Bijlage 1 GEWIJZIGD Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Jaar
Nota weerstandsvermogen Nota risicomanagement Nota activabeleid Nota reserves en voorzieningen 2019 Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente West Maas en Waal Verordening controle financiële beheer en organisatie gemeente West Maas en Waal Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid Belastingverordeningen 2025 Rechtmatigheids- en controleprotocol 2024-2028
2012 2013 2019 2019 2023 2023 2023 2025 2025
BELEIDSINDICATOREN Beleidsindicator
Jaar meting
Landelijk
Provincie
379
380
WMW
Begroting 2026
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing Gemiddelde WOZ waarde (in € 1.000)
2024
401
478
31
WAT MAG HET KOSTEN? Bedragen x € 1.000
Exploitatie
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Totaal lasten
-1.009 N
-903 N
-844 N
-853 N
-845 N
-871 N
Totaal baten
43.184 V
45.643 V
47.463 V
48.944 V
49.699 V
51.918 V
Saldo van dit programma
42.175 V
44.741 V
46.620 V
48.091 V
48.855 V
51.047 V
32
RECAPITULATIE VAN BATEN EN LASTEN Bedragen x €1.000
Programma
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
-4.906 N
-6.235 N
-5.005 N
-4.962 N
-5.008 N
-4.914 N
Lasten Programma 1 - Wonen, werken en recreëren Programma 2 - Maatschappelijke zaken
-34.659 N -30.984 N -31.180 N -32.064 N -32.902 N -33.803 N
Programma 3 - Fysieke leefomgeving
-10.102 N -10.126 N -10.443 N -10.778 N -11.156 N -11.433 N
Programma 4 - Burger, bestuur en veiligheid Programma 5 - Bedrijfsvoering
-4.557 N
-4.722 N
-4.952 N
-5.139 N
-5.237 N
-8.697 N -10.143 N
-9.278 N
-9.343 N
-9.637 N -10.050 N
-844 N
-853 N
-903 N
-845 N
-5.364 N
Algemene dekkingsmiddelen
-1.009 N
Totaal lasten
-63.930 N -63.113 N -61.702 N -63.139 N -64.785 N -66.435 N
-871 N
Baten Programma 1 - Wonen, werken en recreëren Programma 2 - Maatschappelijke zaken
4.187 V
2.880 V
2.059 V
2.144 V
2.284 V
2.308 V
10.532 V
5.682 V
5.084 V
5.103 V
4.749 V
4.519 V
Programma 3 - Fysieke leefomgeving
6.956 V
6.669 V
6.694 V
6.752 V
6.833 V
6.908 V
Programma 4 - Burger, bestuur en veiligheid Programma 5 - Bedrijfsvoering
503 V
479 V
495 V
495 V
505 V
506 V
642 V
937 V
48 V
49 V
33 V
30 V
Algemene dekkingsmiddelen
43.184 V
45.643 V
47.463 V
48.944 V
49.699 V
51.918 V
Totaal baten
66.004 V
62.290 V
61.843 V
63.487 V
64.103 V
66.189 V
-719 N
-3.355 N
-2.947 N
-2.818 N
-2.725 N
-2.607 N
Saldo Programma 1 - Wonen, werken en recreëren Programma 2 - Maatschappelijke zaken
-24.127 N -25.302 N -26.096 N -26.960 N -28.153 N -29.284 N
Programma 3 - Fysieke leefomgeving
-3.146 N
-3.457 N
-3.749 N
-4.026 N
-4.323 N
-4.525 N
Programma 4 - Burger, bestuur en veiligheid Programma 5 - Bedrijfsvoering
-4.054 N
-4.243 N
-4.457 N
-4.643 N
-4.733 N
-4.858 N
-8.055 N
-9.206 N
-9.230 N
-9.294 N
-9.604 N -10.020 N
Algemene dekkingsmiddelen
42.175 V
44.741 V
46.620 V
48.091 V
48.855 V
51.047 V
Saldo van baten en lasten
2.074 V
-822 N
141 V
350 N
-683 N
-247 N
-823 N
140 V
350 V
-683 N
-247 N
Saldo Programmabegroting 2026
2.074 V
33
DEEL 2 - PARAGRAFEN
34
PARAGRAAF LOKALE HEFFINGEN ALGEMEEN De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste (BBV, artikel 10): a. de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. GERAAMDE INKOMSTEN Werkelijk
Actueel
Mutatie
Raming
Omschrijving
2024
2025
2026
2026
Belastingen OZB-woning eigenaren
€ 2.749.060
€ 3.117.962
€ 355.267
€ 3.473.229
OZB-niet woning eigenaren OZB-niet woning gebruikers
€ 961.068 € 825.395
€ 1.166.750 € 924.375
€ 116.675 € 92.438
€ 1.283.425 € 1.016.813
Roerende zaakbelasting Hondenbelasting
€ 11.415 € 103.845
€ 15.070 € 108.178
€ 1.507 € 10.818
€ 16.577 € 118.996
Toeristenbelasting (incl. watertoer.)* Forensenbelasting
€ 190.140 € 19.301
€ 333.000 € 9.568
€ 57.000 € 957
€ 390.000 € 10.525
Reclamebelasting Totaal belastingen
€ 33.902
€ 30.000
€0
€ 30.000
€ 4.894.126
€ 5.704.903
€ 634.662
€ 6.339.565
Afvalstoffenheffing Brede rioolheffing (niet woningen)
€ 2.699.962 € 268.622
€ 2.848.274 € 278.460
€ 157.185 € 5.569
€ 3.005.459 € 284.029
Brede rioolheffing (woningen) Marktgeld
€ 2.358.356 € 5.055
€ 2.441.840 € 5.386
€ 70.420 € 108
€ 2.512.260 € 5.494
€ 4.735 € 4.592
€ 5.283 € 6.750
€ 106 € 135
€ 5.389 € 6.885
Leges Totaal heffingen
€ 2.278.485
€ 1.792.320
-€ 198.039
€ 1.594.281
€ 7.619.807
€ 7.378.313
€ 35.484
€ 7.413.797
Totale opbrengst lokale heffingen
€ 12.480.031
€ 13.083.216
€ 670.146
€ 13.753.362
Heffingen
Marktgeld (leges) Lijkbezorgingsrechten
BELEID LOKALE HEFFINGEN In deze paragraaf presenteren wij de uitgangspunten en het doel van de gemeentelijke belastingen en heffingen. De gepresenteerde tarieven zijn voorlopige tarieven. De definitieve tarieven worden vastgesteld door middel van verordeningen die in de raad van december 2025 of uiterlijk januari 2026 behandeld zullen worden. Gemeentelijke kaders In bovenstaande tabel is onderscheid gemaakt tussen belastingen en heffingen. De tarieven van belastingen en heffingen worden op een verschillende manier geïndexeerd. De toegepaste indexering is gebaseerd op de Voorjaarsnota 2025 en het amendement (over o.a. de OZB) die zijn vastgesteld in de raad van 3 juli 2025.
35
De opbrengst van de gemeentelijke belastingen gaat naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt dus zelf waaraan dit geld wordt besteed. Bij heffingen is door het Rijk bepaald dat deze niet hoger mogen zijn dan de kosten die bij de heffing horen. We streven naar volledig kostendekkende tarieven. In deze tabel staat welke beleidsstukken actueel zijn. Beleidsstuk
Jaar
Verordening onroerende zaakbelastingen 2025 Verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025 Verordening hondenbelasting 2025 Verordening toeristenbelasting 2025 Verordening watertoeristenbelasting 2025 Verordening forensenbelasting 2025 Verordening reclamebelasting Beneden-Leeuwen Centrum 2018 Verordening afvalstoffenheffing 2025 (vastgesteld door AB-AVRI) Verordening rioolheffing 2025 Verordening marktgelden 2025 Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 Legesverordening 2025 Voorjaarsnota 2025 OVERZICHT PER HEFFING
2024 2024 2024 2024 2024 2024 2017 2024 2024 2024 2024 2024 2025
ONROERENDE ZAAK BELASTINGEN Algemeen Onder de naam ‘onroerende zaakbelastingen’ (OZB) heffen wij: 1. bij niet-woningen: een gebruikersbelasting en een eigenarenbelasting; 2. bij woningen: alleen een eigenarenbelasting. Als heffingsmaatstaf voor de OZB geldt de WOZ-waarde die elk jaar opnieuw wordt bepaald. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de OZB-tarieven voor 2026: - OZB is algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Tariefdifferentiatie (gebruik niet-woningen, zakelijk recht niet-woningen en zakelijk recht woningen); - Opbrengstenstijging 10% (conform amendement bij Voorjaarsnota in de raad van 3 juli 2025); - Areaaluitbreiding verwerken zoals bedoeld is in de motie van de raad van 4 november 2020; - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening per onderdeel toegelicht. Omdat de nieuwe taxatiegegevens bij het opstellen van deze begroting nog niet bekend zijn, gaan wij bij de gepresenteerde tarieven nog uit van de voorlopige waarden per 1 januari 2025. De definitieve waarden zijn volgens planning in december 2025 bekend bij BSR en zullen leiden tot nieuwe OZBtarieven die uiterlijk in december 2025 (of januari 2026) vastgesteld zullen worden.
Berekening OZB-tarief gebruik niet-woningen
Werkelijk
Actueel
Begroting
2024
2025
2026
berekening: rekenkundige opbrengst / heffingsgrondslag = tarief
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorig jaar)
€ 924.375
36
opbrengst stijging van 10,0% geraamde toename opbrengst door areaaluitbr. totale opbrengst OZB gebruik niet woningen
rekenkundig tarief OZB gebruik niet-woningen
Berekening OZB-tarief eigendom niet woningen
€ 92.438 €0 € 825.395
0,2662%
Werkelijk 2024
€ 924.375
€ 1.016.813
0,3060%
raadsvergadering dec.
Actueel 2025
Begroting 2026
berekening: rekenkundige opbrengst / heffingsgrondslag = tarief
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorige jaar) opbrengst stijging van 10,0% geraamde toename opbrengst door areaaluitbr. totale opbrengst eigendom niet woningen
rekenkundig tarief OZB eigendom niet woningen
Berekening OZB-tarief eigendom woningen
€1.166.750 € 116.675 € 961.068
0,2703%
Werkelijk 2024
€ 1.166.750
€0 € 1.283.425
0,3051%
raadsvergadering dec.
Actueel 2025
Begroting 2026
berekening: rekenkundige opbrengst / heffingsgrondslag = tarief
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorige jaar) geraamde toename opbrengst door areaaluitbreiding*
€ 3.117.962 € 39.519
opbrengst stijging van 10,0% totale opbrengst eigendom woningen
€ 3.117.962
€ 315.748 € 3.473.229
0,0814%
raadsvergadering dec.
rekenkundig tarief OZB eigendom woningen
€ 2.749.060
0,0793%
* Er wordt rekening gehouden met een standaard toename van het woningbezit van 100 woningen. ROERENDE ZAAKBELASTINGEN Algemeen Onder de naam 'Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten' (kortweg: RZB) heffen wij een belasting over roerende objecten, zoals woonwagens en woonschepen. De tarieven en de manier van heffen zijn gelijk aan die van de OZB. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de RZB-tarieven: - RZB is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten;
37
-
Tariefdifferentiatie (gebruik niet-woningen, zakelijk recht niet-woningen en zakelijk recht woningen); Tarieven RZB zijn gelijk aan tarieven OZB; Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk.
Tariefberekening In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de opbrengst in beeld gebracht:
Opbrengst RZB
Werkelijk
Actueel
Begroting
2024
2025
2026
tarief RZB is gelijk aan OZB-tarief woningen
Berekening opbrengst geraamde opbrengst (vorige jaar)
€ 15.070
opbrengst stijging van 10,0%
€ 1.507
geraamde toename opbrengst door areaaluitbr.
0
totale opbrengst eigendom woningen
€11.415
rekenkundig tarief OZB eigendom woningen
0,0793%
€ 15.070
€ 16.577
0,0814%
raadsvergadering dec.
HONDENBELASTING Algemeen Onder de naam 'hondenbelasting' heffen wij een directe belasting voor het houden van een of meer honden. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de hondenbelasting: - Hondenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; - Tariefdifferentiatie (1e hond, meerdere honden en kenneltarief); - Tariefstijging 10% conform de vastgestelde Voorjaarsnota 2025 in de raad van 3 juli 2025; - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening toegelicht.
Opbrengst hondenbelasting
Werkelijk 2024
Actueel 2025
Begroting 2026
Tariefstijging van 10,0% in 2026 totale opbrengst hondenbelasting
€ 103.845
€ 108.178
€ 118.996
1e hond Extra hond
€ 36,54 € 73,08
€ 40,19 € 80,39
€ 44,21 € 88,43
Kenneltarief
€ 219,26
€ 241,19
€ 265,30
tarieven:
38
TOERISTENBELASTING Algemeen Onder de naam ‘toeristenbelasting’ en 'watertoeristenbelasting' heffen wij een directe belasting van personen die niet in de gemeente wonen maar wel in onze gemeente overnachten. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de toeristenbelasting: - Toeristenbelasting en Watertoeristenbelasting zijn een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Tariefstijging in 2026 naar € 2,34 per persoon, per overnachting, conform de vastgestelde Voorjaarsnota 2025 in de raad van 3 juli 2025; - Met geïnteresseerde ondernemers is een vaststellingsovereenkomst gesloten voor vaste standplaatsen en ligplaatsen om zonder administratieve last de jaarlijkse heffing te bepalen; - Kwijtschelding is niet mogelijk; - Heffing vindt plaats na afloop van het kalenderjaar. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de ontwikkeling van de opbrengst in beeld gebracht:
Opbrengst toeristenbelasting
Werkelijk 2024
Actueel 2025
Begroting 2026
Tarief: Verhoging van het tarief naar € 2,34 in 2026 Opbrengst toeristenbelasting
€ 190.140
€ 333.000
€ 390.000
Totale opbrengst toeristenbelasting
€ 190.140
€ 333.000
€ 390.000
€ 1,20
€ 2,00
€ 2,34
Tarief:
FORENSENBELASTING Algemeen Onder de naam 'Forensenbelasting' heffen wij een directe belasting van personen die, zonder in onze gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning in onze gemeente beschikbaar houden. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de forensenbelasting: - Forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Tariefstijging in 2026 van 10% conform de vastgestelde Voorjaarsnota 2025 in de raad van 3 juli 2025; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabel wordt de tariefberekening toegelicht.
39
Opbrengst forensenbelasting
Werkelijk 2024
Actueel 2025
Begroting 2026
Tariefstijging van 10% in 2026
Ontwikkeling forensenbelasting Totale opbrengst forensenbelasting
€ 19.301
€ 9.568
€ 10.525
Tarief:
€ 432,75
€ 434,91
€ 478,40
RECLAMEBELASTING Algemeen Onder de naam 'Reclamebelasting' heffen wij een directe belasting van ondernemers die zichtbare reclame uitingen toepassen binnen de kern van Beneden-Leeuwen. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de reclamebelasting: - Reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijhorende kosten; - Met de ondernemersvereniging van Beneden-Leeuwen is overeengekomen dat de totale opbrengst via subsidie beschikbaar gesteld wordt aan het SOBL ondernemingsfonds; - Geen tariefstijging in 2026 volgens kaders uit de Voorjaarsnota 2025; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening Tariefberekening is niet relevant omdat sprake is van een vast tarief per onroerende zaak. In onderstaande tabel is het verloop van de opbrengst in beeld gebracht:
Opbrengst reclamebelasting
Werkelijk
Actueel
Begroting
2024
2025
2026
Tarief: geen index / tarief blijft gelijk in 2026
Ontwikkeling reclamebelasting totale opbrengst reclamebelasting
€ 33.902
€ 30.000
€ 30.000
Maximumtarief:
€ 525,00
€ 525,00
€ 525,00
AFVALSTOFFENHEFFING Algemeen De gemeenschappelijk regeling Afvalverwijdering Rivierenland (GR-Avri) verzorgt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De kosten van Avri worden gedekt met de inkomsten uit de afvalstoffenheffing: een belasting voor het inzamelen en verwerken van afval. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de afvalstoffenheffing gelden deze beleidsuitgangspunten:
40
-
Kostendekkende tarieven voor het basispakket (vast en variabel deel); Kostendekkende tarieven voor het pluspakket; Het vaststellen van de verordening en tarieventabel afvalstoffenheffing is een bevoegdheid van het algemeen bestuur (AB) van de GR-Avri. Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk.
Tariefberekening De tariefberekening voert Avri uit op basis van de vastgestelde begroting voor het komende jaar. Opbrengst afvalstoffenheffing
Werkelijk 2024
Actueel 2025
Begroting 2026
Tarief basispakket (vaste deel): Tarief basispakket (variabele deel / tarief per 30 liter restafvalzak)
€ 318,00 € 1,00
€ 341,00 € 1,00
€ 359,00 € 1,00
Kosten afval Kosten AVRI
2.699.962 2.699.962
2.848.274 2.848.274
3.005.459 3.005.459
Baten afvalstoffenheffing
2.669.962
2.848.274
3.005.459
100%
100%
100%
Kostendekkendheid
Verder worden in onze gemeente in 2026 de navolgende opslagen* op het basistarief gehanteerd (pluspakket): - verwijderen zwerfafval (€ 4,19 per huishouden); - voor het verhalen van de kosten die de gemeente maakt voor het gescheiden inzamelen van luieren incontinentiemateriaal (€ 6,38 per huishouden). * Het betreft voorlopige tarieven omdat definitieve vaststelling plaatsvindt tijdens de AB-vergadering van Avri in december 2025. RIOOLHEFFING Algemeen Onder de naam 'rioolheffing' heffen wij een belasting van degene die aan het begin van het belastingjaar eigenaar is van een perceel dat direct of indirect aangesloten is op de gemeentelijke riolering. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing: - Volledig kostendekkende tarieven; - Tariefstelling is afhankelijk van kostenontwikkeling op basis van het actuele gemeentelijke rioleringsplan (GRP). - Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk; - Eventuele jaarsaldi worden verrekend via de egalisatievoorziening 'riolering'. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht.
41
Berekening kostendekkendheid rioolheffing
Werkelijk 2024
lasten taakveld 7.2 riolering
€ 1.917.876
€ 2.090.520
€ 2.197.809
-€ 36.038 € 28.246
-€ 9.036 -€ 160.046
-€ 9.113 -€ 111.842
netto kosten taakveld 7.2 riolering
€ 1.910.084
€ 1.921.438
€ 2.076.854
extracomptabele toerekening kosten: aanslag oplegging BSR
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
aandeel tractiemiddelen overhead
€ 22.308 € 157.682
€ 28.494 € 135.866
€ 23.872 € 143.496
rente BTW
€ 175.743 € 341.161
€ 278.284 € 336.218
€ 184.129 € 347.938
totale kosten
€ 2.626.978
€ 2.720.300
€ 2.796.289
baten rioolheffing
€ 2.626.978
€ 2.720.300
€ 2.796.289
100,0%
100,0%
100,0%
inkomsten taakveld 7.2 riolering mutatie voorziening
Kostendekkendheid
Tariefberekening rioolheffing
Begroting 2025
Werkelijk 2024
Begroting 2026
Actueel 2025
Begroting 2026
berekening: opbrengst / heffingsgrondslag = tarief huidig jaar
Berekening tarief tarief vorig jaar
€ 278,15
vaste tariefstijging op basis van rioolplan (maximaal 2%) correctie op basis van maximale kostendekkendheid tarief actueel jaar
€ 5,56 € 0,00 € 272,70
€ 278,15
€ 283,71
MARKTGELD Algemeen Onder de naam marktgeld heffen wij een recht voor het gebruik van openbare gebouwen, terreinen, pleinen of straten, die zijn aangewezen voor het houden van markten. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor marktgeld: - Maximale kostendekking van 100%; - Tariefstijging van 2% conform de vastgestelde Voorjaarsnota 2025 in de raad van 3 juli 2025; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht.
42
Berekening kostendekkendheid marktgeld
Werkelijk 2024
Actueel 2025
Begroting 2026
lasten grootboek markt (taakveld 3.3 bedrijvenloket)
€ 16.406
€ 17.354
€ 17.671
inkomsten markt (pacht & leges) kosten volgens de boekhouding
-€ 8.272 € 8.133
-€ 10.615 € 6.739
-€ 10.753 € 6.918
toerekenen uren totale lasten
€ 12.500 € 20.633
€ 12.500 € 19.239
€ 12.500 € 19.418
baten marktgeld
€ 5.055
€ 5.386
€5.494
Kostendekkendheid
24,5%
28,0%
28,3%
extracomptabele kosten:
Berekening tarieven marktgeld
Werkelijk 2024
Actueel 2025
Begroting 2026
Tariefstijging van 2,0% in 2026
tarief a: tarief voor elke standplaats per keer per strekkende meter
€ 1,65
€ 1,73
€ 1,77
tarief b: tarief bij kwartaalabonnement voor elke standplaats per strekkende meter
€ 19,60
€ 20,58
€ 20,99
LIJKBEZORGINGRECHTEN Algemeen Wij heffen rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door onze gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten: - Maximale kostendekking van 100%; - Tariefstijging van 2% conform de vastgestelde Voorjaarsnota 2025 in de raad van 3 juli 2025; - Kwijtschelding is niet mogelijk; - Bij de kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten wordt nog geen rekening gehouden met toerekenbare kosten zoals overhead. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de tariefberekening toegelicht.
43
Werkelijk
Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrecht lasten taakveld 7.5 begraafplaatsen inkomsten taakveld 7.5 (pacht, leges & afkoop onderhoud) totale kosten baten lijkbezorgingsrecht Kostendekkendheid
Berekening tarieven lijkbezorgingsrecht
Actueel
Begroting
2024 € 23.558
2025 € 35.043
2026 € 50.287
-€ 428 € 23.129
-€ 8.250 € 26.793
-€ 8.415 € 41.872
€ 4.592 19,9%
€ 6.750 25,2%
€ 6.885 16,4%
Werkelijk
Actueel
Begroting
2024
2025
2026
Tariefstijging van 2,0% in 2026 de belangrijkste tarieven: - begraven (artikel 1-1) - bijzetten van een urn (artikel 2-1) - begraafrecht (artikel 6-1.a)
€ 284,07
€ 289,75
€ 295,55
€ 143,62 € 2.378,35
€ 146,49 € 2.425,91
€ 149,42 € 2.474,44
LEGES Algemeen Onder de naam 'leges' heffen wij verschillende rechten op het genot van door ons verstrekte diensten, genoemd in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. Beleidsuitgangspunten De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven voor de leges: - Maximale kostendekking van 100%; - Tariefstijging van 2%, met uitzonder van de bouwleges (zie hierna); - Tariefstijging bouwleges van 20% conform de vastgestelde Voorjaarsnota 2025 in de raad van 3 juli 2025; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen wordt de kostendekkendheid en de belangrijkste legestarieven toegelicht. De belangrijkste leges zijn: leges voor Omgevingsvergunning (incl. bouwcontrole en bouw- en woningtoezicht), omgevingsplannen & rij- en reisdocumenten. Werkelijk
Actueel
Begroting
Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunning
2024
2025
2026
lasten taakveld 8.3 (Bouwcontrole & BWT) inkomsten bouwcontrole & Bouw- en woningtoezicht
€ 2.672.742 -€ 98.750
€ 3.009.745 €0
€ 3.078.893* €0
totale kosten
€ 2.573.992
€ 3.009.745
€ 3.078.893
baten omgevingsvergunningen
€ 1.581.161
€ 1.179.585
€ 909.142
61,4%
39,2%
29,5%
Kostendekkendheid
*De kosten van de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) worden volledig toegerekend aan de kostendekkendheid van de bouwleges. Dit geeft een vertekend beeld van de kostendekkendheid. We gaan nader onderzoek welk deel toegerekend mag worden aan de omgevingsvergunningen.
44
Werkelijk
Actueel
Begroting
Berekening kostendekkendheid bestemmingsplannen
2024
2025
2026
lasten taakveld 8.1 (Bestemmingsplannen)
€ 537.917
€ 525.999
€ 471.511
inkomsten bestemmingsplannen totale kosten
-€ 56.585 € 481.332
-€22.000 € 503.999
-€ 22.000 € 449.511
baten leges bestemmingsplannen
€ 130.312
€ 137.824
€ 165.389
27,1%
27,3%
36,8%
Kostendekkendheid
Werkelijk
Actueel
Begroting
Berekening kostendekkendheid rij- & reisdocumenten
2024
2025
2026
lasten taakveld 0.2 burgerzaken inkomsten burgerzaken
€ 529.296 €0
€ 688.822 €0
€ 651.465 €0
totale kosten
€ 529.296
€ 688.822
€ 651.465
baten leges rij- & reisdocumenten
€ 438.780
€ 425.080
€ 428.121
82,9%
61,7%
65,7%
Kostendekkendheid
Werkelijk 2024
Berekening tarief rij- & reisdocumenten*
Actueel 2025
Begroting 2026
Tariefstijging van 2,0%
de belangrijkste tarieven: - tarief rijbewijs (artikel 1.3.1)
€ 51,11
€ 52,10
Ntb*
- tarief ID-kaart (artikel 1.2.4.a) - tarief paspoort (artikel 1.2.1.a)
€ 75,80 € 83,87
€ 78,50 € 86,85
Ntb* Ntb*
*De richtlijnen voor de tarieven voor de rij- en reisdocumenten worden door het Rijk gegeven. Op het moment van op het opstellen van deze begroting waren deze richtlijnen nog niet bekend. Deze richtlijnen zullen toegepast worden op de te verwerken tarieven in de legesverordeningen 2026.
LOKALE LASTENDRUK Algemeen In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de lokale lastendruk weergegeven. Uitgangspunt 2025
2026 Raming
€ 401
+ 10%
Voorjaarsnota 2025 gemeente
Rioolheffing
€ 366 € 278
+ 5% + 2%
Begroting 2026 van Avri Gemeentelijk Rioleringsplan
Totale lastendruk
€ 1.045
€ 1.109
Lokale lastendruk
Onroerende zaakbelastingen (bron: COELO) Afvalstoffenheffing (vast & gemiddeld variabel tarief basispakket)*
45
* In 2025 en 2026 is sprake van gelijkblijvende variabele tarieven voor restafval van € 1,- per 30 liter
aanbieding. Het gemiddelde aantal aanbiedingen, per huishouden, per jaar blijft 25. Hiermee komt het variabele deel derhalve op gemiddeld € 25,- per huishouden, per jaar. De verhouding van het basisdeel en variabele deel bedraagt 94%-6%. Dit betekent dat gemiddeld 6% van de afvalstoffenheffing beïnvloedbaar is door het scheidingsgedrag van huishoudens.
Toelichting - OZB en rioolheffing zijn eigenaarsheffingen. Afvalstoffenheffing is een gebruikersheffing. - Er is in onze gemeente geen tariefdifferentiatie van toepassing tussen één- en meerpersoonshuishoudens. - De tarieven OZB en rioolheffing voor 2026 worden vastgesteld in de raadsvergadering van december 2025. - De tarieven 2025 voor afvalstoffenheffing worden vastgesteld in het AB van Avri van december 2025.
Vergelijk met buurgemeenten (jaar: 2025) Onroerende zaakbelastingen (OZB)
gemeente Druten
Maasdriel
gemeente WMW
bron: COELO
gemeente
€ 496
€ 448
€ 401
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden)
€ 231
€ 366
€ 366
Rioolheffing (meerpersoonshuishouden)
€ 272
€ 278
€ 278
Totale lastendruk
€ 999
€ 1.092
€ 1.045
KWIJTSCHELDINGSBELEID Algemeen Als een belastingplichtige niet of te weinig financiële middelen heeft om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige bij de BSR verzoeken om kwijtschelding. Alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt, komen mogelijk in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In onderstaande tabel wordt uitsluitend gerapporteerd over de kwijtschelding van hondenbelasting omdat deze structureel in onze meerjarenbegroting opgenomen is. Het betreft een momentopname (stand per 1 mei 2025) omdat nog steeds kwijtscheldingsverzoeken kunnen binnenkomen. De OZB, RZB en Rioolheffing worden opgelegd aan eigenaren van woningen en niet-woningen. In de praktijk blijkt dat zelden kwijtschelding wordt aangevraagd voor deze belastingsoorten. Voor informatie over de kwijtschelding van Afvalstoffenheffing wordt verwezen naar de begroting van Avri.
Kwijtschelding hondenbelasting
Belastingjaar Belastingjaar Belastingjaar 2023 2024 2025
Aantal kwijtscheldingsverzoeken In behandeling Afgewezen Gedeeltelijk toegekend Volledig toegekend Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken
3 13 0 33 49
2 12 1 33 48
22 0 0 23 45
€ 1.314
€ 1.343
lopend heffingsjaar
Bedrag verleende kwijtschelding Hondenbelasting
46
PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN ALGEMEEN De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste (BBV, artikel 11 lid 2): a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-reguliere kosten die onverwacht en substantieel zijn op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van onze gemeente is. Voor het beoordelen van de 'weerstand' is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten binnen de begroting beschikbaar zijn.
WEERSTANDSCAPACITEIT Berekening weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen wij beschikbaar hebben om eventuele tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande zaken. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structureel en incidenteel. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. onbenutte belastingcapaciteit; 2. vrije begrotingsruimte. Ad. 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt: Toelichting: 1. Onroerende zaakbelastingen
Onbenutte belastingcapaciteit
Werkelijk 2024
Actueel 2025
Raming 2026
€ 1.719.637 €0
€ 1.876.000 €0
€ 2.156.000 €0
Onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit: a. Onroerende zaakbelastingen b. Brede rioolheffing c. Leges Totaal onbenutte belastingcapaciteit
p.m. € 1.719.637
p.m. € 1.876.000
p.m. € 2.156.000
47
Voor de OZB wordt de zogenaamde artikel 12 norm gehanteerd (redelijk peil OZB). Op basis van de meicirculaire 2025 is deze norm 0,1648% De onbenutte capaciteit kan als volgt berekend worden: Werkelijk 2024 Berekening onbenutte belastingcapaciteit OZB
grondslag
bedrag
Actueel 2025 grondslag
Raming 2026
bedrag
grondslag
bedrag
WOZ-waarde woningen niet-woningen
€ 3.420.000.000 € 425.500.000
€ 712.000.000
€ 820.000.000
Totale waarde
€ 3.845.500.000
€ 4.372.000.000
€ 4.811.000.000
Gerealiseerde opbrengsten woningen
€ 3.660.000.000
€ 3.991.000.000
€ 2.744.000
€ 3.134.000
€ 3.473.000
€ 1.743.000
€ 1.963.000
€ 2.300.000
€ 4.4887.000
€ 5.097.000
€ 5.773.000
Maximale opbrengst (artikel 12-norm)
€ 6.206.637
€ 6.973.000
€ 7.929.000
Onbenutte capaciteit OZB
€ 1.719.637
€ 1.876.000
€ 2.156.000
niet-woningen Totaal gerealiseerde OZBopbrengst
2. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid en is er dus geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. 3. Leges Bij de heffing van leges hanteren wij volledige kostendekkendheid als uitgangspunt. Van belang is of het totale bedrag aan legesinkomsten binnen de begroting, de aan de specifieke dienstverlening toe te kennen lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, de onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. Ad. 2. Vrije begrotingsruimte Onze meerjarenbegroting geeft structureel (vanaf 2026)het volgende beeld. Het jaar 2026 en 2027 sluit met 102k en 123K voordelig. Voor 2028 t/m 2029 wordt een nadelig saldo verwacht van 831K en 222K. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de: 1. algemene reserve; 2. bestemmingsreserves, waarvan de bestemming nog kan worden gewijzigd; 3. stille reserves; 4. post onvoorzien; 5. incidentele beleidsruimte; 6. incidentele bezuinigingsmogelijkheden.
48
Ad. 1. Algemene reserve De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2026 is €13.140.009. Deze is voor € 13.081.718 beschikbaar voor het weerstandsvermogen. Werkelijk 2024 Stand Algemene reserve
claims
Saldo Algemene reserve per 31 december
Actueel 2025
bedrag
claims
€ 13.933.283
Raming 2026
bedrag
claims
€ 13.933.283
Resultaatbestemming 2024
bedrag € 13.140.009
€ 2.073.735
Claims die nog tot uitgaven leiden Dekking overhevelingen vanuit rekeningsaldo 2024
€ 1.589.906
Voorbereidingskrediet Uitbreiding kindcentrum Eenmalige subsidie verbouwing dorpshuis VTC Wamel
€ 170.000 € 260.000
Uitbreiding Griffie - inhuur 2025
€ 48.679
Transitieplan omgevingsplan Implementatie Omgevingswet + Transitieplan omgevingsplan Financiële middelen voor inrichting HR-systeem
€ 174.015
Profilering Hanzestad Maasbommel Tijdelijke huisvesting (spoedzoekers, starters, statushouders) Bakenbomen Meanderende Maas Plusopdracht Sociom (SPUK dementievriendelijke gemeente en stand van zaken GALA) totaal claims 2025 Plusopdracht Sociom (SPUK dementievriendelijke gemeenteen stand van zaken GALA) totaal claims 2026
€ 12.026
€ 23.145 € 97.529
€ 250.000 € 200.000 € 41.709 €0
€ 3.447.009
€0 € 58.291 € 58.29119
Beschikbaar deel Algemene reserve
€ 13.933.283
€ 13.140.009
€13.081.718
Ad. 2. Bestemmingsreserves Wij hebben de aanwezige bestemmingsreserves beoordeeld op de noodzaak van handhaving. Hiervan is sprake als er claims op liggen of er vastgesteld beleid mee wordt gerealiseerd. Als u als raad de bestemming nog kunt wijzigen en een 'vrije' keuze heeft om de reserve anders in te zetten valt deze onder de incidentele weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij om de volgende bestemmingsreserves: Werkelijk 2024 Stand bestemmingsreserves
claims
bedrag
Actueel 2025 claims
bedrag
Raming 2026 claims
bedrag
Beschikbare bestemmingsreserves Reserve bovenwijkse voorzieningen per 31 december
€ 555.286
€ 555.286
€ 555.286
Reserve Stimuleringsfonds recreatie en toerisme per 31 december
€ 131.675
€ 131.675
€.131.675
Claims die nog tot uitgaven leiden Aanpassing openbare ruimte IKC totaal claims Beschikbaar deel bestemmingsreserves
€ 150.000 € 150.000
€ 686.961
€ 686.961
€ 536.961
49
Ad. 3. Stille reserves Hierbij gaat het om de overwaarde van gemeentelijke bezittingen die direct verkoopbaar zijn, zonder dat de bedrijfsvoering of het gemeentelijke beleid hierdoor wordt beïnvloed. De overwaarde betreft het verschil tussen de verwachte verkoopopbrengst, wij hebben hiervoor de WOZ-waarde 2024 en de geraamde boekwaarde per 1 januari 2025 als uitgangspunt gehanteerd. Wij hebben onze bezittingen beoordeeld op de benoemde uitgangspunten. Een groot deel van onze bezittingen zijn nodig voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld ons gemeentehuis. Een ander belangrijk deel is van belang voor de uitvoering van ons gemeentelijke beleid. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderwijs- en welzijnsgebouwen. Naast de gebouwen hebben wij nog aandelen Vitens in ons bezit. Deze aandelen zijn echter moeilijk verhandelbaar, omdat deze altijd in handen van overheidslichamen moeten blijven. Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen heeft alleen het buitenbad in Dreumel nog een (theoretische) waarde in het kader van de stille reserves. De boekwaarde bedraagt € 145.000, de WOZ waarde € 873.000, zodat per saldo sprake is van een stille reserve groot € 728.000. Aangezien deze stille reserve niet aan de voorwaarde voldoet gesteld door de toezichthouder, wordt deze niet meegenomen in de bepaling van het weerstandsvermogen. Ad. 4.
Post Onvoorzien - incidenteel De incidentele post Onvoorzien is voor 2026 geraamd op € 25.000. Ad. 5. Incidentele beleidsruimte en stelpost ‘Nieuw beleid’ Er is geen sprake van een post "incidentele beleidsruimte". Ad. 6. Incidentele bezuinigingsmogelijkheden De incidentele bezuinigingsmogelijkheden zijn verwerkt in de bezuinigingsronden van de afgelopen jaren. Voor de begroting 2026-2029 zien wij vooralsnog geen extra bezuinigingsmogelijkheden. Totaaloverzicht weerstandscapaciteit De totale weerstandscapaciteit van de gemeente ziet er als volgt uit:
Overzicht weerstandscapaciteit
Werkelijk
Actueel
Raming
Raming
Raming
Raming
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Vrije begrotingsruimte structureel Saldo structurele weerstandscapaciteit
€ 1.719.637 € 1.876.000 € 2.156.000 € 2.156.000 € 2.156.000 € 2.156.000 €0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 1.719.637 € 1.876.000 € 2.156.000 € 2.156.000 € 2.156.000 € 2.156.000
Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve Bestemmingsreserves Stille reserves Post onvoorziene uitgaven Incidentele beleidsruimte en stelpost nieuw beleid Saldo incidentele weerstandscapaciteit
€ 13.933.283 € 13.140.009 € 13.081.718 € 13.081.718 € 13.081.718 € 13.081.718 € 686.961 € 686.961 € 536.961 € 536.961 € 536.961 € 536.961 € 25.000
€0 € 25.000
€0 € 25.000
€0 € 25.000
€0 € 25.000
€0 € 25.000
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 14.645.244 € 13.851.970 € 13.643.679 € 13.643.679 € 13.643.679 € 13.643.679
50
RISICOPROFIEL Bij dit onderdeel presenteren wij de risico's. Wij hebben de risico-inventarisatie geactualiseerd, de risico's geanalyseerd en beoordeeld en vervolgens zoveel als mogelijk gekwantificeerd. Deze risico’s zullen zich immers nooit allemaal in hetzelfde jaar voordoen. We verdelen onze risico’s als volgt: - Aansprakelijkheidsrisico’s; - Risico’s op eigendommen; - Risico’s van de bedrijfsvoering; - Financiële risico’s - Economische omstandigheden - Grondexploitatie - Verbonden partijen - Open-einde regelingen - Grote projecten - Overige financiële risico’s. Wij hebben hierbij ook een verdeling gemaakt naar incidentele risico’s en structurele risico’s. In de bijlage Risicoregister hebben wij een actueel overzicht opgenomen. Op hoofdlijnen zien onze risico’s er als volgt uit: Werkelijk
Actueel
Raming
Raming
Raming
Raming
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Aansprakelijkheid
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
Eigendommen Bedrijfsvoering Financieel Saldo risico's
€ 57.000 € 317.000 € 57.000 € 57.000 € 57.000 € 57.000 € 790.000 € 785.000 € 790.000 € 790.000 € 790.000 € 790.000
Overzicht risico's Categorie risico's
€ 1.809.000 € 1.598.000 € 2.092.000 € 2.092.000 € 2.092.000 € 2.092.000 € 2.741.000 € 2.785.000 € 3.024.000 € 3.024.000 € 3.024.000 € 3.024.000
Onderverdeling risico's Incidentele risico's Structurele risico's
€ 463.000 € 724.000 € 464.000 € 464.000 € 464.000 € 464.000 € 2.278.000 € 2.061.000 € 2.560.000 € 2.560.000 €2.560.000 €2.560.000
Saldo risico's
€ 2.741.000 € 2.785.000 € 3.024.000 € 3.024.000 € 3.024.000 €3.024.000
Toelichting: 1. Aansprakelijkheid (risico € 85.000) Binnen dit onderdeel vallen risico's op het gebied van: - Bedrijfsongevallen - Nalatigheid of onrechtmatig handelen - Fraude, diefstal - Planschade - Schadeclaims De risico's zijn in de meeste gevallen verminderd door hier beheersmaatregelen voor te nemen. Dit kan in de vorm van fysieke en administratieve maatregelen, het volgen van de procedures en het afsluiten van verzekeringen. Ook hebben wij in de begroting diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico te dekken. Op het gebied van planschade sluiten wij overeenkomsten met de ontwikkelaars. Planmatig onderhoud van gebouwen, wegen, riolering en groen vermindert de kans op schadeclaims. 2. Eigendommen (risico € 57.000) De risico’s van onze eigendommen hebben wij aanzienlijk beperkt door het afsluiten van brand- en stormverzekeringen. Zaken als bijvoorbeeld vandalisme en diefstal zijn echter onverzekerbaar. Wij voeren planmatig beheer en onderhoud uit, op basis van de beheerplannen en actuele inspecties. De noodzakelijke budgetten zijn opgenomen in de begroting. Desondanks bestaat het risico dat deze
51
in enig jaar ontoereikend zijn. Vervuiling (als gevolg van milieudelicten, zoals bijvoorbeeld dumping van afval van drugslaboratoria, asbest of olielozingen) in de openbare ruimte is een toenemend risico. Via frequentere controle door BOA's pakken we dit risico preventief aan. 3. Bedrijfsvoering (risico € 790.000) De risico's in de bedrijfsvoering hebben betrekking op de afwezigheid van personeel wegens ziekte of anderszins, het vertrek van personeel en noodzakelijke (tijdelijke en duurdere) vervanging, het disfunctioneren van personeel (frictiekosten). Wij zijn eigen-risicodrager voor de WW en WIA. In geval van werkloosheid of instroom naar de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen zijn de kosten voor onze rekening. Onder het bedrijfsvoeringsrisico scharen wij ook naheffingen van achteraf niet geheel juist blijkende belastingaangiften, de uitval van ICT en de gevolgen van de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming. Computeruitval kan tot gevolg hebben dat onze dienstverlening niet meer uitgevoerd kan worden en onze medewerkers niet kunnen werken. Voor genoemde risico's zijn in beperkte mate budgetten opgenomen. Uiteraard voeren wij ook interne controlemaatregelen uit. Met betrekking tot personeel is een trend waarneembaar dat (kleine) gemeenten steeds meer moeite hebben gekwalificeerd personeel te werven en te behouden. 4.
Financieel (risico € 2.092.000) De risico's bij dit onderdeel hebben betrekking op economische ontwikkelingen, de grondexploitaties, verbonden partijen, open-einde regelingen, grote projecten en overige financiële risico's. a. Economische ontwikkelingen (risico € 694.000) Ons beleid is gericht op 'verminderen'. Op basis van de actuele informatie stellen wij de budgetten bij. Dit geldt voor loon- en prijsontwikkeling, de sociale uitkeringen en te ontvangen bouwleges. Daarnaast schatten wij risico's in voor mogelijke faillissementen van partners in grondzaken, lagere OZB als gevolg van leegstand, bezwaren en kwijtscheldingen. Het effect van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) per 1 januari 2023 heeft de meeste invloed, immers we schatten in dat er minder leges geheven kunnen worden. b. Grondexploitatie (risico € 125.000) Als verliezen zich voordoen nemen wij deze en vormen een voorziening. Dit is in het kader van het BBV verplicht. Bij de jaarrekening 2021 is deze voorziening afgeboekt naar 0. We hebben momenteel geen verliesgevende complexen meer. Gelet op de boekwaarde van de projecten (niet zijnde grondexploitaties) en de economische omstandigheden, lopen wij bij projecten een risico. De meeste van deze kosten verhalen wij op de initiatiefnemers. Ook leveren langere doorlooptijden en lagere grondprijzen mogelijk risico's op. c.
Verbonden partijen (risico € 104.000) Hierbij gaat het om gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen waarbij wij, samen met de overige deelnemende gemeenten, financieel aansprakelijk zijn voor eventuele tekorten. De betreffende verbonden partijen zijn de Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR), de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid (GGD), de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), de GR Regio Rivierenland, de Afvalverwerking Rivierenland (AVRI), GR Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en GR Werkzaak Rivierenland. Met betrekking tot de Uitvoeringsorganisatie Breedband Rivierenland (UBR) staan wij garant voor 5,4 mln. Hiervoor is een risico gecalculeerd.Voor de verbonden partijen die zelf onvoldoende weerstandsvermogen hebben nemen wij een restrisico op ter grootte van ons aandeel in de deelname. d. Open-einde regelingen (risico € 329.000) Voor onze gemeente gaat het hierbij vooral over het leerlingenvervoer en de diverse regelingen in het kader van het sociaal domein (WMO, jeugdzorg, Participatiewet e.d.). In de begroting hebben wij hier reële budgetten voor opgenomen, maar één extra leerling kan de vervoerskosten met € 25.000 doen stijgen. Ook kan één specialistisch hulpverleningstraject in de Jeugdzorg een fors beslag leggen op het budget. e. Grote projecten Er zijn geen grote projecten waarbij we specifieke risico’s lopen.
52
f. Overige financiële risico's (risico € 840.000) De belangrijkste overige risico's betreffen vooral de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds, het renterisico, decentralisatie van Rijkstaken, oninbare vorderingen, mogelijke bodemsaneringen en garanties en borgstellingen. Ook worden hier de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid of overlijden van bestuurders geraamd, waarvoor wij niet verzekerd zijn. Tenslotte is voor mogelijke wijzigingen in samenstelling in het college naar aanleiding van de verkiezingen een bedrag geraamd voor wachtgeld. BELEID Gemeentelijke kaders Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen 2012. In deze nota heeft u het volgende bepaald: 1. Het college stelt een nota Risicomanagement op waarin aandacht wordt besteed aan de te gebruiken methodiek van risicomanagement en de inrichting van de organisatie op het gebied van risicomanagement; 2. De informatievoorziening richting u verloopt via de paragraaf Weerstandsvermogen bij begroting en jaarverslag, waarbij tevens een bijlage met de risico-inventarisatie wordt bijgevoegd; 3. De weerstandsratio dient minimaal 1,2 te zijn en mag maximaal 2,0 zijn. Dit op basis van het aangenomen amendement in de raadsvergadering van 14 november 2019 bij de vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen 2019. De nota Risicomanagement hebben wij in 2013 vastgesteld.
Uitgangspunt hierin is de structurele inpassing van risicomanagement in onze bedrijfsvoering en beleid. Vooral het verhogen van het risicobewustzijn is een speerpunt, waarbij wij speciale aandacht schenken aan de 'grote projecten'. Het proces van risicomanagement verloopt volgens de volgende stappen: Identificatie - Analyse en beoordeling - Beheersing - Rapportage en monitoring. Risicomanagement Risicomanagement hebben wij sinds 2013 als volgt vorm gegeven: 1. Formele inbedding van risicomanagement in onze organisatie; Risicomanagement is de verantwoordelijkheid van het management. Binnen het team Bedrijfsvoering hebben wij een coördinator risicomanagement benoemd. Het monitoren van de risico’s is een continu proces. 2. Structurele inpassing risicomanagement in de reguliere werkzaamheden; De paragraaf risicomanagement maakt standaard onderdeel uit van onze beleidsdocumenten. 3. Risicoregister bijhouden. Het gaat hierbij om het continu inventariseren, beoordelen en analyseren van risico's, deze vervolgens kwantificeren en hier een kansberekening op toepassen. WEERSTANDSVERMOGEN Op basis van het risicoprofiel en de inventarisatie van de weerstandscapaciteit bepalen wij ons weerstandsvermogen. Hierbij houden wij rekening met de incidentele en structurele onderdelen. De structurele risico’s en weerstandscapaciteit rekenen wij voor 4 jaar mee, de incidentele uiteraard voor 1 jaar.
Het weerstandsvermogen drukken wij uit in een verhoudingsgetal.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit,
Voor 2026 ziet de weerstandsratio er als volgt uit: 2,08
53
Werkelijk 2024
Ratio weerstandsvermogen ratio = beschikbare capaciteit / benodigde capaciteit de capaciteit in bovenstaande formule = (4*structureel + 1*incidenteel)
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Beschikbare capaciteit structureel (4 x in berekening) € 1.719.637 € 1.876.000 € 2.156.000 € 2.156.000 € 2.156.000 € 2.156.000 incidenteel (1 x in berekening) € 13.502.170 € 10.401.915 € 13.644.000 € 13.644.000 € 13.644.000 € 13.644.000 Beschikbare capaciteit € 20.380.718 € 17.905.915 € 22.268.000 € 22.268.000 € 22.268.000 € 22.268.000 Benodigde capaciteit structureel (4 x in berekening)
€ 2.278.000 € 2.061.000 € 2.560.000 € 2.560.000 € 2.560.000 € 2.560.000
incidenteel (1 x in berekening) Benodigde capaciteit
€ 463.000 € 724.000 € 464.000 € 464.000 € 464.000 € 464.000 € 9.575.000 € 8.968.000 €10.704.000 €10.704.000 €10.704.000 €10.704.000
Weerstandsratio
2,13
2,00
2,08
2,08
2,08
2,08
RISICO'S Risicomanagement is gericht op de structurele inpassing van risicomanagement in onze organisatie en het continu bijhouden van het risicoregister. Het ontstaan van nieuwe risico's is altijd mogelijk, ook kunnen risico's in omvang wijzigen, tenslotte kunnen ook risico's worden opgeheven. Indien er sprake is van grote risico's informeren wij u hierover tussentijds bij de P&C rapportages. FINANCIELE KENGETALLEN Bij het beoordelen van de financiële kengetallen hanteert de provincie normwaarden. In onderstaande tabel staan de normwaarden zoals de provincie ze hanteert. De waarden zijn ingedeeld in de categorieën A, B en C. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest.
Werkelijk
Actueel
Raming
Raming
Raming
Raming
Financiële kengetallen Netto schuldquote
2024 52%
2025 33%
2026 38%
2027 65%
2028 85%
2029 85%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
25%
33%
38%
65%
85%
85%
Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
29% 1%
26% 1%
24% 0%
19% 0%
16% -1%
16% 0%
Grondexploitatie Belastingcapaciteit
0% 98%
0% 102%
0% 102%
0% 102%
0% 102%
0% 102%
54
Verklaring kengetallen: De netto schuldquote is de verhouding tussen de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en is een indicator voor het risico als derden niet aan hun verplichtingen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een stichting MFA, Kulturhus of sportvereniging die geld hebben geleend bij de gemeente. Hoe lager hoe beter. Solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is aan haar totale financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Structurele exploitatieruimte geeft aan of gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te kunnen vangen dan wel, of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger hoe beter. Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de totale baten. Hoe lager hoe beter. Belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter. CONCLUSIE De risico's waar wij als gemeente mee te maken hebben worden steeds omvangrijker. Inwoners worden steeds mondiger en zijn eerder genegen de overheid aansprakelijk te stellen voor schade.
De gewijzigde economische omstandigheden hebben de afgelopen jaren een behoorlijke impact op de omvang van onze risico's. De situatie in Oekraïne en andere brandhaarden in de wereld zijn hier voorbeelden van. Ook de voortdurende onzekerheid over de hoogte van het gemeentefonds, de oplopende kosten voor de jeugdzorg, de inflatie als gevolg van prijsstijgingen en grondstoffentekorten en netcongesties zijn risico's waar we rekening mee moeten houden. Onze totale weerstandscapaciteit is voldoende om de risico's voor 2026 af te dekken. Maar hierbij is wel de kanttekening te plaatsen dat onze structurele risico's niet volledig gedekt worden door de structurele weerstandscapaciteit. Over 2029 is de incidentele weerstandscapaciteit toereikend om gedurende ruim 5 jaar het structurele tekort af te dekken. Bij het opstellen van de begroting 2026 zijn de risico's opnieuw beoordeeld. De weerstandsratio komt uit op een score van 2,08. Dit betekent dat er sprake is van een positief weerstandsvermogen, en wij vooralsnog voldoende in staat zijn mogelijke financiële tegenvallers op te vangen en voldoen aan de door u gestelde kaders.
55
PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ALGEMEEN Inleiding Wij hebben geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. Ook met het beheer en onderhoud van onze wegen, de openbare verlichting, de riolering en het water, het openbaar groen en onze gemeentelijke gebouwen is inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. De kapitaalgoederen zijn van belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is bovendien noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Doelstelling van deze paragraaf is u te informeren over de hoofdlijnen van het beleid rondom de kapitaalgoederen. De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat de volgende kapitaalgoederen: a wegen; b riolering; c water; d groen; e gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen geeft de paragraaf per onderdeel inzicht in: a het beleidskader; b de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk c.q. beheerplan
Jaar
Bomenbeleidsplan Beheer- en Onderhoudsrapportage Verhardingen 2022-2026 Beheerplan gemeentelijke gebouwen West Maas en Waal 2022-2025 Openbare verlichting Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027 Kwaliteitsimpuls groen Biodiversiteitsplan
2024 2022 2022 2025 2022 2018 2024
Planperiode 2022-2026 2022-2025 2025-2029 2023-2027
WEGEN Algemeen Ons gemeentelijk beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. Daarnaast willen we ons wegennet inrichten volgens de Basiskenmerken Wegontwerp conform het beheer- en onderhoudsrapportage verhardingen 2022-2026. Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen en onderhoudsniveaus van wegen zijn opgenomen in het beheer- en onderhoudsrapportage verhardingen 2022-2026, zoals u in 2022 hebt vastgesteld. Voor de kwaliteitsbeoordeling van de wegen is de CROW-normering toegepast. De 5-jaarlijkse periodieke inspectie is in 2025 uitgevoerd voor de civiele kunstwerken. Financiën In onze begroting hebben we binnen het programma Fysieke leefomgeving jaarlijks een budget opgenomen voor wegen, straten en pleinen. Voor 2026 hebben we de volgende budgetten geraamd:
56
Ten behoeve van het groot onderhoud is een onderhoudsvoorziening wegen ingesteld. De mutaties in deze voorziening zijn gebaseerd op een tienjarige onderhoudsplanning. De onderhoudskosten voortvloeiend uit de inspectie civiele kunstenwerken zijn toereikend binnen de beschikbare voorziening.
Risico’s Prijsstijgingen als gevolg van onvoorziene omstandigheden zijn lastig in te schatten, maar kunnen wel een grote rol spelen voor de hoogte van de beschikbare budgetten. De kwaliteit van het totale wegennet in 2022 was 15% op D niveau. In de volgende beheerrapportage moeten aangetoond worden dat er een verbetering is geconstateerd. Eind 2025 wordt de volgende inspectie uitgevoerd. Op dat moment weten we wat het theoretische kwaliteitsniveau is. Verder zien we dat de kwaliteit van met name de deklagen van asfaltwegen sneller afneemt. Dit kan komen door: - mindere kwaliteit asfalt; - toename verkeer; - zwaarder verkeer (elektrische aangedreven wagens en landbouwvoertuigen) Voorziening wegen De voorziening voor wegen is de afgelopen jaren aanzienlijk afgenomen, voornamelijk door stijgende kosten voor arbeid en materialen. In de Voorjaarsnota is de jaarlijkse dotatie hierop aangepast. Na afronding van de inspectie ontvangt uw raad een nieuw onderhouds- en beheersplan voor de komende jaren, waarin ook de bijbehorende kosten nader worden uitgewerkt. OPENBARE VERLICHTING Algemeen Het Beleid- en Beheersplan Openbare Verlichting 2025–2029 is in 2025 vastgesteld. In het plan is opgenomen dat een inhaalslag wordt gemaakt door het verouderde areaal te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op verdere verduurzaming van het areaal door toepassing van ledverlichting.
Het doel om in 2030 volledig over te zijn op ledverlichting blijft hiermee haalbaar. Kwaliteitsnormen De kwaliteitsnormen met betrekking tot de openbare verlichting zijn vastgelegd in de Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL 2011). Deze hebben vooral betrekking op de vereiste lichtsterkte en gelijkmatigheid in de openbare ruimte in verband met sociale- en verkeerstechnische veiligheid.
57
Financiën Binnen het programma fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor dagelijks beheer en onderhoud van onze openbare verlichting. Voor 2026 hebben we onderstaande budgetten geraamd:
Risico’s Een deel van het areaal aan lichtmasten is uit de jaren 70 & 80. De technische levensduur (45 jaar) van deze masten is bereikt, waarbij de levensduur van een gedeelte al verlengd is. Het risico wordt beperkt door een inhaalslag te maken en de afgeschreven masten te vervangen. RIOLERING EN WATER Algemeen Op grond van de Omgevingswet heeft de gemeente 3 wettelijke zorgplichten: 1. inzameling en transport van afvalwater; 2. inzameling en verwerking van overtollig hemelwater; 3. inzameling en verwerking van overtollig grondwater. Hoe wij invulling geven aan deze zorgplichten staat beschreven in ons Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027. In dit plan zijn ook onze doelen binnen de planperiode voor het oppervlaktewater en klimaatadaptatie opgenomen. Dit plan is in samenwerking met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen opgesteld en de looptijd is 5 jaar (2023 t/m 2027). Kwaliteitsnormen De insteek voor het beleid en de bijhorende maatregelen is kwaliteitsniveau sober, maar doelmatig en rechtmatig. Financiën Binnen programma 3 - Fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor beheer en onderhoud van onze voorzieningen. Dit zijn de rioolstelsels, hemel- en grondwatervoorzieningen en watersysteem. De jaarlijkse kosten hiervoor staan weergegeven in de onderstaande tabel.
De voorziening riolering is ingesteld om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. De dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het vastgestelde Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027. De afrekening vindt plaats bij de jaarrekening.
58
Risico’s De meeste riolering binnen de gemeente West Maas en Waal is aanlegd in de jaren 70. De technische levensduur van een rioolstreng is 50 jaar. Dit betekend dat er op korte termijn een grote vervangingsopgave aan komt. Met innovatieve technieken zoals riolering renoveren proberen wij de investeringskosten te drukken, zodat we meer meters kunnen doen met hetzelfde geld. Echter is dit helaas niet in alle gevallen mogelijk. In het buitengebied van onze gemeente liggen kilometers aan persleidingen om de woningen te voorzien van riolering. Wanneer de persleidingen het afvalwater verpompen naar de vrijvervalriolering komt er H2S gas vrij. Dit gas tast de betonnen rioleringsbuizen dusdanig aan, dat de technische levensduur van 50 jaar niet gehaald word. Deze buizen worden in 20 jaar afgeschreven worden. Met het continu monitoren van deze voorzieningen proberen wij het beheer zo optimaal mogelijk in stand te houden. GROEN Algemeen Openbaar groen is van groot belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Groen zorgt voor verkoeling en maakt de dorpen klimaat bestendiger. Bomen zijn beeldbepalende elementen die belangrijk zijn voor de oriëntatie, leefbaarheid en karakteristiek in de dorpen. Bomen voorkomen hittestress in bebouwd gebied.
In het bomenbeleidsplan zijn beleidsthema's uitgewerkt om het bomenbestand op een duurzame en veilige manier in stand te houden en te ontwikkelen. Kwaliteitsnormen Op het gebied van groen hanteren wij de volgende kwaliteitsnormen: Plantsoenen Het openbaar groen wordt op een gedifferentieerd kwaliteitsniveau onderhouden. De toegangswegen, pleinen en dorpscentra worden op het hoge kwaliteitsniveau A onderhouden. Het overige groen wordt op kwaliteitsniveau B onderhouden. Kwaliteitsniveau B komt overeen met de landelijke normen voor een basiskwaliteit en is gericht op een acceptabel beeld waarin beplanting met een natuurlijke uitstraling voorkomt. Bomen Het bomenbeheer wordt cyclisch uitgevoerd conform het bomenbeheerplan. Het uitgangspunt hierbij is het behouden van een veilig bomenbestand. Financiën Binnen het programma Fysieke leefomgeving nemen we jaarlijks budgetten op voor beheer en onderhoud van openbaar groen.
59
Risico’s Biodiversiteit De insectenpopulaties in ons land en daarbuiten zijn zorgelijk in aantal achteruitgegaan. Dit hangt nauw samen met de achteruitgang van de biodiversiteit. Insecten hebben een belangrijke rol in de natuurlijke voedselketens en de landbouw. In 2024 is het biodiversiteitsplan vastgesteld. Dit plan heeft als doel het behouden, herstellen en versterken van de biodiversiteit in gemeente West Maas en Waal zowel in de dorpen als in het buitengebied/landschap. Invasieve exoten In toenemende mate krijgen we te maken met soorten die hier van nature niet thuishoren. Een aantal van deze soorten zoals reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop vestigen zich hier. Deze soorten vermenigvuldigen en verspreiden zich snel. Bestrijding is kostbaar en arbeidsintensief. GEBOUWEN Algemeen Wij hebben in onze gemeente accommodaties voor sport, kunst en cultuur, welzijn en huisvesting van ons gemeentelijke apparaat. Iedere vier jaar beoordelen wij de staat van onderhoud van de gemeentelijke gebouwen en stellen wij op basis hiervan een meerjaren onderhoudsprogramma op. Het daadwerkelijke onderhoud voeren wij overigens pas uit na een actuele inspectie. Bij deze inspectie beoordelen wij of geplande onderhoudswerkzaamheden echt noodzakelijk zijn of nog uitgesteld kunnen worden. Het huidige onderhoudsplan (MJOP) wordt geactualiseerd.
Het nieuwe onderhoudsplan zal per 2026 het huidige onderhoudsplan en de daarbij horende begrotingen (exploitatie en voorziening) vervangen. Kwaliteitsnormen Bij het onderhoud en beheer van onze gebouwen gaan wij uit van planmatig onderhoud gericht op het op een zo efficiënt mogelijke wijze in stand houden van de accommodaties. Uitgangspunt is gebouwen in een dusdanige staat van onderhoud te houden dat er sprake is van veilige en visueel goed onderhouden gebouwen. Bij het onderhoud is er ook aandacht voor het milieu. Waar mogelijk worden de onderhoudsmomenten aangegrepen om het object 'verder' te verduurzamen. Financiën De jaarlijkse kosten met betrekking tot het onderhoud van gebouwen staan weergegeven in onderstaande tabel.
De voorziening gebouwen is ingesteld om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. De dotaties en onttrekkingen zijn gebaseerd op het meerjarig onderhoudsprogramma.
60
Risico’s Planmatig onderhoud wordt pas uitgevoerd na visuele inspectie. Dit houdt in dat onderhoudskosten jaarlijks kunnen wisselen.
61
PARAGRAAF FINANCIERING ALGEMEEN De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. en de financieringsbehoefte (BBV, artikel 13). Inleiding Het doel van deze paragraaf is om u te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit doen wij binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. Gemeentelijke kaders Onze kaders zijn vastgelegd in de, op grond van artikel 212 Gemeentewet, vastgestelde 'Financiële verordening gemeente West Maas en Waal' (Rb. 29 februari 2024). Het gaat om kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie zoals doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het college gelden.