CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte gemeente West Maas en Waal

Gemeenteraad 8 december 2022, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.03268016.347 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transitievisie Warmte Gemeente West Maas en Waal September 2022

Samen voor een duurzaam West Maas en Waal

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord .............................................................................................................................. 4 1. INLEIDING ........................................................................................................................ 5 2. ONZE GEMEENTE............................................................................................................ 6 2.1 Aanleiding ................................................................................................................... 6 2.2 Doel .............................................................................................................................. 8 2.3 Ambitie ........................................................................................................................ 9 2.3 Uitgangspunten ......................................................................................................... 9 3. DUURZAME WARMTEOPLOSSINGEN ..................................................................... 11 3.1 Toelichting per oplossing ............................................................................................ 11 3.2 Aandachtspunten bij duurzame warmteoplossingen ................................................... 13 4. OPLOSSINGEN VOOR WEST MAAS EN WAAL ......................................................

15 4.1 De WAT-kaart ........................................................................................................... 17 4.2 Verdiepend onderzoek per kern ......................................................................... 18 4.3 Voorkeursgebieden ...................................................................................................... 20 5. COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE......................................................................... 21 5.1 Communicatie ......................................................................................................... 21 5.2 Participatie................................................................................................................ 21 5.3 Afstemming met stakeholders ............................................................................ 22 6. ROLLEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN ............................................................ 25 6.1 Rol van de gemeente ............................................................................................. 25 6.2 Rol van de woonstichting ...................................................................................... 26 6.3 Rol van de netbeheerder ......................................................................................

26 6.4 Rol van Vitaal West Maas en Waal ...................................................................... 26 6.5 Rol van Opgewekt Maas en Waal ........................................................................ 27 6.6 Rol van de dorpsplatforms ................................................................................... 27 6.7 Rol van het energieloket ....................................................................................... 27 6.8 Rol van bewonersinitiatieven ............................................................................... 27 6.9 Rol van de ondernemersverenigingen ............................................................... 27 7. STRATEGIE VOOR HET VERVOLG ............................................................................. 28 7.1 Spoor 0: Verkennend onderzoek warmtetransitie .......................................... 28 7.2 Spoor 1: Stimuleren van energiebesparing en isolatie .................................. 28 7.3 Spoor 2: Individuele oplossingen in beeld brengen..................................................... 30 7.4 Spoor 3: Nader onderzoek naar collectieve oplossingen ............................................. 31 7.4 Spoor 4: Van visie naar uitvoering ..............................................................................

31 7.5 Monitoring en rapportage ............................................................................................ 31 Bijlage 1: Begrippenlijst

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

2

Bijlage 2: Woningvoorraad en energieverbruik Bijlage 3: Infographic bewonersonderzoek duurzaamheid Bijlage 4: Verdieping duurzame warmteoplossingen Bijlage 5: Notitie waterstof Bijlage 6: QuickScans warmteoplossingen Bijlage 7: Overzicht geen spijt maatregelen Bijlage 8: Toelichting gebruikte energie-eenheden Bijlage 9: Toelichting SETuP platform Bijlage 10: Van TVW naar Wijkuitvoeringsplannen

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

3

VOORWOORD In West Maas en Waal wordt bijna ieder huis of bedrijf nog met aardgas verwarmt. Dat gaat stap voor stap veranderen. Het Rijk heeft de ambitie dat de gebouwde omgeving uiterlijk in 2050 aardgasvrij moet zijn om zo de hoeveelheid CO2 terug te dringen. Het Rijk heeft hierbij de medeoverheden nodig om deze grote opgave waar te maken. 2050 klinkt misschien ver weg, maar die tijd is hard nodig om naar nieuwe oplossingen te zoeken en onze woningen en gebouwen klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Het is een grote verandering, voor iedereen. Het is ook een hele ingewikkelde opgave. Daar hebben we alle kennis bij nodig. Samen met energieleveranciers, netbeheerders en de woningcorporatie hebben we een eerste verkenning gedaan welke logische en betaalbare alternatieven technisch mogelijk voor onze gemeente. Met deze Transitievisie Warmte (visiedocument) geven we een eerste richting aan de aanpak van het aardgasvrij en aardgas-ready maken van onze gemeente. Dat werken we de jaren daarna gezamenlijk met alle betrokken partijen uit in uitvoeringsplannen op wijk- of dorpsniveau. We gaan dit stap voor stap samen aanpakken. Als medeoverheid willen we ons inspannen om de woningen verder te verduurzamen.

Hierbij staat de betaalbaarheid van de oplossing en het draagvlak in de samenleving voorop en is het nodig dat de landelijke overheid hier ook de middelen voor beschikbaar stelt. Dat vraagt dus om maatwerk bij het maken van de uitvoeringsplannen en het realiseren van duurzame oplossingen. Samen gaan we voor een duurzaam West Maas en Waal!

Ans Mol Wethouder Ruimte

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

4

1. INLEIDING In de meeste huishoudens is aardgas nu nog een vanzelfsprekende keuze voor verwarmen en koken. De ambitie van het Rijk is om hier de komende 30 jaar verandering in te brengen. Niet in één keer, maar geleidelijk en gefaseerd. In West Maas en Waal kijken we per dorp en gebied wat en of er, binnen de uitgangspunten, passende alternatieven voor aardgas zijn. Vanuit het Klimaatakkoord krijgen gemeenten hierbij de regierol. Hoe we dit als gemeente doen en in welk gebied we op welke manier aan de slag gaan, beschrijven we in de Transitievisie Warmte. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere gemeente voor het eind van 2021 een Transitievisie Warmte heeft vastgesteld. In West Maas en Waal hebben we ons eerst gericht op het in beeld brengen van onze warmtevraag en de mogelijke duurzame warmteoplossingen. Ook zijn we in gesprek gegaan met inwoners (via bewonersonderzoek en gesprekken met de dorpsplatforms) en andere belanghebbenden (zoals netbeheerder Liander, woningcorporatie De Kernen, gebiedscoöperatie Vitaal Maas en Waal, Waterschap Rivierenland en ZLTO). Omdat de overgang naar een aardgasvrije gebouwde omgeving een grote verandering is voor inwoners, bedrijven, eigenaren van gebouwen, energieleveranciers en andere betrokken partijen, doorlopen we dit proces in kleine, zorgvuldige stappen.

In West Maas en Waal willen we ons als medeoverheid inspannen om woning aardgasvrij(-ready) te maken daar waar dat technisch en economisch mogelijk is. Hiervoor is financiële steun vanuit het Rijk noodzakelijk. We zetten met zijn allen allereerst stappen in de juiste richting, zoals energiebesparing en nader onderzoek naar oplossingen. In deze Transitievisie Warmte vindt u de eerste uitkomsten van de technische analyses, de gesprekken met de diverse stakeholders en het communicatie- en participatieproces. Op basis hiervan hebben wij onze strategie voor de warmtetransitie opgesteld. Na vaststelling van de Transitievisie Warmte gaan wij dit met alle betrokken partijen verder aanpakken en uitwerken. Een opmerking vooraf De warmtetransitie staat pas aan het begin. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat onze huizen en gebouwen in 2050 aardgasvrij zijn. In de periode die voor ons ligt, wordt steeds meer kennis ontwikkeld en ervaring opgedaan. Ook wet- en regelgeving is nog volop in ontwikkeling. Daarom willen we onze Transitievisie Warmte in ieder geval iedere vijf jaar actualiseren met de nieuwste inzichten. Nadat de Transitievisie Warmte in december 2021 is vastgesteld, starten we met de uitvoering van onze strategie.

Zo krijgen we de komende jaren een steeds completer antwoord op vragen, zoals: − Wat kost de warmtetransitie en hoe gaan we dat betalen? − Wat zijn hierbij de technische, financiële , ruimtelijk en sociaal maatschappelijke randvoorwaarden? − Hoe zorgen we dat iedereen – jong, oud, arm en rijk – aan de warmtetransitie mee kan doen? − Hoe gaan we de warmtetransitie organiseren en wat is daarin de rol van de gemeente, inwoners en andere betrokkenen?

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

5

2. ONZE GEMEENTE In dit onderdeel presenteren we de aanleiding en de belangrijkste ambities en doelstellingen voor de warmtetransitie in West Maas en Waal. Op basis daarvan is een aantal uitgangspunten geformuleerd, waarmee we uiteindelijk vaststellen voor welke duurzame warmteoplossingen wij willen gaan en in welke wijken we in eerste instantie verder willen. 2.1 Aanleiding Deze Transitievisie Warmte kent aanleidingen op zowel internationaal, nationaal, regionaal als lokaal niveau. Deze aanleidingen komen voort uit de diverse duurzaamheidsambities en zijn vanzelfsprekend sterk met elkaar verbonden. Internationaal en nationaal niveau In december 2015 heeft Nederland ingestemd met het internationale Klimaatakkoord van Parijs. Het akkoord heeft als doel de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2°C. Om de afspraken van het akkoord van Parijs te realiseren is van alle landen een forse inspanning op energiebesparing en het gebruik van alternatieve energiebronnen nodig. Nederland heeft de internationale afspraken vertaald naar een nationaal Klimaatakkoord waarin het kabinet heeft aangegeven dat ze de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% wil verminderen ten opzichte van 1990. Als onderdeel daarvan is de opgave geformuleerd dat in 2030 1,5 miljoen gebouwen van het aardgas af moeten zijn, om in 2050 tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te komen.

Het nationale Klimaatakkoord stelt verder dat gemeenten een belangrijke regisserende rol krijgen in deze transitie en dat zij samen met het Rijk, netbeheerders, provincies, waterschappen en andere partijen tot een programmatische aanpak moeten komen om invulling te geven aan de noodzakelijke energietransitie. Bovendien staat in het nationale Klimaatakkoord dat elke gemeente in 2021 een Transitievisie Warmte moet hebben opgesteld. Warmtewet 2.0 en Omgevingswet De energietransitie is een grote opgave, die verder gaat dan alleen deze Transitievisie Warmte. Daarom volgen we nadrukkelijk landelijke ontwikkelingen, zoals de invoering van de Warmtewet 2.0 per 1 januari 2022 en de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2023. In dit kader lichten we kort toe hoe deze ontwikkelingen zich verhouden tot de Transitievisie Warmte. Warmtewet 2.0 De Wet collectieve warmtevoorziening (Warmtewet 2.0) is is bedoeld om de aanleg en exploitatie van warmtenetten in gebouwde omgeving te reguleren. De Warmtewet 2.0 heeft vier kerndoelen: 1.

Een vernieuwde marktordening.

2.

Een transparante tariefregulering.

3.

Verduurzaming.

4.

Het aanscherpen van vereisten voor leveringszekerheid

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

6

Uitgangspunt van de Warmtewet 2.0 is dat de gemeente warmtekavels vaststelt, die geëxploiteerd worden door een procedureel aan te wijzen warmtebedrijf. De productie van de benodigde warmte wordt niet via de Warmtewet 2.0 gereguleerd. Omgevingswet De uitkomsten van deze Transitievisie Warmte en de RES, worden onderdeel van onze Omgevingsvisie en het bijbehorende Omgevingsplan. Vanaf 1 januari 2023 wordt alle regelgeving rondom onze leefomgeving geïntegreerd in de nieuwe Omgevingswet. Daarin is meer ruimte voor inbreng en ideeën vanuit inwoners en ondernemers, zodat we samen blijven werken aan een veilige en gezonde leefomgeving. Voor de invoering van de Omgevingswet maakt iedere gemeente een Omgevingsvisie en een Omgevingsplan. In het Omgevingsplan komen alle regels voor de fysieke leefomgeving binnen onze gemeente.

Europese taxonomie voor duurzame investeringen Begin 2022 werd bekend dat aardgas (voorlopig) als transitie-investering als groen aangemerkt door de Europese Commissie. Onder strenge voorwaarden worden gascentrales aangemerkt als groen. Wat dit precies gaat betekenen voor de warmtetransitie in West Maas en Waal zal worden meegenomen in het proces.

Regionaal en lokaal niveau Eén van de afspraken uit het nationale Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. In een Regionale Energie Strategie (RES) dient elke energieregio zijn eigen keuzes te beschrijven. In Regio Rivierenland (waar we als West Maas en Waal onderdeel van zijn) is hiervoor een samenwerking opgezet met overheden, ondernemers, onderwijsinstellingen en ondernemende inwoners. De gemeenten, het waterschap en de provincie nemen uiteindelijk een besluit over de RES. De gemeente West Maas en Waal zet hierbij in op zonne-energie. De gemeente West Maas en Waal heeft zich gecommitteerd aan het Gelders Energie Akkoord (GEA). Waar de landelijke opgave voor de RES zich richt op een bijdrage aan de landelijke elektriciteit en warmte voor de gebouwde omgeving, gaat het GEA verder. In dit akkoord spreken meer dan 220 Gelderse partners de ambitie uit om in 2050 energieneutraal te zijn. Een doelstelling is om al in 2030 de CO2-uitstoot in alle sectoren met 55% te hebben verminderd ten opzichte van 1990. De RES voor Regio Rivierenland en deze Transitievisie Warmte kunnen niet los van elkaar worden gezien.

Immers, de in deze visie beschreven wijze waarop West Maas en Waal van het aardgas af denkt te gaan is van invloed op de optimale mix van energiebesparing, duurzame warmte en energieopwekking zoals opgenomen in de RES. Tenslotte is West Maas en Waal op lokaal niveau gestart met een reeks maatregelen gericht op duurzaamheid, zoals bijvoorbeeld de aanleg van zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen, de duurzaamheidslening en de Deal voor de Duurzaamheid met woningstichting De Kernen. De Transitievisie Warmte hangt met deze ‘duurzaamheidsmaatregelen’ samen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

7

Bewonersonderzoek duurzaamheid In 2020 hebben we als gemeente een bewonersonderzoek over duurzaamheid en aardgasvrij wonen uit laten voeren. De belangrijkste conclusies daaruit waren als volgt: -

91% van onze inwoners ziet (enigszins) het belang van duurzaam wonen

-

80% van onze inwoners wil advies op maat en op tijd geïnformeerd worden

-

70% van onze inwoners vindt een betaalbare investering belangrijk

-

Er zijn zorgen over investeringskosten, energiekosten, de duurzaamheid van de oplossing, keuzemogelijkheden, uitzoekwerk en ‘gedoe’ rondom het verbouwen van de woning

In de bijlage is een figuur opgenomen met de uitkomsten van het bewonersonderzoek. Deze uitkomsten zijn zoveel mogelijk meegenomen in de uitwerking van deze Transitievisie Warmte.

2.2 Doel Dit document geeft de visie weer op welke wijze de gemeente West Maas en Waal zich kan aanpassen om voor het warmtedeel te voldoen aan de klimaatopgave. Weergegeven wordt op welke wijze de gebouwde omgeving kan worden ingericht zonder het gebruik van aardgas. Het document is mede input voor het onderdeel warmte van de Regionale Energie Strategie: de Regionale Structuur Warmte (RSW). Over de Transitievisie Warmte staat in het Klimaatakkoord onder andere: -

In de Transitievisie Warmte leggen gemeenten het tijdspad vast hoe wijken van het aardgas af kunnen gaan. Indien wijken waarvan de transitie vóór 2030 is gepland, maken zij ook de potentiële alternatieve energie-infrastructuren inzichtelijk.

-

Gemeenten actualiseren in eerste instantie de Transitievisie Warmte elke vijf jaar.

-

In een uitvoeringsplan op wijkniveau, waar we eerst de uitgangspunten en randvoorwaarden nog gaan vaststellen, besluiten betrokken partijen samen op welke datum daadwerkelijk de toelevering van aardgas wordt beëindigd. Hierbij zorgt de gemeente voor voldoende tijd voor het mede-faciliteren van het proces om tot plannen te komen. Uiterlijk acht jaar voor de einddatum van het aardgasverbruik moeten alle uitvoeringsplannen gereed zijn.

De gemeente heeft de rol van regisseur gekregen. Vanuit die rol is de gemeente West Maas en Waal begin 2020 gestart met het in beeld brengen van de warmtevraag en de mogelijke duurzame oplossingen. Afstemming tussen alle partijen over de warmtetransitie is van groot belang. Zo kan de overstap naar een andere warmtevoorziening leiden tot een hogere elektriciteitsvraag. De netbeheerder moet hier dan tijdig van op de hoogte zijn omdat aanpassingen van het net noodzakelijk kunnen zijn. Verder kan de deelname van een woningcorporatie essentieel zijn voor de aanleg van een warmtenet. En tot slot is het zinvol om te kijken of op wijkniveau andere zaken, zoals de vervanging van de riolering, gecombineerd kunnen worden met werk aan een gas, warmte- of elektriciteitsnet.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

8

Het stoppen met aardgas is een omvangrijke en complexe opgave die om een verandering achter vrijwel elke voordeur vraagt. De opgave ligt voor het overgrote deel bij de bestaande bebouwing, want 80 tot 90% van alle woningen en gebouwen die er nu zijn, zal er ook in 2050 nog zijn. 2.3 Ambitie In het Gelders Energie Akkoord (GEA) is een ambitie gesteld van 55% CO2-reductie in 2030 en energieneutraal in 2050. Ook de doelstelling om 16% van het energiegebruik in 2023 duurzaam op te wekken en jaarlijks 1,5% energiebesparing, zoals die eerder in het SER-Energieakkoord (2013) is overeengekomen, blijft van kracht. In de Koersnotitie Duurzaamheid en Energiebeleid vormt deze ambitie dan ook het uitgangspunt. Deze ambitie vertalen we naar een concrete opgave en doelen voor 2030 met een doorkijk naar 2050. 2.3 Uitgangspunten Voor het proces en het commitment ten aanzien van de warmtetransitie is het cruciaal om samen uitgangspunten vorm te geven. Dit biedt inzicht op basis van welke criteria we uiteindelijk de afweging maakt of een wijk of buurt wanneer en op welke wijze van het aardgas af gaat. Deze afweging is niet alleen technisch-economisch van aard, maar sociaal-maatschappelijk aspecten spelen hierbij ook een belangrijke rol. Door het College van West Maas en Waal zijn op 23 maart 2020 ten aanzien van de Transitievisie Warmte de volgende uitgangspunten vastgesteld.

We zijn een slimme volger We maken gebruik van de kennis en informatie die wordt opgedaan door (buur-)gemeenten en in de Proeftuinen Aardgasvrij. We volgen de ontwikkelingen, lopen niet voorop maar maken wel gebruik van kansen voor de warmtetransitie als deze ten goede komen aan de samenleving in West Maas en Waal. We beginnen met isoleren en besparen Energie die we niet gebruiken, hoeven we niet op te wekken. We zetten in op het ondersteunen van onze bewoners bij isoleren en besparen. Dit doen we via het regionale Energieloket en het faciliteren van een wijkgerichte aanpak voor energiebesparing, energiescans en collectieve inkoop van isolatie. We starten waar kansen liggen We brengen op een realistische manier in beeld waar mogelijkheden zijn voor de overgang naar een duurzame warmtevoorziening, hoe de planning er uitziet tot 2030 en een doorkijk naar 2050. We houden hierbij rekening met onzekerheden, nieuwe technische ontwikkelingen en de mogelijkheden van onze inwoners. Betaalbaarheid en betrouwbaarheid staan voorop We zoeken naar de maatschappelijk goedkoopste (duurzame) oplossing waarbij een overwogen afstemming van de investering voor alle partijen plaatsvindt. De inwoner heeft hierbij in principe

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

9

een vrije keuze; door collectiviteit streven we er naar de kosten zo laag mogelijk te houden van de verschillende opties. Het Rijk hanteert hierbij het uitgangspunt van woonlastenneutraliteit. “Woonlastenneutraliteit is het uitgangspunt. Dat kan, zoals we in het Klimaatakkoord hebben opgenomen, als we de kosten van opschaling via aanbod- en vraagbundeling, digitalisering en innovatie laten dalen en met betere financiering ervoor zorgen dat voor het overgrote deel van de bewoners de maandlasten van de lening die je aangaat voor de verbouwing niet hoger zijn dan het voordeel dat je op je energierekening boekt. Waar dat niet lukt, zullen we vanuit het Rijk met gerichte ondersteuning moeten komen. Dat is geen project van enkelen maar van ons allemaal.” We werken gebiedsgericht De warmtetransitie is een grote opgave voor de hele samenleving. We gaan gebiedsgericht aan de gaan, daar waar kansen zijn en bewoners, bedrijven en organisaties aan de slag willen met de warmtetransitie. We faciliteren dit proces en maken gebruik van de energie in de samenleving. We werken samen aan de warmtetransitie We hebben alle betrokken partijen nodig om op termijn te komen tot een duurzame warmtevoorziening in de gemeente West Maas en Waal. We wegen bij de besluitvorming de belangen, organisatorische en financiële mogelijkheden van onze inwoners zorgvuldig af.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

10

3. DUURZAME WARMTEOPLOSSINGEN Voordat we onze uitgangspunten vertalen naar de praktische gevolgen voor onze gebouwen, is het goed om te weten welke duurzame oplossingen er zijn om gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Daarbij zijn ook een aantal aandachtspunten van belang.

3.1 Toelichting per oplossing In het algemeen zijn er vijf verschillende mogelijkheden voor duurzame verwarming. Hierbij wordt verschil gemaakt tussen collectieve (gemeenschappelijke) en individuele oplossingen. Bij een individuele oplossing wekt elk gebouw zijn eigen warmte duurzaam op. Iedere inwoner bepaalt zelf hoe hij/zij het gebouw duurzaam verwarmt, binnen de mogelijkheden van de infrastructuur. Denk hierbij aan het elektriciteitsnetwerk en/of het gasnet. Een elektrische of hybride warmtepomp is een voorbeeld van een individuele oplossing. Een warmtenet is een collectieve oplossing: daar deelt een de hele straat, buurt of wijk een duurzame warmtebron. Hernieuwbaar gas en biomassa kunnen zowel individueel als collectief worden gebruikt. In alle gevallen is het verstandig om van begin af aan zoveel mogelijk energie te besparen. Dit kan vooral door het verbeteren van de isolatie. Daardoor gaat er minder warmte verloren en is er dus ook minder duurzame energie nodig. In het volgende figuur staan de vijf meest gebruikte duurzame warmteoplossingen. Deze leggen we daarna verder uit.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

11

Warmtenet (collectief) Een warmtenet is een collectieve oplossing: hier worden meerdere gebouwen op aangesloten, zoals een hele buurt of dorp. In Wijchen is op dit moment geen warmtenet, in Nijmegen bijvoorbeeld wel. Het systeem van een warmtenet bestaat uit buizen met warm water, die onder de grond op de gebouwen zijn aangesloten. Een warmtenet heeft een duurzame warmtebron nodig. Dit kan geothermie zijn (aardwarmte uit de diepe ondergrond), restwarmte van een fabriek of water uit een rivier (zoals de Waal). Dit laatste noemen we ook wel aquathermie. Bronnen voor een warmtenet hebben verschillende temperaturen, van laag tot hoog. Bij laagtemperatuur warmtenetten is het nodig om extra te isoleren, tot minimaal energielabel B. Hernieuwbaar gas (collectief en individueel) Met hernieuwbaar gas worden gebouwen nog steeds verwarmd met een cv-ketel die is aangesloten op een gasnet. Het verschil met nu is dat er dan geen aardgas meer door het gasnet gaat, maar een hernieuwbaar gas. Hernieuwbare gassen zijn groen gas en waterstof. Groen gas ontstaat door planten te vergisten en waterstof wordt gemaakt met hulp van elektriciteit. Er moet wel genoeg groen gas of waterstof beschikbaar zijn, wat nu nog niet zo is. Verwacht wordt dat er ook in 2030 nog niet genoeg hernieuwbaar gas is voor veel woningen. Voor de duidelijkheid: in 2018 is er 100 miljoen m3 groen gas gemaakt.

Dit is 0,9% van het totale gasverbruik van de gebouwde omgeving. Het Expertisecentrum Warmte heeft uitgerekend dat Nederland maximaal 10 miljard m3 groen gas kan maken. Dit is ongeveer de helft van het gasverbruik van bedrijven op dit moment. Biomassa (collectief en individueel) Voor verwarming met hulp van biomassa (ook wel bio-energie genoemd) wordt vaste of gasvormige biomassa verbrand. De biomassa bestaat meestal uit: houtsnippers, houtpellets (samengeperste houtkorrels), (schoon) afvalhout en/of biogas uit gft-afval of mestvergisting. Biomassa kan een collectieve en een individuele oplossing zijn. Collectief als bron voor een warmtenet. Individueel met een pelletkachel in de woning of door mestvergisting bij een boerderij. Bij het vervoeren en verbranden van biomassa komt CO2 vrij. Dit is maar weinig als je het vergelijkt met aardgas. De Europese Unie ziet biomassa zelfs als CO2-neutrale warmteoplossing. Bij gebruik van biomassa moet ook worden gelet op emissienormen en luchtkwaliteit. Hybride (individueel) Een hybride oplossing gebruikt voor de verwarming van een gebouw elektriciteit (met een warmtepomp) en gas (met de CV-ketel). Wanneer het gasnet nog aardgas gebruikt is dit nog niet helemaal duurzaam. Wel wordt er dan al veel minder CO2 uitgestoten dan met een gewone cv-ketel. In de toekomst kan dit aardgas dan vervangen worden door hernieuwbaar gas.

Bij een hybride oplossing is het wel verstandig om extra te isoleren. Maar dit hoeft niet zo uitgebreid als bij gebouwen die alleen nog elektriciteit gebruiken (all electric). All electric (individueel) All electric gebouwen gebruiken alleen elektriciteit voor verwarming en warm water. Dit gebeurt meestal met hulp van een warmtepomp. Met een elektrische warmtepomp wordt warmte uit de bodem, buitenlucht of water gehaald om het gebouw mee te verwarmen. All electric heeft zeer goede isolatie nodig, minimaal energielabel B. Een energielabel geeft aan hoe goed een gebouw geïsoleerd is. Maatregelen voor het opwekken van duurzame energie tellen hierin niet mee (bijvoorbeeld via zonnepanelen).

In de bijlage is een uitgebreidere toelichting opgenomen op de verschillende duurzame warmteoplossingen, ook in relatie tot de mogelijke warmtebronnen. Welke duurzame warmteoplossing het meest kansrijk is, verschilt per gebied en soms zelfs per gebouw. Het hangt af van onder andere: -

De beschikbaarheid en kosten van duurzame warmtebronnen in de omgeving;

-

Het type gebouw en het bouwjaar;

-

Het huidige energielabel van het gebouw en de mogelijkheden om het energielabel te verhogen;

-

Hoe dicht gebouwen bij elkaar staan;

-

De geschiktheid van het elektriciteitsnetwerk en/of gasnetwerk;

-

De beschikbare ruimte in de boven en ondergrond voor de warmteoplossingen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

12

-

De beschikbaarheid van groene, duurzame warmtebronnen in de omgeving;

-

Het type gebouw en het bouwjaar;

-

Hoe dicht gebouwen op elkaar staan;

-

De geschiktheid van de bodem;

-

Het huidige energielabel van het gebouw en de mogelijkheden om het energielabel te verhogen;

-

De beschikbare duurzame warmteoplossingen en de kosten daarvan.

Tot slot hangt de keuze voor een duurzame warmteoplossing sterk af van de voorkeur en wensen van onze inwoners, gebouweigenaren en andere betrokkenen, binnen de technisch/economische randvoorwaarden. Omdat dit voor iedereen anders is, is het belangrijk om hier met elkaar over in gesprek te gaan en blijven. Dit doen we in de (wijk)uitvoeringsplannen die uiteindelijk per gebied worden opgesteld.

3.2 Aandachtspunten bij duurzame warmteoplossingen De warmtetransitie is een complex proces, dat samenhangt met veel verschillende thema’s en ontwikkelingen. Dit zorgt ervoor dat er een aantal aandachtspunten is, waar we rekening mee moeten houden in de gefaseerde overgang naar het verduurzamen van onze leefomgeving. We willen in West Maas en Waal de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar houden. Daarom proberen we dubbele infrastructuur zoveel mogelijk te voorkomen. Verder vragen een aantal duurzame warmteoplossingen om extra elektriciteit, zoals individuele warmtepompen

en

een

warmtenet

met

lage

temperatuur

warmtebronnen.

Het

elektriciteitsnetwerk moet dit wel aankunnen. Als grote delen van de bebouwde kom overstappen op individuele warmtepompen of een warmtenet met lage temperatuur warmtebronnen, dan is er netverzwaring nodig. Dit is duur en kost tijd om aan te passen. Ook technici zijn op dit moment beperkt beschikbaar. Bij het kiezen van de meest geschikte warmteoplossing speelt de netcapaciteit daarom een belangrijke rol. Dit vraagt om nauwe afstemming met de netbeheerder. Ruimte vinden voor het aanleggen van nieuwe infrastructuur, zoals een warmtenet, is uitdagend. Verzwaring van elektriciteitsnetten, plaatsing van warmtenetten, WKO-systemen en geothermie zorgen voor meer drukte in de bodem. Niet overal zal genoeg ruimte zijn voor uitbreidingen van het net of nieuwe, ondergrondse infrastructuur. Warmtenetten hebben bijvoorbeeld best veel ruimte nodig, terwijl er al andere kabels en leidingen lopen. Bijvoorbeeld kabels voor communicatie (internet, telefoon, televisie), drinkwater, elektriciteit, (groen) gas en riolering. Het verplaatsen van deze kabels en leidingen zou leiden tot hogere kosten voor de aardgasvrije warmteoplossing. Ook boven de grond is weinig ruimte beschikbaar. Het is daarom noodzakelijk dat alle maatschappelijke kosten en opbrengsten duidelijk zijn voordat een besluit wordt genomen.

Ook hiervoor is weer goed overleg nodig met bijvoorbeeld netbeheerder Liander en het waterbedrijf.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

13

Tot slot is er in Nederland onvoldoende groen gas of waterstof beschikbaar voor de totale vraag naar aardgas. Er is simpelweg niet genoeg plantaardig afval (om groen gas te maken) of duurzame elektriciteit (voor het maken van waterstof) beschikbaar. Het is nog niet bekend of er in de toekomst hernieuwbare gassen beschikbaar komen in West Maas en Waal. Ook weten we niet of onze gebouwen er dan gebruik van kunnen maken. Het is wel duidelijk dat we zuinig met deze gassen om moeten gaan als ze er komen. Daarom gaan we uit van de waterstofladder: deze ladder geeft aan waar het hernieuwbare gas het beste gebruikt kan worden.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

14

4. OPLOSSINGEN VOOR WEST MAAS EN WAAL De vraag is natuurlijk welke duurzame warmteoplossingen in de gemeente West Maas en Waal geschikt zijn. Daarvoor hebben we een kaart opgesteld, waarin we per gebied laten zien welke warmteoplossingen kansrijk zijn: de ‘WAT-kaart’. De WAT-kaart geeft per buurt de mogelijke technische oplossingsrichtingen weer, op basis van de kennis en inzichten van nu. De basis voor deze kaart is de Startanalyse. Dit is een energiemodel van het Planbureau voor de Leefomgeving (Vesta MAIS 5.0 model). De belangrijkste technische oplossingsrichtingen zijn hierin doorgerekend. Hierbij is rekening gehouden met de lokaal beschikbare warmtebronnen en de lokale opbouw van de warmtevraag. Dit model is als startpunt gebruikt. Het beginpunt voor het opstellen van de WAT-kaart zijn de mogelijke oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten. Dit zijn oplossingen die de minste kosten met zich meebrengen voor de hele maatschappij. Hoe deze kosten over de maatschappij verdeeld worden, is nu nog niet aan te geven. We weten dus nog niet wie welk deel van de kosten moet betalen. Dit komt omdat de regering dit nog niet bepaald heeft. We kunnen nu dus nog niet zeggen wat de gevolgen zijn voor uw/ieders energierekening. De uitkomsten van dit model zijn uitgebreid met lokale informatie en eerdere studies (zoals de Warmte Transitie Atlas).

De beschikbare (rest)warmtebronnen zijn aangepast op basis van de Regionale Structuur Warmte voor de RES Rivierenland. Daar is namelijk onderzocht welke (rest)warmtebronnen er in West Maas en Waal beschikbaar zijn. Dit is gebruikt voor een nieuwe doorrekening van de Startanalyse. Dit betekent dat de nieuwe dataset met restwarmtebronnen gebruikt is om met behulp van het rekenmodel van de Startanalyse nieuwe uitkomsten voor West Maas en waal te maken. Na de nieuwe doorrekening van de Startanalyse zijn deze uitkomsten verder uitgebreid met lokale informatie. De lokale kennis hebben we verzameld door met de gemeente, netbeheerder Liander, Waterschap Rivierenland en woningcorporatie De Kernen te spreken. Daarna is hen gevraagd een enquête in te vullen. De volgende informatie is per buurt in kaart gebracht: -

Bestaande plannen voor duurzame energiesystemen;

-

Bewonerscollectieven rond energie of energiecoöperaties;

-

Geplande onderhoudswerkzaamheden aan riolering, wegen, drinkwaternet, gasnet, en elektriciteitsnet;

-

De capaciteit van het elektriciteitsnetwerk;

-

De economische afschrijving van het gasnetwerk;

-

Sloop- en nieuwbouwplannen;

-

Grote renovatieplannen voor woningen;

-

Grote werkzaamheden rond ruimtelijke inrichting, openbaar groen, klimaatadaptatie en watersysteem.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

15

Met deze lokale informatie krijgen wij een beter beeld van de mogelijke warmteoplossingen en waar koppelkansen ontstaan. Koppelkansen zijn kansen die ontstaan doordat werk met andere werk gecombineerd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen van een warmtenet, wanneer de staat open moet omdat de riolering vervangen wordt.

Figuur 11 - Proces totstandkoming WAT-kaart

Daarnaast zijn zes controles uitgevoerd op de modeluitkomsten. Er is gekeken naar: -

Beschikbaarheid: Is het waarschijnlijk dat de oplossing met de laagste maatschappelijke kosten (op basis van de landelijke Leidraad) ook daadwerkelijk beschikbaar komt in deze buurt? Strategieën die gebruik maken van bijvoorbeeld groen gas, restwarmte of geothermie scoren lager op dit aspect, omdat het niet zeker is dat deze duurzame energiebronnen ook daadwerkelijk lokaal ingezet kunnen worden.

-

Warmtevraag: In hoeverre komt de gemodelleerde warmtevraag van een buurt overeen met het werkelijke warmteverbruik in de afgelopen jaren? Bij een grote afwijking is het vertrouwen in de modeluitkomsten lager.

-

Isolatie: Zijn de woningen geschikt voor oplossingen die warmte leveren op lage temperatuur (all-electric, lage temperatuur-warmtenet)? Hiervoor is gekeken naar de bouwjaren. Als er veel oude woningen in de buurt staan, is het uitdagender deze strategie te realiseren, en is de robuustheid lager. Bij veel recente woningen geldt het omgekeerde.

-

Warmtevraagdichtheid:

Sluit

de

warmtevraag

aan

bij

de

strategie?

Als

de

warmtevraagdichtheid hoog is (>1.000GJ/ha), zijn warmtenetten kansrijker. Als de warmtedichtheid laag is (<1.000 GJ/ha) zijn individuele oplossingen kansrijker. Wanneer de voorkeursstrategie overeenkomt met de warmtevraagdichtheid, is de robuustheid hoger. -

Elektriciteitsnet: Kan het elektriciteitsnet de nodige extra elektriciteitsvraag aan? Sommige oplossingen vragen veel extra elektriciteit. Als de oplossing relatief weinig verzwaring van het lokale elektriciteitsnetwerk vergt, is de robuustheid hoger.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

16

-

Sloop en nieuwbouw: De modeluitkomsten zijn gebaseerd op de huidige bebouwing. Als er significante sloop- of nieuwbouwplannen in de buurt zijn, kan dit invloed hebben op de best passende strategie. In dat geval is de robuustheid van de uitkomsten lager.

Deze controles geven een indicatie of er aandachtspunten zijn bij de modelresultaten. Het is echter geen uitputtende analyse van alle onzekere factoren. Daarom zijn de oplossingen uitgebreid besproken met de gemeente en de betrokken stakeholders en vertaald in een gebiedsgerichte strategie. De WAT-kaart is bepaald aan de hand van ‘maatschappelijke kosten’ op basis van de landelijke Leidraad (hiermee werken alle gemeenten in Nederland). Met maatschappelijke kosten (ook wel ‘nationale kosten’ genoemd) bedoelen we de kosten voor de maatschappij als geheel. Dit is dus een optelsom van een aantal kostenposten, zoals het benutten van de warmtebron, het aanleggen of aanpassen van de benodigde infrastructuur en de kosten om de warmte in een woning te gebruiken. De huidige analyse is gebaseerd op de oplossingen die de laagste maatschappelijke kosten met zich meebrengen: warmteoplossingen die voor de maatschappij als geheel (dus overheden, organisaties en inwoners samen) financieel het voordeligst zijn.

4.1 De WAT-kaart Om de WAT-kaart goed te begrijpen is het belangrijk om drie dingen in het achterhoofd te houden: 1. Deze kaart is geen definitief eindbeeld. Er worden nu ook nog geen definitieve keuzes voor een bepaalde warmteoplossing gemaakt. De warmtetransitie is immers pas net begonnen, waardoor kennis, inzichten en technieken de komende jaren nog veranderen. 2. De grenzen van de gebieden liggen nog niet vast. Op dit moment is de kaart ingedeeld via de buurtindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), maar als het vanuit de oplossing praktischer is om gebiedsgrenzen anders in te richten dan is dat mogelijk. Dit wordt verder uitgewerkt in de onderzoeken en uitvoeringsplannen die na het vaststellen van de Transitievisie Warmte in gang worden gezet. 3. De warmtevraag op bedrijventerreinen is minder overzichtelijk dan in woonwijken, omdat er soms ook warmte of koude nodig is voor industriële processen. Bovendien loopt er voor de verduurzaming van industrie een landelijke aanpak. Daarom zijn de bedrijventerreinen in de analyse buiten beschouwing gelaten.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

17

Op de WAT-kaart zijn twee typen gebied te zien: oranje blauw gearceerd en effen blauw. De oranje blauwe gebieden zijn de zes grootste dorpen, waar zowel individuele oplossingen als warmtenetten in beeld zijn. Warmtenetten zijn namelijk vooral kansrijk in gebieden waar gebouwen dicht op elkaar staan en de vraag naar warmte hoog is. In die gebieden kunnen veel gebouwen gebruik maken van het warmtenet, waardoor de aansluitkosten per gebouw dalen. In Alphen, Beneden-Leeuwen, Boven-Leeuwen, Dreumel, Maasbommel en Wamel liggen de maatschappelijke kosten voor een warmtenet en individuele oplossingen daarom dichtbij elkaar. Zowel een warmtenet als individuele oplossingen per gebouw zijn denkbaar als duurzame warmteoplossing. De dorpen Appeltern, Altforst, de buurtschappen en het landelijke gebied van West Maas en Waal kleuren blauw. De schaalgrootte en dichtheid van de gebouwen zorgt ervoor dat warmtenetten hier tot hogere kosten leiden dan individuele oplossingen. In deze gebieden is daarom alleen een individuele aanpak per gebouw in beeld. Het gaat dan voornamelijk om het toepassen van warmtepompen en hybride warmtepompen met groen gas, in combinatie met isoleren. 4.2 Verdiepend onderzoek per kern Nadat de meest kansrijke warmteoplossingen in beeld zijn gebracht in de WAT-kaart, is voor de acht dorpen ook onderzocht wat de eindgebruikerskosten zijn.

Dit betekent dat – op basis van kengetallen en onderbouwde aannames – is berekend welke kosten er voor de woningeigenaar bij

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

18

een bepaalde warmteoplossing ontstaan. Voor ieder dorp is dit in beeld gebracht voor de drie meest voor de hand liggende duurzame warmteoplossingen: 1. Een warmtenet op basis van warmte uit water. Dat wordt ook wel aquathermie genoemd. In het onderzoek is gekeken naar oppervlaktewater in combinatie met Warmte-Koude Opslag (WKO) in de bodem; 2. Een all-electric, individuele oplossing (een warmtepomp per gebouw); 3. Een hybride warmtepomp per gebouw. Voor iedere duurzame warmteoplossing zijn de kosten voor een gemiddelde woning berekend. Daarbij is ook rekening gehouden met de benodigde isolatiemaatregelen. Hieronder zijn de eindgebruikerskosten voor de 8 dorpen en drie warmteoplossingen weergegeven (in € per jaar).

De eindgebruikerskosten zijn de jaarlijkse energiekosten voor een gemiddeld woning, inclusief BTW en subsidies. De grijze lijn geeft de maximale kosten die een warmtenet mag rekenen aan zijn klanten weer. Dit ‘Niet Meer Dan Anders’-maximum is wettelijk vastgesteld en bepaald op basis van kosten die men anders kwijt zou zijn bij gebruik van een Cv-ketel op aardgas. Voor het allelectric scenario ligt deze referentie lager, omdat de gebouwen dan beter geïsoleerd moeten worden. Te zien is dat in de gehele gemeente zowel het aquathermie warmtenet als individueel all-electric duurder is dan de ‘Niet Meer Dan Anders’ kostenreferentie. Dit betekent dat beide duurzame warmteoplossingen zonder aanvullende subsidies voor inwoners duurder zijn dan verwarming met een Cv-ketel op aardgas. Met andere woorden: een overstap op deze warmteoplossingen kan op dit moment financieel gezien niet uit. Er zou geld bij moeten om de energierekening niet te laten

stijgen.

Lees:

overstap

op

warmteoplossingen

is

mede

afhankelijke

van

de

gebruikersinvesteringen en huidige (en toekomstige) energielasten. Overstap op een hybride warmtepomp leidt uiteindelijk gemiddeld tot iets lagere of gelijke kosten voor de eindgebruiker. Het is echter niet helemaal een eerlijke vergelijking met de andere twee warmteoplossingen, want er wordt dan nog steeds aardgas gebruikt. Maar gebruik van hybride warmtepompen leidt wel al tot een flinke besparing op de CO2-uitstoot. En op termijn kan het

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

19

aardgas misschien vervangen worden door een hernieuwbaar gas, zodat deze oplossing wel helemaal duurzaam is. Het volledige verdiepend onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze Transitievisie Warmte.

4.3 Voorkeursgebieden De warmtetransitie heeft op termijn invloed op het dagelijks leven van alle inwoners van West Maas en Waal. Daarom is het heel belangrijk om te weten op welk moment er in welke omgeving iets gaat gebeuren. Voor de Transitievisie Warmte is breed onderzocht of er dorpen of gebieden zijn waar aanleiding is om voor 2030 al aan de slag te gaan. In West Maas en Waal zijn echter geen dorpen of gebieden naar voren gekomen als logische locatie om te starten met de transitie. Zo zijn er op dit moment geen bewonersinitiatieven of -collectieven bekend die aanleiding geven om op een bepaalde plek te beginnen. Ook andere meekoppelkansen – zoals het vervangen van riolering of de herontwikkeling van een woonwijk – zijn er vrijwel niet. Het uitgangspunt om te starten waar kansen liggen, biedt daarom geen perspectief om een voorkeurskern of -gebied aan te wijzen. Er is namelijk nu nog geen haalbare en betaalbare collectieve oplossing in beeld. Dit betekent dat we op dit moment in West Maas en Waal nog geen gebieden aanwijzen waar we voor 2030 toewerken naar een duurzame warmteoplossing, tenzij zich in de periode tot 2026 (bij actualisatie van de Transitievisie Warmte) ontwikkelingen voordoen die deze afweging anders maken.

Als er een bewonersinitiatief komt, koppelkansen ontstaan die nu nog niet in beeld zijn of de techniek zich dusdanig snel ontwikkelt dat bepaalde oplossingen wel haalbaar en betaalbaar worden, dan gaan we daar natuurlijk direct mee aan de slag. Dat betekent niet dat we tot 2030 gaan afwachten. Naast de gebiedsgerichte aanpak kan iedereen aan de slag met energie besparen en individuele oplossingen. Als gemeente stimuleren en ondersteunen wij dit. In hoofdstuk 7 gaan we verder in op onze strategie om te werken naar een aardgasvrij West Maas en Waal.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

20

5. COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE 5.1 Communicatie De warmtetransitie is een grote en complexe opgave. Want dit raakt alle inwoners en ondernemers. Dat kunnen wij alleen maar realiseren door deze inwoners, ondernemers, huiseigenaren en andere partijen te betrekken. Alleen samen zorgen we voor een duurzaam West Maas en Waal. Wij hebben als gemeente een regisserende en faciliterende rol. Dit betekent dat wij de overstap naar duurzame energie in goede banen leiden. Samen met betrokken partijen gaan we op zoek naar de beste alternatieven voor duurzame energievoorziening. Deze transitie gaat over het in beweging krijgen van alle inwoners en ondernemers van onze gemeente. Cruciaal is dat men wil meedenken daar waar mogelijk en uiteindelijk allemaal meedoet. Dat is een uitdaging. Enerzijds omdat er nog veel onzeker is qua technische oplossingen, financiële constructies, tijdspaden en wettelijke kaders. Anderzijds is nut en noodzaak nog lang niet tot iedereen doorgedrongen en denken veel van onze nuchtere inwoners ‘wie dan leeft, dan zorgt’. Communicatie speelt een belangrijke rol, onder andere als basis voor het participatieproces. Maar ook om te informeren en technische materie begrijpelijk te maken, bewustwording en eigenaarschap te stimuleren, in gesprek te komen, te enthousiasmeren en een basis te creëren voor gedragsverandering.

Maar we bereiken deze gedragsverandering niet met communicatie en participatie alleen. Inzet van andere instrumenten, zoals financiële prikkels en praktische ondersteuning zijn noodzakelijk om ons doel te halen. Een heldere en eenduidige communicatieboodschap is belangrijk. Onze algemene kernboodschap over duurzaamheid is (eerder vastgesteld): Samen met inwoners en ondernemers werkt gemeente West Maas en Waal aan een duurzame, groene en gezonde gemeente. 5.2 Participatie Participatie is vooral van belang bij de totstandkoming van de wijk/dorpswarmteplannen. Dat raakt inwoners ook direct in hun privé-situatie. Dit is maatwerk. We bevragen vooraf door middel van een verkennend onderzoek het bestuur over de wensen en eisen van dit participatietraject. Omdat het een hele complexe opgave is, zijn de hoogste niveaus in de participatieladder volgens ons niet haalbaar (zelf organiseren en meebeslissen). Per wijk of dorp kan het verschillen welk participatieniveau haalbaar en gewenst is. Dat hangt af van de inwoners in het dorp/wijk en de betrokkenheid bij het onderwerp. Onze minimale ambitie is de onderste 3 niveaus van participatie: informeren, raadplegen en adviseren. We gaan hierbij ook actief op zoek naar de wijze waarop we co-creatie met de samenleving (conform de afspraken in de participatienota) kunnen vormgeven en welke behoeftes en wensen

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

21

er op dit gebied in de samenleving leven. Door het betrekken van inwoners bij de totstandkoming van een wijk/dorpswarmteplan willen we komen tot een zoveel mogelijk gedragen plan. We zijn daarbij duidelijk over de rollen en verantwoordelijkheden in het proces. Uiteindelijk stelt de gemeenteraad de wijk/dorpswarmteplannen vast. 5.3 Afstemming met stakeholders De warmtetransitie is een complexe opgave, want dit raakt iedereen in West Maas en Waal. Dit kunnen we daarom alleen realiseren door inwoners, ondernemers en andere partijen te betrekken. In de gemeente West Maas en Waal zijn verschillende stakeholders bij de Transitievisie Warmte betrokken. Dit betreft zowel interne stakeholders vanuit verschillende afdelingen van de gemeente als externe stakeholders zoals Alliander, Woningcorporatie De Kernen, Waterschap Rivierenland en Gebiedscoöperatie Vitaal West Maas en Waal. Met deze stakeholders is informatie uitgewisseld in sessies die noodzakelijk waren voor de totstandkoming van de WAT en WANNEER kaart. De WAT kaart geeft informatie over de technische mogelijkheden, de WANNEER kaart benoemt de meest kansrijke wijken om te starten, de verkenningswijken. Dorpsplatforms Het is voor de gemeente West Maas en Waal van groot belang om te weten hoe inwoners tegen de warmte transitie aankijken en waar hun behoefte ligt.

Welke informatie hebben de inwoners nodig en hoe willen ze betrokken worden in de warmte transitie. De dorpsplatforms zijn een centrale spil in het dorp. Ze kennen de inwoners en zijn het startpunt om informatie over te dragen. In juli zal op de bijeenkomst voor dorpsplatforms informatie gedeeld worden over de transitievisie warmte en welke veranderingen dit mee kan brengen voor de inwoners. Eveneens zal de vraag gesteld worden welke rol de dorpsplatforms voor zichzelf zien en hoe zij de verbinding kunnen leggen met de inwoners van de dorpen. Aangezien deze transitie iedereen raakt is het van belang om informatie te blijven delen en te weten op welke wijze de inwoners betrokken willen worden. Alle dorpsplatforms zijn daarnaast apart benaderd voor een informatieavond over de transitievisie warmte met als doel om verder per dorp in gesprek te gaan met de inwoners. Op deze uitnodiging hebben de dorpsplatforms van Alphen,

Maasbommel,

Altforst

en

Appeltern

positief

gereageerd

en

hier

zal

een

informatiebijeenkomst georganiseerd worden. Het dorpsplatform in Boven-Leeuwen heeft aangegeven momenteel hier geen rol voor hen te zien. De afspraak is gemaakt dat we blijven informeren en in de toekomst nog eens polsen of er mogelijkheden zijn voor een bijeenkomst. Ondernemersverenigingen In West Maas en Waal zijn zes ondernemersverenigingen actief. Zij zijn allen benaderd om in gesprek te gaan over de transitievisie warmte en de vervolgstappen. De ondernemersvereniging van Bedrijvenpark Veesteeg heeft positief gereageerd en aangegeven graag mee te willen denken in de warmtetransitie. De gemeente blijft in gesprek met de ondernemers om te kijken op welke wijze deze ondernemers betrokken willen worden. Business Club Maas & Waal heeft aangegeven geen interesse te hebben om mee te denken.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

22

Vitaal West Maas en Waal Vitaal West Maas en Waal is een gebiedscoöperatie, opgericht door ZLTO. Momenteel zijn er rond de 130 leden waarvan 25% agrarisch ondernemer is, de overige leden zijn burgers. Deze gebiedscoöperatie heeft als doel om bij wind- en zonneprojecten de regie in lokale handen te houden en te zorgen dat de opbrengsten zoveel als mogelijk ten gunste komen van de lokale gemeenschap, met daarbij oog te houden voor de leefomgeving. Het uitgangspunt hierbij is dat het buitengebied vitaal blijft, met ruimte om prettig te wonen, te ondernemen en te recreëren Vitaal West Maas en Waal wil geleidelijk gaan opbouwen om daarbij zoveel mogelijk bewustwording te creëren over stappen die leiden tot een duurzaam West Maas en Waal en zoekt hierbij de samenwerking met de gemeente en het energieloket. De leden hebben zeggenschap in het proces en kunnen financieel participeren in projecten. Vitaal West Maas en Waal wil graag een partner zijn in het participatieproces om gezamenlijk stappen te zetten in de warmte transitie. Opgewekt Maas en Waal Opgewekt Maas en Waal is een kleine coöperatie die 2 projecten in Maas en Waal heeft opgezet. Eén van deze projecten is een zonneproject op basisschool De Laak in Wamel, waar 87 zonnepanelen op het dak van de school geplaatst zijn. Dit project van opwek van duurzame energie is gerealiseerd door coöperatieve deelname van 65 leden.

Opgewekt Maas en Waal zag haar rol als een voorhoedefunctie en focust zich nu op de twee lopende projecten. Zij vindt dat andere partijen nu verantwoordelijkheid moeten nemen. Energieloket West Maas en Waal Het energieloket is voor inwoners de ingang om onafhankelijk advies en informatie te vinden over energie besparen en energie opwekken. Deze informatie helpt de inwoners om te starten met het aardgas ready maken van hun woning. Naast informeren zorgt het energieloket ook voor de opleiding van energiecoaches. Deze energiecoaches kunnen in hun eigen dorp hun dorpsgenoten verder helpen met eigen ervaringen en opgedane kennis. De taken die het energieloket nu uitvoert voor de gemeente zijn erg belangrijk om stappen te kunnen zetten in de warmte transitie. Echter zal uitbreiding van de taken en samenwerking noodzakelijk zijn om verder te komen in het proces. Momenteel zijn we in gesprek met het energieloket om te bespreken welke rol zij zien om de participatie te bevorderen. Een eerste verkennend gesprek hiervoor is begin juni geweest. In dit overleg is onder andere gesproken over mogelijkheden van een blokaanpak bij kansrijke woningen waarbij een technische en economische analyse wordt gemaakt, collectieve inkoopmogelijkheden voor inwoners van West Maas en Waal en mogelijkheden voor wijkgerichte aanpak.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

23

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

24

6. ROLLEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN Bij het proces naar een aardgasvrij West Maas en Waas in 2050 is een groot aantal partijen (stakeholders) betrokken: de gemeente West Maas en Waal, woningcorporatie De Kernen, netbeheerder Liander, energiecoöperatie Opgewekt Maas en Waal, gebiedscoöperatie Vitaal Maas en Waal, ondernemersorganisaties en natuurlijk de bewoners. Dit hoofdstuk schets kort de achtergrond en de diverse rollen van de verschillende partijen. Het gezamenlijk met de stakeholders optrekken is voor de totstandkoming van deze visie van belang. Het is nadrukkelijk de wens van de gemeente West Maas en Waal om ook voor het vervolg van het proces naar aardgasvrij, zoals de wijkuitvoeringsplannen en de haalbaarheidsstudies voor de diverse verkenningswijken, deze structuur en afstemming in stand te houden, omdat dit zal bijdragen aan een gedragen resultaat. 6.1 Rol van de gemeente De gemeente vervult diverse rollen in de omschakeling naar aardgasvrij wonen. Gedurende de warmtetransitie zal de gemeente West Maas en Waal de volgende rollen innemen. -

Duidelijkheid geven: In deze visie legt de gemeente op hoofdlijnen vast hoe de warmtetransitie in West Maas en Waal vorm kan krijgen en wat er voor nodig is (ook vanuit externe partijen). Minimaal om de vijf jaar komt er een actuele versie van deze visie. Op deze manier verschaft de gemeente zoveel duidelijkheid als mogelijk is.

-

Regierol: Het bestuur zal het uitvoeringsplan voor elke wijk of gebied vaststellen. Een uitvoeringsplan dat op basis van een verkennend onderzoek en in samenspraak met anderen tot stand komt. De gemeente heeft hierin de regie. Hiervoor zal per verkenningswijk een structureel overleg opgezet met betrokken stakeholders en betrekken we de bewoners en bewonersorganisaties intensief bij dit proces.

-

Communiceren en ondersteunen: De weg naar aardgasvrij wonen is nog een lange weg met het isoleren van woningen als een belangrijke eerste stap en het aardgasvrij-ready maken als tussenstap. Hiervoor is het ook nodig dat het Rijk de middelen voor de uitvoering beschikbaar stelt. De gemeente ziet het als haar taak om actief hierover te communiceren. Ook ziet ze het als haar taak om bewoners te ondersteunen die in hun wijk of buurt gezamenlijke acties rondom dit thema op willen zetten, in samenwerking met het Energieloket West Maas en Waal.

-

Begeleiden bewoners: Bij de verkenningswijken is het wenselijk dat de bewoners betrokken vanaf het begin worden. We gaan gezamenlijk met bewoners en bewonersorganisaties op zoek naar de rol die zij in dit proces op zich willen en kunnen nemen en hoe wij als gemeente en externe stakeholders daarbij kunnen ondersteunen.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

25

-

Gebouweigenaar: De gemeente is zelf ook eigenaar van een aantal gebouwen. In deze rol zal de gemeente het goede voorbeeld geven door te laten zien dat verwarmen zonder aardgas de nieuwe norm is.

6.2 Rol van de woonstichting In West Maas en Waal beschikt Woonstichting De Kernen over circa 1.620 woningen. Dit is zo’n 20% van het aantal woningen in West Maas en Waal. Woonstichting De Kernen heeft haar duurzaamheidsdoelstellingen verankerd in het strategisch beleidsplan 'Ruimte voor Mensen - 2019 en verder' en het 'Duurzaamheidsplan 2020 - 2050'. Zowel de gemeente West Maas en Waal als de Woonstichting De Kernen onderkennen als duurzaam betrokken partner het belang van een goede leefbaarheid in de gemeente, nu en in de toekomst. Daar is onlosmakelijk mee verbonden dat we ons inzetten ten behoeve van een duurzame wereld zodat we samen, op onze eigen manier en vanuit onze eigen mogelijkheden een bijdrage leveren aan een duurzame wereld. De zorg voor onze volgende generatie maakt dat Woonstichting De Kernen en de gemeente West Maas en Waal een ‘Deal voor duurzaamheid’ zijn aangaan. Hierin maken we concrete afspraken op het gebied van duurzaamheid, circulariteit, energietransitie en klimaatadaptatie. 6.3 Rol van de netbeheerder Liander beheert in de gemeente West Maas en Waal de infrastructuren voor gas en elektriciteit. Tijdens het proces van de warmtetransitie houdt Liander in het oog dat de maatschappelijke kosten niet te hoog gaan oplopen, bijvoorbeeld door onnodig dure ingrepen op het gas- of elektriciteitsnet of onnodige werkzaamheden in de straat.

Daarnaast biedt Liander een integrale blik op het energiesysteem in connectie met andere ontwikkelingen binnen de energietransitie (zoals zonnepanelen op daken en de laadinfra-structuur voor elektrisch vervoer). Dit alles vanuit het belang dat de verschillende deelgebieden van West Maas en Waal een passend en toekomstbestendig energiesysteem hebben en houden. 6.4 Rol van Vitaal West Maas en Waal Vitaal West Maas en Waal is een gebiedscoöperatie, opgericht door ZLTO. Momenteel zijn er rond de 130 leden waarvan 25% agrarisch ondernemer is, de overige leden zijn burgers. Deze gebiedscoöperatie heeft als doel om bij wind- en zonneprojecten de regie in lokale handen te houden en te zorgen dat de opbrengsten zoveel als mogelijk ten gunste komen van de lokale gemeenschap, met daarbij oog te houden voor de leefomgeving. Het uitgangspunt hierbij is dat het buitengebied vitaal blijft, met ruimte om prettig te wonen, te ondernemen en te recreëren Vitaal West Maas en Waal wil geleidelijk gaan opbouwen om daarbij zoveel mogelijk bewustwording te creëren over stappen die leiden tot een duurzaam West Maas en Waal en zoekt hierbij de samenwerking met de gemeente en het energieloket. De leden hebben zeggenschap in het proces en kunnen financieel participeren in projecten.

14-09-2022

Transitievisie Warmte West Maas en Waal

pagina

26

6.5 Rol van Opgewekt Maas en Waal Opgewekt Maas en Waal is een kleine coöperatie die 2 projecten in Maas en Waal heeft opgezet. Eén van deze projecten is een zonneproject op basisschool De Laak in Wamel, waar 87 zonnepanelen op het dak van de school geplaatst zijn. Dit project van opwek van duurzame energie is gerealiseerd door coöperatieve deelname van 65 leden. Opgewekt Maas en Waal zag haar rol als een voorhoedefunctie en focust zich nu op de lopende projecten. 6.6 Rol van de dorpsplatforms Het is voor de gemeente West Maas en Waal van groot belang om te weten hoe inwoners tegen de warmte transitie aankijken en waar hun informatiebehoefte ligt. Welke informatie hebben de inwoners nodig en hoe willen ze betrokken worden in de warmte transitie? De dorpsplatforms zijn een centrale spil in het dorp. Ze kennen de inwoners en zijn op de hoogte van bewonersinitiatieven. Ze zijn het startpunt om informatie over te dragen. Samen met dorpsplatforms zullen bijeenkomsten worden georganiseerd om in gesprek te gaan met de inwoners en ze te informeren over de warmte transitie. Aangezien deze transitie iedereen raakt zal eveneens gevraagd worden op welke wijze de inwoners betrokken willen worden. 6.7 Rol van het energieloket Het energieloket is voor inwoners de ingang om onafhankelijk advies en informatie te vinden over energie besparen en energie opwekken.

Deze informatie helpt de inwoners om te starten met het aardgas ready maken van hun woning. Naast informeren zorgt het energieloket ook voor de opleiding van energiecoaches. Deze energiecoaches kunnen in hun eigen dorp hun dorpsgenoten verder helpen met eigen ervaringen en opgedane kennis. De taak van het energieloket is cruciaal om stappen te kunnen zetten in de warmte transitie. 6.8 Rol van bewonersinitiatieven Energie-gerelateerde bewonersinitiatieven kunnen helpen om in de gemeente of in een specifieke wijk meer draagvlak te krijgen voor de warmtetransitie in het algemeen. Welke rollen deze initiatieven willen en kunnen nemen in het proces van de warmtetransitie is telkens weer maatwerk bij de verkenningswijken. 6.9 Rol van de ondernemersverenigingen In West Maas en Waal zijn zes ondernemersverenigingen actief. Zij zijn er met name voor de behartiging van belangen van hun leden. De energietransitie vraagt ook een betrokkenheid en inzet van de ondernemers. Deze inzet zal anders zijn voor bedrijven op industrieterrein Veesteeg dan voor het MKB. De ondernemersverenigingen kunnen hierbij een belangrijke rol in spelen om samen met de gemeente de ondernemers te informeren en betrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11990817/1