CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-054.1 Bijlage 1. Regionaal Uitvoeringsplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid 2026-2032

Gemeenteraad 20 mei 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken12.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De herziening van de Participatiewet (Participatiewet in Balans) biedt gemeenten meer juridische en uitvoeringsruimte om maatwerk te leveren. Die ziet er als volgt uit: 1. Juridische ruimte voor maatwerk De Participatiewet in Balans biedt gemeenten expliciet meer mogelijkheden om af te wijken van standaardregels wanneer dat nodig is om bestaanszekerheid te waarborgen. Dit betekent: • Afwijken van de kostendelersnorm in schrijnende situaties. • Toepassen van de evenredigheidstoets bij boetes en terugvorderingen. • Ruimte voor het buiten toepassing stellen van regels bij individuele omstandigheden.

Deze maatregelen bieden concrete handvatten voor uitvoerders om maatwerk te leveren dat aansluit bij de leefwereld van mensen in kwetsbare posities. De Participatiewet in Balans biedt kansen om het sociaal domein mensgerichter en effectiever in te richten. Door de juridische ruimte actief te benutten en samenwerking te versterken, kunnen we dak- en thuisloosheid voorkomen en bijdragen aan duurzame bestaanszekerheid.

Deze juridische ruimte stelt professionals in staat om te handelen vanuit de menselijke maat, met oog voor de context van de burger. 2. Praktische maatregelen ter voorkoming van dakloosheid De volgende maatregelen dragen direct bij aan het voorkomen van dak- en thuisloosheid: • Verkorting van de zoektermijn voor jongeren (<27 jaar): voorkomt periodes zonder inkomen. • Ambtshalve toekenning van toeslagen: voorkomt dat mensen noodzakelijke ondersteuning mislopen. • Vereenvoudiging van aanvraagprocedures: verlaagt de drempel tot hulp. • Ruimte voor informele hulp (giften in natura) zonder sancties. • Fictieve loonberekening bij ontbrekende loonstroken: voorkomt onnodige terugvordering.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

32

BIJLAGE 3: VERSTERKEN UITVOERINGSPRAKTIJK EIGENAARSCHAP DOEL Continuïteit van zorg- en dienstverlening bij dak- en thuisloosheid en noodzakelijke opvang buiten de grenzen van de gemeente van herkomst. AMBITIE Gebruik van maatschappelijke opvang (MO) is tijdelijk. Uitstroom uit de maatschappelijke opvang is in beginsel de verantwoordelijkheid van de gemeente van herkomst. Het is van belang dat de continuïteit van dienst­verlening is geborgd, ook wanneer iemand door verblijf in maatschappelijke opvang tijdelijk de gemeente verlaat. We onderzoeken of het daarbij helpend is wanneer de gemeente van herkomst het eerste jaar na doorverwijzing naar het regionaal vangnet verantwoordelijk blijft voor zijn inwoner. Denk bijvoorbeeld aan het voorzien in een briefadres, een uitkering, financiering Wmo inzet, bijzondere bijstand en schuldhulpverlening. De juridische, praktische en financiële consequenties van deze werkwijze zijn op dit moment nog niet volledig te overzien en vragen nadere aandacht bij het bepalen wat de beste manier is om continuïteit van zorg- en dienstverlening te waarborgen. Ook andere mogelijkheden worden onderzocht. Bij de uitwerking denken we na over de definitie van gemeente van herkomst en houden we rekening met gemeenten met een aanzuigende werking uit andere gemeenten en regio’s.

In 2026 wordt een collegevoorstel voorbereid om de continuïteit van zorg- en dienstverlening op deze of een andere wijze structureel te borgen. De bepaling welke gemeente de meest aangewezen partij is voor het verstrekken van een briefadres maakt onderdeel uit van deze afweging. ACTIES • Onderzoek en analyse van de juridische, praktische en financiële consequenties bij behoud van ver­antwoordelijkheid over de continuïteit van zorg- en dienstverlening door de gemeente van herkomst. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de kennis van het Platform Sociaal Domein van de VNG. • Onderzoek naar en analyse van alternatieve afspraken om continuïteit van zorg- en dienst­ verlening te waarborgen. We maken hierbij gebruik van de expertise over de best practice regelingen in de verschillende regio’s door inzet van Platform Sociaal Domein van de VNG. JURIDISCHE CONSEQUENTIES De juridische consequenties worden nader in kaart gebracht in Q1 2026.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

33

BIJLAGE 3: VERSTERKEN UITVOERINGSPRAKTIJK REGIEVOERING GEMEENTE DOEL De gemeente is in staat om in de driehoek cor­ poratie, zorg en gemeente antwoorden te vinden om dak- en thuisloosheid te voorkomen of te verhelpen door huisvesting. AMBITIE Gemeenten spannen zich maximaal in voor regievoering bij lokale complexe huisvestingsvraag­ stukken en dreigende dakloosheid.

lokaal zorgnetwerk. Hier wordt een plan van aanpak gemaakt en waar mogelijk doorverwezen naar reguliere routes om preventieve maatregelen, herhuisvesting en eventuele zorg te borgen. JURIDISCHE CONSEQUENTIES Optimalisatie van het benutten van de volledige reikwijdte van de wettelijke mogelijkheden door gebruik van maatwerk.

ACTIE • Om een gelijk speelveld te creëren beschikken alle gemeenten over een lokale opschalingsstructuur die benut wordt wanneer de complexiteit van huisvestingsvraagstukken en de risico’s toenemen. Dit doen ze door: - Enerzijds het inrichten en benutten van methodisch maatwerk, zoals de doorbraakmethode, en door aansluiting bij het landelijke opschalingsplatform Professionals voor Maatwerk Multi­ problematiek (PMM). - Anderzijds het benutten van de methodische opschalingsstructuur Aanpak Voorkoming Escalatie (AVE) bij persoonlijke- en omgevingsveiligheidsvraagstukken als gevolg van, of met als gevolg, (dreigende) dakloosheid. • Complexe huisvestingsproblematiek en (dreigende) dakloosheid wordt, als het niet elders wordt geagendeerd, multidisciplinair besproken in het REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

34

BIJLAGE 4: VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG (Q4 2025) Naam

Aantal plekken

Type opvang

Subsidie 2025

Locatie

De Aanvang

30 plekken eerste opvang

24/7 opvang multi­ problematiek

€ 2.717.029 Op basis van 30 plekken incl. arbeids­ toeleiding (32 u/pw), inzet gedragsdeskundige (4 u/pw) en incl. begeleiding bij opvang.

Nijmegen

10 plekken

Uitbreiding tot 1 mei 2026*

€ 425.741 Dit bedrag is exclusief de geboden ambulante begeleiding, dagbesteding en budgetbegeleiding. De kosten hiervoor bedragen € 64.855.*

Nijmegen

20 plekken eerste opvang

24/7 opvang multi­ problematiek en ernstige verslaving

€ 3.009.600 Inzet van een gedragsdeskundige (4 u/pw) incl. begeleiding bij opvang

Nijmegen

Nachtopvang uit 24 plekken eerste opvang Noodzaak Nijmegen (NuNN)

Nachtopvang in zelfbeheer

€ 401.945 Subsidie 2026

Nijmegen

RIBW Kwelkade

4 plekken eerste opvang

nachtopvang

€ 247. 946 Subsidie 2026

Tiel

Vince

10 plekken eerste opvang

24/7 opvang multi­ problematiek jongeren

€ 2.406.014 10 Eerste opvangplekken*, 7 crisisopvang, 10 plekken de Toren en een gedragsdeskundige (4 u/pw) incl. begeleiding bij opvang voor alle afdelingen

Nijmegen

Totaal eerste opvang

98 plekken

24/7 opvang

De Brug

24 plekken (in 2025 gerealiseerd 24/7 opvang tot en tijdelijk tot mei 2026) 1 mei 2026*

€ 487.512 Dit bedrag is exclusief de geboden ambulante begeleiding, dagbesteding en budgetbegeleiding. De kosten hiervoor bedragen € 118.190.

Nijmegen

Vince

7 plekken maatwerk

24/7 crisisopvang multi­problematiek jongeren

Zie Vince eerste opvang

Nijmegen

Vince de Toren

10 plekken maatwerk

24/7 opvang multiproblematiek jongeren

Zie Vince eerste opvang

Nijmegen

3 plekken maatwerk

Tijdelijke uitbreiding tot 1 mei 2026*

€ 100.000

Nijmegen

MFC

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

35

BIJLAGE 4: VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG (Q4 2025) Naam

Aantal plekken

Type opvang

Subsidie 2025

Locatie

Crisisopvang

16 plekken maatwerk

24/7 opvang individuen € 2.018.622 16 bedden individuen 11 bedden gezinnen

Nijmegen

Crisisopvang

11 plekken maatwerk

24/7 opvang gezinnen

Nijmegen

Trainingshuis De Hulsen

10 plekken maatwerk

24/7 opvang

€ 1.139.189

Nijmegen

30 plekken maatwerk

tijdelijke uitbreiding tot 1 mei 2026*

€ 951.464 Dit bedrag is exclusief de geboden ambulante begeleiding, dagbesteding en budgetbegeleiding. De kosten hiervoor bedragen €24.174.

Nijmegen

Droombankje

15 plekken maatwerk

24/7 opvang

€ 298.874

Nijmegen

Het Tweede huis

15 plekken maatwerk

24/7 opvang

€ 90.400 Waaronder 53.000 Personeelslasten en kosten onderhoud pand

Nederasselt

De Tussenvoorziening

5 plekken maatwerk

24/7 opvang

De Tussenvoorziening

4 plekken maatwerk

24/7 opvang gezinnen

Kwelkade

4 plekken maatwerk

24/7 opvang

€ 314.601

Tiel

Totaal maatwerk

139 individu en 15 gezin

Dagopvang IrisZorg 5 dagen/week 09.00-16.00 uur dagopvang

€ 594.105

Tiel

Dagopvang Kasteel IrisZorg

€ 202.288

Nijmegen

Culemborg € 357.690 subsidie 2026

7 dagen/week

dagopvang

Culemborg

* Het is aannemelijk dat we na 1 mei 2026 nog steeds extra opvangplekken nodig hebben. Of je de kosten tot 1 mei kunt extrapoleren voor het maken van een goede schatting is nu niet vast te stellen. Voorliggend is de vraag of deze specifieke plekken het beste aansluiten bij de vraag van de doelgroep. Dit leren we uit de ervaring en onderzoek in de praktijk. Hoe snel we kunnen anticiperen als er een andere vraag blijkt zijn, is nu ook niet vast te stellen.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

36

BIJLAGE 5: TRIAGE DOEL Door middel van een goede triage wordt iedereen, die te maken krijgt met dak- of thuisloos en dit niet zelf (tijdelijk) kan oplossen, geïndiceerd voor de juiste woon- of opvangplek.

AMBITIE Door middel van triage beoordelen we of er sprake is van (dreigende) dak-of thuisloosheid. Ook beoordelen we of iemand zelf- of samenredzaam genoeg is om de dak- en thuisloosheid verantwoord, veilig, menswaardig, al dan niet tijdelijk, op te lossen of tijdelijk te overbruggen. Wanneer dit niet het geval is, is de mate van zelf- en samenredzaamheid ook de belangrijkste indicatie voor de vervolgplek. Uitgangspunt is dat de meeste mensen zelfstandig kunnen wonen en slechts een zeer klein percentage (grootschalige) opvang nodig heeft. Indien iemand niet zelf- of samenredzaam genoeg is om zelfstandig te wonen moet dit blijken uit een zorgvuldige triage en wordt beoordeeld of iemand zo thuis als mogelijk kan wonen. Indien na zorgvuldige afweging blijkt dat dit ook niet haalbaar is, wordt de kleinschalige opvang als best passende oplossing onderzocht. Slechts wanneer ook dit geen passend alternatief blijkt, wordt iemand door­ verwezen naar de grootschalige opvang. Zo wordt trapsgewijs de best passende oplossing in relatie tot de zelf- en samenredzaamheid onderzocht. Ook als iemand zich bij een 1e opvang meldt en wordt opgevangen, wordt vervolgens ook trapsgewijs gekeken of iemand zelf- of samenredzaam genoeg is te kunnen wonen.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

37

In 2026 wordt een gezamenlijk triagemodel ont­ wikkeld door gemeenten, CTMO, corporaties en zorgorganisaties. Uitgangspunt hierbij is: - Is er sprake van structurele dak- of thuisloosheid. - Is er sprake van voldoende zelf- of samenredzaamheid om de dak- en thuisloosheid verantwoord, veilig en menswaardig, al dan niet tijdelijk, op te lossen of tijdelijk te overbruggen. - De mate van zelf- en samenredzaamheid is de belangrijkste indicatie voor de vervolgplek. • Als de best passende oplossing Wonen Eerst of de zo thuis als mogelijke oplossing nog niet beschikbaar is, kan worden teruggevallen op kleinschalige opvang.

zelfredzaam

- particuliere verhuur/ kamermarkt - hospita verhuur - woning delen / splitsen / friendscontract - inwoning - vragers/dragers - lotwoningen

zelfredzaam met urgentie - sociale verhuur

• Als kleinschalige opvang is geïndiceerd, maar nog niet beschikbaar is, dan kan worden teruggevallen op grootschalige opvang. • Iemand wordt zo veel als mogelijk binnen de eigen gemeente geholpen. Niemand verblijft in een onveilige onverantwoorde, onmenswaardige situatie die de persoon zelf niet kan verhelpen, maar wordt geholpen aan een passende oplossing. PARTNERS, ROLVERDELING EN AFSPRAKEN De triage ontwikkelen we in de driehoek (lokale) gemeenten/centrumgemeente, zorginstelling en woningbouwcorporatie en in samenwerking met CTMO/GGD en ervaringsdeskundigen.

KOSTEN Uitvoeringskosten: de verdeling van rollen in de uitvoering zullen grotendeels bepalen wat de kosten zijn en door wie deze kosten worden gemaakt. Uitgangspunt hierbij is dat kosten voor triage van maatschappelijke opvang worden bekostigd uit de regiobegroting. Hiermee wordt lokale inzet financieel gecompenseerd. Ontwikkelkosten: deze ontwikkeling wordt voor­ bereid door de programmaleider en een werkgroep. Hiervan wordt de inzet gezien wordt als regulier werk dat gedekt wordt uit de compensatieregeling, waarbij regiogemeenten gecompenseerd worden voor regionale taken.

JURIDISCHE CONSEQUENTIES Als meerdere partijen betrokken zijn bij de triage vindt gegevensuitwisseling conform de AVG plaats. Triage leidt tot een besluit waartegen bezwaar gemaakt kan worden.

toewijzing onder voorwaarde van begeleiding/zorg - sociale verhuur + ambulante begeleiding - 2e kanscontract - manifest / WBB - urgentie - geïndiceerde zorg (HF, zorgwoning, vragers/dragers, Kamers met aandacht, Beschermd Wonen etc).

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

kleinschalige opvang

grootschalige opvang

- lokaal

- centraal

38

BIJLAGE 6: MONITORING DOEL VAN MONITORING De monitor geeft inzicht in de voortgang, de resultaten en de effecten van het Regionaal Uitvoeringsplan en de lokale uitvoeringsplannen. Deze uitkomsten van de monitor geven handvatten om te leren en om ons beleid en de uitvoering bij te sturen. De uitkomsten van de monitor worden gebaseerd op feiten (cijfers) én ervaringen. Tot slot, de uitkomsten van de monitor gebruiken we voor de verantwoording richting het college, de raad en de ketenpartners. INRICHTING MONITOR De monitor combineert kwantitatieve (cijfers) en kwalitatieve (ervaringen en duiding) gegevens over de voortgang van het regionaal en lokaal uitvoeringsplan. Bij de kwantitatieve monitoring gaat het om het verkrijgen van inzicht van: • gemeente van herkomst (woongeschiedenis) • reden van dakloosheid • leeftijd • geslacht • verblijfplek • duur van traject • door- en uitstroom • benodigde plekken Wonen Eerst en zo thuis als mogelijke huisvesting (aard en aantal) • benodigde plekken regionaal vangnet (aard en aantal).

Voor het verkrijgen van dit inzicht maken we voor een groot deel gebruik van data die er al is en data die via lopende afspraken beschikbaar komt, zoals: • De managementrapportage Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, deze geeft halfjaarlijks inzicht in de op- en afschaling van aantal beschikbare plekken en type voorzieningen, het aantal aanmeldingen per voorziening, leeftijden en gemeente van herkomst. • De CTMO-monitor geeft inzicht in de mensen die gebruik maken van de maatschappelijke opvang. • De uitkomst van de Ethos-Light telling. Deze levert informatie op over hoeveel dak- en thuislozen zijn geteld en onder welke omstandigheden. De Ethos-Light telling herhalen we in 2030. Deze informatie vullen we aan met stuurgegevens. Dit is informatie die voortkomt uit het door gemeenten uitvoering geven aan de verantwoordelijkheden van de lokale uitvoeringsplannen. Zij richten zich op de mensen die kampen met (dreigende) dak- en thuisloosheid en niet via maatschappelijke opvang in beeld komen. Het monitoren van effecten van deze aanpak is een lokale opgave. Het bureau van Onderzoek en Statistiek gemeente Nijmegen biedt ondersteuning bij het inrichten van de monitor. Door deze gegevens slim te kunnen combineren kan bijvoorbeeld worden herleid of een bepaalde oorzaak van dakloosheid bij een specifieke gemeente vaak voorkomt of dat een specifieke doelgroep extra kwetsbaar is.

Hierop kunnen gemeenten anticiperen door middel van preventie en het inrichten van herhuisvestingsmogelijkheden in de lokale situatie.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

Bij kwalitatieve monitoring gaat het om de duiding van signalen door het verhaal achter het signaal te kennen. Deze signalen kunnen voortkomen uit de kwantitatieve monitor dat het verschil aangeeft tussen de verwachte en de gerealiseerde situatie. Maar kunnen ook komen ook uit signalen over incidenten, successen of samenwerkingsvraagstukken. Daarnaast houden we een aantal diepte-interviews met direct betrokken partijen. Deze verhalen, signalen en duiding van partners en doelgroepen helpen ons om inzicht te krijgen. De centrale activiteit van de kwantitatieve monitoring is een halfjaarlijkse werkconferentie waarin we alle signalen samenbrengen en geleerde lessen en de te leren lessen vaststellen. Dit doen we met de beleidsmedewerkers Wonen en BW/MO, GGD, corporaties, zorgaanbieders en ervaringsdeskundigen. De werkconferentie gebruiken we om inzicht te verkrijgen, te leren en om bij te kunnen sturen. Dit doen we door: • Landelijke ontwikkelingen en thema’s te bespreken • Best practices uit het land of regio te presenteren • We vragen gemeenten, wanneer door de kwantitatieve monitoring aangetoond significant positief of negatief wordt afgeweken van de verwachte resultaten, deze resultaten toe te lichten met het verhaal achter de cijfers • Gezamenlijke ontwikkeldoelen of acties vast te stellen en bespreking van de voortgang te agenderen voor een volgende werkconferentie.

AFSPRAAK Gemeente Nijmegen organiseert samen met een regiogemeente (roulerend) de werkconferentie.

39

BIJLAGE 7: GOVERNANCE Het overall opdrachtgeverschap is belegd bij het bestuurlijk kernteam dat bestaat uit een afvaardiging van wethouders Wonen en Zorg uit de centrum­ gemeente, Rijk van Nijmegen en Rivierenland en een afvaardiging van bestuurders van corporaties van MO/Zorg aanbieders uit de regio. Een regionaal programmateam bestaande uit beleidsmedewerkers uit bovengenoemde domeinen en organisaties bewaakt, monitort en faciliteert de voortgang en bereid bestuurlijke besluitvorming voor. Centrumgemeente Nijmegen regisseert de programma-aansturing door de inzet van een regionaal functionaris.

We hebben in dit proces aandacht voor de impact van de transitie naar kleinschalige opvang en op ontwikkelingen als Wonen Eerst en ‘zo thuis als mogelijk’ met betrekking tot het triageproces; de capaciteit, de uitvoering, samenwerking en expertise.

Het opdrachtgeverschap van het lokaal uitvoeringsplan wordt lokaal belegd. Vanwege de integrale aanpak, waarbij de belangen van Wonen en Zorg onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden en rekening houdend met de paradigmashift van opvang naar wonen, wordt gekozen voor een duaal opdracht­ geverschap door de portefeuillehouder Wonen en de portefeuillehouder Zorg. Landelijke, regionale en lokale ervaringen onderstrepen het belang van gedeeld eigenaarschap op dit dossier. Een beleids­medewerker Wonen samen met een beleidsmedewerker Zorg fungeren gezamenlijk als lokale ambtelijke kartrekker voor de lokale opgave. Zij stemmen de voortgang af met de regionaal functionaris programma-aansturing.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

40

BIJLAGE 7: GOVERNANCE ROLLEN EN TAKEN Goede afspraken over rollen en taken zijn belangrijk.

Rol

Taak

Bestuurlijk Kernteam Programmamanager

Vaststellen rapportages, besluit over bijsturing Coördinatie op programma (voortgang regionaal uitvoeringsplan en lokale uitvoeringsplannen, incl. coördinatie monitoring en organisatie werkconferenties) Aanleveren monitoringsdata 25% opgave, deelname conferentie Aanleveren monitoringsdata 75%, deelname conferentie Aanleveren kwalitatieve data, deelname conferentie Dagvoorzitter van de werkconferenties en het vastleggen kwalitatieve bevindingen en rapportage

Centrumgemeente/GGD Alle gemeenten Ketenpartners Onafhankelijke notulist/ onderzoeker

OVERLEGSTRUCTUUR

Bestuurlijk kernteam

Komt 2x per jaar bij elkaar in de maand na de werkconferentie. Het stelt de monitoringsrapportage vast en bereid bestuurlijk besluitvorming op ontwikkeldoelen voor.

Programmateam

Stemt de eerste 2 jaar 3-wekelijks met elkaar af over de voortgang van het programma (inclusief de ontwikkeldoelen voortkomend uit de werkveldconferenties). In 2026 staat naast uitvoering ook doorontwikkeling centraal. In 2027 staat, naast uitvoering, de implementatie van deze doorontwikkeling centraal. Na twee jaar wordt de frequentie van het overleg herijkt.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

41

BIJLAGE 7: GOVERNANCE PLANNING

Moment

Activiteit

Maart Voorbereiding jaarcijfers en voorjaarswerkconferentie April Voorjaarswerkconferentie (met primair de focus op het Regionaal Vangnet) Mei Bespreking monitor resultaten met bestuurlijk kernteam (eventuele acties die door colleges moeten worden beoordeeld, worden geïnventariseerd en vervolgens in routing gebracht) Mei Publicatie jaarverslag September Voorbereiden half jaar cijfers en najaarswerkconferentie (met primair de focus op de Lokale Uitvoeringsplannen Oktober Najaarswerkconferentie November Bespreking monitor resultaten met bestuurlijk kernteam (eventuele acties die door colleges moeten worden beoordeeld, worden geïnventariseerd en vervolgens in routing gebracht) Doorlopend Feedback en bijsturing in uitvoeringsplan

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

42

BIJLAGE 8: BEGRIPPENLIJST Alternatieve woonvormen Oplossingen zoals de transformatie van leegstaande kantoren of het gebruik van Tiny houses voor daklozen. Dak- en thuisloosheid De European Typology of Homelessness and Housing Exclusion (ETHOS) definieert dak- en thuisloosheid als het gebrek aan volwaardige, behoorlijke huisvesting. Eerste opvangvoorziening

Maatschappelijke opvang waarvoor geen beschikking nodig is.

Ervaringskennis

Kennis van mensen die zelf dakloos zijn geweest of die actief werken met daklozen.

Flexibele intermediaire verhuur en woonbegeleiding

Huurconstructie met tijdelijke verhuurcontracten en begeleiding voor kwetsbare personen.

Friendscontracten

Contracten voor kamerverhuur waarbij vrienden of bekenden samenwonen; een flexibele oplossing voor kwetsbare personen.

Housing First Product binnen de Wonen Eerst-benadering voor langdurig dak- en thuisloze mensen die op meerdere leefgebieden problemen ervaren. Dit betreft mensen die niet kunnen functioneren in een groepssetting. Hen wordt direct een woning aangeboden en zij ontvangen begeleiding middels een vaste methodiek. Inloopvoorzieningen

Open toegankelijke plekken voor hulp en informatie. Hier kun je zonder beschikking gebruik van maken.

Lissabonverklaring

Internationale afspraak om dakloosheid te beëindigen door te streven naar voldoende en toegankelijke huisvesting voor iedereen.

Maatwerkbudgetten

Regionale regelingen waarbij financiële middelen flexibel worden ingezet voor daklozen.

Maatwerkvoorziening Individuele ondersteuning die een gemeente op grond van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) biedt aan iemand die niet op eigen kracht of met hulp van het netwerk kan deelnemen aan de samenleving. Voor een maatwerkvoorziening krijg je altijd een beschikking van de gemeente. Omgekeerde toets

Bij het opstellen van hulpplannen wordt gekeken naar de behoeften van de persoon, in plaats van naar de regelgeving.

Prestatieafspraken

Afspraken tussen partijen over huisvesting en zorg voor kwetsbare groepen.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

43

BIJLAGE 8: BEGRIPPENLIJST Publiek-private samenwerking (PPS)

Samenwerking tussen overheid en private partijen voor maatschappelijke doelen, zoals het versnellen van de woningbouw voor kwetsbare groepen.

Skaeve Huse / Bewoners wonen zelfstandig en meer op afstand van een wijk en kunnen begeleiding aangeboden krijgen. Het betreft woonvormen Anders Wonen / die worden gebruikt als alternatief voor cliënten die moeilijk (zelfstandig) te huisvesten zijn in de wijk en/of in een groep. Het gaat Zorgwoningen: veelal om mensen met ernstige verslavingsproblematiek die overlast veroorzaken. De woonvormen worden regelmatig bezocht door een sociaal beheerder. Zorg is optioneel. Specifieke doelgroepen Volgens het Nationaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid: LHBTIQ+, kwetsbare jongeren en arbeidsmigranten. Urgente doelgroepen Huishoudens die vanwege een noodsituatie of kwetsbare positie met voorrang een sociale huurwoning krijgen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om mensen die dakloos zijn, uit een opvanginstelling komen of moeten verhuizen vanwege sloop of geweld. Urgentieregeling

Gemeentelijke regeling waarbij bepaalde aandachtsgroepen, zoals daklozen, voorrang krijgen bij het toewijzen van woningen.

Wet versterking regie Wetsvoorstel dat bedoeld is om het Rijk, de provincies en gemeenten wettelijk de instrumenten te geven om meer regie te voeren volkshuisvesting op hoeveel woningen er worden gebouwd, waar ze worden gebouwd en voor wie, zodat sneller en meer betaalbare woningen worden gerealiseerd en de verdeling over doelgroepen en regio’s verbetert. Wmo (Wet maatschappe­lijke ondersteuning)

Nederlandse wet die gemeenten verplicht om inwoners te ondersteunen bij zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en meedoen in de samenleving.

Wonen Eerst Systeembenadering die het bieden en behouden van huisvesting als primaire oplossing ziet voor dakloosheid. Een woning is een voorwaarde voor iemand om zijn leven zelf in te kunnen richten en daar, samen met zijn omgeving, regie over te nemen. De (toegang tot) huisvesting is gescheiden van zorg en behandeling. Er worden geen eisen gesteld die niet ook voor andere burgers gelden, voor zover de veiligheid en de leefbaarheid in een buurt dit toelaten. De essentie is “een zelfstandige, permanente woning met een eigen huurcontract”, waarbij de woonwens leidend is. Woonzorgvisie

Strategisch beleidsdocument waarin een gemeente beschrijft hoe wonen, zorg en welzijn worden afgestemd om te voorzien in de behoeften van huidige en toekomstige inwoners.

REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

44

COLOFON Dit is een uitgave van 13 samenwerkende gemeenten in Gelderland-Zuid Tekst: Projectgroep Dakloosheid Illustraties: Elianne Tekent Foto’s: Beeldbank Kansfonds Lay-out: Mondtotmond reclame December 2025

Dit Regionaal Uitvoeringsplan Aanpak dak- en thuisloosheid is tot stand gekomen met de grote inzet en inbreng vanuit de gemeenten Gelderland-Zuid, de betrokken woningcorporaties en organisaties betrokken in het werkveld van dak- en thuisloosheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16664643/1