CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

A2.1 Negen commentaren op de Communistische Partij

Gemeenteraad 4 maart 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: b. Ingekomen stukken derden61.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

[7] De Hemudu Culturele Ruïnes zijn belangrijke dorpsruïnes uit het Chinese stenen tijdperk. Ze zijn 7000 jaar oud en werden ontdekt in 1973. [8] Gewezen voorzitter van het Chinese Nationale Volkscongres. [9] De kat theorie van Deng Xiaoping komt hierop neer: “Ongeacht wat voor soort kat het is, wit of zwart, zolang ze muizen kan vangen is het een goede kat.” Hiermee werd bedoeld dat het doel van de economische hervormingen eruit bestaat om voorspoed aan de mensen te brengen, ongeacht of de vorm socialistisch of kapitalistisch is. [10] Zhang Zhixin was een intellectueel die werd doodgefolterd door de CCP tijdens de Culturele Revolutie omdat zij Mao bekritiseerde voor zijn falen tijdens ‘De Grote Sprong Voorwaarts’ en haar openheid in het vertellen van de waarheid. Gevangenisbewakers scheurden vaak haar kleren van haar lichaam en boeiden haar handen achter haar rug waarna ze haar in de cellen van mannelijke gevangenen gooiden en het toestonden om haar in groepverband te verkrachten. Uiteindelijk werd ze krankzinnig. Gevangenisbewakers vreesden dat zij tijdens haar executie protestslogans zou uitschreeuwen en duwden aldus haar hoofd op een steen en sneden haar keel open vóór haar executie. [11] Op 23 januari 2001 vond het zogenaamde ‘zelfverbrandingsincident’ plaats op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing.

Het betreft een geënsceneerd incident dat deel uitmaakt van de CCP's lasterpropaganda tegen Falun Gong. Voor meer informatie over dit incident en een gedetailleerde analyse, zie: http://www.faluninfo.nl/article/all/200503/1111824439.html (in het Nederlands). http://www.clearharmony.net/articles/200109/1165.html (in het Engels). [12] Het procuraat is het Chinese staatsorgaan dat verantwoordelijk is voor vervolging en wettelijke supervisie. De taken omvatten beslissingen wat betreft arrestaties en gerechttelijke vervolgingen van ernstige criminele delicten, het verrichten van onderzoeken, het initiëren en ondersteunen van publieke gerechtelijke vervolgingen, het interpreteren van de wet in specifieke gevallen, het toezien op rechterlijke beslissingen, het toezien op gerechtelijke procedures, en het toezicht houden op activiteiten van gevangenissen, detentiecentra en werkkampen. [13] Cijfers van 27 mei 2005 (Laatste revisie: 16 mei 2005)

17

Commentaar van The Epoch Times op de Communistische Partij

Deel 6 – Hoe de Chinese Communistische Partij de traditionele cultuur heeft vernietigd De CCP heeft de middelen van de natie gewijd aan het vernietigen van de rijke traditionele cultuur van China. De vernietiging door de CCP van de Chinese cultuur was gepland, goed georganiseerd en systematisch, en steunde op het gebruik van geweld door de staat. Sinds haar oprichting is de CCP nooit opgehouden met het ‘hervormen’ van de Chinese cultuur. Zo tracht ze diens aard volledig te vernietigen.

Voorwoord Cultuur is de ziel van een natie. Als spirituele factor is zij minstens even belangrijk voor de mensheid als fysieke factoren zoals ras en nationaliteit. De geschiedenis van de beschaving van een natie wordt gedefiniëerd door haar culturele ontwikkelingen. De volledige vernietiging van een nationale cultuur leidt tot de ondergang van de natie. Ook al zouden er nog afstammelingen bestaan, oude volkeren die glorierijke beschavingen hadden gecreëerd hielden op te bestaan als hun beschavingen verdwenen. China is het enige land ter wereld wiens 5000 jaar oude traditionele beschaving ononderbroken is doorgegeven. Vernietiging van haar traditionele cultuur is een onvergeeflijke misdaad. De traditionele cultuur van China, waarvan men gelooft dat ze werd doorgegeven door God, begon met legendes als Pangu’s schepping van Hemel en Een Chinese man bekijkt een poster uit de campagne “Het bekritiseren van Lin Biao en Confucius”. Aarde[1], Nüwa’s schepping van de mensheid[2], Shengnong’s identificatie van honderden geneeskrachtige kruiden[3] en Cangjie’s uitvinding van Chinese karakters.[4] “De mens volgt de aarde, de aarde volgt de hemel, de hemel volgt de Tao en de Tao volgt datgene wat natuurlijk is.”[5] De Taoïstische wijsheid van de eenheid van hemel en mensheid heeft door de aderen van de Chinese cultuur gestroomd.

“Diepgaande studie bevordert de cultivatie van deugden.”[6] Confucius opende een school om studenten meer dan 2000 jaar geleden te onderwijzen en verstrekte de samenleving met de confucianistische idealen, vertegenwoordigd door de vijf kardinale deugden van barmhartigheid, rechtschapenheid, fatsoen, wijsheid en trouw. In de eerste eeuw reisde Sakyamuni’s Boeddhisme oostwaarts naar China, met haar nadruk op compassie en redding aan alle wezens. De Chinese cultuur werd breder en diepzinniger. Daarna werden het Confucianisme, Taoïsme en Boeddhisme binnen de Chinese samenleving elkaar aanvullende geloofsovertuigingen en brachten daarmee de Tang Dynastie (618–907 n. Chr.) naar de piek van haar glorie en welvarendheid, zoals welbekend. Alhoewel de Chinese natie in het verleden herhaaldelijk invasies en aanvallen heeft meegemaakt, heeft de Chinese cultuur blijk gegeven van een groot uithoudings- en weerstandsvermogen en is haar essentie voortdurend doorgegeven. De eenheid van hemel en mensheid vertegenwoordigt de kosmologie van onze voorouders. Het wordt algemeen begrepen dat goed wordt beloond en kwaad wordt bestraft. Het is een elementair principe dat men anderen niet moet aandoen wat men zichzelf 1

niet aangedaan wil hebben; loyaliteit, toewijding en eer aan ouders en voorouders, soberheid en gerechtigheid hebben de sociale standaard gezet, en de vijf kardinale deugden van Confucius (barmhartigheid, rechtschapenheid, fatsoen, wijsheid en trouw) hebben de basis gevormd voor sociale en persoonlijke moraliteit. Met deze waarden belichaamde de Chinese cultuur eerlijkheid, goedhartigheid, harmonie en verdraagzaamheid. De gedenktekenen van overleden doorsnee Chinese mensen tonen de eerbied voor de hemel, de aarde, monarch, ouders en leraar. Dit is een voorbeeld van de diepgewortelde Chinese tradities die de aanbidding van God (hemel en aarde) omvatten, loyaliteit aan het land (de monarch), en respect voor familie (ouders) en leraren. De traditionele Chinese cultuur zocht harmonie tussen de mens en het universum, en benadrukte de ethiek en moraliteit van het individu. Het was gebaseerd op de overtuigingen van het Confucianisme, het Boeddhisme en het Taoïsme, en voorzag het Chinese volk van verdraagzaamheid, sociale vooruitgang, menselijke moraliteit en rechtschapen geloof. In tegenstelling tot de wet, die harde regels voorschrijft, werkt cultuur als een mildere vorm van beteugeling. De wet legt een straf op nadat een misdaad is begaan, terwijl cultuur misdaden juist voorkomt, door moraliteit te koesteren.

De morele waarden van een samenleving worden vaak belichaamd in haar cultuur. In de Chinese geschiedenis bereikte de traditionele cultuur haar hoogtepunt gedurende de welvarende Tang Dynastie, die samenviel met het hoogtepunt van de macht van de Chinese natie. De wetenschap maakte eveneens op unieke wijze vorderingen en genoot een wereldwijde reputatie. Studenten uit Europa, het Midden-Oosten en Japan kwamen studeren in Chang’an, de hoofdstad van de Tang Dynastie. Landen die grensden aan China namen China als hun soevereine staat. “Tienduizenden landen kwamen hun eer bewijzen aan China, zelfs al moesten deze [bewijzen] verschillende malen vertaald worden en opeenvolgende grenscontroles doorlopen.[7] Na de Qin Dynastie (221–207 v. Chr.) werd China vaak bezet door minderheidsgroeperingen. Dit gebeurde met name gedurende de Sui (581–618 n. Chr.), Tang (618–907 n. Chr.), Yuan (1271– 1361 n. Chr.) en Qing (1644–1911 n. Chr.) Dynastieën en af en toe in andere tijden. Desalniettemin assimileerden deze etnische groeperingen zich vrijwel volledig met de Chinese gebruiken en gewoontes. Dit spreekt vóór de grote integrerende kracht van de traditionele Chinese cultuur.

Zoals Confucius zei: “[Dus] als het volk van ver weg niet meekan, been ze dan bij door ze [onze] cultuur en deugden te laten cultiveren.”[8] Sinds ze in 1949 aan de macht kwam, heeft de CCP de middelen van de natie aangewend om China’s rijke traditionele cultuur te vernietigen. Deze zieke intentie kwam niet voort uit het fanatisme van de CCP voor industrialisatie, noch van de simpele domheid van het aanbidden van de westerse beschaving. Het kwam voort uit de CCP’s eigen ideologische oppositie tegen de traditionele Chinese cultuur. De vernietiging van de Chinese cultuur door de CCP was gepland, goed georganiseerd en systematisch, en steunde op het gebruik van geweld door de staat. In de poging de aard van de Chinese cultuur volledig te vernietigen, is de CCP sinds haar oprichting nooit opgehouden met het ‘revolutioneren’ ervan. Wat zelfs nog verachtelijker is dan het vernietigen van traditionele cultuur, is het doelgerichte misbruik en het achterbakse wijzigen van de traditionele cultuur door de CCP. De CCP heeft het verachtelijke deel van de Chinese geschiedenis tentoongesteld: dingen die gebeurden wanneer de mensen afweken van traditionele waarden, zoals de interne machtsstrijd binnen de keizerlijke familie, het gebruik van listen en samenzwering, en de uitoefening van dictatuur en despotisme.

Zij heeft deze historische voorbeelden gebruikt om haar eigen set morele standaarden, denkwijzen en haar geheel aan retoriek te helpen creëren. Hiermee heeft de CCP de valse indruk gewekt dat de ‘Partijcultuur’ eigenlijk een voortzetting is van traditionele Chinese cultuur. De CCP heeft zelfs misbruik gemaakt van de aversie die sommige mensen hebben tegen de ‘Partijcultuur’ om hen de authentieke Chinese tradities nog verder te doen verstoten.

2

De vernietiging van de traditionele cultuur door de CCP heeft China desastreuze gevolgen gebracht. Niet alleen hebben mensen hun morele waarden verloren, maar ze zijn ook dwangmatig geïndoctrineerd met de kwaadaardige theorieën van de CCP. **********

I.

Waarom wilde de CCP de Chinese cultuur saboteren?

De lange traditie van de Chinese cultuur is gebaseerd op geloof en deugd

De authentieke cultuur van de Chinese natie begon ongeveer 5000 jaar geleden met de legendarische keizer Huang, van wie verondersteld wordt dat hij de vroegste voorouder van het Chinese volk is. In feite werd aan Keizer Huang tevens de oprichting van het Taoïsme toegeschreven – wat ook het Huang-Lao (Lao Zi) gedachtegoed genoemd werd. De diepgaande invloed van het Taoïsme op het Confucianisme kan teruggevonden worden in Confucianistische gezegdes: “Leef volgens de Tao, wees in lijn met deugdzaamheid, houdt vast aan barmhartigheid, en verdiep je in de kunsten” en “Als men de Tao in de ochtend hoort, kan men die avond zonder berouw sterven.”[9] Het Boek der veranderingen (I Ching), een getuigenis van hemel en aarde, van yin en yang, van kosmische veranderingen, van maatschappelijke opkomst en verval, en van de wetten van het menselijk leven, werd door de Confucianisten beschouwd als ‘de nummer één onder alle Chinese klassiekers’. De profetische kracht van het boek heeft ver overstegen wat de moderne wetenschap kan bevatten. Naast het Taoïsme en het Confucianisme heeft het Boeddhisme, met name het Zen Boeddhisme, een subtiele doch diepgaande invloed op Chinese intellectuelen gehad. Confucianisme is het deel van de traditionele Chinese cultuur dat zich richtte op ‘het betreden van de seculiere wereld’.

Het benadrukte familie-gebaseerde ethiek, waarin respect voor de ouders een zeer belangrijke rol speelde met haar “alle goedhartigheid begint met respect voor de ouders”. Confucius stond voor “barmhartigheid, rechtschapenheid, fatsoen, wijsheid en waarachtigheid”, maar zei tevens: “Zijn respect voor de ouders en broederliefde niet de basis van barmhartigheid?” Familie-gebaseerde ethiek kan vanzelf uitgebreid worden naar sociale moraliteit. Respect voor de ouders kan uitgebreid worden tot loyaliteit aan de koning. Confucius zei: “Het is zeldzaam dat een persoon met respect voor ouders en broederliefde, geneigd zal zijn degene boven hem te beledigen.”[10] Broederliefde is de relatie tussen broers en kan doorgetrokken worden tot rechtschapenheid en rechtvaardigheid tegenover vrienden. Confucianisten geloven dat in een familie de vader vriendelijk zou moeten zijn, de zoon trouw, een oudere broer aardig en een jongere broer respectvol. Hier kan vaderlijke vriendelijkheid doorgetrokken worden naar de barmhartigheid van de keizer jegens zijn ondergeschikten. Zolang de tradities van een familie behouden kunnen blijven, kan sociale moraliteit vanzelf in stand gehouden worden.

“Cultiveer jezelf, orden de familie, regeer de staat rechtvaardig en maak het gehele koninkrijk sereen en gelukkig.”[11] Boeddhisme en Taoïsme zijn de delen van de Chinese cultuur die zich richtten op ‘het verlaten van de seculiere wereld’. De invloed van het Boeddhisme en het Taoïsme heeft alle aspecten van het dagelijkse leven doordrongen. Praktijken die diepgeworteld zijn in het Taoïsme omvatten Chinese geneeskunst, Qigong, Feng Shui en toekomstvoorspellingen. Deze praktijken, evenals de Boeddhistische opvattingen van het hemelse koninkrijk en de hel, de beloning van goed en de vergelding van kwaad, hebben samen met de Confucianistische ethiek de kern gevormd van de traditionele Chinese cultuur. Confucianisme, Boeddhisme en Taoïsme boden het Chinese volk een stabiel moreel systeem, onveranderlijk ‘zolang de hemel blijft bestaan’.[12] Dit ethische systeem verschafte de basis voor duurzaamheid, vrede en harmonie in de samenleving. Moraliteit behoort tot het onstoffelijke rijk; zodoende is het vaak conceptueel. Een cultuur drukt een dergelijk abstract moreel systeem uit in een taal die algemeen begrepen kan worden.

3

Neem als voorbeeld de ‘Vier Chinese Klassiekers’, de vier beroemdste romans in de Chinese cultuur. De reis naar het Westen[13] is een mythisch verhaal. De droom van de rode kamer[14] begint met een dialoog tussen een bezielde rots, de ‘Godheid van de Oneindige Ruimte’ en de ‘Tao van de Grenzeloze Tijd’ aan de ‘Bodemloze Klif van de Grote Verlaten Berg’ – deze dialoog hint aan het menselijke drama dat zich ontvouwt in de roman. De rovers van de waterkant[15] begint met een verhaal hoe premier Hong, verantwoordelijk voor militaire zaken, onbedoeld 108 demonen vrijlaat. Deze legende verklaart de afkomst van de ‘108 vogelvrijverklaarde militanten der dapperheid’. De Drie Koninkrijken[16] begint met een hemelse waarschuwing van een ramp, en eindigt met de onontkoombare conclusie over de wil van God: “De wereldse zaken drijven voort als een eindeloze stroom; tot een door de hemel bepaald lot, oneindig in reikwijdte, is een ieder gedoemd.” Andere welbekende verhalen, zoals Het oostelijke Zhou[17] en Het complete verhaal van Yue Fei[18] begonnen allemaal met soortgelijke legenden. Het gebruik van mythes door deze romanschrijvers was geen toeval, maar een reflectie van een basisfilosofie van Chinese intellectuelen betreffende de Natuur en de mensheid. Deze romans hebben een diepgaande invloed op het Chinese denken gehad.

Wanneer gesproken wordt over ‘rechtschapenheid’, denken mensen veeleerder aan Guan Yu (160–219 n. Chr.) uit de Drie Koninkrijken dan aan het concept zelf – hoe zijn rechtschapenheid richting zijn vrienden de wolken te boven ging en de hemel bereikte; hoe zijn onwrikbare loyaliteit aan zijn superieur en gezworen broeder Liu Bei hem zelfs het respect van zijn vijanden opleverde; hoe zijn dapperheid in het gevecht overeind bleef in de meest gevaarlijke situaties, zelfs in zijn uiteindelijke nederlaag in een gevecht vlakbij de stad Mai; en, in het bijzonder, zijn samenkomst als een godheid met zijn zoon. Wanneer over ‘loyaliteit’ gesproken wordt, denken mensen natuurlijkerwijze aan Yue Fei (1103– 1141 n. Chr.), een militaire bevelhebber tijdens de Song Dynastie die zijn land diende met onvoorwaardelijke integriteit en loyaliteit, en aan Zhuge Liang (181–234 n. Chr.), eerste minister van de staat Shu gedurende de periode van de Drie Koninkrijken, die ‘zich volledig gaf totdat zijn hart stopte met kloppen’. Lofredes over loyaliteit en gerechtigheid uit de Chinese traditionele cultuur worden volledig uiteengezet in de kleurrijke verhalen van deze auteurs. De abstracte morele principes die ze omhelzen worden concreet gemaakt en belichaamd in culturele expressievormen.

Taoïsme benadrukt waarachtigheid, Boeddhisme benadrukt mededogen en Confucianisme waardeert trouw, tolerantie, goedmoedigheid en oprechtheid. “Terwijl hun vormen verschillen, zijn hun doelen hetzelfde… allemaal inspireren ze mensen terug te keren naar goedheid.”[19] Dit zijn de meest waardevolle aspecten van de traditionele Chinese cultuur, gebaseerd op het geloof in Confucianisme, Boeddhisme en Taoïsme. De Chinese traditionele cultuur bevat belangrijke concepten en principes, zoals de hemel, de Tao, God, Boeddha, geloof, voorbestemming, mededogen, rechtschapenheid, fatsoen, wijsheid, trouw, soberheid, een gevoel van schaamte, loyaliteit, loyaliteit aan voorouders, waardigheid, enzovoort. Vele Chinezen mogen dan analfabeet zijn, ze zijn nog steeds bekend met traditionele toneelstukken en opera’s. Deze culturele vormen zijn uitermate belangrijk geweest in het overdragen van de traditionele morele waarden. Daarom is de vernietiging van de traditionele Chinese cultuur door de CCP een directe aanval op de Chinese moraliteit en ondermijnt deze de basis voor vrede en harmonie in de samenleving. De kwaadaardige communistische theorie gaat tegen de traditionele cultuur in

De ‘filosofie’ van de CCP is volledig het tegenovergestelde van de authentieke Chinese traditionele cultuur. Traditionele cultuur respecteert het mandaat van de hemel, zoals Confucius ooit zei: “Leven en dood zijn voorbestemd, en welvaart en positie zijn bepaald door de hemel.”[20] Zowel Boeddhisme als Taoïsme geloven in het goddelijke, de reïncarnatiecyclus van leven en dood, en de karmische causaliteit van goed en kwaad. De CCP daarentegen gelooft niet alleen in atheïsme, het draaft ook door in het weerleggen van de Tao en het beledigen van hemelse principes. 4

Confucianisme waardeert de familie, maar het Communistisch Manifest verspreidt duidelijk de afschaffing van de familie. Traditionele cultuur maakt onderscheid tussen Chinezen en buitenlanders, maar het Communistisch Manifest prijst het einde van de nationaliteit aan. Confucianistische cultuur promoot goedhartigheid naar anderen, maar de CCP moedigt de klassestrijd aan. Confucianisten moedigen loyaliteit aan jegens de monarchie en liefde voor de natie, maar het Communistisch Manifest promoot de vernietiging van naties. Om macht in China te verwerven en te behouden, heeft de CCP eerst haar immorele gedachten in de Chinese bodem moeten planten. Mao Zedong beweerde: “Wanneer we een autoriteit omver willen werpen, moeten we eerst propaganda maken en werk verrichten op het gebied van ideologie.”[21] De CCP realiseerde zich dat de gewelddadige communistische theorie, die in stand gehouden wordt met wapens, verworpen werd door het westerse denken en geen stand kan houden ten opzichte van China’s diepgewortelde 5000 jaar oude culturele geschiedenis. “Wie aan boord is, moet meevaren.” De CCP vernietigde vervolgens de traditionele Chinese cultuur volledig, zodat het Marxisme en het Leninisme China’s politieke arena konden betreden. Traditionele cultuur is een obstakel voor de dictatuur van de CCP

Mao Zedong zei ooit, toepasselijkerwijs, dat hij noch de Tao noch de hemel volgde.[22] Traditionele Chinese cultuur vormde ongetwijfeld een gigantisch obstakel voor de CCP bij het trotseren van de Tao en het strijden met de hemel. Loyaliteit staat in de traditionele Chinese cultuur niet gelijk aan blinde overgave. In de ogen van het volk, is de keizer een ‘zoon van de hemel’ – met de hemel boven hem geplaatst. De keizer kan niet altijd gelijk hebben. Daarom was het nodig dat er altijd mensen waren die protesteerden om de fouten van de keizer aan te duiden. Het Chinese kronieksysteem had historici die alle woorden en daden van de keizer op schrift stelden. Geleerde ambtenaren konden leraren voor hun heilige koningen worden, en het gedrag van de keizer werd beoordeeld aan de hand van Confucianistische klassiekers. Indien de keizer immoreel is – onverlicht tot de Tao – kan het volk tegen hem in opstand komen om hem ten val te brengen, zoals in de aanval van Chengtang tegen Jia, of koning Wu’s verdrijving van Zhou.[23] Deze opstanden, beoordeeld vanuit traditionele cultuur, werden niet beschouwd als schendingen van loyaliteit of de Tao; in plaats daarvan werden ze gezien als het bekrachtigen van de Tao in naam van de hemel. Neem de welbekende militaire bevelhebber Wen Tianxiang[24] (1236–1283 n. Chr.) als voorbeeld.

Al vechtend om de integriteit van de zuidelijke Song Dynastie te beschermen tegen Mongoolse troepen, dacht Wen er zelfs niet aan om zich over te geven toen de voormalige Song keizer poogde hem daartoe over te halen nadat hij gevangen genomen was. Confucianisten geloven: “Het volk is van superieur belang; de natie komt daarna; als laatste komt de heerser.”[25] De dictatoriale CCP kon dergelijk traditioneel geloof absoluut niet accepteren. De CCP wilde haar eigen leiders heilig verklaren en persoonlijke verering promoten, en stond daarom de eeuwenoude concepten van hemel, Tao en God niet toe om van bovenaf te regeren. De CCP was zich er volledig van bewust dat wat ze deed, indien gemeten aan de standaarden van de traditionele cultuur, een misdaad tegen de hemel en de Tao was. Zo lang als traditionele cultuur zou blijven bestaan, zou het volk de CCP niet loven als ‘groots, glorieus en correct’; geleerden zouden doorgaan met de traditie van ‘het riskeren van hun levens voor het hooghouden van de monarchie’, ‘het handhaven van gerechtigheid ten kosten van hun levens’[26] en het volk boven de heersers te plaatsen. Zodoende zou het volk niet de marionet van de CCP worden, en zou de CCP de gedachten van de massa niet éénstemmig kunnen maken.

Het respect van de traditionele cultuur voor hemel, aarde en natuur waren obstakels voor de CCP’s ‘strijd met de natuur’ in een poging om ‘hemel en aarde te veranderen’. Traditionele cultuur koestert het menselijk leven en leert dat ‘elke situatie waar een menselijk leven bij betrokken is, met de grootste zorg behandeld moet worden’. Een dergelijk begrip was een hindernis voor de CCP’s massamoord en heerschappij door terreur. De ultieme morele standaard van de ‘hemelse 5

Tao’ zoals die in de traditionele cultuur bestond, zou een hindernis vormen voor de CCP’s manipulatie van morele principes. Omwille van deze redenen maakte de CCP de traditionele cultuur tot haar vijand in een poging om haar eigen heerschappij te versterken. Traditionele cultuur daagt de legitimiteit uit van de CCP heerschappij

Traditionele Chinese cultuur gelooft in God en het hemelse mandaat. Het accepteren van het hemelse mandaat betekent dat heersers wijs moeten zijn, de Tao moeten volgen en afgestemd moeten zijn op het lot. Het accepteren van het geloof in God betekent het accepteren dat de bron van de menselijke autoriteit in de hemel rust. Het heersende principe van de CCP negeert God en legt autoriteit volledig in mensenhanden: “Nooit meer zullen de kettingen van traditie ons binden, herrijs uit slavernij, jullie zwoegers. De aarde zal herrijzen op nieuwe fundamenten; wij zijn allesbehalve nietig; wij zullen alles zijn.”[27] De CCP promoot historisch materialisme en beweert dat communisme een aards paradijs is en dat de pionier proletariërs, of de Communistische Partij, het pad er naar toe wijzen. Het geloof in God daagt zodoende direct de legitimiteit uit van de CCP-heerschappij. **********

II. Hoe de Communistische Partij de traditionele cultuur saboteert Alles wat de CCP doet dient een politiek doel. Om haar tirannie te vergroten, te behouden en te consolideren moet de CCP de menselijke natuur vervangen door haar kwaadaardige Partijnatuur, en de traditionele Chinese cultuur door een partijcultuur van ‘misleiding, kwaadaardigheid en geweld’. Deze vernietiging en vervanging betreft tastbare zaken zoals culturele relikwieen, historische plaatsen en antieke boeken, en ontastbare zaken zoals de traditionele zienswijze van het volk op moraliteit, het leven en de wereld. Alle aspecten van het menselijke leven zijn erbij betrokken, inclusief daden, ideeën en levensstijlen. Tegelijkertijd beschouwt de CCP de onbetekenende en oppervlakkige culturele manifestaties als ‘essentie’, houdt ze dit in stand, en zet vervolgens deze ‘essentie’ op als een façade. De Partij behoudt de uiterlijke vorm van tradities terwijl ze hun betekenis vervangt. Zij misleidt vervolgens het volk en de internationale gemeenschap met een façade van ‘voortzetting en ontwikkeling’ van de traditionele Chinese cultuur. Tegelijkertijd de drie religies uitroeien

Vanwege het feit dat de traditionele cultuur geworteld is in Confucianisme, Boeddhisme en Taoïsme, is de eerste stap van de CCP bij het vernietigen van traditionele cultuur het uitroeien van de manifestaties van de goddelijke principes in de menselijke wereld: het vernietigen van de drie corresponderende religies. De drie grote religies, Confucianisme, Boeddhisme en Taoïsme, werden geconfronteerd met vernietiging in verschillende historische tijdsperiodes. Neem Boeddhisme als voorbeeld, het heeft geleden onder vier grote beproevingen in de geschiedenis, welke historisch bekend staan als de San Wu Yi Zong (vervolging van de Boeddhistische volgelingen door vier Chinese keizers). Keizer Taiwu[28] van de Noordelijke Wei Dynastie (386–534 n. Chr.) en keizer Wuzong[29] van de Tang Dynastie (618–907 n. Chr.) trachtten allebei Boeddhisme uit te roeien om het Taoïsme de overhand te geven; keizer Wu [30] van de noordelijke Zhou Dynastie (557–581 n. Chr.) probeerde het Boeddhisme en Taoïsme tegelijk uit te roeien, maar was een overtuigd Confucianist; keizer Shizong[31] van de latere Zhou Dynastie (951–960 n. Chr.) probeerde het Boeddhisme te vernietigen om de Boeddhabeelden te kunnen gebruiken om er muntstukken van te maken, maar raakte het Taoïsme en Confucianisme niet aan. De CCP is het enige regime in de geschiedenis dat de drie religies gelijktijdig uitroeit.

6

Kort nadat de CCP een regering opgericht had, begon zij tempels te verwoesten en heilige geschriften te verbranden en dwong Boeddhistische monniken en nonnen terug te keren naar het seculiere leven. En zij was niet minder hardhandig in het vernietigen van andere religieuze plaatsen. Tegen de jaren ‘60 waren er in China nauwelijks nog religieuze plaatsen over. De Culturele Revolutie bracht een nog grotere religieuze en culturele catastrofe met de campagne van de ‘verwerping van de vier oudheden’[32] – dat will zeggen: oude ideeën, oude cultuur, oude gebruiken en oude gewoontes. Bijvoorbeeld, de eerste Boeddhistische tempel in China was de ‘Tempel van het Witte Paard’[33] (Bai Ma Tempel) gebouwd in de vroege Oostelijke Han Dynastie (25–220 n. Chr.) buiten de stad Luoyang. Het wordt vereerd als ‘de wieg van het Boeddhisme in China’ en ‘de thuisbasis van de Stichter’. Gedurende de ‘verwerping van de vier oudheden’ kon de Tempel van het Witte Paard uiteraard niet ontsnappen aan plundering. Er was een productiebrigade voor de Tempel van het Witte Paard nabij de tempel. De secretaris van de Partij-afvaardiging voerde boeren aan om de tempel te plunderen onder het mom van ‘revolutie’. De meer dan 1000 jaar oude kleibeelden van de ‘Achttien Arhats’ uit de Liao Dynastie (916–1125 n.

Chr.) werden vernietigd; het heilige geschrift van Beiye[34] dat 2000 jaar geleden door een eminente Indiase monnik naar China werd gebracht, werd verbrand. Een zeldzame schat, het Jadepaard, werd aan stukken geslagen. Enkele jaren later deed de in ballingschap verkerende koning van Cambodja, Norodom Sihanouk, een bijzonder verzoek om een eerbezoek af te leggen aan de Tempel van het Witte Paard. Zhou Enlai, de toenmalige Chinese premier, gaf gehaast orders om het heilige geschrift van Beiye dat in het keizerlijk paleis te Beijing was opgeslagen te transporteren naar Luoyang, samen met de beelden van de Achttien Arhats uit de Qing Dynastie die bewaard werden in de Tempel van de Azuren Wolken (Biyun Tempel) in het Xiangshan Park[35] in Beijing. Door de originele beelden te vervangen door nep-beelden kon een diplomatieke moeilijkheid ‘opgelost’ worden.[36] De Culturele Revolutie begon in mei 1966. Deze revolutie was in werkelijkheid een ‘revolutionering’ van de Chinese cultuur op vernietigende wijze. Het verwoestende vuur van de campagne om de ‘vier oudheden’ te verwerpen, verbrandde vanaf augustus ’66 geheel China.

De Boeddhistische tempels, Taoïstische tempels, Boeddhabeelden, historische plaatsen, kalligrafie, schilderijen en antiek werden als objecten van ‘feudalisme, kapitalisme en revisionisme’ beschouwd en werden de hoofddoelen van vernietiging van de Rode Garde.[37] Neem de Boeddhabeelden bijvoorbeeld; er zijn 1000 gekleurde, glazen Boeddhabeelden in reliëf bovenaan het ‘Lang Leven Gebergte’ in het Zomerpaleis[38] in Beijing. Na de ‘verwerping van de vier oudheden’ waren ze allemaal beschadigd. Nog niet één kwam onbeschadigd uit de aanval. De hoofdstad van het land was in een dergelijke staat, net als de rest van het land. Zelfs de afgelegen provinciesteden konden niet ontsnappen. Er is een Tiantai tempel in het Dai district van de provincie Shanxi. Deze was gebouwd gedurende de Taiyan periode van de noordelijke Wei Dynastie 1600 jaar geleden en had waardevolle beelden en fresco’s. Alhoewel het op een berghelling gesitueerd was, vrij ver verwijderd van de districtszetel, negeerden de mensen die meededen aan de ‘verwerping van de vier oudheden’ de moeilijkheden en maakten schoon schip met de beelden en fresco’s aldaar. De Louguan Tempel[39] waar Lao Zi zijn lezing gaf en zijn beroemde Tao-te Ching 2500 jaar geleden naliet, bevindt zich in het Zhouzhi district van de provincie Shaanxi.

In een straal van 10 li[40] rond het preekplatform waar Lao Zi lezingen gaf, bevinden zich meer dan 50 historische plekken, waaronder de Tempel van Eerbetoon aan de Heilige (Zongsheng Gong) die keizer Tang Gaozu Li Yuan[41] meer dan 1300 jaar geleden bouwde om respect te tonen aan Lao Zi. De Louguan Tempel en andere historische 7

plekken zijn verwoest en alle Taoïstische priesters werden gedwongen te vertrekken. Volgens het Taoïstische canon, kan men, wanneer men eenmaal een Taoïstische priester is geworden, nooit meer zijn baard of haar laten knippen. De Taoïstische priesters werden gedwongen hun haar te knippen, hun Taoïstische gewaad af te doen en lid te worden van de volkscommunes.[42] Enkelen van hen trouwden dochters van de lokale boeren en werden hun schoonzonen. De Tempel van de Opperste Vrede, de Tempel van de Hoogste Helderheid, de Tempel van de Opperste Helderheid, de Doumu Tempel, het Huayan nonnenklooster, de Ningzhen Tempel, de Tempel van Guan Yu, ‘de standbeelden van het goddelijke’, offervoertuigen, boekrollen van Boeddhistische soetra’s, culturele relieken en tempeltabletten rond de heilige Taoïstische plaatsen in de streek van het Laoshan Gebergte in de provincie Shandong werden allemaal verpletterd en platgebrand. De Tempel van Literatuur in de provincie Jilin is een van de vier vermaarde Tempels van Confucius in China. Gedurende de ‘verwerping van de vier oudheden’ werd deze ernstig beschadigd.[43] Een speciale manier om religie te verwoesten

Lenin zei ooit: “De gemakkelijkste manier om een vesting in te nemen, is van binnenuit.” Als een groep kleinkinderen van het Marxisme-Leninisme, begrijpt de CCP dit op natuurlijke wijze zonder erover te spreken. In de Mahayana Mahaparinirvana Soetra[44] voorspelde Boeddha Sakyamuni dat na zijn heengaan demonen zouden incarneren als monniken, nonnen en mannelijke en vrouwelijke lekenBoeddhisten om zo de Dharma te ondermijnen. We kunnen natuurlijk niet verifiëren waar Sakyamuni exact naar verwees, maar de CCP begon inderdaad het Boeddhisme te vernietigen door het vormen van een ‘verenigd front’ met enkele Boeddhisten. Ze zonden zelfs enkele ondergrondse leden van de Communistische Partij om de religie direct te infiltreren en van binnenuit te ondermijnen. In een kritiekvergadering gedurende de Culturele Revolutie vroeg iemand Zhao Puchu, de vice-president van de Chinese Boeddhistische Vereniging van dat moment: “U bent een lid van de Communistische Partij, waarom gelooft U in het Boeddhisme?” Boeddha Sakyamuni verwierf complete en opperste verlichting door ‘voorschrift, concentratie, wijsheid’. Dus onderwees hij vóór zijn heengaan zijn volgelingen: “Volg de voorschriften en houd ze hoog. Houd ze in ere en schend ze niet.” Hij waarschuwde tevens: “Mensen die de voorschriften schenden worden verafschuwd door de hemel, de draken, de geesten en het goddelijke.

Hun kwaadaardige reputatie verspreid zich ver en wijd… Wanneer hun levens eindigen zullen ze lijden in de hel voor hun karma, en hun onontkoombaar lot tegemoet gaan. Dan zullen ze terugkomen; ze zullen doorgaan te lijden door het lichaam van hongerige geesten en beesten te dragen. Ze zullen eindeloos in een dergelijke cirkel blijven lijden zonder verlichting.”[45] De politieke Boeddhistische monniken luisterden niet naar de waarschuwingen van de Boeddha. In 1952 zond de CCP vertegenwoordigers om de inaugurele bijeenkomst van de Chinese Boeddhistische Vereniging bij te wonen. Tijdens de vergadering stelden veel Boeddhisten in de vereniging voor de Boeddhistische voorschriften af te schaffen. Zij beweerden dat deze disciplines veel jonge mannen en vrouwen het leven hadden gekost. Sommige mensen pleitten zelfs dat “mensen vrij zouden moeten zijn in elke religie te geloven. Er zou ook de vrijheid moeten zijn voor de monniken en de nonnen om te trouwen, er zou tevens vrijheid moeten bestaan om te drinken en vlees te eten. Niemand zou zich hiermee moeten inmengen.” In die tijd woonde Meester Xuyun de vergadering bij en zag dat het Boeddhisme met uitsterven bedreigd was in China. Hij trad naar voren om tegen de voorstellen in te gaan en te pleiten voor het behoud van de Boeddhistische voorschriften en klederdracht.

Het was juist deze Meester Xuyun die belasterd werd als ‘contrarevolutionair’. Hij werd vastgezet in de abtskamer zonder eten en drinken. Hem werd niet toegestaan de ruimte te verlaten, zelfs niet om het toilet te gebruiken. Hij kreeg het bevel zijn goud, zilver en vuurwapens in te leveren. Toen Xuyun antwoordde dat hij deze niet had, werd hij ernstig 8

mishandeld. Zijn schedel brak, hij bloedde en zijn ribben waren gebroken. Op dat moment was Xuyun reeds 112 jaar oud. De militaire politie duwde hem van het bed op de grond. Toen ze de volgende dag terugkwamen, zagen ze dat Xuyun nog niet gestorven was, dus sloegen ze hem opnieuw hard in elkaar. De Chinese Boeddhistische Vereniging, die in 1952 gesticht was, en de Chinese Taoïstische Vereniging, gesticht in 1957, verklaarden beiden duidelijk in hun oprichtingsstatuten dat ze ‘onder het leiderschap van de volksregering’ stonden. In werkelijkheid zouden ze onder het leiderschap van de atheïstische CCP staan. Beide verenigingen gaven aan dat ze actief deel zouden nemen in het voortbrengen, construeren en implementeren van het overheidsbeleid. Ze waren volledig getransformeerd tot seculiere organisaties. De Boeddhisten en Taoïsten die toegewijd waren aan het volgen van de voorschriften werden daarentegen bestempeld als contrarevolutionair of als leden van bijgelovige sekten en geheime genootschappen. Onder de revolutionaire slogan van ‘zuivering van Boeddhisten en Taoïsten’ werden ze gevangen genomen, gedwongen te ‘hervormen door arbeid’ of zelfs geëxecuteerd. Zelfs religies uit het Westen, zoals het Christendom en het Katholicisme, werden niet gespaard.

Gebaseerd op de statistieken gegeven in het boek How the Chinese Communist Party Persecutes the Christians gepubliceerd in 1958, zelfs uit de gelimiteerde documenten die openbaar gemaakt zijn, bleek dat van de geestelijken die beschuldigd werden ‘landheer’ of ‘lokale opstoker’ te zijn, er een verbijsterende 8840 vermoord werden en 39.200 naar werkkampen gestuurd werden; en onder de geestelijken die als ‘contrarevolutionair’ bestempeld werden, werden er 2450 vermoord en 24.800 naar werkkampen gestuurd.[46] Religies zijn een manier voor mensen om zichzelf te distantiëren van de seculiere wereld en zich te cultiveren. Ze benadrukken ‘de andere kust’ (de kust van perfecte verlichting) en ‘de hemel’. Sakyamuni was een Indische prins. Om ‘mukti’[47] te bereiken, een staat waarin men een vreedzame geest, hogere wijsheid, volledige verlichting en nirvana[48] kan verkrijgen, gaf hij zijn troon op en trok hij naar een beboste berg om ijverig cultivatie te beoefenen. Vóór Jezus verlicht werd, bracht de duivel hem naar de top van een berg, toonde hem alle wereldlijke koninkrijken en hun glorie. De duivel zei: “Als je voor me buigt en me aanbidt, zal ik je al deze dingen geven.” Jezus werd niet in verleiding gebracht.

De politieke monniken en broeders echter, die een verenigd front met de CCP vormden, verzonnen een reeks misleidingen en leugens zoals “menselijke wereld Boeddhisme”, “religie is de waarheid, net als socialisme”, en ‘er is geen tegenstrijdigheid tussen deze kust en de andere kust”. Ze moedigden Boeddhisten en Taoïsten aan om geluk, pracht en praal, welvaart en status na te streven, en de religieuze doctrines en hun betekenis te veranderen. Boeddhisme verbiedt te doden. De CCP vermoordde mensen als vliegen tijdens de ‘onderdrukking van de contrarevolutionairen’.[49] De politieke monniken bekokstoofden daarop de rechtvaardiging dat ‘het doden van de contrarevolutionairen zelfs een nog groter mededogen is’. Gedurende de ‘Oorlog om de agressie van de V.S. te weerstaan en Korea te helpen’[50] (1950–1953), werden monniken direct naar de frontlinies gestuurd om te doden. Neem het Christendom als een ander voorbeeld. In 1950 vormde Wu Yaozong[51] een ‘Drie-Zelf Kerk’, die de principes van zelfbestuur, zelfvoorziening en zelfpromotie volgde. Hij beweerde dat hij weg zou breken van het imperialisme en actief zou meedoen aan de ‘Oorlog om de agressie van de V.S. te weerstaan en Korea te helpen’.

Eén van zijn goede vrienden werd gedurende meer dan 20 jaar gevangen gezet omdat hij weigerde zich aan te sluiten bij de ‘Drie-Zelf Kerk’, en verduurde allerlei vormen van marteling en vernedering. Toen hij Wu Yaozong vroeg: “Wat vind jij van de wonderen die Jezus verrichtte?”, antwoordde Wu: “Ik heb ze allemaal verworpen.” Het verwerpen van de wonderen van Jezus staat gelijk aan het niet erkennen van Jezus’ hemel. Hoe kan men een Christen genoemd worden als men niet eens de hemel erkent waar Jezus naar opgestegen is? Hoe dan ook, als de stichter van de ‘Drie-Zelf Kerk’, werd Wu Yaozong een lid van 9

het staande comité van de Politieke Consultatieve Conferentie. Toen hij de ‘Grote Hal van het Volk’ binnenstapte[52] moet hij Jezus’ woorden volledig vergeten zijn: “Gij zult van de Heer Uw God houden met heel uw hart, en met heel uw ziel, en met heel uw geest. Dit is het eerste en grootste gebod.” (Mattheus, 22:37–38) “Ken daarom Caesar de dingen toe die Caesar toebehoren; en aan God de dingen die God toebehoren.” (Mattheus, 22:21) De CCP confisceerde tempeleigendommen, dwong monniken en nonnen het Marxisme-Leninisme te bestuderen om ze te hersenspoelen, en legde hen zelfs dwangarbeid op. Bijvoorbeeld, er was een ‘Boeddhisme workshop’ in Ningbo in de provincie Zhejiang. Meer dan 25.000 monniken en nonnen werden gedwongen er te werken. Wat nog het meest absurd is, is dat de CCP monniken en nonnen aanmoedigde te trouwen om zo het Boeddhisme uiteen te laten vallen. Nog een voorbeeld, net voor ‘Wereld Vrouwendag’ op 8 maart 1951, gaf de vrouwenfederatie in Changsha in de provincie Hunan alle nonnen in de provincie de opdracht om binnen enkele dagen te beslissen te trouwen. Bovendien werden jonge gezonde monniken gedwongen bij het leger te gaan en werden ze naar het slagveld gestuurd om als kanonnenvoer te dienen![53] Verschillende religieuze groeperingen in China zijn uiteengevallen onder de wrede onderdrukking van de CCP.

De echte elite van het Boeddhisme en Taoïsme werd onderdrukt. Onder degenen die overbleven, keerden velen terug naar het seculiere leven, en velen waren in het geheim CCP leden die gespecialiseerd waren in het aantrekken van het Kesa kleed[54], het Taoïstische gewaad of het lange kleed van de broeder, om zo de Boeddhistische heilige geschriften, het Taoïstische canon en de heilige bijbel te verdraaien, en te zoeken naar rechtvaardiging voor de CCP campagnes tegen deze doctrines. Vernietiging van culturele relikwieën

De vernietiging van culturele relikwieën is een belangrijk onderdeel van de CCP’s vernietiging van traditionele cultuur. In de ‘verwerping van de vier oudheden’, zijn veel boeken, kalligrafieën en schilderijen waarvan slechts het origineel bestond en die verzameld werden door intellectuelen, verbrand of tot papierpulp versnipperd. Zhang Bojun[55] had een familieverzameling van meer dan 10.000 boeken. De leiders van de Rode Garde gebruikten ze om vuur mee aan te maken en zichzelf te verwarmen. Wat overbleef werd naar papierfabrieken gestuurd en tot pulp versneden. De kalligrafie- en renovatiespecialist van schilderwerken, Hong Qiusheng, is bekend als een ouder ‘wonderdokter’ voor oude kalligrafie en schilderijen. Hij heeft talrijke meesterwerken van wereldklasse gerenoveerd, zoals Song keizer Huizong’s landschapschilderij[56], Su Dongpuo’s bamboeschilderij[57] en Wen Zhengming[58] en Tang Bohu’s[59] schilderijen. In de loop van enkele decennia werden de honderden oude kalligrafieën en schilderijen die hij gered had, een eersteklas nationale collectie. De kalligrafie en schilderijen waarvoor hij kosten nog moeite had gespaard om ze te verzamelen, werden bestempeld als ‘vier oudheden’ en werden aan de vlammen gevoerd.

Nadien zei Wong in tranen: “Meer dan 100 jin[60] (50 kilo)aan kalligrafie en schilderijen; het heeft een lange tijd gekost om ze te verbranden!”[61] “Terwijl wereldse zaken komen en gaan, Oud, modern, op en neer, Zijn rivieren en bergen onveranderlijk in hun glorie En nog steeds waar te nemen vanaf deze weg. …”[62] Als het hedendaagse Chinese volk zich nog steeds iets van haar geschiedenis zou herinneren, zouden ze zich waarschijnlijk anders voelen als ze het gedicht van Meng Haoran zouden reciteren. De vermaarde historische berg- en rivierplaatsen zijn geruïneerd en zijn verdwenen in de storm van de ‘verwerping van de vier oudheden’. Niet alleen werd het Orchideepaviljoen vernietigd waar 10

Wang Xizhi[63] zijn vermaarde inleiding schreef bij ‘de verzameling van gedichten opgesteld aan het Orchideepaviljoen’[64], Wang Xizhi’s eigen graf werd eveneens verwoest. De voormalige residentie van Wu Chen’en[65] in de provincie Jiangsu werd vernield, Wu Jingzi’s[66] voormalige residentie in de provincie Anhui werd aan stukken geslagen, het stenen tablet dat Su Dongpo’s handgeschreven artikel Het paviljoen van de dronken oude man[67] droeg, werd neergehaald door de ‘jonge revolutionairen’[68] en de woorden op het tablet werden eraf geschuurd. De essentie van de Chinese cultuur werd overgeleverd en opgebouwd gedurende enkele duizenden jaren. Eenmaal vernietigd, kan het niet meer hersteld worden. De CCP vernietigde het echter op barbaarse wijze zonder enige spijt of schaamte in de naam van de ‘revolutie’. Toen we ons verzuchtten over het door de geallieerde krachten van Groot-Brittannië en Frankrijk afgebrande Oude Zomerpaleis, wat bekend stond als het paleis der paleizen, toen we ons verzuchtten over het monumentale werk van de Yongle Encyclopedie[69] dat vernietigd werd door bezetters, hoe konden we toen verwachten dat de vernietiging veroorzaakt door de CCP zoveel wijder verspreid, zoveel langduriger en grondiger zou zijn dan die van welke bezetter dan ook? Vernietiging van spirituele overtuigingen

Naast het vernietigen van de fysieke uitingsvormen van religie en cultuur, is de CCP ook tot haar uiterste gegaan in het vernietigen van de spirituele identiteit van het volk, gestalte gegeven door geloof en cultuur. Neem als voorbeeld de behandeling van etnische geloofsovertuigingen door de CCP. De CCP beschouwde de tradities van de Hui moslims als een van de ‘vier oudheden’ – oude gedachten, cultuur, traditie en gewoonte; daarom dwong ze de Hui moslims varkensvlees te eten. Moslimboeren en moskeeën werden opgeëist om varkens te fokken, en elk huishouden moest de natie elk jaar twee varkens verschaffen. In een extreem wreed incident dwong de Rode Garde de twee na hoogste Tibetaanse levende Boeddha, de Panchen Lama, om menselijke uitwerpselen te eten. Drie monniken van de Boeddhistische tempel in Harbin in de provincie Heilongjiang, de grootste Boeddhistische tempel in moderne tijd gebouwd (1921), werd opgedragen een poster omhoog te houden die zei: “Naar de hel met soetra’s, ze staan vol kletspraat.” In 1971 probeerde Lin Biao[70], de vice-voorzitter van het Centrale Comité van de CCP, uit China te ontsnappen, maar werd gedood toen zijn vliegtuig neerstortte in Undurkhan, Mongolië. Later werden er in Lin’s residentie in Beijing enkele Confucianistische citaten gevonden. De CCP startte toen een uitzinnige campagne om ‘Lin Biao en Confucius te bekritiseren’.

Een schrijver genaamd Liang Xiao[71] publiceerde een artikel in de Rode Vlag, het vlaggetijdschrift van de CCP, met de titel “Wie is Confucius?” Het artikel beschreef Confucius als een waanzinnige die de geschiedenis terug wilde draaien, en als een misleidende en sluwe demagoog. Een serie cartoons en liedjes die Confucius demoniseerden, volgden. Op deze manier werden de waardigheid en de heiligheid van religie en cultuur vernietigd. Eindeloze vernietiging

In het oude China strekte de macht van de centrale regering zich slechts uit tot het districtsniveau, daaronder behielden patriarchale clans de autonome controle. Dus de vernietigingen in de Chinese geschiedenis, zoals het verbranden van de Confucianistische boeken door keizer Qin Shi Huang[72] in de Qin Dynastie (221–207 v. Chr.) en de vier campagnes om het Boeddhisme te elimineren tussen de vijfde en de tiende eeuw door de ‘Drie Wus en één Zong’, werden opgedrongen van bovenaf en konden de cultuur helemaal niet uitvegen. Confucianistische en Boeddhistische klassiekers en ideeën leefden voort in de uitgestrekte hoeken van de samenleving. De door de CCP aangezette campagne van het vernietigen van de ‘vier oudheden’ door jonge studenten in hun pubertijd, was daarentegen een nationale volksbeweging die gelanceerd werd met ‘spontaan enthousiasme’. De uitbreiding van de CCP naar elk dorpje via Partij-afvaardiging op dorpsniveau,

11

beheerste de samenleving zó strak dat de CCP campagne van het uitvagen van de ‘vier oudheden’ iedereen raakte, tot op het laatste stukje land in China. Nooit in de geschiedenis hebben keizers datgene uit de gedachten van het volk kunnen wissen wat mensen als het mooiste en meest heilige beschouwden, noch - naast geweld - zoveel lasterlijke en beledigende propaganda gebruikt als de CCP dat heeft gedaan. De vernietiging van geloof en overtuiging is vaak veel schadelijker en langduriger van aard dan fysieke destructie alleen. Het hervormen van intellectuelen

De Chinese karakters belichamen de essentie van 5000 jaar beschaving. De vorm en uitspraak van ieder karakter, het idioom en de literaire zinspelingen bij combinaties van karakters, brengen diepgaande culturele betekenissen naar boven. De CCP heeft de Chinese karakters niet alleen vereenvoudigd, maar heeft ook geprobeerd ze te vervangen door het geromaniseerde pinyin, wat alle culturele tradities uit de Chinese taal en karakters zou wegnemen. Maar het vervangingsplan is mislukt en zo is de Chinese taal van verdere schade gespaard gebleven. De Chinese intellectuelen, die dezelfde traditionele cultuur geërfd hadden, waren niet zo fortuinlijk om van vernietiging gespaard te blijven. Vóór 1949 had China ongeveer twee miljoen intellectuelen. Alhoewel enkelen van hen in het Westen gestudeerd hadden, hadden ze toch nog Confucianistische ideeën meegekregen. De CCP liet de teugels nooit varen in haar controle over intellectuelen, omdat, als leden van de traditionele ‘aristocratiescholing’, hun denkwijzen een belangrijke rol speelde bij het vormgeven van de gedachten van gewone mensen. In september 1951 begon de CCP een grootschalige ‘gedachtenhervormingscampagne’, die startte onder de intellectuelen op de Universiteit van Beijing.

Deze werden verplicht om ‘een beweging te organiseren (onder leraren in universiteiten, middelbare scholen en lagere scholen en onder universiteitsstudenten) om hun geschiedenis getrouw en eerlijk te bekennen’, en daarmee hun contrarevolutionaire elementen te zuiveren.[73] Mao Zedong heeft nooit van intellectuelen gehouden. Hij zei ooit: “Zij [de intellectuelen] zouden zich bewust moeten zijn van de waarheid dat vele zogenaamde intellectuelen in feite, relatief gesproken, behoorlijk onwetend zijn, en de arbeiders en boeren weten soms meer dan zij.”[74] “Vergeleken met arbeiders en boeren waren de intellectuelen niet schoon, en in de laatste onderzoeken waren de arbeiders en boeren de schoonste mensen, zelfs al waren hun handen vuil en hun voeten besmeurd met koeienmest…”[75] De vervolging van intellectuelen door de CCP begon met verschillende vormen van beschuldigingen, variërend van de kritiek in 1951 op Wu Xun[76] voor het ‘draaiend houden van scholen door te bedelen’, tot Mao Zedong’s persoonlijke aanval in 1955 op schrijver Hu Feng als contrarevolutionair. In het begin werden de intellectuelen niet als een reactionaire klasse gecategoriseerd, maar in 1957, nadat verschillende grote religieuze groeperingen zich overgegeven hadden aan de beweging van het ‘verenigd front’, richtte de CCP haar energie op de intellectuelen. De ‘anti-Rechtse’ beweging werd aldus gelanceerd.

Op het einde van februari 1957, terwijl ze beweerde dat ze ‘een honderdtal bloemen zou laten bloeien en een honderdtal denkscholen zouden laten wedijveren’, deed de CCP een oproep aan intellectuelen om hun suggesties en kritiek jegens de partij uit te spreken met de belofte hun uitspraken niet te zullen vergelden. De intellectuelen waren sinds lange tijd ontevreden over de CCP vanwege haar beslissingen op ieder vlak (zelfs als de CCP een leek was op een bepaald vlak), en vanwege het doden van onschuldige mensen tijdens de campagne in 1950–1953 om ‘contrarevolutionairen te onderdrukken’ en tijdens de campagne in 1955–1957 om ‘contrarevolutionairen te elimineren’. Ze dachten dat de CCP eindelijk open en tolerant geworden was. Zij spraken hun ware gevoelens uit, en hun kritiek werd groter en groter.

12

Vele jaren later geloven velen nog steeds dat Mao Zedong de intellectuelen pas begon aan te vallen nadat hij ongeduldig geworden was over hun al té hevige kritiek. De waarheid zou echter anders blijken te zijn. Op 15 mei 1957 schreef Mao Zedong een artikel met de titel “De dingen beginnen te veranderen” en circuleerde het onder de hogere ambtenaren van de CCP. Het artikel zei: “Recentelijk hebben de Rechtsen… getoond dat ze vastbesloten en woedend zijn… De Rechtsen, die anti-comunistisch zijn, proberen wanhopig een tyfoon van meer dan kracht zeven op te doen laaien in China…en zijn zo gefixeerd op het vernietigen van de CCP.”[78] Daarna werden de ambtenaren die eerst onverschillig waren ten opzichte van de campagne van ‘het doen bloeien van honderd bloemen en het laten wedijveren van honderd denkscholen’, plotseling enthousiast en ‘ernstig’. Zhang Bojun’s dochter verhaalde in haar memoires The Past Doesn't Disappear Like Smoke: Li Weihan, het hoofd van het arbeidsministerie van het Verenigd Front, nodigde Zhang Bojun persoonlijk uit voor een vergadering om zijn mening te geven over de CCP. Zhang werd op een zetel in de voorste rij geplaatst. Niet wetend dat dit een valstrik was, sprak Zhang zijn kritiek uit over de CCP. Tijdens het hele beloop leek Li Weihan ontspannen. Zhang dacht waarschijnlijk dat Li het eens was met wat hij zei.

Hij wist niet dat Li tevreden was omdat hij zag dat zijn prooi in de val gelopen was. Na de vergadering werd Zhang geclassificeerd als de belangrijkste Rechtse aanhanger in China. We kunnen een reeks van data in 1957 aanhalen die voorstellen of toespraken markeren van intellectuelen die kritiek en suggesties opperden: Zhang Bojun’s ‘Politieke Ontwerpinstituut’ op 21 mei, Long Yun’s ‘Absurde anti-Sovjet Visies’ op 22 mei, Luo Longji’s ‘Correctiecomité’ op 22 mei, Lin Xiling’s toespraak aan de Beijing Universiteit over het ‘Bekritiseren van het feudalistisch socialisme van de CCP’ op 30 mei, Wu Zuguang’s ‘De partij zou moeten stoppen met het leiding geven aan de kunsten’ op 31 mei en Chu Anping’s ‘De Partij domineert de wereld’ op 1 juni. Al deze voorstellen en toespraken waren op uitnodiging van de Partij en werden aangeboden nadat Mao Zedong zijn slagersmes reeds geslepen had. Vanzelfsprekend werden al deze intellectuelen later als Rechtsen bestempeld. In China werden meer dan 550.000 intellectuelen als Rechtsen bestempeld en vervolgd. China kent een traditie die zegt dat “geleerden vermoord kunnen worden, maar niet vernederd”. De CCP was ertoe in staat intellectuelen de grootste vernedering toe te brengen door hen het recht te ontzeggen hun boterham te verdienen en door zelfs hun families te beschuldigen, tenzij zij de vernederingen zouden accepteren.

Vele intellectuelen gaven zich over en sommigen van hen vertelden anderen hun eigen hachje te redden. Degenen die zich niet onderwierpen aan vernedering werden vermoord – bij wijze van voorbeeld om zo andere intellectuelen angst aan te jagen. De traditionele “geleerde klasse”, het rolmodel voor sociale moraliteit, werd op deze manier uitgewist. Mao Zedong zei: Waar kan keizer Qin Shihuang over opscheppen? Hij vermoorde slechts 460 Confucianistische geleerden, maar wij hebben 46.000 intellectuelen vermoord. In onze onderdrukking van de contrarevolutionairen, hebben we toen niet ook contrarevolutionaire intellectuelen vermoord? Ik twistte met de pro-democratische mensen die mij ervan beschuldigden te handelen als keizer Qin Shihuang. Ik zei dat ze het verkeerd hadden. Wij hebben hem honderd keer overtroffen.[79] Mao deed inderdaad meer dan de intellectuelen vermoorden. Hij vernietigde hun geesten en gedachtengoed.

13

Het creëren van een schijncultuur door het instandhouden van de uiterlijke vorm van traditie maar het vervangen van de inhoud ervan

Nadat de CCP de economische hervormingen en een opendeurpolitiek had aangenomen, renoveerde ze vele kerken en vele Boeddhistische en Taoïstische tempels. Ze organiseerde eveneens in China vele tempelbeurzen en buiten China culturele beurzen. Dit was de meest recente poging van de CCP om de resterende traditionele cultuur te gebruiken en te vernietigen. Er waren voor de CCP twee redenen om dit te doen. Aan de ene kant leidt de essentiële menselijke goedheid die nog steeds aanwezig is in de mensen en die de CCP onmogelijk kan uitroeien, tot de vernietiging van de ‘Partijcultuur’. Aan de andere kant wilde de CCP traditionele cultuur gebruiken als schoonheidsbehandeling voor haar ware gezicht, en zo haar kwaadaardige aard van ‘misleiding, kwaadaardigheid en geweld’ verbergen. De essentie van cultuur wordt gevormd door haar innerlijke morele betekenis, terwijl de uiterlijke vorm slechts een entertainmentwaarde heeft. De CCP herstelde de oppervlakkige, vermakende elementen van cultuur, om haar doel de moraliteit te vernietigen te camoufleren.

Om het even hoeveel kunst- en kalligrafietentoonstellingen de CCP georganiseerd heeft, hoeveel cultuurfestivals met draken- en leeuwendansen ze heeft opgevoerd, hoeveel eetfestivals ze gehouden heeft of hoeveel klassieke architectuur ze heeft gebouwd, de Partij herstelt slechts de oppervlakkige verschijning, maar niet de essentie van de Chinese cultuur. Ondertussen promootte de CCP haar culturele showstukken, zowel binnen als buiten China, hoofdzakelijk met het doel haar politieke macht te behouden. Opnieuw zijn tempels een voorbeeld. Tempels zijn bedoeld als plaatsen waar mensen zichzelf kunnen cultiveren, belletjes kunnen horen in de morgen, trommels bij het ondergaan van de zon, en Boeddha kunnen aanbidden onder brandende olielampen. Mensen in de gewone samenleving kunnen daar ook biechten en aanbidden. Cultivatie vereist een puur hart dat niets nastreeft. Een serieuze en plechtige omgeving is vereist voor biechten en aanbidding. Deze plaatsen zijn echter omgevormd tot toeristische trekpleisters voor economisch gewin. Hoeveel onder de mensen die de tempels in China tegenwoordig bezoeken zijn er werkelijk met een oprecht en respectvol hart naar de Boeddha gekomen om na te denken over hun fouten? Het herstellen van het uiterlijk maar het vernietigen van de innerlijke betekenis van de traditionele cultuur is de tactiek die de CCP heeft toegepast om mensen te verwarren.

Of het nu Boeddhisme is, andere religies, of daarvan afgeleide culturele vormen, de CCP breekt ze op deze wijze doelbewust af. **********

III. De Partijcultuur Terwijl de CCP de traditionele semi-goddelijke cultuur verwoestte, bouwde ze met voortdurende politieke campagnes stilletjes haar eigen ‘Partijcultuur’ op. De ‘Partijcultuur” heeft de oudere generatie getransformeerd, de jongere generatie vergiftigd en heeft ook een impact op kinderen gehad. Haar invloed is uitermate diep en breed geweest. Zelfs toen vele mensen probeerden de kwaadaardigheid van de CCP bloot te leggen, konden ze niets anders doen dan ongewild de manieren over te nemen die door de CCP ontwikkeld waren om goed en kwaad te beoordelen en zaken te analyseren, en het vocabulaire te gebruiken dat onvermijdelijk de stempel van de Partijcultuur in zich droeg. De Partijcultuur erfde niet alleen de verdorvenheid van de in het buitenland geboren MarxistischLeninistische cultuur, maar het combineerde ook op slinkse wijze alle negatieve elementen van duizenden jaren Chinese cultuur met de gewelddadige revolutie en de filosofie van de strijd van de Partijpropaganda. Die negatieve elementen omvatten interne strijd voor macht binnen de koninklijke familie, kliekvorming om zelfzuchtige belangen na te streven, politieke oplichterij om anderen te laten lijden, vuile tactieken en samenzwering. Gedurende de laatste tientallen jaren van 14

de CCP’s strijd om te overleven, zijn haar eigenschappen van ‘misleiding, kwaadaardigheid en geweld’ verrijkt, gekoesterd en verder ontwikkeld. Tirannie en dictatuur zijn de ware aard van de Partijcultuur. Deze cultuur dient de Partij in haar politieke en klassestrijden. Vanuit vier aspecten kan men begrijpen hoe dit de ‘humanistische’ CCP omgeving vormt van terreur en tirannie: Het aspect van dominantie en beheersing

A. Een cultuur van isolatie De cultuur van de communistische partij is een geïsoleerd monopolie zonder vrijheid van gedachten, meningsuiting, vereniging of geloof. Het mechanisme van de CCP’s dominantie lijkt sterk op een hydraulisch systeem, dat berust op zware druk en isolatie om haar staat van controle te behouden. Zelfs een heel klein lek kan het systeem doen bezwijken. Bijvoorbeeld, de Partij weigerde gesprekken met de studenten tijdens het ‘4 juni incident’[80], uit angst dat - als dit lek zou gaan opspuiten -, de arbeiders, boeren, intellectuelen en militairen ook om een dialoog zouden vragen. Het gevolg was dat China uiteindelijk naar een democratie zou zijn toegegroeid en de éénPartij dictatuur uitgedaagd zou worden. De CCP besloot daarom liever de studenten uit te moorden dan hun verzoeken in te willigen. Vandaag stelt de CCP tienduizenden ‘cyberpolitieagenten’ tewerk om het internet te bewaken en zij blokkeert rechtstreeks elke overzeese website waar zij niet van houdt. B. Een cultuur van terreur De afgelopen 55 jaar heeft de CCP terreur gebruikt om de gedachten van haar volk te onderdrukken. Zij heeft haar zwepen en slagersmessen gehanteerd om mensen te dwingen te conformeren – mensen weten nooit wanneer onvoorziene rampen hen kunnen overvallen. Het volk werd gehoorzaam omdat het in angst leefde.

Voorstanders van democratie, onafhankelijke denkers, sceptici binnen het CCP-systeem en leden van diverse spirituele groeperingen zijn het doelwit geworden van moord om het publiek te waarschuwen. De Partij wil elke oppositie in de kiem smoren. C. Een cultuur van netwerkbeheersing De controle van de CCP op de maatschappij is allesomvattend. Er zijn huishoudregistratiesystemen, een systeem voor buurtbewonercomités en verschillende niveaus van Partijcomité structuren. Partijtakken zijn gevestigd op bedrijfsniveau. Ieder en elk dorp heeft haar eigen Partijtak. Leden van de Partij en de Communistische Jeugdliga houden regelmatig activiteiten. De CCP promootte ook een serie slogans hieromtrent. Een paar voorbeelden zijn: “Bewaak je eigen deur en houd je eigen mensen in de gaten”, “Weerhoud je mensen ervan om op te komen voor iets”, “Breng het systeem vastberaden ten uitvoer om plichten op te leggen, het vervullen van plichten te garanderen, en zeker te stellen waar de verantwoordelijkheden liggen. Waak en heers strikt. Wees ernstig ten aanzien van discipline en regels en garandeer 24-uurs preventieve en onderhoudsmaatregelen”, “Het 6-10 Bureau[81] zal een bewakingscomité vormen om activiteiten in iedere regio en werkeenheid met onregelmatige intervallen te inspecteren en te bewaken.” D.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9747715/1