CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte gemeente West Maas en Waal

Gemeenteraad 8 december 2022, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.03268016.347 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

27

7. STRATEGIE VOOR HET VERVOLG In de periode tot 2050 werken we toe naar een aardgasvrij West Maas en Waal. Omdat dit een grote en ingewikkelde opgave is, is het noodzakelijk om hiervoor ook op korte termijn al stappen te zetten die haalbaar en betaalbaar zijn. In West Maas en Waal doen we dat via de volgende sporen: 0) Verkennend onderzoek warmtetransitie 1) Stimuleren van energiebesparing en isolatie 2) Individuele oplossingen mogelijk maken 3) Nader onderzoek naar collectieve oplossingen De sporen werken we na vaststelling van de Transitievisie Warmte uit in een gemeentebreed uitvoeringsprogramma, met concrete acties, budgetten en organisatorische afspraken. 7.1 Spoor 0: Verkennend onderzoek warmtetransitie Alhoewel er vanuit de technische/economische analyse geen voorkeursgebieden naar voren komen, willen we tijd na de bestuurlijke vaststelling gebruiken om op zoek te gaan naar mogelijkheden voor samenwerking en energie in onze samenleving. We doen dit enerzijds door de richting in de Transitievisie Warmte te communiceren met de samenleving. Daarnaast gaan we, op basis van de uitgangspunten die we in een verkennend onderzoek met het bestuur en de organisatie nog gaan uitvoeren, op zoek naar en in gesprek met bewoners en/of -organisaties in onze samenleving om de dialoog over de warmtetransitie aan te gaan.

Waar zit de energie, waar schuurt het en hoe kunnen we elkaar hierbij ondersteunen en versterken. Ieder vanuit zijn/haar specifieke rol en vanuit duidelijke kaders. Vanuit de gemeente kunnen we dit proces faciliteren, prikkelen en aanjagen (vanuit onze rol als regisseur van de warmtetransitie), mits het Rijk hiervoor de middelen beschikbaar stelt. We doen dit vanuit een open houding, accepteren de mogelijke wrijving die ontstaat, leren hiervan en nemen deze resultaten mee in de verder uitrol van de warmtetransitie. 7.2 Spoor 1: Stimuleren van energiebesparing en isolatie Energie besparen en gebouwen beter isoleren zijn de eerste stappen voordat gebouwen aardgasvrij kunnen worden. West Maas en Waal heeft daarom een

ambitie voor

energiebesparing en isolatie vastgelegd. We sluiten hierbij aan bij de ambitie uit het Gelders Energieakkoord van 1,5% energiebesparing per jaar. Ten opzichte van 2019 komt dat neer op 15% energiebesparing in 2030. Ook willen we dat woningen in 2030 gemiddeld energielabel B hebben behaald (voor kantoren geldt dan energielabel A; landelijke doelstelling). Een woning of gebouw is niet van het ene op het andere moment aardgasvrij. De eerste stap richting aardgasvrij bestaat uit het besparen van energie, onder andere door betere isolatie. Dit vraagt vaak serieuze aanpassingen aan het pand. Denk aan spouwmuur-, vloer- en dakisolatie en 14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

28

HR++(+)glas. In de bijlage is een figuur opgenomen met de geen spijt maatregelen, afhankelijk van het bouwjaar van de woning. Gebouweigenaren kunnen direct aan de slag met energiebesparing, maar deze aanpassingen kosten geld en zijn niet altijd eenvoudig uitvoerbaar. Het minimaal benodigde isolatieniveau hangt ook af van de uiteindelijke warmteoplossing. Voor een individuele warmtepomp is bijvoorbeeld minimaal schillabel B nodig, voor een hybride warmtepomp of aansluiting op een warmtenet is label C of D voldoende (dit is afhankelijk van de temperatuur van de warmteoplossing). We maken daarom onderscheid in ‘geen spijt’ maatregelen en aanvullende maatregelen. De geen spijt maatregelen zijn altijd goed, onafhankelijk van de warmteoplossing. Wie meer energie kan of moet besparen, kiest ook voor de aanvullende maatregelen (zie figuur in de bijlage). In onderstaande tabel is te zien hoeveel energiebesparing er behaald kan worden alle ‘geen spijt’ maatregelen uitvoeren12. De tabel richt zich alleen op de woningen.

Buurt

Woningen

Berekend warmteverbruik woningen

Maximaal besparingspotentieel

Besparingsdoelstelling

(CBS)

(woning verblijfsobjecten)

(berekend)

(bij alle geen spijt maatregelen)

in 2030

#

TJ

TJ

%

%

Alphen kern

388

20,9

4,6

22%

16%

Alphen buitengebied

350

24,2

5,6

23%

17%

Altforst kern

143

7,7

1,5

19%

14%

Altforst buitengebied

73

6,1

1,6

26%

19%

Appeltern kern

224

11,2

2

18%

13%

Appeltern buitengebied

126

9,9

2,4

24%

18%

Beneden-Leeuwen

2.652

113,9

22,3

20%

14%

Beneden-Leeuwen buitengebied

401

16,3

2

12%

9%

Boven-Leeuwen

626

30,3

5,9

19%

14%

Boven-Leeuwen buitengebied

300

20,1

4,8

24%

17%

1.190

56,6

11,3

20%

15%

Dreumel buitengebied

347

24,5

5,6

23%

17%

Maasbommel kern

321

16,6

3,2

19%

14%

Maasbommel buitengebied

189

13,7

3,3

24%

18%

Wamel kern

945

44,4

9,1

20%

15%

Dreumel kern

Wamel buitengebied TOTAAL

113

9,4

2,3

24%

18%

8.388

425,8

87,5

21%

15%

1

Gericht op isolatiemaatregelen. Berekend op basis van het toepassen van HR++ glas, kierdichting, dak-, spouwmuur- en vloerisolatie. Het huidige warmteverbruik, de isolatiemogelijkheden en de maximale energiebesparing zijn per buurt berekend voor alle woningen (geen andere gebouwen) op basis van het bouwjaar, woningtype en huidig energielabel. 2 In de bijlage is een toelichting op de gebruikte energie-eenheden opgenomen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

29

Als we alle woningen in onze gemeente goed isoleren, kan er ongeveer 21% op de warmtevraag worden bespaard. Het gaat om ongeveer 88 TJ, ofwel 2,5 miljoen kuub aardgas per jaar. Het is onze ambitie om in 2030 15% energie te besparen, ten opzichte van 2019. Voor onze woningen betekent dit dat de komende jaren bijna driekwart van alle geen spijt maatregelen 3 uitgevoerd moeten worden. De totale kosten van deze maatregelen bedragen ongeveer 77 miljoen euro. Gemiddeld bedraagt dit per woning4 ruim 9.000 euro. Afhankelijk van de woning kunnen deze kosten wel sterk variëren. Voor alle andere gebouwen, zoals kantoren en winkelpanden, geldt deze opgave ook. Als gemeente streven wij ernaar om in 2030 15% op het warmteverbruik van de gehele gebouwde omgeving5 te besparen. Om onze inwoners zo goed mogelijk te begeleiden bij deze gezamenlijke opgave, bieden we ondersteuning aan via ons Energieloket. In het nog op te stellen uitvoeringsprogramma gaan we verder in op de mogelijkheden die we op deze manier bieden.

7.3 Spoor 2: Individuele oplossingen in beeld brengen In onze gemeente vraagt de warmtetransitie voorlopig op veel plekken om individuele oplossingen. Via het eerste spoor spelen we hier al op in, maar met alleen isoleren en besparen is een gebouw natuurlijk nog niet aardgasvrij. Zoals toegelicht zijn de meest gangbare technieken om een gebouw niet meer met aardgas te verwarmen, de all-electric warmtepomp en een hybride warmtepomp met hernieuwbaar gas. Beide systemen vragen om aanpassingen in de woning, waar naast het aanbrengen van extra isolatie ook de cv-ketel vervangen moet worden. In het verlengde daarvan vragen deze oplossingen ook om aanpassing van de infrastructuur: als woningeigenaren massaal overstappen naar all-electric oplossingen, dan is uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk. En bij de hybride warmtepomp is nog steeds een gasnet nodig, maar dan met hernieuwbaar gas (groen gas of waterstof). De komende tien jaar is dat nog niet op grote schaal beschikbaar, waardoor de hybride warmtepomp op dit moment vooral een tijdelijke ‘tussenoplossing’ is: er wordt minder aardgas mee verbruikt dan met een reguliere cv-ketel, maar het is nog geen aardgasvrije oplossing. Om individuele keuzes mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat de infrastructuur hier geschikt voor is en blijft, is nauwe samenwerking tussen inwoners, gemeente en netbeheerder nodig.

In ons gemeentebrede uitvoeringsprogramma lichten we toe hoe we deze samenwerking vormgeven. Daarnaast ondersteunen wij onze inwoners ook bij dit spoor via het Energieloket West Maas en Waal.

3

Om 15% op de warmtevraag van de woningen te besparen dient 73% van alle geen spijt maatregelen uitgevoerd te worden. Hiermee bedoelen we het toepassen van HR++ glas, kierdichting, dak-, spouwmuur- en vloerisolatie in 73% van alle woningen waar dit mogelijk is. Woningen die al goed geïsoleerd zijn hoeven geen maatregelen te treffen. 4 Alleen gerekend voor de woningen waar (een deel van) deze maatregelen nog getroffen kunnen worden. 5 Alle gebouwen zoals woningen, winkels en kantoren

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

30

7.4 Spoor 3: Nader onderzoek naar collectieve oplossingen Hoewel in West Maas en Waal voorlopig geen collectieve oplossingen in beeld zijn, kunnen deze de komende jaren wel alsnog in beeld komen. Bijvoorbeeld vanuit een bewonersinitiatief, regionale samenwerkingsmogelijkheden of technologische ontwikkelingen die we nu nog niet voorzien. Omdat collectieve oplossingen over het algemeen financieel voordeliger zijn dan individuele oplossingen, gaan we hier nader onderzoek naar doen als zich een reële mogelijkheid aandient. Ondertussen blijven we onze inwoners stimuleren om via de andere twee sporen zoveel mogelijk bij te dragen aan onze doelstellingen.

7.4 Spoor 4: Van visie naar uitvoering In het Klimaatakkoord heeft het Rijk afgesproken dat gemeenten na het vaststellen van startwijken (voorkeursgebieden) in de Transitievisie Warmte een uitvoeringsplan per wijk opstellen. In West Maas en Waal wijzen we voorlopig echter geen voorkeursgebieden aan, omdat uit de analyse blijkt dat er geen argumenten zijn om in een bepaald gebied te beginnen. Wel gaan we onze inwoners via spoor 1 en 2 zoveel mogelijk ondersteunen om energie te besparen en individuele oplossingen mogelijk te maken. Hiervoor stellen we samen met inwoners en stakeholders een gemeentebreed uitvoeringsprogramma op, waarin we concrete acties, activiteiten en budgetten benoemen om onze doelstellingen te behalen. Ondertussen blijven we als slimme volger de ontwikkelingen in de markt en samenleving in de gaten houden, zodat we via spoor 3 ook kansen op collectieve oplossingen kunnen benutten als deze zich voordoen. Tot slot stellen we de Transitievisie Warmte iedere vijf jaar bij, zodat we in blijven spelen op actuele ontwikkelingen in de warmtetransitie. Daardoor blijven we structureel in gesprek met inwoners, vastgoedeigenaren, stakeholders en andere relevante partners en zorgen we dat de warmtetransitie in West Maast en Waal aan blijft sluiten bij onze lokale behoeftes en mogelijkheden.

7.5 Monitoring en rapportage Het is noodzakelijk dat we in onze gemeente de voortgang van de warmtetransitie en het effect van onze inzet kunnen volgen. Het doel van de energietransitie is het terugdringen van onze uitstoot van broeikasgassen, met de CO2 naar 0 in 2050 als voornaamste indicator. Daarom nemen we de uitstoot van CO2 binnen West Maas en Waal als leidraad voor onze voortgang, dit in combinatie met de hoogte van ons energieverbruik. Hierover rapporteert de gemeente jaarlijks, zodat indien nodig bijgestuurd kan worden. Voor deze monitoring gebruiken we bekende bronnen als de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat en het platform waarstaatjegemeente.nl.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

31

Bijlage 1: Begrippenlijst Aardgasvrij: In 2050 moeten alle gebouwen in Nederland aardgasvrij zijn. Dat betekent dat er geen aardgas meer wordt gebruikt om woningen, kantoorpanden en andere gebouwen te verwarmen, te koken en om warm water te maken. In plaats van aardgas worden duurzame warmteoplossingen geïmplementeerd om toch comfortabele warme gebouwen te hebben, warm te kunnen douchen en om te kunnen koken. Bijvoorbeeld een warmtepomp of een warmtenet. Aardgasvrij-ready: Om alle gebouwen in Nederland aardgasvrij te laten zijn in 2050, zijn meerdere stappen nodig. Direct op korte termijn van het aardgas afgaan is vaak te duur en ook zijn niet alle alternatieven overal al beschikbaar. Om de tijd tussen nu en 2050 goed te benutten, kunnen we echter al wel stappen zetten. Bijvoorbeeld door de gebouwen te isoleren, het gasfornuis te vervangen door een inductiekookplaat of door zonnepanelen te plaatsen. Dat noemen we het aardgasvrij-ready maken van de gebouwen: er voor zorgen dat de uiteindelijke afkoppeling van het aardgas in de toekomst makkelijk(er) verloopt. Aardwarmte: Aardwarmte (ook wel geothermie genoemd) is warmte die uit de diepe ondergrond (dieper dan 500 meter) wordt gehaald. De temperatuur is zo diep onder de grond hoger omdat het binnen in de aarde heel erg heet is. Aardwarmte wordt met een warmtenet naar woningen gebracht.

Er bestaat zowel diepe als ondiepe aardwarmte. Vaak moet de warmte uit ondiepe geothermie nog opgewaardeerd worden voordat het gebruikt kan worden voor verwarming van huizen. Afgiftetemperatuur: Bij collectieve oplossingen (warmtenetten) wordt er via een leidingennetwerk met warm water warmte geleverd aan de aangesloten gebouwen. Dat warme water wordt verwarmd door een warmtebron (zie voor meer informatie hierover ook de term warmtenet). De temperatuur die door dit warme water wordt geleverd – de afgiftetemperatuur – verschilt naargelang de warmtebron. De tem van het warme water kan echter verschillen. Vaak wordt er onderscheid gemaakt tussen lage-, midden- en hogetemperatuur warmte. Daarnaast is er ook nog een zogeheten bronnet: -

Een bronnet levert warmte met een temperatuur tussen de 10°C en de 30°C

-

Lagetemperatuur (LT) warmte heeft een temperatuur tussen de 30°C en de 55°C.

-

Middentemperatuur (MT) warmte heeft een temperatuur tussen de 55°C en de 75°C.

-

Hogetemperatuur (HT) warmte heeft een temperatuur van 75°C of hoger.

Warmtenetten op basis van midden- of hogetemperatuur warmtebronnen hebben geen aanvullende warmtepompen nodig. Wel kan – zeker bij middentemperatuur – aanvullende isolatie nodig zijn. Bij warmtenetten op basis van lagetemperatuur is een aanvullende (buurt)warmtepomp nodig om de woning of het gebouw comfortabel te kunnen verwarmen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

32

All-electric: Een warmteoplossing die alleen gebruik maakt van elektriciteit. Er is bij een all-electric warmteoplossing geen gebruik van het gasnet of een warmtenet. Voorbeelden van een all-electric warmteoplossing zijn: -

Warmtepomp (lucht-lucht, lucht-water, bodem-water)

-

Elektrische kachel

-

Infraroodpanelen

Aquathermie: Aquathermie is de verzamelterm voor duurzaam verwarmen (en, wanneer er gebruik wordt gemaakt van WKO, koelen) met de thermische energie uit water. Aquathermie is één van de alternatieven voor duurzaam verwarmen die is genoemd in het Klimaatakkoord. Er zijn meerdere vormen van aquathermie: -

Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO);

-

Thermische energie uit afvalwater, ook wel riothermie genoemd (TEA);

-

Thermische energie uit drinkwater (TED).

Biogas: Een gas dat ontstaat bij de vergisting van biomassa en gebruikt kan worden als alternatief voor aardgas. Wanneer het opgewaardeerd wordt tot groen gas kan het rechtstreeks in het gasnet ingevoed worden. Biomassa: Biomassa bestaat uit organisch, natuurlijk materiaal (hout, snoeiafval, zuiveringsslib, afval uit de voedingsindustrie, etc.) en kan verbrand of vergist worden, waarmee energie wordt opgewekt. Broeikasgassen: Gassen die de warmtestraling van de aarde vasthouden, waardoor er een warmer klimaat ontstaat. Broeikasgassen zijn onder andere kooldioxide (CO2) en methaan (CH4). Duurzame energie: Energie die wordt opgewekt uit natuurlijke, herbruikbare bronnen: biomassa, zon, wind, bodem en water. Duurzame warmteoplossingen: Manieren om gebouwen op een duurzame manier te verwarmen. Daarmee worden warmtebronnen bedoeld die weinig negatieve gevolgen hebben voor het klimaat en geen CO 2 uitstoten. Duurzaamheid (duurzame ontwikkeling): Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de levensbehoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generaties tekort te doen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

33

Energieneutraal: Een woning, gebouw, gebied of activiteit is energieneutraal als het energieverbruik op jaarbasis nul is. Daarbij kan eventueel ook het energieverbruik van het (bouw)materiaal worden meegenomen. Energietransitie: De omschakeling van gebruik van fossiele energiebronnen, zoals aardgas en aardolie, naar duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, windenergie, geothermie, warmtepompen, et cetera. CO2-neutraal: Een woning, gebouw, gebied of activiteit is CO2-neutraal als de CO2-uitstoot op jaarbasis netto nul is. Over een jaar gezien wordt er minstens evenveel CO2 opgenomen als uitgestoten. Dat kan ook door compensatie plaatsvinden. College van B&W: Het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van de gemeente. Communicatie- en participatieplan: Een plan waarin staat beschreven hoe de gemeente de communicatie richting andere partijen vormgeeft en andere partijen betrekt. Energieregio Rivierenland: Een samenwerkingsverband van Samenwerkende Woningcorporaties Rivierenland, Liander, Greenport Gelderland, Gebiedscoöperatie Rivierenland, VNO-NCW Rivierenland, de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel, provincie Gelderland en Waterschap Rivierenland. In onze Energieregio werken wij gezamenlijk aan de energievoorziening van onze regio.

De Energieregio Rivierenland wordt ook wel FruitDelta Rivierenland genoemd. Geen spijt maatregelen: Geen-spijtmaatregelen zijn maatregelen die in principe altijd lonen. Ze dragen bij aan het duurzaam verminderen van het energie- en/of het aardgasverbruik en zorgen daardoor voor een lagere energiebehoefte. Geen-spijtmaatregelen zijn altijd zinvol, ongeacht de uiteindelijke warmte-oplossing. Voorbeelden zijn isolatie, dichten van kieren en gaten en het vervangen van het gasfornuis door een inductiekookplaat. Dit zijn maatregelen die goed terug te verdienen zijn. Omdat het vervangen van de cv-ketel door een duurzame warmteoplossing over het algemeen pas de laatste stap is in de verduurzaming van een gebouw, is het aan te raden de geenspijtmaatregelen uit te voeren wanneer daarvoor een juist moment is. Gelders Energieakkoord: Een provinciaal samenwerkingsverband van bijna 250 Gelderse organisaties, waarmee gezamenlijk klimaatdoelstellingen worden nagestreefd.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

34

Gemeenteraad: De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan binnen een gemeente en bestaat uit een aantal gekozen volksvertegenwoordigers (afhankelijk van de grootte van een gemeente). Geothermie: Warmte die uit de bodem wordt gehaald en naar woningen wordt gebracht. Groengas: Een vorm van biogas die is opgewerkt tot dezelfde kwaliteit als aardgas. Om groengas toe te passen is dus geen aanpassing aan installaties of leidingen nodig. Hernieuwbaar gas: Een hernieuwbaar gas is een duurzaam soort gas. Dit kan biogas of groengas zijn, maar ook waterstof. Waterstof is alleen hernieuwbaar als het wordt gemaakt door water met behulp van duurzame elektriciteit te splitsen in waterstofgas en zuurstofgas. Hernieuwbaar gas kan worden verbrand in een (aangepaste) cv-ketel. Die zal altijd in combinatie met een hybride warmtepomp gebruikt worden, omdat de beschikbaarheid van hernieuwbare gassen beperkt is. Hybride: In het algemeen betekent een hybride warmteoplossing een oplossing die bestaat uit twee verschillende warmteoplossingen. Meestal is dat een elektrische warmtepomp aangevuld met een cv-ketel die wordt gestookt op gas. Dat kan in het begin nog aardgas zijn, maar later moet dat worden vervangen door een vorm van hernieuwbaar gas. Klimaatakkoord: In dit nationale akkoord staan ruim 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en 49% CO2-reductie in 2030 te realiseren.

Het einddoel is om in 2050 CO 2-neutraal te zijn. Klimaatneutraal: Een woning, gebouw, gebied of activiteit is klimaatneutraal als er geen positief of negatief effect op het klimaat is. In de praktijk betekent dit dat er geen extra CO 2 of andere broeikasgassen vrijkomen. Koppelkansen: Mogelijkheden die ontstaan doordat de omstandigheden op een bepaalde locatie gunstig zijn om aan de slag te gaan. Denk aan een afgeschreven gasnet, geplande werkzaamheden of een kansrijk bewonerscollectief. Lagetemperatuur verwarming: Een aangepast verwarmingssysteem dat in het gebouw moet worden aangelegd om het comfortabel te kunnen verwarmen met lagetemperatuur warmte (zie ook afgiftetemperatuur). Dit bestaat uit aangepaste (muur)radiatoren en/of vloerverwarming.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

35

Maatschappelijke kosten: Met maatschappelijke kosten worden de kosten voor de hele maatschappij bedoeld. De maatschappelijke kosten zijn een optelsom van allerlei aspecten, zoals de kosten van het gebruiken van een warmtebron, tot het aanleggen van de infrastructuur en de kosten om in een woning gebruik te maken van de warmte. De officiële benaming voor maatschappelijke kosten zijn Nationale Kosten. Monitoring: In beeld brengen en houden van ontwikkelingen. In de warmtetransitie kan dat op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door bij te houden hoeveel CO2 minder is uitgestoten in vergelijking met een ander jaar. Of door bij te houden hoeveel woningen zijn geïsoleerd of van het aardgas af zijn gegaan. Netbeheerder: De organisatie die in een regio zorgt dat het elektriciteits- of gasleidingnetwerk naar behoren functioneert, in dit geval Liander. Omgevingsvisie: Een integrale, ruimtelijke langetermijnvisie van een gemeente voor de hele fysieke leefomgeving. Planbureau voor de Leefomgeving (PBL): De Nederlandse overheidsinstantie voor het maken van strategische beleidsanalyses op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Regionale Energiestrategie (RES): Een document van de energieregio, waarin wordt beschreven hoe en waar duurzame energie opgewekt gaat worden.

Regionale Structuur Warmte (RSW): Een document van de energieregio, waarin wordt beschreven welke (bovenlokale) warmtebronnen er beschikbaar zijn. De RSW maakt onderdeel uit van de RES. Restwarmte: Restwarmte is warmte die ontstaat of overblijft bij een ander proces. Kenmerk van restwarmte is dat deze warmte in dat proces geen verdere toepassing of nut heeft. Veel restwarmte komt voor in de industrie, waarbij bedrijven producten maken. Daarvoor is hitte nodig (bijv. ovens, lasapparatuur, e.d.). Die warmte kan aan een warmtenet worden geleverd om zo woningen en gebouwen te verwarmen. Schillabel Een schillabel is het energielabel van een gebouw zonder maatregelen zoals zonnepanelen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

36

Transitievisie Warmte (TVW): Een gemeentelijk document met daarin de visie hoe de gebouwen de komende 30 jaar van het aardgas afgaan. Warmte-uitvoeringsplan (WUP): In een warmte-uitvoeringsplan staat hoe we de doelen vanuit de Transitievisie Warmte concreet gaan maken voor een wijk, buurt of dorp. Dit plan wordt voor één of meerdere wijken/buurten/dorpen opgesteld. Uiteindelijk worden er Warmte-uitvoeringsplannen opgesteld voor alle wijken, buurten en dorpen. Het WUP wordt samen met bewoners, ondernemers, maatschappelijke partijen en professionele stakeholders opgesteld. Warmtenet: Een netwerk van leidingen met warm water voor de verwarming van huizen en gebouwen. Ook wel stadsverwarming genoemd. Warmtepomp: Een elektrisch en energiezuinig alternatief voor de traditionele cv-ketel. Een warmtepomp werkt op elektriciteit en maakt gebruik van het verschil in temperatuur tussen twee ruimten. Duurzame warmteoplossingen die gebruik maken van een warmtepomp zijn: -

All-electric. In deze situatie wordt alle warmte opgewekt met een warmtepomp. Koken en de verwarming van warm tapwater komt in deze situatie van een boiler en/of een inductiekookplaat.

-

Hybride. In deze situatie wordt de warmte opgewekt met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. Deze cv-ketel wordt gevoed met een vorm van gas. Dat kan eerst nog aardgas zijn, maar later zal dit gas vervangen moeten worden door een hernieuwbare vorm van gas. In normale weersomstandigheden volstaat de warmtepomp, maar wanneer het erg koud is wordt er bijgestookt met de cv-ketel.

Warmte-Koude Opslagsysteem (WKO): Een systeem waarbij met twee bodemlussen warmte of koude kan worden opgeslagen in de bodem, zodat dit gebruikt kan worden wanneer er vraag is. Een WKO-systeem wordt vaak gebruikt in combinatie met aquathermie of lagetemperatuur-warmte in een (kleinschalig) warmtenet. Waterstof: Waterstof is een vorm van gas die afhankelijk van de manier van productie hernieuwbaar is. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen drie ‘kleuren’ waterstof: -

Grijze waterstof wordt gemaakt door aardgas te splitsen in waterstofgas en CO2. Dit is geen hernieuwbaar gas en wordt daarom niet meegenomen in de Transitievisie Warmte.

-

Blauwe waterstof wordt gemaakt door aardgas te splitsen in waterstofgas en CO2. De CO2 wordt bij blauwe waterstof vervolgens opgeborgen in bijvoorbeeld een leeg gasveld. Deze vorm van waterstof bestaat op dit moment (nog) niet in Nederland en is ook niet hernieuwbaar. Daarom wordt deze vorm van waterstof niet meegenomen in de Transitievisie Warmte.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

37

-

Groene waterstof wordt gemaakt door elektriciteit door water te laten lopen, waardoor het water splitst in waterstofgas en zuurstofgas. Wanneer er hierbij gebruik wordt gemaakt van duurzame elektriciteit, is groene waterstof een vorm van hernieuwbaar gas.

Warmtetransitie: De omschakeling van fossiele warmtebronnen, zoals aardgas, naar duurzame warmtebronnen, zoals aquathermie, geothermie, duurzame gassen. Woningcorporatie: Een organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van sociale huurwoningen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

38

Bijlage 2: Woningvoorraad en energieverbruik Woningvoorraad De gemeente West Maas en Waal heeft op 1 januari 2021 in totaal 19.600 inwoners en 8.200 gebouwen. Het grootste deel betreft woningen. Hiervan is circa 71% koopwoningen en 29% huurwoningen. In de onderstaande figuur zijn de (bekende) energielabels van de woningen weergegeven.

Figuur B1.2: Energielabels woningen (Energielabelatlas, 2020) Energieverbruik Het totale energieverbruik (2019) van de gebouwde omgeving in West Maas en Waal betreft 715 TJ per jaar. Hiervan is circa 505 TJ (circa 70%) afkomstig van woningen, 150 TJ van commerciële dienstverlening en 60 TJ van publieke dienstverlening. Van deze 505 TJ (circa 82%) afkomstig van woningen bestaat 415 TJ uit warmte en 90 TJ uit elektriciteit.

Figuur B1.1 Energieverbruik woningen en gebouwde omgeving (Klimaatmonitor) De hoeveelheid hernieuwbare warmte (34 TJ) is nog zeer beperkt en wordt voornamelijk opgewekt door de inzet van houtachtige biomassa (houtkachels en open haarden). De hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is circa 110 TJ en bestaat voornamelijk uit elektriciteit die is opgewekt uit waterkracht en zonnestroom. De opwek van hernieuwbare elektriciteit uit zonnestroom is sinds 2010 sterk toegenomen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

39

Het gemiddelde gasverbruik per woning is de afgelopen jaren in West Maas en Waal afgenomen van 2.140 m3 naar 1.930 m3 (circa 10%) voor koopwoningen en van 1.600 m3 naar 1.250 m3 (circa 20%) voor huurwoningen; dit is een trend die ook landelijk waarneembaar is. Het elektriciteitsverbruik is gedaald van 4.310 kWh naar 3.690 kWh (circa 14%) voor koopwoningen en van 2.920 kWh naar 2.060 kWh (circa 30%) voor huurwoningen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

40

Bijlage 3: Infographic bewonersonderzoek duurzaamheid

DUURZAAM WONEN IN GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL

ONDERZOEK DUURZAAM WONEN

BELANG DUURZAAM WONEN

28% HEEL

22% ENIGZINS

BELANGRIJK

43 JAAR 648

8.100

GEMIDDELDE LEEFTIJD DEELNEMERS ENQUÊTE

HUISHOUDENS (19.320 MENSEN)

(OP VOLGORDE BELANGRIJKHEID)

LED-LAMPEN

29%

GOED VOOR HET MILIEU

22%

ISOLATIE MUUR/DAK/VLOER

51%

A++ APPARATUUR

22%

29%

ISOLATIE RAMEN/DEUREN

NADEN EN KIEREN

22%

14%

10%

20%

4% 9%

13%

GROENE STROOM

13%

15% 16%

17%

38%

24%

39%

9%

29%

49%

BOILER/CV KETEL LAGER 60˚

10%

9%

WARMTEPOMP

RADIATORFOLIE

2%

HELEMAAL EENS

NEUTRAAL

EENS

ONEENS

HELEMAAL ONEENS

5%

ZONNEBOILER

ANDERS 5%

0% ANDERS

DIT VINDEN INWONERS BELANGRIJK BIJ DUURZAAM WONEN (OP VOLGORDE BELANGRIJKHEID)

NEE

1%

4%

BETAALBARE INVESTERING WONINGEIGENAREN

NEE

46%

3%

27%

9%

18%

OP TIJD GEÏNFORMEERD 42% 42%

18% WIL WEL, MAAR INVESTERING IS NIET BETAALBAAR

23% BEN BEZIGMET

DUURZAAM WONEN

7% WEL, MAAR HEB 5% WIL GEEN TIJD GELOOF NIET IN BESPARING 6% OP ENERGIEKOSTEN 17% NIET BELANGRIJK

HEEL DUURZAM

2 % 4%

11%

39%

2 % 4%

13%

INSPRAAK 43%

33%

3 % 4%

17%

DALENDE ENERGIEKOSTEN

WIL WEL, MAAR WEET NIET HOE

24% WOON AL

41%

ADVIES OP MAAT

UITSPRAKEN OVER DUURZAAM WONEN

31%

2 % 5%

22%

40%

WEINIG OVERLAST VERBOUWING 22%

11%

29%

32%

6%

GEWOON BEGINNEN MET ISOLEREN 17%

25%

10%

39%

HELEMAAL EENS

NEUTRAAL

EENS

ONEENS

9%

HELEMAAL ONEENS

ZORGEN BIJ AARDGASVRIJ MAKEN WONING

BETREKKEN INWONERS

CONCLUSIE

NIET MEER KOKEN OP GAS

INFORMATIE VANAF BEGIN OOK AL GAAT HET NIET OVER EIGEN BUURT

HOE DENKEN MENSEN OP DIT MOMENT OVER DUURZAAM EN AARDGASVRIJ WONEN IN DE GEMEENTE:

10%

11%

79%

43%

UITZOEKWERK 40% 40%

37%

15% PAS BETREKKEN ALS ER CONCRETE PLANNEN ZIJN

23%

GEEN KEUZE IN OPLOSSING 48%

30%

13%

22%

11%

19%

32%

ANDERS

HOGERE ENERGIEKOSTEN 54%

31%

15%

6% WEET NIET

INVESTERING EN KOSTEN 27%

64% WEL ZORGEN

WAT VINDT MEN BELANGRIJK? 80% ADVIES OPMAAT EN OP TIJD INFORMEREN 70% BETAALBARE INVESTERING, INSPRAAK EN DALENDE ENERGIEKOSTEN 40% VROEG BETREKKEN BIJ PLANNEN

ALLEEN MEEDENKEN OVER WIJKPLAN

TWIJFEL OVER DUURZAAMHEID NIEUWE OPLOSSING 49%

91% ZIET (ENIGZINS) HET BELANG GENOEMDE VOORDELEN: HET MILIEU EN DE BESPARING VAN KOSTEN; 24% ZEGT DUURZAAM TE WONEN, 23% IS BEZIG EN 30% WIL WEL MAAR HEEFT GEEN GELD, GEEN TIJD OF WEET NIET HOE

GEMEENTE INFORMEERT EN REGELT

24%

36%

GEDOE VAN VERBOUWING

ENIGZINS ZORGEN

9%

12%

ER ZIJN ZORGEN OVER INVESTERING EN KOSTEN, HOGERE ENERGIEKOSTEN, DUURZAAMHEID VAN DE OPLOSSING, KEUZEMOGELIJKHEDEN, UITZOEKWERK EN GEDOE VERBOUWING

GEEN ZORGEN

WWW.WESTMAASENWAAL.NL

14-09-2022

10%

5% 24%

MAAKT ONAFHANKELIJKER

GROENE STROOM

10%

10% 12%

MAAKT HUIS MEER WAARD 5% 16%

14%

ENERGIEZUINIGE CV-KETEL (< 3 JR.)

30%

IS COMFORTABELER

WATERBESPARENDE DOUCHEKOP

10%

16%

BESPAART GELD

19%

A++

ZONNEPANELEN

BELANGRIJK

VOORDELEN DUURZAAM WONEN

HUURDER

KLEINE MAATREGELEN

BELANGRIJK

41%

ZIET BELANG VAN DUURZAAM EN AARDGASVRIJ WONEN

GENOMEN DUURZAME MAATREGELEN EIGENAREN

9% NIET

91%

MENSEN GAVEN HUN MENING

BELANGRIJK

ENQUÊTE NOVEMBER 2020

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

41

Bijlage 4: Verdieping duurzame warmteoplossingen Er zijn verschillende manieren om huizen en gebouwen te verwarmen zonder het gebruik van aardgas. Bijvoorbeeld door een warmtepomp, warmtenet of groen gas. Warmtenetten: Warmtenetten noemen we een collectieve oplossing. In dat geval kan een hele straat, buurt of wijk gebruik maken van dezelfde warmteoplossing. Andere oplossingen zijn individueel, deze bevinden zich in de woningen en gebouwen zelf. De warmtepomp is hier een voorbeeld van. Individuele oplossingen: Individuele oplossingen maken wel gebruik van algemene infrastructuur. Warmtepompen benutten het elektriciteitsnet en wordt daarom ook wel all-electric genoemd, of volledig elektrisch. Groen gas of waterstof kan door het gasnet stromen. We noemen dit daarom hernieuwbare gassen. In tegenstelling tot aardgas zijn deze gassen duurzaam op te wekken. Tot slot is een combinatie mogelijk tussen het gasnet en elektriciteitsnet. Dit noemen wij een hybride oplosing. Meestal bestaat dit uit een combinatie van een elektrische warmtepomp en een cvketel op gas. All-electric, hybride en warmtenetten met lage temperatuur warmtebronnen maken gebruik van warmtepompen om warmte op een bruikbare temperatuur te leveren. Dit kost elektriciteit, waardoor extra wind- en zonne-energie nodig is. Ook moet het elektriciteitsnetwerk deze extra vraag aankunnen.

Dit kan betekenen dat het netwerk hiervoor verzwaard moet worden. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de ontwikkeling van duurzame warmteoplossingen, omdat het aanpassen van het netwerk erg kostbaar is. Hieronder worden de verschillende duurzame oplossingen en warmtebronnen beschreven. Meer informatie is ook te vinden op de website van het Expertise Centrum Warmte. Warmtenet (collectief) Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Dit wordt ook wel stadsverwarming genoemd. Er zijn verschillende warmtebronnen die voor warm water kunnen zorgen. Mogelijke warmtebronnen zijn bijvoorbeeld restwarmte, biomassa, geothermie (aardwarmte) of aquathermie (warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of leidingwater).

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

42

Figuur 1 - Afbeelding van een warmtenet

Restwarmte (in combinatie met een warmtenet) Restwarmte komt vrij bij een productieproces en wordt vervolgens via een warmtenet getransporteerd naar de gebouwen. Restwarmte is warmte die over is en niet meer binnen het bedrijf zelf kan worden gebruikt.

Figuur 2 - Afbeelding van een warmtenet i.c.m. restwarmte

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

43

Zonthermie (in combinatie met een warmtenet) Zonthermie is het winnen van zonnewarmte. Via zonnecollectoren op daken of zelfs zonneweides kan extra duurzame warmte opgewekt worden voor het netwerk. Omdat deze warmte vooral in de zomer beschikbaar komt, combineert dit goed met een Warmte-Koude-Opslag. Zo kan de energie opgeslagen worden en in de winter worden gebruikt. Op dit moment is zonthermie vooral een mogelijke aanvulling op andere warmtebronnen.

Figuur 3 - Afbeelding van een warmtenet i.c.m. zonthermie

Geothermie (in combinatie met een warmtenet) Geothermie, ook vaak ‘aardwarmte’ genoemd, maakt gebruik van warmte uit de grond. Bij warmtewinning van het maaiveld tot 500 meter diepte spreken we over bodemenergie. Geothermie is de benutting van warmte uit de ondergrond vanaf 500 meter en dieper. Om het warme water te kunnen winnen, moeten er twee putten worden geboord: een productieput en een injectieput. Het boren van een put is kostbaar (een enkele boring kost al gauw 2 tot 5 miljoen euro). Minder diep boren kan in sommige gevallen (ondiepe geothermie), maar levert ook minder warmte. Gezien de hoge kosten is er ook een aanzienlijke warmteafzet nodig om de investering terug te verdienen. Dit maakt dat je moeilijk stapsgewijs een warmtenet kan laten groeien. Het is vaak een grote, kostbare operatie. Naast de schaal van deze projecten speelt ook de geschiktheid van de ondergrond een belangrijke rol. Door middel van metingen (seismiek) aan het aardoppervlakte krijgen we een beeld van de ondergrond. De kenmerken en mogelijkheden van de put worden pas echt bekend na een proefboring.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

44

Op dit moment heeft een geothermieproject alleen kans van slagen als er ook een aanzienlijke zekerheid is over de warmteopbrengst (bodem) en warmteafname. Als een van deze twee onzeker is neemt de kans van slagen af.

Figuur 4 - Afbeelding van een warmtenet i.c.m. geothermie

Aquathermie Oppervlaktewater en afvalwater zijn twee warmtebronnen die steeds vaker worden gebruikt voor warmtenetten. Deze bronnen, en dan met name het oppervlaktewater (rivieren, meren) zijn in Nederland altijd en veelvuldig aanwezig waardoor de continuïteit voor de lange termijn is gegarandeerd. Ook drinkwater(leidingen) wordt als mogelijke warmtebron gezien. Aquathermie levert, vanwege de relatief lage watertemperatuur, een lage temperatuur voor de verwarming van gebouwen. Er is daarom een warmtepomp nodig om de warmte naar een bruikbare temperatuur te brengen. Dit kan ook betekenen dat het elektriciteitsnetwerk verzwaard moet worden. Warmte uit oppervlaktewater Een aquathermie-systeem dat gebruikt maakt van warmte uit oppervlaktewater, wordt ook wel TEO genoemd: Thermische Energie uit Oppervlaktewater. In dit systeem wordt warmte onttrokken uit het water. In de praktijk zijn er vaak regels/randvoorwaarden voor het onttrekken van warmte uit de wateren, waardoor de bron (met name in de koudere periode) niet optimaal benut kan worden. Dit maakt dat TEO vaak gecombineerd wordt met een Warmte-Koude Opslag (WKO) of een warmtebuffer.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

45

Figuur 5 - Afbeelding van een warmtenet i.c.m. TEO

Warmte uit afvalwater Een aquathermie-systeem dat gebruikt maakt van warmte uit afvalwater wordt ook wel TEA genoemd: Thermische Energie uit Afvalwater. In dit systeem wordt warmte onttrokken uit rioleringsbuizen of uit afvalwater bij een waterzuiveringsinstallatie. In veel gevallen is de temperatuur van de bron (effluent water) hoger dan bij oppervlaktewater. Ook zijn er minder temperatuurschommelingen dan bij oppervlaktewater.

Figuur 6 - Afbeelding van een warmtenet i.c.m. TEA

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

46

Warmte uit drinkwater Eén van de vormen van aquathermie is TED; Thermische Energie uit Drinkwater. Warmtewinning uit drinkwater kan een interessante optie kan zijn, vanwege de constante beschikbaarheid van de warmte. Het uitwisselen van warmte met drinkwater is iets eenvoudiger dan bij vuil rioolwater. Omdat het leidingwater een lage temperatuur heeft, wordt het gecombineerd met een warmtepomp.

Figuur 7 - Afbeelding van een warmtenet i.c.m. TED

Warmte Koude Opslag (WKO, in combinatie met een warmtenet) Een Warmte Koude Opslag (WKO) is geen echte warmtebron, maar een buffer in de bodem om warmte en koude over het jaar in op te slaan. Warmte die in de zomer beschikbaar is, kan in de bodem opgeslagen worden. Denk bijvoorbeeld aan de Waal en/of Maas (aquathermie) of zonnewarmte (zonthermie). Warm water (15 – 25˚C) wordt via een put in een doorlatende zandsteenlaag gepompt, op enkele tientallen tot honderden meters diepte. In de winter, wanneer deze warmte nodig is, wordt deze weer opgepompt. Meestal wordt een warmtepomp gebruikt om de temperatuur van het water daarna nog verder te verhogen, zodat het gebruikt kan worden om gebouwen te verwarmen. Hetzelfde proces gebeurt andersom in de winter. Koud water (7 – 12˚C) wordt in de winter in de bodem opgeslagen en in de zomer gebruikt wanneer er een koelvraag is. Het koude water wordt dan weer opgepompt en gebruikt om gebouwen te koelen. Vooral in combinatie met lage temperatuur warmtebronnen zoals aquathermie en zonthermie is een WKO vaak een belangrijke component in het warmtesysteem. Voor de toepassing van deze vorm van energieopslag in de bodem is in het algemeen een vergunning Grondwaterwet vereist. Daarin wordt onder andere vastgelegd dat er (voldoende)

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

47

energiebalans in de bodem moet zijn. Het is niet toegestaan in uitsluitingsgebieden zoals grondwaterbeschermingsgebieden. Warmtepompen (individueel) Een warmtepomp kan worden gezien als een elektrisch en energiezuinig alternatief voor de traditionele Cv-ketel. De oplossing wordt ook wel all-electric genoemd, omdat er alleen gebruik wordt gemaakt van elektriciteit. Een warmtepomp onttrekt warmte uit de bodem (bodemwarmtepomp) of de buitenlucht (luchtwarmtepomp) en verwarmt dit verder. Met één deel elektriciteit maakt een warmtepomp twee tot zes delen warmte. De warmtepomp is dus een zeer efficiënte techniek. Voor een luchtwarmtepomp is een buitenunit nodig. Dit is een ventilatorkast aan de buitenkant van de woning, net als bij een traditionele airco. Dit heeft invloed op de uitstraling van de woning. De ventilator maakt ook geluid, wat soms als hinderlijk ervaren kan worden. De plek van een buitenunit moet daarom zorgvuldig uitgezocht worden, zie ook de website van milieu centraal. Ook kunnen er maatregelen genomen worden om de geluidsproductie te verminderen, zoals het plaatsen van een isolerende omkasting op de ventilator.

Een bodemwarmtepomp is een warmtepompsysteem dat de bodem als warmtebron gebruikt. De warmtepomp maakt gebruik van een zogenaamde ‘bodemwarmtewisselaar’ om warmte aan de bodem te onttrekken. Dit worden ook wel bodemlussen genoemd. Het is een efficiënte manier van verwarmen. Hiervoor is wel een hogere investering nodig vooraf ten opzichte van een luchtwarmtepomp.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

48

De ondergrond moet ter plaatse van het gebouw wel geschikt zijn. Daarnaast is het soms niet toegestaan om bodemlussen te plaatsen. Dit is bijvoorbeeld het geval in grondwaterbeschermingsgebieden. Een warmtepomp levert warmte op 30 - 50 °C, dat is aanzienlijk lager dan de circa 80 °C van een HR-ketel. Daarom is het nodig om een gebouw te isoleren tot minimaal schillabel B. Verder is een lagetemperatuur-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming en/of lage temperatuur radiatoren/convectoren. De duurzaamheid van de warmtepomp is afhankelijk van de elektriciteit die gebruikt wordt. Voor een duurzame oplossing is ook duurzame elektriciteit nodig. Lokale opwek (bijvoorbeeld zonnepanelen) draagt bij aan een duurzaam systeem. Een bodemwarmtepomp kan een huis ook efficiënt koelen, met een zeer laag energiegebruik. Hierdoor is een traditionele airconditioner, die doorgaans erg veel energie verbruikt, onnodig. Lucht-waterwarmtepompen kunnen ook koelen, maar verbruiken hiervoor meer energie dan een bodemwarmtepomp. Warmtepompen kunnen worden ingezet voor een ‘all-electric strategie’, maar ook voor een hybride systeem, waarbij deels nog (hernieuwbaar) gas wordt gebruikt. All-electric warmtepompen Bij de strategie ‘all-electric’ wordt per gebouw een elektrische warmtepomp ingezet voor verwarming en warm tapwater. De gebouwen hebben bij deze strategie geen gasaansluiting meer nodig.

Deze strategie kan per woning/gebouw worden uitgevoerd, maar ook als collectief systeem, in bijvoorbeeld een appartementencomplex. Als een hele buurt overstapt op elektrische oplossingen kan het nodig zijn om het elektriciteitsnetwerk te verzwaren. Hybride warmtepompen met duurzaam gas Een hybride warmtepomp is een warmtepomp die op elektriciteit werkt in combinatie met een HR-ketel op gas. De elektrische warmtepomp levert de basislast van de warmtevraag. Als de warmtepomp niet voldoende warmte kan leveren, bijvoorbeeld in de winter of bij warm tapwater verbruik, neemt de HR-ketel het over. De warmtepomp zal het grootste gedeelte van de warmtevraag gedurende het jaar invullen. Om dit systeem efficiënt te kunnen toepassen, moeten de gebouwen tot minimaal schillabel D worden geïsoleerd, maar bij voorkeur natuurlijk nog beter. Dit zorgt voor minder verbruik. In het begin kan van aardgas gebruik gemaakt blijven worden. Vanwege de inzet van de efficiënte warmtepomp en de isolatiemaatregelen is al veel minder aardgas nodig en daalt de CO2-uitstoot van het gebouw flink. Als op termijn hernieuwbare gassen, zoals groen gas of waterstof, beschikbaar komen, kan hierop overgestapt worden. De oplossing wordt dan helemaal zonder uitstoot van CO2. Overstappen op een hybride oplossing kan een tussenstap zijn naar een volledig all electric warmtepomp.

Inzet van hybride warmtepompen is daarom bijna altijd een goede (tussen)stap

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

49

voor gebouwen die geen gebruik kunnen maken van warmtenetten. Dit geldt zeker voor oudere gebouwen die moeilijk in een keer naar all-electric kunnen gaan.

Figuur 9 - Afbeelding van een woning met een hybride warmtepomp

Duurzame gassen Waterstof is een techniek die nog volop in ontwikkeling is. Waterstof is eigenlijk geen energiebron, maar een energiedrager. Er is dus (ergens anders opgewekte) wind- of zonneenergie nodig om waterstof te produceren. Hierbij gaat ook relatief veel energie verloren. Een efficiënte warmtepomp levert in vergelijking veel meer warmte op voor dezelfde hoeveelheid elektriciteit. Daarom lijkt het niet waarschijnlijk dat waterstof veel gebruikt gaat worden voor het verwarmen van huizen. Aangezien het voorlopig ook maar beperkt beschikbaar is, wordt waterstof vooral ingezet voor de industrie en voor transport. Voor die sectoren bestaat namelijk geen andere oplossing. Waterstof wordt in een aparte bijlage nog nader toegelicht. Voor meer informatie, zie de website van het Expertise Centrum Warmte. Biogas is gas dat vrijkomt bij vergisting van organisch materiaal, zoals mest en groenafval. Groen gas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. Voor gebruik in woningen is groen gas eenvoudiger te gebruiken dan biogas, omdat het dezelfde eigenschappen als aardgas heeft. Hierdoor hoeven de installaties en apparatuur in woningen en gebouwen niet te worden aangepast. Bij biogas zou dat wel moeten gebeuren. Groen gas kan overal worden toegepast waar op dit moment ook aardgas gebruikt wordt. Maar op dit moment is de beschikbaarheid van biogas zeer beperkt.

Er zal nu en in de toekomst niet genoeg biomassa beschikbaar zijn om alle buurten in Nederland met groen gas te verwarmen. Er moet dus zorgvuldig gekozen worden waar groen gas het beste ingezet kan worden. Het doel is

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

50

daarom om groen gas alleen in te zetten in buurten waar de andere aardgasvrije strategieën veel duurder of technisch niet haalbaar zijn.

Figuur 10 - Afbeelding van een woning met duurzaam gas

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

51

Bijlage 5: Notitie waterstof Zie separate rapportage.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

52

Bijlage 6: QuickScans warmteoplossingen Zie separate rapportage.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

53

Bijlage 7: Overzicht geen spijt maatregelen

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

54

Bijlage 8: Toelichting gebruikte energie-eenheden 1 GigaJoule (GJ) = 1.000 MegaJoule (MJ) 1 TeraJoule (TJ) = 1.000 GJ 1 TJ elektrisch dat is 1 TJ elektriciteit 1 TJ thermisch dat is 1 TJ thermisch, dat is warmte of koude 1 kiloWattuur (kWh) elektriciteit wordt omgerekend naar 1 TJ energie door met 3,6 te vermenigvuldigen en te delen door 1 miljoen. 1 TJ is gelijk aan 277.778 kWh. 1 kWh is gelijk aan 3,6 MJ. 1 kubieke meter (m3) aardgas wordt omgerekend naar 1 TJ energie door met 31,65 te vermenigvuldigen (onderste verbrandingswaarde) en te delen door 1 miljoen. 1 TJ is gelijk aan 31.595 m3 aardgas. 1 m3 aardgas is gelijk aan 31,65 MJ.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

55

Bijlage 9: Toelichting SETuP platform Royal HaskoningDHV heeft het platform SETuP ontwikkeld met als doel betrokkenen bij de Transitievisie Warmte een helder en onderbouwd beeld te geven van de mogelijkheden, kansen en uitdagingen in de gemeente; een vertrekpunt voor dialoog met betrokkenen en het maken van keuzes. Zo kan een gemeente tot een breed gedragen Transitievisie Warmte komen. SETuP staat voor Smart Energy Transition Platform. In het platform bundelen wij de veelheid aan beschikbare data en analyseren wij deze op systematische wijze. Het gaat dan om de warmtevraag, geplande werkzaamheden, initiatieven in de wijk en de uitkomsten van warmtemodellen (de Startanalyse door het Vesta MAIS model van PBL). Het platform gebruikt daarnaast een aantal publieke databronnen. Dit zijn: -

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), voor gegevens over gebouwen (bouwjaar, gebruiksdoeleinde);

-

Database voor energielabels;

-

Verschillende gegevens van Centraal Bureau Statistiek;

-

De uitkomsten van de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Gedurende het project hebben we het platform aangevuld met lokale data. We hebben gegevens verzameld over onder andere lokale warmtebronnen, het gasnetwerk, het elektriciteitsnetwerk, plannen voor duurzame warmtesystemen, bewonersinitiatieven, renovatieplannen van de woningcorporatie, sloop- en nieuwbouwplannen, werkzaamheden voor klimaatadaptatie en aan de infrastructuur (wegen, riolering, waternet, watersysteem). We hebben deze resultaten gebundeld, zodat we deze op een overzichtelijke manier weer konden geven in interactieve dashboards, zowel op gebouw-, buurt- als gemeenteniveau. Deze dashboards hielpen bij het vaststellen van warmteoplossingen die het meest geschikt zijn en de kansen te identificeren waar gestart kan worden met de transitie richting aardgasvrij. De uitkomsten van de met SETuP uitgevoerde analyse dienden als basis voor een dialoog met alle betrokken partijen. Door de veelheid aan informatie overzichtelijk weer te geven heeft het de betrokken partijen geholpen om gezamenlijk tot inzichten te komen en zo samen keuzes te maken. In werksessies zijn de voorlopige uitkomsten besproken en getoetst met de ambtelijke adviseurs en ketenpartners (netbeheerder, woningcorporaties, en het waterschap). Deze werkwijze hielp om tot gedeelde inzichten te komen over de warmtevoorziening van de toekomst. Voor zowel de gemeente als geheel als voor de individuele wijken.

Daarmee heeft het bijgedragen aan een begrijpelijke, goed onderbouwde Transitievisie Warmte.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

56

Bijlage 10: Van Transitievisie Warmte naar Wijkuitvoeringsplan Zie separate rapportage.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11990817/1