Bijlage 1. Motivering TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Altforst, Heppertsestraat ongenummerd
Tekst van het document
4.18.2. Parkeren
Naast het aspect verkeer dient tevens voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn binnen het plangebied. Voor wat betreft de parkeernormen wordt aangesloten bij de Nota Parkeren 2019 van de gemeente West Maas en Waal. Hierin zijn voor uiteenlopende functies parkeernormen opgenomen. De opgenomen normen worden vermenigvuldigd met de aantallen die het plan mogelijk maken. De parkeernormen uit voornoemde nota zijn gebaseerd op de meest recente parkeercijfers van het CROW. De parkeercijfers van het CROW zijn vertaald naar voor West Maas en Waal specifieke parkeernormen door onderzoek te doen naar de hoogte van het autobezit in de gemeente. Voor de specifieke woningtypes zoals seniorenwoningen en kamerverhuur is een aparte parkeernorm opgenomen, aangezien deze woningen een duidelijk lagere parkeerbehoefte hebben. In de tabel hieronder zijn de parkeernormen en het aantal parkeerplaatsen inzichtelijk gemaakt.
Pagina 46 van 56
Tabel 2: Parkeernormen Functie 13 woningen in de vrije sector 21 woningen in de middel dure sector 8 sociale huurwoningen
Parkeernorm rest bebouwde kom 2,3 parkeerplaatsen per woning 2,3 parkeerplaatsen per woning 1,8 parkeerplaatsen per woning Totaal:
Totaal aantal parkeerplaatsen 29,9 48,3 14,4 94
Binnen het plangebied is er voldoende ruimte aanwezig voor de aanleg van de parkeerplaatsen, dit blijkt tevens uit het inpassingsplan zoals opgenomen als Bijlage 1. De parkeervoorzieningen zullen worden geborgd in het omgevingsplan. De beoogde ontwikkeling vormt dus geen belemmering voor wat betreft de aspecten verkeer en parkeren. Er kan worden geconcludeerd dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen zullen ontstaan voor de afwikkeling van personen- en goederenvervoer. 4.19. Ladder voor duurzame verstedelijking In geval van stedelijke ontwikkeling moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden toegepast. Deze is wettelijk vastgelegd in artikel 5.129g, Bkl. Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk moeten maken. Het eerste lid van artikel 5.129g is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd:
‘ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Het initiatief betreft een stedelijke ontwikkeling omdat het een woningbouwlocatie voor de realisatie van 42 woningen betreft.
De toelichting bij een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het omgevingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Als separate bijlage bij onderhavige vergunningsaanvraag is een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. In Bijlage 2 bij onderhavige wijziging van het omgevingsplan is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierin is de behoefte naar de verschillende onderdelen van de ontwikkeling aangetoond en gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet passend is binnen bestaand stedelijk gebied. 4.20. Activiteiten- en milieuzonering Het omgevingsplan van een gemeente bevat de regels voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau. In het omgevingsplan worden regels gesteld voor activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Voor het gehele grondgebied van de gemeente bevat het omgevingsplan in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze regels kunnen dus onder andere worden gesteld voor activiteiten.
De handreiking ‘Activiteiten en Milieuzonering’ is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een passende locatie ten opzichte van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: ▪ Het al in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; ▪ Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.
Pagina 47 van 56
De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de milieuwaarden en bijbehorende contouren in beeld te brengen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijke milieuaspecten geur en geluid. De handreiking geeft voor beide aspecten de milieuwaarden voor verschillende activiteiten. Aan deze milieuwaarden kunnen contouren worden gekoppeld. Deze contouren zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: ▪ Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype). Waar slechts (incidenteel) activiteiten (anders dan wonen) plaatsvinden. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. ▪ Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Hier zijn dan ook kleinere richtafstanden te rechtvaardigen (behalve voor het aspect veiligheid). Het plangebied ligt conform de definitie in de VNG-publicatie in het omgevingstype ‘rustig buitengebied’.
In de directe omgeving vindt geringe functiemenging plaats. Tevens is er weinig verstoring door verkeer. Qua aanvaardbare milieubelasting is dit omgevingstype dus vergelijkbaar met een rustige woonwijk. Wat betreft veehouderijen wordt in de paragraaf 4.6 getoetst aan de wetgeving die specifiek van toepassing is voor veehouderijen met betrekking tot het aspect geur. De dichtstbijzijnde niet veehouderij activiteit is een fruitteeltbedrijf, wat behoort tot milieuwaarde 1 voor het aspect geluid en milieuwaarde FM voor het aspect geur. Conform de handreiking geldt voor een bedrijf in deze milieuwaarden een milieucontour van 30 meter. In de beoogde situatie liggen de woningen op een afstand van 25 meter van het bouwvlak vandaan. Ter plaatse van het fruitteelt bedrijf vindt echter enkel opslag plaats van materieel. Het opslaan van materieel heeft een lagere milieuwaarden (en richtafstand) en daarnaast vinden er aan de westelijke zijde van het agrarische bouwvlak vinden ook geen geluid uitstralende activiteiten plaats. De activiteiten welke geluid uitstralen vinden plaats aan de oostelijke zijde op een afstand van 55 meter van de woningen. Het gaat hierbij enkel om vervoersbewegingen en de inrit van de locatie. Daarbij valt tevens op te merken dat tussen de inrit en de beoogde woningen een bedrijfsgebouw en groene inpassing is gelegen.
Deze loods en groenvoorzieningen zorgen ook voor demping van de eventuele geluid uitstraling. Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat het bedrijf niet wordt belemmert in de bedrijfsvoering. Verder is er schuin tegenover het plangebied een sportveld gelegen. Een sportveld behoort tot milieuwaarde 2 voor het aspect geluid en milieuwaarde FM voor het aspect geur. Conform de handreiking geldt voor een bedrijf in deze milieuwaarden een milieucontour van 50 meter. Een aantal van de beoogde woningen komen binnen deze milieucontour te liggen. De ontwikkeling van woningen binnen de milieuzone van een sportveld heeft geen negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners. Eventuele geluidsoverlast wordt beperkt door het gebruik van geluidsabsorberende maatregelen, zoals geluidswallen of beplanting, die de impact op de omgeving minimaliseren. Bovendien is de situering van de woningen zodanig gepland dat de afstand tot het sportveld voldoende is om hinder te voorkomen. De aanwezigheid van het sportveld kan zelfs bijdragen aan een aantrekkelijk woonklimaat door het bieden van recreatieve mogelijkheden en groene open ruimtes, wat bijdraagt aan de gezondheid en het welzijn van de bewoners.
Door deze zorgvuldige planning en de naleving van milieunormen wordt verzekerd dat de woningen in een veilige, comfortabele en aantrekkelijke leefomgeving worden gerealiseerd. Daarnaast wordt geconcludeerd dat er reeds bestaande woningen dichterbij het sportveld gesitueerd zijn dan de beoogde woningen. In verband met deze woningen is aan de randen van het sportveld reeds een groene zone met beplanting gecreëerd wat zorgt voor een buffer tussen de woningen en het sportveld. Voor de volledigheid is tevens een akoestisch onderzoek uitgevoerd vanuit het fruitteeltbedrijf en het sportveld. Geconcludeerd kan worden dat vanwege het voorgenomen initiatief er sprake is van een
Pagina 48 van 56
evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast worden het fruitteeltbedrijf en de sportvelden verder niet beperkt in hun bedrijfsvoering. De rapportage is terug te vinden in Bijlage 19. Er kan worden geconcludeerd dat er op grond van de activiteiten- en milieuzonering een evenwichtige toedeling van de functie op de locatie is.
Pagina 49 van 56
5. Juridische toelichting 5.1. Wijziging omgevingsplan
5.1.1. Omgevingsplan van rechtswege
Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In de Bruidsschat zitten onder andere regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.
5.1.2. Toepassing TAM-IMRO
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2024. Als het ontwerp van een TAMIMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2024 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2025 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD).
5.1.3. Werkingsgebied
De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Heppertsestraat ongenummerd te Altforst, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0668.TAMHeppertsestraat-VO01 zoals vastgelegd op DSO (omgevingsloket).
5.1.4. Overzicht wijzigingen
Dit TAM-omgevingsplan wijzigt de volgende planregels van het omgevingsplan: aan de verbeelding wordt ter plaatse van het werkingsgebied de functie woongebied en de functie groen toegekend. 5.2. Artikelsgewijze toelichting functies Artikel 5 Agrarisch – Oeverwal Met artikel 5 is de functie ‘agrarisch – oeverwal’ toegekend aan de locatie. Hiermee wordt voorzien in de agrarische bedrijfsvoering aan de Heppertsestraat 24 te Altforst. Ter plaatse van het bouwvlak mag een agrarisch bedrijf geëxploiteerd worden. -
Artikel 6 Groen – Waterberging
-
Artikel 7 Waarde – Archeologie – Verwachtingswaarde Hoog
Met artikel 6 is de functie ‘groen – Waterberging’ toegekend aan de locatie. Hiermee wordt voorzien in de aan- en afvoer van water, alsmede de waterberging, groenvoorzieningen, bermen en beplanting. Met artikel 7 is de functie ‘Waarde – Archeologie – Verwachtingswaarde Hoog’ toegekend aan de locatie. Hiermee worden de gronden met een archeologische functie mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
Pagina 50 van 56
-
Artikel 8 Woongebied
Met artikel 8 is de functie ‘Woongebied’ toegekend aan de locatie. Hiermee wordt voorzien in de nieuwe woningen op het perceel. Ter plaatse van de functie ‘Woongebied’ mogen 42 woningen gerealiseerd worden.
Pagina 51 van 56
6. Uitvoerbaarheid 6.1. Economische uitvoerbaarheid
6.1.1. Economische uitvoerbaarheid
In deze motivering is onderbouwd dat deze wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie wordt bereikt en dat de toegekende functie binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Zodoende kan aangenomen worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
6.1.2. Kostenverhaal
Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht kosten te verhalen, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten uit artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, op andere wijze verzekerd zijn of vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit. Met de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat alle kosten die samenhangen met het deze wijziging voor rekening komen van initiatiefnemer. Deze wijziging van het omgevingsplan heeft voor de gemeente geen financiële gevolgen. 6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1. Participatie
In de Omgevingswet is opgenomen dat participatie een belangrijk onderdeel is van projecten in de fysieke woon- en leefomgeving. De gemeente West Maas en Waal vindt het belangrijk dat inwoners optimaal betrokken worden bij plannen en projecten. Het is namelijk de taak van de gemeente om bij initiatieven te beoordelen hoe de omgeving is betrokken. Door participatie wordt ervoor gezorgd dat alle belangen, meningen, kennis en creativiteit direct op tafel komen. Door bezwaren, maar juist ook goede ideeën met elkaar te bespreken, kan het initiatief beter worden gemaakt en is er meer kans op betrokkenheid. Op 2 juli 2024 is er een inloopavond georganiseerd in het kader van de omgevingsdialoog. Op deze avond konden omwonenden en geïnteresseerden hun reactie achterlaten op de beoogde ontwikkeling. Daarnaast is de initiatiefnemer zelf bij de direct omwonenden langs geweest om de beoogde ontwikkeling toe te lichten. Het verslag van de omgevingsdialoog en de informatieavond is bijgevoegd als Bijlage 16.
6.2.2. Overlegpartners
Voorafgaand aan het indienen van onderhavige ruimtelijke onderbouwing is overleg gevoerd met de gemeente West Maas en Waal. Onderhavig initiatief is in eerste instantie beknopt beschreven waarna de gemeente een positief standpunt heeft ingenomen op onderhavige ontwikkeling. Het participatietraject is vervolgens verder behandeld met meerdere belanghebbenden aan de omgevingstafel. Per 14 mei 2024 is voor onderhavig initiatief een gesprek aan de omgevingstafel gevoerd. Aan de omgevingstafel hebben verschillende belanghebbenden deelgenomen. In dit geval hebben de gemeente, de Omgevingsdienst, het waterschap en de veiligheidsregio deelgenomen aan de omgevingstafel. Aan de omgevingstafel is in eerste instantie het initiatief besproken. Er is duidelijk toegelicht wat het beoogde initiatief inhoudt waarna partijen hier één voor één op hebben kunnen reageren. Er zijn geen partijen die bezwaar hebben gemaakt op de beoogde ontwikkeling. Alle partijen staan positief tegenover de ontwikkeling. Naar aanleiding van de omgevingstafel zijn wel enkele aanvullingen toegevoegd aan onderhavige toelichting.
Pagina 52 van 56
Het concept van deze wijziging van het omgevingsplan zal toegezonden worden aan de provincie Gelderland in het kader van kennisgeving en participatie volgens artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit. Daarnaast wordt dit concept toegezonden aan de Omgevingsdienst Rivierenland, alsook het waterschap.
6.2.3. Zienswijzen
Het ontwerp van deze wijziging van het omgevingsplan heeft van P.M. tot en met P.M. ter inzage gelegen. Toen zijn P.M. zienswijzen ingediend.
Pagina 53 van 56
7. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Voor de gewenste ontwikkeling aan de Heppertsestraat ongenummerd te Altforst, is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Volgens artikel 4.1, eerste lid, van de Omgevingswet moeten gemeenten ervoor zorgen dat het omgevingsplan leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de afweging voor het realiseren van 42 woningen wordt een integrale belangenafweging gemaakt, waarbij zowel de ruimtelijke, economische, ecologische als sociale aspecten in overweging worden genomen. De noodzaak voor nieuwe woningen wordt onderbouwd door de toenemende vraag naar huisvesting in de regio, wat bijdraagt aan het oplossen van de woningnood en het bevorderen van economische groei door het creëren van werkgelegenheid en het versterken van de lokale economie. Tegelijkertijd wordt er zorgvuldig rekening gehouden met de ecologische impact door het implementeren van duurzame bouwmethoden en klimaatadaptieve maatregelen die bijdragen aan de bescherming van de biodiversiteit en het beheer van wateroverlast. De sociale impact wordt eveneens gewogen door de ontwikkeling van een leefomgeving die sociale samenhang bevordert, met voldoende openbare ruimtes en voorzieningen die de kwaliteit van leven verbeteren.
Daarnaast worden mogelijke bezwaren, zoals verkeersdrukte of geluidsoverlast, gemitigeerd door het ontwerpen van verkeersveilige infrastructuren en het toepassen van geluid reducerende maatregelen. Door deze afwegingen zorgvuldig te integreren, wordt een evenwichtige benadering gerealiseerd die de voordelen van de woningbouwprojecten maximaliseert, terwijl de nadelige effecten tot een minimum worden beperkt. Vanuit het ruimtelijke beleid zijn geen belemmeringen voor de nieuwe woningen. Uit de uitgevoerde beschouwing blijkt dat er geen relevante aspecten zijn die de uitvoerbaarheid van het plan verhinderen. Daarom is het plan in overeenstemming met een evenwichtige toedeling aan functies.
Pagina 54 van 56
8. Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 6: Situatietekening watersysteem Bijlage 7: Notitie invoergegevens AERIUS-berekeningen Bijlage 8: AERIUS-berekening aanlegfase fase 1 Bijlage 9: AERIUS-berekening aanlegfase fase 1 – Extra beoordeling Bijlage 10: AERIUS-berekening aanlegfase fase 2 Bijlage 11: AERIUS-berekening aanlegfase fase 2 – Extra beoordeling Bijlage 12: AERIUS-berekening gebruiksfase Bijlage 13: AERIUS-berekening gebruiksfase – Extra beoordeling Bijlage 14: Quickscan flora en fauna Bijlage 15: Archeologisch onderzoek Bijlage 16: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 17: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 18: Wateropgave Bijlage 19: Akoestisch onderzoek industrielawaai
Pagina 55 van 56
Pagina 56 van 56