9.5 Beneden Leeuwen, Zandstraat 70 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 5 Quickscan flora en fauna incl. dakinspectie
Tekst van het document
Beenbreek, Plat blaasjeskruid
Meeliftende soorten
18
Nederlandse naam
Bosparelmoervlinder & Bruine eikenpage
Gentiaanblauwtje
Zilveren maan
Knautiabij & Knautiawespbij
Eikenzandbij
Heidehommel
Soortgroep
Vlinders
Vlinders
Vlinders
Bijen
Bijen
Bijen
Bombus humilis
Andrena ferox
Andrena hattorffiana & Nomada armata
Boloria selene
Maculinea alcon
Melitaea athalia & Satyrium ilicis
Wetenschappelijke naam
bedreigd
gevoelig
bedreigd
bedreigd
bedreigd
ernstig bedreigd & bedreigd
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland
natte graslanden
natte heide
bosranden in loofbos
Habitat
10% De Bruuk
100% Berg & Dal (populatie); Rheden (1 vondst)
Vochtige, half open en bloemrijke landschappen, wordt vooral gevonden in natte
Door pony's begraasde, op zuidelijke helling gelegen weide met oude eiken
>25% Rivierengebied (Rijn), o.a. stroomdalvegetati Gelderse Poort e met grote populaties (min. 50 planten) knautia
40% Kruishaarsche heide, Speulderveld, Elspeet, Uddel, Kootwijkerveen, Maalberg, Radio Kootwijk, Hoge Veluwe, leemputten bij Staverden 23% De Bruuk, Korenburgerveen, (Gelderse vallei)
100% Bosparelmoervlinder: & Hoge Veluwe, 10% Kroondomein, Vierhouten-Elspeet, Asselse heide, Deelen e.o. Bruine eikenpage: Mulderskop/Molenhoek, (Vierhouten)
% Gld12
Bekend van slechts één populatie waardoor de soort door een (toevallige) gebeurtenis kan verdwijnen, bijv. een toename van begrazingdruk of het verruigen door het weglaten van begrazing. Ongelukkig maaibeheer kan leiden tot het wegvallen van nectaraanbod of tot het uitmaaien van nesten.
Heeft sterk te lijden onder achteruitgang van stroomdelgraslanden en bloemrijke dijken met beemdkroon; verkeerd maaibeheer kan funest zijn voor geisoleerde populaties
Isolatie van populaties en verdroging leefgebied.
Verdroging en vergrassing van natte heide a.g.v. stikstofdepositie en ontwatering voor landbouw
Isolatie van kleiner wordende populaties, verdwijnen leefgebied (bosparelmoervlinder: bos(randen) met hengel) en gebrek aan nectar. Bruine eikenpage: verdwijnen microklimaat.
Bedreiging/probleem
In 2013 teruggevonden en zekerheid over aanwezigheid populatie ontbreekt. Acties: vaststellen aanwezigheid, localiseren nesten en voorkomen dat deze uitgemaaid worden (bovengrondse nesten!), evalueren of maairegiem niet leidt tot periodieke
Eikenbomen op de vindplaats veiligstellen, begrazing afstemmen, vaststellen of bij Rheden ook populatie aanwezig is. Eventueel aanplanten jonge eiken als opvolgers van de oude eiken.
Maaibeheer afstemmen op bloeiperiode knautia en op knautiabij. Gericht uitbreiden van populaties beemdkroon door uitzaaien op geschikte locaties met zaad uit dichtstbijzijnde populaties.
Gefaseerd en cyclisch hakhoutbeheer: Cyclus van bosvakken van 0,5 - 1 ha per 15-20 jaar (met enkele overstaanders). Alterneren met aansluitende bosvakken. Monitoring bosontwikkeling en om het jaar opslag verwijderen Bosrandbeheer: structuur en variatie aanbrengen, invasieve exoten verwijderen en ruigte ontwikkeling, cyclisch proces van 5 jaar. Stimuleren van nectarontwikkeling (voldoende zonlicht, ruigte en bloemrijke weiden)
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Vetblad, Vlozegge, Spaanse ruiter, Melkviooltje Knautia, Kwartelkoning
Klokjesgentiaan
Kleine ijsvogelvlinder
Meeliftende soorten
19
Nederlandse naam
Bosdoorntje
Kleine wrattenbijter
Wrattenbijter
Soortgroep
Sprinkhanen
Sprinkhanen
Sprinkhanen
Decticus verrucivorus
Gamsocleis glabra
Tetrix bipunctata
Wetenschappelijke naam
ernstig bedreigd
ernstig bedreigd
ernstig bedreigd
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland
100% Hoge Veluwe, Hatertse & Overasseltse Vennen
100% Oldebroekse Heide
100% Hoge Veluwe
% Gld12
Open struikheide vegetatie met pijpestro en bochtige smele met de hoogste dichtheden op plekken waar regelmatig kleine brandjes ontstaan door schietoefeningen Hoge Veluwe: Droge struikheide met grote stukken lage vegetatie met buntgras, heidespurrie en korstmossen. Overasseltse Vennen: Heischrale vegetatie naast extensief beheerde graanakkers.
Schrale, lage en beschut gelegen (heide)grasland in open bos
heide
Habitat afwezigheid van bloeiende planten.
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Er is sprake van een continue achteruitgang door het veranderen van vegetaties onder invloed van stikstofdepositie.
Evaluatie maatregelen uitgevoerd in afgelopen 10 jaar; Voorkomen dichtgroeien heischrale vegetatie; Hatertse & Overasseltse Vennen: uitbreiden areaal aan extensieve graanakkers en indien mogelijk inwaaien van stikstof tegengaan.
Het betreft een zeer kleine en kwetsbare populatie en het voorkomen van dichtgroeien van geschikt biotoop heeft prioriteit. Daarnaast moet door kleinschalige kap van bos geschikt biotoop in nabije omgeving worden gecreëerd. De huidige populatie bevindt zich bij een brandplek en het is te overwegen om in de nabije omgeving van de populatie nieuwe brandplekken te creëren. Aanvullend veldwerk is nodig voor het vinden van eventuele andere resterende populaties en het vaststellen van de afwezigheid voordat maatregelen worden uitgevoerd. In Nederland afhankelijk van Continuering van brandbeheer waarbij het van een terrein waar regelmatig belang is dat het doelengebied niet grootschalig branden ontstaan. Een grote gebrand wordt maar wel regelmatig beschoten brand in het najaar kan leiden wordt. Wanneer niet beschieten: voortdurend tot een gevoelige klap voor mineralenrijk dagzomende bodem bevorderen de populaties of zelfs tot het en ruderaalsituaties creëeren (met o.a. veel verdwijnen ervan. brem, bochtige smele, etc.). Verbinden Oldebroekse Heide met de ten oosten gelegen heidesnippers.
Kleine populatie die door het dichtgroeien van geschikte terreindelen of een heidebrand kan verdwijnen
Bedreiging/probleem
Blauwvleugelsprinkhaan
Meeliftende soorten
20
Nederlandse naam
Zadelsprinkhaan
Rivierkreeft
Knotwilgslak & Schorshorentje
Oeverlookslak
Nauwe korfslak
Rijn glasslak
Soortgroep
Sprinkhanen
Kreeften
Weekdieren
Weekdieren
Weekdieren
Weekdieren
ernstig bedreigd
ernstig bedreigd
Rode lijst
Vitrinobrachium breve
Vertigo angustior
Pseudotrichia rubiginosa
gevoelig
bedreigd
bedreigd
Clausilia dubia & Balea bedreigd perversa
Astacus astacus
Ephippiger ephippiger
Wetenschappelijke naam
Voorkomen in Gelderland
90% uiterwaarden nabij Millingen, Ijssel uiterwaard nabij Rheden, Epe nabij Apeldoornskanaal
>25% Drutensche waarden, Blauwe kamer, Uiterwaarden IJssel tussen Dieren en Velp
>25% Linge bij Deil en Tricht (beide soorten), Winssensche waarden langs Waal bij Winssen (Knotwilgslak), Uiterwaarden bij Doesburg (Knotwilgslak), IJssel bij Rheden (Schorshorentje)
100% Mulderskop en de Veluwe (Doornspijkse Heide, Groevenbeekse Heide, Harskampse Zand, Nationaal Park de Hoge Veluwe, Nationaal Park de Veluwe Zoom, Oldenbroekse Heide, Planken Wambuis, Rozendaalse Veld, De Zanding). 100% Landgoed Warnsborn, Arnhem
% Gld12 Te rigoreuze verwijdering opslag op heideterreinen, het uniform worden van heidevegetatie onder invloed van beheer, het verdwijnen van zandige plekken in hei.
Bedreiging/probleem
Beide soorten zijn te vinden op decennia oude sterk begroeide knotwilgen en populieren. Schorshorentje wordt daarnaast ook op ruines, muren en dijken aangetroffen Regelmatig overstromende ooibossen en uiterwaarden struweel Verdwijnen van regelmatig overstroomd struweel, zou gezien de ontwikkeling in het rivierengebied misschien wel weer toenemen
Het verdwijnen van oude knotwilgen en het te regelmatig en te netjes beheren van nieuwe opstanden
voedselrijke vijvers sterfte door schimmelinfectie en beken via Amerikaanse rivierkreeft
Dorge structuurrijke struikheideterrein en vaak geaccidenteerd en met opslag struiken en boompjes
Habitat
Locaal voorkomen in kaart brengen. Locatie ongestoord laten. Locaties ongestoord laten. Afrasteren, niet begrazen! Locaal voorkomen in kaart brengen. Locatie ongestoord laten.
Bepalen status, afhankelijk daarvan het lokaal toestaan van het ontstaan van struweel in overstroomde uiterwaarden
Onderhoud bestaande knotopstanden, voorkomen van een te frequent snoeibeheer, aanplant nieuwe knotwilgen ter versterking bestaande locaties.
Kweek en herintroductie (maatregelen worden momenteel in gang gezet)
Voorkomen dichtgroeien terreinen zonder dat de hei daarbij geheel open wordt (ruimte laten voor struiken en braamstruwelen), kleinschalig plaggen, ruimte laten voor structuur in de vegetatie (heide van verschillende ouderdom afgewisseld met gras, kruiden, struiken en open zand).
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Meeliftende soorten
21
Limnephilus incisus
Lampetra planeri
Beekprik
Elrits
Kokerjuffers
Vissen
Vissen
Phoxinus phoxinus
Ceraclea nigronervosa
Kokerjuffers
Wetenschappelijke naam
Nemoura dubitans
Nederlandse naam
Steen-vliegen
Soortgroep
bedreigd
bedreigd
bedreigd
bedreigd
bedreigd
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland
Habitat
>10% zeggemoeras nabij Hall; Kansrijke locaties met mogelijkheden voor verbetering: Beekbergerbeek, Wisselse veen, dal van de Hierdense beek. 64% Oost-Veluwe (sprengen tussen Beekbergen en Epe en de Grift, en een enkele waarneming in de Eerbeekse beek), geïsoleerde populatie op de NW-Veluwe (Hierdense Beek), Achterhoek (BovenSlinge, zijbeek Osink Bemersbeek, Ratumse beek, Willinkbeek), Berkel grensstreek (uitgespoelde exemplaren uit Duitsland) 15% Geïsoleerde populatie Oost-Veluwe, Verloren Beek, Klaarbeek en enkele waarnemingen in nabije omgeving (dichtstbijzijnde populatie in ZuidLimburg) Verlies geschikt habitat door beeknormalisatie en overdimensionering; wijziging landgebruik (omzetting bos naar landbouw; te intensief schonen en baggeren; vervuiling
Achteruitgang grotendeels te wijten aan vernietiging biotoop en lokaal het verdwijnen van kwel
Achteruitgang grotendeels te wijten aan vernietiging biotoop en lokaal het verdwijnen van kwel
Bedreiging/probleem
Grindrijke beken in Beeknormalisatie, vervuiling heuvellandschap en migratiebeperking door verstuwing
Stromende natuurlijke beken in bosrijke gebieden op een zandgrond
Deels onduidelijk. Vroeger aangetroffen bij kwel gevoede dicht begroeid moeras.
>25% Bekende populaties: koude, Wisselse veen, dal van de vegetatierijke Hierdense beek. Kansrijke kwelplassen locaties met mogelijkheden voor verbetering: Beekbergerbeek 100% Waal bij Tolkamer
% Gld12
Hermeandering en herprofilering, waardoor heterogeniteit in stroomsnelheid en substraattypen optreedt (vrijspoelen grind). Aanleggen vismigratievoorzieningen bij barrières.
Hermeandering en herprofilering, waardoor heterogeniteit in substraattypen optreedt (vrijspoelen grind/ aanslibben zand/slib/detritusbanken). Inbrengen (of laten liggen) dood hout, om afwisseling in stroomsnelheid en substraat in de hand te spelen. Met beleid (en onder begeleiding) baggeren om de ingegraven larven te sparen. Terugdringen riooloverstorten om lage zuurstofconcentraties te voorkomen.
Het is nog onbekend hoe het met deze soort precies voorstaat. Meer onderzoek is nodig om de maatregelen in kaart te brengen. Zie Nemoura dubitans. Ook deze soort profiteert van het beter benutten (vasthouden) van kwelwater.
Projecten in Twente hebben laten zien dat deze soort kan profiteren van herstelprojecten op kwelrijke plekken (beperking van de afstroom van kwel, natuurlijke landinrichting en afscherming van intensieve landbouw).
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Bosbeekjuffer
Meeliftende soorten
22
Kwabaal
Beekdonderpad
Woudaap & Roerdomp
Vissen
Vissen
Vogels
Ixobrychus minutus & Botaurus stellaris
Cottus rhenanus
Lota lota
Grote modderkruiper Misgurnus fossilis
Vissen
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Soortgroep
ernstig bedreigd
gevoelig
bedreigd
kwetsbaar
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland
5% Kleine geïsoleerde populaties in de Berkel en de Aastrang, ook grensoverschrijdend in Duitsland (Berkel), dichtstbijzijne populatie in de Limburgse Geul 15% Gelderse Poort
26% Diverse kleine versnipperde populaties en geïsoleerde waarnemingen in de achterhoek (o.a. uitspoelende exemplaren in Koffijgoot vanuit Haaksbergerveen en in het stroomgebied van de Oude IJssel, Veengoot, Eefse Beek en Groenlose Slinge). Grotere onderling geïsoleerd liggende populaties in de uiterwaarden van de IJssel en in het rivierengebied (kerngebieden o.a. Diefdijk-Zouweboezem, Land van Maas en WaalWest, Rijnstrangen Zevenaar, Gebied ten oosten van Elst) 32% Enkele waarnemingen uit Waal, Maas en Nederrijn. Grotere populatie in de IJssel
% Gld12
Moeras
Beken met grind en stenen
Midden- en benedenloop van rivieren, meren
Sterk begroeide ondiepe langzaamstromen de en stilstaande wateren in rivieren beekdalen en overstromingsvlak ten.
Habitat
Verdroging/verbossing van moeras. Verdwijnen riet door ontbreken natuurlijke peilfluctuaties.
Riviernormalisatie; Verdwijnen overstromingsvlakten door bedijking en regulering waterpeil; Verstuwing; Watervervuiling Beeknormalisatie en overdimensionering
Riviernormalisatie; verdwijnen overstromingsvlakten en morfologische processen (vorming afgesloten strangen). Dempen sloten. Te intensief beheer huidige leefgebied.
Bedreiging/probleem
Verhogen heterogeniteit in stroomsnelheid, waardoor grindbanken en stenen schoongespoeld blijven in snelstromende stukken en het water voldoende zuurstof blijft bevatten. Juist niet opheffen van migratiebarrières, i.v.m. competitie met exoten en rivierdonderpad. Natuurlijke fluctuatie waterstand terugbrengen om ontwikkeling van waterriet te bevorderen. Verhogen algehele waterpeil van moerasgebieden om verbossing tegen te gaan en oppervlakte (water)riet te bevorderen. Terugzetten successie in moerasgebieden.
Hermeandering en toelaten natuurlijke structuren in rivieren: zoals holle oevers en dood hout. Toelaten/aanleggen overstromingsvlaktes. Migratiebarrières opheffen.
Minder intensief schonen, meer vegetatie laten staan. Met beleid (en onder begeleiding) schonen en baggeren, zodat grote modderkruipers niet op de kant komen te liggen. Herstellen natuurlijk peil, waardoor habitat geschikter wordt. Aanleg natuurvriendelijke oevers en moerasgedeeltes.
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Grote karekiet, Zwarte stern
Rivierdonderpad
Porseleinhoen
Meeliftende soorten
23
Nederlandse naam
Draaihals
Tapuit
Otter
Waterspitsmuis
Soortgroep
Vogels
Vogels
Zoogdieren
Zoogdieren
Neomys fodiens
Lutra lutra
Oenanthe oenanthe
Jynx torquilla
Wetenschappelijke naam
kwetsbaar
verdwenen
bedreigd
ernstig bedreigd
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland
25%? recent weer rond Doesburg en Gelderse Poort 10%? verspreid voorkomend in de beek- en riviersystemen in Midden-, Oost- en ZuidGelderland; niet op de Veluwe
2% Hoge Veluwe (1 van 2 populaties in binnenland)
33% Veluwe, Achterhoek
% Gld12
beek- en riviersystemen
beek- en riviersystemen
Randen van stuifzand, open schrale heide, kapvlaktes
Randen van stuifzand en droge heide
Habitat
intensief (agrarisch) landschapsgebruik; kanalisering waterlopen; begrazing door vee; eutrofiëring watersystemen; te intensief onderhoud van wateren
sterfte door verkeer; isolatie populaties
Dichtgroeien stuifzand/heide met opslag, vergrassing (stikstofdepositie). Vermindering broedgelegenheid door afname konijn. Laag broedsucces. Waarschijnlijk verslechterd voedselaanbod door vergrassing.
Terugtrekken europese broedareaal. Vergrassing. Plaatselijk verwijderen dode berken (broedgelegenheid). Omduwen dode berken door grote grazers en met name verhinderen groei van jonge berken door grazers.
Bedreiging/probleem
Extensivering terreingebruik in leefgebieden; uitrasteren kwetsbare oeverzones (hier extensief maaibeheer i.p.v. begrazing). Beekdalherstel (met name aanleg natuurlijk gevormde oeverzones).
Kleinschaligheid van gebieden van belang, dode berken laten staan, instandhouding geschikte locaties voor (glans)mieren, bijvoorbeeld door verharding van zandwegen te voorkomen. Compacte, vergraste bodem lokaal openscheuren, hoge grasvegetaties maaien, akker- en braaklegbeheer: alle vormen van maatregelen die kale bodem bevorderen kunnen bijdragen. Maatregelen om mierendichtheid te verhogen: akkerbeheer en/of verzuringsbestrijdende maatregelen in droge schraallanden. Vergrassing tegengaan door begrazing met schapen (verschraling). Korte termijn om uitsterven te voorkomen voordat stuifzanden functioneel hersteld zijn: eventueel gebrek aan nestgelegenheid opheffen door nestkasten te plaatsen. Biodiversitieit en turnover (fauna) in graslanden verhogen door kort houden grasmat in combinatie met verzuringsbestrijding. Herstel stuifzanden: tot op het kale zand plaggen en verwijderen van de organische laag, verwijderen van deel jonge opslag, bevorderen mozaiek, gefaseerd nieuwe stuifplekken creëeren. Brongerichte maatregelen: Stikstofdepositie verminderen, konijnenpopulatie herstellen. Aanleg otterpassages op actuele knelpunten; otters bijplaatsen.
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Bever, Woelrat, Dwergmuis, Bosspitsmuizen, Wezel, Hermelijn, Bunzing
Bever
Nachtzwaluw, Veldleeuwerik, Boomleeuwerik, Duinpieper
Veldleeuwerik, Boomleeuwerik, Groene specht, Zoemertje, Lentevuurspin, Kommavlinder
Meeliftende soorten
24
Granietspeldenkussentje
Rivierschotelkorst
Kielmos & Dwergmos Anastrophyllum & Klein schoffelmos minutum & Diphyscium foliosum & Scapania curta
Gekapt haartandmos
Korstmossen
Korstmossen
Mossen
Mossen
Trichostomum crispulum
Pertusaria corallina
Boombewonende vleermuizen: Rosse vleermuis, Franjestaart, Watervleermuis, Bechsteins vleermuis, Baardvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Bosvleermuis
Zoogdieren
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Soortgroep
ernstig bedreigd
ernstig bedreigd & bedreigd & ernstig bedreigd
kwetsbaar
ernstig bedreigd
Rode lijst bossen en landgoederen verspreid over provincie
Voorkomen in Gelderland
50% Steengroeve Winterswijk (SBB) (enige kalkplek in de provincie!)
100% Dijktalud Waal bij Haaften en Heerewaarden 100% De Dellen bij Heerde (GL) & 100% & 57%
50% Putterzeedijk en Arkemheense zeedijk = kust Veluwemeer (Waterschap Vallei en Veluwe)
% Gld12
wanden van kalksteen
steilkanten in bos en heide op stuwwal
Steentalud van dijk.
graniet van dijktalud
bossen, landgoederen en bomenlanen
Habitat
Afname van het oppervlak kalksteen en kalkhoudende, kale bodem; verruiging van de vegetatie.
Dichtgroeien van grotendeels kale steilranden in bos en heide, mede door stikstofdepositie.
Begroeid raken van steentalud van dijk.
Het begroeid raken van stenen dijktaluds met riet en brandnetel; Vervanging van graniet door beton en asfalt
kap van oudere bomen en bomenlanen; eenzijdige leeftijdsopbouw boombestanden (met name relevant bij bomenlanen); doorsnijding vliegroutes door wegen; vernietiging of verstoring van winterverblijfplaatsen (o.a. door nieuwe gebruiksfuncties forten)
Bedreiging/probleem
Meeliftende soorten
Gebied zo inrichten dat er voor de langere termijn kale wanden van kalksteen in de groeve aanwezig zijn
Afsteken van steilkanten zodat geheel met gras begroeide steilkanten deels weer in kale, humeuze bodem veranderen (heeft alleen effect waar stikstofdepositie laag is)
Steentalud van dijk vrijhouden van vegetatie.
Oehoe, kalkminnende soorten
Voorafgaand aan kap bomen onderzoeken op Boommarter verblijfplaatsen en bomen met verblijfplaatsen sparen (is verantwoordelijkheid beheerder, geen financiering vanuit soortenbudget); zorgen voor gevarieerde leeftijdsopbouw boombestanden; bij aanleg wegen of andere doorsnijdingen van vliegroutes hop-overs of vleermuistunnels aanleggen (is verantwoordelijkheid initiatiefnemer, geen financiering vanuit soortenbudget); winterverblijfplaatsen ontoegankelijk maken voor bezoekers (hekwerk of deur in toegang); bouwwerken met overwinterende vleermuizen geheel of gedeeltelijk bestemmen voor deze soortgroep (andere functies dan niet of hooguit beperkt mogelijk). Zorgen dat het steenoppervlak van de dijk niet circa 20 andere door gras en riet wordt overgroeid. Eenmalig Rode Lijstsoorten verwijderen van de opslag door o.a. maaien + afvoeren, daarna iedere vijf jaar branden
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
25
Nederlandse naam
Stekelzwammen: Avondroodstekelzwam, Blauwzwarte stekelzwam, Tengere stekelzwam, Eikenstekelzwam
Zwartblauwe rapunzel
Heidezegge & Kleine schorseneer
Soortgroep
Paddenstoelen
Vaatplanten
Vaatplanten
Carex ericetorum & Scorzonera humilis
Phyteuma spicatum
Wetenschappelijke naam
kwetsbaar & bedreigd
bedreigd
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland
100% Braamsveldje (De Hoge & Veluwe), Kootwijkerzand 96% & Radio Kootwijk (SBB), Epe (SBB), misschien nog Kleine schorseneer bij Vierhouten (SBB)
14% Leusveld (NM), Wylerberg/Duivelsberg (SBB), Berg en Dal, Nijmegen (groenstrook Van ApelterenwegAldenhof), omgeving LoilNieuw Wehl
>20% in bermen op diverse plaatsen verspreid in Gelderland
% Gld12
droge heide / heischraal grasland op stuwwal of sandr (spoelzandwaaier)
Half open loofbos, bosranden, hooilanden, greppelranden, taluds op niet te zure (leem)bodems.
Schrale bermen van wegen.
Habitat
Versnippering, kleine geisoleerde restpopulaties. Verzuring/uitloging bodem (?). Vermesting en voortgaande successie van heide (vegetatie wordt te dicht en te hoog). Te weinig kiemplekken (open grond).
Vermesting en verruiging (verdringing door o.a. Braam, Brandnetel, Zevenblad). Te zware beschaduwing door staken hakhoutbeheer en voortgaande bossuccessie. Gebrek aan vestigingsplekjes (kale strooiselvrije plekken). Versnippering, kleine populaties (soort is zelfincompatibel).
Herprofilering bermen, vergraven bermen, verkeerd beheer.
Bedreiging/probleem
Huidige populatie goed in kaart brengen. Deze kleine geisoleerde populaties in bosranden en hooilanden moeten urgente behandeling krijgen ter bescherming. Hierbij moeten planten meer directe leefruimte krijgen (evt handmatig bestuiven). Aansluitend kleinschalige en handmatig plaggen ter stimulering van kieming en vestiging. Bosrandbeheer: structuur aanbrengen met dunnen/kappen en strooisellaag verwijderen. In bosrand en hooiland verwijderen van schaduwgevende struiken en bomen. Nectarvoorzienende maatregelen treffen om meer bestuivers te lokken (meeliftende soorten). Geen volwassen planten verplaatsen (alleen als groeiplaats door bouwwerkzaamheden verloren gaat). Uitwisseling tussen geisoleerde populaties door uitzaai van zaden, of bijplaatsing jonge opgekweekte planten, uit andere populaties. Bekalken is bij deze soort niet echt nodig. Stikstofwegnemende maatregelen noodzakelijk. Eventueel handmatig kruisbestuiven bij planten die niet door insekten bezocht worden of te ver van elkaar verwijderd zijn voor insekten(kruis)bestuiving). Planten groeien nu deels al langs paden, waar de bodem beter gebufferd is door wegverhardingsmateriaal. Dit handhaven of uitbreiden. Leem en schelpen verstuiven beter dan beton. Niet meteen heide gaan bekalken. Soorten groeien deels ook waar in het verleden (oorlog) de heide omgeploegd is (ontkalkte uitspoelingshorizont heidepodzol ondergeploegd).
Begrazingsdynamiek (konijnen) terugbrengen -> konijnen beschadigen de
Bermen niet herprofileren. Maaien en afvoeren. Beschadigingen beperken van greppelkanten. Maaien met maaizuigcombinatie en zo min mogelijk in de berm rijden. Werkzaamheden uiterlijk begin september afronden.
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Gelobde maanvaren
Rood peperboompje
Meeliftende soorten
26
Nederlandse naam
Zandwolfsmelk
Duitse brem
Soortgroep
Vaatplanten
Vaatplanten
Genista germanica
Euphorbia seguieriana
Wetenschappelijke naam
ernstig bedreigd
ernstig bedreigd
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland
100% Groesbeek, rond begraafplaats, misschien nog exemplaren op de Veluwe (Hoenderloo & omgeving Kroondomein)
64% stroomdalgrasland (Erlecomse waard, SBB) en spoortalud (Arnhem Schuytgraaf, Prorail)
% Gld12
Bosrand, heideachtige vegetatie
Extensief beheerde graslanden of steilranden op zonnige, basische, zandige, voedselarme standplaatsen in het rivierengebied.
Habitat
Versnippering, kleine geisoleerde restpopulaties
Versnippering, kleine geisoleerde restpopulaties . Verdringing door soorten als Duinriet, die dikke strooisellagen vormen, waar de soort in het voorjaar moeilijk doorheen groeit. Beschaduwing door opslag houtige gewassen. Ontbreken rivierdynamiek (soort groeit optimaal op recent afgezet, nog niet ontkalkt moedermateriaal).
Bedreiging/probleem
Huidige populatie in kaart brengen. Eventueel handmatig bestuiven. Kleinschalig, handmatig plaggen nabij ouderplanten ter stimulering kieming en vestiging. Verwijderen opslag houtige gewassen.
Verwijderen dikke strooisellagen op bestaande groeiplaatsen (Afbranden in de winter ?). Creëren van open vestigingsplekken. Verwijderen opslag houtige gewassen. Herstel rivierdynamiek. Het gaat niet alleen om herstel van bestaande rivierduinen en stroomdalgraslanden, maar vooral om het regelmatig ontstaan van nieuwe verse (voedselarm, basisch) afzettingen waarop stroomdalgraslanden kunnen ontstaan. In ons klimaatgebied (neerslagoverschot in de winter) is ontkalking een natuurlijk proces waardoor alle hooggelegen goed doorlatende bodems op de lange duur toch uitlogen (verzuren).
wortels die vervolgens weer uitlopen -> rommelen in de bodem. Populaties kleine schorseneer verbinden.
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Weidekervel, Duifkruid, Rode bremraap, Genadekruid, Stijve wolfsmelk, Kwartelkoning
Meeliftende soorten
27
Nederlandse naam
Berghertshooi
Knollathyrus
Karwijselie
Geoorde veldsla & Akkerboterbloem & Vroege ereprijs
Soortgroep
Vaatplanten
Vaatplanten
Vaatplanten
Vaatplanten
Valerianella rimosa & Ranunculus arvensis & Veronica praecox
Selinum carvifolia
Lathyrus linifolius
Hypericum montanum
Wetenschappelijke naam
ernstig bedreigd
ernstig bedreigd
ernstig bedreigd
bedreigd
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland
83% Cortenoever (SBB), Geoorde veldsla ook langs Boven-Rijn bij Kekerdom en Ewijk
29% Willinks Weust (SBB)
19% Speuld (SBB), HoogSoeren, Staverdense leemputten (GL), De Hoge Veluwe
24% Heveadorp (Duno, GL) en leemputten Soerel (SBB)
% Gld12
Rivierstrand en akkerreservaat
Bosranden (zoomvegetaties) en extensief beheerde graslanden
Bosranden (zoomvegetaties)
Bosranden (zoomvegetaties)
Habitat Versnippering, kleine geisoleerde restpopulaties. Te sterke beschaduwing. Vermesting en verruiging waardoor de soort verdrongen wordt door andere concurrentiekrachtiger soorten. Gebrek aan vestigingsplekjes (kale strooiselvrije plekken). Vertrapping (Op de Duno groeit de soort langs en op een trap). Versnippering, kleine geisoleerde restpopulaties. Te sterke beschaduwing. Vermesting en verruiging waardoor de soort verdrongen wordt door andere concurrentiekrachtiger soorten. Gebrek aan vestigingsplekjes (kale strooiselvrije plekken). Vermesting en verruiging waardoor soort door concurrentiekrachtiger soorten verdrongen wordt. Bloei en zaadzetting relatief laat: gangbaar maaitijdstip (eerste helft juli) is te vroeg. Ontwatering, verdroging. Soorten houden geen stand bij gangbaar intensief akkerbeheer. Vruchtwisseling (vereist voor ECO-keurmerk) is waarschijnlijk nadelig voor de meeste soorten.
Bedreiging/probleem
Wintergraan akkerbeheer. Vergroten/behoud rivierdynamiek langs oevers.
Huidige populatie in kaart brengen. Eventueel handmatig bestuiven. Planten tussen populaties verplaatsen voor genetische uitwisseling en/of kweekprogramma opzetten. Kleinschalig, handmatig plaggen nabij ouderplanten ter stimulering kieming en vestiging. Kleinschalig dunnen/ringen van schaduwgevende bomen en struiken. Kappen en dunnen bij voorkeur in combinatie met verwijderen strooisellaag. Laat (wanneer bovengronds afgestorven) maaien en afvoeren. Beperken stikstofdepositie. Eénmaal per jaar laat in het seizoen (na bloei en vruchtzetting) maaien en afvoeren. Tegengaan te sterke beschaduwing. Tegengaag verdroging.
Kleinschalig, handmatig oppervlakkig plaggen (strooisel verwijderen) nabij ouderplanten ter stimulering kieming en vestiging (zaadbank!). Kleinschalig dunnen/ringen van schaduwgevende bomen en struiken. Kappen en dunnen bij voorkeur in combinatie met verwijderen strooisellaag. Laat (wanneer bovengronds afgestorven) maaien en afvoeren. Beperken stikstofdepositie.
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
Meeliftende soorten
28
Nederlandse naam
Besanjelier
Korensla
Drijvende waterweegbree
Wilde appel & Wilde peer
Soortgroep
Vaatplanten
Vaatplanten
Vaatplanten
Vaatplanten
Malus sylvestris & Pyrus pyraster
Luronium natans
Arnoseris minima
Silene baccifera
Wetenschappelijke naam
onvoldoende bekend
kwetsbaar
bedreigd
bedreigd
Rode lijst
Voorkomen in Gelderland ruigte en struweel in uiterwaarden of langs rivieroevers
Habitat
Onvolledig bekend (wilde vorm moeilijk te onderscheiden). Appel: Otterlo, stuwwal Nijmegen, omgeving Winterswijk (Muggenhoek & Reirink). Peer: nabij Winterswijk (Lammers & Muggenhoek)
10% Plas van Gent (gem Ede), Kroondomein, Empesche en Tondensche heide (NM), Leuvenumsche beek, Overasseltsche en Hatertse vennen (SBB), Kruisbergsche bossen, Apeldoorns kanaal, recent ook in Oosterhuizerspreng
bossen en houtwallen
Zwakgebuffer-de vennen, laaglandbeken, gegraven poelen en plasjes.
32% Veluwe, Hoge Veluwe, wintergraan Bennekomse Meent, akkers, op zure Montferland, omgeving zandgronden. Overasseltsche en Hatertse vennen, Hoge Veluwe, De Groene Grens
80% Millingerwaard (Colenbrandersbos), Cortenoever, Aerdt (Oude Waal-Bijland)
% Gld12
Versnippering, kleine geisoleerde restpopulaties. Inteelt of vermenging met cultuurrassen. Te zware beschaduwing.
Verdwijnt bij voortgaande successie in wateren met weinig dynamiek (vennen en plasjes). Beschaduwing, ophoping organisch sediment op bodem. Eutrofiering. Verdroging/ontwatering waardoor invloed ijzerrijk en/of gebufferd grondwater wegvalt. In Apeldoorns kanaal kwetsbaar voor verandering waterkwaliteit door inlaat van IJsselwater in droge perioden.
Soort houdt geen stand bij gangbaar intensief akkerbeheer. Vruchtwisseling (vereist voor ECO-keurmerk) is meestal nadelig voor de soort.
Opruimen heggen en houtwallen (de plant "klimt" in andere meestal houtige gewassen). De plant verdraagt begrazing slecht en wordt door vee opgegeten. Gebrek aan vestigingsplekken (voedselrijke, kale plekken, die de eerste jaren na ontkieming schaars begroeid en onbeschaduwd blijven.)
Bedreiging/probleem
Meeliftende soorten
Ontzien bij kap of afzetten houtwallen. Vrijstellen van te zwaar beschaduwde exemplaren. Versterking kleine populaties door aanplant autochtoon materiaal uit andere populaties.
Viltroos, Egelantier, Mispel, Wegedoorn, Kardinaalsmuts
Periodiek gefaseerd verwijderen van opgehoopt Waterlobelia, organisch materiaal op de bodem, inwaaien Gesteeld blad voorkomen en beschaduwing opheffen glaskroos door houtige gewassen op de oever te verwijderen, inwaaien meststoffen voorkomen. Herstellen hydrologie (heeft baat bij natuurlijke peilschommelingen. 's zomers droogvallende oevers).
Wintergraan akkerbeheer, (randen) matig bemesten en gewas dun zaaien.
Groeiplaatsen ontzien bij maaien. Heggen met groeiplaatsen alleen snoeien of afzetten buiten groeiseizoen. Groeiplaatsen uitrasteren.
Concrete, soortgerichte plaatselijke maatregelen
29
Verkennend flora- en faunaonderzoek, project Zandstraat 70, Beneden-Leeuwen Rapport FF 19.255, versie 3; laatst gewijzigd augustus 2020
Bijlage B: Geraadpleegde bronnen Lenders, A., Marijnissen, C., Felix, R. 1993. Waarnemen en herkennen van Amfibieën en Reptielen in het veld, stichting RAVON, Nijmegen. Netwerk Groene Bureaus, Gegevensautoriteit Natuur, Zoogdiervereniging. 2017. Vleermuisprotocol 2017. Ministerie EZLI. 2012. Memorie van toelichting bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk. Ministerie EZ. 2015. Memorie van antwoord bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk Eerste Kamer der Staten-Generaal. Van der Meijden, R. 2005. Heukels’ Flora van Nederland, Wolters Noordhoff, Groningen/ Houten. Van Diepenbeek, A. 1999. Veldgids Diersporen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Van Uchelen, E. 2006. Praktisch natuurbeheer: amfibieën en reptielen, KNNV Uitgeverij, Utrecht.
Statline.cbs.nl www.gelderland.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.stowa.nl www.synbiosys.alterra.nl www.telmee.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.aerius.nl www.infomil.nl
Verkennend flora- en faunaonderzoek, project Zandstraat 70, Beneden-Leeuwen Rapport FF 19.255, versie 3; laatst gewijzigd augustus 2020
Bijlage C: NDFF-rapport OHNL-2019-187
Deze bijlage bestaat uit 5 pagina’s, inclusief voorliggende
Beknopte levering uit de NDFF
Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren. Nieuwe gegevens worden dagelijks toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
Projectnaam Zandstraat 70 Beneden Leeuwen Doel RO ontwikkeling Datum 20-08-2019 08:09 Ordernummer HNL-2019-187 Geselecteerde kilometerhokken 163-432
Vragen? Neem contact op met het Serviceteam van de NDFF: Telefoon: 0800 2356333 E-mail: serviceteamNDFF@natuurloket.nl
slecht
1999-2019
periode
onderzoek
Onderzoeks-
97%/2%
46
vaatplanten
Volledigheid
0-0.25/0.251-1
Detaillering
Aantal soorten
soorten (NL)
WNB-andere
soorten (PROV)
WNb-andere
Habitatrichlijn
Vogelrichtlijn
Rode-Lijstsoorten
163 - 432
2009-2019
goed
19%/80%
36
1
mossen
2009-2019
niet
korstmossen
2009-2019
niet
paddenstoelen
2009-2019
slecht
100%/0%
2
1
vleermuizen
2009-2019
redelijk
48%/10%
25
25
3
broedvogels
2009-2019
redelijk*
3%/0%
94
82
wintervogels
2009-2019
slecht
100%/0%
2
1
1
amfibieen
2009-2019
slecht
0%/100%
1
reptielen
Beknopte levering HNL-2019-187 Pagina : 2 / 4
2009-2019
goed
71%/16%
13
7
2
1
1
landzoogdieren
2009-2019
slecht
100%/0%
1
vissen
2009-2019
goed
84%/15%
11
dagvlinders
2009-2019
slecht
100%/0%
3
2009-2019
slecht
100%/0%
2
macronachtvlinders micronachtvlinders
2009-2019
redelijk
25%/75%
4
libellen
2009-2019
onbepaald
100%/0%
2
sprinkhanen en krekels
2009-2019
niet
overige soortgroepen
Toelichting op de tabel Soortgroepen In de gehanteerde indeling is Overige soortgroepen een diverse groep met daarin alle wespen, bijen, mieren, netvleugelige, steenvliegen, kevers, vliegen, muggen, haften, wantsen, cicaden, luizen, schorpioenvliegen en overige insecten, spinnen, mijten, hooiwagens, duizendpoten, miljoenpoten, pissebedden, kakkerlakken, oorwormen, weinigpotigen, vlokreeften, lagere kreeftachtigen, weekdieren, slakken, ringwormen, snoerwormen en wormachtigen zoals bloedzuigers. Ook zeeorganismen als hydroidpoliepen, mosdiertjes, mysisgarnalen, ribkwallen, stekelhuidigen, zakpijpen, zeepissebedden, zeepokken, eendenmossels, krabbezakjes, zeespinnen en grote kreeftachtigen (kreeften, krabben en garnalen) en zeezoogdieren vallen in deze verzamelgroep.
Rode-Lijstsoorten In de tabel staat voor elk kilometerhok per soortgroep vermeld hoeveel soorten op de Rode Lijst staan. Rode Lijsten worden formeel vastgesteld door de Rijksoverheid. De gehanteerde Rode Lijsten zijn (inclusief link naar website van ministerie van de Rijksoverheid met verwijzing naar pdf van het besluit): vaatplanten
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
mossen
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
korstmossen
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
paddenstoelen
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
zoogdieren
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
broedvogels
Besluit Rode Lijsten 5 november 2004
amfibieën
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
reptielen
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
vissen
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
dagvlinders
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
macronachtvlinders
geen Rode Lijst
micronachtvlinders
geen Rode Lijst
libellen
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
sprinkhanen en krekels
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
overige soortgroepen
Besluit Rode Lijsten 5 november 2004(1)
Wet Natuurbescherming – soorten van de Vogelrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.1
Wet Natuurbescherming – soorten van de Habitatrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.2
Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten Alle provinciale soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet maar kan op provinciaal niveau worden bijgesteld. Wanneer een hok in meerdere provincies valt wordt de hoogste beschermingscategorie per aangetroffen soort aangehouden.
Beknopte levering HNL-2019-187 Pagina : 3 / 4
Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten (landelijke lijst) Alle landelijk benoemde soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet.
Aantal soorten Het totaal aantal soorten per soortgroep per kilometerhok in de periode zoals aangegeven. Meegenomen zijn alle waarnemingen:
die geheel of gedeeltelijk binnen de selectie liggen; die zijn gevalideerd en daarbij de classificatie ‘betrouwbaar’ hebben meegekregen; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. Indien er een asterisk (*) in het veld staat betekent dit dat een deel van de waarnemingen pas na expliciete toestemming van de bronhouder mag worden uitgeleverd. Het kan dus zijn dat in de standaardlevering niet alle waarnemingen worden geleverd die optellen tot de beknopte levering. Ook kan het zijn dat deze gegevens later worden geleverd.
Volledigheid onderzoek Voor elke soortgroep is een indicatie gegeven hoe volledig een specifiek kilometerhok is onderzocht. Er wordt hierbij gewerkt met een normering in 5 klassen: (1) niet, (2) slecht, (3) redelijk onderzocht, (4) goed onderzocht en (5) onbepaald. De volledigheid van onderzoek wordt geautomatiseerd berekend voor alle soortgroepen, waarbij elk kilometerhok meedraait in een cyclus van berekeningen over geheel Nederland. De doorlooptijd van deze rekencyclus is in de praktijk 2 tot 3 weken voor alle kilometerhokken in Nederland. In de toelichting is per soortgroep aangegeven welke regels hierbij gehanteerd zijn en over welke periode. Download de toelichting
Detaillering Voor elke soortgroep is in de oppervlakteklassen 0-0.25 km2 en groter dan 1 km2 bepaald welk aandeel de waarnemingen bezetten. De basis voor deze berekening is het aantal waarnemingen: in de beschouwde periode; dat geheel of gedeeltelijk in het kilometerhok valt; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. De resultaten zijn in de drie genoemde klassen achter elkaar geplaatst en gescheiden door een slash- teken (/).
Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode betreft voor vrijwel alle beschreven soortgroepen de recente 10 afgeronde veldseizoenen. Alleen voor vaatplanten wordt een langere periode gehanteerd. In de loop van het kalenderjaar wordt de beschouwde periode dus steeds iets langer.
Beknopte levering HNL-2019-187 Pagina : 4 / 4
Verkennend flora- en faunaonderzoek, project Zandstraat 70, Beneden-Leeuwen Rapport FF 19.255, versie 3; laatst gewijzigd augustus 2020
Bijlage D: Aerius berekening
Deze bijlage bestaat uit 5 pagina’s, inclusief voorliggende
Uitgangspunten: x 1x nieuwbouw en bestaande woning omzetten naar 4 wooneenheden. In de gebruiksfase 6 verkeersbewegingen per dag per woning. x
De woningen worden aangelegd zonder gasaansluiting. Emissie van NOx als gevolg van het verstoken van aardgas wordt buiten beschouwing gelaten.
x
Het aantal inwoners in de kom van Benende Leeuwen neemt niet noemenswaardig toe als gevolg van het project en daarmee ook niet het heersende verkeer in de kom van Beneden Leeuwen. Oftewel geen toename van NOx door verbrandingsmotoren
x
Gedurende de bouw (realisatiefase) zal er werkverkeer rijden van en naar het werkgebied en zullen mobiele bronnen op de bouwplaats aanwezig zijn. Dit geeft een tijdelijke verhoging van NOx door de verbrandingsmotoren (Stage IV dieselvoertuigen): Mobiele kraan 75-130 kW : 1000 liter Minikraan 56-75 kW: 200 liter Tractor/dumper 75-130 kW: 100 liter Wackers, trilplaten 56-75 kW: 50 liter De inzet van de mobiele voertuigen is voor het bouwrijp maken van het plangebied, graven van kabels en leidingen en afwerken plangebied Het bouwen en verbouwen van de woning leidt tot een tijdelijke toename van het verkeer op de Zandstraat. In het rekenmodel is uitgegaan van 4 lvt/etmaal, 2 mvt/etmaal en 1 zv/etmaal
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RtcvkqexWaoL (04 maart 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Fam. Cruysen
Zanddstraat 70, 6658 CW Beden Leeuwen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Zanddstraat 70 Realisatiefase
RtcvkqexWaoL
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
04 maart 2020, 15:39
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
1,92 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Realisateifase
Situatie 1
RtcvkqexWaoL (04 maart 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
werkbronnen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Verkeer bouwfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
1,60 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RtcvkqexWaoL (04 maart 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
STAGE IV, 75 – mobiele kraan 130 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R
1.000
NOx
1,19 kg/j
STAGE IV, 56 – 75 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R
minikraan
200
NOx
< 1 kg/j
STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q
tractor / dumper
100
NOx
< 1 kg/j
STAGE IV, 56 – 75 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R
overige
50
NOx
< 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
werkbronnen 163905, 432699 1,60 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
Verkeer bouwfase 163960, 432673 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
4,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
2,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RtcvkqexWaoL (04 maart 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS
versie 2019A_20200211_3b24c29c22
Database
versie 2019A_20200226_89548b118c
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RtcvkqexWaoL (04 maart 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RvVF23Y4XBM3 (04 maart 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Fam. Cruysen
Zanddstraat 70, 6658 CW Beden Leeuwen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Zanddstraat 70 Gebruikersfase
RvVF23Y4XBM3
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
04 maart 2020, 18:32
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruikersfase
Situatie 1
RvVF23Y4XBM3 (04 maart 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Verkeer gebruiksfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RvVF23Y4XBM3 (04 maart 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Verkeer gebruiksfase 163960, 432673 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
30,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RvVF23Y4XBM3 (04 maart 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS
versie 2019A_20200211_3b24c29c22
Database
versie 2019A_20200226_89548b118c
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RvVF23Y4XBM3 (04 maart 2020) pagina 5/5
Maasstraat 16a 5361 GG Grave telefoon 0486-421595 telefax 0486-421620 mail@jkconsultancy.nl