook objectief gedrag (samenwerking en participatie) inhoudt).

Bij de groei van 12 tot 40 nieuwe bewoners zal de identiteit van het ‘rustige en kalme’ dorp mogelijk veranderen. De nieuwe bewoners zouden mogelijk de leefbaarheid van het dorp ten goede komen op basis van diversiteit, maar het daadwerkelijke resultaat van de gevolgen op de leefbaarheid vergt een beantwoording van de bovengenoemde vragen. Het is na de bovenstaande gegeven informatie duidelijk dat de leefbaarheid in Wamel behouden moet blijven, en dat de toekomstige bestemming van Wilhelminastraat 9 hierbij zal moeten gaan bijdragen. Niet alleen voor de (tijdelijke) fase van dit plan, maar ook voor de (permanente) fase daarna. Oftewel: het plan moet toekomstbestendig zijn. Er moet gedurende het planvormingsproces dus ook aandacht zijn voor de invulling van het pand na de huisvesting van ontheemden/vluchtelingen. Ook voor het toekomstige plan moeten bovenstaande leefbaarheidsaspecten afgewogen worden. De gemeente wil ervoor zorgen dat verschillende mensen met verschillende woonbehoeften goed kunnen samenleven in de dorpen. Zo is er in Wamel ook behoefte aan kleine en betaalbare wooneenheden. Het pand aan de Wilhelminastraat 9 biedt de mogelijkheid om appartementen te realiseren. Daarmee wordt invulling gegeven aan de structurele woonbehoefte van het dorp en bijgedragen aan het plek geven aan verschillende mensen.

Op de korte termijn kunnen in deze appartementen de Oekraïense ontheemden/AMV’s gehuisvest worden. Op langere termijn kunnen deze appartementen andere kleine huishoudens aantrekken. Op de bovenstaande vragen wordt nader op ingegaan in hoofdstuk 6, in combinatie met de input van de klankbordgroep en bewonersavonden. 5.1.2 Samen Beter! Samen Beter! is onderdeel van de beleidsregel maatschappelijke ontwikkeling (juni 2021), en richt zich op (kwetsbare) inwoners en voorzieningen in hun directe leefomgeving. Kwetsbare inwoners zijn volgens de ‘beleidsregel behoud en bevordering leefbaarheid en samenredzaamheid West Maas en Waal’ (2023) mensen met een beperking of probleem van lichamelijke, verstandelijke, psychische, psychosociale en/of materiële aard, waarbij een disbalans is ontstaan tussen draaglast en draagkracht, wat ingrijpende gevolgen heeft voor hun zelfstandigheid en participatiemogelijkheden in de samenleving. De gemeente zet in haar sociaal beleid in op preventie. Voorkomen is beter dan genezen. Sociale spanning in een wijk vergroot de kans op (psychische) gezondheidsklachten en beroep doen op zorg. Dit geldt zowel voor de nieuwe bewoners (te kwalificeren als kwetsbare doelgroep) als voor de direct omwonenden (in principe niet kwetsbaar, maar ook voor hen zet de gemeente in op het bevorderen en behouden van kwaliteit van samenleven en preventie van uitval).

Vanuit bovenstaand beleid is er ook aandacht en zorg voor de positie van ontheemden. Hierbij wordt gekeken naar manieren om de betrokkenheid te stimuleren, zelfredzaamheid te vergroten en eenzaamheid te voorkomen. Het wordt hierdoor makkelijker voor hen om deel te nemen aan bijvoorbeeld dorpsactiviteiten, en kan de leefbaarheid in de buurt bevorderen. Men voelt zich gehoord, hebben meer diverse sociale contacten en voelen zich minder

32

eenzaam. Dat spoort mensen op haar beurt weer aan om vanuit eigen initiatief te participeren in de dorpssamenleving. Participatie is ‘het meedoen aan (het organiseren) van activiteiten’. Dit zal spelen in iemands leven op het moment dat iemand een binding voelt met de buurt en zijn gemeenschap. Participatie heeft namelijk als doel om mensen met elkaar te ontmoeten en te verbinden. De gemeente heeft een subsidieregeling opgesteld om de leefbaarheid en samenredzaamheid in de gemeente te versterken, in het bijzonder voor de kwetsbare doelgroep. Dit kan je aanvragen wanneer je bijvoorbeeld een activiteit organiseert die het welzijn van (kwetsbare) bewoners kan bevorderen. Door ze mee te laten doen aan activiteiten ontstaat er een veiligere omgeving voor iedereen. Doorwerking planinitiatief Hoewel er in dit beleidsstuk niet direct wordt gerefereerd naar ontheemden of vluchtelingen binnen de kwetsbare groepen in het beleidsstuk ‘Sociaal domein samen beter 2017-2020', kunnen ontheemden ook worden gezien als kwetsbare groep. Je wilt deze groep een stabiele omgeving bieden, ruimte om te integreren, genoeg (mentale) zorg bieden en ruimte geven om te aarden op de plek. Hierbij geldt dat hoe meer personen worden opgevangen, hoe minder makkelijk ze in de buurt opgenomen zullen kunnen worden. De omgeving kan stabiliteit verliezen.

Bij de uitwerking van de scenario’s moet dit nader worden uitgewerkt. Dit kan ook betekenen dat er extra middelen beschikbaar worden gesteld. 5.1.3 Kwaliteit van (samen)leven De gemeente heeft oog voor de kwaliteit van leven voor zowel kwetsbare- als niet kwetsbare mensen, en voor de kwaliteit van het samenleven tussen al deze mensen. De kwaliteit van samenleven wordt bepaald door diverse factoren. • • • •

De balans tussen de draagkracht en draaglast van inwoners en gemeenschappen. Sociale gemeenschappen zijn gebouwd op wederkerigheid: balans in geven en nemen. Verbondenheid ontstaat door omkijken naar elkaar, iets kunnen betekenen voor een ander en hulp kunnen vragen waar nodig. Een sociaal veilige inclusieve omgeving waarin je je welkom voelt, erbij hoort en mee mag doen. Dat wil zeggen dat inwoners ingesloten, gezien en gewaardeerd worden en niet uitgesloten, genegeerd of bedreigd. Woonruimte die recht doet aan de basale menselijke behoeften van bepaalde mate van privacy en eigenheid gecombineerd met aansluiting/ verbinding met de directe woonomgeving. In dit geval is de uitzondering dat er mensen in nood geplaatst moeten worden en er andere voorwaarden gelden dan bij gewone woningbouw.

Doorwerking planinitiatief De gemeente streeft ernaar om bij het huisvesten van ontheemden/vluchtelingen zich te laten leiden door eerdergenoemde punten. Er moet worden gezocht naar een invulling van de opvang die goed aansluit op de omgeving, en ook de uitsluiting van de ontheemden/vluchtelingen voorkomt. Voor de kwaliteit van leven voor de huidige inwoners van Wamel geldt dat de gemeente bij het inrichten van de opvang zicht wil hebben voor de draagkracht van de directe omwonenden. 5.1.4 Beleidskader sociaal domein Voortbouwend op de omgevingsvisie heeft de gemeente een beleidskader sociaal domein opgesteld. Dit kader wordt op 30 mei 2024 vastgesteld. Onder het sociale domein vallen veel thema's, zoals wonen, leefbaarheid, welzijn en onderwijs. Dit is vooral gespecificeerd op de bevolkingsgroepen die extra ondersteuning behoeven, zoals ouderen en jongeren. 33

Dit beleidskader bevat zes uitgangspunten: • • • • • •

Onze inwoner staat centraal. We gaan uit van eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid. We werken aan kansengelijkheid. We bouwen aan een sterke sociale basis. We sturen op preventie. We bieden effectieve hulp en ondersteuning als je dat nodig hebt.

Dit nieuwe beleidskader heeft veel raakvlak met de beleidsstukken die in de vorige paragrafen van dit hoofdstuk zijn beschreven. In de programma's, die verderop in het beleidsstuk worden geschetst, wordt dit nog duidelijker. Sterke sociale basis: De gemeente streeft naar een sterke sociale basis, waarbij de Maas en Walers zich gezien en gehoord voelen. Er is sprake van samenredzaamheid, verbondenheid en betrokkenheid. Extra steun voor wie het nodig heeft: Er dient extra aandacht te zijn voor kwetsbare doelgroepen, zeker om een sterke sociale basis te kunnen waarborgen. Kansrijk opgroeien: Er wordt gewerkt vanuit de behoefte en ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen en hun ouders/omgeving. Hierbij ligt de nadruk op preventie. Vitaal ouder worden: Vanwege de toenemende vergrijzing en krapte in de zorg moet er specifiek aandacht zijn voor oudere bewoners. Zelfredzaamheid is hierbij van belang. Doorwerking planinitiatief Met oog op bovenstaande overkoepelende programma's zal er bij de uitwerking van het plan rekening moeten worden gehouden met de bovengenoemde uitgangspunten.

34

6 Participatie Er is als gevolg van de informatiebijeenkomsten van 29 februari 2024 in een raadsinformatiebrief aangekondigd dat er een klankbordgroep zou worden opgezet waar bewoners zowel hun zorgen en vragen kunnen uiten als mee kunnen denken over de haalbaarheid van de voorgelegde scenario’s. In een periode van 10 weken (11 maart tot en met 13 mei 2024) zijn er 7 bijeenkomsten geweest om de prioriteiten van de bewoners in kaart te brengen. Er zijn zorgen gedeeld, vragen gesteld en mogelijkheden in kaart gebracht. De uiteenzetting in dit hoofdstuk is het resultaat van deze onderdelen op de bewoners- en klankbordgroep-bijeenkomsten, wat als volwaardig participatieproces kan worden gezien. In hoofdstuk 2 en 5 is ingegaan op de definitie van leefbaarheid. In dit hoofdstuk wordt leefbaarheid besproken onder de bepaalde variabelen en gecombineerd met een verwerking van de zorgen en uitdagingen van de klankbordgroep. Ze zijn aangevuld met de opmerkingen die zijn gegeven op de inloopavond van 28 mei 2024.

6.1 Beschikbare gebruiks- en privéruimten Oppervlakte per persoon In hoofdstuk 2 staat 6 m2 per persoon als minimale gebruiksoppervlakte die ontheemden of vluchtelingen krijgen als eigen ruimte. In de scenario’s is er van een grotere gebruiksoppervlakte uitgegaan vanwege de onderverdeling van minder ontheemden in het pand op de Wilhelminastraat 9. Uit het participatieproces is geconstateerd dat 6 m2 gebruiksruimte een te kleine oppervlakte blijkt. Om duurzame bewoning te realiseren zijn dragelijke gebruiksruimten nodig en zou de beschikbare oppervlakte eerlijk verdeeld moeten worden tussen de inwoners; het fatsoenlijk aanbieden van ruimten aan mensen die hier voor een lange periode tot misschien wel permante periode zullen blijven wonen. Uit de inloopavond is gebleken dat scenario 1 en scenario 2 zorgen voor de meest mensvriendelijke wooneenheden. In scenario 1 zouden volgens bewoners ook sneller 4 mensen per wooneenheid kunnen wonen (wat uitkomt op 16 bewoners) in plaats van 3 personen per wooneenheid (de voorgestelde 12 personen). Woonconcept In hoofdstuk 2 is nader ingegaan op het woonconcept en dat in de analyse is gekozen voor appartementen als woonunits, in plaats van kamers met een functie ‘logiesfunctie’. Dit is in overleg gegaan met de klankbordgroep.

Appartementen zorgen voor stabiliteit omdat het vaste interne constructies zijn die op de lange termijn ook door andere doelgroepen kunnen worden bewoond (zoals starters of senioren). Om aan de toekomstige permanente bewoners (dus na de tijdelijke vergunning) te denken en te anticiperen aan de woonvisie, zullen appartementen ook van redelijke grootte moeten worden. Want anders zal er volgens de klankbordgroep geen starter of senior in deze appartementen willen gaan wonen. Dit kwam ook uit de geluiden op de inloopavond. De oppervlakte van de appartementen voor scenario 1 en scenario 2 zijn toekomstbestendig. Hier is vraag naar onder de jongeren en senioren volgens de bewoners van Wamel. De oppervlakte die per appartement onder scenario 3 ontstaat is echter te klein. Het zal volgens hen niet verkopen als het vrijkomt. Daarom is ook geconstateerd dat er bezwaar is tegen scenario 4 (AMV’s). Dit scenario wordt namelijk gerealiseerd met een tijdelijke vergunning met functie ‘kamerverhuur’. Hier zullen 35

dus kamers intern worden gerealiseerd. Daarmee valt duurzaam toekomst gebruik weg; er worden namelijk geen appartementen meer gebouwd. Buitenruimte Op dit moment bestaat de buitenruimte om het pand uit voornamelijk groen en zijn er een aantal parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar gerealiseerd door verharding. Het is de vraag hoeveel parkeerplekken daadwerkelijk nodig zijn voor het nieuwe plan. Dit hangt af van de hoeveelheid mensen die in het pand komen te wonen (zie ook hoofdstuk 4, paragraaf parkeren 4.2.4). Als er meer parkeerplekken moeten worden gerealiseerd, zal er meer verharding komen en zal het groen (deels) verdwijnen. De buurt zou het betreuren als er voor het realiseren van extra parkeerplekken groen zal verdwijnen. Er zullen een aantal auto’s in de openbare ruimte kunnen parkeren, maar daar is op dit moment slechts beperkte ruimte (zie onderbouwing hoofdstuk 4, paragraaf parkeren 4.2.4). Dit resulteert in het moeten oplossen van parkeerplekken op eigen terrein. Bovendien is er een aandachtpunt bijgekomen op de inloopavond: het huidige onderhoud van de buitenruimte. De buitenruimte wordt nu niet bijgehouden waardoor er verloedering plaatsvindt en er onveilige situaties ontstaan op de stoep doordat er een boom met te veel bladeren over de weg heen hangt.

6.2 Sociale cohesie Sociale cohesie gaat over de mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen, en naar het gedrag dat hieraan invulling geeft. Sociale cohesie heeft een subjectieve beleving (houding, gevoelens) en een objectief gedrag (samenwerking en participatie). In de Wilhelminastraat is een buurtvereniging die activiteiten organiseert voor de huidige bewoners. Dit betreft circa 30 personen. Als er 30 bewoners (scenario 3) in één keer bijkomen in de Wilhelminastraat 9, betekent dat een verdubbeling van het aantal bewoners. Vanuit het participatieproces is benoemd dat het belangrijk is dat de buurtvereniging de nieuwe bewoners bij haar activiteiten kan betrekken. Als dat niet lukt creëer je een tweedeling in de straat; van bewoners die ‘erbij horen’ en die ‘er niet bij horen’. Dat heeft grote gevolgen voor de gemeenschapszin en sociale cohesie. Bij 12 of 20 extra bewoners in de straat zijn die gevolgen anders dan bij 30 of 40. Scenario 4 leidt tot zorgen van de buurt over de omgangsvormen in de openbare ruimte, over de integratie in het dorp en over de combinatie met de basisschool in de buurt. Duurzame oplossing Een duurzame oplossing is een plan met balans in draagkracht en draaglast bij zowel de bestaande als de beoogde nieuwe bewoners.

De geluiden uit het participatieproces geven aan dat het dorp bij een beperkt aantal nieuwkomers beter in staat is om hen te helpen integreren. De ontheemden/vluchtelingen zullen sneller uitgenodigd worden voor activiteiten en vaker hulp aangeboden worden. Dat komt de leefbaarheid en sociale cohesie ten goede.

6.3 Voorzieningen Voorzieningen in een buurt zijn onder andere openbaar vervoer, maar ook school, zorg, sport, winkels enzovoorts. Er moet rekening gehouden met de behoeften van de toekomstige bewoners; ze gaan naar werk, school, sport, sociale activiteiten etc. De klankbordgroep heeft zorgen geuit over of het dorp Wamel deze behoeften kan vervullen. Kunnen er nieuwe kinderen worden ingeschreven op de basisschool? Heeft de huisarts nog capaciteit voor nieuwe patiënten, en kunnen er meer mensen sporten bij de 36

sportverenigingen? Daarnaast is een grote zorg hoe kan worden voorzien in (mentale) zorg aan de ontheemden/vluchtelingen. Volgens de inschatting van ODIGzorg voldoet Wamel aan de criteria voor adequate huisvesting van AMV’s op basis van beschikbaarheid winkels, openbaar vervoer en vrijetijdsbesteding. In het participatieproces is naar voren gekomen dat er een onjuiste inschatting is van het voorzieningenniveau van het dorp. Zo is er bijvoorbeeld enkel een kleine dorpssupermarkt. De buurt verwacht dat de kinderen zich gaan vervelen en hierdoor voor een onveilige sfeer op straat zullen zorgen. Door verveling gaan kinderen namelijk zoeken naar plezier. Dit maken de buurtbewoners ook mee met de eigen jongeren in het dorp. Bovendien werd duidelijk op de inloopavond dat er ook een zorg is omtrent de capaciteit van (middelbare) scholen. Als conclusie werd gegeven dat de omgeving betreft de beperkte voorzieningen scenario 4 niet aan zou kunnen.

6.4 Veiligheid Veiligheid is in verschillende contexten te plaatsen namelijk veiligheidsgevoel (het gevoel op straat of in de buurt); verkeersveiligheid (de mate van geleiding en controle van verkeersstromen); en brandveiligheid (de kans dat er brand uitbreekt maar ook de beschikbare vluchtroutes). Hieronder wordt nader ingegaan op het veiligheidsgevoel en de verkeersveiligheid. Veiligheidsgevoel Het gevoel van veiligheid is een aandachtspunt geweest onder de bewoners. Dit komt terug in aspecten als zorgen voor geluidsoverlast, angst voor verpaupering en angst voor slechte communicatie en sociale binding. Er is een vermoeden dat contact zoeken met het aantal personen besproken in scenario 1 en 2 (12 tot 20 personen) beter mogelijk is, dan met scenario 3 en 4 (30 tot 40 personen). Door het mogelijk creëren van afstand tussen de nieuwe bewoners en de huidige bewoners van de Wilhelminastraat, kunnen er onveilige situaties ontstaan. Daarom hebben de bewoners behoefte aan transparante en goede communicatie met de nieuwe bewoners. Daartoe hoort ook het punt van taalbarrière tussen de toekomstige en huidige bewoners. Dit kan ook zorgen voor een ruis in de communicatie, wat weer kan bijdragen aan een onveilig gevoel in eigen buurt.

Om het veiligheidsgevoel te bevorderen zal overlast kunnen worden gemonitord en zal er een direct aanspreekpunt aangewezen moeten worden om dit te kunnen melden en te zoeken naar oplossingen. Ook geluidsoverlast draagt bij aan veiligheidsgevoel. Het veilig voelen in een omgeving komt mede door het ervaren van rust. Als er meer (vreemde) geluiden binnen- en buitenshuis worden ondervonden, ontstaat er een onrust. Zo kan naarmate de groep groter wordt en een andere taal gesproken wordt het onveiligheidsgevoel gestimuleerd worden. Scenario 4 zal voor de meeste geluidsoverlast zorgen. Dit zijn kinderen tussen de 12 en 18 die graag buiten zijn en zich minder houden aan de onbeschreven regels van gedrag. Ze zullen een harder stemgeluid gebruiken. Op dit moment ervaren de bewoners al geluidsoverlast van de verkeersbewegingen. De Wilhelminastraat is een 30 km/u zone, maar in de praktijk rijden auto’s veel harder. Dit zorgt al voor geluidsoverlast. Dit zal groter worden op het moment dat er meer verkeersbewegingen zijn door de grotere getallen aan bewoners op de Wilhelminastraat. Als derde aspect is het de angst voor verpaupering van het pand. Eerder is aangegeven dat Wilhelminastraat 9 een monumentale status heeft. De benodigde verbouwingen tasten de 37

monumentale status aan. De omwonenden vrezen verpaupering van het pand bij ingrijpende verbouwingen. Zij pleiten voor behoud van het monumentale uiterlijk van het pand en de controle op hoeveel mensen het pand aan kan. Verkeersveiligheid De zorgen voor de verkeersveiligheid onder de bewoners is groot. Dit werd ook weer duidelijk op de inloopavond. Vooral de verkeersstromen rondom de basisschool ‘’de Laak’’. Er zijn veel verkeersbewegingen rondom de piektijden van de school. Dan wordt de weg geblokkeerd en lopen en rennen veel ouders en kinderen over straat. Dit zorgt voor onveilige verkeerssituaties. De gemeente is al gedurende tijd met registreren van deze processen. Uit het participatieproces is geconstateerd dat er zorgen zijn over dat dit huidige probleem nog erger wordt op het moment dat er nog meer mensen in de Wilhelminastraat komen wonen.

38

7 Begrippenlijst AMV Afkorting voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen. Dit zijn jongeren tussen de 12 en 18 jaar die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen en zich aanmelden bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers in Ter Apel. BBL Afkorting voor Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit besluit bevat regels over de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk en over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. BOPA Afkorting voor Buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Gebruiksoppervlakte De vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de wanden die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen met één bepaalde vorm van gebruik. Kamerverhuur Het verhuren van kamers in een woning aan verschillende gebruikers, waarbij gemeenschappelijke ruimtes, zoals keuken en badkamer, worden gedeeld. Logiesfunctie Een ruimte binnen een gebouw die wordt gebruikt voor het tijdelijk verblijf van personen, zoals hotelkamers, pensions, of bed & breakfast accommodaties. Hier valt ook het huisvesten van ontheemden onder.

ODIG Organisatie gespecialiseerd in de opvang van minderjarige vluchtelingen en heeft een ondersteunende rol blij het COA bij de opvang deze doelgroep in Nederland. ODR Afkorting voor Omgevingsdienst Rivierenland. Deze omgevingsdienst werkt in opdracht van 8 Gelderse gemeenten en de provincie Gelderland aan een fijne, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Zij nemen taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving op zich en adviseren onder andere over de leefomgeving, bouw, milieu, energie en natuur. Oekraïense ontheemden Personen uit Oekraïne die ontheemd zijn geraakt als gevolg van de oorlog en die hun land zijn ontvlucht op zoek naar veiligheid en onderdak elders. Woonoppervlakte De totale oppervlakte van de ruimtes binnen een woning die gebruikt kunnen worden voor woondoeleinden, zoals een woonkamer, slaapkamer of keuken. Bergruimte wordt hiervan uitgesloten.

39

8 Bronnenlijst Ahmed, N. O., El-Halafawy, A. M., & Amin, A. M. (2019). A critical review of urban livability. European Journal of Sustainable Development, 8(1), 165-165. Raadsbesluit 2022/01-17 – Adviesrecht en participatie Omgevingswet 2022 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2024-01-01#Hoofdstuk16 Bestemmingsplan ‘’Dorpen, actualisatie 2021’’ https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0668.WMWdorpen2021BVA1/r_NL.IMRO.0668.WMWdorpen2021-BVA1.html#_24_Wonen-1 Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten https://vng.nl/artikelen/bedrijven-en-milieuzonering Beleidsregel behoud en bevordering leefbaarheid en samenredzaamheid West Maas en Waal 2023 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR693311/1#d15713311e39 Beleidskader Sociaal domein ‘Samen beter’ 2017-2020 https://cuatro.simcdn.nl/westmaasenwaal/uploads/beleidskader_sociaal_domein_samen_beter_2017__2020.pdf?cb=azjIU-zw Beleidsregels Maatschappelijke ontwikkeling https://cuatro.sim-cdn.nl/westmaasenwaal/uploads/beleidsregels-maatschappelijkeontwikkeling-juni-2021.pdf?cb=Ho8kuzSS De sociale kaart https://westmaasenwaal.socialekaartnederland.nl/ Bruidsschat Omgevingsplan Artikelen – Geconlosideerde versie 22-12-2023 https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/omgevingsplanrechtswege/bruidsschat-omgevingsplan/ Parkeeronderzoek Koningsstraat Wamel (24 april 2023) Rekentool

verkeersgeneratie Witteveen+Bos https://www.tubbergen.nl/sites/tubbergen/files/2024-01/Ruimtelijke%20onderbouwing.pdf https://www.soest.nl/fileadmin/documenten/Birkstgraat-ruimtelijke-onderbouwing-13-oktober2023.pdf Begrippenlijst AMV https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/alleenstaande-minderjarigevreemdelingenamv#:~:text=Alleenstaande%20minderjarige%20vreemdelingen%20(amv)%20zijn,komen%2 0en%20hier%20asiel%20aanvragen Bbl https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/inhoud/besluit-bouwwerken-leefomgeving/ BOPA https://iplo.nl/thema/ruimtelijke-ontwikkelingen/buitenplanse-omgevingsplanactiviteit/ 40

Gebruiksoppervlakte https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technischebouwactiviteit/nieuwbouw/rijksregels/gebruiksoppervlaktebbl/#:~:text=Definitie%20gebruiksoppervlakte,De%20NEN%202580&text=De%20definitie%20van%20gebruiksoppervlakte%20(GO,of%20 groep%20van%20ruimten%20omhullen. Gedoogverklaring https://bg.legal/wp-content/uploads/2015/12/SDU_PB032019_142563.pdf Kamerverhuur https://ijzeradvocaten.nl/kamerverhuur-waar-moet-ik-op-letten-deel1/#:~:text=Kamerverhuur%20is%20de%20verhuur%20van,zoals%20een%20keuken%20of% 20toilet. Logiesfunctie https://iplo.nl/thema/bouw/gebruiksfunctiesbouwwerken/logiesfunctie/#:~:text=Bij%20een%20logiesfunctie%20gaat%20het,%2C%20hot els%2C%20motels%20en%20pensions. ODIG https://odigzorg.nl/ ODR https://www.odrivierenland.nl/over-ons/ Oekraïense ontheemden https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/ontheemd Samen Beter https://www.westmaasenwaal.nl/SamenBeter Sociale cohesie https://www.scp.nl/onderzoeksprogramma/verkenning-van-toekomstige-ontwikkeling-vansociale-cohesie Woonoppervlakte https://www.derick.be/blog/item/126-hoe-groot-is-jouwwoonoppervlakte#:~:text=De%20woonoppervlakte%20is%20het%20aantal,Slaapkamers

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14287230/1