CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp Programma Vitaal Platteland concept

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.06975418.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programma Vitaal Platteland Gemeente West Maas en Waal

Versie 23 januari 2025

Inhoudsopgave 1. Programma vitaal platteland

4

1.1 Wat is een programma?

4

1.2 Doel van dit programma

4

1.3 Wat is het buitengebied?

5

Bijlage 2

1.4 Relatie met de omgevingsvisie

6

Begrippenlijst

1.5 Relatie met ander beleid

6

1.6 Leeswijzer

6

2. Proces

7

3. Opgaven en ambities voor een vitaal platteland

8

3.1 Agrarische bedrijvigheid

9

Bijlage 1 Toegestane hoofd- en nevenactiviteiten

43

45

Bijlage 3 Participatie 46

3.2 Wonen en recreatie 11 3.3 Natuur en Landschap

13

3.4 Water en klimaatadaptatie 14 4. Maatregelen voor een vitaal platteland

16

4.1 Overzicht ambities en maatregelen

17

4.2 Beleid en beleidsregels

18

4.3 Projecten en programma’s

28

4.4 Inzet middelen en mensen

37

4.5 Communicatie- en informatie instrumenten

38

4.6 Afspraken met organisaties 40 5. Globaal uitvoeringsplan

41

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

1. Programma vitaal platteland

In de Omgevingsvisie West Maas en Waal is ons ambitieniveau voor de toekomst vastgesteld op 30 mei 2024. Deze vastgestelde ambities dienen een vervolg te krijgen. Dit leggen wij voor het buitengebied vast in het Programma Vitaal Platteland. In dit programma geven wij aan hoe wij, samen met de gebiedspartners, de ambities verder oppakken.

1.1 Wat is een programma?

“In dit programma worden middelen en maatregelen opgesteld die bijdragen aan het behalen van de ambities en doelstellingen voor het buitengebied.”

Een programma is een flexibel instrument van de Omgevingswet. Dit instrument kunnen we inzetten voor de uitwerking, doorwerking of uitvoering van ambities. De wet kent drie verschillende soorten programma’s: verplicht programma, vrijwillig programma en het programma met programmatische aanpak. De wet zegt niet precies hoe een programma eruit moet zien en wat erin moet staan. Het programma Vitaal Platteland is een vrijwillig programma. Een vrijwillig programma bevat: • Uitwerking van het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving. • Maatregelen om te voldoen aan vastgestelde omgevingswaarden. • Maatregelen voor het bereiken van doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. 4

Programma’s kunnen gebiedsgericht of thematisch zijn. In dit geval gaat het om een gebiedsgericht programma voor het buitengebied van onze gemeente. Het programma is zelfbindend. Dit betekent dat het alleen het bestuur van de gemeente zelf bindt. Daarnaast kan het programma andere partijen, zoals inwoners, bedrijven en organisaties, stimuleren om dingen te doen die helpen om de doelstellingen in het programma te behalen.

1.2 Doel van dit programma Het doel van dit programma is om te zorgen dat wij en andere partijen, ieder afzonderlijk of in gezamelijkheid, aan de slag kunnen om de opgaven en ambities voor het buitengebied uit de omgevingsvisie uit te voeren. In dit programma geven we aan hoe we sturen op het behalen van opgaven en ambities.

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

Voor het behalen van de ambities uit de omgevingsvisie voor een vitaal platteland zetten we verschillende maatregelen (of een combinatie daarvan) uit de gereedschapskist in. De gereedschapskist wordt in hoofdstuk 4 toegelicht en uitgewerkt.

Boven-Leeuwen Wamel

Beneden-Leeuwen

1.3 Wat is het buitengebied? Dit programma Vitaal Platteland richt zich op het buitengebied. Het buitengebied is het gebied buiten de dorpen en de recreatiegebieden. Het buitengebied is op te delen in de komgronden, de oeverwallen en de uiterwaarden. Tussen de dorpen op de oeverwallen en de aangrenzende komgronden zijn overgangszones aangewezen. Ditzelfde is ook gedaan rondom de recreatiegebieden.

Dreumel

Altforst

Appeltern

Alphen

Concept begrenzing buitengebied

5

Maasbommel

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

1.4 Relatie met de omgevingsvisie Dit programma is een uitwerking van de Omgevingsvisie West Maas en Waal, specifiek voor het buitengebied. De omgevingsvisie geeft de opgaven, koers en ambities voor de gemeente op hoofdlijnen weer. Deze vormen het uitgangspunt voor het programma. Het programma moet passen in koers en ambities van de omgevingsvisie, maar het kan zijn dat de uitwerking van dit programma aanleiding geeft om de koers en ambities in de omgevingsvisie op onderdelen bij te sturen. Een programma is de verbindende schakel tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Hierin staat dus voor de verschillende gebieden welke activiteiten wel en niet zijn toegestaan, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid.

1.5 Relatie met ander beleid Gelijktijdig met de ontwikkeling van dit programma is de gemeente ook ander beleid aan het ontwikkelen en uitvoeren. Voorbeelden hiervan zijn het actieplan internationale werknemers, het biodiversiteitsplan, het uitvoeringsprogramma klimaatbestendig West Maas en Waal en de visie (vrijetijds)economie. Er is gedurende het proces van dit programma contact geweest met de beleidsmedewerkers om goede verbanden tussen de andere beleidsstukken en dit programma te leggen.

Zo sluit het beleid goed op elkaar aan. Ook kunnen sommige maatregelen die we voorstellen in dit programma onder ander beleid al worden opgepakt. Volgend aan het programma Vitaal Platteland wordt een kwaliteitskader voor het buitengebied opgesteld. Het doel van dit kader is om te zorgen dat initiatieven en ontwikkelingen bijdragen aan het behouden, versterken en ontwikkelen van de identiteit van het buitengebied van West Maas en Waal. Dit kwaliteitskader is daarmee een van de maatregelen die in dit programma wordt benoemd om uitvoering te geven aan de opgaven en ambities van de omgevingsvisie.

1.6 Leeswijzer Het volgende hoofdstuk gaat over het proces dat is doorlopen voor het maken van dit programma Vitaal Platteland. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de opgaven en ambities die zijn meegenomen in dit programma. Deze zijn onderverdeeld in vier thema’s: 1. agrarische bedrijvigheid; 2. wonen en recreatie 3. natuur en landschap; 4. water en klimaatadaptatie.

6

In hoofdstuk 4 benoemen we de maatregelen om de ambities binnen deze vier thema’s te behalen. We maken gebruik van verschillende typen maatregelen, namelijk: 1. beleid en beleidsregels 2. projecten 3. inzet van ambtenaren 4. inzet van communicatie- en informatieinstrumenten 5. afspraken met organisaties Per maatregel geven we een beschrijving van de maatregel, geven we aan hoe dit bijdraagt aan de ambities en welke rol de gemeente hierbij kiest. Hoofdstuk 5 geeft een globaal uitvoeringsprogramma. Hier laten we zien op welke termijn de maatregelen uitgevoerd kunnen worden, door wie, en of er al financiering is.

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

2. Proces Bij de ontwikkeling van dit programma zijn verschillende groepen betrokken: • Projectgroep: beleidsmedewerkers van de gemeente West Maas en Waal en medewerkers van andere organisaties die actief zijn in het buitengebied van West Maas en Waal (Collectief Rivierenland, Gelders Genootschap, IVN, Natuurmonumenten,

•

Staatsbosbeheer, Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Waterschap Rivierenland, ZLTO, Provincie Gelderland) Gebiedsdenkers: agrariërs uit het gebied.

Deze groepen zijn betrokken door middel van gezamenlijke werksessies en ‘op de koffie gesprekken’.

Het programma is geldig vanaf het moment dat het is vastgesteld door de gemeenteraad. In het kader hieronder is te zien welke stappen zijn doorlopen en wanneer welke groep betrokken is. In bijlage 3 kunt u meer vinden over de participatie.

Planning en stappen waarin het programma tot stand is gekomen 15 april 2024

9 juli 2024

3 december 2024

21 januari 2025

week 13 - 18

Werksessie I projectgroep

Werksessie II projectgroep

Werksessie III projectgroep

Gesprek raad

Programma ter inzage

Keukentafelgesprekken gebiedsdenkers

Werksessie I gebiedsdenkers

april - mei 2024

17 september 2024

Stap 1 Een goede start

Stap 2 Verkennen opties

Overzicht van de onderwerpen voor Programma Vitaal Platteland

Informeren gebiedsdenkers

Stap 3 Concept programma

Voorkeursset van maatregelen

Stap 4 Globaal uitvoeringsplan

Concept programma met zonering en beleidsregels/ maatregelen

7

Ontwerp programma raad

Vaststelling programma raad

13 maart 2025

medio juni 2025

Stap 5 Vaststelling

Ontwerp Programma Vitaal Platteland

Vastgesteld programma

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

3. Opgaven en ambities voor een vitaal platteland Legenda

In dit hoofdstuk worden de opgaven en ambities voor het buitengebied voor de vier thema’s toegelicht. Ieder thema is verbonden aan de pijlers van de omgevingsvisie (weergeven op de volgende pagina) en kent een hoofdopgave met bijbehorede ambities. Uit het participatietraject zijn ook aanvullende ambities naar voren gekomen.

Legenda Legenda Oeverwal landschap Richting Tie l

Oeverwal landschap Kom landschap Oeverwal landschap Kom landschap Uiterwaarden Kom landschap Uiterwaarden Waaldorpen Uiterwaarden

Ri c

g in ht

Richting Dru ten

el Ti

Boven-Leeuwen

Waaldorpen Maasdorpen Waaldorpen Maasdorpen Bedrijventerrein Maasdorpen

Wamel

Bedrijventerrein Rivierduin landschap Bedrijventerrein

Beneden-Leeuwen

Rivierduin landschap Bos Rivierduin landschap

€

Bos Water Bos Water Water

Rich ting N ijmegen

€

Wetering

VA B

Wetering “Binnentuin” Wetering “Binnentuin” Noord-Zuid verbinding, langzaam verkeer “Binnentuin”

€

Noord-Zuid verbinding, langzaam verkeer Groen netwerk Noord-Zuid verbinding, langzaam verkeer Groen netwerk Verbreden agrarische bedrijvigheid Groen netwerk

Altforst

Dreumel VA B

€

€

€

€

VA B

R

€

g in ht ic

ting Oijen/Oss Rich

el dri rk Ke

Alphen

VAB

Appeltern VAB VAB

€

Ric hti ng Me gen /Oss

Maasbommel

€

ss gO tin ch Ri

In het buitengebied ontstaat meer diversiteit en ruimte voor groen en beleving. De landbouw krijgt nog altijd goed de ruimte, maar wel op een plek die past bij de aard van het agrarisch bedrijf en met meer incorporatie van natuur. In de verschillende deelgebieden uit zich dit op verschillende manieren. De oeverwal is ‘hoog en droog’ en biedt daarmee andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen dan de ‘laag en natte’ komgronden en uiterwaarden.

Verplaatsenagrarische intensievebedrijvigheid landbouw Verbreden Verbredennaar agrarische oeverwal kom bedrijvigheid Verplaatsen intensieve landbouw Verplaatsen intensieve landbouw Onderzoeken nieuwe oeverwal naar kom verdienmodellen oeverwal naar kom Aandacht en begeleiding voor agrariërs Onderzoeken nieuwe verdienmodellen Onderzoeken nieuwe verdienmodellen in landbouwtransitie Aandacht en begeleiding voor agrariërs VAB-woningen in dorpsuitbreidingen of Aandacht en begeleiding voor agrariërs in landbouwtransitie op oeverwal in landbouwtransitie VAB-woningen in dorpsuitbreidingen of VAB-woningen in dorpsuitbreidingen of Uitbreiding op oeverwalbedrijventerrein op oeverwal Uitbreidingenergieopwek bedrijventerrein Maatwerk agrariërs Uitbreiding bedrijventerrein Maatwerk energieopwek Zoekgebied klimaatbufferagrariërs Maatwerk energieopwek agrariërs Zoekgebied klimaatbuffer Biodiversiteitsmaatregelen Zoekgebied klimaatbuffer Biodiversiteitsmaatregelen Mozaïek op oeverwal Biodiversiteitsmaatregelen Mozaïek op fietsverbindingen oeverwal Verbeteren Mozaïek op oeverwal

Ric htin g L

Verbeteren fietsverbindingen Verbeteren wandelverbindingen Verbeteren fietsverbindingen

Os it h /

Verbeteren wandelverbindingen Verbeteren wandelverbindingen

s

Kaart gestapelde ambities buitengebied

8

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

De opbouw van de tekst per thema ziet er als volgt uit: • • • • •

Agrarische sector als ruimtelijke drager

Evenwichtige recreatie

Wat zijn de trends binnen dit thema? Welke pijler uit de omgevingsvisie hoort hierbij? Welke hoofdopgave geldt er binnen dit thema? Bijbehorende ambities uit de omgevingsvisie Aanvullende ambities uit het participatietraject

3.1 Agrarische bedrijvigheid

Rustig en groen wonen in kleine dorpen

Trends West Maas en Waal is van oorsprong een sterk agrarische gemeente. In de gemeente zijn allerlei agrarische bedrijven vertegenwoordigd, waarvan bijna 70% veeteeltbedrijven (inclusief toeleveranciers) betreft. Het merendeel van deze bedrijven bevindt zich in de komgrond. De overige 30% van de landbouw bestaat uit akkerbouw en tuinbouw. De tuinbouw omvat onder andere boomgaarden en kassen, die zich hoofdzakelijk op de oeverwal bevinden. Als we naar de ontwikkelingen in de landbouw van de afgelopen 20 jaar kijken valt op dat het aantal landbouwbedrijven geleidelijk is afgenomen. Hierbij zien we dat bijna alle typen bedrijven zijn afgenomen, behalve geitenhouderijen. Er is vooral een grote afname van melkveehouders. We zien daarentegen dat de afname van het aantal dieren minder sterk is dan de afname van het aantal bedrijven. Het aantal runderen is in 20 jaar afgenomen, waarbij de grootste afname zit in het aantal melkvee. Het aantal varkens is sterk toegenomen.

Herkenbare, unieke gebieden

De vier pijlers waar de visie voor de gemeente West Maas en Waal op berust

9

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

Pijler van de omgevingsvisie Agrarische sector als ruimtelijke drager Met de omgevingsvisie kiest de gemeente voor een vitale lokale economie en het behouden van de agrarische sector als ruimtelijke drager van de gemeente. We bieden ruimte aan passende agrarische activiteit op de juiste plek. Dit betekent in principe fruitteelt en akkerbouw op de hogere, drogere oeverwal en veeteelt in de lagere komgrond. Hierbij ondersteunen we agrariërs om natuurinclusiever te werken en nevenactiviteiten te ontplooien als aanvullend verdienmodel.

Grondgebruik per type

Aantal landbouwbedrijven per type 15 79 75 24 33 4 42

89 9 68

57 12 17 33 20 32 58

153 2000

2023

2000

Hoofdopgave De hoofdopgave voor het thema agrarische bedrijvigheid is het faciliteren van toekomstbestendige, natuurinclusieve en duurzame landbouwsector. Hierbij gaat het om het waarborgen van duurzame verdienmodellen, voor zowel de huidige agrarische activiteiten als aanvullende verdienmodellen in de vorm van nevenactiviteiten. Deze beweging vindt de afgelopen jaren steeds meer plaats en biedt kansen voor het op peil houden van de leefbaarheid in het buitengebied. De mogelijkheden voor dit soort herbestemmingen is afhankelijk van de functie en de ligging. Zo is het belangrijk dat de nevenactiviteit de huidige agrarische activiteiten in de omgeving niet hindert. Het verduurzamen van de landbouw betekent ook het ondersteunen van agrariërs om natuurinclusief te ondernemen en over te schakelen naar kringlooplandbouw, en zorgen dat ieder bedrijf op een passende locatie (op basis van de omstandigheden in het bodem- en watersysteem) terecht komt. Hierbij kan het gaan om verplaatsingen van agrarische bedrijvigheid van oeverwal naar komgrond. De vrijkomende grond van stoppende agrarische bedrijven kan ruimte bieden voor het herplaatsen van huidige ondernemers en om lokale ondernemers de mogelijkheid te bieden om te extensiveren door meer grond te verwerven. Daarom is het van belang om nieuwvestiging van agrarische bedrijven te beperken.

2023

12

9,8 9,5

4,8

2,3

Aantal koeien x 1.000

2,6

Aantal geiten x 1.000

Aantal varkens x 10.000

6,5

6

5,6 4,5

3,6

2

Aantal schapen x 1.000

Aantal paarden en pony’s x 100

Aantal kippen x 100.000

Veranderingen in de landbouw de afgelopen 20 jaar (bron: CBS).

10

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

3.2 Wonen en recreatie

Ambities van de omgevingsvisie • Het faciliteren van de verbreding van verdienmodellen van agrariërs • Het terugdringen van intensieve landbouwvormen op de oeverwal. Dat kan door deze te begeleiden in de extensivering van hun bedrijf of door deze bedrijven vrijwillig te laten verplaatsen naar bestaande intensieve locaties in het komgebied. • Het waar mogelijk ondersteunen van agrariërs in het overschakelen naar kringlooplandbouw/natuurinclusieve landbouw • Helpen van agrariërs bij het verduurzamen en vergroenen van hun bedrijf en de uitdagingen die daarmee gepaard gaan

Trends West Maas en Waal heeft vanwege de centrale ligging en het diverse woonaanbod een grote aantrekkingskracht op de omgeving. Dit aantrekkelijke woonklimaat zorgt ervoor er behoefte is aan meer woningen voor diverse doelgroepen, maar in het bijzonder voor jongeren en ouderen. Recreatie is een belangrijke economische motor voor West Maas en Waal, waarbij de recreatie aan de Maaszijde afgelopen decennia enorm is gegroeid. Pijlers van de omgevingsvisie Rustig en groen wonen in kleine dorpen Met de omgevingsvisie kiest de gemeente voor rustig, ruim en groen wonen in kleine, klimaatadaptieve dorpen in een landelijke omgeving die op een passende manier kunnen groeien met een focus op wonen voor lokale jongeren en ouderen. We zetten in op levendige, sociale dorpen en buurtschappen die zoveel mogelijk hun eigen basisvoorzieningen behouden. Hiertoe ondersteunen we de sociale netwerken en daarmee de leefbaarheid in de dorpen. Vanuit het beleidskader sociaal domein is aangevuld dat de inrichting van de openbare ruimte een belangrijke rol speelt in het uitnodigen tot het versterken van de sociale basis. Concrete voorbeelden zijn het toevoegen van ontmoetingsplekken en voldoende bankjes om ‘alledaagse attentheid’ te bemoedigen.

Aanvullende ambities • Goed contact tussen agrariër en gemeente met meer aandacht voor persoonlijke gesprekken, ondersteuning en minder rompslomp. • Voorkomen dat niet-agrarische activiteiten in het buitengebied zorgen voor beperkingen voor het agrarisch gebruik.

Evenwichtige recreatie We kiezen voor balans in recreatie, wat het versterken en ondersteunen van onze grote recreatieve hotspots betekent, maar ook zorgen voor betere spreiding over de gemeente. Zo profiteren de Waalzijde en het buitengebied meer van het toerisme en wordt de druk op de Maaszijde verlaagd. We ontwikkelen verschillende recreatieve ‘poorten’ met ieder hun eigen karakter, kwaliteiten en aantrekkingskracht voor landelijk toerisme, maar besteden ook aandacht aan de uitloopgebieden van de dorpen: de recreatie dicht bij huis.

11

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

Hoofdopgave De hoofdopgave voor dit thema is om het buitengebied zo veel mogelijk te sparen van uitbreidingen voor wonen en bedrijventerreinen. Door in te zetten op levendige dorpen in een landelijke omgeving wordt een onderscheid gemaakt tussen het agrarische buitengebied en de dorpen. Het juiste gebruik moet op de juiste plek in de gemeente belanden, waarbij de uitbreiding voor wonen en bedrijventerrein niet passend zijn in het agrarische buitengebied, met uitzondering van de oeverwal. In het buitengebied ligt de opgave van het omvormen van agrarische bedrijven naar andere ondernemingsvormen wanneer agrarische bedrijven willen stoppen. Passende alternatieve ondernemingsvormen kunnen in het buitengebied worden ingepast: voor niet passende ondernemingen ligt de opgave om ze te herplaatsen naar de bedrijventerreinen bij de dorpen. Bij rustig en groen wonen hoort ook het faciliteren van een gezonde, inclusieve levensstijl voor de inwoners van de gemeente West Maas en Waal. Het verbeteren van de openbare ruimte komt de gezondheid ten goede: bijvoorbeeld door beweging in de buitenlucht te stimuleren door middel van het aantrekkelijker maken van de buitenruimte om te wandelen en fietsen. Dit betekent het tegengaan van geluids- en geuroverlast en het beperken van de stikstofuitstoot.

Ook de ontwikkeling van recreatieve poorten en het spreiden van recreatieve voorzieningen over de gemeente zijn opgaven waar het buitengebied mee te maken krijgt.

•

• •

Verbeteren contact tussen agrariërs en inwoners, voor het bewerkstelligen van begrip voor elkaar. Het ondersteunen van het behoud en de totstandkoming van sterke sociale banden binnen de gemeenschappen door het verstevigen van netwerken tussen inwoners en organisaties, het faciliteren en/of subsidiëren van relevante activiteiten. Goede huisvesting internationale werknemers. Het bij voorkeur ontwikkelen van zorginitiatieven voor ouderen, gehandicapten of andere zorggroepen in of rond de dorpskernen en nabij voorzieningen. Het realiseren van zorginitiatieven in het buitengebied (ver van de voorzieningen) is in beginsel minder wenselijk en daarom maatwerk.

Aanvullende ambities • Tegengaan leegstaande schuren en verloedering in het buitengebied • Zorg voor een leefbaar platteland. Dit is een overkoepelde ambitie voor dit programma en komt terug via de andere ambities.

Ambities van de omgevingsvisie • Woningbouw in het kader van het VAB beleid onderbrengen in de dorpsuitbreidingen of in het mozaiek op de oeverwal in plaats van in de open kom met als belangrijkste functie agrarisch • Ontwikkelen van recreatieve poorten aan de Waalzijde en bij samenkomst van Maas en Waal in het westen van de gemeente • Veerponten instandhouden • Het goed monitoren van de (recreatieve) verkeersstromen op bijvoorbeeld de dijken om eventuele overlast te beperken • Het toestaan van kleinschalige verblijfsrecreatie in het buitengebied mits het geen hinder oplevert voor de agrarische ondernemers in het gebied; • Het beter spreiden van toerisme over de seizoenen door meer ‘slecht weer’ voorzieningen toe te voegen.

Inwoners van West Maas en Waal in de kernen en in het buitengebied in 2023 (bron: CBS)

12

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

3.3 Natuur en Landschap Trends Vooral in de uiterwaarden en in natuurgebied De Meren zijn op dit moment veel natuurwaarden aanwezig, met een relatief grote hoeveelheid rode-lijstsoorten. In het landbouwgebied en in de dorpen zijn weinig rode-lijstsoorten aanwezig en liggen de grootste opgaven op het gebied van natuur en biodiversiteit. Dit komt onder ander doordat er in buitengebied aanzienlijke hoeveelheden landschapsstructuren zijn verdwenen, zoals sloten en laanstructuren, waardoor het landschap monotomer is geworden. Dit heeft negatieve gevolgen voor zowel de biodiversiteit als de beleving van het landschap.

het buitengebied belangrijk. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de verkeersveiligheid op de dijk of de verbindingswegen tussen de dorpen en rond voorzieningen, vooral voor fietsers en voetgangers. Ambities van de omgevingsvisie • Het ontwikkelen van ecologische verbindingen in noord-zuid richting, zo mogelijk gekoppeld aan fietspaden tussen de dorpen • Ontwikkelen van een groene-agrarische zone langs de Grote Wetering • Het inzetten op een goed groenblauw dooraderd komgebied met agrarische activiteiten als hoofdfunctie en herstel van cultuurhistorische landschapselementen • Het verbeteren en toevoegen van (recreatieve) fietsroutes tussen de Gouden Ham, de dorpen en het buitengebied

Pijler van de omgevingsvisie Herkenbare, unieke gebieden Met de omgevingsvisie kiezen wij voor een buitengebied met een nog beter herkenbare identiteit. We zetten in op het versterken van de unieke kwaliteiten van de verschillende gebieden. Dit betekent weidse, natuurlijke uiterwaarden, een dynamische, afwisselende oeverwal en rust en ruimte in de open komgrond. We verbinden de gebieden via groene, recreatieve verbindingen waarmee we werken aan biodiversiteit en wateropvang. We besteden aandacht aan de plekken waar de grenzen tussen oeverwal en kom zijn vervaagd en zetten hier in op goede overgangszones.

K AVE LS 1 85 0, OP BAS I S VA N TO P O G R A F I S C H E K A A RT

Hoofdopgave De hoofdopgave voor het thema natuur en landschap is het verbeteren van de landschaps- en groenstructuren in het gebied, voor zowel mens als dier. Dit betekent het verbeteren en realiseren van ecologische (noord-zuid) verbindingen, maar ook meer ruimte bieden aan groen en biodiversiteit in zowel de dorpen als het buitengebied. In het buitengebied betekent dit het herstel van landschapsstructuren, zoals houtsingels en bomenlanen, maar ook de inpassing van nieuwe bospercelen en het benutten van akkerranden voor kruidenrijke mengsels. Het gaat ook om het visualiseren en beter zichtbaar maken van nog bewaard gebleven karakteristiek historisch erfgoed dat soms letterlijk verscholen ligt in het landschap. Daarnaast is het creëren van een veilige en duurzame infrastructuur in

K AV E L S 1 9 7 0, O P B AS I S VA N TO P O G R A F I S C H E K A A RT

Kaart 1850 (links) en 1970 (rechts) met verkavelingspatronen (Bron: IMOSS, - 15 Klimaatadaptatieplan gemeente West Maas en Waal, 2022).

13

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

3.4 Water en klimaatadaptatie Hoog/ warm

Trends De gemeente West Maas en Waal ligt ingeklemd tussen de rivieren Maas en Waal. Via de Grote Wetering en het gemaal Quarles van Ufford watert de gemeente af op de Maas. Het systeem zorgt voor berging en afvoer bij neerslag, maar ook voor aanvoer in perioden van droogte. Onze leefomgeving, ook het buitengebied, is zeer kwetsbaar voor perioden van weersextremen, die steeds vaker voorkomen. Ons watersysteem staat onder druk bij hevige neerslag, maar ook grote delen van ons kommengebied kunnen niet van water worden voorzien in perioden van droogte. Dit is goed te zien op de kaart op de volgende pagina. Daarmee komt de waterzekerheid onder druk te staan. Diezelfde periode hebben ook een groot negatief effect op de vitaliteit van de bodem; zowel in opbouw als in kwaliteit. Steeds meer verzilt ons grondwater met nu nog relatief onzichtbare gevolgen van dien. Ook hitte levert steeds meer schade op aan ons buitengebied. Hoewel de kleigronden langer vocht vast houden dan de zandgronden heeft ook de temperatuur en de zonintensiteit invloed op het gebied. Dit heeft invloed op ondernemers en inwoners. Door gebrek aan schaduw is het gebied op dergelijke dagen onaantrekkelijk voor recreanten. De combinatie droogte en hitte heeft ook invloed op gewassen en graspercelen. Ook vee ondervindt hinder van hitte met een verminderde productie tot gevolg.

Laag/ koud

Veel/ nat

Weinig/ droger

Veel/ zonnig

Weinig/ bewolkt

Weergave van de gevolgen van klimaatverandering gedurende de afgelopen 100 jaar (bron: KNMI)

Ambities van de omgevingsvisie • Het inzetten op de ontwikkeling van klimaatbuffers met wateropvang/berging in de overgangszone oeverwal-komgrond • Gezamelijk werken aan een klimaatadaptief buitengebied

Pijler van de omgevingsvisie Dit thema sluit aan op de pijler ‘Herkenbare en unieke gebieden’ van de vorige paragraaf 3.3 natuur en landschap.

Aanvullende ambities • De klimaatvisie van de gemeente zet in op het benutten van klimaatadaptatie als vliegwiel voor het behouden en versterken van kwaliteit en toekomstig ondernemerschap in het landelijk gebied.

Hoofdopgave De hoofdopgave voor het thema water en klimaatadaptatie is het klimaatbestendig worden van de leefomgeving. Dit betekent bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden (te nat, te droog, te heet). In het buitengebied betekent dit bijvoorbeeld aanleggen van waterbuffers, terugdringen van het waterverbruik door de (intensieve) landbouw, herstellen van groenblauwe structuren, (daar waar het kan) verhogen van het waterpeil en het toekomstig verzwaren van dijken. 14

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

PROBLEEMKAART L EG ENDA N AT T E R Toename rivierkwel (1:10 jaar) Meer dan 1 mm/dag Inundatie bij verschillende herhalingstijden Gevoelig voor inundatie bij 1:10 bui Gevoelig voor inundatie bij 1:25 bui Gevoelig voor inundatie bij 1:50 bui Gevoelig voor inundatie bij 1:100 bui

D R OG E R Vochttekort in extreem droog jaar Gebieden met > 150 mm vochttekort - huidig klimaat Gebieden met > 150 mm vochttekort - 2050 WH

WAR ME R Opwarming oppervlakte water 2050 WH 30-40 dagen met watertemperatuur < 20 graden Urban heat island 1,0 - 1,2 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 0,4 - 0,6 0,2 - 0,4 0,0 - 0,2

- 29 -

Kaart met klimaatproblemen voor de gemeente (Bron: IMOSS, Klimaatadaptatieplan gemeente West Maas en Waal, 2022).

15

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

4. Maatregelen voor een vitaal platteland

Om de ambities voor een vitaal platteland te behalen zijn deze verder uitgewerkt in verschillende maatregelen. Per ambitie zijn er één of soms meerdere maatregelen die bijdragen aan het verwezenlijken van deze ambitie. In de tabel op de volgende pagina staan de ambities met bijbehorende maatregelen. Dit betekent dus ook dat één maatregel soms bijdraagt aan het behalen van meerdere ambities.

Gereedschapskist

Gereedschapskist Om gestelde ambities te behalen heeft de gemeente verschillende typen maatregelen in de ‘gereedschapskist’. Dit zijn: • Stellen van beleidsregels of algemene regels in het omgevingsplan waarin de gemeente aangeeft hoe zij belangen tegen elkaar afweegt, feiten vaststelt of wettelijke voorschriften uitlegt bij de uitoefening van een bevoegdheid. • Feitelijke maatregelen, zoals de uitvoering van projecten en programma’s door de gemeente. • Inzet van middelen en/of ambtenaren van de gemeente. • Inzet van communicatie- en informatie-instrumenten. • Afspraken met organisaties. • Inzet van financiële instrumenten, zoals overheidsinvesteringen, leningen of subsidies. In het kader hiernaast is te zien welke maatregelen we voor het programma Vitaal Platteland inzetten.

Beleidsregels • Huisvesting internationale werknemers

Projecten en programma’s • Biodiversiteitsplan • Gebiedsplan

• Plussenbeleid

• Klimaatbestendig West Maas

bebouwing (VAB)

• Bedrijfscontactfunctionaris

• Ecologisch bermbeheer

• Nevenactiviteiten • Vrijkomende agrarische

Middelen en/of ambtenaren

en Waal • Kwaliteitspaspoort buitengebied • Monitoren verkeersstromen • Recreatieve poorten • (vrijwillig) Verplaatsen intensieve bedrijven

Communicatie- en informatie-

Sturingsfilosofie Met de maatregelen kiezen we voor een bepaalde sturingsfilosofie om de ambitie te behalen: zelf uitvoeren, stimuleren, faciliteren of reguleren. Hierbij varieert de rol van de gemeente van een actieve rol naar een passieve rol.

Afspraken met organisaties

Financiële instrumenten

instrumenten • Communicatieplan agrariërs en inwoners • Communicatieplan leegstaande schuren

16

• Veerdiensten

Niet ingezet.

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

4.1 Overzicht ambities en maatregelen Ambities Vitaal Platteland

Bijbehorende maatregelen

Het faciliteren van de verbreding van verdienmodellen van agrariërs

Beleid Nevenactiviteiten

Verplaatsen op vrijwillige basis van intensieve landbouwvormen van de oeverwal naar de kom.

VAB-beleid, project (vrijwillig) verplaatsen intensieve bedrijven

Het waar mogelijk ondersteunen van agrariërs in het overschakelen naar kringloop-/natuurinclusieve landbouw

Plussenbeleid, project biodiversiteitsplan, bedrijfscontactfunctionaris

Helpen van agrariërs bij het verduurzamen en vergroenen van hun bedrijf

Plussenbeleid, project biodiversiteitsplan, bedrijfscontactfunctionaris

Goed contact tussen agrariër en gemeente

Bedrijfscontactfunctionaris

Voorkomen dat niet-agrarische activiteiten in het buitengebied zorgen voor beperkingen voor het agrarisch gebruik

Beleid nevenactiviteiten, VAB-beleid, communicatieplan agrariërs en inwoners

Woningbouw in het kader van het VAB beleid onderbrengen in de dorpsuitbreidingen of in het mozaiek op de oeverwal

VAB-beleid

Ontwikkelen van recreatieve poorten aan de Waalzijde en bij samenkomst Maas en Waal

Project recreatieve poorten

Uitbreiden recreatieve voorzieningen voor ‘slecht weer’

Project recreatieve poorten, beleid nevenactiviteiten

Veerponten instandhouden

Afspraken met organisaties over veerdiensten

Het goed monitoren van (recreatieve) verkeersstromen

Project monitoren verkeersstromen

Toestaan van kleinschalige verblijfsrecreatie in het buitengebied

Beleid nevenactiviteiten

Goede huisvesting internationale werknemers

Beleid huisvesting internationale werknemers, beleid nevenactiviteiten, VAB-beleid

Tegengaan leegstaande schuren en verloedering in het buitengebied

Beleid nevenactiviteiten, VAB-beleid, commnunicatieplan leegstaande schuren, bedrijfscontactfunctionaris

Verbeteren contact tussen agrariërs en inwoners, voor het bewerkstelligen van begrip voor elkaar

Communicatieplan agrariërs en inwoners

Ontwikkelen van zorginitiatieven voor ouderen, gehandicapten of andere zorggroepen in of rond de dorpskernen en nabij voorzieningen

Beleid nevenactiviteiten, VAB-beleid

Het ontwikkelen van ecologische verbindingen in noord-zuid richting, zo mogelijk gekoppeld aan fietspaden tussen de dorpen

Plussenbeleid, project biodiversiteitsplan, project ecologisch bermbeheer, project gebiedsplan, project kwaliteitspaspoort buitengebied

Het ontwikkelen van een groen-agrarische zone langs de Grote Wetering

Plussenbeleid, project gebiedsplan, project kwaliteitspaspoort buitengebied

Het ontwikkelen van een fijnmazig groen netwerk

Plussenbeleid, bedrijfscontactfunctionaris, project ecologisch bermbeheer, project gebiedsplan, project biodiversiteitsplan, project kwaliteitspaspoort buitengebied

Het verbeteren en toevoegen van fietsroutes tussen de Gouden Ham, de dorpen en het buitengebied

Project gebiedsplan

Het inzetten op de ontwikkeling van klimaatbuffers in de overgangszone oeverwal-komgrond

Plussenbeleid, project gebiedsplan, programma klimaatbestendig West Maas en Waal

Gezamelijk werken aan een klimaatadaptief buitengebied

Plussenbeleid, project gebiedsplan, programma klimaatbestendig West Maas en Waal

Benutten van klimaatadaptatie als vliegwiel

Plussenbeleid, programma klimaatbestendig West Maas en Waal

17

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

4.2 Beleid en beleidsregels Beleid internationale werknemers Internationale werknemers zijn personen die niet woonachtig zijn in Nederland en die hier tijdelijk komen om te werken en verblijven. Zij hebben nog niet de intentie om zich hier permanent te vestigen. In West Maas en Waal worden internationale werknemers met name ingezet in de fruitteelt, groothandel, transport en logistiek. In ons buitengebied is vooral behoefte aan internationale werknemers die werkzaam zijn in de fruitteelt en dan met name in het plukseizoen. Bijdrage aan ambities • Goede huisvesting internationale werknemers Huidig beleid In het huidige tijdelijke omgevingsplan mogen bedrijven internationale werknemers huisvesten onder deze voorwaarden (regel 3.6.2): • Het betreft werknemers voor de ter plaatse uitgeoefende agrarische bedrijfsactiviteit; • De huisvesting in bestaande bebouwing is toegestaan voor maximaal 6 maanden per jaar en in tijdelijke units of caravans bij piekbelasting voor maximaal 4 maanden per jaar; • Er moet worden voldaan aan de vereisten van het Bouwbesluit en de Bouwverordening.

Uitgangspunten voor wijzigingen van het beleid Om het huidige beleid aan te vullen is het ‘Actieplan internationale werknemers’ opgesteld. Dit actieplan benoemd drie verschillende huisvestigingsmogelijkheden die de gemeente zou kunnen toestaan: • Variant 1: een ondernemer wil huisvesting voor de eigen internationale werknemers op eigen terrein realiseren; • Variant 2: een ondernemer wil huisvesting voor internationale werknemers op eigen terrein, maar niet alleen voor de eigen internationale werknemers; • Variant 3: een ondernemer stopt met het huidige agrarische bedrijf en wil het vastgoed transformeren tot huisvesting van internationale werknemers voor andere ondernemers. Verder zijn in gesprekken met agrariërs een aantal kanttekeningen bij huidige regelgeving geplaatst: • Units voor internationale werknemers mogen alleen tijdelijk op het erf staan omdat ze voor seizoenswerkers zijn, maar het is onwerkbaar om de units op het erf te zetten, na het plukseizoen weer weg te halen en het volgende jaar weer terug te zetten. • Bij de vergunningaanvraag voor het ombouwen van een schuur naar huisvesting worden veel 18

•

documenten en onderzoek gevraagd, zoals een asbestrapport (terwijl de schuur recentelijk gebouwd was), een bodemonderzoek en een parkeerplan. Dit is teveel rompslomp voor het ombouwen van bestaande bebouwing en kost veel extra geld. Er zijn tegenstrijdige regels, zo moeten de arbeiders op het erf wonen, wat binnen de spuitcirkel ligt, maar mogen de arbeiders niet in de spuitcirkel wonen.

Als laatste is er sprake van gewijzigde wetgeving. De verwijzing naar het Bouwbesluit en de Bouwverordening is door de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer actueel. Nieuw beleid Voor huisvesting van internationale werknemers op eigen terrein (variant 1 uit het actieplan) is aanpassing van de regels in het omgevingsplan nodig, zie het voorstel hiervoor in het kader op de volgende pagina. Hierin is het tijdelijke aspect van de woonunits eruit gehaald. Daarnaast is in het actieplan bepaald dat huisvesting in caravans niet meer is wenselijk is. Regelgeving voor huisvesting van internationale werknemers op eigen terrein maar niet alleen voor de eigen internationale werknemers (variant 2 uit het

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

BELEIDSREGELS Huisvesting internationale werknemers op eigen terrein voor de ter plaatse uitgeoefende agrarische bedrijfsactiviteit Agrarische bedrijven mogen internationale werknemers huisvesten onder deze voorwaarden: • De huisvesting is bedoeld voor eigen werknemers en toegestaan voor maximaal 6 maanden per jaar, buiten deze periode mag de huisvestingslocatie wel voor een nevenactiviteit worden gebruikt mits wordt voldaan aan de eisen van de nevenactiviteit; • De huisvesting vindt plaats in bestaande bebouwing of nieuw te realiseren bebouwing; • Het is niet toegestaan een huisvestingslocatie buitendijks te realiseren; • De huisvestingsvoorzieningen zijn zodanig in de omgeving ingepast dat de omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van de bebouwing en dat de bebouwing geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Zie voor een goede inpassing het buitengebiedkwaliteitsplan. • De huisvestingsvoorzieningen worden geplaatst binnen het agrarisch bouwvlak. Als aangetoond wordt dat onvoldoende ruimte aanwezig is binnen de aanwezige bedrijfsgebouwen, mag voor de huisvesting van internationale werknemers ook worden uitgebreid of nieuw gebouwd, mits landschappelijk inpasbaar en er geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied.

• Als de huisvesting niet binnen het bouwvlak kan worden geplaatst, kan dit aansluitend op het bouwvlak door gebruik te maken van het plussenbeleid. Indien het bouwvlak wordt vergroot, dient dit in beginsel zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind. • De huisvesting dient buiten de spuitzone (50m afstand vanaf de boomgaard) plaats te vinden. Als dit niet mogelijk is, mag de huisvesting binnen de spuitzone geplaatst worden, mits er niet gespoten wordt op het moment dat er bewoning plaatsvindt. • Er moet worden voldaan aan de geldende wet- en regelgeving die geldt voor gebouwen voor (tijdelijke) huisvesting. • De huisvesting is alleen mogelijk als voldaan is aan de geldende randvoorwaarden vanuit natuur, landschap, milieu en agrarische bedrijfsvoering. Omliggende bedrijven mogen niet worden beperkt in hun (agrarische) bedrijfsvoering; • Een aanvaardbaar woonmilieu moet gewaarborgd zijn.

19

actieplan), valt onder het beleid van nevenactiviteiten en zal verderop in deze paragraaf worden opgepakt. Huisvesting van internationale werknemers voor andere ondernemers in het buitengebied als hoofdactiviteit (variant 3 van het actieplan) is onder voorwaarden mogelijk op oeverwal vanuit het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing. Zie hiervoor de regelgeving onder het kopje ‘VAB-beleid’. Hoe draagt dit bij aan de ambities? Met de aanpassingen van het beleid voor internationale werknemers wordt de regelgeving voor de huisvesting van de internationale werknemers specifieker en daarmee helderder en eenvoudiger. Op deze manier wordt goede huisvesting gewaarborgd en is het voor de agrarische ondernemer duidelijker wat de huisvestingsmogelijkheden zijn. Sturingsfilosofie Met de aanpassingen van het beleid wordt de huisvesting van internationale werknemers beter gereguleerd. Actieve rol

Zelf uitvoeren

Passieve rol

Stimuleren

Faciliteren

Reguleren

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

Beleid nevenactiviteiten Nevenactiviteiten zijn aanvullende, ondergeschikte activiteiten ten opzichte van de hoofdactiviteit. Het agrarisch bedrijf vormt altijd de hoofdactiviteit. Bijdrage aan ambities • Faciliteren verbreding van (recreatieve) verdienmodellen van agrariërs • Voorkomen dat niet agrarische activiteiten in het buitengebied zorgen voor overlast • Tegengaan leegstaande schuren en verloedering in het buitengebied • Toestaan van kleinschalige verblijfsrecreatie in het buitengebied • Uitbreiden recreatieve voorzieningen voor ‘slecht weer’ • Het bij voorkeur ontwikkelen van zorginitiatieven voor ouderen, gehandicapten of andere zorggroepen in of rond de dorpskernen en nabij voorzieningen. Huidig beleid Voor het huidige beleid voor nevenactiviteiten is een onderscheid gemaakt in verschillende landschapstypen in West Maas en Waal (het komgebied, komgebied met waarden, de oeverwal en de uiterwaarden). Daarbinnen is een onderscheid gemaakt in gebieden binnen of buiten het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszones. Vervolgens is per gebied benoemd welke nevenactiviteiten passend zijn en welke niet. Bij een aantal nevenactiviteiten zijn ook voorwaarden met betrekking tot de grootte benoemd, bijvoorbeeld een kleinschalig kampeerterrein betekent maximaal 25 standplaatsen.

De nevenactiviteit, vanwege zijn ondergeschikte rol ten opzichte van de agrarische hoofdactiviteit, mag in het huidige beleid maximaal 25% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen zijn, tot een maximale vloeroppervlakte van 350 m². Daarnaast worden nog een aantal aanvullende voorwaarden benoemd (regel 3.2.1): • de toegelaten nevenactiviteiten vinden plaats naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering; • er mag geen buitenopslag plaatsvinden ten behoeve van deze nevenfuncties; • er mag geen sprake zijn van een aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; • en er mag geen detailhandel anders dan eigen vervaardigde producten en streekgeproduceerde producten met een maximaal vloeroppervlakte van 80 m² plaatsvinden. Verder zijn er ook nog specifieke regels opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan over recreatieve nevenfuncties (regel 3.4.9). Uitgangspunten voor wijziging van het beleid Allereerst benadrukt de omgevingsvisie de balans en verdeling van verschillende gebruiksvormen tussen de verschillende gebieden van West Maas en Waal, waarbij het komgebied zich als agrarisch gebied kenmerkt en de oeverwal als een gemixt mozaïek van functies. De verschillende nevenactiviteiten zijn met deze verdeling onder de loep genomen.

Zijn de genoemde nevenactiviteiten wel passend op de gebieden waar ze nu zijn onderverdeeld? Of mogen sommige nevenactiviteiten juist op meer of minder plekken 20

worden toegestaan? Een aantal nevenactiviteiten zijn bijvoorbeeld geschikter om dichter bij de dorpen toe te staan dan in het landelijke, agrarische komgebied. Het actieplan voor internationale werknemers in West Maas en Waal geeft de mogelijkheid voor het huisvesten van internationale werknemers op het agrarisch erf, maar niet (alleen) voor het eigen bedrijf. Dit beschouwen we als een nevenactiviteit, waar regelgeving voor nodig is. Verder zijn er vanuit gesprekken met agrariërs kritische kanttekeningen bij het huidige beleid gemaakt: • Sommmige agrariërs gaven aan dat er nevenactiviteiten zijn die botsen met het agrarische hoofdgebruik van omliggende bedrijven of dat ze bang zijn dat dit in de toekomst gaat botsen, bijvoorbeeld met de spuitzones of door een toename van verkeersstromen op smalle landbouwwegen. • Andere kritiek ging over de regel voor oppervlakte beperking van 25% van de bestaande bedrijfsgebouwen. Deze regel zorgt voor een verschil in mogelijkheden voor verschillende typen agrarische bedrijven, omdat ze andere volumes bedrijfsbebouwing in gebruik hebben. Veehouders met grote stallen hebben op deze manier bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor nevenactiviteiten dan fruitbedrijven met kleine opslagschuren.

Doordat de meeste fruitbedrijven op de oeverwal zitten en de veehouderijen in de kom, zijn grotere nevenactiviteiten met name mogelijk in de kom en kleinere nevenactiviteiten op de oeverwal. Dit knelt met de ambitie om de

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

oeverwal als gevarieerd mozaïek van functies te ontwikkelen. De grootte van de nevenactiviteit zou beter gekoppeld kunnen worden aan het type nevenactiviteit en de locatie dan aan de bestaande bebouwing van de hoofdactiviteit. Als laatste is er sprake van gewijzigde regelgeving. De zone ‘komgebied met waarden’ is komen te vervallen. Dit was gebaseerd op provinciaal beleid, wat nu niet meer in werking is. Nieuw beleid De zonering die gekoppeld is aan de nevenactiviteiten is aangepast. Binnen de zones kom, oeverwal (en rivierduin Altforst) en uiterwaard is onderscheid gemaakt in Gelders Natuurnetwerk (voorheen EHS), ecologische verbindingszones, overgangszone

oeverwal-kom en overig. Overig is dus het deel van het gebied dat buiten de natuurnetwerkwerken of de overgangszone valt. Verder zijn de toegestane groottes van een nevenactiviteit herzien, zie het kader beleidsregels op de volgende pagina. Het percentage gekoppeld aan het oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen is hierin komen te vervallen. Een voorstel voor een nieuwe versie van bijlage 7 van het tijdelijke omgevingsplan staan in bijlage 1 van dit programma. Ook huisvesting van internationale werknemers is hierin opgenomen. Hoe draagt dit bij aan de ambities? Met de aanpassingen van het beleid voor nevenfuncties wordt het verbreden van (recreatieve) verdienmodellen

BELEIDSREGELS Nevenactiviteiten Een ondernemer mag naast de agrarische hoofdfunctie één of meerdere nevenactiviteiten oprichten, onder deze voorwaarden: • De toegelaten nevenactiviteiten vinden plaats naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering; • De functie is toegestaan als nevenactiviteit in het overzicht ‘Toegestane hoofd- en nevenactiviteiten in het buitengebied’; • Een totaal maximaal vloeroppervlakte van 350 m² mag worden gebruikt ten behoeve

• • •

van alle nevenfuncties tezamen, waarbij ook rekening gehouden wordt met de toegestane groottes voor nevenactiviteiten zoals genoemd in het overzicht van ‘Toegestane hoofd- en nevenactiviteiten in het buitengebied’; Er mag geen buitenopslag plaatsvinden ten behoeve van deze nevenfuncties; Er mag geen sprake zijn van een aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; Alle parkeervoorzieningen ten behoeve van de nevenfunctie dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd.

21

van agrariërs beter gefaciliteerd, waarbij de grootte van de agrarische bedrijfsbebouwing geen beperkende factor meer is. Omdat de nevenactiviteiten een nieuwe zonering krijgen om verschillende nevenactiviteiten op passende locaties toe te staan wordt ook de overlast voor agrarische activiteiten in het buitengebied beperkt. Leegstaande schuren (of delen hiervan) in het buitengebied kunnen makkelijker worden hergebruikt voor bepaalde soorten nevenactiviteiten, wat ook de verloedering van het buitengebied tegengaat. Door de zonering van de nevenactiviteiten (en hoofdactiviteiten) aan te scherpen, zal dit bijdragen aan de ambitie uit de omgevingsvisie om de ontwikkeling van zorginitiatieven bij voorkeur rond de dorpskernen en nabij voorzieningen in te passen en voor zorginitiatieven in het buitengebied (ver van de voorzieningen) echt maatwerk toe te passen. Sturingsfilosofie Met de aanpassingen van het nevenbeleid worden nevenactiviteiten per zone beter gereguleerd. Door meer helderheid te bieden in de mogelijkheden worden nevenactiviteiten gefaciliteerd. Actieve rol

Zelf uitvoeren

Passieve rol

Stimuleren

Faciliteren

Reguleren

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

Plussenbeleid Veehouderijen worden bij uitbreiding door het plussenbeleid gestimuleerd om duurzamer te produceren. Bij niet-grondgebonden veehouderijen komt het grootste deel van het veevoer van buiten het bedrijf, en veelal zelfs van buiten Nederland. De ‘plus-investeringen’ kunnen investeringen zijn in ruimtelijke kwaliteit, gebiedsopgaven, milieu en dierenwelzijn en sociale cohesie en leefomgeving. Het gaat hierbij niet om gangbare technieken maar om het toevoegen van een plus voor de ruimtelijke ordening. De groeipotentie van een bedrijf is onder andere afhankelijk van zijn locatie in het landschap. Vormen van uitbreiding zijn: overschrijding van het huidige bouwvlak, bebouwingspercentage, bouwhoogte, stikstofdepositieplafond of dieraantallen. Bijdrage aan ambities • Ondersteunen agrariërs in overschakelen kringloop-/natuurinclusieve landbouw • Helpen van agrariërs bij het verduurzamen en vergroenen van hun bedrijf • Het ontwikkelen van ecologische noord-zuid verbindingen • Het ontwikkelen van een groen-agrarische zone (Groene ontwikkelingszone) langs de Grote Wetering • Het ontwikkelen van een fijnmazig groen netwerk • Het inzetten op de ontwikkeling klimaatbuffers in de overgangszone oeverwal-kom • Gezamenlijk werken aan een klimaatadaptief buitengebied • Benutten van klimaatadaptatie als vliegwiel

Huidig beleid De provincie heeft de ‘Handreiking Plussenbeleid’ opgesteld. Hierin staan spelregels voor uitbreidingen groter dan 500m2. Voorstel van de provincie is om het plussenbeleid ook voor nieuwvestiging te laten gelden. Er is nog geen gemeentelijk plussenbeleid. Het huidige beleid, opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan Buitengebied West Maas en Waal, staat het vergroten van een agrarisch bouwvlak toe tot maximaal 2 ha. Daarbij gelden de volgende voorwaarden (regel 3.8.1): • De economische noodzaak van de wijziging dient te worden aangetoond; • Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing gebaseerd op een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan. De stroken die nodig zijn voor de erfbeplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing worden niet meegerekend bij de nieuwe toegelaten oppervlakte; • Het bouwvlak dient in beginsel zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind. De bebouwing dient, mede daarom, in de lengterichting haaks op de weg te worden geplaatst (tenzij een goede stedenbouwkundige inpassing vraagt om plaatsing parallel aan de weg). • De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; • Indien het bouwvlak in het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone ligt mag de 22

uitbreiding geen significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten en omgevingscondities hiervan. Uitgangspunten voor wijziging van het beleid Op gemeentelijk niveau moet er voor het plussenbeleid een uitwerkingsslag plaatsvinden. Zo kunnen er door de gemeente inhoudelijke accenten worden gelegd passend bij het gebied en de ambities in de omgevingsvisie. Ook de ondergrens van een duurzaamheidsmaatregel, -wat zijn plus-investeringen?- moet worden bepaald. De gewenste werkwijze wat betreft de dialoog voor de voorgenomen ontwikkeling of het maken van afspraken moet daarbij ook worden uitgewerkt. Uit gesprekken met agrariërs en experts van provincie en LTO blijkt ook de behoefte om te kunnen groeien. De behoefte voor meer ruimte komt voort uit aangescherpte regels voor de dieren of uit persoonlijk ambities op het gebied van duurzaamheid, kringlooplandbouw, diervriendelijkheid of veiligheid. Hierbij geven een aantal agrariërs aan dat het vaak niet om een toename van de hoeveelheid dieren gaat, maar om meer ruimte voor een gelijke hoeveelheid dieren. Bijvoorbeeld grotere stallen waar de dieren meer ruimte in krijgen (diervriendelijkheid), meer ruimte tussen de stallen (brandveiligheid), ruimte voor vergisters (duurzaamheid) en opslagruimte voor eigen voer (kringlooplandbouw). Het alternatief, ruimte creëren door minder dieren te houden, is financieel lastig.

Ook is tijdens de gesprekken aandacht besteed aan welke accenten de gemeente kan leggen. Hierbij

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

ging de voorkeur van zowel de beleidsambtenaren als agrarische stakeholders uit naar investeringen in ruimtelijke kwaliteit. Het argument hierbij was dat er veel regels zijn voor milieu en dierenwelzijn en dat er op het gebied van ruimtelijke kwaliteit nog veel gewonnen kan worden. Als laatste gaven stakeholders de kanttekening dat in sommige gevallen al uitgevoerde intiatieven ook nog ingediend moeten kunnen worden als plus-investering. In sommige gevallen heeft een ondernemer uit eigen beweging een investering gedaan, die zouden dan meegenomen mogen worden. Nieuw beleid We stellen twee groeimogelijkheden voor die met plusinvesteringen toegestaan worden. Allereerst de mogelijkheid om te groeien naar een flexibel bouwvlak. In gesprekken en werksessies met stakeholders is als oplossing voor meer ruimte een flexibel bouwvlak aangedragen. Dit levert de agrariër de vrijheid in de indeling van de gebouwen en de mogelijkheid om meer ruimte tussen gebouwen te maken. Wel is vragen we hierbij aandacht voor groen en water binnen het bouwvlak, zodat niet alles verhard wordt. Dit is namelijk ongunstig voor de klimaatbestendigheid van het erf. Daarnaast kan een flexibel bouwvlak ervoor zorgen dat er in de toekomst nog beperkte groei mogelijk is zonder dat dit ten koste gaat van de landschappelijke inpassing rondom het bouwvlak.

De tweede mogelijkheid is daadwerkelijke groei van het bebouwd oppervlak. In beide gevallen mag bij een gemengd bedrijf niet het aantal dieren in de intensieve tak toenemen, zodat recht wordt gedaan aan de uitspraak van de gemeenteraad in 2020 en er geen intensieve bedrijven bij komen binnen de gemeente.

BELEIDSREGELS Plussenbeleid We stellen twee groeimogelijkheden voor die met plusinvesteringen toegestaan worden: 1. Groei naar flexibel bouwvlak. Hierbij mag een agrariër uitbreiden met een flexibel bouwvlak, waarbij het bouwvlak mag groeien tot 3 ha, waarbinnen 2 ha bebouwd mag worden. Dit flexibele bouwvlak dient landschappelijk ingepast te worden. Zie hiervoor de eisen in het kwaliteitsplan buitengebied. De landschappelijke inpassing valt buiten het bouwvlak. 2. Groei van bebouwd oppervlak. Hierbij mag een agrariër maximaal 500 m2 meer bebouwen tot maximaal 2,5 ha. Om het recht op één of beide van deze groeimogelijkheden te verkrijgen, moet de agrariër aan de volgende eisen voldoen: • Uitbreiding van een veehouderijbedrijf of veehouderijtak is alleen mogelijk als door de aanvrager plusmaatregelen worden getroffen, deze maatregelen moeten bovenwettelijk zijn; • De investering in de te treffen plusmaatregelen aantoonbaar € 15,- tot € 20,- per vierkante meter bruto stalvloeroppervlakte van de uitbreiding bedraagt; • De plusmaatregelen getroffen worden in de volgende rangorde: I. ter plaatse op het erf; II. in de directe omgeving van het erf; III. in de omgeving van de direct-omwonenden. • De te treffen plusmaatregelen geborgd worden in: I. een privaatrechtelijke overeenkomst, inclusief een boetebeding; II. een voorwaardelijke plicht in het omgevingsplan, of III.

de voorschriften van een omgevingsvergunning. • Plussen moeten tot stand komen door participatie met de omgeving en wettelijk geborgd worden in bijvoorbeeld een overeenkomst, voorwaardelijke plicht en/of voorschrift. • Investeringen uit eigen beweging van maximaal twee jaar oud mogen ook aangedragen worden als plus-investering, mits hierbij niet al gebruik gemaakt is van andere regelingen. • De plus-investeringen moeten na aanleg in stand worden gehouden door de ondernemer. • Voor bestaande nietvolwaardige grondgebonden veehouderijen (gemengde bedrijven) buiten de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ geldt dat er geen toename mag zijn van het aantal varkens, kippen, vleeskuiken, vleeskalveren, stieren voor roodvleesproductie, geiten, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen, of parelhoenders.

23

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

Zie het voorstel voor de beleidsregels in het kader hiernaast. Om in het Plussenbeleid als gemeente accenten te kunnen leggen stellen we een puntensysteem voor. Hierbij kan een deelnemer kiezen uit verschillende maatregelen om de ‘plus’ te behalen. De maatregelen zijn hierin gecategoriseerd in maatregelen voor ruimtelijke kwaliteit, milieu en dierenwelzijn. Elke maatregel levert een aantal punten op. Door de maatregelen voor ruimtelijke kwaliteit iets meer punten te laten opleveren, worden deze aantrekkelijker. Daarnaast zou het puntensysteem gebruik kunnen maken van een zonering of een koppeling met het het kwaliteitsplan buitengebied. Dit systeem heeft als voordeel dat de gemeente bepaalde ontwikkelingen kan stimuleren, maar dat de deelnemer van het plussenbeleid ook nog zelf vrijheid heeft om maatregelen zelf te kiezen. Dit puntensysteem moet nog verder uitgewerkt worden. Hoe draagt dit bij aan de ambities? Met de voorstellen voor het plussenbeleid biedt de gemeente groeimogelijkheden aan agrariërs. Deze groei kan nodig zijn om kringlopen en duurzaamheid mogelijk te maken. Door het accent te leggen op ruimtelijke kwaliteit kunnen investeringen in landschap, natuur en klimaatrobuustheid gestimuleerd worden. Sturingsfilosofie Met deze voorstellen faciliteert de gemeente de wens om te kunnen groeien. Daarnaast stimuleert de gemeente gewenste ontwikkelingen in het buitengebied.

Actieve rol

Zelf uitvoeren

Passieve rol

Stimuleren

Faciliteren

Reguleren

VAB-beleid Het aantal landbouwbedrijven is de laatste decennia sterk aan het dalen. Ondertussen zijn de individuele landbouwbedrijven in schaal gegroeid. Deze trend is ook beschreven in paragraaf 2.1. Door deze trend is er veel voormalige agrarische bedrijfsbebouwing ontstaan die geen agrarische functie meer heeft. Bij kleine boerderijen was hergebruik redelijk eenvoudig te realiseren, maar bij grotere schuren is dit complexer, ook omdat niet alles mag in het buitengebied. Er is beleid ontwikkeld om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) mogelijkheden te bieden. Dit beleid wil door hergebruik en functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied de vitaliteit en de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het buitengebied behouden en vergroten, minder verstening, zonder daarbij de ontwikkelingsmogelijkheden voor bestaande agrarische bedrijven te beperken. Bijdrage aan ambities • Woningbouw VAB beleid onderbrengen in de dorpsuitbreidingen of mozaiek oeverwal • Tegengaan leegstaande schuren en verloedering in het buitengebied • Goede huisvesting internationale werknemers • Verplaatsen op vrijwillige basis van intensieve landbouwvormen van de oeverwal naar de kom 24

Huidig beleid De gemeente heeft het beleid (tijdelijke omgevingsplan regel 3.8.2) om vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) om te zetten naar een woonfunctie door transformatie of door sloop en vervangende nieuwbouw. De gedachte hierachter is dat op deze manier voldoende financiele middelen worden gegenereerd zodat de vrijkomende agrarische bebouwing (deels) kan worden gesloopt. De initiatiefnemer heeft bij sloop van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, één extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten. Hierbij zijn regels gemaakt over de verhouding tussen oppervlakte die gesloopt is en de oppervlakte die mag worden toegevoegd aan de bestaande bedrijfswoning of in de extra woning. Wanneer het te slopen oppervlakte te klein is om in aanmerking te komen voor de bouw van een nieuwe woning, kunnen meerdere eigenaren de handen ineenslaan om op meerdere percelen te slopen en samen één woning te bouwen. Naast functieverandering naar wonen biedt de gemeente ook de mogelijkheid om de vrijkomende agrarische bebouwing om te zetten naar een andere niet-agrarische functie, bijvoorbeeld extensieve verblijfsrecreatie of opslag. Hierbij gelden diverse beperkende regels om de ruimtelijke kwaliteit en het agrarische karakter van het buitengebied te beschermen.

Uitgangspunten voor wijziging van het beleid In de omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om woningbouw in het kader van het VAB-beleid

Programma Vitaal Platteland | Concept | Gemeente West Maas en Waal

onder te brengen in de dorpsuitbreidingen of in het mozaiek op de oeverwal. IIn het huidige beleid zijn de mogelijkheden voor woningbouw in het VAB-beleid niet gekoppeld aan een gebied. Omdat we willen inzetten op het behoud van de agrarische functie in het komgebied is een wijziging op dat vlak noodzakelijk. Woningbouw in de kom is hierbij niet wenselijk omdat het kan zorgen voor beperkingen voor agrarisch gebruik in de directe omgeving en het meer verkeer opleverd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15128895/1