2025-266.2 Bijlage Bouwstenennotitie tbv RPW
Tekst van het document
Op deze manier heeft de regio middelen tot haar beschikking om te investeren in toekomstbestendige werklocaties. Aan onder andere de volgende acties wordt gedacht 10: o Het realiseren van collectieve energie-oplossingen op minimaal 6 bedrijventerreinen. o Investeren in minimaal 6 circulaire ketens om grondstoffen lokaal te vervaardigen en te behouden; o Bieden van opleidingen aan minimaal 25 bedrijven in de logistieke sector, met focus op data en AI; o Verduurzamen van tuinbouwclusters met aandacht voor duurzame energie en waterbenutting; o Toekomstbestendig maken van de Fruit Tech Campus voor samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs; o Realiseren van 80 tot 120 projecten via de HAN Hub (2026-2028) met inzet van studenten en betrokkenheid van meer dan 100 organisaties; o Helpen van 400 bedrijven via het Digilab met inzet van 150 leerlingen en studenten. •
Het Groenblauw Raamwerk Rivierenland is een gezamenlijk initiatief van verschillende partijen, onder andere de regiogemeenten, de provincie Gelderland en Waterschap Rivierenland. Het richt zich op het versterken van de biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en het toewerken naar een klimaat-robuust watersysteem in de regio. Voor de bedrijventerreinen zijn er specifieke maatregelen in opgenomen: o Het aanleggen van groene daken en gevels; o Implementatie van doorlatende bestrating en natuurlijke waterbuffers om wateroverlast te verminderen; o Stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen; o Aanleg van groene corridors en ecologische verbindingszones ter behoeve van de biodiversiteit.
Concrete maatregelen op de bedrijventerreinen Op verschillende terreinen in de regio wordt er concreet gewerkt aan de toekomstbestendigheid, of zijn hier plannen voor.
9
Onderzoek Bureau Buiten (2019)
10
Aanvraag Regio Deal FruitDelta Rivierenland (2024)
30
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
•
•
• •
Bedrijventerrein De Wildeman in Zaltbommel is benoemd tot een "Living Lab" binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Dit betekent dat het terrein fungeert als een proeftuin waar onderzoek en innovatie plaatsvinden om bedrijventerreinen duurzamer en toekomstbestendiger te maken. Er wordt onder andere onderzoek gedaan naar de koelende waarde van groene gevels en het effect van een groene werkomgeving op de gezondheid en productiviteit van werknemers. Ook wordt het terrein klaargestoomd om beter bestand te zijn tegen schade door extreme weersomstandigheden zoals wateroverlast, droogte en hitte. Op de Pavijen in Culemborg wordt richting 2040 gewerkt aan duurzaam ruimtegebruik, duurzaamheid en bereikbaarheid. Dit als onderdeel van de transformatie van het stationsgebied en de verplaatsing van enkele bedrijven die hier nu gevestigd zijn. Bedrijventerrein Medel krijgt als eerste van Nederland een zelfvoorzienende energiehub. Verschillende gemeenten hebben plannen voor het revitaliseren/herstructureren van terreinen.
In de RPW afspraken moet aandacht zijn voor verdere stappen die gemeenten willen zetten op dit vlak. Welke bedrijventerreinen zijn toekomstbestendig en welke nog niet? Wat nodig om ze toekomstbestendig te maken, in lijn met de ingezette provinciale beleidslijn en de maatschappelijke opgaven (energietransitie, biodiversiteit, water, circulariteit). Mogelijkheden tot intensiveren van het huidige ruimtegebruik In 2022 heeft Stec Groep een onderzoek uitgevoerd naar de intensiveringspotentie 11 van de bedrijventerreinen in Rivierenland. Dit onderzoek bestaat uit drie onderdelen. Eerst is voor alle terreinen groter dan 4 hectare onderzocht wat de intensiveringspotentie is. Hierbij is gekeken naar verschillende aspecten van het huidige ruimtegebruik: Floor Space Index (FSI), leeftijd van het vastgoed, terreinquotiënt, ontwikkeling van banen en de leegstand. Deze aspecten samen geven een beeld van in hoeverre intensivering kansrijk op een kavel. Vervolgens is voor de zes terreinen met de hoogste intensiveringspotentie een verdiepende analyse uitgevoerd. Daarbij is gekeken naar de benutting van het bouwvlak en de benutting van de bouwhoogte. Deze zes terreinen zijn: ’t Hulster (Buren), Pavijen I-IV (Culemborg), Latenstein (Tiel), Zeiving Noord en Zuid (West-Betuwe) en Van Voordenpark I (Zaltbommel).
Over het algemeen is de intensiveringspotentie van de bedrijventerreinen in Rivierenland gemiddeld met het provinciale gemiddelde: in Rivierenland hebben de terreinen gemiddeld een ontwikkelpotentie van 2,4, terreinen in de gehele provincie Gelderland scoren gemiddeld een 2,3. Op basis van de verdiepende analyse concluderen we dat over het algemeen de bouwvlakken op deze terreinen nog relatief extensief benut worden. Dit komt overigens mede door de aanwezigheid van watergebonden terreinen: de bouwvlakken van deze kavels zijn vaak extensief bebouwd door het soort bedrijvigheid. In totaal is circa 4% van de totale uitgegeven oppervlakte nog niet bebouwd. Deels komt dit doordat sommige uitgegeven kavels nog niet bebouwd zijn, maar ook een deel van de uitgegeven ruimte heeft nog onbenut potentieel. Verder valt er nog aanzienlijk wat ruimte te winnen door meer gebruik te maken van de maximale bouwhoogten. Het onderzoek schat de potentiële ruimtewinst van de totale voorraad vastgoed in op circa 8 tot 10%. Per terrein zijn er uiteraard grote verschillen in het ruimtegebruik.
11 Met intensiveringspotentie bedoelen de potentiële ruimtewinst die binnen de bestaande uitgegeven bedrijventerreinenvoorraad aanwezig is.
31
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
Wat typeert het economisch profiel van Rivierenland? De regio Rivierenland heeft een uniek economisch profiel dat zich onderscheidt door een sterke agribusiness. Van oudsher is de regio bekend om haar landbouw, fruitteelt en laanboomteelt, wat haar een onderscheidende positie geeft ten opzichte van andere regio's. Ondanks dat de sector relatief klein is (14.000 banen, circa 11% van het totaal), zien we wel een relatie met bedrijventerreinen in Rivierenland. Bijna de helft van het aantal banen in de agribusiness is gevestigd op een bedrijventerrein in de regio. Nauw gerelateerd aan de primaire productie van fruit, laanbomen en overige landbouwproducten, heeft de sterke aanwezigheid van de sector en de aanwezige kennis geleid tot de ontwikkeling van een sterke maakindustrie en logistieke sector. Verwerking, bewerking, machinebouw en vervoer en opslag zijn ontstaan als direct gevolg van de sterke primaire sector in de regio. Traditioneel bestaat de regio Rivierenland uit veel midden- en kleinbedrijven met een sterke binding met de regio. Deze zijn soms uitgegroeid tot nationale en internationale spelers en hebben een werkgebied dat ver over de regiogrens uitstijgt. Rivierenland kent aanzienlijk meer familiebedrijven dan elders in Gelderland en de omvang van bedrijven is relatief klein.
Qua sectoren zien we een breed palet aan bedrijven in maakindustrie, handel & reparatie, bouw, groothandel, vervoer en opslag in Rivierenland. Rivierenland heeft een gunstige ligging centraal in het land, wat bijdraagt aan haar sterke logistieke positie. De aanwezige logistieke bedrijven in de regio kennen een nationale en regionale marktoriëntatie. Innovatie is beperkt aanwezig vanwege het ontbreken van kenniscentra, maar er is wel innovatie op de werkvloer als onderdeel van werkprocessen. Publieke en private partijen investeren jaarlijks circa 100 miljoen euro in R&D. Via het Regionaal Investeringsfonds (nu Regionaal Stimuleringsfonds) worden investeringen financieel ondersteund wanneer hiermee de regionale economische ambities gerealiseerd worden. De regio heeft een praktisch geschoolde beroepsbevolking, dit sluit aan bij de bestaande vraag vanuit het bedrijfsleven. Hoewel de beroepsbevolking in de komende jaren nog wel groeit en er dus meer arbeidspotentieel uit de regio kan komen, is de vraag op korte termijn groter dan het aanbod van nieuwe arbeidskrachten. De werkloosheid is relatief laag en ook het onbenut potentieel op de arbeidsmarkt is gering. Bedrijven zoeken hiervoor oplossing in het automatiseren van bedrijfsprocessen en inhuur van arbeidsmigranten.
De sterke vertegenwoordiging van arbeidsmigranten in bepaalde sectoren brengt vraagstukken met zich mee, zoals het huisvestingsvraagstuk. De druk op de regionale arbeids- en woningmarkt neemt toe, waarbij het woningtekort ervoor zorgt dat bedrijven mogelijk ook lastiger personeel kunnen vinden. Vergrijzing versterkt de druk op de arbeidsmarkt.
32
33
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
3. Marktsituatie 3.1 Vraag en aanbod bedrijventerreinen In deze paragraaf gaan we in op de vraag en het aanbod naar bedrijventerreinen. De vraag naar bedrijventerrein bestaat uit de uitbreidingsvraag, vervangingsvraag en additionele. Het aanbod bestaat uit het beschikbare planaanbod in de regio. Aan het eind van deze paragraaf confronteren we de vraag met het aanbod, wat resulteert in de ruimtebehoefte voor de regio Rivierenland en daarmee gevoel geeft voor de planningsopgave van nieuwe bedrijventerreinen. Uitbreidingsvraag Kwantitatieve uitbreidingsvraag De uitbreidingsvraag is geraamd op basis van de bedrijventerreinenprognose voor de provincie Gelderland uit 2023. Deze prognose schetst de ruimtevraag vanuit bedrijven als gevolg van autonome ontwikkeling van de economie, op basis van voorspellingen ten aanzien van de ontwikkeling van diverse indicatoren (macro economische groeiverwachtingen, sectorale groeiverwachtingen, werkgelegenheidsontwikkeling, ontwikkeling beroepsbevolking, impact transities, etc.). De prognose is nog geen planningsopgave: het geef puur de verwachte ruimtevraag weer. We updaten de prognose waarmee we de marktsituatie per Q1 2025 op de bedrijventerreinen in de regio kunnen illustreren.
Tabel 5: Totale uitbreidingsvraag regio Rivierenland in netto hectare EIB laag
EIB hoog
2025 t/m 2030
68
122
2031 t/m 2040
33
162
2025 t/m 2040
101
284
Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023), bewerking Stec Groep (2025)
Kwalitatieve uitbreidingsvraag We splitsen de verwachte uitbreidingsvraag kwalitatief uit naar type werkmilieu. Dit doen we op basis van kengetallen van de provincie Gelderland. Circa 40% van de uitbreidingsvraag gaat uit naar een regulier werkmilieu (regulier mkb). Circa 15% gaat naar verwachting uit naar grootschalige HMC-locaties en ruim 40% van de vraag doet zich voor in het XXL-logistieke milieu. Tot slot gaat zo’n 5% van de vraag uit naar stedelijk gemengd/interactiemilieu.
Tabel 6: Uitbreidingsvraag naar werkmilieu in Rivierenland 2025 t/m 2040 in hectare Werkmilieu
EIB laag
EIB hoog
Gemengd/interactie
4
22
Regulier
38
105
XXL-logistiek
41
104
Grootschalig HMC
19
53
Totaal
101
284
Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023), bewerking Stec Groep (2025). Afgerond op gehele getallen.
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
Uit bovenstaande tabel komt naar voren dat grootschalige logistiek op basis van een autonome ontwikkeling een grote ruimtevrager in Rivierenland blijft voor de periode tot en met 2040. Circa 1/3e van de ruimtevraag die wordt verwacht komt van logistieke bedrijven met een kavel groter dan 4 hectare. Het gaat om bedrijven die in Rivierenland doorgroeien, maar ook om bedrijven die zich in Rivierenland willen vestigen. Inschatting is dat het voor 60% van de bedrijven gaat om bedrijven die nu al in de regio gevestigd zijn en 40% bedrijven van buitenaf. Aanbod van grootschalige locaties voor hogere milieucategorieën (HMC) wordt steeds schaarser Voor het werkmilieu grootschalig HMC verwachten we voor de periode tot en met 2040 circa 19 tot 53 hectare ruimtevraag. Tegelijkertijd zien we dat het aanbod aan HMC-locaties steeds schaarser wordt, met name de watergebonden HMC-locaties. Bijvoorbeeld doordat de ruimte concurreert met andere functies zoals wonen, maar ook doordat kavels nog niet optimaal benut worden, bijvoorbeeld doordat er bedrijven gevestigd zijn met een lagere milieucategorie of bedrijven die geen gebruik maken van de kadefaciliteiten. Dit terwijl (watergebonden) HMClocaties in potentie belangrijke knooppunten zijn in de circulaire transitie, bijvoorbeeld voor de op- en overslag en verwerking van circulaire bulkstromen.
Daarom is het van de regio van belang om de (watergebonden) HMC locaties te behouden en zo optimaal mogelijk te benutten. Een deel van de bestaande voorraad bedrijventerreinen in Rivierenland biedt mogelijkheden voor vestiging van bedrijven uit hogere milieucategorieën. Een groot deel hiervan is ook daadwerkelijk ingevuld met dergelijke bedrijven, Toch zien we ook dat plekken waar milieucategorie 4 of 5 mogelijk is ingevuld zijn met bedrijven in een lagere milieucategorie, omdat de gemeente hier nog niet (goed) op kan sturen Ook watergebonden kavels worden niet altijd optimaal benut. Een voorbeeld hiervan is de herontwikkeling op bedrijventerrein Kellen (voormalige glasfabriek), waar een watergebonden kavel (met ruimte voor bedrijven tot en met milieucategorie 5) ingevuld wordt met een droog logistiek bedrijf (milieucategorie 3). Als we kijken naar het beschikbare aanbod (hard planaanbod), dan blijkt dat er maar zeer beperkt ruimte geboden wordt voor hogere milieucategorieën en watergebonden bedrijven. Ook in het zachte planaanbod worden weinig tot geen kavels ontwikkeld met een hogere milieucategorie. Hier ligt dus een mismatch tussen vraag en aanbod in de toekomst, tenzij de regiogemeenten ruimte op bestaande locaties vrij kunnen krijgen voor hergebruik.
Marktvraag voor XXL-logistiek Voor de periode 2025 tot en met 2040 verwachten we vanuit de XXL-logistiek een ruimtevraag van circa 41 tot 104 hectare. Welk deel van de ruimtevraag is dan lokaal/regionaal geworteld of heeft binding met de regionale economie? Uit de analyse van de XXL-kavels in Rivierenland blijkt dat een deel van de huidige logistieke XXL bedrijven lokaal tot regionaal georiënteerd is (denk aan bedrijven die regionaal leveren/bezorgen). Daarnaast heeft een deel van de bedrijven regionale roots of zijn verbonden met de regionale economie (denk aan partijen die van origine uit Rivierenland afkomstig zijn, gelieerd zijn aan de agribusiness of andere bedrijven in Rivierenland of nu al ruim 15 jaar in de regio gevestigd zijn). Als we er van uit gaan dat in de toekomstige ruimtevraag van logistieke bedrijven ongeveer de helft van de vraag afkomstig is vanuit lokaal tot regionaal gewortelde bedrijven, dan verwachten we een ruimtevraag vanuit XXL van 20 tot ruim 50 hectare voor de periode tot 2040.
34
35
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
Vervangingsvraag bedraagt circa 8,5 hectare op korte termijn De verwachting is dat er op korte tot middellange termijn sprake zal zijn van een aantal transformatie/vervangingsopgaves. De provincie Gelderland stelt als voorwaarde voor meetellen van de vervangingsvraag dat het project binnen nu en maximaal vier jaar wordt uitgevoerd en dat financiële dekking aanwezig is. In de gemeente Culemborg speelt op dit moment de transformatie van (een deel van) bedrijventerrein Pavijen I. In eerste instantie gaat het om zo’n 10 hectare bruto die de gemeente actief gaat herontwikkelen. In een later stadium (na 2029) volgt er nog 14 hectare. Daarnaast transformeert de gemeente West-Betuwe de oude locatie van Welkoop (onderdeel bedrijventerrein Lingewaarden) naar wonen. Het gaat om een locatie van 1,5 hectare. Verder wordt het Veilingterrein in Tiel getransformeerd van werklocaties naar wonen. Het gaat om ongeveer 1,6 hectare. Voor een deel van deze transformaties hebben gemeenten aangegeven dat er geen bedrijven voor hoeven te verplaatsen. In dat geval is er geen sprake van daadwerkelijke vervangingsvraag. In totaal gaat het voor de periode binnen nu en vier jaar om 8,5 hectare daadwerkelijke vervangingsvraag. Voor de periode na 2029 is er sprake van circa 14 hectare daadwerkelijke vervangingsvraag.
Tabel 7: Transformatieplannen bedrijventerreinen regio Rivierenland Periode
Gemeente
Bedrijventerrein
Opp. (ha)
Vervangingsvraag
Voor 2029
Tiel
Veilingterrein
1,6
-
Voor 2029
Culemborg
Pavijen I
10
7
Voor 2029
West-Betuwe
Lingewaarden 12
1,5
1,5
Na 2029
Culemborg
Pavijen I
14
14
Na 2029
Tiel
Latenstein
4
0
Bron: input gemeenten en Stec Groep (2025)
Totale ruimtevraag in 2025 t/m 2030 bestaat uit maximaal 131 hectare netto De uitbreidingsvraag en de vervangingsvraag maken samen de totale ruimtevraag. Hierbij kijken we naar de periode tot en met 2030 en naar de periode 2031 tot en met 2040. Voor de periode tot en met 2030 bedraagt de totale ruimtevraag 77 tot 131 hectare. Voor de periode erna gaat het om 33 tot 162 hectare aan uitbreidingsvraag en mogelijk aanvullend hierop 14 hectare aan ruimtevraag door transformatie. De totale ruimtevraag t/m 2040 bedraagt circa 124 tot 307 hectare.
Figuur 22: Totale ruimtevraag voor regio Rivierenland in netto hectare Type vraag
2025 t/m 2030
2031 t/m 2040
2025 t/m 2040
Uitbreidingsvraag
68 tot 122
33 tot 162
101 tot 284
Vervangingsvraag
8,5
14
22,5
Totaal
77 tot 131
47 tot 176
124 tot 307
Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023), input gemeenten, bewerking Stec Groep (2025)
12
Mogelijk wordt in de toekomst een groter deel van Lingewaarden getransformeerd. Dit is vooralsnog niet concreet.
36
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
Indicatieve doorvertaling naar ruimtevraag per gemeente We maken per gemeente een inschatting van de ruimtevraag voor de periode nu tot 2030 en 2030 t/m 2040. Dit doen we op basis van de volgende drie parameters: 1 Aandeel in uitgifte bedrijventerreinen over periode 2014-2023 (IBIS Gelderland); 2 Aandeel in totale voorraad bedrijventerrein, peildatum januari 2025 (IBIS Gelderland); 3 Aandeel in totale werkgelegenheid op bedrijventerreinen (PWE, 2023). Per parameter berekenen we het aandeel van de betreffende gemeente binnen het totaal van de regio Rivierenland. Op basis van de gemiddelden van deze parameters maken we een inschatting van het aandeel in de ruimtevraag per gemeente. Uitgaande van een totale ruimtevraag van 77 tot 131 hectare t/m 2030 en 47 tot 176 hectare van 2031 t/m 2040, betekent dit onderstaande verdeling. Deze verdeling is indicatief. Immers, aanbod kan ook voor een tijdelijk effect zorgen in een gemeente. Bovendien: in de cijfers en verdeling wordt nu alle ruimtevraag meegenomen. Indien de regio ervoor kiest om een aandeel in de ruimtevraag niet te faciliteren, dan neemt ook de totale ruimtevraag af en wordt de verdeling per gemeente mogelijk anders.
Tabel 8: Kwantitatieve vraagverdeling per gemeente in netto ha (inclusief vervangingsvraag) Gemeente
Aandeel (%)
2025 t/m 2030 EIB laag
2031 t/m 2040
EIB hoog
EIB laag
EIB hoog
Buren
4%
3
5
1
7
Culemborg
11%
15
21
18
32
Maasdriel
6%
4
7
2
10
Neder-Betuwe
10%
7
12
3
16
Tiel
26%
18
32
9
42
West Betuwe
23%
18
30
8
38
West Maas en Waal
5%
3
6
2
8
Zaltbommel
15%
10
18
5
24
Totaal regio
100%
77
131
47
176
Bron: IBIS Gelderland (2025), Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023), bewerking Stec Groep (2025)
Additionele vraag Er is ook ruimtevraag vanuit grote, incidentele economische ontwikkelingen die afwijken van het bestaande economische profiel van een regio en daarom niet onderdeel zijn van de uitbreidingvraag; dit heet additionele vraag. Dit betreft bijvoorbeeld de vestiging van nieuwe, grootschalige bedrijven op bedrijventerreinen of de behoefte aan ruimte op bedrijventerreinen voor energie-infrastructuur door de energietransitie. Deze vraag is moeilijk te voorspellen. In deze paragraaf onderscheiden we twee soorten additionele vraag die we als kansrijk inschatten voor de regio Rivierenland: • Nieuwe bedrijfsactiviteiten: beleidsmatige keuzes en/of ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat er nieuwe activiteiten een plek zoeken op bedrijventerreinen, die voorheen geen ruimtevraag uitoefenden. Indien er beleidsmatig een andere wens ontstaat kan dit tot onvoorziene ruimtevraag op bedrijventerreinen leiden.
37
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
•
Energie-infrastructuur: In de Rivierenland speelt de realisatie van een Smart Energy Hub (bv. Medel Afronding, Wildeman Zaltbommel), kleinschalige batterijopslag en realisatie van laadinfrastructuur. Ook worden diverse 150/20kv stations nieuw gebouwd, vervangen of uitgebreid. Welke ruimtelijke impact dit exact heeft op bedrijventerreinen, is vooralsnog onbekend. Zaak is om hier meer grip op te krijgen nu plannen steeds concreter worden.
Van het uitgeefbare aanbod ongeveer 7 hectare daadwerkelijk uitgeefbaar In totaal is er volgens IBIS Gelderland 2024 nog circa 65 hectare uitgeefbaar op de bedrijventerreinen in regio Rivierenland. Hiervan is circa 7 hectare daadwerkelijk direct uitgeefbaar. Het gaat om enkele hectares op een drietal terreinen: Hondsgemet Zuid (West Betuwe), Zeiving Noord-West (West Betuwe) en Burg. Posweg/Kraaijenhoef (Zaltbommel). Verder is er nog circa 26 hectare niet-direct uitgeefbaar in de regio. Tot slot is er circa 30 hectare onder optie. Op bedrijventerrein Kellen zijn nog herontwikkelmogelijkheden op de voormalige glasfabrieklocatie.
Tabel 9: Uitgeefbaar aanbod per bedrijventerrein in hectare Gemeente
Bedrijventerrein
Direct
Niet direct
Onder
uitgeefbaar
uitgeefbaar
optie
Status bestemmingsplan
Culemborg
Pavijen V
-
5
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Neder-Betuwe
Bonegraaf Oost uitbreiding
-
0,5
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Casterhoven bedrijvigheid
-
0,2
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Poort van Ochten
-
1,1
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Bedrijvenpark Medel
-
10
11,5
Vastgesteld
Kellen
-
-
1,8
Vastgesteld en onherroepelijk
Beesd Noord Homburg
-
0,5
0,1
Vastgesteld en onherroepelijk
Hondsgemet Zuid
1
-
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Kerkewaard uitbreiding
-
5,1
10
Vastgesteld en onherroepelijk
Nieuwe Steeg
-
1,1
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Waardenburg West
-
2,4
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Zeiving Noord-West
1
-
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Veesteeg Zuid-West
-
-
4,5
Vastgesteld en onherroepelijk
Industrieterrein Wamel
-
-
1,5
Vastgesteld en onherroepelijk
De Wildeman 1 (Veilingweg)
1
-
-
Vastgesteld en onherroepelijk
De Wildeman 1
3
-
-
Vastgesteld en onherroepelijk
Rondgang 2 Gameren
-
-
5
6,0
25,9
28,9
Tiel
Afronding (fase 2)
West Betuwe
uitbreiding
West Maas en Waal Zaltbommel
Totaal
Bron: IBIS Gelderland, bewerking Stec Groep (2025), peilmoment januari 2025
65,8
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
(Zachte) plannen Naast het harde aanbod zijn er (zachte) plannen voor de ontwikkeling van nieuw bedrijventerrein. De tabel op de volgende pagina toont het overzicht van alle zachte plannen, inclusief de planstatus.
38
Tabel 10: (Zacht) planaanbod in regio Rivierenland13 Gemeente
Plannaam
Profiel
Aantal ha. netto
Opmerking
Buren
Uitbreiding Beusichem De Meent
Lokaal
4 ha
Ontwikkelaar werkt aan planvorming voor locatie
Buren
Zoekgebied Uitbreiding Hulster
Lokaal
2 ha
Buren
Zoekgebied binnen de gemeente
Lokaal/regionaal
16 ha
Buren
Zoekgebied Uitbreiding Hofstede
Lokaal
9 ha
Buren
Zoekgebied Uitbreiding Homoetstraat
Lokaal
6 ha
Voorstel om voor gemeente Buren 10 hectare ontwikkelruimte te bieden die op één of meerdere locaties ingevuld kan worden. Gemeente Buren kan dus één of meerdere plannen ontwikkelen tot dit plafond. Voorkeur hierbij is het uitbreiden van bestaand bedrijventerrein om hier synergievoordelen te halen.
Culemborg
Beesdseweg
Lokaal/regionaal
0,8 ha
Locatie valt onder het bestemmingsplan Pavijen I tm IV, maar kent de aanduiding ‘agrarisch’.
Culemborg
Zoekgebied
Regionaal
15 ha
De goedkeuring van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zorgt ervoor dat Pavijen 6 ("Rietveld") niet gerealiseerd kan worden. Zolang deze restrictie blijft, heeft de gemeente wel behoefte aan deze uitbreiding, maar geen alternatieve locaties.
Maasdriel
De Poort van Maasdriel - Zuid
Regionaal
5 tot 10 ha
Gemeente heeft voorkeursrecht gevestigd
Maasdriel
De Poort van Maasdriel Rechthoek
Regionaal
5 tot 10 ha
Er is een gebiedsvisie, maar uit onderzoek blijkt dat dit gebied niet snel ontwikkeld kan worden. Voorstel om voor gemeente Maasdriel in deze RPW periode 15 hectare ontwikkelruimte te bieden. Meest concreet is Poort van Maasdriel Zuid. Er is daarnaast nog extra ontwikkelpotentie in dit gebied. Voorkeur is het uitbreiden van bestaand bedrijventerrein om hier synergievoordelen te halen.
Maasdriel
De Poort van Maasdriel - Triangel
Regionaal
10 ha
Er is een gebiedsvisie, maar uit onderzoek blijkt dat slechts een deel ontwikkeld kan worden. Er worden vervolgstappen gezet. Mogelijk nog een vervolgfase (30-40 hectare). Voorstel om voor gemeente Maasdriel in deze RPW periode 15 hectare ontwikkelruimte te bieden. Meest concreet is Poort van Maasdriel Zuid. Er is daarnaast nog
13
In Neder-Betuwe is een eerste fase van het Tree Valley Businsess Centre gerealiseerd. Het betreft een specifieke bedrijfslocatie voor agribusiness (en hoofzakelijk laanboomteelt gerelateerde) bedrijven. De locatie heeft een aparte status in het RPW en is geen bedrijventerrein als zodanig. Gemeente werkt aan tweede fase van deze bedrijfslocatie.
40
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
extra ontwikkelpotentie in dit gebied. Voorkeur is het uitbreiden van bestaand bedrijventerrein om hier synergievoordelen te halen.
Neder-Betuwe
Walenhoek West
Regionaal
3,3 ha
Er ligt een vastgesteld bestemmingsplan voor de locatie
Neder-Betuwe
Uitbreiding Bedrijventerrein Neder-Betuwe
Lokaal/regionaal
12-16 ha
De gemeente start met gemeentebreed locatieonderzoek naar één of meerdere geschikte locaties om dit terrein te realiseren.
West-Betuwe
Zeiving Noordwest
Regionaal
6 ha
Beoogde uitbreidingslocatie van dit gebied.
West-Betuwe
Zeiving Zuidwest
Regionaal
8 ha
Verzoek vanuit ondernemers tot uitbreiding van Zeiving Zuid vanwege ruimtegebrek.
West-Betuwe
Hondsgemet-Noord
Lokaal, regionaal en grootschalig
26 ha
Masterplan Q2 gereed incl. aanduiding type bedrijven. Uitdaging verkeertechnisch is de aanpak provinciale weg. Deels voor XXL-doelgroep
West-Betuwe
Ophemert/De Geer (fase 1)
Lokaal
3 ha
Behoefteonderzoek nog niet uitgevoerd. Bestemmingsplan nog niet opgestart.
West-Betuwe
Ophemert/De Geer (fase 2)
Lokaal
2,5 ha
Uitbreidingslocatie op bestaand terrein en fase 1.
West-Betuwe
Zoekgebied Beesd
Lokaal
Onbekend
Zoekgebied Beesd is opgenomen in het bedrijventerreinenbeleid.
West Maas en Waal
Veesteeg II
Lokaal/regionaal
+/- 16 ha
Mogelijkheden en afbakening grenzen plangebied worden onderzocht. Uitbreiding van aantal ha gewenst voor lokale uitbreidingen of verplaatsers.
West Maas en Waal
Willem-Alexanderbrug
Lokaal/regionaal
10 ha
Nog niet concreet. Interne afstemming noodzakelijk. Onderzoek naar plan en mogelijkheden.
West Maas en Waal
Industrieterrein Wamel (fase 2)
Lokaal
3 ha
Vervolg op fase 1/afronding van ontwikkeling industrieterrein Wamel.
Zaltbommel
De Wildeman III
Regionaal
6,7 ha
Er ligt een ontwerp bestemmingsplan voor het gebied
Zaltbommel
Locatie Spoorzone
Regionaal
1,5-2 ha
Mogelijkheden afhankelijk van eventuele verbreding A2
Zaltbommel
Nederhemert & Aalst
Lokaal
5 ha
Ruimtelijke visie wordt momenteel opgesteld.
Netbeheerder Liander signaleert dat het onmogelijk is om alle terreinen uit het RPW te realiseren als gevolg van overbelasting van de energieinfrastructuur. Slimme oplossingen zijn noodzakelijk, maar niet gemakkelijk. Wetgeving speelt hierbij regelmatig wel een complicerende rol. Op Medel en Wildeman zijn initiatieven voor een Smart Energy Hub. Prioritering van de realisatie van de terreinen wordt hierbij als een noodzakelijke nadere uitwerking van het RPW gezien. Het aansluiten van bedrijven/bedrijventerreinen dient te passen binnen de capaciteitsplanning van Liander en Tennet.
Confrontatie tot en met 2030 • De uitbreidingsvraag voor de periode 2025 t/m 2030 bedraagt circa 68 tot 122 hectare. • Bovenop de uitbreidingsvraag komt nog circa 8,5 hectare vervangingsvraag. • De totale ruimtevraag voor de periode tot en met 2030 bedraagt daarmee circa 77 tot 131 hectare. • Het uitgeefbare planaanbod bedraagt 66 hectare. Hiervan is er circa 7 hectare daadwerkelijk uitgeefbaar. 30 hectare is onder optie. Indien deze opties allemaal passeren, dan is dit een invulling van de ruimtevraag die is geprognosticeerd. • De ruimtebehoefte bedraagt de totale ruimtevraag minus het uitgeefbare planaanbod. Voor de regio Rivierenland bedraagt de ruimtebehoefte voor de periode tot en met 2030 daarmee 11 tot 65 hectare. • Voor de periode na 2030 (t/m 2040) bedraagt de totale ruimtevraag circa 47 tot 176 hectare, waardoor er een nog grotere ruimtebehoefte ontstaat indien alle vraag gefaciliteerd wordt.
Figuur 23: Confrontatie tussen ruimtevraag en hard planaanbod t/m 2030 regio Rivierenland 140 120 100 80 60 40 20 0 EIB laag
EIB hoog
Uitbreidingsvraag
Vervangingsvraag
Niet direct uitgeefbaar
Onder optie
Hard planaanbod Direct uitgeefbaar
Bron: Stec Groep (2025)
Belemmeringen van invloed op vraag-aanbodconfrontatie Een belangrijke randvoorwaarde bij deze confrontatie is dat er geen (grote) beperkingen zijn in de beschikbaarheid van bijvoorbeeld arbeid, stroom, water, stikstofruimte, et cetera. We zien echter dat dit noodgedwongen steeds meer de investeringsdynamiek van bedrijven drukt. De vraag is er wel vanuit bedrijven, maar het is lastig plannen realiseren door alle beperkingen. In 2023 zagen we daardoor landelijk een terugval in de ruimtevraag op bedrijventerreinen van 40%. Deze terugval kwam vooral voor rekening van het tweede halfjaar. Ook in de eerste helft van 2024 is een verdere afname (circa 25%) van de dynamiek zichtbaar . Dit past in het beeld van onder meer de NVM die constateert dat netcongestie, maar ook ruimtegebrek het bedrijfsleven remmen . Naast het drukkend effect op de vraag heeft dit ook een effect op de aanbodzijde. Immers, het is zeer lastig om nieuwe bedrijventerreinen op het stroomnet aangesloten te krijgen.
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
4. Trends en ontwikkelingen In dit hoofdstuk belichten we de trends en ontwikkelingen die afkomen op de regio Rivierenland. In het bijzonder gaan we in op welke impact deze trends en ontwikkelingen hebben op de bedrijventerreinen.
4.1 Trends en ontwikkelingen Energietransitie Vanuit het klimaatakkoord werken we in Nederland aan de energietransitie. We doen dit om de opwarming van de aarde tegen te gaan (CO2-uitstoot verminderen), een gezonder leefmilieu te realiseren en de afhankelijk van energie uit het buitenland te verminderen. De energietransitie is een overgang naar een nieuw systeem. In dit systeem is de energievoorziening structureel anders van aard en vorm dan nu. Het gaat om een overgang van fossiele naar duurzame energie en van een centrale naar een meer decentrale energieopwekking. De energietransitie heeft een grote maatschappelijke impact. De gebouwde omgeving, zoals huizen, kantoren en bedrijfspanden, moeten verduurzaamd worden. Denk aan betere isolatie en het vervangen van CV-ketels op aardgas door warmtepompen, aardwarmte of industriële restwarmte. Ook het vervoer moet emissieloos worden door elektrisch rijden of op waterstof. De enorme elektrificatie van productie en transport vraagt ook grote investeringen in uitbreiding van de netcapaciteit. Op dit moment kan het netwerk al deze elektriciteitsvraag en -aanbod niet aan. In grote delen van regio Rivierenland is sprake van netcongestie. Grootverbruikers van energie kunnen daardoor geen aansluiting krijgen en het is niet mogelijk om bestaande aansluitingen te verzwaren.
Dit remt verduurzaming van bedrijven, maar ook potentiële economische groei.
Wat betekent dit voor de bedrijventerreinen in Rivierenland? De energietransitie heeft ingrijpende gevolgen voor de bedrijventerreinen in Rivierenland. Vrijwel alle bedrijven in de regio zullen hiermee te maken krijgen, zowel in termen van verduurzaming van hun eigen gebouwde omgeving als bij de aansluiting van nieuwe ontwikkelingen. Deze transitie vraagt om aanzienlijke aanpassingen en investeringen, maar biedt ook kansen voor groei en innovatie, vooral voor middelgrote en kleine bedrijven (MKB) die zich richten op energiebesparing en het benutten van nieuwe energiebronnen. Dit nieuwe energienetwerk zal vragen om een andere infrastructuur, wat extra ruimte vraagt op de bedrijventerreinen. Eén van de grootste uitdagingen in de energietransitie is de beperkte capaciteit van het huidige energienetwerk op de bedrijventerreinen in Rivierenland. Deze beperking kan tijdelijk een rem zetten op de uitbreiding en verduurzaming van bedrijven en bedrijventerreinen. Het oplossen van netcapaciteitsproblemen is daarom urgent. Zonder adequate netcapaciteit kunnen bedrijven immers niet volledig profiteren van de voordelen van elektrificatie en duurzame energiebronnen, wat de verdere economische ontwikkeling kan vertragen.
42
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
Grondstoffen- en circulaire transitie Het grondstoffenverbruik in Nederland is goed voor 45% van de uitstoot van broeikasgassen. Door het gebruik te verminderen (afzien, heroverwegen of efficiënter maken van producten), verlengen (hergebruik, reparatie, opknappen, etc.), vervangen (duurzame alternatieven, zoals plantbased grondstoffen) en door hoogwaardige verwerking (recyclen) kan deze impact fors worden verlaagd. Daarmee kan dus een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de klimaatdoelen. Daarnaast gaat de grondstoffentransitie over de toenemende vraag naar grondstoffen en de leveringszekerheid ervan. De grootste tekorten concentreren zich in zogenoemde ‘zeldzame metalen’. Dit zijn metalen die nodig zijn voor bijvoorbeeld de productie van windmolens, zonnepanelen en elektrische auto’s. China heeft de helft van de bewezen voorraden in handen en produceert 97% van de wereldmarkt. Dit zorgt voor een grote afhankelijkheid en dat kan verschillende transities door geopolitieke instabiliteit in gevaar brengen. Dit is een van de redenen waarom de EU inzet op vergroting van de strategische autonomie. In het verlengde van de grondstoffentransitie staat de transitie naar een circulaire economie.
Kern hiervan is de transitie naar een nieuw economisch systeem waarin het gebruik van grondstoffen, materialen en onderdelen en producten wordt geminimaliseerd in gesloten kringlopen waarin ze steeds opnieuw gebruikt kunnen worden. Producten en grondstoffen zo een tweede leven. Dit in tegenstelling tot het huidige lineaire systeem waarin (de grondstoffen van) een product na gebruik op de afvalberg belandt. De circulaire transitie vraagt een andere manier van producten ontwerpen (circulair ontwerp), waarde behoud van grondstoffen (materiaal paspoorten, urban mining, circulair slopen, ambachtscentra) en het terugdringen van de vraag naar grondstoffen (R-ladder, circulaire verdienmodellen, minimalisme). Daarbij horen dus de eerder genoemde strategieën van verminderen, verlengen, vervangen en hoogwaardige verwerking.
Wat betekent dit voor de bedrijventerreinen in Rivierenland? De grondstoffentransitie zal op termijn (2040 en 2050) alle bedrijven in Rivierenland ‘raken’. Immers, afgesproken is om in 2050 volledig circulair te zijn. Dit betekent dat bedrijven vanaf nu de omslag maken. Enkele bedrijven zijn hier al mee bezig, of betrokken als schakel in een groter geheel. De ‘oude’ lineaire en nieuwe circulaire economie zullen nog een tijd naast elkaar bestaan. De circulaire- en grondstoffentransitie zal voornamelijk vanuit bestaande bedrijven zelf ontstaan. Ook zullen er nieuwe bedrijven ontstaan (vanuit bijvoorbeeld een startup, maar ook vanuit een joint venture van partijen). Als gevolg van de circulaire en grondstoffentransitie zal de wens en noodzaak van een efficiënte inrichting van (retour)stromen in het bijzonder aandacht vragen. Dit biedt kansen voor bedrijvigheid, bijvoorbeeld voor bedrijven die zich specialiseren het ophalen en transporteren van (retour)stromen. De ruimtevraag vanuit de circulaire transitie is in potentie erg groot, door het ontstaan van nieuwe bedrijvigheid en door een andere inrichting van de bestaande bedrijven(terreinen). In het bijzonder hebben watergebonden locaties een potentiële belangrijke rol als circulaire hotspot.
Digitalisering, robotisering en automatisering Digitalisering, robotisering en automatisering nemen de laatste jaren sterk toe in de grote bedrijventerreinsectoren industrie, bouw en logistiek. De krappe arbeidsmarkt geeft daarbij een extra incentive voor bedrijven om hierin te investeren. Door investeringen in machines en robots kunnen bedrijven de productie vaak opschroeven zonder extra ‘handjes’. Dit biedt perspectief omdat de potentiële beroepsbevolking de komende jaren zal afnemen. Tegelijkertijd ontstaat
43
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
nieuwe werkgelegenheid voor technische vakmensen, ICT-ers en programmeurs. Door robotisering en automatisering zijn sommige bedrijfsactiviteiten schoner en stiller en zo makkelijker te combineren met andere functies, ook buiten formele bedrijventerreinen. Toch zal het voor veel bedrijven aantrekkelijk zijn om juist op bedrijventerreinen gevestigd te zijn en blijven. Per saldo verwachten we een overwegend gelijkblijvende concentratie van bedrijven en werkgelegenheid op bedrijventerreinen door digitalisering. Naar verwachting stijgt het ruimtegebruik door deze trend meer dan de werkgelegenheid. Vaak zien we dat de robots en geautomatiseerde productielijnen meer ruimte in nemen. Dit is vooral het geval in de sectoren industrie en logistiek, maar bijvoorbeeld ook – in lichtere mate – in de bouw, handel en reparatiesector. Wel is dit naar verwachting vooral een effect op de korte tot middellange termijn (2030). Op termijn is meer productie, opslag op logistiek op dezelfde meters mogelijk. Als gevolg van digitalisering, automatisering en robotisering zijn diverse (productie)activiteiten ook weer rendabel in West-Europa uit te voeren. Reshoring en nearshoring worden bij diverse bedrijven op strategisch niveau overwogen. Dit kan leiden tot extra productie en/of groei.
Wat betekent dit voor de bedrijventerreinen in Rivierenland? Digitalisering raakt veel bedrijven in Rivierenland. De bedrijventerreinsectoren industrie, bouw en logistiek zijn op de bedrijventerreinen in de regio sterk vertegenwoordigd. In deze sectoren zullen digitalisering, robotisering en automatisering steeds vaker toegepast, Nieuwe technieken bieden voor bedrijven immers de kans om de productiviteit te verhogen en daarmee concurrerend te blijven.
Landbouw- en voedseltransitie De huidige manier van voedselproductie zorgt wereldwijd voor circa 25% van de CO2-uitstoot. Ook gaat het om een enorme ruimtelijke impact (bijna 40% van het bebouwbare land) en een grote bijdrage aan het verlies van biodiversiteit (Wageningen University & Research, 2022). De landbouw is nu georganiseerd op basis van grootschalige en industriële landbouw. Denk aan grote akkers, waar maar één soort voedsel op wordt geteeld (monocultuur). Internationaal wordt zelfs 70% van de landbouwgronden gebruikt voor de productie van veevoer. Deze manier van landbouw- en voedselproductie is niet houdbaar op de lange termijn. Zeker niet met de groeiende wereldbevolking en de gevolgen van klimaatverandering. Tegelijkertijd faciliteert de landbouw een betrouwbare en betaalbare voedselproductie en is de sector verantwoordelijk voor veel werkgelegenheid. Bovendien kunnen innovaties in de landbouwsector leiden tot nieuwe economische kansen en technologische vooruitgang. Daarom is het essentieel dat de landbouwsector een transformatie ondergaat. De landbouw- & voedseltransitie is een transitie naar een duurzaam systeem dat minder negatieve impact heeft op de omgeving, de biodiversiteit versterkt en anders omgaat met de ‘veestapel’. In deze transitie wordt ingezet op o.a.
precisie landbouw (plukmachines, drones en slimme robots), polycultuur (stroken teelt en voedselbossen), kringloop landbouw (biologische bestrijdingsmiddelen, voedsel van reststromen), alternatieve voedingsbronnen (kikkererwten, krekels en algen) en alternatieve productiemethoden (verticale landbouw, insect-farming en zeeboerderijen). Aanvullend kan de landbouw een sleutelrol spelen in de productie van biobased bouwmaterialen (zoals vlas, riet, hennep, stro, vezels etc.). Dit zijn bouwmaterialen gemaakt van levende organismen en winnen terrein ten koste van gangbare materialen die voor veel CO2uitstoot zorgen.
44
Bouwstenennotitie RPW Rivierenland
Wat betekent dit voor de bedrijventerreinen in Rivierenland? De agribusiness is voor Rivierenland een substantieel onderdeel van de economie (in banen, bijdrage aan regionaal product, keten). Vandaar dat deze transities een grote impact hebben op de regio. De vraag naar alternatieve voedingsbronnen en biobased bouwmaterialen creëert namelijk nieuwe marktsegmenten waarin bedrijven kunnen investeren en groeien. Denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen en implementeren van nieuwe technologieën in productieprocessen. Het ontstaan en de groei van dit soort bedrijven brengt ook weer nieuwe werkgelegenheid met zich mee. Gezien het relatief grote areaal in beslag door de agribusiness brengen deze ontwikkelingen een vraagstuk met zich mee: in hoeverre wil de regio ruimte inzetten voor deze nieuwe marktsegmenten?
45