CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Biodiversiteitsplan West Maas en Waal

Gemeenteraad 11 mei 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.08399615.406 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Biodiversiteitsplan West Maas en Waal

J.D. Buizer A.A. van Helsdingen

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Biodiversiteitsplan West Maas en Waal J.D. Buizer A.A. van Helsdingen

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

2

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Auteurs: J.D. Buizer, A.A. van Helsdingen Status uitgave: conceptrapport Rapportnummer:

22-030a

Projectnummer:

21-0134

Datum uitgave:

24 maart 2023

Foto voorzijde:

Boerderij aan de Zijvond, Dreumel

Foto titelpagina:

Bloemrijke ruigte langs de Hommelstraat, Wamel

Projectleider:

ir. A.A. van Helsdingen

Tweede lezer:

drs. D. Emond

Naam en adres opdrachtgever:

Gemeente West Maas en Waal Postbus 1 6658 ZG Beneden-Leeuwen

Referentie opdrachtgever:

Z.057503/175209

Akkoord voor uitgave:

ir. A.A. van Helsdingen

Datum akkoord:

7 maart 2023

Graag citeren als: Buizer, J.D. & A.A. van Helsdingen, 2023. Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Biodiversiteitsplan West Maas en Waal. Waardenburg Ecology Rapportnr. 22-030a, Waardenburg Ecology, Culemborg. Trefwoorden: Biodiversiteit, ecologische verbinding, ecologische maatregelen Waardenburg Ecology bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Waardenburg Ecology bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Waardenburg Ecology bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Waardenburg Ecology bv / Gemeente West Maas en Waal Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Waardenburg Ecology bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.

Waardenburg Ecology bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Waardenburg Ecology, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@waardenburg.eco, www.waardenburg.eco

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

3

Voorwoord Aan dit biodiversiteitsplan is vanuit Waardenburg Ecology met veel plezier gewerkt door: Jan Dirk Buizer Arda van Helsdingen Eisso Beukema (illustraties) Het opstellen van het biodiversiteitsplan is vanuit de gemeente begeleid door een ambtelijke projectgroep. Daarnaast is er gewerkt met een klankbordgroep bestaande uit inwoners en betrokken partijen uit West Maas en Waal. Zij hebben via StoryMaps en tijdens bijeenkomsten input geleverd en conceptrapportages van commentaar voorzien. De opstellers van het plan en de gemeente West Maas en Waal bedanken hen hartelijk voor hun input en enthousiasme!

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

4

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Voorwoord

4

Inhoud

5

Biodiversiteit in West Maas en Waal: onze visie

7

1.1. Wat is biodiversiteit en waarom is het belangrijk?

7

1.2. Samen werken aan biodiversiteit

8

1.3. Groene leefomgeving

8

1.4. Wat wil West Maas en Waal?

9

1.5. Ambassadeursoorten

10

1.6. Leeswijzer

11

De biodiversiteit in West Maas en Waal

12

2.1. De ondergrond

12

2.2. Water

13

2.3. De natuur in West Maas en Waal

16

2.4. De staat van de natuur in Gelderland en West Maas en Waal

24

2.5. Hoe houdt West Maas en Waal rekening met de biodiversiteit?

28

2.6. Omgevingsvisie buitengebied

31

2.7. Het Groene Netwerk West Maas en Waal

32

Maatregelen

34

3.1. Inleiding

34

3.2. Algemene maatregelen

35

3.3. Uiterwaarden

38

3.4. Oeverwallen

40

3.5. Komgronden

43

3.6. Dorpen

45

3.7. Natuurverbindingen

46

3.8. Streefbeeldkaart Groene Netwerk

51

Strategie en uitvoering

53

4.1. Inleiding

53

4.2. Wie is aan zet?

53

4.3. Uitvoeringsprojecten

54

4.4. Subsidies in Gelderland

59

Literatuur

61

Kaart groen netwerk: huidige situatie

62

Kaart groen netwerk: streefbeeld

63

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

5

Bijlage I

Profielen ambassadeursoorten

Bijlage II

Handreiking natuurinclusief bouwen

Bijlage III

Maatregelen voor biodiversiteit

Bijlage IV

Het Nederlandse en Gelderse natuurbeleid

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

6

1. Biodiversiteit in West Maas en Waal: onze visie West Maas en Waal is een groene gemeente. Als gemeente houden we in ons werk al rekening met de biodiversiteit. We hebben de afgelopen jaren diverse projecten uitgevoerd om de biodiversiteit te verbeteren. In paragraaf 2.5 gaan we hier uitgebreider op in. In 2018 en 2019 hebben we samen met Stichting Landschapsbeheer Gelderland het Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2019-2023 opgesteld. In dit programma beschreven we 9 projecten om de biodiversiteit in de gemeente te verbeteren. Eén van die projecten is het opstellen van een biodiversiteitsplan, met een inventarisatie van voorkomende planten en dieren, maatregelen voor actieve bescherming van soorten, natuurinclusief bouwen, ecologisch beheer van bermen en voor het betrekken van inwoners bij vergroten van biodiversiteit. Het voor u liggende plan is het resultaat van dit project. Maar wat is biodiversiteit eigenlijk? Waarom is het belangrijk de biodiversiteit te verbeteren? En hoe willen we dat gaan doen? Met dit plan geven we een antwoord op deze vragen.

1.1. Wat is biodiversiteit en waarom is het belangrijk? Eenvoudig gezegd is biodiversiteit de variatie aan in het wild levende organismen op de wereld: planten, dieren, schimmels, bacteriën, enzovoorts. In dit biodiversiteitsplan noemen we biodiversiteit ook wel de soortenrijkdom. Niet alle soorten zijn voor de mens direct zichtbaar, denk bijvoorbeeld aan bacteriën. Als soorten verdwijnen en populaties kwetsbaarder worden heeft dat een effect op de leefomgeving. Dat heeft nadelige effecten op onze samenleving. We hebben insecten bijvoorbeeld nodig voor bestuiving en bescherming van onze gewassen. Daarnaast zorgt de aanwezigheid van allerlei soorten voor een gezonde en fijne leefomgeving waarbij soorten elkaar in balans houden. Als mens zijn we onderdeel van het ecosysteem en de kwaliteit daarvan is essentieel voor onze samenleving. We zijn er steeds meer van doordrongen dat de bodem essentieel is voor ons voedselweb: 25% van onze biodiversiteit zit in de bodem.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

7

Figuur 1.1

Voorbeeld van een voedselweb.

1.2. Samen werken aan biodiversiteit De biodiversiteit of soortenrijkdom verbeteren kan de gemeente niet alleen. We stimuleren en informeren inwoners en bedrijven om bestaande of nieuwe initiatieven voor de biodiversiteit uit te voeren en we werken daarin samen. Biodiversiteit is voor ons allemaal belangrijk. Dit plan is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners en belangengroepen van West Maas en Waal. We hebben mensen uitgenodigd uit diverse organisaties, zoals het IVN, het Dorpsplatform Appeltern, de Boomgroep Wamel, de Vereniging Streekbeheer Rijk Maas en Waal en vertegenwoordigers van de wildbeheereenheid. Daarnaast hebben diverse inwoners van West Maas en Waal individueel bijdragen geleverd. Daarmee is het een zo integraal mogelijk beleidsstuk geworden met de doelstelling om biodiversiteitsherstel realistisch en haalbaar te maken.

1.3. Groene leefomgeving Biodiversiteitsherstel raakt aan een aantal opgaven waar de gemeente ook voor staat. Waar mogelijk combineren we doelen. We werken tegelijkertijd aan diverse klimaatopgaven, zoals het tegen gaan van hittestress en het opvangen van grote regenbuien. Om de gezondheid van onze bewoners te versterken willen we dat iedereen makkelijk naar het groen kan. Ook willen we dat het groen de identiteit van West Maas en Waal versterkt. Bij de keuze van de locatie van (nieuwe) groenstructuren zoeken we naar combinatie van zo veel mogelijk doelen.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

8

1.4. Wat wil West Maas en Waal? West Maas en Waal wil zich de komende jaren samen met inwoners en organisaties inzetten voor het verbeteren van biodiversiteit in dorpen en buitengebied. We doen dat door: 1. te zorgen voor meer ruimte waar (wilde) planten en dieren kunnen leven; 2. te zorgen dat de kwaliteit van die plekken beter wordt, zodat ze geschikt worden voor meerdere soorten planten en dieren; 3. te zorgen dat al deze plekken zo goed mogelijk met elkaar verbonden zijn, zodat planten en dieren er ook kunnen komen en er tussen populaties voldoende genetische uitwisseling is. In West Maas en Waal hebben we een hoofdgroenstructuur met gebieden die belangrijke waarden vertegenwoordigen voor biodiversiteit, het Groene Netwerk. Daarnaast hebben deze groen- en watergebieden een functie bij het tegengaan van onder andere hittestress en zorgen ze voor een gezonde leefomgeving. Het gaat om een netwerk van: • Natuurgebieden zoals in de uiterwaarden, en het gebied De Meren in de komgronden. • Grote en kleine groenvoorzieningen, zoals parken, waterretentiegebieden en dergelijke, zowel in de dorpen als in het buitengebied. • Natuurverbindingen tussen deze gebieden in de vorm van bomenrijen, hagen en heggen, laanbeplantingen, brede kruidenrijke bermen, natuurvriendelijke oevers en groenstroken langs wegen en sportparken.

• “Oversteekvoorzieningen” voor dieren bij drukke wegen, waar deze een natuurverbinding kruisen; faunavoorzieningen genoemd. • Kleine landschapselementen als knotwilgen, ruige overhoeken en poelen. • Particulier groen, zoals tuinen, speelt ook een belangrijke rol ter versterking van het netwerk. Wij willen in onze gemeente op de volgende manieren werken aan deze doelen: • We werken samen en overleggen met inwoners en organisaties in West Maas en Waal. • We organiseren samen met onze partners publieksacties, zoals de projecten Bevordering biodiversiteit bij bewoners, grondeigenaren en vrijwilligers en Versterking biodiversiteit op particuliere terreinen uit het Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2019-2023 Gemeente West Maas en Waal. • In het beheer en de inrichting van het openbaar groen houden we voortaan rekening met de biodiversiteit, onder meer door: o op meer plekken in het openbaar groen en de bermen een beheer te voeren gericht op inheems bloem- en kruidenrijk gras; o in het schoningsbeheer van waterhuishoudkundige objecten waar mogelijk gefaseerd en minder strak te werken (gefaseerd houdt in dat een deel van de begroeiing blijft staan). • We beschermen natuurwaarden in onze bestemmingsplannen. We gebruiken dit biodiversiteitsplan als input bij nieuwe bestemmingsplannen.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

9

1.5. Ambassadeursoorten Om vast te stellen wat we moeten doen voor meer soortenrijkdom, maken we in dit plan gebruik van ambassadeursoorten. Ambassadeursoorten zijn soorten planten of dieren, waarvan wij vinden dat die thuishoren in de dorpen en het landschap van West Maas en Waal en die daar kunnen leven als de kwaliteit daarvan goed is. We hebben soorten gekozen die al leven in de gemeente. Als het leefgebied voor de ambassadeursoorten op orde is kunnen er tal van andere soorten planten en dieren leven. Deze planten en dieren geven richting aan de keuzes die we maken voor de inrichting en het beheer van ons groen. De ambassadeursoorten vertegenwoordigen niet de hele diversiteit aan natuurwaarden die we willen behouden en versterken. Voor diverse terreinen en locaties is maatwerk nodig in inrichting en beheer om de echte bijzondere soorten voor die plek te behouden.

Een ambassadeursoort, zoals bijvoorbeeld de kleine watersalamander (Figuur 1.2), staat voor een grotere groep planten en dieren. In dit geval voor allerlei soorten van water en oevers. De kleine watersalamander staat voor plekken in de gemeente waar wateren zijn met waterplanten en een gezonde waterkwaliteit. Er zijn oevers en op het land voldoende schuilplaatsen waar ze ongestoord kunnen overwinteren. Op deze plaatsen kunnen ook allerlei andere soorten leven zoals libellen, kokerjuffers, slakken en andere soorten amfibieën zoals bruine kikker en gewone pad. In Bijlage I Profielen ambassadeursoorten staan de ambassadeursoorten voor West Maas en Waal en wat we kunnen doen om hun leefgebied en dat van andere soorten te verbeteren.

Figuur 1.2

De kleine watersalamander leeft in gebieden met een goede waterkwaliteit en veel variatie. De soort komt ook voor in tuinen in de bebouwde kom.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

10

1.6. Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat over hoe de biodiversiteit in West Maas en Waal er nu voor staat. Het hoofdstuk start met een aantal gemeentebrede thema’s, zoals de bodemopbouw en het water in de gemeente. Daarna volgen beschrijvingen van de vier deelgebieden, met een aantal bijzondere natuurwaarden die er voorkomen. In paragraaf 2.4 is beschreven hoe het met de biodiversiteit in Gelderland gaat. Dit is zoveel mogelijk toegespitst op de situatie in West Maas en Waal, maar er zijn te weinig gegevens om hier gedetailleerd op in te gaan. In paragraaf 2.5 staat wat wij als gemeente al doen om de biodiversiteit te verbeteren. Paragraaf 2.6 gaat in op de Omgevingsvisie Buitengebied. Hierin hebben we al een visie gegeven over hoe we om willen gaan met de biodiversiteit in het buitengebied. In de laatste paragraaf, 2.7, vindt u vier kaarten met de huidige situatie van het Groene Netwerk in West Maas en Waal. Er is een kaart voor het noordwesten, noordoosten, zuidwesten en zuidoosten van de gemeente. In hoofdstuk 3 worden de ambassadeursoorten geïntroduceerd. Een uitgebreidere beschrijving van de ambassadeursoorten is te vinden in Bijlage I Profielen ambassadeursoorten bij dit biodiversiteitsplan. Na de introductie van de ambassadeursoorten is beschreven met welke maatregelen de situatie voor de ambassadeursoorten kan worden verbeterd.

Dit start met algemene maatregelen die in alle deelgebieden toepasbaar zijn. Dan volgen maatregelen per deelgebied. De maatregelen staan in tabelvorm, met de ambassadeursoorten waarvoor ze bedoeld zijn. Na de tabel is aangegeven welke maatregelen op de streefbeeldkaart van het Groene Netwerk zijn aangegeven. Als laatste worden de natuurverbindingen beschreven. Na hoofdstuk 3 staan de vier streefbeeldkaarten van het Groene Netwerk. Hoofdstuk 4 gaat over de uitvoering. In paragraaf 4.2 gaan we in algemene zin in op wie er aan zet is bij de uitvoering van het plan. In paragraaf 4.3 staan de uitvoeringsprojecten voor de komende tijd. Of het uitvoeren van deze projecten mogelijk is hangt af van de financiering. In paragraaf 4.4 staat een overzicht van de subsidies die op dit moment beschikbaar zijn bij provincie Gelderland. De genoemde subsidies lopen af na 2023 en na 2025. We verwachten dat er na die tijd een vervolg op de subsidies zal komen, mogelijk in gewijzigde vorm.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

11

2. De biodiversiteit in West Maas en Waal 2.1. De ondergrond West Maas en Waal ligt in het rivierengebied. Dat bepaalt ook welke natuur we hebben in West Maas en Waal. De afgelopen duizenden jaren hebben hier verschillende riviertakken van de Rijn en de Maas gestroomd. Al deze riviertakken overstroomden regelmatig en zetten daarbij klei en zand af. Dicht bij de rivier werden vooral zand en zavel afgezet: dit zijn de oeverwallen, die hoger in het landschap liggen. Langs de Waal zijn deze kalkrijk, langs de Maas kalkarm. Verder van de rivier af liggen de lagere komgronden met zware, kalkarme klei. Door de afzet van zand kwamen de rivieren steeds hoger in het landschap te liggen. Wanneer het hoogteverschil tussen oeverwal en komgrond te groot werd, brak de rivier door de oeverwal en verlegde haar loop. Het natuurgebied De Meren is waarschijnlijk een rest van zo’n oude doorbraakgeul. De oude rivierlopen zijn nog als zandbanen in de ondergrond terug te vinden, soms tot vlak onder het huidige maaiveld.

Figuur 2.1

Hoogtekaart van West Maas en Waal.

Zo hier en daar steken oude rivierduinen of donken onder de klei uit. Rivierduinen zijn tijdens de laatste ijstijd ontstaan, doordat het onbegroeide zand opwaaide. Deze hoge plekken waren het geschiktst om op te wonen. Daarom liggen Dreumel en Altforst op een rivierduin. Deze rivierduinen zijn op de hoogtekaart goed te herkennen (zie Figuur 2.1). Na de aanleg van de dijken kon de rivier alleen nog zand en klei afzetten in de uiterwaarden. Deze liggen daarom tegenwoordig vaak hoger dan het binnendijkse gebied. Bij dijkdoorbraken ontstonden diepe gaten, waarin water bleef staan: de wielen. De uitgespoelde grond ligt achter de dijk: een doorbraakwaaier.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

12

De bodem bepaalt in belangrijke mate het gebruik van de grond en de natuur die erop voorkomt. Voor de ruilverkaveling van 1950 was dit nog veel duidelijker dan tegenwoordig. Boomgaarden waren bijvoorbeeld alleen te vinden op de oeverwallen, die droger zijn en een minder zware bodem hebben. De komgronden waren zo nat, dat deze bijna alleen gebruikt werden als hooiland, griend of eendenkooi. De boerderijen stonden op hoge plaatsen, zoals de oeverwal en rivierduinen. Tegenwoordig is het onderscheid minder duidelijk. Door de betere afwatering, die met de ruilverkaveling is gerealiseerd, zijn de komgronden minder nat dan vroeger. De landbouwwerktuigen zijn veel krachtiger geworden, waardoor het geen probleem is de zware klei te bewerken. In de komgronden zijn tegenwoordig dan ook akkers te vinden, vooral met mais. Ook aan de groei van wilde planten is te zien dat de komgronden droger zijn geworden. Vroeger kwamen planten van natte omstandigheden veel in graslandpercelen voor, zoals bijvoorbeeld de echte koekoeksbloem. Deze plant is tegenwoordig alleen nog langs oevers en in natuurgebieden te vinden. Wat nog wel is terug te zien is het verschil tussen lichte en zware gronden en tussen kalkrijk en kalkarm. Een plant van lichte grond, zoals het gewoon biggenkruid, is alleen op de oeverwallen en op zandige stukken in de uiterwaarden te vinden.

Een plant die kalk in de bodem nodig heeft, zoals de Engelse alant, is vooral langs de Waal te vinden.

Figuur 2.2

Vereenvoudigde bodemkaart (bron: PDOK.nl).

2.2. Water Watersysteem Het water in de gemeente West Maas en Waal bestaat uit het binnendijkse water en het buitendijkse water. Buitendijks liggen de rivieren en de zandplassen en nevengeulen in de

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

13

uiterwaarden. Binnendijks ligt een stelsel van weteringen en sloten, en daarnaast wateren als wielen (oude dijkdoorbraakkolken) en eendenkooien. Oorspronkelijk hebben de binnendijkse gronden via kleine stroompjes op natuurlijke wijze afgewaterd op de Waal en de Maas. Hiervan is in het landschap nu weinig meer terug te vinden. Een deel hiervan is in de 14e eeuw gekanaliseerd en later opgenomen in de weteringen.

Figuur 2.3

De Grote Wetering

Eind 19e en begin 20e eeuw zijn enkele stoomgemalen gebouwd om de bemaling met windmolens van het Dreumelse en Alphense veld over te nemen. Later zijn deze door elektrische gemalen overgenomen. Tot de jaren ’50 was de afwatering echter nog slecht en bleven de percelen in de komgronden nog tot laat in het voorjaar nat. Om dit te verbeteren is in 1952 een elektrisch gemaal gebouwd bij Moordhuizen. Van 1954 tot 1960 is een ruilverkaveling uitgevoerd, waarbij de Grote Wetering is aangelegd. Hiermee is de afwatering sterk verbeterd. Van de stoomgemalen is alleen museumgemaal de Tuut nog in goede staat. Het gemaal bij Moordhuizen verzorgt nu de totale afwatering van de polder. Bij Nieuwe Schans, de Blauwe Sluis en de Tuut kan water vanuit de Maas worden ingelaten. Bij de Blauwe Sluis en de Tuut liggen gemalen, die actief water de polder in kunnen pompen. Een stelsel enkele gemalen en ruim 100 stuwen en stuwtjes in de polder zorgt voor het gewenste waterpeil. Deze stuwtjes en gemalen vormen een barrière voor vissen. Steeds vaker worden er voorzieningen bij stuwen en gemalen geplaatst om vissen langs de stuw of het gemaal te kunnen laten zwemmen. Waterschap Rivierenland heeft in haar werkgebied inmiddels verschillende vispassages aangelegd. In West Maas en Waal is tot nu toe alleen bij de stuw in de Maas bij Lith een grote vistrap aangelegd.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

14

West Maas en Waal is verdeeld in een 50-tal peilgebieden. In de peilgebieden is de waterstand ’s zomers hoger dan ’s winters. Het doel hiervan is om in de winter wateroverlast te voorkomen en in de zomer te grote droogte te voorkomen. In de natuurlijke situatie zijn de waterpeilen in de winter juist hoger dan in de zomer.

Waterkwaliteit Op een aantal punten meet Waterschap Rivierenland de waterkwaliteit in West Maas en Waal. Gemeten wordt zowel de chemische als de ecologische kwaliteit. De chemische kwaliteit gaat bijvoorbeeld over de hoeveelheid meststoffen en zware metalen in het water. De ecologische kwaliteit gaat over bijvoorbeeld de visstand, de hoeveelheid kleine waterdiertjes (macrofauna) en waterplanten. De Grote Wetering valt met enkele zijweteringen onder de Kaderrichtlijn Water. Volgens de metingen voldoet het water hier chemisch en ecologisch niet aan de richtlijn. De visstand is wel goed, maar er zijn te weinig macrofauna en waterplanten aanwezig. Dit kan verbeterd worden door de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Zo hier en daar liggen die al, maar het zijn er nog weinig.

Figuur 2.4

Natuurvriendelijke oevers in West Maas en Waal (bron: Waterschap Rivierenland).

Behalve bij de Grote Wetering zijn er verspreid over de polder ook nog enkele meetpunten. De waterkwaliteit blijkt hier redelijk te zijn. Op sommige punten zit te veel organische stof in het water, waardoor het zuurstofgehalte te laag kan worden. De kwaliteit op gebied van meststoffen in het water is voldoende of goed.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

15

2.3. De natuur in West Maas en Waal De natuur in West Maas en Waal is natuur die past bij het rivierenlandschap. Een landschap van grote rivieren, met uiterwaarden, oeverwallen en komgronden. Elk met zijn ontwikkelings- en ontginningsgeschiedenis en eigen gebruik. Deze vormen, samen met de dorpen, de vier deelgebieden van dit biodiversiteitsplan (zie de kaart in Figuur 2.5). De indeling en de grenzen van de deelgebieden zijn gelijk aan die van de Omgevingsvisie Buitengebied van West Maas en Waal. Het biodiversiteitsplan gaat echter over het hele grondgebied van de gemeente, ook over de delen waarop de Omgevingsvisie Buitengebied niet van toepassing is. De vier deelgebieden worden in deze paragraaf verder toegelicht.

Figuur 2.5

Deelgebieden

Uiterwaarden De uiterwaarden van de Waal en de Maas vormen het meest natuurlijke en dynamische gebied in de gemeente. Vooral in de winter en het voorjaar kunnen hoge waterafvoeren optreden. Door klimaatverandering komen steeds vaker hoogwaters voor, maar door toedoen van langdurige droogte zakt de Waal ook steeds verder uit. Grote delen van de uiterwaarden zijn nog in landbouwkundig gebruik, als grasland of akker. Daarnaast heeft er klei- en zandwinning plaatsgevonden. Vanaf de jaren `90 van de twintigste eeuw is dat meestal gedaan in combinatie met natuurontwikkeling. Zo is in de Leeuwense Waard de eerste meestromende nevengeul van Nederland aangelegd. De uiterwaarden van de Waal zijn Europees beschermd als Natura 2000-gebied (zie ook Bijlage IV Het Nederlandse en Gelderse natuurbeleid).

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

16

De Waal is de meest natuurlijke rivier. Er liggen geen stuwen in de Waal en de rivier heeft nog grotendeels zijn oorspronkelijke loop. Die loop is vanaf de 13e eeuw steeds verder vastgelegd met dijken en kribben. De Maas is tot de stuw bij Lith een gestuwde rivier. In de twintigste eeuw zijn verschillende bochten in de Maas rechtgetrokken. Ook de provinciegrenzen zijn daarbij aangepast. De rechtgetrokken Maas is de nieuwe grens geworden. In de afgesneden bochten aan de Gelderse kant is vervolgens zand gewonnen. De Megense Ham is vanaf halverwege de jaren ’70 omgevormd tot recreatiegebied de Gouden Ham. Ook in de uiterwaarden bij Moordhuizen zijn vooral na 2000 omvangrijke zandplassen gegraven. Het gebied wordt omgevormd tot natuurgebied. Dit gebied wordt door provincie Gelderland beschouwd als een van de Gelderse natuurparels. Stroomafwaarts van de stuw bij Lith is in de Maas nog de werking van de getijden merkbaar. Het getijverschil varieert van zo’n 10 tot 30 cm.

Figuur 2.6

De Waaluiterwaarden bij Beneden-Leeuwen.

De belangrijkste natuurwaarden in de uiterwaarden zijn: • De uiterwaarden zijn onder andere bijzonder vanwege de “stroomdalplanten” die hier voorkomen. Dit zijn planten die oorspronkelijk uit Midden-Europa komen, maar die zich via de rivieren hebben kunnen verspreiden tot in Nederland. Voorbeelden hiervan zijn de kattendoorn, de Engelse alant en de kruisdistel. • Verder komen in de Leeuwense en de Dreumelse Waard mogelijk nog oude bomen en struiken voor die rechtstreeks afstammen van de bomen en struiken die na de laatste IJstijd op eigen kracht Nederland bereikt hebben (zie Figuur 2.7). Dit kan bijvoorbeeld gaan om soorten als wilgen, zwarte populier, meidoorn en Gelderse roos. • De uiterwaarden zijn belangrijk voor vele vogels, zoals:

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

17

o o o o o

Eenden, ganzen en steltlopers vooral overwinterend (smient, brilduiker, slobeend, grutto, oeverloper en wulp); Vogels van vochtig struweel: bosrietzanger, spotvogel, nachtegaal, ransuil en matkop; Vogels van open grasland en ruigte: graspieper, grasmus, veldleeuwerik, kneu, torenvalk; Oeverzwaluwen, die nestelen in steilwandjes langs het water; Vogels die broeden op kale grond zoals kleine plevier, kluut en visdief (vooral bij Moordhuizen).

Figuur 2.7

Kansrijke plekken voor het voorkomen van oude boskernen, struwelen, houtwallen en heggen in de gemeente West Maas en Waal. In West Maas en Waal is nog geen veldonderzoek gedaan om te onderzoeken of er inderdaad nog oude bosresten aanwezig zijn (bron: Kaart Groen Erfgoed https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/kaartgroen-erfgoed).

Oeverwallen Op de oeverwallen van de Waal en de Maas liggen van oudsher de beste gronden voor akkerbouw en boomgaarden. Ook nu nog is het een lappendeken van boomgaarden, graslanden en akkers. De akkers waren voor de ruilverkaveling van de jaren ’50 meestal langgerekt en smal. Doordat ze in de lengte vaak nog waren opgedeeld, ontstond er een lappendeken van akkertjes (zie Figuur 2.9). Veel van deze velden waren omzoomd met hagen en of bomenrijen, de meeste hiervan zijn tegenwoordig verdwenen (zie Figuur 2.8). De oeverwallen zijn ook de plekken waar de meeste dorpen zijn ontstaan. Grote delen zijn tegenwoordig dan ook bebouwd en vallen onder het deelgebied “dorpen”. Het niet bebouwde deel van de oeverwal is vrij kleinschalig. De oeverwal van de Waal is kalkrijk en de oeverwal van de Maas is kalkarm.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

18

Belangrijkste natuurwaarden: • Amfibieën als de kamsalamander. • Vogels als ringmus, steenuil, patrijs, ooievaar, ransuil en huiszwaluw. • Planten als de beemdkroon, de gewone agrimonie en vooral langs de dijk ook stroomdalplanten als de kattendoorn, ruige leeuwentand en Engelse alant. • Kleine zoogdieren als haas en konijn.

Figuur 2.8

De oeverwal bij (Beneden) Leeuwen in 1925. Het is een lappendeken van kleine akkerpercelen, hoogstamboomgaarden en weilandjes, vaak omzoomd met hagen. De akkerpercelen waren nog verder onderverdeeld, maar die onderverdeling is te klein om op deze kaart weer te geven. Onderaan ligt de overgang naar het open landschap van komgronden (bron: topotijdreis.nl).

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

19

Figuur 2.9

Luchtfoto uit 1938 van Boven-Leeuwen. Op deze luchtfoto zijn de vele boomgaarden en de kleine akkertjes goed te zien (bron: Heemkundevereniging Leeuwen).

Figuur 2.10

De oeverwal bij Boven-Leeuwen.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

20

Komgronden De komgronden zijn de lagergelegen gronden met vooral zware kalkarme klei. Van oorsprong was het hier zo nat dat alleen gebruik als grasland, eendenkooi of griend mogelijk was. Bewoning was er niet of nauwelijks, de boerderijen lagen rond de komgronden op de hogere oeverwallen en rivierduinen. Nog steeds zijn grote delen in gebruik als grasland, maar er zijn nu ook akkers, meestal met mais, en boomgaarden, zoals rond Altforst. De openheid wordt doorbroken door wegbeplantingen, een aantal eendenkooien, populierenbosjes, het natuurgebied de Meren en de vrij schaarse bebouwing. Er is nu meer bebouwing, die vooral bestaat uit agrarische bedrijven van na de ruilverkaveling. De meeste hiervan liggen langs de Papesteeg, Liesbroekstraat en de Hoogbroekstraat, die bij de ruilverkaveling zijn aangelegd. Verder liggen er in de komgronden een aantal waterbergingsgebieden. De buurtschap Woerd ligt op een rij rivierduinen en er ligt een rivierduin tussen de Bergweg en de Meren: de Dreumelse berg (Figuur 2.11). Beide zijn duidelijk in het veld herkenbaar als verhogingen in het landschap. De Dreumelse berg is overigens in het verleden opgehoogd.

Figuur 2.11

De Dreumelse berg.

Belangrijkste natuurwaarden: • Kleine zoogdieren als haas en bunzing, • Amfibieën en vissen, zoals de kamsalamander en de poelkikker (beide in de Meren), en de kleine en grote modderkruiper; • Planten zoals de agrimonie (die vooral in bermen voorkomt), het moeraskartelblad (in De Meren) en de kruidvlier (in een berm langs de Bemerdweg); • Boerenlandvogels als gele kwikstaart, ringmus, grutto en kievit, kerkuil en patrijs;

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

21

• • •

Riet- en ruigtevogels als kleine karekiet, rietgors en blauwborst; Vogels van (vochtig) struweel als koekoek, braamsluiper en fitis; Bos- en parkvogels als spechten, tjiftjaf en zanglijster.

Figuur 2.12

Kruidvlier langs de Bemerdweg in 2021. (Inzet: bloeischerm, foto Daniël Ballmer). Kruidvlier is een zeer zeldzame vaste plant (geen struik, zoals de gewone vlier), die meest in het oostelijk rivierengebied en Zuid-Limburg voorkomt. Inmiddels zijn de populieren gekapt en vervangen, waarbij de grond kaal is gemaakt. Mogelijk komt de kruidvlier weer terug.

Figuur 2.13

Komgebied ten zuiden van Wamel.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

22

Dorpen De bebouwde omgeving wordt gevormd door de plaatsen Dreumel, Wamel, BenedenLeeuwen, Boven-Leeuwen, Altforst, Appeltern, Maasbommel en Alphen. De oudste delen van de dorpen in de gemeente liggen allemaal op de hoogste plekken in het landschap; de oeverwallen en rivierduinen. De latere uitbreidingen zijn op minder hoge delen gebouwd, maar voornamelijk wel op de wat hogere oeverwallen. Dit heeft van oudsher gezorgd voor een kleinschalige verkaveling met veel afwisseling. Dit is karakteristiek voor het rivierengebied en heeft oorspronkelijk een grote diversiteit aan beplantingselementen en soorten. Deze beplantingselementen zijn gedeeltelijk nog terug te vinden in de bebouwde kom. In de randzones van de dorpen is relatief veel groen te vinden, in de vorm van tuinen, openbaar groen, graslanden en boomgaarden die binnen de bebouwde kom zijn komen te liggen. In de dorpen zijn ook grote delen waar het percentage groen laag is ten opzichte van de aanwezige verharding. De belangrijkste natuurwaarden in de dorpen zijn: • Amfibieën als de kleine watersalamander en op enkele plekken de kamsalamander. • Zoogdieren als egel en gewone dwergvleermuis. • Vogels als huismus, gierzwaluw en huiszwaluw. Langs de dorpsranden broedt hier en daar de steenuil.

Figuur 2.14

Het Speelse Veld.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

23

2.4. De staat van de natuur in Gelderland en West Maas en Waal Hoe gaat het in Gelderland? Provincie Gelderland houdt bij hoe het gaat met biodiversiteit in de provincie. De provincie heeft een vaste manier van tellen, waardoor de gegevens van verschillende jaren goed met elkaar te vergelijken zijn. Het gaat om gegevens over de hele provincie, maar ze zeggen ook wat over de situatie in West Maas en Waal. Provincie Gelderland berekent de ontwikkeling in de biodiversiteit volgens de Living Planet Index (de LPI-waarde). In Figuur 2.15 staat een grafiek uit de rapportage voor 2021 (Provincie Gelderland, 2022). Deze laat de ontwikkeling van de totale biodiversiteit in Gelderland vanaf 1990 zien. Te zien is dat de totale biodiversiteit licht is afgenomen. De grootste afname heeft al eerder plaatsgevonden, vanaf de jaren ’50. Door maatregelen als het stoppen met de giftigste bestrijdingsmiddelen, verbetering van de waterkwaliteit en natuurherstelprojecten gaat het met diverse soorten (maar niet alle) weer beter. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat deze waarde voor de biodiversiteit is vastgesteld op basis van een vrij klein aantal goed te volgen soorten (281). Er zijn bijvoorbeeld geen planten, spinnen en weekdieren meegenomen in de berekening. Van de grote groep insecten zijn alleen de dagvlinders en libellen meegenomen (ongeveer 0,5 % van alle insectensoorten in Nederland).

Figuur 2.15

Biodiversiteit algemeen in de provincie Gelderland.

In Gelderland zijn vooral de boerenlandvogels, de stadsvogels en de dagvlinders sterk achteruitgaan. De zoogdieren zijn vooruitgegaan. Dat komt voor een groot deel door de opmars van de bever en de vooruitgang van de das en de boommarter. Kleine marters als wezel en bunzing gaan hoogstwaarschijnlijk in aantal achteruit, maar omdat ze zo lastig te volgen zijn is dat niet helemaal zeker. De libellen gingen tot 2010 sterk vooruit, door de verbetering van de waterkwaliteit. De laatste jaren gaat het echter weer wat minder goed. De grafieken uit het biodiversiteitsrapport van provincie Gelderland zijn te vinden in Bijlage IV Het Nederlandse en Gelderse natuurbeleid. In Kader 2.1 staan de soorten die in Gelderland het sterkst in aantal zijn gestegen of juist gedaald. Alleen soorten die ook in West Maas en Waal voorkomen zijn overgenomen uit het rapport van de provincie.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

24

Kader 2.1

Sterkste stijgers en dalers provincie Gelderland tussen 1990 en 2019.

Sterke stijgers Roodborsttapuit, sprinkhaanzanger, grauwe gans, groenling, putter, vuurlibel, ooievaar, brandgans, ijsvogel, bittervoorn, koninginnenpage, bever en otter. Sterke dalers Ringmus, patrijs, watersnip, grutto, zomertortel, ransuil, tapuit, kramsvogel.

Hoe gaat het in West Maas en Waal Hoe staat het nu met de natuur in West Maas en Waal? Er zijn maar weinig betrouwbare gegevens beschikbaar om de gemeente te vergelijken met andere gemeenten, of om te bepalen of de biodiversiteit in de gemeente beter wordt of juist achteruitgaat. Op de kaart in Figuur 2.16 is aangegeven hoeveel verschillende bedreigde soorten planten en dieren per hok van 500 x 500 m in de gemeente voorkomen. Hiervoor zijn gegevens gebruikt uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Te zien is dat de uiterwaarden van Waal en in mindere mate Maas er uitspringen. En ook natuurgebied De Meren springt er duidelijk uit.

Figuur 2.16

Op deze kaart is het aantal rode-lijstsoorten te zien per hok van 500x500m in de gemeente West Maas en Waal. De zwarte pijl wijst naar De Meren.

In Figuur 2.17 is een vergelijkbare kaart te zien, maar nu van een wat groter gebied. Op de kaart is te zien dat vooral de stuwwallen en de grote rivieren er uitspringen, door het grote aantal rode-lijstsoorten dat er te vinden is. Maar ook in stedelijk gebied komen

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

25

tegenwoordig vaak veel rode-lijstsoorten voor. In de landbouwgebieden komen tegenwoordig veel minder bijzondere soorten voor dan in de steden. West Maas en Waal is een gemeente waarvan een groot deel agrarisch gebied is. De biodiversiteit in de gemeente is daardoor wat lager dan in een aantal buurgemeenten. Er zijn echter gemeenten waar de situatie nog slechter is, zoals in gemeente Oss.

Figuur 2.17

Rode-lijstsoorten per vierkante kilometer in West Maas en Waal en de gemeenten daaromheen (bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal).

Wat zijn de Rode Lijsten? Op de Rode Lijsten staan soorten planten en dieren waar het niet goed mee gaat. Bijvoorbeeld omdat ze zeldzaam zijn of omdat ze in de afgelopen jaren sterk in aantal achteruit zijn gegaan. Een voorbeeld van een soort die sterk achteruit is gegaan is de in paragraaf 2.1 genoemde echte koekoeksbloem. Als het weer goed gaat met een soort, wordt deze weer van de Rode Lijst afgehaald. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met de bever. Er zijn Rode Lijsten voor verschillende soortgroepen, zoals broedvogels, planten, paddenstoelen, (wilde) bijen en dagvlinders. Maar er zijn ook soortgroepen waarvoor geen rode lijst is opgesteld, zoals nachtvlinders en kevers. De provincies in Nederland moeten beleid opstellen om de Rode-Lijstsoorten te beschermen, bijvoorbeeld door actieve soortbescherming of het verbeteren van de kwaliteit van bepaalde natuurgebieden. Provincie Gelderland heeft daarvoor “natuurparels” aangewezen. De Waaluiterwaarden Dreumel-Ophemert en de Maasuiterwaard Moordhuizen zijn de twee natuurparels in gemeente West Maas en Waal. Deze twee springen er op de kaart in Figuur 2.16 duidelijk uit, vanwege het grote aantal rode-lijstsoorten.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

26

Groenbeheer algemeen Buiten de natuurgebieden is het beheer van het groen en water nog meest gericht op netheid en strakheid. Wateren worden rigoureus in een keer geschoond, bermen geklepeld, graslanden ontdaan van alles wat geen gras is. Er blijft weinig ruimte over voor wilde planten en dieren. Zo hier en daar zijn er initiatieven om hier verandering in te brengen. Hier en daar verschijnen bloemrijke akkerranden. Een aantal particulieren met stukken land beheren dat natuurvriendelijk.

Effecten van de klimaatverandering Door klimaatverandering komen steeds vaker hevige regenbuien en hoogwater voor. Door toedoen van langdurige droogte zakt met name de Waal vaker en verder uit. De van nature hoge grondwaterstanden dalen mee. De dikke kleilaag in het komgebied houdt vocht langer vast en zorgt ervoor dat dit gebied qua groenvoorzieningen relatief minder last heeft van de droogte. Wel vallen veel van de kenmerkende greppels en sloten langs percelen en wegen droog. Ook kunnen agrarische percelen met grasweiden hinder onder vinden. Soorten die veelal voorkomen in de hoge grassen hebben daar last van. De opwarming van het klimaat heeft verder als effect dat diverse diersoorten uit het zuiden oprukken naar het noorden en hier algemener worden. Voorbeelden zijn de vuurlibel en de koninginnenpage (zie Figuur 2.18), beide soorten die 20 jaar geleden zeldzaam waren. Een soort als de grutto heeft grote moeite jongen groot te brengen in het moderne boerengrasland (net als in de rest van Nederland). De vaak langdurige droogtes van de afgelopen jaren versterken dat effect nog.

Figuur 2.18

Koninginnenpage. 142 van de 146 waarnemingen in de Nationale Databank Flora en Fauna in West Maas en Waal zijn van 2000 of later, 115 van de 146 waarnemingen zijn van de afgelopen 4 jaar.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

27

2.5. Hoe houdt West Maas en Waal rekening met de biodiversiteit? (Groen)Beleidskaders en samenwerkingsafspraken Er zijn een aantal beleidskaders waarin wij al rekening houden met de biodiversiteit. Klimaatbeleid West Maas en Waal • Klimaatbestendig West Maas en Waal, Uitvoeringsprogramma 2020 – 2023 • Maatregelagenda ‘Klimaatadaptieve maatregelen’ • Klimaatadaptatieplan gemeente West Maas en Waal In de beleidsstukken over klimaatbeleid combineren we maatregelen voor klimaatadaptatie zoveel mogelijk met andere doelen, zoals biodiversiteit. Vooral bij het aanleggen van groenblauwe structuren zijn er mogelijkheden om tegelijkertijd de biodiversiteit te verbeteren. Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2019-2023 In het uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit hebben we samen met Stichting Landschapsbeheer Gelderland projecten ontwikkeld om de biodiversiteit in de gemeente te verhogen. Het opstellen van dit biodiversiteitsplan is een van de projecten uit het uitvoeringsprogramma. De looptijd van het uitvoeringsprogramma is nog tot en met 2023. Nog niet alle projecten uit het uitvoeringsprogramma zijn momenteel uitgevoerd. Beleidsvisie Zon WMW We hebben een toetsingskader opgesteld voor de beoordeling van initiatieven tot grootschalige zonneparken.

Een van de punten daarin is hoe rekening wordt gehouden met onder meer landschap, ecologie (of biodiversiteit) en cultuurhistorie. Boombeleidsplan In het boombeleidsplan worden inheemse bomen hoger gewaardeerd in verband met de hogere ecologische waarden van deze bomen. Inheemse bomen, bomen die van nature in Nederland voorkomen, hebben inderdaad gemiddeld genomen een hogere ecologische waarde dan uitheemse bomen. Kader 2.2

Inheemse boomsoorten en biodiversiteit

In 1984 is in Groot-Brittannië onderzoek gedaan naar het aantal insectensoorten dat op verschillende boomsoorten voorkomt. Het aantal blijkt op inheemse soorten veel hoger te zijn dan op uitheemse soorten. Op wilgensoorten, die bij uitstek bij het rivierengebied horen, vonden zij de meeste soorten insecten, wel 450 verschillende! Inheemse eiken waren met 423 soorten goede tweede, maar ook populieren, sleedoorn, els iep, appel en hazelaar scoren hoog. Soorten die laag scoren waren bijvoorbeeld Amerikaanse eik, tamme kastanje, walnoot en robinia. Inheemse soorten hebben daarom de voorkeur boven uitheemse. Door aanpassing van soorten aan nieuwe biotopen en klimaatverandering vindt hier wel een verschuiving in plaats.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

28

Voorlopig heeft het echter nog steeds de voorkeur om te kiezen voor inheemse soorten, die typisch zijn voor het rivierengebied

Groenbeheer door of in opdracht van de gemeente We beheren het grootste deel van het gemeentelijk groen op dit moment nog regulier. Delen worden ecologisch beheerd (Figuur 2.19). Van een deel van de bermen wordt het maaisel na het maaien afgevoerd (in de meeste gevallen met een maai-zuigcombinatie, met klepelmaaier). Daarnaast worden enkele waterretentiebekkens en parken ecologisch beheerd. Van de meeste oost-west gelegen secundaire wegen maaien we alleen de eerste meter frequent. De rest (vanaf de eerste meter tot aan de sloot of weiland wordt niet gemaaid tenzij er klachten zijn of we dit vanuit beheer incidenteel noodzakelijk achten.

Figuur 2.19

Beheer van het gemeentelijk groen.

Inrichting openbaar groen We passen zoveel mogelijk inheemse en gebiedseigen soorten toe. Ook passen wij soorten toe die een meerwaarde hebben voor de biodiversiteit. Voorbeelden zijn besdragende beplanting of beplanting met doorns of stekels die bescherming biedt voor (kleine) zoogdieren en vogels.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

29

Ruimtelijke ordening De huidige bestemmingsplannen voor het buitengebied van West Maas en Waal gaan nog uit van de voorloper van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) 1 en de Groene Ontwikkelingszone (GO): de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dit gebied heeft de gebiedsaanduiding “EHS”. Grote delen van het EHS vallen nu onder de GO, dat een minder zware bescherming heeft dan het GNN. Het GNN en de GO samen zijn kleiner dan de EHS was. In toekomstige bestemmingsplannen of omgevingsplannen zal dit worden aangepast. Het als EHS beschermde gebied wordt daarmee kleiner. Zowel in het GNN als het GO blijft intensieve landbouw mogelijk tot het omgezet wordt in natuur. Dat was in de EHS ook zo. Dan krijgt het in het bestemmingsplan ook een natuurbestemming en wordt op die manier beschermd. Er zijn nu delen van het GNN die al als natuur worden beheerd, maar in het bestemmingsplan nog geen natuurbestemming hebben. Ook dat wordt in toekomstige bestemmingsplannen of omgevingsplannen aangepast.

Figuur 2.20

De EHS zoals deze is vastgelegd in het huidige Bestemmingsplan Buitengebied en het NNN en GO.

Samenwerking met andere organisaties In het kader van de klimaatadaptatie hebben we afspraken gemaakt met woningcorporatie De Kernen. Het gaat bijvoorbeeld om afspraken over vergroening, waarmee ook de biodiversiteit beter wordt.

1

Voor een uitleg over het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone, zie Bijlage IV Het Nederlandse en Gelderse natuurbeleid.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

30

Publieksacties en subsidie (Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit) De acties uit het eerdergenoemde Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2019-2023 bestaan voor het overgrote deel uit voorlichtings- en samenwerkingsprojecten. Voorbeelden zijn een cursus ecologisch beheer, een project om de biodiversiteit op particuliere terreinen te verbeteren en een project om het leefgebied van de patrijs de vergroten en te verbeteren. De projecten worden voor de helft gefinancierd met subsidies van provincie Gelderland.

2.6. Omgevingsvisie buitengebied Naast een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) en een Bomenbeleidsplan hebben wij voor het buitengebied een Omgevingsvisie (zie website van de gemeente). De omgevingsvisie is een eerste stap in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet (nu voorzien op 1 januari 2023). De omgevingsvisie is te zien als een toetsings- en afwegingskader bij ontwikkelingen in het buitengebied. Natuur en landschap is een van thema’s die daarbij worden beoordeeld. Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone zijn er in opgenomen. Samen met de inwoners van onze gemeente en belanghebbende bedrijven en instanties is ingezet op een breed gedragen Omgevingsvisie. In de omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen: - Komgronden - Oeverwallen - Uiterwaarden Deze gebiedstypen en de grenzen daartussen zijn ook in dit biodiversiteitsplan gebruikt. Ook de beschrijving van gebieden en de ambities zijn op elkaar afgestemd. In de omgevingsvisie is de ambitie uitgesproken om zowel op eigen gronden als particuliere gronden de biodiversiteit te vergroten. Voor eigen gronden is dit verwerkt in: - het te voeren beheer, - de aan te houden inrichtingsprincipes.

Voor particuliere gronden wordt ingezet op: - bewonersparticipatie, - faciliteren van aanleg klimaatslimme landschapselementen (waterberging, kleine houtelementen als erfbeplanting, houtwallen en bosjes, aanleg en onderhouden akkerranden en bloemstroken langs percelen, - stimuleren van meer circulaire en natuurinclusieve landbouw, - agrarisch natuur- en landschapsbeheer, - het behoud van de afzonderlijke dorpskernen, bewoningskernen en het voorkomen van het dichtgroeien van de oeverwallen met bebouwing, - behoud kleine landschapselementen, - behoud ruimte voor de rivieren en haar natuurlijke processen. Momenteel zijn we bezig met de omgevingsvisie en programma vitaal platteland. We hebben een aantal bewonersavonden gepland in april 2023, om input voor dit programma op te halen.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

31

2.7. Het Groene Netwerk West Maas en Waal In hoofdstuk 1 gaven we aan dat het belangrijk is om: • genoeg gebieden te hebben waar wilde planten en dieren kunnen leven; • dat de kwaliteit van deze gebieden goed moet zijn; • en dat de gebieden met elkaar verbonden moeten zijn, zodat dieren deze kunnen bereiken. Dit noemden we het Groene Netwerk West Maas en Waal. Buiten de bebouwde kom gaat het vooral om natuurgebieden (zoals die in het Gelders Natuurnetwerk) en natuurverbindingen (zoals bermen, water of bomenrijen). In de bebouwde kom gaat het vooral om parken en groenstroken. Daarnaast zijn ook particuliere tuinen van belang. Op de kaart op pagina 62 is de huidige situatie van het groene netwerk in de gemeente West Maas en Waal weergegeven. De kaart met het streefbeeld (de wenselijke situatie) staat op pagina 63. Kader 2.3

Basiskwaliteit natuur

Basiskwaliteit Natuur Onze natuur staat onder druk. Dat heeft niet alleen gevolgen voor zeldzame en kritische soorten zoals otter, korhoen, adder, vuursalamander, zilveren maan en veel orchideeën, maar dat geldt in steeds grotere mate ook voor (vroeger) algemeen voorkomende soorten, zeker voor soorten in stedelijk en landelijk gebied dus buiten de klassieke natuurgebieden. Dit is een algemene trend. Met Basiskwaliteit Natuur wordt een minimumniveau aangegeven waar onze omgeving aan zou moeten voldoen om deze leefbaar te houden voor natuur en mens. Ook (of juist) buiten de natuurgebieden. Daarmee kunnen gewone soorten gewoon blijven. De Basiskwaliteit Natuur is op orde als de voor dat landschap karakteristieke en algemene soorten algemeen zijn en blijven. De bepalende factoren daarbij zijn het milieu, de inrichting en het beheer en gebruik. Deze factoren moeten aan minimum vereisten voldoen om de Basiskwaliteit duurzaam te garanderen. Het concept Basiskwaliteit Natuur vindt langzaam maar gestaag zijn weg in beleid en bescherming. Veel partijen in het landelijk gebied en in een stedelijke omgeving proberen invulling hieraan te geven. Een mijlpaal was het recentelijk georganiseerde congres Basiskwaliteit Natuur door Vogelbescherming Nederland.

Naast inspirerende voorbeelden werd hier ook een boek gepresenteerd waarin voor vogels meetbare waarden, uitgedrukt in dichtheden broedvogels per soort, worden gepresenteerd per landschapstype en habitat (Kwak & Louwe Kooijmans, 2021). Die vormen de basis voor streefwaarden voor Basiskwaliteit. Op dit moment lopen er diverse initiatieven om ook voor andere soortgroepen streefwaarden vast te stellen. Dat kan worden toegepast om aan te geven hoe de stand van zaken is met de Basiskwaliteit in bijvoorbeeld dorpen van West Maas en Waal maar is ook de noodzakelijke basis om te bepalen wat er kan worden gedaan om te voldoen aan het gewenste minimumniveau.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

32

Bron: Vogelbescherming.nl.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

33

3. Maatregelen 3.1. Inleiding In het vorige hoofdstuk hebben we in grote lijnen gekeken hoe het Groene Netwerk West Maas en Waal erbij ligt. In dit hoofdstuk gaan we meer in detail kijken. Voor de beschrijving van de natuurwaarden hebben we de gemeente ingedeeld in 4 deelgebieden. Voor het beschrijven van maatregelen hanteren we deze indeling ook. In Figuur 3.1 is de indeling nogmaals weergegeven. De maatregelen zijn gekoppeld aan de ambassadeurssoorten. Deze ambassadeurssoorten zijn zo gekozen dat maatregelen die gunstig zijn voor de ambassadeurssoorten ook gunstig zijn voor een reeks andere soorten. De andere soorten “liften mee” met de maatregelen voor de ambassadeursoorten. In Bijlage I zijn de ambassadeursoorten beschreven, met maatregelen die gunstig zijn voor de soorten. In Bijlage III zijn alle genoemde maatregelen kort beschreven, met daarbij voor welke ambassadeursoorten ze geschikt zijn en in welke deelgebieden ze passen. Het is van belang om daarbij het oorspronkelijke landschap van de deelgebieden in stand te laten. De soorten in die gebieden zijn aan dat landschap aangepast. Zo is het bijvoorbeeld minder wenselijk om in het komgebied houtwallen en hagen aan te leggen, omdat het open landschap daarmee verdicht wordt. Dat is slecht voor soorten die juist van openheid houden, zoals bijvoorbeeld de grutto.

De ambassadeursoorten van West Maas en Waal Soort

Afkorting

•

Wilde bijen en dagvlinders

WBV

•

Bittervoorn

Bit

•

Grote modderkruiper

GrM

•

Kleine watersalamander

KWs

•

Kamsalamander

Kam

•

Patrijs

Ptr

•

Grutto

Gru

•

Steenuil

StU

•

Huismus

Hmu

•

Egel

Egl

•

Gewone dwergvleermuis

GDvl

•

Bunzing

Bun

Voor elk deelgebied worden eerst de ambassadeursoorten genoemd, die voor dat gebied gelden. Daarna worden maatregelen genoemd in een tabel, waarbij wordt aangegeven voor welke ambassadeursoorten de maatregel een bijdrage levert. Tot slot wordt aangegeven of de maatregelen ook behulpzaam kunnen zijn voor andere doelen dan biodiversiteit, bijvoorbeeld klimaatadaptatie of recreatie.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

34

Figuur 3.1

Nogmaals de vier deelgebieden

3.2. Algemene maatregelen Er zijn maatregelen die in alle deelgebieden toegepast kunnen worden. Eén van de ambassadeursoorten is voor alle deelgebieden aangewezen. Dat zijn de wilde bijen en graslandvlinders. Maar er zijn ook maatregelen die geschikt zijn voor andere ambassadeursoorten, die in alle deelgebieden uitgevoerd kunnen worden.

Algemene maatregelen AmbassadeurMaatregel

soorten

•

Alle soorten

Gefaseerd beheer. Dit houdt in dat bij beheermaatregelen als maaien, knotten, afzetten, schonen en baggeren altijd een deel onbeheerd blijft, waardoor er altijd voedsel en schuilmogelijkheid overblijft. De delen die onbeheerd blijven, komen de volgende keer aan de beurt, waarbij weer een ander deel blijft staan. Voorbeelden: o

Maaien: 10-25 % van de begroeiing ongemaaid laten. Deze 10-25% komt bij de volgende maaironde aan de beurt (waarbij weer op een andere plek 10-25 % blijft staan).

o

Knotwilgen zijn van groot belang voor veel soorten wilde bijen: knot elk jaar 1/3 van de knotwilgen. Wilde bijen vliegen maar kleine afstanden. Knot daarom geen langere rij dan 100m in één keer. Zo zijn er elk jaar bloeiende knotwilgen.

o

Schonen en baggeren: In een jaar maximaal ¾ van de watergangen in een gebied baggeren, waarbij de niet

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

35

gebaggerde watergangen zo goed mogelijk verspreid binnen dat gebied moeten liggen. Gebruik bij voorkeur een baggerpomp zonder vleugels, zodat waterdieren weg kunnen vluchten. •

“Maai mei niet”. In de maand mei gazons niet maaien. Hou hierbij

WBV

rekening met de weersomstandigheden. Als de bloei later is, pas de maaiperiode dan aan. •

Gebruik voor het maaien niet te zware machines, zodat de bodem niet

WBV

stuk wordt gereden •

Bermen omvormen tot bloem- en kruidenrijke bermen, door de bermen

WBV

te extensief en gefaseerd te maaien en het maaisel af te voeren (volg hierbij bij voorkeur het Kleurkeur-protocol van de Vlinderstichting). •

Realiseren van kruiden- en bloemrijke graslanden. Dit kan ook gaan

WBV

Ptr

om stroken langs graslanden, kleine veldjes bijvoorbeeld van

Hmu Bu

StU

particulieren of tuinen. •

Aanleg van voortplantingswater voor amfibieën, in de vorm van poelen

KWs Kam

en andere kleine visvrije wateren (ook natuurlijk ingerichte tuinvijvers). •

Beter passeerbaar maken van wegen voor over land verplaatsende

KWs

fauna (zoogdieren, amfibieën) door het gericht aanbrengen van

Bun

Kam

Egl

faunapassages en het geleiden van fauna naar deze voorzieningen (zie bijlage III Maatregelen voor Biodiversiteit voor meer informatie). •

Beter passeerbaar maken van stuwen en gemalen voor vissen, door

Bit GrM

het aanleggen van vispassages. Als eerste kunnen het beste de stuwen en gemalen worden aangepakt, waarmee het grootste voor vissen toegankelijke gebied ontstaat. •

•

Aanleg van natuurvriendelijke oevers langs watergangen. Deze dienen

Bit

GrM

KWs

als paai- en opgroeigebied voor vis, maar ook als verbindingszone

Kam

Egl

GDvl

voor amfibieën en zoogdieren.

Bun

Beheersing van invasieve exotische planten, met name

WBV

reuzenberenklauw, Aziatische duizendknopen1 en grote waternavel. •

Compenseer groen wanneer dit wordt aangetast door

Alle soorten

bouwontwikkelingen

Op de streefbeeldkaart van het Groene Netwerk (zie bladzijde 63) zijn de volgende maatregelen weergegeven: • Bermen of andere grasvelden die geschikt zijn om omgevormd te worden tot bloemen kruidenrijk gras. Bij bermen is hiervoor gekeken naar: o breedte van de berm en lengte van de bermstukken: hoe breder hoe groter de mogelijkheden voor bloem- en kruidenrijk gras; o beschaduwing: hoe minder beschaduwing van bomen, hoe groter de mogelijkheden voor bloem- en kruidenrijk gras; o mogelijke rol in verbindingszone: bermen die hier een rol in kunnen spelen komen eerder in aanmerking;

1

Japanse duizendknoop, Sachalinse duizendknoop en Bastaardduizendknoop.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

36

• •

Wegdelen waar een faunavoorziening wenselijk is. De exacte plaats hangt af van waar een natuurverbinding de weg kruist. Logische plekken om natuurvriendelijke oevers te realiseren. De locaties op kaart zijn oevers die al deels natuurvriendelijk zijn gemaakt, of oevers die door hun ligging goed kunnen dienen als natuurverbinding.

Kader 3.1

Maaimethoden en biodiversiteit

Bij ecologisch maaien van de bermen, wordt één tot driemaal per jaar gemaaid, waarna het maaisel wordt afgevoerd. Hierbij is het van belang dat 10-25 % van het maaisel blijft staan (gefaseerd maaien). Hieronder staan de meest gebruikte maaimethoden gerangschikt naar hoe goed de methode is voor de biodiversiteit: Methode 1. Maaien met een schijvenmaaier, trommelmaaier of maaibalk. Maaisel na drie dagen afvoeren 2. Maai-zuigcombinatie met schijvenmaaier, trommelmaaier of maaibalk (meestal “ecokop” genoemd) 3. Maai-zuigcombinatie met klepelmaaier 4. Klepelmaaier, maaisel na enkele dagen afvoeren 5. Klepelmaaier, maaisel laten liggen

Score biodiversiteit ++ +

+/+/--

Bij ecologisch beheer van bermen heeft maaien met een schijvenmaaier, en na een paar dagen afvoeren van het maaisel vanuit ecologie de voorkeur. Het verschil tussen eerst maaien en afvoeren in twee werkgangen (methode 1) met het werken met een maai-zuigcombinatie (methode 2) is niet heel groot. Voordeel van een maaizuigcombinatie is de lagere CO 2-uitstoot, doordat er maar één werkgang nodig is. Als door de inzet van een maaizuigcombinatie méér bermen ecologische kunnen worden beheerd, dan bij maaien en na een paar dagen afvoeren, dat heeft maaien met de maaizuigcombinatie de voorkeur.

In Tabel 3.1 staan voor twee situaties de voorkeursperiodes voor het maaien. Het bereiken van een bloemrijke berm kan worden versneld door een paar jaar vaker dan twee keer te maaien. Als er meer bloemen verschijnen, kan overgegaan worden op later en minder maaien. Tabel 3.1

Maaiperiodes

Fase waarin de berm

Productie

zich bevindt

ton ds/ha/jr

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

mei

juni

juli

augus-

sep-

okto-

tus

tember

ber

37

Grassen en

>8

1

2

2

(3)

(3)

1

ruigtekruiden

Gras-kruidenmix2

<8

1

2

2

Meekoppelkansen algemene maatregelen Klimaatadaptatie • Gefaseerd schoningsbeheer zorgt voor meer drijvende en ondergedoken waterplanten in het water, wat zorgt voor een verlaging van de watertemperatuur in warme periodes. • De realisatie van natuurvriendelijke oevers vergroot de opvangcapaciteit van water. Dit kan wateroverlast voorkomen tijdens heftige buien. Kaderrichtlijn water (KRW) • Gefaseerd schoningsbeheer zorgt voor meer drijvende en ondergedoken waterplanten in het water, wat zorgt voor een hogere KRW-score voor waterplanten. • De realisatie van natuurvriendelijke oevers vergroot het leefgebied en daarmee de KRW-score voor kleine waterdiertjes (macrofauna). • De twee hierboven genoemde maatregelen plus het beter passeerbaar maken van stuwen en gemalen voor vissen, zorgt voor betere omstandigheden voor vis waardoor de KRW-score voor vis hoger kan worden. Wegreconstructies of wegaanleg • Wegreconstructies of groot onderhoud aan wegen zijn natuurlijke momenten om na te denken over de aanleg van voorzieningen om ervoor te zorgen dat zoogdieren en amfibieën veilig de weg kunnen oversteken. De kosten kunnen veel lager uitvallen, bijvoorbeeld door bij de aanleg van een duiker onder de weg, eentje met een loopstrook te kiezen in plaats van een gewone duiker.

Transitie landbouw • Voor een meer natuurinclusieve landbouw zijn In de volgende paragrafen worden aanvullende maatregelen op deze algemene maatregelen per deelgebied genoemd.

3.3. Uiterwaarden De bestemming en ontwikkeling van de buitendijkse gebieden is gericht op behoud en versterking van de natuurfunctie in combinatie met hoogwaterveiligheid. Grote delen van de uiterwaarden zijn al ontwikkeld tot natuurgebied. De rol voor de hoogwaterveiligheid beperkt de mogelijkheden in de uiterwaarden, vooral voor opgaand groen zoals bos, hagen en rietmoeras. Omdat zulke begroeiingen het water kunnen opstuwen, mogen deze niet onbeperkt worden uitgebreid. Wat er wel en niet mag in de uiterwaarden is vastgesteld in de “Vegetatielegger 2020” van Rijkswaterstaat.

1 2

Brandnetel, distels, berenklauw, fluitenkruid, e.d. Kruiden zoals margriet, knoopkruid, cichorei en klavers.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12598023/1