CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-001.1 Bijlage 1a Regionaal Uitvoeringsprogramma 2025 - ODR

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken16.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24

 Hoe borgen we dit? Waar we op letten in de behandeling van aanvragen en meldingen, werken we aan de hand van de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij, conform toetsprotocollen. Dit stelt ons beter in staat om de kwaliteit en uniformering van toetsing te waarborgen. Er vinden regelmatig evaluatiemomenten plaatsvinden om dit te toetsen.  Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In de bijlage wordt in het werkprogramma verder uiteengezet hoeveel tijd de ODR verwacht nodig te hebben voor deze taken.

25

5.2 Toezicht bouw Binnen het werkgebied van ODR worden jaarlijks een groot aantal bouw- en bouw gerelateerde activiteiten uitgevoerd. Dit betreft zowel nieuwbouw als verbouw. Ook worden er regelmatig gebouwen gesloopt. In opdracht van gemeenten houdt de ODR toezicht op de juiste uitvoering van deze activiteiten.  Wat doen we? We zien toe op een juiste uitvoering van de activiteiten bouwen (ook bij evenementen), reclame, slopen, aanleggen, monumenten, leegstand en huisvesting. De werkzaamheden voor toezicht bouw omvatten: - Toezicht omgevingsvergunning bouwactiviteit - Bouwtoezicht omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit - Bouwtoezicht meldingen (gebruik en sloop) - Bouwtoezicht bestaande bouw - Bouwtoezicht juridische procedures - Bouwtoezicht na risicosignalen - Bouwtoezicht inrichtingseisen drank- en horeca - Monumenten - Externe advisering over bouwtoezicht - Interne adviseren over bouwtoezicht - Klachten en meldingen bouw/RO  Hoe doen we dat? We zijn in ons toezicht gericht op het beschermen van een goede kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van risico's en het stimuleren van goed naleefgedrag. We zijn bewust van de preventieve werking die uitgaat van toezicht, waardoor een deel van de overtredingen wordt voorkomen. Ook komt zo in beeld wat buiten ons zicht plaatsvindt en wat ongemerkt tot nadelige gevolgen leidt voor de omgeving of zelfs ondermijnend is.

Hiervoor werken we risicogericht, zijn we zichtbaar in het gebied en handelen we oplossingsgericht naar de bedoeling van regels. Indien nodig, treden we handhavend op tegen overtredingen. Dit doen we zoveel mogelijk door op informele wijze het gesprek aan te gaan en afspraken te maken over herstel van de overtreding. Wordt daarmee niet vlot een oplossing bereikt, of is sprake van een overtreding met acuut gevaar of ander spoedeisend belang, dan treden we daadkrachtig op om de omgeving te beschermen. Hierbij hanteren we sinds 2024 de landelijke handhavings-strategie omgevingsrecht (LHSO). Ons VTH-beleid bevat de activiteiten en aspecten die vanwege het hoge risico bij Toezicht bouw de grootste prioriteit hebben. Te weten: - Calamiteiten met acuut gevaar - Technische voorschriften veiligheid (brand- en constructieve veiligheid) - Technische voorschriften gezondheid - Bedrijfsgebouwen (zoals industrie, landbouw, winkels en horeca) - Maatschappelijke gebouwen (zoals overheid, scholen en zorggebouwen) - Slopen met asbest - Illegale bewoning van bouwwerken niet voor bewoning bestemd - Huisvesting buitenlandse werknemers Als je je aandacht meer richt op het één, is er minder tijd voor het ander. Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. De ODR houdt geen actief toezicht op aspecten of activiteiten met een lage prioriteit.

Bij gemiddelde prioriteit houdt de ODR alleen toezicht op de meest relevante voorschriften (zoals die voor veiligheid en gezondheid).

26

Ook klachten en meldingen handelen we risicogericht af. Meldingen en klachten over activiteiten met een lage of gemiddelde prioriteit zonder relevante risico’s worden niet opgepakt.  Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging in de bouw (Wkb) Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging in werking. De Wet kwaliteitsborging beoogt een betere bouwkwaliteit te bereiken door onder andere strenger toezicht vanuit een private partij en een betere aansprakelijkheidsregeling. Ook voor toezicht bouw geldt dat voor het eerste jaar na inwerkingtreding in het teken stond van het optimaliseren en continu verbeteren van het kwaliteitsproces. Systemen en processen van ODR zijn hier op aangepast. In 2025 maakt het werken met de Wkb ook onderdeel uit van ons werkpakket.  Focuspunten 2025 Voor toezicht bouw zijn voor 2025 een drietal focuspunten van belang: - Verminderen van CO2 uitstoot door woningen (focuspunt 4) - Minder asbestverontreiniging (focuspunt 5) - Huisvesting internationale werknemers (focuspunt 6) Tijdens de uitvoering van onze reguliere werkzaamheden focussen we ons extra op deze punten. Hieronder lichten we dat kort toe: Verminderen van CO2 uitstoot door woningen Toezicht bouw blijft zich dit jaar extra richten op het aspect duurzaamheid. En dan met name op nieuwbouw categorie 2 en hoger, vanaf een bouwsom van €250.000,-.

Tijdens de bouw zal de ODR een extra controle uitvoeren op de toegepaste materialen en andere BENG uitgangspunten uit het ontwerp. Ook is gebleken dat bij het berekenen van de energieprestatie vaak extra bouwkundige maatregelen nodig zijn om bij nieuwbouw onder de grenswaarde te blijven. Hierdoor zal er steeds meer gebruik worden gemaakt van warmtepompen en airco’s. Daarom zal de ODR ter voorkoming van geluidsklachten tijdens de bouw extra aandacht hiervoor hebben. Daarnaast wil de ODR scherper toezicht houden op de verleende vergunningen voor het verduurzamen van monumenten, waarbij de ODR wil voorkomen dat monumenten worden aangetast. De ODR gaat zich richten op notoire overtreders. Hiervoor wil de ODR met toepassing van het Landelijke handhaving Strategie Omgevingsrecht steviger inzetten op handhaving. Dit betekent dat de ODR bij ernstige overtredingen werkzaamheden stillegt en een last onder dwangsom oplegt. Zo nodig treedt de ODR strafrechtelijk op door een proces-verbaal op te leggen.  Hoe borgen we dit? Bij het houden van toezicht, werken we aan de hand van de vaste toezichts- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij, conform toezichtprotocollen. Dit stelt ons beter in staat om de kwaliteit en uniformering van toezicht te waarborgen. Ook vinden er regelmatig evaluatiemomenten plaatsvinden om dit te toetsen.

 Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In het werkprogramma is uitgewerkt hoeveel tijd de ODR per producten en per gemeente verwacht te besteden aan het uitvoeren van deze taak. Het werkprogramma is terug te vinden in de bijlage.

27

6. Taken binnen de keten milieu Binnen de keten milieu worden de volgende taken uitgevoerd: - Omgevingsvergunning milieu - Toezicht milieu Vanuit de teams Juridische Zaken, Advies en Bodem wordt een vakinhoudelijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van deze taken. Voor en invulling van deze taken wordt verwezen naar hoofdstuk 0 In dit hoofdstuk beschrijven we per taak welke werkzaamheden we in 2025 gaan uitvoeren. De werkzaamheden voortkomend uit de focuspunten zijn hierin ook opgenomen.

6.1 Milieuvergunningverlening Binnen het werkgebied van ODR wordt een groot aantal milieubelastende activiteiten uitgevoerd door bedrijven (inrichtingen). ODR heeft namens haar gemeenten de taak een bijdrage te leveren aan het behoud van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit doet ODR onder andere door vooraf te toetsen of bepaalde milieubelastende activiteiten mogen worden uitgevoerd en zo ja onder welke voorwaarden. Soms is hiervoor een vergunning vereist. Meestal kan dat door vooraf een milieumelding in te dienen. Binnen het ODR gebied zijn ca. 300 vergunningplichtige bedrijven en 7000 meldingsplichtige bedrijven actief.  Wat doen we? De ODR beoordeelt aanvragen en meldingen die zien op milieubelastende activiteiten. De werkzaamheden voor omgevingsvergunning bouw omvatten: - Vooroverleg/omgevingstafel (milieudeel) - Ontheffing APV - Behandelen aanvragen vergunning plichtige milieubelastende activiteiten - Intrekken milieubelastende activiteiten(milieudeel) - Beoordelen meldingen milieubelastende activiteiten (milieudeel Activiteitenbesluit) - Opstellen maatwerkvoorschriften/ beoordelen gelijkwaardigheid - Wettelijke adviseren van derden (milieudeel) - Adviseren m.b.t. milieubelastende activiteit (milieudeel) intern - Adviseren m.b.t.

milieubelastende activiteit (milieudeel) extern - Actualiseren voorschriften vergunning plichtige milieubelastende activiteiten(milieudeel)  Hoe doen we dat? Bij het uitvoeren van onze taak richten we ons op het voorkomen van risico’s voor de leefomgeving. Het is belangrijk dat de initiatiefnemer begrijpt waarom bepaalde regels belangrijk zijn en welke belangen daarmee beschermd worden. Dat vergroot het omgevingsbewustzijn en de bereidheid om hier meer rekening mee te houden. Daarom hebben we veel aandacht voor communicatie, participatie en samenwerking. Dit vergroot de bekendheid met regels, acceptatie van regels en verantwoordelijkheid voor naleving van regels. We geven de voorkeur aan persoonlijk contact, treden graag in overleg en beoordelen aanvragen vanuit ‘ja, mits’. Bij de inhoudelijke beoordeling van aanvragen en meldingen richten we ons vooral op de meest risicovolle aspecten. Aspecten die weinig risico veroorzaken beoordelen we slechts op hoofdlijnen. Het bundelen van digitale informatie vormt hierbij een uitgangspunt. Bij de analyse van deze digitale informatie, kunnen potentiële risico’s beter gesignaleerd worden waardoor een interventie sneller en efficiënter kan plaatsvinden. De genoemde digitale informatie zal o.a. beschikbaar worden gesteld is kaartlagen per (en eventueel gekoppeld) thema.

28

Ook worden alle meldingen en aanvragen integraal getoetst. Dit betekent dat er niet alleen een milieutoets wordt uitgevoerd maar dat er ook altijd een bestemmingsplantoets en een bouwtoets. Hiermee voorkomen we dat er valse verwachtingen worden gewekt door toestemming te verlenen terwijl er strijdigheid is met het bestemmingsplan of er ook nog een bouwvergunning aangevraagd of bouwmelding ingediend moet worden. Deze integrale benadering sluit al aan bij de werkwijze onder de Omgevingswet. Ons VTH-beleid bevat de activiteiten en aspecten die vanwege het hoge risico bij omgevingsvergunningen de grootste prioriteit hebben. Te weten: - Calamiteiten met acuut gevaar - Afval - Bodem - (Externe) veiligheid - Lucht(kwaliteit) Als je je aandacht meer richt op het één, is er minder tijd voor het ander. Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Lage prioriteiten beoordelen we op basis van onze kennis en ervaring slechts op hoofdlijn. Bij gemiddelde prioriteit toetsen we alleen de meest relevante aspecten inhoudelijk (zoals die voor veiligheid en gezondheid).  Omgevingswet 2024 was het eerste jaar waarin de Omgevingsdienst volgens de Omgevingsdienst heeft gewerkt. Dit was een overgangsjaar omdat er, naast de nieuwe zaken, ook zaken volgens de oude regelgeving moesten worden afgehandeld.

In 2025 verwacht de ODR dat de afstemming rondom procedures en toetsingskaders soepeler verloopt. De nadruk zal in dit jaar echt komen te liggen op aanvragen volgens de nieuwe wetgeving. Hierbij wordt een aantal aanpassingen verwacht in de wetgeving. Voortschrijdend inzicht heeft geleid tot een aantal aanpassingen in de landelijke regelgeving. Een voorbeeld hiervan is de regelgeving die medio 2025 wordt rondom Energie Opslagsystemen.  Actuele vergunningen Door verandering in wetgeving of door nieuwe technieken kan het gebeuren dat een verleende vergunning niet meer actueel is. In dat geval is actualisatie van de bestaande vergunning gewenst. De ODR streeft er naar dat 90% van de verleende vergunningen actueel is. Een aantal jaren terug was dit nog 70%. De afgelopen jaren hebben we hier een inhaalslag gemaakt waardoor het aantal actuele vergunningen elk jaar met 5% á 6% is toegenomen. Eind 2023 verwachtten we op ruim 80% actuele vergunningen te zitten. Doelstelling is om in 2025 minimaal 90% van de verleende vergunningen actueel te hebben.  Stikstof ODR heeft voor de regio een eigen stikstofkaart ontwikkeld. Deze wordt bijgehouden en verder doorontwikkeld. Hiermee wordt duidelijk welke bedrijven een cruciale rol spelen bij de aanpak van de stikstofproblematiek.

Deze bedrijven komen (na overleg) mogelijk in aanmerking voor het intrekken, wijzigen of actualiseren van de omgevingsvergunning. Naar aanleiding van de landelijke regelgeving heeft een aantal piekbelasters uit onze regio zich gemeld. Dit heeft geleid tot een aantal aanvragen of overleggen waarbij gekeken wordt naar mogelijke intrekkingen/wijzigingen. Op dit onderwerp blijft samenwerking met de Provincie van groot belang.

29

 Focuspunten 2025 Voor Omgevingsvergunning milieu zijn voor 2025een tweetal focuspunten van belang: - Zeer Zorgwekkende Stoffen verminderen (focuspunt 1) - Beter zicht op milieubelastende activiteiten (focuspunt 2) Tijdens de uitvoering van onze reguliere werkzaamheden focussen we ons extra op deze punten. Hieronder lichten we dat kort toe:

-

Zeer Zorgwekkende Stoffen (focuspunt 1) In 2025 is het verder verminderen van ZZS een focuspunt bij milieuvergunningen. Doel is een gezonde leefomgeving door emissies van ZZS naar de leefomgeving zoveel mogelijk te vermijden en als dat niet lukt te verminderen. Hiervoor gaan we binnen het hoofdproces milieuvergunningen de volgende activiteiten uitvoeren: - We actualiseren waar mogelijk en nodig vergunningen op de emissie van ZZS of leggen maatwerkvoorschriften op. - We besteden meer aandacht aan de mogelijke aanwezigheid en emissie van ZZS. Zo vragen we eerder en vaker productinformatiebladen op en beoordelen deze op de aanwezigheid van ZZS. - We geven informatie aan bedrijven om hen bewust te maken van het gebruik van ZZS en hen te helpen bij het vermijden of minimaliseren daarvan. - We werken samen met de teams toezicht milieu, advisering en bodem aan het inventariseren van bedrijven die ZZS gebruiken of in het verleden hebben gebruikt en met de emissies daarvan. - Beter zicht op milieubelastende activiteiten (focuspunt 2) Ook in 2026 ligt de focus op het in beeld brengen van, bij ODR, onbekende milieubelastende activiteiten. Hiervoor wordt nauw samengewerkt met milieutoezicht. Met name op het onderdeel ruimtelijk milieutoezicht waarbij bedrijventerreinen en andere gebieden of branches worden onderzocht op de aanwezigheid van onbekende activiteiten.

Dit leidt er toe dat we een steeds vollediger en actueler beeld krijgen van welke milieubelastende activiteiten zich waar voordoen en dat we bedrijven kunnen informeren over de milieuregels waaraan zij moeten voldoen. Als gevolg hiervan zie we het werkaanbod voor het team vergunningen milieu elk jaar met 5% á 10% toenemen. Gezien de plannen voor ruimtelijk milieutoezicht verwachten we ook in 2025 een dergelijke toename van het aantal meldingen en/of vergunningen  Hoe borgen we dat? We streven er naar de kwaliteit van onze producten continue te verbeteren. Dit geldt ook voor de taken die horen bij Omgevingsvergunning milieu. Dat doen we onder andere door: - Een collegiale toets te laten uitvoeren op alle voorschriften - Een juridische toets te laten uitvoeren op de considerans door een jurist van het team Juridische ondersteuning - Een handhaafbaarheidstoets te laten uitvoeren door een milieutoezichthouder - Een gezamenlijke opleveringscontrole uit te voeren samen met een milieutoezichthouder zodat er sprake is van een warme overdracht van vergunningverlening naar toezicht.  Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In het werkprogramma (in bijlage) is aangegeven hoeveel tijd we in 2025 per producten en per gemeente verwachten te besteden aan het uitvoeren van deze taak.

30

6.2 Toezicht Milieu Binnen het werkgebied van ODR wordt een groot aantal milieubelastende activiteiten uitgevoerd. ODR heeft namens haar gemeenten de taak een bijdrage te leveren aan het behoud van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit doet ODR onder andere door toezicht te houden op deze milieubelastende activiteiten.  Wat doen we? De werkzaamheden voor toezicht milieu omvatten: - Milieutoezicht administratief - Diepgaand administratief toezicht - Themacontrole - Activiteitencontrole regulier en risicovol bedrijf - Hercontrole - Milieutoezicht t.b.v. juridische procedures - Milieutoezicht advies extern - Milieutoezicht advies intern - Externe advisering milieu - Interne adviseren milieu - Klachten en meldingen milieu  Hoe doen we dat? Bij de programmering van het milieutoezicht hanteert ODR het 3E model. Dit model helpt ons om Efficiënter, Effectiever en met meer Energie het milieutoezicht op de volgende 71 onderdelen risicogericht uit te voeren: 1. Toezicht op bedrijven met een hoog milieurisico (risicovolle bedrijven) 2. Toezicht op bedrijven met een gemiddeld milieurisico (Branchetoezicht) 3. Toezicht op overige/onbekende milieubelastende activiteiten (Ruimtelijk milieutoezicht) 4. Energietoezicht 5. Toezicht groen & ecologie 6. Toezicht indirecte lozingen 7.

Ketentoezicht In onderstaande paragraven wordt het milieutoezicht in 2025 uitgewerkt. Hierbij worden de indeling en uitgangspunten van het 3E model gehanteerd.  Risico indeling bedrijven Bij het milieutoezicht op bedrijven wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijven met een hoog, gemiddeld of laag milieurisico. Milieurisico Hoog

Welke bedrijven Alle risicovolle bedrijven inclusief gemeentelijk complexe bedrijven

Wijze van toezicht Programmatisch Minimaal 1 x per 3 jaar

Gemiddeld

Meldingplichtig

Branche-, thema- of activiteitgericht

Laag

Niet meldingplichtig

Piepsysteem (of eventueel vanuit energietoezicht of ruimtelijk milieutoezicht)

1

Voorheen waren dit 8 onderdelen maar medio 2023 is er een apart bodemteam gestart en is het bodemtoezicht daar onder gebracht.

31

Er heeft een landelijk onderzoek plaatsgevonden naar andere manieren van risico-indeling. In 2025 wordt een beslissing genomen over het aanpassen van de risico-indeling bij de Omgevingsdienst Rivierenland. Hierin wordt afgewogen of risicogericht toezicht kan worden toegepast op het hele bedrijvenbestand van de ODR  Onvoorziene werkzaamheden In dit uitvoeringsprogramma is voor milieutoezicht geen ruimte gereserveerd voor onvoorziene werkzaamheden zoals gerichte milieucontroles naar aanleiding van een signaal of melding of bijvoorbeeld een nieuwe vergunning of melding. Uit ervaring weten we dat er over het algemeen voldoende mogelijkheden zijn om deze onvoorziene werkzaamheden binnen het bestaande programma op te vangen. Bijvoorbeeld door te schuiven binnen het programma of door de uitvoering hiervan te combineren met andere werkzaamheden. Op basis van het ingeschatte milieurisico wordt bij deze onvoorziene werkzaamheden wel altijd bekeken of directe actie vereist is dan wel dat de actie kan worden meegenomen in het programma van het jaar daarop.  Informatie gestuurd werken / risicoanalyses Binnen het toezicht gaan we steeds meer informatie gestuurd werken. Het verzamelen, verrijken en analyseren van data over risico’s vormt dan ook een steeds belangrijker onderdeel van het toezicht. Om hier invulling aan te geven wordt een data-analist ingezet.

Deze kan voor het team milieutoezicht de informatie verzamelen, verrijken en analyseren ten behoeve van het milieutoezicht. Dit past tevens in de ontwikkeling van ODR naar meer informatie gestuurd werken. - Rouleren van toezichthouders Het is wenselijk, en vanuit de kwaliteitsoogpunt ook noodzakelijk, om regelmatig van toezichthouder bij een bedrijf te wisselen. Op deze manier worden mogelijke blinde vlekken voorkomen en wordt voorkomen dat er een te nauwe band ontstaat tussen toezichthouder en bedrijf. ODR hanteert hierbij het volgende beleid:  Alle risicovolle bedrijven rouleren minimaal één keer per 4 jaar;  Alle niet risicovolle bedrijven rouleren altijd na een Activiteitencontrole regulier. Dus een Activiteitencontrole regulier en daarna een themacontrole of klacht door dezelfde toezichthouder mag wel.  Toezicht op bedrijven met een hoog risico Een aantal bedrijven binnen het ODR gebied waarvoor de gemeente bevoegd gezag is heeft vanwege de aard en omvang van de uitgevoerde activiteiten een hoog milieurisico. Deze bedrijven hebben het label risicovol. Bij risicovolle bedrijven wordt het milieutoezicht programmatisch uitgevoerd. Momenteel houdt ODR milieutoezicht op 266 risicovolle bedrijven. De lijst met risicovolle bedrijven is een dynamische lijst die actief beheerd wordt. In 2025 wordt ca. 5000 uur besteed aan het toezicht op risicovolle bedrijven.

-

Activiteitencontrole risicovol bedrijf Bij alle risicovolle bedrijven wordt (m.u.v. vuurwerkbedrijven) een activiteitencontrole risicovol bedrijf uitgevoerd. De frequentie varieert van minimaal 1 keer per 3 jaar tot maximaal 2 keer per jaar2. Dit is afhankelijk van de hoogte van het totale milieurisico van het bedrijf.

2

Bij aandachtsbedrijven volstaat 2 keer per jaar vaak niet. In die gevallen wordt het budget excessen complexe bedrijven hiervoor aangesproken. Wanneer de problematiek bij een bedrijf langer duurt wordt dit via een maatwerkopdracht geregeld.

32

-

Gelders programma gemeentelijk complexe handhaving Gemeentelijk complexe bedrijven zijn de meest vervuilende risicovolle bedrijven binnen onze regio. Binnen ons werkgebied zijn dit 35 bedrijven. Het toezicht op deze bedrijven wordt sinds 2024 uitgevoerd aan de hand van het Gelders programma gemeentelijk complexe handhaving. Binnen dit programma is een intensiever controleregime afgesproken dan voorgaande jaren door ODR werd gehanteerd. Bedrijven worden aan de hand van een toezichtplan elk jaar minimaal één keer of vaker gecontroleerd en de controles zijn ook uitgebreider en diepgaander op bepaalde risicoaspecten.

-

Vuurwerk verkooppunten Op grond van de vastgestelde criteria zijn ook de vuurwerk verkooppunten risicovol. Wanneer we kijken naar de uitkomst van de risicoscore zouden deze bedrijven bijna allemaal 1 x per 3 jaar gecontroleerd moeten worden. Vanuit maatschappelijk oogpunt is dat niet gewenst. Vandaar dat er voor gekozen is de vuurwerk verkooppunten toch jaarlijks twee keer te controleren maar met een minder uitgebreide themacontrole. In 2025 zullen we steekproefsgewijs een dag voor de verkoop onaangekondigd gaan controleren omdat we signalen hebben dat op dat moment de opslag vaal niet voldoet.

-

Diepgaand administratieve controles Bij een aantal bedrijven is het nodig, aanvullend diepgaand administratief onderzoek uit te voeren. Dit betreft de afvalbedrijven en de bedrijven die jaarlijks een integraal Pollutant Release and Transfer Register (PRTR)-verslag moeten opmaken. Bij de afvalbedrijven wordt 1 x 3 jaar een controle Melden & Registreren uitgevoerd waarbij de afvalboekhouding diepgaand wordt gecontroleerd. Doel daarvan is om na te gaan of op een juiste wijze met afvalstoffen wordt omgegaan. Daarnaast wordt jaarlijks bij een aantal bedrijven het PRTR-verslag beoordeeld op tijdige indiening, volledigheid, consistentie en geloofwaardigheid.  Milieutoezicht op bedrijven met gemiddeld milieurisico Naast de risicovolle bedrijven zijn er binnen het ODR werkgebied nog een groot aantal bedrijven die activiteiten uitvoeren met een gemiddeld milieurisico. Hierbij gaat het om niet risicovolle meldingsplichtige bedrijven. Vanwege hun milieurisico’s zijn deze bedrijven meldingplichtig. Bij deze bedrijven wordt het toezicht zo veel mogelijk branche- en themagericht uitgevoerd vanuit de gedachte dat de bedrijven binnen een branche of thema ongeveer dezelfde milieubelastende activiteiten uitvoeren en daarmee ook hetzelfde risico voor het milieu vormen.

Een brancheaanpak is niet alleen efficiënter en effectiever maar draagt ook bij aan het bereiken van een gelijk speelveld binnen de branche. In het inrichtingenbestand van ODR zijn ca. 7000 bedrijven opgenomen met een gemiddeld milieurisico. Voor alle andere branches of sub branches wordt een uniforme checklist gemaakt gebaseerd op de regels uit het BAL en de bruidsschat. Daarbij wordt rekening gehouden met de milieurisico’s en de prioritering van het VTH-beleid waarbij de thema’s met de hoogste score met de meeste diepgang wordt gecontroleerd.  Ruimtelijk milieutoezicht (onbekende activiteiten) Het ruimtelijk milieutoezicht richt zich op het in beeld krijgen van deze onbekende milieubelastende activiteiten. Daarbij vindt ook altijd een toets plaats op mogelijke strijdigheid met het bestemmingsplan. Als er een strijdigheid met het bestemmingsplan of er is onduidelijkheid, dan wordt deze doorgezet naar toezicht bouw. Dit onderwerp sluit aan bij het focuspunt “Beter zicht op milieubelastende activiteiten”. - Versnelde werkwijze Binnen ruimtelijk milieutoezicht gaan we een nieuwe werkwijze ontwikkelen en uitproberen waarmee een zaak direct ter plaatse door de toezichthouder afgehandeld kan. Doel daarvan is om het bedrijf direct te kunnen informeren en om de administratieve last voor de toezichthouder te reduceren.

Wanneer deze nieuwe werkwijze slaagt kan deze mogelijk ook bij andere onderdelen ingezet worden.

33

-

Bedrijven met ontbrekende laatste controledatum In 2023 is gericht onderzoek uitgevoerd naar bedrijven met een gemiddeld milieurisico met ontbrekende laatste controledatum. Deze bedrijven staan als Type B geregistreerd in het inrichtingenbestand maar er lijkt geen laatste controledatum bekend. In 2023 en 2024 is een aantal van deze bedrijven opgepakt via ruimtelijke milieutoezicht. In 2025 gaan we daar mee door.

-

Bedrijventerreinen Ook in 2025 worden bedrijventerreinen gescand waarbij in eerste instantie prioriteit wordt gelegd bij bedrijventerreinen die op basis van een uitgevoerde QuickScan de meeste ‘blinde vlekken’ vertonen met de potentieel grootste milieubelasting. Blinde vlekken zijn locaties waar volgens andere informatiebronnen zoals het KvK-bestand mogelijk milieubelastende activiteiten worden uitgevoerd die niet voorkomen in ons inrichtingenbestand. In overleg met de betreffende gemeente kan mogelijk een andere prioritering worden aangehouden. Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat een bedrijventerrein op de planning staat om gerevitaliseerd te worden kan met ruimtelijke milieutoezicht een bijdrage worden geleverd aan het maken van een nulmeting.  Energietoezicht Om verdere klimaatverandering tegen te gaan is het belangrijk dat ook de bedrijven binnen het werkgebied van ODR maatregelen nemen om energie te besparen. Bedrijven die per jaar meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas verbruiken zijn verplicht alle energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Daarnaast geldt vanaf 1 juli 2019 voor deze bedrijven een informatieplicht. In het VTH-beleid heeft het thema energie een gemiddelde prioriteit gekregen. In 2025 wordt dit onderwerp verder uitgewerkt in het Programma Energie en Circulaire Economie.

Een deel van deze werkzaamheden wordt gefinancierd vanuit SPUK-subsidie. Voor de SPUK-subsidie was het een vereiste dat de controles worden uitgevoerd door een medewerker in dienst van ODR. In 2023 zijn hiervoor een aantal nieuwe medewerkers aangenomen. Deze medewerkers hebben in 2025 nog verdere opleiding genoten. - Werkgebonden personenmobiliteit (WPM) Vanaf 2025 moet ODR controleren of bedrijven voldoen aan de rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit. Ter voorbereiding hierop zijn in 2024 briefsjablonen klaar gezet. In 2025 zal de ODR de betreffende bedrijven gaan aanschrijven.

34

 Toezicht groen & ecologie Om Flora & Fauna te behouden voor de toekomst en ongewenste vernieling/verstoring van de natuur tegen te gaan wordt er door ODR toezicht gehouden op groen & ecologie. Het toezicht op groen & ecologie wordt niet programmatisch uitgevoerd maar vindt plaats naar aanleiding van meldingen of vergunningen voor bijvoorbeeld het kappen van bomen, slopen van gebouwen of inrichten van het landschap. Daarnaast wordt er advies gegeven of assistentie verleend bij andere groen & ecologie gerelateerde vraagstukken zowel intern als extern. Naast het reguliere toezicht groen & ecologie wordt er jaarlijks ook een bijdrage gevraagd bij het afhandelen van klachten en her controles. Deze uren zijn alleen niet voor dit onderdeel opgenomen maar bij de onderdelen klachten en her controles. Aanvullend hierop zijn er in 2025 ook een aantal maatwerkopdrachten groen & ecologie en ook inzet van de groene Boa’s is maatwerk. - Toezicht groen & ecologie in 2025 Het toezicht op groen & ecologie zal ook in 2025 weer een heel scala aan verschillende toezichtactiviteiten met zich mee brengen die vooraf meestal niet te plannen zijn zoals: - Toezicht op de vergunningvoorschriften t.a.v. natuur (broedgeval, herplantplicht e.d.) - Toezicht op het eisenpakket voor landschappelijke inrichting (van campings). - Toezicht op ecologische werkprotocol t.a.v.

kwetsbare periode en beschermde soorten. - Intern advies over weidevogelbeschermingsgebied (monitoring van weidevogels) - Locatieonderzoek natuur (cameraval, vleermuisonderzoek). - Beoordelen nood kap van zieke/gevaarlijke bomen. - Toezicht op/advies bij spuitvrije zones en bestemmingsplannen (laan)bomenteelt. - Toezicht op stookvergunningen/ontheffingen (fysieke controles) - Pilot soortenbescherming namens de Provincie - Aandachtspunten toezicht groen & ecologie 2025 De laatste jaren zien we een sterke toename van de komst van invasieve plantensoorten als de duizendknoop. Ook in 2025 zullen we hier binnen het toezicht groen & ecologie extra aandacht aan geven. Doel daarvan is tijdige opsporing en aanpak door groenbeheerders.

35

 Toezicht indirecte lozingen Voor het doelmatig waterbeheer is het belangrijk dat indirecte lozingen voldoen aan de eisen gesteld in de milieuwetgeving. Daarom houdt ODR in opdracht van gemeenten toezicht op indirecte lozingen. Met de inwerkingtreding van de Waterwet eind 2009 zijn de gemeenten volledig bevoegd geworden voor toezicht en handhaving op het lozen van bedrijfsafvalwater op de gemeentelijke riolering. De waterschappen zijn wel bevoegd om toezicht te houden, maar hebben geen handhavende bevoegdheid. Zij hebben natuurlijk wel een direct belang bij het goed blijven functioneren van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). Ook gemeenten hebben een duidelijk belang bij het juist en doelmatig gebruik van het riool. Problemen met het riool kosten de gemeente veel ergernis en geld.

-

Werkwijze toezicht indirecte lozingen Het toezicht op indirecte lozingen is onderdeel van het reguliere milieutoezicht. Zowel bij het toezicht op risicovolle bedrijven, bij het branchetoezicht als bij het ruimtelijk milieutoezicht wordt beoordeeld of, en zo ja met welke diepgang, het thema indirecte lozingen moet worden meegenomen. Een aantal risicovolle bedrijven scoren vanwege hun activiteiten hoog op het thema indirecte lozingen of veroorzaken problemen die het doelmatig afvalwaterbeheer belemmeren. Bij deze bedrijven wordt aanvullend op het reguliere toezicht een specifieke controle op indirecte lozingen uitgevoerd. Daarbij worden de aanwezige afvalwatervoorzieningen diepgaand gecontroleerd. Eventueel wordt in samenwerking met het waterschap afvalwater bemonsterd om de kwaliteit daarvan te bepalen.

-

Samenwerking en afstemming Voor een goede uitvoering van het toezicht op indirecte lozingen is afstemming en samenwerking met het waterschap van groot belang. Daarom wordt het toezicht op indirecte lozingen zoveel mogelijk samen met het waterschap opgepakt. Verder gaan we op dit thema de samenwerking met ODRN en ODRA verder versterken. We bieden aan om controles op indirecte lozers uit te voeren en kunnen op aanvraag ook ondersteuning bieden bij calamiteiten en incidenten.

36

6.3 Ketentoezicht milieu Met ketentoezicht willen we risico ‘s op grote milieuschade, milieucriminaliteit en ondermijning in de (afval)stoffenketens voorkomen, terugdringen en aanpakken door deze integraal in beeld te brengen. ODR, specifieker gezegd Team Ketentoezicht Gelderse Omgevingsdiensten, organisatorisch belegd bij ODR, voert namens en met alle zeven Gelderse omgevingsdiensten (GO) het ketentoezicht in Gelderland uit, als zogenoemde stelseltaak. De aanpak van de risicoketens gebeurt planmatig en gefaseerd. Dit doen we middels risico- en informatie gestuurde (keten) analyses en Diepgaand Administratief Toezicht (DAT). De analyses geven een gestructureerd en integraal beeld van de problematiek en geven richting aan vervolginterventies. Als de analyses of DAT’s daar aanleiding toe geven, worden interventies gestart bij risicoactoren. Bij de ketenaanpak houden we rekening met het Omgevingsrisicobeeld Oost Nederland, met de prioritaire thema’s zoals die zijn benoemd in de Strategische Milieukamer (SMK) en het Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit 2021, en met de specifieke regionale situatie. Hierbij wordt – via het delen van informatie en het gezamenlijk maken van risicoanalyses – samengewerkt met de zeven Gelderse Omgevingsdiensten, de twee Overijsselse Omgevingsdiensten en met de externe handhavingspartners.

Afgesproken is dat elke omgevingsdienst, naast het aandeel voor de stelselwerkzaamheden van Team Ketentoezicht, 1.2 FTE levert voor de ondersteuning bij, en de opvolging van acties die voortkomen uit, ketenanalyses. Een deel van deze inzet krijgt vorm door het team Ketentoezicht, over de doorrekening van deze uren zijn specifieke afspraken gemaakt .Het overige gedeelte van de input wordt geleverd door het team milieutoezicht. Daarbij wordt meegedacht over en meegewerkt aan de ketenanalyses die door het team ketentoezicht worden uitgevoerd en wordt ketentoezicht uitgevoerd bij bedrijven die uit deze ketenonderzoeken naar voren komen als risicoactor.  Hercontroles, handhaving en advies Wanneer uit de informatie verzameld tijdens het toezicht blijkt dat er sprake is van een overtreding wordt met behulp van de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO) beoordeeld welke sanctie passend is. In de meeste gevallen is dat een bestuurlijke waarschuwing waarbij de overtreder een termijn wordt gegund om te overtreding ongedaan te maken. Na afloop van deze termijn wordt een hercontrole uitgevoerd. Wanneer sprake is van een ernstige overtreding met mogelijk acute milieuschade kan er ook voor gekozen worden direct handhavend op te treden door een last onder dwangsom op te leggen en/of door strafrechtelijk optreden te bevorderen.

Vanaf het moment dat er een voornemen last onder dwangsom moet worden gemaakt wordt de zaak overgenomen door het team juridische zaken en is er sprake van een juridische procedure. De uren voor deze juridische procedure maken geen onderdeel uit van dit programma. De hier opgenomen uren zijn nodig om bijvoorbeeld een dwangsomcontrole uit te voeren ten behoeve van een juridische procedure. In een enkel geval is een intern of extern advies nodig om tot een oordeel te komen of sprake is van een overtreding. Om het aantal hercontroles te begroten wordt een berekening gemaakt ten opzichte van het aantal begrote activiteitencontroles.  Afhandelen klachten en meldingen milieu Wanneer er een milieuklacht of melding ongewoon voorval binnenkomt bij ODR dan wordt deze doorgezet naar één van de toezichthouders van het team milieutoezicht. Dit betreft overlastmeldingen over bijvoorbeeld geur of geluid maar het kunnen ook meldingen zijn van ongewone voorvallen bij bedrijven zoals een lekkages met bodembedreigende stoffen. Soms ontvangen we meerdere klachten of meldingen over één bedrijf. Deze worden afzonderlijk geregistreerd. De huidige begroting is gebaseerd op de jaarprognoses van de afgelopen jaren.

37

 Focuspunten 2025 Voor toezicht milieu zijn voor 2025 een drietal focuspunten van belang: - Zeer Zorgwekkende Stoffen verminderen (focuspunt 1) - Beter zicht op milieubelastende activiteiten (focuspunt 2) - Verminderen van CO2 uitstoot door bedrijven (focuspunt 3) Tijdens de uitvoering van onze reguliere werkzaamheden focussen we ons extra op deze punten. Middels ruimtelijk milieutoezicht geven we invulling aan Focuspunt 2. Met energietoezicht werken we gericht aan het verminderen van CO2 uitstoot door bedrijven. Maar ook in het reguliere milieutoezicht is er aandacht voor energiebesparing bij, en verduurzaming van, bedrijven (focuspunt 3). Hieronder lichten we toe hoe we binnen toezicht milieu invulling geven aan focuspunt 1. - Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) (focuspunt 1) Binnen de groep risicovolle bedrijven zijn bedrijven aanwezig die (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen gebruiken en mogelijk ook emitteren. Tijdens het toezicht wordt hier nadrukkelijk op gelet. Dit is een vast onderdeel van de uitgebreide activiteitencontrole. Ook in 2025 zullen we dit doen en daar waar nodig wordt in overleg met het team vergunningverlening onderzocht of actualisatie van de vergunning of maatwerk nodig is. In 2022 is een analyse uitgevoerd op het inrichtingenbestand om bedrijven die mogelijk ZZS gebruiken en emitteren in beeld te brengen.

Ook is daarbij in beeld gebracht voor welke stofgroepen deze bedrijven ‘verdacht’ zijn. Daarmee levert deze analyse een eerste globale beeld van mogelijke risicolocaties en de prioriteit die daaraan gegeven kan worden. De uitkomsten van deze analyse vormen de basis voor een thema aanpak ZZS. Doel daarbij is om van zoveel mogelijk verdachte locaties in beeld te brengen of daadwerkelijk ZZS worden geëmitteerd en om bedrijven bewust te maken van het bestaan van ZZS en de gevaren daarvan. Daarbij werken we samen met andere teams binnen ODR zoals vergunningverlening en bodemspecialisten en met andere organisaties zoals het RIVM en andere (Gelderse) omgevingsdiensten. In 2023 zijn we hiermee gestart. In 2025 voeren we de volgende activiteiten uit: - We werken samen met het team omgevingsvergunning milieu, advisering en bodem aan het inventariseren van bedrijven die ZZS gebruiken of in het verleden hebben gebruikt en met de emissies daarvan. - We houden toezicht op het tijdig indienen van vermijdings- en reductieprogramma’s voor bepaalde milieubelastende activiteiten en zien er op toe dat bedrijven tijdig de juiste vermijdende of reducerende maatregelen treffen. - Om een beter beeld te krijgen van ZZS in de afvalketen zetten we ketentoezicht in. - We gaan vaker metingen uitvoeren om de emissiegrenswaarden van ZZS te controleren.

- Bij (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging bij bedrijven die ZZS hebben gebruikt verlangen we altijd een eindsituatieonderzoek van de bodem. - We geven informatie en voorlichting aan bedrijven om hen bewust te maken van het gebruik van ZZS en hen te helpen bij het vermijden of minimaliseren daarvan.  Hoe borgen we dit? Bij het houden van toezicht milieu maken we veelal gebruik van digitale checklists per branche of thema. Bij grotere bedrijven werken we aan de hand van een toezichtsplan. Op alle producten die we leveren wordt het vier ogen principe gehanteerd middels een collegiale toets. Dit stelt ons in staat om de kwaliteit en uniformering van toezicht te waarborgen. -

38

 Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In het werkprogramma (bijlage) is uitgewerkt hoe deze werkzaamheden zich vertalen naar producten en uren.

39

7. Keten overstijgende en ondersteunende taken Vanuit de teams Juridische advisering, Advies en Bodem wordt een vakinhoudelijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van taken binnen zowel de keten bouwen als milieu. Daarnaast worden binnen deze teams meer taken uitgevoerd dan de basis VTH-taken zoals RO-advisering op het gebied van geluid, lucht en/of bodem. In dit hoofdstuk beschrijven we per team welke werkzaamheden in 2025 naar verwachting worden uitgevoerd. De werkzaamheden voortkomend uit de focuspunten zijn hierin ook opgenomen.

7.1 Team juridische advisering Handhaving is het onmisbare sluitstuk van het werkproces VTH. Bij de handhavingstaken moet worden gedacht aan het voorbereiden en opleggen van bestuursrechtelijke sancties, maar ook aan overleg met overtreders om hen te bewegen zelf maatregelen te treffen zodat het niet tot handhaving hoeft te komen.  Wat doen we? De medewerkers van het team juridische zaken houden zich bezig met juridische handhaving, bezwaar en beroepszaken, Woo-verzoeken en juridische advisering. De werkzaamheden voor juridische advisering omvatten: - Behandelen handhavingsverzoek, handhavingsvoornemen - Opleggen Last onder dwangsom, Last onder bestuursdwang - Bestuursdwang uitvoeren, Invordering - Beëindigen handhaving - Opleggen Voorlopige voorziening - Behandelen bezwaar, beroep en hoger beroep - (Pre)mediation/overleg - Ingebrekestelling - Behandelen Woo-verzoek - Juridisch advies extern - Juridisch advies intern De ODR ziet al een aantal jaar een enorme stijging van het aantal handhavingsverzoeken, bezwaar en beroepszaken en Woo verzoeken. In combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt is het continue een uitdaging om al het werk uitgevoerd te krijgen. Het team juridische zaken werkt voornamelijk vraaggestuurd.  Hoe doe we dat? Informeel herstel staat bij ons voorop.

De LHSO biedt daartoe de ruimte omdat het uitgaat van het principe zo licht mogelijk te starten met interveniëren en pas zwaardere interventies inzetten als naleving uitblijft. Daarom gaan we na constatering van een overtreding zoveel mogelijk eerst het gesprek aan met betrokkene. In dit gesprek informeert de ODR betrokkene over de regels, de bedoeling achter deze regels en de overtreding die is geconstateerd. Als er ruimte toe is, wordt (zoveel mogelijk al in de toezichtfase) samen bekeken of de situatie kan worden opgelost door bijvoorbeeld legalisatie of informeel herstel. In dat geval wordt een afspraak gemaakt over de termijn waarbinnen de oplossing wordt gerealiseerd. Er is minder ruimte voor informeel overleg als er een handhavingsverzoek is ingediend door een belanghebbende derde. Er geldt dan in beginsel een korte wettelijke termijn van acht weken voor ons handhavend optreden. Dit ter bescherming van de derde die kennelijk nadelige gevolgen ervaart van de overtreding. Als de overtreder binnen deze termijn van acht weken proactief meewerkt aan tijdig herstel van de situatie, kan het opleggen van een sanctie alsnog achterwege blijven. Anders zijn we genoodzaakt tot het opleggen van een formele sanctie.

40

Bij overtredingen met acuut gevaar of andere spoedeisende belangen, wordt ook direct handhavend opgetreden. Dat is bijvoorbeeld vaak het geval wanneer de overtreding boven in de interventiematrix wordt gepositioneerd of dat er naast het bestuursrecht ook strafrecht wordt toegepast. Er is dan geen ruimte om een informele oplossing te zoeken. In 2023 zijn we bij de behandeling van bezwaarzaken meer gaan inzetten op informeel overleg met bezwaarmaker en belanghebbenden om zo de formele juridische procedure te voorkomen. De ODR ziet dat hierdoor een toename is ontstaan van het aantal ingetrokken bezwaarschriften. In 2024 is dit doorgezet en ook in 2025 gaan we hier verder op inzetten. De toename van Woo-verzoeken en dan vooral omvangrijke Woo-verzoeken is een zorgelijke ontwikkeling. Er zal moeten worden ingezet op meer administratieve ondersteuning bij het verzamelen van alle gegevens en het anonimiseren van die gegevens.  Focuspunten Alle 6 focuspunten zullen, in meer of mindere mate, uiteindelijk ook van invloed zijn op onze werkzaamheden. De focuspunten minder asbestverontreiniging (5) en huisvesting internationale werknemers (6) hebben een hoge prioritering binnen het team juridische zaken. Dit zijn zaken die door de toezichthouders worden doorgezet naar de handhavingsjuristen of deze worden op projectmatige basis opgepakt.

Ook kan het zijn dat deze zaken door middel van een handhavingsverzoek bij de juristen terecht komen. Voor de dijkverzwaringsprojecten in ons Rivierengebied zal de ODR ook in 2025 de nodige juridische procedures moeten voeren. Hiervoor is een projectteam ODR-breed opgericht.  Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In het werkprogramma is aangegeven hoeveel tijd de ODR in 2025 per product en per gemeente verwacht te besteden aan het uitvoeren van deze taak.

41

7.2 Team bodem Een schone bodem en schoon grondwater zijn nodig voor onze welvaart en ons welzijn. ODR draagt daar aan bij door in opdracht van onze deelnemers een aantal bodemtaken uit te voeren.  Wat doen we? We leveren een bijdrage aan bestemmingsplanprocedures, RO projecten, VTH-taken en juridische procedures. In 2025 zal de reguliere bodemadvisering zich toespitsen op de volgende werkzaamheden: - Verstrekken bodeminformatie - Meldingen op grond van het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) - Interne advisering VTH taken. Dit betreft de advisering aan collega’s van vergunningverlening, toezicht en handhaving over aanvragen omgevingsvergunning, toezicht en juridische procedures waar het aspect bodem een rol speelt. Het gaat hierbij om zowel de keten bouw als de keten milieu. - Externe advisering enkelvoudig (advisering aan gemeenten (RO, civiel, beheer), adviesbureaus en andere externen waar de adviesvraag uitsluitend het aspect bodem betreft) - Externe advisering meervoudig. Hier gaat het om integrale advisering bestemmingsplanadvisering waar team Advies een bijdrage vraagt van team Bodem. - Maat- en meerwerkopdrachten op het gebied van bodem, of waar het aspecten bodem onderdeel van uitmaakt. - Advisering op het gebied van explosieven maakt ook onderdeel uit van onze producten op het gebied van bodemadvisering.

In 2025 zal het bodemtoezicht ook weer een heel scala aan verschillende toezichtactiviteiten met zich mee brengen die vooraf meestal niet te plannen zijn zoals: - Toezicht op (tijdelijke) opslag van grond en bouwstoffen - Toezicht op het (uitneembaar) toepassen van grond en bouwstoffen - Toezicht op grootschalige werken zoals de aanleg van een weg - Toezicht op de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen - Toezicht bij tanksaneringen - Toezicht op bodemlozingen - Toezicht op voorzieningen en maatregelen (Isoleren, Beheersen en Controleren) - Bodemtoezicht naar aanleiding van klachten of signalen van mogelijke bodemverontreiniging (onderdeel van 3.10 Afhandelen klachten en meldingen) - Toezicht op het saneren van verontreinigingen; nieuwe en (onder de Omgevingswet) ook bestaande gevallen - Vrije veld toezicht - Toezicht bij loonwerkers , gezamenlijke controles met milieutoezicht daar waar noodzakelijk - Toezicht bij wegenonderhoud - Mobiele puinbrekers Naast het reguliere werk liggen er ook een aantal langjarige maat- en meerwerkopdrachten voor het team Bodem. Ook wordt jaarlijks een bijdrage gevraagd van bodemtoezicht bij ketenprojecten (project VROND). Zowel bij het ketenonderzoek als bij het uitvoeren van ketentoezicht. Deze uren zijn opgenomen in Hoofdstuk 8, Producten op uurbasis en Lumpsum.

42

 Hoe doen we dat? De adviseurs zorgen er voor dat er in plannen voor de fysieke leefomgeving op een verantwoorde manier rekening wordt gehouden met het aspect bodem. De toezichthouders zien vervolgens toe op de naleving van de bodem wet- en regelgeving. Uitgangspunt hierbij is het voorkomen van nieuwe verontreiniging en aantastingen. De beoordeling van bodemmeldingen en het toezicht daarop wordt risicogericht uitgevoerd. We hanteren hierbij een risicomodel waarbij op grond van een aantal indicatoren wordt bepaald met welke diepgang wordt getoetst en toezicht wordt gehouden.  Nieuwe taken Omgevingswet Met de Omgevingswet worden een aantal bodemtaken overgedragen van de Provincie naar de gemeente. Deze zullen door ODR uitgevoerd worden. Doel is om deze taken zo snel mogelijk goed te borgen binnen ons takenpakket. De overdracht van bevoegdheden en taken van provincie naar gemeenten heeft impact op verschillende vlakken:  Overdracht van dossiers en bodeminformatie over locaties van de provincie naar de gemeenten: Inmiddels is ODR overgestapt op het bodeminformatiesysteem Squit Ibis. De data van ODR en de Provincie zijn overgezet in één bodeminformatiesysteem. In het kader van het project “bodemdata op orde” wordt de kwaliteit van de bodemdata in het bodeminformatiesysteem verbeterd.

 Per gemeenten is in kaart gebracht welke verontreinigingsgevallen straks onder gemeentelijk bevoegd gezag vallen. Locaties met gebruiksbeperkingen na het saneren (omdat is gesaneerd door een isolatielaag aan te brengen) brengen we in beeld. Met name betreft dit voormalige stortplaatsen. Twijfelgevallen (bv gevallen met mogelijk humane risico’s, die volgens overgangsrecht onder het bevoegd gezag van de provincie moeten blijven) bespreken we met de Provincie.  Tot slot zijn de nieuwe uitvoeringstaken op het gebied van bodem die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan, geanalyseerd. Zo hebben we een inzicht gekregen in de omvang van de taken die nieuw zijn onder de Omgevingswet. Hierbij zijn we voor de aantallen uitgegaan van de ervaringscijfers bij de provincie en omgevingsdiensten. De kentallen zijn gebaseerd op ons huidige productenboek en het uitvoeringsniveau, dat de IDR verantwoord acht op grond van de huidige praktijk. Dit is een indicatieve inschatting omdat de nieuwe taken niet één op één te vergelijken zijn met de taken die de provincie nu uitvoert. Ze zijn namelijk gebaseerd op een geheel nieuw stelsel en instrumentarium.

Daarnaast zijn er ook ontwikkelingen van invloed op de getallen die we nu nauwelijks kunnen voorspellen: voorbeelden zijn saneringen van asbest bij vervanging van asbest daken, nieuwe zeer zorgwekkende stoffen (zoals PFAS), aantal drugsdumpingen, toename van aantal bodemenergiesystemen. We blijven dit monitoren en komen op termijn wellicht met voorstellen tot aanpassing van kengetallen. Ook ondersteunen we gemeenten bij het opstellen van Omgevingsvisie en -plannen door input te leveren vanuit onze bodemexpertise (bv. voorbeeldregels).  Verdere professionalisering team Bodem In 2022 zijn we gestart met het verder professionaliseren van de bodemtaken. De onderdelen die hierbij uitgewerkt zijn betreffen werkprocessen, vakinhoud, nieuwe ontwikkelingen, data en organisatieontwikkelingen. In 2025 zal aan de volgende onderdelen gewerkt worden.  Meer integraliteit in onze advisering en toezicht  Kennis verbreden, kennis delen, informeren gemeenten en klanten  Data meer gebruiken in onze advisering en communicatie  Inzetten op klantrelatie en samenwerking, zowel intern als extern

43

 Toezicht op onderhoud wegen Toezicht houden op wegwerkzaamheden is een geheel nieuwe gedachte om invulling te geven aan de missie van ODR: Samenwerken aan een veilige en duurzame leefomgeving. Wegen, en zeker doorgaande wegen in ons beheersgebied, worden conform onderhoudsplannen met enige regelmaat onderhouden. Daarbij wordt bij asfaltwegen de bovenlaag veelal gefreesd en opnieuw overlaagd. Het is onduidelijk wat er gedaan wordt met het vrijgekomen freesafval. Bij nieuwaanleg (en soms ok bij reconstructies) wordt een nieuw cunet aangelegd. Onduidelijk is waar de grond vandaan komt en wat de kwaliteit er van is. Of er wordt grond uit een cunet afgevoerd met onduidelijke bestemming en eventueel hergebruik. Randvoorwaarde voor het slagen van deze activiteiten is een open communicatie met de afdelingen civiele techniek, die gevraagd zullen worden ODR te informeren over voorgenomen wegwerkzaamheden  VTH beleid en focuspunten Het thema bodem heeft een hoge prioriteit gekregen in het VTH-beleid. Dit komt terug in de focuspunten die voor 2025 gekozen zijn. Team Bodem gaat een bijdrage leveren aan de beschreven focuspunten.  Focuspunten 2025 Voor team Bodem is een aantal focuspunten belangrijk: In 2025 zal bij advisering extra aandacht worden besteed aan zeer zorgwekkende stoffen (focuspunt 1).

Denk hierbij aan locaties waar PFAS houdend blusschuim is toegepast of drugsdumpingen hebben plaatsgevonden. Ook zal het aspect bodem i.r.t. verduurzaming een aandachtspunt zijn (focuspunten 3 en 4). Bij verduurzamingsmaatregelen moet voorkomen worden dat maatregelen bodem en/of grondwaterverontreiniging tot gevolg heeft. De insteek die we hierbij hanteren is het aan de voorkant informeren van bedrijven en burgers. Nog meer dan in voorgaande jaren zal bodemverontreiniging ten gevolge van asbest een aandachtspunt zijn (focuspunt 5). Door intensiever samen te werken met toezicht wordt verontreiniging van de bodem voorkomen dan wel gesaneerd. We zorgen er voor dat onze medewerkers op deze onderdelen over de juiste kennis en expertise beschikken. Het bodemtoezicht vindt nu vooral reactief plaats. We staan als ODR echter voor de taak samen te werken aan een veilige en duurzame leefomgeving. We vinden het daarom belangrijk om buiten de gemelde en aangevraagde zaken invulling te geven aan onze toezichthoudende taak. Dat wil natuurlijk niet zeggen, lukraak rondrijden, maar op basis van gekende activiteiten inspecties verrichten.

Te denken valt aan controles: - op depots met grond op locaties waar geen meldingen Bbk voor zijn maar waar wel activiteiten voor zijn aangemeld; - op weilanddepots die niet in het meldpunt teruggevonden kunnen worden met controle op oorsprong van de grond; - grondtransporten over openbare weg (transportbonnen) van met name trekkers met kiepwagens; - Grond gerelateerde activiteiten die opvallen tijdens de controle.  Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In het werkprogramma is aangegeven hoeveel tijd we in 2025 per product en per gemeente verwachten te besteden aan het uitvoeren van deze taak.

44

7.3 Advisering Een veilige en duurzame leefomgeving in Rivierenland. ODR draagt hier o.a. aan bij door een bijdrage te leveren aan bestemmingsplanprocedures, RO projecten, VTH-taken en juridische procedures.  Wat doen we? In 2025 zal de reguliere advisering zich toespitsen op de volgende werkzaamheden: - Interne advisering VTH taken. Dit betreft de advisering aan collega’s van vergunningverlening, toezicht en handhaving over aanvragen omgevingsvergunning, toezicht en juridische procedures. Dit doen we op alle eerder genoemde milieuaspecten. Het gaat hierbij om zowel de keten bouw als de keten milieu. - Externe advisering enkelvoudig. Advisering aan gemeenten (RO, civiel, beheer), adviesbureaus en andere externen. Ook hier betreft het alle vakgebieden waarover expertise aanwezig is binnen team Advies. - Externe advisering meervoudig. Hier gaat het om integrale advisering bestemmingsplanadvisering. De integraal adviseurs van team Advies betrekken alle noodzakelijke expertise vanuit team Advies en team Bodem hierbij om tot een integraal advies te komen. - Maat- en meerwerkopdrachten (opgenomen in hoofdstuk 8, Producten op uurbasis en Lumpsum) Dit is een aanzienlijk aandeel van de advisering. Voorbeelden van maatwerk zijn advisering dijkversterkingsprojecten, deelname aan intake- en omgevingstafels en secretariaat monumentencommissies.

Meerwerkopdrachten betreffen veelal de milieuadvisering in het kader van bestemmingsplanprocedures.  Hoe doen we dat? De adviseurs zorgen er voor dat in plannen voor de fysieke leefomgeving op een verantwoorde en integrale wijze rekening wordt gehouden met milieuaspecten. De ODR adviseert op het gebied van milieu, cultuurhistorie (archeologie en monumenten), externe veiligheid, geluid en trillingen, geurhinder, lichthinder, luchtkwaliteit, milieueffectrapportages, milieuzonering, natuur en landschap, spuitzones en water. Naast reguliere werkzaamheden voert de ODR ook maat- en meerwerkopdrachten uit. Dit kunnen opdrachten zijn met een milieucomponent die afwijken van ons standaard aanbod. Maar ook kan er sprake zijn van reguliere werkzaamheden die of verzoek van een gemeente in de vorm van maat- of meerwerk worden uitgevoerd. Inhoudelijk zijn deze werkzaamheden hetzelfde als advisering in het kader van reguliere taken, enkel facturatie verloopt op een andere wijze.  Wijzigingen Omgevingswet Met het in werking treden van de Omgevingswet verandert er voor een aantal milieuaspecten het een en ander. Afgelopen jaren zijn voorbereidingen getroffen om hier op een adequate wijze invulling aan te geven. Waar nodig zijn interne werkprocessen aangepast. Afspraken met ketenpartners zijn herzien. En vakinhoudelijke kennis is vergaard.

De ODR ondersteunt gemeenten door te adviseren over de milieuaspecten in de Bruidsschat of dragen vanuit onze expertise (bv. geluidregels ter vervanging van de Bruidsschat of aandachtsgebieden externe veiligheid) input aan bij het opstellen van Omgevingsvisie en –plannen. Dit zijn werkzaamheden die de ODR ook in 2025 blijft verrichten. De Omgevingswet zal in 2025 nog extra aandacht vragen. Wijzigingen t.o.v. de huidige wet- en regelgeving zullen eigen gemaakt moeten worden door deze in de praktijk toe te passen. Doel is om dit zo snel mogelijk

45

goed te borgen binnen ons takenpakket. De ODR zorgt ervoor dat onze medewerkers op deze onderdelen over de juiste kennis en expertise beschikken.  VTH beleid en focuspunten Enkele milieuaspecten (bv. externe veiligheid en luchtkwaliteit) hebben een hoge prioriteit gekregen in het VTH-beleid. Dit komt terug in de focuspunten die voor 2025 gekozen zijn. Team Advies gaat een bijdrage leveren aan de in hoofdstuk 4 beschreven focuspunten. Zo zal in 2025 zal bij advisering extra aandacht worden besteed aan:  Registratie van milieu informatie (bv. bronnen externe veiligheid) om bij te dragen aan een compleet overzicht van alle milieurelevant activiteiten.  Vroegtijdige betrokkenheid bij planvorming zodat bij projecten waar verduurzaming een belangrijke rol speelt tijdig geadviseerd kan worden om toekomstige overlast naar de omgeving of onveilige situaties te voorkomen (bv. geluid- en/of trillinghinder t.g.v. technische installaties, aantasting van monumenten door verduurzaming of veiligheidsrisico’s door grootschalige energieopslag).  Het bijdragen aan een veilige huisvesting van internationale werknemers door advisering over en toetsing van de relevante milieuaspecten.  Het leveren van expertise t.b.v. voorlichtingsbijeenkomsten.

 Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In het werkprogramma is aangegeven hoeveel tijd we in 2025 per product en per gemeente verwachten te besteden aan het uitvoeren van deze taak.

46

8. Producten op uurbasis en Lumpsum Naast reguliere taken voert ODR ook nog een aantal taken uit die een andere wijze van financiering kennen. Dit betreft met name een aantal ondersteunende en regionale taken zoals de inzet va BOA’s, piketdienst, bestuursondersteuning en accountmanagement. Ook worden elk jaar maatwerkopdrachten verstrekt voor werkzaamheden die niet in het reguliere takenpakket passen. Om ook in de toekomst taken adequaat te kunnen blijven uitvoeren is er jaarlijks budget beschikbaar voor het verbeteren van kennis en kwaliteit (concernplan). Dit budget wordt ingezet om de taakuitvoering van ODR te verbeteren en beter af te stemmen op (toekomstige) opgaven.  Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In het werkprogramma is aangegeven hoeveel tijd de ODR in 2025 per product en per gemeente verwacht te besteden aan deze overige taken.

47

Bijlage 1: Werkprogramma Bestand los toegevoegd in verband met leesbaarheid en grootte van het bestand.

48

Bijlage 2: Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen Bestand los toegevoegd in verband met leesbaarheid en grootte van het bestand.

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15013041/1