2026-054.1 Bijlage 1. Regionaal Uitvoeringsplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid 2026-2032
Tekst van het document
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID 2026-2032 | Gelderland-Zuid
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN AANPAK DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID MANAGEMENTSAMENVATTING Het Regionaal Uitvoeringsplan Aanpak Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid 2026–2032 bouwt voort op het Regionaal Actieplan Aanpak Dak- en Thuisloosheid. Samen met de nog te ontwikkelen lokale uitvoeringsplannen vormt dit de basis voor een integrale en toekomstbestendige aanpak van dak- en thuisloosheid in de regio. Waar het actieplan de koers en doelen beschrijft, legt dit uitvoeringsplan vast wat we gaan doen, wanneer we dat doen, hoe we dat organiseren en wie waarvoor verantwoordelijk is. Tegelijk is het uitvoeringsplan een levend document dat wordt aangepast zodra landelijke, regionale of lokale ontwikkelingen daarom vragen. Het uitgangspunt is dat 75% van de mensen met (dreigende) dak- of thuisloosheid lokaal wordt geholpen door behoud van woonruimte, herhuisvesting of passende ondersteuning.
Hiervoor gaan de gemeenten: • Lokale uitvoeringsplannen opstellen waarin preventie, begeleiding en huisvesting samenkomen; •V roeg signalering en preventie versterken, met aandacht voor samenwerking, informatievoor ziening en de sociale basis; • ‘Wonen Eerst’ toepassen: dakloosheid primair benaderen als een huisvestingsvraagstuk; •U rgentieregels en verordeningen aanpassen voor betere toegang tot woningen; • Maatwerk leveren bij financiële bestaanszekerheid; Voor de 25% van de mensen die toch dakloos raken en niet direct geholpen kunnen worden met een woonruimte en/of waarbij sprake is van ernstige problematiek, is er een regionaal vangnet. Dat betekent
dat er in de hele regio opvangplekken zijn waar zij tijdelijk kunnen verblijven. Deze opvang is gericht op herstel en in beginsel, op terugkeer naar de gemeente van herkomst. De gemeenten gaan: • De regionale opvangcapaciteit tijdelijk uitbreiden om buitenslapen te voorkomen; • Kleinschalige opvangvoorzieningen met begeleiding realiseren, verspreid over alle gemeenten in Gelderland-Zuid; • Bestaande regionale opvangvoorzieningen door ontwikkelen en nieuwe opvangvormen realiseren, waaronder prikkelarme en groepsongeschikte plekken, waarin zelf- en samenredzaamheid centraal staan; • Een gezamenlijke triage ontwikkelen, passend bij Wonen Eerst en de doorontwikkeling van de maatschappelijke opvang en in aansluiting op de behoefte en wat er al is; • Bestuurlijke afspraken maken over opvang van
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
2
specifieke doelgroepen, waaronder jongeren, gezinnen, vrouwen en EU-burgers/arbeids migranten die geen toegang hebben tot de Wmo; • Afspraken maken over zorgcontinuïteit, eigenaarschap en solidariteit bij opvang over de gemeentegrens heen. • Financiering structureel verankeren en jaarlijks monitoren. De komende jaren staan in het teken van eerst uitbreiden van het regionaal vangnet (om huidige dakloosheid en buitenslapen te verminderen), daarna transformeren en op termijn de capaciteit afschalen. Hiervoor worden ook een meerjarig vastgoedplan en de regionale triage (door)ontwikkeld. Naast het recht doen aan de opdracht is het streven om de kosten voor de maatschappelijke opvang te beperken en de uitgaven binnen de beschikbare rijksmiddelen te brengen. Dit lukt niet meteen en vraagt de eerste jaren om voorinvestering. Hierdoor nemen de kosten in eerste instantie toe, voordat het beter wordt. De uitvoering monitoren en bespreken we halfjaarlijks met gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en ervaringsdeskundigen. Zo bouwen we gezamenlijk aan een duurzaam en sluitend vangnet, waarin niemand onvrijwillig buiten hoeft te slapen en iedereen zo thuis als mogelijk kan wonen.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
3
INHOUDSOPGAVE MANAGEMENTSAMENVATTING
2
1. INLEIDING
5
2. LOKALE OPGAVE 2.1 Gezamenlijkheid en couleur locale in de lokale opgave 2.2 Wat is er nu? 2.3 Wat is er nodig? 2.3.1. Afsprakenkader
7
3. HET REGIONALE VANGNET 3.1 Doelgroep 3.2 Wat is er nu? 3.3 Wat is er nodig? 3.3.1. Afsprakenkader
11 11 11 12 13
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID
7 7 8 8
4. MONITORING EN STURING
16
5. GOVERNANCE
17
6. COMMUNICATIE
18
7. RISICO’S
19
8. FINANCIËN
21
9. UITVOERINGSAGENDA
25
10. BIJLAGEN
29
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
2026-2032 | Gelderland-Zuid
Culemborg
Buren Neder-Betuwe
West Betuwe
Tiel
Druten West Maas en Waal
Beuningen Nijmegen Wijchen
Berg en Dal Heumen Mook en Middelaar
4
1. INLEIDING Een sluitende aanpak van dak- en thuisloosheid vraagt om een visie en afspraken op regionaal én lokaal niveau over de domeinen heen en in samenhang met de diverse wetgevingen. Het Regionaal Uitvoeringsplan vormt samen met het Regionaal Actieplan en (de nog op te stellen) lokale uit voeringsplannen de gezamenlijke aanpak. De drie documenten worden in samenhang gelezen, begrepen en gebruikt en vormen gezamenlijk de aanpak dak- en thuisloosheid voor de regio Gelderland-Zuid. Het betreft de documenten: •H et Regionaal Actieplan: bevat de aanleiding, missie, visie, uitgangspunten en doelen voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in Gelderland-Zuid. •H et Regionaal Uitvoeringsplan: is het uitvoeringsplan van het regionaal actieplan en werkt uit hoe het regionaal vangnet voor maatschappelijke opvang wordt ingericht en welke kaders er gelden voor de lokale uitvoeringsplannen. • Het Lokale Uitvoeringsplan: beschrijft per gemeente welke maatregelen worden genomen om 75% van de vraagstukken van (dreigende) dak- en thuisloosheid lokaal op te lossen en/of te voorkomen. Alle 13 gemeenten starten in 2026 met het opstellen van deze lokale plannen.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
5
Het Actieplan biedt het strategisch kader; dit uitvoeringsplan is de praktische uitwerking daarvan. We hanteren in deze drie documenten de volgende uitgangspunten: 1. D e inzet is gericht op het vergroten van zelf redzaamheid en samenredzaamheid, ook bij de inrichting van voorzieningen voor Maat schappelijke Opvang. 2. Het voorkomen van dakloosheid heeft prioriteit boven opvang of herhuisvesting; als voorkomen niet is gelukt, ligt de focus op herstel. 3. Wonen met privacy en autonomie geldt als norm. 4. E r mag geen thuisloosheid zijn onder kinderen en jongeren tot 23 jaar. 5. H et streven is om onvrijwillig buitenslapen te beëindigen. 6. W at lokaal kan worden opgelost, gebeurt lokaal; wat regionaal moet worden opgepakt, gebeurt regionaal.
We gaan uit van de ETHOS-categorieën: 1. Mensen die leven in de openbare ruimte; 2. Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen; 3. M ensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen. 4. M ensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting; 5. M ensen die wonen in een niet-conventionele woonruimte (zoals een auto, vakantiewoning of kraakpand); 6. M ensen die tijdelijk bij familie of vrienden verblijven.
,,
VOOR DE OPBOUW
1.1 LEESWIJZER Voor de opbouw van het regionaal uitvoeringsplan volgen we de reis van de inwoner. U leest dan ook eerst wat lokaal nodig is en aansluitend wat dit voor het regionale vangnet betekent. Aan het einde van dit document vindt u een begrippenlijst (bijlage 8).
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
VAN HET REGIONAAL UITVOERINGSPLAN VOLGEN WE DE REIS VAN DE INWONER
6
2. LOKALE OPGAVE 2.1 GEZAMENLIJKHEID EN COULEUR LOCALE IN DE LOKALE OPGAVE In Gelderland-Zuid erkennen we de urgente maatschappelijke opgave om dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk te voorkomen. Als dit toch gebeurt, vangen we mensen snel en menswaardig op. Vanuit onze gezamenlijke verantwoordelijkheid spreken we af dat elke gemeente zich maximaal inspant om dak- en thuisloosheid te voorkomen. Dat doen we uit solidariteit met elkaar en vooral uit solidariteit met inwoners die hun huis dreigen te verliezen, geen woonplek meer hebben, of – vanwege hun problematiek - geen huis kunnen vinden. In het regionaal actieplan legden we vast dat 75% van de hulpvragen rond (dreigende) dakloosheid lokaal wordt opgevangen en ondersteund. Het gaat hierbij om het voorkomen van dakloosheid, het behoud van huisvesting en het organiseren van passende herhuisvesting en woonplekken. Dit vraagt van elke gemeente om dak- en thuisloosheid primair te zien als woonprobleem. Waar nodig ondersteund met zorg. Ook vraagt het van elke gemeente om zich maximaal in te zetten op preventie, zodat inwoners die wel een (t)huis hebben, dit kunnen behouden. Uit de ETHOS-telling komt naar voren dat naar verwachting ongeveer 75% van de dak- en thuisloosheid met passende lokale inspanningen kan REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
worden voorkomen of opgelost. De lokale opgave richt zich daarom primair op de volgende groepen binnen de ETHOS-categorieën: 4. M ensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting; 5. M ensen die wonen in een niet-conventionele woonruimte (zoals een auto, vakantiewoning of kraakpand); 6. Mensen die tijdelijk bij familie of vrienden verblijven. Ook inwoners met dreigende huisuitzetting horen tot deze doelgroep. We voorkomen hiermee dat mensen buitenslapen of afhankelijk worden van het regionale vangnet. Het gezamenlijke doel is dat alle gemeenten in 2032 in staat zijn om inwoners lokaal duurzamer te huisvesten en ondersteunen, zonder dat ze aangewezen raken op de regionale opvang.
2.2 WAT IS ER NU? Gemeenten werken hard aan preventie, het realiseren van een goede sociale basis en een sluitende aanpak, zodat inwoners zo lang en zo goed mogelijk zelfstandig kunnen wonen en zelfredzaam zijn. Dit doen we aan de hand van regionale en lokale beleidsplannen en uitvoeringsplannen. Veel gaat goed en is op orde. Er is een goede samenwerking met 7
woningcorporaties, er zijn preventieprojecten en voorzieningen die aansluiten bij de landelijke en lokale Woonzorgvisies. De preventiescanner laat zien dat de basis grotendeels op orde is, maar ook dat verdere ontwikkeling nodig is op: • Het voorkomen van dak- en thuisloosheid en huisuitzettingen; • Het spreiden van voorzieningen binnen de regio; • Het versterken van de doorstroom van opvang naar wonen; • En de paradigmashift van zorg naar wonen: wonen als basis voor herstel.
2.3 WAT IS ER NODIG? Om de lokale aanpak goed te laten werken, spreken we af wát elke gemeente minimaal regelt om een gezamenlijke aanpak dak- en thuisloosheid te realiseren. Deze afspraken gaan over het wat – de gezamenlijke koers en basisvoorwaarden – en niet over het hoe gemeenten dit uitvoeren. De lokale opgave gaat over de volgende 4 thema’s: 1. Meer woonplekken (Wonen Eerst) 2. Preventie 3. Financiële bestaanszekerheid 4. Versterken uitvoering
De regionale afspraken geven richting, maar laten ruimte voor lokale invulling. Elke gemeente bepaalt binnen dit kader haar eigen aanpak, afgestemd op de lokale situatie en beschikbare middelen. Naast dit kader, besteed het lokale uitvoeringsplan aandacht aan: 1. H oe vroeg signalering en samenwerking met partners is georganiseerd; 2. Hoe woonruimte en begeleiding beschikbaar worden gemaakt; 3. H oe financiële problemen worden voorkomen of opgelost; 4. W elke extra aandacht er is voor de specifieke behoefte van de aandachtsgroepen uit het Nationaal Actieplan; 5. H oe ervaringsdeskundigheid in het plan is geborgd; 6. H oe de verbinding met het regionaal vangnet is geregeld. In de uitvoering borgt elke gemeente de verantwoordelijkheden tussen de verschillende domeinen, zoals bij Wonen, Zorg en het IZA/AZWA en houdt daarbij oog voor de samenhang tussen verschillende wetgevingen. Waar nodig worden(sub)regionale afspraken gemaakt en lokaal de randvoorwaarden georganiseerd om instroom in de opvang te voorkomen en uitstroom te bevorderen.
Elke gemeente werkt de afspraken die hieronder staan uit in het lokale uitvoeringsplan. Hierbij wordt de gemeente geholpen met een digitale omgeving waar best practices en veelbelovende ontwikkelingen gedeeld en geactualiseerd worden.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
2.3.1. AFSPRAKENKADER MEER WOONPLEKKEN (WONEN EERST) Concrete afspraken (zie ook bijlage 1 Wonen Eerst) • We spreken af dat mensen (die vallen onder de ETHOS doelgroep 4 t/m 6) die aanspraak maken op een urgentie voor Wonen Eerst, deze urgentie krijgen. • Er vinden geen huisuitzettingen plaats met uitzondering van situaties, waarin huisuitzetting geoorloofd is vanwege onwil om rekening te houden met de omgeving of door bewust ondermijnend gedrag.
8
• We spreken af dat mensen die uitstromen uit een instelling, vervolghuisvesting hebben, zo nodig met begeleiding. • Gemeenten gaan afspraken maken over de triage passend bij Wonen Eerst en bij de doorontwik keling van de maatschappelijk opvang en in aansluiting op de behoefte en wat er al is.
Wonen Eerst, de zes leidende principes 1. D akloosheid voorkomen is altijd beter dan opvang of herhuisvesting. 2. Huisvesting is een mensenrecht. 3. Respect voor keuze en eigen regie van mensen. 4. Scheiden van wonen en zorg. 5. Ondersteuning is gericht op herstel. 6. Ondersteuning is flexibel en op maat.
Verwachte inspanningen • Lokaal beleid sluit aan bij de zes leidende principes van Wonen Eerst. • Gemeenten benutten en/of creëren lokale mogelijkheden om huisuitzetting te voorkomen. • Gemeenten maken afspraken over urgentie voor de ETHOS-doelgroep in de regionale urgentieverordening of in hun lokale prestatieafspraken • Gemeenten hebben afspraken met de woon corporatie(s) over het beschikbaar stellen van voldoende passende huurwoningen via de Werkgroep Bijzondere Bemiddeling (WBB), het Manifest/ Uitstroompunt of bijzondere bemiddeling.
• Gemeenten ontwikkelen meer betaalbare huurwoningen tot 1e aftoppingsgrens, met name voor jongeren onder de 21 jaar. • Gemeenten werken met woningcorporaties en zorgorganisaties samen aan (her-)huisvestings oplossingen, bijvoorbeeld woningdelen en hospitaverhuur. • Gemeenten organiseren een manier om zicht te krijgen op de omvang van de doelgroep. Bijvoorbeeld een loket/voorziening waar inwoners terecht kunnen met vragen over wonen. • Gemeenten investeren in tijdelijke huisvesting voor ‘spoedzoekers’.
• Gemeenten signaleren vroegtijdig problemen in samenwerking met corporaties, zorg- en welzijns organisaties en schuldhulpverlening.
PREVENTIE Concrete afspraken • Waar nodig breiden gemeenten de preventieactiviteiten uit in aansluiting op de doelgroep. • Gemeenten zorgen voor voldoende onder steuning van inwoners die tijdelijk minder zelf- of samenredzaam zijn.
FINANCIËLE BESTAANSZEKERHEID Concrete afspraken (zie ook bijlage 2 financiële bestaanszekerheid) • Gemeenten ondersteunen inwoners, toegespitst op de ETHOS-doelgroep, actief bij het behoud van huisvesting.
Verwachte inspanningen • Elke gemeente neemt een lokaal kader ‘toegankelijkheid informatie dak- en thuisloosheid’ op in het eigen uitvoeringsplan.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
• Inwoners weten waar zij terechtkunnen bij (dreigende) huisvestingsproblemen. • Gemeenten zorgen voor toegankelijke informatie en werken aan het verminderen van stigma’s rond dakloosheid. • Elke gemeenten kent zijn hiaten op de preventiescanner en werkt aan een oplossing.
Verwachte inspanningen • Gemeenten versterken bestaanszekerheid door lokaal beleid en ondersteuning. • Gemeenten bieden maatwerk binnen de Participatiewet in Balans en zetten in op vroegtijdige schuldhulpverlening. 9
MONITORING Concrete afspraken • Gemeenten leveren gegevens aan voor de regionale monitor.
VERSTERKEN UITVOERING Concrete afspraken (zie ook bijlage 3 Versterken uitvoeringspraktijk) • Iedere gemeente komt met een voorstel voor een kleinschalige opvang in de eigen gemeente. • Gemeenten leggen regionaal afspraken vast over zorgcontinuïteit, eigenaarschap en solidariteit bij opvang buiten de eigen gemeente. • Gemeenten hebben een escalatiestructuur bij complexe problematiek, bijvoorbeeld AVE methodiek, PMM en de Doorbraakmethode.
Verwachte inspanningen • Gemeenten organiseren halfjaarlijks werkveldconferenties om voortgang te bespreken. • Gemeenten bepalen de KPI’s waarop we lokaal en regionaal minimaal monitoren.
Verwachte inspanningen • Gemeenten onderzoeken gezamenlijk alternatieve modellen voor lokaal en regionaal eigenaarschap en continuïteit. • Gemeente is in staat om in de driehoek corporatie, zorg en gemeente antwoorden te vinden om dak- en thuisloosheid te voorkomen of te verhelpen door huisvesting.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
10
3. HET REGIONALE VANGNET In het regionaal actieplan legden we vast dat 25% van de hulpvragen rond dakloosheid regionaal wordt opgevangen en ondersteund. Met het regionale vangnet zorgen we er ervoor dat wanneer mensen, ondanks alle inzet, toch dakloos worden, worden opgevangen. Het regionale vangnet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle gemeenten. Binnen de centrumregeling hebben we afgesproken dat de gemeente Nijmegen de regie heeft over de regionale taken. Wel altijd in samenspraak met de (betreffende) regiogemeenten.
3.1 DOELGROEP Het Regionaal Vangnet is bedoeld voor mensen die dakloos zijn en te maken hebben met meervoudige en complexe problematiek, waarvoor voorkomen van dak- en thuisloosheid niet is gelukt en herhuisvesting en begeleiding in de eigen gemeente (nog) niet passend of haalbaar is. Deze mensen zijn niet zelf- en samenredzaam genoeg om de periode van tijdelijke dak- en thuisloosheid veilig en verantwoord met eigen oplossingen te overbruggen. Concreet gaat het om dakloze mensen die vallen binnen de ETHOS-categorie 1 tot en met 3: 1. Mensen die leven in de openbare ruimte; 2. Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen; 3. M ensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen.
3.2 WAT IS ER NU? Samen met Iriszorg, RIBW, Droombankje en Het Tweede Huis werken we aan een regionaal dekkend vangnet van maatschappelijke opvang. Deze samenwerking heeft geleid tot een divers en kwalitatief goed aanbod van maatschappelijke opvangvoor zieningen. Zo zijn er voorzieningen specifiek voor jeugd, voorzieningen in het kader van zelfbeheer, alsook voorzieningen voor complexe problematiek waar middelengebruik centraal staat. REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
11
De voorzieningen concentreren zich in gemeente Nijmegen en er zijn ook voorzieningen in Nederasselt, Tiel en Culemborg. In 2025 is geconstateerd door gemeenten en samenwerkingspartners dat er, met name in Nijmegen, sprake is van een onaanvaardbaar aantal buiten slapers dat leidt tot mensonterende en overlast gevende situaties. Hoewel we werken aan een zo thuis mogelijke huisvesting inclusief begeleiding, is dit niet op korte termijn afdoende te realiseren voor deze doelgroep. Het opvangen van het aantal buitenslapers vraagt om een tijdelijke pragmatische aanpak. We investeren daarom voor de korte termijn eerst in het uitbreiden van het aantal opvang plekken, zowel voor de eerste opvang als voor maatwerkplekken. Zo zijn er 10 extra plekken in de eerste opvang en 57 maatwerkplekken gerealiseerd. Hierdoor ontstaat er meer ruimte om door- en uit de opvang te stromen. Daarnaast is er nog behoefte aan 12 extra maatwerkplekken in Rivierenland. We vinden het belangrijk om kleinschalige opvang te realiseren, dichter bij de plek waar mensen vandaan komen. Tegelijkertijd wordt in Rivierenland gewerkt aan verduurzaming en uitbreiding van de eerste opvang naar in totaal 8-12 plekken. Uitgangspunt is hierbij dat deze uitbreiding ook past bij de spreidingsopgave en hier is geen eindtermijn aan gekoppeld.
De omvang van deze deels gerealiseerde uitbreidingsbehoefte in de regio Gelderland- Zuid is vastgesteld aan de hand van de cijfers van de ETHOS-telling,
gecombineerd met monitoringsgegevens vanuit Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang en aangevuld met gegevens over de doelgroep die in beeld is gekomen tijdens de winternachtopvangperiode. Op dit moment bestaat de maatschappelijke opvang in regio Gelderland Zuid, inclusief de al gerealiseerde uitbreiding, uit: • 98 plekken eerste opvang* • 139 plekken maatwerk voorzieningen** voor individuen • 15 plekken maatwerkvoorzieningen voor gezinnen • Dagopvang in Tiel • Dagopvang in Nijmegen * Eerste opvang is opvang waar je zonder triage vooraf gebruik van kunt maken ** Plekken Maatwerkvoorzieningen zijn opvangplekken waar je alleen met een beschikking (gekregen door triage) gebruik van kunt maken. Voor de volledige lijst van beschikbare opvangvoorzieningen inclusief kosten, zie bijlage 4 Voorzieningen maatschappelijke opvang (Q4 2025) Ondanks deze recente uitbreiding zien we dat de zorgen over het aantal buitenslapers onvoldoende is afgenomen. Een aanzienlijk deel van de dak- en thuisloze mensen komt door regelgeving niet in aanmerking voor opvang. Dit betreft een groot deel van de dakloze arbeidsmigranten en mensen die tijdelijk nog ergens kunnen verblijven maar feitelijk geen dak boven hun hoofd hebben, zoals mensen die in hun auto of garageboxen slapen of
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
niet op de opvang welkom zijn omdat zij een huisdier hebben. Ook overlast gevende en zorgmijdende dakloze mensen kunnen onvoldoende terecht in de opvangvoorzieningen.
3.3 WAT IS ER NODIG? De visie vanuit het Regionaal Actieplan Dakloosheid is om dak- en thuisloosheid primair met huisvestingsoplossingen te bestrijden. Echter, er zullen situaties blijven waarbij dat – op dat moment - (nog) niet mogelijk is. Voor die situatie realiseren we regionaal een stevig vangnet van opvangvoorzieningen en beoordelen doorlopend of afschalen – naar een kleinere omvang - mogelijk is. We werken toe naar een situatie waarbij we het aanbod van voorzieningen beter afstemmen op de huisvestings- en eventuele zorgvraag van de doelgroep. Voor wie zelfstandig kan wonen, al dan niet met begeleiding, werken we regionaal en lokaal aan huisvestingsoplossingen. Voor wie dat (nog) niet passend is, is er tijdelijke opvang die ook gericht is op uitstroom naar woonoplossingen. 12
Culemborg
Buren Neder-Betuwe
Door de lokale uitvoeringsplannen worden de huisvestingsmogelijkheden uitgebreid. Daarnaast wordt 2026-2027, zoals toegelicht in 3.2, opvangcapaciteit uitgebreid. Hierbij kijken we kritisch hoe lang extra uitbreiding noodzakelijk is. Ook beoordelen we, indien uitbreiding nodig blijft, hoe deze uitbreiding het beste aansluit bij de zelf- en samenredzaamheid en spreidingsopgave, waarbij we streven naar een aanbod van Maatschappelijke Opvang verspreid over de gehele regio. Waar kleinschalige opvang volstaat en realiseerbaar is passen we dit toe. We kijken voortdurend hoe we zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij de actualiteit en recente ontwikkelingen en bespreken dit tijdens de werkconferentie. De tweejaarlijkse werkconferenties zijn een belangrijk instrument om de voortgang te analyseren.
West Betuwe
Tiel
Druten West Maas en Waal
Beuningen Nijmegen Wijchen
Berg en Dal Heumen Mook en Middelaar
3.3.1. AFSPRAKENKADER
Verwachte inspanningen • Gemeenten houden bij de ontwikkeling van kleinschalige opvangvoorzieningen rekening met: - Lokale draagkracht - Aanwezige voorzieningen - Benodigde bemensing en expertise • Regiogemeenten leveren inventarisaties aan over haalbaarheid locatie, lokale draagkracht en lokale ambitie. We verwijzen hiervoor ook naar de afspraak die we maakten bij Versterken Uitvoeringspraktijk: “Iedere gemeente komt met een voorstel voor een kleinschalige opvang in de eigen gemeente”. • Gemeenten maken afspraken met corporatie en zorgaanbieder over locatie, omvang en doelgroep voor deze kleinschalige voorzieningen.
KLEINSCHALIGE OPVANG, VERSPREID OVER DE GEMEENTEN Concrete afspraken • In 2026 starten we met kleinschalige opvang, verspreid over de gemeenten. We zetten in op drie opvangvoorzieningen in regio Rivierenland en twee opvangvoorzieningen in Rijk van Nijmegen. In Rivierenland betekent dit 12 extra maatwerkplekken. In Rijk van Nijmegen gaat het om het herinrichten van het opvangaanbod op basis van zelf- en samenredzaamheid en spreidingsopgave.
VOORKOMEN VAN ONVRIJWILLIG BUITENSLAPEN EN VERMINDEREN VAN OVERLAST Concrete afspraken • Om ervoor te zorgen dat niemand onvrijwillig buiten slaapt en om verdere maatschappelijke problematiek te voorkomen/ terug te dringen wordt grootschalige opvang tijdelijk uitgebreid. • Gemeenten nemen in 2026 een bestuurlijk besluit over opvangvoorzieningen voor; niet-Wmo gerechtigde EU-burgers, arbeidsmigranten en ongedocumenteerden.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
Verwachte inspanningen • De gemeente (Nijmegen) zorgt ervoor dat, bij de ontwikkeling van grootschalige opvangvoorzieningen, rekening wordt gehouden met: - Autonomie en privacy van cliënten - Creatieve huisvestingsoplossingen (zoals het benutten van leegstaande gebouwen) - Waar mogelijk worden (aflopende) grootschalige opvangvoorzieningen vervangen voor kleinschalige. Gemeenten dragen zorg voor opvang van alle buitenslapers tijdens het winterprotocol (dit geldt iig voor de winterperiode 2025-2026, daarna streven gemeenten naar voldoende opvangmogelijkheden het hele jaar door) • Gemeenten hebben een inspanningsplicht om te onderzoeken of iemand Wmo-gerechtigd is. • Gemeente Nijmegen geeft uitvoering aan het amendement “Iedereen van straat, niemand dakloos”. De ervaringen van deze uitbreiding geven input voor ontwikkelingen bij het voor komen en oplossen van dak- en thuisloosheid.
13
VERDER ONTWIKKELEN TRIAGEPROCES Concrete afspraken • In 2026 wordt het triageproces voor het toewijzen naar passende woon- opvangoplossingen – met lokale en regionale afspraken - (door)ontwikkeld en vastgesteld, door gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders, CTMO en GGD. • We gaan hierbij uit van een regionale basis afspraak voor de toewijzing naar MO aangevuld met sub regionale en lokale afspraken over toewijzing Wonen Eerst en zo thuis als mogelijk voorzieningen. Zie bijlage 5 Triage.
REALISEREN VASTGOEDPLAN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG Concrete afspraken • Gemeenten maken in 2026 een vastgoedplan Maatschappelijke Opvang, waarbij kosten voor onderhoud en aanpassingen aan bestaande opvangvoorzieningen in kaart worden gebracht. • Gemeenten zorgen ervoor dat ontwikkelingen en onderhoud van het vastgoed voor Maat schappelijke Opvang onderdeel wordt van een meerjarige uitvoeringsagenda. We weten dat er een aantal voorzieningen zijn die niet meer aan de eisen en normen voldoen. Er kan sprake zijn van: • Verduurzamen; • Onderhoud; • Verbouwing uitbreiding of verkleining; • Vervangen van panden of locaties.
• MFC Iriszorg (Nijmegen): Dit gebouw voldoet niet meer aan de duurzaamheidseisen en moet worden verbouwd. Deze verbouwing staat voor 2026 gepland. Kosten zijn nog niet bekend. Deze worden deels door huur betaald.
Verwachte inspanningen • Gemeenten onderzoeken per actie hoe dit gefinancierd gaat worden en nemen dit op in het meerjarig vastgoedplan. Denk aan aanschaf vastgoed, kosten verdisconteren in de huurprijs, meerjarige afschrijving op de begroting en cofinanciering. Uitgangspunt is dat we bij aanpassingen aan een pand maximaal anticiperen op toekomstig gebruik en multifunctionaliteit. • Gemeente Nijmegen brengt de meerjarige opgave in kaart en maakt een concept meerjarig vastgoedplan en laat dit vaststellen in afstemming met de regio.
Bij het opstellen van deze meerjarige vastgoedplan maatschappelijke opvang wordt in ieder geval meegenomen: • RIBW Kwelkade (Tiel): De huidige locatie is met een capaciteit van 4 personen (8 tijdens winterprotocol) te klein en moet groeien naar een voorzieningen van 8-12 personen. (zie ook afspraak 2 uitbreiding grootschalige opvang) • NuNN (Nijmegen): Deze opvang zit in een verwaarloosd pand, investeringen zijn noodzakelijk. • IrisZorg Crisisopvang (Nijmegen): Het gebouw waar nu de crisisopvang in Nijmegen is gehuisvest, is te klein, voldoet niet aan de opvangeisen (meer gezinsplekken) en is niet duurzaam. REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
14
ONTWIKKELEN EXTRA OF AANGEPASTE OPVANGPLEKKEN EN/OF VEILIGHEIDSMAATREGELEN VOOR SPECIFIEKE DOELGROEPEN Concrete afspraken • Gemeenten onderzoeken de noodzaak en mogelijkheden voor het ontwikkelen van extra of aangepaste opvangplekken en/of veiligheidsmaatregelen voor specifieke doelgroepen binnen de populatie van dakloze mensen. Het betreft mensen met zeer complexe problematiek, mensen die prikkelarme opvang nodig hebben (groepsongeschikt), vrouwen, gezinnen, jongeren 18-27, slachtoffers van mensenhandel en plegers van huiselijk geweld (WTH), LHBTQI+ en mensen met huisdieren. •G emeenten nemen in 2026 hierover een bestuurlijk besluit.
Verwachte inspanningen • Gemeenten en opvangvoorzieningen houden zoveel mogelijk rekening met: • Veiligheid, kindvriendelijkheid en een zo kort mogelijk verblijf betreffende de opvang van gezinnen. • We waarborgen de rechten van kinderen. • Jeugdvriendelijke plekken voor jongeren 18-27 jaar. • Minimaal één structurele veilige opvangplek voor slachtoffers van mensenhandel. REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
15
4. MONITORING EN STURING De monitoring vormt de lerende motor van het Regionaal Uitvoeringsplan. Door structureel cijfers en ervaringen te combineren, ontstaat inzicht in wat werkt en waar bijsturing nodig is. De resultaten van de monitor worden gebruikt om te leren, bij te sturen en verantwoording af te leggen aan bestuur en partners.
De werkconferenties worden georganiseerd door Nijmegen samen met een wisselende regiogemeente. De uitkomsten van de monitoring en werkconferenties leiden tot gezamenlijke leerdoelen en acties. Resultaten worden vastgelegd en besproken tijdens de volgende conferentie. Op die manier blijft het beleid adaptief, transparant en regionaal gedragen.
De monitor verzamelt kwantitatieve gegevens, zoals herkomst (woongeschiedenis), verblijfplek, reden van dakloosheid, leeftijd, geslacht, trajectduur, door- en uitstroom, en de behoefte aan plekken voor Wonen Eerst en het regionaal vangnet. Hiervoor gebruiken we bestaande bronnen zoals de managementrapportage BW/MO, de CTMO-monitor de Ethos-Light telling (herhaling in 2032). Dit vullen we aan met stuurgegevens die voortkomen uit het door gemeenten uitvoering geven aan de verantwoordelijkheden van de lokale uitvoeringsplannen. Voor het regionaal in beeld brengen van de lokale voortgang, is het een optie is om de preventiescanner (of een vergelijkbaar instrument) in 2032 te herhalen. Onderzoek & Statistiek Nijmegen ondersteunt bij analyse en duiding van deze gegevens. Kwalitatieve informatie, zoals signalen en verhalen van partners en ervaringsdeskundigen, helpt om cijfers te verklaren en verbeterpunten te bepalen. Deze informatie wordt besproken tijdens halfjaarlijkse werkconferenties met gemeenten, GGD, corporaties, zorgaanbieders en ervaringsdeskundigen.
Concrete afspraken (zie ook bijlage 6 Monitoring) • Gemeenten monitoren halfjaarlijks de (ontwikkelingen in de) maatschappelijke opvang • Gemeente Nijmegen neemt vanuit de centrumfunctie regie om de ontwikkelingen van het uitvoeringsplan te monitoren en de verbinding van de deelnemende gemeenten te organiseren, inclusief de halfjaarlijkse werkconferenties. Hiervoor stelt Nijmegen voor 3 jaar een regionaal programmamanager aan.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
,,
Verwachte inspanningen • De gemeenten gebruiken de reguliere structuur van MO/BW overleg en halfjaarlijks wordt er een werkconferentie georganiseerd, waar alle gemeenten in de regio Gelderland-Zuid aan deelnemen, om: - De (benodigde) capaciteit van het regionaal vangnet te monitoren en te bepalen of deze kan worden afgeschaald of niet. - Gezamenlijk te bepalen of het aanbod van het regionaal vangnet aansluit op de vraag. - Onderling van elkaar te leren over de ontwikkelingen per gemeenten. • Gemeenten spannen zich in voor de inzet van capaciteit van beleidsmedewerkers om bij te dragen aan de monitoring en aansturing van het Regionaal Uitvoeringsplan. Bekostiging van deze inzet komt uit de regiobegroting.
DE MONITORING VORMT DE LERENDE MOTOR VAN HET REGIONAAL UITVOERINGSPLAN 16
5. GOVERNANCE De governance regelt de verantwoordelijkheden, samenwerking en besluitvorming binnen het uitvoeringsplan. We volgen de lijn die is vastgelegd in de centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland én de bijbehorende dienstverleningsovereenkomst en inrichtingsplan. In de wijze van aansturing van het Actieplan en het daarbij behorende Uitvoeringsplan blijven we dicht bij de afspraken over samenwerking zoals we die hebben vastgelegd in de Centrumregeling en de Dienstverleningsovereenkomst en het bijbehorende inrichtingsplan. En we hebben aandacht voor ontwikkelingen die hier direct aan raken zoals IZA, en GALA en straks AZWA. Met daarbij de opmerking dat de deze trajecten ieder een eigen aansturing hebben waarbij de verschillende aanbieders ook moeten meesturen op de realisatie hiervan en samenhang. Het bestuurlijk kernteam, met wethouders Wonen en Zorg en bestuurders van corporaties en zorgaanbieders, stelt rapportages vast en doet voorstellen over bijsturing aan de wethouders van de beide domeinen. Een regionaal programmateam, met beleidsmedewerkers uit de betrokken gemeenten en organisaties, bewaakt de voortgang en bereidt besluiten voor. Zie bijlage & Governance.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
Wethouders beschermd wonen en maatschappelijke opvang (BW/MO) worden periodiek meegenomen via het regionaal bestuurlijk overleg BW/MO Gelderland-Zuid. De wethouders Wonen worden sub regionaal meegenomen via PFO Wonen Rijk van Nijmegen en het PFO Wonen Rivierenland. Zij bepalen richting op basis van voorstellen bestuurlijk kernteam De centrumgemeente Nijmegen voert de regie via een programmamanager. Op lokaal niveau ligt het opdrachtgeverschap bij de portefeuillehouders Wonen en Zorg. Zij worden ondersteund door beleidsmedewerkers Wonen en zorg die samen optrekken als lokale kartrekkers. Deze gedeelde verantwoordelijkheid bevordert eigenaarschap en samenhang tussen wonen en zorg. De overlegstructuur bestaat uit een bestuurlijk kernteam dat twee keer per jaar bijeenkomt na de werkconferenties, en een programmateam dat frequent afstemt over de voortgang. De jaarlijkse cyclus kent vaste momenten in maart/september (data), april/oktober (conferenties) en mei/november (bestuurlijke bespreking).
17
6. COMMUNICATIE De uitvoering ligt bij een te formeren regionale werkgroep Communicatie onder regie van de centrumgemeente Nijmegen. Communicatie zorgt voor één verhaal, duidelijke samenwerking en goed contact met inwoners en partners. We gebruiken begrijpelijke taal (B1-niveau), delen informatie op tijd en zorgen dat iedereen dezelfde boodschap vertelt. Ervaringsdeskundigen, omwonenden en organisaties worden actief betrokken. Elke gemeente vertaalt de materialen lokaal. Er komt een regionaal communicatieplan met vaste afspraken over wie wat doet, hoe informatie wordt gedeeld en hoe we omgaan met vragen of zorgen. Belangrijke momenten zijn de halfjaarlijkse werkconferenties en het Voortgangsbulletin waarin resultaten en ervaringen worden gedeeld. Bij nieuwe opvanglocaties informeren en betrekken we de omgeving zorgvuldig en respecteren we privacy. De communicatie richt zich op gemeenten, partners, inwoners, omwonenden en media. We hanteren eenduidige en mensgerichte kernboodschappen, afgestemd op de doelgroep.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
18
7. RISICO’S De uitvoering van het plan brengt risico’s met zich mee. Deze worden benoemd, gevolgd en waar mogelijk beheerst. Belangrijke risico’s zijn onder andere beperkte financiële ruimte, krappe planning, maatschappelijke ontwikkelingen, politieke ontwik-
kelingen en keuzes en tekort aan sociale huur woningen. Om deze risico’s te beperken, worden zo realistisch mogelijke planningen gemaakt, extra middelen gezocht, afspraken geharmoniseerd en triage verder ontwikkeld. De risico’s worden
besproken volgens de lijn zoals vastgelegd in de centrumregeling, dienstverleningsovereenkomst en het inrichtingsplan. Daarnaast worden deze besproken tijdens de werkconferenties en opgenomen in de halfjaarlijkse rapportages.
BELANGRIJKSTE RISICO’S: Nr. Risico
Omschrijving / Context
Mogelijke gevolgen
Beheersmaatregelen
1
Tekort aan beschikbare rijksmiddelen beschermd wonen en maatschappelijke opvang
De plannen passen mogelijk niet binnen beschikbare rijksmiddelen. Extra druk op de regiobegroting door tijdelijke extra financiering voor opvangplekken, transitie kleinschalige opvang, preventie en Wonen Eerst. Korte termijn: stijgende kosten. Langere termijn: dalende rijksbijdragen als gevolg van het nieuwe verdeelmodel.
Onvoldoende middelen voor uitbreiding opvang/begeleiding; vertraging transitie; langere verblijfsduur en hogere druk op voorzieningen.; pijnlijke keuzen moeten maken, minder geld lokaal beschikbaar en/of geld bijleggen uit eigen middelen.
Meerjarenbegroting met fasering; onderzoeken aan vullende financiering; politieke lobby Rijk; jaarlijkse financiële evaluatie.
2
Korte termijn (6 jaar) om plannen uit te voeren
Looptijd van zes jaar mogelijk te kort gezien omvang transformatie en groei doelgroep.
Doelen (MO-budget, afbouw grootschalige opvang) niet tijdig gehaald; tekort betaalbare woningen; druk op uitvoering neemt toe.
Realistische planning en prioritering; jaarlijkse herijking; actieve risicobeheersing bij locatieontwikkeling.
3
Politieke keuzes (lokaal en landelijk) wijzigen
Voortgang afhankelijk van landelijke en lokale politieke Verschillen in uitvoeringssnelheid; nadeelkeuzes en financiële ruimte binnen gemeenten. gemeenten; belemmeringen sociale woningbouw; risico op vertraging door bezuinigingen; wijziging oplossingsrichting.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
Bestuurlijk kernteam en regionaal bestuurlijk overleg BW/MO Gelderland-Zuid benutten; politieke lobby Rijk/Provincie; afspraken over solidariteit; heldere communicatie urgentie.
19
BELANGRIJKSTE RISICO’S: Nr. Risico
Omschrijving / Context
Mogelijke gevolgen
Beheersmaatregelen
4
Hervorming en samenwerking
Maatschappelijke opvang sluit onvoldoende aan bij hervormingen in zorg (GGZ, Jeugd, IZA).
Versnipperde uitvoering; onduidelijkheid over rollen; inefficiënt gebruik middelen.
Gezamenlijke kaders in samenwerkingsovereenkomsten; GGZ- en jeugddomeinpartners betrekken; lokaal maatwerk binnen IZA/AZWA-structuur.
5
Tekort aan sociale huurwoningen/ woonruimte
Voor de paradigmashift naar Wonen Eerst zijn meer betaalbare huurwoningen/ woonruimten en bijzondere woonvormen nodig. Daarnaast kan de verdeling van huurwoningen over de gemeenten dusdanig scheef zijn (en blijven), dat sommige gemeenten te zwaar belast raken met zorgproblemen en complexe problematiek, inclusief bijbehorende herhuisvestingsvraagstukken.
Structureel tekort aan betaalbare woningen belemmert doorstroom. Langere verblijfsduur in opvang; stijgende kosten/toenemende wachtlijsten; ver minderd vertrouwen inwoners en partners. Beperkte woonruimte door concurrentie met andere urgente groepen. Specifieke doelgroepen vinden geen huisvesting Onvoldoende woonruimte zorgt ervoor dat we de dak- en thuisloosheid niet opgelost krijgen.
Afspraken verdeling woonruimte; versnellen nieuwbouw; flexibele woonvormen; woningdelen en tijdelijke huisvesting. Fairshare.
6
Capaciteitstekort
De transformatie vraagt capaciteit van veel verschillende partijen.
Personeelstekorten kunnen de uitvoeringsnelheid vertragen.
Planning aanpassen naar gelang van de capaciteit.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
20
8. FINANCIËN De financiële structuur van het Uitvoeringsplan sluit aan bij het Regionaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid 2026–2032, waarbij het uitgangspunt is om binnen de beschikbare middelen van het programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg te blijven. Binnen dit programma is het college van Nijmegen indien nodig bevoegd om met middelen te schuiven. Wanneer voor bepaalde ontwikkelingen wordt verwacht dat daarmee nog niet voldoende middelen beschikbaar worden gemaakt, wordt na afstemming met de regiogemeenten dit voorgelegd aan de gemeenteraad via het begrotingsproces van de stadsbegroting. Voor de financiering van de maatschappelijke opvang ontvangt centrumgemeente Nijmegen rijksmiddelen die beschikbaar zijn voor het organiseren voor opvang in de regio Gelderland-Zuid. Het is belangrijk dat de gemeenten in 2026 komen tot een goede regionale afstemming over de financiën voor de komende jaren. Zo kan op termijn worden gestuurd op een passend en toereikend budget. Voor de uitvoering is in ieder geval de komende 3 jaar extra inzet nodig. Dit betreft de inzet van lokale beleidsmedewerkers en de inzet van programma sturing. Na drie jaar wordt de inzet opnieuw beoordeeld.
Deelname aan werkgroepen valt deels onder regulier werk én uit regionaal werk dat onder te brengen is in de bestaande afspraak dat 0,2 fte REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
inzet door regiogemeenten voor regionaal werk gecompenseerd wordt uit de regiobegroting. Daarnaast worden de regiogemeenten aanvullend gecompenseerd. Binnen alle taken die binnen deze afspraken vallen moet geprioriteerd worden. Als dan extra inzet nodig blijkt dan nemen we dat op in de begroting. De extra middelen voor de uitvoering van de grootschalige opvang, op basis van de geconstateerde uitbreidingsbehoefte, is opgenomen in onderstaande tabel. De kosten die in de tabel zijn opgenomen worden bekostigd vanuit de vastgestelde regiobegroting. De uitbreiding grootschalige opvang als gevolg van het amendement van de Nijmeegse Gemeenteraad is niet opgenomen, omdat dit door Nijmegen zelf bekostigd wordt en geen negatieve (en mogelijk geen enkele) gevolgen heeft voor de regiobegroting.
,,
OP TERMIJN STUREN
OP EEN PASSEND EN TOEREIKEND BUDGET 21
OVERZICHT VAN GERAAMDE KOSTEN Categorie/ onderdeel
Omschrijving
Jaar/ periode
Programmaorganisatie & sturing
1 fte programmamanager (coördinatie, monitoring, conferenties)
2026-2028
Ambtelijke Inzet regio gemeenten (boven op de bestaande afspraak van 0,2fte) Halfjaarlijkse werkconferentie (locatie, dagvoorzitter, catering, communicatie)
Verantwoordelijkheid
Dekking
100.000
Centrumgemeente
Gedekt in regiobegroting
2026-2028
120.000
Regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO dec 2025, dekking regiobegroting
Structureel per jaar
20.000
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO dec 2025, dekking regiobegroting
Tijdelijke uitbreiding opvangcapaciteit (zie ook bijlage 4)
Tijdelijke uitbreiding regionaal Q2 2026–2027 vangnet (extra plekken). Dit is een eerste inschatting.
5.221.277
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO dec 2025, dekking regiobegroting
Ontwikkelkosten kleinschalige opvang
Ontwikkeling criteria, begeleidingsaanbod, communicatie en inrichting
2026 e.v.
250.000*
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO feb 2026, dekking regiobegroting
Exploitatiekosten kleinschalige opvang (5 voorzieningen)
Uitvoering
Q3 2026 e.v.
500.000
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO in 2026, dekking regiobegroting
Ontwikkelen meerjarig vastgoedplan
Noodzakelijk kosten onderhoud, verwerven en behoud vastgoed in kaart plannen en begroten en inplannen en
2026
Regulier werk
Centrumgemeente
Binnen bestaande capaciteit
PM
Centrumgemeente
Besluitvorming colleges na advisering PFO, dekking regiobegroting
Meerjarig vastgoed plan Uitvoering
Geschatte kosten per jaar (€)
2026-2032
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
22
OVERZICHT VAN GERAAMDE KOSTEN Categorie/ onderdeel
Omschrijving
Jaar/ periode
Geschatte kosten per jaar (€)
Verantwoordelijkheid
Dekking
Ontwikkelen van aangepaste opvangplekken en/of veiligheidsmaatregelen voor kwets bare doelgroepen
Opvang toegankelijk maken Vanaf Q4 2026 voor: mensen met zeer complexe problematiek, mensen die prikkelarme opvang nodig hebben (groepsongeschikt), vrouwen, gezinnen, jongeren 18-27, slachtoffers van mensenhandel en plegers van huiselijk geweld (WTH), LHBTQI+ en mensen met huisdieren
PM
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO, dekking regiobegroting
Communicatie & destigmatisering
Regionaal communicatieplan. De communicatie richt zich op gemeenten, partners, inwoners, omwonenden en media.
2026–2027
Opgenomen in programmaorganisatie
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO, dekking regiobegroting
Informatievoorziening (preventie)
Actualiseren lokale websites, zoektermen, taalversies, sociale kaarten
2026-2027
Opgenomen in programmaorganisatie
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO, dekking regiobegroting
Scholing & kennisdeling Training professionals (destigmatisering, maatwerk, Participatiewet in Balans)
2026–2032
PM
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO, dekking regiobegroting
Triageontwikkeling
Ontwerp en implementatie triagesystematiek
2026
Opgenomen in programmaorganisatie PM
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO in 2026, dekking regiobegroting
Uitvoering triage, passend bij Wonen Eerst en de ontwikkeling op MO
Kosten uitvoering
2026 e.v.
PM
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO, dekking regiobegroting
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
23
OVERZICHT VAN GERAAMDE KOSTEN Categorie/ onderdeel
Omschrijving
Jaar/ periode
Geschatte kosten per jaar (€)
Verantwoordelijkheid
Dekking
Monitoring & data-analyse
Halfjaarlijkse monitor, O&S Nijmegen, CTMO-data
Structureel
Opgenomen in programmaorganisatie
Centrumgemeente en regiogemeenten
Besluitvorming colleges na advisering PFO in 2026, dekking regiobegroting
Evaluatie & rapportage Jaarlijkse publicatie voortgangsrapportage en bestuurlijke bespreking
Structureel
Opgenomen in programmaorganisatie
Centrumgemeente en regiogemeenten
Binnen bestaande capaciteit
* Een deel van deze kosten worden mogelijk ook ondergebracht onder het nog te ontwikkelen meerjarige vastgoedplan. Deze ontwikkelkosten zijn niet jaarlijks meer nodig als de voorziening staat.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
24
9. UITVOERINGSAGENDA De uitvoeringsagenda biedt in één overzicht inzicht in de belangrijkste stappen die regionaal en lokaal worden gezet voor het Regionaal Uitvoeringsplan. De tabel laat per periode zien welke activiteiten worden opgepakt, op welk niveau deze plaatsvinden en wie hiervoor verantwoordelijk is. De agenda kan
#
helpend zijn om te zien wanneer welke acties worden verwacht en hoe de onderlinge samenhang is georganiseerd. De regionale besluitvorming vormt steeds het startpunt voor de lokale uitwerking. Hoewel de agenda richtinggevend is en houvast biedt voor de uitvoering, zal de tijdslijnen worden
Wat
aangepast wanneer besluitvorming, politieke ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht daarom vragen.
Wanneer
Regionaal/lokaal
Verantwoordelijkheid
Q1 2026
Regionaal
Projectleider i.s.m. de gemeenten
Algemeen 1
Voorbereiden gezamenlijke startbijeenkomst
Meer woonplekken (Wonen Eerst)
Concrete afspraken 2
Mensen (die vallen onder de ETHOS doelgroep 4 t/m 6) die aanspraak maken op een urgentie voor Wonen Eerst, krijgen deze urgentie.
2026-2027
lokaal
Individuele gemeente
3
Er vinden geen huisuitzettingen plaats met uitzondering van situaties, waarin huis2026-2027 uitzetting geoorloofd is vanwege onwil om rekening te houden met de omgeving of door bewust ondermijnend gedrag.
lokaal
Individuele gemeente
4
Mensen die uitstromen uit een instelling hebben vervolghuisvesting, zo nodig met begeleiding.
2026-2027
lokaal
Individuele gemeente
5
Afspraken over de triage passend bij Wonen Eerst en bij de doorontwikkeling van de maatschappelijk opvang en in aansluiting op de behoefte en wat er al is.
Q3 2026
Regionaal
Alle gemeenten
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
25
#
Wat
Wanneer
Regionaal/lokaal
Verantwoordelijkheid
Meer woonplekken (Wonen Eerst)
Verwachte inspanningen 6
Beleid sluit aan bij de zes leidende principes van Wonen Eerst
lokaal
Individuele gemeente
7
Benutten en/of creëren lokale mogelijkheden om huisuitzetting te voorkomen.
lokaal
Individuele gemeente
8
Afspraken maken over urgentie voor de ETHOS-doelgroep in de regionale urgentieverordening of in lokale prestatieafspraken
lokaal
Individuele gemeente
9
Afspraken maken met de wooncorporatie(s) over het beschikbaar stellen van voldoende passende huurwoningen via de Werkgroep Bijzondere Bemiddeling (WBB), het Manifest/Uitstroompunt of bijzondere bemiddeling.
Lokaal/subregionaal
Individuele gemeente
10
Ontwikkelen meer betaalbare huurwoningen tot 1e aftoppingsgrens, met name voor jongeren onder de 21 jaar.
Lokaal
Individuele gemeente
11
Samen met woningcorporaties en zorgorganisaties werken aan (her-)huisvestingsoplossingen, bijvoorbeeld woningdelen en hospitaverhuur.
lokaal
Individuele gemeente
12
Organiseren van een manier om zicht te krijgen op de omvang van de doelgroep. Bijvoorbeeld een loket/voorziening waar inwoners terecht kunnen met vragen over wonen
lokaal
Individuele gemeente
13
Gemeenten investeren in tijdelijke huisvesting voor 'spoedzoekers’.
lokaal
Individuele gemeente
Preventie
Concrete afspraken 14
Waar nodig breiden gemeenten de preventieactiviteiten uit in aansluiting op de 2026-2030 doelgroep.
lokaal
Individuele gemeente
15
Gemeenten zorgen voor voldoende ondersteuning van inwoners die tijdelijk minder zelf- of samenredzaam zijn.
lokaal
Individuele gemeente
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
2026-2030
26
#
Wat
Wanneer
Regionaal/lokaal
Verantwoordelijkheid
Preventie
Verwachte inspanningen 16
Een lokaal kader ‘toegankelijkheid informatie dak- en thuisloosheid’ opnemen in het eigen uitvoeringsplan.
lokaal
Individuele gemeente
17
Signaleren vroegtijdig problemen in samenwerking met corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en schuldhulpverlening.
lokaal
Individuele gemeente
18
Inwoners weten waar zij terechtkunnen bij (dreigende) huisvestingsproblemen.
lokaal
Individuele gemeente
19
Toegankelijke informatie en werken aan het verminderen van stigma’s rond dakloosheid.
lokaal
Individuele gemeente
20
Inzicht in de hiaten op de preventiescanner en werken aan een oplossing.
lokaal
Individuele gemeente
lokaal
Individuele gemeente
Financiële bestaanszekerheid
Concrete afspraken 21
Actief ondersteunen van inwoners, toegespitst op de ETHOS-doelgroep, bij het behoud van huisvesting.
2026-2030
Verwachte inspanningen 22
Bestaanszekerheid versterken door lokaal beleid en ondersteuning.
lokaal
Individuele gemeente
23
Maatwerk bieden binnen de Participatiewet in Balans en zetten in op vroeg tijdige schuldhulpverlening.
lokaal
Individuele gemeente
Versterken uitvoering
Concrete afspraken 24
Voorstel maken voor een kleinschalige opvang in de eigen gemeente.
2026
lokaal
Individuele gemeente
25
Regionale afspraken vastleggen over zorgcontinuïteit, eigenaarschap en solidariteit bij opvang buiten de eigen gemeente
2026
regionaal
Alle gemeenten
26
Escalatiestructuur bij complexe problematiek, bijvoorbeeld AVE methodiek, PMM en de Doorbraakmethode.
2027
lokaal
Individuele gemeente
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
27
#
Wat
Wanneer
Regionaal/lokaal
Verantwoordelijkheid
Versterken uitvoering
Verwachte inspanningen 27
Gezamenlijk onderzoeken van alternatieve modellen voor lokaal en regionaal eigenaarschap en continuïteit.
regionaal
Alle gemeenten
28
Antwoorden beschikbaar in de driehoek corporatie, zorg en gemeente om dak- en thuisloosheid te voorkomen of te verhelpen door huisvesting.
lokaal
Individuele gemeente
Regionaal vangnet
Concrete afspraken 29
Kleinschalige opvang, verspreid over de gemeenten
2026-2027
regionaal
Alle gemeente
30
Voorkomen van onvrijwillig buitenslapen en verminderen van overlast
2026
regionaal
Alle gemeente
31
Amendement ‘Iedereen van Straat’
2026-2027
nntb
Gemeente Nijmegen
Verwachte inspanningen 32
Realiseren vastgoedplan Maatschappelijke Opvang
regionaal
Alle gemeente
33
Ontwikkelen extra of aangepaste opvangplekken en/of veiligheidsmaatregelen voor specifieke doelgroepen.
regionaal
Alle gemeente
lokaal
Individuele gemeente
Monitoring
Concrete afspraken 34
Aanleveren gegevens voor de regionale monitor.
Verwachte inspanningen 35
Halfjaarlijks organiseren van een werkveldconferentie om voortgang te bespreken.
regionaal
Projectleider i.s.m. de gemeenten
36
KPI’s bepalen waarop we lokaal en regionaal minimaal monitoren
regionaal
Alle gemeenten
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
28
10. BIJLAGEN BIJLAGE 1. WONEN EERST TOEGANG TOT WONINGEN DOEL Verbeteren van de toegang tot passende huisvesting voor dak- en thuisloze mensen, zodat niemand tussen wal en schip valt door gebrek aan structurele woonruimte. De interventie richt zich op het aansluiten bij de huidige woningtoewijzing en op het creëren van een sluitende aanpak binnen het programma Wonen Eerst.
HUIDIGE SITUATIE Inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden, komen na een zelfredzaamheidstoets in aanmerking voor de maatschappelijke opvang. Deze groep heeft vaak een combinatie van woon- en
zorgvragen en doorloopt een traject via de maatschappelijke opvang. Uiteindelijk kunnen zij, met begeleiding, uitstromen naar een reguliere woning of richting beschermd wonen. Dakloosheid is in de huidige huisvestingsverordening van de Groene Metropoolregio geen grond voor urgentie. Alleen mensen die uit hun woning zijn geraakt door huiselijk geweld en tijdelijk verblijven bij Moviera, kunnen urgentie krijgen. Hierdoor vallen sommige inwoners tussen wal en schip: zij worden als zelfredzaam beoordeeld, hebben geen structurele huisvesting, maar worden niet toegelaten tot de opvang vanwege het ontbreken van een zorgvraag. In de praktijk betreft dit mensen die: - Een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting; - Verblijven in niet-conventionele woonruimten, zoals auto’s, kraakpanden of vakantiewoningen; - Tijdelijk bij familie, vrienden of kennissen wonen; -D reigen hun woning te verliezen door huisuitzetting. Deze groepen (categorie 4, 5 en 6 uit de ETHOStypologie) moeten via de reguliere woningmarkt een woning vinden, maar door lange wachttijden is dat nauwelijks haalbaar. Zo ontstaat een groep mensen die (enkel) een woonvraag heeft, maar geen toegang krijgt tot passende huisvesting.
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
ACTIES Urgentie Alle subgroepen dak- en thuisloze mensen uit de ETHOS-light telling komen via Wonen Eerst in aanmerking voor een woning. Voor mensen bij wie zelfstandig wonen (nog) niet haalbaar is, blijft maatschappelijke opvang of begeleid wonen noodzakelijk. Om dit te realiseren, is aanpassing van de bestaande huisvestingsverordening van de regio Rijk van Nijmegen en/of het opstellen van een nieuwe regionale huisvestingsverordening met urgentieverordening in Rivierenland noodzakelijk. Dit sluit aan op de Wet versterking regie op de Volkshuisvesting (Wvrv), die momenteel ter besluitvorming voorligt bij de Eerste Kamer. De wet introduceert verschillende urgentiecategorieën die voorrang krijgen bij sociale huurwoningen. Dak- en thuisloze mensen in maatschappelijke opvang vallen daaronder. Regionale aanpassing van de urgentieverordening is dus nodig om deze groep prioriteit te kunnen geven bij huisvesting. Het doel is om binnen drie maanden bemiddeling naar een woning te realiseren, al is dat door woningnood uitdagend.
29
TRIAGE Om misbruik te voorkomen, wordt bij aanmelding een triage georganiseerd, waarbij gemeente, corporatie en zorgpartij gezamenlijk beoordelen of sprake is van daadwerkelijke dak- of thuisloosheid en welke woon- en ondersteuningsbehoefte er is. Er wordt waar mogelijk aangesloten bij bestaande regionale ervaring, zoals de Werkgroep Bijzondere Bemiddeling (WBB) in het Rijk van Nijmegen en het Uitstroompunt in Rivierenland. De werkwijze wordt bijgesteld op basis van evaluaties en regionale ontwikkelingen. Gemeenten, GGD, woningcorporaties en zorg aanbieders werken samen in de driehoek wonenzorg-gemeente.
wikkeling van het triagetraject. De mate van zelf- en samenredzaamheid van de bewoner is hierbij leidend. Lokaal worden de Wonen Eerst en ‘Zo thuis als mogelijke’ huisvestingsplekken ook ingedeeld in mate van benodigde zelf- samen redzaamheid. -Gemeenten dragen zorg voor regie en de aanpassing van huisvestings- en urgentieverordeningen. -Ontwikkeling van meer betaalbare huurwoningen tot 1e aftoppingsgrens, met name voor jongeren onder de 21 jaar. -Zorgorganisaties bieden begeleiding en ondersteuning bij instroom, behoud of uitstroom. -Gemeente, corporaties, zorginstellingen en GGD zijn betrokken bij de uitvoering van Wonen Eerst. -De samenwerking wordt geborgd in het regionaal uitvoeringsplan en lokaal verder uitgewerkt in de lokale uitvoeringsprogramma’s. JURIDISCH KADER De huisvestings- en urgentieverordeningen in beide regio’s (Rijk van Nijmegen en Rivierenland) vormen het noodzakelijke juridische kader om dak- en thuisloze mensen zonder wettelijke urgentie toch prioriteit te geven.
Belangrijke aandachtspunten: -Heldere definities van doelgroepen (ETHOS-light als basis). Deze worden gerealiseerd in de ont REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
30
BIJLAGE 2: FINANCIËLE BESTAANSZEKERHEID ARMOEDE IS GEEN REDEN VOOR DAK- EN THUISLOOSHEID DOEL Versterken van de financiële bestaanszekerheid van inwoners om dak- en thuisloosheid te voorkomen. Armoede mag nooit de directe oorzaak zijn van het verlies van een woning. Gemeenten benutten de ruimte binnen de Participatiewet in Balans om maatwerk te leveren, vooral voor jongeren en volwassenen in kwetsbare posities. AMBITIE Het voorkomen van dak- en thuisloosheid vraagt om meer dan het toepassen van landelijke kaders; het vraagt om lokale keuzes die recht doen aan de leefwereld van mensen. De Participatiewet speelt hierin een sleutelrol, vooral in combinatie met armoedebeleid, schuldhulpverlening en preventie van huisuitzetting. Gemeenten hebben binnen de Participatiewet in Balans de ruimte om beleid en uitvoering zó vorm te geven dat financiële bestaans-
zekerheid wordt versterkt. Juist op lokaal niveau kunnen signalen vroeg worden opgepakt en maatwerk worden geleverd dat voorkomt dat mensen tussen wal en schip raken. ACTIES Te denken valt aan: 1. Ontwikkelen van lokaal maatwerkbeleid: - Formuleer beleidskaders die beschrijven wanneer en hoe wordt afgeweken van standaardregels (zoals de kostendelersnorm of zoektermijnen). - Leg deze keuzes transparant vast zodat burgers en uitvoerders weten waar zij aan toe zijn. 2. Versterken van vakmanschap bij professionals: - Organiseer trainingen over de juridische ruimte binnen de Participatiewet, de evenredigheids toets en mensgerichte uitvoering. - Stimuleer intervisie en reflectie in teams om maatwerk en handelingsruimte te versterken. 3. Samenwerking in lokale netwerken: - Richt multidisciplinaire overlegstructuren in met woningcorporaties, zorgpartners, jongerenwerk en ervaringsdeskundigen. - Bespreek signalen en casuïstiek om vroegtijdig te kunnen handelen. 4. Gebruik bijzondere bijstand strategisch: - Zet bijzondere bijstand actief in om tijdelijke financiële tekorten te overbruggen en huis uitzetting te voorkomen. - Maak aanvraagprocedures laagdrempelig en snel. 5. Monitoren en leren van maatwerk: - Verzamel data over toegepaste maatwerkop-
REGIONAAL UITVOERINGSPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032
lossingen en hun effect op dak- en thuisloosheid. - Gebruik inzichten om beleid continu te verbeteren. 6. Helder communiceren met inwoners: - Informeer inwoners actief over hun rechten en mogelijkheden binnen de Participatiewet. - Gebruik begrijpelijke taal en outreachend contact. JURIDISCHE CONSEQUENTIES De Participatiewet biedt gemeenten juridische ruimte om maatwerk te leveren, ruimte die nog te vaak onbenut blijft. Juist in situaties waarin jongeren en volwassenen dreigen af te glijden naar dakloosheid, is het essentieel dat we deze ruimte actief inzetten. Maatwerk is geen uitzondering, maar noodzaak. Jongeren die geen beroep kunnen doen op hun ouders, mensen die door scheiding of verlies van werk hun woning kwijtraken of burgers zonder sociaal vangnet: zij hebben baat bij ondersteuning die aansluit op hun werkelijke situatie. Denk aan het tijdelijk buiten toepassing stellen van de kosten delersnorm, het verkorten van de zoektermijn bij bijstandsaanvragen, of het aanvullen van de uitkering via de bijzondere bijstand. Gemeenten hebben de wettelijke mogelijkheid om af te wijken van standaardregels wanneer dat nodig is om bestaanszekerheid te waarborgen. Door maatwerk te leveren, creëren we rust, perspectief en de basis voor herstel. We zetten de juridische mogelijkheden van de Participatiewet in om dak- en thuisloosheid te voorkomen. 31