CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Jaarstukken 2025

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Jaarstukken 202531.381 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Rekening

Verschil

Berekening kostendekkendheid marktgeld

2025

2025

2025

lasten grootboek markt (taakveld 3.3 bedrijvenloket)

€ 17.354

€ 16.545

€ 809

inkomsten markt (pacht & leges)

-€ 10.615

-€ 564

-€ 10.051

kosten volgens de boekhouding

€ 6.739

€ 15.982

-€ 9.243

extra comptabele kosten

€ 12.500

€ 12.500

€0

totale lasten

€ 19.239

€ 28.482

-€ 9.243

baten marktgeld

€ 5.386

€ 5.266

-€ 120

Kostendekkendheid

28,0%

18,5%

Tarieven De ontwikkeling van de tarieven voor de marktgelden ziet er als volgt uit: Soort

2022

2023

2024

2025

Tarieven marktgeld (per strekkende meter) Incidenteel / per keer

€ 1,59

€ 1,62

€ 1,65

€ 1,73

Per kwartaal

€ 18,84

€ 19,22

€ 19,60

€ 20.58

64

LIJKBEZORGINGRECHTEN Algemeen Wij heffen rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van onze diensten in verband met de begraafplaats. Gemeentelijke kaders Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2025. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten gelden deze beleidsuitgangspunten: - bij lijkbezorgingsrechten geldt een maximale kostendekking van 100%; - kwijtschelding is niet mogelijk; - bij de kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten wordt nog geen rekening gehouden met toerekenbare kosten zoals overhead. Kostendekkendheid In het onderstaande overzicht krijgt u op hoofdlijnen inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen.

Berekening kostendekkendheid begraafrechten

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

lasten taakveld 7.5 begraafplaatsen inkomsten (pacht, leges en afkoop onderhoud) totale lasten

€ 35.037 -€ 8.250 € 26.787

€ 24.405 -€ 4.032 € 20.374

€ 10.632 -€ 4.218 € 6.413

baten begraafrechten

-€ 6.750

-€ 2.706

-€ 4.044

Kostendekkendheid 25,2% 13,3 % Tarieven De ontwikkeling van de tarieven van het lijkbezorgingsrecht ziet er als volgt uit: Soort

2022

2023

2024

2025

Belangrijkste tarieven lijkbezorgingsrecht - begraven (1.1 tarieventabel) - bijzetten van een urn (2.1 tarieventabel) - begraafrecht (6.1a tarieventabel)

€ 273,00 € 138,00 € 2.287,00

€ 278,50 € 140,80 € 2.331,72

€ 284,20 € 143,70 € 2.378,35

€ 289,88 € 146,57 € 2.425,92

LEGES Algemeen Onder de naam ‘leges‘ heffen wij verschillende rechten van het genot van door ons verstrekte diensten, genoemd in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. Gemeentelijke kaders Verordening op de heffing en de invordering van leges 2025. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de leges gelden deze beleidsuitgangspunten: - een maximale kostendekking van 100%; - kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen worden de belangrijkste legestarieven inclusief kostendekkendheid toegelicht. De belangrijkste leges zijn: leges voor Omgevingsvergunning (incl. bouwcontrole en bouw- en woningtoezicht), bestemmingsplannen en rij- en reisdocumenten. 65

Omgevingsvergunningen We tonen de berekening van de kostendekkendheid en daarna de ontwikkeling van de belangrijkste tarieven. Begroting

Rekening

Verschil

2025

2025

2025

€ 3.009.745 €0 € 3.009.745

€ 3.042.975 -€ 10.000 € 3.032.975

-€ 33.230 € 10.000 -€ 23.230

€ 679.585

€ 571.680

-€ 107.905

22,6%

18,8%

Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunningen lasten taakveld 8.3 (grb. Bouwcontrole & BWT) inkomsten bouwcontrole & bouw- en woningtoezicht totale lasten baten omgevingsvergunningen Kostendekkendheid

Soort

2022

2023

2024

2025

Belangrijkste tarief minimumtarief omgevingsvergunning (art. 2.3.1.1.1 vóór invoering Omgevingswet en art. 2.5.1.a + art 2.6.1.a vanaf 1-1-2024)

€ 289,00

€ 289,00

€ 298,50

€ 313,79

Bestemmingsplannen We tonen de berekening van de kostendekkendheid en daarna de ontwikkeling van de belangrijkste tarieven.

Berekening kostendekkendheid bestemmingsplannen

Begroting 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

lasten taakveld 8.1 (grb. Bestemmingsplannen) inkomsten bestemmingsplannen totale lasten

€ 525.999 -€ 2.000 € 523.999

€ 496.233 -€ 50.818 € 445.414

€ 29.766 € 48.818 € 78.585

baten bestemmingsplannen

€ 137.824

€ 89.923

-€ 47.901

26,3%

20,2%

Kostendekkendheid

Soort

2022

2023

2024

2025

Belangrijkste tarief minimumtarief afwijking bestemmingsplan (art. 2.3.4.1 vóór invoering Omgevingswet en art 2.6.3.a vanaf 1-12024)

€ 348,00

€ 355,00

€ 362,10

€ 380,21

Rij- en reisdocumenten We tonen de berekening van de kostendekkendheid en daarna de ontwikkeling van de belangrijkste tarieven.

66

Begroting Berekening kostendekkendheid rij- en reisdocumenten 2025

Rekening 2025

Verschil 2025

lasten taakveld 0.2 (burgerzaken) inkomsten burgerzaken totale lasten

€ 704.009 €0 € 704.009

€ 615.189 €0 € 615.189

€ 88.820 €0 € 88.820

baten leges rij- en reisdocumenten

€ 425.080

€ 456.436

€ 31.156

60,4%

74,2%

2023

2024

Kostendekkendheid

Soort Belangrijkste tarieven Rijbewijs (artikel 1.3.1) ID-kaart (artikel 1.2.4.a) Paspoort (artikel 1.2.1.a)

2022

€ 41,60 € 68,50 € 75,80

€ 44,65 € 70,35 € 77,85

2025

€ 51,10 € 75,80 € 83,85

€ 52,10 € 78,50 € 86,85

ONTWIKKELING LOKALE LASTENDRUK In onderstaande tabellen zijn de gegevens overgenomen die worden gepubliceerd door Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Dit is een onafhankelijk onderzoek- en kennisinstituut die werkt voor decentrale overheden. Via de website www.coelo.nl is het onder andere mogelijk lokale belastingtarieven te vergelijken tussen alle gemeenten in Nederland. Voor de vergelijking is uitgegaan van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning en een gemiddelde WOZ-waarde. De bedragen zijn afgerond op hele Euro's. Algemeen In onderstaande tabel is de lokale lastendruk weergegeven in 2025 met een doorkijk naar 2026.

Lokale lastendruk Onroerende zaakbelastingen (gemiddeld) Afvalstoffenheffing Brede rioolheffing Totale lastendruk

Werkelijk 2025

Raming 2026

% wijziging

€ 401 € 366 € 278

€ 433 € 384 € 284

8% 5% 2%

€ 1.045

€ 1.101

5,4%

In onderstaande tabel zijn de tarieven 2025 vergeleken met de buurgemeenten.

Vergelijk met buurgemeenten 2025 Gemiddelde WOZ-waarde Onroerende zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totale lastendruk

gemeente Druten

gemeente Maasdriel

gemeente WMW

€ 455.000 € 496 € 231 € 272

€ 516.000 € 448 € 366 € 278

€ 492.000 € 401 € 366 € 278

€ 999

€ 1.092

€ 1.045

KWIJTSCHELDINGSBELEID Als een belastingplichtige niet of te weinig financiële middelen heeft om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige bij de BSR verzoeken om kwijtschelding. Alle belastingplichtigen die een 67

inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt, komen mogelijk in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.

Kwijtscheldingen

Werkelijk 2023

Bedrag verleende kwijtschelding Onroerende zaakbelastingen Hondenbelasting Rioolheffing

€0 € 1.344 €0

Afvalstoffenheffing Totaal verleende kwijtschelding

€ 53.880 € 55.224

Werkelijk 2024

€0 € 1.416 €0 € 56.826 € 58.242

Werkelijk 2025

€0 € 1.965 €0 € 59.649

% wijziging

0% +39% 0% +5% +6%

€ 61.486

68

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ALGEMEEN Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-reguliere kosten die onverwacht en substantieel zijn op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van onze gemeente is. Voor het beoordelen van de ‘weerstand‘ is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten binnen de begroting beschikbaar zijn. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico's; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; • een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Gemeentelijke kaders Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen 2012. In deze nota heeft u het volgende bepaald: 1.

Het college stelt een nota Risicomanagement op met de methodiek van risicomanagement en de inrichting van de organisatie op het gebied van risicomanagement; 2. De informatievoorziening richting u verloopt via de paragraaf Weerstandsvermogen bij begroting en jaarverslag en met een bijlage met de risico-inventarisatie; 3. De weerstandsratio dient minimaal 1,2 en mag maximaal 2,0 te zijn. Dit op basis van het aangenomen amendement raadsvergadering 14 november 2019 bij de vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen 2019. De nota Risicomanagement stelden wij in 2013 vast. Uitgangspunt is de structurele inpassing van risicomanagement in onze bedrijfsvoering en beleid. Vooral het verhogen van het risicobewustzijn is een speerpunt, met speciale aandacht voor de grote projecten. Het proces van risicomanagement verloopt volgens de volgende stappen: Identificatie - Analyse en beoordeling - Beheersing - Rapportage en monitoring. RISICOMANAGEMENT Risicomanagement geven wij als volgt vorm: 1. Formele inbedding van risicomanagement in onze organisatie; Risicomanagement is de verantwoordelijkheid van het management. Binnen het team Control hebben wij een coördinator risicomanagement aangewezen. Het monitoren van de risico’s is een continu proces. 2.

Structurele inpassing risicomanagement in de reguliere werkzaamheden; De paragraaf risicomanagement maakt standaard onderdeel uit van onze beleidsdocumenten. 3. Risicoregister bijhouden. Het gaat hierbij om het continu inventariseren, beoordelen en analyseren van risico's, deze kwantificeren en hier een kansberekening op toepassen.

69

WEERSTANDSCAPACITEIT Berekening weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen wij beschikbaar hebben om eventuele tegenvallers op te vangen. Zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande zaken. De weerstandscapaciteit delen we op in structureel en incidenteel. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. Onbenutte belastingcapaciteit; 2. Vrije begrotingsruimte Ad 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente nog hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. Begroting 2025

Werkelijk 2025

a. Onroerende zaakbelastingen b. Brede rioolheffing c. Leges

€ 1.876.000 €0 p.m.

€ 1.525.798 €0 p.m.

Totaal onbenutte belastingcapaciteit

€ 1.876.000

€ 1.525.798

Onbenutte belastingcapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit:

Toelichting: a. Onroerende zaakbelastingen Voor de OZB kan de zogenaamde artikel 12-norm gehanteerd worden. Op basis van de meicirculaire 2024 is deze norm 0,1595% voor het jaar 2025. De onbenutte capaciteit berekenen we als volgt:

Berekening onbenutte belastingcapaciteit OZB WOZ-waarde woningen niet-woningen Totale waarde Gerealiseerde opbrengsten woningen niet-woningen Totaal gerealiseerde OZB-opbrengst

grondslag

bedrag

€ 3.762.000.000 € 458.000.000 € 4.220.000.000

€ 3.099.638 € 2.105.464 € 5.205.102

Maximale opbrengst (artikel 12-norm)

€ 6.730.900

Onbenutte capaciteit OZB

€ 1.525.798

b. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Dus is er geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

70

c. Leges Bij de heffing van leges is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Van belang hierbij is of het totale bedrag aan legesinkomsten de aan de specifieke dienstverlening toegerekende lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, hiervoor is een verfijning van de kostentoerekening noodzakelijk. Gelet op de grote administratieve last die dit met zich meebrengt kiezen wij hier vooralsnog niet voor. De onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. Ad 2. Vrije begrotingsruimte Op basis van het rekeningresultaat 2025 en de onzekere verwachtingen over 2026, ook bezien in het licht van de stijgende rente, salariskosten, energie- en grondstoffenprijzen, nemen wij hier geen bedrag op. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de: 1. Algemene reserve; 2. Bestemmingsreserves, waarvan de bestemming nog kan worden gewijzigd; 3. Stille reserves; 4. Post onvoorzien – incidenteel; 5. Incidentele beleidsruimte. Ad 1. Algemene reserve

Stand Algemene reserve

claims

Saldo Algemene reserve per 31-12-2025

bedrag € 14.324.909

Claims die nog tot uitgaven leiden Budgetoverhevelingen 2025 € 670.105 Tijdelijke huisvesting(spoedzoekers, starters, statushouders) € 250.000 Financiële middelen inrichting HR-systeem € 52.769 Profilering Hanzestad Maasbommel € 12.026 Bakenbomen meanderende Maas € 200.000 Plusopdracht Sociom (SPUK, dementievriendelijke gemeente en stand van zaken GALA) € 58.291 Uitbreiding IKC Beneden-Leeuwen € 7.254.500 Projectleider aanbesteding Vraagwijzer € 214.500 totaal claims € 8.712.191 Beschikbaar deel Algemene reserve

€ 5.612.718

Ad 2. Rekeningsaldo 2025 Het rekeningsaldo over 2025 bedraagt € 2.625.362. Voorgesteld wordt dit toe te voegen aan de algemene reserve. In de berekening van de weerstandscapaciteit nemen we dit bedrag mee om zodoende een correcte weerstandsratio te presenteren. Ad 3. Stille reserves Hierbij gaat het om de overwaarde van gemeentelijke bezittingen die direct verkoopbaar zijn zonder dat de bedrijfsvoering of het gemeentelijke beleid wordt beïnvloed. De overwaarde is het verschil tussen de verwachte verkoopopbrengst en de boekwaarde per 31 december 2025. Wij hebben onze bezittingen beoordeeld op de uitgangspunten. Het overgrote deel van onze bezittingen is nodig voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld ons gemeentehuis. Een ander belangrijk deel is van belang voor de uitvoering van ons gemeentelijke beleid. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderwijs- en welzijnsgebouwen. Naast de gebouwen hebben wij nog aandelen Vitens in ons bezit. Deze aandelen zijn echter moeilijk verhandelbaar, omdat deze altijd in handen van overheidslichamen moeten blijven. 71

Als gevolg van alle ontwikkelingen heeft alleen het Buitenbad in Dreumel nog een (theoretische) waarde in het kader van de stille reserves. Omdat deze stille reserve niet te verzilveren is, er is geen voornemen het zwembad te verkopen, is het niet terecht deze mee te nemen in de berekening. Dit is ook het standpunt van de toezichthouder, de provincie Gelderland. Ad 4. Post Onvoorzien - incidenteel De incidentele post Onvoorzien is voor 2025 € 25.000. Hierop is geen aanspraak gemaakt. Ad 5. Incidentele beleidsruimte In de jaarrekening 2025 is geen sprake van een post 'Incidentele beleidsruimte'. Totaaloverzicht weerstandscapaciteit De totale weerstandscapaciteit van de gemeente ziet er als volgt uit: Begroting Werkelijk Overzicht weerstandscapaciteit 2025 2025 Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Vrije begrotingsruimte - structureel Saldo structurele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve Rekeningsaldo 2025 Bestemmingsreserves Stille reserves Post onvoorziene uitgaven Incidentele beleidsruimte en stelpost nieuw beleid Saldo incidentele weerstandscapaciteit

€ 1.876.000 €0 € 1.876.000

€ 1.525.798 €0 € 1.525.798

€ 9.796.809 € 597.386 €0 € 25.000

€ 5.612.718 € 2.625.362 €0 €0 € 25.000

€0 € 10.401.195

€0 € 8.263.080

RISICOPROFIEL Bij dit onderdeel presenteren wij de risico's. Wij hebben de risico-inventarisatie geactualiseerd, de risico's geanalyseerd en beoordeeld en zoveel mogelijk gekwantificeerd. Deze risico's zullen zich immers nooit allemaal in hetzelfde jaar voordoen. We hebben onze risico’s als volgt onderverdeeld: - Aansprakelijkheidsrisico’s; - Risico’s op eigendommen; - Risico’s van de bedrijfsvoering; - Financiële risico’s - Economische omstandigheden - Grondexploitatie - Verbonden partijen - Open-einde regelingen - Grote projecten - Overige financiële risico’s Wij maken hierbij ook een verdeling naar incidentele risico’s en structurele risico’s. De incidentele risico’s hebben vooral betrekking op het onderdeel Financiële risico’s - economische omstandigheden. Wij inventariseren jaarlijks onze risico's. De toprisico's zijn verderop in deze paragraaf weergegeven.

72

Op hoofdlijnen zien onze risico’s er als volgt uit: Overzicht risico's

Begroting 2025

Werkelijk 2025

Categorie risico's Aansprakelijkheid Eigendommen Bedrijfsvoering Financieel Saldo risico's

€ 85.000 € 317.000 € 785.000 € 1.598.000 € 2.785.000

€ 85.000 € 57.000 € 790.000 € 1.553.000 € 2.485.000

Onderverdeling risico's Incidentele risico's Structurele risico's Saldo risico's

€ 724.000 € 2.061.000 € 2.785.000

€ 563.000 € 1.922.000 € 2.485.000

1. Aansprakelijkheid (totaal risico € 85.000) Binnen dit onderdeel vallen risico's op het gebied van: - Bedrijfsongevallen - Nalatigheid of onrechtmatig handelen - Fraude, diefstal - Planschade - Schadeclaims De risico's zijn in de meeste gevallen beperkt door maatregelen te nemen. Zoals fysieke en administratieve maatregelen, het volgen van de procedures en het afsluiten van verzekeringen. Ook hebben wij diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico te dekken. Op het gebied van planschade sluiten wij overeenkomsten met de ontwikkelaars. 2. Eigendommen (risico € 57.000) De risico’s van onze eigendommen hebben wij aanzienlijk beperkt door het afsluiten van brand- en stormschadeverzekeringen. Zaken zoals vandalisme en diefstal zijn echter uitgesloten van de verzekering. Daarnaast voeren wij voor onze eigendommen planmatig beheer en onderhoud uit. Dit doen wij op basis van de beheerplannen en actuele inspecties. De hiervoor noodzakelijke budgetten staat in de begroting en actualiseren we periodiek. Ook vervuiling van de openbare ruimte is een risico. Via frequentere controle door BOA's pakken we dit probleem preventief aan. Er is nog geen besluit genomen met betrekking tot de bestemming van de aangekochte panden aan de Raadhuisdijk in Maasbommel en de Veerstraat in Wamel. Deze panden zijn vooralsnog verantwoord op de balans.

De keuze van de bestemming kan leiden tot verschillen in de waardering, die mogelijk exploitatiegevolgen hebben. 3. Bedrijfsvoering (risico € 790.000) De risico's in de bedrijfsvoering gaan over afwezigheid van personeel wegens ziekte of anderszins, het vertrek van personeel en noodzakelijke (tijdelijke en duurdere) vervanging, het disfunctioneren van personeel (frictiekosten) en ICT. Het risico voor het werven van kwalitatief goed personeel is toegenomen. Dit is niet specifiek voor onze gemeente, maar is een landelijk fenomeen. ICT-problemen kunnen computeruitval tot gevolg hebben. Hierdoor kan mogelijk de dienstverlening niet gegarandeerd worden en onze medewerkers niet (optimaal) werken. Onder de bedrijfsvoeringsrisico's vallen ook de fiscale risico's. Fiscale wetgeving is bij lagere overheden complex en soms voor meerdere uitleg vatbaar. Wij tekenden in juni 2023 een nieuw convenant Horizontaal Toezicht met de Belastingdienst. In dat kader spannen wij ons continue in om in control te zijn en te blijven. Financieel (risico € 1.553.000) De risico's bij dit onderdeel hebben betrekking op economische ontwikkelingen, de grondexploitaties, verbonden partijen, open-einde regelingen, grote projecten en overige financiële risico's.

73

a. Economische ontwikkelingen (risico € 519.000) Ons risicobeleid wat betreft de economische ontwikkelingen is gericht op verminderen. Op basis van actuele informatie stellen wij de budgetten periodiek bij. Dit geldt voor loon- en prijsontwikkeling, maar ook voor te ontvangen bouwleges. Daarnaast zijn hier risico's ingeschat van het zandwinningscontract, het risico op faillissement van partners in grondzaken, lagere OZB als gevolg van leegstand en toenames van bezwaren en hogere kwijtscheldingen van gemeentelijke belastingen. De BSR geeft aan dat het aantal waardebezwaren door no-cure no-pay bureaus fors toeneemt. Door staatssecretaris zijn maatregelen aangekondigd in de sfeer van wijziging in de wetgeving. Als gevolg van economische instabiliteit ontstaan door de inval van Rusland in de Oekraine zijn grondstoffen schaarser en zijn de energiekosten fors gestegen. b. Grondexploitatie (risico € 225.000) In het kader van de grondexploitaties zijn wij op grond van de voorschriften verplicht de verliezen te nemen. Hiervoor dienen wij een voorziening te vormen. Hiervan is geen sprake meer. Mogelijke andere risico's worden binnen de grondexploitatie opgevangen. Bovendien calculeren wij een te verwachten winst op de grondexploitaties (zie de paragraaf ’Grondbeleid‘).

Gelet op de hoogte van de boekwaarden van projecten (niet zijnde grondexploitaties) en de economische omstandigheden lopen wij bij projecten een risico. De meeste van deze kosten kunnen wij verhalen op ontwikkelaars, waardoor er een risico voor de gemeente resteert. c. Verbonden partijen (risico € 100.000) Hierbij gaat het om gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen. Wij zijn, samen met de overige deelnemende gemeenten, financieel aansprakelijk voor eventuele tekorten. Bovendien kan het zijn dat wij bij een faillissement van een partij alsnog het werk door andere partijen uit moeten laten voeren. Terwijl de bijdragen hiervoor al aan de verbonden partijen zijn betaald. Doordat er steeds meer risicobewustzijn bij de verbonden partijen is en zij maatregelen namen in het kader van risicomanagement, blijft er voor de gemeente een lager restrisico over. Bij de risicobeoordeling van de verbonden partijen vormen de respectievelijke jaarrekeningen over 2023 de basis. Hiertoe zijn o.a. de resultaten, gemeentelijke bijdragen, vermogensposities, weerstandsratio’s en benoemde risico’s van de verbonden partijen onder de loep genomen. Ook is getoetst, daar waar mogelijk, of afgesproken streefwaardes voor het benodigd eigen vermogen behaald zijn.

Daar waar risico’s resteren voor deelnemende gemeente is tegen het aandeel wat de gemeente West Maas en Waal loopt het basis risicobedrag berekend. Vervolgens is een kans bepaald, in de meeste gevallen van 1 * in de vier jaar, dat het risico zich voor zou kunnen doen. In onderstaande tabel treft u de uiteindelijke restrisico’s aan die meegenomen worden in de berekening van de weerstandsratio.

Verbonden partij

risico verbonden partij

aandeel WMW

restrisico 31-12-2025

kans

Avri

€0

€0

BSR

€0

€0

GGD (tekort weerstandsvermogen)

€ 2.595.000

2,94%

25%

€ 19.000

MARN

€0

€0

ODR

€0

€0

Regio Rivierenland

€0

€0

UBR (borgstelling, aanname raadsbesluit 1%)

€ 37.500.000

14,20%

1%

€ 53.000

€ 898.000

3,59%

25%

€ 8.000

Werkzaak

€ 1.300.000

6,03%

25%

€ 20.000

Totaal restrisico verbonden partijen

€ 42.293.000

VRGZ (tekort weerstandsvermogen)

€ 100.000

d. Open-einde regelingen (risico € 329.000) De regelingen waar wij in onze gemeente mee te maken hebben zijn: het leerlingenvervoer, de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet, de bijzondere bijstand en de Jeugdwet. In de begroting hebben wij hier reële budgetten voor opgenomen, maar bijvoorbeeld een extra 74

leerling kan in het kader van het leerlingenvervoer de kosten zo maar met € 25.000 doen stijgen. Ook kan één specialistisch hulpverleningstraject in de Jeugdzorg een fors beslag leggen op het budget. e. Grote projecten Er zijn geen grote projecten waarbij we specifieke risico’s lopen. f. Overige financiële risico's (risico € 380.000) De belangrijkste overige risico's betreffen vooral de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds, het renterisico, mogelijke bodemsaneringen, oninbaarheid van vorderingen, garanties en borgstellingen. Ook wordt hier de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid of overlijden van bestuurders geraamd, waarvoor wij eigen risicodrager zijn. TOP-RISICO´S (>=25% en >= € 100.000)

Risico Afwezigheid personeel wegens ziekte of anderszins (zwangerschaps- en bevallingsverlof, zorgverlof)

categorie

Risicotype

I/S

Bedrag Kans x € 1.000 Klasse

Bedrijfsvoering

Deels beïnvloedbaar

S

500

2

50%

250

Kwalitatief goed personeel, niet vervulbare vacatures Belastingaangiften (onvolledige, niet tijdige of onjuiste opgave en aangifte belastingdienst - BTW,

Bedrijfsvoering

Deels beïnvloedbaar

I

300

3

75%

225

Bedrijfsvoering

Intern - beïnvloedbaar

S

300

1

50%

150

Uitval (de)centrale IT voorzieningen

Bedrijfsvoering

Beïnvloedbaar

S

400

1

25%

100

Loon- en prijsontwikkelingen

Financieel - economische ontwikkelingen

Extern - niet-beïnvloedbaar

S

500

1

75%

375

Langere doorlooptijd projecten

Financieel - grondexploitatie

Niet beïnvloedbaar

I

200

3

50%

100

Verlaging verkoopprijzen projecten

Financieel - grondexploitatie

Beïnvloedbaar

I

200

1

50%

100

Participatiewet

Financieel - open einde regelingen

Niet beïnvloedbaar

S

400

2

25%

100

Jeugdwet

Financieel - open einde regelingen

Extern - deels beïnvloedbaar S

300

2

60%

180

Renterisico

Financieel - overige financiële risico's

Extern - niet-beïnvloedbaar

250

2

50%

125

S

Kans %

Financieel gevolg

WEERSTANDSVERMOGEN Op basis van het risicoprofiel en de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kunnen wij ons weerstandsvermogen bepalen. Hierbij houden wij rekening met de incidentele en structurele onderdelen. De structurele risico’s en weerstandscapaciteit rekenen wij voor 4 jaar mee, de incidentele uiteraard voor 1 jaar. Het weerstandsvermogen drukken wij uit in een verhoudingsgetal.

Voor 2025 ziet de weerstandsratio er als volgt uit: 14.366 Ratio weerstandsvermogen =

=

1,74

8.250 De ratio weerstandsvermogen is als volgt te beoordelen: Ratio

Betekenis

> 2,0 Uitstekend 1,4 - 2,0 Ruim voldoende 1,0 - 1,4 Voldoende 0,8 - 1,0 Matig 0,6 - 0,8 Onvoldoende < 0,6 Ruim onvoldoende

75

Uit het bovenstaande blijkt dat de ratio van 1,74 in de jaarrekening ruim voldoende is. Dit betekent dat onze gemeente ruim voldoende weerstandscapaciteit heeft om de risico's af te dekken. FINANCIËLE KENGETALLEN Bij het beoordelen van de financiële kengetallen hanteert de provincie normwaarden. In onderstaande tabel staan de normwaarden zoals de provincie ze hanteert. De waarden zijn ingedeeld in de categorieën A, B en C. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest.

Provinciale normen voor de kengetallen

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

geen norm

geen norm

geen norm

geen norm

geen norm

geen norm

>50% Begr en MJR >0% <20% <95%

20-50% Begr of MJR >0% 20-35% 95-105%

<20% Begr en MJR <0% >35% >105%

Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

Netto schuldquote

52%

46%

50%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

25%

46%

23%

Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

29% 1% 0% 98%

20% 3% -1% 98%

29% 1% 0% 99%

Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Voor onze gemeente zijn de volgende kengetallen actueel

Financiële kengetallen

Verklaring kengetallen: De netto schuldquote geeft het risico voor de gemeente weer als derden niet aan hun verplichtingen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een stichting MFA- of Kulturhus of sportvereniging die geld hebben geleend bij de gemeente. Hoe lager hoe beter. De netto schuldquote (gecorrigeerd) geeft aan of wij in staat zijn de schulden terug te betalen waarvoor wij volledig zelf aan de lat staan. Hoe lager, hoe beter. Solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is aan haar totale financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Structurele exploitatieruimte geeft aan of gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te kunnen vangen dan wel, of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger hoe beter. Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de totale baten. Hoe lager hoe beter. Belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter. 76

RISICO'S Voor dit jaarverslag actualiseerden wij de risico-inventarisatie. Het ontstaan van nieuwe risico's is altijd mogelijk, ook kunnen risico's in omvang wijzigen. Tenslotte kunnen risico's oplossen. CONCLUSIE Onze risico's worden steeds omvangrijker. Inwoners en ondernemers, al dan niet verenigd in belangenorganisaties , worden mondiger en stellen eerder de overheid aansprakelijk voor schade. De gewijzigde economische omstandigheden hebben de afgelopen jaren een behoorlijke impact op de omvang van onze risico's. Ook in 2025 blijven risico's aanwezig. Wijzigingen in rijksbeleid kunnen er toe bijdragen dat risico's op gemeenten worden afgewenteld. Met de ontwikkelingen in Midden Oosten en Oekraïne, de stijging van de energie-, rente-, salaris- en grondstoffenkosten en de toenemende inflatie is in deze paragraaf nog geen rekening gehouden. Met deze waarschuwingen moet in de beschouwing van de ratio rekening worden gehouden. Onze totale weerstandscapaciteit is voldoende om de risico's af te dekken. Met de kanttekening dat onze structurele risico's fors hoger zijn dan de structurele weerstandscapaciteit. Het overschot op de incidentele weerstandscapaciteit is nu nog toereikend om gedurende 4 jaar het structurele tekort af te dekken. De weerstandsratio is positief en komt uit op een score van 1,74.

Dit betekent dat wij voldoende in staat zijn mogelijke financiële tegenvallers op te vangen en daarmee voldoen aan de gestelde kaders.

77

PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ALGEMEEN Inleiding De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in het onderhoud van onze gemeentelijke kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen zijn het bezit van de gemeente. Deze investeringen heeft de gemeente in het verleden gedaan en vergen daarna regelmatig onderhoud. Voorbeelden zijn wegen, bruggen, riolering, gebouwen en groen. Het onderhouden van kapitaalgoederen is van belang voor aspecten als bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Maar ook om haar functies te kunnen blijven vervullen natuurlijk. Doelstelling van deze paragraaf is u te informeren over de hoofdlijnen van het beleid rondom de kapitaalgoederen. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat de volgende kapitaalgoederen: a. wegen; b. riolering; c. water; d. groen; e. gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen geeft de paragraaf per onderdeel inzicht in: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk c.q. beheerplan

Jaar

Planperiode

Waterplan Groenbeleidsplan Bomenbeleidsplan Kwaliteitsimpuls groen Gladheidsbestrijding uitvoeringsprogramma Beheerplan gemeentelijke gebouwen 2022-2025 Beheer- en Onderhoudsrapportage Verhardingen 2022-2026 Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027 Beleid- en beheerplan Openbare verlichting 2025-2029

2005 2011 2015 2018 2018 2021 2022 2022 2025

2005-2025

2022-2025 2022-2026 2023-2027 2025-2029

WEGEN Algemeen Ons gemeentelijk beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. Daarnaast willen we ons wegennet inrichten volgens de Basiskenmerken Wegontwerp volgens het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP). Financiën In 2025 realiseerden we met betrekking tot de wegen de volgende baten en lasten: Werkelijk Raming Werkelijk Exploitatiebudgetten wegen en bruggen 2024 2025 2025 kostensoort Dagelijks onderhoud € 370.063 € 371.750 € 353.688 Salarislasten € 411.506 € 356.816 € 506.271 Dotatie aan voorziening € 846.122 € 1.149.922 € 1.149.922 Kapitaallasten € 149.464 € 237.296 € 252.601 Overige kosten € 72.236 € 73.540 € 75.566 Diverse baten -€ 57.468 -€ 23.772 -€ 84.251 totale exploitatiebudget wegen en bruggen

€ 1.791.925

€ 2.165.552

€ 2.253.798 78

Voor het onderhoud aan de wegen en civiele kunstwerken gebruiken we voorzieningen om de kosten te egaliseren. Het verloop van de voorziening ziet er zo uit.

Ontwikkeling bijhorende voorzieningen Voorziening wegen Voorziening civiele kunstwerken

Stand 1-1-2025 € 355.070 € 435.985

mutaties 2025 -€ 99.459 -€ 23.511

Stand 31-12-2025 € 255.611 € 412.475

Risico's De afgelopen jaren is de voorziening wegen afgenomen. Dit komt doordat er veel onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd, maar ook door prijsstijgingen. Op dit moment zijn er nog voldoende middelen beschikbaar voor de planperiode (t/m 2026). Op termijn kan dit een stijging van de jaarlijkse dotatie in de voorziening betekenen. Wij blijven dit monitoren. Daarnaast zien we dat de kwaliteit van nieuwe verhardingsmaterialen de laatste decennia is afgenomen. Met name bij de beton en asfaltproducten. Hierdoor is de verwachting dat er vaker onderhoud nodig is. ONDERHOUD WATERGANGEN Algemeen De gemeente heeft de plicht beheer en onderhoud uit te voeren aan B- en C-watergangen en vijvers op en aan eigen terrein. Financiën In 2025 realiseerden we met betrekking tot de watergangen de volgende baten en lasten:

Exploitatiebudgetten watergangen

Werkelijk 2024

Raming 2025

Werkelijk 2025

kostensoort Dagelijks onderhoud Salarislasten

€ 51.260 € 13.877

€ 80.833 €0

€ 48.601 € 14.137

totale exploitatiebudget watergangen

€ 65.137

€ 80.833

€ 62.738

Risico's Volgens ons beleid "beheer en onderhoud watergangen" blijft het vrijgekomen slootmaaisel op de kant liggen. Dit veroorzaakt ophoging van de bermen. Het regenwater kan hierdoor slecht naar de sloot stromen en blijft aan de kant van de verharding en in de berm staan. Dit veroorzaakt schade aan de wegen en de bermen. Voor de versterking van de biodiversiteit is het belangrijk om het maaisel van de bermen en de watergangen af te voeren. OPENBARE VERLICHTING Algemeen Wij maken gebruik van een beheersysteem openbare verlichting in Geovisia. Er is een meerjarenplanning voor het onderhoud aan gekoppeld. De dagelijkse storingen staan geregistreerd in Meldesk via meldingen vanuit bewoners. Financiën In 2025 realiseerden we met betrekking tot de verlichting de volgende baten en lasten:

79

Exploitatiebudgetten openbare verlichting

Werkelijk 2024

Raming 2025

Werkelijk 2025

kostensoort Dagelijks onderhoud Elektriciteit Salarislasten Afschrijvingslast Overige kosten Diverse baten

€ 63.446 € 133.030 € 38.119 € 35.716 € 250 -€ 450

€ 59.541 € 160.188 € 53.410 € 45.626 € 3.892 -€ 3.570

€ 35.697 € 56.938 € 39.452 € 47.547 €0 €0

totale exploitatiebudget openbare verlichting

€ 270.110

€ 319.087

€ 179.634

Ledverlichting In 2014 zijn we gestart met de ombouw van traditionele naar led-armaturen. Tot en met 2025 zijn er ca. 2914 led-armaturen geplaatst / vervangen. Dit komt neer op circa 77,5% van het gehele areaal. Dit loopt volgens planning om in 2030 alle armaturen te vervangen. Onderhoud In 2025 is het beleid- en beheerplan geactualiseerd en vastgesteld voor de periode 2025 t/m 2029 met een doorkijk van 10 jaar. Begin 2024 heeft de aanbesteding plaatsgevonden van het onderhoudscontract, dit loopt tot en met 2027. RIOLERING EN WATER Algemeen Op grond van de 'Waterwet" en de 'Wet Milieubeheer' heeft de gemeente 3 zorgplichten: 1. Inzameling en transport van afvalwater; 2. Inzameling en verwerking van overtollig hemelwater; 3. Inzameling en verwerking van overtollig grondwater.

Voor deze zorgplicht voeren wij de volgende hoofdactiviteiten uit: - Zorg dragen voor het dagelijks beheer van het rioolstelsel; - Onderzoek naar en monitoren van het functioneren van het rioolstelsel ter toetsing aan de doelen van Gemeentelijk RioleringsPlan; - Onderhoud, reparatie, renovatie en vervanging van het gemeentelijke rioolstelsel; - Uitvoeren van de maatregelen uit het Waterplan; - Onderzoek naar het functioneren van de waterstelsels en -voorzieningen en monitoren van grondwaterstanden; - Onderhoud, herstel en renovatie van watervoorzieningen, zoals drainagestelsels, retentievijvers en wadi’s; - Plan- en beleidsvorming op het gebied van water, klimaat en riolering; - Op orde hebben en houden van de rioolbeheergegevens en de watergegevens. Beleid In de raadsvergadering van 13 oktober 2022 is het beleidsplan Water en Riolering (bWR) vastgesteld. De looptijd van dit plan is van 2023 t/m 2027. Financiën De financiën voor riolering en water zijn opgebouwd uit 3 pijlers: 1. Exploitatie (beheer en onderhoud riool/water-stelsel); 2. Investeringen (rioolvervangingen, projecten waterplan); 3. Voorziening Riolering. Alle kosten worden volledig gedekt uit de inkomsten van de rioolheffing. Wij mogen de rioolheffing alleen gebruiken voor deze drie pijlers.

In artikel 228a van de gemeentewet staat dat wij belasting kunnen heffen voor het bestrijden van kosten die verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en 80

b.

de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Financiën In 2025 realiseerden we met betrekking tot de riolering de volgende lasten:

Exploitatiebudgetten riolering

Werkelijk 2024

Raming 2025

Werkelijk 2025

Kostensoort Afschrijvingslast Beheer en onderhoud Hemel- en grondwaterplicht Overhead

€ 805.422 € 605.440 € 171.295 € 335.089

€ 873.186 € 506.742 € 252.458 € 458.134

€ 896.586 € 601.090 € 235.863 € 293.740

Extracomptabel toe te rekenen kosten Rente Overhead BTW

€ 175.743 € 199.990 € 341.161

€ 278.284 € 184.360 € 336.218

€ 278.384 € 181.680 € 353.412

totale exploitatiebudget riolering

€ 2.634.140

€ 2.889.382

€ 2.840.755

Voorziening De voorziening riolering gebruiken we om de jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie van de riolering op te vangen.

Ontwikkeling voorziening riolering

Stand 1-1-2025

Voorziening riolering

€ 1.031.303

mutaties 2025 -€ 69.611

Stand 31-12-2025 € 961.692

Risico's De kwaliteit van het vrijvervalrioolstelsel is matig. Dit komt door de klei ondergrond en de aantasting maar ook infiltratie van grondwater door de aanvoer van de omliggende rivieren. De meeste strengen in ons stelsel lopen richting de 50 jaar, de gemiddelde levensduur van een riool is 50 jaar. Dit betekent dat er een behoorlijke vervangingsopgave aan zit te komen. Ook de aantasting van de inprikpunten van de drukriolering hebben een negatieve invloed op ons rioolstelsel. Wij proberen waar mogelijk deze strengen te renoveren, zodat deze bestand zijn tegen de H2S gasvorming. Wij hebben binnen onze gemeente +- 100 km vrijvervalriolering, de gemiddelde levensduur betreft 50 jaar. Dit betekent dat wij jaarlijks 2 km zouden moeten vervangen of renoveren. Uitgezonderd van de eventuele verbeteringen. Het vervangen van riolering kan geraamd worden op € 1.000 per meter. GROEN Algemeen Openbaar groen is van groot belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Groen zorgt voor verkoeling, maakt de dorpen klimaatbestendiger en is van belang voor de biodiversiteit. Bomen zijn beeldbepalende elementen die belangrijk zijn voor de oriëntatie, leefbaarheid en karakteristiek in de dorpen en het buitengebied. In het stedelijk gebied zijn bomen een belangrijk element om hittestress

81

tegen te gaan. In het Bomenbeleidsplan zijn beleidsthema's uitgewerkt om het bomenbestand op een duurzame en veilige manier in stand te houden en te ontwikkelen. Financiën In 2025 realiseerden we met betrekking tot het groenonderhoud de volgende baten en lasten:

Exploitatiebudgetten groen kostensoort Dagelijks onderhoud Salarislasten Afschrijvingslast Overige kosten Diverse baten totale exploitatiebudget groen

Werkelijk 2024

Raming 2025

Werkelijk 2025

€ 755.054 € 829.218 € 22.879 € 3.392 -€ 22.087

€ 940.608 € 731.278 € 34.292 € 2.811 -€ 1.310

€ 735.407 € 903.677 € 36.454 € 5.296 -€ 1.688

€ 1.588.456

€ 1.707.679

€ 1.679.147

GEBOUWEN Algemeen Wij hebben in onze gemeente accommodaties voor sport, kunst en cultuur, welzijn en de huisvesting van ons gemeentelijke apparaat. Iedere vier jaar beoordelen wij de staat van onderhoud van de gemeentelijke gebouwen en stellen op basis hiervan een meerjarenonderhoudsprogramma op. Het daadwerkelijke onderhoud voeren wij pas uit na een actuele inspectie. Bij deze inspectie beoordelen wij of de geplande werkzaamheden echt noodzakelijk zijn of nog uitgesteld kunnen worden. In het beheerplan is rekening gehouden met de geldende wet- en regelgeving en de mogelijkheid om bij het uitvoeren van onderhoud de gebouwen te verduurzamen. Het huidige beheerplan voor de gemeentelijke gebouwen beslaat de periode 2022-2025. Voor 2026-2029 ligt er een nieuw onderhoudsplan klaar, deze moet nog worden bekrachtigd (uitgesteld besluit). Financiën In 2025 realiseerden we met betrekking tot het onderhoud aan gebouwen de volgende baten en lasten:

Exploitatiebudgetten gebouwen

Werkelijk 2024

Raming 2025

Werkelijk 2025

kostensoort Dagelijks onderhoud Gas/Water & Electra Salarislasten Dotatie aan voorziening Afschrijvingslast Overige kosten Huurinkomsten & overige baten

€ 411.045 € 171.596 € 130.721 € 275.228 € 275.498 € 67.617 -€ 224.333

€ 304.353 € 152.112 € 122.358 € 266.094 € 291.445 € 77.462 -€ 146.543

€ 341.012 € 131.757 € 115.463 € 266.094 € 303.184 € 70.607 -€ 160.023

totale exploitatiebudget gebouwen

€ 1.107.373

€ 1.067.281

€ 1068.094

Voor het onderhoud aan de gebouwen gebruiken we een voorziening om de kosten te egaliseren. Het verloop van de voorziening ziet er zo uit.

Ontwikkeling voorziening gebouwen

Stand 1-1-2025

Voorziening gebouwen

€ 2.348.845

mutaties 2025 € 178.660

Stand 31-12-2025 € 2.527.505

82

Risico’s Afhankelijk van de werkelijke onderhoudstoestand wordt gekeken welke onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. De raming van de budgetten is gebaseerd op het prijspeil bij het opstellen van het onderhoudsplan gecorrigeerd met de index die door de gemeente wordt toegepast. De ervaring leert dat de gemeentelijke index en de index van de marktpartijen van elkaar afwijken. CONCLUSIE Onderhoudsplannen Voor het onderhoud aan onze kapitaalgoederen werken we zo veel mogelijk met meerjarige onderhoudsplannen. De onderhoudsplannen voor de gemeentelijke gebouwen en wegen worden in 2026 geactualiseerd. Het nieuwe onderhoudsplan voor openbare verlichting is op 10 april 2025 door uw raad vastgesteld. Periodiek kijken we naar het bijstellen van deze plannen. Onderhoudsvoorzieningen Om de kosten gelijkmatig over de jaren te verdelen werken we met onderhoudsvoorzieningen. Dit is het geval bij: onderhoud gebouwen, wegen, riolering en civiele kunstwerken. Jaarlijks wordt gecontroleerd of de onderhoudsvoorzieningen toereikend zijn om het toekomstige onderhoud uit te kunnen voeren (zoals opgenomen in de onderhoudsplannen).

83

PARAGRAAF FINANCIERING ALGEMEEN Inleiding Het doel van deze paragraaf is om u te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit dienen wij te doen binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. Gemeentelijke kaders Onze kaders zijn vastgelegd in de, op grond van artikel 212 Gemeentewet, vastgestelde ’Financiële verordening gemeente West Maas en Waal‘ (Rb. 07 december 2023). Het gaat om kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie zoals doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor ons college gelden. In het door ons op 10 januari 2012 vastgestelde Treasurystatuut is de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het bevat met name protocollen voor de dagelijkse uitvoering. De onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie.

Hoofddoelstelling beleid Inzicht hebben in de lange termijn ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Het aangaan en verstrekken van geldleningen en ook het verstrekken van garanties is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Hierbij mogen geen overmatige risico’s worden gelopen. Het gebruik van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is bedoeld als normstellend. Algemene ontwikkelingen / rentevisie De treasuryactiviteiten staan bloot aan zowel interne als externe ontwikkelingen. De interne ontwikkelingen bestaan uit het oppakken van nieuwe activiteiten, investeringsplannen en reorganisatieprocessen. De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, en ook wijzigingen in wet- en regelgeving. Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige en bijna onmogelijke opgaaf, zeker op de lange termijn. Niettemin kan het waardevol zijn om de drijvende factoren achter de rente in kaart te brengen, zodat een beeld ontstaat van de risico’s en onzekerheden over het verloop van de rente in de toekomst. Hierbij zijn echter legio scenario’s denkbaar. RISICOMANAGEMENT Risicomanagement is het identificeren en kwantificeren van risico's en het vaststellen van beheersmaatregelen.

Hiermee worden activiteiten bedoeld waarmee de kans van optreden of de gevolgen van risico's worden beïnvloed. De risico’s die binnen onze gemeente worden gelopen bij de uitvoering van de treasurytaak bestaan voornamelijk uit renterisico's. Om die risico's te beperken en te beheersen geldt er een kasgeldlimiet en is er een renterisiconorm ontwikkeld. Daarnaast verdient vooral het kredietrisico aandacht. Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut zijn algemene uitgangspunten opgenomen om dit risico te beperken. Met betrekking tot risicobeheer hanteren wij, vanwege het treasurystatuut, de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de ’publieke taak’ uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie, als deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. 84

LENINGPORTEFEUILLE EN FINANCIERINGSBEHOEFTE Lening portefeuille In 2025 is 1 nieuwe geldlening afgesloten, groot € 4.000.000. Het rentepercentage bedraagt 2,730%. De lening wordt in 10 jaar lineair afgelost. De ontwikkeling van de huidige lening portefeuille ziet er als volgt uit:

Omschrijving Aanwezige leningen Schuldrestant per 1 januari Nieuw aangetrokken leningen Aflossingen Schuldrestant per 31 december Nadere info Gewogen gemidddelde rentepercentage Bijhorende rentelasten

jaar 2025

jaar 2026

jaar 2027

jaar 2028

€ 28.377.448 € 4.000.000 € 3.488.818 € 28.888.630

€ 28.888.630 € 10.000.000 € 3.650.875 € 35.237.755

€ 35.237.755

€ 30.774.302

€ 4.463.453 € 30.774.302

€ 4.176.574 € 26.597.728

1,73% € 490.164

2,09% € 752.658

2,16% € 693.121

2,20% € 612.339

In 2025 is 1 geldlening, groot € 2.500.000 met een rentepercentage van 0,780% met 10 jaar lineaire aflossing, afgelost. Per 31 december 2025 heeft de gemeente 14 langlopende geldleningen o.g. met een totaal schuldrestant van € 28,8 miljoen. In 2017, in 2021 en in 2024 is een lening aangetrokken bij de NWB Bank. Alle overige leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. De rentetypische looptijd van zeven leningen is 10 jaar. Vijf leningen hebben een rentetypische looptijd van 20 jaar en twee leningen hebben een rentetypische looptijd van 50 jaar. Over 2024 bedraagt de totale rentelast € 490.164. Financieringsbehoefte Periodiek stellen we de liquiditeitenplanning bij. Hieruit blijkt wat de financieringsbehoefte is. In de behoefte wordt voorzien door benutting van de ruimte binnen het rekening-courantkrediet van € 3,7 miljoen. Voor het meerdere wordt overgegaan tot het aantrekken van een nieuwe lening. In het onderstaand overzicht wordt de financieringsbehoefte per begin en eind boekjaar van 2025 weergegeven.

Berekening financieringsbehoefte

1-1-2025

31-12-2025

Financieringsbehoefte Boekwaarde staat activa Boekwaarde voorraad grond Financieringsbehoefte

€ 60.731.452 -€ 200.916 € 60.530.536

€ 67.305.798 €0 € 67.305.798

Financieringsmiddelen Langlopende geldleningen o/g Reserves en voorzieningen Financieringsmiddelen

€ 28.377.448 € 29.891.127 € 58.268.575

€ 28.888.630 € 32.982.429 € 61.871.059

Resterende financieringsbehoefte

€ 2.261.962

€ 5.434.739

2025

RENTERESULTAAT De financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken. In juli 2016 is door de Commissie BBV de Rentenotitie 2017 uitgebracht. Op grond van de aanbevelingen in deze notitie wordt vanaf 2017 over het eigen vermogen en de voorzieningen geen rentevergoeding berekend. 85

Onze gemeente trekt niet voor iedere financiering een aparte lening aan, maar financiert het geheel van investeringen (integrale financiering). Tegenover de totaliteit van de boekwaarden van alle investeringen staan de totaal beschikbare financieringsmiddelen. Door middel van de omslagrente worden de kapitaallasten (rente en afschrijving) van investeringen toegerekend aan taakvelden en maken deze lasten vervolgens deel uit van de betreffende programma's. De omslagrente hoeft niet de huidige marktcondities te weerspiegelen. Om te voorkomen dat het rente-omslagpercentage jaarlijks moet worden bijgesteld, wordt vaak voor een langere periode een percentage vastgesteld. Dit leidt ertoe dat de rente die aan de programma's en taakvelden wordt toegerekend vast en dus stabiel is. Als het rente-omslagpercentage gaat afwijken van de werkelijke vermogenskostenvoet (werkelijke rentelasten), ontstaat een renteresultaat. Wanneer het renteresultaat (te) hoog wordt, is dat een signaal om het rente-omslagpercentage te herzien. In feite worden dan de programma's en taakvelden te hoog belast. Met ingang van 2018 zijn wij verplicht met de rentelasten en het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage binnen vastgestelde normen te blijven.

Als de afwijking tussen de werkelijke rentelasten en de voorgecalculeerde rentelasten meer dan 25% is dient binnen de renteberekening een correctie plaats te vinden. Bij de rekening 2025 is een percentage van 0,6% berekend. In de begroting 2025 was een percentage van 0,35% berekend. Het renteschema ziet er als volgt uit:

Renteschema

jaar 2025

Door te belasten rentekosten Rentebetalingen aan externe partijen Renteontvangsten van externe partijen Door te belasten rentekosten

€ 683.234 -€ 447.847 € 235.386

Rente die toegerekend moet worden aan de grondexploitatie Verder nog door te belasten rentekosten

-€ 2.270 € 237.656

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rentekosten

€ 237.041

Renteresultaat op taakveld Treasury

€ 615

BEHEERSING RISICO'S Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het bewust beperken van de negatieve invloed van toekomstige rentewijzigingen op het resultaat van de organisatie en op de waarde van rentedragende activa en passiva. Ook het minimaliseren van de rentekosten en het optimaliseren van de rentebaten behoren tot dit onderwerp. Om de renterisico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en een renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de maximaal toegestane omvang van de kortlopende schuld aan. De kasgeldlimiet is ingevoerd om de gemeente te behoeden voor het risico dat de rentelasten opeens fors stijgen, omdat de rente voor kortlopende leningen sterk kan fluctueren. Voor het begrotingsjaar 2025 bedroeg de kasgeldlimiet van onze gemeente € 4.919.614, zijnde 8,5% van het begrotingstotaal ad. € 57.877.815. Gedurende 2025 werd de kasgeldlimiet niet overschreden. Dat is maximaal twee opeenvolgende kwartalen toegestaan.

86

Realisatie kasgeldlimiet per kwartaal Vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

gemiddeld jaar 2025

€0 € 1.058.675 €0 €0 € 1.058.675

€0 € 1.036.201 € 10.000 €0 € 1.046.201

€0 € 1.015.368 €0 €0 € 1.015.368

€ 1.666.667 € 1.465.325 -€ 15.000 €0 € 3.116.992

€ 416.667 € 1.143.892 -€ 1.250 €0 € 1.559.309

€0 € 3.213 € 5.442 €0 € 8.655

€0 € 3.224 € 6.613 €0 € 9.837

€0 € 3.174 € 7.050 €0 € 10.224

€0 € 2.959 € 6.121 €0 € 9.080

€0 € 3.143 € 6.306 €0 € 9.449

Netto vlottende schuld

€ 1.050.020

€ 1.036.364

€ 1.005.144

€ 3.107.912

€ 1.549.860

Toegestane kasgeldlimiet

€ 4.919.614

€ 4.919.614

€ 4.919.614

€ 4.919.614

€ 4.919.614

Ruimte binnen toegestane kasgeldlimiet

€ 3.869.594

€ 3.883.250

€ 3.914.470

€ 1.811.703

€ 3.369.754

Vlottende middelen Uitgeleende gelden < 1 jaar Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen

Renterisiconorm Het begrip renterisiconorm is ingevoerd om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen, en zodoende het renterisico bij herfinanciering van de vaste schuld te beheersen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van 2,5 miljoen euro. De berekening van de huidige renterisiconorm in meerjarenperspectief is opgenomen in het volgend overzicht.

Renterisico op vaste schulden

jaar 2025

jaar 2026

jaar 2027

jaar 2028

Renterisico Renteherzieningen Aflossingen Totaal renterisico

€0 € 3.488.818 € 3.488.818

€0 € 3.650.875 € 3.650.875

€0 € 4.463.453 € 4.463.453

€0 € 4.176.574 € 4.176.574

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal vast percentage van begrotingstotaal Renterisiconorm

€ 57.877.815 20% € 11.575.563

€ 57.877.815 20% € 11.575.563

€ 57.877.815 20% € 11.575.563

€ 57.877.815 20% € 11.575.563

Ruimte binnen toegestane renterisiconorm

€ 8.086.745

€ 7.924.688

€ 7.112.110

€ 7.398.989

Kredietrisicobeheer Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut is vastgelegd dat de gemeente alleen overtollige middelen mag uitlenen aan betrouwbare bedrijven met minimaal een zogeheten AAA-rating (looptijd langer dan 3 maanden) c.q. AArating (looptijd tot 3 maanden), aan ondernemingen waarvoor een solvabiliteitsratio van 0% geldt of aan de centrale overheid. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.

87

Schuldrestant aan het begin van het jaar Actuele leningen (u/g) Geldlening aan St. Kulturhus Boven-Leeuwen Geldlening aan st. MFA Dreumel (lening 1) Geldlening aan st. MFA Dreumel (lening 2) Geldlening aan st. Sport & Recreatie (lening 1) Geldlening aan st. Sport & Recreatie (lening 2) Geldlening aan dorpshuis de Hucht in Alphen Totaal actuele leningen Nadere info Gewogen gemiddeld rentepercentage

jaar 2025

jaar 2026

2.598.840 3.411.230 298.028 1.161.708 1.757.560 1.229.695 € 10.457.061

2.513.413 3.314.716 289.596 1.090.258 1.717.821 1.205.098 € 10.130.903

2.426.278 3.216.272 280.995 1.053.916 1.606.993 1.180.010 € 9.764.464

2.337.400 3.115.858 272.223 1.017.574 1.606.993 1.154.419 € 9.504.468

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

jaar 2027

jaar 2028

Zie voor een toelichting op de verstrekte geldleningen de toelichting op de balans zoals opgenomen in de jaarrekening. Aandelen De gemeente is in het bezit van 18.693 gewone aandelen Vitens. De nominale waarde hiervan is € 1 per aandeel. Als aandeelhouder komen alleen publiekrechtelijke (direct of indirect) rechtspersonen in aanmerking. Door de beperkte verhandelbaarheid is het moeilijk een marktwaarde te noemen. Overigens onderschrijven wij het belang dat de drinkwatervoorziening in publieke handen blijft. Op grond van het treasurystatuut vindt aankoop en verkoop van aandelen uitsluitend plaats in het kader van de uitoefening van de publieke taak. Schatkistbankieren Wij zijn verplicht om onze overtollige middelen in de Rijksschatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag bedroeg tot en met juni 2021 0,75% van het begrotingstotaal. Vanaf juli 2021 is het drempelbedrag verhoogt naar 2,0% van het begrotingstotaal, waarbij het minimale drempelbedrag € 1 miljoen bedraagt. Intern liquiditeitsbeheer Liquiditeitsrisico is het risico dat wij op de korte termijn niet genoeg geld in kas hebben om aan onze verplichtingen te voldoen. Om deze reden stellen wij liquiditeitsplanningen en een liquiditeitsbegroting op.

Hierbij zien wij erop toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij de verplichtingen tijdig kunnen nakomen. Wij beperken onze interne liquiditeitsrisico’s door onze treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot 1 jaar), en ook een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar. Bij deze laatste dient enige terughoudendheid in acht te worden genomen. Een goede planning, zeker op de langere termijn, is gelet op de onzekere factoren die een rol spelen zoals vertragingen in de investeringsplanning en de informatievoorziening niet eenvoudig. Meerjarenramingen zijn veelal onbetrouwbaar, zowel qua volume als tijdpad. Wanneer op basis daarvan op voorhand leningen dienen te worden afgesloten, gaan wij onbedoeld renterisico’s lopen. Met name bij de op termijn voorziene grote(re) investeringen vormen het politieke, procedurele en de uiteindelijke omvang van de financieringsbehoefte dermate onzekere factoren dat dit een ongewenste risicovergroting zou vormen. Voor het liquiditeitenbeheer is, met ingang van 15 november 2018, met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten een Financieringsovereenkomst voor een (Rekening-courant) Krediet- en Depotarrangement (tijdelijk overtollige middelen beleggen) afgesloten.

De Financieringsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd en kan schriftelijk geheel of gedeeltelijk worden opgezegd. De kredietlimiet bedraagt € 3.700.000. Over het gebruikte deel van de rekening-courant moet de 1-maands Euribor + 0,15% worden betaald. Gedurende het jaar 2025 was de 1-maands Euribor gemiddeld 2,120%. Per saldo 2,135% te betalen. Daarnaast moet over het ongebruikte deel van de rekening-courant 0,04% bereidstellingsprovisie worden betaald.

88

PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ALGEMEEN De paragraaf bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering (BBV, artikel 14). Inleiding Deze paragraaf bestaat uit de middelenfuncties ter ondersteuning van de uitvoering van de programma's (primaire proces) en bevat de onderdelen Personeel & Organisatie, Planning & Control, Informatievoorziening & Automatisering, Communicatie, Klant Contact Centrum en Facilitaire zaken. De bedrijfsvoering is ondersteunend aan, en medebepalend voor, de kwaliteit van het primaire proces en de realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten. De interne organisatie staat volledig ten dienste aan het primaire proces. Dit betekent dat de kwaliteit en omvang van de gemeentelijke organisatie, maar ook faciliteiten als bijvoorbeeld huisvesting en automatisering indirect van grote invloed zijn op het behalen van de gewenste effecten. In deze paragraaf staan de behaalde resultaten op de verschillende onderdelen van de bedrijfsvoering. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk

Jaar

Communicatiebeleidsplan ICT-verbeterplan Informatiebeveiligingsbeleid Programmaplan organisatieontwikkeling 2023-2026 Inkoopbeleid HR Beleidskaders

2020 2022 2023 2024 2024 2024

PERSONEEL EN ORGANISATIE Ons doel is om de organisatie toekomstbestendig te maken. We streven naar een efficiënte en effectieve organisatie met sterke bestuurskracht, waarbij we dienstverlening in de breedste zin van het woord centraal stellen. Samen met de West Maas en Waalse samenleving willen we de leefbaarheid in onze gemeente behouden en versterken. Met behulp van het Programmaplan Organisatieontwikkeling 2023 – 2026 ‘Samen Verder’ verbeteren we de efficiency en effectiviteit van onze organisatie, zodat we onze inwoners nog beter van dienst kunnen zijn. We zien de gemeente als partner van inwoners, ondernemers en organisaties om de leefbaarheid van onze gemeente te behouden en te verbeteren. We streven naar: • 8 goed leefbare dorpen; • Samenwerking (tussen de dorpen onderling en met andere gemeenten); • Regie (beleid staat centraal, uitvoerende taken kunnen evt. uitbesteed worden). De wereld staat niet stil. Daarom is organisatieontwikkeling ook nooit “af”. Technologie ontwikkelt, nieuwe wetgeving, wensen van de omgeving veranderen, onverwachte gebeurtenissen komen op ons af. Daar moeten we op anticiperen. Onze organisatie moet daartoe: • Een bestuurskrachtige organisatie zijn en blijven; • Goede dienstverlening bieden; • Onze inwoners ondersteunen bij regie op hun leefomgeving. Het programmaplan is onze leidraad om de koers van de organisatieontwikkeling vast te houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16961586/1