3.1 Uitvoeringsprogramma regionale huisvesting arbeidsmigranten regio Rivierenland 20211028
Tekst van het document
Samen voor een goed vestigingsklimaat voor arbeidsmigranten Uitvoeringsprogramma regionale huisvesting arbeidsmigranten regio Rivierenland
Ondertitel - Concept –
In opdracht van Regio Rivierenland Versie: 20 oktober 2021
Public Result B.V. Postbus 11649 2502 AP Den Haag Tel: 070 – 3468816 e-mail: info@publicresult.nl www.publicresult.nl Opdrachtnummer: KWAAR21 © Copyright Public Result 2021.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Met dank voor coproductie met de ambtelijke werkgroep van de regio Rivierenland, en in het bijzonder: Jeroen Kemna voor het beschikbaar stellen van concept stukken/regelingen rond handhaving en communicatie (website work@us)
Inhoud 1. Samen voor een arbeidsmigranten
goede
huisvesting
voor 4
2. Speerpunten met een vitale coalitie
8
2.1 SPEERPUNTEN VOOR HET UITVOERINGSPROGRAMMA
8
2.2 MAATWERK PER GEMEENTE
10
2.3 PARTNERS MET AMBITIE
11
3. Van ambitie naar uitvoeringsprogramma
15
3.1 REGISTRATIE EN INFORMATIE
17
3.2 COMMUNICATIE EN KENNISVERMEERDERING
18
3.3 VOLDOENDE AANBOD DICHTBIJ HET WERK
19
3.4 CONTROLE EN HANDHAVING
21
3.5 ARBEIDSMIGRANT CENTRAAL
22
3.6 WMO/ZORG VOOR ARBEIDSMIGRANT
23
3.7 GOVERNANCE
24
4. Vitale coalitie
26
4.1 SAMENWERKING MET MARKTPARTIJEN: CONVENANT
26
4.2 SAMENWERKING MET DE REGIOGEMEENTEN: HANDELINGSPERSPECTIEF26 4.3 SAMENWERKING MET DE PROVINCIE EN HET RIJK
26
5. Organisatie en uitvoering
27
5.1 GOVERNANCE
27
5.2 UITVOERING
28
5.3 FASERING
30
6. Begroting
32
7. Monitoring
34
3
1.
Samen voor een goede huisvesting voor arbeidsmigranten De gemeenten van de regio Rivierenland hebben de ambitie om voldoende goede en veilige huisvesting van arbeidsmigranten te faciliteren zoveel mogelijk dicht in de buurt van het werk. Dat is nu in de praktijk niet altijd het geval: er is een tekort aan goede en veilige huisvesting voor arbeidsmigranten. Periodiek komen meldingen binnen van zowel slechte woonomstandigheden van de arbeidsmigranten als overlast die de huisvesting voor omwonenden (vooral binnen de bebouwde kom) met zich meebrengt. Maar ook als de huisvesting wel goed op orde is, gaat het in de meeste gevallen om illegale huisvesting. Een bijkomend probleem is dat, doordat werkgevers en huisjesmelkers woningen opkopen om de arbeidsmigranten te huisvesten, de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor andere inwoners van onze gemeenten in het gedrang komt. Daarom is goede en legale huisvesting met voorzieningen voor arbeidsmigranten van het grootste belang. Daarnaast willen we, zeker voor de langere tijd in onze gemeente verblijvende arbeidsmigranten, kansen bieden voor integratie in onze samenleving. Daarnaast is voldoende aanbod van arbeidsmigranten van cruciaal belang om de economie van de regiogemeenten in de benen te houden, vooral in die sectoren waar veel arbeidsmigranten werken.
De aanwezigheid van stuwende sectoren als de fruitteelt, (glas)tuinbouwsector, bouw, industrie en logistiek – goed voor bijna 50% van onze economie – betekent ook dat onze regio zeer afhankelijk is van de inzet van arbeidsmigranten om de economische motor met een jaarlijks verdienvermogen van ca. € 8 miljard draaiende te houden. Rekening houdend met foutmarges, werken er minimaal 12.000 arbeidsmigranten in de regio1. De ambitie van de regiogemeenten is dus ook om aantrekkelijk te blijven voor arbeidsmigranten, zeker in een tijd waarin de arbeidsmarkt vanwege vergrijzing met ca. 4% krapper wordt en veel migranten vanwege corona teruggekeerd zijn naar hun land van herkomst. Regionale samenwerking De gemeenten in de regio hebben hiervoor de handen ineen geslagen. De gemeenten werken al langere tijd samen door informatie uit te wisselen en de regio Rivierenland probeert de gemeenten al een tijd te ondersteunen met bijvoorbeeld een beleidshandreiking (2008). Eind 2019 heeft de regio Rivierenland besloten om de samenwerking te intensiveren. Vanaf 2021 heeft de regio gewerkt aan een verkenning van de gezamenlijke opgave en een inventarisatie van alle belangen die bij de stakeholders in de regio spelen.
Dit heeft geleid tot de ambitie om samen een aanpak te organiseren die op regionaal niveau zorg gaat dragen voor het toezicht op de kwaliteit en betaalbaarheid van de huisvesting, het principe wonen ‘dicht bij het werk’, het stimuleren van de inschrijving van arbeidsmigranten in de BRP, controle op het bijhouden van een regionaal digitaal nachtregister voor kort verblijvende
1
Regio Rivierenland (2018) woonopgave arbeidsmigranten.
arbeidsmigranten (ingeschreven in de RNI) 2, een goede informatievoorziening op basis van onder andere een interactieve website voor de arbeidsmigranten en de stakeholders (werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters, maatschappelijke organisaties en overheden), kennisvermeerdering, en het versterken van de bestuurlijke samenwerking. De voornemens voor deze werkorganisatie zijn uitgewerkt in dit uitvoeringsprogramma en bijbehorende businesscases; het gaat hierbij (onder de werktitel ‘beheerorganisatie voor regio Rivierenland’) om een pragmatische regionale netwerkorganisatie waarin gemeenten en marktpartijen samenwerken om het uitvoeringsprogramma te realiseren. De gemeenten in de regio hebben de ambitie om de huisvesting van arbeidsmigranten samen op te pakken met hun partners in de markt: huisvesters, uitzenders en werkgevers. Het voornemen is om op korte termijn met hen een convenant te sluiten waarbij niet alleen wordt ingezet op het samen realiseren van kwaliteit, maar ook op het realiseren van voldoende huisvesting in de regio. Ook wordt intensieve samenwerking gezocht met de provincie en met het Rijk. Hierbij willen de regiogemeenten een proeftuin zijn voor de aanbevelingen van het rapport Roemer.
De opbrengst van gesprekken die gevoerd zijn met de marktpartijen en met het Rijk zijn verwerkt in dit voorliggende uitvoeringsprogramma en bieden de basis om verdere afspraken te maken met deze partners. Doorbraak Dit betekent een grote stap in de aanpak van het tekort in kwalitatief goede en veilige huisvesting van arbeidsmigranten. Op dit moment werken en wonen er naar schatting minimaal ca 12.000 arbeidsmigranten in de regio. Voor ca 3.000 van hen liggen er in de verschillende gemeenten al plannen om tot een goede en veilige huisvesting te komen op nieuwe locaties3. Daarnaast is het de verwachting dat vanwege de vergrijzing op de arbeidsmarkt de behoefte aan arbeidsmigranten zal stijgen en er de komende 10 jaren voor nog eens ca. 3.000 tot 10.000 arbeidsmigranten goede en veilige huisvesting zal moeten worden gerealiseerd. Het gaat hier vooral om zogenaamde short- en midstay huisvesting voor arbeidsmigranten. Hoewel de verantwoordelijkheid voor de huisvesting natuurlijk primair bij marktpartijen ligt en gemeenten dit faciliteren, betekent de regionale aanpak ook dat er nu op regionaal niveau met marktpartijen gewerkt kan worden aan een versnelling van de realisatie van nieuwe locaties. Ook kan gewerkt worden aan een evenwichtige verdeling van de opgave in de regio, waarbij arbeidsmigranten wonen in de buurt van hun werk.
Op dit moment is de verdeling van de arbeidsmigranten over de gemeenten in de regio onevenwichtig. De gemiddelde buitenlandse vestiging (waarvan een deel bestaat uit arbeidsmigranten) in de regio is 12%, maar daar steken Tiel (17%), Maasdriel (19%) en Zaltbommel (20%) 2
BRP staat voor de gemeentelijke Basisregistratie personen, arbeidsmigranten die hier langer dan 4 maanden verblijven dienen zich hier in te schrijven. Kortdurend verblijvende arbeidsmigranten dienen zich in Nijmegen in de Registratie niet-ingezetenen (RNI) in te schrijven. 3
Gebaseerd op verschillende initiatieven uit de media, uitgesproken ambitie in beleidsplannen en concrete ontwikkelingen in de gemeenten.
5
met kop en schouders bovenuit4. Dit terwijl bijvoorbeeld in Tiel naar inschatting maar 0,03% van de arbeidsmigranten werkt. Het is evident dat wanneer het aantal inwoners voor een groot deel uit arbeidsmigranten bestaat, zoals in Tiel het geval is, dit voor leefbaarheidsproblemen zorgt. Het realiseren van aanvullende huisvesting voor arbeidsmigranten verlicht de druk op de bestaande woningvoorraad. Daar waar nu bestaande woningen door marktpartijen veelal verkamerd aan de voorraad zijn onttrokken voor huisvesting arbeidsmigranten, kunnen deze weer beschikbaar komen voor bijvoorbeeld starters, spoedzoekers of bewoners met een zorgvraag. Ook zal in wijken of kernen waar relatief veel arbeidsmigranten zijn gehuisvest de druk op de leefbaarheid afnemen. Zeker woningen met short-stay arbeidsmigranten wisselen veel qua bezetting. Een hoog aantal woningen voor arbeidsmigranten is dan over het algemeen niet bevorderlijk voor de leefbaarheid. Tot slot streven de regiogemeenten naar een uniform beleidskader waarin regionale kaders voor onder andere de kwaliteitseisen van huisvesting van arbeidsmigranten, de registratie en de handhaving zijn opgenomen. Hiermee kunnen individuele gemeenten nader handen en voeten geven aan hun beleid. Voor marktpartijen ontstaat er duidelijkheid en ook een level playing field.
Een level playing field waar de marktpartijen die het convenant willen ondertekenen en zich zo ook certificeren, samen met de overheid, vanuit een welbegrepen eigenbelang, gaat bijdragen aan een goed vestigingsklimaat voor arbeidsmigranten. Maar ook een level playing field waarin die marktpartijen die zich niet aan het regionale beleidskader willen committeren, met een uniforme handhaving te maken krijgen. Hierdoor komt er binnen de regio ook een einde aan het zogenaamde waterbedeffect waarbij sommige marktpartijen bewust die gemeenten opzoeken met de minst strenge regels voor huisvesting. Voor de arbeidsmigranten zelf wordt met dit beleidskader de kwaliteit van huisvesting en leefomgeving gewaarborgd, hun afhankelijkheid van de werkgever/uitzendbureau of huisvester verminderd, wordt zorg, welzijn en onderwijs geregeld en wordt hun zelfredzaamheid bevorderd. Leeswijzer In dit uitvoeringsplan vindt u een concrete uitwerking van deze ambities. Allereerst gaan we in hoofdstuk 2 in op de speerpunten van het uitvoeringsprogramma en het lokale maatwerk dat nodig zal zijn. Vervolgens worden de concrete projectvoorstellen, (businesscases) zoals in de bijlage opgenomen, kort samengevat in hoofdstuk 3.
In hoofdstuk 4 staat de samenwerking met andere partijen centraal: hoe betrekken we niet alleen bij de voorbereiding van het beleid maar ook bij de uitvoering belangrijke partners als werkgevers, uitzendbureaus, verblijfsbieders en maatschappelijke organisaties? Maar ook onze inwoners, waaronder natuurlijk de arbeidsmigranten zelf. 4
Regio Rivierenland (2020) regionale woonagenda.
6
Tot slot gaan we in hoofdstuk 5 in op de uitvoering van het beleid: wat zijn de belangrijkste maatregelen, wie gaat ze uitvoeren en wanneer, wat zijn de kosten daarvan (hoofdstuk 6)? Ook zullen we in de vorm van een ‘monitoring’ de voortgang goed moeten bewaken en de effecten van de maatregelen in beeld brengen. De monitoring wordt gepresenteerd in hoofdstuk 7.
7
2.
Speerpunten met een vitale coalitie
De gemeenten van regio Rivierenland hebben de ambitie om voldoende goede en veilige huisvesting van arbeidsmigranten te faciliteren, zoveel mogelijk dicht in de buurt van het werk. De regiogemeenten willen dit samen met de marktpartijen in de regio realiseren en samen met de Provincie Gelderland en het Rijk. Daarvoor hebben de regiogemeenten na uitgebreid bestuurlijk overleg en dialoog met marktpartijen, de provincie en het Rijk een aantal speerpunten geformuleerd (2.1.) die in hoofdstuk 3 van dit uitvoeringsprogramma verder worden uitgewerkt. Deze speerpunten worden ook uitgewerkt in een handelingsperspectief voor gemeenten in de regio. Ook zal op diverse regio-onderdelen zoals communicatie, registratie en handhaving en het aanjagen van de locatieontwikkeling gemeente-overstijgend worden samengewerkt. Dit haakt telkens op maat aan bij de lokale beleidsontwikkeling per gemeente (2.2). We verwachten dat marktpartijen die zich willen committeren aan dit uitvoeringsprogramma met ons een convenant voor goede en veilige huisvesting willen afsluiten en dat het Rijk en de provincie actief participeren in de uitvoering van dit programma. Kortom: een vitale coalitie (2.3). 2.1 Speerpunten voor het uitvoeringsprogramma De regiogemeenten kiezen voor een integrale aanpak die is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: •
Voldoende aanbod dicht bij het werk: Voldoende goede en legale huisvesting volgens het uitgangspunt: wonen dichtbij het werk. De huisvestingsvorm is afhankelijk van de verblijfsduur: ‘short stay’ (faciliteiten met een beperkte verblijfsduur voor met name seizoenswerkers in de agrarische sector) en ‘mid stay’ (faciliteiten als arbeidsmigranten voor langere tijd in onze gemeenten verblijven). Voor arbeidsmigranten die zich voor lange tijd of permanent in onze gemeente vestigen, is de bouw van (sociale) huurwoningen en (betaalbare) koopwoningen nodig. Uiteraard ligt de verantwoordelijkheid voor het faciliteren van voldoende locaties voor huisvesting en het verwerven van (politiek) draagvlak daarvoor op lokaal niveau, maar de regio Rivierenland faciliteert zoveel mogelijk door kennis en ervaring in te brengen, het overleg met hogere overheden en marktpartijen te faciliteren en het generen van gezamenlijke doorzettingsmacht.
•
Registratie en informatie: Inschrijving in de BRP (basisregistratie personen) voor arbeidsmigranten die hier langer dan 4 maanden verblijven. Bij een korter verblijf vindt registratie plaats als niet-ingezetene in de RNI (registratie niet-ingezetenen). In dat laatste geval wordt in een op te zetten digitaal nachtregister door de huisvesters bijgehouden welke
8
arbeidsmigranten verblijven in de gemeente. Informatie en communicatie richting arbeidsmigranten is belangrijk, maar ook het stimuleren van werkgevers/huisvesters en het maken van tactische afspraken. •
Bevordering van de zelfredzaamheid van arbeidsmigranten - zij staan centraal in het uitvoeringsplan - en waar nodig een goede maatschappelijke ondersteuning en zorg. Zeker voor degenen die zich hier voor lange tijd of permanent vestigen, geldt dat zij onderdeel van onze samenleving uitmaken. Doordat men de taal niet machtig is, zijn de bestaande voorzieningen (waaronder mogelijkheden tot het leren van de Nederlandse of juist de Engelse taal) lastiger te vinden. Een goede communicatie, keuzemogelijkheden en een duidelijke rechtspositie is van groot belang.
•
Goede regionale samenwerking tussen de gemeenten, werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters om de beleidsopgaven te realiseren, waarbij elke partij zijn eigen verantwoordelijkheid pakt. We hebben een gezamenlijk belang om te voorzien in deze opgaven. Maar ook de provincie betrekken we nauw bij ons beleid. Doelen zijn onder andere om tot een goede regionale afstemming te komen en te leren van goede voorbeelden elders. De beheerorganisatie [werktitel] heeft dus in de uitvoering een goede governance nodig waarbij de zaken die we afspreken slagvaardig kunnen worden uitgevoerd en niet vrijblijvend zijn. Daarbij hoort ook draagvlak in de samenleving verwerven voor het gemeentelijke beleid door onze andere inwoners hierbij te betrekken. Daarnaast kunnen burgers, verenigingen en maatschappelijke organisaties een bijdrage leveren aan de integratie van de arbeidsmigranten in onze samenleving.
•
Kennisvermeerdering en monitoring: Als regiogemeenten willen we nog veel kennis opbouwen over bijvoorbeeld het aantal arbeidsmigranten en hun huisvesting, succesvolle aanpakken en het betrekken van bewoners/omwonenden. Ook willen we de resultaten van de aanpak goed monitoren.
•
Actieve controle en handhaving: Actieve controle en handhaving om ongewenste huisvestingssituaties tegen te gaan als sluitstuk van ons beleid. Dit is in het belang van de arbeidsmigranten zelf en verschaft een eerlijke concurrentiepositie voor de goedwillende huisvesters. We trachten waakzaam te zijn bij het uitzetten van arbeidsmigranten uit hun huidige huisvestingssituatie5 om te voorkomen dat ze elders opnieuw illegaal gaan wonen. Zij verdwijnen daarmee van onze radar en komen mogelijk in nog slechtere woonomstandigheden terecht.
5 Dit geldt niet voor de gemeente Tiel. Zij voert per 01-09-2021 de verhuurdersvergunning in, wat zeker zal leiden tot het sluiten van woningen. De
gemeente Tiel spreekt de hoop uit dat deze arbeidsmigranten huisvesting zullen vinden bij het werk. De andere regiogemeenten zijn hier in maart 2021 over ingelicht.
9
2.2 Maatwerk per gemeente Onze regio bestaat uit een divers palet van gemeenten uiteenlopend van meer stedelijk (bijvoorbeeld Tiel, Culemborg en Zaltbommel) tot meer landelijke gemeenten zoals Buren, Maasdriel, Neder-Betuwe, West Betuwe en West Maas en Waal. Ook op economisch vlak zijn er verschillen in de regio aan te wijzen. Waar in Buren, West Maas en Waal, West Betuwe en Neder-Betuwe de economische activiteit zich vooral richt op fruitteelt, land- en (glas)tuinbouw, zijn voor Tiel en Culemborg de distributie, transport en logistiek belangrijke sectoren. Ook voor Zaltbommel en West Betuwe zijn dit naast de land -en tuinbouw belangrijke sectoren. Veel arbeidsmigranten wonen in de regio Rivierenland, maar er wordt ook gependeld met andere regio’s en soms zijn arbeidsmigranten zelfs in Duitsland woonachtig. De opgave waar wij als regiogemeenten voor staan is complex, maar de urgentie om tot een oplossing te komen wordt unaniem gedeeld. Hoewel elke gemeente zich bewust is van de urgentie om de huisvesting van arbeidsmigranten goed te regelen, heeft nog niet elke individuele gemeente beleid opgesteld. Maasdriel was in 2014 de eerste regiogemeente met een beleidskader dat vervolgens in 2019 en in 2021 verder geactualiseerd is. Gemeente Zaltbommel was in 2017 de tweede gemeente, waarna Tiel en Neder-Betuwe in respectievelijk 2018 en 2020 volgden.
Ook in West Betuwe heeft de gemeenteraad onlangs in mei 2021 met het beleidsplan ingestemd (zij het met enkele aanpassingen). Daarnaast hebben Tiel, Maasdriel en Zaltbommel paraplubestemmingsplannen waarin specifiek de verkamering van woningen in gereguleerd. Dat de overige gemeenten nog geen integraal beleid hebben vastgesteld, betekent niet dat het onderwerp huisvesting arbeidsmigranten in deze gemeenten niet op de agenda staat. Buren is momenteel bezig met het formuleren van een beleidsplan en heeft in december 2020 een eerste bijeenkomst met stakeholders georganiseerd. Culemborg ontwikkelt op dit moment een parapluplan wonen waarin er specifieke aandacht wordt besteed aan de huisvesting van arbeidsmigranten. Als laatste heeft West Maas en Waal de ontwikkeling van de lokale woonagenda naar voren geschoven waarin ook de huisvesting van arbeidsmigranten een plek krijgt. Verschillende gemeenten hebben dus stappen gemaakt in de aanpak van de huisvesting van arbeidsmigranten. Het uitvoeringsprogramma doet recht aan deze verschillende tempo’s. Tegelijk heeft het uitvoeringsplan ook de vruchten geplukt van beleid dat al in de andere regiogemeenten aanwezig was.
Zo valt bijvoorbeeld te wijzen op de handhaving, de verhuurdersvergunning en het convenant rond inschrijving zoals die in Tiel zijn ontwikkeld, input voor de beleidsregel handhaving digitaal nachtregister dat Maasdriel heeft opgesteld of de wijze waarop Zaltbommel samen met de kernen tot een spreiding van de huisvestingsopgave is gekomen. Gemeenten zijn zich ervan bewust dat verschillen in beleid ook leiden tot een waterbedeffect in huisvesting binnen de regio. Zo zijn die gemeenten die het minst
10
handhaven en de minst strenge regels hebben voor verkamering soms het meest aantrekkelijk voor marktpartijen die van huisvesting hun verdienmodel hebben gemaakt en het liefst ‘onder de radar’ van de overheid willen blijven. Het belang van een ‘level playing field’ wordt dus volop onderschreven. Dit plan van aanpak en de bijbehorende businesscases zijn erop gericht om samen een aantal uitdagingen rond de huisvesting van arbeidsmigranten aan te pakken die alléén minder goed oplosbaar zijn. Regiogemeenten committeren zich daarom aan het plan en de ambitie. In de regio wordt kennis uitgewisseld, wordt de opgave afgestemd en wordt een ‘level playing field’ gecreëerd qua regelgeving en handhaving. Dit neemt echter niet weg dat gemeenten te allen tijde over hun eigen beleid en aard en omvang van de huisvesting gaan. Er zijn verschillen tussen gemeenten in de mate waarin het beleid is opgesteld en vastgesteld en hoe het wordt uitgevoerd. Het is de bedoeling om met een handelingsperspectief voor de regio meer uniformiteit aan te brengen in beleid en regelgeving om een waterbedeffect te voorkomen (level playing field). Dit beoogde handelingsperspectief sluit vooralsnog goed aan bij de praktijk van de gemeenten in de regio en is daar in belangrijke mate ook aan ontleend. Daarnaast zijn er keuzes mogelijk waarop gemeenten in de uitvoering van het plan aanhaken en waarop (nog) niet.
Zo zal niet elke gemeente willen participeren in een regionaal handhavingsteam. 2.3 Partners met ambitie Tijdens het opstellen van het uitvoeringsprogramma is veel aandacht besteed aan de partners in en om de regio heen. Deze input is verwerkt in de uitgangspunten en het uitgewerkte maatregelenpakket. Dit biedt kansrijke mogelijkheden tot samenwerking. Met de marktpartijen Uiteraard zijn er marktpartijen die graag onder de radar van de overheid blijven en geen samenwerking zoeken omdat de huisvesting van arbeidsmigranten een verdienmodel voor hen is. Uitbuiting ligt dan op de loer waarbij vaak slechte en onveilige huisvesting tegen woekerprijzen in rekening worden gebracht. Regels worden met voeten getreden. Een dekkend en uniforme handhaving is daarvoor het enige recept. Er zijn gelukkig in de regio ook huisvesters, uitzenders en werkgevers die streven naar goede en veilige huisvesting en dat in de praktijk ook al doen. Zij willen daarover graag afspraken maken met de gemeenten in de regio. Voor hen is het een prangend probleem dat er onvoldoende locaties zijn waar nieuwe huisvesting voor arbeidsmigranten kan worden gerealiseerd. Verschillende regiogemeenten hebben al plannen om ca 3.000 plekken realiseren en de regio an sich ziet zich gesteld voor de uitdaging om op termijn 3.000 tot 13.000 extra plekken voor huisvesting te realiseren.
Dit komt echter maar mondjesmaat van de grond. Marktpartijen geven aan dat er meer tempo nodig is en dat er innovatieve oplossingen moeten worden ontwikkeld om om te gaan met regelgeving (RO zoals spuitzones en stikstof), het verwerven van draagvlak bij bewoners in kernen en wijken, het imago van arbeidsmigranten en tot slot het politieke draagvlak in de diverse raden waar het – zeker nu in aanloop naar de verkiezingen – het ‘kerktoren-denken’ nog wel eens de
11
overhand wil voeren. Hier ligt dus een geweldige kans om op dossiers als certificering van kwaliteit en het realiseren van locaties voor huisvesting arbeidsmigranten een grote doorbraak voor de regio te forceren. Het voornemen van de regio is hiervoor een convenant af te sluiten. Onderdeel daarvan zou ook een publiek-privaat ‘aanjaagteam versnelling huisvesting arbeidsmigranten’ kunnen zijn. Met de provincie De provincie heeft sinds 2020 een intensief programma opgezet om de huisvesting van arbeidsmigranten te faciliteren en aan te jagen. Ook is een procesregisseur aangesteld om dit te coördineren, met op de achtergrond een provinciaal team vanuit diverse disciplines bestuurlijk aangevoerd door gedeputeerde Kerris. Regio’s worden met raad en daad ter zijde gestaan, er is informatie-uitwisseling en daar waar mogelijk kan de provincie met haar ruimtelijke instrumentarium ondersteunen in de bestemming van locaties, uiteraard voor zover dit past in de provinciale kaders. In het komende jaar organiseert de provincie een drietal congressen voor de huisvesting van arbeidsmigranten om partijen zoveel mogelijk te activeren en te verbinden. Tot slot entameert de provincie onderzoek naar de huisvesting van arbeidsmigranten in de provincie. Voor de gemeenten van de regio Rivierenland is de provincie een belangrijke partner op deze issues.
Specifieke aandacht zal de komende tijd uitgaan naar het samen met de provincie Gelderland scannen van potentiële locaties voor grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten en het stimuleren van de realisatie daarvan. De provincie stimuleert met name de ontwikkeling van grotere huisvestingsvormen in of aan de rand van de bebouwing. Daar waar huisvestingslocaties afwijken van de bestemmingsplannen is afstemming met de provincie aan de orde. Met het rijk Het Rijk zet sinds 2019 in op integrale beleidsontwikkeling om mistanden in de werken woonomstandigheden bij arbeidsmigranten tegen te gaan. 6 Naar aanleiding van misstanden die tijdens de coronacrisis aan het licht zijn gekomen is het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer ingesteld. Zij zijn hiervoor in 2020 ook op bezoek geweest in de regio Rivierenland. Het aanjaagteam heeft inmiddels aanbevelingen gedaan. Zo is een aanscherping van de eisen voor goede huisvesting voorgesteld. Daarnaast wordt een verhuurdersvergunning voorgesteld voor onder andere werkgevers en uitzendbureaus die woningen opkopen om arbeidsmigranten te huisvesten. Ook een vergunningsplicht voor uitzendbureaus kan bijdragen aan betere werk-, woon- en leefomstandigheden voor arbeidsmigranten.
Tot slot zijn maatregelen voorgesteld om de inschrijving van arbeidsmigranten in de BRP beter te regelen, evenals de toegang van arbeidsmigranten tot de gezondheidszorg. Het is hierbij belangrijk te vermelden dat voor sommige
6
Brief minister Koolmees c.s. aan de Staten-Generaal over arbeidsmigratie en sociale zekerheid (29861 nr. 48 d.d. 20 december 2019).
12
ontwikkelingen (vergunningsplicht uitzendbureaus) gemeenten afhankelijk zijn van landelijk beleid. Om het realiseren van goede huisvesting voor arbeidsmigranten te stimuleren is er een nieuwe (2e) tranche van € 50 miljoen voor de gemeenten beschikbaar. 7 Daarnaast is er voor de woningcorporaties de tijdelijke stimuleringsregeling flexwonen, waarbij de investeringen in mindering gebracht mogen worden op de af te dragen verhuurdersheffing. In het kader van de regiodeal van de regio Rivierenland met het Rijk, is er intensief contact over het uitvoeringsprogramma met het Rijk. Met name op het punt van het verwerven van draagvlak en certificering en handhaving wil de regio graag een voorlopers/pilotrol vervullen in het kader van de uitvoering van de adviezen van het Roemer rapport. De gemeenten zijn het eens geworden over de onderwerpen die zij regionaal gaan oppakken, waarbij ook taken bij het Rijk, de provincie of bij de gemeenten zelf (blijven) liggen. In de komende periode werken we aan het concreet maken van de maatregelen door een convenant te sluiten tussen de regiogemeenten, de provincie en marktpartijen: huisvesters, uitzenders werkgevers en andere stakeholders. Iedereen die een bijdrage kan leveren aan goede en voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten, en daarmee kan bijdragen aan de economische welvaart van de regio, zal bij dit proces worden betrokken.
7
Informatie hierover wordt opgenomen op de website woningmarktbeleid.nl van het ministerie van BZK en in een nog op te stellen nieuwsbrief.
13
3.
Van ambitie naar uitvoeringsprogramma
Het uitvoeringsprogramma bestaat uit een samenhangend pakket van projecten waar overheden, werkgevers, uitzenders en verblijfsbieders zich gezamenlijk voor willen inzetten. Het uitvoeringsprogramma bestaat uit 14 businesscases, verdeeld over 7 programmalijnen. De ambitie van de regiogemeenten is om een koploperspositie in te nemen door een gelijk speelveld te creëren waarin marktpartijen voldoende kwalitatieve huisvesting kunnen realiseren voor de arbeidsmigranten die in onze regio werkzaam zijn en die evenwichtig over de regiogemeenten verspreid is. Dit gaan de regiogemeenten doen door de aantallen arbeidsmigranten die in de regio wonen en werken in beeld te brengen (programmalijn 1: registratie en informatie); door het imago van arbeidsmigranten te verbeteren en omwonenden beter bij het proces te betrekken (programmalijn 2: communicatie en kennisvermeerdering); door een speelveld te creëren waarin marktpartijen huisvesting kunnen realiseren (programmalijn 3: voldoende aanbod dichtbij werk); door malafide partijen de regio uit te werken (programmalijn 4: controle en handhaving); door arbeidsmigranten zich thuis te laten voelen in onze regio (programmalijn 5: arbeidsmigrant centraal); en door ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten toegang hebben tot maatschappelijke voorzieningen (programmalijn 6: WMO/Zorg voor arbeidsmigranten).
Voor de uitvoering van het programma stellen de regiogemeenten een lichte governance structuur in (programmalijn 7: governance). Een overzicht van de programmalijnen en bijbehorende businesscases, is te vinden in onderstaand tabel.
3.1 Registratie en informatie Op dit moment werken en wonen er naar schatting minimaal ca 12.000 arbeidsmigranten in de regio Rivierenland, maar een groot deel van hen staat niet bij de regiogemeenten ingeschreven. Dit veroorzaakt een aantal problemen, voor de regiogemeenten maar ook voor de arbeidsmigrant zelf. Ten eerste hebben de regiogemeenten onvoldoende zicht op waar men woont, waardoor er onwenselijke huisvestingssituaties kunnen ontstaan omdat de gemeenten niet goed kunnen controleren en handhaven. Ten tweede weten de gemeenten in het geval van calamiteiten niet precies hoeveel mensen er in een bepaald pand zijn gehuisvest. Daarnaast weten de regiogemeenten niet wat de actuele vraag naar huisvesting is, waardoor deze regionaal niet goed kan worden afgestemd, waardoor de ene gemeente significant meer arbeidsmigranten huisvest dan de andere. Voor de arbeidsmigrant geldt specifiek dat wanneer de gemeenten geen contact kunnen krijgen met ongeregistreerde arbeidsmigranten, de afhankelijkheidsrelatie tussen arbeidsmigrant en werkgever/uitzender groter wordt. Daarnaast ontvangen arbeidsmigranten die zich niet registreren geen BSN nummer waarmee ze toegang krijgen tot maatschappelijke voorzieningen. Huidige beeld van het aantal arbeidsmigranten8
De regiogemeenten gaan de actuele aantallen arbeidsmigranten die in de regio wonen en werken periodiek in beeld brengen zodat het van alle arbeidsmigranten bekend is waar ze wonen en er voldoende kwalitatieve huisvesting kan worden gerealiseerd die evenwichtig verdeeld is over de gemeenten in de regio. Op deze manier brengen we de registratie van arbeidsmigranten in onze regio op orde en streven we naar een evenwichtige spreiding van de huisvestingsopgave. Deze ambitie gaan we realiseren door in te zetten op de volgende concrete maatregelen:
8
Naar verwachting publiceert de provincie Gelderland in november 2021 een geactualiseerde versie van het originele onderzoek uit 2017.
Businesscase 1.1 Registratie en informatie • • • • • •
•
We zetten een regionaal digitaal nachtregister op; We begeleiden verblijfsbieders actief bij het invullen van het nachtregister; We streven naar een zo’n uniform mogelijke bestuurlijke boete bij overtreding inschrijfplicht RNI/BRP/Digitaal nachtregister; We voeren, met de gemeenten die dit willen, een zo’n uniform mogelijke verblijfsbelasting in; We richten een regionaal inschrijfpunt RNI op in Tiel; We maken afspraken met werkgevers en verblijfsbieders over inschrijving/uitschrijving arbeidsmigranten en heffing verblijfsbelasting (Convenant). We doen mee aan het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit, dat zich richt op een zorgvuldige in- en uitschrijving in de BRP en bestrijding van adresgerelateerde fraude.
Businesscase 1.2 Aantallen in beeld • We voeren een onderzoek uit naar het aantal arbeidsmigranten dat per gemeente wonen en werken door het huidige beeld (periodiek) te actualiseren op basis van het digitaal nachtregister en de inschrijvingen in de BRP in elke gemeente, een periodieke enquête, interviews met branchevertegenwoordigers, grotere bedrijven, andere ondernemers en huisvesters en centrale databronnen zoals het CBS. 3.2 Communicatie en kennisvermeerdering Het spreekwoord ‘onbekend, maakt onbemind’ vat treffend samen hoe er tegen arbeidsmigranten wordt aangekeken. Het NIMBY-effect (not in my back yard) wat huisvesting van arbeidsmigranten bij veel mensen oproept, ontstaat uit onwetendheid of slechte verhalen die men over arbeidsmigranten hoort. Naast het feit dat dit beeld van arbeidsmigranten onjuist is, hindert het ook de realisatie van nieuwe huisvesting door weerstand vanuit de gemeenteraad of van omwoners. Dit terwijl er een landelijk tekort van 120.000 bedden is. Het gebrek aan voldoende kwalitatief goede huisvesting geeft daarnaast malafide huisvesters ruim baan om slechte huisvesting tegen hoge prijzen aan te bieden. Deze slechte huisvesting leidt op zijn beurt weer tot nieuwe overlast, waardoor het imago van de arbeidsmigrant en huisvesting voor deze doelgroep verder verslechtert.
Als regiogemeenten gaan we stimuleren dat de realisatie van huisvesting voor arbeidsmigranten niet langer op groot verzet van omwonenden en gemeenteraadsleden stuit door hen goed bij het proces te betrekken en als gemeenten regionaal van elkaar te leren door kennis en ervaringen met elkaar te delen.
18
Concrete maatregelen die we nemen zijn: Businesscase 2.1 Communicatie, participatie en verbeteren imago arbeidsmigranten • •
•
•
We versterken het imago van arbeidsmigranten door het organiseren van Open Dagen en het voeren van een regionale voorlichtingscampagne; We gaan, met de gemeente die daar behoefte aan hebben, na in hoeverre we in de regio gebruik gaan maken van uniforme termen (bijv. ‘arbeidsmigranten’ of ‘internationale werknemers’); We ontwikkelen een regionaal expertisepunt participatie, samen met de provincie en het Rijk, waar ervaringen worden gedeeld en regionale expertise wordt ontwikkeld; We ontwikkelen voor initiatiefnemers een handreiking communicatiestrategie richting bewoners.
Businesscase 2.2 Kennisvermeerdering •
•
We zetten actief in op kennisvermeerdering door een kennisbank op te richten met alle informatie beschikbaar: best practices, standaardformulieren en informatie; We zetten een Regionaal expertiseteam op dat lokaal helpt bij de aanpak en voorkomt dat voor de hand liggende fouten worden gemaakt in bijvoorbeeld de vergunningverlening of de communicatie richting de raad of buurtbewoners.
3.3 Voldoende aanbod dichtbij het werk Vanwege de vergrijzing op de arbeidsmarkt zal de behoefte aan arbeidsmigranten stijgen en zal er de komende 10 jaren voor ca. 3.000 tot 10.000 extra arbeidsmigranten goede en veilige huisvesting moeten worden gerealiseerd. Het gaat hier vooral om zogenaamde short- en midstay huisvesting voor arbeidsmigranten. Hoewel de verantwoordelijkheid voor de huisvesting natuurlijk primair bij marktpartijen ligt en gemeenten dit faciliteren, betekent de regionale aanpak ook dat er nu op regionaal niveau met marktpartijen gewerkt kan worden aan een versnelling van de realisatie van nieuwe locaties. Op dit moment bestaat er in de regio Rivierenland een onevenwichtige verdeling tussen de gemeenten en de aantallen arbeidsmigranten die zij huisvesten. Dit leidt tot scheve verhoudingen in de regio, meer pendelbewegingen, een ongelijke verdeling van de lusten en de lasten tussen gemeenten en een verhoogde druk op de lokale woningmarkt die al lange tijd overspannen is. De druk op de woningmarkt leidt er tevens toe dat het voor bepaalde groepen (zoals starters en spoedzoekers) moeilijker wordt om op een normale manier aan een betaalbare woning te komen. Dit speelt
19
malafide partijen in de kaart om slechte huisvesting aan arbeidsmigranten te bieden voor hoge prijzen. Hierdoor leven sommige arbeidsmigranten in ondermaatse, verloederde huisvesting met weinig faciliteiten. Dit is niet alleen onwenselijk, het heeft een slechte invloed op de gezondheid van de mensen en leidt vaak tot overlast in de buurt. De regiogemeenten van de regio Rivierenland willen internationaal bekend staan als een aantrekkelijke regio om te werken, ook voor arbeidsmigranten, met goede huisvesting die voldoet aan hoge kwaliteitseisen. De lusten en de lasten van de inzet van arbeidsmigranten zijn evenwichtig over de regio verspreid, doordat de regiogemeenten sluitende afspraken maken met werkgevers, uitzenders en verblijfsbieders wat leidt tot verminderde pendelbewegingen en een verminderde druk op de regionale woningmarkt waardoor de regio fit en vitaal blijft voor nu en in de toekomst. Concrete maatregelen die we nemen zijn: Businesscase 3.1 Aantallen in beeld • We realiseren samen met de marktpartijen voldoende aanbod door: het tekort en daarmee de huisvestingsopgave in beeld te brengen; afspraken te maken met marktpartijen over het gewenste aanbod en spreiding van de huisvesting; versnellingslocaties op korte termijn te formeren; voorkeurslocaties aan te wijzen samen met de provincie en spreidingscriteria op te stellen.
Businesscase 3.2 afspraken over wonen bij werk en beheer • We maken regionale afspraken over de per gemeente te huisvesten arbeidsmigranten, waarbij we streven naar een goede verdeling van de aantallen en waarbij het uitgangpunt geldt dat arbeidsmigranten zoveel mogelijk wonen in de gemeente waar ze werken (handelingsperspectief); • We maken sluitende afspraken met verblijfsbieders over huisvesting dichtbij werk (80% in de gemeente /10% buiten de gemeente /10% buiten de regio) (convenant); • We maken afspraken met werkgevers en verblijfsbieders over een zelfstandig huurcontract voor arbeidsmigranten om de rol van werkgever en huisvester te ontkoppelen (convenant); • We maken afspraken met verblijfsbieders over goed beheer (convenant). Businesscase 3.3 kwaliteitseisen en certificering • We stellen uniforme kwaliteitseisen op waaraan nieuwe huisvesting moet voldoen (short stay/mid stay). De menselijke maat staat hierbij centraal (convenant); • We ontwikkelen, met de gemeenten die dit willen, uniforme regionale juridische instrumenten; • We stemmen onze lokale instrumenten op elkaar af (handelingsperspectief);
20
• • • •
We gaan één regionaal keurmerk hanteren dat een voorwaarde wordt voor een partij om zich aan het convenant te kunnen verbinden (convenant); We zetten een regionaal register op voor malafide partijen; We leggen regionale eisen vast voor van nieuwe locaties (handelingsperspectief); We stellen regionale eisen bij nieuwe bedrijfsvestigingen (handelingsperspectief).
Kwaliteitseisen mid-stay (indicatief voorbeeld) o o o o o o
o
De eisen van het Bouwbesluit. Minimaal 15m2 gebruiksoppervlak (GBO) per persoon. Een eigen slaapvertrek van minimaal 5,5m2 GBO per arbeidsmigrant, voor stellen een slaapvertrek samen van minimaal 10m2 GBO. Ouder(s) met kinderen worden gehuisvest in een volledig zelfstandige woonruimte of een apart woongedeelte. De huisvesting moet beschikken over sanitair (minimaal 1 douche en wc per 8 bewoners), kookgelegenheid en een algemene verblijfsruimte voor de bewoners. Er moeten voldoende voorzieningen aanwezig zijn, afhankelijk van schaalgrootte. In ieder geval moet er gelegenheid zijn voor ontspanning en sport en spel, bij grotere aantallen arbeidsmigranten daarnaast een afzonderlijke sportruimte. De accommodatie voldoet aan de overige eisen van het keurmerk van AKF (Agrarisch Keurmerk Flexwonen) of SNF (Stichting Normering Flexwonen). Het bedrijf én de locatie dienen te zijn aangesloten bij en gecertificeerd door AKF resp. SNF.
Kwaliteitseisen short-stay (indicatief voorbeeld) o
o
o o o o
o
De huisvesting is alleen mogelijk als voldaan is aan de geldende randvoorwaarden vanuit natuur, landschap, milieu en agrarische bedrijfsvoering. Zo mogen ook omliggende bedrijven niet worden beperkt in hun agrarische bedrijfsvoering. De huisvestingsvoorzieningen zijn zodanig in de omgeving ingepast dat de omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van de bebouwing en dat de bebouwing geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Minimaal 12m2 gebruiksoppervlak (GBO) per persoon in het geval van huisvesting in een reguliere woning en 10m2 in het geval van een andersoortige accommodatie. Maximaal 2 personen per vertrek met een oppervlak van minimaal 3,5m2 per persoon. Ouder(s) met kinderen worden gehuisvest in een volledig zelfstandige woonruimte of een apart woongedeelte. De huisvesting moet beschikken over sanitair (minimaal 1 douche en wc per 8 bewoners), kookgelegenheid en een algemene verblijfsruimte voor de bewoners met (beperkte) recreatieve voorzieningen (TV, kleine sport- en spelvoorzieningen). De accommodatie is uitsluitend bedoeld voor bewoning van short-stay arbeidsmigranten.
3.4 Controle en handhaving Door de hoge druk op de lokale woningmarkt en het gebrek aan inzicht waar en hoeveel arbeidsmigranten er in de regio wonen, ontstaan er ongewenste huisvestingssituaties waar arbeidsmigranten hoge prijzen betalen voor slechte huisvesting. Daarnaast vormen de acht gemeenten samen een waterbed wat inhoudt dat wanneer de ene gemeente streng handhaaft en de ander niet, malafide partijen verhuizen naar de gemeente waar zij nog de meeste ruimte krijgen. Hiermee verplaatst het probleem zich alleen en wordt het niet opgelost. De regiogemeenten willen door controle en handhaving een veilige woonsituatie voor alle arbeidsmigranten creëren, waardoor overlast vermindert en de leefbaarheid in de wijken wordt verhoogd.
21
Concrete maatregelen die we nemen zijn: Businesscase 4.1 Controle en handhaving • We stellen een handhavingsstrategie voor de regio op en stemmen de handhavingsmomenten af om effectief en efficiënt te kunnen handhaven; • We stellen met elkaar een uitvoeringsplan op. In het in uitvoeringsplan wordt met elkaar regionaal afgesproken hoe vaak wordt gecontroleerd en wanneer welke locaties in beeld komen; • We richten, met de gemeenten die dit willen, een regionaal handhavings- en controleteam in; • We sluiten ons regionaal aan bij het infoplein RIEC (Regionaal Informatie- en Expertisecentrum); • We sluiten ons regionaal aan bij LSI (landelijke stuurgroep interventieteams), waarmee we automatisch aansluiten bij de Inspectie SZW (‘de arbeidsinspectie’) 3.5 Arbeidsmigrant centraal Arbeidsmigranten behoren tot een kwetsbare groep burgers doordat zij vaak niet de taal spreken, niet weten wat hun rechten en plichten zijn of niet weten bij welke instanties zij terecht kunnen. Te weinig kennis van de Nederlandse c.q. Engelse taal en samenleving spelen hierbij vaak een rol. Er is daarom aandacht nodig vanuit het sociaal beleid. Belangrijk is in de eerste plaats een goede en toegankelijke informatievoorziening en een vorm van huurbescherming. Aangezien huisvesting vaak gekoppeld is aan het arbeidscontract belanden arbeidsmigranten regelmatig op straat wanneer het arbeidscontract afloopt.
Doordat arbeidsmigranten geen recht hebben op daklozenopvang komen zij letterlijk in de kou te staan. De regiogemeenten willen dat de zelfredzaamheid van arbeidsmigranten wordt vergroot en dat zij minder afhankelijk worden van hun werkgever/verblijfsbieder en beter zijn of haar weg in de regio weet te vinden. Concrete maatregelen die we nemen zijn: Businesscase 5.1 Arbeidsmigrant centraal • We zetten een enquête uit om de behoeften van arbeidsmigranten te peilen; • We ontwikkelen een regionale website/digitale platform speciaal voor arbeidsmigranten; • We ontwikkelen per gemeente een informatieflyer in meerdere talen met de meest essentiële informatie. Deze wordt op locatie (werkgever, verblijfsbieder) aangeboden; • We stellen, met de gemeenten die dit willen, een welkomspakket samen die men na inschrijving RNI/BRP ontvangt; • We ontwikkelen, met de gemeenten die dit willen, een fysiek informatieloket waar men terecht kan met vragen;
22
• • •
• •
Bij nieuwe grootschalige locaties, eisen we dat er een Raad van Toezicht komt, bestaande uit arbeidsmigranten; We brengen de toekomstige behoefte aan huisvesting in kaart; We zoeken samenwerking met Stichting Barka en maken afspraken met werkgevers en uitzenders om dak- en thuisloze arbeidsmigranten weer aan het werk te helpen of hen te begeleiden naar huis; We maken afspraken met verblijfsbieders over het realiseren van vrijetijdsvoorzieningen (convenant); Elke individuele gemeenten stelt voor 2022 een plan van aanpak op, gericht op het voorkomen van mensenhandel en arbeidsuitbuiting. Met het regionale uitvoeringprogramma voorkomen we mensenhandel en arbeidsmigranten door: samen te werken met preferente partners; malafide partijen te registreren; regionale kwaliteitseisen op te stellen; een regionaal keurmerk in te voeren; een website en een regionaal informatiepunt te ontwikkelen en het ontwikkelen van een regionaal medisch centrum 9.
3.6 WMO/Zorg voor arbeidsmigrant Niet alle minimaal 12.000 arbeidsmigranten die in onze regiogemeenten werkzaam zijn, staan ingeschreven in het BRP. Dit heeft meerdere oorzaken: arbeidsmigranten wéten vaak niet dat zij zich bij een verblijf langer dan 4 maanden moeten inschrijven, of krijgen door hun werkgever/verblijfsbieder niet de kans om zich in te schrijven. Dit heeft verstrekkende gevolgen omdat arbeidsmigranten die zich niet inschrijven, geen toegang hebben tot bijvoorbeeld medische voorzieningen en geen sociale rechten opbouwen. Daarnaast geeft slechts 19% van de arbeidsmigranten aan dat zij een baan hebben op het niveau van de opleiding die in het thuisland gevolgd is. Werkgevers laten een groot deel van de potentie van arbeidsmigranten dus onbenut. Daar komt bij dat de lonen in de thuislanden van arbeidsmigranten stijgen, waardoor het voor hen steeds minder aantrekkelijk wordt om in Nederland te werken. Omdat de beroepsbevolking in Nederland in de toekomst krimpt, moeten we inzetten op het behouden van talentvolle arbeidsmigranten door het voor hen aantrekkelijker te maken om te blijven. Huisvesting is hiervan een belangrijk onderdeel.
De regiogemeenten willen dat alle arbeidsmigranten die in de regio werken, toegang hebben tot maatschappelijke voorzieningen zodat we in de regio beschikken over voldoende gezonde arbeidskrachten die de motor van de economie helpen draaiende te houden.
9
Bij voorkeur bij de nog in te richten regionale huisartsenpost.
23
Concrete maatregelen zijn: Businesscase 6.1 WMO / Zorg voor arbeidsmigranten • We stellen informatie beschikbaar over het Nederlands zorgstelsel in de moedertaal van onze arbeidsmigranten, mede om de drempel te verlagen om naar een huisarts te gaan; • We stellen bij nieuwe locaties als eis dat de uitzendbureaus/werkgevers aan zet zijn om een zorgpas voor de arbeidsmigrant te regelen; • We maken met verblijfsbieders afspraken over het faciliteren van vrijwillige vaccinaties voor hun arbeidsmigranten en voldoende vrijetijdsvoorzieningen (convenant); • We faciliteren, met de gemeenten die dit willen, een regionaal Centraal Medisch Centrum. Businesscase 6.2 Onderwijs en scholing voor arbeidsmigranten • We vormen, met de partijen die dit willen, een vitale coalitie die samen hun schouders onder het initiatief van de Fruit Tech Campus willen zetten; • •
We ontwikkelen, met de partijen die dit willen, een pilot Learn@Work; een curriculum dat arbeidsmigranten de kans geeft om zich verder te ontwikkelen. We onderzoeken, met de partijen die dit willen, de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een regionaal programma voor- en vroegschoolse educatie/kinderopvang. Kinderen van arbeidsmigranten blijken soms in groep 1 van het primair onderwijs al een leerachterstand te hebben doordat de ouders de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn en door hun lange werkdagen weinig tijd hebben voor de ontwikkeling van hun kinderen.
3.7 Governance In 2019 hebben de regiogemeenten de ambitie uitgesproken voor het opzetten van een gezamenlijke beheersorganisatie. De daadwerkelijke inrichting van een gezamenlijke stichting is op dit moment niet aan de orde, wel zijn er afspraken met elkaar gemaakt om de regionale samenwerking te intensiveren. Om dit een goede en slagvaardige vorm te geven en ook de samenhang tussen de onderdelen (businesscases) te versterken, is er behoefte aan een lichte maar slagvaardige governance structuur die geen extra overheidslaag vormt. Een gedeeld regionaal handelingsperspectief dat handvatten biedt om de gestelde doelen en ambities te bereiken; waarin verantwoordelijkheden worden uitgesproken en dat alle betrokken partijen een duidelijke rol geeft, is daarbij essentieel. Naast de governance, zorgt een periodieke monitoring ervoor dat gemeenten op de hoogte blijven van wat er bij elkaar speelt, verrassingen worden voorkomen en dat er tijdig kan worden bijgestuurd. Doel is het om met dit uitvoeringsprogramma als regiogemeenten van de regio Rivierenland koploper te zijn op het dossier huisvesting arbeidsmigranten door vergaande regionale samenwerking. De regiogemeenten willen samen met haar stakeholders en verspreid over de regio, voldoende kwalitatieve huisvesting voor
24
arbeidsmigranten bieden waardoor het nu en in de toekomst voldoende arbeidsmigranten kan aantrekken. Concrete maatregelen die we nemen zijn: Businesscase 7.1 Governance: de wijze van besturen • We gaan met de provincie in gesprek over de mogelijke rol die zij kan vervullen in de samenwerking, bijvoorbeeld rondom kennisuitwisseling; • We richten een lichte maar slagvaardige governance structuur in; • We kijken naar de mogelijkheden voor het organiseren van regionale capaciteit; • We richten een aanjaagteam in waarin de (beoogde) partners van het convenant een plek krijgen; • We sluiten een convenant met marktpartijen over: registratie, huisvesting, beheer, kwaliteitseisen, communicatie. Businesscase 7.2 Monitoring en beleidsmatige rapportages • We zetten een regionaal monitoringssysteem op dat de output, samenwerking en impact volgt van de regionale samenwerking; • We richten een regionale werkgroep op om de specifieke invulling van de monitor regionaal af te stemmen. Businesscase 7.3 Regionaal handelingsperspectief • We stellen een regionaal handelingsperspectief op dat concrete instrumenten en de verantwoordelijke partijen benoemt. Onderwerpen die worden meegenomen zijn onder andere: registratie, opgave, communicatie en participatie, aanbod en spreiding, kwaliteitseisen en certificering, governance.
25
4.
Vitale coalitie
De daadwerkelijke uitvoering van het uitvoeringsprogramma gaan we ter hand nemen met stakeholders uit het veld. Immers, de regiogemeenten kunnen het niet alleen omdat het beleidsterrein integraal en interactief is. Bij de beleidsvoorbereiding hebben we stakeholders als werkgevers, uitzendbureaus, verblijfsbieders en maatschappelijke organisaties betrokken bij het proces. Diezelfde partijen hebben we ook hard nodig bij de uitvoering van het programma. Wij gaan als regiogemeenten op verschillende manieren samenwerken: met elkaar en met onze stakeholders. 4.1 Samenwerking met marktpartijen: convenant Wij, als regiogemeenten, zien onszelf als marktmeesters met als taak: het creëren van een speelveld waarop marktpartijen aan de slag kunnen met het realiseren van huisvesting. Daarbij is het van belang dat we als regiogemeenten alleen samenwerken met de partijen die de lat op dezelfde hoogte willen leggen als wij. Dit doen wij door een convenant op te stellen waarin wij de spelregels definiëren zoals de kwaliteitseisen waaraan huisvesting moet voldoen en de plichten waaraan werkgevers en verblijfsbieders zich moeten houden. Partijen die met ons het convenant tekenen, zijn onze preferente partners en zullen in het realiseren van huisvesting door de gemeenten worden ondersteund en gefaciliteerd.
Op partijen die het convenant niet willen tekenen, gaan we als regiogemeenten strenger handhaven. Op deze manier faciliteren wij bonafide partijen en maken wij het malafide partijen steeds lastiger om in onze regio actief te zijn. 4.2 Samenwerking met de regiogemeenten: handelingsperspectief Omdat de acht gemeenten van Rivierenland op dit dossier nauw gaan samenwerken, wordt er een handelingsperspectief opgesteld die door alle gemeenten ondertekend wordt. In het handelingsperspectief worden de ambitie en doelen vastgesteld, de verschillende mogelijkheden gepresenteerd en de taken van gemeenten vastgesteld. Het handelingsperspectief biedt daarmee handvatten om de vooropgestelde doelen te bereiken. 4.3 Samenwerking met de provincie en het Rijk De regiogemeenten gaan met dit uitvoeringsprogramma ook een intensievere samenwerking met de provincie Gelderland aan. Er worden overleggen met provincie gevoerd over mogelijke rol van de provincie bij de uitvoering. Met het Rijk worden afspraken gemaakt in het kader van de regiodeal.
26
5.
Organisatie en uitvoering
5.1 Governance Het programma komt pas echt tot uitvoering als deze gedragen wordt door de verschillende betrokken overheden, werkgevers, uitzendbureaus, verblijfsbieders en andere partners. Een lichte governance structuur is daarbij wenselijk waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de bestaande structuren. We richten een slagvaardige netwerkorganisatie in met een aansprekende naamgeving. De huidige werktitel ‘Beheerorganisatie huisvesting arbeidsmigranten Rivierenland’ wordt vervangen; bijvoorbeeld: ‘Work@us Rivierenland’ (suggestie). De uitvoering van het programma vindt plaats op drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Op elk niveau werken de vertegenwoordigers van de gemeenten, de regio en de markpartijen samen. Het bestuurlijke portefeuillehoudersoverleg, bestaande uit de verantwoordelijke wethouders van de acht gemeenten, zet op strategisch niveau de lijnen van het programma uit, bewaakt de planning en de financiering. Het is aan de regio om na te gaan of het wenselijk is om aan te sluiten op de bestaande structuur, of dat er behoefte is aan een aparte bestuurlijke werkgroep. Vanuit dit bestuurlijke overleg wordt een slagvaardig aanjaagteam gevormd, samen met de overige convenantpartners.
Dit betekent dat een of twee bestuurders vanuit de gemeenten – zo mogelijk samen met een vertegenwoordiging van de provincie – direct samen gaan werken met marktpartijen en partners in het veld. Het aanjaagteam komt regelmatig bij elkaar om de uitvoering van het gezamenlijke plan van input te voorzien, om de afstemming efficiënt in te richten en om vaart te maken met de uitvoering. Een belangrijke eerste prioriteit van het aanjaagteam is de realisatie van nieuwe locaties in de regio voor huisvesting arbeidsmigranten.
27
De regio stelt namens de gemeenten een programmamanager aan die de ambtelijke werkgroep voorzit. De ambtelijke werkgroep overziet de voortgang van de gemaakte afspraken en stelt de beleidsmatige rapportages op. Ook hier kiezen de regiogemeenten ervoor om het takenpakket van de bestaande werkgroep uit te breiden, in plaats van een aparte werkgroep op te richten. Onder de coördinerende werkgroep worden per speerpunt projectgroepen ingericht, één per speerpunt, waar de operationele uitvoering ter hand wordt genomen. Per speerpunt zal een projectleider verantwoordelijk zijn voor de realisatie. 5.2 Uitvoering Een regionaal beleidskader maken is geen doel op zich, maar het biedt wel de basis om maatregelen daadwerkelijk uit te voeren. Het uitvoeringsprogramma geeft aan welke maatregelen we gaan uitvoeren, op welke termijn dat gebeurt, welke partijen daarbij worden betrokken en welke kosten er indicatief mee gemoeid zijn. Onderstaande planning is indicatief en is afhankelijk van het moment van bestuurlijke accordering in de acht gemeenten. Registratie en informatie Maatregel Opzetten regionaal digitaal nachtregister
Partners Gemeenten
Planning Q1 2022
Informatieverstrekking digitaal regionaal nachtregister opzetten
Gemeenten
Q1 2022
Uniformeren verblijfsbelasting en bestuurlijke boete (handelingsperspectief)
Gemeenten
Q1 2022
Afspraken met werkgevers en verblijfsbieders over inschrijving BRP (convenant)
Q1 2022
Ontwikkelen inschrijfpunt RNI Tiel
Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Gemeenten
Opzetten periodieke enquête marktpartijen
Gemeenten
Q2 2022
Deelname project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit Interviews met grote werkgevers, branchevertegenwoordigers en verblijfsbieders
Gemeenten
Q3 2022
Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders
Q3 2022
Partners Gemeenten Verblijfsbieders Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Gemeenten Gemeenten Regio Rivierenland
Planning Q4 2022
Kennisvermeerdering Maatregel Organiseren open dagen Ontwikkelen voorlichtingscampagne
Ontwikkelen expertisepunt Ontwikkeling communicatiehandreiking Ontwikkelen digitale kennisbank
Q2 2022
Q3 2022
Q3 2022 Q2 2022 Q3 2021
28
Verkennen mogelijkheden regionaal expertiseteam Voldoende aanbod dichtbij werk Maatregel Analyse aantallen in beeld Ontwikkelen spreidingscriteria (handelingsperspectief) Instellen versnellingstafel locaties korte termijn
Inventarisatie voorkeurslocaties
Afspraken over zelfstandig huurcontract (convenant) Afspraken over beheer (convenant) Afspraken regionale kwaliteitseisen huisvesting (convenant) Afstemming juridische instrumenten (handelingsperspectief) Ontwikkelen regionale certificering (convenant) Ontwikkelen regionaal register malafide partijen Kaders locatieontwikkeling (handelingsperspectief) Regionale eisen bedrijfsvestiging (handelingsperspectief) Controle en handhaving Maatregel Opstellen handhavingsstrategie Opstellen uitvoeringsplan Aansluiten RIEC Aansluiten LSI Opzetten regionaal handhavingsteam Arbeidsmigrant centraal Maatregel Uitzetten enquête
Regionale website arbeidsmigranten Uniforme informatieverstrekking bij werkgevers en verblijfsbieders in moedertaal Welkomspakket
Ontwikkelen regionaal informatieloket Samenwerking stichting Barka Afspraken met verblijfsbieders over vrijetijdsvoorzieningen (convenant)
Gemeenten Regio Rivierenland Provincie
Q1 2022
Partners Gemeenten Gemeenten
Planning Q3 2021 Q4 2021
Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Gemeenten Regio Rivierenland Provincie Gemeenten Werkgevers verblijfsbieders Gemeenten Verblijfsbieders Gemeenten
Q4 2021
Gemeenten
Q1 2022
Gemeenten Gemeenten
Q1 2022 Q4 2022
Gemeenten
Q1 2022
Gemeenten
Q1 2022
Partners Gemeenten Gemeenten Gemeenten Gemeenten Gemeenten
Planning Q2 2022 Q4 2022 Q4 2022 Q4 2022 Q2 2022
Partners Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Gemeenten Gemeenten Gemeenten Verblijfsbieders
Planning Q3 2022
Q1 2022
Q1 2022
Q1 2022 Q1 2022
Q1 2022 Q2 2022 Q1 2023
Q2 2022 Q1 2022 Q1 2022
29
WMO/Zorg voor arbeidsmigranten Maatregel Afspraken maken met verblijfsbieders over vrijwillig vaccineren (convenant) Onderzoeken mogelijkheden centraal medisch centrum Vormen vitale coalitie Learn@Work
Ontwikkelen pilot Learn@Work Onderzoeken mogelijkheden regionaal programma voor- en vroegschoolse educatie Governance Maatregel Afsluiten convenant
Inrichten lichte governance structuur
Regionale capaciteit inrichten Tekenen convenant
Opzetten monitoring Regionaal handelingsperspectief
Partners Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Gemeenten
Planning Q1 2022
Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Vitale coalitie Gemeenten
Q4 2022
Partners Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Woningcorporaties Provincie Gemeenten Regio Rivierenland
Planning Q1 2022
Gemeenten Regio Rivierenland Gemeenten Werkgevers Verblijfsbieders Gemeenten Gemeenten
Q4 2021
Q1 2022
Q4 2022 Q3 2022
Q4 2021
Q3 2021
Q2 2022 Q4 2021
Veel werkzaamheden zullen waar mogelijk binnen de reguliere ambtelijke capaciteit worden uitgevoerd. Tegelijkertijd onderzoeken de regiogemeenten in hoeverre er regionale capaciteit vrijgemaakt kan worden ter ondersteuning van het proces. Ook de inzet van partners uit de markt zorgt ervoor dat de bal niet volledig bij de gemeenten komt te liggen. 5.3 Fasering Het uitvoeringsprogramma dat voor u ligt is ambitieus en bestaat uit een behoorlijke lijst maatregelen. Vanzelfsprekend is het niet mogelijk om alle maatregelen tegelijk uit te voeren, daarom focust de regio zich eerst op: maatregelen die snel uitvoerbaar zijn en die snel positieve resultaten opleveren. De maatregelen die na accordering direct worden opgepakt kunnen worden gedekt door de middelen uit de toegekende regiodeal (fase 1). In fase 2 wordt de structurele uitvoering gestart. Daarvoor zullen middelen moeten worden vrijgemaakt door de nieuwe Colleges en Raden die na de verkiezingen in maart 2022 zullen worden gevormd. Door deze fasering kunnen we snel met de uitvoering op stoom komen door ‘no regret maatregelen’ direct op te