2026-040.1 Bijlage 1. Nota van Bevindingen - bestuurskrachtonderzoek West Maas en Waal
Tekst van het document
3.3
Sociaal-cultureel
In West Maas en Waal zijn sociaal-culturele ontwikkelingen merkbaar in het dagelijks leven van inwoners. De behoefte aan ontmoeting en betrokkenheid blijft groot, maar het is niet vanzelfsprekend dat dit zo blijft. Het verenigingsleven staat onder druk. Het wordt lastiger om voldoende vrijwilligers te vinden en om bijvoorbeeld jeugdsportteams te vormen. Dat raakt sportclubs, maar ook culturele verenigingen en dorpsactiviteiten. Als verenigingen minder sterk worden, verdwijnen ook plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Tegelijkertijd wordt individualisering en eenzaamheid groter. Meer mensen hebben een klein netwerk of leven meer op zichzelf, waardoor eenzaamheid kan toenemen, ook bij jongeren. Dit vraagt om aandacht voor mentale gezondheid én om praktische manieren om contact te versterken. Niet iedereen stapt vanzelf een club binnen of sluit makkelijk aan bij een bestaande groep. Laagdrempelige plekken en activiteiten, maatjesprojecten en ondersteuning van dorps - en buurtinitiatieven helpen dan om inwoners weer met elkaar in contact te brengen. Verder wordt de samenleving steeds diverser, onder andere door migratie en veranderende gezinsstructuren. Diversiteit is een kans, maar vraagt wel om aandacht voor inclusiviteit en gelijkwaardigheid. Als groepen elkaar minder vaak tegenkomen, groeit de kans op misverstanden of afstand.
Dat zie je ook terug in maatschappelijke spanningen: verschillen in opleiding, inkomen en achtergrond kunnen leiden tot onbegrip en soms polarisatie. Sociale media maken tegenstellingen zichtbaarder en kunnen discussies verharden. Ook desinformatie en wantrouwen richting overheid en media kunnen het vertrouwen onder druk zetten.
3.4
Technologisch
Technologische ontwikkelingen zoals AI en robotica ontwikkelingen zich snel. Voor West Maas en Waal biedt dat kansen: processen kunnen efficiënter, dienstverlening kan makkelijker en inwoners kunnen sneller informatie vinden of zaken regelen. Tegelijk is er ook terughoudendheid en wantrouwen in de samenleving. Dat komt onder andere door datalekken, cyberaanvallen en zorgen over oneerlijke of ondoorzichtige algoritmes. Die voorzichtigheid is begrijpelijk, omdat gemeenten steeds afhankelijker worden van digitale systemen. Als die systemen uitvallen of misbruikt worden, raakt dat direct de dienstverlening en het vertrouwen in de overheid. Digitale veiligheid en zorgvuldig datagebruik zijn dus een basisvoorwaarde worden. Investeren in digitale weerbaarheid, informatieveiligheid en duidelijke regels voor het gebruik van data is nodig om kwetsbaarheden te beperken. Minstens zo belangrijk is transparantie: inwoners moeten kunnen begrijpen welke gegevens worden gebruikt, waarom dat gebeurt en hoe hun privacy wordt beschermd. Alleen dan kan innovatie samengaan met vertrouwen.
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
23/34
Digitalisering verandert ook de manier waarop inwoners contact hebben met de gemeente. Digitale dienstverlening kan publieke taken toegankelijker en efficiënter maken, maar niet iedereen kan hier zelfstandig mee omgaan. Vooral ouderen, laaggeletterden en inwoners met beperkte toegang tot internet lopen het risico buitengesloten te worden. Daarom is het belangrijk dat West Maas en Waal een hybride aanpak blijft bieden: digitale diensten waar het kan, maar ook fysieke loketten en persoonlijke ondersteuning waar het nodig is. Hulp bij digitale vaardigheden en duidelijke, begrijpelijke communicatie helpen om drempels te verlagen. Naast dienstverlening biedt technologie ook kansen voor betrokkenheid van inwoners bij beleidsontwikkeling. Via online participatie kunnen inwoners makkelijker meedenken en reageren op plannen. Tegelijk is het risico dat vooral de digitaal vaardige groep meedoet, waardoor niet iedereen even goed vertegenwoordigd is. Daarom is het belangrijk om digitale participatie altijd te combineren met andere vormen van meedoen, zoals bijeenkomsten in het dorp of wijkgesprekken.
3.5
Ecologisch
Klimaatverandering brengt voor West Maas en Waal fysieke risico’s mee, zoals overstromingen, langere periodes van droogte en hittestress in de zomer. Deze effecten hebben invloed op zowel de leefomgeving als de economie van de gemeente. Daarom is het belan grijk om te investeren in maatregelen die de omgeving hiertegen beschermen, zoals slim watermanagement en het herstellen van natuurgebieden die ook de biodiversiteit versterken. Naast klimaatadaptie blijft de energietransitie een belangrijk thema. West Maas en Waal kan hier lokaal invloed op uitoefenen door te sturen op energie-, voedsel- en grondstoffentransities en het stimuleren van circulair werken. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld ruimte bieden voor duurzame energie, maar ook inzetten op minder verspilling en hergebruik van materialen. Met name de landbouwsector, die een belangrijke rol speelt in de gemeente, krijgt hier veel mee te maken. Boeren krijgen te maken met strengere milieuregels, de stikstofproblematiek en druk op de beschikbare ruimte. Meebewegen richting duurzamere productiemethoden is voor boeren noodzakelijk. West Maas en Waal kan hierin meedenken en ondersteunen.
3.6
Politiek
Gemeenten zoals West Maas en Waal opereren in een politiek-bestuurlijke context waarin de bestuurlijke druk de afgelopen jaren is toegenomen. Gemeenten krijgen steeds meer taken en verantwoordelijkheden, terwijl het Rijk zich vooral richt op het stellen van randvoorwaarden. Die stapeling van taken, in combinatie met personeelstekorten en financiële druk, vraagt om een wendbare organisatie met voldoende uitvoeringskracht en lokaal oplossingsvermogen om beleid daadwerkelijk waar te maken en dienstverlening op peil te houden. Binnen deze context wordt samenwerking steeds belangrijker, maar ook complexer. Politieke versplintering, zowel landelijk als lokaal, maakt het lastiger om langdurige coalities en consistente beleidslijnen vast te houden. Juist daarom is het binnen de gemeenteraad en in regionale samenwerkingsverbanden van belang om samenhang en continuïteit te borgen, zodat beleid niet versnipperd raakt en structureel tot uitvoering komt. Tegen deze achtergrond staat ook het vertrouwen in de landelijke politiek onder druk. Dit geldt vooral onder jongeren en lager opgeleiden, terwijl er ook een verschuiving zichtbaar is bij hoger opgeleiden die kritischer lijken te worden over de landelijke politiek. Tegelijkertijd blijft een deel van de inwoners tevreden over hoe de democratie functioneert.
Voor West Maas en Waal ligt hierin een kans: door nabijheid, transparantie en maatwerk kan het lokaal bestuur bijdragen aan herstel van vertrouwen en legitimiteit. Daarbij groeit de wens van inwoners om meer invloed te hebben op
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
24/34
beleid. Door te (blijven) investeren in participatievormen kan de gemeente betrokkenheid vergroten en werken aan gezamenlijk draagvlak voor keuzes richting de toekomst.
3.7
Juridisch
De juridisering van het overheidsbeleid neemt toe. Inwoners maken steeds vaker gebruik van juridische middelen om besluiten aan te vechten. Dat vraagt om beleid dat duidelijk, transparant en zorgvuldig is. Als inwoners het gevoel hebben dat de overheid niet luistert of moeilijk bereikbaar is, kan dit leiden tot conflicten. Door helder te communiceren en bezwaarprocedures laagdrempelig te houden, kan de gemeente juridische escalatie voorkomen. Nieuwe technologieën zoals AI en data-analyse brengen vragen over privacy en datasoevereiniteit. Inwoners verwachten openheid over wat er met hun gegevens gebeurt. West Maas en Waal moet voldoen aan strengere regels en zorgen voor transparant en zorgvuldig datagebruik. Dat vraagt van de gemeente om ook op dit thema de juiste kennis in huis te hebben. Tot slot verandert de komende jaren wet- en regelgeving op meerdere terreinen. Naast aanpassingen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die juridische updates van verordeningen en contracten met zorgaanbieders vereisen, worden ook bredere hervormingen doorgevoerd. Denk aan strengere regels rond arbeidsrelaties en zzp’ers, de gefaseerde invoering van de nieuwe Pensioenwet, en verdere uitrol van de Wet digitale overheid. Ook op het gebied van klimaat, kinderopvang en ruimtelijke ordening worden wetswijzigingen verwacht.
Deze ontwikkelingen vragen om tijdige voorbereiding en beleidsafstemming op gemeentelijk niveau.
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
25/34
HOOFDSTUK 4
Opgavenprofiel Op basis van deze analyse van feiten, beelden en trends heeft Berenschot een opgavenprofiel geformuleerd: een overzicht van de belangrijkste opgaven voor de komende jaren. Dit profiel is geen eindconclusie, maar het resultaat van de eerste diagnosefase. Het vormt het uitgangspunt voor de volgende onderzoeksfase, waarin deze opgaven worden verdiept en uitgewerkt tot een ontwikkelagenda.
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
4.1
26/34
Algemeen
West Maas en Waal is een kleine, zelfstandige gemeente met een nuchtere en praktische cultuur. De focus ligt op leefbare dorpen, samenwerking en het faciliteren van initiatieven: de gemeente voert regie, maar doet niet alles zelf. De organisatie kenmerkt zich door korte lijnen, een informele werkwijze en betrokken medewerkers. Tegelijkertijd maakt de kleine schaal de organisatie kwetsbaar. Medewerkers hebben meerdere taken en verantwoordelijkheden, waardoor vervanging lastig is en de aandacht vooral uitgaat naar urgente werkzaamheden. Er is daardoor weinig ruimte voor strategische ontwikkeling, lange termijnvisie en gerichte samenwerking. De doenersmentaliteit zorgt ervoor dat problemen snel worden opgelost, maar leidt ook tot een vooral reactieve houding. In een context van toenemende complexiteit, financiële onzekerheid en een groeiend takenpakket vraagt dit om versterking van het strateg isch en proactief vermogen. Voor West Maas en Waal is de uitgangspositie gunstig: een stabiel bestuur, loyale organisatie en een gezonde financiële basis. Dit biedt ruimte om bewust te bepalen wat voor gemeente West Maas en Waal in de toekomst wil zijn en om van daaruit keuzes te maken voor politieke en bestuurlijke richting, financiële duurzaamheid, organisatieontwikkeling en samenwerking. Als je doet wat je deed, krijg je niet meer wat je kreeg.
4.2
Politiek en bestuur
1. Huidige situatie De gemeente West Maas en Waal kent een stabiel bestuur dat sterk gericht is op de lokale gemeenschap en het behalen van concreet zichtbaar resultaat. De bestuurscultuur is overwegend informeel, met korte lijnen en nauwe betrokkenheid tussen politiek en samenleving. Deze cultuur is zowel kenmerkend voor het functioneren van het college als voor de gemeenteraad. De cultuur wordt door betrokkenen breed herkend en gewaardeerd. De kleinschaligheid van de gemeente zorgt ervoor dat de lijnen tussen inwoners, college, raad en ambtelijke organisatie kort zijn. Dit versterkt de samenwerking en betrokkenheid. Tegelijkertijd leidt dit soms tot vervaging van rollen: raadsleden richten zich geregeld op detailniveau en zoeken aansluiting bij de uitvoering . Ook het college raakt vanuit die nabijheid regelmatig actief betrokken bij operationele zaken. Daardoor ontstaat minder rolvast gedrag en dit kan leiden tot onduidelijkheid in het bestuurlijk en ambtelijk samenspel. 2. Belangrijkste opgaven Er ontbreekt een actuele langetermijnvisie die richting geeft aan de manier waarop maatschappelijke en bestuurlijke opgaven worden benaderd. De huidige strategische sturing is beperkt, waardoor besluitvorming en handelen vaak reactief plaatsvinden. Door minder op details en meer op strategische keuzes te sturen, kan de gemeente een proactievere houding ontwikkelen.
Dit vergt dat zowel de raad als het college hun richtinggevende rol duidelijker vervullen en dat de raad daarin ook beter wordt gefaciliteerd. De keuze om als regiegemeente te functioneren betekent dat niet alle taken door de gemeente zelf worden uitgevoerd, maar deels via buurgemeenten, regio’s en samenwerkingsverbanden. Dit stelt nieuwe eisen aan rolafbakening, sturing en positie van de gemeente binnen deze verbanden. Tegelijkertijd zijn zowel de samenleving als de samenwerkingspartners volop in beweging, waardoor het van belang is de bestuurlijke koers tijdig te herijken. Daarnaast moet het politiek bestuurlijk samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie voldoende ruimte en steun bieden voor de doorontwikkeling van de organisatie.
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
27/34
3. Richting voor verdieping (fase 2) In fase 2 is het raadzaam de volgende thema’s nader te onderzoeken: •
Politiek-bestuurlijk samenspel: Hoe kunnen raad, college en ambtelijke organisatie hun samenwerking en rolverdeling versterken, zodat politieke steun en consistent beleid gewaarborgd zijn bij de doorontwikkeling van de organisatie?
•
Langetermijnkoers: Wat voor gemeente wil West Maas en Waal zijn voor de interne organisatie en richting samenwerkingsrelaties?
4.3
Financiën
1. Huidige situatie De gemeente West Maas en Waal heeft op dit moment een goede financiële uitgangspositie. Er is sprake van ruim weerstandsvermogen en er zijn nog bezuinigingsmogelijkheden beschikbaar. Tegelijkertijd laat de analyse door Berenschot zien dat deze stabiele fin anciële positie niet vanzelfsprekend is. In de komende jaren zijn grote investeringen nodig, waardoor de financieringsbehoefte en schuldenpositie van de gemeente sterk toenemen. Daarnaast staan gemeenten landelijk de komende jaren onder toenemende financiële druk, onder andere door stijgende uitgaven en onzekerheid over de verdeling van middelen vanuit het Rijk. Met het aantreden van een nieuw kabinet wordt de herijking van de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten opnieuw onderwerp van gesprek. Het is dus onzeker in hoeverre het ‘financiële ravijn’ daadwerkelijk realiteit wordt voor West Maas en Waal. 2. Belangrijkste opgaven Wat opvalt is dat de komende jaren de financieringsbehoefte en schuldenpositie van West Maas en Waal sterk toeneemt. Grote investeringen in voorzieningen, waaronder het Integraal Huisvestingsplan (IHP), hebben een grote impact op de begroting. Deze investeringen vragen om politieke keuzes, waarbij een solide langetermijnvisie op financiële houdbaarheid leidend moet zijn.
Er bestaat het beeld dat de gemeente de afgelopen jaren (te) terughoudend is geweest met het besteden van beschikbare middelen. Dit beeld is gebaseerd op de positieve rekeningresultaten van de afgelopen jaren, waarbij het niet (voldoende) inzetten van budgetten de vraag oproept of er ruimte was (of is) om meer te investeren. Daarnaast bestaat het beeld dat op onderzoekskosten en inhuur mogelijk bezuinigingen te behalen zijn. Tegelijkertijd vraagt dit beeld nader onderzoek, omdat het niet (voldoende) inzetten van budgetten ook een andere oorzaak kan hebben, namelijk een gebrek aan realisatiekracht door een te krap bemenste of overbelaste organisatie. In dat scenario zou het verminderen van inhuur en onderzoek juist averechts kunnen werken en de uitvoeringskracht verder kunnen beperken. Tot slot ontbreekt een goed financieel overzicht in de organisatie. Het is niet mogelijk om real time inzicht te krijgen in tussenstanden van uitgaven of prognoses. Dit maakt het moeilijk om te sturen op onder-/overbesteding en meer vooruit te kijken tijdens het budgetteren. Flexibiliteit is van groot belang, onder andere door de onzekerheid van de inkomsten uit het gemeentefonds en de onzekerheid van de kosten in het sociaal domein. Financiële fluctuaties zijn voor een kleine gemeente als West Maas en Waal relatief groot.
Het voordeel van een kleine gemeente als West Maas en Waal is dat zij de posten en organisaties waarop eventueel moet worden bezuinigd goed kennen. 3. Richting voor verdieping (fase 2)
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
28/34
In fase 2 van het bestuurskrachtonderzoek is het raadzaam om enkele specifieke financiële thema’s diepgaander te analyseren, zodat risico’s en handelingsperspectieven helder worden. Dit betreft onder andere: •
Actualiteit en uitvoerbaarheid van ontwikkel- en beheersplannen: zijn de plannen financieel realistisch en toekomstbestendig?
•
Onderzoek naar de redenen voor overschoten in de jaarrekening en mate waarin uitvoeringskracht bepalend is voor realiseren ambities.
•
Inrichting en werking van risicomanagement: worden alle relevante risico’s tijdig gesignaleerd en effectief beheerst?
•
Grip op kostenontwikkeling (in het bijzonder binnen het sociaal domein): in welke mate heeft de gemeente inzicht en sturingsmogelijkheden op de ontwikkeling van uitgaven?
4.4
Organisatie
1. Huidige situatie De gemeente West Maas en Waal heeft een compacte en hechte ambtelijke organisatie van 135 medewerkers (113,33 fte), verdeeld over vijf teams. De organisatie is met 5,5 medewerkers per 1.000 inwoners relatief klein, aangezien het gemiddelde aantal medewerkers per 1.000 inwoners in gemeenten met een vergelijkbare grootte op 7,6 ligt. De interne cultuur is informeel, de lijnen zijn kort en het verantwoordelijkheidsgevoel onder medewerkers is groot. Er is sterke sociale samenhang en bereidheid om elkaar te helpen over teamgrenzen heen. De keerzijde van de informele en hechte cultuur is dat afspraken vaak vrijblijvend zijn en er een “zo doen wij het altijd”-houding heerst. Daarnaast maakt de kleine schaal de organisatie ook kwetsbaar: medewerkers vervullen meerdere rollen, vervanging is lastig en de aandacht gaat vaak naar urgente werkzaamheden. Hierdoor blijft weinig ruimte voor strategische ontwikkeling, lange termijnvisie en gerichte interne en externe samenwerking. Dit wordt versterkt doordat de gemeenteraad geregeld stuurt op details, wat veel capaciteit vraagt en strategische ruimte beperkt. Het accent ligt sterk op tactische en operationele uitvoering en de overheersende ‘waan van de dag’. 2. Belangrijkste opgaven Uit gesprekken en analyse blijkt dat de gemeente behoefte heeft aan meer strategisch vermogen op zowel concern- als teamniveau.
Dit omvat het beter volgen van trends, stimuleren van integraal werken en proactieve beleidsvoorbereiding. Een langetermijnvisie die door raad, college en organisatie wordt gedragen ontbreekt. Ook op het gebied van personeelsplanning is behoefte aan meer strategisch vermogen . Het beeld bestaat dat het verloop van medewerkers met name de afgelopen jaren is toegenomen . Daarom is het van belang om goed te anticiperen op toekomstig verloop en kritisch te kijken naar de huidige bezetting en expertise in relatie tot het takenpakket, zodat de organisatorische slagkracht behouden blijft. Verder is er noodzaak tot het vergroten van richting en samenhang binnen de organisatie, zodat medewerkers niet alleen bezig zijn met urgente taken, maar ook met lange termijn doelen en integrale samenwerking tussen teams. Tot slot staat centraal of West Maas en waal als regiegemeente wil optreden. In de diagnosefase van het bestuurskrachtonderzoek is gebleken dat hierover verschillende beelden bestaan. Het zijn van een regiegemeente brengt de noodzaak mee tot duidelijke rolafbakening en afspraken over welke taken worden uitbesteed, aan wie, en hoe regie en kwaliteitsborging behouden blijven.
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
29/34
3. Richting voor verdieping (fase 2) In fase 2 is het wenselijk onderstaande thema’s diepgaander te analyseren: •
Ontwikkeling van medewerkers: Welke (strategische) vaardigheden, kennis en gedrag zijn nodig om eigenaarschap en toekomstgerichtheid te vergroten, en hoe kan hierin structureel worden geïnvesteerd? En welke visies en kaders dragen hieraan bij?
•
Strategische personeelsplanning: hoe kunnen we beter anticiperen op toekomstig verloop (bijv. onderzoek naar waarom mensen vertrekken) en kritisch kijken naar de huidige bezetting en expertise in relatie tot het takenpakket?
•
Samenhang en gezamenlijke werkwijzen: In welke mate kan gebieds- of opgavegericht werken kwetsbaarheid verminderen en samenwerking tussen teams versterken?
•
Rol als gemeente: Welke taken worden uitbesteed, aan wie, en wat vraagt dat van de van de gemeente om daar goed op te kunnen sturen?
4.5
Samenwerking
1. Huidige situatie West Maas en Waal participeert in meerdere samenwerkingsverbanden, vooral binnen de regio Rivierenland en het Land van Maas en Waal, met een sterke historische en culturele verbinding met buurgemeenten, zoals Druten. De gemeente is betrokken bij elf verbon den partijen, waarvan tien gemeenschappelijke regelingen en één aandeelhouderschap (Vitens). 2. Belangrijkste opgaven In de regio voeren veel (in)directe buurgemeenten gelijktijdig bestuurskrachtonderzoeken en toekomstverkenningen uit. Dit leidt tot heroriëntaties op positie, schaalgrootte en samenwerkingsvormen. Voor West Maas en Waal is dit een belangrijk moment, omdat samenwerking steeds bepalender wordt voor de uitvoeringskracht én voor de bestuurlijke invloed van de gemeente. Tegelijkertijd liggen er risico’s in versnippering en het verlies van regie en herkenbaarheid. Verder vraagt samenwerking in de regio om een helder perspectief. Voor West Maas en Waal is het van belang om meer inzicht te verkrijgen in de kwaliteit en toegevoegde waarde van de huidige samenwerkingsverbanden. Dit kan door structurele monitoring waarbij regelmatig wordt getoetst of de beoogde resultaten daadwerkelijk worden behaald.
Daarbij hoort ook een kritische en toekomstgerichte samenwerkingsvisie, waarin per samenwerking wordt vastgesteld welke resultaten en effecten worden nagestreefd en hoe deze bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente. Het actief onderhouden en versterken van netwerkrelaties is hierin essentieel. De positie van West Maas en Waal in de interbestuurlijke samenwerking vraagt dat de gemeente haar rol als regiegemeente duidelijk invult. Dat betekent in sommige dossiers de kar trekken, initiatief nemen en de regie voeren. Daarbij heeft het toegevoegde waarde om te onderzoeken of de huidige regio-indeling nog past bij de inhoudelijke en strategische belangen van de gemeente. Tot slot bestaat de wens om bepaalde cruciale expertise weer in eigen huis te halen. Hoewel samenwerking met andere partijen waardevolle specialismen oplevert, vergroot het lokaal hebben van deze kennis en vaardigheden de zelfstandige uitvoeringskracht van de gemeente. Dit vermindert de afhankelijkheid van externe partijen en biedt meer controle over belangrijke beleidsen uitvoeringsprocessen. 3. Richting voor verdieping (fase 2) In de tweede fase is het belangrijk om samenwerking niet alleen beschrijvend, maar strategisch te benaderen. Dit vraagt om:
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
•
30/34
Wat zijn de eigen ontwikkelingen en ambities van West Maas en Waal, en welke samenwerkingen passen daarbij?
•
Welke samenwerkingen zijn cruciaal voor West Maas en Waal, en waar wil en moet de gemeente invloed uitoefenen?
•
Hoe kan West Maas en Waal zich goed positioneren binnen bestaande en toekomstige samenwerkingsverbanden? Waarbij de samenwerkingen de bestuurskracht van de gemeente versterken, zonder dat dit ten koste gaat van regie, herkenbaarheid en strategische slagkracht van de gemeente.
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
BIJLAGE
Bijlage 1. Vervolgproces
4/34
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
32/34
Opbouw bestuurskrachtonderzoek Het bestuurskrachtonderzoek van de gemeente West Maas en Waal bestaat uit twee fases: de diagnosefase (deelstap 1 tot en met 3) en de ontwikkelfase (deelstap 4 tot en met 7). De opbouw van het onderzoek is hiernaast schematisch weergegeven. De nota van bevindingen vormt het eindproduct van de diagnosefase. In deze fase is de huidige uitgangspositie van de gemeente West Maas en Waal in beeld gebracht aan de hand van drie bouwstenen: de startfoto, de trendanalyse en het opgaveprofiel. Deze onderdelen tonen waar de gemeente nu staat, welke ontwikkelingen op haar afkomen en welke politiek-bestuurlijke, financiële, organisatorische en samenwerkingsopgaven daaruit voortvloeien. Hierna volgt de ontwikkelfase, die in overleg met de gemeente start na de gemeenteraadsverkiezingen. In deze fase worden de onderzoekspunten uit de diagnosefase verder uitgewerkt en verdiept. Per thema (politiek-bestuur, financiën, organisatie en samenwerkingsrelaties) wordt in kaart gebracht waar versterking nodig is en hoe dit kan worden gerealiseerd. De ontwikkelfase mondt uit in een ontwikkelagenda met handelingsperspectieven. De ontwikkelfase bestaat uit de volgende deelstappen: Deelstap 4: Verdiepen In deelstap 4 worden de onderzoekspunten uit de Nota van Bevindingen uitgewerkt tot concrete ontwikkelpunten per thema.
Zo ontstaat de basis voor een toekomstgerichte ontwikkelagenda. Deelstap 5: Verbinden In deelstap 5 worden de perspectieven van inwoners, ondernemers en organisaties opgehaald. Deelnemers geven mee wat volgens hen behouden moet blijven, waar zorgen liggen en welke kansen ze voor de gemeente zien. Deelnemers hebben de mogelijkheid deel te nemen in fysieke bijeenkomsten of via een enquête. Deelstap 6: Verbinden Vervolgens wordt de regionale samenwerking met buurgemeenten, het Rijk van Nijmegen en de regio Rivierenland geanalyseerd. De knelpunten en kansen rond besturing en afspraken (governance), taakvelden en inzet van capaciteit worden in kaart gebracht. Dit leidt tot een compacte samenwerkingsscan met concrete mogelijkheden om de bestuurskracht te versterken. Deelstap 7: Versterken In de laatste deelstap worden alle inzichten samengebracht tot een concept-ontwikkelagenda met duidelijke prioriteiten. Daarbij worden handelingsperspectieven geformuleerd: routes om ontwikkelpunten te realiseren, zoals meer standaardisatie, investeren in de organisatie of intensiever samenwerken. De gemeente kiest wat het beste past bij West Maas en Waal, op basis van het samenspel tussen politiek, bestuur, organisatie, samenleving en regio. Het resultaat is de Ontwikkelagenda: een praktisch adviesdocument met keuzes, bouwstenen en richting voor de uitvoering.
In het document zijn per thema (bestuur, organisatie, financiën, samenwerking) de
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
33/34
versterkingsmogelijkheden in kaart gebracht en zijn de meest kansrijke handelingsperspectieven gekozen. Verder worden per prioriteit de eerste acties, randvoorwaarden, eigenaarschap en benodigde besluitmomenten benoemd. Vervolgproces Tijdens de raadsvergadering van 5 maart wordt de nota van bevindingen ter bespreking geagendeerd. Deze raadsvergadering vormt de afronding van de diagnosefase. Na de verkiezingen wordt in overleg met de nieuwe gemeenteraad besloten wanneer de ontwikkelfase wordt gestart en wordt met de begeleidingscommissie besproken op welke manier de raad in dat traject wordt betrokken. De gemeenteraad wordt daar tijdig over in gelicht.
Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen
34/34
HOOFDSTUK 5
WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al ruim 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl