CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-268.1 Nota zienswijzen begroting Avri 2026

Gemeenteraad 9 oktober 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken23.947 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Financiële situatie van gemeenten Gezien de financiële druk op gemeenten vanaf 2026 onder andere door het ravijnjaar en de herverdeling van het gemeentefonds, hebben de gemeenten naar aanleiding van de Kadernota 2026 de volgende collectieve zienswijze ingediend:

Financiële situatie van gemeenten Zoals we eerder hebben aangegeven zijn wij ons terdege bewust van de financiële situatie bij de gemeenten, zoals u omschrijft. In ons Koersplan hebben we met elkaar de acties bepaald die nodig zijn om de regionale milieudoelstellingen te halen. Onze "Vanwege de sterk verminderde inkomsten die gemeenten ontvangen vanuit het inspanningen zijn erop gericht om efficiënt te werken en kosten te Rijk (circa 5%) hebben wij als kader een lagere afvalstoffenheffing gehanteerd van besparen. Bij het opstellen van onze begroting is een realistische 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, raming voor al onze kosten en ontvangsten altijd het oplopend naar een 3,0% lagere afvalstoffenheffing vanaf 2028. Hoewel de hoogte uitgangspunt. Ook blijven we werken aan financiële stabiliteit. van de afvalstoffenheffing niet direct drukt op de gemeentelijke begroting zelf, is

19

het belangrijk dat de kosten voor de inwoners op het gebied van afvalinzameling en -verwerking lager worden. Daarbij hebben wij het volgende verzoek gedaan: bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario's voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen. We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting 2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario's aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026. Hierover gaan we graag met u in gesprek." We waarderen het dat u op een serieuze en betrokken wijze hebt gereageerd op de zienswijze die wij op de kadernota hebben ingediend om te komen met concrete voorstellen en nog uit te werken opties voor het beperken van de afvalstoffenheffing. Het hierboven genoemde percentage van 1,5% is echter vooralsnog niet gerealiseerd. Wel is het goed om te zien dat het weerstandsvermogen voldoende is om de risico's op te vangen. We kunnen niet instemmen met het onderdeel/pluspakket Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). U hebt voor de begroting hiervan het onjuiste uitgangspunt (zie hieronder) genomen. Bovendien hebt u aan al onze verzoeken die we in onze zienswijzebrief op de kadernota 2026 voor deze begroting hebben gedaan, niet voldaan.

Wij danken u voor uw waardering en zien onze verdere samenwerking met vertrouwen tegemoet.

Uw besluit tot een negatieve zienswijze op dit onderdeel betreuren wij. Onder het kopje financiële ombuigingen geven we een nadere toelichting.

Hoogte afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is in 2025 gelijk aan het landelijk gemiddelde en de prognose is dat dat in de toekomst ook het geval zal zijn (zie de grafiek op blz. 6 van de begroting). Qua hoeveelheid restafval scoren de regiogemeenten echter met 73 kg per inwoner ver onder dat landelijk gemiddelde. Omdat hierdoor de verbrandingskosten van restafval aanmerkelijk lager zijn, is het logisch dat de afvalstoffenheffing onder het landelijk gemiddelde zou komen te liggen. Is aan te geven waardoor dit niet het geval is?

Hoogte afvalstoffenheffing Het is juist dat de kosten voor het verbranden van restafval lager zijn. De kosten voor de verwerking van restafval zijn een onderdeel van de totale kosten. De totale kosten van het basispakket bestaan ook uit kosten voor het verwerken van bijvoorbeeld gft (sinds 2023 een hoger tarief) en andere grondstoffen. Die kosten stijgen wel terwijl de opbrengsten van onze grondstoffen dalen. Daarbij komt nog dat onze afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is en de landelijke tarieven zijn dat niet altijd. Dat verlaagt het landelijk gemiddelde ten onrechte. Daarnaast is er de nog over te dragen stortplaats waarvoor € 12 in de afvalstoffenheffing is opgenomen. Per saldo betekend dat er met name sprake is van (grote) milieuwinst. Naar verwachting zal in de nabije toekomst de verbrandingskosten steeds sneller stijgen door de CO2 heffing en verbrandingsbelasting. Het spreekt voor zich dat de invloed hiervan op het tarief sterk af zal hangen van de hoeveelheid ingezameld restafval. Om die reden zet Avri fors in op preventie, toezicht en communicatie.

Financiële ombuigingen

Financiële ombuigingen

20

Voor IBOR heeft u geen ombuigingsvoorstellen gedaan om de besparingspercentages van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025 te behalen (zie verder hieronder). Dit, terwijl bovendien het budget dat voor 2025 voor IBOR met u is afgesproken, beduidend lager is dan het bedrag dat nu in de tabel van de uitvoeringslasten van IBOR per gemeente voor 2025 voor Tiel is opgenomen. Het in de tabel opgenomen bedrag is dus niet juist. Daarnaast is een deel van dit bedrag incidenteel gedekt.

Wij hebben ervoor gekozen om, zolang het totaal van de besluiten van de alle afzonderlijke gemeenten nog niet officieel bekrachtigd is, de verschuiving van de kosten niet mee te nemen in de begroting. Omdat we eerst zicht dienen te hebben op de totale financiële consequenties van de terugname IBOR taken. Dit hadden we nadrukkelijker in de begroting kunnen onderschrijven.

Voorgaande betekent ook dat het begrote bedrag voor 2026 niet juist is. Dit alles getuigt van onvoldoende financiële transparantie. De uitkomst van het onderzoek dat op dit moment gehouden wordt naar de uitvoering van IBOR door Avri, speelt bij het oplossen van het tekort ook een rol. Eén van de onderdelen hiervan is namelijk een benchmark met vergelijkbare organisaties waaruit duidelijk moet worden of Avri efficiënt werkt. Het onderzoek is in het najaar van 2025 klaar en zal dan besproken worden met de raad. Op basis hiervan zal een plan opgesteld worden om het gat tussen het bij de gemeente voor IBOR beschikbare bedrag en het door u gevraagde bedrag in eerste instantie incidenteel voor 2026 en structureel voor de latere jaren te dichten.

De werkbegroting wordt in nauw overleg met uw gemeente opgesteld. Daarbij gaan we ook in gesprek welke bezuinigingen in de IBOR mogelijk zijn en verwerkt kunnen worden in de werkbegroting Bij de begrotingswijziging 2026 die in december 2025 aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden worden vervolgens de overgenomen ombuigingsvoorstellen verwerkt. U merkt terecht op dat in de begroting abusievelijk een onjuist bedrag is opgenomen voor de uitvoering van de IBOR -taken in 2026. Bij de 1e begrotingswijziging 2026, die in december 2025 aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, wordt dit gecorrigeerd.

In de ombuigingsvoorstellen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking die in bijlage 1 van de begroting zijn opgenomen, is het effect van de voorstellen (1 t/m 5) € 4,50 demping van de afvalstoffenheffing. Het faseren van investeringen en een extra onttrekking aan de reserve bedrijfsafval (de maatregelen 2. en 3.) zijn incidenteel van aard, waardoor deze voorstellen een beperkte impact hebben op de afvalstoffenheffing. Daarnaast noemt u als maatregel het opnemen van de pdb-vervuiling in de risicoparagraaf in plaats van het opnemen als kosten. Daarbij staat dat er in de begroting rekening wordt gehouden met een landelijk percentage vervuiling en dat Verpact tot op heden geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om deze korting door te voeren. In de jaarrekening 2024 schrijft u echter dat de vergoeding van Verpact onder druk komt te staan door de vervuiling.

De vergoeding voor pdb komt inderdaad steeds meer onder druk te staan wat een negatief effect kan hebben. Dat staat echter los van de korting op eventuele vervuiling waar Verpact tot op heden geen gebruik van heeft gemaakt om deze korting door te voeren.

Het uitgangspunt van 1,5% wordt door de financiële ombuigingen van € 4,50 dan ook niet gerealiseerd. De bezuiniging voor 2026 is 1,16%. We gaan ervan uit dat de uitwerkingen van de overige ombuigingsvoorstellen verder gaan bijdragen aan deze doelstelling en dat daarmee de door ons gevraagde 1,5% bezuiniging wel wordt behaald. Ook vragen wij u om daarbij alsnog naar mogelijke, door ons eerder gevraagde efficiëntiemaatregelen en een verlaging van de kosten op overhead en bedrijfsvoering te kijken.

Zoals we eerder hebben aangegeven zijn wij ons terdege bewust van de financiële situatie bij de gemeenten, zoals u omschrijft. In ons Koersplan hebben we met elkaar de acties bepaald die nodig zijn om de regionale milieudoelstellingen te halen. Onze inspanningen zijn erop gericht om efficiënt te werken en kosten te besparen. Bij het opstellen van onze begroting is een realistische raming voor al onze kosten en ontvangsten altijd het uitgangspunt. Ook blijven we werken aan financiële stabiliteit.

21

De eerste 5 (feitelijk 4) concrete uitgewerkte ombuigings-voorstellen die door het DB zijn voorgesteld, onderschrijven wij. Naast deze voorstellen worden extra voorstellen gedaan om de afvalstoffenheffing te beperken. Hieronder leest u onze initiële reactie waarbij we rekenen op een verdere uitwerking voor besluitvorming.

Avri heeft echter te maken met aangescherpte wet- en regelgeving, veranderende (markt)omstandigheden en gebeurtenissen buiten onze invloedsfeer. Zo zorgen dalende grondstofvergoedingen, extra Rijksbelastingen, prijsindexeringen, aangescherpte veiligheidseisen en veranderende publieke ontwikkelingen voor stijgende kosten. Hierdoor is een lagere afvalstoffenheffing niet reëel, ondanks onze inspanningen de kosten zo laag mogelijk te houden. Zoals u al aangeeft is er in een aantal gevallen sprake van een verschuiving van kosten. Desondanks dragen deze voorstellen bij aan een meer zuivere toerekening en uniformering van de kosten in de afvalstoffenheffing. We streven ernaar dat de uitwerking van een aantal van onze voorstellen ook feitelijk gaat bijdragen aan een verdere beperking van kostenstijgingen. Bij het uitwerken van de voorstellen gaan we een beroep doen op de RBA- en financiële collega’s van onze gemeenten. De voorstellen zullen aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden.

Voorstel 6. Voordelen als gevolg van optimalisatie containerbeheer: Het is onduidelijk welke besparing dit oplevert, maar data is een belangrijke bron waarop gestuurd kan worden. Het gaat hierbij om zeer hoge investeringsbedragen van in totaal € 4 miljoen. Gezien de hoogte van het investeringsbedrag, willen we eerst dat hiervoor een businesscase opgesteld wordt, zodat duidelijkheid verkregen kan worden over de hoogte van de besparingen. Om inzicht te verkrijgen in de investeringen ten opzichte van de besparingen kan gebruik gemaakt worden van de ervaringen van andere gemeenten hiermee en de daarbij behorende kengetallen.

Voorstel 6 Voordelen als gevolg van optimalisatie containerbeheer: Dit project is gestart. Door het containerbeheer te optimaliseren, krijgen we inzicht in de uitvoering van het primaire proces van afvalinzameling (inzet van mens en materieel). Met dit inzicht kunnen we sturen op verdere effectiviteit en daarmee kosten besparen. Daarnaast zijn er illegale containers in omloop. Door dit project wordt het gebruik van illegale minicontainers zoveel mogelijk beperkt, wat ook direct tot een kostenbesparing zal leiden. Daarnaast draagt dit bij aan het verminderen van vervuiling in de fracties, doordat de minicontainers altijd naar een adres te herleiden zijn.

Voorstel 7 Frictiekosten Regio Rivierenland Voorstel 7 Frictiekosten Reqio Rivierenland: Wij delen uw mening en hierover gaan we met de Regio Bij uittreding van Avri is een overeenkomst aangegaan zonder afspraken over een Rivierenland in gesprek. Eventuele gevolgen zullen worden eindtermijn. Het is niet wenselijk om de frictiekosten oneindig in stand te houden. meegenomen met de bestuursrapportage 2026. Er zal naar onze mening een afbouwregeling moeten worden overeengekomen. Voorstel 8 Opruimen oud en nieuw afval (nu kosteloos voor gemeenten): Dit leidt tot een verschuiving van kosten en is geen bezuiniging.

Voorstel 8 Opruimen oud en nieuw afval (nu kosteloos voor gemeenten) Inderdaad, dit is geen bezuiniging, maar de kosten drukken dan niet meer op de afvalstoffenheffing. Dit leidt wel tot een eerlijke verdeling van de kosten.

22

Voorstel 9 Milieustraten afsluiten met slagboom: Dit voorkomt afvaltoerisme door bezoekers van niet-Avri-gemeenten en is een goed voorstel om verder uit te werken.

Voorstel 10 Tarief voor brengen afval: Het voorstel is een lastenverzwaring voor inwoners en zorgt voor een mogelijke toename van dumpingen en bijplaatsingen naast ondergrondse containers. We zien dit dan ook niet als een bezuiniging.

Voorstel 11 Bijplaatsingen per gemeente: Bijplaatsingen zijn op specifieke locaties een groot probleem. Aanpak en opruimen is een kostbare zaak. Dat neemt niet weg dat het geen gemeente specifiek probleem is en de kosten hiervan vallen wat ons betreft onder een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor alle gemeenten in de regio. Wij zien met interesse de resultaten tegemoet van het beleid om dit probleem aan te pakken. Voorstel 12 Voordeel compensabele btw verlagen: Dit voorstel is geen bezuiniging, maar betekent een verschuiving van kosten van Avri naar de gemeente.

Voorstel 9 Milieustraten afsluiten met slagboom Momenteel wordt hiervoor een voorstel uitgewerkt en zal aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd.

Voorstel 10 Tarief voor brengen afval Niet alle inwoners maken gebruik van een milieustraat. Door een tarief in te stellen, laat je de inwoner die gebruikt maakt van de milieustraat betalen conform het motto “de vervuiler betaald”. Hiermee is het wel een bezuiniging op de gemiddelde afvalstoffenheffing omdat het een extra inkomstenbron is. En bij een goede balans tussen de hoogte van het tarief, de service en de wachttijd voor de milieustraat, voorkom je een toename van dumpingen. Het project is al gestart, dus het is in ieder geval haalbaar om dit voorstel uit te werken voor de bestuursrapportage 2026. Bij een voorspoedig verloop van het project, kan dit vervroegd worden naar de AB vergadering van december.de hoogte van het tarief, de service en de wachttijd voor de milieustraat, voorkom je een toename van dumpingen. Het project, in de vorm van een pilot, wordt op dit moment voorbereid. Voorstel 11 Bijplaatsingen per gemeente Met dit plan willen we het aantal bijplaatsingen bij containers in de openbare ruimte duurzaam verminderen. Hiervoor zullen we de positieve en eventueel negatieve effecten van de maatregelen monitoren. Voorstel 12 Voordeel compensabele btw verlagen Het AB heeft besloten om dit niet verder uit te werken. 2 jaar geleden is het voordeel ‘bevroren’ waardoor het btwmergpercentage langzaam terugzakt naar wat gangbaar en haalbaar is.

Voorstel 13 Kwijtschelding; Deze post uit de afvalstoffenheffing overhevelen naar de gemeenten is geen daadwerkelijke ombuiging. Kwijtscheldingen horen onder de afvalstoffenheffing te worden verrekend. We vragen u wel dit voorstel verder uit te werken. Vraag hierbij is wat ons betreft: hoe ruimhartig is het kwijtscheldingsbeleid en hoe verhoudt dit beleid zich ten opzichte van anders regio's?

Voorstel 13 Kwijtschelding Het AB bepaalt wat er kwijtgescholden mag worden. Op een maximum van € 25 voor het variabele tarief (restafval) na, kan alles worden kwijtgescholden. Wie in aanmerking komt voor de kwijtschelding is aan uw gemeente. Bij de begrotingswijziging zullen we een voorstel voorleggen, waarbij we ook nagaan hoe ruimhartig ons beleid is ten opzichte van andere regio’s.

Partners

Partners Het betrekken van externe partners is een doorgaand proces.

23

De verkenning van samenwerking met externe partners voor afvalverwerking volgen wij met belangstelling. Wij vragen nadrukkelijk om tijdige en transparante communicatie richting gemeenten, zodat wij onze rol in de besluitvorming goed kunnen vervullen.

Datagestuurd werken Eerder is er al geïnvesteerd in hardware ter ondersteuning van datagestuurd werken. In 2026 wordt gewerkt aan een efficiëntere, datagedreven en gebruiksvriendelijke werkwijze. We kijken uit naar de verdere optimalisatie van datagestuurd werken en volgen de ontwikkelingen met grote belangstelling.

Uiteraard zullen we mogelijke samenwerkingen via de reguliere besluitvorming vast laten leggen. Dat wil zeggen dat we ook de komende jaren platformbijeenkomsten en raadsinformatieavonden organiseren om de raadsleden goed te informeren en te betrekken bij de besluitvorming van het algemeen bestuur. Op verzoek kunnen we ook een toelichting geven in een beeldvormende raad5. Datagestuurd werken De implementatie van het werken met boordcomputers is in volle gang. Op dit moment wordt op de ordergestuurde routes (distributie, klachtenafhandeling en bedrijfsafval) en met de achterladers al op deze wijze gereden. De implementatie richt zich nu op de zijladers. Het project rond het chippen van de minicontainers is begin 2025 opgestart. Hier wordt in eerste instantie gewerkt aan de technische eisen die nodig zijn om het lezen van de chips te kunnen borgen en dit niet leidt tot stagnaties in de inzameling. Daarnaast bereiden we voor op toekomstige wensen, zoals het wegen van minicontainers en het gebruik van AI om vervuiling tegen te gaan.

Stortplaats De rekenrente is de basis voor het benodigd vermogen bij Stortplaats overdracht van de stortplaats. Het beleggingsrendement is de Er wordt door de provincie een rekenrente gehanteerd. De vraag is of er naast basis voor het werkelijk beschikbare vermogen dat bij de deze gehanteerde rekenrente ook nog sprake is van beleggingsrendement. En als provincie is belegd. Het door GS vastgestelde rendement was: dit het geval is, wat is dan het werkelijke rendement? Graag ontvangen wij hierop antwoord.

Naar verwachting bedraagt het rendement voor 2024 ca 10%

Inzameling incontinentiemateriaal De inzameling van het incontinentiemateriaal wordt tot nu toe als een pluspakket gezien. Dat is op zich logisch op het moment dat niet alle gemeenten deze dienstverlening afnemen. Echter, inmiddels doen alle gemeenten in de regio dat

5

Inzameling incontinentiemateriaal De huidige kosten voor inzameling van incontinentiemateriaal zijn afhankelijk van de keuzes die iedere gemeente afzonderlijk heeft gemaakt. Hierdoor zijn er verschillen in de uitvoering tussen de gemeenten en in de hoogte van de voorziening. Daarnaast treedt in 2026 de UPV luiers in werking, waardoor we een vergoeding krijgen voor de inzameling. De hoogte van de vergoeding is nu

Of informele raad of een carrousel

24

wel en daarom stellen wij voor om dit zo snel mogelijk in het basispakket op te nemen.

nog niet bekend. In 2026 zal een voorstel aan het AB worden voorgelegd om deze kosten in het basispakket onder te brengen. Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) Zoals op blz. 21 benoemd bevestigen wij deze constatering.

Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) In de tabel van de uitvoeringslasten van IBOR per gemeente staat voor 2025 voor Tiel een bedrag van € 8.591.000. Echter, het bedrag dat in de gemeentelijke begroting voor 2025 is opgenomen, bedraagt € 8.427.000 waarvan een deel incidenteel gedekt is. Het in de tabel opgenomen bedrag is dus niet juist en moet verlaagd worden en dat geldt dan ook voor 2026. In onze zienswijzebrief op de kadernota 2026 hebben we expliciet aangegeven dat de besparingspercentages van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar 3,0% vanaf 2028 en verdere jaren ook voor de IBOR-uitvoeringskosten gelden. Wij hebben daarin aan u gevraagd om aan te geven: 1. Welke efficiëntiemaatregelen u nog kunt doorvoeren; 2. Welke kosten op overhead en bedrijfsvoering kunnen worden verlaagd; 3. Welke niet-wettelijke taken u voor de gemeenten uitvoert. Tenslotte hebben we verzocht om inzicht te verschaffen in de effecten van het terugnemen van een aantal IBOR-taken door de gemeente Neder-Betuwe en van de intentie van de gemeente Tiel om de BOA-taken in eigen beheer van de gemeente Tiel uit te voeren. Wij constateren dat u aan al deze verzoeken niet voldaan hebt. Daarom kunnen we niet met dit onderdeel instemmen.

In het ambtelijk overleg over de begroting 2026 op 1 mei jl. is nog een tweetal punten aan de orde gekomen op het gebied van IBOR die mogelijk invloed hebben op de verlaging van de kosten; het gaat dan om: 1. De jaarrapportage IBOR: onderzocht kan worden of het nodig is om ieder jaar een aparte rapportage hiervoor op te stellen. Is het voldoende om in de jaarstukken van Avri-breed een iets uitgebreidere rapportage op te nemen dan nu het geval is? 2. De registratie van de kosten: deze is vrij gedetailleerd en de vraag is of deze vereenvoudigd kan worden. In overleg met de IBOR-gemeenten kan Avri dit bespreken Wij verzoeken u om beide acties op te pakken.

Wij zijn ons bewust dat er nog nadrukkelijk naar de efficiëntiemaatregelen en kosten op overhead en bedrijfsvoering moet worden gekeken. Op het moment dat de overgebleven taken en bijbehorende kosten bekend zijn, zullen we een realistische begroting neerleggen. Effecten terugname taken: we zijn in gesprek over de exacte omvang van het takenpakket en het effect hiervan op de frictiekosten. Zodra bekend is welke taken wanneer worden teruggenomen worden de effecten (zoals tractie, personeel, overhead) inzichtelijk gemaakt. Wij hebben ervoor gekozen om, zolang het totaal van de besluiten van alle afzonderlijke gemeenten nog niet officieel bekrachtigd is, de verschuiving van de kosten niet mee te nemen in de begroting. Omdat we eerst zicht dienen te hebben op de totale financiële consequenties van de terugname IBOR taken. Dit hadden we nadrukkelijker in de begroting kunnen onderschrijven. De acties ‘jaarrapportages’ en ‘kostenregistratie’ worden door Avri opgepakt conform de afspraken in DVO's.

Cirtex De kwijtschelding van de inzamelvergoeding heeft geen invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing, vanwege de dekking uit het egalisatiefonds. Het geheel van meer en minderopbrengsten over alle grondstoffen in het egalisatiefonds leidt ertoe dat juist de verschillen in de jaarlijkse afvalstoffenheffing worden voorkomen. Bovendien zou Avri bij een andere afnemer onder de huidige marktcondities ook geen inzamelvergoeding ontvangen.

Cirtex Het db-Werkzaak en u hebben ons gevraagd een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit om het geprognosticeerde tekort van Cirtex voor de jaren 2025 en 2026 af te dekken vanuit het Participatiebudget van Werkzaak. Daarnaast hebt u de keuze gemaakt om de inzamelvergoeding voor Cirtex ad € 252.000 voor Samenwerking

25

de pilotjaren 2025 en 2026 niet in rekening te brengen bij Cirtex en deze te dekken uit de voorziening basispakket grondstoffen. We gaan ervanuit dat deze "kwijtschelding" geen gevolgen heeft voor de hoogte van de afvalstoffenheffing. U ontvangt onze zienswijze op het voorgenomen besluit tegelijkertijd met deze zienswijze. Samenwerking Een goede samenwerking tussen Avri en de deelnemende gemeenten is van cruciaal belang. De wereld van het inzamelen, verwerken en hergebruiken van afval/grondstoffen is voortdurend in beweging. Dit vraagt in de onderlinge samenwerking tussen Avri en de deelnemende gemeenten wederzijdse betrokkenheid waarbij transparantie en pro activiteit kernbegrippen zijn. Hierover zijn in het afgelopen jaar in verschillende gremia gesprekken gevoerd. We kijken uit naar een constructief vervolg op de ingezette weg.

Dat een goede samenwerking tussen Avri en de deelnemende gemeenten cruciaal is onderschrijven wij. Om raadsleden goed te informeren en betrekken bij de besluitvorming van het algemeen bestuur organiseren we ook de komende jaren platformbijeenkomsten en raadsinformatieavonden. Voor onderwerpen met een aanzienlijk politiek of financieel belang vragen we gemeenteraden om een zienswijze. Op ambtelijk niveau werken we samen in het RBA. Samen met de raadsleden en het RBA gaan we komende jaren inzetten op een beter gestroomlijnd proces. De begroting is door onvoorziene omstandigheden later dan gebruikelijk aan u aangeboden. Daarover hebben we niet goed gecommuniceerd. Daarvoor onze excuses. Uiteraard vinden wij het belangrijk om de juiste formele route te volgen en zullen we alles in het werk stellen om onze stukken tijdig aan de gemeenteraden aan te bieden.

Ten aanzien van het proces rond de toezending van deze en toekomstige conceptbegrotingen wijzen wij u op de afspraken zoals deze zijn overgekomen binnen de gemeenschappelijke regeling. Toezending geschiedt voor 15 april van het jaar. Hiermee borgen we een goede en inhoudelijke werkwijze voor enerzijds Avri en anderzijds de gemeenten. Tot slot Wij zien graag uw reactie met de wijze waarop de gegeven zienswijze is verwerkt in de vastgestelde begroting. We zien een verdere samenwerking met vertrouwen tegemoet.

26

Gemeente

Neder-Betuwe

Reactie Avri

Kenmerk / datum

Op 30 april 2025 heeft onze gemeente de conceptbegroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling Avri ontvangen. De gemeenteraad van NederBetuwe heeft kennisgenomen van deze begroting, inclusief het op verzoek nagezonden erratum. Ondanks de correcties in het erratum, constateren wij helaas dat de begroting op diverse essentiële punten nog steeds niet klopt of onvoldoende onderbouwd is. Dit maakt het voor ons op dit moment niet mogelijk om in te stemmen met de voorliggende begroting.

Wij danken u voor uw zienswijze.

Z/2511089931 244851 13 juni 2025

Wij lichten ons standpunt hieronder nader toe en doen dit in de geest van samenwerking, met de hoop dat een herzien en zorgvuldig opgesteld document alsnog het vertrouwen kan herstellen. Onvoldoende cijfermatige onderbouwing en correcties Hoewel wij waarderen dat er een erratum is opgesteld, constateren wij dat nog steeds meerdere cijfermatige onjuistheden in de begroting aanwezig zijn. Dit geldt zowel voor kernbedragen als voor de toelichtingen. De betrouwbaarheid van het document wordt hierdoor aangetast.

Onvoldoende cijfermatige onderbouwing en correcties

IBOR: onjuiste aannames voor 2026 De begroting houdt geen rekening met het besluit van onze gemeente om de beeldbepalende IBOR-taken per 2026 terug te nemen in eigen beheer. Hierdoor is het opgenomen budget voor deze taken te hoog. Wij verzoeken u dit in de definitieve versie van de begroting te corrigeren.

IBOR: onjuiste aannames voor 2026 Bij het opstellen van de begroting 2026 was bekend dat de gemeente Neder-Betuwe voornemens was IBOR-taken weer in eigen beheer te gaan uitvoeren. Welke taken dit betrof, is in het laatste kwartaal van 2024 geconcretiseerd. Per 1 januari 2025 heeft uw gemeente vooruitlopend op de terugname van deze IBOR-taken al drie onderhoudscontracten overgenomen van Avri.

Uw besluit tot een negatieve zienswijze betreuren wij. In het gecombineerd RBA/FO overleg van 1 mei is de begroting 2026 toegelicht. Hierin waren een aantal opmerkingen gemaakt met het verzoek deze in de begroting 2026 te verwerken. Deze zijn in een erratum verwerkt. De betrouwbaarheid van de begroting is gecontroleerd door de accountant.

Wij hebben ervoor gekozen om, zolang het totaal van de besluiten van de alle afzonderlijke gemeenten nog niet officieel bekrachtigd is, de verschuiving van de kosten niet mee te nemen in de begroting. Omdat we eerst zicht dienen te hebben op de totale financiële consequenties van de terugname IBOR taken. Dit hadden we nadrukkelijker in de begroting kunnen onderschrijven.

27

Bij de 1e begrotingswijziging 2026, die in december 2025 aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, worden de gevolgen van het terugnemen van IBOR taken in de begroting 2026 verwerkt. Te hoog ingeschat weerstandsvermogen Na 2026 stijgt het weerstandsvermogen tot een niveau dat naar onze mening de feitelijke risico's overstijgt. Wij vinden het onwenselijk dat reserves worden opgebouwd zonder een reële en onderbouwde noodzaak. Richting de begroting 2027 dient deze ontwikkeling te worden bijgestuurd. Het Algemeen Bestuur heeft eerder een maximaal weerstandsvermogen van 1,0 vastgesteld; daarvan wordt nu actief afgeweken, zonder een gedegen toelichting. Mocht de noodzaak voor het begrote weerstandsvermogen alsnog onderbouwd kunnen worden, dan ontvangen wij die toelichting graag in een aangepaste en inhoudelijk correcte begroting.

Te hoog ingeschat weerstandsvermogen In de nota Reserves en voorzieningen (R&V) is de minimale omvang gebaseerd op een weerstandsratio van 1,0 voor de risico's van het programma Basispakket. De gewenste omvang is gebaseerd op een weerstandsratio van 1,4 voor de risico's van het programma Basispakket. Derhalve is de hogere ratio vanaf 2027 nodig voor het overdragen van de stortplaats, zonder dat we een beroep moeten doen op de gemeenten. Na overdracht daalt deze ratio weer naar de in de nota R&V gewenste grenzen.

Bezuinigingstaakstelling afvalstoffenheffing nog niet gerealiseerd De eerder gevraagde ombuiging van 1,5% op de afvalstoffenheffing, zoals opgenomen in de kadernota, is niet gerealiseerd. In de ombuigingsvoorstellen die in bijlage 1 van de begroting zijn opgenomen, is het effect van de voorstellen (1 t/m 5) € 4,50 demping van de afvalstoffenheffing.

Bezuinigingstaakstelling afvalstoffenheffing nog niet gerealiseerd Zoals we eerder hebben aangegeven zijn wij ons terdege bewust van de financiële situatie bij de gemeenten, zoals u omschrijft. In ons Koersplan hebben we met elkaar de acties bepaald die nodig zijn om de regionale milieudoelstellingen te halen. Onze inspanningen zijn erop gericht om efficiënt te werken en kosten te besparen. Bij het opstellen van onze begroting is een realistische raming voor al onze kosten en ontvangsten altijd het uitgangspunt. Ook blijven we werken aan financiële stabiliteit.

Het faseren van investeringen en een extra onttrekking aan de reserve bedrijfsafval zijn incidenteel van aard, waardoor deze voorstellen een beperkte impact hebben op de afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt van 1,5% wordt door de financiële ombuigingen van € 4,50 dan ook niet gerealiseerd. De bezuiniging voor 2026 is 1,16%. De eerste 5 concrete uitgewerkte ombuigingsvoorstellen die door het DB zijn voorgesteld onderschrijven wij. Naast deze voorstellen worden extra voorstellen gedaan om de afvalstoffenheffing te beperken.

Overige bezuinigingsvoorstellen onvoldoende concreet en deels incidenteel Onder de overige voorgestelde bezuinigingen is een deel niet structureel van aard. Sommige voorstellen leiden tot een lastenverschuiving richting gemeenten, in plaats van een daadwerkelijke besparing. Tegelijkertijd zien wij ook positieve voorstellen, zoals de maatregelen met betrekking tot toegangspassen en slagbomen bij milieustraten. Deze dragen bij aan structurele besparingen en het tegengaan van oneigenlijk gebruik. Wij zien uit naar een verdere uitwerking van de voorgestelde maatregelen, zodat de raden deze goed kunnen beoordelen.

Avri heeft echter te maken met aangescherpte wet- en regelgeving, veranderende (markt)omstandigheden en gebeurtenissen buiten onze invloedsfeer. Zo zorgen dalende grondstofvergoedingen, extra Rijksbelastingen, prijsindexeringen, aangescherpte veiligheidseisen en veranderende publieke ontwikkelingen voor stijgende kosten. Hierdoor is een lagere afvalstoffenheffing niet reëel, ondanks onze inspanningen de kosten zo laag mogelijk te houden. Overige ombuigingsvoorstellen onvoldoende concreet en deels incidenteel Ook wij verwachten dat de uitwerking van onze overige voorstellen uiteindelijk gaan bijdragen aan een verdere beperking van kostenstijgingen. Bij het uitwerken van de voorstellen gaan we een beroep doen op onze RBA- en financiële collega’s bij onze gemeenten. De voorstellen zullen aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden.

28

Zoals u al aangeeft is er in een aantal gevallen sprake van een verschuiving van kosten. Desondanks kunnen deze voorstellen zorgen voor een meer zuivere toerekening en uniformering van de kosten in de afvalstoffenheffing. Uw zienswijze op de ombuigingsvoorstellen verwerken we zoveel mogelijk in de uitwerking van de ombuigingsvoorstellen. Effecten landelijke ontwikkelingen onvoldoende verwerkt De mogelijke impact van recente kabinetsbesluiten, zoals de wijziging in vergoedingen voor PMD, is voor alle partijen nog onduidelijk. Toch kunnen deze besluiten grote financiële gevolgen hebben voor Avri en de deelnemende gemeenten. Wij verzoeken u om deze effecten in kaart te brengen en te verwerken in de definitieve begroting en de meerjarenraming 2027-2029.

Effecten landelijke ontwikkelingen onvoldoende verwerkt. De exacte effecten van de landelijke ontwikkelingen zijn nog niet bekend. Het monitoren van de ontwikkelingen en hierop anticiperen heeft onze continue aandacht. Bij het opstellen van de begroting nemen wij de mogelijke impact van ontwikkelingen zoveel mogelijk mee. Wanneer na opstellen van de begroting er meer duidelijkheid komt, worden de effecten alsnog verwerkt in de begrotingswijziging van december of in de bestuursrapportage.

Te late en onjuiste aanlevering De conceptbegroting is te laat ontvangen. In uw aanbiedingsbrief wordt 30 april genoemd als uiterste datum conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR), terwijl binnen de GR Avri zelf 15 april als deadline is vastgelegd. Dit is helaas niet de eerste keer dat de begroting te laat en onvolledig is aangeleverd. Dit tast het vertrouwen in de zorgvuldigheid van het proces aan.

Te late en onjuiste aanlevering De begroting is door onvoorziene omstandigheden later dan gebruikelijk aan u aangeboden. Daarover hebben we niet goed gecommuniceerd. Daarvoor onze excuses. Uiteraard vinden wij het belangrijk om de juiste formele route te volgen en zullen we alles in het werk stellen om onze stukken tijdig aan de gemeenteraden aan te bieden.

Conclusie en verzoek Gelet op het bovenstaande adviseert de gemeenteraad van Neder-Betuwe haar portefeuillehouder om niet in te stemmen met de voorliggende conceptbegroting 2026 van GR Avri. Wij verzoeken het dagelijks bestuur met klem om op korte termijn een herziene en volledig onderbouwde begroting aan te leveren, waarin de genoemde punten zijn verwerkt.

Conclusie en verzoek Wij hopen u met onze toelichting op uw zienswijze voldoende en naar tevredenheid te hebben geïnformeerd. Wij danken u voor uw waardering en zien onze verdere samenwerking met vertrouwen tegemoet.

Wij benadrukken dat deze zienswijze niet voortkomt uit een gebrek aan waardering voor de inzet van uw organisatie. Integendeel: Avri levert voor onze gemeente waardevolle diensten en wij hechten aan een goede samenwerking. Juist daarom is het van belang dat de begroting als financieel fundament van die samenwerking op orde is en het vertrouwen in de onderliggende cijfers volledig hersteld wordt. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.

29

Gemeente

West Betuwe

Reactie Avri

Kenmerk / datum

In goede orde ontvingen wij van u de ontwerpjaarstukken 2024 en ontwerpbegroting 2026. Wij hebben kennisgenomen van deze documenten en op 19 juni 2025 heeft onze gemeenteraad de stukken behandeld. Wij hebben besloten op de begroting 2026 een inhoudelijke zienswijze in te dienen.

Wij danken u voor uw zienswijze en met name uw reactie op de ombuigingsvoorstellen. We verwerken deze zoveel mogelijk in de uitwerking van de ombuigingsvoorstellen.

GZDGWB/ 2022372 19 juni 2025

Inhoudelijke zienswijze kadernota Naar aanleiding van de kadernota 2026 van uw gemeenschappelijke regeling hebben wij een inhoudelijke zienswijze ingediend, voortkomend uit de financiële situatie van onze gemeenten. Het betrof onderstaande collectieve zienswijze, van de gemeenten in de regio Rivierenland: “Vanwege de sterk verminderde inkomsten die gemeenten ontvangen vanuit het Rijk (circa 5%) hebben wij als kader een lagere afvalstoffenheffing gehanteerd van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere afvalstoffenheffing vanaf 2028. Hoewel de hoogte van de afvalstoffenheffing niet direct drukt op de gemeentelijke begroting zelf, is het belangrijk dat de kosten voor de inwoners op het gebied van afvalinzameling en -verwerking lager worden. De kosten van de IBOR-taken maken echter wel deel uit van onze begroting. Daarbij hebben wij het volgende verzoek gedaan: "bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario's voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen. We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting 2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario's aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026.

Hierover gaan we graag met u in gesprek" Allereerst willen wij onze dank uitspreken voor de gedegen aanpak die we bij de gemeenschappelijke regelingen terugzien om te komen tot besparingen. Het Iaat ons zien dat ook de gemeenschappelijke regelingen meewerken aan de financiële uitdagingen waar we voor staan. De invulling van onze zienswijze is verschillend per gemeenschappelijke regeling. Zo is er een gemeenschappelijke regeling die relatief eenvoudig tot de gevraagde besparing kan komen, tot een uitgebreid scenario onderzoek.

Wij danken u voor uw waardering en zien onze verdere samenwerking met vertrouwen tegemoet.

De taakstelling van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere afvalstoffenheffing vanaf 2028 blijft het uitgangspunt van onze zienswijze. Deze taakstelling geldt ook voor Integraal Beheer en Openbare Ruimte (IBOR). Hieronder geven wij aan wat onze reactie is op de begroting voor uw gemeenschappelijke regeling.

30

Ontwerpbegroting 2026 De kernboodschap van de ontwerpbegroting, om voort te gaan op de reeds ingezette koers en de gemaakte afspraken na te komen, wordt door ons gewaardeerd en onderschreven. Wij hechten grote waarde aan het afronden en uitvoeren van de lopende projecten, zoals het Grondstoffenplan, de besturingsstructuur en het circulair ambachtscentrum. Tegelijkertijd constateren wij dat hier een uitdaging ligt, gezien het forse capaciteitsbeslag op uw organisatie. Het is essentieel dat het Grondstoffenplan, dat in 2025 wordt opgesteld, zoveel mogelijk in samenspraak met de gemeenten wordt opgesteld. Hierbij is het dus van groot belang dat gemeenten tijdig en volledig geïnformeerd worden, zodat voldoende gelegenheid bestaat om inhoudelijke inbreng te leveren. Alleen door een transparant proces met heldere informatievoorziening kunnen wij als gemeenten bijdragen aan een effectief en toekomstbestendig Grondstoffenplan.

Vervuiling grondstoffen en ontwikkelingen grondstoffenmarkt Dit jaar was ook de vervuiling van het ingezamelde textiel een uitdaging. De wereldafzetmarkt van textiel zakte in en tussen het textiel trof sorteerder Cirtex veel vervuiling aan. Hierdoor zijn de verwerkingskosten hoger en kan minder textiel worden hergebruikt. Maatregelen zijn hier dus nodig. We verwachten dat deze problematiek verder wordt uitgewerkt in het Grondstoffenplan. De ontwikkelingen op de grondstoffenmarkten brengen Uitdagingen met zich mee, zoals druk op prijzen en afzetkanalen. Het belang van schone grondstofstromen en de inzet van afvalcoaches wordt erkend als een middel om deze uitdagingen het hoofd te bieden. De positieve evaluaties van deze initiatieven dienen verder te worden benut om kosten te beheersen en de afvalstoffenheffing te stabiliseren. De mogelijke impact van het recente kabinetsbesluit over de wijziging in vergoedingen voor PMD is voor alle partijen nog onduidelijk. Deze ontwikkelingen kunnen grote financiële gevolgen hebben voor Avri en deelnemende gemeenten. Wij verzoeken, zodra er meer duidelijkheid is, om de effecten in kaart te brengen en ons hier zo snel mogelijk van op de hoogte te brengen.

Grondstoffenplan Een breed gedragen Grondstoffenplan is voor zowel de betrokken gemeenten als voor Avri van het groot belang om de gestelde doelen 2030 met elkaar te gaan realiseren. We borgen de betrokkenheid van de gemeenteraden in het plan van aanpak door hierin transparante en interactieve informatieverstrekking op te nemen. We betrekken de gemeenteraden met name bij het inventariseren van mogelijke thema’s voor de komende jaren en het richting geven aan wat we dan ook daadwerkelijk in het plan gaan opnemen. We voorzien hier ook een belangrijke rol voor uw beleidsadviseur (RBA). Zorgelijke vervuiling grondstoffen Wij delen uw zorg en beschouwen de aanpak schone grondstoffen als een doorlopend aandachtspunt en tevens als een kans om positieve invloed uit te oefenen op de kosten en afvalheffingen. Naast de ontwikkelingen op de grondstoffenmarkten hebben we ook te maken met de nieuwe ketenafspraken met Verpact, waarin de afrekensystematiek verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. We zetten de aanpak schone grondstoffen voort, met focus op communicatie en voorlopen. Dit project richt zich ondertussen op een mix van meerdere interventies die ingezet kan worden.

De afvalcoaches leveren binnen de campagne een belangrijke bijdrage door zichtbaar te zijn voor vragen van inwoners en de opvolging van rode kaarten die vanuit het voorlopen en door onze chauffeurs uitgedeeld worden voor vervuiling. Daarnaast verzorgen zij o.a. containeracties in de wijk en educatie op basisscholen. Ook de regionale én landelijke vervuiling van textiel is zorgelijk Gezien de urgentie om betere kwaliteit te leveren aan Cirtex zijn we vooruitlopend op het Grondstoffenplan een beleidskader textiel aan het formuleren met de nodige interventies en willen dit in najaar vaststellen. In mei 2025 heeft het AB een besluit genomen om textielcontainers te voorzien van paslezers en daarmee de toegang alleen met pasje te borgen. Doel is om minder vervuiling in textiel aan te treffen en deze flankerende

31

maatregelen in het Grondstoffenplan te borgen. Financiële situatie van gemeenten Naar aanleiding van de kadernota 2026 van uw Gemeenschappelijke regeling hebben wij een inhoudelijke zienswijze ingediend, voortkomend uit de financiële situatie van onze gemeenten. We waarderen dat u op een serieuze en betrokken wijze hebt gereageerd op de zienswijze die wij op de kadernota hebben ingediend om te komen met concrete voorstellen en nog uit te werken opties voor het beperken van de afvalstoffenheffing. Het in de zienswijze op de kadernota genoemde percentage van 1,5% is echter niet gerealiseerd. De wettelijke- en marktontwikkelingen die zich in de afgelopen tijd hebben voortgedaan hebben structurele gevolgen voor het tarief vanaf 2026. Wel is het goed om te zien dat het weerstandsvermogen in 2026 voldoende is om de risico's op te vangen.

Financiële situatie van gemeenten Zoals we eerder hebben aangegeven zijn wij ons terdege bewust van de financiële situatie bij de gemeenten, zoals u omschrijft. In ons Koersplan hebben we met elkaar de acties bepaald die nodig zijn om de regionale milieudoelstellingen te halen. Onze inspanningen zijn erop gericht om efficiënt te werken en kosten te besparen. Bij het opstellen van onze begroting is een realistische raming voor al onze kosten en ontvangsten altijd het uitgangspunt. Ook blijven we werken aan financiële stabiliteit.

Weerstandsnorm Het Algemeen Bestuur heeft in de nota risico en Weerstandsvermogen de gewenste weerstandsnorm vastgesteld op ‘voldoende'. Dit houdt in dat het ratio weerstandsvermogen tussen de 1,0 en 1,4 ligt. In 2026 is het weerstandsvermogen 1,4. Uit de begroting blijkt dat Avri als doel heeft om het weerstandsvermogen de komende jaren te verhogen boven de 1,4. Wij ontvangen graag een nadere toelichting over de opbouw van het weerstandsvermogen en de noodzaak hiervan.

Weerstandsnorm In de nota Reserves en voorzieningen (R&V) is de minimale omvang gebaseerd op een weerstandsratio van 1,0 voor de risico's van het programma Basispakket. De gewenste omvang is gebaseerd op een weerstandsratio van 1,4 voor de risico's van het programma Basispakket. Derhalve is de hogere ratio vanaf 2027 nodig voor het overdragen van de stortplaats, zonder dat we een beroep moeten doen op de gemeenten. Na overdracht daalt deze ratio weer naar de in de nota R&V gewenste grenzen.

Ombuigingsvoorstellen In de ombuigingsvoorstellen die in bijlage 1 van de begroting zijn opgenomen, is het effect van de voorstellen (1 t/m 5) 4,50 euro demping van de afvalstoffenheffing. Het faseren van investeringen en een extra onttrekking aan de reserve bedrijfsafval zijn incidenteel van aard, waardoor deze voorstellen een beperkte impact hebben op de afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt van 1,5% wordt door de financiële ombuigingen van 4,50 euro dan ook niet gerealiseerd.

Ombuigingsvoorstellen Avri heeft te maken met aangescherpte wet- en regelgeving, veranderende (markt)omstandigheden en gebeurtenissen buiten onze invloedsfeer. Zo zorgen dalende grondstofvergoedingen, extra Rijksbelastingen, prijsindexeringen, aangescherpte veiligheidseisen en veranderende publieke ontwikkelingen voor stijgende kosten. Hierdoor is een lagere afvalstoffenheffing niet reëel, ondanks onze inspanningen de kosten zo laag mogelijk te houden.

In 2025 gold een tarief van 366 euro. De verwachte besparing van 1,5% geldt op het tarief van 2025. Dit komt neer op 5,50 euro. Avri heeft een besparing opgenomen van 4,50 euro. Hiermee haalt u de besparing van 1,5% niet. De besparing is 1,23%. Verdere uitwerking van voorstel 6, 7 en 9 kunnen verder gaan bijdragen aan deze doelstelling. De eerste 5 concrete uitgewerkte ombuigingsvoorstellen die door het DB zijn voorgesteld onderschrijven wij. Naast deze voorstellen worden extra voorstellen gedaan om de afvalstoffenheffing te beperken. Hieronder leest u onze initiële reactie waarbij we rekenen op een verdere uitwerking voor nadere besluitvorming.

Zoals u al aangeeft is er in een aantal gevallen sprake van een verschuiving van kosten. Desondanks dragen deze voorstellen bij aan een meer zuivere toerekening en uniformering van de kosten in de afvalstoffenheffing. We streven ernaar dat de uitwerking van een aantal van onze voorstellen ook feitelijk gaat bijdragen aan een verdere beperking van kostenstijgingen.

32

Bij het uitwerken van de voorstellen gaan we een beroep doen op de RBA- en financiële collega’s van onze gemeenten. De voorstellen zullen aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden. We nemen het signaal, naar aanleiding van de aanvullende raadpleging dd. 4 september 2025, m.b.t. het kijken naar de voorstellen waar in de zienswijzen een meerderheid voor bestaat, ter harte. Voorstel 6. Voordelen als gevolg van optimalisatie containerbeheer: Het is onduidelijke welke besparing de optimalisatie van containerbeheer gaat opleveren. Gezien de hoogte van het investeringsbedrag (4 miljoen euro) willen we eerst dat hiervoor een businesscase opgesteld wordt, zodat duidelijkheid verkregen kan worden over de hoogte van de besparingen.

Voorstel 6 Voordelen als gevolg van optimalisatie containerbeheer Dit project is gestart. Door het containerbeheer te optimaliseren, krijgen we inzicht in de uitvoering van het primaire proces van afvalinzameling (inzet van mens en materieel). Met dit inzicht kunnen we sturen op verdere effectiviteit en daarmee kosten besparen. Daarnaast zijn naar schatting zijn zo’n 10% van het huidige containers illegaal. Door dit project wordt het gebruik van illegale minicontainers zoveel mogelijk beperkt, wat ook direct tot een kostenbesparing zal leiden. Daarnaast draagt dit bij aan het verminderen van vervuiling in de fracties, doordat de minicontainers altijd naar een adres te herleiden zijn.

Voorstel 7. Frictiekosten Regio Rivierenland: Bij uittreding is een overeenkomst aangegaan zonder afspraken over een eindtermijn. Het is niet wenselijk om de frictiekosten oneindig in stand te houden. Er zal naar onze mening een afbouwregeling moeten worden overeengekomen.

Voorstel 7 Frictiekosten Regio Rivierenland Wij delen uw mening en hierover gaan we met de Regio Rivierenland in gesprek.

Voorstel 8. Opruimen oud en nieuw afval (nu kosteloos voor gemeenten): Dit voorstel is geen bezuiniging, maar betekent een verschuiving van kosten van Avri naar gemeente.

Voorstel 8 Opruimen oud en nieuw afval (nu kosteloos voor gemeenten) Inderdaad, dit is geen bezuiniging, maar de kosten drukken dan niet meer op de afvalstoffenheffing. Dit leidt wel tot een eerlijke verdeling van de kosten.

Voorstel 9. Milieustraten afsluiten met slagboom: Dit voorkomt afvaltoerisme en is een goed voorstel om verder uit te werken.

Voorstel 9 Milieustraten afsluiten met slagboom Momenteel wordt hiervoor een voorstel uitgewerkt en zal aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd.

Voorstel 10. Tarief voor brengen afval: Het voorstel is een lastenverzwaring voor inwoners en zorgt het voor een mogelijke toename van dumpingen. We zien dit dan ook niet als een bezuiniging.

Voorstel 10 Tarief voor brengen afval Niet alle inwoners maken gebruik van een milieustraat. Door een tarief in te stellen, laat je de inwoner die gebruikt maakt van de milieustraat betalen conform het motto “de vervuiler betaald”. Hiermee is het wel een bezuiniging op de gemiddelde afvalstoffenheffing omdat het een extra inkomstenbron is. En bij een goede balans tussen de hoogte van het tarief, de service en de wachttijd voor de milieustraat, voorkom je een toename van dumpingen. Het project is al gestart, dus het is in ieder geval

33

haalbaar om dit voorstel uit te werken voor de bestuursrapportage 2026. Bij een voorspoedig verloop van het project, kan dit vervroegd worden naar de AB vergadering van december.de hoogte van het tarief, de service en de wachttijd voor de milieustraat, voorkom je een toename van dumpingen. Het project, in de vorm van een pilot, wordt op dit moment voorbereid. Voorstel 11. Bijplaatsingen per gemeente: Dit voorstel is geen bezuiniging, maar betekent een verschuiving van kosten van Avri naar gemeente.

Voorstel 11 Bijplaatsingen per gemeente Met dit plan willen we het aantal bijplaatsingen bij containers in de openbare ruimte duurzaam verminderen. Hiervoor zullen we de positieve en eventueel negatieve effecten van de maatregelen monitoren.

Voorstel 12. Voordeel compensabele btw verlagen: Dit voorstel is geen bezuiniging, maar betekent een verschuiving van kosten van Avri naar gemeente.

Voorstel 12 Voordeel compensabele btw verlagen Het AB heeft besloten om dit niet verder uit te werken. 2 jaar geleden is het voordeel ‘bevroren’ waardoor het btwmergpercentage langzaam terugzakt naar wat gangbaar en haalbaar is.

Voorstel 13. Kwijtschelding: Deze post uit de afvalstoffenheffing overhevelen naar de gemeenten is geen daadwerkelijke ombuiging. Kwijtscheldingen horen onder de afvalstoffenheffing te worden verrekend. We vragen u wel dit voorstel verder uit te werken. Vraag hierbij is wat ons betreft: hoe ruimhartig is het kwijtscheidingsbeleid is en hoe verhoudt dit beleid zich ten opzichte van anders regio's.

Voorstel 13 Kwijtschelding Het AB bepaalt wat er kwijtgescholden mag worden. Op een maximum van € 25 voor het variabele tarief (restafval) na, kan alles worden kwijtgescholden. Wie in aanmerking komt voor de kwijtschelding is aan uw gemeente. Bij de begrotingswijziging zullen we een voorstel voorleggen, waarbij we ook nagaan hoe ruimhartig ons beleid is ten opzichte van andere regio’s.

Inzameling incontinentiemateriaal De inzameling van het incontinentiemateriaal wordt tot nu toe als een pluspakket gezien. Dat is logisch op het moment dat niet alle gemeenten deze dienstverlening afnemen. Echter, inmiddels doen alle gemeenten in de regio dat wel en daarom stellen wij voor om dit zo snel mogelijk in het basispakket op te nemen.

Inzameling incontinentiemateriaal De huidige kosten voor inzameling van incontinentiemateriaal zijn afhankelijk van de keuzes die iedere gemeente afzonderlijk heeft gemaakt. Hierdoor zijn er verschillen in de uitvoering tussen de gemeenten en in de hoogte van de voorziening. Daarnaast treedt in 2026 de UPV luiers in werken, waardoor we een vergoeding krijgen voor de inzameling. De hoogte van de vergoeding is nu nog niet bekend. In 2026 zal een voorstel aan het AB worden voorgelegd om deze kosten in het basispakket onder te brengen.

Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) In november heeft Avri een brief ontvangen van de GR-gemeenten om een taakstellende bezuiniging van 1,5% te behalen voor 2026 en 2027 (ten opzichte van de begroting 2025). Dit betekent voor Avri IBOR een taakstelling van minimaal 24.400 euro (1,5%) voor 2026/2027 en 48.900 euro (3%) voor 2028.Ondanks dat er niet specifiek in de brief vermeld staat dat het ook voor de IBOR-taken geldt, is het belangrijk te vermelden dat deze taakstelling geldt voor

Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) De werkbegroting wordt in nauw overleg met uw gemeente opgesteld. Daarbij gaan we ook in gesprek welke bezuinigingen in de IBOR mogelijk zijn en verwerkt kunnen worden in de werkbegroting.

34

de gehele GR. In de voorbereiding van het werkprogramma voor 2026 verwachten wij vanuit Avri bezuinigingsvoorstellen. Hierover gaan we graag met u in gesprek over hoe we deze taakstelling gaan invullen. Uitvoeringslasten 2025 In de tabel van de uitvoeringslasten van IBOR per gemeente is voor 2025 voor West Betuwe een bedrag opgenomen van 2.029.000 euro. Het bedrag dat in werkbegroting voor 2025 is opgenomen, bedraagt 1.881.000 euro. Het in de tabel opgenomen bedrag is dus niet juist en moet verlaagd worden en dat geldt ook voor 2026. Daarbij verzoeken wij het besparingspercentage van 1,5% voor 2026 en 2027 en 3% vanaf 2028 hierin te verwerken.

Uitvoeringslasten 2025 De werkbegroting wordt in nauw overleg met uw gemeente opgesteld. Daarbij gaan we ook in gesprek hoe de bezuinigingen in de werkbegroting ingevuld kunnen worden. De gevolgen van het eventueel terugnemen van taken heeft geen invloed op de kosten voor de overige gemeenten. De eventuele extra kosten voor Avri die hieruit voortkomen worden gedekt door een, door de betreffende gemeente te betalen, vergoeding voor frictiekosten.

Eerst richten op verbetering huidige 4 IBOR-gemeenten Avri houdt in de begroting nog vast aan het uitbreiden naar 8 gemeenten. Uit de recente gesprekken is gebleken dat Avri zich eerst gaat richten op de verbetering van de huidige 4 IBOR-gemeenten. Pas als dat goed gaat en doorontwikkeld is gaat Avri zich eventueel richten op uitbreiding van de andere 4 gemeenten. Dit is een behoorlijke verandering, die in de begroting nadrukkelijk vermeld moet worden zodat dit vastligt en nagekomen wordt. Dit getuigd van realistisch inzicht, doorontwikkeling, samenwerking en luisteren naar wat de klant. Dit leggen wij positief uit.

Eerst richten op verbetering huidige 4 IBOR-gemeenten Uw aanname is juist. In onze begroting staat dat de dienstverlening aan de IBOR- en Handhavingsgemeenten zo goed en efficiënt mogelijk uit te kunnen voeren een robuust dienstenpakket noodzakelijk is. De inzet is dan ook het behouden en uitbreiden van diensten die bij Avri passen en van voldoende omvang zijn. De begroting van Avri is op hoofdlijnen. Indien nodig zullen we hier in de toekomst extra aandacht aan schenken.

Avri meldt dat zij de openbare ruimte van 4 gemeenten onderhouden. West Betuwe heeft alleen 6 uitvoerende taken bij Avri belegd. Dat is anders dan bij de andere 3 IBOR-gemeenten waar Avri alles doet. De omschrijving: West Betuwe gedeeltelijk of 6 uitvoerende taken dekt de lading beter. Frictiekosten Avri heeft in het overleg van 13 januari 2025 toegezegd de frictiekosten voor het terugnemen van het boombeheer in het buitengebied en het reinigen van de kolken (vanaf 1 januari 2024) op basis van de werkelijke kosten in rekening te brengen. Deze toezegging en een inschatting hiervan is nog niet opgenomen in de begroting. Wij verwachten dat deze afspraak met de bijgestelde bedragen wordt opgenomen in de begroting.

Frictiekosten Bij de begrotingswijziging 2026 die in december 2025 aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden zullen de gevolgen van de afspraken over het terugnemen van IBOR taken worden verwerkt.

Partners De verkenning van samenwerking met externe partners voor afvalverwerking volgen wij met belangstelling. Wij vragen nadrukkelijk om tijdige en transparante communicatie richting gemeenten, zodat wij onze rol in de besluitvorming goed kunnen vervullen.

Partners Het betrekken van externe partners is een doorgaand proces. Uiteraard zullen we mogelijke samenwerkingen via de reguliere besluitvorming vast laten leggen. Dat wil zeggen dat we ook de komende jaren platformbijeenkomsten en raadsinformatieavonden organiseren om de raadsleden goed te informeren en te betrekken bij de besluitvorming van het algemeen bestuur. Op verzoek kunnen we ook een toelichting

35

geven in een beeldvormende raad6. Datagedreven werken Eerder is er al geïnvesteerd in hardware ter ondersteuning van datagedreven werken. In 2026 wordt gewerkt aan een efficiëntere, datagedreven en gebruiksvriendelijke werkwijze. We kijken uit naar de verdere optimalisatie van datagedreven werken en volgen de ontwikkelingen met grote belangstelling.

Datagestuurd werken De implementatie van het werken met boordcomputers is in volle gang. Op dit moment wordt op de ordergestuurde routes (distributie, klachtenafhandeling en bedrijfsafval) en met de achterladers al op deze wijze gereden. De implementatie richt zich nu op de zijladers. Het project rond het chippen van de minicontainers is begin 2025 opgestart. Hier wordt in eerste instantie gewerkt aan de technische eisen die nodig zijn om het lezen van de chips te kunnen borgen en dit niet leidt tot stagnaties in de inzameling. Daarnaast bereiden we voor op toekomstige wensen, zoals het wegen van minicontainers en het gebruik van AI om vervuiling tegen te gaan.

Samenwerking Een goede samenwerking tussen Avri en de deelnemende gemeenten is van cruciaal belang. De wereld van het inzamelen, verwerken en hergebruiken van afval/grondstoffen is voortdurend in beweging. Dit vraagt in de onderlinge samenwerking tussen de Avri en de deelnemende gemeenten wederzijdse betrokkenheid, waarbij transparantie en pro activiteit kernbegrippen zijn. Hierover zijn in het afgelopen jaar in verschillende gremia gesprekken gevoerd. We kijken uit naar een constructief vervolg op de ingezette weg.

Samenwerking Dat een goede samenwerking tussen Avri en de deelnemende gemeenten cruciaal is onderschrijven wij. Om raadsleden goed te informeren en betrekken bij de besluitvorming van het algemeen bestuur organiseren we ook de komende jaren platformbijeenkomsten en raadsinformatieavonden. Op verzoek kunnen we ook een toelichting geven in een beeldvormende raad7.

Ten aanzien van het proces rond de toezending van deze en toekomstige conceptbegrotingen wijzen wij u op de afspraken zoals deze zijn overgekomen binnen de gemeenschappelijke regeling. Toezending geschiedt voor 15 april van het jaar. Hiermee borgen we een goede en inhoudelijke werkwijze voor enerzijds Avri en anderzijds de gemeenten.

Voor onderwerpen met een aanzienlijk politiek of financieel belang vragen we gemeenteraden om een zienswijze. Op ambtelijk niveau werken we samen in het RBA. Samen met de raadsleden en het RBA gaan we komende jaren inzetten op een beter gestroomlijnd proces.

Wij zien graag uw reactie met de wijze waarop de gegeven zienswijze is verwerkt in de vastgestelde begroting.

De begroting is door onvoorziene omstandigheden later dan gebruikelijk aan u aangeboden. Daarover hebben we niet goed gecommuniceerd. Daarvoor onze excuses.

Graag ontvangen wij na besluitvorming in het algemeen bestuur de vastgestelde stukken.

6 7

Uiteraard vinden wij het belangrijk om de juiste formele route te volgen en zullen we alles in het werk stellen om onze stukken tijdig aan de gemeenteraden aan te bieden.

Of informele raad of een carrousel Of informele raad of een carrousel

36

Gemeente

West Maas en Waal

Reactie Avri

Kenmerk / datum

In goede orde ontvingen wij uw Jaarstukken 2024 en ontwerp Begroting 2026. Wij hebben kennis genomen van deze documenten en behandeld in onze raadsvergadering van 26 juni 2025.

Wij danken u voor uw zienswijze en met name uw reactie op de ombuigingsvoorstellen. We verwerken deze zoveel mogelijk in de uitwerking van de ombuigingsvoorstellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16019028/1