CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Wegenbeheerplan West Maas en Waal 2027-2031

Gemeenteraad 24 juni 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.13199310.174 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wegenbeheerplan 2027-2031 Op weg naar veilige en functionele verhardingen

Versie: Definitief 1.1 Datum: 16 april 2026

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2

Inleiding ......................................................................................................................... 3 Doel ........................................................................................................................................ 4 Leeswijzer ............................................................................................................................. 4

2 2.1 2.2 2.3

Kaders en proces wegbeheer ....................................................................................... 5 Wettelijk kader ..................................................................................................................... 5 Gemeentelijke kaders en uitgangspunten ..................................................................... 6 Beheerproces ........................................................................................................................ 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Areaal verhardingen ...................................................................................................... 7 Areaalgegevens .................................................................................................................... 7 Areaal verhardingen per wegtype .................................................................................... 7 Areaal verhardingen binnen en buiten de kom ............................................................. 8 Leeftijdsopbouw verhard areaal ....................................................................................... 9

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Kwaliteit verhardingen ................................................................................................. 10 Technische kwaliteit versus beeldkwaliteit .................................................................. 10 Technische kwaliteit .......................................................................................................... 11 Verloop kwaliteit verhardingen ....................................................................................... 13 Basisplanning 2027-2031 ................................................................................................ 14

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Aandachtsgebieden wegbeheer ................................................................................. 15 Buitengebied ....................................................................................................................... 15 Toekomstbestendige leefomgeving ............................................................................... 16 Klimaatadaptatie................................................................................................................ 16 Energietransitie .................................................................................................................. 17

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Budgetten wegbeheer ................................................................................................. 18 Beschikbaar onderhoudsbudget ..................................................................................... 18 Benodigd onderhoudsbudget o.b.v. weginspectie ...................................................... 19 Benodigd cyclisch onderhoudsbudget ........................................................................... 19 Vervangingen ..................................................................................................................... 20 Conclusie verschil beschikbare en benodigd budget ................................................. 21

7 7.1 7.2 7.3 7.4

Onderhoudsstrategie herstel kwaliteit ......................................................................... 22 Onderhoudsstrategie ........................................................................................................ 22 Onderhoudsmaatregelen elementen en asfaltverharding......................................... 23 Uitwerking onderhoudsopgave en benodigd budget .................................................. 24 Vervangingen ..................................................................................................................... 25

8 8.1 8.2

Conclusie en Advies .................................................................................................... 26 Conclusie ............................................................................................................................. 26 Advies................................................................................................................................... 26

Bijlage 1 Wettelijk kader ....................................................................................................... 29 Bijlage 2 Stappen uit beheerproces .................................................................................... 32 Bijlage 3 Jaarplan beheerproces .......................................................................................... 34

Pagina 2 van 34

1

Inleiding

De openbare ruimte is voor iedereen. In de openbare ruimte ontmoeten we elkaar, we organiseren evenementen, we lopen een klein rondje in de pauze of rennen een halve marathon. We gebruiken de weg om naar ons werk te rijden, voor transport, om op vakantie te gaan of familie te bezoeken. Kinderen groeien op in de openbare ruimte. Bij het gebruik van de openbare ruimte hoort een bepaalde inrichting en een passend kwaliteitsniveau. Ook bij een verminderde mobiliteit is het van belang om de openbare ruimte geschikt te maken en te behouden. Een veilige, prettige en comfortabele openbare ruimte maakt een inclusieve openbare ruimte. En dat is van groot belang voor alle inwoners, ondernemers en bezoekers. De gemeente heeft 1.670.000 m² aan verhard areaal in beheer, op basis van de weginspectie 2025 heeft hiervan 300.000 m² (19%) kwaliteit D (zeer slecht) en wordt is de grens van verantwoord wegbeheer overschreden.

Figuur 1.1: Kaart gemeente West Maas en Waal met te beheren verhard areaal

Om deze verhardingen weer op een acceptabel kwaliteitsniveau te krijgen, dient er een aanpassing plaats te vinden in de wijze waarop het wegbeheer nu wordt uitgevoerd. De komende jaren moet er een flinke inhaalslag in het onderhoud gemaakt worden om de verhardingen veilig te kunnen blijven gebruiken. Hiervoor is extra budget nodig. In hoofdstuk 8 (conclusie en advies) geven wij een advies hoe wij denken de onderhoudstoestand te stabiliseren en de onderhoudsachterstand langzaam terug te dringen. Aan de raad wordt geadviseerd om met dit voorstel in te stemmen zodat: - De kwaliteit van de verhardingen niet verder terugloopt - De onderhoudsachterstand de komende periode ingelopen wordt - Aan de eisen voor verantwoord wegbeheer(wegenwet) en de BBV voldaan kan worden.

Pagina 3 van 34

1.1 Doel Het doel van het beheerplan wegen is inzicht te geven in de huidige kwaliteit van het areaal en wat er moet gebeuren om aan het gewenste kwaliteitsniveau te voldoen. Aan de hand van de gemeten kwaliteit is de onderhoudsopgave voor de komende beheerperiode (2027-2031) en de omvang van de onderhoudsachterstand in beeld gebracht. Met de onderhoudsstrategie, op basis van functioneel beheer en risico-gestuurd onderhoud, is de onderhoudsopgave geprioriteerd en het benodigd onderhoudsbudget in beeld gebracht. Het doel van de onderhoudsstrategie is het stabiliseren van de kwaliteit en het wegwerken van de onderhoudsachterstand binnen een realistisch tijdpad, budget en beschikbare capaciteit. Hierbij wordt als eerste ingezet op het herstel van de meest risicovolle locaties. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd dat voor het beheer van kapitaalgoederen (o.a. wegen, groen en riolering) beheerplannen beschikbaar moeten zijn. Met dit beheerplan wegen wordt voldaan aan de eisen van de BBV en de provincie.

1.2 Leeswijzer In dit wegenbeheerplan zijn de kaders, de huidige stand van zaken van de omvang en de kwaliteit van het verhard areaal weergegeven en wordt inzicht gegeven in het benodigd onderhoud en de daarvoor benodigde middelen voor de periode 2027-2031 Het beheerplan is zo opgebouwd dat er in de eerste 5 hoofdstukken achtergrondinformatie geven over de kaders (H2), de omvang (H3) en de staat/kwaliteit van de verhardingen(H4) en extra aandachtsgebieden bij het beheer en onderhoud (H5). Hiermee krijgen we inzicht in de omvang en kwaliteit van de verhardingen en de opgelopen onderhoudsachterstand. De beschikbare en benodigde budgetten worden in hoofdstuk 6 beschreven waarbij inzicht gekregen is in dat er onvoldoende middelen zijn om het areaal op het gewenste niveau te onderhouden en aanvullend budget noodzakelijk is. In hoofdstuk 7 wordt de strategie beschreven hoe we met functioneel beheer en risico gestuurd onderhoud de wegen veilig en duurzaam onderhouden, de kwaliteit stabiliseren en de onderhoudsachterstand gaan inlopen. Tenslotte volgt in hoofdstuk 8 de conclusie en het advies met een voorstel voor aanvullend onderhoudsbudget om de wegen veilig en duurzaam te onderhouden. De bijlagen geven verdiepende informatie van de verschillende onderwerpen uit de hoofdstukken zoals de kaders en randvoorwaarden van het wegbeheer en het beheerproces.

Pagina 4 van 34

2

Kaders en proces wegbeheer

Beheren is het duurzaam bruikbaar houden van een kapitaalgoed of asset, ofwel; de zorg voor het langdurig in stand houden en aanpassen van de asset aan geleidelijk veranderende omstandigheden. Onder functioneel beheren verstaan we het veilig, functioneel en duurzaam onderhouden van de verhardingen, een technisch kwaliteitsniveau dat aansluit bij de functie en het beoogde gebruik. Beleidskeuzes hiervoor worden gemaakt op basis van een goede verhouding tussen prestatie (kwaliteitsambitie), kosten (benodigd onderhoudsbudget om het areaal op de gewenste kwaliteit te kunnen onderhouden) en de risico (kwaliteit in relatie met functie en gebruik). 2.1 Wettelijk kader De gemeente heeft een zorgplicht voor de openbare ruimte. Als beheerder van de openbare ruimte moet zij deze zodanig in stand houden dat er veilig en doelmatig gebruik van kan worden gemaakt.

Pagina 5 van 34

Er zijn minimale randvoorwaarden voor het beheer en onderhoud van wegen. De beheerder kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van een gebrek aan de weg. De gemeente dient daarom te beschikken over een preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie en regelmatige inspecties. De wettelijke kaders en de aansprakelijkheid worden in bijlage 1 beschreven en toegelicht. 2.2 Gemeentelijke kaders en uitgangspunten De kwaliteit van de openbare ruimte in de gemeente West Maas en Waal wordt gestuurd door het Dorpskwaliteitsplan. Dit plan is bedoeld om de eigen identiteit van de acht verschillende dorpskernen te behouden en te versterken. De lange termijnvisie is vastgelegd in de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn ambities opgenomen zoals ‘Toekombestendige leefomgeving” die het gebruik van de openbare ruimt stimuleren en effect hebben op de inrichting en de kwaliteit van de openbare ruimte.

2.3 Beheerproces Het proces voor doelmatig en duurzaam beheer wordt weergegeven in de beheercirkel. Ambities, organisatiedoeleinden en budgetten worden vertaald in beleidsplannen. Deze kaders worden gebruikt voor het opstellen van beheer- en uitvoeringsplannen. Met weginspecties wordt getoetst of de gewenste ambitie en verbetering gehaald wordt. Afwijkingen worden geëvalueerd en indien nodig wordt er bijgestuurd in ambitie/prestatie en/of budgetten. Het uitgewerkte beheerproces is in bijlage 2 en 3 opgenomen. Om goed wegbeheer te kunnen voeren is inzicht nodig in de omvang en kwaliteit van de verhardingen. Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de verhardingen laten wij 2-jaarlijks weginspecties uitvoeren. Op basis van de inspectieresultaten worden onderhoudsplannen en kostenramingen opgesteld. Een onmisbaar hulpmiddel voor het beheer en onderhoud aan verhardingen is een actueel beheersysteem en de landelijk erkende wegbeheersystematiek (CROW-publicatie 147 Wegbeheer). In het beheersysteem worden de areaal gegevens bijgehouden. Wij maken gebruik van het beheersysteem Geo-Visia om het areaal vast te leggen.

Pagina 6 van 34

3

Areaal verhardingen

Om goed wegbeheer te kunnen doen is inzicht in de omvang en samenstelling van het te beheren areaal noodzakelijk. Het databeheer heeft de afgelopen jaren extra aandacht gehad en is het inzicht in het te beheren areaal sterk verbeterd, maar we zijn er nog niet. Deze gegevens worden regelmatig ingewonnen conform de regels van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en vastgelegd in het beheersysteem Geo-Visia. Bij het uitvoeren van de inspecties wordt naast de beoordeling van de kwaliteit ook de vaste areaalgegevens getoetst op juistheid. 3.1 Areaalgegevens De gemeente heeft in totaal 1.670.000 m2 verhardingen in beheer. Hiervan is 1.053.000 m2 asfaltverharding en 577.000 m2 elementenverhardingen. Daarnaast is er nog 4.800 m2 betonverharding en 36.000 m2 halfverharding aanwezig. De kapitaalwaarde van het verhard areaal bedraagt circa € 200.000.000.

Figuur 3.1: Verdeling van het huidige areaal per verhardingstype in m².

3.2 Areaal verhardingen per wegtype Het areaal verhardingen kan naast verhardingstype ook onderverdeeld worden naar wegtype. Het wegtype geeft globaal aan wat de functie van de verharding is en hoe deze gebruikt wordt. Hierbij wordt conform de CROW-systematiek onderscheid gemaakt in zeven wegtypen. De gemeente heeft geen verhardingen met wegtype 1 (snelweg) en 2(provinciale weg) in beheer. In tabel 3-1 is per wegtype het areaal verhardingen in beheer bij de gemeente weergegeven. Wegtype

Beschrijving gebruik

1 - Hoofdweg

Auto(snel)weg

2 - Zwaar belaste weg

5 - Weg in woongebied

Provinciale weg, zware industrieweg Stadsontsluitingsweg, busbaan, industrieweg Buurtonsluitingsweg, parallelweg, landbouwweg Woonstraat, woonerf, parkeerterrein

6 - Weg in verblijfsgebied 7 - Fietspaden

3 - Gemiddeld belaste weg 4 - Licht belaste weg

Eindtotaal Tabel 3-1

Asfalt

Beton Elementen

half en Eindtotaal onverhard n.v.t. n.v.t.

232.039

384

26.570

1.961

260.954

530.576

804

81.627

5.909

618.916

222.396

2.599

317.757

16.257

559.010

Winkelerf, plein, voetpaden

10.083

1.023

149.065

10.536

170.708

Vrij liggend fietspad

57.657

1.881

1.089

60.627

1.052.750

4.811

576.901

35.753 1.670.215

Areaal verhardingen op basis van wegtype [m²] Pagina 7 van 34

3.3 Areaal verhardingen binnen en buiten de kom Voor het beheer en onderhoud kan onderscheid gemaakt worden op basis van de geografische ligging (binnen of buiten de bebouwde kom). In tabel 3-2 zijn de oppervlakken per verharding, binnen de kom en per dorp en buiten de kom weergegeven. Areaal verhardingen West Maas en Waal Gebied Binnen de kom Alphen Althorst Appeltern Beneden Leeuwen Boven Leeuwen Dreumel Maasbommel Wamel Buitengebied onbekend Totaal

Asfalt 411.142 35.438 5.361 24.906 136.078 52.318 81.872 30.338 44.830 639.991 1.617 1.052.750

m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² m²

Oppervlakte per verhardingssoort Half- en Beton Elementen onverhard 1.060 m² 540.933 m² 24.133 m² 36 m² 44.789 m² 3.314 m² 8 m² 14.747 m² 1.066 m² 185 m² 22.006 m² 1.128 m² 642 m² 220.285 m² 10.171 m² 16 m² 62.882 m² 3.363 m² 59 m² 71.051 m² 3.061 m² 63 m² 37.820 m² 1.351 m² 50 m² 67.353 m² 679 m² m² 3.750 m2 34.025 11.620 m² m² m² 1.944 m²

m² 4.811

m² 576.901

m² 35.753

Totaal 977.268 83.577 21.183 48.225 367.176 118.579 156.043 69.572 112.912 689.386 3.561

m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² m²

m² 1.670.215

m²

Areaalgegevens per verhardingssoort (maart 2026) Tabel 3-2 Oppervlakten verhardingen o.b.v. ligging [m²]

Afbeelding 3.3 Verdeling verhard areaal binnen de kom per dorp (m²)

Pagina 8 van 34

3.4 Leeftijdsopbouw verhard areaal De onderhoudsopgave is deels gerelateerd aan de ouderdom van het areaal. Hoe ouder het areaal hoe meer onderhoud er nodig zal zijn. De materialen worden steeds slechter waardoor het onderhoud door meer noodzakelijke vervanging ook duurder wordt. In grafiek 3-3 is de leeftijdsopbouw van het verhard areaal weergegeven. Uit deze gegevens blijkt dat 637.000m² (ca 30%) van het areaal ouder is dan 50 jaar en daarmee de komende 10-15 jaar voor vervanging in aanmerking komt. 1.800.000

1.634.179 1.544.257 1.483.159 1.441.277 1.336.978

1.600.000 1.400.000 1.200.000

989.491 933.078 861.820 814.491

1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000

469.564

636.842

315.815 276.013 142.627 18.993

-

Afbeelding 3.4 Grafiek met groei van het verhard areaal (m²)

Pagina 9 van 34

4

Kwaliteit verhardingen

Het uit te voeren onderhoud en de daarmee samenhangende kosten worden bepaald door de huidige kwaliteit van de verhardingen. Zonder onderhoud zou de kwaliteit van de verhardingen in de tijd verslechteren. Bij de ene weg gaat dit sneller dan bij de andere. Periodiek (2-jaarlijks) wordt de kwaliteit van het wegennet daarom gecontroleerd aan de hand van een globale visuele weginspectie (volgens een landelijk vastgestelde richtlijn en inspectie protocol). Deze inspectie levert informatie op over de actuele technische kwaliteit van de weg. De kwaliteitsambitie voor de openbare ruimte is kwaliteitsniveau B(Basis). Het uit te voeren onderhoud wordt gepland op basis van de kwaliteit (uit de weginspectie, meldingen en calamiteiten) en de integrale afstemming met andere werkzaamheden en projecten. Voor het bepalen van de huidige kwaliteit en de planning 2027-2031 is uitgegaan van de inspectie van 2025. 4.1 Technische kwaliteit versus beeldkwaliteit De beeldkwaliteit van de gesloten en open verhardingen wordt bepaald volgens de CROW-methodiek. De schadebeelden die bij de weginspectie genoteerd worden, worden in het beheersysteem ingevoerd. Met behulp van de wegbeheersystematiek (CROW-147) worden de schadebeelden per wegvak samengevoegd, afgewogen en wordt een onderhoudsmaatregel en een planjaar bepaald, de basisplanning.

De (combinatie van) schadebeelden worden ook omgezet naar de kwaliteitsbeoordeling volgens de beeldsystematiek (CROW-323) waarmee de technische kwaliteit van de verhardingen op een eenduidige en objectieve manier inzichtelijk gemaakt wordt. Er zijn vijf verschillende niveaus waarop de beeldkwaliteit is ingedeeld. Dat begint bij niveau A+ zodra een object aangelegd of geplaatst is. Afhankelijk van diverse factoren degradeert de kwaliteit in de loop van de tijd naar een lager niveau. Bij het laagste niveau (niveau D) is er sprake van een onderhoudsachterstand en is er risico op onveilige situaties. Bij asfaltverhardingen met kwaliteit D, is de grens voor verantwoord wegbeheer overschreden en ontstaat de kans kapitaalvernietiging. De relatie tussen beeldkwaliteit en technische kwaliteit en is in onderstaande tabel weergegeven. Waardering Publicatie 323 CROW Kwaliteitscatalogus

Richtlijn Publicatie 147 CROW Wegbeheer

A+

Zeer Hoog

Er is geen schade

A

Hoog

Er is enige schade

B

Basis/Matig

De waarschuwingsgrens is overschreden

C

Laag/slecht

De richtlijn is overschreden

Achterstallig onderhoud (de richtlijn is met meer D dan 1 klasse overschreden) Tabel 4.1 Beschrijving beeldkwaliteit versus technische kwaliteit Zeer laag/ zeer slecht

De komende 5 jaar is geen onderhoud noodzakelijk De komende 5 -10 jaar is waarschijnlijk klein onderhoud noodzakelijk Binnen 3 tot 5 jaar dient onderhoud uitgevoerd te worden Binnen 2 jaar dient onderhoud te worden uitgevoerd Er is direct onderhoud noodzakelijk

Pagina 10 van 34

4.2 Technische kwaliteit De kwaliteit van de verhardingen zijn bepaald aan de hand van de weginspectie van 2025 en het behulp van het beheersysteem Geo-Visia uitgewerkt. De resultaten van de globale visuele inspectie zijn getoetst aan de richtlijnen die per schadebeeld door het CROW zijn opgesteld. In onderstaande tabel is de kwaliteit met de omvang in vierkante meter en percentage voor asfalt-, beton- en elementenverhardingen weergegeven. Verhardingstype

A+

A

B

C

D

Eindtotaal

Asfaltverharding

193.346

434.448

202.843

36.398

185.690

1.052.725

Betonverharding

4.099

312

29

6

314

4.761

Elementenverharding

225.832

180.106

39.693

13.816

117.247

576.693

Eindtotaal m²

423.277

614.866

242.566

50.220

303.251

1.634.179

Eindtotaal %

26%

38%

15%

3%

19%

100%

Tabel 4.2 Grafiek kwaliteit verhardingen (m²)

Volgens de richtlijn wordt de gemiddelde beeldkwaliteit bepaald door de kwaliteit die gemeten wordt op 10% van het areaal.

2025

26%

0%

10%

38%

20%

30%

40%

50%

60%

15%

3%

70%

80%

19%

90%

100%

Figuur 4.3 Kwaliteit verhardingstype (%)

De kwaliteit van de verhardingen ligt op niveau D (zeer slecht). Verhardingen met kwaliteitsniveau D wordt gezien als zeer slecht, de omvang hiervan is 300.000 m² wat overeenkomt met 19% van het verhard areaal. Een groot deel (200.000m²) van het areaal met D kwaliteit is onderhoudsachterstand en is de kans dat kapitaalvernietiging optreedt reëel.

Figuur 4.4 Kwaliteit per verhardingstype (%)

Pagina 11 van 34

Kwaliteit per dorp De kwaliteit van de verharding binnen de kom per dorp is in onderstaande grafiek uitgewerkt. Het percentage per dorp verschilt maar ligt overal boven de 10% en daarmee op kwaliteitsniveau D. De omvang van het areaal per dorp verschilt, waardoor de omvang van het oppervlak met kwaliteit D kwaliteit in Dreumel (17% = 26.430 m²) niet 1 op 1 te vergelijken is met Althorst (27% = 5.400 m²).

100%

19% 80%

1% 8%

60%

22%

27%

3% 15%

4% 12%

3% 11%

1% 11%

16% 0% 8%

17% 2% 17%

33% 39%

40%

40%

0%

21%

28%

44%

20%

19%

18% 3% 5%

38%

40%

50% 40%

27%

20%

43% 28%

36%

23%

7%

Figuur 4.5 Kwaliteit verhardingen per dorp binnen de kom (% per kern)

Het areaal verharding buiten de kom is ca 40% van het totale areaal en bestaat voor 95% uit asfalt. De omvang van de verharding buiten de kom met D kwaliteit bedraagt 122.000m² en bestaat voor het overgrote deel uit asfaltschade met een reële kans op kapitaalvernietiging. Het areaal binnen de kom bestaat voor 45% uit asfalt en 55% uit elementverharding. De omvang van de D kwaliteit binnen de kom bedraagt 180.00 m², waarvan 75.000m² asfalt en 105.000m² elementverhardingen.

Buiten de bebouwde kom

7%

Binnen de bebouwde kom

17%

8% 2% 7%

19% 0%

10%

21% 20%

30%

6% 1% 40%

11%

50%

60%

70%

Figuur 4.6 Kwaliteit verhardingen binnen en buiten de kom (% van het totale oppervlak)

Pagina 12 van 34

Verloop kwaliteit verhardingen Door dagelijks gebruik neemt de technische kwaliteit van de wegverhardingen langzaam maar zeker af. De afname van deze technische kwaliteit is echter geen lineaire lijn over de kwaliteitsniveaus A+ tot en met D. Normaliter zit een verharding relatief lang (15-20 jaar) op het kwaliteitsniveau A+ (nieuwe aanleg) en A. In deze periode is minimaal onderhoud nodig om de verhardingen op niveau te houden. Als een verharding van kwaliteit A naar B zakt, is klein onderhoud nodig om de gemiddelde kwaliteit op B te houden. Ligt de technische kwaliteit in de categorie C, dan is groot onderhoud nodig. Door de uitvoering van groot onderhoud stijgt het kwaliteitsniveau bij elementen weer naar niveau A/B i.v.m. hergebruik bestaande materialen en bij asfalt (na aanbrengen nieuwe deklaag) naar kwaliteitsniveau A+ 4.3

Figuur 4.7 Grafiek onderhoudscyclus en verloop onderhoudstoestand/kwaliteit

Verloop kwaliteit 2022-2025 De technische kwaliteit van de verharding is ten opzichte van de inspectie 2022 afgenomen. De omvang van het areaal met een slechte kwaliteit (D) is met toegenomen van 15% naar 19%. De omvang van de kwaliteit dat niet voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau Basis (C en D samen) is met 22% gelijk gebleven. Het percentage verharding met B kwaliteit is afgenomen van 20 naar 15%

Grafiek 4.8 Verloop kwaliteit 2022-2025 Pagina 13 van 34

De achteruitgang van de kwaliteit heeft een aantal oorzaken, zoals: - Ander inspectie methode levert ander resultaat op o In 2022 was de inspectie gericht op het herstel van kleine schades en is de inspectie op een andere wijze uitgevoerd dan de landelijk erkende inspectiemethode van de CROW (publicatie 146) o Dit geeft een vertekend beeld van de kwaliteit en heeft met name effect op de omvang van de kwaliteit met niveau A+, A en D - Toename omvang verhard areaal o De omvang van het areaal is afgelopen jaren toegenomen, een groter areaal vraagt meer capaciteit om dit op niveau te houden. - Ouderdom verhard areaal o 60% van het verhard areaal is ouder dan 50 jaar o De kwaliteit van ouder areaal gaat sneller achteruit en heeft meer (klein) onderhoud nodig om het op een veilig niveau te houden. o In het oudere areaal staan veel bomen in en langs verharding, de wortelopdruk levert veel extra onderhoud op. - Gestegen kosten onderhoud o Door hogere kosten voor productie en lonen zijn de ook kosten voor het onderhoud sterk gestegen (asfalt 40% t.o.v. 2021). Met de jaarlijkse indexering wordt maar een deel van deze extra kosten gedekt. Hierdoor kan met hetzelfde budget minder m² onderhoud uitgevoerd worden.

4.4 Basisplanning 2027-2031 Met behulp van de wegbeheersystematiek wordt er op basis van de schadebeelden en wegtype een onderhoudsmaatregel, planjaar en kosten bepaald en een meerjaren onderhoudsplanning opgesteld. De verhardingen met kwaliteit D èn een onderhoudsachterstand worden gepland in planjaar 1. Het overige deel van de verhardingen met kwaliteit D wordt, samen met kwaliteit C, gepland in planjaar 2. De verhardingen met kwaliteit B (dat in verloop van tijd zich ontwikkelt naar C) wordt gespreid over planjaar 3-5. Op basis van de schadebeelden uit de weginspectie en is de komende 5 jaar aan 600.000m² (35%) van de verhardingen onderhoud nodig. Basisplanning (m²) Asfaltverharding Betonverharding Elementenverharding Eindtotaal

2027

2028

niet Eindtotaal gepland 622.317 1.052.750 4.528 4.811 407.384 576.901

2029

2030

2031

60.258

60.258

73.402 1.034.229 1.634.462

86.112 163.545 254 114.994 15.093

13.143

60.258 29 13.143

201.360 178.638

73.402

73.431

13.143

Tabel 4.9 Basisplanning 2027-2031

Pagina 14 van 34

5

Aandachtsgebieden wegbeheer

Bij het uitvoeren van de wettelijke taak als wegbeheerder komen in de dagelijkse praktijk een aantal aandachtsgebieden naar voren die verder gaan dan alleen het beheer en onderhoud van de verhardingen. Deze aandachtspunten hebben direct invloed op de wijze van het uitvoeren van het onderhoud, de onderhoudsmaatregelen en de daarvoor beschikbare middelen. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste aandachtsgebieden opgenomen die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit en de onderhoudskosten voor de verhardingen. 5.1 Buitengebied Een groot deel (40%) van het areaal van de verhardingen ligt in het buitengebied. Voor de wegen wordt het beheer en onderhoud op een andere wijze benaderd dan voor de wegen binnen de bebouwde kom. Uitgangspunt is om het buitengebied sober en doelmatig te onderhouden, dusdanig dat de veiligheid blijft gegarandeerd. Een belangrijk aandachtspunt in het buitengebied zijn de bermen. De bermen langs de (hoofd)landbouwroutes hebben veel te lijden onder het vele uitwijken in de berm. Over het algemeen zijn de wegen niet breed genoeg voor bijvoorbeeld een landbouwvoertuig en een auto. Daar waar deze voertuigen elkaar vaak tegenkomen, op met name de hoofd landbouwroutes, zien we dat de bermen kapot gereden worden.

Wanneer er water in de berm blijft staan direct naast het asfalt (in gaten of omdat de achterliggende berm te hoog ligt) heeft dit een zeer negatieve invloed op de kwaliteit en de levensduur van het asfalt. Hier zien we vaak randschade aan het asfalt die nadelig zijn voor de levensduur van de weg en de veiligheid van fietsers. De bermen hebben zowel een verkeersfunctie (wanneer verkeer bij uitwijken voor tegenliggers door de berm rijdt) als een ecologische functie. Indien de bermen zijn uitgevoerd in halfverharding of in verharding, maken zij onderdeel uit van de wegconstructie. Voor het verstevigen van de bermen en het aanbrengen van bermverharding in de vorm van grasbetonstenen en bermbeton was de afgelopen 5 jaar € 500.000 investeringsbudget beschikbaar en ook besteed. Om de veiligheid in het buitengebied te borgen is continuering van dit budget noodzakelijk.

Pagina 15 van 34

5.2 Toekomstbestendige leefomgeving Eén van de thema’s in de omgevingsvisie is een toekomstbestendige leefomgeving. Een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving biedt ruimte aan mens en dier en de bestrijding van hitte en droogte door o.a. de aanleg van extra wateropvang en voldoende bomen en groen. Een aantrekkelijke openbare ruimte is hier onderdeel van en moedigt de inwoners aan om te bewegen, te ontspannen en te recreëren. Toegankelijkheid is hierbij een belangrijk onderwerp. Een toegankelijke openbare ruimte is een openbare ruimte die door iedereen te bereiken en te gebruiken is en zorgt dat voorzieningen die in en aan deze openbare ruimte liggen bereikt en gebruikt kunnen worden. Zonder deze toegankelijkheid is er geen sprake van een optimaal functionerende openbare ruimte. Uit oogpunt van veiligheid hebben de meest kwetsbare verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers) de hoogste prioriteit. Dit betekent dat de fiets- en voetpaden veilig moeten worden gehouden. Het onderhoud van fietspaden wordt vooral gericht op de gebruiker, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen recreatieve fietspaden en utilitaire fietspaden. In beide gevallen nodigt een hogere kwaliteit uit tot meer gebruik van deze paden. Bij het onderhoud van voetpaden wordt ook onderscheid gemaakt in de kwaliteit op basis van gebruik.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan voetpaden rondom seniorencomplexen en de looproutes in en naar de centra. Ook hier wordt risicogestuurd onderhoud toegepast. Een groot probleem bij voet- en fietspaden is schade door boomwortelopdruk. Vooral door de droogte en doordat bomen dicht langs de verharding staan, ontstaat meer overlast. Met name het voorkomen van deze schade vraagt om een integrale aanpak: De boom moet op de juiste plaats worden geplant, en er dienen goede ondergrondse voorzieningen aanwezig te zijn. Bij onderhoud en herinrichting wordt hier nadrukkelijk rekening gehouden. 5.3 Klimaatadaptatie Het klimaat verandert en dat merken we ook in West Maas en Waal. Het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. En het gaat sneller dan we denken. 'De bui van 2050 valt nu al'. En ook de droge zomers en lange natte periodes drukken ons met de neus op de feiten. We moeten iets doen. De uitdaging de komende decennia is om klimaatproof te worden en te zorgen dat de maatschappelijke effecten van klimaatverandering op ten minste een acceptabel niveau beheersbaar zijn. Klimaatadaptatie zal een vast onderdeel van ons integrale beleidsdenken en van onze uitvoeringsinstrumenten op het sociale, fysieke en economische domein moeten worden. Pagina 16 van 34

5.4 Energietransitie De energietransitie en de grotere vraag voor elektra zorgt ervoor dat de nutsbedrijven veel werkzaamheden verrichten in de openbare ruimte voor het vervangen en/of en verzwaren van kabels en leidingen en het plaatsen van transformatorruimten. Deze werkzaamheden hebben een negatief effect op de kwaliteit van de voetpaden en maken het plannen en uitvoeren van noodzakelijk onderhoud lastiger. Tevens kost dit extra capaciteit van de beheerder voor afstemming en toezicht.

Pagina 17 van 34

6

Budgetten wegbeheer

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de benodigde budgetten voor het onderhoud en vervanging van verhardingen. Er wordt gekeken naar de beschikbare budgetten uit de begroting 2026, het benodigd budget op basis van de beoordeelde kwaliteit en een vergelijk gemaakt met landelijke onderhoudskosten. Het tijdig uitvoeren van onderhoud voorkomt grotere schade en daarmee zwaardere en duurdere onderhoudsmaatregelen (kapitaalvernietiging). Tijdig onderhoud voorkomt het oplopen van de onderhoudsachterstand, voorkomt risico’s, aansprakelijkheid en hoge onvoorziene uitgave. De begroting dient vormgegeven te worden conform de eisen van het BBV, waarbij inzichtelijk gemaakt dient te worden welk budget beschikbaar is voor klein en groot onderhoud (exploitatie/voorziening) en welk budget gereserveerd is voor vervangingen (investering). 6.1 Beschikbaar onderhoudsbudget Het uit te voeren onderhoud is verdeeld in een onderhoudsbudget en een investeringsbudget voor vervangingen. Met het onderhoudsbudget wordt zowel het klein als het groot onderhoud uitgevoerd. Vanwege het fluctuerend karakter van de omvang van het onderhoud aan verhardingen is voor het klein en groot onderhoud een voorziening ingericht, waarin jaarlijks een dotatie wordt gedaan.

Met het huidige onderhoudsbudget kan jaarlijks aan ca 35.000 m² onderhoud uitgevoerd worden Voor het uitvoeren van vervangingen en reconstructies en voor het aanbrengen van bermverharding zijn meerjarige kredieten ingesteld, deze worden conform eisen van de BBV gekapitaliseerd. De verdeling van de beschikbare budgetten is in onderstaande tabel opgenomen. Beschrijving

Financiering

Budget klein en groot onderhoud

Voorziening

€

Asfalt

€ 800.000

Elementen

€ 400.000

Onderhoudsbudget

Totaal

Budget vervangingen en reconstructie (jaarlijks) Budget bermverharding Planperiode 2022-2026 Tabel 6.1 Beschikbare budgetten

Budget 1.200.000

€ 1.200.000

Investering

€

1.200.000

Investering

€

500.000

Pagina 18 van 34

6.2 Benodigd onderhoudsbudget o.b.v. weginspectie Met het uitvoeren van de weginspectie is inzicht verkregen in de kwaliteit van de verhardingen. In tabel 6.3 zijn de benodigde budgetten voor het onderhoud van de verhardingen gegeven voor de periode 2027-2031, samengesteld vanuit het beheersysteem aan de hand van de resultaten uit de weginspectie. Het benodigd budget voor klein onderhoud wordt bepaald aan de hand van het gemiddeld benodigd onderhoudsbudget. Volgens de richtlijnen (CROW-publicatie 147) dient dit 10-15% van het onderhoudsbudget te zijn. Het definitieve percentage is mede afhankelijk van de ouderdom en de staat van het areaal. Wanneer er minder budget beschikbaar is voor groot onderhoud, nemen de klachten en meldingen toe en zal, om de verhardingen veilig te houden, meer klein onderhoud uitgevoerd moeten worden en is onderstaande 10% niet voldoende. Begroting 2027 (D kwaliteit) 2028 (C kwaliteit) 2029 – 2031 (B kwaliteit dat C wordt)

benodigd onderhoud € 6.395.000 € 4.770.000 € 4.050.000

Berekend Klein onderhoud (10%) € 639.500 € 477.000 € 405.000

TOTAAL voor 5 jaar

€ 15.215.000

€ 1.521.500

€ 5.582.500

€ 558.300

€ 1.350.000

€ 135.000

Gemiddeld per jaar in 2027-2028 (alleen achterstand, kwaliteit C en D) Gemiddeld per jaar in 2029-2030-2031 Tabel 6.2

Benodigd budget op basis van kwaliteitsinspectie De benoemde bedragen zijn inclusief de kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) van ca 15%.

Aan de wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden (kwaliteit C en D), moet op korte termijn onderhoud uitgevoerd worden. De verhardingen met kwaliteit D (zeer slecht) hebben een onderhoudsachterstand en moet, om verdere achteruitgang en (bij asfaltwegen) kapitaalvernietiging te voorkomen, binnen 1 jaar (2027) aangepakt worden. De omvang van de onderhoudsachterstand is 200.000m² en het herstel hiervan kost € 6.395.000 waarvan €2.590.000 voor asfaltverharding. Om te voorkomen dat de onderhoudsachterstand oploopt en de verhardingen met C kwaliteit onderuitzakken naar D kwaliteit, is de opgave voor 2028 €4.770.000. 6.3 Benodigd cyclisch onderhoudsbudget Om verhardingen in goede staat te houden is gedurende de gehele levensduur regelmatig onderhoud nodig.

Figuur 6.3

Benodigd budget op basis van kwaliteitsinspectie Pagina 19 van 34

Bij het berekenen van het benodigd onderhoudsbudget wordt gekeken naar de onderhoudsmaatregelen en frequentie die nodig zijn om de verharding is de gewenste staat te houden en de beoogde levensduur te behalen. De maatregelen worden bepaald op basis van het verhardingstype, wegtype en ligging. Naast het regulier en groot onderhoud is er budget nodig voor het uitvoeren van klein onderhoud, het verhelpen van meldingen en calamiteiten en voor de vervanging aan het einde van de levensduur. De bedragen in onderstaande tabel zijn gebaseerd op de maatregelen voor klein en groot onderhoud, vervanging is hierin niet opgenomen. Verharding Asfalt Elementen Tabel 6.4

Kosten per m²/jaar € 2,50 € 1,10

Areaal 1.053.000 577.000

Onderhoud € 2.632.000 € 635.000 € 3.676.000

Benodigd budget voor klein en groot onderhoud basis van cyclische berekening

Vervangingen Wegen worden aangelegd en moeten aan het einde van de levensduur ook weer vervangen te worden. Afhankelijk van het gebruik (wegtype), verhardingssoort en ondergrond is de levensduur korter of langer. In de praktijk houden we de wegen zo lang mogelijk in stand met klein en groot onderhoud tot dit niet meer kosteneffectief is. De rehabilitatie van wegen binnen de kom wordt zoveel mogelijk gelijktijdig uitgevoerd met het vervangen van de riolering. Bij de reconstructie van woonstraten wordt de asfaltverharding vervangen voor elementverhardingen. De levensduur van de trottoirs zijn gekoppeld aan de levensduur rijbaan. In onderstaande grafiek zijn de geplande vervangingen, op basis van aanlegjaar, wegtype en ligging weergegeven. De komende 5 jaar is, op basis van de gemiddelde levensduur en vervangingskosten jaarlijks € 1.200.000 nodig. Vanaf 2030 is er een grotere vervangingsopgave en loopt dit bedrag op naar € 3.000.000 per jaar. 6.4

€ 35.000.000 € 30.000.000

€ 25.000.000 € 20.000.000 € 15.000.000 € 10.000.000 € 5.000.000

€0

Grafiek 6.5

Cyclische vervangingsopgave (in € per 5 jaar)

Pagina 20 van 34

Uitgangspunt bij het berekenen van de vervangingsopgave is een gehanteerde levensduur van 50 jaar bij gemiddeld belaste wegen (ontsluitingswegen) en 60 jaar voor de overige wegen. De licht belaste wegen in het buitengebied, zijn op 100 jaar gezet waarbij het uitgangpunt is om deze eeuwigdurend te onderhouden. Eeuwigdurend onderhoud bestaat uit het weghalen van de schade plekken (bakfrezen) en het aanbrengen van een nieuwe deklaag en indien noodzakelijk een extra tussenlaag (versterkingslaag) en/of wapening.

6.5 Conclusie verschil beschikbare en benodigd budget Het huidige onderhoudsbudget is onvoldoende om het benodigd onderhoud uit te voeren en de onderhoudsachterstand in te lopen. Dit vraagt om een andere aanpak en aanvulling van het onderhoudsbudget. In hoofdstuk 8 wordt hier een voorstel voor gedaan. Naast een hoger budget voor onderhoud is over 5 jaar ook extra (investerings-) budget nodig om de oplopende vervangingsopgave uit te kunnen voeren. Naast de financiële gevolgen heeft het niet tijdig uitvoeren van vervangingen negatief effect op de kwaliteit van de verhardingen en een toename van klein onderhoud en bijbehorende kosten.

Pagina 21 van 34

7

Onderhoudsstrategie herstel kwaliteit

De huidige (lage) kwaliteit vraagt om een andere strategie voor het prioriteren en gerichter uitvoeren van het onderhoud. In dit hoofdstuk is de strategie en aanpak uitgewerkt en is het extra benodigd budget inzichtelijk gemaakt.

7.1 Onderhoudsstrategie Hiervoor wordt een onderhoudsstrategie toegepast op basis van functioneel beheer en risico-gestuurd onderhoud.

•Prestatie •Functie •Gebruik

•Budget •Risico's Functioneel beheer

Onderhouds strategie •Wegtype •Onderhouds maatregel •Jaar van aanleg

•Weginspectie •Maatregeltoets •Risicoanalyse •Veiligheid •Duurzaamheid •Comfort •Aanzien

Uitvoering Onderhoud •Planjaar •Maatregel •Kosten

Risicogestuurd onderhoud

Afbeelding 7.1 Proces functioneel beheer en risicogestuurd onderhoud

Functioneel beheer houdt in dat er voor het bepalen van de onderhoudsmaatregel gekeken wordt naar de functie en het gebruik van de verharding. Op basis van deze prioritering wordt, binnen de gestelde kaders voor kwaliteit en aanvaardbare risico’s, een passende onderhoudsmaatregel bepaald. Dit wil zeggen dat er op een weg die weinig gebruikt wordt (lagere orde wegen), een schade anders en/of later hersteld wordt dan bij een hoofdweg of een fietspad. Het risicogestuurd onderhoud wordt toegepast voor het prioriteren van de onderhoudsplanning, aan de hand van de wegtypes (functie en gebruik), de schadebeelden uit de weginspectie en de waardering van de beleidskaders veiligheid en duurzaamheid. Voor de aanpak en de planning van de uitvoering wordt met name gekeken naar: - De veiligheid voor de kwetsbare doelgroepen, - Het voorkomen van kapitaalvernietiging en - Het borgen van toegankelijkheid en bereikbaarheid. Met de risico-gestuurde aanpak wordt de inzet van het onderhoudsbudget geprioriteerd naar locaties met de hoogste risico’s en niet altijd op locaties met de meeste schade. Tijdens de inspecties zijn verschillende schadebeelden genoteerd. Elk schadebeeld heeft een ander effect op het gebruik en de thema’s veiligheid, duurzaamheid, comfort en aanzien.

Een weg met veel reparatievakken maar die wel vlak ligt scoort op thema veiligheid een dikke voldoende maar op aanzien maar matig of zelfs onvoldoende. Zo ook met het schadebeeld oneffenheid. Een oneffenheid in een voetpad kan een groter gevolg hebben voor de veiligheid en comfort dan dezelfde oneffenheid in een rijbaan op een industrieterrein. Pagina 22 van 34

In onderstaande tabel is opgave volgens de basisplanning 2027-2031 en de opgave op basis van de beleidsthema’s veiligheid en duurzaamheid inzichtelijk gemaakt. Aan de hand van deze beleidsthema’s wordt de opgave risicogestuurd geprioriteerd en meerjarig gepland. Basisplanning

2027

2028

2029-2031

Opgave per verhardingstype

Asfaltverharding 8% 16% 18% 42% = 430.000 m² Elementenverharding 20% 3% 7% 30% = 170.000 m² Veiligheid Onvoldoende Matig Voldoende Asfaltverharding 4% 8% 30% 42% = 430.000 m² Elementenverharding 21% 4% 5% 30% = 170.000 m² Duurzaamheid Onvoldoende Matig Voldoende Asfaltverharding 10% 14% 18% 42% = 430.000 m² Elementenverharding 4% 1% 25% 30% = 170.000 m² Tabel 7.2 Effect beleidsthema’s op prioritering en omvang gepland onderhoud (%)

Hierbij is te zien dat een schade op elementen meer effect op veiligheid heeft dan dezelfde schade op asfalt. Dit heeft te maken met het gebruik. Een oneffenheid in een voetpad heeft meer gevolgen voor veiligheid dan een scheur in het asfalt. Bij het thema duurzaamheid is het effect op elementen juist minder dan bij asfaltverharding. Met duurzaamheid wordt bij de risicoanalyse de duurzaamheid ten aanzien van levensduur van de verhardingen bedoeld. Tijdig en juist onderhoud geeft een langere levensduur en dus een hogere score op duurzaamheid. Duurzaamheid geeft voor asfaltverhardingen een hoger risico aan dan voor elementverhardingen vanwege de kans op kapitaalvernietiging bij het niet tijdig uitvoeren van de juiste onderhoudsmaatregel.

7.2 Onderhoudsmaatregelen elementen en asfaltverharding Elementverharding Het onderhoud aan elementverharding is gericht op veiligheid Het klein onderhoud aan de elementverhardingen vindt wijkgericht plaats op basis van de inspectie klein onderhoud en eigen beoordeling. Schades en calamiteiten worden gemeld via het meldingssysteem beoordeeld en ingepland. Groot onderhoud en vervangingen worden planmatig en zo mogelijk uitgevoerd. Type onderhoud Meldingen en calamiteiten Klein onderhoud Groot onderhoud Vervangingen

Onderhoudsmaatregel

Frequentie

Beoordeling kwaliteit

Herstel kleine oppervlaktes tegel- en klinkerbestrating. (1-5m²) Plaatselijk herstel van oneffenheden en boomwortelschade Grotere oppervlakten (> 50%-100%) herstraten gehele voetpaden en 100% vervangen

Op afroep obv meldingen

Meldingen en waarneming toezichthouders weginspectie, inspectie klein onderhoud en eigen waarnemingen 2 jaarlijkse visuele weginspectie

Jaarlijks deel van een dorp. Ca 2.000 m²/jaar 1x/30 jaar Ca 10.000m² per jaar. 1x/60 jaar

Weginspectie en integrale opgave

Tabel 7.3 Onderhoudsmaatregelen elementverhardingen Pagina 23 van 34

Asfaltverharding Het onderhoud aan asfaltverhardingen is gericht op veiligheid en duurzaamheid (voorkomen van kapitaalvernietiging) Voor klein onderhoud worden er jaarlijks onderhoudsrondes gepland. Groot onderhoud en vervangingen worden planmatig en integraal gepland en uitgevoerd. Type onderhoud

Onderhoudsmaatregel

Frequentie

Meldingen en calamiteiten

Herstellen van gaten en verzakkingen

Direct uitvoeren. meldingen per jaar

Klein onderhoud

Vullen van scheuren en plaatselijke reparaties

1x per jaar (voorjaar of najaar)

Herstellen van gaten en oneffenheden dmv van bakfrezen.

2x per jaar (voorjaar en najaar)

(voorkomen van kapitaalvernietiging)

Groot onderhoud

Aanbrengen van een Jaarlijkse slijtlaag wegen onderhoudsronde buitengebied Vervangen deklaag van Om de 15 jaar asfalt Vervangen onder en Om de 30 jaar tussenlagen Vervanging Vervangen complete 1x per 60 jaar constructie. In woongebied asfalt omvormen naar klinkers Tabel 7.4 Onderhoudsmaatregelen asfaltverhardingen

Meldingen en waarneming toezichthouders Meldingen en waarneming toezichthouders Visuele weginspectie, inspectie klein onderhoud en eigen waarnemingen Visuele weginspectie, inspectie klein onderhoud en eigen waarnemingen Visuele weginspectie,

Visuele weginspectie, Visuele weginspectie, Visuele weginspectie en integrale opgave

7.3 Uitwerking onderhoudsopgave en benodigd budget Jaarlijks moet er meer onderhoud uitgevoerd worden om de kwaliteit n niet verder achteruit te laten gaan en de onderhoudsachterstand in te lopen, dit kost meer geld. Met het huidige budget (€ 1.200.000) kan jaarlijks aan ca 35.000 m² onderhoud gepleegd worden, de omvang van de onderhoudsachterstand is 200.000 m². De opgave op basis van het beleidsthema’s veiligheid en duurzaamheid bedraagt gemiddeld 55.000 m² per jaar. De planningen bestaan uit verschillende onderhoudsmaatregelen per verhardingstype met ieder hun eigen kosten per m². Beschrijving Beschikbaar Cyclisch benodigd Basisplanning Beleidsthema Veiligheid en duurzaamheid

Budget (€/jaar)

Onderhoud (m²/jaar)

€ 1.200.000 € 3.200.000 € 3.000.000

35.000 m² 91.500 m² 120.000 m²

€ 1.500.000

55.000 m²

Tabel 7.3 Verschil onderhoudsopgave t.o.v. opgave binnen beschikbaar budget * Verschillen in bovenstaand tabel ontstaan door het verschil per verhardingstype in strategie, onderhoudsmaatregel en kostprijs per maatregel. Pagina 24 van 34

Met het huidige budget kan onvoldoende onderhoud uitgevoerd worden om de achterstand in te lopen. Om in minimaal de veiligheid te borgen en kapitaalvernietiging te voorkomen is meer onderhoud en aanvullend budget nodig. Het voorstel voor extra budget is opgenomen in het advies in hoofdstuk 8. 7.4 Vervangingen Naast onderhoud moeten de verhardingen aan het einde van hun levensduur vervangen worden. Met behulp van wegtype, verhardingssoort en jaar van aanleg zijn levensduren en vervangingstermijnen bepaald. Zoals aangegeven in hoofdstuk 3.4 is 30% van het areaal ouder dan 50 jaar en komt de komende 10-15 jaar in aanmerking voor vervanging. Dit verouderde areaal en nog niet uitgevoerde vervangingen hebben negatief effect op de kwaliteit, het benodigd onderhoud en de onderhoudskosten.

vervangingsopgave 300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 -

Asfaltverharding

Betonverharding

Elementenverharding

Afbeelding 7-4 Vervangingsopgave 2020-2084

De gemiddelde vervangingsopgave voor de komende 5 jaar is 10.000 m² (ca 2 km) per jaar. Daarnaast is er nog een achterstand in de vervangingen van ca 100.000m². Vanaf 2030 bedraagt dit 25.000 m² (ca 4-5 km) per jaar. Dat is meer dan een verdubbeling met de nodige gevolgen voor middelen en capaciteit.

Pagina 25 van 34

8

Conclusie en Advies

8.1 Conclusie De gemeente heeft 1.670.334 m² aan wegen en paden in haar beheer waarvan 1.634.300 m² verhard areaal dat bestaat uit asfalt, elementen of beton verharding. De kwaliteit van het verhard areaal is afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven, maar ligt gemiddeld nog steeds op een zeer laag/zeer slecht niveau. De omvang van het oppervlak met kwaliteitsniveau D is toegenomen van 15% naar 19%, (300.000 m²) het oppervlak met kwaliteit C is wel iets afgenomen van 7% naar 3% (50.000m²). De onderhoudsachterstand bedraagt 200.000m² en het herstel kost € 6.400.000. Oorzaken van de onderhoudsachterstand is onvoldoende onderhoudsbudget, toename areaal, hoog percentage (30%) verouderd areaal en de toegenomen kosten van het onderhoud (met hetzelfde budget kan nu minder onderhoud uitgevoerd worden). Met het huidige budget van € 1.200.000 wordt jaarlijks aan 35.000 m² uitgevoerd. De onderhoudsachterstand bedraagt 200.000 m² en op basis van veiligheid en duurzaamheid is aan minimaal 55.000 m² per jaar onderhoud nodig. Beschrijving

Budget (€/jaar)

Onderhoud* (m²/jaar)

Beschikbaar budget

€ 1.200.000

35.000 m²

Cyclisch benodigd

€ 3.200.000

91.500 m²

Basisplanning

€ 3.000.000

120.000 m²

Onderhoudsachterstand

€ 6.400.000

200.000 m²

Beleidsthema Veiligheid en duurzaamheid

€ 1.500.000

55.000 m²

Benodigd budget

Tabel 8.1 overzicht beschikbaar en benodigde onderhoudsbudgetten (* Verschillen in bovenstaand tabel ontstaan door het verschil in strategie per verhardingstype, onderhoudsmaatregel en kostprijs per maatregel.)

Om in minimaal de veiligheid te borgen en kapitaalvernietiging te voorkomen moet jaarlijks meer onderhoud uitgevoerd worden, hiervoor is aanvullend budget nodig. 8.2 Advies De omvang van de onderhoudsachterstand is te groot om financieel en qua capaciteit in 1 of 2 jaar op te kunnen pakken. Er is daarom gezocht naar een manier om het onderhoud gerichter en duurzamer uit te kunnen voeren. Hiervoor is een functioneel en risico-gestuurde onderhoudsstrategie opgezet. Met deze strategie wordt de onderhoudsopgave geprioriteerd op basis van de beleidsthema’s veiligheid en duurzaamheid. Dit geeft richting aan de volgorde van de uitvoering van de omvangrijke onderhoudsopgave.

Pagina 26 van 34

Om de veiligheid te kunnen borgen, kapitaalvernietiging te voorkomen en de onderhoudsachterstand niet verder op te laten lopen zal jaarlijks aan minimaal 55.000 m² onderhoud gepleegd moeten worden. Dit kost € 1.500.000 en hiervoor is een aanvulling op het huidige onderhoudsbudget nodig van € 300.000. De onderhoudsachterstand is 200.000m², om dit weg te werken is € 6.400.000 nodig. Het uitvoeren van een opgave met deze omvang is met de beschikbare interne en ook externe capaciteit niet realistisch. Om de onderhoudsachterstand toch aan te kunnen pakken (eis verantwoording BBV) en het met de huidige organisatie ook aan te kunnen sturen, stellen we voor om het onderhoudsbudget de komend 5 jaar te verhogen met € 300.000. Beschrijving

Budget (€/jaar)

Beschikbaar budget

€ 1.200.000

35.000 m²

€

300.000

15.000 m²

€

300.000

9.500 m²

€

1.800.000

59.500 m²

Onderhoudsstrategie Veilig en Duurzaam met gericht klein en groot onderhoud Groot onderhoud t.b.v. inlopen onderhoudsachterstand Nieuw onderhoudsbudget

Onderhoud* (m²/jaar)

Tabel 8.2 Benodigd onderhoudsbudget * Verschillen in bovenstaand tabel ontstaan door het verschil in strategie per verhardingstype, onderhoudsmaatregel en kostprijs per maatregel.

Risico’s Van de verhardingen ligt 300.000m² (19%) op kwaliteit en 200.000m² een onderhoudsachterstand. Volgens de landelijke richtlijn ligt de waarschuwingsgrens voor onderhoud bij kwaliteit B, waarbij zodanige schade is geconstateerd dat binnen 3-5 jaar onderhoud nodig. Bij kwaliteit C is de richtlijn overschreden en is binnen 2 jaar onderhoud nodig. Op het moment dat kwaliteitsniveau C wordt overschreden, wordt de grens van verantwoord wegbeheer overschreden. Hierbij ontstaat de kans op kapitaalvernietiging en wordt de kans op ongevallen en aansprakelijkheid van de gemeente door een slechte staat van de kwaliteit van de verhardingen groter. Bij kapitaalvernietiging is, door uitstel van onderhoud, een zwaardere en in omvang grotere maatregel nodig waardoor de herstelkosten duurder worden dan de initieel geplande maatregel. Voorstel: Om de onderhoudsachterstand niet verder op te laten lopen, de veiligheid van de weggebruiker te borgen en kapitaalvernietiging te voorkomen vragen wij u: Pagina 27 van 34

-

In te stemmen met de onderhoudsstrategie gebaseerd op functioneel beheer en risico-gestuurd onderhoud De beleidsthema’s veiligheid en duurzaamheid te hanteren voor de prioritering van de onderhoudsopgave Een budget van jaarlijks € 300.000 toe te voegen aan de voorziening groot onderhoud wegen, voor uitvoering van de onderhoudsstrategie en het stabiliseren van het huidige kwaliteitsniveau. Een budget van jaarlijks € 300.000 toe te voegen aan de voorziening groot onderhoud wegen, voor het inlopen van de onderhoudsachterstand waarmee voldaan wordt aan de richtlijnen van de BBV

Pagina 28 van 34

Bijlage 1

Wettelijk kader

De wettelijke kaders worden hieronder en op de volgende pagina’s uitgebreider beschreven. Wettelijk kader Wegbeheer kan worden gedefinieerd als de zorg voor het blijven voldoen van alle verhardingen aan de wettelijke eisen en richtlijnen, een en ander binnen de beleidskaders vastgesteld door de beheerder. BBV De gemeenteraad en het college moeten inzicht geven in de benodigde onderhoudsbudgetten, op een financieel transparante wijze, op grond van artikel 12 BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Voor het beheer van de openbare ruimte is het gebruiken van een systematiek wettelijk verplicht. De begroting moet voortvloeien uit beleidskaders en de financiële consequenties daarvan. ‘Een essentieel onderdeel van de inhoud van deze paragraaf wordt bepaald door het gekozen ambitieniveau, de staat van onderhoud van de desbetreffende kapitaalgoederen en de kosten die hiermee gemoeid zijn. Hierbij dient in acht te worden genomen dat achterstallig onderhoud leidt tot kapitaalvernietiging en afwaardering wanneer sprake is van duurzame waardevermindering (artikel 65 van het BBV). Bij een tijdelijke waardevermindering vanwege achterstallig onderhoud (zonder afwaardering) dienen de lasten van het wegwerken van achterstallig onderhoud ineens ten laste van de exploitatie te worden gebracht’ (Bron. BBV, notitie kapitaalgoederen). Exploitatie is hier Pagina 29 van 34

gedefinieerd als planmatig onderhoud. Een beheersystematiek dient tenminste te voldoen aan de volgende eisen. Het beleidskader moet aangegeven worden en het beheerbeleid moet hierop aansluiten. De financiële consequenties van deze kaders moeten in een begroting worden vertaald. Tevens moet de beheerder ervoor zorgdragen dat de functie van de openbare ruimte kan worden vervuld. Voor wegen houdt dit in dat de beheerder ervoor moet zorgen dat de weggebruiker (waaronder ook fietsers en voetgangers) zich doelgericht, veilig en comfortabel over de openbare weg kan verplaatsen. Hieronder valt ook het verzamelen, verdelen en kruisen van verkeer, alsmede het vertrekken, keren, draaien, stoppen en stallen van voertuigen. Daarnaast heeft de beheerder zich te houden aan de wettelijke kaders zoals hierna beschreven. Wegenwet (1991) (zorgplicht en onderhoud) Volgens de Wegenwet moet de wegbeheerder zorgen dat de binnen zijn gebied liggende wegen in goede staat verkeren. Zonder aansprakelijkheid te scheppen doet deze wet een beroep op de maatschappelijke plicht van de beheerder op te treden als goed rentmeester. Daarbij wordt de beheerder verplicht voorzieningen regelmatig en duurzaam te onderhouden. Tevens verplicht de Wegenwet wegbeheerders tot het bezit van een Wegenlegger.

Deze Wegenlegger is een registratie-instrument waarin voor wegen buiten de bebouwde kom wordt aangegeven wie de beheerder is en wat zijn rechten en plichten zijn. De wegbeheerder dient in het kader van zijn verantwoordelijkheid te beschikken over basisgegevens (zoals eigendom, areaal of kwaliteit) om zich te kunnen oriënteren op de zaak waarover het gaat. Wegenverkeerswet (1994) (verkeersregels) De Wegenverkeerswet 1994 verwacht dat de wegbeheerder streeft naar maatregelen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van de wegen waarborgen. De wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker, maar schrijft geen maatregelen voor. Het gaat hierbij vooral om functioneel beheer. Burgerlijk wetboek (Algemene zorgplicht en risicoaansprakelijkheid) Volgens artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het beheer van de openbare ruimte past in dit grondwetsartikel en van oudsher wordt de zorg voor een goede infrastructuur dan ook als een taak van de overheid gezien. Met de inwerkingtreding van het nieuwe Burgerlijk Wetboek is ten opzichte van het oude Burgerlijk Wetboek de bewijslast omgedraaid. De beheerder kan nu aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg.

Dit betekent dat een preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie, regelmatige inspecties volgens de landelijk geaccepteerde methode en een goed werkend systeem van rationeel wegbeheer onontbeerlijk zijn. Op basis van publicatie 185 ‘Handboek aansprakelijkheid beheer openbare ruimte’ van het CROW en A.O.G. (Aansprakelijkheids-Onderlinge van Gemeenten) is gebleken dat het aantal schadeclaims vooralsnog beperkt is toegenomen. Het percentage claims dat wordt toegekend stijgt echter duidelijk, net als het aantal claims met letselschade. Dit heeft een negatieve invloed op de kosten, de tijdsbesteding en het imago van de beheerder. Claims hebben vooral betrekking op het beheerproduct ‘wegen’ en niet zozeer op bijvoorbeeld groen, water, reiniging. De cijfers onderbouwen in deze zin de noodzaak aandacht te schenken aan het terugdringen van het aantal claims, vooral die met letselschade, en vooral op het gebied van wegbeheer.

Pagina 30 van 34

De wettelijke aansprakelijkheid kan worden onderverdeeld in twee hoofdvormen: risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid. Risicoaansprakelijkheid Artikel 6:174 BW regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder indien de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg. Er is sprake van een gebrek aan de weg indien de weg niet voldoet aan de eisen die men onder de gegeven omstandigheden eraan mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek. Aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of de wegbeheerder het gebrek kende of behoorde te kennen. Ook wordt voorbijgegaan aan de vraag of de wegbeheerder een verwijt valt te maken ten aanzien van de aanwezigheid van een gebrek. Is eenmaal vastgesteld dat schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder onder de aansprakelijkheid uit te komen een beroep te doen op de ‘tenzij clausule’. De tenzij clausule houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is, als een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. Een beroep op deze clausule dient goed te worden onderbouwd.

Schuldaansprakelijkheid Indien de schade niet het gevolg is van een gebrek aan de weg zelf, maar van de aanwezigheid van losse voorwerpen of substanties op de weg (die geen deel uitmaken van de weg) kan als praktische vuistregel gesteld worden dat artikel 6:174 BW niet van toepassing is. In dergelijke gevallen dient de aansprakelijkheid te worden beoordeeld op grond van artikel 6:162 BW. Toerekenbaar tekortschieten van de wegbeheerder in zijn zorgplicht de onder zijn beheer vallende wegen naar behoren te onderhouden is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid. Dit moet door de gedupeerde worden aangetoond. In tegenstelling tot artikel 6:174 BW, geldt voor artikel 6:162 BW dat de wegbeheerder aan de aansprakelijkheid kan ontkomen door aan te tonen dat hij niet op de hoogte was (of had kunnen zijn) van de betreffende situatie. Zowel bij de risicoaansprakelijkheid als schuldaansprakelijkheid kan eigen schuld van de weggebruiker de schadevergoedingsplicht van de wegbeheerder verminderen. Geconcludeerd wordt dat de bepalingen uit het nieuwe Burgerlijk Wetboek over de aansprakelijkheid van de wegbeheerder niet zijn toegespitst op specifieke gevallen. In de rechtspraak wordt nader bepaald op welke wijze de wettelijke bepalingen worden toegepast.

De wegbeheerder kan de kans op claims verkleinen door een goed functionerend onderhouds-, meldingen- en inspectieproces na te leven. De nadelige gevolgen van claims verminderen door een goed functionerend klachtenbehandelingsproces.

Pagina 31 van 34

Bijlage 2

Stappen uit beheerproces

Stap 1 – Visuele weginspectie Op basis van een tweejaarlijkse visuele weginspectie wordt een actueel beeld gekregen van de conditie van het wegennet. Een visuele inspectie wordt uitgevoerd om de met het oog waarneembare schade aan de bovenzijde van de verharding tijdig vast te stellen. Door de inspectie uit te voeren volgens de CROW-inspectiemethode (omschreven in CROW-publicatie 146), wordt de kwaliteit van de verhardingen eenduidig vastgelegd. Na het uitvoeren van de inspectie dienen de tijdens de inspectie geconstateerde afwijkingen tussen het databestand (de digitale wegbeheergegevens) en de situatie in het veld doorgevoerd te worden in het wegbeheerbestand. Hierdoor is de basis voor de berekeningen actueel en betrouwbaar. Stap 2 – Opstellen basisplanning met behulp van Geo Visia Nadat de inspectiegegevens zijn ingevoerd worden door het wegbeheerprogramma, aan de hand van de buiten geconstateerde schadebeelden en de ouderdom van de constructie per wegvakonderdeel, voor de komende vijf jaar, per jaar, de te onderhouden wegvakonderdelen geselecteerd, het voor die onderdelen benodigde type onderhoud vastgesteld en de daarmee gepaard gaande kosten berekend en vastgelegd in de basisplanning. De basisplanning brengt in beeld wat het minimaal technisch benodigde budget is om het wegennet op verantwoorde wijze in stand te houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16987748/1