Bijlage 1 Wegenbeheerplan West Maas en Waal 2027-2031
Tekst van het document
Het beheerprogramma bepaalt een basisplanning en een basisbegroting. Het gaat hierbij om de technisch noodzakelijke planning en begroting. Deze worden dus gezien als een eerste conceptuitdraai. Hierbij wordt geen rekening gehouden met prioriteiten, begrotingsbudgetten of eventuele budgetbeperkingen en is daarmee dus niet direct maatgevend voor het uiteindelijke uitvoeringsprogramma. De kosten die nodig zijn voor het onderhoud aan de verhardingen in de planjaren 1-5, zijn op basis van de actuele onderhoudstoestand te bepalen. Stap 3 – Integrale afweging De basisplanning betreft een planning op netwerkniveau waarin de wegvakonderdelen staan die naar verwachting de komende vijf jaar aan onderhoud toe zijn. De planjaren en voorgestelde onderhoudsmaatregelen zijn gebaseerd op de bij de weginspectie genoteerde (visueel zichtbare) schade en de landelijk toegepaste CROW-richtlijnen. De eerste twee planjaren zijn daarbij redelijk concreet, omdat dit wegvakonderdelen betreft met schades die op of over de in Nederland geaccepteerde (technische) norm gaan. De planjaren 3 tot en met 5 zijn al minder concreet, omdat hier weliswaar schade is geconstateerd, maar deze schade heeft de norm nog niet bereikt.
Om te komen van een planning op netwerkniveau tot een planning op projectniveau, dus welke wegvakonderdelen worden wanneer onderhouden en welke onderhoudsmaatregel(en) wordt (worden) daadwerkelijk uitgevoerd, dienen een inhoudelijke analyse en afstemming uitgevoerd te worden (stap 3 tot 5). Alvorens wegen te gaan bekijken om het onderhoud vast te stellen, dienen eerst de actuele plannen binnen de gemeente beoordeeld en afgestemd te worden op het wegonderhoud (of andersom). Met name projecten met rioleringswerkzaamheden kunnen van invloed zijn op de wegverharding die boven het riool liggen. Ook bij verkeerstechnische projecten, bijvoorbeeld de aanleg van een rotonde, dient afstemming plaats te vinden. Voor een weg, die op basis van de weginspectie aan onderhoud toe is, maar over twee jaar op de planning staat voor rehabilitatie of reconstructie in verband met een rioolrenovatie of iets dergelijks, hoeft geen maatregeltoets uitgevoerd te worden. Daarnaast kan het zijn dat wegen, die nu op de basisplanning staan, al op korte termijn onderhouden worden in het kader van eerder gepland onderhoud. Ook op deze wegen is verder onderzoek vooralsnog niet nodig. Op deze manier wordt de overlast voor de burger beperkt. Verder tracht het college ‘werk met werk’ te maken. Onderhoud wordt waar mogelijk integraal uitgevoerd.
Pagina 32 van 34
Stap 4 - Uitvoeren technische beoordeling (maatregeltoets) Zodra de lijst van wegen/wegvakonderdelen uit de basisplanning op basis van de uitgevoerde afstemming is aangepast, resteert een lijst van wegen waar mogelijk (groot) onderhoud nodig is. Om dit te kunnen bepalen, dient de maatregeltoets uitgevoerd te worden. Hierbij wordt op locatie bekeken of er in de eerste plaats (groot) onderhoud nodig is. Vervolgens wordt bepaald of de voorgestelde planjaren en maatregelen uit de basisplanning kloppen. Hierbij worden de in de basisplanning genoemde onderhoudsmaatregelen inhoudelijk door de wegbeheerder beoordeeld. Bij elementenverhardingen bestaat het (groot) onderhoud nagenoeg altijd uit het (plaatselijk) herstraten en dat kan een wegbeheerder zelf goed beoordelen. Bij de asfalt- en betonverhardingen is het, gezien het specifieke karakter van deze materialen, raadzaam om de maatregeltoets samen met een ervaren wegbouwkundig adviseur uit te voeren. Hierbij wordt de specifieke kennis van de adviseur gecombineerd met de lokale kennis van de wegbeheerder. Stap 5 - Uitvoeren aanvullend onderzoek Om bij asfaltverhardingen en in mindere mate bij betonverhardingen de meest geëigende onderhoudsmaatregel te kunnen bepalen, is veelal aanvullend onderzoek nodig. Zo is bij de asfaltverhardingen feitelijk altijd inzicht nodig in de constructieopbouw en/of de opbouw van het asfalt.
Ook de diepte van aanwezige scheuren is van belang voor de bepaling van het werkelijk uit te voeren onderhoud. Ten slotte is, wanneer asfaltonderhoud uitgevoerd gaat worden, inzicht nodig in de teerhoudendheid van het asfalt. Door het uitvoeren van booronderzoek kunnen de genoemde aspecten bepaald worden. In sommige gevallen kan er twijfel zijn over de draagkracht van de wegconstructie. In dat geval kunnen draagkrachtmetingen (valgewichtdeflectiemetingen) uitgevoerd worden. Wanneer de gewenste onderzoeksgegevens bekend zijn, kan de meest geëigende onderhoudsmaatregel gefundeerd worden bepaald. Bij de wijze en prioritering van projecten wordt rekening gehouden met de intensiteit van het gebruik van de wegen. Wegen die minder frequent gebruikt worden, maar niet in aanmerking komen voor afwaardering kunnen op een soberder niveau worden uitgevoerd dan wegen waar het gebruik intensief is of als deze weg een toeristisch/recreatieve functie danwel andere belangrijke functie heeft. Stap 8 - Opstellen onderhoudsplan inclusief budgettaire afweging Op basis van de basisplanning, de maatregeltoets, aanvullend onderzoek en het beschikbare onderhoudsbudget wordt vervolgens het definitieve onderhoudsplan opgesteld. Dit is een planning op projectniveau. In de praktijk is het berekende budget op basis van de basisplanning aan de lage kant.
De oorzaak hiervan is dat de berekende onderhoudsmaatregelen relatief licht zijn en gericht op het oplossen van de geconstateerde schade voor een periode van veelal niet veel meer dan 5 à 8 jaar. In de praktijk komt het vaak voor dat uit de basisplanning komt: vervangen deklaag, terwijl uit de maatregeltoets en nader onderzoek blijkt dat het vervangen van dek- en tussenlaag een aanzienlijk langere levensduurverlenging genereert. Een dergelijke maatregel is dan ruim twee keer zo duur, echter de restlevensduurverlenging is drie tot vier keer zo lang. Uiteindelijk is een zwaardere maatregel dan duidelijk efficiënter. Echter, wanneer een aantal wegen duurder in onderhoud wordt op basis van de maatregeltoets, moeten andere wegen, ervan uitgaande dat het onderhoudsbudget beperkt is, vooralsnog uitgesteld worden. Het is aan de wegbeheerder om dan die wegen uit te stellen waar de kans op kapitaalvernietiging het kleinst is. Kapitaalvernietiging bij asfaltverhardingen wil zeggen dat een weg die feitelijk aan onderhoud toe is, maar wordt uitgesteld, na enkele jaren een duidelijk duurdere onderhoudsmaatregel nodig heeft om dezelfde restlevensduurverlenging te krijgen als bij de oorspronkelijke maatregel. Stap 11/12 - Voorbereiden en aanbesteden / Uitvoeren Het definitieve onderhoudsplan wordt vertaald in een of meerdere onderhoudsbestekken om vervolgens tot uitvoering te brengen.
In bijlage 3 is een stroomschema met betrekking tot het beheerproces weergegeven.
Pagina 33 van 34
Bijlage 3
GVI
Basis
Jaarplan beheerproces
•wat: •Wanneer: •Resultaat:
Globale visuele inspectie conform CROW 146b zomer inzicht in kwaliteit
•Wat: •Wanneer: •Resultaat:
Opstellen basisplanning 1-5 jaar op basis van GVI Na afronden GVI Meerjaren basisplanning 1-5 jaar
•Wat:
Op basis van GVI en mutaties (BGT) actualiseren van het beheersysteem (Geo Visia) Jaarlijks, door het hele jaar heen Actueel, Betrouwbaar en Compleet beheersysteem wegen
planning
Actualiseren •Wanneer: beheersystee •Resultaat: m
Integrale afstemming
Uitvoeren maatregeltoets
Uitvoerings planning
•Wat: •Wanneer: •Resultaat
Integrale afstemming andere disciplines obv basisplanning September prioritering planning, initiatiefnemer combi projecten en financiële bijdrage per discipline
•Wat: •Wanneer: •Resultaat:
Uitvoeren maatregeltoets obv planjaar 1 en 2 Oktober geoptimaliseerde planning en begroting
•Wat:
Opstellen uitvoeringsplanning op basis van gegevens maatregeltoets en integrale afstemming november - December Uitvoeringsplanning planjaar 1 en 2
•Wanneer: •Resultaat: •Wat: •Wanneer:
Voorbereiding •Resultaat: uitvoering
•Wat: Winterschade actualisatie planning
•Wanneer: •Resultaat
•Wat: •Wanneer: Uitvoering •Resultaat: projecten wegen
Deelopdrachten opstellen iom aannemer, uitvoeren vooronderzoek, vergunningen, verkeersmaatregelen en communicatie Jaarlijks: februari en maart Deelopdrachten
Beoordelen verhardingen na winterperiode obv meldingen buitendienst, bewoners en risicowegen uit planning Jaarlijks: april Geactualiseerde planning en maatregelen Uitvoeren deelopdrachten Jaarlijks periode 1 maart - 1 november Uitgevoerde projecten en verbeterde kwaliteit
Pagina 34 van 34