CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Concept Jaarstukken 2022 Avri

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.08450926.163 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

jaarrekening 2022

Verschil Berap - Jaarrekening

8.545

29 242 133 120 4.710 15 140 29 349 225 330 459 603 120 498 8.001

0 0 0 0 -1.202 0 0 0 0 0 160 0 0 0 498 -544

Pluspakket 13 Risico's uitvoering pluspakket activiteiten 24 Brandstofprijzen Totaal Pluspakket

75 25 100

75 25 100

0 0 0

Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling op de afvalmarkt 4 Faillissement van verwerkers 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 24 Brandstofprijzen Totaal Bedrijfsafval

37 7 20 40 104

37 7 20 40 104

0 0 0 0 0

604

736

132

604

736

132

9.353

8.941

-412

ONTWIKKELING FINANCIELE RISICO'S ( * €1.000) Basispakket 1 Verkoop gebulkt materiaal 2 Prijsontwikkeling op de afvalmarkt 4 Faillissement van verwerkers 5 Betaling afvalstoffenheffing 6 Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats 8 Data Registratie GSL 10 Chemische vervuiling of grondwatervervuiling 11 Avri Realisatie B.V. en Solar B.V. 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17 Vervuiling van aangeboden grondstoffen 19 Vergoeding kunststof verpakkingen 23 Geschil met verwerker PMD's 24 Brandstofprijzen 25 CAO-stijging Totaal Basispakket

Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risico's (10% taakveld 0.4) Totaal Bedrijfsvoering Totaal alle programma's

Pagina 27 van 75

berap 2022

29 242 133 120 5.912 15 140 29 349 225 170 459 603 120

Tabel 13: Ontwikkeling financiële risico’s Avri

8.3

Toelichting op de grootste of gewijzigde risico’s

Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de grootste risico’s (>€ 500.000) of in 2022 gewijzigde risico’s ten opzichte van de bestuursrapportage. 6 - Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats; risico gedaald De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Dit akkoord heeft als doel om de kortetermijneffecten voor de gemeenten te verminderen. Die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten in oktober 2020 om de rekenrente te verlagen. Kernpunt in dit bestuurlijk akkoord is de uitstel van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd. In 2031 besluit de provincie na overleg met de Avrigemeenten over het overdrachtsmoment. Tot dat moment zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri. Hierbij is ook afgesproken om jaarlijks overleg te voeren over de technische en juridische aspecten van de nazorg, zowel bestuurlijk als financieel. Het geeft partijen de tijd voor implementatie van maatregelen die een efficiënte nazorg waarborgen. Ook is er tijd om de benodigde financiële middelen op te bouwen. Het akkoord stelt de gemeenten bovendien in staat tijdig te anticiperen op de ontwikkelingen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming. Bij de overdracht moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn.

In de tijd gezien zijn verschillende uitgangspunten en parameters voor de bepaling van dit doelvermogen onzeker. Daardoor blijft de mogelijkheid bestaan dat er te weinig doelvermogen is opgebouwd op de nog nader te bepalen overdrachtsdatum. Er kunnen echter ook positieve effecten zijn, zoals een langere vervangingstermijn van toegepaste materialen of hogere beleggingsrendementen van het nazorgfonds. Al deze zaken zijn van invloed op het benodigde vermogen. De stortplaats wordt al meerdere jaren intensief gemonitord en onderhouden. De technische risico’s (zoals ongelijke ‘zetting’ en percolaatvorming) beschouwen we daarom als beheersbaar. Daarbij moet opgemerkt worden dat toekomstige (wettelijke) ontwikkelingen altijd van invloed kunnen zijn op de nazorgkosten. Avri loopt bij de opbouw van het toekomstig doelvermogen meerdere financiële risico’s. Deze risico’s/onzekerheden zijn niet te beïnvloeden, omdat de provincie autonoom bevoegd is te besluiten over de uitgangspunten. Daaronder ook het overdrachtsmoment, dat na overleg met de Avri-gemeenten wordt bepaald. We verwachten dat in 2031 het moment van overdracht kan worden vastgesteld door de Provinciale Staten. Rekening houdend met de reële doorlooptijd van het (deels juridisch) sluitingsproces en contractuele afspraken, gaan we voor de inschatting van de risico’s uit van de vroegst mogelijke overdracht per 2034.

Wij rekenen echter op overdracht per 2044 en voor de opbouw van het doelvermogen gaan we daar ook vanuit. Naar verwachting zal het nazorgfonds vóór het beslismoment in 2031 nog een studie uitvoeren voor actualisatie van de rekenrente. Die heeft de meeste invloed op het doelvermogen. Op dit moment is onzeker of de rente stijgt of daalt, hoe de beleggingsmix zich gaat ontwikkelen en welk effect deze wijzigingen vervolgens hebben. Dat kan zowel positief als negatief zijn. In 2022 heeft het rendement zich bijzonder negatief ontwikkeld. Er is nog geen definitieve jaarrekening van het nazorgfonds en daarmee ook nog geen definitief rendementspercentage over 2022. Op basis van de laatste berichten van de provincie houden we rekening met een negatief rendement van 10%. Om deze reden is er in 2022 € 826.000 in de voorziening stortplaats gedoteerd, ten laste van het jaarrekeningresultaat. Een andere belangrijke ontwikkeling in 2022 was het verschijnen van het landelijk eindrapport ‘Rekenrente nazorgfondsen stortplaatsen’. Dit rapport is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgesteld en bevat adviezen over het vormen van een landelijk nazorgfonds en de te hanteren systematiek voor het bepalen van de rekenrente. Het rapport is definitief en in IPO-verband wordt hier inmiddels over gesproken.

Naar verwachting besluit de provincie hierover in het eerste kwartaal 2023. Uit het rapport wordt duidelijk dat de provincie Gelderland het risico eenzijdig bij de stortplaatshouders neerlegt. De adviezen in het rapport zouden voor het doelvermogen en het risicoprofiel heel gunstig uitpakken. Momenteel vinden er besprekingen plaats tussen de provincies en het Rijk, over de positie van het Rijk. Als het Rijk bereid is om bij calamiteiten als vangnet te dienen, zijn naar verwachting veel bezwaren van de provincies weggenomen. Dan staat niets de vorming van een landelijk fonds meer in de weg. Uit het rapport blijkt dat er meerdere varianten voor het bepalen van de rekenrente mogelijk zijn. De meest ongunstige variant uit het rapport geeft een rekenrente die ligt boven de huidige rekenrente van de provincie Gelderland. Gelderland hanteert een rekenrente van 3,1%. De laagste variant uit het rapport komt uit op 3,45%. Daarom hebben wij deze rekenrente van 3,45% opgenomen in de berekeningen voor het doelvermogen. Daarnaast hebben we het risicoscenario voor een lagere rekenrente aangepast. De kans dat er een lagere rekenrente komt, is met het verschijnen van dit rapport sterk gedaald. Naast een hogere rekenrente hebben we in 2022 de inflatie in het rekenmodel verhoogd naar 1,87%.

De basis voor dit inflatiecijfer is de gemiddelde jaarlijkse inflatie (over de periode 1-1-2014 naar 1-1-2022) waar rekening mee wordt gehouden

Pagina 28 van 75

in het Rinasmodel. Dat model wordt landelijk gebruikt voor berekening van het doelvermogen. De hogere inflatie heeft een sterk negatief effect op het te bereiken doelvermogen. Op basis van de geactualiseerde uitgangspunten wordt in 2044 € 12,6 miljoen doelvermogen opgebouwd. Bij deze geleidelijke opbouw is per 2034 een bedrag van € 9,0 miljoen beschikbaar. Voor de bepaling van de financiële risico’s zijn met het Rinasmodel meerdere scenario’s berekend. De scenario’s gaan er vanuit dat één of meer punten afwijken van de huidige uitgangspunten van Avri en eventuele overdracht per 2034; • Bij een tussentijdse verlaging van de rekenrente naar bijvoorbeeld 2,5% (overige uitgangspunten ongewijzigd) neemt het doelvermogen bij overdracht in 2034 toe tot naar schatting € 46 miljoen. Dan bedraagt het tekort in het opgebouwd vermogen dus € 37 miljoen. • Uitgaande van alle provinciale uitgangspunten zou een verlaging van de rekenrente naar 2,5% zelfs leiden tot een doelvermogen van circa € 55,6 miljoen per 2034. Dan bedraagt het tekort in het opgebouwd vermogen dus € 46,6 miljoen. De kans dat de rente bij de volgende studie wordt verlaagd en in welke mate is op dit moment niet duidelijk. In het bestuursakkoord is afgesproken om jaarlijks de ontwikkelingen en verwachtingen voor de komende jaren te bespreken.

Dit stelt de gemeenten in staat om samen met de provincie te anticiperen op deze ontwikkelingen. De kans dat de genoemde uiterste effecten zich gaan voordoen wordt op dit moment als zeer klein ingeschat. Op basis van het landelijk rapport over de rekenrente hebben we de ingeschatte kans hierop verlaagd van 10% naar 5%. Er zijn de komende jaren ook ontwikkelingen mogelijk die een positief effect kunnen hebben op het doelvermogen. Voorbeelden zijn lagere nazorgkosten door technische ontwikkelingen, hogere beleggingsrendementen van de provincie of een hogere rekenrente. Rekening houdend met de diverse risicoscenario’s en de actuele inschatting van de kans dat deze zich voordoen, bedraagt het gekwantificeerd risico in de jaarrekening (maart 2022) € 4,7 miljoen, op basis van de toe te passen kans x effect-methode. Dit is € 1,2 miljoen lager dan vorig jaar. De daling heeft twee oorzaken. Enerzijds wordt met de hogere ingerekende inflatie het effect van een hogere inflatie verkleind. Anderzijds is de kans op verlaging van de rekenrente naar 2,5% gedaald, als gevolg van het verschijnen van het landelijk rapport Rekenrente. In 2022 is wederom € 1 miljoen toegevoegd aan de voorziening Basispakket, ter dekking van het risico dat het doelvermogen bij overdracht nadelig afwijkt van de opgenomen voorziening. In paragraaf 8.5, over het weerstandsvermogen, wordt het effect hiervan zichtbaar.

12 – Inzet medewerkers uitvoering; risico niet gewijzigd De arbeidsmarkt lijkt steeds krapper te worden. Ook voor uitzendbureaus is het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden. Op deze arbeidsmarkt is het ook steeds makkelijker voor personeel om over te stappen naar een andere werkgever. Als oplossing vergroten we onze vaste schil aan mensen en verkleinen we de flexibele schil. We bieden medewerkers de nodige opleidingen aan om hen breed inzetbaar te maken. Daarnaast kijken we ook naar de arbeidsvoorwaarden om bestaande medewerkers te behouden. Bij de IBOR-teams maken we veel gebruik van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Door gewijzigde wetgeving zien we al jaren dat de instroom bij beschut werk afneemt, maar de uitstroom op peil blijft (pensionering, doorstromen naar regulier/ander werk). Sinds dit jaar is daarbij gekomen dat mensen eerder met pensioen kunnen (gewijzigde wetgeving). Hierdoor is de uitstroom versneld en voorzien we bij IBOR de komende jaren personeelskrapte. Dat dwingt ons tot keuzes in ons takenpakket. Al met al zorgt deze situatie voor een steeds hogere werkdruk bij de bestaande bezetting, met een evenredig toegenomen risico op ziekteverzuim. 14 - Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens; risico ongewijzigd In 2022 zijn de eerste stappen gezet in communicatie en voorlichting.

Doordat de afvalcoaches pas laat in 2022 zijn geworven is de inzet van die medewerkers pas laat op gang gekomen. We blijven ook komende jaren inzetten op communicatie en voorlichting. Dat moet leiden tot het beter scheiden van grondstoffen. 17 - Vervuiling van aangeboden grondstoffen; risico verhoogd Uit sorteerproeven blijkt dat de vervuiling van gft toeneemt. Overigens is er ook landelijk een forse stijging vervuiling gft te zien. We zitten inmiddels op de grens van de landelijk vastgestelde norm. Dat maakt de kans op afkeur groot. We blijven inzetten op communicatie en voorlichting, mede door de afvalcoaches. Minder vervuiling is het doel. De effecten hiervan worden pas vanaf 2024 zichtbaar.

Pagina 29 van 75

19 – Vergoeding kunststof verpakkingen; risico niet gewijzigd De vervuiling in kunststof verpakkingen neemt landelijk sterk toe. De vergoedingen van het Afvalfonds worden vastgesteld op basis van deze landelijke vervuilingscijfers. Daarmee ontstaat het risico dat het Afvalfonds lagere vergoedingen gaat vaststellen en de pdb-inkomsten dus afnemen. Ook in de regio Rivierenland is de vervuiling van pdb overigens toegenomen. Dit risico was bij de jaarrekening 2021 al opgehoogd, vanwege de mogelijk lagere vergoeding van het Afvalfonds. 23 – Geschil met verwerker pdb; risico niet gewijzigd Avri heeft een geschil met de verwerker van het pdb-afval over de afrekening 2017, 2018, 2019 en 2020. Zowel Avri als de verwerker (Veolia) zijn op basis van het afgesloten contract van mening dat er recht is op compensatie door de tegenpartij. Volgens onze berekeningen komt Avri op een vordering van € 170.000. De verwerker stelt echter dat Avri € 1,2 miljoen moet betalen (tot en met afrekening 2019). In een vergelijkbaar geschil tussen Veolia en Afvalsamenwerking Limburg (ASL) heeft de rechtbank ASL geheel in het gelijk gesteld. Of Veolia in hoger beroep gaat is nog niet bekend. Wel zien wij de kans dat deze zaak in ons voordeel wordt beslecht sterk stijgen.

Het risico kan echter nog wel stijgen, aangezien de totale claim vanuit Veolia is gestegen met € 0,7 miljoen, op basis van de aan ons gefactureerde eindafrekening over 2019. 24 – Risico brandstofkosten; niet gewijzigd De grillige energiemarkt blijft een risico voor de bedrijfsvoering van Avri. Uiteraard worden hogere brandstofprijzen verwerkt in de begroting. De onvoorspelbaarheid van de brandstofprijzen maakt echter dat we hier een risico voor hebben opgenomen. 1 - Gekwantificeerde risico's (10% taakveld 0.4); risico gestegen De jaarrekening 2022 geeft een overhead van € 7.363.000. De Algemene Bedrijfsreserve Avri heeft op basis van de 10% van de overhead een drempelwaarde van €736.000. Het huidige en meerjarig voorziene saldo van deze reserve biedt voldoende weerstand om de risico's te dekken.

Pagina 30 van 75

8.4 Ontwikkeling weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de reserves van Avri. Doordat de jaarstukken 2022 (voor reservemutaties) sluiten met een positief resultaat, verbetert de weerstandscapaciteit. In tabel 18 is de beschikbare weerstandscapaciteit per programma weergegeven. Een nadere toelichting op de mutaties van de reserves en voorzieningen is uitgewerkt in paragraaf 14.4.

8.5 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico's (paragraaf 8.3) af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. In de nota Risicomanagement wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande waarderingstabel:

RATIO WEERSTANDSVERMOGEN BETEKENIS Groter dan 2,0 Uitstekend Tussen 1,4 en 2,0 Ruim voldoende Tussen 1,0 en 1,4 Voldoende Tussen 0,8 en 1,0 Matig Tussen 0,6 en 0,8 Onvoldoende Kleiner dan 0,6 Ruim onvoldoende Tabel 14: Waarderingstabel weerstandsvermogen In tabel 18 is het weerstandsvermogen uiteengezet. De uitkomsten zijn afgezet tegen de bestuursrapportage 2022.

ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN

bestuursrapportage 2022 8.545 4.964 0,6 Onvoldoende

Jaarrekening 2022 8.001 5.176 0,6 Onvoldoende

Verschil

Basispakket

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

-544 212 0,0

Pluspakket

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

100 2 0,0 Ruim onvoldoende

100 268 2,7 Uitstekend

0 266 2,7

Bedrijfsafval

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

104 677 6,5 Uitstekend

104 688 6,6 Uitstekend

0 11 0,1

Bedrijfsvoering

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

604 452 0,7 Onvoldoende

736 849 1,2 Voldoende

132 397 0,5

TOTAAL

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

9.353 6.095 0,7 Onvoldoende

8.941 6.981 0,8 Matig

-356 5.646 0,1

Tabel 15: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri ( x €1.000) Ondanks de positieve resultaten is het weerstandsvermogen van Avri in totaal matig. Hierbij merken we op dat het programma Basispakket (waarin de grootste risico's worden gelopen) een weerstandsratio van factor 0,6 heeft (onvoldoende). Gemeenten wordt dringend geadviseerd weerstandscapaciteit voor GR Avri in te richten.

Pagina 31 van 75

Programma Basispakket Het weerstandsvermogen blijft gelijk op ratio 0,6 (onvoldoende). Enerzijds is er sprake van een afname van de risico’s en anderzijds van een toename van het weerstandsvermogen. De toename van het weerstandsvermogen wordt veroorzaakt door de begrote dotatie vanuit de risico-opslag in de afvalstoffenheffing van € 1 miljoen en door het positieve rekeningresultaat op het Basispakket van 0,5 miljoen. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen van het Basispakket weergegeven. Daarbij gaan we ervan uit dat de risico’s zich verder stabiel ontwikkelen en dat de opbouw van het weerstandsvermogen jaarlijks zal plaatsvinden, met de risico-opslag in de afvalstoffenheffing van € 1 miljoen.

Grafiek 10: Ontwikkeling weerstandsvermogen Basispakket

Grafiek 11: Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen

Pagina 32 van 75

Programma Pluspakket In 2022 zijn de resultaten uit de activiteiten voor inzamelen van extra gft en incontinentiemateriaal aan de reserve toegevoegd. Dit resultaat wordt de komende jaren verrekend met de betreffende gemeenten die deze pluspakketten hebben afgenomen. Hierdoor is het weerstandsvermogen voor dit programma tijdelijk uitstekend. Programma Bedrijfsafval Door het positieve resultaat op het programma Bedrijfsafval is het weerstandsvermogen voor dit programma uitstekend. Programma Bedrijfsvoering Door de dotatie van het dividend van Realisatie BV en het voordeel in de overheadlasten in deze jaarrekening is de beschikbare weerstandscapaciteit nu op een ruim voldoende niveau.

8.6

Kengetallen financiële positie

Kengetallen financiele positie

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Sctructurele exploitatieruimte

Jaarrekening

Jaarrekening

2022

2021

39,1%

46,1%

39,1% 3,8% 5,5%

46,1% 2,4% 6,5%

Tabel 16: Kengetallen financiële positie Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het laat zien in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is ten opzichte van 2021 verbeterd vanwege (reguliere) aflossing van vaste leningen en hogere baten dan in 2021. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal is gelijk aan de netto schuldquote, aangezien Avri geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeenschappelijke regeling. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Avri in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit is verbeterd als gevolg van de resultaten van 2022, die toegevoegd zijn aan de reserves (en voorziening Basispakket). Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte Avri heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

De structurele exploitatieruimte is met name verbeterd door de extra baten papieropbrengst en afvalstoffenheffing. Dit zijn naar de aard structurele baten. Het is echter de vraag of deze baten in 2022 dezelfde omvang zullen hebben.

Pagina 33 van 75

9

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

9.1 Onderhoud gebouwen Het meerjaren-onderhoudsplan (MJOP) vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening groot onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het groot onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen in het plan opgenomen kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk, om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. In 2020 is het MJOP van Avri locatie Geldermalsen geactualiseerd. Dit heeft een looptijd tot en met 2039. In 2025 zal het MJOP wederom worden geactualiseerd. Om de voorziening groot onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks € 207.000 aan deze voorziening gedoteerd. Voor de locatie Tiel is in 2017 een MJOP opgesteld maar niet geactualiseerd. Daarom is dit niet opgenomen in de voorziening groot onderhoud. De intentie is om deze in 2023 te actualiseren. Het saldo van de voorziening groot onderhoud gebouwen bedroeg per 1 januari 2022 € 759.000.

In 2022 is een dotatie aan de voorziening opgenomen van € 207.000 en is € 70.000 onttrokken. Het saldo per 31 december 2021 is daarmee € 896.000. Onderhoud gebouwen b edragen x € 1.000

Voorziening onderhoud gebouw

31-12-2021

Toevoegingen Onttrekkingen

759

Totaal 759 Tabel 17: Verloopoverzicht voorziening onderhoud gebouwen

31-12-2022

207

-70

896

207

-70

896

9.2 Bedrijfsmiddelen We gaan een groot gedeelte van de voertuigen uit 2012 en 2013 vervangen. Voor de huisvuilwagens (achter- en zijladers) zijn via EU-aanbestedingen nieuwe overeenkomsten gesloten. De levering is vertraagd en staat nu gepland voor de tweede helft van 2023 en de eerste helft van 2024. Het gaat om ruim twintig voertuigen. Het verouderde wagenpark leidt tot hogere onderhoudskosten en de inhuur van voertuigen. We hebben relatief veel last van stilstand van de inzamelvoertuigen. Deels komt dat door de CNG-voertuigen (groen gas) en door inzet van financieel en technisch afgeschreven voertuigen. De CNG-voertuigen zijn aanschaft in 2011-2013 en hebben door de soort brandstof meer storingen tijdens de werkzaamheden. Voor de nieuwe voertuigen is gekozen voor een milieuvriendelijke brandstof, namelijk Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). HVO is een tweede generatie biodiesel, met een lagere CO2-emissie dan de traditionele diesel. De milieuprestatie komt overeen met het rijden op groen gas. Het voordeel is dat de betrouwbare dieseltechniek (Euro 6) wordt gebruikt. Dat leidt tot een hogere bedrijfszekerheid en lagere onderhoudskosten. De zwaardere voertuigen uit 2012 en 2013 zijn niet geschikt voor groen gas. Maar ook die kunnen nu gaan rijden op HVO. Ook onze andere vrachtwagens gaan rijden op HVO.

Hiervoor zullen waarschijnlijk op eigen terrein de noodzakelijke voorzieningen moeten worden betroffen. Door het rijden op HVO stijgen de brandstofkosten, maar wordt een behoorlijke slag gemaakt in duurzaamheid en een milieuvriendelijker voertuigbestand. in 2022 zijn drie veegmachines (één vervanging en twee i.p.v. huur), één onkruidbrander en één strooier (vervanging) in gebruik genomen. Eén strooier werd ingrijpend gereviseerd. We deden dat al eerder, met andere afgeschreven strooiers. De strooier wordt dan compleet gedemonteerd, gestraald, gespoten en met nieuw draaiwerk en besturing weer samengesteld, voor een tweede leven. In 2022 zijn ook twee kraanwagens in gebruik genomen. Deze uitbreiding heeft deels te maken met de start van de inzameling van incontinentiemateriaal, bij vier gemeenten. Tot slot zijn in 2022 vier nieuwe strooiers besteld, maar de levering laat op zich wachten tot begin 2023.

Pagina 34 van 75

Eind 2022 waren de volgende bedrijfsmiddelen (voertuigen) aanwezig: Tractie

aantal

bedrijfsauto

68

fiets/scooter

10

onkruidbestrijdingsmaterieel

4

overige

8

vrachtwagen

53

winterdienst materieel

38

veegmachine 3 Tabel 18A: Overzicht bedrijfsmiddelen 2022, voertuigen

In Rivierenland staan bijna 1.500 verzamelcontainers voor de inzameling van restafval, glas, papier, textiel. In 2022 zijn er 24 locaties met totaal bijna 40 containers bijgekomen. De financiële afschrijving van een ondergrondse containers is tien jaar. De technische levensduur blijkt in de praktijk langer te zijn. Afgelopen jaar is gestart om technisch afgeschreven ondergrondse containers door demontage van technisch geschikte delen een tweede leven te geven. Zo gaan we duurzaam om met kapitaalgoederen. Eind 2022 zijn de volgende containers in Rivierenland aanwezig: Tractie

aantal

glas

316

incontinentie

61

papier

147

restafval

822

textiel

109

verpakkingsafval 20 Tabel 18B: Overzicht bedrijfsmiddelen 2022, verzamelcontainers

Pagina 35 van 75

10

FINANCIERING

10.1

Inleiding

Het treasurybeheer is de (beleids-)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige Treasurystatuut 2016 van GR Avri. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die gericht zijn op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s. 10.2

Risicobeheer

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet. Deze bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeld positie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% bedragen van het begrotingstotaal (€ 4,2 miljoen). Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. In 2022 is de kasgeldlimiet niet overschreden, zoals te zien in tabel 19.

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2022

50.770

in procenten van de grondslag

8,2%

in bedrag

4.163

2. Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar

-

Totale omvang van de vlottende schuld

-

3. Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totale omvang van de vlottende middelen

278 3.883

Totaal netto vlottende schuld (2.) - (3.)

-4.161

Toegestane kasgeldlimiet (1.)

4.163

4.161

Toets kasgeldlimiet

Ruimte (+) / Overschrijding (-) = (1.) - (4.)

8.324

Tabel 19: Kasgeldlimiet Renterisico De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal (ca. € 10,2 miljoen) onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. De vaste schulden van Avri bestaan uit geldleningen waarop geen renteherzieningen plaatsvinden. Er is dus geen renterisico voor wat betreft herziening van de rente op de bestaande leningen. In de huidige situatie heeft Avri € 7 miljoen ruimte binnen de gestelde norm. Zie tabel 20.

Pagina 36 van 75

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2022

1

Renteherzieningen

2

Betaalde aflossingen vaste schuld

3.134

-

3

Renterisico op vaste schuld (1+2)

3.134

4a

Begrotingstotaal

50.770

4b

Bij ministeriele regeling vastgesteld percentage

4

Renterisiconorm

10.154

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4-3)

7.020

20%

Tabel 20: Renterisiconorm 2022 Kredietrisicobeheer Kredietrisico's zijn risico's op het niet-terugontvangen van uitgezette middelen. Avri heeft geen middelen uitgezet en loopt dus geen kredietrisico.

10.3

Financiering

De waarde van de vaste activa bedraagt ultimo 2022 € 30,1 miljoen. Avri heeft per 31-12-2022 voor € 29,2 miljoen aan leningen uitstaan. De vraag naar externe financiering is de afgelopen jaren toegenomen, omdat Avri een substantieel deel van haar lasten heeft afgedekt door inzet van voorzieningen en het eigen vermogen. Avri heeft daarnaast als kapitaalintensief bedrijf permanent een grote financieringsbehoefte, mede als gevolg van (technologische) ontwikkelingen in de branche en beleidsontwikkelingen. In 2022 is de leningenportefeullie uitgebreid met € 1.737.500, in verband met de aankoop van gronden van regio Rivierenland. In tabel 21 zijn de langlopende geldleningen uiteengezet. Schulden langer dan 1 jaar

Datum einde looptijd

Stand Rente %

Stand

31-12-2021

Aflossingen

31-12-2022

Geldlening BNG 40.10.12.12 (2005)

16-12-2020

3,55%

0

0

0

Geldlening BNG 40.10.85.83 (2013)

1-10-2023

2,21%

840.000

420.000

420.000

Geldlening BNG 40.10.89.41 (2014)

15-1-2024

2,00%

2.250.000

1.000.000

1.250.000

Geldlening BNG 40.110.118 (2015)

1-10-2035

1,60%

3.500.000

250.000

3.250.000

Geldlening BNG 40.110.265 (2015)

2-1-2036

1,60%

3.518.518

246.914

3.271.604

Geldlening BNG 40.110.308 (2015)

2-1-2036

1,60%

3.562.500

250.000

3.312.500

Geldlening BNG 40.110.355 (2016)

25-1-2041

1,75%

2.320.000

116.000

2.204.000

Geldlening BNG 40.110.356 (2016)

25-1-2041

2,13%

1.400.000

0

1.400.000

Geldlening BNG 40.112.541 (2019)

22-1-2044

1,55%

4.600.000

200.000

4.400.000

Geldlening BNG 40.112.895 (2019)

14-6-2044

0,82%

3.960.000

176.000

3.784.000

Geldlening BNG 40.113.547 (2020)

17-1-2045

0,69%

3.348.000

144.000

3.204.000

Geldlening BNG 40.113.548 (2020)

17-1-2045

0,69%

1.302.000

56.000

1.246.000

Geldlening BNG 40.102.511 (2022)*

17-1-2027

4,34%

0

250.000

1.062.500

Geldlening BNG 40.112.427 (2022)*

17-12-2038

1,46%

0

25.000

400.000

30.601.018

3.133.914

29.204.604

Totaal

Tabel 21: Overzicht langlopende geldleningen * nieuwe leningen De langlopende schulden zijn afgelost op basis van de met de bank overeengekomen aflossingsverplichtingen. De totale rentelast bij bovengenoemde langlopende geldleningen over 2022 bedraagt € 463.000. Deze rentelasten zijn verwerkt in het programma Algemene baten en lasten en naar de overige programma's doorbelast. Renteschema Tabel 22 toont het renteschema volgens de notitie rente 2017 van de commissie BBV.

Pagina 37 van 75

Renteschema voor jaar:

2022

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

478.769

b.

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

0

Saldo rentelasten en rentebaten c1.

De rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend

c2.

478.769

0

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

c3.

0

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

d1.

Rente over eigen vermogen

0

d2.

Rente over voorzieningen

0

e.

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

478.769

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

560.028

f. Renteresultaat op het taakveld 0.5 Treasury Tabel 22: Renteschema

-81.259

Bovenstaand renteresultaat kan opgesplitst worden in twee delen: een nadelig resultaat vanwege vrijval rentelasten uit voorgaande jaren van afgerond € 15.000, en een voordelig resultaat door het berekende omslagrente percentage van de bestuursrapportage toe te rekenen aan de taakvelden.

Pagina 38 van 75

11

BEDRIJFSVOERING

11.1

Algemene terugblik 2022

Het is onze missie om samen met 248.000 inwoners en de acht gemeenten te werken aan een schoon Rivierenland. We zijn een klantgerichte overheidsorganisatie die op een duurzame manier regionaal grond- en afvalstoffen inzamelt. We voeren taken uit in het beheer van de openbare ruimte en veiligheid voor de gemeenten Buren, West Betuwe, Tiel en Neder-Betuwe. We zijn goed in ons werk en we weten wat mensen van ons nodig hebben om prettig te wonen en leven. Onze dienstverlening sluit aan bij de behoeftes van gemeenten en inwoners, waarbij onverwachte ontwikkelingen zo min mogelijk invloed hebben op dienstverlening en kosten. De afgelopen jaren bleek dat de begroting van Avri steeds meer onderhevig is aan de werking van de markt. Daarmee zijn de risico’s fors toegenomen. Invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft weliswaar significant bijgedragen aan de regionale milieudoelstellingen (reductie van restafval), maar leidt ook tot hogere kosten, door toegenomen vervuiling van grondstoffen en afvaltoerisme. Wij hebben de eerste stappen gezet om Avri te ontwikkelen tot een robuuste en wendbare organisatie, die efficiënt en kostenbewust haar taken uitvoert. Afgelopen jaar is door een raadswerkgroep een houtskoolschets opgesteld. Met de uitkomsten van de houtskoolschets zal in 2023 het Strategisch Koersplan verder worden uitgewerkt. Daarnaast is in 2022 de positionering van Avri beschreven.

Ook zijn de acties onder het programma GRIP verder uitgewerkt.

11.2

Strategisch Koersplan - Houtskoolschets

De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Avri heeft in 2021 een nieuwe strategie (Strategisch Koersplan 2021-2025 en de positionering) ontwikkeld waarin de uitdagingen en ontwikkelingen zijn vertaald naar opgaven voor de komende jaren, én manieren om die te realiseren. De nieuwe strategie is tot stand gekomen met bijdragen van medewerkers van Avri, de RBA-leden, communicatieadviseurs van gemeenten, raadsleden, inwoners en bestuursleden van Avri. Het Strategisch Koersplan biedt richting bij de volgende uitdagingen: • Aangescherpte beleidsambities van Rijk en gemeenten (o.a. bestuursakkoorden); • Strengere normen en financiële prikkels (heffingen, wet- en regelgeving); • Meer samenhangende of samenvallende normen (o.a. CO2-heffing, energieverbruik gebouwen en transport); • Hogere inzamelkosten, lagere grondstofopbrengsten; • Minder draagvlak bij de inwoners, door hogere kosten en hogere foutmarges bij afval scheiden. Er is behoefte aan een trendbreuk met het verleden: een koerswijziging van lineaire afvalinzamelaar naar circulaire ketenpartner.

Hierdoor veranderen rol en positie van Avri: de focus van alleen inzamelaar verschuift naar draagvlak bij inwoners en partnerschap in de keten. Om dat te bereiken werken we ook aan de efficiëntie, door een meer datagestuurde bedrijfsvoering. De gemeenteraden van regio Rivierenland hebben een toekomstbeeld geschetst van de wenselijke koers van Avri, in het licht van de duurzaamheids- en circulariteitsdoelen. Dit op aangeven van de moties in 2021 uit de gemeente Buren ‘Toekomstbestendigheid Gemeenschappelijke Regeling Avri’ en gemeente Neder-Betuwe ‘Strategische keuzes Avri ten aanzien van afvalverwerkingen’. Deze wens is onder de noemer ‘houtskoolschets’ uitgewerkt. De uitkomsten van deze houtskoolschets geven voor Avri de richting aan. De raadswerkgroep heeft het vertrouwen uitgesproken in de organisatie van Avri, om zelfstandig activiteiten te ontplooien en verantwoording af te leggen als dat nodig is. Het over acht gemeenten voorbereiden van kaderstellende documenten zoals de houtskoolschets is nuttig, maar wel zeer intensief. Afhankelijk van het vraagstuk kan de methode ook rondom volgende vraagstukken worden ingezet. Het van meet af aan betrekken van raadsleden bij strategische vraagstukken werkt goed en is ook wenselijk.

Pagina 39 van 75

Samengevat is de richting van de houtskoolschets: • Gezamenlijke aanpak Avri staat voor een opgave, waarvoor de precieze route voor uitvoering nog niet is uitgestippeld. Dit vraagt om pionieren, uitproberen en zoveel mogelijk kennis uitwisselen. Wij zullen daarom – gegeven de (inter)nationale kaders van wetgeving en beleid – waar mogelijk regionaal stappen zetten op weg naar een circulaire toekomst. • Regionale ambities naar een circulaire toekomst Deze toekomst realiseren wij niet alleen. Vanuit het kennisnetwerk van Avri krijgt regionale en bovenregionale samenwerking vorm. De regio stuurt op bewustwording bij inwoners, en Avri is regisseur in het aanjagen van circulaire initiatieven. Er zijn al concrete voorbeelden, zoals het opzetten van een circulair ambachtscentrum voor de regio en de regionale specialisatie op het hergebruik van textiel. • Gemeenten steunen Avri positief in de rol van inzamelaar en regisseur van grondstoffen Avri stuurt op het resultaat, en niet op de manier waarop we dat bereiken. Avri blijft – net zoals dat nu al gebeurt – gemeenten vanaf de ideefase informeren over voorgenomen initiatieven en overlegt businesscases waarin de financiële consequenties en de consequenties voor inwoners voor de korte en langere termijn zijn uitgewerkt. Wij realiseren ons dat circulariteit op de korte termijn niet kostenverlagend kan zijn.

Samen met gemeenten onderzoeken wij proactief welke financieringsmogelijkheden er zijn voor de korte en lange termijn. Integraliteit We zien dat de scheidslijnen tussen afvalbeheer, IBOR en handhaving vervagen. Dit geldt voor de Governance, maar ook voor de uitvoering. Er zijn kansen om personeel en materieel uit te wisselen, om op gebiedsniveau werkzaamheden en planning meer integraal te benaderen en om gedragssturing effectiever als instrument in te zetten. De in 2021 gestarte organisatieontwikkeling is verder geïmplementeerd. De doelen van deze organisatieontwikkeling zijn: • Het organiseren van verbinding tussen de werkvelden afvalbeheer en IBOR om tot een excellente uitvoering te komen; • Bundelen van strategische en tactische functies om de denkkracht te vergroten, het contact met verschillende stakeholders te organiseren, te innoveren en grip op externe markten te vergroten; • Bundelen van de ondersteuning in het primair proces om de versnippering in aansturing terug te dringen, werkprocessen efficiënter in te richten en kwetsbaarheden te verminderen. Inclusiviteit Avri biedt maatschappelijke meerwaarde door kansen te scheppen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen jaren zijn ruim 95 medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt bij Avri komen werken.

De aanvankelijke samenwerking met het regionale werkvoorzieningsschap Werkzaak Rivierenland is later uitgebreid met meer doelgroepen. Zo worden steeds meer mensen uit de ‘kaartenbak’ van de gemeente (bijstand, WW, Wajong, Wia, statushouders) begeleid in het arbeidsproces. Voor de mensen zelf draagt dit bij aan het gevoel van zelfstandigheid. Ze kunnen actief meedoen in de maatschappij. De doelgroepen zijn de “oude” SW-medewerkers, mensen die via de Participatiewet of via een Leerwerkroute bij ons komen werken en mensen met een taakstraf.

Pagina 40 van 75

Om deze doelgroepen te begeleiden hebben 2 Avri-medewerkers de opleiding tot praktijkbegeleider gevolgd. Hiermee is er voldoende kwaliteit bij de vaste medewerkers om nieuwe mensen op te leiden. Een evenwichtige verhouding tussen de begeleiders en de mensen met afstand tot de arbeidsmarkt blijft belangrijk om de kwaliteit te kunnen waarborgen. Binnen Avri in Buren en West Betuwe zijn ongeveer 20 formatieplaatsen SW’ers werkzaam, 16 medewerkers voeren groenwerkzaamheden uit en 4 medewerkers reinigingswerkzaamheden. Er zijn maar enkele SW’ers die volledig werken. Het aantal SW-medewerkers bij Avri loopt hard terug vanwege beperkte fysieke in zet en pensioen. Dit zorgt voor uitdagingen in de uitvoering. Als oplossing kiezen we voor het inzetten van arbeidsmigranten. Naast de inzet van SW’ers in het groen en bij reiniging werkt er 1 SW’er op de Milieustraat in Tiel. Afgelopen jaar zijn er 2 SW’ers weer terug gestroomd naar beschut werk (intern bij Werkzaak) deze mensen bleken niet geschikt om werkzaamheden in de openbare ruimte uit te voeren. De groep beschikbare kandidaten is erg klein, waardoor er bijna ook geen instroom meer is. De afgelopen jaren zijn er binnen IBOR ongeveer 20 medewerkers via de Participatiewet aan een vast baan bij Avri geholpen en zijn er verschillende kandidaten doorgestroomd naar andere bedrijven.

De meeste kandidaten kwamen uit de bijstand of het speciaal onderwijs. Deze keuze onderstreept het sociaal ondernemen wat we als Avri voorstaan. Na het volgen van een leerwerkroute binnen Avri hebben we deze mensen kunnen helpen aan een mooie toekomst en een vaste baan. In 2022 zijn er vier leerwerkroutes opgestart, vanuit het speciaal onderwijs en vanuit de bijstand. Vanuit de leerwerkroute hebben twee medewerkers (Buren en West Maas en Waal) een dienstverband bij Avri gekregen. Een derde medewerker wordt ingezet bij de verwerking op de locatie in Geldermalsen. Een vierde traject is gestart bij de groenploeg van de gemeente West Betuwe. Maandelijks hebben we op de locatie in Geldermalsen 1 à 2 mensen met een taakstraf, die via Halt bij ons komen werken. Deze worden ingezet in het onderhoud rond het kantoor en het ruimen van zwerfafval op het terrein. SW-en participatiemedewerkers in 2022 SW'ers

P-wetters

Neder-Betuwe

10

5

West-Betuwe

8

4

Buren

15

5

Tiel

8

5

41 Totaal 19 Tabel 23: aantal IBOR-medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt Samen met Werkzaak Rivierenland, gemeenten en marktpartijen verkennen wij voortdurend de mogelijkheden om deze groep te vergroten. Dat doen wij door werkervaringsplaatsen en leerwerkroutes aan te bieden. Ook laten wij laagdrempelige werkzaamheden door Werkzaak uitvoeren. Wij intensiveren de samenwerking met Werkzaak, met als doel de afstand tot de arbeidsmarkt voor zoveel mogelijk mensen te verkleinen. Zo ondersteunen we onze gemeenten. Met de werkervaringsplaatsen activeren we mensen gedurende 3 tot 6 maanden. Zij ontwikkelen vaardigheden waardoor zij kansrijker worden op de arbeidsmarkt. Krappe arbeidsmarkt In 2022 zag ook Avri zich gesteld voor het probleem van krapte op de arbeidsmarkt. In de zomermaanden leidde deze krapte er mede toe dat we voor 2 gemeenten de zomerinzameling van gft (wekelijks in plaats van tweewekelijks) niet uit konden voeren. Daarom is extra ingezet op het werven van chauffeurs en dat is succesvol gebleken. Maar niet alleen binnen deze groep is sprake van krapte. Ook voor de kantoorfuncties merkten we dat er sprake is van krapte enerzijds, maar ook een toegenomen mobiliteit anderzijds. Met als gevolg dat een aantal vacatures lang openstaan. Ook bij het tijdelijk invullen van vacatures merken we dat dit moeizamer gaat dan voor gaande jaren.

Dit alles heeft consequenties voor de bedrijfsvoering in die zin dat we wat minder snel stappen vooruit hebben kunnen maken dan we zouden willen. 11.3

Positionering; het Avri kompas

De positionering van Avri is uitgewerkt in het Avri Kompas (figuur 1). Dat is een boekje voor de medewerkers, waarin beschreven wordt wie Avri is en wie we willen zijn. Aandachtspunten in het kompas zijn de interne communicatie en wie wij zijn. Het kompas is eind december 2021 aan de medewerkers gepresenteerd.

Pagina 41 van 75

Figuur 1: Het Avri-kompas Interne communicatie De beschreven omslag in communicatiedenken wordt ook intern steeds meer zichtbaar. Er is actiever ingezet op het informeren van medewerkers over ontwikkelingen binnen Avri (zie ook paragraaf 3.3). Er wordt gebruik gemaakt van WhatsApp om medewerkers snel van urgente informatie te voorzien en leidinggevenden krijgen een actievere rol in de communicatie met hun teams.

11.4

Programma GRIP

Onder het programma GRIP is afgelopen jaar veel uitgevoerd. Doel van het programma is het verbeteren van de voorspelbaarheid. Dat doen we door kostenbeheersing en kostenreductie, maar ook door het vergroten van opbrengsten: het leveren van toegevoegde waarde aan producten en diensten. Er zijn drie lijnen in het programma. Die geven het programmadoel inhoud.

Figuur 2: Programma GRIP Inwoners De communicatieprojecten zijn gericht op beter scheiden door inwoners. Dat leidt tot schonere grondstofstromen en daarmee tot lagere vervuilingskosten bij onze verwerkers. Om erachter te komen wat inwoners precies van ons willen weten, is een inwonersenquête geweest met een respons van 6.200 reacties. Door personeelskrapte en wisselingen is de vervolgstap om met deze informatie onze communicatie en educatie in te richten maar gedeeltelijk vormgegeven. De campagnes moeten nog

Pagina 42 van 75

opgestart worden. We; is het project Afvalvrije School van start gegaan op drie scholen. Er deden 300 leerlingen mee. De drie afvalcoaches zijn gestart en zij gaan in 2023 volop de straat op. De nieuwe Avri-app werd al goed gebruikt: via de app werden 1.700 milieupassen aangevraagd. Daarnaast hebben we de uitbreiding van de betalingsmodule op de Avri-app geïmplementeerd, korte filmpjes gemaakt om inwoners te informeren en er is een minicampagne geweest om de kwaliteit van papier, pdb en gft te verbeteren. Markt Door andere contracten met afvalverwerkers af te sluiten heeft Avri meer stabiliteit en is de betaling (bij schonere stromen) sneller binnen. Avri kijkt waar zij waarde kan toevoegen aan de grondstofstromen om deze doelen te halen. Vanuit de Regiodeal zijn drie subsidieprojecten opgestart: Waardetoevoeging bioafval (gft); Een textielsorteercentrum in samenwerking met Werkzaak; Het verwerken van ingezameld plastic tot producten, in samenwerking met regionale partners. Voor de waardetoevoeging van bioafval vond in 2022 onderzoek plaats onder de noemer ‘Betere bodem Betuwe – van tuinafval naar compost voor de fruitdelta’. We zijn samen met ondernemer Reterra en Werkzaak Rivierenland een onderzoeksproject gestart om het tuinafval dat we met de gft-inzameling ophalen te verwerken tot compost.

Deze compost kan dan vervolgens gebruikt worden als bodemverbeteraar in Fruitdelta Rivierenland. Naast compost kan uit het tuinafval ook biomassa worden geproduceerd. Dat kan gebruikt worden als biobrandstof. Daarmee draagt het bij aan de energietransitie binnen de kas- en tuinbouw. Om het tuinafval uit het gft te sorteren, is Werkzaak Rivierenland betrokken. Die kan het werk mogelijk door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt laten uitvoeren. Ruim 300 ton gft is gesorteerd en daarna gecomposteerd. Een bureau heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het compost. In 2023 volgen de resultaten. Op 17 november 2022 hebben de algemeen besturen van Avri, Werkzaak en stichting 2Switch de handtekeningen gezet onder het gezamenlijke besluit voor de oprichting van de Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland. De in januari 2022 gestarte pilot met als streven het sluiten van de regionale textielketen wordt voortgezet in de vorm van een coöperatie. Het circulair textielcentrum Cirtex draagt op verschillende manieren bij aan duurzaamheid en aan een regio waar iedereen telt en mee kan doen. Zo geven we oud textiel een tweede leven, zorgen we voor het hergebruik van kostbare grondstoffen binnen de regio en geven we mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans om mee te doen in de maatschappij met een leuke en nuttige baan. In het begin werkten er 7 medewerkers.

Er zijn inmiddels 14 betaalde banen en 10 ontwikkelplekken gerealiseerd. In januari werd gestart met 1.500 kg per week. Inmiddels verwerkt het textielsorteercentrum 8.000 kg per week met 24 medewerkers. De kwaliteit van het ingezamelde textiel in Rivierenland is goed, zelfs beter dan landelijk. Wel zien we dat door inzamelacties (Oekraïne en Turkije) A-kwaliteit is onttrokken. Avri blijft zich richten op de inzameling van goede kwaliteit textiel en Werkzaak blijft zorg dragen voor de werving en plaatsing van medewerkers. Het derde project is het verwerken van ingezameld plastic tot producten, in samenwerking met regionale partners. Outdoor Furniture Nederland (OFN), Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) en ingenieursbureau Sweco hebben de eerste producten gemaakt uit het pdb-afval dat Avri inzamelt. Deze producten zijn gepresenteerd in het Pleintje van Morgen. Dat toont verschillende circulaire voorwerpen die in de openbare ruimte gebruikt kunnen worden, als bankjes, lantaarns en verkeersborden. Het Pleintje van Morgen is uit diverse afvalstromen geproduceerd, zoals pdb, textiel, hout en gft. Zo laten we zien dat we schone grondstoffen een mooi tweede leven kunnen geven. Om in deze fase van het project al duidelijk te laten zien wat we aan het doen zijn, willen we in elke gemeente in Rivierenland een Pleintje van Morgen realiseren.

Gemeenten hebben ook al producten van ingezameld plastic in de openbare ruimte geplaatst. Resultaten Door het programma GRIP is duidelijk geworden dat programmatisch en projectmatig werken de Avri-organisatie verstevigt. Het eigenaarschap en het draagvlak van de projecten binnen het MT en bestuur was scherper. Dat leidt tot betere en duidelijker resultaten. Figuur 3 geeft een overzicht van alle resultaten van het programma GRIP van het afgelopen jaar. De financiële resultaten zijn dus ook de specifieke resultaten van de acties onder GRIP.

Pagina 43 van 75

Figuur 3: Resultaten programma GRIP 11.5 Indexaties en prijsontwikkelingen Eind 2021 kwamen de eerste berichten over de kostenstijging van energie. Door weinig reserves en beperkte nieuwe gasaanvoer, werd de vraag naar gas groot en stegen de prijzen voor gas en elektriciteit. Zoals bekend heeft dit bijgedragen aan een historische inflatie in Nederland. Begin 2022 werd Avri geconfronteerd met onvoorziene forse indexaties en devaluatie van de euro op vrijwel alle contracten, diensten en materialen. De belangrijkste oorzaken hiervoor waren de prijsontwikkelingen in de energiemarkt. Ook de oorlog in Oekraïne had enorme kostenstijgingen tot gevolg. De brandstofprijzen zijn hier het duidelijkst voorbeeld van. Maar ook het tekort aan grondstoffen als staal en aluminium leiden tot enorme prijsstijgingen bij de aanschaf van bijvoorbeeld verkeersborden en machines. Bij de totstandkoming van de begroting 2022 waren deze ontwikkelingen nog niet bekend. 11.6 Beleidsindicatoren Zoals omschreven in de wet Gemeenschappelijke regelingen biedt tabel 24 inzicht in de beleidsindicatoren. Deze cijfers geven inzicht in formatie, bezetting, externe inhuur, overhead en ziekteverzuim en dragen bij aan de vergelijkbaarheid van gemeenten. Formatie en bezetting Formatie Bezetting

31-12-2022 253,14 273

- man

218

- vrouw

55

Externe inhuur % t.o.v. salariskosten Overhead % Ziekteverzuim %

Tabel 24: Beleidsindicatoren

Pagina 44 van 75

28% 14% 8,37%

12

VERBONDEN PARTIJEN

12.1 Inleiding Verbonden partijen zijn rechtspersonen waar Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder andere vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Het kan ook gaan om andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, of stemrecht. Van een financiële band is sprake als middelen ter beschikking zijn gesteld aan deze partij. 12.2

Verbonden partijen Avri

Avri Realisatie B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri

Taak / doelstelling

Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij

Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder Avri beschikt over 100% van de aandelen met een nominale waarde van € 74.874. Avri Realisatie B.V. is in 1999 opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V.). Het doel van deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren en dat de opbrengsten ten goede kunnen komen van de afvalstoffenheffing. Geen. Programma Basispakket Niet van toepassing

Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat

31 december 2020 €.2.339.800 € 8.288.000 € 163.000

31 december 2021 € 2.622.000 € 7.700.000 € 532.000

Risico's Het financiële risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal (€ 75.000). Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Avri als enig aandeelhouder van deze B.V. Toelichting De huurovereenkomst met de Grondbankcombinatie (GBC) loopt tot 30 juni 2024. In het tweede kwartaal 2023 spreken we met GBC over het verharden van de oppervlakte van het puindepot, door immobilisatie van de bovenlaag. De overeenkomst met Reterra (groencompostering) is verlengd tot 30 juni 2023 in verband met heroriëntatie. Er zijn verschillende ideeën voor het nog in te richten (braakliggende) terrein, maar bij het opstellen van deze jaarrekening zijn er geen concrete ontwikkelingen te melden. Tussen de afgesloten stortplaats en het motorcrossterrein wordt door derden in 2023 een acculaadplaats voor vrachtwagens en zwaar materieel aangelegd. Avri Solar B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri

Pagina 45 van 75

Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van Avri Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V.

Taak / doelstelling Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij

Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en mogelijk de exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Geen. Programma Basispakket Niet van toepassing Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst.

Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat

31 december 2020 € 563.000 € 8.655.000 € 127.000

31 december 2021 € 1.075.000 € 8.087.000 € 512.000

Risico's Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, dat volgt uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Toelichting Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 gerealiseerd en sindsdien in gebruik. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van de Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Realisatie B.V. fungeert tevens als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. In 2021 zijn vijfjarige contracten afgesloten inzake assetmanagement en beheer & onderhoud. Ook is op verzoek van de raad van commissarissen door een deskundig bureau een waardebepaling opgesteld voor het zonnepark van Avri (Avri Solar B.V.). Besloten is om vooralsnog zelf het park te blijven exploiteren, mede door de hoge energieprijzen in 2021 en 2022. Het park biedt concrete mogelijkheden voor de energietransitie, die in lijn liggen met de strategie van GR Avri.

Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) Soort verbintenis Gemeenschappelijke regeling Gevestigd Tiel Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt de heffing en invordering van waterschapsbelastingen, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen. Openbaar belang Tevens verzorgt BSR de uitvoering van de Wet onroerende zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Deelnemer in de gemeenschappelijke regeling, vertegenwoordiging met één lid in het Bestuurlijk belang AB BSR. Het totaal aantal stemmen van de deelnemers betreft 13. Avri heeft één stem in het Omvang belang Avri Algemeen Bestuur. Voor burgers, bedrijven en instanties heeft de samenwerking als voordeel dat ze één aanslagbiljet ontvangen en één organisatie als aanspreekpunt hebben. Door Taak / doelstelling schaalvergroting en samenwerking kan BSR de belastingtaak effectiever en efficiënter uitvoeren. Veranderingen in belang gedurende het Geen. begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket BSR is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen van Waterschap Deelnemende partijen Rivierenland, Avri en de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Montfoort, West Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Wijk bij Duurstede en IJsselstein.

Financiën Financiële consequenties De financiële bijdrage aan BSR in de begroting 2024 bedraagt € 630.000 (inclusief de begrotingsjaar bijdrage voor MijnOverheid van € 20.000) 31 december 2020 31 december 2021 Bestemmingsreserves € 339.000 € 385.000 Vermogen en resultaat verbonden partij Voorzieningen € 606.000 € 471.000 Overige passiva € .7.165.000 € 7.640.000

Pagina 46 van 75

Exploitatieresultaat -/- € 61.000 € 46.000 Risico's Niet van toepassing Toelichting Sinds 2008 worden de aanslagen afvalstoffenheffing voor Avri opgelegd en geïnd door de BSR. Wettelijke en marktontwikkelingen zorgen voor kostenstijgingen binnen de bedrijfsvoering. De stijging is met name het gevolg van stijgende personeelskosten door CAO-indexeringen, functiewaardering en uitbreiding van de formatie in de bedrijfsvoering van BSR. Daarnaast stijgen de onderhouds- en licentiekosten van de software vanwege wettelijke ontwikkelingen (o.a. landelijke voorziening WOZ, BAG) en prijsindexeringen. Ook wordt er geïnvesteerd in standaardisatie. Door een nieuwe kostentoedeling in 2021 van BSR stijgt onze reguliere bijdrage in 3 jaar tijd met €200.000, structureel in stappen van €65.000 per jaar bovenop de eerder genoemde kostenstijgingen

Pagina 47 van 75

JAARREKENING

Pagina 48 van 75

13

OVERZICHT BATEN EN LASTEN

13.1

Inleiding

Tabel 25 toont het totaaloverzicht van de baten en lasten van de programma's. BATEN EN LASTEN AVRI 2022 b edragen x € 1.000 Lasten Programma Basispakket

begroting 2022

berap 2022

jaarrek 2022

verschil voordeel/ jaarrek-berap nadeel

jaarrek 2021

33.235

33.321

33.994

-673

N

31.268

waarvan directe kosten Basispakket

28.383

28.469

29.066

-597

N

26.995

waarvan overhead Basispakket

4.852

4.852

4.924

-72

N

4.269

waarvan vennootschapsbelasting Basispakket

0

0

4

-4

N

4

14.741

15.308

15.539

12.540

13.107

13.248

waarvan overhead Pluspakket

2.201

2.201

2.292

waarvan vennootschapsbelasting Pluspakket

0

0

-1

2.155

2.183

2.472

waarvan directe kosten Bedrijfsafval

1.811

1.837

2.109

-272

waarvan overhead Bedrijfsafval

304

304

319

-15

waarvan vennootschapsbelasting Bedrijfsafval

40

42

44

-2

Programma Algemene Baten en Lasten Totaal lasten programma's

0 50.131

145 50.957

-172 51.833

317 -876

N N N V N N N N V N

14.583

waarvan directe kosten Pluspakket

-231 -141 -91 1 -289

Baten Programma Basispakket Programma Pluspakket Programma Bedrijfsafval Programma algemene baten en lasten Totaal baten programma's

34.249 14.741 2.314 0 51.304

34.575 15.371 2.423 0 52.369

35.710 15.703 2.723 80 54.216

1.135 332 300 80 1.847

V V V V V

34.428 14.547 2.587

Saldo baten en lasten

1.173

1.412

2.383

971

V

4.049

0

0

0

0

Resultaat voor bestemming

1.173

1.412

2.383

971

V

4.049

Programma Basispakket Onttrekking uit reserves Storting naar reserves

0 -1.014

0 -1.254

0 -1.716

0 -462

N

50 -3.210

Programma Pluspakket Onttrekking uit reserves Storting naar reserves

0 0

0 -63

0 -164

0 -101

N

57 -20

Programma Bedrijfsafval Onttrekking uit reserves Storting naar reserves

0 -159

0 -240

0 -251

0 -11

N

0 -419

Programma Algemene Baten en Lasten Onttrekking uit reserves Storting naar reserves

0 0

145 0

0 -252

-145 -252

V N

53 -559

Resultaat na bestemming

0

0

0

0

0

0

Programma Pluspakket

Programma Bedrijfsafval

Gemeentelijke bijdrage (o.b.v. bijdrageverordening)

2.014 -3

2.168 1.787 274 107

-506 47.513

51.562

0

Tabel 25: Totaaloverzicht baten en lasten De afwijkingen op reservemutaties zijn onderstaand per programma uiteengezet. • Programma Basispakket: er is € 462.000 meer gestort in de voorziening Basispakket, als gevolg van het exploitatieresultaat programma Basispakket. In totaal is € 1.716.000 gestort, dit is inclusief de in de begroting opgenomen dotatie van de risico-opslag van € 1.000.000.

Pagina 49 van 75

12.576

• • •

13.2

Programma Pluspakket: er is per saldo € 164.000 gestort in de reserves. Dit is € 101.000 meer dan begroot is. Programma Bedrijfsafval: het saldo van baten en lasten komt uit op € 251.000. Dit wijkt € 11.000 af van de bestuursrapportage 2022. Dit voordeel is toegelicht bij het programma Bedrijfsafval. Programma Algemene baten en lasten: In de berap is nog rekening gehouden met een negatief resultaat op overhead van € 145.000. Het werkelijk resultaat is 252.000 positief. Het voordeel ten opzichte van de begroting is € 397.000. Zie voor een nadere toelichting het programma Algemene baten en lasten. Incidentele baten en lasten

In lijn met de BBV notitie 'Incidentele en structurele baten en lasten' worden in de jaarrekening de grootste incidentele baten en lasten per programma uitgewerkt. De inzet van reserves en voorzieningen (incidentele middelen) zijn uitgewerkt in de toelichting op de balans. Incidentele baten en lasten b edragen x € 1.000

Baten

Lasten

Programma basispakket

1.300

1.400

Programma pluspakket

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12759170/1