Bijlage 1. Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
omgevingsvergunning
BOPA Nieuwe Weg 17 Alphen West Maas En Waal
DATUM IMRO IDN
15-01-2026 NL.IMRO.0668.XXXX-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Realisatie huisvesting internationale werknemers Nieuwe Weg 17 Alphen RK
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Den Breejen Invest B.V. 20250138
AUTEUR STATUS
GE concept
Inhoudsopgave
Onderbouwing BOPA
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging projectlocatie
6
1.3
Te doorlopen procedure
7
1.4
Leeswijzer
8
Beschrijving van het project en zijn omgeving
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Toekomstige situatie
14
2.3
Juridische activiteiten
18
2.4
Milieueffectrapportage
19
Hoofdstuk 3
Participatie
20
3.1
Omgevingstafel
20
3.2
Participatie omgeving
20
3.3
Advies gemeenteraad
20
3.4
Bestuurlijk vooroverleg
21
Beleid en provinciale instructieregels
22
4.1
Rijksbeleid
22
4.2
Provinciaal beleid en instructieregels
23
4.3
Regionaal beleid
25
4.4
Waterschapsbeleid
26
4.5
Gemeentelijk beleid
27
Thema's van de fysieke leefomgeving
31
5.1
Algemeen
31
5.2
Omgevingsveiligheid
34
5.3
Water
36
5.4
Luchtkwaliteit
43
5.5
Geluid door activiteiten
45
5.6
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
47
5.7
Bodem
49
5.8
Geur
50
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
3/368
5.9
Cultureel erfgoed
52
5.10
Ladder voor duurzame verstedelijking
54
5.11
Nationale belangen
56
5.12
Toegankelijkheid openbare buitenruimte
57
5.13
Gezondheid
58
5.14
Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen
59
5.15
Mobiliteit en parkeren
60
5.16
Ecologie: gebiedsbescherming
64
5.17
Ecologie: soortenbescherming
65
5.18
Ecologie: houtopstanden
67
5.19
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
68
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
70
6.1
Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal
70
6.2
Kostenverhaal
70
6.3
Conclusie
70
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
71
7.1
Belangenafweging
71
7.2
Omgevingsplanactiviteiten
71
7.3
Conclusie
71
Bijlagen bij de onderbouwing
73
Bijlage 1
Participatieverslag
75
Bijlage 2
Inrichtingsplan
81
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
101
Bijlage 4
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
191
Bijlage 5
AERIUS berekening gebruiksfase
309
Bijlage 6
AERIUS berekening bouwfase
317
Bijlage 7
Stikstofonderzoek
327
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna
333
Hoofdstuk 7
4/368
Onderbouwing BOPA
5/368
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op de Nederlandse arbeidsmarkt blijft de behoefte onverminderd groot naar internationale werknemers. Internationale werknemers zijn personen die niet woonachtig zijn in Nederland en hier tijdelijk komen om te werken en te verblijven. Zij verblijven hier voor een bepaalde periode en hebben (nog) niet de intentie zich hier permanent te vestigen. Zij vangen een groot gedeelte van de arbeidsbehoefte op in de land- en tuinbouw sector, maar ook in de bouw en industrie. Met de toenemende groei in behoefte naar deze werknemers is de urgentie nog hoger geworden om geschikte huisvesting voor hen te realiseren. Op de locatie Nieuwe Weg 17 te Alphen zijn de afgelopen jaren tijdelijk 50 internationale werknemers gehuisvest. Initiatiefnemer wenst de huisvesting uit te breiden naar maximaal 96 internationale werknemers en dit permanent mogelijk te maken. De internationale werknemers verblijven voor tijdelijke duur (maximaal 6 maanden) op de locatie. Er wordt geïnvesteerd in de verbouwing van de bestaande gebouwen naar 28 wooneenheden met de daarbij behorende ruimten. De ontwikkeling bevat omgevingsplanactiviteiten die in strijd zijn met het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan van de gemeente West Maas en Waal waarvan (onder andere) het bestemmingsplan 'Gouden Ham/De Schans, randzone' deel uit maakt.
De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt door middel van een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (hierna: BOPA). Deze aanvraag moet worden beoordeeld op basis van de beoordelingsregels die voor een BOPA gelden. Naast de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, vormen de instructieregels en eventuele instructies, voorbereidingsbesluiten, projectbesluiten en de doorwerking van een maatwerkregel het beoordelingskader. Ook aan geldend beleid en beleidsregels wordt getoetst. In dit document wordt onderbouwd of aan deze beoordelingsregels en beleid(sregels) wordt voldaan. Op 14 november 2024 heeft de gemeente West Maas en Waal een positief principebesluit besluit genomen. Daarin is aangegeven dat het initiatief onder voorwaarden passend is.
1.2
Ligging projectlocatie
De projectlocatie waarop de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de BOPA betrekking heeft, ligt in het buitengebied van de gemeente West Maas en Waal op een afstand van circa 2,1 kilometer ten noordoosten van Alphen, op een afstand van circa 1,3 km ten noorden van Oijen en een afstand van 2,7 km ten noordwesten van Maasbommel. In onderstaande figuren is de ligging van de projectlocatie weergegeven. De projectlocatie is kadastraal bekend als gemeente Appeltern, sectie Q, nummers 241 en 213 (allen gedeeltelijk). In paragraaf 2.1 wordt nader ingegaan op de huidige situatie van de locatie.
6/368
Figuur 1.1: Ligging projectlocatie in omgeving
Figuur 1.2: Projectlocatie rood omkaderd
1.3
Te doorlopen procedure
Een BOPA is een activiteit, inhoudende:
7/368
a. een activiteit waarvoor het in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Voor de bopa gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, lid 2 Bkl); b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit de artikelen 8.0b tot en met 8.0e Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 Bkl gelden. Op de procedure voor het verkrijgen van de benodigde vergunning is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit betekent dat op deze aanvraag in beginsel binnen 8 weken moet worden beslist.
1.4
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie van de projectlocatie. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe vooroverleg en participatie hebben plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het ontwerp van het project op de projectlocatie. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 het project getoetst aan het relevante beleidskader en worden de relevante provinciale instructieregels beschreven. In Hoofdstuk 5 wordt het project getoetst aan de relevante thema's van de fysieke leefomgeving. Hierbij wordt het project beoordeeld op basis van de relevante beoordelingsregels en de relevante aspecten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 6 beoordeelt de economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ook wel afgekort als ETFAL).
8/368
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het project en zijn omgeving
Huidige situatie
2.1.1 Feitelijk situatie De projectlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente West Maas en Waal. De projectlocatie bevindt zich aan de Nieuwe Weg. Deze loopt vanuit de kern Alphen in noordelijke richting naar de N322 nabij Wamel en de Prins Willem Alexanderbrug. De projectlocatie vormt de laatste locatie in het bebouwingslint tot Alphen. Het gebied wordt ook gekenmerkt door de functie als recreatiegebied de Schans, wat is gelegen rondom een plas die een inham vormt van de Maas. De waterplas wordt voor een gedeelte gebruikt als jachthaven. Het landschap kenmerkt zich op de locatie en ten zuiden van de locatie als kleinschalig oeverwallenlandschap. Ten noorden bevindt zich het open komgrondengebied. Dit is ook zichtbaar vanaf de projectlocatie. Ten noorden en oosten van de projectlocatie bestaat de omgeving in hoofdzaak uit agrarische percelen, welke in gebruik zijn als weiland en voor de teelt van gewassen. Ten zuid(west)en van de projectlocatie zijn twee woningen (Nieuwe Weg 11 en 13) en daarachter een bedrijf gevestigd (Nieuwe Weg 15). Het bedrijf is via een smal dijkje bereikbaar. Op het talud van het dijkje staan populieren. Aan de overzijde van de weg ligt een brede watergang met daarachter een groot terrein met een brede groensingel. Op dit terrein bevindt zich een woning (Dijkgraaf de Leeuwweg 40).
In de huidige situatie is er binnen het projectgebied een groepsaccommodatie met een centrale keuken en bijbehorend terras aanwezig. Dit gebouw is de afgelopen jaren al tijdelijk in gebruik geweest voor de huisvesting van internationale werknemers. Daarnaast is er een machineloods en vleesveestal. Op navolgende afbeeldingen is een luchtfoto van de locatie weergegeven en enkele aanzichten van de bestaande situatie.
9/368
Figuur 2.1: luchtfoto huidige situatie
Figuur 2.2: aanzicht huidige situatie
10/368
Figuur 2.3: aanzicht huidige situatie
Figuur 2.4: aanzicht huidige situatie 2.1.2 Relevante regels omgevingsplan Omgevingsplan gemeente West Maas en Waal Het omgevingsplan van de gemeente West Maas en Waal bevat de regels voor de projectlocatie. a. Op dit moment staan de regels nog op verschillende plaatsen, te weten in: 1. de besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder: 2. een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening; 3. een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de
11/368
b. c. d. e.
inwerkingtreding van de Erfgoedwet; 4. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening; de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; de bruidsschat (zie artikel 22.1 van de Omgevingswet); voorbeschermingsregels (als onderdeel van het beoordelingskader).
Hierna wordt kort ingegaan op de voor de ontwikkeling relevante regels uit het omgevingsplan. In paragraaf 2.3.1 wordt beschreven met welke regels van het omgevingsplan de ontwikkeling in strijd is. Ad a1. Het bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan Op basis van de geldende planologische regeling, het omgevingsplan van de gemeente West Maas en Waal waarvan het bestemmingsplan 'Gouden Ham/De Schans, randzone' onderdeel uitmaakt, geldt ter plaatse van projectlocatie de bestemming 'Agrarisch - Oeverwal'. Onderstaande afbeelding laat de uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan 'Gouden Ham/De Schans, randzone' zien. Op de locatie geldt de enkelbestemming Agrarisch - Oeverwal met een bouwvlak. Deze gronden mogen gebruikt worden voor agarische doeleinden en grondgebonden- en niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Daarnaast voor de grote schuur op de locatie dat de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie groepsaccommodatie' is opgenomen, waar ter plaatse een groepsvoorziening voor maximaal 50 personen is toegestaan.
12/368
Figuur 2.5: Uitsnede bestemmingsplan 'Gouden Ham/De Schans, randzone' met de projectlocatie rood omkaderd (bron: Regels op de kaart) Ad a2, 3 en 4 Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke archeologieverordening, de geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater (of een Verordening fysieke leefomgeving, voor zover deze regels over voorgaande onderwerpen bevat), in het geval de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. De gemeente West Maas en Waal heeft een geurverordening vastgesteld , 'Verordening Geurhinder en veehouderij Gemeente West Maas en Waal'. Daarnaast geldt het archeologiebeleid uit de 'Erfgoedverordening'. Ad b. Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart De bodemkwaliteitskaart, bestaande uit een bodemfunctieklassenkaart, ontgravingskaart en toepassingskaart, is een door de gemeente vastgestelde kaart met daarop de bodemkwaliteit per gebied. De gemeente West Maas
13/368
en Waal heeft de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassekaart opgenomen als respectievelijk kaartbijlage 1 en kaartbijlage 2 in de Nota bodembeheer Geldend voor de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. De projectlocatie valt binnen de bodemkwaliteitszone B6/O6. Buitengebied van de bodemkwaliteitskaart. Op de bodemfunctieklassekaart ligt de projectlocatie in een gebied met de functieklasse Landbouw/natuur. Ad c. Bruidsschat In de bruidsschat zijn verschillende regels opgenomen die relevant kunnen zijn voor een nieuwe ontwikkeling. De bruidsschat bevat voorrangsbepalingen en overgangsrecht, regels over bouwwerken, open erven en terreinen, regels over milieubelastende activiteiten, regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond en regels over gemeentelijke omgevingsvergunningen. Ad d. Voorbeschermingsregels (als onderdeel van het beoordelingskader) In het omgevingsplan kunnen rijks, provinciale- of gemeentelijke voorbeschermingsregels zijn opgenomen die betrekking hebben op de projectlocatie en de omgevingsplanactiviteiten die met de ontwikkeling mogelijk worden gemaakt. De ontwikkeling voorziet niet in omgevingsplanactiviteiten die strijdig zijn met de rijks- provinciale of gemeentelijke voorbeschermingsregels.
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Ontwikkeling Inrichting locatie De locatie wordt getransformeerd naar een huisvestingslocatie voor internationale werknemers. Het doel is om kwalitatief goede huisvesting te realiseren met voldoende leefoppervlak per persoon en een eigen slaapkamer. De huisvestingsvoorzieningen zullen voldoen aan de zogenaamde SNF-normen en aan de zogenaamde Roemer normen, waarmee kwaliteit is geborgd. Ook wordt aangesloten bij het Convenant Huisvesting Internationale Werknemers. De bestaande gebouwen worden getransformeerd en geschikt gemaakt voor de nieuwe functie. Bij de zuidelijke gebouwen is enkel sprake van een interne verbouwing. Het noordelijke gebouw wordt ook verbouwd, waarbij op de begane grond een kleine uitbreiding aan de gevel plaats vindt bij oostelijk gelegen wooneenheden. Elke woning krijgt een kleine uitbouw van 6 m2 (in totaal circa 30 m2) met openslaande deuren naar het terras. In totaal worden in de gebouwen 28 wooneenheden gerealiseerd voor maximaal 96 personen. Het gaat om personen welke gedurende een tijdelijke periode (maximaal 6 maanden) op de locatie verblijven. In de bestaande noordelijk gelegen schuur worden op drie verdiepingen 24 wooneenheden gerealiseerd. De wooneenheden op de begane gronden staan in verbinding met de buitenruimte door openslaande deuren naar een terras/tuin.
De zuidelijke gebouwen welke tegen elkaar zijn gelegen worden gezamenlijk omgevormd tot 4 wooneenheden aan de noordzijde van het gebouw en aan de zuidzijde wordt voorzien in een grote recreatie- en ontspanningsruimte met aansluitend voorzieningen als een wasruimte. Onderdeel van de 4 wooneenheden is tevens een studio voor de beheerder van de locatie.
14/368
Het terrein bij de gebouwen wordt heringericht. De locatie blijft ontsloten via de bestaande inrit aan de Nieuwe Weg. Aan de achterzijde van de bebouwing (zuidwesten projectgebied) zijn parkeerplaatsen voorzien. De noordoostelijke zijde van het projectgebied wordt ingericht als buitenruimte voor ontspanning en recreatie in een groene omgeving. Op onderstaande afbeelding is een overzicht weergegeven van de beoogde inrichting van het projectgebied.
Figuurn 2.6: Inrichtingsplan beoogde siuatie Beheer locatie De locatie wordt beheerd door een beheerder vanuit United Homes welke ook op de locatie verblijft. United Homes heeft op dit moment ruim 7500 "bedden" in beheer in accommodaties waarvan het aantal "bedden" per accommodatie varieert van 40 tot 400. Een accommodatie, zoals hier het geval is, maakt het uit exploitatieve overwegingen mogelijk om een permanente beheerder op de locatie aan te stellen die in ieder geval altijd telefonisch bereikbaar is; hij heeft op de locatie zijn eigen woning en kantoor. Deze beheerder houdt toezicht op het reilen en zeilen in de accommodatie én de omgeving hiervan. De beheerder is centraal aanspreekpunt en ziet toe op orde en netheid op de locatie. Om de huisvesting op een verantwoorde en veilige manier te organiseren, wordt er een huishoudelijk reglement opgesteld waaraan de huurder zich conformeert en toeziet dat deze regels ook nageleefd worden. Een sanctiebeleid borgt de orde en netheid in en rond de accommodatie. Als er klachten zijn kan rechtstreeks contact worden opgenomen met de beheerder. Aan de buitenkant van de accommodatie komt een bord te hangen met daarop het telefoonnummer van de beheerder. Conform het Convenant huisvesting internationale werknemers wordt op een juiste manier omgegaan met de inschrijving en begeleiding van de gehuisveste internationale werknemers.
Voor een juiste registratie van de aanwezige personen wordt een nachtregister bijgehouden. In dit register registreert de verblijfsaanbieder de overnachtingen van de tijdelijke gasten. Indien mensen langer dan 4 maanden op de locatie verblijven, worden
15/368
mensen ingeschreven in het BRP. 2.2.2 Inpassing project in de omgeving De bestaande bebouwing wordt verbouwd en krijgt ook aan de buitenzijde een nieuwe uitstraling. De gebouwen ogen momenteel verouderd en zijn qua uitstraling niet aantrekkelijk in het buitegebied (in hoofdzaak stenen gevel en golfplaten dak). De gevels en daken worden aangepast en krijgen qua kleur en materiaalgebruik een betere uitstraling, passend in de omgeving. Op onderstaande afbeeldingen zijn enkele impressies van de beoogde situatie weergegeven.
Figuur 2.7: Impressie aanzicht totale bebouwing
Figuur 2.8: Impressie aanzicht noordelijk gebouw
16/368
Figuur 2.9: Impressie aanzicht zuidelijk gebouw De locatie wordt landschappelijk ingepast conform het in bijlage 2 toegevoegde inrichtingsplan. In paragraaf 2.2.1 is in het inrichtingsplan de beoogde landschappelijke inpassing tevens weergegeven. Landschap, structuur en zicht De kleinschaligheid en beslotenheid van de oeverwal wordt op het plangebied teruggebracht door het toevoegen van beplanting. Ook de oorspronkelijke verkavelingsstructuur (noordwest- zuidoost) wordt aangezet door beplanting en greppels in deze richting toe te voegen. Het karakter van de oeverwal wordt versterkt door de aanleg van een hoogstamboomgaardje. Het zicht op de bebouwing van nr 17 vanaf de noordzijde van de Nieuwe Weg en de rotonde met de Dijkgraaf de Leeuwweg wordt gefilterd door de kruinen van nieuw aangeplante fruitbomen. Water De bestaande watergangen rondom het gehele terrein blijven gehandhaafd. In noordwest - zuidoost richting worden nieuwe greppels uitgegraven. In het laagste deel van het terrein (noordoost zijde) komt een grote poel met flauwe, natuurvriendelijke taluds. De greppels en de poel zorgen, samen met de toepassing van grasbetontegels op de (auto)parkeerplaatsen voor ruim voldoende waterberging op het terrein. Ontsluiting en parkeren Het terrein behoudt de twee inritten. Er zijn ruim voldoende (auto)parkeerplekken op eigen terrein.
De parkeerplaatsen worden in grasbetonkeien uitgevoerd. Ook is er voldoende ruimte om fietsen te stallen. De parkeerplaatsen worden omgegeven door een lage, gemengde haag. Recreatievoorzieningen Naast de overdekte ontspannings- en recreatieruimte in de voormalige stal aan de zuidzijde, wordt ten noordoosten van de bebouwing en boomgaard een speelveld met doelpalen aangelegd (S op schets). Tussen de boomgaard en de entree is ruimte voor een buitengym (B op schets). In de boomgaard komt een open plek waar ruimte is voor picknicktafels en een barbecue (* op schets). Een uitgemaaid graspad slingert door de boomgaard naar deze verblijfsplek. Beplanting De meest opvallende beplanting die wordt toegevoegd is de hoogstamboomgaard. Deze verwijst naar het verleden, omdat vroeger zeer veel boomgaarden op de oeverwal aanwezig waren. De boomgaard bestaat uit een rij appel-, kersen/ pruimen- en perenbomen. De boomgaard filtert het zicht op het hoofdgebouw. Deze fruitbomen trekken veel insecten aan, die op hun beurt weer vogels aantrekken. Aan de rand van het perceel worden aan de noordwest zijde enkele bomen toegevoegd, om het zicht op de kopse kant van het woongebouw te filteren. Soorten zie hieronder. Nabij de poel zijn (knot)wilg of zwarte els passend. Aan de voorzijde wordt struweel toegevoegd (zie beplantingssoorten hieronder).
17/368
De parkeerplekken worden omzoomd door een gemengde haag met soorten als lijsterbes, sleedoorn en hazelaar. Door verschillende soorten te combineren is er in het voorjaar en zomer een rijke bloei met een grote, gevarieerde rijkdom aan insecten en daarmee voldoende voedselaanbod voor vogels. Dit zal de biodiversiteit van de locatie sterk verbeteren. Bloemrijk grasland rondom de poel zal de biodiversiteit ook verhogen. Ook worden hier enkele bijenhotels geplaatst.
2.3
Juridische activiteiten
2.3.1 Inleiding Een project bestaat uit één of meerdere juridische activiteiten. De juridische activiteiten zijn onder te verdelen in drie categorieën: I. activiteiten die niet in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor geen BOPA nodig is; II. activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor de aanvraag voor de BOPA wordt ingediend; III. activiteiten die niet in het omgevingsplan worden geregeld en geen omgevingsplanactiviteit zijn. Deze onderbouwing heeft betrekking op de juridische activiteiten in categorie II, de omgevingsplanactiviteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, en activiteiten uit categorie III voor zover deze niet-omgevingsplanactiviteiten relevant zijn in het kader van de toetsing aan het criterium niet evident onuitvoerbaar. Deze onderbouwing richt zich op buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit zijn de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is omdat deze activiteiten in strijd zijn met het omgevingsplan. Deze onderbouwing voorziet niet in een onderbouwing en/of een volledig overzicht van eventuele andere toestemmingen zoals meldingsplichten, informatieplichten of vergunningsplichten, bijvoorbeeld flora- en fauna-activiteiten.
In sommige gevallen wordt in het kader van de ETFAL wel onderzocht of voor de uitvoerbaarheid van het project andere toestemmingen noodzakelijk zijn zoals een mogelijke vergunningplicht voor activiteiten die geen omgevingsplanactiviteiten zijn. Dit gebeurt in de vorm van een quick scan. Echter, deze onderbouwing voorziet niet in het volledige onderzoek dat vereist is voor het verkrijgen van bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor niet-omgevingsplanactiviteiten zoals een Natura 2000-activiteit. 2.3.2 Welke omgevingsplanactiviteiten zijn in strijd met het omgevingsplan? De activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en die door middel van een omgevingsvergunning voor de BOPA zijn aangevraagd, worden onderzocht en onderbouwd in deze onderbouwing. In dit geval gaat het om de volgende omgevingsplanactiviteiten: Gebruik in strijd met het omgevingsplan: huisvesten van internationale werknemers, met bijbehorende voorzieningen zoals parkeren; (Ver)bouwen in strijd met het omgevingsplan: Het realiseren van woonruimten voor internationale werknemers; Werken of werkzaamheden in strijd met het omgevingsplan: Het verwijderen en aanleggen van verharding,
18/368
aanleggen van beplanting en afgraven/ophogen van gronden. Voor deze omgevingsplanactiviteiten wordt de aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. In voorliggende onderbouwing is onderzocht of ten aanzien van deze buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wordt voldaan aan het beleidskader en de beoordelingsregels waaronder instructieregels en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
2.4
Milieueffectrapportage
Algemeen In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een bopa project-merplichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer-(beoordelings)plicht geldt. Als hier het omgevingsplan wordt genoemd, wordt hieronder ook de omgevingsvergunning voor een BOPA verstaan. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning.
Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling, namelijk de realisatie van woonruimten in bestaande bebouwing voor de huisvesting van internationale werknemers, waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd komt niet voor in Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Het project is niet project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig. De ontwikkeling heeft geen onaanvaardbaar effect op de onderliggende gronden of andere functies in de omgeving. De landschappelijke elementen rondom het projectgebied worden behouden. Ook is er geen toename van stikstofdepositie door de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast is er een oplossing gevonden voor het parkeren. Uit de beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten in hoofdstuk 5 blijkt dat er geen belangrijke milieugevolgen zullen optreden. Gelet op het bovenstaande hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden voor de voorgenomen planontwikkeling.
19/368
Hoofdstuk 3
Participatie
De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. In dit hoofdstuk wordt daarom aandacht besteed aan dit onderdeel van het besluitvormingsproces.
3.1
Omgevingstafel
Het initiatief is besproken aan de omgevingstafel van de gemeente West Maas en Waal en voorgelegd aan het college van burgemeesters en wethouders. Bij de toetsing bleek dat het initiatief onder voorwaarden past. Dit principebesluit is genomen op 13 november 2024. Bij de verdere planvorming zijn de adviezen zo veel mogelijk opgevolgd en de benodigde onderzoeken zijn uitgevoerd. In hoofdstuk 5 wordt per thema gemotiveerd hoe hier in het project mee wordt omgegaan.
3.2
Participatie omgeving
In het kader van voorgenomen ontwikkeling heeft op 10 maart 2025 een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. De bijeenkomst is bezocht door circa 10 buurtbewoners en 4 buurtbewoners hebben zich afgemeld en hebben ook niet verzocht om een persoonlijke toelichting. Als bijlage 1 is het verslag toegevoegd waarin de opzet van de bijeenkomst is toegelegd en is beschreven wat is besproken. In algemene zin werd met instemming kennis genomen van de ontwikkeling. Enkele bezoekers waren niet direct enthousiast. De huisvesting van maximaal 96 internationale werknemers in een klein buurtschap wordt een beetje als te veel van het goede ervaren. Positief werd ervaren dat de internationale werknemers over voldoende privacy komen te beschikken en in ieder geval een eigen slaapkamer krijgen waarbij keuken, woonkamer en badkamer worden gedeeld. Enkele suggesties werden gedaan, die worden overgenomen. Er waren daarnaast zorgen bij het beheer. Beschreven is hoe het beheer plaatsvindt en hoe met overlastgevende situaties wordt omgegaan. Het verslag is vervolgens naar de bezoekers die dat wensten gestuurd. Van de mogelijkheid voor betrokkenen om te reageren op het verslag is geen gebruik gemaakt.
3.3
Advies gemeenteraad
De gemeente West Maas en Waal heeft bij besluit van 27 januari 2022 gevallen aangewezen waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad is vereist. Dit project betreft het realiseren van 28 wooneenheden (logiesfunctie) gericht op het huisvesten van internationale werknemers. Gelet hierop is dit project een geval waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad wel/niet vereist is en participatie wel/niet verplicht is. (navragen bij gemeente)
20/368
3.4
Bestuurlijk vooroverleg
Bij de voorbereiding van deze omgevingsvergunning voor de BOPA worden verschillende overlegpartners op de gebruikelijke wijze geconsulteerd. Het gaat dan om onder andere de provincie, het waterschap en de Veiligheidsregio. Na afloop van het overleg worden hier de reacties op het project samengevat en aangegeven of dit tot aanpassingen heeft geleid.
21/368
Hoofdstuk 4
Beleid en provinciale instructieregels
De verschillende overheden hebben beleidskaders die relevant zijn voor ontwikkelingen. In de hierna volgende paragrafen wordt de ontwikkeling aan deze beleidskaders getoetst.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale omgevingsvisie Met de NOVI wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: a. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; b. Duurzaam economisch groeipotentieel; c. Sterke en gezonde steden en regio's; d. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing en conclusie De NOVI is van een dusdanig schaal- en abstractieniveau, dat er geen specifieke uitspraken uit volgen die voor deze ontwikkeling relevant zijn. De strekking, de omvang en de (tijdelijke) aard van de ontwikkeling staan de belangen uit de NOVI niet in de weg.
22/368
4.2
Provinciaal beleid en instructieregels
4.2.1 Omgevingsvisie provincie Gelderland ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat, historisch en landschappelijk gezien, heel mooi en ongeschonden is ofwel het beschermen waard. Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties en het ontwikkelen waard. Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. Om Gelderland ‘gaaf’ te houden in de toekomstmoet er wat gedaan worden. De wereld verandert ingrijpend en snel en daar komen stevige uitdagingen bij kijken, zoals het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering en internationalisering. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De provincie Gelderland wil dit bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie Gelderland heeft hiervoor zeven ambities opgesteld op het gebied van: 1. Energietransitie 2. Klimaatadaptie 3. Circulaire economie 4. Biodiversiteit 5. Bereikbaarheid 6. Economisch vestigingsklimaat 7.
Woon- en leefomgeving Bij deze ambities horen vier ‘spelregels’ of ‘DOE-principes’, namelijk DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN. Toetsing De ontwikkeling draagt voornamelijk bij aan de ambities onder 'Woon- en leefomgeving'. Een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën staat voorop, ook voor specifieke doelgroepen. Op deze locatie wordt kwalitatief goede huisvesting gerealiseerd voor internationale werknemers. Daar is veel behoefte aan. Enerzijds omdat er veel werknemers in de regio werken waar passende huisvesting voor nodig is. Daarnaast zijn deze huisvestingsvoorzieningen wenselijk om de bestaande reguliere woningen op de woningmarkt beschikbaar te houden voor huurder/kopers. Daarbij wordt aangegeven dat de voorkeur wordt gegeven aan het benutten van bestaande gebouwen en het bouwen op bestaande bouwpercelen, om het landschap open en groen te houden. Daarvan is sprake bij het initiatief. De voormalige agrarische bedrijfslocatie krijgt een kwalitatieve impuls door de nieuwe functie. De bestaande bebouwing wordt verbouwd en niet uitgebreid. De ruimtelijke impact blijft daarmee gelijk en verbetert door de nieuwe uitstraling. Daarnaast wordt de locatie op een goede manier landschappelijk ingepast.
23/368
4.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland Sinds 3 maart 2025 geldt voor de Provincie Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland. De omgevingsverordening bestaat uit kaarten en regels. Deze regels zijn nodig voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Ook bewaken de regels de kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De regels zijn bedoeld om de plannen uit de omgevingsvisie waar te maken. De regels zijn onderdeel van de uitvoering van het beleid en provinciale programma’s. Toetsing In relatie tot voorgenomen ontwikkeling zijn de volgende instructieregels relevant. Afdeling 5.3 Instructieregels omgevingsplan: landschap Artikel 5.33 Beschermen landschap algemeen en artikel 5.39 Beschermen landschap Gelderse streken: Land van Maas en Waal Bij een ontwikkeling moet beschreven worden hoe rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Daarnaast geldt dat locaties binnen de Gelderse streek Land van Maas en Waal bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening moeten houden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in de bij de omgevingsverordening toegevoegde bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Land van Maas en Waal. In bijlage 2 is getoetst aan de kernkwaliteiten op de locatie en in de omgeving.
Hier is vervolgens een passende landschappelijke inpassing op gebaseerd. Aangezien het ook gaat om geen nieuw ruimtebeslag, heeft de ontwikkeling geen negatieve impact op de landschappelijke kwaliteiten. Afdeling 5.7 Instructieregels omgevingsplan: ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking Artikel 5.62 t/m 5.64 Per regio maken Gedeputeerde Staten samen met de gemeentebesturen afspraken over woningbouw, onder andere over de huisvesting van aandachtsgroepen. Aangegeven wordt dat een ontwikkeling binnen de regionale afspraken dient te passen. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonafspraken, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonafspraken die ontwikkeling toch toelaten als de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen en Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. In paragraaf 4.3.1 is aangetoond dat het initiatief past binnen de regionale afspraken voor huisvesting van internationale werknemers. 4.2.3 Conclusie provinciaal beleid en instructieregels De ontwikkeling past binnen het provinciale beleid. Er wordt voldaan aan de instructieregels vanuit de omgevingsverordening.
24/368
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Convenant huisvesting internationale werknemers De regiogemeenten in de regio Rivierenland hebben op 15 september 2021 het uitvoeringsprogramma huisvesting arbeidsmigranten bestuurlijk vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de regiogemeenten samen met de marktpartijen aan de slag gaan om voldoende goede huisvesting te realiseren door marktpartijen te faciliteren om te komen tot voldoende goede huisvesting en initiatieven daartoe met positieve grondhouding benaderen. De partijen hebben gezamenlijk de noodzaak gezien van een goede samenwerking om zorg te dragen voor de inschrijving, huisvesting, begeleiding en integratie in de samenleving van internationale werknemers en hebben dit vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, het 'Convenant huisvesting internationale werknemers'. Toetsing In het convenant zijn algemene afspraken vastgelegd, afspraken over registratie en informatie, afspraken over het aanbod van huisvesting en afspraken gericht op het centraal stellen van de internationale werknemer. Initiatiefnemer ondertekent dit convenant en verbindt zich daarmee aan de genoemde afspraken. Daarmee is verzekerd dat een kwalitatief goede huisvestingsvoorziening wordt gerealiseerd en mensen op een goede manier worden gehuisvest.
Het voornemen om op deze locatie binnen de bestaande bebouwing een permanente huisvestingsvoorziening voor het tijdelijk huisvesten van internationale werknemers te realiseren, is passend binnen het beleid. Met dit initiatief levert West Maas en Waal een belangrijke bijdrage in het realiseren van huisvesting in de regio Rivierenland. Voor sectoren als de bouw, logistiek, industrie, fruitteelt en tuinbouw heeft regio Rivierenland de internationale werknemer hard nodig, met de fruitteelt als duidelijke uitschieter. En de prognoses stellen dat het aantal migrantenhanden nog flink zal toenemen in de nabije toekomst. Ondertussen kampt de regio met een groot tekort aan voldoende, geschikte huisvesting voor internationale werknemers. De meeste internationale werknemers verblijven nu in de kerngemeente Tiel, waar niet langer sprake is van een evenwicht in de samenleving. Nieuwe huisvesting in andere gemeenten binnen deze regio is daarom hard nodig, maar blijkt in de praktijk vaak lastig van de grond te komen. De ontwikkeling is daarmee zeer gewenst. Op deze manier draagt de gemeente West Maas en Waal bij in haar eigen opgave en breder, in de regionale opgave.
Om internationale werknemers zo dicht mogelijk bij het werk te huisvesten wordt in de regeling gebruik gemaakt van de 80/10/10 regeling: minimaal 80% van de internationale werknemers die op een locatie wordt gehuisvest, werkt in de gemeente waar de locatie zich bevindt; maximaal 10% van de internationale werknemers die op een locatie wordt gehuisvest, werkt in de regio Rivierenland en maximaal 10% van de internationale werknemers die op een locatie wordt gehuisvest, werkt buiten de regio Rivierenlande. United Homes werkt uitsluitend met gerenommeerde uitzendbureaus zoals Otto Workface, Tempo Team en Randstad. Met deze uitzendbureaus hebben zij langjarige contracten zodat de onderlinge contacten uiterst prettig verlopen. United Homes zal met het respectievelijke uitzendbureau de bepaling opnemen over hetgeen de gemeente heeft voorgeschreven qua 80/10/10 regeling.
25/368
4.3.2 Regionale woondeal 2022-2030 Regio Rivierenland De colleges van burgemeesters en wethouders, het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben gezamenlijk afspraken gemaakt In deze regionale woondeal over de woningbouwopgave in de regio Rivierenland. De gemeenten zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van de genoemde opgave. Het gaat in Regio Rivierenland om de realisatie van in totaal 12.940 huizen in de periode tot en met 2030 als bijdrage aan de provinciale en nationale opgave, waarvan minimaal 61% betaalbaar en inclusief minimaal 28% sociale huurwoningen. Rijk, provincie en gemeenten streven waar mogelijk en realistisch naar verbetering van de aantallen richting 30% sociale huur en tweederde betaalbare woningen. Alle gemeenten stellen in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ een integrale woonzorgvisie op. Hierin wordt aandacht besteed aan zowel de woon-, zorg-, als ondersteuningsbehoefte van aandachtsgroepen. Een belangrijke aandachtsgroep voor Regio Rivierenland zijn internationale werknemers, die vanwege het grote belang voor de regionale economie een extra huisvestingsopgave met zich meebrengt. Toetsing De gemeente West Maas en Waal is momenteel nog bezig met deze woonzorgvisie.
Het initiatief is wel al in lijn met de regionale woondeal, gezien het initiatief voorziet in huisvesting van internationale werknemers. Deze mensen zijn als belangrijke aandachtsgroep benoemd voor de regio, waarbij een extra huisvestingsopgave komt kijken. In paragraaf 4.3.2 is het belang van het initiatief gezien de regionale behoefte voor de huisvesting van internationale werknemers verder toegelicht. 4.3.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het regionale beleid.
4.4
Waterschapsbeleid
Waterschap Rivierenland heeft op 26-11-2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rivierenland vastgesteld. Hierin beschrijft het waterschap wat het in de planperiode wil bereiken, met wie, waarom en hoe. In het WBP zijn voor het waterbeheer in het beheergebied de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. Ook wordt aangegeven hoe het waterschap deze opgaven samen met anderen willen oppakken en inspelen op initiatieven van derden. Voor de verschillende waterthema's is in het WBP beschreven wat de ambitie is voor de lange termijn en wat de doelstellingen en maatregelen zijn voor de planperiode. Daarbij geldt als belangrijk maatschappelijk doel het creëeren van een aantrekkelijk en toekomstbestendig rivierengebied. De waterthema's zijn: Beschermen tegen overstromingen Water eerlijk verdelen Voorbereiden op extreem weer Werken aan schoon water Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur Toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit
26/368
Toewerken naar circulariteit Toetsing De ontwikkeling draagt op verschillende manieren bij aan de ambities bij de waterthema's. Op de locatie is enkel sprake van een nieuwe functie in de bestaande bebouwing. Er wordt ingezet op klimaatneutraliteit door de aanleg van veel beplanting en het aanleggen van waterbergingen voor het bergen van hemelwater. Het afvalwater afkomstig van de woningen wordt aangesloten op de bestaande riolering. Zoals aangetoond in paragraaf 5.3 is verder aangetoond dat geen watergangen of waterkeringen worden aangetast. Conclusie De ontwikkeling past binnen het beleid van het Waterschap beschreven in het waterbeheerprogramma. Er wordt in het kader van de ontwikkeling in overleg getreden met het Waterschap. In hoofdstuk 5 wordt bovendien nader ingegaan op het aspect water in het kader van de fysieke leefomgeving.
4.5
Gemeentelijk beleid
4.5.1 Omgevingsvisie West Maas en Waal Op 30 mei 2024 heeft de Gemeente West Maas en Waal de Omgevingsvisie West Maas en Waal’ vastgesteld. West Maas en Waal kenmerkt zich door haar idyllische dorpjes en landschappen in een sterk landelijk gebied, gevormd door zowel dynamiek van de rivier als de invloed van de mens. In de karakteristieke, waterrijke landschappen zijn acht unieke historische dorpen, meerdere charmante dorpslinten en buurtschappen, kleine boomgaarden en uitgestrekte weilanden ontstaan. Deze zijn ingeklemd tussen de rivieren. In het imposante rivierenlandschap is het kleinschalige karakter dat men koestert in de dorpen in tact gebleven. Uitgangspunt van de visie is om de grootsheid van de uitdagingen op de juiste manier plek te geven binnen de kleinschaligheid die West Maas en Waak zo bijzonder maakt. Groots in kleinschaligheid betekent groeien passend bij de maat en schaal van de gemeente met oog voor de behoefte van eigen inwoners. Voor de dorpen geldt dat deze elk de ruimte krijgen om te ontwikkelen op hun eigen manier. Dit wil zeggen dat er sprake is van maatwerk, passend bij de onderscheidende karakters en met de behoeften van de inwoners en lokale ondernemers als vertrekpunt.
Zo wordt er gezorgd voor voldoende woningen om in de eigen gemeenschap te blijven wonen, maar wordt er tegelijkertijd ook gezorgd dat dorpen gecontroleerd worden op groei om het kleinschalige karakter te beschermen. Op het gebied van bedrijvigheid zet de gemeente zich voornamelijk in voor huidige, lokale ondernemers. De onderscheidende karakters van de verschillende landschappen in de gemeente worden gekoesterd en verder versterkt en er ontstaat een balans tussen agrarische productie, karakteristieke landschapselementen, natuur en kleinschalig wonen en recreëren. De recreatieve sector raakt beter in balans door meer spreiding over de gemeente. Naast de grootschalige recreatiegebieden van de Gouden Ham worden recreatieve initiatieven ook, mits kleinschalig van aard, in het buitengebied toegestaan.
27/368
De visie van gemeente West Maas en Waal berust op vier pijlers: Herkenbare, unieke gebieden Rustig en groen wonen in kleine dorpen Agrarische sector als ruimtelijke drager Evenwichtige recreatie Toetsing Het plangebied bevindt zich binnen de Oeverwal. Op de Oeverwal ontstaat een levendige mozaïek van lintbebouwing, akkerbouw, tuinbouw, boomgaarden, extensieve veeteelt, bospercelen en kleinschalige recreatieve voorzieningen. Ondernemers worden aangemoedigd nevenactiviteiten te ontplooien als streekwinkeltjes, boerencampings of B&B’s. Door alternatieve verdienmodellen te ontwikkelen krijgen sommige intensieve bedrijven mogelijk meer financiële ruimte om te kunnen extensiveren. Gezien de breedte van functies binnen de Oeverwal is het passend om binnen dit gebied een agrarische bedrijfslocatie te transformeren naar een huisvestingslocatie voor internationale werknemers. De bestaande bebouwing op de locatie wordt verbouwd tot wooneenheden voor de huisvesting van internationale werknemers. Dit past uitstekend bij een van de genoemde ambities in de omgevingsvisie, waarbij wordt aangegeven dat het wenselijk is om goede huisvesting te realiseren voor internationale werknemers die werkzaam zijn in de gemeente.
Er hoeven middels initiatief geen nieuwe woningen gerealiseerd te worden om de internationale werknemers te huisvesten waardoor de gemeente het kleinschalige karakter van de dorpen kan blijven waarborgen. Daarnaast wil de gemeente zich inzetten voor huidige, lokale ondernemers op het gebied van bedrijvigheid. Middels initiatief wordt er een mogelijkheid gecreëerd om de voor de bedrijvigheid benodigde internationale werknemers te huisvesten. 4.5.2 Actieplan Internationale Werknemers De gemeente West Maas en Waal heeft het actieplan Internationale Werknemers vastgesteld op 10 oktober 2024. In dit actieplan Internationale Werknemers geven werkgevers, huisvesters, gemeente, inwoners en zorgen welzijnsorganisaties hun visie op hoe zij in West Maas en Waal hun concurrentiepositie op de arbeidsmarkt van internationale werknemers willen versterken. Zodat bedrijven in de gemeente kunnen blijven functioneren, ondanks krapte op de regionale arbeidsmarkt. Het uitgangspunt daarbij is, dat zij bij alles rekening houden met de sociale cohesie en leefbaarheid in de kernen.
In gemeente West Maas en Waal worden voor de huisvesting van Internationale Werknemers 3 varianten onderscheiden die, mits aan de bijbehorende voorwaarden wordt voldaan, tijdelijk of permanent vergund kunnen worden: • Variant 1: een ondernemer wil huisvesting voor de eigen IW's op eigen terrein realiseren; • Variant 2: een ondernemer wil huisvesting voor IW's op eigen terrein, maar niet alleen voor de eigen IW's; • Variant 3: een ondernemer stopt met het huidige agrarische bedrijf en wil het vastgoed transformeren tot huisvesting van IW's voor andere ondernemers. Varianten 1 en 2 maken onderdeel uit van het traject Vitaal Platteland (uitwerking Omgevingsvisie). Variant 3 is slechts mogelijk indien voldaan wordt aan de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming Arbeidsmigranten, en is uitgesloten op de komgronden en in de uiterwaarden.
28/368
Toetsingskader Huisvesting internationale werknemers: randvoorwaarden en kwaliteitseisen In het actieplan wordt een toetsingskader gegeven om initatieven aan te toetsen. Onderstaand wordt aan de gestelde voorwaarden getoetst. Bij geconcentreerde huisvesting gaat het om huisvesting van maximaal 100 IW's geconcentreerd op één locatie. Voldoende aanbod aan goede huisvesting voor IW's in West Maas en Waal zorgt ervoor dat deze concurrerend is met illegale huisvesting en met de reguliere woningmarkt. Toetsingsvoorwaarden De huisvesting van IW's is met een passende vergunning mogelijk: - Op het eigen terrein van werkgevers met IW's, maximaal 50 personen. Voorwaarde is dat het terrein van de werkgever niet in een (woon)kern ligt; N.v.t. - Geconcentreerd op locaties met maximaal 100 personen en een 24/7 aanwezige beheerder. Voorwaarde is dat deze locaties niet zijn gelegen op de komgronden en in de uiterwaarden van gemeente West Maas en Waal; Het initiatief omvat een geconcentreerde locatie waar maximaal 96 personen worden gehuisvest en een beheerder 24/7 aanwezig is. De locatie is niet gelegen op de komgronden of de uiterwaarden, maar op de oeverwallen. - Werkgevers die huisvesting aan IW's aanbieden, wijzen verplicht een beheerder aan. De contact- en verblijfsgegevens van de beheerder zijn bekend bij gemeente, ODR, hulpdiensten en omwonenden; N.v.t.
- Werkgevers die huisvesting aan IW's aanbieden zijn in het bezit van een certificaat SNF of een certificaat AKF, of gelijkwaardig; N.v.t. - Werkgevers houden toezicht op het naleven van de bij het certificaat behorende afspraken en verplichtingen. Dit zal worden gecontroleerd, conform de vastgelegde afspraken. Algemeen - Nieuw te realiseren huisvesting voor IW's is alleen mogelijk op basis van een door de gemeente verstrekte tijdelijke of permanente omgevingsvergunning. Door middel van onderhavige aanvraag wordt een permanente omgevingsvergunning aangevraagd. - Panden die nu al worden gebruikt voor de huisvesting van IW's kunnen, voor zover dat nu nog niet het geval is, worden gelegaliseerd door de gemeente. N.v.t. - Voor beiden geldt dat voor de vergunningverlening de door de gemeente gehanteerde randvoorwaarden en kwaliteitscriteria worden aangehouden. Hier wordt aan voldaan
29/368
Wonen - Ondernemers die huisvesting aan IW's aanbieden, ondertekenen het Convenant Huisvesting Internationale Werknemers van Regio Rivierenland. Initiatiefnemer ondertekent het Convenant. - Ondernemers die huisvesting aan IW's aanbieden, zijn in het bezit van een certificaat SNF of een certificaat AKF, of gelijkwaardig. De huisvesting zal voldoen aan het SNF keurmerk en aan de zogenaamde Roemer normen. - Werkgevers houden toezicht op het naleven van de bij het certificaat behorende afspraken en verplichtingen. Dit zal worden gecontroleerd, conform de vastgelegde afspraken. Buitenruimte - Alle benodigde parkeervoorzieningen worden op eigen terrein gerealiseerd, conform de normen en voorwaarden zoals vastgelegd in de parkeernota van de gemeente. Alle benodigde parkeervoorzieningen worden op eigen terrein gerealiseerd (zie paragraaf 5.15). - De huisvestingsvoorziening dient vrij toegankelijk te zijn vanaf de openbare weg (bijvoorbeeld zonder hek voorzien van sloten en/of codes). Dit is onder meer van belang voor de bereikbaarheid van hulpdiensten. De huisvestingsvoorziening is vrij toegankelijk vanaf de openbare weg. - Bij geconcentreerde huisvesting geldt een vervoersplan. Dit vervoersplan wordt de komende periode opgesteld. De gemeente geeft in het actieplan aan dat zij een vervoersplan gaat uitwerken. Mocht deze opgesteld worden, zal dit nageleefd worden.
Inpassing in de omgeving - Het is niet toegestaan een huisvestingslocatie buitendijks te realiseren. Hier is geen sprake van. - De huisvestingsvoorzieningen zijn zodanig in de omgeving ingepast dat de omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van de bebouwing en dat de bebouwing geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Door uitvoering te geven aan het als bijlage 2 is sprake van goed landschappelijk ingepaste locatie. Aanvullende eisen bij agrarische bedrijven N.v.t.
30/368
Hoofdstuk 5 5.1
Thema's van de fysieke leefomgeving
Algemeen
5.1.1 Beoordelingskader Voor het beoordelen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de bopa gelden beoordelingsregels. De gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden hier beoordeeld. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan alleen worden vergund met het oog op een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (ETFAL). Daarnaast zijn in het Bkl de volgende beoordelingsregels opgenomen: a. Instructieregels rijk b. Instructieregels provincie c. Instructies rijk en instructies provincie d. Voorbereidingsbesluiten e. Projectbesluiten f. Maatwerkregel De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Bkl. Deze gelden voor omgevingsplannen en zijn van overeenkomstige toepassing op de bopa. Hieronder wordt de toetsing van het project aan het beoordelingskader beschreven. Op de relevante onderdelen van het beoordelingskader wordt uitgebreider ingegaan.
5.1.2 Afweging instructieregels Bkl Voor de volgende thema's wordt in tabel 5.1 voor de ontwikkeling aangegeven of zij relevant zijn of niet: Tabel 5.1: Instructieregels Bkl Thema Dienstenrichtlijn
Relevant voor de ontwikkeling Nee, het project voorziet niet in (de huisvesting van) diensten anders dan diensten die als beroep of bedrijf aan huis worden uitgevoerd en binnen iedere reguliere woning zijn toegestaan. Omgevingsveiligheid § 5.1.2. Waarborgen van de veiligheid Ja, zie paragraaf 5.2 Water § 5.1.3. Beschermen van de Ja, zie paragraaf 5.3 waterbelangen Luchtkwaliteit § 5.1.4.1. Kwaliteit van de buitenlucht Ja, zie paragraaf 5.4 Geluid door activiteiten § 5.1.4.2. Geluid door activiteiten Ja, zie paragraaf 5.5 Geluid door (spoor)wegen en § 5.1.4.2a. Geluid door wegen, Ja, zie paragraaf 5.6 industrieterreinen spoorwegen en industrieterreinen
31/368
Afdelingen en paragrafen Bkl § 5.1.1. Algemene bepalingen artikel 5.1a.
Geluid rond luchthavens
§ 5.1.4.3. Geluid rond luchthavens
Trillingen
§ 5.1.4.4. Trillingen
Slagschaduw van windturbines Bodemkwaliteit Geur Cultureel erfgoed (aardkunde, archeologie en cultuurhistorie)
§ 5.1.4.4a. Slagschaduw van windturbines § 5.1.4.5. Bodemkwaliteit § 5.1.4.6. Geur § 5.1.5. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Landschappelijke kwaliteiten § 5.1.5. Beschermen van Kust, PKB-Waddenzee en landschappelijke of Waddengebied stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Ladder voor duurzame § 5.1.5.4. Ladder voor duurzame verstedelijking verstedelijking Nationale belangen binnen § 5.1.6. Behoud van ruimte voor de fysieke leefomgeving toekomstige functies; § 5.1.7. Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Aanwijzing § 5.1.7a. Gebruik van bouwwerken woningbouwcategorieën Toegankelijkheid openbare buitenruimte
§ 5.1.8. Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen
Nee, de projectlocatie ligt niet binnen de geluidcontour van een luchthaven. Nee, de projectlocatie ligt niet in de nabijheid van activiteiten waarbij structureel trillingen vrijkomen en voorziet hier in beginsel zelf ook niet in. Nee, in de omgeving van de projectlocatie komen geen windturbines voor. Ja, zie paragraaf 5.7 Ja, zie paragraaf 5.8 Ja, zie paragraaf 5.9
Nee, de projectlocatie ligt niet binnen of nabij de kust, PKB-Waddenzee en Waddengebied Ja, zie paragraaf 5.10 Ja, zie paragraaf 5.11
Nee, voor dit project is het niet nodig om regels te stellen over te realiseren categorieën woningen. Ja, zie paragraaf 5.12
De omgevingsvergunning wordt geweigerd voor de aangevraagde omgevingsplanactiviteit als de omgevingsplanactiviteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van een instructieregel tenzij ontheffing is verkregen van de instructieregel.
5.1.3 Afweging instructieregels provinciale omgevingsverordening De provinciale omgevingsverordening bevat instructieregels. In paragraaf 4.3.2 is de Omgevingsverordening van de provincie behandeld en zijn de relevante instructieregels benoemd. Voor zover deze instructieregels betrekking hebben op een thema van de fysieke leefomgeving, wordt in hoofdstuk 5 aan deze instructieregels getoetst.
32/368
5.1.4 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Daarnaast zijn er thema's die vanuit het oogpunt van ETFAL relevant zijn om bij de belangenafweging te betrekken. Deze thema's komen terug in tabel 5.2. Tabel 5.2: Thema's in het kader van ETFAL Thema Wettelijk kader Relevant voor de ontwikkeling Gezondheid § 5.1.4. Bkl behandelt enkele thema's Ja, paragraaf 5.13 in het kader van gezondheidsbescherming. Gezondheidsbevordering volgt uit provinciaal en/of gemeentelijk beleid. In het kader van ETFAL is een integrale benadering nodig. Spuitzones vanwege In het kader van ETFAL in de Ja, paragraaf 5.14 gewasbeschermingsmiddelen belangenafweging betrokken. Mobiliteit en parkeren In het kader van ETFAL in de Ja, zie paragraaf 5.15 belangenafweging betrokken. Natuurbescherming NNN Afdeling 7.3 van het Bal. Nee, de projectlocatie ligt niet binnen Natuur Netwerk Nederland, zie paragraaf 5.16 Ecologie: Afdeling 11.1 van het Bal. Ja, zie paragraaf 5.16 gebiedsbescherming Ecologie: Afdeling 11.2 van het Bal. Ja, zie paragraaf 5.17 soortenbescherming Ecologie: houtopstanden Afdeling 11.3 van het Bal. Ja, zie paragraaf 5.18 Bezonning / schaduwhinder In het kader van ETFAL in de Nee, gezien de aard en omvang van het (niet zijnde slagschaduw belangenafweging betrokken.
project is onacceptabel schaduwhinder windturbines) niet te verwachten Windhinder In het kader van ETFAL in de Nee, gezien de aard en omvang van het belangenafweging betrokken. project is windhinder of windgevaar niet te verwachten Lichthinder In het kader van ETFAL wel in de Nee, binnen de projectlocatie worden belangenafweging betrokken. geen activiteiten of bouwwerken mogelijk gemaakt met enige vorm van lichtuitstraling (bijvoorbeeld bedrijfsterrein, sportveld of glastuinbouw met assimilatieverlichting), anders dan reguliere straat- en erfverlichting. Hinder van dergelijke activiteiten is niet te verwachten omdat deze niet in de omgeving voorkomen.
33/368
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
5.2
In het kader van ETFAL in de belangenafweging betrokken.
Ja, paragraaf 5.19
Omgevingsveiligheid
5.2.1 Instructieregels De instructieregels met betrekking tot het waarborgen van de veiligheid in § 5.1.2 gaan in de eerste plaats over de veiligheidsrisico's van branden, rampen en crises (artikel 5.2). Deze zijn voor iedere ontwikkeling van belang. Voor deze risico's dient in een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bopa rekening gehouden te worden met het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. Daarnaast kunnen door een ontwikkeling veiligheidsrisico's ontstaan voor zogenaamde (zeer of beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties (zie bijlage VI bij het Bkl hoe deze begrippen zijn gedefinieerd). Of dit zo is blijkt uit het Portaal Atlas Veiligheid. Afhankelijk van het type gebouw of locatie zal de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit in acht genomen moeten worden of wordt rekening gehouden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit. Daarnaast kennen activiteiten met een extern veiligheidsrisico een brand-, explosie- en/of een gifwolkaandachtsgebied. Bij het toelaten van kwetsbare gebouwen of locaties binnen een aandachtsgebied, zal moeten gekeken of een brand- en/of explosievoorschriftengebied moet worden vastgesteld.