CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Jaarstukken ODR 2020 getekend en vastgesteld 5 juli 2021

Gemeenteraad 16 september 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: c. Ingekomen stukken Gemeenschappelijke Regelingen19.010 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Goede en betrouwbare basisinformatie

Informatie uit een aantal basisregistraties worden zoveel als mogelijk aan medewerkers beschikbaar gesteld. Daarnaast is een GEO-informatiesysteem beschikbaar met zoveel mogelijk thema-specifieke kaartlagen. Dit zijn kaartlagen op het gebied van archeologie, bodem, flora en fauna/natuur etc. De management informatie is betrouwbaar en wordt maandelijks aan de opdrachtgevers verstrekt.

31

Toelichting op de voortgang Over het algemeen wordt continu gewerkt aan de aandachtspunten uit het programma en worden deze ook gehaald, ondanks de moeilijke omstandigheden vanwege Corona. Uit de managementrapportage blijkt dat er in 2020 veel meer werkaanbod is afgewikkeld dan vooraf ingeschat was. We zijn ons aan het voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet. Ten aanzien van de ‘integrale benadering’ wordt bij deze voorbereidingen veel stil gestaan bij de toekomstige werkwijzen en nieuwe wet en regelgeving. Een integrale benadering zal in de toekomst vanzelfsprekend zijn. Met name vanuit Juridische Zaken vinden portefeuillehoudersoverleggen plaats over lopende dossiers. Daarnaast is het hele jaar gewerkt aan de inrichting van de nieuwe bedrijfsapplicatie Open Wave die S4O zal gaan vervangen. Door verschillende omstandigheden is de implementatiedatum twee keer opgeschoven. Medio januari 2021 wordt Open Wave in gebruik genomen. Tenslotte is op het gebied van GEO-informatie een aantal kaarten (bijv. stikstof) ontwikkeld die de uitvoering van bepaalde taken goed ondersteunen.

Output Aantal producten afgewikkeld in 2020: Hoofdproduct

Aantal: begroot (rato)

Aantal: werkelijk

Advies Bodem: vers trekken bodemi nforma ti e Bodem: mel di ng bes l ui t Bodemkwa l i tei t Extern advi es enkel voudi g Extern advi es meervoudi g eenvoudi g (tot 3 deel a dvi ezen) Extern advi es meervoudi g gemi ddel d (3 tot 6 deel a dvi ezen) Extern advi es meervoudi g compl ex (6 of meer deel a dvi ezen) Speci a l i s ti s ch a dvi es i ntern

2.734 659 258 502 37 26 98 1.154

2.958 736 382 589 30 42 106 1.073

Juridische advisering Handhavi ngs verzoek a fgewezen Handhavi ngs verzoek toegewezen Handhavi ngs voornemen La s t onder dwa ngs om La s t onder bes tuurs dwa ng Bes tuurs dwang ui tvoeren Invorderi ng Beëi ndi gen handhavi ng Bezwaa r Beroep Voorl opi ge voorzi eni ng Hoger beroep (Pre)medi a ti on/overl eg Ingebreks tel l i ng Wob-verzoek Juri di s ch a dvi es extern Juri di s ch a dvi es i ntern

1.004 47 42 222 90 22 1 29 230 151 28 31 11 2 26 19 53

1.159 87 51 192 119 28 32 258 223 25 32 11 6 37 18 40

32

KPI’s KPI

Omschrijving KPI

6a. 6b.

Handhaving (succesvol afdwingen) % van opgeheven overtredingen na vooraankondiging % van opgeheven overtredingen na handhavingsbesluit

23% 63%

9.

Advies % externe adviezen, dat binnen de afgesproken termijn geleverd is

44%

Resultaat

6a. % van herstelde overtredingen na vooraankondiging Deze KPI zou het percentage van de mate van herstel van overtredingen voor het opleggen van een definitief besluit tot het opleggen van een dwangsom/bestuursdwang weer moeten geven. Hierbij geldt dat de zaak wel van toezicht naar handhaving is overgedragen en er een vooraankondiging is verstuurd. Er is een vooraankondiging verstuurd waarin duidelijk vermeld stond wat de overtreder moest doen om de overtreding op te heffen. In 23% van de gevallen hebben overtreders de overtreding opgeheven binnen de termijn die was gesteld. Daarmee was geen verdere handhavingsprocedures noodzakelijk. In 2019 is al uitgebreid gekeken naar de wijze waarop de gegevens voor deze KPI worden verzameld. Daardoor wordt een onjuist (lees te laag) percentage gepresenteerd. Echter wegen de inspanningen om S4O aan te passen – in het licht van de aanstaande overstap naar Open Wave – niet op tegen de opbrengsten. We gaan Open Wave zo inrichten dat deze KPI wel goed gemeten kan worden. 6b. % van herstelde overtredingen na handhavingsbesluit Deze KPI zou het percentage van de mate van herstel van overtredingen binnen de in het handhavingsbesluit gestelde begunstigingstermijn weer moeten geven. Indien de overtreding binnen de gestelde begunstigingstermijn is opgeheven, verbeurt de overtreder geen dwangsom.

Dit percentage volgt uit de vergelijking tussen de handhavingsbesluiten die zijn opgelegd en de invorderingsbesluiten die zijn genomen van afgelopen periode. In 2019 is al uitgebreid gekeken naar de wijze waarop de gegevens voor deze KPI worden verzameld. Geconcludeerd is dat we deze KPI niet op een juiste manier meten. Daardoor wordt een onjuist (lees te laag) percentage gepresenteerd. Echter wegen de inspanningen om S4O aan te passen – in het licht van de aanstaande overstap naar Open Wave – niet op tegen de opbrengsten. We gaan Open Wave zo inrichten dat deze KPI wel goed gemeten kan worden. 8. % externe adviezen dat binnen de afgesproken termijn geleverd is Deze KPI geeft het percentage weer van de mate waarin externe adviezen binnen de afgesproken termijn geleverd worden. Met externe adviezen bedoelen we de adviezen die op verzoek van de partners afgegeven worden (dus interne adviezen binnen de OD’s worden hier buiten beschouwing gelaten). Zoals ook al in de eerste twee managementrapportages van 2020 aangegeven, is de betrouwbaarheid qua metingen in ons huidige VTH-systeem voor deze KPI niet acceptabel. Een verklaring hiervoor is te vinden in de Gelderland breed vastgestelde definitie van ‘externe adviezen’. Niet iedere OD heeft hetzelfde takenpakket.

Daar waar de ODR een breed adviespakket levert (bouwen, milieu, RO, civiel) is dit bij een andere OD beperkt tot uitsluitend externe adviezen milieu. 33

Financiën: Programma 3: Advisering

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2020 na BERAP

Jaarrekening 2020

Verschil beg. na wijz; rek.

V/N

Lasten Structureel Incidenteel

4.367.493 -

4.235.435 -

4.877.246 25.467

4.516.809 503.441

Overzicht Overhead Heffing vennootschapsbelasting Bedrag onvoorzien

1.311.374 -

1.404.247 14.000

1.486.368 14.000

1.482.153 -

Totale lasten

5.678.867

5.653.682

6.403.081

6.502.403

99.323

N

Baten DVO Gemeente Buren DVO Gemeente Culemborg DVO Gemeente Maasdriel DVO Gemeente Neder-Betuwe DVO Gemeente Tiel DVO Gemeente West Betuwe DVO Gemeente West Maas en Waal DVO Gemeente Zaltbommel DVO Provincie Gelderland Subsidie Archeologie Subsidie Externe veiligheid DVO afrekeningen (Berap 2020) Overige baten Totale baten Saldo

889.744 455.426 766.351 519.744 263.912 1.245.091 679.365 834.666 113.800 20.000 146.752 143.349 6.078.202 399.335

775.179 470.852 627.797 560.680 357.233 1.086.803 638.438 777.014 132.098 43.848 103.873 5.573.815 -79.867

917.289 532.689 748.657 584.036 311.489 1.379.089 887.444 974.688 20.000 68.884 -134.752 128.029 6.417.542 14.461

975.063 472.944 738.780 555.336 308.394 1.570.397 804.202 1.044.973 17.333 71.532 441.649 7.000.602 498.199

583.060 483.737

V V

399.335

-79.867

42.169 42.169 14.461

42.169 61.792 517.822

19.623 503.360

V

Mutaties reserves: Toevoegingen Onttrekkingen

Toelichting op de afwijkingen: Een totale financiële verschillenanalyse vindt u bij het onderdeel “De programmarekening en toelichting” daarop.

34

Programma 4: Ketentoezicht

Wat hebben we bereikt?

Doel De ODR neemt binnen het Gelderse stelsel van 7 omgevingsdiensten het onderwerp Ketentoezicht voor haar rekening. Ketentoezicht richt zich op milieucriminaliteit en calculerend gedrag in de afvalstoffenketens. Het gaat daarbij om gedrag waarbij sprake is van (beoogd) geldelijk gewin en (een hoog risico op) grote milieuschade en ondermijning. Bij de ketenaanpak houden we rekening met het Omgevingsrisicobeeld Oost Nederland, met de National intelligence agency (NIA)prioriteiten (landelijk vastgestelde strafrechtelijke prioriteiten van de politie) en met de specifieke regionale situatie. Hierbij wordt – via het delen van informatie en het gezamenlijk maken van risicoanalyses – samengewerkt met de zeven Gelderse omgevingsdiensten en met de externe handhavingspartners. Wettelijk Kader   

Wet Milieubeheer WABO Algemene Wet Bestuursrecht

Wat hebben gedaan?

Inhoud van het programma Er is een jaarplan Ketentoezicht 2020 vastgesteld. De aanpak van de risicoketens gebeurt planmatig en gefaseerd. Pas als de tactische (risico)analyses daar aanleiding toe geven starten interventies bij risicoactoren. In 2020 is ingezet op toezicht en handhaving in de volgende ketens:  E-waste (elektronica-afval): interventies bij risicoactoren o.b.v. de begin 2020 opgeleverde tactische analyse “ketenaanpak E-waste”  Asbest: o.b.v. landelijke afspraken en bottom-up na behandeling in het GAIT (Gelders asbest interventieteam);  Verontreinigde grond: interventies bij risicoactoren o.b.v. de risico Top 101 uit de “actualisatie ketenaanpak verontreinigde grond ”uit 2019;  Synthetische drugs: In RIEC-verband (Regionaal Informatie en Expertise Centrum) wordt met de Gelderse Handhavingspartners projectmatig ingezet op het krijgen van zicht op indicatoren/kenmerken die wijzen op productie van synthetische drugs en op netwerken in de keten synthetische drugs;  Dierlijke bijproducten: maken van een tactische analyse van die keten om risicogericht toezicht bij bedrijven in die keten mogelijk te maken;  Ad-hoc inzet in ketenprojecten o.b.v. behoefte van Gelderse Omgevingsdiensten.

Speerpunten

Prestatie-indicator

35

Res Tijd

Doorgaan met interventies in de ketens asbest en verontreinigde grond; Risicoanalyses van en interventies bij actoren in de keten E-waste;

Zicht krijgen en houden op risicovolle ketens en malafide actoren

Gericht nader onderzoek kunnen doen (interventie)

Op basis van de risico analyses kan gefundeerd gekozen worden voor interventies. Naar verwachting worden 65 risicoanalyses en/of interventies in de risicoketens uitgevoerd.

Kunnen optreden bij gegrond vermoeden

De resultaten van de interventie zijn zodanig dat gemotiveerde conclusies kunnen worden getrokken over naleefgedrag en handhavend kan worden opgetreden.

Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten Onderwerp:

Essentie ervan:

Ontwikkeling programma

Voor 2020 is een Jaarplan Ketentoezicht vastgesteld. Het jaarplan is gebaseerd op de evaluatie van het jaarplan 2019.

Afstemming Gelders Stelsel

Het programma ketentoezicht richt zich op de inhoudelijke uitvoering en samenwerking op het niveau van de risicoketens en actoren. Het programma wordt opgemaakt in samenwerking met de zeven omgevingsdiensten, in overleg met de ketenpartners en is mede gebaseerd op het Omgevingsrisicobeeld Oost Nederland.

Samenhang met andere pro- Het Jaarprogramma Ketentoezicht 2020 vormt mede input voor de zeven regionale controleprogramma's. Daarnaast wordt dit gramma’s programma beïnvloed door de strafrechtelijke aanpak van de politie. Consequentie is dat wederzijds rekening moet worden gehouden met elkaars belangen en prioriteiten. De programmamanager is verantwoordelijk voor de afstemming met die partijen, bewaakt de samenhang tussen dit programma en de andere en stuurt erop dat het Programma Ketentoezicht voldoende geborgd wordt in de andere programma’s.

Toelichting op de voortgang Omdat door Corona niet alle fysieke controles uitgevoerd kunnen worden is het beoogde aantal interventies niet gehaald en heeft het uitvoeren van de tactische ketenanalyse dierlijke bijproducten vertraging opgelopen. Daarvoor in de plaats is wel inzet geleverd voor het maken van het landelijke “Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit”. Dat wordt in 2021 afgerond en gaat de basis vormen voor de prioritering van risicoketens.

36

Financiën: Programma 4: Ketentoezicht

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2020 na BERAP

Jaarrekening 2020

Verschil beg. na wijz; rek.

V/N

-5.573

V

Lasten Structureel Incidenteel

428.403 -

716.661 -

477.319 56.460

470.511 60.694

Overzicht Overhead Heffing vennootschapsbelasting Bedrag onvoorzien Totale lasten

126.615 555.018

117.950 3.000 837.611

165.526 3.000 702.305

165.526 696.732

30.493 14.550 18.617 8.236 12.838 35.942 21.214 28.925 91.936 72.172 46.404 37.196 70.852 67.332 12.500 5.716 58.243

70.491 37.924 38.810 28.575 56.885 76.615 52.736 75.546 95.305 74.816 48.104 38.558 73.447 69.799 -

12.700 7.953 10.048 8.885 4.236 32.850 4.183 6.589 54.559 102.261 80.277 51.615 41.372 78.809 74.894 50.000 24.613 56.461

15.610 7.449 9.530 4.217 6.572 18.400 10.860 14.808 54.783 101.353 79.564 51.157 41.005 78.108 74.229 50.000 24.613 56.460

633.165 78.146

837.611 -

702.305 -

698.718 1.986

-3.587 1.986

N V

4.234 4.234 -

4.234 4.234 1.986

1.986

V

Baten DVO Gemeente Buren DVO Gemeente Culemborg DVO Gemeente Maasdriel DVO Gemeente Neder-Betuwe DVO Gemeente Tiel DVO Gemeente West Betuwe DVO Gemeente West Maas en Waal DVO Gemeente Zaltbommel DVO Provincie Gelderland DVO Omgevingsdienst Regio Arnhem DVO Omgevingsdienst Regio Nijmegen DVO Omgevingsdienst Veluwe Ijssel DVO Omgevingsdienst Noord Veluwe DVO Omgevingsdienst De Vallei DVO Omgevingsdienst Achterhoek DVO Omgevingsdienst Twente DVO Omgevingsdienst IJsselland Overige baten Totale baten Saldo Mutaties reserves: Toevoegingen Onttrekkingen

78.146

-

Toelichting op de afwijkingen: Een totale financiële verschillenanalyse vindt u bij het onderdeel “De programmarekening en toelichting” daarop.

37

Paragrafen In het BBV wordt een aantal verplichte paragrafen genoemd. Voor de Omgevingsdienst Rivierenland zijn niet alle paragrafen van toepassing. Met de toezichthouder vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is afgesproken dat de paragrafen worden benoemd en degenen die van toepassing zijn voor de Omgevingsdienst Rivierenland worden opgenomen en uitgewerkt. Dit leidt tot onderstaande tabel. Paragraaf a. lokale heffingen; b. weerstandsvermogen en risicobeheersing; c. onderhoud kapitaalgoederen; d. financiering; e. bedrijfsvoering; f. verbonden partijen; g. grondbeleid.

Actie n.v.t. Opgenomen Opgenomen Opgenomen Opgenomen n.v.t. n.v.t.

38

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen bevat een duiding van het risicoprofiel, de risico's en het gewenste weerstandsvermogen. Dit is in overeenstemming met hetgeen staat voorgeschreven in de BBV en de notitie ‘Risicomanagement en bepaling van het weerstandsvermogen’ zoals vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 14 december 2015. Risicoprofiel De hoogte van het weerstandsvermogen is gebaseerd op de relatie tussen de risico's waar geen specifieke maatregelen voor zijn getroffen enerzijds en de capaciteit van middelen en mogelijkheden die de dienst heeft om niet geraamde kosten op te vangen anderzijds (BBV art. 11). De Omgevingsdienst Rivierenland loopt risico's. Een deel van deze risico's wordt afgedekt door het treffen van maatregelen. Voorbeelden van zulke maatregelen zijn het afsluiten van verzekeringen, het vormen van bestemmingsreserves en voorzieningen en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle. Op voorhand kan t.a.v. het beleid worden gesteld dat het weerstandsvermogen in ieder geval wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de deelnemers. Niettemin zijn er ook redenen om binnen de Omgevingsdienst weerstandsvermogen op te bouwen.

Op grond van wettelijke voorschriften kan de omgevingsdienst verplicht worden voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico's, verplichtingen en verliezen. Daarnaast kan het wenselijk worden geacht door de deelnemers om voor bepaalde activiteiten een reserve te hebben om te voorkomen dat bedrijfsresultaten en onvoorziene omstandigheden grote afwijkingen veroorzaken in de jaarlijkse geraamde gemeentelijke bijdragen. De risico's In de begroting 2020 waren meerdere risico’s geïdentificeerd. In 2020 hebben daarop de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden: Beschikbaarheid voldoende gekwalificeerd personeel Er is, net als in de afgelopen jaren, ook in 2020 weinig aanbod geweest voor vast personeel. Dit geldt zeker bij benodigde specialisaties en specifieke kennis. Ook geschikte inhuurkrachten zijn nog steeds moeilijk te vinden en inhuurtarieven blijven stijgen. De ODR houdt echter vanwege diverse ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet / Wkb en besluitvorming West Betuwe, ook bewust een grotere flexibele schil (15% i.p.v. 10% bij de bouwtaken) aan. Op die manier blijft de organisatie wendbaar. Dit betekent wel dat er sprake is van hogere personeelskosten die drukken op het financiële resultaat. Wegvallen subsidies In de bestuursrapportage 2020 is de te ontvangen subsidie voor Externe veiligheid per 2021 helemaal afgebouwd conform landelijke besluitvorming.

De gelden worden voortaan via de algemene uitkering door het Rijk uitbetaald aan de gemeenten. Voor archeologie is het risico niet substantieel. Met ingang van 2021 komt dit risico daarom te vervallen. Privatisering bouwtoezicht Berenschot en ANG hebben een eerste analyse gemaakt van de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor gemeenten en omgevingsdiensten. Deze bevindingen zijn gedeeld met het OGO. Op basis daarvan wordt het betreffende risico geactualiseerd. Hierbij is rekening gehouden met een snelle afbouw van externe constructeurskosten. Het resterende risico betreft de mogelijk noodzakelijke afbouw van vaste personeelsleden. Omgevingswet Het financiële risico van de omgevingswet is zowel voor de ODR als voor de gemeenten met name afhankelijk van de beleidsmatige keuzes die gemeenten in hun omgevingsplan maken. 39

Een risico voor de ODR is er bijvoorbeeld op het gebied van vergunningvrij maken van bouwwerken. In dat geval moet er formatie worden afgebouwd. Op het gebied van de milieutaken wordt het risico voor de ODR per saldo neutraal ingeschat. Er is wel sprake van een risico voor de gemeenten vanwege de extra bodemtaken die van de provincie worden overgeheveld. Het is momenteel nog niet duidelijk of hiervoor vanuit het provinciefonds ook budgetten worden overgeheveld. Tenslotte zal er in 2022 naar verwachting extra tijd nodig zijn per zaak, omdat alles nieuw is en omdat met name voor milieu waarschijnlijk de dossiers nog omgezet moeten worden van inrichting naar milieubelastende activiteiten. Bouwtaken West Betuwe De gemeente West Betuwe heeft in april 2020 het besluit genomen om de vergunningverleningstaken voor bouwen weer te gaan beleggen bij de gemeente. De komende periode zal worden gebruikt om alle financiële en organisatorische gevolgen in kaart te brengen. Afhankelijk van de gekozen oplossingsrichting zullen deze variëren. Actuele risico’s Bij de jaarrekening 2020 zijn de risico’s geactualiseerd en gekwantificeerd: Omschrijving

Kans-klasse

Bedrag

Kans

Risico

Beschikbaarheid gekwalificeerd personeel

3

202.500

50%

101.250

Tariefstijging inhuurkrachten

3

150.000

50%

75.000

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

3

600.000

50%

300.000

Omgevingswet

3

365.000

50%

182.500

Bouwtaken West Betuwe Totaal geïdentificeerde risico’s Ongeïdentific eerde en kleine risico’s Benodigd weerstandsvermogen

1

Klasse

Tijd

Percentage

Kans 1

< of 1 keer per 10 jaar

10%

Kans 2

1 keer per 5-10 jaar

30%

Kans 3

1 keer per 2-5 jaar

50%

Kans 4

1 keer per 1-2 jaar

70%

Kans 5

1 keer jaar >

90%

658.750

Toelichting risicoklasse

Het gewenste weerstandsvermogen Tabel: Beoordeling weerstandsvermogen Waardering

Ratio*

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,5 - 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 - 1,5

Voldoende

D

0,8 - 1,0

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

* Ratio = Weerstandscapaciteit / Risico’s De ODR heeft als streefcategorie waardering C, voldoende

40

10%

PM 658.750 65.875 724.625

De weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, op te kunnen vangen. Tot de aanwezige weerstandscapaciteit van de Omgevingsdienst kunnen praktisch gezien twee onderdelen worden gerekend, de algemene reserve en de post onvoorzien. Per ultimo 2020 is het volgende weerstandsvermogen aanwezig:

Algemene reserve Reserve personele regelingen Onvoorzien

Het weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit Geindentificeerde risico's Weerstandsvermogen

Bedrag per 31-12-2020 557.550 125.000 45.000 727.550

727.550 724.625 1,00

Het weerstandsvermogen valt met een ratio van 1,00 in de categorie C – Voldoende.

41

Financiële kengetallen Sinds de Begroting 2018 worden vanuit de vernieuwing BBV een aantal financiële kengetallen gepresenteerd. Het doel hiervan is om de financiële positie in kaart te brengen, en het verloop hiervan te kunnen volgen. In onderstaand overzicht worden de kengetallen gepresenteerd die voor de ODR van toepassing zijn: Jaarrekening Begroting Jaarrekening 2019

2020

2020

Netto schuldquote

16,5%

20,4%

8,1%

Solvabiliteitsratio

19,5%

13,4%

30,7%

Structurele exploitatieruimte

1,8%

0,3%

6,5%

Kengetallen:

Netto schuldquote: dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.  Dit percentage is fors lager vanwege het positieve jaarrekeningsaldo 2020. Daardoor was de rekening Schatkistbankieren hoger, hetgeen een positief effect heeft op dit kengetal. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente.  Dit percentage is fors hoger vanwege het positieve jaarrekeningsaldo 2020. Structurele exploitatieruimte: dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

 De ratio is fors hoger dan de begroting vanwege het positieve jaarrekeningsaldo 2020. De begroting ging alleen uit van de post onvoorzien van € 45.000. De kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing voor omgevingsdiensten.

42

Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft een overzicht van de onderhoudskosten. De ODR is sinds december 2018 eigenaar van een eigen pand, wat in 2019 verbouwd en in gebruik genomen is. Daarnaast is er sprake van ICT-eigendommen, zoals telefoons en software. Ontwikkelingen in 2019 Activabeleid In de vergadering van Algemeen Bestuur van 6 juli 2020 is de nota Activabeleid 2020 vastgesteld. Hiermee is de huidige praktijk ook in beleid vastgelegd. Meerjaren onderhoudsplan In de vergadering van Dagelijks Bestuur van 23 november 2020 is het Meerjaren onderhoudsplan 2020-2030 vastgesteld. Hiermee is inzichtelijk gemaakt welke werkzaamheden de komende jaren nodig zijn om het ODR-pand in een goede staat houden. Daarbij wordt een doelmatig en doeltreffend (financieel) beheer en onderhoud nagestreefd. Onderhoudsbudgetten in 2020 Er was in 2020 sprake van de volgende onderhoudsbudgetten en - kosten:

x 1€

Klein onderhoud gebouw + terrein Storting voorziening groot onderhoud Totaal

Begroting 2020 na wijziging

70.087 30.510 100.597

Jaarrekening 2020

61.390 41.172 102.562

Investeringskredieten in 2020 Er was in 2020 sprake van het lopende investeringskrediet voor de nieuwe VTH-applicatie (OpenWave). In 2020 heeft de commissie BBV echter de notitie Materiele vaste activa geactualiseerd, en daarin opgenomen dat de ‘implementatiekosten behorende bij de implementatie van een SaaS oplossing niet geactiveerd mogen worden’. Daarom zijn deze kosten in 2020 in de exploitatie verwerkt. Dit geldt ook voor de implementatiekosten voor de software van de HRM- en financiële administratie en tijdsregistratie (AFAS).

43

Financiering Inleiding De financieringsparagraaf in de jaarstukken is, in samenhang met de financiële verordening, een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. In het treasurystatuut zijn de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd en geconcretiseerd naar de verschillende deelgebieden van treasury, namelijk risicobeheer, financiën en kasbeheer. Ook zijn de organisatorische randvoorwaarden weergegeven. Algemene uitgangspunten De treasuryfunctie is gebaseerd op de Wet Fido. Een belangrijk element daarbij is het meer zicht krijgen op de ontwikkeling van de financieringspositie, zowel op korte als lange termijn. Dit betreft dan met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen. Risicobeheer Uit hoofde van de treasuryfunctie kunnen middelen worden uitgezet. Het Treasurystatuut is hierbij leidend. Het schatkistbankieren voor decentrale overheden is in 2013 ingevoerd. Per ultimo 2020 stond er € 2.349.388 bij de centrale overheid. Dit was ultimo 2019 € 1.225.782.

Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn:  Geen overschrijding van de renterisiconorm (20% begrotingstotaal) conform de Wet Fido;  Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;  De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van de stortingen in de reserves. De liquide middelen betreffen rekening-courant tegoeden. Deposito’s komen voort uit de financiering van het lopende bedrijf en de bestemmingsreserves. Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisiconorm. Als lange financiering wordt volgens de wet Fido aangemerkt: alle financieringsvormen met een rentetypische looptijd groter dan één jaar.

Het renterisico wordt gedefinieerd als het minimum van de netto nieuw aangetrokken schuld en de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van de contractuele renteherzieningen op de opgenomen en uitgezette geldleningen. Het renterisico op de lange termijn wordt beperkt tot de in wet genoemde 20% van de restant hoofdsom van de rentetypische langlopende leningen. Achterliggende reden voor het gebruik van de renterisiconorm is de spreiding van het renterisico over de jaren. Relatiebeheer Het betalingsverkeer verloopt uitsluitend via de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG).

44

De cijfers Het Algemeen Bestuur heeft op 8 oktober 2018 het besluit genomen om maximaal € 4,05 mln externe financiering aan te trekken voor het huisvestingsplan. Tot op heden was het niet nodig om dit volledige bedrag aan leningen aan te trekken. Per eind 2020 betreft dit de volgende leningen: Verstrekker

Start

Eind

Oorspr.

Rente

Jaarlijkse aflossing 125.000

bedrag Nederlandse Waterschapsbank

2018

2038

2,5 mln

1,325%

Bank Nederlandse Gemeenten

2019

2039

1,0 mln

1,200%

Totaal

3,5 mln

50.000 175.000

De rentekosten van deze leningen worden als projectfinanciering toegerekend aan de huisvesting. Er zijn geen kasgeldleningen afgesloten.

45

Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf bedrijfsvoering beschrijft de aspecten van de (interne)bedrijfsvoering die van belang zijn voor de realisatie van de doelen uit de programma’s. De ODR werkt continu aan de verbetering van de bedrijfsvoering. De focus lag en ligt op het doorontwikkelen van de bedrijfsvoering. Organisatie De organisatie van de ODR is vormgegeven op basis van een compacte organisatiestructuur. Dit betekent dat er drie primaire afdelingen zijn met elk een afdelingshoofd. Iedere afdeling bestaat uit drie teams met elk een coördinator. Daarnaast is er een directeur en een afdelingshoofd Bedrijfsvoering. ONTWIKKELINGEN EN BEHAALDE RESULTATEN IN 2020 Personeel en Organisatie Arbeidsmarkt De situatie die ontstaan is door Corona heeft invloed op de arbeidsmarkt. Waar in de beginperiode gedacht werd dat Corona een afname van werkzaamheden zou betekenen is destijds afscheid genomen van een aantal medewerkers die op inhuurbasis bij ons werkzaam waren. Al snel bleek dat de hoeveelheid werk enorm is gestegen. Door onder andere de thuissituatie zijn er meer aanvragen voor vergunningen binnen gekomen zodat het werkaanbod enorm gegroeid is. Om goed gekwalificeerd personeel te vinden, is er nog steeds krapte op de arbeidsmarkt. Met name op het gebied van medewerkers met bouwkundige kennis en ervaring en een aantal specialismen is een tekort.

Het blijft daardoor moeilijker om goede mensen te werven én te behouden. Veel vacatures staan permanent opengesteld om geschikte kandidaten te vinden. De eerdere verwachting was dat de tarieven voor inhuurkrachten zouden stabiliseren in verband met de situatie rondom Corona. Het tegendeel blijkt waar. De tarieven lopen op. Arbo en verzuim Het ziekte verzuim van de ODR bedroeg over 2019 5,38% In 2020 is het ziekteverzuim stabiel gebleven en uitgekomen op 5,41%. Voor 2021 hanteren we dezelfde ambitie om dit percentage rond de 5% te houden. We maken actief gebruik van een bedrijfszorgpakket. Hierdoor kunnen we snel schakelen met gespecialiseerde ondersteunde zorg om te bewerkstelligen dat de fysieke en mentale zorg gewaarborgd is. In 20201 willen we volop blijven inzetten op preventie en ondersteunende maatregelen voor medewerkers. In 2020 is er RI&E (Risico Inventarisatie en Evaluatie) uitgevoerd door een externe partij. Zowel de organisatiebrede aspecten, het kantoor in Tiel als de afdelingen zijn betrokken in dit onderzoek. Specifiek is ook gekeken hoe wij als organisatie het thema Corona hebben opgepakt. Samen met de Ondernemingsraad wordt een plan van aanpak opgesteld waarin de verbeterpunten worden verwerkt. Dit zal in 2021 worden opgesteld en worden geïmplementeerd.

Juridische zaken Klachten Ook in 2021 wordt ingezet om het aantal klachten (gegrond en ongegrond) op hetzelfde niveau te houden als de voorgaande jaren. Het aantal ingekomen klachten zag er in de afgelopen jaren als volgt uit: 2018

2019

2020

Aantal producten

17.278

18.535

19.435

Aantal klachten

13

14

12

Klachten per product

0,075%

0,076%

0,062%

46

De lijn blijft dus constant, ondanks de groei van het aantal afgehandelde zaken. Bij de afhandeling van de klachten wordt altijd ingezet op snelle afhandeling via de informele weg. Financiën Rechtmatigheidsverantwoording In 2020 heeft de voorbereiding plaats gevonden op de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording per 2021. Hierbij is de ODR ondersteund door een extern adviesbureau. Op basis van het adviesrapport worden de benodigde vervolgacties in 2021 uitgevoerd, zodat de nieuwe werkwijze eind 2021 geïmplementeerd is. ICT Nieuwe bedrijfssoftware Naast de aanbesteding en implementatie van het nieuwe zaaksysteem Open Wave heeft er in 2020 ook een aanbesteding plaatsgevonden voor nieuwe bedrijfssoftware. Dit betreft HRM (personeels- en salarisadministratie), financiële administratie en tijdregistratie. Het nieuwe systeem waarmee de organisatie gaat werken, heet AFAS. Per 01-04-2021 is de gehele organisatie over op deze nieuwe software. Met de implementatie van deze nieuwe software gaan we de taken in eigen beheer uitvoeren. In samenwerking met het Gelders Stelsel krijgen we een nieuwe website, zodat we nog beter in kunnen spelen op de behoeften van onze klanten.

Concernplan / Programma Kennis en Kwaliteit De stand van zaken in de uitvoering van het concernplan wordt uitgedrukt in stoplichtkleuren, die de volgende betekenis hebben:  Groen: ja, dit gaat lukken  Oranje: onzeker of dit gaat lukken  Rood: nee, dit gaat niet lukken Programma

Resultaat

Voortgang

Middelen

Concernplan

Toelichting Het Concernplan geeft een doorkijk naar de toekomst en bevat alle activiteiten van de ODR op het vlak van organisatieontwikkeling. In 2020 zaten we in de overgang van Concernplan 2016-2019 naar Concernplan 2021-2025, wat op 14 september 2020 is vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. Dit nieuwe Concernplan 2021-2025 geeft aan wat de ODR gaat doen om de op 6 juli 2020 door het Algemeen Bestuur vastgestelde koers ‘Van MEERwaarde voor u’ te realiseren. In 2020 is het accent gelegd op het zo veel mogelijk afronden van nog lopende activiteiten uit het vorige Concernplan, om daarmee ruimte te creëren voor de start van activiteiten in het kader van het nieuwe Concernplan. Enkele activiteiten uit het vorige Concernplan hebben toch nog een uitloop in de eerste helft van 2021, te weten Implementatie VTH-applicatie, Bodeminformatie, Voorbereiden rechtmatigheidsverantwoording en archivering. De overige activiteiten uit Concernplan 2016-2019 zijn afgerond. In het laatste kwartaal van 2020 hebben we de start van de uitvoering van het Concernplan 2021-2025 voorbereid. Er is per thema een portefeuillehouder bepaald in het Dagelijks Bestuur en in het MT en de opdrachtgevers en trekkers per activiteit zijn bepaald. De beoogde trekkers zijn geïnformeerd over de opzet en inhoud van het Concernplan en over de afgesproken werkwijze.

Enkele activiteiten uit het nieuwe concernplan zijn in 2020 ook al gestart. Afzonderlijke activiteiten 47

In 2020 zijn de volgende activiteiten afgerond: MD-traject (hierop is nog in 2020 een vervolg gestart in het kader van het nieuwe Concernplan), Processen, Verbeteren klantgerichtheid, Doorontwikkeling Geo-informatie deel 3, Koers, Nieuw concernplan, AVG, Herijking DVO’s en Gesprek met medewerkers over ‘aantrekkelijke werkgever’. Voor de volgende activiteiten zijn de opgeleverde resultaten toegelicht onder Actualiteiten: Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Implementatie VTH-applicatie, AFAS en Klantgericht werken. Daarnaast zijn in het kader van het Concernplan in 2020 onder andere de volgende resultaten opgeleverd:  Processen: de hiervoor aangeschafte tool Mavim is ingericht en de primaire processen zijn daarin vastgelegd.  Nieuw concernplan: het nieuwe Concernplan ‘Van MEERwaarde voor u’ is vastgesteld.  AVG: alle benodigde spelregels zijn binnen de ODR geïmplementeerd. Er zijn diverse documenten opgeleverd: een intern en extern privacy-statement, een intern en extern verwerkingsregister, verwerkersovereenkomsten, een procedure datalekken, een geheimhoudingsverklaring voor inhuur, een informatiebeveiligingsbeleid en een privacybeleid.  Herijking DVO’s: op basis van een evaluatie onder de doelgroepen is een nieuwe DVO gemaakt. Afgesproken is dat de DVO’s over vijf jaar opnieuw worden geëvalueerd.

 Gesprek met medewerkers: de resultaten van dit gesprek zijn gebruikt als input voor het tweede deel van het MD-traject. Met het oog op ontwikkeling van sensitiviteit hebben 40 medewerkers de workshop ‘hoe werkt de gemeente’ gevolgd; dit wordt een vast onderdeel van het opleidingsplan.

KPI’s KPI

Omschrijving KPI

Resultaat

Bedrijfsvoering % overhead / totale kosten

27%

2. % Overhead / totale kosten Deze KPI geeft het percentage weer van de overhead kosten als percentage van de totale kosten en sluit aan bij de opbouw van het uurtarief zoals deze wordt berekend in de begroting.

48

Jaarrekening

Beginbalans

Omgevingsdienst Rivierenland

Debet per 31-12-2019

Eindbalans

Credit per 31-12-2019

Debet per 31-12-2020

Credit per 31-12-2020

ACTIVA Vaste activa Grond

1.216.800

1.216.800

Gebouwen economisch nut

2.250.199

2.173.196

942.474

785.874

850.995

677.687

Ov materieel vaste activa economisch nut Vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in 's-Rijks schatkist Overige vorderingen

-

-

1.225.782

2.349.388

66.386

28.327

63.215

196.275

540.528

363.354

Liquide middelen Banksaldi Overlopende activa Transitoria PASSIVA Vaste passiva Algemene reserves

557.550

Overige bestemmingsreserves

519.287

557.550 563.354

Saldo van de rekening

321.321

1.269.227

Voorzieningen

30.000

197.776

3.375.000

3.200.000

Vaste schuld Banken Vlottende passiva Kasgeldleningen

-

-

Overige schulden

886.973

691.798

1.466.249

1.311.195

Overlopende passiva Saldo

Totaal

7.156.381

49

7.156.381

7.790.900

7.790.900

TOELICHTING BALANS PER 31 DECEMBER 2020 Waarderingsgrondslagen Algemeen De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Tenzij anders vermeld, zijn de activa en passiva in de balans gewaardeerd tegen de nominale waarden in Euro's. Materiële vaste activa Onder de materiële vaste activa vallen investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut. Investeringen met een economisch nut zijn verhandelbaar en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:

Grond

Geen afschrijving

Gebouwen

30

Installaties

15

Huisvesting – inrichting gebouw

10

ICT interne overhead

3

Investeringen met maatschappelijk nut zijn bij de Omgevingsdienst Rivierenland niet te verwachten. Vlottende activa De vlottende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde en hebben een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen. Overlopende activa De overlopende activa bestaan uit vooruitbetaalde bedragen voor nog te ontvangen goederen of diensten. Algemene reserve Dit zijn de vrij besteedbare middelen van de exploitatieresultaten tot het verslagjaar. Bestemmingsreserves Deze reserves betreffen de reeds bestemde gedeelten van de exploitatiesaldi tot en met het verslagjaar.

50

Vlottende passiva De vlottende schulden bestaan uit kasgeldleningen, banksaldi en overige schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Overlopende passiva Onder de overlopende passiva worden verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Tot de overlopende passiva horen ook de van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden.

VASTE ACTIVA

Vaste activa

31/12/2019 31/12/2020

Grond

1.216.800

1.216.800

Gebouw en met een economisch nut

2.250.199

2.173.196

942.474

785.874

4.409.473

4.175.870

Investeringen met een economisch nut Totaal

Verloopoverzicht vaste activa met economisch nut Boekwaarde per 31 december 2019

4.409.473

Investering

0

Desinvesteringen

0

Afschrijvingen

-233.603

Bijdragen van derden

0

Afwaardering wegens duurzame w aardeverminderingen

0

Boekwaarde per 31 december 2020

4.175.870

VLOTTENDE ACTIVA Vlottende activa

31-12-2019 31-12-2020

Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s-Rijks Schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen Totaal

850.995

677.687

1.225.782

2.349.388

66.386

28.327

2.143.163 3.055.402

Het gemiddeld werkelijk bedrag was over de kwartalen als volgt: Q1 € 184.215,-; Q2 € 213.237,-; Q3 € 201.836,- en Q4 € 185.797,-. Met de invoering van het schatkistbankieren mag de ODR een drempelbedrag buiten ‘s-Rijks schatkist aanhouden. Dit drempelbedrag was voor 2020 € 250.000,--. 51

De conclusie is dat we in 2020 zonder uitzondering aan het wettelijk vereiste voldoen. Vorderingen op openbare lichamen zijn nagenoeg allemaal van december 2020. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1)

Verslagjaar 250 Kw artaal 1 Kw artaal 2 Kw artaal 3 Kw artaal 4

Drem pelbedrag

Kw artaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden m iddelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drem pelbedrag (2)

(4a) (4b) (4c)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

184

323

66

-

-

73

202

280

48

-

-

30

Verslagjaar 13.873 13.873 -

(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag 250 minimum van €250.000 (2) Berekening kw artaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden m iddelen Kw artaal 1 Kw artaal 2 Kw artaal 3 Kw artaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks (5a) schatkist aangehouden middelen 16.764 19.405 18.569 17.093 (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kw artaal 91 60 92 61 Kw artaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks (2) - (5a) / (5b) 184 323 202 280 schatkist aangehouden middelen

Liquide middelen

31/12/2019 31/12/2020

BNG-rekening 28.51.57.841

63.215

196.275

Totaal

63.215

196.275

Overlopende activa

31/12/2019 31/12/2020

Debiteuren

0

0

Te vorderen BTW

515.148

336.546

Nog te ontvangen bedragen

24.840

26.769

541

40

0

0

540.529

363.354

Vooruitbetaalde kosten Overige vorderingen en overlopende activa Totaal

52

VASTE PASSIVA

Vaste passiva

31-12-2019 31-12-2020

Algemene reserve

557.550

557.550

Overige bestemmingsreserves

519.287

563.354

Saldo van de rekening

321.321

1.269.227

Voorzieningen

30.000

197.776

1.428.159

2.587.907

Totaal Verloopoverzicht Algemene reserve Saldo per 31 december 2019

557.550

Toevoeging

0

Onttrekking

0

Waardevermindering

0

Saldo per 31 december 2020

557.550

Verloopoverzicht reserve afkoop PAO’s Saldo per 31 december 2019

159.238

Toevoeging

0

Onttrekking kosten PAO's 2020

-15.925

Waardevermindering

0

Saldo per 31 december 2020

143.313

Verloopoverzicht reserve doorl. Kwaliteitsontw. Saldo per 31 december 2019

52.308

Toevoeging

0

Onttrekking kosten 2020 project Klantgerichtheid

-52.308

Waardevermindering

0

Saldo per 31 december 2020

0

Verloopoverzicht reserve Huisvesting Saldo per 31 december 2019

307.741

Toevoeging

0

Onttrekking kosten 2020

-12.700

Waardevermindering

0

Saldo per 31 december 2020

295.041

Verloopoverzicht reserve Personele regelingen Saldo per 31 december 2019

0

Toevoeging resultaatbestemming saldo 2019

84.010

Toevoeging budget 2020

134.163

Onttrekking kosten 2020

-93.173

Waardevermindering

0

Saldo per 31 december 2020

125.000 53

Verloopoverzicht saldo van de jaarrekening Saldo per 31 december 2019

321.321

Onttrekking saldo jaarrekening 2019

-321.321

Toevoeging saldo jaarrekening 2020

1.269.227

Saldo per 31 december 2020

1.269.227

Verloopoverzicht Voorziening groot onderhoud Saldo per 31 december 2019

30.000

Toevoeging jaarlijkse storting

41.172

Onttrekking kosten 2020

-9.792

Saldo per 31 december 2020

61.380

Verloopoverzicht Voorziening frictiekosten provincie Saldo per 31 december 2019

0

Toevoeging ontvangst vergoeding

237.315

Onttrekking kosten 2020

-100.919

Saldo per 31 december 2020

136.396

VASTE SCHULDEN

Vaste Schuld

31/12/2019 31/12/2020

NWB bank

2.375.000

2.250.000

BNG bank

1.000.000

950.000

Totaal

3.375.000 3.200.000

Verloopoverzicht vaste schuld Saldo per 31 december 2019

3.375.000

Opgenomen

0

Aflossing

-175.000

Saldo per 31 december 2020

3.200.000

De looptijd van de NWB bank lening bedraagt 20 jaar, de rente is 1,325% vast voor een periode van 20 jaar. De looptijd van de BNG lening bedraagt 20 jaar, de rente is 1,2% vast voor een periode van 20 jaar.

VLOTTENDE PASSIVA

Vlottende passiva

31-12-2019 31-12-2020

Crediteuren

886.973

691.798

Totaal

886.973

691.798

54

Overlopende passiva

31-12-2019 31-12-2020

Vooruit ontvangen bedragen

102.447

0

Nog te betalen bedragen

724.121

662.905

Te betalen salarissen

0

0

Premie IPAP Loyalis

174

0

639.506

648.290

Te betalen loonheffing Totaal

1.466.249 1.311.195

NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN EN GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM Er zijn twee leasecontracten afgesloten. Eén auto met een leasebedrag van € 885,- per maand en één auto met een leasebedrag van € 531,70 exclusief btw en brandstofkosten.

55

Overzicht wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Hieronder conform artikel 4.1 lid 1 WNT het overzicht openbaarmaking.

Dhr. P.A.J.M. (André) van den Hurk

Bezoldiging 2020 onbezoldigd

Bezoldiging 2019 onbezoldigd

Mw. M. (Monica) Wichgers

onbezoldigd

onbezoldigd

Gemeente Maasdriel

Dhr. J.H.L.M. (Jan Hein) de Vreede

onbezoldigd

onbezoldigd

Gemeente Neder-Betuwe

Dhr. N (Nees) van Wolfswinkel

onbezoldigd

onbezoldigd

Gemeente Tiel

Dhr. F. (Frank) Groen

onbezoldigd

onbezoldigd

Gemeente West Betuwe

Mw. J. Hartman

onbezoldigd

onbezoldigd

Gemeente West Betuwe Gemeente West Maas en Waal Gemeente West Maas en Waal Gemeente Zaltbommel

Mw. S. (Sietske) Klein - de Jong

onbezoldigd

onbezoldigd

Dhr. S.A.M. (Sander) Bos

onbezoldigd

onbezoldigd

Dhr. R.G.M. (René) Cruijsen

onbezoldigd

onbezoldigd

Dhr. C.A.H. (Kees) Zondag

onbezoldigd

onbezoldigd

Provincie Gelderland

Dhr. J (Jan) van der Meer

onbezoldigd

onbezoldigd Bezoldiging 2019 onbezoldigd

Deelnemer

AB-lid

Gemeente Buren Gemeente Culemborg

DB lid

Functie

Mw. M. (Monica) Wichgers

Lid

Bezoldiging 2020 onbezoldigd

Dhr. J.H.L.M. (Jan Hein) de Vreede

Lid

onbezoldigd

onbezoldigd

Dhr. S.A.M. (Sander) Bos

Lid

onbezoldigd

onbezoldigd

Dhr. N. (Nees) van Wolfswinkel

Lid

onbezoldigd

onbezoldigd

Dhr. C.A.H. (Kees) Zondag

Voorzitter

onbezoldigd

onbezoldigd

Omschrijving

A. Schipper 2020 A. Schipper 2019

Functie(s)

Algemeen directeur Algemeen directeur

Duur dienstverband in 2019

1/1 – 31/12

1/1 – 31/12

Omvang dienstverband in fte

1,0

1,0

Gewezen topfunctionaris

nee

nee

(Fictieve) dienstbetrekking

ja

ja

Beloning

€ 113.113

€ 115.203

Belastbare onkostenvergoedingen

€

1.828

€

1.111

Beloning betaalbaar op termijn

€

20.394

€

19.454

Totaal beloning

€ 135.336

€ 135.769

Toepasselijke WNT-maximum

€ 201.000

€ 194.000

Bezoldiging

56

Overzicht van baten en lasten

Primitieve begroting 2020

Begrotingswijziging Berap

Begroting 2020 na wijzigingen

Jaarrekening 2020

Saldo t.o.v. begroting

Taakveld

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

7.4

987.331

1.317.988

247.963

141.051

1.235.294

1.459.039

1.114.462

1.723.933

-120.832

264.894

8.3

2.312.658

3.094.561

1.310.456

1.297.968

3.623.114

4.392.529

3.856.455

4.956.416

233.341

563.887

7.4

2.238.315

2.989.527

-142.257

103.230

2.096.058

3.092.757

1.991.986

2.820.366

-104.072

-272.391

8.3

1.272.400

1.828.774

591.641

486.114

1.864.041

2.314.888

1.707.484

2.308.605

-156.557

-6.283

Programma 3 Advies

7.4 8.3

2.642.879 1.592.556

3.595.387 1.978.428

379.886 287.392

641.410 337.069

3.022.765 1.879.948

4.236.797 2.315.497

3.135.088 1.885.162

4.647.158 2.353.444

112.323 5.214

410.361 37.947

Programma 4 Ketentoezicht

7.4

716.661

837.611

-182.882

-135.306

533.779

702.305

531.206

698.718

-2.573

-3.587

Overzichten Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Overhead 0.4 Heffing Vennootschapsbelasting 0.9 Bedrag onvoorzien 0.8 Saldo van baten en lasten

0 3.868.181 0 45.000 15.675.981

0 0 0 0 15.642.276

0 478.873 0 0 2.971.072

0 0 0 4.347.054 0 0 0 45.000 2.871.536 18.647.053

0 0 0 4.140.563 0 0 0 0 18.513.812 18.362.405

0 83.049 0 0 19.591.689

0 -206.491 0 -45.000 -284.648

0 83.049 0 0 1.077.877

0

33.705

134.163

174.106

0

-93.298

15.675.981

3.105.235

Bedragen x 1€

Programma 1 Vergunningverlening

Programma 2 Toezicht en handhaving

Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Resultaat Saldo van baten en lasten

15.675.981 0

233.699

134.163

267.404

3.105.235 18.781.216 0

0

134.163

18.781.216 18.496.568 19.765.795 1.269.227

-284.648 984.579 1.269.227

In de programma’s Vergunningverlening en Advies is er sprake geweest van hogere kosten vanwege hogere inhuurkosten en meer uitgevoerde werkzaamheden. Tegenover deze hogere kosten stonden ook hogere inkomsten. Verder is er sprake geweest van lagere overheadkosten. Per saldo is er sprake van een positief jaarrekeningresultaat.

57

Analyse van het resultaat

Bedragen in € 343.731 V 572.309 V 138.688 V 45.000 V 169.500 V 1.269.227 V

Overzicht opbouw resultaat 1. Lumpsum complexe bedrijven 2. Personeelskosten 3. Meerwerkopbrengsten 4. Post onvoorzien 5. Saldo overig Resultaat voor bestemming

1. Lumpsum complexe bedrijven (344 V) Er is in 2020 sprake geweest van een lagere ureninzet voor de lumpsum complexe bedrijven. Ook was er sprake van een onderbesteding op de budgetten voor de ODRN (complexe vergunningver-lening) en de ODRA (complex toezicht). Dit is deels te wijten aan de stikstofproblematiek en Covid-19. In overleg met het OGO is besloten om deze lumpsum per 2021 te verlagen, door de uren deels over te hevelen naar de eigen werkplannen van de gemeenten. Binnen de lumpsum blijven uren beschikbaar voor o.a. programmering, innovatie en risico-analyse t.b.v. toezicht. Dit betreft een incidenteel voordeel, omdat er per 2021 sprake is van een lagere lumpsum. 2. Personeelskosten (572 V) Er is in 2020 sprake geweest van lagere personeelskosten door Covid-19. De reiskosten vielen lager uit. Daarnaast hebben de medewerkers meer productieve uren gemaakt, doordat er vanwege praktische redenen minder gelegenheid was tot het volgen van opleidingen en er ook minder verlof is opgenomen. Dit betreft een incidenteel voordeel, wat in de komende jaren waarschijnlijk gecompenseerd zal worden met hogere kosten. 3. Meerwerkopbrengsten (139 V) Er is in 2020 sprake geweest van meerwerkopbrengsten voor projecten die buiten de reguliere werkprogramma’s werden uitgevoerd. De opbrengsten vanuit het meerwerk waren hoger dan de kosten, waardoor er sprake was van een positief saldo.

Dit betreft een incidenteel voordeel vanwege het incidentele karakter van meerwerk. 4. Post onvoorzien (45 V) De post onvoorzien is niet aangesproken. Er hebben zich geen calamiteiten voor gedaan die de ODR daartoe aanleiding hadden gegeven. Gezien het karakter van de post onvoorzien betreft dit een incidenteel voordeel. 5. Saldo overig (169 V) Het overige saldo is de optelsom van alle overige resultaten in de jaarrekening 2020. Dit valt positief uit doordat de overheadkosten lager waren dan begroot. Bij het opstellen van de begroting 2022 wordt bekeken of dit tot een structurele teruggaaf aan de gemeenten kan leiden.

58

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: het dagelijks bestuur van Omgevingsdienst Rivierenland

A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2020

Ons oordeel Wij hebben in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020 van Omgevingsdienst Rivierenland te Tiel gecontroleerd.

Naar ons oordeel geeft de in het jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen Omgevingsdienst Rivierenland op 31 december 2020 en van het resultaat over 2020 in overeenstemming met het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het referentiekader.

De jaarrekening bestaat uit: 1

de balans per 31 december 2020;

2

de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; en

3

het overzicht van baten en lasten over 2020.

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Omgevingsdienst Rivierenland zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

FSV Accountants + Adviseurs B.V. Hogeweg 43 Postbus 128 5300 AC ZALTBOMMEL

Telefoon: 088 900 5301 Telefax: (0418) 579 688 E-mail: info@fsv.nl Internet: www.fsv.nl

Handelsregister te Utrecht nr. 11020683 Lid van de vereniging SRA Member of Nexia International

Vestigingen: Amsterdam, Zaltbommel

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

C Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het in Nederland geldende Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Het bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. In dit kader is het bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;

het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie;

het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;

het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en

het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de met governance belaste personen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Zaltbommel, 5 maart 2021 FSV Accountants + Adviseurs B.V.

Was getekend,

drs. K. Verhoeven RA

BIJLAGEN

62

Overzicht investeringen

Nummer

Naam investering

7206001 Inrichting ODR gebouw 2013 7206002 Grond - JS de Jongplein 2 Tiel 7206003 Gebouw - JS de Jongplein 2 Tiel 7206004 Verbouwing 2019 7206005 Inventaris 2019 7206006 Installaties 2019

Aanschafwaarde 1/1/2020

Vermeerderingen

Verminde- Aanschafringen waarde 31/12/2020

Cum. Boek-waarde Afschrijving Afschrijvingen 1/1/2020

DesKapitaalBoek-waarde investering lasten 2020 31/12/2020

137.843 1.216.800 1.283.200 1.026.887 270.686 559.426

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

137.843 1.216.800 1.283.200 1.026.887 270.686 559.426

95.414 0 42.773 17.115 13.534 18.648

42.429 1.216.800 1.240.427 1.009.772 257.152 540.778

10.607

4.494.842

0

0

4.494.842

187.484

7205003 Aanschaf 140x Galaxy S8

61.460

0

0

61.142

0

0

61.460 61.142

20.487

7205004 VTH applicatie 2020

122.602

0

0

4.617.444

0

0

Totaal Huisvesting

Totaal ICT interne overhead Totaal

37.295

0 0 0 0 0 0

10.607 0 42.773 34.230 27.069 37.295

31.822 1.216.800 1.197.654 975.542 230.083 503.483

4.307.358

151.974

0

151.974

4.155.384

40.973 61.142

20.487

0

0

61.142

0

20.487 61.142

20.486 0

122.602

20.487

102.115

81.629

0

81.629

20.486

4.617.444

207.971

4.409.473

233.603

0

233.603

4.175.870

63

0 42.773 34.230 27.069

Kwaliteitscriteria 2.2

Inleiding Kwaliteitscriteria maken inzichtelijk welke kwaliteit u kunt verwachten bij de uitvoering of de invulling van de VTH-taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving). De kwaliteitscriteria bevatten criteria voor proces, inhoud en kritieke massa. 2019 In 2019 is de toets op de kwaliteitscriteria bij ODR uitgevoerd op de kwaliteitscriteria 2.1. In juli 2019 zijn de criteria voor de kritieke massa aangepast (kwaliteitscriteria 2.2). De procesen inhoudscriteria zijn niet gewijzigd. Tot en met 2019 vond er een (verkorte) audit plaats op de criteria voor proces en kritieke massa. In lijn met het concernplan ODR 2015-2019 ‘Naar een robuuste omgevingsdienst’ lag de focus op verdere versteviging van de organisatie: de basis op orde. In 2019 heeft ODR verder ingezet op verbetering van de procescriteria waaraan nog niet (volledig) werd voldaan. Dit resulteerde in een positieve beoordeling van de auditor van het Gelders Stelsel: Aan alle procescriteria werd voldaan. Criteria voor de kritieke massa Deze rapportage (2020) laat zien in welke mate ODR voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.2. Het gaat hierbij om de kritieke massa. De criteria voor kritieke massa geven aan wat in de organisatie aanwezig moet zijn in termen van opleiding, ervaring, kennis en vlieguren. De criteria stellen eisen aan de minimale deskundigheid die nodig is om de taken goed uit te voeren.

De criteria voor de kritieke massa bestaat uit 27 deskundigheidsgebieden. Gelders onderzoek naar toetsing en borging kritieke massa Vanuit het Gelders Stelsel is een onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop binnen de Gelderse omgevingsdiensten toetsing en borging van de kritieke massa plaatsvindt. Aanleiding was de komst van kwaliteitscriteria 2.2. Het onderzoek richt zich op het verduidelijken welke bijdragen het toetsingsproces kan leveren aan het doel van robuust zijn volgens de geldende criteria, ook wanneer een nieuwe set kwaliteitscriteria gepresenteerd wordt. Hiervoor is inzichtelijk gemaakt welke behoeftes er bij de Gelderse omgevingsdiensten zijn met betrekking tot het proces en welke activiteiten binnen het Gelders Stelsel gezamenlijk opgepakt kunnen worden. Zie ‘Gelders onderzoek toetsing en borging kritieke massa’. ODR toetsing kritieke massa Er is vanuit het Gelders Stelsel geen inhoudelijke toets uitgevoerd op het voldoen aan de criteria voor de kritieke massa. ODR vindt het wel belangrijk dit inzichtelijk te hebben. Daarom heeft ODR getoetst of aan de kwaliteitscriteria 2.2 wordt voldaan. Zie hiervoor ‘rapportage criteria voor de kritieke massa (in relatie tot KC 2.2). Procescriteria De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de beleidscyclus (de BIG-8).

In 2019 oordeelde de auditor van het Gelders Stelsel dat ODR op alle criteria voor de processen voldeed. Zoals eerder genoemd zijn deze criteria niet gewijzigd met de komst van kwaliteitscriteria 2.2. Het uitvoeren van een nieuwe toets vanuit hetzelfde uitgangspunt (‘Naar een robuuste Omgevingsdienst’, de basis op orde) zou niet leiden tot een ander inzicht. Daarom heeft in 2020 geen nieuwe toets plaatsgevonden. Maar de ontwikkeling staat niet stil. Vanuit de nieuwe koers en het nieuwe concernplan ‘Van MEERwaarde voor u, samenwerken in een veranderde omgeving’ wordt gewerkt aan een nieuw (Omgevingswet proof) VTH-beleid. De eisen die gesteld worden aan de beleidscyclus (BIG 8) zijn bij wet vastgelegd. Met het opstellen van het nieuwe VTH-beleid wordt opnieuw getoetst aan de procescriteria en vindt waar nodig aanpassing of verbetering plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10449909/1