CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 24 juni 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Bindend adviesrecht aanvraag omgevingsvergunning Alphen - Nieuwe Weg 1725.860 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

56/368

De projectlocatie heeft geen betrekking op een locatie voor/nabij rijksvaarwegen. d. Communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart; De projectlocatie is niet gelegen binnen een gebied waar voor bouwwerken beperkingen gelden vanwege mogelijke verstoring van communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor burgerluchtvaart. De projectlocatie is niet gelegen binnen meerdere radarverstoringsgebieden voor windturbines. e. Landelijke fiets- en wandelroutes; Doorheen de projectlocatie of over de direct aangrenzende wegen of paden lopen geen landelijke fiets- of wandelroutes. f. Hyperscale datacentra: De projectlocatie heeft geen betrekking op een locatie voor/nabij hyperscale datacentra. Bovendien heeft elke gemeente voorbeschermingsregels voor datacentra.

5.11.3 Conclusie Gelet op het voorgaande is het project niet in strijd met de instructieregels ten behoeve van nationale belangen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het is niet nodig om voor dit aspect voorschriften aan de vergunning te verbinden.

5.12 Toegankelijkheid openbare buitenruimte 5.12.1 Instructieregels In artikel 5.162 van het Bkl is bepaald dat als een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, in dat omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Hetzelfde uitgangspunt geldt voor een bopa waarmee van het omgevingsplan wordt afgeweken.

5.12.2 Toetsing Dit project gaat niet gepaard met aanpassingen in de openbare ruimte. De locatie blijft op een goede manier toegankelijk vanaf de openbare weg. De bestaande inritten blijven aanwezig. 5.12.3 Conclusie Dit project gaat niet gepaard met aanpassingen in de openbare ruimte. De locatie blijft goed toegankelijk voor verkeer via de bestaande inritten.

57/368

5.13 Gezondheid 5.13.1 Instructieregels Een doel van de Omgevingswet is het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 van dit artikel wordt benadrukt dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Daarbij gaat het volgens paragraaf 5.1.4 van het Bkl in ieder geval om Kwaliteit buitenlucht Geluid door activiteiten Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Trillingen Slagschaduw van windturbines Bodem Geur In paragraaf 5.1 is in tabel 5.1 reeds aangegeven of deze thema's voor dit project relevant zijn. De thema's die relevant zijn, zijn eerder in dit hoofdstuk behandeld. Bij de afweging van de gezondheidsgevolgen kunnen ook gezondheidsbevorderende aspecten een rol spelen. zoals bijvoorbeeld een groene leefomgeving, ruimte voor beweging, beschikbaarheid /toegankelijkheid van voorzieningen en sociale cohesie. Hiervoor zijn in het Bkl geen instructieregels opgenomen. Wel kan het zijn dat de provincie, regio en/of gemeente hiervoor beleid heeft. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in de belangenafweging betrokken.

5.13.2 Toetsing Gezondheidsbescherming Een deel van de hiervoor beschreven omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meest gevallen gaat om gezondheidsbescherming. Op deze plaats volstaat kort de conclusie dat er gelet op de gestelde normen voor geen enkel omgevingsaspect (bijv. bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidhinder, geurhinder) belemmeringen zijn voor woningbouw op de projectlocatie. Aanvullend is het goed om kort in te gaan op de volgende gezondheidsrisico's: Geitenhouderijen: Het projectgebied ligt niet binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Zodoende vormt dit aspect dan ook geen belemmering voor het project of andersom. Endotoxinen vanwege varkens- of pluimveehouderijen: Het project is niet gelegen binnen 250 meter van een veehouderij met welke diersoort dan ook. Zodoende vormt dit aspect dan ook geen belemmering voor het project of andersom. Gezondheidsbevordering Binnen de ontwikkeling is aandacht voor gezondheidsbevordering. Door aan te sluiten bij het SNF keurmerk en

58/368

de zogenaamde Roemer-normen is verzekerd woonvoorzieningen krijgen, met voldoende privacy.

dat

internationale

werknemers

kwalitatief

goede

Op de locatie wordt veel beplanting aangebracht zodat de mensen in een groene omgeving kunnen verblijven, wat voor ontspanning zorgt. De mensen hebben daarnaast de mogelijkheid om te bewegen door zowel binnenals buitenfaciliteiten voor recreatie en ontspanning. 5.13.3 Conclusie Met dit project wordt rekening gehouden met het aspect gezondheid, zowel voor wat betreft bescherming als bevordering.

5.14 Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen 5.14.1 Wettelijk kader In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. In het kader van de ontwikkeling is het gebruik van de aangrenzende agrarische percelen in kaart gebracht. Deze percelen worden gebruikt voor de teelt van bieten, tarwe en aardappelen. Agrarische gronden kunnen worden bespoten met gewasbeschermingsmiddelen. Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen, dient bij ontwikkelingen nabij agrarische gronden te worden aangetoond dat er geen onaanvaardbare gezondheidsrisico's optreden als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hoewel er geen specifieke instructieregels voor dit aspect gelden, geldt als vuistregel een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies, zoals woningen, en agrarische gronden waarbij gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden gebruikt. Deze afstand kan op basis van een locatiespecifieke onderbouwing worden verkleind.

59/368

5.14.2 Toetsing Huisvesting voor internationale werknemers wordt aangemerkt als gevoelige functies die bescherming behoeven tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen. Bij hoge teelten zoals sierteelt, fruitteelt, boomteelt of andere opgaande meerjarige teelten is de drift van gewasbeschermingsmiddelen over het algemeen aanzienlijk groter dan bij akkerbouw. Daarnaast zijn ook de middelen die in de akkerbouw worden gebruikt vaak minder belastend dan middelen die bijvoorbeeld bij boomteelt worden ingezet. Percelen welke in gebruik zijn voor sierteelt, fruitteelt, boomteelt of andere opgaande meerjarige teelten, zijn op grote afstand gelegen van de locatie. Het dichtstbijzijnd gelegen perceel welke in gebruik is voor dit soort teelt, is ten noordwesten van het projectgebied gelegen, op een afstand van 90 meter. Deze afstand is ruim voldoende. De aangrenzende agrarische gronden buiten het projectgebied worden enkel gebruikt als grasland. De dichtstbijzijnde afstand tussen de woningen en deze agrarische gronden betreft circa 20 meter. In theorie mogen gewasbeschermingsmiddelen op de naastgelegen gronden worden toegepast. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moet echter gebeuren conform de geldende wetgeving. Deze wetgeving stelt eisen aan het gebruik, zoals de zorgplicht voor mens, dier, plant en water, en verplicht het gebruik van driftarme apparatuur.

Bovendien stelt het Bal strikte voorwaarden, zoals het vermijden van toepassing bij ongunstige weersomstandigheden (bijvoorbeeld hoge windkracht). Daarnaast dragen moderne driftreducerende spuittechnieken bij aan een verdere beperking van risico's voor de omgeving. Ook geldt dat in de huidige situatie al rekening moet worden gehouden met het gebouw, omdat hier verblijfsrecreatie in is toegestaan en ook aanwezig is. Dit wijzigt daarmee niet met voorgenomen ontwikkeling. 5.14.3 Conclusie Gelet op het ontbreken van intensieve teelten zoals sierteelt, fruitteelt en boomteelt, de wettelijke eisen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, de afstand van de woningen tot het akkerbouwperceel, en het gegeven dat in de huidige situatie al rekening moet worden met het gebouw, is het risico in het kader van spuitzonering beperkt. De ontwikkeling kan worden gerealiseerd zonder onaanvaardbare gezondheidsrisico's of belemmeringen voor de agrarische bedrijvigheid.

5.15 Mobiliteit en parkeren 5.15.1 Wettelijk kader Mobiliteit en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. Het Bkl en de provinciale omgevingsverordening stellen geen instructieregels op dit gebied. Wel kan het zijn dat de provincie, regio en gemeente hiervoor beleid heeft, bijvoorbeeld een Mobiliteitsvisie, regels over aanleg parkeerplaatsen in het omgevingsplan en/of een Nota Parkeernormen. In de beoordeling van het project op het omgevingsaspect mobiliteit zijn de ontsluitingsstructuur, verkeersgeneratie, bereikbaarheid en verkeersveiligheid relevant. Daarbij worden alle relevante vervoerswijzen bezien (langzaam verkeer, openbaar vervoer en gemotoriseerd verkeer). De beoordeling van het project op het omgevingsaspect parkeren houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig moet zijn.

60/368

5.15.2 Toetsing Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving stellen geen regels op dit gebied. De Nota Parkeren 2019 (hierna de Parkeernota) van Gemeente West Maas en Waal gaat wel op deze aspecten in. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid bieden de CROW-richtlijnen een belangrijk kader voor de beoordeling van de aspecten verkeer en parkeren. Aangezien het richtlijnen betreft, kan er onderbouwd worden afgeweken. Daarvoor is specifiek op de ontwikkeling van toepassing zijnde toegesneden informatie van belang. Ontsluiting Het projectgebied ligt aan de Nieuwe Weg. Dit is een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom van ruim 5 meter breed. Er zijn geen voetgangers- of fietsvoorzieningen. Naar het zuiden kan de Nieuweweg worden gevolgd in de richting van Oss. Op deze route moet wel gebruik worden gemaakt van een veerpont. Iets ten noorden van het projectgebied kruist de Nieuwe Weg met de Dijkgraaf de Leeuw-weg. Vanaf deze kruising kan in westelijke richting de Dijkgraaf de Leeuwweg richting Alphen worden bereikt. Dit is de dichtstbijzijnde kern met enige voorzieningen, en ligt op ca. 3 kilometer afstand van het projectgebied.

Alphen kan ook via de Schansedijk worden bereikt De dichtstbijzijnde kern met een supermarkt is Dreumel, op 6 kilometer afstand. Dreumel is ook via deze route bereikbaar. Beneden Leeuwen is de grootste kern in de gemeente en heeft nog wat meer voorzieningen. Beneden Leeuwen is het snelste via de Dijkgraaf de Leeuwweg in oostelijke richting te bereiken, maar de route via de Nieuwe Weg in noordelijke richting is nauwelijks langer. Tot slot moet voor echt grootstedelijke voorzienin-gen zoals een ziekenhuis of bioscoop naar Tiel of Nijmegen worden gereisd. Naar Tiel gaat de snelste route over de Nieuwe Weg, naar Nijmegen over de Dijkgraaf de Leeuwweg oost. De ontsluiting naar het projectgebied is weergegeven in navolgend figuur.

Figuur 5.7: ontsluiting projectlocatie

61/368

Te voet is de projectlocatie slecht bereikbaar. Er zijn geen bestemmingen die binnen een afstand gelegen zijn die door veel mensen gelopen wordt. Ook per fiets is de projectlocatie slecht te bereiken. Er zijn enkele lokale voorzieningen in Alphen, welke binnen 10 minuten fietsen bereikbaar zijn. De wegen ernaartoe zijn rustig en daarom comfortabel en veilig. Overige kernen liggen op een afstand waarbij maar weinig mensen de fiets overwegen als vervoermiddel. Regulier openbaar vervoer is ook niet in de nabije omgeving aanwezig evenmin als deelvervoer. De ontsluiting zal daarom voor het overgrote deel per auto plaatsvinden. Verkeersgeneratie en -afwikkeling Met behulp van de meest recente kencijfers van het CROW uit publicatie 744 is de netto verkeersgeneratie berekend; de verkeersgeneratie van de bestaande situatie is afgetrokken van de verkeersgeneratie van de beoogde situatie. Er is gebruik gemaakt van de kencijfers van het buitengebied van een niet-stedelijke gemeente. De kencijfers kennen een bandbreedte. Gezien het voor gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheidsgraad gemiddelde autobezit in West Maas en Waal is het midden van de bandbreedte gekozen. In tabel 5.4 is de berekening weergegeven. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is voor de huidige situatie uitgegaan van het gebruik van 20 kamers ten behoeve van de groepsaccommodatie en de bedrijfswoning.

Voor de beoogde situatie is gerekend met 20 wooneenheden (met meerdere kamers) en 8 studio's. Berekend is dat de beoogde ontwikkeling op werkdagen netto een 55 gemotoriseerde verkeersbewegingen zal veroorzaken. Tabel 5.4 Berekening verkeersgeneratie

Aangezien het verkeer van en naar het projectgebied zich al heel snel verdeelt in diverse richtingen kan gesteld worden dat de bijdrage van de beoogde ontwikkeling aan de intensiteit op de omliggende wegen zeer beperkt is en vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Parkeren Fiets De Parkeernota kent een parkeernorm van 1 stallingsplaats voor fietsen per kamer. Er zijn op basis van 86 kamers 86 stallingsplaatsen benodigd. In navolgend figuur is de locatie van de fietsenstalling weergegeven. Auto In de parkeernota van de gemeente West Maas en Waal wordt geen categorie gegeven voor huisvesting van internationale werknemers. De wooneenheden voor internationale werknemers kunnen wellicht worden vergeleken met de categorie 'Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)', waarbij een norm van 1 parkeerplaats per kamer wordt aangehouden. De situatie van zelfstandige kamerverhuur is alleen niet te vergelijken met een huisvestingslocatie voor internationale werknemers. De norm van 1 is veel te groot. Bij zelfstandige kamerverhuur is geen binding tussen de verschillende kamers, wat anders is bij kamers in wooneenheden voor internationale werknemers. Ervaring leert dat een parkeernorm van 0,25 voldoende is om de parkeerbehoefte op te vangen. Reden hiervoor is dat een zeer groot gedeelte van de internationale werknemers collectief naar Nederland worden vervoerd.

Ook het vervoer naar de werkgever vindt op collectieve basis plaats. Dat gaat met

62/368

vier personen in een personen auto en/of met busvervoer. Deze norm wordt ook bij overige accommodaties van United Homes toegepast en leidt niet tot parkeeroverlast in de omgeving. Dit wil United Homes ook te allen tijde voorkomen. Het is daarmee in de basis voldoende om 86 kamers x 0,25 = 21,5 parkeerplaatsen te realiseren. Er wordt voor gekozen om zekerheidshalve het dubbele aantal parkeerplaatsen, dus 43 parkeerplaatsen, te realiseren. Hier is ruim voldoende ruimte voor op het terrein. In navolgend figuur is de locatie van de te realiseren parkeerplaatsen weergegeven.

Figuur 5.8: Parkeerplaatsen voor auto's rood gemarkeerd en fietsenstalling blauw omcirkeld Beoordeling bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De bereikbaarheid van de projectlocatie te voet of met de fiets is matig, gezien de ligging in het buitengebied en er langs de omliggende wegen geen voet- of fietspaden aanwezig zijn. Wel is de locatie goed bereikbaar met de auto. De internationale werknemers zullen in hoofdzaak ook met de auto/busje van en naar de locatie gaan. De verkeersgeneratie die door de beoogde ontwikkeling wordt veroorzaakt is zo beperkt dat de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid niet negatief worden beïnvloed. 5.15.3 Conclusie In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is dit aspect beoordeeld en geconcludeerd kan worden dat het project niet tot problemen met de verkeersontsluiting, -afwikkeling en -veiligheid zal leiden.

63/368

5.16 Ecologie: gebiedsbescherming 5.16.1 Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bal en het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels, niet zijnde instructieregels, komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de voormalige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten, diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Daarnaast bevat het Bkl regels over het Natuur Netwerk Nederland. Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld.

Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en negatieve effecten kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet significant zal aantasten. De Natura 2000-activiteit is geen omgevingsplanactiviteit. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in het bestaan van een eventuele Natura 2000-vergunningplicht Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een bopa-activiteit kan gevolgen hebben voor NNN-gebieden. De gebieden die het NNN vormen zijn aangewezen in de provinciale omgevingsverordening. In de provinciale omgevingsverordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld van deze gebieden. Deze wezenlijke kenmerken en waarden moeten worden beschermd, in stand worden gehouden, verbeterd en ontwikkeld. Hiertoe zijn in de provinciale omgevingsverordening instructieregels opgenomen.

5.16.2 Toetsing De projectlocatie ligt niet binnen een natuurgebied dat is aangewezen als Natura2000-gebied. De dichtstbijzijnde natuur die onderdeel uitmaakt van het Natura2000-netwerk is het gebied "Rijntakken" op ongeveer 4,8 kilometer ten westen van de projectlocatie. Het Gelders natuurnetwerk op ongeveer 515 meter ten zuidoosten van de projectlocatie is het dichtstbijzijnde Natuur Netwerk Nederland. Verder is de projectlocatie niet gelegen binnen of in de nabijheid van een belangrijk weidevogelgebied.

64/368

Figuur 5.9: Uitsnede digitale kaart 'Natuurnetwerk Nederland' en 'Natura 2000-gebieden' (Bron: Atlas Leefomgeving). Projectgebied met rode cirkel aangeduid. Directe negatieve effecten van dit project op bovengenoemde beschermde natuurgebieden zijn vooral gelet op aard en omvang van het plan in combinatie met de afstand van de projectlocatie tot aan deze natuurgebieden niet te verwachten. Indirecte negatieve effecten zoals stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten, omdat verstoring van natuurgebieden door stikstof nog op een grote afstand van een bepaalde ontwikkeling kan plaatsvinden. Om die reden zijn voor dit project stikstofberekening uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn gerapporteerd en als bijlagen (bijlagen 5, 6 en 7) bij deze onderbouwing gevoegd. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling. 5.16.3 Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het project geen (significant) negatieve effecten voor beschermde gebieden met zich meebrengt.

5.17 Ecologie: soortenbescherming 5.17.1 Wettelijk kader Indien een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een bopa wordt aangevraagd mogelijk gevolgen heeft voor verblijfs- of groeiplaatsen van beschermde dieren of planten, dan is sprake van een flora- en fauna-activiteit. Het is in beginsel verboden om zonder vergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. De flora- en fauna-activiteit is geen omgevingsplanactiviteit. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in het bestaan van een eventuele flora- en fauna-vergunningplicht, aan de hand van een quickscan ecologie. Is het resultaat van de quickscan ecologie dat er aanwijzingen zijn dat specifieke beschermde soorten voorkomen, dan is aanvullend onderzoek nodig. Of een flora- en faun-activiteit vergunbaar is wordt beoordeeld in de daarvoor geldende procedure bij GS als bevoegd

65/368

gezag. 5.17.2 Toetsing Voor het initiatief is een quickscan flora en fauna uitgevoerd welke is toegevoegd als bijlage 8. Onderstaand wordt de conclusie uit het onderzoek weergegeven. Flora Van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde flora verwacht. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk. Zoogdieren Vleermuizen Van het plan zijn mogelijk negatieve effecten op beschermde vleermuissoorten te verwachten. Nader onderzoek is noodzakelijk voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen in de bebouwing indien bij de aanbouw van de nieuwe buitenmuren de oude spouwmuren moeten worden opengebroken, indien de werkzaamheden moeten worden gestart buiten de winterrustperiode van vleermuizen (grofweg 1 november t/m 31 maart), of indien de buitenmuren van de bebouwing waar momenteel open stootvoegen aanwezig zijn van buiten wordt bekleed met hout, beplating of een ander materiaal dat de toegang tot de open stootvoegen belemmerd of beperkt. Wanneer dit niet aan de orde is, kan in de winterrustperiode van vleermuizen worden gestart met de werkzaamheden zonder dat aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen noodzakelijk is. Overige zoogdieren Van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren te verwachten.

Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk. Vogels Broedvogels Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen kunnen negatieve effecten op vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats worden uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk. Nestplaatsen van algemene broedvogels kunnen wel worden verstoord door de geplande activiteiten. Werkzaamheden dienen daarom te worden gestart buiten de algemene broedpiek van vogels. Deze ligt grofweg tussen 15 maart en 15 juli. Wettelijk is geen periode vastgesteld als broedseizoen. Onder afdeling 11.2 van het Bal zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar. Het is daarom noodzakelijk om te werken op een manier waarop broedactiviteit van vogels niet verstoord wordt. Werkzaamheden zijn mogelijk indien door een deskundige is vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten zijn, of indien is vastgesteld dat met het werken volgens een goedgekeurd werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Een dergelijk ecologisch werkprotocol dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige en vervolgens goedgekeurd te zijn door het bevoegd gezag. Vissen

66/368

Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vissen uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk. Reptielen en amfibieën Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op reptielen en amfibieën niet uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel is de specifieke zorgplicht van toepassing. Dat wil zeggen dat zo veel mogelijk in één richting gewerkt dient te worden, dat de werkzaamheden stapvoets moeten worden uitgevoerd, en dat de werkzaamheden worden stilgelegd bij waarneming van een beschermde soort tot deze uit eigen beweging is gevlucht. Daarnaast moet insporing en plasvorming tijdens de uitvoerperiode worden voorkomen, zodat rugstreeppad niet het plangebied koloniseert voor de werkzaamheden zijn afgerond. Ongewervelden Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op ongewervelden uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.

Zorgplicht Artikel 11.27, de zorgplicht, van het Besluit activiteiten leefomgeving is en blijft altijd van kracht: Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. 5.17.3 Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat voor het project een flora- en fauna-vergunning moet worden aangevraagd. Vanwege de beschikbare mitigerende maatregelen staat op voorhand niet vast dat deze vergunning niet kan worden verleend.

5.18 Ecologie: houtopstanden 5.18.1 Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bal en het Bkl diverse regels (niet zijnde instructieregels) opgenomen ter bescherming van houtopstanden. Mochten de aangevraagde bopa-activiteiten gevolgen hebben voor houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap (dat wil zeggen: er moeten bomen worden geveld), gelden rijksregels uit het Bal. Bij vellen hoort een herplantingsplicht maar hierop bestaan uitzonderingen (zie artikel 11.111 Bal). Als de rijksregels voor vellen van toepassing zijn, is het vellen van houtopstanden verboden zonder eerst een melding te doen. 5.18.2 Toetsing Binnen het plangebied bevinden zich geen houtopstanden die betrekking hebben tot Afdeling 11.3 van het Bal. De effecten van de ingreep op houtopstanden hoeft om deze reden niet getoetst te worden aan de Ow.

67/368

5.18.3 Conclusie Binnen het projectgebied bevinden zich geen houtopstanden, waardoor de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige effecten heeft.

5.19 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 5.19.1 Wettelijk kader Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een BOPA rekening gehouden moet worden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen zoals onder andere de energietransitie, mobiliteit en herbruikbaarheid. De gemeente West Maas en Waal heeft het beleid 'Klimaatbestendig West Maas en Waal Uitvoeringsprogramma 2024 - 2029' op 30 januari 2025 vastgesteld. De gemeente wil in 2035, en uiterlijk in 2050, klimaatbestendig en waterrobuust zijn. De gemeente is dan bestand tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering en is (én blijft) een fijne, prettige plek om te wonen, werken en recreëren. Daarvoor worden maatregelen genomen zodat: we hevige neerslag goed kunnen opvangen en verwerken; we zo min mogelijk schade ondervinden door langdurige droogte; de effecten van extreme hitte worden verminderd én er voldoende koele verblijfplekken (en koele corridors) aanwezig zijn. De klimaataanpak draagt daarnaast bij aan een socialere en gezondere leefomgeving binnen onze dorpen met meer water, groen en biodiversiteit. De gemeente West Maas en Waal als geheel is op te delen in grofweg drie landschapstypes met elk een eigen benadering.

De verschillende landschappen reageren wisselend op klimaatverandering en kennen een andere landschapsbiografie. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie is daarom gebruik gemaakt van de volgende indeling in landschaptypes en deelvisies. In dit uitvoeringsprogramma worden deze types gebruikt om maatwerk te leveren. Bebouwd gebied; Landelijk (kommen)gebied; Uiterwaarden.

68/368

5.19.2 Toetsing De projectlocatie is gelegen in het landelijk gebied. Het landelijk gebied is op te delen in de oeverwallen en de komgronden, waarbij de locatie is gelegen in de oeverwallen. De oeverwallen bevatten o.a. waterhuishoudkundige werken. En op de oeverwallen is het grootste deel van de bebouwing te vinden. Het ruimtegebruik is op deze oeverwallen intens en complex. Kenmerkend voor de oeverwallen zijn de bosschages, waterpartijen en lanen als onderdeel van (voormalige) kastelen en landgoederen. De oude wielen en kolken herinneren aan dijkdoorbraken en er zijn de veel boomgaarden. Door veranderingen in het klimaat komen deze onderdelen meer onder druk te staan. De droogte heeft onder meer invloed op de stabiliteit en inrichting van (natuurvriendelijke) oevers en naastgelegen wegen. Daar waar natte natuur aanwezig is moet worden voorkomen dat langdurige droogte leidt tot onherstelbare schades aan de natuurwaarden. De ontwikkeling zet in op klimaatbestendigheid. Er is geen sprake van nieuwbouw en daarmee het toevoegen van verstening. De bestaande bebouwing wordt verbouwd ten behoeve van de nieuwe functie. Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving zullen de gebouwen voldoen aan de eisen voor 'BENG', waarmee hoge eisen worden gesteld aan duurzaamheid en energiebehoefte en energieverbruik.

Daarnaast wordt veel beplanting aangebracht, wat goed is voor de biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. In totaliteit neemt het verhard oppervlak niet toe, wordt bij de parkeerplaatsen voorzien in halfverharding en wordt hemelwater binnen het projectgebied opgevangen. 5.19.3 Conclusie In het project wordt ruimschoots rekening gehouden met duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

69/368

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het project. Vanuit de Omgevingswet gelden de volgende vereisten: 1. de ruimtelijke ontwikkeling mag niet evident financieel onuitvoerbaar zijn, en; 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, moet het kostenverhaal verzekerd zijn.

6.1

Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal

Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. Toetsing De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is.

6.2

Kostenverhaal

Indien de bopa nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt is kostenverhaal aan de orde. Kostenverhaalplichtige activiteiten zijn opgenomen in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op realisatie van een wooneenheden ten behoeve van de huisvesting van internationale werknemers. Daartoe wordt bestaande bebouwing verbouwd, dat op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit is aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. Tussen initiatiefnemer en de gemeente is een overeenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd is. Het toevoegen van kostenverhaalvoorschriften in de vergunning is daarmee niet noodzakelijk. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

6.3

Conclusie

Uit het bovenstaande volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

70/368

Hoofdstuk 7 7.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Belangenafweging

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om te kunnen beoordelen of hieraan wordt voldaan gelden beoordelingsregels waaraan moet worden getoetst. Hieronder volgt de samenvatting van de beoordeling en de conclusie waaruit volgt of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontwikkeling is ook aan het relevante beleidskader getoetst. Deze toetsing staat in hoofdstuk 4 van deze onderbouwing. Hieruit volgt dat de ontwikkeling past binnen het beleidskader. De beoordelingsregels voor de BOPA staan in afdeling 8.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze onderbouwing bevat de toetsing aan deze beoordelingsregels. In hoofdstuk 5 van deze onderbouwing is voor de diverse aspecten van de fysieke leefomgeving getoetst of aan deze beoordelingsregels wordt voldaan en of er met het project sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.2

Omgevingsplanactiviteiten

In deze paragraaf behandelen we de expliciet voor de ontwikkeling benoemde omgevingsplanactiviteiten. Het gaat hier om de volgende activiteiten: Het realiseren van wooneenheden en bijbehorende voorziening voor het huisvesten van internationale werknemers Het gebruiken van de gronden en gebouwen ten behoeve van tijdelijke bewoning door internationale werknemers Uit de toetsing blijkt dat gelet op de ontwikkeling en de omgeving en de effecten van de omgeving op de ontwikkeling bijvoorbeeld geluid, geur, trillingen sprake is van ETFAL.

7.3

Conclusie

De aangevraagde omgevingsplanactiviteiten kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gelet op de beoordelingsregels.

71/368

72/368

Bijlagen bij de onderbouwing

73/368

74/368

Bijlage 1

75/368

Participatieverslag

Verslag informatiebijeenkomst d.d. 10 maart 2025 Inleiding Op 10 maart jl. heeft er een informatiebijeenkomst plaatsgevonden inzake de verbouw van het pand Nieuwe Weg 17 te Alphen naar een huisvesting van 100 internationale werknemers. Deze huisvesting gaat voldoen aan het SNF keurmerk en aan de zogenaamde Roemer normen. De bijeenkomst is bezocht door circa 10 buurtbewoners en 4 buurtbewoners hebben zich afgemeld en hebben ook niet verzocht om een persoonlijke toelichting. Enkele van deze buurtgenoten hebben aangegeven geen voorstander te zijn om naar een huisvestingsplan van 100 internationale werknemers te gaan. Zij vragen wel om het verslag van de informatiebijeenkomst te ontvangen. Aan dat verzoek zal worden voldaan. Onderstaand de informatieborden die gepresenteerd zijn en die tot doel hadden om een goed beeld te schetsen hoe het gebouw en de omgeving er in de toekomst uit komt te zien. Ook is een informatiebord gepresenteerd waarop is aangegeven hoe het beheer wordt vorm gegeven door de beheerder, United Homes, en zoals dat in al hun accommodaties wordt vorm gegeven en naar behoren functioneert.

Gemeente West Maas en Waal

De gemeente West Maas en Waal heeft in zijn vergadering van 10 oktober 2024 het actieplan Internationale Werknemers in West Maas en Waal vastgesteld.

Dit actieplan is vastgesteld na een uitermate brede samenspraakprocedure waarbij alle relevante groeperingen uit de regio Rivierenland hun inbreng hebben gehad. Dit heeft geleid tot een in regionaal verband vastgesteld beleid voor internationale werknemers en hierop is het beleid en het actieplan van de gemeente West Maas en Waal gebaseerd. Op basis van dit actieplan is het transformatieplan van de Schanse Hoeve vorm gegeven waarbij de gemeente heeft aangegeven hier hun medewerking in beginsel aan te willen verlenen. Op basis van de bevindingen van omwonenden zal de gemeente een definitief standpunt in te nemen.

De gemeente heeft de ontwikkelaar opgedragen om het plan aan de “omgeving” voor te leggen waarbij de mogelijkheid wordt geboden de mening van de omgeving te sonderen. Dit verslag is de weergave van deze bevindingen. Er werd in algemene zin met instemming kennis genomen van het bouwplan alhoewel er ook enkele bezoekers waren die niet direct enthousiast werden van het gepresenteerde plan; 100 internationale werknemers in een klein buurtschap wordt een beetje als te veel van het goede ervaren. In het kader van het beheer (onderstaand) wordt op deze begrijpelijke zorg ingegaan. Positief werd ervaren dat de internationale werknemers over voldoende privacy komen te beschikken en in ieder geval een eigen slaapkamer krijgen waarbij keuken, woonkamer en badkamer worden gedeeld met 4 personen. Ook is er een beperkt aantal studio’s voor “stelletjes”. Tevens krijgen allen internationale werknemers de beschikking over wifi. Gezien het feit dat er een aparte in- en uitrit komt werd door enkele bezoekers voorgesteld om de inrit, gelet op het slechte zicht naar de Nieuwe Weg in combinatie met de hellingbaan, in het zuiden te leggen. De uitrit kan dan aan de noordelijke zijde komen waar voldoende zicht is op de Nieuwe Weg. Op die manier kunnen gevaarlijke verkeerssituaties worden voorkomen. Dat is een goede suggestie die zal worden overgenomen.

Beheer United Homes heeft op dit moment ruim 7500 “bedden” in beheer in accommodaties waarvan het aantal “bedden” per accommodatie varieert van 40 tot 400. Een accommodatie, zoals hier het geval is, maakt het uit exploitatieve overwegingen mogelijk om een permanente beheerder op de locatie aan te stellen die in ieder geval altijd telefonisch bereikbaar is; hij heeft op de locatie zijn eigen woning en kantoor. Deze beheerder houdt toezicht op het reilen en zeilen in de accommodatie én de omgeving hiervan. De beheerder zorgt er verder voor dat de accommodatie goed wordt beheerd en hij heeft ook de bevoegdheid om zo nodig regulerend op te treden op basis van het huishoudelijk reglement. Als er klachten zijn kan rechtstreeks contact worden opgenomen met de beheerder. Aan de buitenkant van de accommodatie komt een bord te hangen met daarop het telefoonnummer van de beheerder. De uitleg tijdens informatiebijeenkomsten over de wijze waarop United Homes het beheer uitvoert, werkt vaak verhelderend en United homes is bereid om periodiek in overleg te gaan met de omgeving indien daar behoefte aan bestaat. In een dergelijk overleg kunnen onder meer knel- en verbeterpunten worden besproken. De ervaring wijst uit dat een dergelijk structureel overleg naar verloop van tijd verwatert wanneer blijkt dat de accommodatie naar behoren functioneert en de omgeving verschoond blijft van overlast.

Er kan begrip worden opgebracht voor de vrees dat 100 internationale werknemers in relatie tot het beperkte aantal buurtbewoners zal leiden tot ongewenst situaties. Deze reactie wordt vaak aangegeven tijdens informatiebijeenkomsten en komt er veelal op neer dat gevreesd wordt voor overlast door in de buurt rondhangende werknemers en dat er zich dan zaken zullen voordoen waar de buurt van verschoond wenst te blijven. Bij handelen in strijd met het huishoudelijk reglement dient deze werknemer de accommodatie te verlaten; het uitzendbureau dat hem inhuurt zorgt er dan voor dat hij naar

zijn thuisland wordt vervoerd of elders te werk wordt gesteld. Internationale werknemers worden dus nimmer op straat gezet. Ook wordt geen huisvesting geboden aan internationale werknemers die zoals gezegd komen ”aanwaaien”. Kortom de wijze waarop het beheer is geregeld voorkomt ongewenste situaties. Procedure Nadat het verslag van de informatiebijeenkomst definitief is – dit is het geval wanneer eventuele opmerkingen over het conceptverslag zijn verwerkt – zal dit verstuurd worden naar de gemeente met het verzoek om toestemming te geven om de procedure op te starten teneinde de omgevingsvergunning te verkrijgen.

80/368

Bijlage 2

81/368

Inrichtingsplan

INRICHTINGSPLAN NIEUWE WEG 17 ALPHEN DATUM OPDRACHTGEVER PROJECTNR

: 20 MEI 2025 : DEN BREEJEN INVEST B.V. : 20241092 / 20250138

colofon DATUM 20 mei 2025 PROJECT 20241092 Nieuwe Weg 17, Alphen OPDRACHTGEVER Den Breejen B.V., de heer R. van Dijk PROJECTNUMMER 20241092 / 20250138 PROJECTLEIDER R. Kerstens AUTEURS M. Rekswinkel CONTACT T: 058- 2564055 E: marieke.rekswinkel@rho.nl W: www.rho.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING 4 1.1 De opgave 1.2 leeswijzer

2.

ANALYSE LANDSCHAP 6 2.1 De locatie en omgeving 2.2 Bodem, geomorfologie, hoogteligging en landschap 2.3 Historische ontwikkeling

3.

KERNKWALITEITEN EN UITGANGSPUNTEN 11

4.

INRICHTINGSPLAN 14

|

1. INLEIDING

1.1 DE OPGAVE Op de locatie Nieuwe Weg 17 in het buitengebied van Alphen wil initiatiefnemer een huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten situeren. Hiertoe wordt een inrichtingsplan opgesteld, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan het parkeren, de verharding, waterberging, recreatief gebruik en een goede landschappelijke inpassing. De bestaande bebouwing op de locatie, De Schanse Hoeve, blijft behouden en wordt omgevormd. Er is nu een groepsaccommodatie aanwezig.

nieuwe situatie ontwerp verbouwing Schanse Hoeve

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 5 / 18

schetsontwerp nieuwe situatie verbouwing Schanse Hoeve

2. ANALYSE LANDSCHAP

2.1 DE LOCATIE EN OMGEVING Het plangebied aan de Nieuwe Weg 17 in Alphen ligt in de gemeente West Maas en Waal in de provincie Gelderland. Het ligt op een kilometer van de rivier de Maas, die de grens vormt met de provincie Brabant. Het ligt tussen de steden Tiel en Oss in. Het plangebied is ten noordoosten van de kern Alphen gesitueerd. De Nieuwe Weg loopt vanuit de kern Alphen in noordelijke richting naar de N322 nabij Wamel en de Prins Willem Alexanderbrug. De bebouwing van het plangebied vormt de laatste van het lint tot Alphen. Na de kruising met de Dijkgraaf de Leeuwweg is een grote openheid te ervaren. Deze Dijkgraaf de Leeuwweg is aangezet met grote essen en vormt de noordelijke grens van het plangebied. Ten zuid(west)en van de Nieuwe Weg 17 zijn een woning (Nieuwe Weg 11) en daarachter een bedrijf gevestigd (Nieuwe Weg 13 en 15). Het bedrijf is via een smal dijkje bereikbaar. Op het talud van het dijkje staan populieren. Aan de overzijde van de weg ligt een brede watergang met daarachter een groot terrein met een brede groensingel. Dit terrein heeft een woonbestemming.

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 7 / 18

zicht op de projectlocatie vanaf rotonde

ruimte tussen populieren aan zuidwest zijde en achterzijde woongebouw

zicht op de projectlocatie vanaf oprit Nieuwe Weg

de bebouwing op het terrein; twee schuren en woongebouw

zicht op de projectlocatie vanaf Dijkgraaf de Leeuwweg (met essen)

pad op dijkje naar Nieuweweg 13 en 15, met populieren

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 8 / 18

voorzijde woongebouw met veel verharding

de twee schuren; toekomstig recreatiegebouw en beheerderswoning

zicht op de projectlocatie vanaf Nieuwe Weg

2.2 BODEM, GEOMORFOLOGIE, WATER, HOOGTELIGGING EN LANDSCHAP Bodem en geomorfologie

Water en landschap

De omgeving is gevormd door de rivier de Maas. De bodem maakt onderdeel uit van de rivierkleigronden. De bodem van het plangebied bestaat uit kalkloze poldervaaggronden, zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 (Rn95C). Deze loopt als een strook parallel aan de loop van de Maas. Ten noorden van deze strook ligt een strook poldervaaggrond met een profielverloop 4. Ten noorden dáárvan vindt de overgang plaats naar zware klei (kalkloze poldervaaggronden, zware klei, profielverloop 4, Rn44C). Geomorfologisch gezien ligt het plangebied op een stroomrug (B44), welke parallel aan de rivier loopt, maar ook aftakkingen heeft naar het noorden (door vroegere rivierlopen ontstaan).

De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG)/ gemiddeld kleinste die ligt in het plangebied op een diepte van 69 cm. Ten noorden ervan op 56 cm. De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG)/ gemiddeld grootste diepte is 131 cm resp. 116 cm. Aan de oostzijde van het perceel loopt een kleine bermsloot. Aan de overzijde van de Nieuwe Weg een brede sloot (leggerwatergang) die uitmondt in de Maas. Landschappelijk ligt het plangebied op de oeverwal, op de grens met het open komkleilandschap. De oeverwal is een kleinschalig landschap, met een halfgesloten karakter. Er is veel bebouwing en beplanting aanwezig. De laatste in de vorm van laanbomen, houtsingels en -wallen, kleine bosjes.

Hoogteligging

bodemkaart (www.bodemdata.nl/basiskaarten

waterkaart (www.bodemdata.nl/ basiskaarten)

hoogtekaart (www.AHN.nl)

geomorfologische kaart (www.bodemdata.nl/basiskaarten

landschapstypen LOP

hoogtekaart ingezoomd (www.AHN.nl)

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 9 / 18

Op de kaart van de AHN (Algemene Hoogtekaart Nederland) is te zien dat de hogere gronden de rivier volgen. Verder van de Maas af liggen de gronden lager. Op de ingezoomde kaart van de AHN (Algemene Hoogtekaart Nederland) is fraai te zien dat zowel de bebouwing van Nieuwe Weg 17, als de twee wegen hoger zijn gelegen (bruin op kaart). Ook de sloot die beide wegen volgt is te zien. Verder valt een greppelstructuur in noordwest-zuidoost richting op. Het laagste deel van het plangebied ligt aan de noordoost zijde.

2.4 HISTORISCHE ONTWIKKELING Ten noorden van de Maas liep parallel aan het water de Maasdijk. Aan de Maasdijk zijn veel dijkhuizen en -huisjes aanwezig. Er was een drietal sluizen aanwezig en een watermolen. Dwars op de Maasdijk was een dwarsdijk aanwezig, met daarnaast de Rijksce Wetering. Rond 1900 was de watermolen vervangen door het Maasbommelsche stoomgemaal. De percelen bestonden uit een smalle slagenverkaveling in noordwest- zuidoost richting. Sommige perceelsranden werden voorzien van bomen.

het gebied ten noorden van Oijen, 1850

Tot 1950 veranderde er weinig in het gebied. Rond 1970 is te zien dat de Dijkgraaf de Leeuwweg is aangelegd. Ook zijn in die tijd veel fruitboomgaarden aangeplant. Ook ontstond er lintbebouwing langs de Nieuwe Weg. Rond 1985 was het plangebied nog niet bebouwd. Er vond schaalvergroting plaats; de landbouwpercelen werden groter. Het terrein van het stoomgemaal (tegenover nr 17) werd aangeplant met een robuuste beplantingsstrook.

Op de kaart van 2023 is te zien dat het aantal boomgaarden verder afnam. Ook bleef er schaalvergroting optreden.

1970

2000

1900 1985

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 10 / 18

In de jaren 90 nam het aantal fruitboomgaarden af in het gebied. Er werd in die tijd een agrarisch bedrijf gevestigd aan de Nieuwe Weg 17. De bebouwing werd parallel aan de perceelsgrens gebouwd. Tussen de nummers 13/ 15 en 17 lag een smalle boomgaard.

2023

3. KERNKWALITEITEN EN UITGANGSPUNTEN

KERNKWALITEITEN EN UITGANGSPUNTEN KERNKWALITEITEN

UITGANGSPUNTEN

Op basis van de analyse van het landschap, het plangebied in zijn directe context en het provinciale en gemeentelijk beleid ten aanzien van landschappelijke kwaliteit, worden de kernkwaliteiten van het huidige landschap en het plangebied benoemd. De huidige karakteristiek en onderscheidende kwaliteit wordt gevormd door de volgende kenmerken en waarden:

Op basis van de kernkwaliteiten (de huidige karakteristiek en onderscheidende kwaliteit) van (de omgeving van) het plangebied aan Nieuwe Weg 17 worden de ontwerpuitgangspunten benoemd voor de herinrichting van het gehele perceel. Deze uitgangspunten leiden vervolgens tot het inrichtingssplan (h5).

De oeverwal en het komgebied De oeverwal en het komgebied • De kleinschaligheid en halfbeslotenheid van de oeverwal is kenmerkend en waardevol. Kenmerkend zijn de aanwezigheid van bebouwing; aan de Maasdijk/ Schansedijk/ Greffelingse dijk staan dijkhuizen en -huisjes. De bebouwing en de kavels staan loodrecht op de dijk. Hier en daar zijn nog fruitboomgaarden te vinden. • De grootschaligheid en openheid van het komgebied zijn eveneens kenmerkend en waardevol. Hier is veel minder bebouwing en beplanting aanwezig.

Het plangebied aan Nieuwe Weg 17 Alphen • Het plangebied maakt onderdeel uit het kleinschalige en halfbesloten oeverwallandschap, en ligt op de grens met het komgebied. • De van oorsprong kenmerkende noordwest - zuidoost verkaveling is deels nog terug te vinden. Deze wordt door de bebouwing van nr 17 en de populierenlaan versterkt. • Op het perceel zijn hoogteverschillen aanwezig, met het hoogste deel aan de zuidwestzijde, en het laagste deel aan de noordoostzijde.

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 12 / 18

• Nieuwe ontwikkelingen dienen de kernkwaliteiten van de omgeving te respecteren en te ondersteunen en bij te dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke en natuurlijke karakteristiek. • Behoud en versterking van landschappelijke kernkwaliteiten. • Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen binnen de maat en (oorspronkelijke) schaal van de omgeving. • Nieuwe ontwikkelingen dienen kwaliteit toe te voegen aan het bestaande geheel. • Streef naar behoud en versterking van de herkenbaarheid van het landschap; voor de oeverwal betekend dit schaalverkleining, toevoegen fruitboomgaarden en houtwallen. Voor het komgebied betekent dit de openheid en grootschaligheid behouden. • Behoud en maak gebruik van de hoogteverschillen in het gebied. • Pas inheemse beplanting toe die past bij en op de oeverwal. Uitgangspunten vanuit Landschapsontwikkelingsplan West Maas en Waal (LOP) In de structuurvisie Buitengebied 2020 is bepaald dat nieuwe ontwikkelingen op zodanige wijze in het landschap worden ingepast dat de bestaande landschappelijke (en daarmee ook de cultuurhistorische) waarden worden gerespecteerd en waar mogelijk vergroot. De wijze waarop deze inpassing moet plaatsvinden is beschreven in het LOP uit 2011.

De handreikingen uit het LOP voor de landschappelijke inpassing hebben betrekking op de volgende aspecten: • Landschappelijke versterking en inpassing erven; • Zoekzones landschappelijke versterking en kernranden; • Waterberging; • Versterken natuurwaarden; • Vergroten recreatieve beleefbaarheid.

Het plangebied aan Nieuwe Weg 17 Alphen bebouwing • De bestaande agrarische bebouwing blijft behouden, en krijgt een fraaie uitstraling. beplanting • Behoud de bestaande, inheemse populieren. • Pas inheemse beplanting toe die past bij en op de oeverwal (zie beplantingslijst p 14) • Pas zowel bomen als struiken als lage beplanting (bijvoorbeeld in de vorm van bloemrijk grasland) toe. Dit verhoogt de ecologische waarde van het gebied. water • Bestaande sloten blijven behouden. • Er vindt voldoende waterberging plaats in het plangebied. • Indien ingezet wordt op het ontwikkelen van een poel, geef deze dan flauwe, natuurvriendelijke taluds, om zo de ecologische waarden te vergroten. verharding • Er is zo min mogelijk verharding op het terrein. • Inritten zijn zo smal mogelijk. • Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. • Er is voldoende ruimte om fietsen te stallen. • Er wordt zo mogelijk gebruik gemaakt van grasbetonkeien. recreëren • Er is voldoende ruimte om zowel binnen als buiten te recreëren.

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 13 / 18

4. INRICHTINGSPLAN

4 INRICHTINGSPLAN

Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 15 / 18

Toelichting op het inrichtingsplan Op basis van de kernkwaliteiten en de uitgangspunten wordt een inrichtingplan voorgesteld voor de locatie aan de Nieuwe Weg 17 te Alphen. Er vindt hierbij landschapsontwikkeling plaats op het terrein.

landschap, structuur en zicht De kleinschaligheid en beslotenheid van de oeverwal wordt op het plangebied teruggebracht door het toevoegen van beplanting. Ook de oorspronkelijke verkavelingsstructuur (noordwest- zuidoost) wordt aangezet door beplanting en greppels in deze richting toe te voegen. Het karakter van de oeverwal wordt versterkt door de aanleg van een hoogstamboomgaardje. Het zicht op de bebouwing van nr 17 vanaf de noordzijde van de Nieuwe Weg en de rotonde met de Dijkgraaf de Leeuwweg wordt gefilterd door de kruinen van nieuw aangeplante fruitbomen.

referentie hoogstamboomgaard

water De bestaande watergangen rondom het gehele terrein blijven gehandhaafd. In noordwest - zuidoost richting worden nieuwe greppels uitgegraven. In het laagste deel van het terrein (noordoost zijde) komt een grote poel met flauwe, natuurvriendelijke taluds. De greppels en de poel zorgen, samen met de toepassing van grasbetontegels op de (auto)parkeerplaatsen voor ruim voldoende waterberging op het terrein.

verharding De totale hoeveelheid verharding neemt ten opzichte van de huidige situatie af; de grote hoeveelheid verharding die momenteel op het terrein aanwezig is, wordt daar waar mogelijk weggehaald en vervangen door groen (in de vorm van grasland, struiken of tuinen). Het terrein behoudt de twee inritten. Deze worden versmald. Hierbij kan de noordelijke inrit als entree worden gehanteerd, en de zuidelijke als uitgang. Ook zou ervoor gekozen kunnen worden alleen de zuidelijke inrit als hoofdentree richting de parkeerplaatsen te benutten. Er zijn ruim voldoende (auto)parkeerplekken op eigen terrein. De parkeerplaatsen worden in grasbetonkeien uitgevoerd. Ook is er voldoende ruimte om fietsen te stallen. De parkeerplaatsen worden omgegeven door een lage, gemengde haag.

referentie poel met flauw talud

recreatievoorzieningen Naast de overdekte ontspannings- en recreatieruimte in de voormalige stal aan de zuidzijde, wordt ten noordoosten van de bebouwing en boomgaard een speelveld met doelpalen aangelegd (S op schets). Tussen de boomgaard en de entree is ruimte voor een buitengym (B op schets). In de boomgaard komt een open plek waar ruimte is voor picknicktafels en een barbecue (* op schets). Een uitgemaaid graspad slingert door de boomgaard naar deze verblijfsplek. referentie bloemrijk grasland

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 16 / 18

•

vervolg toelichting op het inrichtingsplan • In de loods aan de Nieuwe Weg is een binnenspeelruimte. • Ten noordoosten van de bebouwing wordt een speelweide (met doelpalen) aangelegd (S). • Tussen de boomgaard en de entree wordt een buitengym aangelegd (B). Deze bestaat uit een grasmat op rubber. • In de boomgaard is een open ruimte met picknicktafels en bbq (*).

beplanting De meest opvallende beplanting die wordt toegevoegd is de hoogstamboomgaard. Deze verwijst naar het verleden, omdat vroeger zeer veel boomgaarden op de oeverwal aanwezig waren. De boomgaard bestaat uit een rij appel-, kersen/ pruimen- en perenbomen. De boomgaard filtert het zicht op het hoofdgebouw. Deze fruitbomen trekken veel insecten aan, die op hun beurt weer vogels aantrekken. Aan de rand van het perceel worden aan de noordwest zijde enkele bomen toegevoegd, om het zicht op de kopse kant van het woongebouw te filteren. Soorten zie hieronder. Nabij de poel zijn (knot)wilg of zwarte els passend. Aan de voorzijde wordt struweel toegevoegd (zie beplantingssoorten hieronder). De parkeerplekken worden omzoomd door een gemengde haag met soorten als lijsterbes, sleedoorn en hazelaar. Door verschillende soorten te combineren is er in het voorjaar en zomer een rijke bloei met een grote, gevarieerde rijkdom aan insecten en daarmee voldoende voedselaanbod voor vogels. Dit zal de biodiversiteit van de locatie sterk verbeteren. Bloemrijk grasland rondom de poel zal de biodiversiteit ook verhogen. Ook worden hier enkele bijenhotels geplaatst.

BEPLANTINGSSOORTEN Streekeigen/ inheemse beplanting passend op de oeverwal, en tevens op de overgang naar komkleigronden: Bomen/ boomvormers Latijnse naam • zomereik Quercus robur • ruwe berk Betula pendula • zachte berk Betula pubescens • veldesdoorn Acer campestre

| Inrichtingsplan Nieuwe Weg 17 Alphen Gld | 17 / 18

• haagbeuk Carpinus betulus • wintereik Quercus petraea nabij poel • wilg Salix alba • zwarte els Alnus glutinosa fruitbomen (hoogstambomen): • appel, peer, kers, pruim struiken Latijnse naam • vuilboom/ sporkehout Rhamus frangula • wilde lijsterbes Sorbus aucuparia • sleedoorn Prunus spinosa • hazelaar Corylus avellana • rode kornoelje Cornus sanguinea • egelantier Rosa rubiginosa bloemrijk grasland • soorten passend op de oeverwal (zavelgronden) zie bijvoorbeeld www. cruydthoeck.nl).

BEHEER In het struweel aan de voorzijde worden de dominante soorten om de 5 jaar uitgedund. De fruitbomen worden in de winter gesnoeid. De gemengde haag wordt 1 maal per jaar geknipt. Bloemrijk grasland wordt maximaal 1 a 2 keer per jaar gemaaid en afgevoerd.

LEEUWARDEN – GRONINGEN – DEVENTER – ROTTERDAM – MIDDELBURG - EINDHOVEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16957013/1