Bijlage 1 Biodiversiteitsplan West Maas en Waal
Tekst van het document
38
Wat wel mag: • Er mogen solitaire (losstaande) bomen ontstaan. • Bestaande heggen en hagen mogen uitgroeien tot lijnvormig struweel. • In sommige gevallen mag de aanwezige vegetatie wat ruwer worden (bijvoorbeeld door hogere begroeiing in grasvegetaties. Om nieuw opgaand groen te realiseren, moet de opstuwing daarvan gecompenseerd worden door een verbetering van de doorstroming elders. Daarvoor moet dan een vergunning worden aangevraagd bij Rijkswaterstaat. Veel maatregelen in de uiterwaarden kunnen dan ook het beste worden uitgevoerd in grotere gebiedsprojecten, zoals die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd. Wel zijn kleinschalige maatregelen mogelijk die geen effect hebben op de doorstroming. Bijvoorbeeld maatregelen die zijn gericht op het verbeteren van de verbindingen tussen de uiterwaarden en de binnendijkse gebieden en op natuurinclusieve landbouw op de delen die in landbouwkundig gebruik blijven. Ook de algemene maatregelen uit de vorige paragraaf zijn mogelijk in de uiterwaarden.
Ambassadeurssoorten uiterwaarden Soort
Afkorting
•
Wilde bijen en dagvlinders.
WBV
•
Bittervoorn
Bi
•
Kamsalamander.
Kam
•
Patrijs
Ptr
•
Steenuil
StU
•
Bunzing
Bun
Maatregelen uiterwaarden AmbassadeurMaatregel (zie ook Hoofstuk 4 van de Handreiking Natuurinclusief Bouwen)
soorten
•
Alle soorten
Natuurontwikkelingsprojecten waarbij natuurontwikkeling, hoogwaterveiligheid, recreatie en delfstoffenwinning worden gecombineerd.
•
Beter passeerbaar maken van met name de dijkwegen voor over land
KWs, Kam, Egl,
verplaatsende fauna (zoogdieren, amfibieën) om de verbinding met de
Bun
oeverwal te verbeteren (bijvoorbeeld met een amfibieëntunnel in een verkeersdrempel). •
Aanleg van kleine poelen (50-100m2) op de hogere delen van de
Kam
uiterwaarden. Liefst meerdere poelen bij elkaar. Het is geen probleem als de poelen af en toe droog vallen (eenmaal per 5 à 10 jaar) •
Planten van alleenstaande knotwilgen.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
WBV, StU
39
•
Vergroenen van erven met erfbeplantingen van inheemse soorten en
WBV, StU, Bun
kleinschalige maatregelen in en aan de gebouwen en op het erf
Op de streefbeeldkaart van het Groene Netwerk is het volgende weergegeven: • De delen van het Gelders Natuurnetwerk die nu nog geen natuur zijn en de Groene Ontwikkelingszone. Dit zijn de meest logische plekken om nieuwe natuurontwikkelingsprojecten te realiseren. • De delen van het Gelders Natuurnetwerk waar de provincie een natuurtype met een hogere natuurkwaliteit wil (bijvoorbeeld N12.05 glanshaverhooiland in plaats van N12.02 kruiden- en faunarijk grasland. In glanshaverhooiland groeien veel meer bijzondere soorten planten). • De gebieden die als eerste in aanmerking komen voor maatregelen voor steenuil en patrijs, omdat deze er nu al voorkomen of in de directe omgeving ervan voorkomen. • Plekken op de dijk, waar een faunapassage wenselijk is.
Meekoppelkansen uiterwaarden Cultuurhistorie/recreatie • Met name voor recreatie zijn er mogelijkheden door natuurontwikkelingsprojecten te combineren met mogelijkheden voor natuurgerichte recreatie. Klimaatadaptatie • Er zijn diverse ontwikkelingen op gebied van hoogwaterveiligheid, die mogelijkheden bieden voor projecten voor het verbeteren van de biodiversiteit in de uiterwaarden. De meeste hiervan spelen pas na 2030, zoals een dijkversterking van de Maasdijk en de vierde tranche van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) (na 2033). Het doel van de PAGW is de ecologische waterkwaliteit te verbeteren en de natuur te versterken. Dit ligt allemaal nog ver in de toekomst, maar de voorbereiding van derde tranche (2030-2033) vindt nu al plaats en de projecten daarvoor zijn al ingediend. Delfstoffenwinning • Delfstoffenwinning in de uiterwaarden, zoals de winning van zand of klei, kan gecombineerd worden met natuurontwikkeling. Voorbeelden zijn het project MeerMaas, waarin Natuurmonumenten samenwerkt met delfstoffenwinner K3Delta en het project Meanderende Maas, dat is gestart als dijkversterkingsproject van de Brabantse Maasdijk tussen Ravenstein en Lith, waar later ook rivierverruimende projecten zijn toegevoegd. Vooral deze laatste worden gecombineerd met delfstoffenwinning. Het project in de Lymen is een project van Meanderende Maas.
3.4. Oeverwallen In het agrarisch gebied is veel winst voor biodiversiteit te halen, door “groene dooradering”. Dat betekent dat er verspreid door het landschap lijnvormige landschapselementen liggen,
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
40
zoals hagen, bomen, natuurlijke oevers en bloemrijke bermen en bloem- en kruidenrijke randen langs percelen. Dit gecombineerd met losse elementen als poelen, kleine bosjes en dergelijke. Dit soort elementen leveren schuilmogelijkheden, mogelijkheden om langs de trekken en leefgebied voor planten en dieren. De kwaliteit van het agrarische gebied voor biodiversiteit wordt hiermee in zijn geheel verbeterd. Deze kwaliteit wordt nog verder verbeterd met gerichte kleine voorzieningen, zoals nestkasten voor steenuil of voor andere vogels zoals de torenvalk. Op de oeverwallen bestaan dit soort landschapselementen van oudsher vooral uit opgaand groen, zoals hagen en hoogstamboomgaarden. Maar ook bloem- en kruidenrijke perceelsranden of ruigteranden passen goed op de oeverwallen.
Ambassadeurssoorten oeverwallen Soort
Afkorting
•
Wilde bijen en dagvlinders.
WBV
•
Bittervoorn
Bi
•
Kammsalamander.
Kam
•
Patrijs
Ptr
•
Steenuil
StU
•
Bunzing
Bun
Maatregelen oeverwallen AmbassadeurMaatregel (zie ook Hoofstuk 4 van de Handreiking Natuurinclusief Bouwen)
soorten
•
WBV Ptr StU Bun
Behoud en herstel van bestaande middelhoog- en hoogstamboomgaarden. Aanleg van nieuwe hoogstamboomgaarden.
•
Behoud en herstel van bestaande en aanleg van nieuwe kleinschalige
WBV
Kam
beplantingselementen, zoals houtsingels, vrij uitgroeiende hagen,
StU Bun
Ptr
geschoren hagen (hoog en laag), kleine bosjes (geriefhoutbosjes). •
Behoud onbebouwde zone tussen de dorpen op de Waaloeverwal.
WBV
Hierdoor blijft de verbinding tussen de Waaluiterwaarden en het
StU Bun
Kam
Ptr
komgebied in stand. •
Nestkasten voor steenuil ophangen in geschikt leefgebied (in
StU
knotwilgen, hoogstamfruitbomen en open kapschuren). •
Realisatie van ecologische verbindingen via brede bermen en
WBV
Ptr
lijnvormige groenelementen zoals hagen, houtwallen, ruigtestroken,
Kam Bun
StU
bloem- en kruidenrijke perceelsranden, zo mogelijk gecombineerd met poelen. •
Vergroenen van erven met erfbeplantingen van inheemse soorten en
WBV, StU, Bun
kleinschalige maatregelen in en aan de gebouwen en op het erf.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
41
Figuur 3.2
Impressie oeverwal met maatregelen.
Op de streefbeeldkaart van het Groene Netwerk (na paragraaf 3.4) zijn de volgende maatregelen weergegeven: • De ligging van de huidige hoogstamboomgaarden. • De gebieden die als eerste in aanmerking komen voor maatregelen voor steenuil en patrijs, omdat deze er nu al voorkomen of in de directe omgeving ervan voorkomen. • Plekken waar een noord-zuid natuurverbinding wenselijk is (inclusief faunapassages) (zie voor een uitleg .
Meekoppelkansen oeverwallen Cultuurhistorie/recreatie • Door het realiseren van nieuwe houtige begroeiingen als hagen, houtwallen, hoogstamboomgaarden en bosjes, wordt het historische karakter van de oeverwal weer deels hersteld. Het gebied wordt aantrekkelijker voor recreatie en het landschappelijke onderscheid met de komgronden wordt duidelijker. • Het realiseren van wandelpaden en houtwallen en hagen kan elkaar versterken. Wandelpaden bieden de mogelijkheid om er een haag langs de planten. De paden worden er aantrekkelijker door. In sommige gevallen kan een houtwal of hoge haag het zicht op een woning wegnemen, als de bewoner dat wil. • De aanleg van op het deelgebied toegesneden landschapselementen vergroot de “leesbaarheid” van het landschap.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
42
Klimaatadaptatie • Het toevoegen van houtwallen, hoge hagen, boomgaarden en bosjes zorgt voor verkoeling tijdens hete periodes.
3.5. Komgronden Ook voor de komgronden geldt dat de dooradering van het landschap met groenelementen de biodiversiteit flink kan verbeteren. In de komgronden ligt daarbij de nadruk op beheeren inrichtingsmaatregelen die het open landschap behouden. Voor het grootste deel gaat dit om maatregelen die al in paragraaf 3.2 zijn genoemd, zoals de realisatie van bloem- en kruidenrijke bermen en graslanden en de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Op beperkte schaal is de aanleg van opgaand groen, zoals griendbosjes en vochtige bosjes mogelijk. Een belangrijke structuur in de komgronden is de natuurverbinding Grote Wetering. Deze wordt bij de maatregelen benoemd, maar wordt verder uitgewerkt in paragraaf 3.7, net als de kleinere natuurverbindingen, die dwars op de verbindingszone Grote Wetering liggen.
Ambassadeurssoorten komgronden Soort
Afkorting
•
Wilde bijen en dagvlinders.
Wd
•
Bittervoorn
Bit
•
Grote modderkruiper
GrM
•
Kammsalamander.
Kam
•
Patrijs
Ptr
•
Grutto
Gru
•
Steenuil
StU
•
Bunzing
Bun
Maatregelen komgronden AmbassadeurMaatregel (zie ook Hoofstuk 4 van de Handreiking Natuurinclusief Bouwen)
soorten
•
Gru Ptr GrM
Weidevogelbeheer in de twee gebieden die in het Natuurbeheerplan Gelderland zijn aangewezen als ANLb-gebied Open grasland (zie de kaart op bladzijde 8 van Bijlage IV Het Nederlandse en Gelderse natuurbeleid). Dit beheer is in eerste instantie gericht op de grutto en andere weidevogels. Soorten als de patrijs en de grote modderkruiper profiteren mee.
•
Behoud en herstel eendenkooien1.
Bit Gm Ptr StU Bun
•
1
Realisatie van de natuurverbinding “Grote wetering” (zie verder
WBV Bit Gm Kam
paragraaf 3.7).
Ptr Bun
Voor 6 van de 8 eendenkooien in West Maas en Waal is een beheersubsidie van de provincie beschikbaar.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
43
AmbassadeurMaatregel (zie ook Hoofstuk 4 van de Handreiking Natuurinclusief Bouwen)
soorten
•
Realisatie van ecologische verbindingen via brede bermen en
WBV
lijnvormige groenelementen zoals natuurvriendelijke oevers,
StU Bun
Kam
Ptr
ruigtestroken, bloem- en kruidenrijke perceelsranden, zo mogelijk gecombineerd met poelen. •
Aanleg van perceelsranden zoals bloemrijke randen en randen met
WBV Ptr StU Bun
begroeiing van ruigtekruiden. •
Aanleg van moeras tbv waterberging.
WBV Bit GrM Gru
•
Planten van knotwilgen, alleenstaand of in rijen.
WBV StU
•
Aanleg van hagen en kleine hoogstamboomgaarden op de rivierduin
WBV Ptr StU Bun
van De Woerd. •
Vergroenen van erven met erfbeplantingen van inheemse soorten en
WBV StU Bun
kleinschalige maatregelen in en aan de gebouwen en op het erf.
Op de streefbeeldkaart van het Groene Netwerk (na paragraaf 3.4) zijn de volgende maatregelen weergegeven: • de weidevogelbeheergebieden die als zodanig zijn aangewezen door provincie Gelderland (zie Bijlage 4, paragraaf 1.5). • de ligging van de natuurverbinding Grote Wetering. • de gebieden die als eerste in aanmerking komen voor maatregelen voor steenuil en patrijs, omdat deze er nu al voorkomen of in de directe omgeving ervan voorkomen. • plekken waar een lokale natuurverbinding wenselijk is (inclusief faunapassages).
Meekoppelkansen Cultuurhistorie/recreatie • De aanleg van natuurvriendelijke oevers kan gecombineerd worden met wandelpaden. • De aanleg van landschapselementen als natuurvriendelijke oevers, perceelsranden, en dergelijke vergroot de aantrekkelijkheid van het landschap voor recreatie. • De aanleg van op het deelgebied toegesneden landschapselementen vergroot de “leesbaarheid” van het landschap. Ook het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) is hierop gericht. Klimaatadaptatie • De aanleg van natuurvriendelijke oevers in het gebied vergroot het waterbergend vermogen. Ook moerasdelen en plas-dras stukken ten behoeve van het weidevogelbeheer, kunnen de waterbergingscapaciteit verhogen. • De aanleg van zonneparken biedt een mogelijkheid deze te combineren met biodiversiteitsmaatregelen, zoals hagen, natuurvriendelijke oevers en bloem- en kruidenrijk gras. Belangrijk is dat er voldoende ruimte overblijft tussen de zonnepanelen. Voor de biodiversiteit zijn verticale opstellingen van zonnepanelen het beste. Dit is het beste voor het behoud van de bodemkwaliteit. Ook blijft
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
44
hiermee het grootste bodemoppervlak beschikbaar voor maatregelen voor de biodiversiteit. Om de openheid van het landschap te behouden, mogen de panelen niet boven ooghoogte uitkomen.
3.6. Dorpen In de Handreiking Natuurinclusief Bouwen, Bijlage II bij dit biodiversiteitsplan, is uiteengezet met welke maatregelen je bij bouwprojecten een bijdrage kunt leveren aan de biodiversiteit. Niet al deze maatregelen worden in deze paragraaf herhaald (veel van de maatregelen zijn overigens ook toe te passen bij bouwprojecten in het buitengebied). In de tabellen in deze paragraaf wordt verwezen naar de Handreiking en worden daarnaast nog een aantal maatregelen genoemd, die niet in de Handreiking voorkomen. Ook in de dorpen geldt dat de algemene maatregelen uit paragraaf 3.2 toegepast kunnen worden.
Ambassadeurssoorten dorpen Soort Wilde bijen en dagvlinders. Kleine watersalamander. Huismus Gewone dwergvleermuis Egel
Afkorting WBV KWs Hmu GDvl Hmu
Maatregelen dorpen Maatregel (zie ook Hoofstuk 4 van de Handreiking Natuurinclusief
Ambassadeur-
Bouwen)
soorten
•
Alle soorten
Toepassen van de Handreiking Natuurinclusief Bouwen bij bouwprojecten.
•
Toepassen van de volgende bodemoppervlakken, ingedeeld van beste naar de minst goede voor biodiversiteit: 1.
onverhard begroeid,
Alle soorten
2.
halfopen verharding,
WBV Hmu
3.
elementenverharding in zand,
WBV Hmu
4.
volledig dichte verharding (zoals asfalt, beton en in mortel gelegde elementenverharding).
•
In tuinen en het openbaar groen zoveel mogelijk toepassen van
WBV Hmu Gd Hmu
inheemse bomen, struiken en planten. •
Aanleg van een vlinder-idylle.
WBV Hmu Egl
•
Aanleg van natuurvriendelijke tuinen, met weinig verharding en
Alle soorten
inheemse beplanting.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
45
Maatregel (zie ook Hoofstuk 4 van de Handreiking Natuurinclusief
Ambassadeur-
Bouwen)
soorten
•
Vergroenen van stenige delen van de dorpen.
WBV Hmu Gd Egl
•
Beheren van braakliggende gronden als tijdelijke natuur met de
Alle soorten
Regeling Tijdelijke Natuur, die voorkomt dat de tijdelijke natuur de realisatie van de uiteindelijke bestemming vertraagt of onmogelijk wordt.
Op de streefbeeldkaart van het Groene Netwerk (na paragraaf 3.4) zijn de volgende maatregelen weergegeven: • De maailocaties waarvoor “maai mei niet” geldt. • Maailocaties waar omvorming naar bloem- en kruidenrijk gras mogelijk is. • Locatie waar vergroening mogelijk is. Het gaat hier om locaties die in de inventarisatie voor de Agenda klimaatadaptatie naar voren zijn gekomen als geschikt voor groen.
Meekoppelkansen Cultuurhistorie/recreatie • Biodivers openbaar groen met veel bijen, vlinders, vogels en andere dieren verhogen de aantrekkelijkheid van het groen. Klimaatadaptatie • Meer opgaand groen in de vorm van bomen zorgt voor meer verkoeling tijdens warme perioden. • Natuurvriendelijke regenwaterbergingen voorkomen overstromingen en of het in werking treden van riooloverstorten tijdens hevige buien. • Gebied met weinig verharding voorkomen wateroverlast, doordat regenwater makkelijker de grond in kan trekken. Halfopen verharding, halfverharding en in zand gelegde klinkerverhardingen zijn doorlaatbaar voor regenwater en helpen daarmee ook tegen wateroverlast. Gebiedsontwikkeling/nieuwbouw wijken • Meer ruimte reserveren voor groen. • Natuurinclusief bouwen en ontwerpen.
3.7. Natuurverbindingen Ambassadeurssoorten natuurverbindingen Soort Wilde bijen en dagvlinders. Kleine watersalamander Kammsalamander.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
Afkorting Wd KWs Kam
46
Soort Egel Bunzing
Afkorting Egl Bun
Oost-westverbinding: natuurverbinding Grote Wetering De hoofdverbinding bestaat uit de provinciale natuurverbinding Bergharen-Fort St. Andries, in dit biodiversiteitsplan aangemerkt als “natuurverbinding Grote Wetering”. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit natuurgebieden en verbindingszones tussen die natuurgebieden, om te zorgen dat de soorten die in de natuurgebieden leven, zich van het ene gebied naar het andere kunnen verplaatsen. Bij langere verbindingszones, liggen er langs de verbindingszone vaak ook zogenaamde ‘stapstenen’. Dit zijn kleinere natuurgebiedjes, die de verbindingszones effectiever maken. In Gelderland liggen de natuurverbindingen vooral in de Groene Ontwikkelingszone1. De stapstenen zijn wel GNN. Van de verbindingszone is nog maar een klein deel gerealiseerd. Het gaat om een verbindingszone volgens het “model kamsalamander” (zie kader) met natte bossen, water en moeraszones. Dit model is een streefbeeld voor de natuurverbinding met een wenselijke invulling met maten. Langs een klein deel van de Grote Wetering ligt een natuurvriendelijke oever (totaal ongeveer 1,2 van 11 km). Er ligt een natuurvriendelijke oever tussen de Meren en de Grote Wetering (1,4 km) en er liggen enkele grote stapstenen. Geschikt voortplantingswater voor de kamsalamander is nauwelijks aanwezig. Kader 3.2
Het model Kamsalamander
Het model kamsalamander (uit Atlas Groen Gelderland)2 Dit model bestaat uit een corridor met stapstenen, die ligt in een landschapszone. 'Natte' elementen, met name poelen, zijn essentieel. Behalve de kamsalamander kunnen ook andere amfibieën doelsoort zijn. Dit model mikt op een herstel van kleinschaligheid, inclusief natte elementen. Daarmee is het toepasbaar zowel in het rivierengebied als op de lage zandgronden. De kwaliteit van de natte elementen is van groot belang, terwijl de 'droge' elementen zeer verschillend kunnen zijn. Het model biedt plaats aan een zeer grote verscheidenheid aan organismen, van spitsmuis tot steenuil en van libel tot vleermuis. De poelen dienen echter vrij van vis te zijn en te blijven. Landschapszone: De landschapszone is het totale gebied van een natuurverbinding waarbinnen stapstenen en corridors kunnen worden gerealiseerd (250 tot 500 meter breed). De landschapszone bestaat uit kleinschalig landschap met een samenhangend netwerk van landschapselementen in het cultuurlandschap (zie verder bij “Corridor” voor het type landschapselementen dat kan worden toegepast). Daarnaast liggen in deze
1 2
Zie voor een uitleg Bijlage IV Het Nederlandse en Gelderse natuurbeleid op bladzijde 6. De oorspronkelijke tekst is voor de leesbaarheid enigszins aangepast en tegenstrijdigheden zijn eruitgehaald.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
47
landschapszone kleine poelen1: 500m2, opgenomen in het netwerk. De breedte van de landschapszone is 250 m. per strekkende km. Buiten de stapstenen zijn tenminste 5 poelen, deze liggen goed verspreid, als kleine stapstenen. Corridor: Een corridor is een langgerekt, min of meer aaneengesloten gebied van tien tot vijftig meter breed met een geschikte begroeiing, waarbij ook barrières zoals wegen en waterlopen worden opgeheven. Lopende soorten als zoogdieren en amfibieën maken gebruik van een corridor. Kleinere soorten die de afstand niet in een keer kunnen overbruggen, hebben een combinatie van stapstenen en een corridor nodig. En ook aan water gebonden soorten hebben stapstenen en corridors nodig en manieren om bijvoorbeeld stuwen te passeren. Begroeiing corridor: ruigte, struweel, (vochtig) schraalland, kleine loofbosjes, greppels, houtwal, oevers van sloten of beken, en dergelijke. Minimale breedte corridor: 10-15 meter Maximale lengte corridor: 500 meter Maximale onderbreking corridor: 50-100 meter Barrières: maatregelen om barrières op te heffen zijn noodzakelijk. Dit zijn bijvoorbeeld buizen onder de weg door of loopstroken onder bruggen. In de handreiking natuurinclusief bouwen, bij dit biodiversiteitsplan, staan enkele voorbeelden.
De meest uitgebreide handleiding voor de aanleg van faunapassages is de Leidraad Faunavoorzieningen bij Infrastructuur 2021 (Smulders et al) Stapsteen: Stapstenen zijn kleine leefgebieden van één tot enkele hectaren waar de soort zich kan voortplanten, zodat een afstand via een aantal stappen kan worden overbrugd. Voor vliegende soorten is dit meestal voldoende. Begroeiing stapstenen: poel met goed ontwikkelde water- en oevervegetatie waarin open ruimten aanwezig zijn; landhabitat bestaande uit struweel, heggen of houtwallen, met voldoende schuilmogelijkheden in de vorm van dood hout en dergelijke. Minimum oppervlakte stapsteen: 1-3 ha landhabitat met daarbinnen enkele poelen, van 500 m2. Onderlinge afstand stapstenen: 1 km. Nodig per kilometer:
stapstenen: 3 ha
corridor: 1 ha
landschapszone: 1.2 ha,
namelijk: 250 m breed, waarin 5% van de oppervlakte bestaat landschapselementen. Daarin liggen tenminste 5 poelen van 500 m2 elk.
uit
1
De ervaring is dat in kleinere poelen (100-300 m2) minder snel vis wordt uitgezet, waardoor deze beter voldoen (mond. med. G.F.J. Smit, Waardenburg Ecology).
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
48
Figuur 3.3
Impressie van het model Kamsalamander (bron: Prov. Gelderland).
Het deel van de verbindingszone Grote Wetering is in West Maas en Waal (van de gemeentegrens met Druten tot de Maasdijk bij Moordhuizen) ongeveer 11,6 km lang. Dat betekent dat er voor een verbindingszone van het model kamsalamander zo’n 60 poelen of andere visvrije wateren moeten liggen. Daarnaast nog 11 stapstenen van in totaal zo’n 33 ha. De corridor kan bestaan uit een natuurvriendelijke oever met een enkele meters brede strook bloemrijk gras en ruigte erlangs. Een voorbeeld van hoe dit er uit zou kunnen zien is getekend in Figuur 3.4. Daarin is rekening gehouden met de al aanwezige stapstenen en (waarschijnlijk) geschikte voortplantingswateren.
Figuur 3.4
Voorbeelduitwerking van de verbindingszone Grote Wetering, met een natuurvriendelijke oever (met een brede droge strook erlangs), stapstenen en poelen.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
49
Figuur 3.5
Impressie van een stapsteen langs de Grote Wetering.
Meekoppelkansen verbindingszones Cultuurhistorie/recreatie • Om de verbindingszone Grote Wetering beter in het komgrondenlandschap te laten passen, kunnen in plaats van heggen en houtwallen brede natuurvriendelijke oevers, ruigtestroken, bloemrijke perceelsranden en dergelijke worden toegepast. In plaats van struweel kunnen kleine griendbosjes worden aangelegd. Klimaatadaptatie • De natuurvriendelijke oevers langs de Grote Wetering dragen bij aan de waterberging in het gebied. • Door in de stapstenen verlaagde gedeeltes te maken, met kleine slootjes en de vrijgekomen grond binnen de stapsteen te verwerken, wordt extra waterbergingscapaciteit gecreëerd. De slootjes leveren nieuw gebied op voor de grote modderkruiper. Het verhoogde deel is geschikt als overwinteringsgebied van de kamsalamander. Kaderrichtlijn Water (KRW) • Natuurvriendelijke oevers verbeteren de ecologische waterkwaliteit en daarmee de KRW-scores voor onder andere kleine waterdiertjes (macrofauna) en waterplanten.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
50
Figuur 3.6
Impressie van een noord-zuidverbinding door de komgronden: een bloem- en kruidenrijke berm, natuurvriendelijke oever en poelen in het grasland aan de andere zijde.
Noord-zuidverbindingen De noord-zuidverbindingen zijn veel beperktere verbindingen, tussen de Waal en de Grote Wetering en de Maas. Deze verbindingen kunnen bestaan uit diverse lijnvormige landschapselementen, waarbij het type landschapselement afhangt van het deelgebied waar (het gedeelte van) de verbinding in ligt. De verbindingen liggen op de oeverwal en in het komgebied. In beide deelgebieden kunnen brede wegbermen, natuurvriendelijke oevers en natuurlijk ingerichte perceelsranden deel uitmaken van de verbindingszone. Op de oeverwal zal de verbinding daarnaast ook kunnen bestaan uit houtwallen en hagen. Waar mogelijk worden de verbindingen gecombineerd met poelen, waardoor de kans groter wordt dat kamsalamanders gebruik maken van de verbinding. Het heeft de voorkeur als een verbinding leefgebieden verbindt. Natuurverbindingen van landschapselementen vergroten echter ook de geschiktheid als leefgebied van het gebied waarin ze in liggen als geheel. Ook als een verbindingszone dus ergens ‘stopt’, is deze waardevol.
3.8. Streefbeeldkaart Groene Netwerk Op de volgende pagina’s staan de vier streefbeeldkaarten voor het Groene Netwerk West Maas en Waal. De indeling van de kaarten is hetzelfde als bij de kaarten voor de huidige situatie in hoofdstuk 2. Op de kaarten is met een wisselende mate van exactheid aangegeven welke maatregelen waar wenselijk zijn. Zo zijn de bermen die nu nog regulier beheerd worden, maar die het eerste in aanmerking komen om ecologisch beheerd te
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
51
worden exact aangegeven. Voor maatregelen voor steenuil en patrijs zijn voorkeursgebieden aangegeven. Dit zijn gebieden waar de vogels al voorkomen, met een ruime marge eromheen. Maatregelen voor de soorten zijn het meest effectief in deze gebieden.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
52
4. Strategie en uitvoering 4.1. Inleiding In hoofdstuk 3 en in de Handreiking Natuurinclusief Bouwen hebben we een veelheid aan maatregelen beschreven om de biodiversiteit in West Maas en Waal te verhogen. Maar hoe zorgen we er nu voor dat deze ook worden uitgevoerd? Dat lichten we in dit hoofdstuk toe.
4.2. Wie is aan zet? Dit biodiversiteitsplan is opgesteld als beleidsnota van de gemeente. Wij hebben als gemeente dus een belangrijke rol bij het uitvoeren van de maatregelen. Maar het uitvoeren van maatregelen kunnen we niet alleen. Veel van de maatregelen kunnen alleen worden uitgevoerd op grond, water of gebouwen die niet in ons eigendom zijn en waarover we dus geen zeggenschap hebben. We willen het biodiversiteitsplan dan ook uitvoeren in samenwerking met inwoners, grondeigenaren en organisaties die actief zijn in onze gemeente, zoals bewonersinitiatieven, natuurverenigingen en het waterschap. Wat gaan wij als gemeente doen? • Een van de meest effectieve maatregelen die een gemeente kan uitvoeren voor de biodiversiteit is ecologisch bermbeheer. Wij beheren nu een deel van de bermen ecologisch, maar gaan onderzoeken of we het ecologisch beheer nog kunnen verbeteren en uitbreiden. Dit betekent ook dat we communiceren over waarom en hoe het er uit ziet. Dit zal uitmonden in een nieuw bermbeheerplan en aanvullende eisen bij de aanbesteding van het bermbeheer. • Met de Handreiking Natuurinclusief Bouwen hebben we een handvat om meer te doen aan biodiversiteit in de gebouwde omgeving. We gaan deze zelf hanteren bij bouwprojecten en verplichten initiatiefnemers van bouwprojecten om deze ook toe te passen.
• We gaan actief met bewoners, ondernemers, organisaties en terreinbeheerders in overleg om samen te bepalen wat ieder kan doen om de biodiversiteit te verbeteren. • We gaan bewoners, ondernemers en terreinbeheerders stimuleren om zelf aan de slag te gaan met biodiversiteit, o.a. in de vorm van publieksacties in de vorm van actie steenbreek zoals grijs er uit groen er in en regentonnenacties. Wat kunnen inwoners van West Maas en Waal doen? • Maatregelen nemen aan eigen huis, tuin en erf. • Meedenken met gemeente en signaleren van knelpunten en kansen. • Invloed uitoefenen op medebewoners, gemeente, provincie, waterschap grondeigenaren, -gebruikers en -beheerders. Wat kunnen organisaties doen? • Grondeigenaren/-gebruikers/-beheerders: maatregelen nemen op hun percelen.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
53
•
•
•
•
• •
Provincie: hoofdrol bij het realiseren van nieuwe natuur buiten de bebouwde kom: grond aankopen om daar natuur te maken of de aankoop subsidiëren, subsidie verlenen voor de inrichting en het beheer van natuur in het Gelders Natuurnetwerk, de Groene Ontwikkelingszone, de weidevogelgebieden en de groene dooradering van het agrarische landschap. Waterschap Rivierenland: verantwoordelijk voor de aanleg van de natuurverbinding Grote Wetering. Belangrijke partij bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers, zowel vanwege de verantwoordelijkheid van het waterschap voor de waterkwaliteit als voor waterberging. IVN Maas en Waal: input van kennis, actieve bijdrage in biodiversiteitsprojecten, natuureducatie aan inwoners, meehelpen bij landschapsbeheer, verzamelen natuurgegevens. Agrarische Natuurvereniging: meedenken met projecten op agrarische gronden, stimuleren van agrariërs, coördineren van projecten, coördineren van het weidevogelbeheer plus stimuleren natuurinclusief boeren door de inzet van het ANLb en het promoten van beheerpakketten in de weidevogelgebieden. Woningcorporatie De Kernen: voorlichting aan eigen bewoners, verbeteren van het beheer en de inrichting van gezamenlijk groen. Dorpsplatforms: input van kennis, contact met inwoners, mee uitvoeren van projecten.
4.3. Uitvoeringsprojecten We gaan de komende jaren samen met onze samenwerkingspartners de volgende projecten uitvoeren op het gebied van: • monitoring; • voorlichting en ondersteuning van initiatieven; • inrichting en beheer; • bescherming en handhaving; • aansluiten bij andere opgaven. In deze paragraaf zijn deze projecten beschreven. De projecten die het eerste uitgevoerd worden, zijn het meest uitgebreid beschreven. Omdat er veel ontwikkelingen zijn op gebied van biodiversiteit en in Nederland veel projecten worden ontwikkeld, zijn de latere projecten minder uitgebreid beschreven. De kans is groot dat er landelijk of provinciaal projecten zijn ontwikkeld die in de plaats kunnen komen van de hier beschreven projecten. Dat is efficiënter dan zelf nieuwe projecten te ontwikkelen. Een aantal projecten komen overeen met de projecten die vanuit het Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2019-2023 zijn uitgevoerd. Tijdens de twee klankbordgroepbijeenkomsten voor het opstellen van het biodiversiteitsplan hebben diverse aanwezigen aangegeven dat het wenselijk is deze projecten voort te zetten. De projecten uit het Uitvoeringsprogramma zijn gefinancierd met de subsidie Biodiversiteit en Landschap van provincie Gelderland (zie ook de volgende paragraaf met een overzicht van de beschikbare subsidies van de provincie). Deze subsidie loopt nog tot en met 2023.
Het is op dit moment niet duidelijk of er een vervolg op komt. Het vervolg van de projecten
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
54
en enkele nieuwe projecten zijn daarom alleen mogelijk als er een vervolg komt van de subsidie. We blijven met deze samenwerkingspartners in onderling overleg om de samenwerking te bestendigen, in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en waar nodig het beleid of beheer bij te stellen.
Samenwerkingspartners Waterschap Rivierenland, Provincie Gelderland, Agrarische natuurvereniging Vereniging Streekbeheer Rijk Maas en Waal/Collectief Rivierenland, IVN Maas en Waal, Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Wildbeheereenheid Maas en Waal, Dorpsplatforms
Voorlichting en ondersteuning van bewonersinitiatieven Deelname aan het Deltaplan biodiversiteitsherstel Door partner te worden van de stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel maakt de gemeente deel uit van een uitgebreid, Nederlands netwerk dat zich bezighoudt met het herstel en de versterking van de natuurlijke soortenrijkdom. Binnen het netwerk wisselt sinds 2018 een breed scala aan (overheids)organisaties, wetenschappers en bedrijven enthousiast en doelmatig kennis en kunde uit over manieren waarop biodiversiteit versterkt kan worden. Partners van het Deltaplan Biodiversiteit kunnen gebruikmaken van het netwerk van de stichting en denken in werkgroepen strategisch mee over concrete acties. Project “Uw tuin groen” Samenwerkingsproject van gemeente met dorpsplatforms en de Kernen. Een project vergelijkbaar met het landelijke project Steenbreek, maar dan als eigen initiatief: • Tegels eruit, groen erin; • Geveltuintjes; • De natuurlijke tuin; • Natuurlijke tuinvijvers. • Ecologisch beheer van de tuin. Het project bestaat uit twee delen: een cursus “De natuurtuin” en een uitvoeringsproject “Aan de slag voor uw groene tuin”. Tijdens de cursus krijgen de deelnemers informatie over waar een tuin (en tuinvijver) aan moet voldoen om natuurvriendelijk te zijn.
Tijdens het uitvoeringsdeel zijn diverse standaardpakketten beschikbaar, zoals: • Zadenmix voor plekken waar tegels verwijderd zijn; • Biodivers plantenpakket voor geveltuin; • Zadenmix voor een bont gazon; • Vaste streekeigen planten; • Materialen en handleiding voor een natuurvriendelijke tuinvijver.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
55
Wie voert uit? Project opgezet en gecoördineerd door een externe partij (bijvoorbeeld Landschapsbeheer Gelderland) in samenwerking met de gemeente West Maas en Waal (lokale communicatie) en een aantal lokale partners, zoals natuurverenigingen en of een tuincentrum. Wanneer wordt het uitgevoerd? Uitvoering vindt plaats onder voorbehoud van financieringsmogelijkheden (zie hieronder), in elk geval ná 2023. Financiering Voor financiering van de coördinatie en mogelijk een deel van de kosten van de cursus en de materialen wordt ervan uitgegaan dat er ook na 2023 een subsidie beschikbaar is voor het uitvoeren van biodiversiteitsmaatregelen. Voor deelname aan de cursus en aanschaf van de materialen wordt een bijdrage gevraagd van de deelnemers en de kopers. Nestkastenproject met basisscholen Samenwerkingsproject gemeente en scholen. Maken en ophangen van nestkasten en ophangen van de kasten in lanen en boomgroepen van eikensoorten. Doel: natuureducatie en bestrijding van eikenprocessierups. Wie voert uit? Project in samenwerking met gemeente West Maas en Waal met een lokale partij. Nestkasten worden opgehangen samen met de gemeentelijke buitendienst. Financiering Afhankelijk van de grootte van het project € 500,- à € 3000,- (materialen voor het maken en ophangen van 25 à 150 nestkasten) Wanneer wordt het uitgevoerd? Uitvoering start in 2023.
Verlenging project “Versterking biodiversiteit in hoogstamboomgaarden.” Verlenging van het hoogstamboomgaardenproject uit Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit. Het is de bedoeling om dit project te verbreden. Mogelijk met uitbreiding naar laagstamboomgaarden, onder meer over alternatieve vormen van bestrijding van schadelijke insecten, door het toepassen van stroken met speciale bloemenmengsels tussen de rijen bomen. Hoe het project wordt verbreed, bepalen we in overleg met Stichting Landschapsbeheer Gelderland.
Beheer, onderhoud en inrichting Project ecologisch bermbeheer Doel is het verbeteren en uitbreiden van het ecologisch bermbeheer, dat nu plaatsvindt met een reguliere maai-zuigcombinatie. Op de streefbeeldkaarten staan suggesties voor bermen waarvan het wenselijk is dat ze in de toekomst ecologisch beheerd worden.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
56
Verbeteren van het ecologisch bermbeheer houdt in dat het wordt uitgevoerd volgens “Kleurkeur” van de Vlinderstichting. In het kort komt dit erop neer dat er: • Eén- tot driemaal per jaar gemaaid wordt, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. • Gebruik wordt gemaakt van materieel dat zo min mogelijk schade toebrengt aan de insecten in de berm, dus geen klepelmaaier. Voor biodiversiteit is maaien met een schijvenmaaier of maaibalk en enkele dagen later afvoeren het beste, maar kostentechnisch, qua overlast en voor wat betreft energieverbruik (en dus CO2uitstoot) is een maai-zuigcombinatie met een zogenaamde eco-kop (een schijvenmaaier of maaibalk, zoals bijvoorbeeld een Bolex-maaier) beter. • Gefaseerd wordt gewerkt. De uitvoerders van het maaibeheer moeten op termijn beschikken over het certificaat Kleurkeur, waarvoor ze de eendaagse cursus van de Vlinderstichting moeten hebben gevolgd. Op dit moment zijn er nog weinig aannemers die beschikken over dit certificaat. Inhoud project • Opstellen van een nieuw bermbeheerplan, waarin het aantal bermen dat ecologisch wordt beheerd wordt vergroot en waarin wordt beschreven hoe het maaibeheer wordt uitgevoerd (maaifrequentie, maaiperiodes, gefaseerd maaien, te gebruiken maaimaterieel).
• Op basis van het verschil in kosten tussen regulier beheer en ecologisch beheer met de maaizuiger met ecokop bepalen van welke bermen ecologisch kunnen worden beheerd. • Opnemen van de nieuwe beheereisen uit het bermbeheerplan in de aanbestedingsdocumenten en contracten (gefaseerd werken, gebruik materieel en certifikaat uitvoerders, of kortgezegd: werken volgens Kleurkeur). Wie voert uit? Het project wordt uitgevoerd door de gemeente. Wanneer wordt het uitgevoerd? Het project wordt uitgevoerd zodra dat planningstechnisch mogelijk is. De praktische uitvoering van het nieuwe maaibeheer vindt plaats op het moment dat de nieuwe beheercontracten zijn afgesloten. Financiering Financiering vindt plaats vanuit het reguliere budget voor het bermbeheer. Project waterbeheer en -inrichting Opstellen van een slotenbeheerkaart voor de B en C watergangen, waarin worden meegenomen: • Gevarieerd schoningsbeheer (op basis van ecologische kwaliteit en potentie); • Gefaseerd schoningsbeheer (bij elke schoningsbeurt een deel van de watervegetatie laten staan); • Waterbeheerkalender (welke watergangen in welke periode schonen). • Beheer van houtige bermbeplantingen meenemen aangrenzend aan watergangen. En in bermen.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
57
Project aanleg hagen en natuurvriendelijke perceelsranden Project om de aanleg van de “groene dooradering” van het agrarische landschap te verbeteren. Het gaat om de aanleg van: • Hagen (oeverwallen). • Houtsingels en bomenrijen (oeverwallen). • Bloemrijke perceelsranden (alle deelgebieden). • Keverbanken (alle deelgebieden). • Natuurvriendelijke oevers en plas-drasstroken (alle deelgebieden). Perceelsranden vallen onder het provinciale beleid voor “groene dooradering” Project Bedrijfsplannen natuurinclusieve landbouw Boeren in West Maas en Waal kunnen kosteloos een bedrijfsplan laten maken voor toekomstige ontwikkeling van het bedrijf met ruimte voor natuurinclusieve landbouw. Het plan kan specifiek gericht zijn op natuur, bodem, water, mineralenkringloop of agroforestry. Het gaat om deelname aan een lopend project op grond van het Actieplan Natuurinclusieve landbouw Gelderland. Wie voert uit? Het project wordt uitgevoerd door het Agrarische natuurcollectief Collectief Rivierenland. De gemeente draagt bij door het project te promoten in haar communicatie. Wanneer wordt het uitgevoerd? Dit project loopt op dit moment al in Gelderland. Financiering He4t project wordt gefinancierd vanuit een provinciale subsidie. Voor dit project is geen extra financiering noodzakelijk.
Bescherming, handhaving en ontwikkeling Project toepassen Handreiking natuurinclusief bouwen bij nieuwe ontwikkelingen. De Handreiking natuurinclusief bouwen heeft een puntensysteem om de bijdrage aan de biodiversiteit van verschillende bouwprojecten met elkaar vergelijkbaar te maken. De gemeente West Maas en Waal werkt niet met aanvullende verplichte regels voor het bouwen, naast de wettelijke bouweisen. In plaats daarvan werkt de gemeente met spelregels. Voor natuurinclusief bouwen zijn de spelregels te vinden in de Handreiking. Aan de bouwers wordt gevraagd om met behulp van de Handreiking een zo hoog mogelijke score op gebied van biodiversiteit te halen, waarbij er een ondergrens is die als wenselijk wordt geacht (maar die dus niet verplicht is).
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
58
Wie voert uit? Het invoeren van de Handreiking wordt gedaan door de gemeente. De initiatiefnemers van bouwprojecten waarvoor een bouwvergunning nodig is, passen de Handreiking toe. Wanneer wordt het uitgevoerd? Het invoeren van de Handreiking vindt plaats nadat het Biodiversiteitsplan met de Handreiking is vastgesteld. Financiering Voor dit project is geen extra financiering noodzakelijk.
Aansluiten bij andere opgaven De komende jaren werkt West Maas en Waal aan een aantal opgaven waarop we aansluiten met verbetering van de biodiversiteit. Deze staan hieronder beschreven. Klimaatbeleid Voor West Maas en Waal zijn klimaatstresstesten uitgevoerd voor onder andere wateroverlast en hitte. Groen is een van de middelen die we in kunnen zetten als oplossingsrichting. Bij de maatregelen die worden onderzocht wordt ook verbetering van de biodiversiteit meegenomen. Met de woningstichting De Kernen zijn afspraken gemaakt in het kader van het klimaatbeleid. Met ondernemers en inwoners wordt samengewerkt aan vergroening van de dorpen. Doel is meer sfeer, opvang van water, tegengaan van hitte, verbeteren van biodiversiteit en verbeteren van de waterkwaliteit. Hierbij is het zoeken naar een balans tussen deze doelen en de historische waarden van de dorpen. Er zijn afspraken gemaakt met Waterschap Rivierenland over het waterrobuust inrichten. Het waterschap stelt hiervoor subsidie beschikbaar. Werkzaamheden aan wegen Het opheffen van barrières door de aanleg van bijvoorbeeld een dassentunnel gaat vaak gepaard met hoge kosten. Op het moment dat aan een weg wordt gewerkt, is het minder kostbaar om faunamaatregelen aan te leggen. Op dat moment benutten we de meekoppelkansen en gebruiken we de groene netwerkkaart om te bepalen of en zo ja welke maatregelen nodig zijn.
4.4. Subsidies in Gelderland Provincie Gelderland stelt diverse subsidies beschikbaar voor het verbeteren van de biodiversiteit. Hieronder staat een overzicht van de subsidies die beschikbaar zijn tijdens het gereedkomen van dit biodiversiteitsplan. De looptijd van deze subsidies varieert van 1 tot 3 jaar. Mogelijk worden ze verlengd of komen er nieuwe subsidies voor in de plaats. Kijk op bladzijde 12 in Bijlage IV Het Nederlandse en Gelderse natuurbeleid voor een overzicht van de subsidies die tijdens het vaststellen van het biodiversiteitsplan
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
59
aangevraagd kunnen worden. Op de website van provincie Gelderland https://www.gelderland.nl/subsidies zijn altijd de actuele subsidies terug te vinden.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
60
Literatuur Baan, J.W.M., 2020. Maatregelagenda ‘Klimaatadaptieve maatregelen’. Gemeente West Maas en Waal. Projectnr. P19-0452. Boot Ingenieurs. Baten, G. & B. van Dijk, 2011. Landschapsontwikkelingsplan West Maas en Waal. Projectnummer: 100431. Arnhem. BTL Advies B.V., 2014. Boombeleidsplan Gemeente West Maas en Waal. M.C. de Lange & W.A.M. van Emmerik, 2006. Kennisdocument bittervoorn Rhodeus amarus (Bloch, 1782). Kennisdocument 15. Sportvisserij Nederland, Bilthoven Gemeente West Maas en Waal, 2020. Klimaatbestendig West Maas en Waal. Uitvoeringsprogramma 2020 - 2023 Gemeente West Maas en Waal & Stichting Landschapsbeheer Gelderland, 2019. Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2019-2023 Gemeente West Maas en Waal. IMOSS Stedenbouw Landschap Buitenruimte, 2022 (in prep.). Klimaatadaptatieplan Gemeente West Maas en Waal. Projectnr. 19683-R. versie 16 augustus 2022. Kennisdocument Grote modderkruiper, versie 2.0 BIJ12 oktober 2021 Kennisdocument Kamsalamander, versie 1.0. BIJ12 juli 2017 Provincie Gelderland, 2015. Actieve soortenbescherming Gelderland. Provincie Gelderland, 2021. Hoe gaat het met de biodiversiteit in Gelderland? Rapportage 2021. Smulders, P.B. (Kragten B.V.), Wansink, D.E.H. (Bureau Waardenburg B.V.), Van der Grift, E. (Wageningen University & Research), Nouwens, L. (Kragten B.V.), Hofland, A.C. (Rijkswaterstaat), 2021.
Leidraad Faunavoorzieningen bij Infrastructuur. Rijkswaterstaat, Dienst Water, Verkeer en Leefomgeving, Utrecht. Sollie, S., E. Brouwer & P. de Kwaaadsteniet, 2011. Handreiking Natuurvriendelijke Oevers, een standplaatsbenadering. STOWA-rapportnummer 2011-19. Stichting Toegepast Waterbeheer, Amersfoort.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!
61