2025-067.5 Ontwerp begroting 2026 - VRGZ
Tekst van het document
Algemene reserve, weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit
Programma RAV
Programma Crisis- en Rampenbestrijding Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding Bedragen * € 1.000,-
Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit (algemene reserve rampenbestrijding). De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit van het programma C&R is niet toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s (zie paragraaf 6.1.2 Risico’s) te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich daadwerkelijk voordoen treft de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger.
De reserve van de RAV ziet er als volgt uit:
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Norm eigen vermogen (5% van de baten)
3.457
3.457
3.484
3.488
Algemene reserve rampenbestrijding
3.097
3.097
3.097
3.097
Percentage eigen vermogen van de baten
4,48%
4,48%
4,44%
4,44%
Reserve aanvaardbare kosten RAV Bedragen * € 1.000,-
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
De minimale norm is 10% van de baten
3.736
3.736
3.736
3.736
De streefwaarde is 15% van de baten
5.604
5.604
5.604
5.604
Reserve aanvaardbare kosten RAV
2.547
2.547
2.547
2.547
7%
7%
7%
7%
Percentage eigen vermogen van de baten
Tabel 3: algemene reserve C&R
Bestemde reserves worden niet meegenomen in deze toetsingstabel van het eigen vermogen. Het saldo van de algemene reserve is lager dan de norm van 5%. Indien positieve resultaten behaald worden geldt als uitgangspunt dat dit
Tabel 4: reserve aanvaardbare kosten RAV
Cijfermatig haalt de AZGZ de minimale norm van 10% van de baten niet. Dit wordt veroorzaakt doordat de AZGZ de afgelopen jaren niet in staat is geweest structureel positieve resultaten te behalen.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
32
De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit (reserve aanvaardbare kosten RAV) is toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s te dekken (zie paragraaf 6.1.2 Risico’s).
Wijzigingen ten opzichte van het overzicht in de jaarrekening Ten opzichte van de jaarrekening zijn geen wijzigingen aangebracht aan de beschreven risico’s.
Risico’s In tabel 5 is een samenvatting van de risico’s met financiële omvang opgenomen. Bij de bepaling van de noodzakelijke risicocapaciteit is rekening gehouden met de weging van de verwachtingswaarde van de kans dat de risico’s zich voordoen. Bedragen *€ 1.000,-
Verwachtingswaarde afzonderlijke risico’s
Noodzakelijke risicocapaciteit VRGZ
Noodzakelijke risicocapaciteit RAV
Noodzakelijke risicocapaciteit C&R
1.750
525
45
480
550
100
12
88
Economische risico’s
2.505
953
191
762
Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency
8.925
3.673
908
2.765
Totaal
13.730
5.251
1.156
4.095
Nieuwe wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Maatschappelijke risico’s
Frauderisicoanalyse De VRGZ heeft beleid opgesteld over het voorkomen van fraude en er is een frauderisicoanalyse uitgevoerd. De analyse wordt periodiek geactualiseerd en is betrokken bij het risicomanagement. Dit is tevens onderdeel van de rechtmatigheidsverklaring via het criterium Misbruik en oneigenlijk gebruik.
Tabel 5: samenvatting risico’s
Om een concreter beeld te geven van de risico’s die de VRGZ loopt, worden in tabel 6 de elf grootste risico’s weergegeven.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
33
Nr
Risico en omschrijving
1
Verduurzaming vastgoed Om te voldoen aan de duurzaamheidseisen (o.a. klimaatakkoord, energiebesparing) zijn extra investeringen nodig in bestaande en nieuwe panden. Dit betreft een afweging tussen de ambities, planning en financiële middelen.
2
Bedrag x kans
Arbeidsmarktkrapte ▪ vergrijzing van personeel en doelgroep ▪ schaarste zorgpersoneel ▪ niet halen afspraken zorgverzekeraars (incl vertrouwen) ▪ diensten niet op de weg ▪ langere omlooptijden door sluiting SEH ▪ geen doorstroom van ambu-medewerkers naar meldkamer a.g.v. consequenties FLO
1.950 x 0,7
750 x 0,6
Risico bedrag 1.365
450
Bezuinigingen Dit risico komt voort uit de voorgenomen bezuinigingen op de BDuR en de gemeentelijke bijdrage. Er bestaat een kans dat niet volledig of tijdig aan deze bezuinigingsdoelstellingen wordt voldaan.
▪
Onderzoek en advies verduurzaming van panden
▪ ▪
Toekomstvisie huisvesting bespreken met bestuur Onderzoek toekomstbestendigheid Multipost
▪ ▪ ▪
Tijdig bespreken met zorgverzekeraars Zorgcoördinatie Tijdig schakelen met ketenpartners (ziekenhuizen) om met elkaar keten sterk te houden Automatiseren van repeterende taken, inzetten van chatbots, maken van gespreksverslagen, inzet AI tools. Aanpassing arbeidsvoorwaarden Inzet externe wervingsbureaus Extra inzet op arbeidsmarktcommunicatie Extra formatie t.b.v. werving en selectie Bevorderen duurzame inzetbaarheid Extra aandacht voor binden en boeien van medewerker (o.a. richtlijn bewust belonen)
▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Vergrijzing en schaarste van personeel, meer investeren om personeel te behouden en nieuwe mensen te werven
3
Beheersmaatregelen
1.500 x 0,3
450
▪ ▪
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Tijdig het gesprek voeren met gemeentes Bij vacatureruimte afwegen of invulling noodzakelijk is
34
Nr
Risico en omschrijving
4
CAO / Loonontwikkelingen Het betreft hier de toekomstige stijgingen door een nieuwe CAO die boven de indexcijfers uitkomen die door de NZa/adviescommissie zijn meegegeven en zijn opgenomen in de begroting. Het risico is dat de zorgverzekeraars/gemeentes onvoldoende compenseren om dit op te vangen.
5
Bedrag x kans
Cybercriminaliteit/beveiligingsincident Cybercriminaliteit, beveiligingsincidenten en verstoringen van de organisatie en samenleving
630 x 0,5
Risico bedrag 315
Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪
1.000 x 0,3
300
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Tijdig het gesprek voeren met zorgverzekeraars / gemeentes Bij vacatureruimte afwegen of invulling noodzakelijk is Aanspreken van algemene reserve
Aanwezigheid CISO, FG en PO en uitbreiding functioneel beheer Continuïteitsplan in werking Vitaal verklaring bij voldoen aan Cyberbeveiligingswet Opnieuw aanbesteden kantoorautomatisering Strengere controles inrichting automatisering Verdere verbetering ISO / NEN certificering Inzet AI gestuurde monitoring software Verhogen bewustwording binnen de organisatie Tactisch- en strategisch plan om te voldoen aan wet- en regelgeving Back-up en restore Verwerkersovereenkomsten en contracten conform inkoopvoorwaarden VRGZ Ketensamenwerking Prospectieve risico-analyse
35
Nr
Risico en omschrijving
6
Kapitaallasten vastgoed Bij de regionalisering zijn panden zonder of met geringe boekwaarde overgegaan naar de VRGZ. Hiervoor zijn dus geen of weinig kapitaalslasten gebudgetteerd terwijl deze in de komende jaren aan vervanging toe zijn. Dit betekent een extreme stijging in de kapitaallasten t.o.v. de huidige situatie. Het risico bestaat dat hiervoor niet/onvoldoende wordt gecompenseerd.
7
8
9.
Bedrag x kans
WNRA Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) Het is nog onduidelijk of de volledige werkgeverslasten moeten worden berekend voor de brandweervrijwilligers ipv de 7% van nu. Ook is niet bekend wat dit betekent voor de animo voor vrijwilligers. Klimaatverandering C&R Gevolgen van klimaatverandering en energietransitie op Repressie brandweer. Dit kan leiden tot langere- en complexere uitrukken en toename in aantal uitrukken. Ook kan dit leiden tot anders- of meer opleiden en nieuwe vereisten materieel.
PFAS De rijksoverheid wil inzicht krijgen in hoeverre er in Nederland PFAS vervuiling is. Zodra op onze locaties een significante hoeveelheid PFAS in de bodem wordt gevonden, kan dit resulteren tot maatregelen die kosten met zich meebrengen voor de VRGZ en/of de individuele gemeenten.
1.000 x 0,3
Risico bedrag 300
Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪ ▪
900 x 0,3
270
▪ ▪ ▪ ▪
Regionaal huisvestingsonderzoek Uitstellen van vervanging Onderzoek naar grootte vastgoedportefeuille en spreiding opnieuw beoordelen Egalisatiereserve gebruiken
Landelijke ontwikkelingen volgen: onderzoek SEmFire Universiteit Maastricht Pilot fit voor het vak Geen kazernering/consignatie (bouwsteen 1) Afbouwregeling consignatievergoeding gereed
375 x 0,7
263
▪ ▪
Volgen landelijke ontwikkelingen Project gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing
2.000 x 0,1
200
▪ ▪ ▪ ▪
PFAS-vrije blusmiddelen Volgen landelijke ontwikkelingen Uitvoeren bodemonderzoeken Saneringsplannen
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
36
Nr
Risico en omschrijving
10
Prijsstijgingen Prijsstijgingen en veel grote kostenuitzettingen waar geen dekking voor is: ▪ huisvesting Nijmegen ▪ meldkamerkosten en -ontwikkelingen. ▪ stijging oefencentra ▪ doorbelasting kosten VRGZ aan RAV
11
Bedrag x kans
Meldkamer Er is sprake van vergrijzing en schaarste van personeel. De samenvoeging van de meldkamers in Oost 5 kan het werk ook minder aantrekkelijk maken, waardoor mensen vertrekken of moeilijker aan te trekken zijn. Het opleiden van nieuwe medewerkers kan ten koste gaan van het bemensen van tafels met als gevolg langer wachten op triage of geen triage en extra inhuur.
Totaal van de 11 grootste risico’s (noodzakelijke risicocapaciteit) Overige (noodzakelijke risicocapaciteit) Totale noodzakelijke risicocapaciteit
Risico bedrag
Beheersmaatregelen
375 x 0.5
188
▪ ▪ ▪
Langetermijn afspraken maken Tijdig bespreken met zorgverzekeraars Uitstellen of afzien van aanschaf/inhuur
375 x 0,5
188
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Zorgcoördinatie Oost 5 samenwerking Arbeidsvoorwaarden Wervingscampagnes Landelijk aandacht via brancheorganisatie Taakdifferentiatie Routeren
4.289 962 5.251 Tabel 6: overzicht 11 grootste risico’s
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
37
Investeringen in gebouwen De VRGZ heeft ultimo 2023 34 brandweerkazernes en 4 ambulanceposten in eigendom. De overige kazernes en ambulanceposten zijn in eigendom van de gemeenten en worden gehuurd door de VRGZ. Investeringen in gebouwen die eigendom van de gemeenten zijn komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRGZ worden bij de VRGZ geactiveerd. De kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting.
Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn opgenomen conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De structurele exploitatieruimte in onderstaande tabel is in 2024 t/m 2029 nihil doordat de resultaten in de exploitatie incidenteel van aard zijn. Incidentele lasten en vrijval van de bestemde reserves worden niet meegenomen in de berekening van de kengetallen. Kengetallen
Realisatie 2024
Gew. Begr. 2025
Begro- Raming Raming Raming ting 2027 2028 2029 2026
Netto schuldquote
47%
49%
49%
49%
52%
55%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
47%
49%
49%
49%
52%
55%
Solvabiliteitsratio
12%
10%
9%
9%
8%
8%
Structurele exploitatieruimte
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Tabel 7: kengetallen
Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRGZ een meerjarig investeringsplan dat periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een verwachting opgenomen voor kapitaallasten gebaseerd op de verwachte kapitaallasten van het betreffende begrotingsjaar. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting. Dit laatste staat onder druk vanwege inflatie en additionele duurzaamheidseisen waardoor prijzen verder oplopen.
6.2 Onderhoud kapitaalgoederen Materiële vaste activa Activeren en afschrijven In overeenstemming met het BBV wordt alle materiële vaste activa geïnvesteerd. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf 1 juli van het jaar van ingebruikname. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000,- per object.
Onderhoud Ambitieniveau VRGZ is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten van het operationeel
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
38
houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Onderhoud gebouwen en installaties Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt jaarlijks het planmatig onderhoud uitgevoerd. Uitgangspunten beleid ▪ Het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd en een keer in de vijf jaar volledig herzien door een externe partij. ▪ ▪
De VRGZ middelt de lasten van het onderhoud over een periode van 10 jaar. Voor het meten en bewaken van de onderhoudsstaat hanteren wij de landelijke NEN-norm 2767 (Nederlands Normalisatie-instituut) voor gebouwen.
Herziening meerjarenonderhoudsplan Het MJOP van de VRGZ wordt elke vijf jaar herzien door een onafhankelijke partij. In 2023 heeft Heijmans Energie Services inspecties uitgevoerd in alle panden van de VRGZ en is de benodigde jaarlijkse dotatie vastgesteld. Conform besluit worden de meerkosten van € 619.000,- per jaar tot en met 2027 volledig gefinancierd uit de daarvoor bestemde reserve herziening MJOP. De kosten voor het beheer en onderhoud van de gehuurde panden zijn voor rekening en risico van de gemeenten. De VRGZ draagt bij in de servicelasten. Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer uitgevoerd via het organisatieonderdeel Materieel Techniek (servicecentrum) of uitbesteed.
Het onderhoud vertoont in absolute zin, als gevolg van werkelijk uit te voeren onderhoud, in de verschillende jaren fluctuaties. Via de voorziening groot onderhoud vertoont de feitelijke belasting van de begroting een stabiel beeld. De kosten voor het beheer en onderhoud van de gehuurde panden zijn voor rekening en risico van de gemeenten. De VRGZ draagt bij in de servicelasten.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
39
Rente en treasury
6.3 Financiering Beleid t.a.v. risicobeheer en financieringsportefeuille
In onderstaand renteschema worden de rentelasten, de toerekening aan taakvelden en het renteresultaat weergegeven (bedragen x € 1.000,-).
Risicobeheer Het verstrekken van leningen en garanderen van rente en aflossing van leningen is niet toegestaan.
Renteschema (bedragen * €1.000,-)
2026
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
1.065
b. De externe rentebaten
Financieringsportefeuille De hoeveelheid geld die nodig is voor de uitvoering van de verschillende taken van de organisatie wordt beheerd door de treasuryfunctie. Werkwijze, taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De VRGZ voert een risicomijdend beleid. Voor de VRGZ geldt het schatkistbankieren voor decentrale overheden. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse Staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen.
0
Saldo rentelasten en -baten
1.065
c. De rente die aan taakvelden moet worden doorberekend/toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0 1.065
d1. Rente over eigen vermogen
0
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.065
e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (1,25%)
805
f. Renteresultaat op het taakveld treasury
-260 Tabel 8: renteschema
Kasgeldlimiet Het Ministerie van Financiën geeft aan welk bedrag mag worden gefinancierd met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld. Op basis van navolgend schema lijkt de VRGZ niet binnen de norm voor de kasgeldlimiet te blijven en zullen op het moment dat de investeringen worden gerealiseerd langlopende leningen moeten worden aangetrokken.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
40
Kasgeldlimiet (bedragen * € 1.000,-) Omvang begroting per 1 januari (is grondslag)
1e kwt 2026
2e kwt 2026
3e kwt 2026
4e kwt 2026
106.508 106.508 106.508 106.508
1 Toegestane kasgeldlimiet
Renterisiconorm Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken geeft het ministerie ook een renterisiconorm aan. Deze renterisiconorm geeft de omvang van de schuld weer die in een jaar maximaal voor renteconversie in aanmerking mag komen. De uitkomst hiervan mag niet overschreden worden zodat een spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata en een eventueel hieruit voortvloeiende rentewijziging ontstaat. De VRGZ blijft binnen de norm van de Wet Fido1.
- in procenten van de grondslag
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
- in bedrag
8.734
8.734
8.734
8.734
- opgenomen gelden < 1 jaar
13.200
13.200
13.200
13.200
- schuld in rekening courant
0
0
0
0
Renterisiconorm (bedragen * € 1.000,-)
- gestorte gelden door derden < 1 jaar
0
0
0
0
1
Renteherziening
- ov.geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
2
2 Omvang vlottende korte schuld (+/+)
3 Vlottende middelen (-/-)
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
0
0
0
0
Aflossingen
500
500
500
500
3
Renterisico (1+2)
500
500
500
500
- contante gelden in kas
79
79
79
79
4
Renterisiconorm
21.301
21.301
21.409
21.425
- tegoeden in rekening-courant
0
0
0
0
5a
Ruimte onder renterisiconorm
20.801
20.801
20.909
20.925
1.252
1.252
1.252
1.252
5b
Overschrijding renterisiconorm
0
0
0
0
- overige uitstaande gelden < 1 jaar Toets kasgeldlimiet 4 Totaal netto vlottende schuld (2 - 3)
Berekening renterisiconorm 11.869
11.869
11.869
11.869
Toegestane kasgeldlimiet (1)
8.734
8.734
8.734
8.734
Ruimte (+)/ Overschrijding (-) (1 - 4)
-3.135
-3.135
-3.135
-3.135
Tabel 9: kasgeldlimiet
4a
Begrotingstotaal (lasten + stortingen reserves)
4b
Percentage regeling Renterisiconorm (4a x 4b)
106.508 106.508 107.048 107.127 20%
20%
20%
20%
21.301
21.301
21.409
21.425
Tabel 10: renterisiconorm
1
Wet Financiering decentrale overheden
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
41
7 Financiële begroting
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
7 Financiële begroting In hoofdstuk 7 wordt aan de hand van de balans en de overzichten baten en lasten uiteengezet wat voor 2026 tot en met 2029 verwacht wordt. Ook wordt het verloop van de reserves en voorzieningen uiteengezet en de meerjareninvesteringsplanning weergegeven.
7.1 Baten en lasten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van de VRGZ weergegeven. Overzicht baten en lasten VRGZ (x € 1.000,-)
Realisatie Gewijzigde Begroting 2024 begroting 2026 2025
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Baten Budget aanvaardbare kosten
32.727
35.838
36.589
36.589
36.589
36.589
Rijksbijdragen
12.283
10.663
9.997
9.997
9.997
9.997
Gemeentelijke bijdragen
48.761
51.544
53.946
53.946
54.486
54.565
Opbrengsten bedrijfsvoering
3.962
4.159
4.249
4.249
4.249
4.249
Overige opbrengsten
2.128
1.391
1.727
1.727
1.727
1.727
Totaal baten
99.861
103.595
106.508
106.508
107.048 107.127
Personeelskosten
74.376
77.319
80.864
80.864
80.864
80.864
Kapitaallasten
7.687
8.845
9.014
9.014
9.014
9.014
Wagenpark en werkmaterieel
4.026
3.613
3.611
3.611
3.611
3.611
Communicatieapparatuur
3.487
4.031
3.630
3.630
3.630
3.630
Huisvestingskosten
5.090
5.004
5.046
5.046
5.046
5.046
Overige bedrijfskosten
5.969
5.358
5.615
5.615
5.615
5.615
Onvoorzien
0
239
242
242
242
242
Rentebaten
-1.143
-825
-805
-805
-805
-805
Rentelasten
885
985
1.092
1.092
1.092
1.092
0
-150
-1.182
-1.182
-1.182
-1.182
100.377
104.419
107.127
107.127
Saldo van baten en lasten
-516
-824
-619
-619
-79
0
Toevoegingen reserves
227
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
967
724
619
619
79
0
Geraamd resultaat
224
-100
0
0
0
0
Lasten
Te realiseren taakstelling Totaal lasten
107.127 107.127
Tabel 11: overzicht baten en lasten veiligheidsregio
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
7.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding In onderstaande tabel zijn de baten en lasten weergegeven van het programma Crisis- en Rampenbestrijding. Overzicht baten en lasten Programma C&R (x € 1.000,-)
Realisatie 2024
Gew begr 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Rijksbijdragen
9.719
10.378
9.712
9.712
9.712
9.712
Gemeentelijke bijdragen
48.761
51.544
53.946
53.946
54.486
54.565
Opbrengsten bedrijfsvoering
3.962
4.159
4.249
4.249
4.249
4.249
Overige opbrengsten
1.344
1.211
1.242
1.242
1.242
1.242
Totaal baten
63.786
67.292
69.149
69.149
69.689
69.768
Personeelskosten
45.465
48.680
51.193
51.193
51.193
51.193
Kapitaallasten
6.408
7.168
7.217
7.217
7.217
7.217
Wagenpark en werkmaterieel
2.686
2.460
2.462
2.462
2.462
2.462
Communicatieapparatuur
3.070
3.339
3.132
3.132
3.132
3.132
Huisvestingskosten
5.088
4.999
5.087
5.087
5.087
5.087
Overige bedrijfskosten
1.948
1.221
1.330
1.330
1.330
1.330
Onvoorzien
0
239
242
242
242
242
Rentebaten
-1.143
-825
-805
-805
-805
-805
Rentelasten
885
985
1.092
1.092
1.092
1.092
0
-150
-1.182
-1.182
-1.182
-1.182
64.407
68.116
69.768
69.768
69.768
69.768
Saldo van baten en lasten
-621
-824
-619
-619
-79
0
Toevoegingen reserves
277
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
967
724
619
619
79
0
Geraamd resultaat
119
-100
0
0
0
0
Baten
Lasten
Te realiseren taakstelling Totaal lasten
Tabel 12: overzicht baten en lasten programma C&R
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Toelichting verschillen begroting 2026 en de gewijzigde begroting 2025 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de gewijzigde begroting 2025 en de begroting 2026. De meeste afwijkingen zijn een gevolg van de toegepaste indexering conform de BRN. Daar waar de afwijking een andere oorzaak heeft, lichten we dit toe. De toelichting die leidde tot de gewijzigde begroting 2025 is opgenomen in bijlage 8.3.1 Begrotingswijzigingen Crisis- en Rampenbestrijding.
Rijksbijdragen
-666
In juli 2024 is bekend geworden dat op specifieke uitkeringen, waaronder ook de BDuR valt, met ingang van 2026 een budgetkorting van 10% zal plaatsvinden (€ 1.032.000,-). De precieze details hierover zijn nog niet bekend. In deze begroting is ervan uitgegaan dat de korting plaatsvindt naast de ophoging van de extra BDuR-middelen ter versterking van crisisbeheersing en informatiemanagement, wat per saldo naar verwachting zal leiden tot een daling van de BDuR van € 702.000,-. Het resterende verschil wordt veroorzaakt door de indexering van de vergoeding voor de 25KV-lijnen.
Gemeentelijke bijdrage
2.402
De gemeentelijke bijdrage stijgt met € 2.402.000,- ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025. Deze stijging wordt veroorzaakt door de indexering. Deze bedraagt 4,66%2 conform de door het bestuur vastgestelde rekenmethodiek (zie ook paragraaf 8.5 Financiële spelregels).
Opbrengsten bedrijfsvoering
90
De VRGZ verzorgt de ondersteunende dienstverlening aan de GGD. In 2026 stijgt de doorbelasting hiervan met € 90.000,-. Dit wordt veroorzaakt door de indexering (€ 190.000,-) en de vrijval van de incidenteel doorbelaste kosten voor het implementatietraject van de kantoorautomatisering (€ 100.000,-).
Personeelskosten
2.513
De stijging van de personeelskosten wordt grotendeels veroorzaakt door de indexatie van de lonen conform de vastgestelde rekenmethodiek in de financiële spelregels (zie paragraaf 8.5 Financiële spelregels). De besteding van de extra toegekende BDuR-middelen voor de versterking van crisisbeheersing voor 2026 moet nog definitief worden vastgesteld door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In afwachting daarvan zijn de middelen opgenomen onder personeelslasten (€ 330.000,-).
2
Een gewogen percentage op basis van personele index (3,4%) en materiële index (2,6%) + de nacalculatie over 2024 (1,5%)
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Dit kan mogelijk nog verschoven worden. Ook heeft er een verschuiving plaatsgevonden van overige bedrijfskosten naar personeelskosten: inhuurbudget is omgezet in vaste formatie.
Kapitaallasten
49
Doordat de afgelopen jaren investeringen zijn uitgesteld als gevolg van leveringsproblemen, langere doorlooptijden bij aanbestedingstrajecten en een kritische beoordeling van de technische levensduur, waardoor een deel van de economisch volledig afgeschreven activa nog niet is vervangen stijgen de kapitaallasten minder hard dan de index. De toegerekende rente wordt berekend over de gemiddelde boekwaarde van de activa. Als gevolg van de daling van de gemiddelde boekwaarde van de activa daalt ook de toegerekende rente. Deze lagere rentetoerekening leidt tot een lager renteresultaat en verloopt per saldo budgettair neutraal (zie toelichting Rentebaten en -lasten verderop in deze paragraaf). De prijsstijgingen op voertuigen, materieel en vastgoed zijn merkbaar in de laatste aanbestedingen en blijken uit aanzeggingen van leveranciers. Als gevolg van de uitgestelde investeringen heeft deze prijsstijging nog een beperkte invloed op de stijging van de kapitaallasten in de begroting 2026. Zodra de geplande vervangingsinvesteringen zullen plaatsvinden zullen de kapitaallasten hierdoor echter aanzienlijk gaan stijgen.
Communicatieapparatuur
-207
In 2024 en 2025 is extra budget opgenomen ten behoeve van de aanbesteding en implementatie van de nieuwe kantoorautomatisering. Dit extra budget valt in 2026 weer vrij (€ 150.000,-). In de begroting 2025 was ten behoeve van de doorontwikkeling van het VIK extra budget opgenomen. Deze kosten werden gefinancierd uit de extra BDuR-middelen. Omdat als gevolg van de samenwerking binnen Oost 5 de kosten hiervoor lager uitvallen is het budget voor 2026 hiervoor verlaagd (€ 187.000,-). Ten behoeve van informatieveiligheid en informatiegestuurde veiligheid en als gevolg van de stijging van het aantal licenties op basis van het aantal gebruikers stijgen de kosten voor software met € 43.000,-. Het resterende verschil is het gevolg van de toegepaste indexering € 87.000,-.
Huisvestingskosten
88
De prijsstijging van een aantal grote contractpartners leidt tot hogere kosten voor onder andere schoonmaak, preventief en correctief onderhoud (€ 75.000,-). Ook vallen de kosten voor gemeentelijke belastingen en heffingen hoger uit (€ 40.000,-). In 2024 en 2025 was een incidenteel budget opgenomen voor de aanpassingen in het kader van de gewijzigde wettelijke normen voor diesel motor emissie (DME). Omdat deze kosten geen onderdeel meer uitmaken van de begroting 2026 leidt dit tot een positief verschil van € 75.000,-.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Het resterende verschil wordt veroorzaakt door indexering en een mix van kleine aanpassingen van diverse budgetten, waaronder huur en servicelasten.
Overige bedrijfskosten
109
De doorbelasting naar de AZGZ stijgt ten opzichte van 2025 met € 121.000,-. Dit is grotendeels het gevolg van indexatie. Een deel van het budget voor de inhuur voor expertise op het gebied van inkoop is met ingang van 2026 ingezet voor de uitbreiding van de formatie met een Contractmanager (€ 120.000,-). Als gevolg van een stijging van het aantal controledossiers en de ondersteuning ten behoeve van de verantwoording inzake rechtmatigheid stijgen de accountantskosten (€ 45.000,-). Ook stijgen de kosten voor het lidmaatschap NIPV ten opzichte van de begroting 2025 (€ 100.000,-). Ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing worden de budgetten ten behoeve van netwerkmanagement en risicocommunicatie opgehoogd (€ 115.000,-). Ook wordt een extra budget opgenomen ten behoeve van het Fieldlab digitale stad (€ 20.000,-). Deze uitzettingen worden gefinancierd uit de extra BDuR-middelen die specifiek zijn toegekend voor de versterking van crisisbeheersing en informatiemanagement. De resterende stijging is het gevolg van indexatie.
Rentebaten en -lasten
127
Conform het BBV worden rentelasten toegerekend aan de activa tegen het bestuurlijk vastgestelde percentage van 1,25%. De tegenboeking hiervan wordt verantwoord als een opbrengst in het renteresultaat. Als gevolg van de lagere boekwaarde door uitgestelde investeringen valt de intern doorbelaste rente lager uit (zie toelichting Kapitaallasten). Hierdoor daalt het renteresultaat met € 20.000,-. Daarnaast stijgen als gevolg van nieuw afgesloten leningen de rentelasten ten opzichte van de begroting 2025 met € 107.000,-.
Te realiseren taakstelling
-1.032
In juli 2024 is bekend geworden dat op specifieke uitkeringen, waaronder ook de BDuR valt, met ingang van 2026 een bezuiniging van 10% zal plaatsvinden. Deze bezuiniging komt boven op de bezuinigingstaakstelling van € 150.000,- die door het bestuur vanaf 2025 is opgelegd.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Mutaties bestemde reserves
-619
Ten laste van het positieve resultaat van 2023 is een bestemde reserve gevormd om de uitzetting van de dotatie aan de voorziening onderhoud voor de komende jaren te compenseren. De jaarlijkse vrijval hieruit bedraagt € 619.000,-.
Meerjarige mutaties De in 2023 uitgevoerde herziening van het meerjarenonderhoudsplan leidt tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 619.000,-. Hiervoor is een bestemde reserve gevormd om deze uitzetting de komende jaren te dekken. Begin 2028 resteert in deze reserve echter nog een bedrag van € 79.000,- (zie ook paragraaf 7.5), het resterende gedeelte van de uitzetting van de dotatie zal vanaf dat moment aan de gemeentelijke bijdrage worden toegevoegd (€ 540.000,- in 2028). Met ingang van 2029 zal het volledige bedrag van € 619.000,- onderdeel uit gaan maken van de gemeentelijke bijdrage.
GHOR De GHOR is een onderdeel van de begroting van de VRGZ onder leiding van de DPG (Directeur Publieke Gezondheid). Het deel in de VRGZ-begroting 2026 dat voor de GHOR aangemerkt wordt is € 2.043.487,-.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
7.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening Overzicht baten en lasten Programma RAV (x € 1.000,-)
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Budget aanvaardbare kosten
32.727
35.838
36.589
36.589
36.589
36.589
Rijksbijdragen
2.564
285
285
285
285
285
627
180
485
485
485
485
35.918
36.303
37.359
37.359
37.359
37.359
Personeelskosten
29.257
28.639
29.627
29.627
29.627
29.627
Kapitaallasten
1.279
1.677
1.797
1.797
1.797
1.797
Wagenpark en werkmaterieel
1.340
1.153
1.149
1.149
1.149
1.149
417
692
498
498
498
498
2
5
3
3
3
3
Overige bedrijfskosten
4.021
4.137
4.285
4.285
4.285
4.285
Totaal lasten
36.316
36.303
37.359
37.359
37.359
37.359
Saldo van baten en lasten
-398
0
0
0
0
0
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
0
0
0
0
0
0
-398
0
0
0
0
0
Baten
Overige opbrengsten Totaal baten Lasten
Communicatieapparatuur Huisvestingskosten
Geraamd resultaat
Tabel 13: baten en lasten programma RAV
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Toelichting verschillen begroting 2026 en de begroting 2025 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de begroting 2026 en de gewijzigde begroting 2025. De toelichting die leidt tot de gewijzigde begroting 2025 is opgenomen in bijlage 8.3.2 Begrotingswijzigingen RAV. De RAV wordt gefinancierd via zorgverzekeraars. Dat betekent dat in het najaar 2025 het budget voor het volgende jaar afgesproken wordt. Dit heeft ook invloed op de lopende begroting, in dit geval 2025, en geeft een voortschrijdend inzicht voor de begroting 2026. Als gevolg van de afspraken die gemaakt worden met de zorgverzekeraars worden mogelijk aanpassingen gedaan in de begroting. Omdat dit geen invloed heeft op gemeenten, worden alleen budgettair neutrale begrotingswijzigingen doorgevoerd, de overige ontwikkelingen worden verwerkt in de tussentijdse rapportages.
Budget aanvaardbare kosten (BAK)
751
De stijging van het BAK in de begroting 2026 met € 751.000,- wordt veroorzaakt door de indexering op de personele en materiële kosten. Voor de begroting 2026 is uitgegaan van een indexering van 5% op de personele kosten en 2% op de materiële kosten. In de begroting 2025 is gerekend met een personele index van 10%, om de caostijgingen van tweemaal 5% gedurende 2024 op te vangen, en een materiële index van 2,8%. Inmiddels zijn de voorlopige indexcijfers voor 2025 vastgesteld op 4,18% voor de personele kosten en 1,82% voor de materiële kosten. In het BAK voor 2026 zijn deze gewijzigde indexcijfers verwerkt. De stijging van tweemaal 5% was opgenomen, omdat de begroting 2025 vooruitliep op de caostijgingen, hierdoor stijgt het BAK in 2026 weinig door. De stijging van € 751.000,- is het gevolg van de aanpassing van de index voor 2025 en de toepassing van de indexpercentages voor 2026.
Overige opbrengsten
305
In de overige opbrengsten zijn de opbrengsten uit de samenwerking met Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) opgenomen. Dit is een samenwerking op het gebied van scholingen en de gezamenlijke meldkamer. Door het opnemen van de opbrengsten van deze samenwerking zijn de overige opbrengsten gestegen met € 305.000,-.
Personeelskosten
988
De personeelskosten stijgen naar verwachting met 5% als gevolg van indexatie voor 2026. Nu de inrichting van de Meldkamer Oost-Nederland (MKON) duidelijk is geworden qua aantal diensten voor AZGZ, is de formatieruimte hiervoor bijgesteld. De begroting is aangepast op het aantal diensten dat AZGZ zal leveren in 2026. De wijzigingen in het dienstrooster van de meldkamer en het toepassen van de index op de gehele ambulancezorg leiden tot een stijging van de personele kosten met € 953.000,-.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Daarnaast zijn de opleidingskosten voor de samenwerking met Gelderland-Midden verhoogd met € 25.000,-. Hier staan opbrengsten tegenover onder de post Overige bedrijfsopbrengsten. Tot slot zijn de kosten voor maaltijden en consumpties aangepast aan de realisatie van 2023 en 2024 en daarom verhoogd met € 10.000,-.
Kapitaallasten
120
De kapitaallasten zijn in 2026 € 120.000,- hoger dan in de begroting 2025. Dit komt door de aanschaf van nieuwe voertuigen in 2026. De kapitaallasten van die investeringen landen in 2026 maar voor 6 maanden in dat jaar. Daarnaast zijn de geplande investeringen voor repressieve kleding vooruitgeschoven. Hierdoor dalen de afschrijvingskosten voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
Communicatieapparatuur
-194
De daling van de uitgaven aan communicatieapparatuur wordt veroorzaakt door een daling van het aantal softwarepakketten en -licenties en verminderde kosten voor dataverbruik. De kosten voor licenties en software dalen in de begroting 2026 met € 47.000,- ten opzichte van de begroting 2025. Het dataverbruik neemt af met € 147.000,-.
Overige bedrijfskosten
148
De kosten voor doorbelastingen vanuit Bedrijfsvoering stijgen (€ 121.000,-), dit wordt veroorzaakt door een uitbreiding op de afdeling Communicatie en de indexering. Overige verschillen, als gevolg van indexering, zorgen voor een stijging van € 27.000,-.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
7.4 Uiteenzetting financiële positie In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de balanspositie opgenomen. Activa
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
63.865
64.544
63.965
63.132
66.729
70.094
Vaste Activa Materiële vaste activa Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Debiteuren
3.368
3.369
3.369
3.369
3.369
3.369
454
455
455
455
455
455
Uitzettingen Rijksschatkist
9.396
9.396
9.396
9.396
9.396
9.396
Overige vorderingen
3.777
3.778
3.778
3.778
3.778
3.778
0
0
0
0
0
0
0
2.515
626
7
0
0
Liquide middelen
79
79
79
79
79
79
Overlopende activa
1.252
1.252
1.252
1.252
1.252
1.252
Totaal
82.191
85.387
82.919
81.467
85.056
88.422
Debiteuren openbare lichamen
Nog in tarieven te verrekenen Sluitpost (incl. rekeningcourant)
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Passiva
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Res. aanvaardbare kosten RAV
2.945
2.547
2.547
2.547
2.547
2.547
Subtotaal programma RAV
2.945
2.547
2.547
2.547
2.547
2.547
Algemene reserve C&R
3.185
3.097
3.097
3.097
3.097
3.097
105
0
0
0
0
0
Versterking crisisbeheersing
1.240
1.240
1.240
1.240
1.240
1.240
Herziening MJOP
1.936
1.317
698
79
0
0
Duurzaamheid huisvesting
0
610
610
610
610
610
Subtotaal programma C&R
6.466
6.263
5.644
5.025
4.946
4.946
9.635
8.809
8.190
7.571
7.492
7.492
3.411
1.884
745
424
229
753
Niet-actieven
752
457
147
35
0
0
Verlofsparen
3.546
3.646
3.746
3.846
3.946
4.046
7.709
5.987
4.638
4.305
4.175
4.799
57.500
57.000
56.500
56.000
Vaste Passiva Eigen vermogen*
Duurzaamheid
Resultaat
224
Totaal Eigen vermogen Voorzieningen Groot onderhoud
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van > 1 jaar Langlopende leningen
51.650
58.000
Vlottende Passiva Vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Sluitpost (incl. rekening-courant)
0
0
0
0
3.689
6.930
Kortlopende schulden
9.891
9.893
9.893
9.893
9.893
9.893
Overlopende passiva
3.306
3.307
3.307
3.307
3.307
3.307
Totaal
82.191
85.997
83.529
82.077
85.056
88.421
EMU-saldo **
-56.673
-3.224
-1.389
-119
-3.806
-2.741
Tabel 14: verwachte balanspositie * Uitgangspunt is dat het voorstel voor (toekomstige) resultaatbestemming door het Algemeen Bestuur wordt goedgekeurd. De standen zijn vanaf de kolom begroting 2025 bijgewerkt op basis van de jaarrekening 2024 tenzij andere gegevens voorhanden zijn. ** Conform model berekening CBS
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
7.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves Reserves Bedragen * € 1.000,-
Stand eind Storting 2025 2026
Onttrekking 2026
Verwachting ultimo 2026 2027 2028 2029
Algemene reserve C&R
3.097
0
0
3.097
3.097
3.097
3.097
Reserve aanvaardbare kosten
2.547
0
0
2.547
2.547
2.547
2.547
1.240
0
0
1.240
1.240
1.240
1.240
1.317
0
619
698
79
0
0
610
0
0
610
610
610
610
8.809
0
619
8.190
7.571
7.492
7.492
Bestemde reserve versterking crisisbeheersing * Bestemde reserve herziening MJOP Bestemde reserve duurzaamheid huisvesting * Totaal reserves
Tabel 15: stand en verloop reserves * De onttrekkingen uit deze bestemde reserves kunnen niet vooraf nauwkeurig worden bepaald, waardoor deze niet als onttrekking in de bovenstaande tabel zijn opgenomen.
Voorzieningen Bedragen * € 1.000,-
Stand eind 2025
Voorziening groot onderhoud
Storting Onttrekking 2026 2026
Verwachting ultimo 2026 2027 2028 2029
1.884
1.953
3.092
745
424
229
753
Voorziening niet actieven
457
0
310
147
35
0
0
Voorziening verlofsparen
3.646
200
100
3.746
3.846
3.946
4.046
Totaal voorzieningen
5.987
2.153
3.502
4.638
4.305
4.175
4.799
Tabel 16: stand en verloop voorzieningen
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
7.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht Het BBV definieert incidentele baten en lasten als volgt: Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben. Incidentele baten en lasten VRGZ Bedragen * € 1.000,-
2026
2027
2028
2029
Totaal incidentele baten
0
0
0
0
Totaal incidentele lasten
0
0
0
0
Tabel 17: incidentele baten en lasten VRGZ
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
7.7 Investeringsplanning Bedragen * € 1.000,-
Vanuit JR 2024
Begro ting 2025
Gew. Begroting begr. 2026 2025
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Automatisering
0
0
0
0
0
0
0
Inventaris
0
0
0
0
0
0
0
837
0
837
990
1.100
0
1.073
0
0
0
0
0
0
0
Ademlucht
153
276
429
0
0
0
2.467
Repressieve kleding
83
2.145
2.228
160
170
135
450
Totaal PBM
236
2.421
2.657
160
170
135
2.917
Voertuigen
235
1.113
1.348
2.098
3.791
9.446
5.617
Bepakkingen voertuigen
168
288
456
355
964
965
103
Vaartuigen
0
0
0
750
70
0
0
Bepakkingen vaartuigen
0
52
52
0
0
0
0
Containers
0
0
0
0
0
0
0
403
1.453
1.856
3.203
4.555
10.411
5.270
1.476
3.874
5.350
4.353
5.825
10.609
9.260
Inventaris
0
0
0
0
0
0
0
Automatisering
40
20
60
0
26
20
15
Totaal sector Crisisbeheersing
40
20
60
0
26
20
15
Sector Brandweer
Verbindingsmidd. & comm.techn. Vakbekwaamheidsmiddelen
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
Voer- en vaartuigen
Totaal voertuigen
Totaal sector Brandweer Sector Crisisbeheersing
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Bedragen * € 1.000,-
Vanuit JR 2024
Begr 2025
Gew. begr. 2025
Begr 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
158
0
158
0
0
0
0
0
0
0
80
0
0
70
300
0
300
0
400
0
0
0
0
0
0
0
0
0
213
0
213
60
0
0
1.500
0
0
0
0
0
0
0
610
130
740
2.078
493
1.100
493
1.281
130
1.411
2.218
893
1.100
2.063
Automatisering
545
480
1.025
489
570
487
1.064
Inventaris
82
125
207
128
131
133
136
Verbouwingen
20
190
210
244
147
149
152
Gebouwen *
0
0
0
0
0
0
0
Terreinen *
0
0
0
0
0
0
0
Inventaris
0
0
0
0
0
0
0
647
795
1.442
861
848
769
1.353
Voertuigen
0
0
0
0
0
60
0
Totaal Staf
0
0
0
50
0
0
0
3.444
4.819
8.263
7.432
7.591
12.558
12.690
Sector RAV Automatisering Verbindingsmidd. & comm.techn. Repressieve kleding Inventaris Inventaris medisch Verbouwingen Voertuigen Totaal sector RAV Ondersteunende diensten
Vastgoed
Totaal Bedrijfsvoering Staf
Totaal investeringsplanning
Tabel 18: investeringsplanning
* De investeringen in brandweerkazernes worden separaat behandeld binnen het regionaal huisvestingsonderzoek en zijn tot besluitvorming uit de investeringsplanning verwijderd.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
8 Bijlagen
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
8 Bijlagen 8.1 Bijdragen deelnemende gemeenten* Gemeenten
Aantal inwoners**
Bijdrage 2025***
Index 2025 (4,66%)
Bijdrage 2026
Berg en Dal
35.515
2.978.520
138.799
3.117.319
Beuningen
26.725
1.811.023
84.394
1.895.417
Buren
27.896
2.750.162
128.157
2.878.319
Culemborg
30.196
2.519.337
117.401
2.636.738
Druten
19.776
1.388.817
64.719
1.453.536
Heumen
16.936
1.551.579
72.304
1.623.883
Maasdriel
26.278
2.263.670
105.487
2.369.157
Neder-Betuwe
25.965
2.085.610
97.189
2.182.799
Nijmegen
189.500
17.904.515
834.350
18.738.865
Tiel
42.600
3.407.419
158.786
3.566.205
West Betuwe
53.306
5.088.282
237.114
5.325.396
West Maas en Waal
20.524
1.851.463
86.278
1.937.741
Wijchen
42.281
3.276.006
152.662
3.428.668
Zaltbommel
30.600
2.667.184
124.291
2.791.475
Totaal
588.098
51.543.587
2.401.931
53.945.518
Tabel 19: overzicht gemeentelijke bijdrage 2026 * ** ***
De verdeling is gebaseerd op de huidige kostenverdeelsystematiek d.d. februari 2025 Bron: inwonersaantallen uit de Begrotingsrichtlijnen 2026 voor gemeenschappelijke regelingen in de regio Nijmegen (BRN) De in 2025 opgelegde bezuinigingstaaktelling van € 150.000,- is reeds verwerkt in de gemeentelijke bijdrage van 2025
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
59
Gemeenten
Aantal inwoners*
Gemeentelijke bijdrage 2026
Gemeentelijke bijdrage 2027
Herziening MJOP
Gemeentelijke bijdrage 2028
Herziening MJOP
Gemeentelijke bijdrage 2029
Berg en Dal
35.515
3.117.319
3.117.319
31.205
3.148.524
4.565
3.153.089
Beuningen
26.725
1.895.417
1.895.417
18.973
1.914.390
2.776
1.917.166
Buren
27.896
2.878.319
2.878.319
28.812
2.907.131
4.215
2.911.346
Culemborg
30.196
2.636.738
2.636.738
26.394
2.663.132
3.861
2.666.993
Druten
19.776
1.453.536
1.453.536
14.550
1.468.086
2.129
1.470.215
Heumen
16.936
1.623.883
1.623.883
16.255
1.640.138
2.378
1.642.516
Maasdriel
26.278
2.369.157
2.369.157
23.716
2.392.873
3.469
2.396.342
Neder-Betuwe
25.965
2.182.799
2.182.799
21.850
2.204.649
3.197
2.207.846
Nijmegen
189.500
18.738.865
18.738.865
187.578
18.926.443
27.442
18.953.885
Tiel
42.600
3.566.205
3.566.205
35.698
3.601.903
5.222
3.607.125
West Betuwe
53.306
5.325.396
5.325.396
53.308
5.378.704
7.799
5.386.503
West Maas en Waal
20.524
1.937.741
1.937.741
19.397
1.957.138
2.838
1.959.976
Wijchen
42.281
3.428.668
3.428.668
34.321
3.462.989
5.021
3.468.010
Zaltbommel
30.600
2.791.475
2.791.475
27.943
2.819.418
4.088
2.823.506
Totaal
588.098
53.945.518
53.945.518
540.000
54.485.518
79.000
54.564.518
Tabel 20: overzicht gemeentelijke bijdrage 2026 - 2029
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
60
Toelichting op de wijzigingen
Index 2026 Indexering van de gemeentelijke bijdrage vindt plaats op basis van de in de financiële spelregels genoemde rekenmethodiek (zie paragraaf 8.5).
Herziening MJOP De in 2023 uitgevoerde herziening van het meerjarenonderhoudsplan heeft geleid tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 619.000,-. Ten laste van het positieve resultaat van 2023 is een bestemde reserve gevormd om deze uitzetting de komende jaren te dekken. Begin 2028 resteert in deze reserve echter nog een bedrag van € 79.000,- het resterende gedeelte van de uitzetting van de dotatie (€ 540.000,-) zal vanaf dat moment aan de gemeentelijke bijdrage worden toegevoegd. Met ingang van 2029 wordt de bijdrage verhoogd met € 79.000,- zodat vanaf 2029 het volledige bedrag van € 619.000,- onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke bijdrage.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
61
8.2 Baten en lasten per taakveld Baten en lasten per taakveld VRGZ bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
50.472
44.740
5.732
53.139
48.091
5.048
55.609
49.895
5.714
6
5
1
0
0
0
0
0
0
Volksgezondheid
35.918
31.731
4.187
36.303
31.166
5.137
37.359
32.002
5.357
Algemene uitkeringen
9.303
0
9.303
9.994
0
9.994
9.292
0
9.292
Treasury
0
-258
258
0
160
-160
0
287
-287
Overhead
4.162
24.159
-19.997
4.159
25.001
-20.842
4.249
24.943
-20.694
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
99.861
100.377
-516
103.595
104.534
-939
106.507
107.126
-619
967
227
740
724
0
724
619
0
619
100.828
100.604
224
104.319
104.419
-100
107.126
107.126
0
Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 21: baten en lasten per taakveld VRGZ
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
62
Baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
55.609
49.895
5.714
55.609
49.895
56.149
49.895
56.228
49.895
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Volksgezondheid
37.359
32.002
5.356
37.359
32.002
37.359
32.002
37.359
32.002
Algemene uitkeringen
9.292
0
9.292
9.292
0
9.292
0
9.292
0
Treasury
0
287
-287
0
287
0
287
0
287
Overhead
4.249
24.943
-20.694
4.249
24.943
4.249
24.943
4.249
24.943
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
106.507
107.126
-619
106.507
107.126
107.047
107.126
107.126
107.126
619
0
619
619
0
79
0
0
0
107.126
107.126
0
107.126
107.126
107.126
107.126
107.126
107.126
Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 22: baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
63
Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
50.472
44.740
5.732
53.139
48.091
5.048
55.609
49.895
5.714
6
5
1
0
0
0
0
0
0
Algemene uitkeringen
9.303
0
9.303
9.994
0
9.994
9.292
0
9.292
Overhead
4.162
19.574
-15.412
4.159
19.865
-15.706
4.249
19.586
-15.338
Treasury
0
-258
258
0
160
-160
0
287
-287
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
63.943
64.061
-118
67.292
68.116
-824
69.149
69.768
-619
967
227
740
724
0
839
619
0
619
64.910
64.288
622
68.016
68.116
-100
69.768
69.768
0
Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 23: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
64
Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
55.609
49.895
5.714
55.609
49.895
56.149
49.895
56.228
49.895
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Algemene uitkeringen
9.292
0
9.292
9.292
0
9.292
0
9.292
0
Overhead
4.249
19.586
-15.338
4.249
19.586
4.249
19.586
4.249
19.586
Treasury
0
287
-287
0
287
0
287
0
287
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
69.149
69.768
-619
69.149
69.768
69.689
69.768
69.768
69.768
619
0
619
619
0
79
0
0
0
69.768
69.768
0
69.768
69.768
69.768
69.768
69.768
69.768
Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 24: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
65
Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
35.918
31.731
4.187
36.303
31.166
5.137
37.759
32.002
5.357
Algemene uitkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overhead
0
4.585
-4.585
0
5.137
-5.137
0
5.357
-5.357
Treasury
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
35.918
36.316
-398
36.303
36.303
0
37.359
37.359
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
35.918
36.316
-398
36.303
36.303
0
37.435
37.435
0
Volksgezondheid
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 25: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
66
Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
37.359
32.002
5.357
37.359
32.002
37.359
32.002
37.359
32.002
Algemene uitkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overhead
0
5.357
-5.357
0
5.357
0
5.357
0
5.357
Treasury
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
37.359
37.359
0
37.359
37.359
37.359
37.359
37.359
37.359
0
0
0
0
0
0
0
0
0
37.359
37.359
0
37.359
37.359
37.359
37.359
37.359
37.359
Volksgezondheid
Saldo van baten en lasten Mutaties bestemde reserves Resultaat
Tabel 26: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
67
8.3 Begrotingswijzigingen 2025 In onderstaande paragrafen zijn de wijzigingen verwerkt die zich hebben voorgedaan nadat de begroting 2025 is vastgesteld. Het betreft kostenneutrale verschuivingen en mutaties in de bestemde reserves die voortvloeien uit de realisatie 2024.
Verschuivingen De verschuivingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie en zijn budgettair neutraal.
Mutaties bestemde reserves In 2024 is minder uitgegeven aan de aanpassingen om te voldoen aan de aangescherpte wettelijke normen voor diesel motor emissie (€ 75.000,-) en zijn de kosten voor de transitie naar fluorvrij SVM voor de blusboten doorgeschoven naar 2025, waardoor in 2025 de budgetten van respectievelijk Huisvestingskosten en Wagenpark en werkmaterieel met deze bedragen zijn opgehoogd en de begrote vrijval van de bestemde reserve duurzaamheid in 2025 € 105.000,- bedraagt.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
68
Begrotingswijzigingen Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-
Begroting 2025
Verschuivingen
Mutaties bestemde reserves
Gewijzigde begroting 2025
Rijksbijdragen
10.378
0
0
10.378
Gemeentelijke bijdragen
51.544
0
0
51.544
Opbrengsten bedrijfsvoering
4.159
0
0
4.159
Overige opbrengsten
1.191
20
0
1.211
Totaal baten
67.272
20
0
67.292
Personeelslasten
48.822
-142
0
48.680
Kapitaallasten
7.154
14
0
7.168
Wagenpark
2.422
8
30
2.460
Communicatieapparatuur
3.328
11
0
3.339
Huisvestingskosten
4.924
0
75
4.999
Overige bedrijfskosten
1.092
129
0
1.221
Onvoorzien
239
0
0
239
Rentebaten en -lasten
160
0
0
160
Bezuinigingstaakstelling
-150
0
0
-150
67.991
20
105
68.116
Saldo van baten en lasten
-719
0
-105
-824
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
619
0
105
724
Resultaat
-100
0
0
-100
Baten
Lasten
Totaal lasten
Tabel 27: begrotingswijzigingen 2025 C&R
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Begrotingswijzigingen RAV bedragen x € 1.000,-
Begroting 2025
Verschuivingen
Gewijzigde begroting 2025
35.838
0
35.838
Rijksbijdragen
285
0
285
Overige opbrengsten
180
0
180
36.303
0
36.303
Personeelslasten
28.595
44
28.639
Kapitaallasten
1.677
0
1.677
Wagenpark
1.153
0
1.153
Communicatieapparatuur
692
0
692
Huisvestingskosten
49
-44
5
Overige bedrijfskosten
4.137
0
4.137
Totaal lasten
36.303
0
36.303
Saldo van baten en lasten
0
0
0
Toevoegingen reserves
0
0
0
Onttrekkingen reserves
0
0
0
Resultaat
0
0
0
Baten Budget aanvaardbare kosten
Totaal baten Lasten
Tabel 28: begrotingswijzigingen 2025 RAV
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
8.4 Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding Realisatie 2024
Begroting Begroting 2025 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Formatie
0,64
0,66
0,66
0,66
0,66
0,66
Bezetting
0,64
0,61
0,61
0,61
0,61
0,61
Apparaatskosten
112
117
119
119
119
119
Externe inhuur
7%
3%
2%
2%
2%
2%
Overhead
24%
23%
22%
22%
22%
22%
Tabel 29: beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding
Beleidsindicatoren programma RAV Realisatie 2024
Begroting Begroting 2025 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Formatie
0,43
0,42
0,41
0,41
0,41
0,41
Bezetting
0,38
0,38
0,36
0,36
0,36
0,36
Apparaatskosten
63
62
64
64
64
64
Externe inhuur
11%
3%
3%
3%
3%
3%
Overhead
13%
14%
14%
14%
14%
14%
Tabel 30: beleidsindicatoren programma RAV
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
8.5 Financiële spelregels In deze paragraaf zijn de spelregels en grondslagen opgenomen die de VRGZ hanteert op het gebied van financiën.
Spelregels Bij het budgethouderschap zoals bij de VRGZ is ingericht horen een aantal spelregels die een richtinggevende werking hebben op de handelingswijze bij inhoudelijke en financiële vraagstukken. Deze spelregels zijn hieronder opgenomen.
Begroten Bij het opstellen van de begroting hanteert de VRGZ onderstaande uitgangspunten.
P&C-cyclus De P&C-cyclus van de VRGZ bestaat uit een vooraf opgestelde begroting. De verantwoording vindt plaats via twee tussentijdse rapportages en een jaarrekening.
Relatie beleid-financiën De VRGZ heeft de ambitie om bij het begroten het zicht op de relatie tussen de inhoud en het budget te kunnen bieden: ▪
Dit stelt het Algemeen Bestuur, colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden, met respect voor ieders verantwoordelijkheid, beter in staat om politiek-bestuurlijke discussies te voeren die niet alleen over geld gaan, maar vooral over de inhoud.
▪
Dit betekent dat het management van de VRGZ verbinding zal zoeken met de portefeuillehouders, leden van het Algemeen Bestuur en de raden om hierbij inzicht en betrokkenheid te creëren.
▪
Daardoor kunnen bestuurders invulling geven aan hun rollen en taken binnen het Algemeen Bestuur en daarbuiten in de colleges en raden.
Structureel sluitende begroting De meerjarenbegroting is structureel sluitend, de laatste van de vier jaarschijven is altijd structureel sluitend. Daarbij wordt bij het begroten uitgegaan van onderstaande punten. ▪
Behoedzame, reële ramingen.
▪
Tegenover structurele uitgaven kunnen geen incidentele inkomsten of incidentele meevallers staan.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪
Loonindex
Voor de loonindex wordt het Centraal Economisch Plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪
de CAR (UWO) Veiligheidsregio’s;
▪
de pensioenpremies vanuit het ABP;
▪
de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen).
Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪
Materiële index
Ook voor de materiële index wordt het Centraal Economisch Plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis. Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪
Verhouding loonindex/materiële index
De VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan.
Prijspeilaanpassingen Prijspeilaanpassingen worden budgettair neutraal behandeld, dus binnen de ruimte die door de indexering van de gemeentelijke bijdrage ontstaat.
Uitzettingen Er zijn drie typen uitzettingen van de begroting die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten:
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
▪
nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;
▪
buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;
▪
autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio.
Onvoorzien Uit de post Onvoorzien worden geen structurele uitgaven gedaan. De VRGZ begroot de post Onvoorzien voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op 0,35% van de begrote baten.
Verantwoording kosten bedrijfsvoering Conform BBV wordt de overhead apart inzichtelijk gehouden en gerapporteerd.
Tussentijdse begrotingswijzigingen Wijzigingen binnen financiële kaders Gezien de financiële risico’s die er worden gelopen en onzekere toekomstige ontwikkelingen moet er behoedzaam om gegaan worden met financiële mee- en tegenvallers. Daarom blijven er inspanningen gaande omtrent: ▪
het bestaande financiële beleid zorgvuldig na te leven en jaarlijks bij de jaarrekening een zo gunstig mogelijk financieel resultaat te behalen. Dat houdt in een kostenbewuste houding en bijbehorend gedrag;
▪
tegenvallers door hogere lasten of lagere baten door verlaging van lasten binnen de sectoren of afdelingen op te vangen;
▪
bestemming van niet-voorziene voordelen in de exploitatie gedurende het jaar ter besluitvorming aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voor te leggen.
In geval het Directieteam (DT) een voorstel doet om extra geld uit te geven aan nieuwe beleidsontwikkelingen op een ander moment dan bij de integrale afweging bij de begroting, moet solide dekking worden aangewezen. Tenzij er sprake is van externe dekking moet in het voorstel aangegeven worden welk bestaand beleid moet worden geschrapt of verminderd. Wijzigingen binnen financiële kaders worden in principe niet voorgelegd voor zienswijze aan de raden. Als gewijzigd of nieuw beleid politiek gezien een belangrijk onderwerp betreft kan het Dagelijks Bestuur besluiten de wijziging voor zienswijze aan de raden voor te leggen.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Wijzigingen buiten de financiële kaders Als een wijziging substantieel is (boven de € 25.000,-) dan zijn er twee typen uitzettingen in de vorm van tussentijdse begrotingswijziging die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪
buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;
▪
autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet- en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid.
Aangezien deze wijzigingen buiten de financiële kaders vallen hebben ze dus invloed op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage en worden voorgelegd voor zienswijze aan de raden.
Resultaatbestemming Als in de jaarrekening sprake is van meevallers door hogere baten of lagere lasten dan worden eerst vereiste bestemmingsreserves gevormd en de streefnorm aangevuld. Wat daarna nog resteert wordt aan de gemeenten terugbetaald. Bij een negatief resultaat wordt eerst het weerstandsvermogen aangesproken. Mocht dit onvoldoende zijn dan wordt een beroep gedaan op de gemeenten. Dit wordt hierna uitgewerkt. De VRGZ streeft ernaar in een zo vroeg mogelijk stadium via tussentijdse rapportages het Algemeen Bestuur te informeren over het vormen van bestemde reserves.
Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie Risico’s In 2014 is door de VRGZ de nota Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen opgesteld. Het bestuur nam hierover besluiten in 2015. Elk jaar worden bij de verschillende organisatieonderdelen de risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn gerubriceerd en gewaardeerd. ▪
In de begroting en jaarrekening wordt een cijfermatige samenvatting van de risico-inventarisatie opgenomen met de berekening van het weerstandsvermogen.
▪
In de begroting, jaarrekening en de twee tussentijdse rapportages worden de 10 grootste risico’s toegelicht.
▪
De frequentie van de rapportage over risico’s wordt groter als daar aanleiding voor is.
Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Weerstandscapaciteit ▪
De benodigde weerstandscapaciteit is het resultaat van de gewogen risicocapaciteit van de geïnventariseerde risico’s.
▪
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van de algemene reserve.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit. Als het weerstandsvermogen ontoereikend is om de risico’s af te dekken en naarmate de gecalculeerde risico’s zich voordoen dan zal de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen treffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger. Het weerstandsvermogen bij de VRGZ is bedoeld voor: a) het kunnen opvangen van incidentele financiële tegenvallers zonder direct ingrepen in de begroting te hoeven doen; b) het kunnen opvangen van de eerste klap van structurele financiële tegenvallers waardoor tijd wordt gecreëerd om zorgvuldig af te wegen hoe de structurele doorwerking wordt aangepakt. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding hoger is dan de streefnorm wordt het meerdere teruggestort naar de gemeenten. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder de streefnorm komt zal de VRGZ inspanningen doen deze aan te vullen. In het geval dat de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder € 0,- komt wordt aan de gemeenten gevraagd om het vermogen aan te vullen.