CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2 Onderzoeksrapport duurzaam West Maas en Waal

Gemeenteraad 1 april 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: a. Ingekomen stukken college en raadscommissies/werkgroepen12.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoeksrapport duurzaam West Maas en Waal

November – december 2020 Marintel onderzoek & advies

Inhoudsopgave

Management summary

3

Beschrijving uitvoering onderzoek

4

Achtergrondkenmerken respondenten

7

Duurzaam wonen

9

Aardgasvrij wonen

16

Wind en zon in West Maas en Waal

22

Informatiebehoefte

33

Conclusies en advies

37

Bijlage 1: Internetvragenlijst Bijlage 2: open antwoorden in Excel

Nota bene: bijlage 1 bevat een pdf-versie van de internetvragenlijst. Niet alle functionaliteiten kunnen goed omgezet worden. Zo mist u informatie over het aanbieden van vragen op maat (bijvoorbeeld huurders versus eigenaren van woningen) Ook is bijvoorbeeld de dropdown-knop voor leeftijd anders weergegeven.

Marintel onderzoek en advies

2

Management summary In de start van een langjarige traject van burgerparticipatie met het doel “Energieneutraal en aardgasvrij West Maas en Waal in 2050”, is in november en december 2020 een representatief onderzoek uitgevoerd onder inwoners. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een beeld van wat er leeft in de gemeente wat betreft duurzaam en aardgasvrij wonen. Tevens is geïnventariseerd wat men vindt van het opwekken van duurzame energie met wind en zon in West Maas en Waal. Inwoners zijn via brieven, de gemeentelijke website, nieuwsbrieven en gemeentelijke sociale media uitgenodigd om hun mening te geven via een internetvragenlijst. 731 inwoners hebben hierop gereageerd, wat meer dan voldoende is voor een representatief beeld van de mening van alle inwoners in West Maas en Waal. Uit het onderzoek is geconcludeerd dat het merendeel van de inwoners van West Maas en Waal duurzaam wonen een belangrijk onderwerp vindt. Een kwart van de inwoners zegt al heel duurzaam te wonen. Men heeft kleine duurzame maatregelen genomen zoals plaatsen van tochtstrips en ingebruikname van LED-lampen of het na-isoleren van de woning. Op ongeveer een tiende van de koopwoningen zijn zonnepanelen geplaatst. Vaakst genoemde redenen voor duurzaam wonen zijn het milieu en kostenbesparing.

Het vaakst genoemde obstakel voor verduurzamen is de kosteninvestering, op afstand gevolgd door kennis en tijdsinvestering. Aanbevelingen voor het stimuleren van duurzaam wonen richten zich op een stapsgewijze aanpak waarbij in de communicatie aandacht gegeven wordt aan kleine maatregelen.

Veel adviezen over aardgasvrij wonen gaan uit van sociaal wetenschappelijk bewijs die handvatten leveren voor het stimuleren van gedragsverandering, zoals het stellen van haalbare doelen, zelf het goede voorbeeld geven, het voorleggen van keuzes, focus op inwoners die al stappen hebben genomen en tot voorbeeld kunnen dienen etcetera. Tenslotte is wat betreft het thema “opwekken van duurzame energie (wind en zon) in de gemeente West Maas en Waal” in dit onderzoek geconcludeerd dat er weliswaar naar verwachting weerstand is tegen het plaatsen van windmolens of (extra) zonneparken in West Maas en Waal, maar dat dit een minderheid is van alle inwoners in de gemeente. Onder de inwoners van het buitengebied zijn relatief meer tegenstanders dan onder inwoners van de kernen. Adviezen over het eventueel plaatsen van windmolens en zonneparken gaan in op het meenemen van inwoners in het proces van duurzame energie opwekking in West Maas en Waal.

Wat betreft het thema “aardgasvrij wonen” is in het onderzoek geconcludeerd dat een grote meerderheid van de inwoners van West Maas en Waal bekend is met de landelijke doelstellingen. De vaakst voorkomende opvatting hierover is dat men het doel om in 2050 aardgasvrij te zijn ambitieus vindt en zich afvraagt of het haalbaar is. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat mensen het moeilijk vinden om zich voor te stellen hoe de energiebehoeften en -mogelijkheden er in 2050 uit kunnen zien. Adviezen over aardgasvrij wonen richten zich op transparante communicatie en goed vindbare, concrete voorlichting met betrekking tot de investeringen (in tijd en geld) en opbrengsten (kostenbesparing, comfort, milieuwinst, waarde woning). Marintel onderzoek en advies

3

Hoofdstuk 1 Inleiding, verantwoording onderzoek

Marintel onderzoek en advies

4

Achtergrond, onderzoeksdoel, onderzoeksmethodiek Achtergrond In navolging van het Klimaatakkoord en Gelders Energie Akkoord heeft de gemeente West Maas en Waal de ambitie om in 2050 energieneutraal en aardgasvrij te zijn. Om dit doel te bereiken start de gemeente een langjarig traject waarbij communicatie en participatie een hoofdrol spelen. Om dit traject goed in te zetten heeft de gemeente West Maas en Waal de wens uitgesproken om binnen de gemeente onder inwoners te inventariseren in hoeverre duurzame energie en duurzaam wonen leeft, welk belang mensen eraan hechten, welke kennis ze al hebben, welke behoeften er zijn en wat de gedragsintenties van inwoners zijn voor verduurzamen. In de start van het langjarige traject heeft de gemeente gekozen voor een representatief onderzoek waarin genoeg inwoners ondervraagd worden om een beeld te krijgen van wat er leeft in de gehele gemeente. Tevens zijn emailadressen verzameld voor een vervolg. Onderzoeksdoel Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een representatief gemeentebreed inzicht in de mening van inwoners van West Maas en Waal over energiebesparing, duurzaam gedrag, verduurzamen van de woning en het opwekken van duurzame energie in de regio / gemeente.

De volgende onderwerpen kwamen aan de orde: • Welk belang hechten inwoners aan energiebesparing? • Welke keuzes maken inwoners om energie te besparen? • Wat weten inwoners al over duurzaam gedrag en verduurzamen van de eigen woning? • Wat zijn hun behoeften in het verduurzamen van de eigen woning? • Wat vinden inwoners van het idee van gasloos wonen in 2050 en hoe willen zij zich hierop voorbereiden? • Wat vinden inwoners opwekking van duurzame energie in de omgeving?

Uitvoering veldwerk: internetvragenlijst Vanwege Covid-19 was persoonlijk contact alleen onder dringende voorwaarden mogelijk. Daarom heeft de gemeente gekozen voor de internetvragenlijst waarvoor inwoners via brieven zijn uitgenodigd. De tijd van het jaar waarin het onderzoek werd uitgevoerd (november – december) speelde hierbij ook een rol. Ontwerp vragenlijst De internetvragenlijst is in nauw overleg tussen Marintel en de gemeente ontworpen, met daarbij een deskundige adviesrol van Avalon Advies. Daarbij waren er meerdere feedbackrondes en testmomenten waarbij de begrijpelijkheid, eenduidigheid en logische opbouw van de vragenlijst centraal stond. Vanwege de vele vragen zou de invultijd een reden kunnen zijn voor respondenten om af te haken. Daarom is halverwege de vragenlijst de vraag “wilt u doorgaan met vragen over de opwekking van duurzame energie?” gesteld. Respondenten konden ervoor kiezen om deze over te slaan en zo de invultijd beperken.

Het onderzoek geldt als 0-meting. In de loop van 2021 kan de gemeente ervoor kiezen om nader onderzoek te doen naar één of enkele specifieke duurzaamheidsonderwerpen. Voor dat doel is aan respondenten gevraagd om een e-mailadres in te vullen waardoor zij in de toekomst makkelijk benaderd kunnen worden.

5

Verantwoording van het onderzoek Werving respondenten Wij verzonden brieven naar 3.500 adressen om zo een netto respons van minimaal 400 respondenten te behalen. De tekst van de uitnodigingsbrief hebben we in overleg met de gemeente bepaald en afgedrukt op briefpapier van de gemeente, om zo de kans op respons te verhogen. De link naar de internetvragenlijst is ook gedeeld via de Maas & Waler, Facebook, de nieuwsbrief Duurzaamheid van de gemeente en de website van de gemeente. Er is getoetst of er sprake is van een responsbias. Bijvoorbeeld omdat mensen die via een oproep op sociale media reageren een andere mening hebben over duurzaamheid of de opwekking van duurzame energie dan andere respondenten. Deze bias konden we niet vaststellen.

Looptijd onderzoek en respons De uitnodigingsbrieven ontvingen inwoners op 11 november 2020. De internetvragenlijst is van 11 november tot en met 10 december ingevuld. • 731 mensen hebben de eerste vraag beantwoord • 648 mensen hebben alle vragen over duurzaam wonen en aardgasvrij beantwoord • 468 mensen hebben alle vragen over wind en zon beantwoord (deze vragen waren optioneel) • 623 mensen hebben de laatste vragen in het onderzoek beantwoord

De gemiddelde invultijd was 17 minuten. De afname in aantallen respondenten is gebruikelijk bij onderzoek via internet. We hebben geen aanwijzingen dat één bepaalde vraag problemen opleverde in de beantwoording.

Representativiteit van het onderzoek In de gemeente West Maas en Waal wonen ongeveer 19.320 mensen, verdeeld over 8.100 woningen (bron: https://allecijfers.nl/gemeente/west maas en waal/). De steekproeftrekking is uitgevoerd op basis van toeval, Post NL voerde de verzending uit. 731 respondenten beantwoordden de eerste vragen, minimaal 468 respondenten beantwoordden alle vragen. Bij 487 tot 731 respondenten en een populatiegrootte van 8.100, is de betrouwbaarheidsmarge 4,4 tot 3,5. Dat betekent dat als 50% van de 731 respondenten in dit onderzoek zegt inspraak over mogelijkheden tot verduurzaming belangrijk te vinden, het werkelijke percentage ligt tussen 46,5 en 53,5. In de gedragswetenschappen wordt een betrouwbaarheidsmarge kleiner dan 5 de Gouden Standaard genoemd. Omdat ouderen en huurders ondervertegenwoordigd zijn in de beantwoording van de set vragen over opwekking van duurzame energie in West Maas en Waal, dient dit deel van het ondezoek met voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. Nota bene: de steekproef in dit onderzoek is niet groot genoeg geweest voor een representatief beeld per woonkern. Wel hebben we opvallende verschillen tussen de woonkernen, indien significant afwijkend, beschreven.

De verdeling van aantallen respondenten in dit onderzoek over de woonkernen is nagenoeg gelijk aan de percentages inwoners per woonkern in de gemeente West Maas en Waal, met een maximale afwijking van 2%.

De leeftijd van de respondenten lag tussen 17 en 77 jaar, met een paar outlyers (uitschieters) van boven de 85 en een gemiddelde van 43 jaar. De oudste respondent was 92 jaar oud. De leeftijdsopbouw van de steekproef is niet vergeleken met alle inwoners van West Maas en Waal omdat kinderen niet deelgenomen hebben aan het onderzoek. 6

Kenmerken van de respondenten en hun woningen Type woning In West Maas en Waal is 71% van de woningen particulier eigendom, 21% is eigendom van de woningcorporatie. Kijkend naar de grafiek “type woning”, kunnen we concluderen dat bewoners van corporatiewoningen ondervertegenwoordigd zijn in het onderzoek.

Buitengebied of binnen de kernen? We hebben inwoners gevraagd of zij binnen de bebouwde kom of in het buitengebied wonen. Daardoor kunnen we zien of zij verschillend denken over grootschalige opwekking van duurzame energie door middel van zonneparken en windmolens. Als maar een tiental respondenten in het buitengebied zou wonen, zou dat lastig worden, maar gezien de onderstaande verdeling konden we deze variabele meenemen in de analyses.

Bouwjaar en hoe lang men in de woning woont Het bouwjaar van de woning en hoelang mensen er wonen hebben we alleen geïnventariseerd onder woningeigenaren. Het bouwjaar van de koopwoningen is gelijkelijk verdeeld over de verschillende woningen. In West Maas en Waal woont 43% van alle inwoners meer dan 20 jaar in de huidige woning, 7% is minder dan een jaar geleden verhuisd naar de huidige woning.

Verdieping Vanzelfsprekend is er een verband tussen leeftijd en hoelang mensen in de huidige woning wonen. Ook vonden we een verband tussen het bouwjaar van de woning en hoelang mensen er wonen. Woonhuizen zijn relatief ouder dan appartementen: de oudste appartementen werden gebouwd in de jaren 1950-1975, en in appartementen wonen mensen gemiddeld korter dan in woonhuizen. Dergelijke verbanden wijzen erop dat de vragen serieus zijn ingevuld door de respondenten.

* Bron: https://allecijfers.nl/gemeente/west-maas-en-waal/

7

Leeswijzer en gedragswetenschappelijke theorieën gebruikt in dit onderzoek. Meervoudige en enkelvoudige vragen Bij enkelvoudige vragen kan het zijn dat de percentages niet helemaal optellen tot 100%. Soms kunnen antwoorden optellen tot 99% of tot 101%. Dit zijn afrondingsverschillen die in deze rapportage niet zijn gecorrigeerd. Bij vragen waarbij meer antwoorden mogelijk zijn, tellen de antwoorden logischerwijs op tot meer dan 100%.

Not In My Back Yard (NIMBY): De natuurlijke reflex van mensen om wél gebruik te willen maken van algemene voorzieningen, maar er geen hinder van te willen ondervinden. Voor duurzame energie geldt dat mensen wel duurzame energie willen gebruiken, maar de voorzieningen die duurzame energie opwekken liever niet in de buurt van de eigen woning zien.

Vragen op maat Omdat eigenaren van woningen andere mogelijkheden hebben in het verduurzamen van de woning dan huurders, hebben we vragen waarbij dit verschil relevant was op maat gesteld. U vindt per vraag terug of dit het geval was en zo ja, wat de verschillen in de vraagstelling aan huurders en aan woningeigenaren is geweest. Antwoorden in de categorie “anders” zijn gecontroleerd en indien van toepassing toegevoegd aan de al aanwezige antwoorden.

Dunning-Kruger effect: De menselijke neiging tot zelfoverschatting (met name bij gebrek aan inhoudelijke kennis).

Wat was de letterlijke vraag? Voor de leesbaarheid van grafieken is ervoor gekozen om antwoordmogelijkheden af te korten. De letterlijke vraagstelling en eventuele toelichtingen kunt u vinden in bijlage 1. Samenhangen en causaliteit In het rapport is onder de kopjes “verdieping” een groot aantal samenhangen opgenomen, bijvoorbeeld tussen het belang dat mensen hechten aan duurzaam wonen en hoeveel maatregelen voor het verduurzamen van de woning mensen hebben genomen. Causaliteit, dus oorzaak en gevolg, kan niet worden vastgesteld door de statistiek. Er kan dus niet geconcludeerd worden dat als inwoners van West Maas en Waal duurzaamheid belangrijk vinden, zij meer maatregelen nemen. Ook kan niet worden vastgesteld dat wanneer mensen hun huis verduurzaamd hebben, het belang dat zij hechten aan duurzaam wonen toeneemt. Alle in de database aanwezige variabelen zijn getoetst. Indien een samenhang niet opgenomen is in de tekst, mag u ervanuit gaan dat deze niet aanwezig is. Samenvatting per onderwerp, conclusies en advies U vindt een samenvatting aan het einde van ieder hoofdstuk. De conclusies en adviezen uit het onderzoek staan in hoofdstuk 6.

Cognitieve inertie: Weerstand tegen verandering. Deze wordt groter naarmate men het gevoel heeft geen autonome besluiten te kunnen nemen. Sociale wenselijkheid: De neiging van mensen om bij het beantwoorden van vragen antwoorden te geven die de werkelijkheid 'mooier' voorstellen dan zij is. Self-serving bias: Deze vorm van bevooroordeling houdt in dat mensen succes aan hun eigen capaciteiten of talenten toeschrijven (interne attributie), terwijl ze hun falen meer toeschrijven aan de omstandigheden of fouten van anderen (externe attributie). Cognitieve dissonantie: Het gevoel van onplezierigheid dat optreedt bij een tegenstrijdigheid tussen een de eigen opvatting en het gedrag. Volgens de belangrijke theorie van de Amerikaanse psycholoog Festinger leidt deze onvrede ertoe dat men één of meer opvattingen onbewust herziet om ze in overeenstemming te brengen, consonant te maken, met het eigen gedrag, dat dan vervolgens kan blijven bestaan. Bijvoorbeeld: wanneer iemand iemand iedere dag lang onder de douche staat, zoekt deze persoon naar verklaringen voor dit gedrag door te stellen dat de energie die bespaard wordt bij kort douchen niet opweegt tegen vervuiling door de industrie. Bovenstaande theorieën zijn gebruikt bij het opstellen van de vragen en het interpreteren van de antwoorden van de respondenten.

Marintel onderzoek en advies

8

Hoofdstuk 2 Duurzaam wonen Marintel onderzoek en advies

9

Hoe belangrijk vindt u duurzaam wonen?

De vraag naar hoe belangrijk de respondenten duurzaam wonen vinden is gesteld door middel van een schuifknopvraag (11-puntsschaal van 0 tot en met 10). Minder dan een tiende van de inwoners van West Maas en Waal vindt duurzaam wonen niet of nauwelijks belangrijk (score 0-4, 9%), 23% vindt duurzaam wonen enigszins belangrijk (score 5-6), 41% vindt duurzaam wonen belangrijk (score 7-8) en 28% vindt duurzaam wonen heel belangrijk (score 9-10). Gemiddeld scoort het belang van duurzaamheid een 7,2 op een schaal van 11, de meest gekozen score is een 8 (21%). Verdieping • Bouwjaar: Er is een verband tussen het bouwjaar van de woning en het belang dat mensen hechten aan duurzaam wonen: hoe jonger de woning, hoe belangrijker mensen duurzaam wonen vinden. • Woningeigenaren versus huurders: Huurders vinden duurzaam wonen belangrijker dan woningeigenaren (gemiddeld 7,7 huurders versus 7,2 voor woningeigenaren; veel meer huurders geven de maximale score van 10). • Locatie woning: Er is geen verschil tussen de woonkernen en ook niet tussen respondenten die binnen de bebouwde kom wonen en respondenten in het buitengebied. Marintel onderzoek en advies

10

Heeft u thuis duurzame maatregelen genomen? (eigenaren / huurders) Antwoorden die genoemd zijn in de categorie “anders” lopen uiteen van domotica, groen om het huis om de warmte tegen te houden in de zomer, de kamerthermostaat lager zetten, infraroodpanelen (allemaal genoemd door woningeigenaren). Huurders noemen zonnepanelen (7 maal genoemd) en isolatie (5 maal genoemd), alle andere antwoorden in deze categorie zijn door huurders eenmaal genoemd. In bijlage twee vindt u alle open antwoorden van de respondenten op alle vragen.

Verdieping Belang duurzaam wonen: Naarmate woningeigenaren duurzaam wonen belangrijker vinden (zie pagina 10), hebben zij meer maatregelen genomen. De leeftijd van de respondenten, het bouwjaar van de woning en hoelang mensen in de woning wonen, hebben geen invloed op het aantal duurzame maatregelen dat mensen genomen hebben. Ook zien we geen verschil in het aantal duurzame maatregelen tussen woningen binnen de bebouwde kom en in het buitengebied en ook niet tussen de verschillende woonkernen.

Deze vragen zijn op maat gesteld aan 626 woningeigenaren en 105 huurders van woningen, omdat zij andere mogelijkheden hebben voor het verduurzamen van de woning. De woningeigenaren hebben gemiddeld 3,1 antwoorden aangekruist, huurders kruisten 3,2 antwoorden aan.

Marintel onderzoek en advies

11

Hieronder staan mogelijke voordelen van duurzaam wonen. Kies de voor u belangrijkste voordelen en zet ze op volgorde.

Dat duurzaam wonen goed is voor het milieu wordt het belangrijkst gevonden, gevolgd door dat het geld bespaart, comfortabeler is en de woning meer waard maakt. Dat duurzaam wonen onafhankelijker maakt, wordt door ongeveer de helft van de inwoners gekozen als voordeel, voor 4% van de inwoners is dit het belangrijkste voordeel. Verdieping • Leeftijd: Naarmate mensen ouder zijn, vinden zij minder voordelen van duurzaam wonen belangrijk. Jongere mensen vinden alle voordelen belangrijker dan ouderen. • Huurder versus eigenaar: Meer huurders dan woningeigenaren zetten “goed voor het milieu” op de belangrijkste plek, meer woningeigenaren dan huurders zetten “maakt onafhankelijker” op de eerste plek. Huurders vinden minder vaak dan eigenaren “maakt het huis meer waard” een belangrijk voordeel. • Aantal genomen maatregelen: Huurders die relatief veel maatregelen genomen hebben in het verduurzamen van de woning (zie pagina 11), vinden “comfort” en het besparen van geld belangrijk. • Hoelang iemand in de woning woont: Naarmate mensen langer in de huidige woning wonen, vinden zij comfort, de waarde van de woning en onafhankelijker zijn een minder belangrijk voordeel. • Belang duurzaam wonen: Naarmate mensen meer belang hechten aan duurzaam wonen (zie pagina 10), vinden zij geld besparen een belangrijker voordeel.

Tegen de verwachting in, is deze samenhang niet aangetroffen met het voordeel “goed voor het milieu”. Marintel onderzoek en advies

12

Welke van de volgende uitspraken passen bij u?

24% van de inwoners van West Maas en Waal zegt al heel duurzaam te wonen en 23% zegt zich voor te bereiden op duurzamer wonen. Iets minder dan een derde van de inwoners wil wel duurzamer wonen maar kan ode investering niet betalen (18% van alle inwoners), weet niet hoe dit aan te pakken (7%) of heeft hiervoor geen tijd (6%). 6% van de inwoners gelooft niet dat duurzaam wonen energiekosten bespaart en voor 17% is duurzaam wonen op dit moment geen belangrijk onderwerp.

• Leeftijd: Inwoners die tijd noemen als reden om (nog) niet te verduurzamen zijn jonger dan gemiddeld (29 jaar ten opzichte van gemiddeld 43 jaar oud). • Bouwjaar: Meer inwoners die in een woning wonen die na 1990 gebouwd is, geven aan nu al heel duurzaam te wonen dan inwoners die in een oudere woning wonen. Naarmate de woning ouder is, is een groter deel van de inwoners van West Maas en Waal bezig met het voorbereiden van duurzamer wonen en geven meer inwoners aan dat de investering een reden is om nog niet duurzamer te wonen. • Hoelang woont u in uw woning: Hoelang mensen in een woning wonen speelt geen rol bij duurzaamheidsstadia. • Belang duurzaamheid: Inwoners die al heel duurzaam wonen, bezig zijn met het (voorbereiden van) duurzaam wonen, duurzamer willen wonen maar de investering niet kunnen betalen of niet weten hoe, vinden duurzaam wonen belangrijker dan inwoners die geen tijd hebben, niet geloven dat duurzaam wonen bespaart op de energierekening of die duurzaam wonen niet belangrijk vinden. • Aantal duurzaamheidsmaatregelen: De groene en lichtgroene stadia in het diagram hebben meer duurzaamheidsmaatregelen genomen dan de met oranje en rood aangeduide stadia. Dit geldt alleen voor woningeigenaren, er zijn niet voldoende huurders ondervraagd om bij hen een verband aan te tonen.

Verdieping • Huurders versus woningeigenaren: Meer huurders (38%) dan huiseigenaren (21%) zeggen al heel duurzaam te wonen. • Verschil tussen woonkernen: In Altforst en Maasbommel wonen significant minder inwoners naar eigen zeggen al heel duurzaam vergeleken met de andere woonkernen (15% ten opzichte van 23% tot 28%). In Alphen is de drempel om duurzamer te gaan wonen maar niet te weten hoe, relatief hoog (17%) en in Wamel is de investering een vaker genoemde reden om nog niet te verduurzamen (35%), terwijl de investering in Altforst juist veel minder vaak genoemd wordt (5%).

Marintel onderzoek en advies

13

Heeft u weleens informatie over energie besparen aangevraagd? Het aanvragen van informatie over energie besparen zegt iets over in hoeverre mensen niet alleen zeggen dat ze willen verduurzamen (dit zou immers een sociaal wenselijk antwoord kunnen zijn), maar maakt ook duidelijk hoe concreet deze plannen zijn. Uit bijgaande diagram valt op te maken dat vier op de tien inwoners zich min of meer verdiept hebben in de mogelijkheden. De antwoordmogelijkheid “woningcorporatie / verhuurder” is alleen voorgelegd aan huurders, 25% van de huurders zegt informatie over energie besparen aangevraagd te hebben bij hun verhuurder. De antwoorden "internet", bedrijven“ en “Vereniging Eigen Huis (VEH) zijn toegevoegd in de grafiek omdat deze antwoorden vaak genoemd zijn in de categorie “anders”. Andere antwoorden uit de categorie “anders” zijn onder andere de energieleverancier (acht maal genoemd), adviesbureaus (vier maal genoemd), men is zelf specialist of adviseur (viermaal genoemd), monumentenorganisaties (drie maal genoemd) en bij collega’s of vrienden (drie maal genoemd). Verdieping • Huurders versus woningeigenaren: De categorie “woningcorporatie / verhuurder” is alleen voorgelegd aan huurders en dus niet door woningeigenaren genoemd.

Huiseigenaren hebben vaker dan huurders advies gevraagd bij het energieloket (17% versus 9%), internet (7% versus 2%) en bedrijven die zonnepanelen of isolatie leveren (7% versus 0%). Ook Vereniging Eigen Huis is alleen door woningeigenaren genoemd (2% versus 0%). • Duurzaamheidsstadia: Meer inwoners die duurzaamheid op dit moment geen belangrijk onderwerp vinden of niet geloven dat duurzaam wonen bespaart op de energierekening óf geen tijd hebben voor het verduurzamen van de woning, hebben (nog) geen informatie aangevraagd over energie besparen. Ook hebben zij minder duurzame maatregelen getroffen. Met name inwoners die zeggen zich voor te bereiden op het verduurzamen van de woning, geven aan dat zij informatie hebben aangevraagd. Ook veel inwoners die de investering als obstakel ervoeren, vroegen al informatie aan. Marintel onderzoek en advies

14

Samenvatting duurzaam wonen Belang duurzaam wonen Vier op de tien inwoners vindt duurzaam wonen belangrijk en meer dan een kwart vindt duurzaam wonen heel belangrijk. Een kwart van de inwoners van de gemeente West Maas en Waal vindt duurzaam wonen enigszins belangrijk en slechts één op de tien inwoners vindt duurzaam wonen niet belangrijk.

Informatie aanvragen Het aanvragen van informatie over energie besparen zegt iets over in hoeverre mensen niet alleen zeggen dat ze willen verduurzamen (dit zou immers een sociaal wenselijk antwoord kunnen zijn), maar maakt ook duidelijk hoe concreet deze plannen zijn. Vier op de tien inwoners heeft informatie aangevraagd over verduurzamen.

Duurzame maatregelen Drie op de tien eigenaren van woningen hebben kleine maatregelen voor duurzamer wonen genomen, zoals radiatorfolie en tochtstrips. Eén op de vijf eigenaren van woningen heeft de woning geïsoleerd en een tiende van de eigenaren heeft zonnepanelen of een energiezuinige CV-ketel. Gemiddeld hebben eigenaren van woningen drie duurzame maatregelen genomen. De maatregelen die huurders het meest genomen hebben, zijn aanschaf van ledlampen of A++ apparatuur (één op de vijf). Een zesde van de huurders heeft naden en kieren gedicht of gebruikt een waterbesparende douchekop. Ook huurders namen gemiddeld drie duurzame maatregelen. Voordelen van duurzaam wonen Dat duurzaam wonen goed voor het milieu is, wordt als belangrijkste voordeel genoemd, gevolgd door dat het geld bespaart, comfortabeler is en het huis meer waard maakt. Dat duurzaam wonen zorgt voor meer onafhankelijkheid wordt het minst belangrijk gevonden; de helft van de inwoners van West Maas en Waal vindt dit geen belangrijk voordeel. Duurzaamheidsstadia Een kwart van de inwoners van West Maas en Waal zegt al heel duurzaam te wonen en nog eens een kleine kwart zegt al bezig te zijn om duurzamer te wonen. Iets minder dan een derde van de inwoners wil wel duurzamer wonen maar kan de investering niet betalen, weet niet hoe of heeft geen tijd.

Voor iets meer dan een zesde van de inwoners van West Maas en Waal is duurzaamheid op dit moment geen belangrijk onderwerp. Marintel onderzoek en advies

15

Hoofdstuk 3 Aardgasvrij wonen Inleiding in de vragenlijst: In het klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 geen aardgas meer gebruikt voor het verwarmen van gebouwen. Alle woningen in West Maas en Waal van het aardgas af halen is een grote klus. Gelukkig hoeft het niet van vandaag op morgen te gebeuren. De gemeente stelt een plan op om in 2050 aardgasvrij te zijn. Voor het maken van dit plan zijn we ook benieuwd naar uw mening.

Marintel onderzoek en advies

16

Wist u dat we in Nederland in 2050 willen stoppen met het gebruik van aardgas? Als u het doel "aardgasvrij in 2050" leest, wat denkt u dan?

Verdieping • Zonnepanelen: Een groter deel van de woningeigenaren die zonnepanelen hebben laten aanleggen, weet dat Nederland in 2050 wil stoppen met het gebruik van aardgas dan woningeigenaren die geen zonnepanelen hebben (90% versus 96%). • Energieloket als informatiebron: Een groter deel van de inwoners van West Maas en Waal die in de afgelopen tijd informatie aangevraagd hebben bij het Energieloket, weet dat Nederland in 2050 wil stoppen met het gebruik van aardgas, vergeleken met mensen die geen contact hebben opgenomen met het Energieloket (97% versus 91%). • Leeftijd: Relatief meer jongeren dan ouderen zijn op de hoogte dat we in Nederland in 2050 willen stoppen met het gebruik van aardgas. • Er zijn geen verbanden met de overige demografische factoren of antwoorden op de vragen in hoofdstuk 2.

Op de vraag “wat denkt u dan” hebben 624 inwoners gereageerd. De volgende antwoorden zijn het vaakst spontaan genoemd: • Het is een erg ingewikkeld / ambitieus doel, er moet nog veel gebeuren (107 maal genoemd) • Dit is niet haalbaar (87 maal genoemd) • De kosten hiervoor zijn (te) hoog / dit doel is te kostbaar (73 maal genoemd) • Ik vind dit een mooi / goed / belangrijk doel (62 maal genoemd) • Ik vind het een belachelijk / dom / onzinnig plan (62 maal genoemd) • Dit is iets voor na mijn tijd / ik ga dit niet meer meemaken (56 maal genoemd) • Het is niet te begrijpen omdat het gebruik van aardgas in buurlanden / Duitsland juist gestimuleerd wordt / dit moet je Europees afspreken / Nederland wil het beste jongetje van de klas zijn (36 maal genoemd) • Ik vind het allemaal wel prima (30 maal genoemd) • Aardgas is betrouwbaar/ efficiënt / schoon genoeg (27 maal genoemd)

Marintel onderzoek en advies

17

Wat vindt u belangrijk bij het zoeken naar een aardgasvrije oplossing voor uw woning?

* “Betaalbare investering” is niet voorgelegd aan huurders, enkel aan eigenaren van woningen. Verdieping • Leeftijd, hoe lang men in de woning woont en bouwjaar van de woning: Deze aspecten hangen niet samen met hoe belangrijk mensen bovenstaande aspecten vinden bij het zoeken naar een aardgasvrije oplossing voor de woning. • Huurders versus woningeigenaren: Eigenaren van woningen vinden op “gewoon beginnen met isoleren” na, alle bovenstaande aspecten belangrijker dan huurders. • Woonkernen: Er zijn geen verschillen tussen de woonkernen, ook niet tussen woningen binnen en buiten de bebouwde kom. • Onderlinge samenhang: Alle bovenstaande aspecten hangen samen. Bijvoorbeeld: naarmate inwoners inspraak belangrijker vinden, vinden zij ook advies op maat en op tijd geïnformeerd worden belangrijk. Op deze samenhang is één uitzondering: het belang van de betaalbaarheid van de investering hangt niet samen met het belang van de overlast van de verbouwing. • Belang van duurzaamheid: Naarmate mensen duurzaamheid belangrijker vinden, vinden zij inspraak, advies op maat, op tijd geïnformeerd worden en gewoon maar beginnen met isoleren ook belangrijker. Weinig overlast bij de verbouwing vinden deze mensen dan juist minder belangrijk.

Verdieping in duurzaamheidsstadia • “weinig overlast door de verbouwing” wordt belangrijker dan gemiddeld gevonden door inwoners die duurzaamheid geen belangrijk onderwerp vinden. Inwoners die zich aan het voorbereiden zijn op verduurzamen van de woning vinden dit juist minder belangrijk. • “Advies op maat” wordt belangrijker dan gemiddeld gevonden door inwoners die duurzamer willen wonen, maar geen tijd hebben en inwoners die duurzamer willen wonen, maar de investering niet willen betalen. Inwoners die niet geloven dat duurzamer wonen kosten van de energierekening bespaart of die duurzamer wonen geen belangrijk onderwerp vinden, vinden advies op maat juist minder belangrijk. • “Gewoon maar beginnen met isoleren” wordt met name belangrijk gevonden door inwoners die zich aan het voorbereiden zijn op duurzamer wonen. Inwoners die niet geloven dat duurzamer wonen kosten van de energierekening bespaart en die duurzamer wonen geen belangrijk onderwerp vinden, vinden dit aspect juist minder belangrijk bij het zoeken naar een aardgasvrije oplossing voor de woning. Opmerkingen Een aantal (n=38) respondenten heeft een opmerking gemaakt bij deze vraag. Een greep uit de opmerkingen: • “Ik vind niet dat de gemeente zich mag bemoeien met mijn woning.” • “Ik woon al gasloos.” • “Ik zal me verzetten tegen het invoeren van dit plan.” • “Onze wijk is gasvrij gebouwd.

Zoals eerder aangegeven bijzonder dat de gemeente een gasleiding heeft laten aanleggen 4 jaar geleden in de wijk!” • “Laat de bewoners mee participeren in de plannen. Het plan van de boeren voor wind en zonnepark is een schitterend plan. Koester dit !!!!!”

Marintel onderzoek en advies

18

Waar ziet u tegenop of maakt u zich zorgen over als het gaat om aardgasvrij maken van uw woning? Verdieping in duurzaamheidsstadia

In de diagram hierboven is “niet” groen en “wel” rood gemaakt, omdat het gaat over in hoeverre potentieel negatieve factoren een rol spelen. De antwoordopties “investering en kosten” en “het uitzoekwerk” zijn niet voorgelegd aan de huurders, enkel aan woningeigenaren. Verdieping • Leeftijd, hoelang mensen in de woning wonen en bouwjaar van de woning: Leeftijd en bouwjaar van de woning hangen niet samen met hoeveel zorgen mensen zich maken over de in de grafiek genoemde aspecten. Naarmate mensen langer in de woning wonen, zien ze meer op tegen het gedoe van de verbouwing, de investering en het uitzoekwerk. • Huurders versus woningeigenaren: Meer huurders dan woningeigenaren vinden het niet meer koken op gas zorgelijk. Of de oplossing duurzaam is, is juist iets waar woningeigenaren zich meer zorgen om maken dan huurders. • Woonkernen: Er zijn geen verschillen tussen de woonkernen, ook niet tussen woningen binnen en buiten de bebouwde kom. • Aantallen al genomen maatregelen: Naarmate eigenaren van woningen al meer duurzaamheidsmaatregelen genomen hebben (zie pagina 11), maken zij zich minder zorgen over de in de grafiek genoemde aspecten aan het aardgasvrij maken van de woning (met uitzondering van het aspect “of de oplossing wel duurzaam is). Deze samenhang is niet aanwezig bij huurders.

• Belang duurzaamheid: Naarmate mensen duurzaam wonen belangrijker vinden, maken zij zich minder zorgen over de in de grafiek genoemde aspecten. Deze samenhang is niet aanwezig bij het aspect “of de oplossing duurzaam is”.

• “niet meer koken op gas” is een grotere zorg voor inwoners die niet geloven dat duurzaam wonen kosten bespaart op de energierekening en inwoners voor wie duurzaamheid geen belangrijk onderwerp is. Inwoners die zich voorbereiden op duurzaam wonen en inwoners die wel duurzamer willen wonen, maar niet weten hoe maken zich daar juist minder zorgen over. • “het uitzoekwerk” wordt tegenop gezien door inwoners die wel duurzamer willen wonen maar daar geen tijd voor hebben. Inwoners die zich al aan het voorbereiden zijn op verduurzamen en inwoners die al heel duurzaam wonen, maken zich hier juist minder zorgen over. • “Het gedoe van de verbouwing” is iets waar met name inwoners voor wie duurzaam wonen geen belangrijk onderwerp is zich zorgen over maken. Inwoners die zeggen al heel duurzaam te wonen en inwoners die verduurzamen aan het voorbereiden zijn, maken zich hier het minst zorgen over. • “Geen keuze in de oplossing” is iets waar inwoners die al heel duurzaam wonen en inwoners die verduurzamen aan het voorbereiden zijn zich het minst zorgen over maken. Inwoners die niet geloven dat duurzaam wonen kosten bespaart op de energierekening en inwoners voor wie duurzaamheid geen belangrijk onderwerp is maken zich hier meer dan gemiddeld zorgen over.

• “Of de oplossing duurzaam is” is iets waar inwoners die wel willen verduurzamen, maar hiervoor geen tijd hebben zich meer dan gemiddeld zorgen over maken. Inwoners die niet geloven dat duurzaam wonen kosten bespaart, maken zich hierover ook meer dan gemiddeld zorgen. • “Eventueel hogere energiekosten” is iets waar inwoners die al heel duurzaam wonen en inwoners die verduurzamen aan het voorbereiden zijn zich het minst zorgen over maken. Inwoners die niet geloven dat duurzaam wonen kosten bespaart op de energierekening en inwoners voor wie duurzaam wonen geen belangrijk onderwerp is, maken zich hier meer dan gemiddeld zorgen over. • “Investering en kosten” is een zorg voor met name inwoners die niet geloven dat duurzaam wonen kosten bespaart en inwoners die wel duurzaam willen wonen maar de investering niet kunnen betalen. Deze zorg is het kleinst onder inwoners die al heel duurzaam wonen.

Marintel onderzoek en advies

19

Hoe wilt u betrokken worden bij het maken van plannen naar aardgasvrij wonen? Verdieping • Leeftijd, woonkern en bouwjaar van de woning: Leeftijd en het bouwjaar van de woning hangen niet samen met hoe mensen betrokken willen worden bij het maken van plannen naar aardgasvrij wonen. Ook zijn er geen verschillen tussen de inwoners van de diverse woonkernen en tussen de bewoners van het buitengebied en binnen de bebouwde kom. • Huurders en woningeigenaren: Huurders (21%) geven meer dan woningeigenaren (13%) de voorkeur aan dat de gemeente het aardgasvrij wonen voor hen regelt en hen informeert. Woningeigenaren geven meer dan huurders de voorkeur aan geïnformeerd worden vanaf het allereerste begin (45% versus 37%). • Inwoners die al eerder bij de gemeente informatie gevraagd hebben over duurzaam wonen (zie pagina 14) willen meer dan gemiddeld geïnformeerd worden vanaf het allereerste begin (48%). Immers, gemiddeld over de gehele gemeente wil 43% betrokken worden vanaf het allereerste begin. Duurzaamheidsstadia In onderstaande tabel is per duurzaamheidsstadium weergegeven hoe men betrokken wil worden bij het maken van plannen naar aardgasvrij wonen. U leest de tabel als volgt: 43% van alle inwoners wil geïnformeerd worden vanaf het allereerste begin (onderaan de tweede kolom vindt u dit percentage).

Van de groep inwoners die al heel duurzaam woont is dit 37% en onder de groep die duurzamer wil wonen maar niet weet hoe, is deze behoefte het kleinste: 27% geeft hieraan de voorkeur en binnen de groep die al bezig is met het voorbereiden op duurzaam wonen en die duurzamer willen wonen, maar de investering niet kunnen betalen, is deze behoefte het grootst (respectievelijk 50% en 51%).

woon al heel duurzaam wil duurzamer wonen, weet niet hoe wil duurzamer wonen, kan investering niet betalen wil duurzamer wonen, geen tijd geloof niet dat duurzaam wonen bespaart energierekening duurzaam wonen geen belangrijk onderwerp ben al bezig met (voorbereiden) duurzamer wonen Totaal

geïnformeerd vanaf het pas betrokken dat de allereerste begin, alleen worden als er al gemeente dit ook als mijn buurt meedenken een concreet voor mij regelt voorlopig niet over een plan plan is voor en mij hierover aardgasvrij wordt voor mijn dorp mijn dorp informeert 37% 14% 11% 14% 27% 10% 23% 21% 50% 11% 11% 17%

anders

weet niet 10% 14% 4% 15% 2% 10%

45% 33%

12% 12%

12% 21%

27% 14%

2%

3% 17%

45% 51%

7% 13%

7% 15%

15% 10%

9% 5%

17% 6%

43%

11%

13%

15%

6%

12%

Marintel onderzoek en advies

Anders De meeste opmerkingen die inwoners maakten in de categorie “anders” gaan over niet aardgasvrij willen wonen en/of dat inwoners vinden dat ze zelf mogen beslissen hoe ze wonen. In bijlage 2 vindt u een overzicht van de letterlijk gegeven antwoorden van alle respondenten. 20

Samenvatting aardgasvrij wonen Bekendheid en mening over het doel “aardgasvrij wonen in 2050” Meer dan negen op de tien inwoners van West Maas en Waal is bekend met het doel om in 2050 aardgasvrij te zijn. De meest voorkomende mening over dit doel is dat het ambitieus is en dat er nog veel te doen is om dit doel te behalen. Een grote groep inwoners, ongeveer een zesde, vindt het zelfs niet haalbaar, mede door de kosten / investeringen. Ongeveer één op de tien inwoners vindt het een goed en belangrijk doel dat Nederland in 2050 aardgasvrij wil zijn, ongeveer evenveel inwoners vindt het een “onzinnig”/ “belachelijk” doel.

Wensen voor burgerparticipatie in het traject naar aardgasvrij wonen Vier op de tien inwoners, en met name woningeigenaren, willen vanaf het allereerste begin geïnformeerd worden over aardgasvrij wonen, ook wanneer de buurt voorlopig nog niet aardgasvrij wordt. Een zesde van de inwoners, waaronder veel huurders, wil dat de gemeente de overgang op aardgasvrij wonen voor hen regelt en hen informeert. Een iets kleinere groep wil pas betrokken worden als er al een concreet plan is voor zijn of haar buurt of dorp en een tiende wil alleen meedenken over een plan voor het eigen dorp.

Belangrijke aspecten aan aardgasvrij wonen Veel eigenaren van woningen vinden het heel belangrijk (45%) of belangrijk (27%) dat de investering betaalbaar is. Toch nog bijna een vijfde van de eigenaren van woningen vindt betaalbaarheid juist helemaal niet van belang. Driekwart van de inwoners van West Maas en Waal vindt het (heel) belangrijk dat ze op tijd geïnformeerd worden, advies op maat krijgen en inspraak hebben in de overschakeling naar aardgasvrij wonen. Ongeveer zeven op de tien inwoners vindt dalende energiekosten belangrijk. Iets meer dan den helft van de inwoners vindt het (heel) belangrijk dat zij weinig overlast hebben van de verbouwing. Zorgen over aardgasvrij wonen De zorgen van de meeste woningeigenaren gaan over de investering en de kosten van omschakeling naar aardasvrij wonen: een derde maakt zich hierover zorgen. Ongeveer de helft van alle inwoners van West Maas en Waal maakt zich zorgen over eventuele hogere energiekosten, of de oplossing wel duurzaam is en dat men geen keuze zou hebben in de oplossing. Ook over het gedoe van de verbouwing en het uitzoekwerk (alleen van toepassing op eigenaren van woningen) zijn zorgen bij vier op de tien inwoners. Ongeveer een derde tot een kwart maakt zich enigszins zorgen over de genoemde aspecten van aardgasvrij wonen een tiende tot een kwart maakt zich geen zorgen.

Het niet meer koken op gas is een zorg van ongeveer een tiende van de inwoners, meer dan driekwart maakt zich hierover geen zorgen. Marintel onderzoek en advies

21

Hoofstuk 4. Duurzame energie in gemeente West Maas en Waal Inleiding in de vragenlijst: In de regio werken we samen aan een plan om duurzame energie op te wekken met zon en wind. In de komende 10 jaar moeten we namelijk veel meer energie opwekken dan we nu doen. Ook in West Maas en Waal denken we na over het opwekken van energie met zonneparken en windmolens. Waar en hoe we dat gaan aanpakken, onderzoeken we samen met de inwoners. De vragen over opwekking van duurzame energie zijn beantwoord door 487 inwoners. 160 inwoners kozen ervoor de vragen over dit onderwerp over te slaan en door te gaan naar de afsluitende vragen (zie hoofdstuk 5). Relatief meer kopers dan huurders kozen ervoor om de vragen in dit hoofdstuk te beantwoorden. Ook werden deze vragen door relatief meer jongere dan oudere inwoners beantwoord. De reden waarom deze inwoners de vragen over het opwekken van energie niet beantwoord hebben, is niet bekend. Wellicht hebben zij minder affiniteit bij het onderwerp. Waar mensen wonen, hoe duurzaam men reeds woont en het belang dat men hecht aan duurzaam wonen, heeft geen invloed gehad op de keuze om de vragen over het opwekken van energie met zonneparken en windmolens te beantwoorden. De antwoorden op deze vragen dienen met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden omdat ouderen en huurders ondervertegenwoordigd zijn geweest. Marintel onderzoek en advies

22

Hoe belangrijk vindt u het opwekken van duurzame energie met zonneparken en windmolens in onze gemeente? De vraag naar hoe belangrijk de inwoners het opwekken van energie met zonneparken en windmolens in de gemeente West Maas en Waal vinden, is gesteld door middel van een schuifknopvraag (11-puntsschaal van 0 tot en met 10). Een kwart van de inwoners van West Maas en Waal vindt opwekken van duurzame energie met zonneparken en windmolens in de gemeente, niet of nauwelijks belangrijk (score 0-4, 25%), 22% vindt opwekken van duurzame energie enigszins belangrijk (score 5-6), 25% vindt opwekken van duurzame energie belangrijk (score 7-8) en 16% vindt duurzaam wonen heel belangrijk (score 9-10). Gemiddeld scoort het belang van de opwekking van duurzame energie een 6,1 op een schaal van 11, de meest gekozen score zijn 8 en 10 (beide 14%), daarnaast is ook het cijfer 5 veel gegeven (13%) en geeft 8% een 1.

Verdieping • Leeftijd en bouwjaar van de woning hangen niet samen met hoe belangrijk mensen het opwekken van duurzame energie vinden. • Huurders en woningeigenaren denken niet anders over het belang van het opwekken van duurzame energie met zonneparken en windmolens. • Woonkernen en binnen of buiten de bebouwde kom: In Maasbommel en Appeltern vinden inwoners het opwekken van duurzame energie met zonneparken en windmolens minder dan gemiddeld van belang. Er is geen verschil in het belang dat mensen geven aan het opwekken van duurzame energie tussen inwoners die binnen of buiten de bebouwde kom wonen.

Marintel onderzoek en advies

23

Wat zijn volgens u de belangrijkste voordelen van windenergie? Wat zijn volgens u de belangrijkste nadelen van windenergie? voordelen

Verdieping voordelen • Woonkernen: Er zijn geen verschillen in ervaren voordelen van windenergie tussen de woonkernen. • Binnen of buiten de bebouwde kom: Een groter deel van de bewoners van het buitengebied is tegen windmolens dan bewoners van de woonkernen (respectievelijk 40% versus 30%). • Belang duurzaam wonen en opwekken duurzame energie: Naarmate inwoners duurzaam wonen en het opwekken van duurzame energie in de gemeente West Maas en Waal belangrijker vinden, zien zij meer voordelen van windenergie en zijn zij minder tegen windenergie. • Duurzaamheidsstadia: Inwoners die niet geloven dat duurzaam wonen kosten bespaart en inwoners voor wie duurzaamheid geen belangrijk onderwerp is (z • ie pagina 13), zijn meer dan gemiddeld tegen windmolens in West Maas en Waal en zien geen voordelen van windmolens.

nadelen

Anders De vaakst genoemde nadelen in de categorie “anders” zijn: • Windmolens zijn niet rendabel, leveren niet voldoende energie op, kosten meer geld om te produceren en te plaatsen dan dat ze geld opleveren, zijn afhankelijk van subsidiestromen (21 maal genoemd) • Windmolens zijn niet duurzaam vanwege de milieudruk om ze te produceren en omdat ze niet recyclebaar zijn (11 maal genoemd) • Windmolens zijn een bedreiging voor vogels (9 maal genoemd). Een volledig overzicht van alle open antwoorden is opgenomen in bijlage 2.

Verdieping nadelen • Huurders of woningeigenaren: Minder huurders dan eigenaren van woningen vinden horizonvervuiling, het geluid dat windmolens maken en de slagschaduw een nadeel van windenergie. • Woonkernen: In Maasbommel vinden meer inwoners dan gemiddeld het geluid dat windmolens maken een nadeel (80%). • Binnen of buiten de bebouwde kom: Er zijn geen verschillen tussen bewoners van het buitengebied en bewoners van de woonkernen in wat mensen de belangrijkste nadelen van windenergie vinden. • Belang duurzaam wonen en opwekken duurzame energie: Naarmate inwoners duurzaam wonen en het opwekken van duurzame energie belangrijker vinden, zien zij minder nadelen van windenergie. • Duurzaamheidsstadia: Inwoners die niet geloven dat duurzaam wonen kosten bespaart en inwoners voor wie duurzaamheid geen belangrijk onderwerp is, zien meer nadelen van windmolens.

Marintel onderzoek en advies

24

Wegen de voordelen van windenergie zwaarder dan de nadelen?

Verdieping • Leeftijd, huurder of woningeigenaar, locatie van de woning (woonkern, binnen of buiten de bebouwde kom), bouwjaar en duurzaamheidsprofiel: Deze factoren hangen niet samen met of mensen voordelen van windenergie zwaarder vinden wegen dan de nadelen. • Belang duurzaam wonen, belang opwekken duurzame energie: Naarmate inwoners duurzaam wonen (zie pagina 10) en duurzaam opwekken van energie middels wind en zon (zie pagina 23) belangrijker vinden, geven zij in grotere meerderheid aan dat zij de voordelen van windenergie zwaarder vinden wegen dan de nadelen en dat er balans is tussen de voor- en nadelen.

Nadere duiding van de groepen “balans”, “aan experts over” en “weet niet” De samenhangen die we op deze pagina beschrijven wijzen erop dat de groep inwoners die vindt dat er balans is tussen voor- en nadelen, meer lijkt op de groep inwoners die vindt dat de voordelen zwaarder wegen, dan op de groep inwoners die vindt dat juist de nadelen zwaarder wegen. De groepen die aangeven dat zij het afwegen van voor- en nadelen aan experts overlaten en “weet niet” geantwoord hebben, laten geen verschillen zien in de beantwoording van de op pagina 24 gestelde vragen. Met uitzondering van zorgen om de slagschaduw van windmolens; dit zien inwoners die de afweging aan experts overlaten meer dan gemiddeld als een nadeel.

Welk voordeel en welk nadeel speelt een rol in de overwegingen? Door het uitvoeren van een statistische toetsing hebben we onderzocht welke vooren nadelen zwaar wegen in bovenstaande afwegingen. Daaruit blijkt dat alle op pagina 24 genoemde voordelen en nadelen een rol spelen in de afwegingen: inwoners die vinden dat de voordelen zwaarder wegen dan de nadelen en inwoners die vinden dat er balans is, hebben meer voordelen en minder nadelen aangevinkt. Inwoners die vinden dat de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen hebben juist meer nadelen en minder voordelen aangevinkt. Twee uitzonderingen: het nadeel “de hoeveelheid wind is niet constant” en de categorieën “anders” zijn niet vaker of minder vaak aangevinkt door inwoners die juist voordelen of juist nadelen zwaarder vinden wegen.

Marintel onderzoek en advies

25

Wat zijn volgens u de belangrijkste voordelen van zonneparken? Wat zijn volgens u de belangrijkste nadelen van zonneparken? voordelen

nadelen

Anders De vaakst genoemde voordelen in de categorie “anders” zijn: • Goed toe te passen op daken (9 maal genoemd) • Geen horizonvervuiling (4 maal genoemd) De vaakst genoemde nadelen in de categorie “anders” zijn: • Zonneparken op grond zou pas moeten gebeuren nadat alle daken vol liggen, niet alleen van woningen maar (vooral) van bedrijven zoals industrie, openbare gebouwen en agrarische bedrijven (20 maal genoemd) • Grond (natuur, landbouw, groen) is te kostbaar om te gebruiken voor zonneparken (18 maal genoemd) • De productie en het afval na afschrijving van zonnepanelen is niet milieuvriendelijk, de levensduur is te gering (9 maal genoemd)

Een volledig overzicht van alle open antwoorden is opgenomen in bijlage 2.

Verdieping voordelen • Woonkernen: In Altforst (56%), Wamel (56%) en Dreumel (53%) vinden meer inwoners dan gemiddeld een voordeel dat geld uit zonneparken kan worden teruggegeven aan inwoners, in Alpen (27%), Appeltern (32%) en Boven-Leeuwen (33%) wordt dit minder vaak als een voordeel gezien. • Binnen of buiten de bebouwde kom: Vergeleken met bewoners van het buitengebied, vindt een groter deel van de bewoners van de woonkernen dat zonneparken goed zijn voor het milieu een voordeel (respectievelijk 53% binnen de kernen versus 43% in het buitengebied). • Belang duurzaam wonen en opwekken duurzame energie: Naarmate inwoners duurzaam wonen en het opwekken van duurzame energie belangrijker vinden, zien zij meer voordelen van zonneparken. • Duurzaamheidsstadia: Inwoners die aangegeven hebben, als antwoord op de vraag hoe duurzaam zij wonen, dat duurzaamheid voor hen geen belangrijk onderwerp is (zie pagina 13), zien geen voordelen van zonneparken.

Verdieping nadelen • Eigenaren versus huurders: Meer eigenaren dan huurders vinden dat er veel grond nodig is een nadeel van zonneparken (respectievelijk 75% versus 59%). • Woonkernen: Er zijn geen verschillen in ervaren nadelen van zonneparken tussen de woonkernen. • Binnen of buiten de bebouwde kom: Meer bewoners van het buitengebied dan bewoners van de woonkernen ervaren het als een nadeel dat er veel grond nodig is voor zonneparken (81% versus 72%) en dat ze niet mooi zijn om te zien (45% versus 31%). • Belang duurzaam wonen en opwekken duurzame energie: Naarmate inwoners duurzaam wonen en het opwekken van duurzame energie belangrijker vinden, vinden zij minder vaak dat het verstoren van de landbouw in de gemeente een nadeel is. • Duurzaamheidsstadia: Inwoners voor wie duurzaamheid geen belangrijk onderwerp is en inwoners die niet geloven dat duurzaam wonen geld bespaart op de energierekening, vinden het meer dan gemiddeld een nadeel dat zonneparken de landbouw in de gemeente verstoren. • Leeftijd: Naarmate mensen ouder zijn, vinden zij vaker dat zonneparken de landbouw verstoren in de gemeente. Marintel onderzoek en advies 26

Wegen de voordelen van zonneparken zwaarder dan de nadelen?

Verdieping • Leeftijd, huurder of woningeigenaar, woonkern, bouwjaar en duurzaamheidsprofiel: Deze factoren hangen niet samen met of mensen voordelen van zonneparken zwaarder vinden wegen dan de nadelen. • Binnen of buiten de bebouwde kom: Meer bewoners van het buitengebied dan van de kernen vinden de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen (41% versus 28%) en meer bewoners van de kernen vinden de voordelen zwaarder wegen dan de nadelen (33% versus 21%). • Belang duurzaam wonen, belang opwekken duurzame energie: Naarmate inwoners duurzaam wonen (zie pagina 10) en duurzaam opwekken van energie via wind en zon (zie pagina 23) belangrijker vinden, geven zij in grotere meerderheid aan dat zij de voordelen van zonneparken zwaarder vinden wegen dan de nadelen en dat er balans is tussen de vooren nadelen.

Nadere duiding van de groepen “balans”, “aan experts over” en “weet niet” De samenhangen die we op deze pagina beschrijven wijzen erop dat de groep inwoners die vindt dat er balans is tussen de voor- en nadelen, meer lijkt op de groep inwoners die vindt dat de voordelen zwaarder wegen, dan op de groep inwoners die vinden dat juist de nadelen zwaarder wegen. De groepen die aangeven dat zij het afwegen van voor- en nadelen aan experts overlaten en “weet niet” geantwoord hebben, laten geen verschillen zien in de beantwoording van de op pagina 26 gestelde vragen. Voordelen en nadelen zonneparken en windmolens met elkaar vergeleken We hebben onderzocht of uit de beantwoording van vragen kan worden opgemaakt of inwoners die voordelen zien van windmolens ook voordelen zien van zonneparken. Of dat mensen juist ofwel de voorkeur geven aan windmolens, ofwel aan zonneparken. Uit de analyse kunnen we concluderen dat er sprake is van én én: meer inwoners die de voordelen zien van zonneparken, zien ook voordelen van windmolens en meer inwoners die nadelen zien van zonneparken, zien ook nadelen van windmolens. In de onderstaande tabel is dit effect duidelijk: In de meest linker kolom ziet u dat 53% van de inwoners die voordelen van windmolens zwaarder vinden wegen, ook de voordelen van de zonneparken zwaarder vinden wegen. Dit terwijl het gemiddelde over alle inwoners 30% is. zonneparken

Marintel onderzoek en advies

voordelen zwaarder

balans

nadelen zwaarder

experts

anders

voordelen zwaarder

53%

16%

24%

5%

3%

balans

32%

43%

20%

2%

3%

nadelen zwaarder

16%

24%

52%

4%

4%

experts

18%

8%

8%

63%

4%

anders

16%

11%

5%

11%

58%

gemiddeld

30%

23%

31%

10%

6%

windmolens

Welk voordeel en welk nadeel speelt een rol in de overwegingen? Door het uitvoeren van statistische toetsing hebben we onderzocht welke voor- en nadelen zwaar wegen in bovenstaande afwegingen. Daaruit blijkt dat alle op pagina 26 genoemde voordelen en nadelen een rol spelen in de afwegingen: inwoners die vinden dat de voordelen zwaarder wegen dan de nadelen en inwoners die vinden dat er balans is, hebben meer voordelen en minder nadelen aangevinkt. Inwoners die vinden dat de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen hebben juist meer nadelen en minder voordelen aangevinkt. Twee uitzonderingen: het nadeel “zonneparken geven geen of minder energie als de zon niet schijnt” is juist door meer mensen die vinden dat de voordelen zwaarder wegen aangevinkt en de categorieën “anders” zijn niet vaker of minder vaak aangevinkt door inwoners die juist voordelen of juist nadelen zwaarder vinden wegen.

27

Wat vindt u de beste plek in de gemeente West Maas en Waal voor één of meerdere windmolens / een zonnepark? Windmolens 438 inwoners hebben deze vraag, die open gesteld is, spontaan beantwoord. De vaakst genoemde locaties zijn: • Langs de rivieren / in de uiterwaarden (Waal wordt vaker genoemd dan Maas) (85 maal genoemd) • In het buitengebied / in de polders / ver van de kernen / in dunbevolkt gebied (72+58 maal genoemd) • Langs de N322 / Maas en Waalweg / provinciale weg (69 maal genoemd) • Langs de Wetering (20 maal genoemd) 101 van de 438 inwoners die deze vraag beantwoord hebben, geven aan dat zij vinden dat er geen geschikte plek is voor windmolens en/of dat zij tegen plaatsing van windmolens zijn in de gemeente West Maas en Waal .

Zonneparken 426 inwoners hebben deze open vraag spontaan beantwoord. De vaakst genoemde locaties zijn: • Langs de N322 / Maas en Waalweg / provinciale weg (39 maal genoemd) • In de polders (15 maal genoemd) • In het buitengebied / ver van de kernen / in dunbevolkt gebied (8 maal genoemd) • Langs de rivieren / in de uiterwaarden (6 maal genoemd) • Langs de dijken (5 maal genoemd) 108 van de 426 inwoners geven aan dat zij vinden dat zonnepanelen op daken zouden moeten worden gelegd of dat dat eerst zou moeten gebeuren, vóór de aanleg van nieuwe zonneparken. 44 inwoners geven aan dat er geen geschikte locatie is voor een zonnepark of dat zij tegen een (extra) zonnepark zijn en 16 inwoners geven daarnaast aan dat er al zonneparken zijn in de gemeente West Maas en Waal.

Een greep uit de individuele reacties van inwoners: • “De beste plek is op zee.” Een greep uit de individuele reacties van inwoners: • “Ik mis het alternatief van opwekking van energie uit water” • “Zonneparken : bijvoorbeeld op de locatie De Acht Morgen... en ook hier weer • “Waarom geen kernenergie” combineren met iets anders. Een atletisch sportpark, omgeven door strakke rijen • “Langs de A15 en A2” zonnepanelen.” • “Langs de hoogspanningslijnen, daar is al horizonvervuiling” • “Schuine taluds van de dijken en industriedaken.” • “Het liefst geen hoge windmolens, maar kleinere in de buurt van de industrie” • “Op water, denk aan Over de Maas, dode arm Alphen bij de Schans, wateren bij • “Bij industrie aan de waal, Excluton in Druten, van Ravenstein scheepswerf in Deest, Appeltern en Maasbommel” Oceanco Dreumel.” • “Op daken van huizen, gebouwen. Mogelijk boven ruimtes/opslag plaatsen middel een • “Ik heb begrepen dat de locatie van mogelijke windmolens aan zoveel beperkingen constructie....b.v. opslag bij Excluton....10 meter er boven....top.” onderhevig is, dat ik eerst een kaartje wil zien waar al die beperkingen zijn • “Ieder weiland is geschikt, mits er rondom ruige bosschages worden ingericht voor fauna.

ingetekend en dan wil kiezen uit wat er over blijft.” “ • “Er zouden in gemeente West Maas en Waal geen windmolens moeten worden • “Er zijn er momenteel al twee, dat lijkt me voldoende. De uitdaging zit in het vol leggen geplaatst. Windenergie is namelijk per definitie geen rendabele business case. van daken in onze gemeente.” Talloze praktijkvoorbeelden hebben dit al aangetoond. Daarbij zijn windmolens een • “Bestaande daken bedrijfspanden en overheidsgebouwen.” bedreiging voor onze vogels en insecten in hun vlucht, die we juist zouden moeten • “Bedenk een plan om burgers en bedrijven te stimuleren zonnepanelen op hun dak te beschermen in een tijd waarin de biodiversiteit al sterk afneemt. Het doel heiligt de leggen. Dan hoeft er geen kostbare landbouwgrond opgeofferd te worden aan panelen.” middelen in dit geval duidelijk niet. “ Marintel onderzoek en advies 28

Hieronder volgt een aantal stellingen over waar duurzame energie kan worden opgewekt. Geef aan in hoeverre u het eens of niet eens bent met deze stellingen.

Verdieping • Huurder of eigenaar: Meer huurders dan eigenaren van woningen vinden een zonnepark aan de rand van hun dorp geen probleem. • Woonkernen: Er is geen verschil tussen inwoners van de diverse woonkernen in hun mening over bovenstaande stellingen. • Binnen of buiten de bebouwde kom: Meer bewoners van het buitengebied dan bewoners van de kernen vinden een zonnepark aan de rand van hun dorp geen probleem en zijn het oneens met dat de gemeente energie moet opwekken met windmolens in het buitengebied. Ook is een groter deel van deze inwoners het helemaal oneens met “liever één groot gebied van zonnevelden en windmolens dan overal een beetje”. • Voordelen en nadelen wind en zon: Inwoners die vinden dat de voordelen van het opwekken van energie via wind en zon zwaarder wegen dan de nadelen en inwoners die vinden dat er balans is, zijn het meer eens met bovenstaande stellingen dan de inwoners die vinden dat de nadelen van opwekken van energie via wind en zon zwaarder wegen dan de voordelen. Tevens is er een verband met het belang dat men hecht aan duurzaam wonen en het opwekken van duurzame energie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9890818/1