CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ruimtelijke motivering Appeltern, Lutenkampstraat 2

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.12458013.470 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke motivering Appeltern, Lutenkampstraat 2 Status: Definitief

Juni 2025

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

Ruimtelijke motivering Appeltern, Lutenkampstraat 2

Plannaam:

Ruimtelijke motivering Appeltern, Lutenkampstraat 2

Plantype: Status:

Ruimtelijke motivering ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Concept

Datum:

Juni 2025

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING.............................................................4

AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ..................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 4 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................7

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING .................................................8

3.1 3.2 3.3

HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 8 DOORVERTALING IN HET OMGEVINGSPLAN ............................................................................ 8 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE .............................................................................. 8

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

ALGEMEEN .............................................................................................................. 10 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 10 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ..................................................... 11

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 10

BELEIDSKADERS.................................................... 13

RIJKSBELEID ........................................................................................................... 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID .................................................................................................... 15 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 16

HOOFDSTUK 6

OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 18

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 20

7.1 7.3 7.4

VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 20 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PROJECTGEBIED .................................................. 22 CONCLUSIE ............................................................................................................. 22

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 23 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 25 GEUR ................................................................................................................... 27 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 28 GEZONDHEID .......................................................................................................... 28 DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE ............................................................................. 29

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 32

WETTELIJK KADER .................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 32 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 32 CONCLUSIE .......................................................................................................... 33

HOOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3

BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................30

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 30 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 31 CONCLUSIE ............................................................................................................. 31

HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU ................. 23

M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 34

ALGEMEEN........................................................................................................... 34 SITUATIE PROJECTGEBIED ......................................................................................... 34 CONCLUSIE .......................................................................................................... 35

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 12 12.1 12.2 12.3

ALGEMEEN........................................................................................................... 36 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 36 SITUATIE PROJECTGEBIED ......................................................................................... 36

HOOFDSTUK 13 13.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 36

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 37

PARTICIPATIE ....................................................................................................... 37

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING ........................................... 38 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

WATERTOETS ................................................................................................. 38 AERIUS-BEREKENING ...................................................................................... 39 NATUURWAARDENONDERZOEK .............................................................................. 40

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 1

1.1

INLEIDING

Aanleiding

Capfun ‘Het Groene Eiland’ is voornemens om de camping, gelegen aan de Lutenkampstraat 2 te Appeltern, te voorzien van een kwaliteitsimpuls. Dit wil men doen middels glijbanen en buitenbaden waarvan 1 zwembad voorzien is van een roloverkapping. Tevens wordt een klein bouwkundig gebouw geplaatst waarin de zwembadinstallaties worden geplaatst. Op basis van het omgevingsplan is het perceel voorzien van een recreatiefunctie zonder bouwblok. Het plan ziet toe op de bouw van bouwwerken buiten het bouwvlak. Dit is niet in overeenstemming met het omgevingsplan. Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor dient op basis van artikel 8.0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt ten westen van de kern Appeltern (gemeente West Maas en Waal). Het perceel staat kadastraal bekend als Appeltern, sectie P, nummer 457 (deels). In afbeelding 1.1 is met respectievelijk een rode ster en een rode omlijning de ligging van het projectgebied in Appeltern en ten opzichte van de directe omgeving aangegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: OpenStreetMap)

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Geldend omgevingsplan

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente West Maas en Waal. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse uit de volgende documenten: • •

Veegplan schrappen wijzigingsbevoegdheden (Vastgesteld 25-04-2024 onherroepelijk in werking); Omgevingsplan gemeente West Maas en Waal (In werking vanaf 01-01-2024);

-

geheel

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief • • • •

Bestemmingsplan “Thematische herziening Grootschalig grondverzet” (Vastgesteld 12-032020 - geheel onherroepelijk in werking); Bestemmingsplan archeologie West Maas en Waal (Vastgesteld 03-12-2015 - geheel onherroepelijk in werking); Gerechtelijke uitspraak 25 06 2014 (Vastgesteld 25-06-2014 - geheel onherroepelijk in werking); Bestemminsplan “Gouden Ham/De Schans” (Vastgesteld 12-09-2013 - geheel onherroepelijk in werking).

Voor de duiding van het planologisch regime van het projectgebied is met name het bestemminsplan “Gouden Ham/De Schans” van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour.

Afbeelding 1.2 Bestemmingsplan projectlocatie (Bron: Omgevingsloket) ‘Recreatie – Kampeerterrein’ De gronden voor Recreatie - Kampeerterrein zijn bestemd voor de stroomvoerende en waterbergende functie in het rivierbed van de Maas, de waterhuishouding en de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering en het vergroten van de afvoercapaciteit. Daarnaast zijn de gronden bedoeld voor bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsrecreatie in de vorm van toeristisch kamperen, seizoenskamperen alsmede recreatief verblijf in sta- en toercaravans, trekkershutten, recreatieappartementen, chalets en tenten, met dien verstande dat met bijbehorende bouwwerken, gemeenschappelijke voorzieningen zoals sanitaire voorzieningen, kantine-, kantoor- en bergingsruimte, ontsluitings-, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, lig- en speelweiden, stranden, oevers en onbebouwde gronden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief ‘Waterstaat – Stroomvoerend regime’ De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend regime' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: de afvoer en doorstroming van rivierwater. 1.3.2

Opheffen strijdigheid

Het voornemen betreft de realisatie van twee zwembaden (overdekt en openlucht). Op basis van het omgevingsplan is het perceel voorzien van een recreatiefunctie zonder bouwblok. De ontwikkeling ziet toe op de bouw van bouwwerken buiten het bouwvlak. Dit is niet in overeenstemming met het omgevingsplan. De beoogde activiteiten passen daarmee niet binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Een omgevingsvergunning voor een Bopa kan op basis van artikel 8.0 Bkl worden verleend, wanneer de activiteit in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het projectgebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofdstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

De locatie betreft een perceel aan de Lutenkampstraat op Camping Groene Eiland. De camping is gelegen in Appeltern, dat zich bevindt binnen de gemeentegrenzen van West Maas en Waal en de grenzen van de provincie Overijssel. Camping Groene Eiland bevindt zich op een schiereiland in het watergebied De Gouden Ham. Het is een recreatiegebied dat is ontstaan door de winning van zand. Het ligt tussen de dorpskernen van Appeltern en Maasbommel in het Land van Maas en Waal. De plas bestaat grotendeels uit water met een open verbinding naar de Maas. Er zijn drie schiereilanden en een natuurgebied aan de rand. Het huidige gebied bestaat uit verhardgebied voor parkeerplaatsen, met een oppervlakte van ongeveer 1200 m2. Rondom het pand ligt bestrating met aan de voorkant enkele groenzomen. Ten zuiden bevinden zich een bistro en het gebouw met de receptie. Aan de noordoostzijde van het projectgebied ligt een haven. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie in het projectgebied weergegeven, waarin het projectgebied is aangegeven met een rode omlijning.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: Maps 2025)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 3

3.1

PLANBESCHRIJVING

Het voornemen

Voor Camping ‘Het Groene Eiland’ in Appeltern is het voornemen om een nieuw overdekt zwembadcomplex te realiseren. Dit initiatief maakt deel uit van een bredere ambitie om de recreatieve voorzieningen op het park te verbeteren en uit te breiden. Het zwembad is bedoeld voor gebruik door gasten van het park en draagt bij aan een aantrekkelijker en meer weerbestendig aanbod van faciliteiten, aangezien het zwembad seizoensverlengend wordt ontworpen. In de nieuwe situatie zal er een afname van de verharding zijn gezien de sloop van de trailerparkeerplaats, een bedrijfswoning en diverse stacaravans en schuurtjes. Initiatiefnemer is van plan om nabij de bestaande centrumfaciliteiten nieuwe glijbaantoren + buitenbaden te plaatsen waarvan 1 bad wordt voorzien van roloverkapping. De betreffende roloverkapping bestaat uit een metalenframe met licht doorlatende platen. De overkapping heeft een hoogte van circa 6 meter en zorgt ervoor dat het zwembad het hele jaar door gebruikt kan worden, ongeacht de weersomstandigheden. De geplande bebouwing bestaat uit een seizoensverlengend overdekt zwembadgebouw met meerdere baden en bijbehorende voorzieningen. Concreet omvat het plan de aanleg van twee grotere zwembaden met een oppervlakte van respectievelijk circa 255 m² openlucht en 190 m² overdekt.

Daarnaast wordt er een peuter-/kleuterbad gerealiseerd van ongeveer 123 m² overdekt, specifiek gericht op jonge kinderen. Deze baden worden gesitueerd onder een overkapping van circa 43 meter lang en 19 meter breed. Aanvullend worden verschillende functionele ruimten toegevoegd, waaronder technische installatieruimten voor het zwembad en de glijbanen, sanitaire voorzieningen zoals toiletten, douches en kleedkamers, en specifieke faciliteiten zoals een MIVA-toilet met douche. De totale bruto vloeroppervlakte (BVO) van deze ondersteunende ruimten bedraagt ruim 170 m². Buiten het overkapte gedeelte wordt een kunstgraszone van circa 416 m² ingericht als verblijfsruimte voor bezoekers. Het projectgebied wordt zorgvuldig ingepast in de bestaande structuur van de camping. De locatie van het zwembadcomplex sluit aan op bestaande paden en voorzieningen, wat zorgt voor een logische en gastvriendelijke routing binnen het park.

3.2

Doorvertaling in het omgevingsplan

De voorliggende ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan “Gouden Ham/De Schans” aangezien onder de recreatiebestemming, de bouw- en gebruiksregels ontbreken om een nieuw zwembad te realiseren. Artikel 4.17 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeente een voortdurende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verwerkt in het omgevingsplan. Dit gebeurt binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de BOPA. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2032.

3.3

Infrastructuur en openbare ruimte

3.3.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het projectgebied. Daarnaast wordt ingegaan op landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën, het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

3.3.2

Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die daardoor ontstaat. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024 – Basis voor parkeernormering’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: ‘niet stedelijk’; Stedelijke zone: ‘rest bebouwde kom’.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. Tabel met uitgangspunten Functie/activiteit Zwembad overdekt Zwembad openlucht

Parkeernorm per woning/ per 100 m² bvo 11,5 12,9

Verkeersgeneratie per woning/ per 100 m² bvo 31,5 14,2

Parkeerbehoefte Het nieuwe zwembad is alleen bedoeld voor de gasten van Capfun en niet voor gasten van buitenaf, dus deze zal niet voor een grotere parkeerbehoefte van buitenaf zorgen. Bij gebrek aan een specifieke gemeentelijke parkeernorm voor recreatievoorzieningen binnen recreatieparken wordt aangesloten bij de richtlijnen uit CROW-publicatie 744. Voor overdekte recreatieve voorzieningen zoals zwembaden geldt in een niet-stedelijke omgeving een indicatieve norm van circa 11,5 parkeerplaatsen voor een overdekt zwembad en 12,9 parkeerplaatsen voor een openlucht zwembad per 100 m² bvo. In voorliggende ontwikkeling betekent dit (11,5:100x313) is afgerond 36 parkeerplaatsen voor overdekt zwembad en afgerond 33 parkeerplaatsen voor het openlucht zwembad. Deze kunnen worden opgevangen met de huidige aanwezige parkeerplaatsen op het park. Verkeersgeneratie en ontsluiting De verkeersgeneratie op basis van de normen is afgerond 99 verkeersbewegingen per weekdagetmaal voor overdekt zwembad en afgerond 36 verkeersbewegingen per weekdagetmaal voor het openlucht zwembad. De extra verkeersbewegingen die het gevolg zijn van het zwembad zijn echter beperkt van aard, aangezien de zwembaden alleen bedoeld zijn voor de gasten van Capfun.

Bezoekers zijn al aanwezig op het park en verplaatsen zich te voet of per fiets naar de voorziening, voor deze fietsers zullen er bruikbaar gesitueerde parkeervoorzieningen gerealiseerd worden bij het complex. Extra verkeersdruk ontstaat alleen incidenteel, bijvoorbeeld door personeel, leveranciers of technisch onderhoud. Er wordt geen toename van externe verkeersstromen of parkeerdruk op de openbare ruimte verwacht. Daarnaast is er op het park al een ontsluiting aanwezig, die zorgt voor de bereikbaarheid van het zwembad. 3.3.3

Conclusie

Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het voornemen voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 4

4.1

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief 4.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Het voornemen ziet toe op de realisatie van meerdere zwembaden met een totaal oppervlakte van ongeveer 581 m2, daarnaast worden nog ondersteunende ruimten gerealiseerd (189 m2). In totaal betreft het bebouwd oppervlak waterpret totaal incl. waterdoorlatend perron 1.288 m2. Dit oppervlak is een inbreidingslocatie dat een toevoeging is op de centrale voorzieningen van het park. Om de inbreiding mogelijk te maken worden ook de trailerparkeerplaats, een bedrijfswoning en diverse stacaravans en schuurtjes gesloopt. Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de uitbreiding/ontwikkeling met een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m 2 niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Gelet op vorenstaande is er sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

Behoefte De inbreiding op de camping met twee zwembaden en ondersteunende ruimten (totaal 738 m² bvo) sluit aan bij de bestaande functie van het park en voorziet in een duidelijke behoefte aan versterking van het recreatief aanbod ter plaatse. Bestaand stedelijk gebied Het projectgebied maakt deel uit van de bestaande camping ‘Het Groene Eiland’ in Appeltern. Deze locatie is ontsloten, ingericht en voorzien van infrastructuur, nutsvoorzieningen en recreatieve bebouwing. De ontwikkeling vindt plaats binnen een bestaand functioneel ingericht camping, waarmee sprake is van realisatie binnen bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 5.129g, tweede lid, onder c, Bkl. De ontwikkeling betreft een inbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied, en draagt niet bij aan verdere verspreiding van bebouwing in het landschap. Gelet op vorenstaande is de ontwikkeling in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

4.3

Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden

Het projectgebied ligt binnen de groene en recreatieve setting van de camping ‘Het Groene Eiland’. Deze omgeving wordt gekenmerkt door een landschappelijk open karakter met een kleinschalige, recreatieve inrichting. De beoogde bebouwing (zwembad met roloverkapping) blijft binnen de bestaande parkstructuur en tast het open landschap daarbuiten niet aan. Doordat het zwembad landschappelijk wordt ingepast met lage bouwhoogte (ca. 6 meter), groene erfafscheidingen en kunstgraszones, wordt het groene karakter van het park behouden. Bovendien worden er groene daken en levende muren toegepast op het installatie gebouw om de biodiversiteit te bevorderen, hittestress te verlagen en visuele impact te minimaliseren. Rondom het zwembad worden geen hoge bomen geplaatst in verband met stroomvoerend beleid van Rijkswaterstaat. Een bijkomend voordeel is het voorkomen van overlast van losse bladeren die in het zwembad zouden kunnen waaien vanaf deze bomen. De stedenbouwkundige structuur van de camping bestaat uit een centrale as met voorzieningen, omringd door recreatieverblijven. Het nieuwe zwembadcomplex wordt binnen deze structuur geplaatst en sluit aan op bestaande voorzieningen. De overkapping wordt zorgvuldig ontworpen binnen de schaal van de omliggende bebouwing.

De betreffende roloverkapping bestaat uit een metalen frame met licht doorlatende platen, waardoor het geheel optisch licht en visueel ingetogen blijft in tegenstelling tot een zwembadcomplex dat volledig gebouwd zou zijn van bijvoorbeeld steen. Dankzij het open-dicht-mechanisme heeft de roloverkapping geen permanente visuele massa zoals bij reguliere hallen of gebouwen. In de geopende stand is de constructie vrijwel transparant en nauwelijks dominant aanwezig in het landschap. Dit is van belang gezien de ligging in een gebied met open zichtlijnen. Deze seizoensgebonden inzetbaarheid versterkt ook de functionele kwaliteit van het park, zonder dat hiervoor permanent gesloten bebouwing met grotere visuele impact nodig

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief is. De visuele eenheid en landschappelijke beleving blijven daarmee behouden, ook gezien vanaf buiten het park.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 5

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden en behoeften van toekomstige generaties. 5.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. b. c.

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

De ontwikkeling van het overdekte zwembad binnen camping ‘Het Groene Eiland’ past binnen de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het betreft een kleinschalige uitbreiding van recreatieve voorzieningen binnen bestaand ruimtegebruik. Er is geen sprake van rijksbelangen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief zoals beschermde natuur, rijksmonumenten of nationale infrastructuur. De ontwikkeling versterkt het recreatief aanbod op een bestaande locatie en draagt bij aan zorgvuldig ruimtegebruik en een aantrekkelijke, toekomstbestendige recreatieve sector. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

5.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Omgevingsvisie Gelderland richt zich op een duurzame, economisch sterke en aantrekkelijke leefomgeving. De provincie zet in op zorgvuldig ruimtegebruik, behoud van landschappelijke kwaliteiten en het versterken van bestaande functies. Binnen deze visie wordt recreatie gezien als een belangrijke economische en maatschappelijke pijler, mits goed landschappelijk ingepast. Het initiatief voorziet in een uitbreiding van het recreatieve aanbod binnen een bestaand recreatiepark. De ontwikkeling past daarmee binnen de beleidslijn van functieversterking op recreatielocaties en draagt bij aan de verbetering van het toeristisch aanbod in de regio. 5.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Volgens de Omgevingsverordening Gelderland is het van belang dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan zorgvuldig ruimtegebruik en passen binnen het karakter van het landschap. Het projectgebied ligt niet in een beschermd natuurgebied, stiltegebied of waardevol landschap zoals benoemd in de verordening. De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande structuur van een recreatiepark en tast geen open landschap of kernkwaliteiten aan. Daarmee is het plan in overeenstemming met de relevante instructieregels, waaronder die voor recreatie, landschap en waterbeheer. De omgevingsverordening Gelderland laat zich niet uit over een dergelijke ontwikkeling van een zwembadcomplex op een camping, het is daarom niet strijdig is met de omgevingsverordening. 5.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

De ontwikkeling is in overeenstemming met zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland. Het plan betreft een versterking van recreatief medegebruik op een bestaande locatie en draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het gebied. Er zijn geen provinciale belangen in het geding en het initiatief sluit aan bij de beleidsdoelstellingen van de provincie.

5.3

Regionaal beleid

De wettelijke basis om gezamenlijk besluiten te nemen ligt in artikel 2.2 lid 2 van de Omgevingswet. Het gaat om het gezamenlijk nemen van één besluit. Veel opgaven overstijgen het lokale belang, wat ertoe kan leiden dat er op regionaal niveau beleid wordt vastgesteld (bijvoorbeeld een regionale woningbouwopgave). Regio Rivierenland De gemeente West Maas en Waal maakt deel uit van de Regio Rivierenland. In de Regionale Structuurvisie Rivierenland zetten de samenwerkende gemeenten in op thema’s als: • •

versterking van de vrijetijdseconomie, behoud van landschappelijke kwaliteiten, BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief •

en zorgvuldig ruimtegebruik.

In deze visie wordt de verblijfsrecreatie als een belangrijke economische drager gezien voor het buitengebied. Daarbij wordt nadruk gelegd op het versterken van bestaande recreatieve voorzieningen, het spreiden van bezoekersdruk en het aanbieden van all-weather faciliteiten. Het voornemen om zwembaden binnen het bestaande camping te realiseren – sluit direct aan bij deze doelstellingen. Het draagt bij aan het jaarrond aantrekkelijk maken van het park voor toeristen en verbetert de kwaliteit van het bestaande recreatief aanbod, zonder extra druk op het omliggende landschap.

5.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In deze paragraaf wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.4.1

Omgevingsvisie gemeente West Maas en Waal

5.4.1.1 Algemeen De gemeente West Maas en Waal werkt met een integrale omgevingsvisie waarin de identiteit van het gebied, de uitdagingen en de toekomstambities zijn verankerd. De visie dient als afwegingskader voor nieuwe initiatieven en benadrukt het belang van zorgvuldig ruimtegebruik, behoud van kleinschaligheid en versterking van bestaande kwaliteiten in het landschap, de dorpen en het recreatiegebied. 5.4.1.2 Pijlers De gemeentelijke visie richt zich op vijf pijlers, waarvan met name de volgende voor dit initiatief relevant zijn: • • •

Evenwichtige recreatie: het verbeteren en verduurzamen van bestaande recreatievoorzieningen, spreiding van toeristische druk en het toevoegen van all-weather voorzieningen, zodat recreatie ook buiten het hoogseizoen aantrekkelijk blijft. Toekomstbestendige leefomgeving: door kleinschalige en landschappelijk ingepaste ontwikkelingen wordt ingespeeld op veranderende klimatologische en economische omstandigheden. Groots in kleinschaligheid: initiatieven dienen te passen bij het karakter van de omgeving, en bijdragen aan kwaliteit zonder afbreuk te doen aan het kleinschalige karakter van de dorpen en recreatiegebieden.

Specifiek voor het recreatiegebied rondom de Gouden Ham, waar Het Groene Eiland deel van uitmaakt, benoemt de visie het belang van revitalisering van bestaande campings en parken, toevoeging van ‘slecht weer’-voorzieningen voor de gasten van het park. 5.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie De ontwikkeling van een overdekt zwembad op camping Het Groene Eiland sluit direct aan bij deze gemeentelijke ambities. Het zwembad versterkt het recreatief aanbod, is landschappelijk ingepast binnen het park, en draagt bij aan recreatie bij alle weersomstandigheden. De toevoegingen van een faciliteit helpt Capfun om meer short-stay gasten te ontvangen en gaat daarmee in tegen verloedering en permanente bewoning. Het gebruik van het zwembad blijft in tegenstelling tot de andere voorzieningen gericht op parkgasten, waardoor de druk op omliggende dorpen beperkt blijft. Ook is het park voorzien in voldoende parkeerruimte en goede interne ontsluiting. Daarmee is sprake van een evenwichtige, toekomstbestendige en kleinschalige uitbreiding.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief 5.4.2

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Het initiatief is in lijn met de Omgevingsvisie West Maas en Waal. Het draagt bij aan het verbeteren van de verblijfsrecreatie, ondersteunt de ambitie tot recreatie bij alle weersomstandigheden en is zorgvuldig ingepast binnen bestaand gebruik. De ontwikkeling past binnen de karakteristieken van het recreatiegebied aan de Maas en sluit aan bij de gemeentelijke visie op recreatieve ontwikkeling. Er zijn geen gemeentelijke beleidsbezwaren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 6 6.1

OMGEVINGSVEILIGHEID

Algemeen

Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •

Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).

Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied worden aangewezen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. 6.2

Situatie in en bij het projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Lutenkampstraat, aan de zuidzijde van Appeltern, binnen de camping ‘Het Groene Eiland’. Dit is een landelijk gebied nabij de Maas, met recreatieve en agrarische functies, zonder industriële bedrijvigheid of intensieve infrastructuur zoals snelwegen of spoorlijnen in de directe nabijheid. In het kaartje van afbeelding 6.1 is te zien dat in de omgeving van de projectlocatie zich geen risicovolle bedrijven bevinden die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen. Binnen de relevante afstand van 1.000 meter zijn geen LPG-tankstations, chemische fabrieken of andere risicovolle inrichtingen bekend. Er loopt geen rijksweg, spoorlijn of vaarweg voor transport van gevaarlijke stoffen direct langs de Lutenkampstraat of de camping. De Maas is formeel een vaarweg, maar kent op dit traject geen intensief vervoer van gevaarlijke stoffen dat relevant is voor de risicoafstanden conform het Besluit externe veiligheid transportroutes. Op basis van openbare risicokaarten zijn er geen hogedruk aardgasleidingen of andere buisleidingen voor gevaarlijke stoffen aanwezig direct onder of nabij de projectlocatie. Als aanvullende zekerheid kan dit worden geverifieerd via het Kadaster of de leidingbeheerder.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

Afbeelding 6.1

6.3

Kaart externe veiligheid (Atlaskaart)

Conclusie

Met de voorgenomen activiteiten wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN

Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

7.1

Vigerend beleid

7.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 7.1.2

Rijksbeleid

Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: • • •

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering; We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte; Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht.

Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. Toetsing aan rijksbeleid Het projectgebied ligt in de nabijheid van het rijkswater de Maas, maar bevindt zich binnendijks en buiten het formele beheergebied van Rijkswaterstaat. Er zijn geen ingrepen in uiterwaarden, vaarwegen of beschermingszones. Vanuit die optiek zijn er geen vergunnings- of meldingsplichten richting Rijkswaterstaat op grond van de Waterwet of de Omgevingswet. Toch is bij het ontwerp aantoonbaar rekening gehouden met de uitgangspunten van waterrobuust bouwen zoals beoogd in het NWP en door Rijkswaterstaat geadviseerd. De volgende maatregelen zijn in het ontwerp opgenomen: • • • •

Toepassing van waterbestendige materialen in de constructie van het zwembad; Hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd via doorlatende verharding en kunstgraszones, waarmee piekafvoer wordt beperkt; Functionele zonering voorkomt schade aan installaties bij wateroverlast; Er is voorzien in een systeem om het zwembadwater bij een eventuele overstroming milieuneutraal af te voeren (neutralisatie chloorverbindingen).

Deze aanpak is in lijn met de beleidsdoelen van het NWP, waarin door Rijkswaterstaat wordt aangestuurd op robuuste en adaptieve ontwikkelingen in watergevoelige gebieden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief 7.1.3

Provinciaal beleid

Het provinciale beleid ten aanzien van water en klimaatadaptatie is vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland en wordt nader uitgewerkt in de provinciale Omgevingsvisie. Belangrijke thema’s daarin zijn waterveiligheid, waterkwaliteit, droogtebestrijding, natuurverbindingen en het robuust maken van watersystemen in relatie tot klimaatverandering. Het projectgebied ligt in een gebied dat afwatert op de Maas. De provincie onderkent dat dit watersysteem bij extreme neerslag of langdurige droogte niet altijd meer voldoet. De hoofdopgave is daarom het klimaatbestendig maken van het buitengebied, onder andere door het vasthouden van water, het herstellen van groenblauwe structuren en het verbeteren van de waterkwaliteit. De realisatie van een overdekt zwembad binnen de camping heeft geen negatieve invloed op het provinciale watersysteem. Het plan betreft een relatief kleine bebouwde oppervlakte, waarbij hemelwaterafvoer regulier kan worden afgekoppeld of geïnfiltreerd op eigen terrein. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de provinciale uitgangspunten voor waterrobuust bouwen en klimaatadaptatie. 7.1.4

Waterschap Rivierenland

Het waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in acht hoofdthema’s: beschermen tegen overstromingen; water eerlijker verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. Daarnaast beschikt Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Toetsing aan waterschap De projectlocatie is gelegen buiten de zonering van de waterkering en heeft geen directe raakvlakken met belangen van het waterschap. 7.1.5

Beleidsplan Water en riolering 2023-2027 (gemeente West Maas en Waal)

De gemeenteraad heeft het 'Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027' vastgesteld. Doel van het beleid is het gemeentelijk (afval)watersysteem en de functies ervan te waarborgen. Deze functies zijn onder andere: • • • •

Het beschermen van de volksgezondheid; Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater; Het verminderen van overlast en het voorkomen van schade doorhevige regenval; Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van te hoge- of te lage grondwaterstanden.

Met dit beleid wil de gemeente een duurzame toekomstgerichte en klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte behouden én realiseren. Het bodem- en watersysteem zijn sturend in de planvorming. Het beleidsplan beschrijft de meest belangrijke ambities, doelen en opgaven. Toetsing aan beleidsplan Water en riolering 2023-2027 Het hemelwater vormt op deze locatie geen probleem. Het kan worden vastgehouden op eigen terrein of afwateren naar het omringende open (Maas)water. 7.2

Wateraspecten

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de ontwikkeling rekening wordt gehouden met het aspect water. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. In het moderne waterbeheer wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie.

7.3

Watertoetsproces en waterhuishouding projectgebied

Uit de digitale watertoets blijkt dat voor de ontwikkeling sprake is van een normale watertoetsprocedure waarbij overleg met Waterschap Rivierenland gewenst is (bijlage 1). De ontwikkeling heeft geen directe invloed op beschermde waterstaatswerken of grondwaterbeschermingsgebieden. In de omgeving bevindt zich wel een rioolgemaal waarmee in het ontwerp rekening moet worden gehouden. Er is sprake van een afname van het verhard oppervlak en hemelwater kan op eigen terrein worden verwerkt. Er zijn geen lozingen op oppervlaktewater voorzien. Het waterschap acht het initiatief uitvoerbaar, mits rekening wordt gehouden met hun aandachtspunten. Hiermee vormt water geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Toetsing aan eisen Rijkswaterstaat Volgens het beleid van Rijkswaterstaat past een grootschalige ontwikkeling als het zwembad binnen dit deelgebied, mede gezien de reeds aanwezige recreatieve functies zoals de camping en het Molenstrand. Er ligt een principeakkoord met Rijkswaterstaat en het plan is vormgegeven conform het stroomvoerend beleid en de waterrobuuste ontwerpprincipes van Rijkswaterstaat. Hierbij is onder andere rekening gehouden met de afvoer van water, het voorkomen van waterophoping en het minimaliseren van de impact op de waterveiligheid.

Zo worden er waterdichte en duurzame materialen gebruikt, is de installatie boven de hoogste verwachte waterlijn gepositioneerd en zijn noodafvoersystemen opgenomen. Daarnaast zijn maatregelen getroffen voor het veiligstellen van de elektrische installaties en het behandelen van zwembadwater bij mogelijke overstromingen. In extreme omstandigheden, zoals hoogwater of overstromingen, blijft de veiligheid geborgd. Er is bewust gekozen voor een kleinschalige, laagbouwopzet met licht en deels open karakter, zonder opgaande beplanting. Ook wordt er gewerkt met natuurlijke en visueel passende materialen en is het plan landschappelijk zorgvuldig ingepast, onder andere met inheemse beplanting en groene daken om de visuele impact te beperken.

7.4

Conclusie

Met de voorgenomen activiteit worden de waterbelangen in voldoende mate beschermd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Appeltern, Lutenkampstraat 2 Definitief

HOOFDSTUK 8

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU

Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties houdt het bevoegd gezag op basis van afdeling 5.1.4 van het Bkl rekening met het beschermen van de gezondheid en het milieu, waaronder in ieder geval begrepen: • • • • •

geluid; bodemkwaliteit; de kwaliteit van de buitenlucht; geur en; trillingen.

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het voornemen rekening houdt met bovenstaande onderwerpen. Tevens worden de aspecten ‘gezondheid’ en ‘duurzaamheid’ behandeld.

8.1

Geluid door activiteiten

8.1.1

Algemeen

In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.21 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • • •

activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.21 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 8.1.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16431299/1