CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-040.1 Bijlage 1. Nota van Bevindingen - bestuurskrachtonderzoek West Maas en Waal

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken12.942 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Diagnosefase bestuurskrachtonderzoek West Maas en Waal

1/34

NOTA VAN BEVINDINGEN

Diagnosefase bestuurskrachtonderzoek West Maas en Waal 18 februari 2026

GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

2/34

Inhoudsopgave Samenvatting............................................................................................................................. 3 1. Inleiding................................................................................................................................. 4 1.1

Context en vraag .................................................................................................... 4

1.2

Opbouw onderzoek................................................................................................. 4

1.3

Verantwoording werkwijze nota van bevindingen .............................................. 4

1.4

Leeswijzer ............................................................................................................... 5

2. Startfoto................................................................................................................................. 6 2.1

Het DNA van de gemeente West Maas en Waal ................................................... 7

2.2

Publieke waarde ..................................................................................................... 8

2.2.1

Demografie ......................................................................................................... 8

2.2.2

Ruimte en wonen ............................................................................................... 9

2.2.3

Voorzieningen en bereikbaarheid................................................................... 11

2.2.4

Economie en werkgelegenheid ....................................................................... 11

2.2.5

Gezondheid en subjectief welzijn ................................................................... 12

2.2.6

Sociaal-maatschappelijke problematiek ........................................................ 12

2.2.7

Duurzaamheid .................................................................................................. 13

2.3

De gemeente als organisatie ............................................................................... 13

2.3.1

Bestuur ............................................................................................................. 13

2.3.2

Ambtelijke organisatie .................................................................................... 14

2.3.3

Financiën .......................................................................................................... 15

2.4

Draagvlak .............................................................................................................. 16

2.4.1

Dienstverlening ................................................................................................ 16

2.4.2

Participatie ....................................................................................................... 17

2.4.3

Regionale samenwerking ................................................................................ 19

3. Trends en ontwikkelingen .................................................................................................. 20 3.1

Demografisch ........................................................................................................ 21

3.2

Economisch ........................................................................................................... 21

3.3

Sociaal-cultureel ................................................................................................... 22

3.4

Technologisch ....................................................................................................... 22

3.5

Ecologisch ............................................................................................................. 23

3.6

Politiek .................................................................................................................. 23

3.7

Juridisch ................................................................................................................ 24

4. Opgavenprofiel .................................................................................................................... 25 4.1

Algemeen .............................................................................................................. 26

4.2

Politiek en bestuur ............................................................................................... 26

4.3

Financiën ............................................................................................................... 27

4.4

Organisatie............................................................................................................ 28

4.5

Samenwerking ...................................................................................................... 29

Bijlage 1. Vervolgproces ....................................................................................................... 31

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

3/34

Samenvatting Voor u ligt de nota van bevindingen van het bestuurskrachtonderzoek voor de gemeente West Maas en Waal. Deze nota vormt het eindproduct van de diagnosefase (fase 1 in het onderzoek) en brengt de huidige uitgangspositie van de gemeente in beeld. De nota van bevindingen bestaat uit drie bouwstenen: de startfoto, de trendanalyse en het opgaveprofiel. Deze onderdelen tonen waar de gemeente nu staat, welke ontwikkelingen op haar afkomen en welke politiek-bestuurlijke, financiële, organisatorische en samenwerkingsopgaven daaruit voortvloeien. West Maas en Waal is een kleine, zelfstandige gemeente met een sterke gemeenschap, korte lijnen en betrokken medewerkers. Bestuur en organisatie werken loyaal en resultaatgericht en beschikken momenteel over een gezonde financiële basis. De beperkte schaal van de organisatie maakt haar echter kwetsbaar: medewerkers vervullen vaak meerdere taken, waardoor vervanging lastig is en veel tijd opgaat aan urgente werkzaamheden. Daardoor blijft weinig ruimte voor strategische ontwikkeling en sturen op de lange termijn. De pragmatische houding zorgt er wel voor dat problemen vaak snel worden aangepakt, maar het handelen is vooral reactief. Tegelijkertijd groeien de uitdagingen die de gemeente ‘buiten’ moet aanpakken. Gemeenten staan voor steeds meer complexe taken, vooral in het sociaal domein en de fysieke leefomgeving.

Demografische veranderingen, zoals vergrijzing en kleinere huishoudens, zetten druk op de leefbaarheid van de gemeente. Economische uitdagingen, waaronder arbeidsmarktkrapte en grote investeringsplannen zoals het Integraal Huisvestingsplan, brengen financiële druk en vragen om scherpe bestuurlijke keuzes. Daarbovenop vragen technologische en ecologische opgaven, zoals digitalisering, klimaatadaptatie en energietransitie, om een toekomstgerichte aanpak. Het opgavenprofiel is opgesteld op basis van deze analyse en vormt de kern van de nota. Het beschrijft waar West Maas en Waal zich de komende jaren op moet richten om de ambities ook in de toekomst waar te maken. Het profiel richt zich op vier hoofdthema’s: •

Politiek en bestuur: ontwikkelen van een gezamenlijke langetermijnkoers en sturen op strategische keuzes in plaats van details.

•

Financiën: behouden van een gezonde basis, grip krijgen op kostenontwikkeling en het maken van langetermijn keuzes bij grote investeringen.

•

Organisatie: vergroten van strategisch vermogen, versterken van personeelsplanning en duidelijker afbakenen welke taken de gemeente zelf uitvoert en welke worden uitbesteed.

•

Samenwerking: bewust positioneren in de regio, regie behouden op samenwerkingen en waar nodig cruciale expertise weer in eigen huis halen.

Met dit opgavenprofiel ligt er een duidelijke richting voor de ontwikkelfase van het onderzoek. In die fase worden deze opgaven verder verdiept en vertaald naar een ontwikkelagenda met concrete handelingsperspectieven. Met als doel dat de gemeente West Maas en Waal ook in de toekomst haar ambities kan realiseren, voorzieningen en leefbaarheid in de dorpen kan behouden en haar positie in de samenwerkingen met anderen kan verstevigen.

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

4/34

HOOFDSTUK 1

Inleiding 1.1

Context en vraag

De gemeente West Maas en Waal staat, net als veel andere kleinere gemeenten in Nederland, voor grote opgaven. Gemeenten krijgen steeds meer taken van het Rijk, vooral in het sociaal domein en de fysieke leefomgeving. Ook voor West Maas en Waal worden de opgaven groter, terwijl middelen daarvoor niet altijd gecompenseerd worden. Om te voorkomen dat de gemeente slechts uitvoert voor het Rijk en de eigen ambities daarbij op de achtergrond raken, heeft de raad opdrachtgegeven om een ontwikkelgericht bestuurskrachtonderzoek uit te voeren . Het onderzoek richt zich op twee hoofddoelen: het bepalen van het ambitieniveau van West Maas en Waal en het toetsen van de haalbaarheid daarvan, evenals het vaststellen van wat nodig is om deze ambities te behouden of te realiseren in de toekomst. Het onderzoek is nadrukkelijk geen beoordeling of examen van de ambtelijke organisatie of het bestuur. Het werkt toe naar een ontwikkelagenda voor de hele gemeente: bestuurlijk, ambtelijk en in samenwerking met de regio en samenleving. Daarmee legt het de basis voor meer grip op de eigen koers en een stevigere positie in een veranderende omgeving.

1.2

Opbouw onderzoek

Het bestuurskrachtonderzoek bestaat uit twee fases: de diagnosefase en de ontwikkelfase. Deze nota van bevindingen vormt het eindproduct van de diagnosefase. In deze fase is de huidige uitgangspositie van de gemeente West Maas en Waal in beeld gebracht aan de hand van drie bouwstenen: de startfoto, de trendanalyse en het opgaveprofiel. Deze onderdelen tonen waar de gemeente nu staat, welke ontwikkelingen op haar afkomen en welke politiek-bestuurlijke, financiële, organisatorische en samenwerkingsopgaven daaruit voortvloeien. Hierna volgt de ontwikkelfase, die start na de gemeenteraadsverkiezingen. In deze fase worden de onderzoekspunten uit de diagnosefase verder uitgewerkt en verdiept. Per thema (financiën, organisatie, bestuur en samenwerkingsrelaties) wordt in kaart gebracht waar versterking nodig is en hoe dit kan worden gerealiseerd. De ontwikkelfase mondt uit in een ontwikkelagenda met handelingsperspectieven. Een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksstappen en het vervolgproces is in bijlage 1 opgenomen.

1.3

Verantwoording werkwijze nota van bevindingen

De nota van bevindingen is in de periode van oktober 2025 tot en met februari 2026 tot stand gekomen op basis van drie opeenvolgende deelstappen: •

Deelstap 1: In de eerste deelstap is een startfoto opgesteld van West Maas en Waal. Hiervoor zijn openbare databronnen (o.a. CBS, waarstaatjegemeente.nl en PBL) en gemeentelijke documenten geanalyseerd en zijn vier startsessies gehouden met raad, college, managementteam en ondernemingsraad om de bevindingen te toetsen en te duiden. Het resultaat is een gedeeld beeld van de huidige situatie van West Maas en Waal.

•

Deelstap 2: In de tweede deelstap zijn de belangrijkste trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen onderzocht. Op basis van trendonderzoeken is een analyse opgesteld, die vervolgens is getoetst in een duidingssessie met ambtenaren uit verschillende

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

5/34

onderdelen van de organisatie. Daarnaast zijn aanvullende gesprekken gevoerd over financiën, HR, het sociaal domein, samenwerkingsrelaties en het college. Ook is in deze stap de begeleidingscommissie namens de raad betrokken. Deze fase leverde een trendanalyse op met de belangrijkste ontwikkelingen en hun betekenis voor de gemeente. •

Deelstap 3: De derde stap bestond uit het opstellen van een toekomstgericht opgavenprofiel. De inzichten uit de startfoto en de trendanalyse zijn hiervoor samengebracht tot kernopgaven per thema. Een conceptprofiel is op 5 februari 2026 besproken in een validatiesessie met vertegenwoordigers van raad, college en managementteam en vervolgens aangescherpt.

Daarmee ligt er een integraal beeld van de uitgangspositie en opgaven van West Maas en Waal, dat de basis vormt voor de ontwikkelfase in het bestuurskrachtonderzoek.

1.4

Leeswijzer

De nota van bevindingen is opgebouwd volgens de volgende hoofdstukken: •

Hoofdstuk 2 bevat de startfoto, waarin de huidige situatie van West Maas en Waal wordt geschetst op basis van feiten, cijfers, documenten en gesprekken met raad, college, managementteam en OR. Dit hoofdstuk geeft een gedeeld en actueel beeld van waar de gemeente nu staat.

•

Hoofdstuk 3 presenteert de analyse van trends en ontwikkelingen. Hier wordt beschreven welke externe ontwikkelingen de komende vijftien jaar van invloed zijn op de gemeente. De trendanalyse, duidingssessie en aanvullende gesprekken vormen hiervoor de basis.

•

Hoofdstuk 4 bevat het opgavenprofiel, waarin de inzichten uit de eerste twee deelstappen samenkomen. Dit hoofdstuk beschrijft de kernopgaven per thema (politiek-bestuur, financiën, organisatie en samenwerking) en vormt daarmee de kern van deze nota.

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

6/34

HOOFDSTUK 2

Startfoto In de startfoto wordt de huidige situatie van West Maas en Waal geschetst. De startfoto is gebaseerd op feiten, cijfers, documenten en gesprekken met raad, college, managementteam en ondernemingsraad.

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

2.1

7/34

Het DNA van de gemeente West Maas en Waal

West Maas en Waal is een gemeente met een rijke historie. West Maas en Waal heeft een unieke ligging in het westelijk deel van het Land van Maas en Waal. Administratief gezien is de gemeente nog relatief jong. In 1984 werd de gemeente gevormd door de samenvoeging van de voormalige gemeenten Wamel, Dreumel en Appeltern. Tot de gemeente behoren de kernen Alphen, Altforst, Appeltern, Beneden-Leeuwen, Boven-Leeuwen, Dreumel, Maasbommel en Wamel. Sinds de samenvoeging van deze kernen functioneert de gemeente als een sterk regionaal dorpennetwerk met een gezamenlijke identiteit. De bewoning van dit uniek gelegen gebied gaat eeuwen terug. Al in het middeleeuwse tijdperk, vanaf de 9 e en 10 e eeuw, ontstonden er permanente nederzettingen die later de huidige dorpen van de gemeente West Maas en Waal zouden vormen. De kerk in de dorpskern van Alphen kent zijn oorsprong zelfs al in de 8 e eeuw, vanaf 797. De dorpen die door de eeuwen heen volgden, hadden eigen voorzieningen en bijbehorende gebouwen die gefinancierd werden door lokale weldoeners. Mina Kuppen was van de lokale weldoeners in Beneden-Leeuwen, waar ze rond 1900 de kerk en andere voorzieningen financierden. Daarnaast hebben grondbezitters door de eeuwen heen grote invloed op het landschap gehad. De naam van de gemeente verklapt het al: West Maas en Waal ligt tussen de rivieren de Maas en de Waal.

Vanwege de ligging van de gemeente is waterbeheersing altijd van uitzonderlijk belang geweest. Voor de Tweede Wereldoorlog was West Maas en Waal een van de armste gebieden van Nederland. Desondanks werd er na de dijkdoorbraak in 1926 vanuit het Rijk besloten om géén geld in te zamelen voor de inwoners. De vele overstromingen in de dorpen vroegen dus om creatieve oplossingen. De noodzaak tot samenwerking in dit soort situaties stimuleerde het gemeenschapsgevoel in de dorpen. Vandaag de dag is waterbeheersing in West Maas en Waal nog net zo belangrijk. Dit bleek ruim 30 jaar geleden, toen de grootste evacuatie plaatsvond die Nederland ooit gekend heeft: ruim 250.000 mensen, waaronder de inwoners van West Maas en Waal, moesten hun huis verlaten vanwege extreem hoge waterstanden. Uiteindelijk werd een overstroming geweerd en konden de inwoners veilig terugkeren naar hun woning. De ligging van West Maas en Waal heeft een grote invloed op de cultuur in het gebied. De weidse polders, de dijken aan de Maas en aan de Waal, de relatief lage bebouwing en open zichtlijnen naar de rivieren dragen bij aan het sterke plattelands- en dorpskarakter dat er heerst. Bovendien zijn de bijna vijftig rijksmonumenten, verspreid over de dorpen, getuigen van de lange geschiedenis en de leefbare herinneringen van West Maas en Waal.

Wonen in West Maas en Waal betekent wonen in een uitgestrekt rivierenlandschap waar rust, ruimte en gemeenschapsgevoel centraal staan en waar scholen, verenigingen, sportclubs en dorpshuizen het sociale hart van de dorpskernen vormen.

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

2.2

8/34

Publieke waarde

De gemeente West Maas en Waal is een landelijke gemeente met rivieren, dijken, 8 unieke dorpen en een groene kern. De gemeente is de afgelopen jaren snel gegroeid in woningen en inwoners. West Maas en Waal is een ondernemende gemeente met een relatief hoge sociaaleconomische ondergrens en sterke sociale samenhang. De afnemende groene druk en de stijgende grijze druk zijn belangrijke aandachtspunten.

2.2.1

Demografie

Het inwoneraantal van de gemeente West Maas en Waal is in de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid. In 2010 telde de gemeente 18.413 inwoners. Dit aantal nam in 2015 toe tot 18.570. Tussen 2015 en 2020 nam het inwoneraantal sterk toe naar 19.324. Die groei zette door in de periode tussen 2020 en 2025: begin 2025 telde West Maas en Waal 20.594 inwoners. Dat betekent dat het inwoneraantal van West Maas en Waal tussen 2010 en 2025 met bijna 12% is gestegen, met name geconcentreerd in Beneden-Leeuwen. De relatieve bevolkingsontwikkeling (per 1.000 inwoners) in West Maas en Waal tussen 2020 en 2025 was het grootst ten opzichte van de regio en het landelijk gemiddelde. Alleen de bevolkingsontwikkeling in Neder-Betuwe en Maasdriel kwam in de buurt van de bevolkingsontwikkeling van West Maas en Waal. Bevolkingsontwikkeling per 1.000 inwoners West Maas en Waal Neder-Betuwe Maasdriel Druten West Betuwe Nederland Oss

Tiel Wijchen -20

-10

0

2020

2021

10 2022

20

30 2023

40

50

60

70

2024

West Maas en Waal is een gemeente waarin het aandeel jongeren van 0 -18 jaar lange tijd daalde, maar die trend lijkt de gemeente te zijn omgedraaid. De groene druk1 nam tussen 2015 en 2024 af van 37,1% naar 33,9%, maar is in 2025 weer toegenomen naar 34,1%. In vergelijking met het landelijk gemiddelde in 2025 (35,2%) scoort West Maas en Waal nog ruim een procespunt lager. De grijze druk2 is in West Maas en Waal tussen 2015 en 2025 in hoog tempo toegenomen van 32% naar 40,9%. Hiermee stijgt de grijze druk in West Maas en Waal ruim harder dan het landelijk

Groene druk is de verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 20 jaar en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijf er geef t inzicht in de verhouding van de jeugd tot het werkende deel van de bevolking. 2 Grijze druk is de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijf er geef t inzicht in de verhouding van de ouderen tot het werkende deel van de bevolking. 1

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

9/34

gemiddelde (2015: 29,9%; 2025: 35,5%). Ook in vergelijking met het provinciaal gemiddelde (2025: 38,5%) en buurgemeenten ligt de grijze druk in West Maas en Waal hoog. De gemiddelde huishoudensgrootte is in West Maas en Waal tussen 2020 (2,33) en 2025 (2,30) licht afgenomen, net zoals landelijk, provinciaal en in de rest van de COROP-regio ZuidwestGelderland. De gemiddelde huishoudensgrootte in 2025 is in West Maas en Waal en de COROPregio Zuidwest-Gelderland (2,36) relatief hoog ten opzichte van het provinciaal (2,2) en landelijk (2,14) gemiddelde. De stedelijkheid 3 in de gemeente West Maas en Waal is gecategoriseerd als niet stedelijk. Dit houdt in dat West Maas en Waal een gemiddelde omgevingsadressendichtheid van minder dan 500 adressen per km2. Ter vergelijking: buurgemeenten Maasdriel, West Betuwe en Neder-Betuwe scoren worden ook gecategoriseerd als niet stedelijk. Druten wordt gecategoriseerd als weinig stedelijk (gemiddeld 500 tot 1000 adressen per km2) en Wijchen, Oss en Tiel zijn matig stedelijk (1000 tot 1500 adressen per km2). De omgevingsadressendichtheid van West Maas en Waal ligt ruim onder het provinciaal (matig stedelijk) en landelijk (sterk stedelijk) gemiddelde. Dit benadrukt het landelijke karakter van de gemeente.

De bevolkingsdichtheid van West Maas en Waal (2025: 270 inwoners/km2) ligt ruim onder het Zuidwest-Gelderse (2025: 371 inwoners/km2), provinciaal (2025: 436 inwoners/km2) en landelijk (2025: 536 inwoners/km2) gemiddelde, maar nam tussen 2020 en 2025 sterker toe dan op de genoemde schalen. CBS-bevolkingsprognose In de regionale prognose 2023-2050 beschrijft het CBS de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse bevolking. Op basis van analyses van de demografische ontwikkelingen worden veronderstellingen opgesteld over de toekomstige trends rond geboorte, sterfte, migratie en overgangen tussen huishoudensposities (echtscheidingen, uit huis gaan, etc.). De gevolgen van de veronderstellingen worden doorgerekend in het prognosemodel. De prognose van het CBS is dat de bevolking van West Maas en Waal tussen 2025 en 2030 groeit van 20.000 naar 20.400. Tussen 2030 en 2035 verwacht het CBS een groei naar 20.600 inwoners. In 2040 groeit het inwoneraantal volgens de prognose naar 20.700, in 2 045 naar 20.600. Dat aantal blijft naar verwachting gelijk in 2050. Verschillende factoren kunnen van invloed zijn op het toekomstige inwoneraantal, zoals hoeveel woningen worden gebouwd. Hier wordt in de prognose van het CBS geen rekening mee gehouden.

Dit werkt al door in de huidige cijfers: West Maas en Waal had op 1 januari 2025 20.594 inwoners, meer dan de 20.000 en 20.400 inwoners uit de prognoses voor 2025 en 2030.

2.2.2

Ruimte en wonen

De West Maas en Waalse woningvoorraad bestond in 2024 uit relatief veel koopwoningen (71.9% tegenover 57,1% landelijk) en relatief weinig corporatiehuur- (19,8% tegenover 28,3%) en overige huurwoningen (8,3% tegenover 14,5%). Het relatief hoge percentage koopwoningen is in meerdere omringende gemeenten te zien. De gemiddelde woninggrootte in West Maas en Waal ligt al jaren rond de 160 m2. In 2025 was dit 162 m2. In vergelijking met de buurgemeenten is de gemiddelde woninggrootte in West Maas en

Stedelijkheid is de maatstaf voor de concentratie van menselijke activiteiten gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid. 3

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

10/34

Waal bovengemiddeld. Alleen de gemeente Maasdriel heeft een vergelijkbare gemiddelde woninggroote. De gemiddelde woninggrootte in West Maas en Waal is ook aanzienlijk hoger dan het Gelders (129 m2) landelijk gemiddelde (120 m2). De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in West Maas en Waal is in 2025 €435.000. Dit is ruim hoger dan het landelijk gemiddelde van €398.000. Dit verschil is deels te verklaren doordat de huizen in West Maas en Waal gemiddeld 42m2 groter zijn dan het landelijk gemiddelde (162 tegenover 120). De WOZ-waarde van de gemiddelde woning in West Maas en Waal ligt ook boven het gemiddelde van Gelderland (€398.000) en de COROP-regio Zuidwest-Gelderland (€425.000). De WOZ-waarde van de gemiddelde woning in West Maas en Waal is tussen 2020 en 2 025 toegenomen van €277.000 naar €435.000. In die tijd is de gemiddelde WOZ-waarde in West Maas en Waal aanzienlijk sneller gegroeid dan het landelijk gemiddelde (57% tegenover 46,9%). Ten opzichte van de buurgemeenten is de gemiddelde WOZ-waarde relatief hoog in West Maas en Waal. Van de buurgemeenten hebben alleen de gemeenten West Betuwe (€466.000) en Maasdriel (€461.000) een hogere gemiddelde WOZ-waarde in 2025. De gemeenten West Betuwe, Maasdriel en West Maas en Waal werden in 2025 gevolgd door de buurgemeenten Wijchen (€397.000), Druten (€393.000), Neder-Betuwe (€393.000), Oss (€383.000) en Tiel (€358.000).

Het Gelders en landelijk gemiddelde lag in 2025 op €398.000. WOZ-waarde woningen € 520.000

€ 470.000

€ 420.000

€ 370.000

€ 320.000

€ 270.000

€ 220.000 2020

2021

2022

2023

2024

West Maas en Waal

Druten

Wijchen

Oss

Maasdriel

West Betuwe

Tiel

Neder-Betuwe

Gelderland

2025

Nederland Op de ranglijst van woonlasten per meerpersoonshuishouden 4 van woningeigenaren per gemeente staat West Maas en Waal op plek 211 van de 345 (waarbij 1 de gemeente met de laagste woonlasten is) en voor huurders op plek 84 van de 347.

Woonlasten betref t het bedrag dat een huishouden betaalt aan woonkosten, zoals huur - of hypotheeklasten, inclusief de bijkomende woonuitgaven zoals: onroerendzaakbelasting, premies voor woonverzekeringen, rioolrechten, gas, water, elektra. 4

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

2.2.3

11/34

Voorzieningen en bereikbaarheid

Het voorzieningenaanbod verschilt sterk per kern. Beneden-Leeuwen heeft een breed en gevarieerd voorzieningenpakket met bijvoorbeeld het Toverbaltheater, Museum Tweestromengebied, supermarkten, winkels, een seniorenorkest en een theatergezelschap. In de kleinere kernen, zoals Altforst en Boven-Leeuwen, hebben inwoners beperkte keuze in hun eigen kern. Voorzieningen die horen bij grotere plaatsen zijn te vinden in Tiel, Oss en Nijmegen. De afstanden tot voorzieningen als basisonderwijs en buitenschoolse opvang liggen rond de landelijke en provinciale gemiddelden. De afstand tot het voortgezet onderwijs (4,4 km), een huisartsenpraktijk (1,6 km), het ziekenhuis (9,8 km), overige levensmiddelen (1,5 km) en een café (2,1 km) liggen (ruim) boven het Gelders en landelijk gemiddelde. Sommige voorzieningen zijn in iedere kern van de gemeente gevestigd. Zo heeft iedere kern een basisschool. In bijna ieder dorp bevindt zich ook een voetbalvereniging. Op het gebied van bereikbaarheid scoort de gemeente West Maas en Waal gemiddeld op de gemiddelde afstand tot een hoofdverkeersader (1,6 km). De gemeente West Maas en Waal heeft geen treinstation, waardoor de gemiddelde afstand tot een treinstation relatief groot (12 km) is.

Er rijden wel bussen door de gemeente, waardoor de gemiddelde afstand tot OV niet veel boven het Gelders en landelijk gemiddelde ligt (West Maas en Waal: 0,6 km; Gelderland: 0,5 km; Nederland: 0.4 km).

2.2.4

Economie en werkgelegenheid

De werkloosheid in West Maas en Waal is al jaren lager dan het landelijk, provinciaal en regionaal gemiddelde. In 2024 was het werkloosheidspercentage 2,8% ten opzichte van 3,7% landelijk en 3,3% provinciaal. In vergelijking met de buurgemeenten hebben alleen de gemeenten West Betuwe en Maasdriel zo’n laag werkloosheidspercentage. Het lage werkloosheidspercentage is opvallend als wordt gekeken naar het aantal banen in de eigen gemeente per 1.000 inwoners van 15-74 jaar. Dit lag in 2024 met 489,6 ruim onder het landelijk (726,4), provinciaal (709,4) en COROP-gemiddelde (670,2). Het relatieve aantal banen in West Maas en Waal is in de coronajaren 2020 en 2021 gezakt van 460,3 in 2019 naar 448,9 in 2021. In 2022 en 2023 herstelde het relatieve aantal banen zich: 481,6 en 497,6. In 2024 nam dit dus weer iets af naar 489,6. Uit de relatief lage werkloosheids- en banenpercentage in de eigen gemeente blijkt dat veel inwoners van West Maas en Waal buiten de eigen gemeente werken of voor zichzelf werken. Het aantal bedrijfsvestigingen per 1.000 inwoners van 15 t/m 64 jaar lag in 2024 in West Maas en Waal (199,6) boven het landelijk gemiddelde van 191,4, het Gelders gemiddelde van 174,2 en het Zuidwest-Gelderse gemiddelde van 188,7. Het tekent het ondernemende karakter van West Maas en Waal.

Sectorgewijs valt het hoge percentage banen in de landbouw, industrie en handel in West Maas en Waal op. In 2024 was 20,5% van de banen in West Maas en Waal in de industrie, tegenover 15,9% landelijk, 17,9% provinciaal en 20,3% op COROP-niveau. Het percentage banen in de handel was in West Maas en Waal in 2024 19,8%, terwijl dit landelijk en provinciaal iets onder de 17% lag. Daarnaast is het percentage banen in de landbouw in West Maas en Waal (5,7%) ruim 2,5 keer hoger dan landelijk en provinciaal (2,2%). Het percentage banen in de zakelijke dienstverlening (24,1%) en collectieve dienstverlening (27%) ligt ruim onder het landelijk en provinciaal gemiddelde. Toch zijn deze sectoren nog steeds de twee grootste werkgevers in de gemeente.

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

12/34

In vergelijking met Nederland, Gelderland en de regio Zuidwest-Gelderland valt op dat West Maas en Waal relatief veel inwoners met een laag (196/1.000 inwoners) en middelbaar (326/1.000 inwoners) onderwijsniveau heeft, en relatief weinig inwoners met een hoog onderwijsniveau (261/1.000 inwoners). Het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden in West Maas en Waal ligt al jaren ruim boven het landelijk gemiddelde. In 2024 was het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden in West Maas en Waal €64.000,-. Landelijk was dit €61.600,- en provinciaal was dit €61.500,-. Het gemiddelde van COROP-gebied Zuidwest-Gelderland lag iets boven het gemiddelde in West Maas en Waal: €65.500.-. Waar het aandeel huishoudens uit West Maas en Waal met een inkomen 5 in de laagste 10% van Nederland 7% is, komt het aandeel huishoudens met een inkomen in de hoogste 10% van Nederland neer op 10%. Hieruit kan worden geconcludeerd dat in West Maas en Waal relatief weinig huishoudens een inkomen aan de onderkant hebben, en dat de inkomensverschillen in West Maas en Waal iets kleiner zijn dan landelijk gemiddeld.

2.2.5

Gezondheid en subjectief welzijn

De ervaren gezondheid van inwoners van West Maas en Waal is tussen 2020 en 2022 sterk afgenomen, van 78,9% naar 70,9%, maar is in 2024 weer toegenomen naar 75,2%. Deze ontwikkeling ligt in lijn met de landelijke, provinciale en regionale trend en kan (deels) worden verklaard door de coronapandemie. West Maas en Waal scoort in 2024 iets boven het landelijk (74,1%), provinciaal (75%) en Zuidwest-Gelderse (74,2%) gemiddelde. Op het gebied van overgewicht bij volwassenen scoort West Maas en Waal in 2024 (55,2%) minder goed dan het landelijk gemiddelde (50%), net zoals Zuidwest-Gelderland (54,9%) en Gelderland (50,6%). Het hoge percentage inwoners met overgewicht in West Maas en Waal ligt in lijn met het percentage personen dat aan de beweegrichtlijnen voldoet: 42,5% tegenover 48,9% landelijk. De levensverwachting van de bevolking in West Maas en Waal (81,4 jaar) ligt iets onder het landelijk gemiddelde van 81,6 jaar. Het aantal personen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen ligt in West Maas en Waal in 2024 (33,7%) onder het landelijke (34,4%) en provinciale gemiddelde (34,5%). De gemeenschap in West Maas en Waal scoort goed op het gebied van sociale samenhang 6. Deze ligt namelijk 4,5% boven het landelijk gemiddelde.

Dit beeld ligt in lijn met het aanzienlijke lagere percentage personen van 18 jaar en ouder dat zich enigszins tot (zeer) sterk eenzaam voelt: 39% tegenover 46,2% landelijk (2024).

2.2.6

Sociaal-maatschappelijke problematiek

Net als alle andere gemeenten in Nederland kent West Maas en Waal sociaal-maatschappelijke problematiek. De hoeveelheid sociaal-maatschappelijke problematiek lijkt in West Maas en Waal echter lager dan gemiddeld. Het aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners ligt in West Maas en Waal 56% lager dan landelijk gemiddeld (15 om 34). Het percentage huishoudens met een bijstandsuitkering ten opzichte van het totaal aantal huishoudens laat eenzelfde verhouding zien: 2,1% in West Maas en Waal tegenover 4,8% landelijk (juni 2025). Het percentage huishoudens met problematische schulden ligt in West Maas en Waal in 2024 (6,3%) ruim onder het landelijk (8,9%), provinciaal (7,5%) en COROP-gemiddelde (7,7%).

De doelpopulatie omvat alle particuliere huishoudens met bekend inkomen. De dimensie sociale samenhang omgeving komt uit de Leef barometer en bestaat uit de indicatoren: (Diversiteit naar) levensf ase, Sociale cohesie, Mutatiegraad, Dichtheid aan inwoners, Bevolkingsontwikkeling. 5 6

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

13/34

De West Maas en Waalse gemeenschap bestaat in 2025 voor 19,5% uit 0 -19-jarigen, ten opzichte van het landelijk gemiddelde van 20,6%. Het percentage van jongeren tot 18 jaar dat jeugdhulp heeft ligt iets boven het landelijk gemiddelde: 13,1% in West Maas en Waal en 11,4% in Nederland. Het absoluut schoolverzuim7 per 1.000 leerlingen ligt in West Maas en Waal iets boven het landelijk gemiddelde (8,7 om 6,7), terwijl het relatief verzuim8 per 1.000 leerlingen onder het landelijk gemiddelde ligt (19 om 28). Het aantal verwijzingen naar Halt per 1.000 inwoners van 1217 jaar ligt in West Maas en Waal (2024: 20) ruim boven het landelijk gemiddelde (2024: 9). In 2024 lag het aantal verwijzingen naar Halt net iets boven het landelijk gemiddelde: 10 om 9 per 1.000 inwoners van 12-17 jaar. Dit hoge cijfers is te verklaren door een gerichte actie van de burgemeester, waarbij meerdere jongeren in beeld kwamen.

2.2.7

Duurzaamheid

Op het gebied van duurzaamheid scoort de gemeente West Maas en Waal wisselend. De blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) ligt in de gemeente iets onder het landelijk gemiddelde (11,4 om 12,1 ㎍/m³) en de blootstelling aan fijnstof (PM10) ligt net iets boven het landelijk gemiddelde (15,5 om 15 ㎍/m³). Het percentage bekende hernieuwbare energie ligt met 21,3% ruim boven het landelijk gemiddelde van 14,5% (2023). Ook het percentage woningen met zonnepanelen in West Maas en Waal ligt met 61% ruim hoger dan het landelijk gemiddelde van 36% (2024). Verder heeft West Maas en Waal relatief veel huizen met energielabel A (45,4% om 38,4% landelijk). Op het gebied van duurzame mobiliteit scoort West Maas en Waal onder het landelijk gemiddelde van het aantal deelauto’s per inwoner (niet rendabel gebleken), het aantal elektrische auto’s per inwoner en de dekkingsgraad van laadpalen. Een verklaring hiervoor kan het rurale, landelijke karakter van de gemeente zijn. De CO2-uitstoot van het autoverkeer per 1.000 inwoners van West Maas en Waal ligt iets boven het landelijk gemiddelde (2023: 1.600 ton om 1.500 ton).

2.3

De gemeente als organisatie

De gemeente West Maas en Waal is een bestuurlijk stabiele gemeente. Medewerkers werken graag bij de gemeente, onder andere vanwege de informele cultuur, korte lijnen en betrokkenheid van medewerkers. Daar staat tegenover dat de ambtelijke organisatie over beperkte strategische en ondersteunende capaciteit beschikt. De begroting is in 2026 en 2027 sluitend, maar laat vanaf 2028 een tekort zien.

2.3.1

Bestuur

Het college van Burgemeester en Wethouders van West Maas en Waal bestaat uit burgemeester Vincent van Neerbos en drie wethouders afkomstig uit de coalitiepartijen Federatie Dorpslijsten (FD) West Maas & Waal (2) en CDA (1). Deze twee partijen vormen samen een meerderheid in de gemeenteraad en hebben hun samenwerking vastgelegd in het coalitieakkoord 2022–2026. Dit coalitieakkoord is door het college verder uitgewerkt in het collegeprogramma. In dit collegeprogramma staat centraal dat het de missie van de gemeente West Maas en Waal is om bij te dragen aan het levensgeluk van haar inwoners. Het collegeprogramma is opgebouwd rond 5 programma’s: (1) Wonen, werken en recreëren; (2) Maatschappelijke zaken; (3) Fysieke Het aantal leer- of kwalif icatieplichtige jongeren dat absoluut verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongere is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beschikt niet over een vrijstelling. 8 Het aantal leer- of kwalif icatieplichtige leerlingen (per 1.000 leerlingen) waarbij sprake is van meer dan 16 uur ongeoorloof d verzuim gedurende 4 opeenvolgende lesweken. 7

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

14/34

leefomgeving; (4) Burger, bestuur en veiligheid; (5) Bedrijfsvoering. Overkoepelend thema is de invoering van maatschappelijke effectsturing in de periode 2022 tot en met 2026. De politieke verhoudingen in West Maas en Waal zijn de afgelopen jaren relatief stabiel, met uitzondering van verkiezingsuitslagen van enkele individuele partijen. In 2006 kreeg Dorpslijst Dreumel de meeste stemmen in de gemeente, gevolgd door CDA en VVD (allen 3 zetels). Sinds 2010 is de Dreumelse lijst aangesloten bij de FD. De FD (gezamenlijk) behaalt sinds 2010 de meeste stemmen in de gemeente, gevolgd door VVD en CDA (2010), SP (2014 dn 2018) of Sociaal Maas en Waal (2022). De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 in West Maas en Waal bedroeg 58%, wat ruim boven het landelijke gemiddelde van 51% lag. Dat past in het beeld waarin de opkomstpercentages in West Maas en Waal structureel boven het landelijk gemiddelde liggen. Het opkomstpercentage in 2022 is echter het laagste opkomstpercentage ooit bij gemeenteraadsverkiezingen in West Maas en Waal.

2.3.2

Ambtelijke organisatie

Inrichting organisatie De ambtelijke organisatie van de gemeente West Maas en Waal telt 135 medewerkers (113.33 fte, exclusief bestuur en raad). De organisatie is opgedeeld in vijf teams: Beheer openbare ruimte (BOR), Bedrijfsvoering, Dienstverlening, Samenleving en Ruimte. De teammanagers van de vijf teams en de gemeentesecretaris vormen het managementteam. Er is een organisatievisie dat richting moet geven aan het werk van de ambtelijke organisatie in ontwikkeling. Begin 2025 heeft de ambtelijke organisatie van de gemeente West Maas en Waal een bezetting van 5,5 fte per 1.000 inwoners. Dit is lager dan het landelijke gemiddelde van 7,6 fte per 1.000 inwoners in 2024 voor gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners. Uit de landelijke benchmark blijkt dat de bezetting in 2024 iets is toegenomen ten opzichte van 2023, vooral door nieuwe taken die onder gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen.9 Deze stijging is kleiner dan in 2023, wat wijst op een afvlakking van de groei. De overstap naar een nieuw personeelssysteem maakt het moeilijk om deze ontwikkeling van de cijfers voor West Maas en Waal op te halen . In West Maas en Waal heeft 48% van de medewerkers van de gemeente West Maas en Waal een dienstverband van één tot vijf jaar. Landelijk bedraagt de gemiddelde diensttijd 9,8 jaar.

Voor gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners geldt dat 40% van de medewerkers korter dan drie jaar in dienst is, 29% drie tot tien jaar en 31% langer dan tien jaar. Omdat West Maas en Waal een andere indeling van diensttijd hanteert, is deze vergelijking slechts indicatief. Het relatief hoge aandeel medewerkers met één tot vijf dienstjaren wijst erop dat veel van hen de afgelopen jaren nieuw zijn gestart. Er zijn geen cijfers beschikbaar om te bepalen of deze verdeling in eerdere jaren vergelijkbaar was. In West Maas en Waal vormt de leeftijdsgroep 55 tot 64 jaar met ongeveer 37% van de medewerkers de grootste groep binnen de ambtelijke organisatie. Landelijk bedraagt de gemiddelde leeftijd in gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners 46,9 jaar. Over het algemeen geldt dat hoe groter de gemeente, hoe lager de gemiddelde leeftijd. Meer in de breedte zie je dat het personeelsbestand bij gemeenten relatief meer vergrijsd is ten opzichte van andere sectoren.

9

Bron: Personeelsmonitor-Gemeenten-2024.pdf

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

15/34

Tot slot is het aandeel vrouwelijke medewerkers (in personen) in West Maas en Waal 60%, waar dat op landelijk niveau momenteel 55% is. Het verzuim (4,6%) ligt in West Maas en Waal ruim onder het landelijk gemiddelde (6,7%). Cultuur De organisatiecultuur wordt gekenmerkt als informeel, familiair en toegankelijk, met korte lijnen en een sterk gevoel van onderlinge verbondenheid. Van burgemeester tot gemeentesecretaris geldt het principe van ‘ons kent ons’ en een gemeenschapscultuur. Medewerkers zijn bereid elkaar te helpen en nemen taken over wanneer iemand uitvalt; dit verloopt vaak vanzelf en overstijgt de grenzen van teams. Medewerkers beschrijven de cultuur als een gemeenschapscultuur. Formele, zakelijke communicatie sluit minder goed aan bij deze cultuur. Hierdoor is het maken van duidelijke afspraken en het onderling aanspreken op gedrag niet gangbaar binnen de gemeente. Tegelijkertijd is er sprake van grote persoonlijke betrokkenheid bij het werk en bij de gemeenschap. Een aanzienlijk deel van de medewerkers is afkomstig uit de omliggende dorpen en beschouwt de gemeente als een verlengstuk van hun eigen leefomgeving. Dit leidt tot sterke banden met lokale voorzieningen en initiatieven.

Een illustratief voorbeeld is de discussie over het afstoten van het gemeentelijke zwembad: hoewel er beleidsmatige en financiële redenen zijn om dit te doen, stuit dit op weerstand omdat het zwembad een persoonlijke en sociale betekenis heeft. Het sluiten ervan zou immers direct invloed hebben op bekenden, zoals de buurman die in het bestuur zit of de achterburen die er wekelijks zwemmen. HR Het aantal vacatures is in de afgelopen twee jaar fors toegenomen tot ongeveer 20–30 per jaar. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door natuurlijk verloop (pensioen, baanwisselingen, tijdelijke contracten die structureel worden) en tijdelijke rijkssubsidies waarvoor geen vaste formatie kan worden opgebouwd. Dit vraagt om een vrijwel continue wervingsinspanning. Verwacht wordt dat deze situatie het komende jaar aanhoudt. Het ziekteverzuim is laag en bestaat vooral uit langdurige gevallen, zonder zorgwekkende patronen. Er is geen sprake van grootschalig personeelsverloop, al is er incidenteel uitstroom onder recent aangenomen jonge medewerkers. Operationeel heeft de gemeente beschikking over beperkte ondersteuning: het managementteam heeft gezamenlijk slechts 16 uur ondersteunende capaciteit per week en medewerkers doen veel administratieve taken zelf.

Daarnaast ontbreken strategische functies, zoals bestuursadviseurs, waardoor de organisatie sterk tactisch en operationeel georiënteerd is en er weinig wordt vooruitgekeken naar de middellange en lange termijn. Complexe functies zijn lastig te vervullen door schaarste en salarisconcurrentie, waardoor men regelmatig concessies moet doen in competenties. Specifieke expertise, zoals op het gebied van fiscaliteit, gebouwbeheer of juridische vraagstukken, wordt extern ingehuurd. ICT en digitalisering zijn in ontwikkeling. De gemeenteraad heeft extra middelen vrijgemaakt voor uitbreiding van de formatie, onder andere voor functies binnen ICT, maar knelpunten blijven zichtbaar op cruciale onderdelen als gebouwbeheer en handhaving.

2.3.3

Financiën

De financiële positie van de gemeente West Maas en Waal laat een gemengd beeld zien. In 2026 en 2027 is de begroting sluitend. Vanaf 2028 is er een tekort in de begroting. Dit komt door stijgende kosten door inflatie, investeringsplannen en een lagere uitkering vanuit het

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

16/34

gemeentefonds. De gemeente ziet de risico’s toenemen door mondigere inwoners (meer kans op aansprakelijkstellingen) en veranderde economische omstandigheden. Daarnaast zorgen internationale spanningen, onzekerheid over het gemeentefonds, stijgende jeugdzorgkosten en inflatie door prijsstijgingen/tekorten en netcongestie voor extra financiële en praktische risico’s. Ook de instandhouding van de vele voorzieningen, zoals in iedere kern een basisschool en in bijna iedere kern een voetbalvereniging, leggen druk op de begroting. Denk hierbij aan de kosten voor schoolhuisvesting en de jaarlijkse bijdragen aan sportclubs. De netto schuldquote daalt in 2025 en 2026 ten opzichte van 2024, van 52% naar 33% en 38%. Naar verwachting stijgt deze aanzienlijk vanaf 2027. De schuldquote verslechtert vooral omdat de gemeente zelf aanzienlijk meer moet gaan lenen om de geplande investeringen te kunnen financieren, vooral vanwege het Integraal Huisvestingsplan (IHP). De solvabiliteitsratio ziet een dalende trend de aankomende jaren. Deze neemt naar verwachting af van 29% in 2024 naar 16% in 2029. Hiermee neemt ook de weerbaarheid van de gemeente af. De structurele exploitatieruimte was 1% in 2024 en 2025. De verwachting is dat deze daalt naar 0% in 2026, 2027 en 2029. In 2028 zal deze –1% zijn. Dit geeft aan dat er in West Maas en Waal weinig ruimte is voor nieuw beleid of tegenvallers.

De belastingcapaciteit geeft aan of er in het volgende begrotingsjaar financiële problemen kunnen worden opgevangen of dat er geld is voor nieuw beleid. Vanaf 2025 tot 2029 zal deze op 102% liggen. Dit betekent dus dat inwoners in West Maas en Waal iets me er lokale belasting gaan betalen dan het landelijk gemiddelde (2% meer). De gemeente verwacht dat de investeringsplannen van West Maas en Waal in maatschappelijke zaken, fysieke leefomgeving, en bedrijfsvoering in de aankomende jaren significant meer geld kosten. Door de lage rente was het in de afgelopen jaren mogelijk om veel te investeren. Het is onzeker of dit is vol te houden, door de hogere rente en de vraag vanuit de gemeente of het investeringstempo bijgehouden kan worden.

2.4

Draagvlak

De gemeente West Maas en Waal heeft in 2025 haar visie en beleid op inwonersparticipatie uitgebracht. Daarin beoogt de gemeente in 2030 de gemeente met een menselijk gezicht te zijn en inwonersparticipatie in 99% van de initiatieven bewust overwogen. Verder beoogt de gemeente een betrouwbare, effectieve en efficiënte dienstverlening voor interne organisatie, inwoners en ondernemers. West Maas en Waal werkt regionaal voornamelijk samen in de Regio Rivierenland, waarin ook een aantal taken van de gemeente worden uitgevoerd. De samenwerking met buurgemeente Druten wordt ook gewaardeerd.

2.4.1

Dienstverlening

Op 1 januari 2022 is het nieuwe team Dienstverlening opgericht. Het team omvat de ‘oude’ teams Bestuur en Management Ondersteuning (BMO), Informatievoorziening (IVO) en het Klant Contact Center (KCC). Met de samenvoeging wordt beoogd de onderlinge afstemming te bevorderen en de onderliggende disciplines elkaar te laten versterken. Door verdergaande integraliteit wordt de dienstverlening aan zowel de interne organisatie als ook de dienstverlening aan de inwoners, ondernemers en organisaties binnen de gemeente verbeterd, zo is in het Teamplan Dienstverlening te lezen. De opdracht/missie van het team Dienstverlening luidt: “Wij zorgen voor een betrouwbare, effectieve en efficiënte dienstverlening. Dit doen wij door de vraag en behoeften van onze interne

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

17/34

organisatie, inwoners en ondernemers centraal te stellen in ons denken en werken.” Daarbij heeft het team drie belangrijke waarden: •

Betrouwbaar: leveren volgens afspraak, inclusief de vereiste kwaliteit van het product of dienst.

•

Effectief: onze dienst of product draagt wezenlijk bij aan het doel dat we ermee willen bereiken. (Dit betekent ook: doelen scherp hebben).

•

Efficiënt: we doen we dit op een slimme manier, met zo weinig mogelijk inspanning en middelen.

Het team beoogt (1) de interne organisatie en het college optimaal te ondersteunen, ontlasten en ontzorgen zodat zij zich volledig kunnen richten op hun primaire taken; en (2) de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en organisaties van West Maas en Waal verder te versterken door ons bewust te zijn van de behoefte en de vraag van de inwoner, ondernemer en organisatie, deze als partner te zien en daarnaar te handelen. De gemeente West Maas en Waal beschikt niet over een visie op dienstverlening.

2.4.2

Participatie

In 2025 heeft de gemeente West Maas en Waal haar visie en beleid op inwonersparticipatie uitgebracht. In het document beschrijft de gemeente wat zij wil met inwonersparticipatie: •

Inwoners vooropstellen in de ontwikkeling en uitvoering van lokaal beleid.

•

Meer richting creëren in de manier waarop we omgaan met participatie.

•

Een doorontwikkeling van inwonerparticipatie in gang zetten, zodat dit over en weer een vanzelfsprekende manier van denken en doen wordt. Op een inwonervriendelijke wijze.

•

Inwoners bereiken.

•

De vele betrokken inwoners koesteren. En tegelijkertijd de, net zo belangrijke, stille meerderheid betrekken.

•

Drempelverlagend te werk gaan met een diversiteit aan participatiemogelijkheden.

Het beoogde effect van de visie en beleid luidt: In 2030 is West Maas en Waal de gemeente met een menselijk gezicht. Op dat moment wordt bij 99% van de gemeentelijke initiatieven een bewuste keuze gemaakt over het wel of niet inzetten van inwonerparticipatie. Waarbij participatie ook daadwerkelijk ingezet wordt, als dit mogelijk is binnen de kaders. Dit sluit aan op het coalitieakkoord en collegeprogramma (‘inwoners zijn betrokken bij gemeentelijke zaken die in hun omgeving gebeuren en dreigen te veranderen’). En indirect op de missie van de gemeente: bijdragen aan het levensgeluk van onze inwoners. De visie op inwonersparticipatie van de gemeente West Maas en Waal steunt op zes kernwaarden: zichtbaar, transparant, inclusief, samen, algemeen belang en communicatie. •

Wij zijn zichtbaar. We zijn de gemeente met een gezicht: we zijn zichtbaar voor elkaar, over en weer. We zijn ook de gemeente met de vele gezichten van onze meer dan 20.000 inwoners, alle mensen in de ambtelijke organisatie en het gemeentelijke orgaan. We ‘zien’ elkaar, op de vele manieren die in deze tijd mogelijk zijn. De organisatie treedt naar buiten. Inwoners laten zichzelf zien. Ook in communicatie zijn we zichtbaar, we vertellen onze verhalen en we brengen onszelf en elkaar in beeld. Bekend maakt bemind.

•

Participatie is inclusief. We staan open voor alle inwoners. Iedereen kan en mag meedoen: dit zorgt voor inbreng en betrokkenheid van een brede en diverse groep inwoners. Dit gaat hand in hand met bekendheid over inwonerparticipatie. Het bereiken van inwoners en het besef ‘ik hebt invloed!’, activeert mogelijk de stille meerderheid. Er is nooit één wijze van meedoen en

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

18/34

meedenken. Zoals er ook nooit één inwoner(sgroep) bestaat. Daarom gaan we altijd voor meerdere passende en drempelverlagende wijzen van inwonerparticipatie náást elkaar. •

Algemeen belang voorop. Inwonerparticipatie gaat over algemeen belang. We kunnen, durven en willen denken in de breedte. Vraagstukken gaan verder dan het individu, de eigen straat, het eigen dorp, de eigen gemeente. Samen staan we voor het naleven van algemeen belang. Waarbij we ons inleven in elkaar, in alle verschillende perspectieven die er zijn.

•

Wij zijn transparant. We zijn open en duidelijk voorafgaand aan, tijdens en na het gehele participatietraject. We handelen naar het belangrijke verwachtingsmanagement en naar goede terugkoppeling. We hebben daarbij duidelijk wat er speelt in de hele gemeente en daar handelen we naar. We werken integraal en waar mogelijk versterken participatietrajecten elkaar.

•

Participatie doen we samen. ‘Wij’ zijn wij allemaal. Inwoners, ambtelijke organisatie en gemeentelijk orgaan. Wat we van elkaar mogen verwachten gaat over en weer. We doen het samen, met gezamenlijke inzet. Dit doen we ieder vanuit onze expertise en ervaring. Waarbij we openstaan voor elkaar. Participatie is samen werken en samen doen.

•

Participatie is communicatie. Inwonerparticipatie en communicatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook de andere kernwaarden tonen dat aan: in elke waarde zit communicatie verweven. Het bereiken van deze kernwaarden en dús van het geheel, is mogelijk via de juiste communicatieve aanpak.

In het document beschrijft de gemeente de vier participatieniveaus op de participatieladder van West Maas en Waal: 1. Meeweten. Dit is het fundament en eigenlijk geen participatie. Hier is sprake van communicatie vanuit de gemeente naar de inwoner. Het zorgt voor de belangrijke basis: inwoners zijn goed geïnformeerd. Van deze trede is altijd sprake, communicatie wordt altijd toegepast. Daarom is dit in de ladder als fundament opgenomen. De participatietreden meedenken, meewerken en meebeslissen steunen hierop. 2. Meedenken. Bij deze trede bestaat participatie uit verschillende vormen van inspraak, waarbij de gemeente uiteindelijk de beslissing neemt. Op deze trede kun je mensen raadplegen (om een mening vragen) of laten adviseren. 3. Meewerken. Hier zijn inwoners voor de gemeente, in principe, een gelijkwaardige partner. Het kan over alle fasen van een project of initiatief gaan, van de planvorming tot aan de uitvoering. Toch kan de gemeente, als dat echt nodig is, afwijkend besluiten. Voor gemeente en inwoners is dit participatieniveau interessant als een vraagstuk nog open ligt en uitgewerkt moet worden. Je gaat samen aan de slag, werkt uit en beslist. Deze trede is geschikt om goede ideeën of een brede oriëntatie te genereren. 4. Meebeslissen. De hoogste trede van de participatieladder.

Ontwikkeling van het initiatief is aan de betrokkenen, waarbij de ambtelijke organisatie een adviserende rol heeft. De gemeente neemt het resultaat over na toetsing aan vooraf vastgestelde criteria. Het kan gaan over alle fasen of over een enkele fase van een project of initiatief: van het formuleren van een probleem en de planvorming tot aan de uitvoering. De criteria moeten wel op tijd duidelijk zijn, zodat duidelijk is waar rekening mee te houden.

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

19/34

Het visie- en beleidsdocument voor inwonerparticipatie is het vertrekpunt voor de ambities van de gemeente. Daarnaast beschikt de gemeente over het West Maas en Waal Participatiepad. Dit is een praktisch hulpmiddel dat helpt bij het ontwikkelen van een participatieplan. Daarnaast is er de Participatieverordening. Hierin is geregeld dat een gemeente niet alleen betrokkenheid bij de voorbereiding organiseert, maar ook bij de uitvoering en evaluatie van het beleid. Op uiterlijk 1 januari 2027 moet de gemeente haar eigen Participatieverordening hebben opgesteld.

2.4.3

Regionale samenwerking

Uit de programmabegroting 2026-2029 blijkt dat de gemeente West Maas en Waal 11 verbonden partijen heeft. Het gaat om 10 gemeenschappelijke regelingen en het bezit van aandelen Vitens. De gemeenschappelijke regelingen zijn: •

Afvalverwijdering Rivierenland (AVRI)

•

Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR)

•

Gezondheidsdienst Gelderland Zuid (GGD)

•

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR)

•

Recreatieschap Nederrijn, Lek en Waal

•

Regio Rivierenland

•

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

•

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ)

•

Werkzaak Rivierenland

•

Rekenkamer Rivierenland

De gemeenschappelijke regelingen waarin de meeste taken voor de gemeente West Maas en Waal worden uitgevoerd zijn Regio Rivierenland, Omgevingsdienst Rivierenland en Werkzaak Rivierenland. De Regio Rivierenland is de grootste strategische samenwerking van de gemeente. Regio Rivierenland voert onder andere taken uit rond het sociaal domein en de contactgestuurde dienstverlening, en levert visie en strategie, voornamelijk op ruimtelijk beleid. Onder het AB van de GR hangen opgavetafels, waarin de vakwethouders van de deelnemende gemeenten plaatsnemen. In deze opgavetafels worden inhoudelijke stukken voorbereid voor het AB. Verder heeft Regio Rivierenland in 2025 een Regio Deal binnengehaald ter waarde van €22 miljoen. In maart 2025 heeft de gemeenteraad het afwegingskader voor de Regio Rivierenland vastgesteld. Daarin is besloten dat de gemeente West Maas en Waal deelnemer wil blijven van de Regio Rivierenland en welke taken de gemeente daar wil beleggen. De Omgevingsdienst Rivierland werkt ook in het ruimtelijk domein, maar richt haar dienstverlening meer op de uitvoering. De ODR werkt in opdracht van 8 gemeenten en de provincie aan een fijne, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Dat doet de ODR door vergunningverlening, toezicht en handhaving bij ondernemers, organisaties en inwoners.

Daarnaast adviseert de ODR onder andere over de leefomgeving, bouw, milieu, energie en natuur. Naast de samenwerking in Rivierenland is de bestuurlijke samenwerking met Druten goed. De persoonlijke verhoudingen zijn goed en de gemeenten liggen cultureel dicht bij elkaar.

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

20/34

HOOFDSTUK 3

Trends en ontwikkelingen In dit hoofdstuk is op basis van een DESTEP-J analyse beschreven wat de belangrijkste trends en ontwikkelingen zijn die op de gemeente afkomen. De trends en ontwikkelingen bieden kaders voor het bestuurskrachtonderzoek voor West Maas en Waal.

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

3.1

21/34

Demografisch

De vergrijzing is een structurele ontwikkeling die net als vele andere gemeenten ook West Maas en Waal raakt. Het aandeel 65-plussers stijgt, en mensen worden ouder. Deze demografische trend heeft directe gevolgen voor de arbeidsmarkt, de zorgvraag en de woningbehoefte. West Maas en Waal wordt geconfronteerd met een grotere behoefte aan levensloopbestendige woningen, toegankelijke zorgvoorzieningen en het waarborgen van leefbare dorpen voor jong én oud. Bevolkingsgroei is voor West Maas en Waal geen vanzelfsprekendheid. Prognoses laten zien dat tot ongeveer 2035 nog een lichte groei wordt verwacht, maar daarna is stabilisatie of zelfs krimp aannemelijk. Daarnaast ontstaat er een daling van de gemiddelde huishoudensgrootte, en zullen er meer eenpersoonshuishoudens ontstaan. Dit heeft impact op woningbouwopgaven, de benutting van voorzieningen en de leefbaarheid van kernen. Het is daarbij wel belangrijk te realiseren dat dergelijke prognoses zijn gebaseerd op de huidige woningvoorraad en bestaande bouwplannen. Het aantal nieuwe woningen en type woningen dat de gemeente daadwerkelijk realiseert, kan de bevolkingsontwikkeling beïnvloeden. De arbeidsmarkt verandert eveneens. Waar landelijk nog lichte groei van de beroepsbevolking wordt verwacht, is in regio’s buiten de Randstad, waaronder delen van Gelderland, sprake van stagnatie.

Wat structurele arbeidsmarktkrapte als gevolg heeft. Voor een gemeente als West Maas en Waal betekent dit dat publieke taken met minder mensen moeten worden uitgevoerd, wat vraagt om digitalisering, taakdifferentiatie en samenwerking binnen de regio.

3.2

Economisch

West Maas en Waal staat de komende jaren voor meerdere structurele economische uitdagingen. De arbeidsmarktkrapte is daar één van door vergrijzing en een krimpende beroepsbevolking. Het wordt daardoor moeilijker om vacatures te vervullen, vooral in sectoren als de zorg, techniek en het sociaal domein. Dit kan economische ontwikkeling afremmen, omdat bedrijven minder makkelijk kunnen groeien en dienstverlening onder druk komt te staan. Om deze krapte op te vangen zijn innovatieve oplossingen nodig, zoals digitalisering, regionale samenwerking en het gericht aantrekken én behouden van arbeidskrachten. Tegelijkertijd speelt financiële onzekerheid een grote rol in de economische toekomst van West Maas en Waal. Net als veel andere gemeenten verwacht West Maas en Waal te maken te krijgen met structurele tekorten, stijgende kosten binnen de jeugdzorg en Wmo, en onduidelijkheid over de hoogte van toekomstige bijdragen uit het Gemeentefonds. Hierdoor komt investeringsruimte in woningbouw, sport en cultuur onder druk te staan. West Maas en Waal is net als andere gemeenten genoodzaakt om deze uit te stellen of te financieren via OZB-verhogingen en het aanspreken van reserves Dit kan leiden tot spanningen tussen ambities van de gemeente en de beschikbare middelen. De ruimtelijke-economische structuur biedt zowel kansen als spanningen.

De relatief gunstige grondprijzen maken de regio waarin West Maas en Waal ligt aantrekkelijk om te wonen en te werken. De keer is dat de regio rondom West Maas en Waal in toenemende mate als slaapregio functioneert. Ook voor inwoners staan inkomen en koopkracht onder druk. Vooral kwetsbare groepen ervaren onzekerheid over hun bestaanszekerheid. West Maas en Waal speelt een belangrijke rol in het versterken van inkomenszekerheid binnen de gemeenschap en het bevorderen van bred e welvaart via toegankelijke voorzieningen en gericht sociaal beleid. De ruimtelijke-economische structuur van de gemeente biedt zowel kansen als spanningen. De relatief gunstige grondprijzen maken de regio aantrekkelijk om te wonen en te werken, maar

Uitgangspositie en opgaven West Maas en Waal | nota van bevindingen

22/34

tegelijkertijd functioneert de omgeving van West Maas en Waal in toenemende mate als slaapregio. Dat remt de economische ontwikkeling op lokaal niveau. Er liggen wel kansen in sectoren die passen bij de streek, zoals de agri-business met een herkenbare fruitsector. Ook de woningbouwopgave blijft een belangrijk thema voor de economische ontwikkeling van West Maas en Waal, maar de kern van de uitdaging zit niet zozeer in het bouwen op zichzelf. De gemeente laat juist zien dat woningbouw in de praktijk goed van de grond kan komen, met een relatief hoog aantal nieuwe woningen en plannen die al ver in voorbereiding zijn (waarbij zelfs sprake is van een tijdelijke bouwplannenstop). De spanning zit vooral in de vraag hoe de woningbouw goed wordt verdeeld over de verschillende dorpen en aansluit bij de behoefte aan betaalbare en passende woningen. Als die balans niet goed wordt gevonden, kan dat alsnog remmend werken op economische vitaliteit en leefbaarheid in de verschillende dorpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16640224/2