CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-234.2 Bijlage 1a Onderzoeksrapportage Ethos-telling van dak- en thuisloosheid in regio Gelderland-Zuid.

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken21.953 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

%

Nederlandse nationaliteit

735

61%

Nederlandse nationaliteit, maar uitgeschreven uit het BRP, daarom registratie RNI

11

1%

EU-burger

84

7%

Nationaliteit van land van buiten de EU

230

19%

Staatloos

15

1%

Onbekend

122

10%

Totaal

1.197

100%*

*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%

Van de 230 personen met de nationaliteit van een land buiten de EU, had 36% van de personen (83 personen) een permanent verblijfsrecht en 36% (83 personen) een tijdelijk verblijfsrecht. Daarnaast verbleven 32

36

37

algemene resultaten van de telling

Tabel 12. Leeftijd van de getelde dak- en thuisloze volwassenen en kinderen

3

3.2 De profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen

Aantal volwassenen

%

Permanent verblijfsrecht

83

36%

Tijdelijk verblijfsrecht

83

36%

Onwettig verblijf

32

14%

In procedure

10

4%

Onbekend

22

10%

Totaal

230

100%

3.2.4 Samenstelling huishouden Onder huishouden worden de personen verstaan met wie de dak- of thuisloze persoon samenleeft in een situatie van dak- of thuisloosheid. Het gaat daarbij om private huishoudens. Institutionele huishoudens zoals het samenwonen in een instelling vallen hier niet onder, net als vormen van huishoudens waarbij meerdere personen leven in een woning met gedeelde faciliteiten. Bij de samenstelling van het huishouden gaan we uit van de feitelijke situatie en niet van de eventuele registratie van de relatie tussen personen. Zo worden ongehuwde partners aangeduid als ‘partners’ en een koppel dat uit elkaar is maar nog wettelijk getrouwd is als ‘zonder partner’.

Tabel 15 geeft aan of de getelde dak- en thuisloze mensen te maken hebben met gezondheidsproblemen. Vrijwel alle vragenlijsten zijn ingevuld zonder betrokkenheid van de desbetreffende dak- en thuisloze personen. Daarom zijn deze cijfers grotendeels gebaseerd op de professionele inschatting van de medewerkers van de tellende organisaties. Hen werd gevraagd of er sprake was van (een vermoeden van) diverse gezondheidsklachten. Bij een deel van de personen is wellicht bekend bij de professionals dat er sprake is van officiële diagnoses, bij een ander deel van de personen is dit niet het geval. Bij een groot deel van de personen is niet bekend of er sprake is van gezondheidsproblemen. Bovendien is niet duidelijk of deze gezondheidskenmerken als oorzaak of gevolg kunnen worden gezien in relatie tot (dreigende) dak- en thuisloosheid. Voorzichtigheid is daarom geboden bij het interpreteren van deze cijfers. In de vragenlijst konden er meerdere gezondheidsproblemen worden opgegeven per persoon. De percentages in de tabel tellen daarom niet op tot 100. Bij 38% van de getelde dak- en thuisloze personen (456 personen) was er vermoedelijk sprake van psychische of psychiatrische problematiek, bij 28% (331 personen) was er vermoedelijk sprake van verslavingsproblemen en bij 11% (133 personen) was er vermoedelijk sprake van langdurig lichamelijke problemen.

Daarnaast was er bij 7% (89 personen) vermoedelijk sprake van een verstandelijke beperking en had 4% (46 personen) vermoedelijk een fysieke beperking. Bij een op de tien mensen was de inschatting dat er geen gezondheidsproblemen waren (125 personen, 10%). Voor 37% van de mensen (444 personen) is de informatie over gezondheidskenmerken niet bekend. Bovenstaande percentages van bekende gezondheidsproblemen zijn daarmee naar waarschijnlijkheid lager dan het werkelijke percentage personen met vermoedelijke gezondheidsproblemen. Tabel 15. Vermoedelijke gezondheidsproblemen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=1.197)

Regio Gelderland-zuid

In Tabel 14 wordt de samenstelling van het huishouden weergegeven. Met ‘kinderen’ doelen we hier enkel op direct betrokken kinderen. De tabel laat zien dat bijna driekwart van de getelde dak- of thuisloze mensen alleenstaand zonder kinderen was (871 personen, 73%). 137 personen van deze groep (16%) hadden wel indirect betrokken kinderen. Daarnaast waren 87 personen (7%) alleenstaand met kind(eren). Deze groep bestaat voor het grootste deel uit vrouwen (66%). 7% van de volwassenen leefde samen met een partner, waarvan 55 personen (5% van het totaal) zonder kinderen en 20 personen (2% van het totaal) met kind(eren). Verder verbleven 20 personen (2%) met hun ouder(s) zonder kinderen. 16 personen (1%) verbleven in een ander familieverband (met of zonder kind(eren)) in een situatie van dak- of thuisloosheid, bijvoorbeeld met een oom of zus. Van 10% van de personen (118 personen) is de samenstelling van het huishouden onbekend.

Aantal volwassenen

%

Vermoeden van psychische/psychiatrische problemen

456

38%

Vermoeden van verslaving

331

28%

Langdurig lichamelijke problemen

133

11%

Vermoeden van verstandelijke beperking

89

7%

Fysieke beperking

46

4%

Geen (bekende) gezondheidsproblemen

125

10%

Anders

6

1%

Van de indirect betrokken kinderen was 81% (269 personen) betrokken bij een dak- of thuisloze vader en 19% (63 personen) bij een dak- of thuisloze moeder.

Onbekend

444

37%

Tabel 14. Samenstelling huishouden van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen

Van de in totaal 1.197 getelde volwassenen, was er bij 18% (210 personen) vermoedelijk sprake van zowel psychische/psychiatrische problematiek als van verslavingsproblematiek. Bij 5% van de personen (60 personen) was er sprake van zowel vermoedelijke psychische/psychiatrische problemen als van een vermoedelijke verstandelijke beperking. 5% van de personen (57 personen) had zowel een vermoedelijke verstandelijke beperking als vermoedelijke verslavingsproblematiek. Bij 3% van de personen (41 personen) was er vermoedelijk sprake van zowel een verstandelijke beperking, psychische/psychiatrische problematiek als verslavingsproblematiek.

Aantal volwassenen

%

Alleenstaand zonder kinderen

871

73%

Alleenstaand met kind(eren)

87

7%

Met partner zonder kinderen

55

5%

Met partner met kind(eren)

30

3%

Met ouder(s) zonder kinderen

20

2%

Ander familieverband met/zonder kind(eren)

16

1%

Onbekend

118

10%

Totaal

1.197

100%*

*Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%

38

3.2.6 Verleden in een instelling Tabel 16 geeft het instellingsverleden weer van de getelde dak- en thuisloze personen. Van de getelde dak- en thuisloze personen verbleven 214 mensen (18%) op enig moment in hun leven in detentie, 118 personen (10%) verbleven ooit in een psychiatrische voorziening en 63 personen (5%) verbleven ooit in een jeugdzorgvoorziening. 18% van de mensen (218 personen) verbleef nooit in een van de opgesomde instellingen. Bij 44% van de personen (525 personen) is onbekend of zij op enig moment in hun leven in een instelling

39

algemene resultaten van de telling

Tabel 13b. Verblijfsstatus van de getelde volwassenen met de nationaliteit van een land buiten de EU

3.2.5 Gezondheid

3

personen (14%) onwettig in Nederland en was de verblijfsstatus voor 10 personen (4%) in procedure. Voor 22 personen (10%) is de verblijfsstatus onbekend (zie Tabel 13b).

%

250

21%

Vast of tijdelijk werk (inclusief ZZP’ers)

186

16%

Leefgeld van een instelling

117

10%

Ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering

101

8%

Bijstandsuitkering

Tabel 16. Ervaring met verblijf in een instelling van getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=1.197) Aantal volwassenen

Aantal volwassenen 6

%

Detentie

Illegale activiteiten

27

2%

Ja

214

18%

Studiefinanciering

24

2%

Nee

381

32%

Informeel inkomen

24

2%

Onbekend

602

50%

Werkloosheidsuitkering

19

2%

Totaal

1.197

100%

Pensioen/AOW-uitkering

10

1%

Geen inkomen

164

14%

Psychiatrische voorziening Ja

118

10%

Anders

11

1%

Nee

339

28%

Onbekend

313

26%

Onbekend

740

62%

Totaal

1.197

100%

3.2.8 Actieve begeleiding

Jeugdzorgvoorziening Ja

63

5%

Nee

358

30%

Onbekend

776

65%

Totaal

1.197

100%

Geen ervaringen in een instelling

218

18%

Instellingsverleden geheel onbekend

525

44%

Tabel 18 laat zien of de getelde dak- of thuisloze mensen actieve begeleiding ontvingen. Actieve begeleiding is gedefinieerd als ‘minimaal 1 begeleidingscontact in de afgelopen maand’. Ruim de helft van de getelde dak- of thuisloze mensen werd actief begeleid door één of meerdere organisaties (614 personen, 51%). Veel genoemde organisaties zijn IrisZorg, RIBW, Welzijn West Betuwe, Bindkracht10, R75 en Pro Persona. Ongeveer een vijfde van de getelde personen ontving geen begeleiding (218 personen, 18%). Van 365 personen (30%) is onbekend of zij actief werden begeleid door een instantie of organisatie. Tabel 18. Ontvangen van actieve begeleiding in maand voorafgaand aan de teldag

3.2.7 Inkomstenbronnen

% 51%

Ja

614

Tabel 17 geeft de verschillende inkomstenbronnen van de getelde dak- en thuisloze personen weer. In de vragenlijst konden er meerdere inkomstenbronnen per persoon worden ingevuld. Daarom tellen de genoemde percentages niet op tot 100.

Nee

218

18%

Onbekend

365

30%

Totaal

1.197

100%*

De meest genoemde inkomstenbron is inkomen uit een bijstandsuitkering (Participatiewet uitkering) (250 personen, 21%), gevolgd door inkomen uit vast of tijdelijk werk (186 personen, 16%), leefgeld van een instelling (117 personen, 10%), en inkomen uit een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering (101 personen, 8%). In totaal ontvingen 380 personen (32%) een inkomen uit een uitkering. Daarnaast had 2% een inkomen uit illegale activiteiten (27 personen), een inkomen uit studiefinanciering (24 personen), een informeel inkomen (24 personen) of een inkomen uit een werkloosheidsuitkering (19 personen). Voorbeelden van een informeel inkomen zijn het maken van muziek op straat en ‘zwart’ schoonmaakwerk. 1% van de getelde personen (10 personen) ontving inkomen uit pensioen of een AOW-uitkering. Daarnaast had 14% van de getelde dak- en thuisloze mensen (164 personen) op het moment van de telling geen inkomen. Voor 11 personen (1%) werd een andere inkomstenbron aangegeven, zoals een jongerenuitkering, eigen vermogen en financiële ondersteuning van familie, vrienden of derden. Voor 26% van de personen (313 personen) is de inkomstenbron onbekend.

*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%

3.2.9 Briefadres Tabel 19 geeft weer hoeveel van de getelde dak- en thuisloze personen een briefadres7 hadden. Ruim de helft van de getelde mensen beschikte over een briefadres (675 personen, 56%). Een briefadres (ook wel een postadres genoemd) is een adres waar de overheid iemand zonder woonadres kan bereiken (Rijksoverheid, z.d.). De meeste mensen hadden een briefadres bij een van de deelnemende gemeenten, bij familie of vrienden, bij Iriszorg, R75 of Bindkracht10. Een kwart van de mensen had geen briefadres (299 personen,

6

Regio Gelderland-zuid

Aantal volwassenen

Binnen deze categorie valt tevens de daklozenuitkering. De daklozenuitkering valt onder de Participatiewet, die sinds 1 januari 2015 van kracht is (Participatiewet | Rijksoverheid.nl

7

).

Er is enkel gevraagd of mensen beschikken over een briefadres en niet of mensen beschikken over een woonadres. Het kan zijn dat mensen die geen briefadres hebben wel een woonadres hebben waar zij zich kunnen inschrijven (dit is bijvoorbeeld het geval bij mensen met dreigende huisuitzetting).

40

41

algemene resultaten van de telling

Tabel 17. Inkomstenbronnen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=1.197)

3

verbleven. Of iemand op enig moment in een psychiatrische instelling, detentie of jeugdzorgvoorziening verbleef, is zelfs voor het merendeel van de getelde personen onbekend. De genoemde percentages zijn daarmee naar waarschijnlijkheid lager dan het werkelijke percentage personen dat op enig moment in een instelling verbleef.

Aanleiding

Tabel 19. Aantal getelde volwassen dak- en thuisloze personen met een briefadres

Aantal volwassenen

%

Gedwongen verlaten van woning %

vanwege einde van de huurovereenkomst

31

3%

Ja

650

54%

vanwege verkoop van de woning

19

2%

Ja, maar onbekend waar

25

2%

vanwege ongeschikte/onbewoonbare woning

11

1%

Nee

299

25%

vanwege renovatie

7

1%

Onbekend

223

19%

Totaal

1.197

100%

Relationele problemen/gebeurtenissen Conflict met familie/ huisgenoten

139

12%

Tabel 20 geeft een overzicht van de aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid bij de getelde daken thuisloze mensen. Vaak is er sprake van een samenspel van factoren. In de vragenlijst konden daarom meerdere aanleidingen per persoon worden aangegeven. De percentages tellen om deze reden niet op tot 100. Verschil tussen aanleiding verlies woonzekerheid en oorzaken van dak- en thuisloosheid In de vragenlijst werd gevraagd naar factoren die bijdroegen aan het verlies van woonzekerheid bij de mensen die de professionals hebben geteld (aanleidingen verlies woonzekerheid). Belangrijk om te benadrukken is dat het hierbij niet gaat om oorzaken van dak- en thuisloosheid. Vanuit bestaande kennis over oorzaken van dak- en thuisloosheid weten we dat zowel structurele als individuele factoren een rol spelen bij dak- en thuisloosheid. De belangrijkste structurele factoren zijn het gebrek aan betaalbare en passende huisvesting, onvoldoende inkomen (uit werk of uitkering), en onvoldoende toegankelijke en passende zorg en ondersteuning (Raad Volksgezondheid en Samenleving, 2020; Ministerie van BZK, Ministerie van SZW & Ministerie van VWS, 2020). Voor het oplossen van dak- en thuisloosheid is het belangrijk om te kijken naar zowel structurele als naar individuele factoren.

De aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid die uit dit onderzoek naar voren komen, vormen een belangrijke basis voor gesprekken met professionals over maatregelen ten behoeve van preventie. De meest voorkomende aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid zijn een conflict met familie/ huisgenoten (139 personen, 12%), relatiebreuk (132 personen, 11%), psychische problematiek (130 personen, 11%), verslaving (126 personen, 11%), en financiële problemen (91 personen, 8%). Daarnaast worden huisuitzetting vanwege overlast (87 personen, 7%), gevlucht vanwege een oorlog (85 personen, 7%), huisuitzetting vanwege huurschuld (63 personen, 5%) en illegaliteit (60 personen, 5%) als veel voorkomende aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid genoemd. Voor 8% (97 personen) wordt een (bijkomende) andere aanleiding genoemd, bijvoorbeeld het verlaten van de woning door trauma of het verlopen van een indicatie. Voor 271 personen (23%) is de aanleiding voor het verlies van woonzekerheid onbekend. Tabel 20. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen (n=1.197) Aanleiding

Aantal volwassenen

%

Huisuitzetting vanwege overlast

87

7%

vanwege huurschuld

63

5%

vanwege drugshandel

22

2%

vanwege beëindiging van een omklapcontract

6

1%

vanwege woonfraude

<5

<1%

42

3

Aantal volwassenen

3.2.10 Aanleiding(en) voor dak- en thuisloosheid

Regio Gelderland-zuid

Tabel 20. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen (n=1.197) - vervolg

algemene resultaten van de telling

25%), en voor ongeveer een vijfde van de getelde mensen (223 personen, 19%) is deze informatie niet bekend.

Relatiebreuk

132

11%

(Huiselijk) geweld

55

5%

Onveilige thuissituatie anders dan huiselijk geweld (bv. Verwaarlozing, financiële uitbuiting, drugsmisbruik of verslaving)

42

4%

Overlijden van huisgenoot

6

1%

Geaardheid of genderidentiteit

<5

<1%

Psychische problematiek

130

11%

Verslaving

126

11%

Financiële problemen

91

8%

Gevlucht vanwege een oorlog

85

7%

Illegaliteit

60

5%

Ontslag uit een instelling

52

4%

Uitzetting uit instelling/voorziening vanwege incident of gedrag

47

4%

Persoon is arbeidsmigrant en verblijft via werkgever

35

3%

Persoon is arbeidsmigrant en is met verlies van werk ook woning kwijtgeraakt

30

3%

Immigratie

30

3%

Werkloosheid

29

2%

Remigratie

24

2%

Calamiteiten zoals brand, overstroming, etc.

<5

<1%

Anders

97

8%

Aanleiding onbekend

271

23%

Overig

3.2.11 Duur van dak- en thuisloosheid Tabel 21 geeft weer hoe lang mensen dak- of thuisloos waren op de teldag. Ongeveer 35% van de getelde dak- en thuisloze personen (424 personen) was korter dan een jaar dak- of thuisloos. Hiervan waren 145 personen (12% van het totaal) minder dan vier maanden dak- of thuisloos, en 279 personen (23% van het totaal) vier maanden tot een jaar dak- of thuisloos. Bijna de helft van de getelde personen was een jaar of langer dak- of thuisloos (553 personen, 46%). Hiervan waren 179 personen (15% van het totaal) een tot twee jaar dak- of thuisloos, en 374 personen (31% van het totaal) twee jaar of langer dak- of thuisloos. 4% (49 personen) had nog huisvesting op de teldag maar dreigde binnen een maand uit huis gezet te worden. Voor 171 personen (14%) is de duur van hun dak- of thuisloze situatie onbekend.

43

algemene resultaten van de telling

Aantal volwassenen

%

Minder dan vier maanden

145

12%

Vier maanden tot een jaar

279

23%

Een tot twee jaar

179

15%

Twee jaar of langer

374

31%

Er is nog huisvesting*

49

4%

Onbekend

171

14%

Totaal

1.197

100%**

*

Enkel van toepassing voor personen die zijn geteld in een woning met dreigende huisuitzetting

**

Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%

3

Tabel 21. Duur van dak- en thuisloosheid van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen

Van de getelde volwassenen was de grootste groep twee jaar of langer dak- of thuisloos (31%). De meeste van hen waren man (78%) en alleenstaand zonder kinderen (85%). Zij verbleven vaak bij familie, vrienden of derden (27%), in een instelling (26%) en in niet-conventionele woonruimten (22%). Het grootste deel van de mensen die twee jaar of langer dak- of thuisloos was, was tussen de 28 en 39 jaar (26%), tussen de 40 en 49 jaar (25%) en tussen 18 en 27 jaar (21%). Daarnaast had ongeveer de helft van de mensen de Nederlandse nationaliteit (49%) en had 38% de nationaliteit van een land buiten de EU.

3.3 Opvang van Oekraïense vluchtelingen Een groep die buiten de scope van het telonderzoek valt, zijn mensen die opgevangen worden in de zogeheten ‘Oekraïne opvang’: de opvang voor mensen die gevlucht zijn uit Oekraïne in verband met de oorlog. Omdat dit een relatief grote groep is die ook een huisvestingsvraag heeft, geven we hier weer hoeveel mensen in de Oekraïne opvang verbleven.

Regio Gelderland-zuid

In regio Gelderland-Zuid werden er in mei 2024 2.989 Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Hiervan verbleven de meeste mensen (2.416 personen, 81%) in gemeentelijke opvang locaties. Ongeveer een vijfde van de vluchtelingen (535 personen, 18%) verbleef op particuliere opvangplekken, bijvoorbeeld in gastgezinnen. Daarnaast werden er, voor zover bekend, 34 mensen (1%) opgevangen op vakantieparken en/of campings, en minder dan 5 mensen (<1%) op een andere locatie. Niet alle gemeenten hadden (exact) zicht op het aantal opgevangen Oekraïense vluchtelingen op particuliere opvangplakken en op campings en vakantieparken. Het genoemde aantal opgevangen Oekraïense vluchtelingen is daarmee naar waarschijnlijkheid lager dan in werkelijkheid.

44

45

4

resultaten Kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

Desondanks handhaven gemeenten in de zes regio’s lang niet altijd, met name vanwege capaciteitsproblemen, het ontbreken van alternatieve huisvesting en angst voor extra zorgvragen en administratieve lasten. Volgens betrokken professionals wordt daarom veel gedoogd en weggekeken. Bij een deel van de gemeenten is er weinig politiek draagvlak om tot oplossingen te komen. Aan de andere kant zien betrokken professionals dat arbeidsmigranten soms zelf bang zijn om in beeld te komen bij gemeenten uit angst voor negatieve gevolgen. Het komt voor dat arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid bezoek krijgen van ambtenaren en de dag daarop de woonruimte hebben verlaten.

Ter voorbereiding op de dataverzameling werd een beknopte literatuurverkenning uitgevoerd en werden er online gesprekken gevoerd met enkele deskundigen. Hieronder staan de overkoepelende resultaten beschreven van het onderzoek in de zes regio’s. Daarbij worden ook enkele regio-specifieke kenmerken uitgelicht voor regio Gelderland-Zuid. Het onderzoek geeft een globaal beeld van de situatie in de zes regio’s en gaat niet in op de specifieke situatie in de verschillende regiogemeenten binnen deze regio’s. De citaten in dit hoofdstuk zijn afkomstig van professionals uit alle zes de regio’s, dus niet uitsluitend uit regio Gelderland-Zuid.

Professionals zien ook vaak dat werkgevers arbeidsmigranten verplaatsen op het moment dat de gemeente hen in beeld krijgt. Op deze manier worden zij bewust onder de radar gehouden.

4.1.1 Zicht op het aantal dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s In alle zes de regio’s werd op basis van het kwalitatieve onderzoek niet duidelijk wat de precieze omvang is van de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten. Geen van de zes regio’s heeft hier goed zicht op of kan hier een reële inschatting van maken. Dit komt onder andere doordat de kennis over de groep arbeidsmigranten en het gemeentelijk beleid met betrekking tot arbeidsmigranten versnipperd zijn over verschillende afdelingen en beleidsterreinen, zowel binnen de gemeenten als daarbuiten. Ook schrijven veel arbeidsmigranten zich niet in bij de gemeente. ‘Formeel zijn ze niet eens in Nederland, terwijl ze er wel zijn. [....] Als ik een kind geboren zie worden en beide ouders niet in de BRP staan ingeschreven, dan wordt het kind niet ingeschreven. Dat kind valt volledig buiten beeld. Zo hebben we veel spookburgers, spookarbeiders, die overal buiten vallen.’ (provinciaal medewerker aanpak vakantieparken) Er zijn geen officiële cijfers, maar de betrokken professionals zien wel dat het aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid de afgelopen jaren fors is toegenomen.

‘Zij willen niet in beeld zijn en proberen dit zo veel mogelijk te voorkomen. Hier worden verschillende redenen voor genoemd: ze zijn op de vlucht voor iets of willen absoluut niks te maken hebben met de overheid. Het vermoeden is dat de kinderen ook moeten werken, en dat zij uitgebuit worden.’ (beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente)

4.1.2 Profielkenmerken van dak- en thuisloze arbeidsmigranten In regio Gelderland-Zuid zijn er volgens de professionals ongeveer evenveel dak- en thuisloze arbeidsmigranten man als vrouw. De situatie van vrouwelijke arbeidsmigranten in leefsituaties van dak- en thuisloosheid is volgens de professionals in de zes regio’s extra kwetsbaar: zij krijgen regelmatig te maken met seksueel misbruik, geweld en uitbuiting. ‘Een jonge vrouw koos voor het slapen in een auto, zij wilde niet terug naar Polen, zij wilde niet naar de winteropvang. Ze was gefixeerd op het idee dat ze een nieuwe baan zou vinden. Het verblijf in de auto was iets ‘van haar’, haar eigen spulletjes. Ze wilde dat niet loslaten. Ze werd misbruikt door mannen. Jonge vrouwen zijn vooral kwetsbaar omdat ze niet zo ervaren zijn. Mannen kunnen hen gemakkelijk manipuleren.’ (medewerker Stichting Barka) De meeste arbeidsmigranten in de zes regio’s verblijven zonder partner en kinderen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid, maar er zijn ook arbeidsmigranten die met hun partner en/of kinderen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid verblijven. De leeftijden van dak- en thuisloze arbeidsmigranten lopen uiteen. In meerdere regio’s wordt een sterke toename van het aantal jonge dak- en thuisloze arbeidsmigranten gezien.

De groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s bestaat voornamelijk uit mensen uit Midden- en Oost-Europa, waarbij Polen, Bulgaren en Roemenen de grootste groepen vormen. In Gelderland-Zuid zien de professionals daarnaast veel dak- en thuisloze Oekraïense arbeidsmigranten, en ook Spanjaarden, Portugezen, Hongaren, Tsjechen en mensen uit de Baltisch staten. Er zijn volgens de betrokken professionals niet veel dak- of thuisloze arbeidsmigranten die uit landen van buiten Europa komen.

De mate waarin gemeenten in de zes regio’s moeite doen om zicht te krijgen op arbeidsmigranten die zich in een kwetsbare situatie bevinden, loopt sterk uiteen. Sommige gemeenten hebben een actieve en outreachende aanpak. Zij doen bijvoorbeeld onderzoek bij bedrijven die ervan verdacht worden dat zij niet goed omgaan met hun werknemers. Andere gemeenten handelen voornamelijk reactief. Zij doen pas onderzoek wanneer er meldingen binnenkomen over de zorgelijke leefsituaties van arbeidsmigranten bij

In alle zes de regio’s verrichten de meeste dak- en thuisloze arbeidsmigranten die werken laag- of ongeschoold werk. De dak- en thuisloze arbeidsmigranten in Gelderland-Zuid werken volgens de professionals ook vaak buiten de regio, maar worden toch in deze regio gehuisvest vanwege de relatief lage kosten voor werkgevers. Bij de arbeidsmigranten die in beeld komen bij organisaties spelen naast problemen met huisvesting ook problemen op andere gebieden, zoals financiën en lichamelijke en geestelijke gezondheid. In regio Gelderland-Zuid geven professionals bijvoorbeeld aan dat arbeidsmigranten lange

48

49

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

In de zes regio’s waar in 2024 een ETHOS-telling werd uitgevoerd is aanvullend onderzoek gedaan naar de situatie van dak- en thuisloze arbeidsmigranten en mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de aantallen, leefsituaties en profielkenmerken van deze groepen. In de periode van maart tot juni 2024 hielden onderzoekers van Hogeschool Utrecht in alle zes de regio’s online focusgroepen met professionals die in contact staan met dak- en thuisloze arbeidsmigranten en mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. In totaal namen er vanuit de zes regio’s 39 personen deel aan de focusgroepen gericht op dak- en thuisloze arbeidsmigranten en 36 personen aan de focusgroepen gericht op campings- en vakantieparken. Deelnemers waren onder andere werkzaam bij gemeenten (beleidsmedewerkers en BOA’s), provincies (aanpak vakantieparken), maatschappelijke opvangorganisaties, de GGD, wijkteams, vakantieparken, een branchevereniging van vakantieparken en Stichting Barka. In een van de regio’s namen ook twee voormalig bewoners van campings en vakantieparken deel.

4.1 Arbeidsmigranten in een situatie van dak- of thuisloosheid

Regio Gelderland-zuid

‘Vijf locaties, ongeveer vijftig arbeidsmigranten aangetroffen en slechts één persoon was geregistreerd. Ze hadden geen huurovereenkomst. Ze hadden niks.’ (beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente)

4

4 Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

de gemeente zelf of bij het meldpunt ‘Meld Misdaad Anoniem’. Bij controles treffen ambtenaren in de zes regio’s geregeld mensen aan die niet staan ingeschreven en dus illegaal wonen.

De leefsituaties waar dak- en thuisloze arbeidsmigranten zich in bevinden zijn divers volgens de professionals in de zes regio’s. Een deel van de dakloze arbeidsmigranten verblijft in de openbare ruimte, zoals op straat, in de natuur, of in een parkeergarage. Een klein deel verblijft in een opvang voor dakloze mensen. In de winter verblijven zij vaak in de winternoodopvang, waar ze gratis kunnen verblijven als de koudweerregeling van kracht is. Professionals in de zes regio’s zien dat sommige werkgevers deze noodopvang benutten als huisvesting gedurende de winterperiode. Zij zetten arbeidsmigranten daar soms met busjes af. Wanneer er geen koudweerregeling van kracht is, krijgen dakloze arbeidsmigranten in de zes regio’s vaak geen toegang tot de opvang voor dakloze mensen. Zij worden vaak als ‘niet rechthebbend’ gezien, wat volgens de betrokken professionals lang niet altijd terecht is. ‘Ik hoor vaak de vraag van de gemeente: zijn ze hier vijf jaar of langer? Dat is vaak de eerste vraag. Dat betekent niet dat ze geen rechten hebben. Ook als ze hier drie jaar zijn, kunnen ze al rechten hebben. We moeten bewijzen dat ze hier hebben gewerkt, belasting hebben betaald en een zorgverzekering hebben.

Ik probeer alles om dit te bewijzen.’ (medewerker Stichting Barka) Arbeidsmigranten in de zes regio’s verblijven ook in andere leefsituaties van dak- en thuisloosheid, zoals bij vrienden, familie of derden en in niet-conventionele woonruimten vanwege gebrek aan passende huisvesting. Geschat wordt dat de grootste groep arbeidsmigranten in een niet-conventionele woonruimte verblijft. Soms is dat een auto of de werkplek van de arbeidsmigranten, maar het vaakst is dit volgens betrokken professionals in een woonruimte die wordt aangeboden door de werkgever, vaak tegen zeer hoge kosten. Professionals uit de zes regio’s geven aan dat de huisvesting van arbeidsmigranten voor werkgevers een zeer lonend verdienmodel is. Geregeld worden arbeidsmigranten gehuisvest op campings en vakantieparken. Ook worden arbeidsmigranten door de werkgever ondergebracht in wooncomplexen, particulier verhuurde huizen en hotels die specifiek worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

Regio Gelderland-zuid

Omdat wonen en werk doorgaans aan elkaar gekoppeld zijn, zijn arbeidsmigranten sterk afhankelijk van hun werkgever: het verlies van werk leidt namelijk tot verlies van huisvesting. Veel arbeidsmigranten hebben dus geen woonzekerheid. Zij zijn vaak gedwongen om genoegen te nemen met gebrekkige huisvesting: ze hebben geen alternatief en weten dat ze het risico lopen om hun baan en daarmee hun woonruimte te verliezen als ze hiertegen in protest komen. Betrokken professionals in de zes regio’s zien dat werkgevers vaak bewust gebruikmaken van de kwetsbare positie van arbeidsmigranten. Zij rekenen hoge tarieven voor huisvesting van vaak zeer lage kwaliteit, wat hen veel geld oplevert. De door werkgevers verstrekte woonruimte is vaak in slechte staat en overbewoond. Niet zelden moeten arbeidsmigranten hun bed delen met anderen: de bedden worden vaak afwisselend gebruikt door mensen die overdag werken en mensen die ’s nachts werken. Ook delen sommige werkgevers boetes uit aan arbeidsmigranten als de woonruimte niet goed genoeg is opgeruimd, bijvoorbeeld als hun bed niet is opgemaakt en hun schoenen niet tegen de muur staan. Voor eigenaren van vakantieparken is de huisvesting van arbeidsmigranten ook erg winstgevend. ‘Wij zagen bij de illegale kamerverhuur dat er een afhankelijkheidsrelatie is.

Je kan niet klagen tegen je huisbaas want dat is ook je werkgever en dan verlies je misschien je baan. Het zijn slechte kamers, met slechte isolatie en waar schimmels zijn. Het is geen goede huisvesting. Enkele bedrijven doen het wel goed, maar het merendeel werkt met arbeidsbureaus. Ook wordt soms de huur ineens verhoogd met 200 euro, zonder dat dit mag.’ (medewerker maatschappelijke opvang)

50

‘Het grootste probleem is huisvesting. Uitzendbureaus beloven goed werk en een goed salaris voor 40 uur per week, maar het is in de praktijk niet zo. [..] Ze belanden daardoor op straat. Ze hebben geen zorgverzekering en geen recht op opvang. Het is ook moeilijk om een briefadres te krijgen voor ze, want ze verblijven vaak nog te kort in Nederland. Het is een groot probleem op dit moment om iets te kunnen regelen voor deze mensen.’ (medewerker Stichting Barka) De betrokken professionals in de zes regio’s zien dat arbeidsmigranten die samen met hun kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid verblijven voornamelijk verblijven bij vrienden, familie of derden of in niet-conventionele woonruimten. Ook voor de kinderen heeft het gebrek aan toegang tot voorzieningen negatieve gevolgen. ‘De kinderen hebben geen burgerservicenummer en daardoor lopen ze voorzieningen mis. Ze hebben geen adres, ze wonen in bij iemand die niet wil dat ze zich inschrijven. De gemeente wil geen briefadres verschaffen. De kinderen zijn heel beperkt, doordat ze niet mee kunnen doen met de rest.

Doordat de huisvesting niet op een goede manier kan worden geregeld, lopen de kinderen heel veel mis.’ (beleidsadviseur informatiepunt arbeidsmigranten) De professionals in Gelderland-Zuid benadrukken hoe belangrijk het is om de rechten van arbeidsmigranten actief te beschermen om uitbuiting van deze groep mensen tegen te gaan. Ook het inperken van de winstmarges van huisvesting voor arbeidsmigranten en het verbeteren van hun werkomstandigheden (bijvoorbeeld striktere regels voor onregelmatig- en nachtwerk) zijn essentieel om dak- en thuisloosheid onder deze groep terug te dringen.

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

4.1.3 Leefsituaties van dak- en thuisloze arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten en plichten. Gemeenten in de zes regio’s voeren vaak ook geen actief beleid om hen hierover te informeren en ook werkgevers doen dit (al dan niet bewust) vaak niet. Hierdoor krijgen arbeidsmigranten geen toegang tot belangrijke voorzieningen in Nederland, zoals uitkeringen, toeslagen en het kunnen inschrijven voor een woning. Onder andere Stichting Barka ondersteunt dak- en thuisloze arbeidsmigranten in Nederland hierbij.

4.2 Mensen die noodgedwongen verblijven op campings en 4

werkdagen hebben en onder extreem hoge druk werken. Ook hun rechtsbescherming staat onder druk: de professionals uit de zes regio’s vermoeden dat arbeidsmigranten vaak bewust worden geselecteerd op het niet machtig zijn van de Nederlandse of Engelse taal, zodat zij niet goed weten waar zij recht op hebben. Dit maakt het gemakkelijker om hen uit te buiten. Professionals zien ook dat een deel van de arbeidsmigranten het slachtoffer is van mensenhandel.

vakantieparken 4.2.1 Zicht op het aantal mensen op campings en vakantieparken in de zes regio’s Uit de focusgroepen blijkt dat geen van de zes regio’s goed zicht heeft op of een reële inschatting kan maken van het aantal mensen dat noodgedwongen verblijft op campings en vakantieparken. Net als bij dak- en thuisloze arbeidsmigranten komt dat doordat veel mensen zich niet kunnen of willen inschrijven bij de gemeente en doordat het beleid en de uitvoeringspraktijk op dit terrein versnipperd zijn over verschillende gemeentelijke afdelingen en beleidsterreinen. Zo werken de afdelingen handhaving en sociale domein bijvoorbeeld vaak niet met elkaar samen, mede doordat gemeenten hier lang niet altijd prioriteit aan geven. Ook is de samenwerking met zorgorganisaties beperkt. ‘Het is vooral belangrijk om met alle domeinen aan tafel te zitten, anders krijg je nooit het hele beeld. […] Het bij elkaar brengen van al die verschillende domeinen vanuit de gemeente is al een uitdaging. Vanuit het zorgdomein is er inderdaad weinig zicht op, maar als je met veiligheid gaat praten hebben ze vaak wel een beetje een beeld, of de afdeling die verantwoordelijk is voor de BRP-inschrijvingen. Het bij elkaar brengen, daar win je het mee.

Het is echt een integrale aanpak, problematieken op vakantieparken zijn echt heel divers, die kun je nooit vanuit één domein oppakken.’ (projectleider aanpak vakantieparken bij een provincie)

51

Om meer zicht te krijgen op de groep mensen die noodgedwongen verblijft op campings en vakantieparken zouden gemeenten volgens de betrokken professionals uit de zes regio’s een meer integrale en meer actieve en outreachende aanpak moeten hanteren. De mate waarin dit gebeurt loopt sterk uiteen. Veel gemeenten geven aan dat zij hiervoor onvoldoende capaciteit hebben en ook het ontbreken van alternatieve huisvesting maakt dat zij dit soort situaties vaak gedogen. Vaak grijpen zij alleen in na overlastmeldingen of wanneer duidelijk wordt dat er zorg nodig is. Ook is de aanpak erg afhankelijk van de bestuurlijke standpunten van de gemeente. ‘Mensen met verslaving zorgen soms voor overlast en de huisvesting waar ze in wonen is vaak heel beroerd, niet brandveilig. Daar zit een volgend probleem: mensen zitten er vaak omdat ze nergens anders meer terecht kunnen. Als wij gaan handhaven dan is er geen vervangende woonruimte en moeten deze mensen naar de maatschappelijke opvang, en dat is ook een dilemma.’ (medewerker gemeente) In Gelderland-Zuid geven de professionals aan dat een multidisciplinair projectteam vanuit de provincie is gestart met het in kaart brengen en ondersteunen van mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijven.

4.2.2 Profielkenmerken van mensen op campings en vakantieparken

Voor arbeidsmigranten geldt volgens de professionals in de zes regio’s dat zij vaak door hun werkgever worden gehuisvest op campings en vakantieparken. Professionals in regio Gelderland-Zuid geven aan dat er vakantieparken zijn waar honderden arbeidsmigranten verblijven. Arbeidsmigranten beschikken meestal niet over een huurcontract en verkeren daarmee permanent in grote onzekerheid over hun huisvesting. Zoals beschreven in paragraaf 4.1 komt het vaak voor dat zij met meerdere mensen een te kleine ruimte delen en dat de woonunits waar zij in verblijven in slechte staat zijn. De werkgevers vragen volgens de betrokken professionals desondanks exorbitant hoge bedragen voor deze woonruimten. ‘Ik kwam erachter dat er 12 mensen in een huisje zaten, terwijl er maar 6 bedjes waren. Dus bedjes worden dubbel verdeeld.’ (medewerker aanpak vakantieparken bij een provincie) Er wonen ook mensen op campings en vakantieparken die buiten het zicht van instanties willen blijven. Bijvoorbeeld vanwege persoonlijke problemen of schulden of omdat ze geen hulp of bemoeienis willen. Verblijf op een camping of vakantiepark lijkt daarmee een bewuste keuze, maar wordt door hen vaak gezien als enige optie. Daarnaast verblijven er mensen op campings en vakantieparken die bewust buiten het zicht van instanties worden gehouden.

Dit gaat om mensen die onder dwang op campings verblijven als gevolg van mensenhandel of uitbuiting (bijvoorbeeld gedwongen prostitutie). Volgens betrokken professionals uit de zes regio’s is dit een zorgwekkende groep die steeds vaker in beeld komt. Naast deze groepen zijn er ook mensen die bewust kiezen voor het verblijf op een camping of vakantiepark om andere redenen dan gebrek aan passende huisvesting. De betrokken professionals zien dat ook zij vaak in de problemen komen wanneer zij zich niet kunnen inschrijven en geen gebruik meer kunnen maken van allerlei voorzieningen.

Volgens betrokken professionals in de zes regio’s is de groep mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijft heel divers. Het gaat om alleenstaande mannen, arbeidsmigranten, maar ook om alleenstaande ouders (vaker moeders dan vaders), volledige gezinnen (ook van arbeidsmigranten), jongeren, en starters op de woningmarkt.

‘Heel veel mensen wonen ook al heel lang op een vakantiepark, die zijn misschien wel thuisloos omdat ze op een campingpark hebben besloten te wonen, die hebben ook hun problematiek. Maar wonen daar wel het fijnst. Beetje prikkelvrij, buiten.’ (projectleider aanpak vakantieparken bij een provincie)

Aanleidingen voor noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken Er zijn verschillende omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat mensen noodgedwongen op campings en vakantieparken terecht komen. Volgens professionals uit de zes regio’s raakte een deel van de mensen door persoonlijke omstandigheden hun huisvesting kwijt, bijvoorbeeld door schulden, een relatiebreuk, huiselijk geweld of de vondst van een wietplantage. Hieronder vallen ook dakloze gezinnen die zich niet durven melden bij de maatschappelijke opvang uit angst dat jeugdzorg hun kinderen bij hen wegneemt. Deze mensen hebben allen onvoldoende inschrijftijd om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning of komen bij woningcorporaties moeilijk aan een woning, bijvoorbeeld vanwege een verleden met hennepteelt of overlast.

Op campings en vakantieparken verblijven ook mensen die zich bezighouden met criminele activiteiten en op deze manier onder de radar kunnen blijven. Deze groep mensen valt alleen onder de ETHOS-Light classificatie indien er ook sprake is van een gebrek aan passende huisvesting en deze mensen dus nergens anders terecht zouden kunnen.

‘De intentie is vaak: ik verblijf daar even en als ik een huis gevonden heb ga ik daar weer weg. Maar in deze gemeente zijn de wachttijden tussen de zes en acht jaar voor een woning. Particuliere huur is voor veel mensen niet te doen, mensen zijn aangewezen op de sociale huurwoningen, urgentie is vaak niet bereikbaar. Gewoon scheiden is geen argument meer [voor urgentie] ook niet met kinderen.’ (professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken)

Regio Gelderland-zuid

‘Er is een jonge doelgroep, mensen die gek thuis worden. Die betalen 800 euro en dan heb je een stacaravan of chalet.’ (medewerker branchevereniging recreatieparken)

Daarnaast zijn er studenten of starters die geen passende huisvesting kunnen vinden, terwijl het wonen bij hun ouders voor hen niet meer houdbaar is. Zij staan nog niet lang genoeg ingeschreven bij

52

4.2.3 Leefsituaties van mensen die verblijven op campings en vakantieparken Mensen die noodgedwongen wonen op campings en vakantieparken verblijven volgens professionals in de zes regio’s in verschillende niet-conventionele woonruimten, zoals (sta)caravans, busjes en vakantiewoningen. De kwaliteit van deze woonruimten varieert sterk. Sommige bewoners wonen in relatief goede chalets, maar veel mensen verblijven in verwaarloosde caravans of huisjes die niet geschikt zijn voor permanent verblijf. ‘Er zijn hele mooie huisjes waarbij je denkt daar wil ik ook wel verblijven, maar er zijn ook caravans waarbij de achterwand van het toilet ontbrak. Het varieert van incomplete woningen tot mooie paleisjes. Er wonen ook vaker kinderen in caravans en vakantiewoningen van slechte kwaliteit.’ (professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken)

53

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

‘Ze associëren een dakloze met problemen en zeggen: “Wij hebben hier geen problemen.” Maar als je dan doorvraagt blijken er wel degelijk daklozen op de camping te zitten. Ze willen geen aandacht daarvoor.’ (medewerker gemeente)

woningcorporaties om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen. Particuliere huur en het kopen van een woning is voor hen vaak te duur.

4

Betrokken professionals in de zes regio’s vinden dat gemeenten en camping- en vakantieparkeigenaren in de zes regio’s te weinig samenwerken bij het in beeld brengen van mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijven. Gemeenten geven aan dat eigenaren van campings en vakantieparken vaak terughoudend zijn in het verschaffen van informatie over deze mensen.

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

De professionals uit de zes regio’s geven aan dat de woonruimten soms in zo’n slechte staat zijn dat ze niet over basisvoorzieningen zoals stromend water, elektriciteit en/of verwarming beschikken. Professionals zien dat deze slechte omstandigheden een negatief effect hebben op de fysieke en mentale gezondheid van de bewoners. In het bijzonder bij gezinnen met kinderen vinden zij dit zeer zorgelijk. In Gelderland-Zuid zagen voormalig campingbewoners ook dat campingeigenaren mensen in nood soms onder druk zetten om extra geld te betalen. ‘Mensen wonen in een caravan maar hebben geen uitweg, die caravan is niet geschikt voor bewoning, bij wijze van spreken zak je zo door de vloer heen. Daar wonen mensen met een grote rugzak, die ook ziek zijn soms. Het is niet uit te leggen dat je mensen daar laat wonen. Soms kun je niet anders, maar het is de vraag of je dat moet willen.’ (medewerker gemeente) De mogelijkheden voor inschrijving op het adres waar mensen verblijven zijn vaak beperkt. Het is wettelijk vastgelegd in de Wet Basisregistratie Personen (BRP) dat gemeenten verplicht zijn om mensen in te schrijven op het adres waar zij daadwerkelijk verblijven, maar tegelijkertijd is permanent wonen op een camping of vakantiepark in strijd met het bestemmingsplan. Bovendien staan veel campings en vakantieparken inschrijving niet toe.

De regels omtrent wonen en inschrijven op campings en vakantieparken lopen sterk uiteen bij de gemeenten in de zes regio’s. Niet kunnen inschrijven belemmert de toegang tot zorg, onderwijs en sociale voorzieningen, zoals het kunnen ontvangen van uitkeringen of toeslagen. Mensen kunnen ook niet altijd een briefadres bij de gemeente krijgen. In Gelderland-Zuid geven voormalig vakantieparkbewoners bijvoorbeeld aan dat gemeenten pas briefadressen verstrekken zodra problemen zich hebben opgestapeld, terwijl een briefadres essentieel is om opstapeling van problemen te voorkomen. Ook hebben veel bewoners geen huurcontract, waardoor zij voortdurend in woononzekerheid verkeren. Deze woononzekerheid zorgt voor veel stress bij de bewoners. Zij hebben het gevoel dat zij niet worden gezien door de gemeente.

Regio Gelderland-zuid

54

4

‘Het briefadres is een groot probleem, wij zijn meerdere keren naar de centrumgemeente geweest voor een briefadres, die zeiden: “Ga maar naar de gemeente waarin de camping ligt.” Die gemeente zei: “Laat zien dat je daar kunt blijven voor langere tijd.” De camping wilde dat niet uit angst voor handhaving. De centrumgemeente zei: “Zolang je geen drugs of drank gebruikt doen we niks voor je.” Op den duur ben ik teruggegaan en heb ik gezegd dat we onder een brug verbleven, pas toen kregen we een briefadres.’ (oud bewoner vakantiepark)

55

5

samenvatting en conclusies

5.1 Samenvatting 5.1.1 Eerste telling aan de hand van de ETHOS-Light definitie in regio Gelderland-Zuid Deze telling brengt dak- en thuisloosheid in regio Gelderland-Zuid in beeld. Daarbij is gebruik gemaakt van een nieuwe telmethode en een voor Nederland nieuwe definitie: ETHOS-Light. Het gaat hier om een daadwerkelijke telling van dak- en thuisloze personen die werd uitgevoerd door medewerkers van organisaties die met dak- en thuisloze personen in contact staan. Voor het eerst zijn in deze regio ook kinderen, mensen ouder dan 65 jaar, mensen zonder verblijfspapieren en mensen in een grote verscheidenheid aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid in beeld gebracht. De telling geeft inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen in de regio, de grote diversiteit aan leefsituaties van deze mensen en hun profielkenmerken. Uit de resultaten blijkt dat het betrekken van organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloosheid van cruciaal belang is om zicht te krijgen op alle dak- en thuisloze personen. Ongeveer de helft van de getelde personen kwam namelijk via deze organisaties in beeld.

5.1.2 Het aantal dak- en thuisloze mensen in regio Gelderland-Zuid Dak- en thuisloosheid is in dit onderzoek gedefinieerd aan de hand van de ETHOS-Light classificatie, een internationaal gevalideerde definitie voor het meten van dak- en thuisloosheid. 84 organisaties telden op 9 april 2024 in regio Gelderland-Zuid in totaal 1.357 dak- en thuisloze personen, waarvan 1.197 volwassenen en 160 kinderen. ETHOS-Light deelt dak- en thuisloosheid op in zes verschillende categorieën (zie Tabel 23), waaraan de onderzoekers in navolging van het onderzoeksteam van Katholieke Universiteit Leuven een zevende categorie toevoegden, namelijk personen die uit huis gezet dreigen te worden binnen een maand na de teldag terwijl zij geen passende woonoplossing hebben. Tabel 23. Verblijfssituatie van dak- en thuisloze personen op 9 april 2024 Totaal getelde personen

1.

1.357 Aantal volwassenen

%

Aantal kinderen

%

92

8%

-

-

In de openbare ruimte

2.

In noodopvang voor dakloze mensen

117

10%

<5

<3%

3.

In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

109

9%

32

20%

4.

In een instelling

180

15%

15

9%

5.

In niet-conventionele woonruimte

243

20%

24

15%

6.

Bij familie/ vrienden/ derden

395

33%

83

52%

+

Dreigende huisuitzetting

34

3%

<5

<3%

Verblijfssituatie onbekend op teldag, dak- of thuisloosheid bevestigd

27

2%

-

-

1.197

100%

160

100%

Regio Gelderland-zuid

Totaal

De telling laat zien dat dak- en thuisloosheid overal voorkomt. In elk van de 13 deelnemende gemeenten werden mensen getroffen door dak- en thuisloosheid. Er werden 590 volwassen dak- en thuisloze personen geteld in Nijmegen, 93 volwassenen in Tiel, 87 volwassen in Berg en Dal, 68 volwassenen in West Maas en Waal, 55 volwassenen in West Betuwe, 35 volwassenen in Culemborg, 32 volwassenen in Heumen, 23 volwassenen in Wijchen, 10 volwassenen in Beuningen, 10 volwassenen in Mook en Middelaar, 6 volwassenen in Buren en minder dan 5 volwassenen in Druten en Neder-Betuwe. Tevens werden er in bijna alle gemeente dak- en thuisloze kinderen geteld. Er werden 69 dak- en thuisloze kinderen geteld in Nijmegen, 21 kinderen in Berg en Dal, 17 kinderen in Culemborg, 10 kinderen in Tiel en 9 kinderen in Heumen. In de volgende gemeenten verbleven minder dan 5 dak- en thuisloze kinderen: Mook en Middelaar, Buren, Neder-Betuwe, West Maas en Waal, Druten, West Betuwe en Wijchen. In gemeente Beuningen werden geen dak- of thuisloze kinderen geteld. Of het totale aantal getelde personen hoger of lager is dan verwacht valt niet goed te zeggen. Het aantal dak- en thuisloze personen in deze regio is nog niet eerder op deze manier in kaart gebracht.

Bestaande cijfers, zoals de schattingen van het CBS en de cijfers van de Gemeentelijke Monitoring Sociaal Domein, geven weinig tot geen inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen op gemeentelijk en regionaal niveau. De door ons uitgevoerde telling is daarom in feite een nulmeting voor de regio en moet worden gezien als ondergrens, omdat ook met deze methode niet iedereen in beeld komt.

5.1.3 Profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen De telling laat zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in regio Gelderland-Zuid heel divers is. 72 procent van de getelde dak- en thuisloze volwassenen in de regio was man en 26 procent was vrouw. Daarnaast was bij minder dan één procent een andere genderidentiteit bekend. 12 procent van de getelde personen was minderjarig en 87 procent was meerderjarig. Het percentage jongeren (18-27 jaar) was 24 procent. 61 procent van de mensen had de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast was 7 procent EU-burger en had 19 procent de nationaliteit van een land buiten de EU. 73 procent was alleenstaand zonder kinderen, 7 procent was alleenstaand met kinderen en 3 procent had een partner en kinderen. 35 procent was korter dan een jaar dak- of thuisloos en 31 procent twee jaar of langer. 32 procent van de getelde personen ontving een inkomen uit een uitkering, 16 procent had inkomen uit werk en 14 procent had geen enkel inkomen. Bij 28 procent van de dak- en thuisloze personen was er een vermoeden van een verslaving en bij 38 procent was er sprake van een vermoeden van psychische/psychiatrische problematiek. De rapportage laat tevens zien dat 35 procent van de getelde personen korter dan een jaar dak- of thuisloos was en 31 procent twee jaar of langer.

De verblijfssituaties van de getelde dak- en thuisloze mensen blijken niet statisch: een deel van de getelde dak- en thuisloze mensen verbleef in de twee weken voorafgaand aan de telling in verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.

De telling brengt een grote diversiteit aan leefsituaties in beeld. Op de teldag verbleven er 92 volwassenen in de openbare ruimte. Er werden hier geen kinderen geteld. Er verbleven 117 volwassenen en minder dan 5 kinderen in de noodopvang voor dakloze mensen. 109 volwassenen en 32 kinderen verbleven in

58

59

samenvatting en conclusies

Dit rapport beschrijft de resultaten van de ETHOS-telling in regio Gelderland-Zuid. Dit hoofdstuk vat de resultaten samen, geeft de belangrijkste conclusies weer en blikt terug op de telling.

5

5 Samenvatting en conclusies

tijdelijke opvang voor dakloze mensen. 180 volwassenen en 15 kinderen verbleven langer dan nodig in een instelling vanwege gebrek aan een woonoplossing of moesten binnen een maand na de teldag een instelling verlaten zonder dat zij een woonoplossing hadden. 243 volwassenen en 24 kinderen verbleven in een niet-conventionele woonruimte zoals een kraakpand, garage, auto of stacaravan. 395 volwassenen en 83 kinderen verbleven tijdelijk bij familie, vrienden of derden. Verder verbleven er 34 volwassenen en minder dan 5 kinderen in een woning die zij binnen 30 dagen dreigden te moeten verlaten vanwege een huisuitzetting.

Met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten reflecteerden we op de belangrijkste resultaten van de telling. Op basis van de verzamelde cijfers en de reflecties daarop lichten we enkele conclusies uit.8

In elk van de gemeenten in regio Gelderland-Zuid werden volwassenen geteld die in niet-conventionele woonruimten verbleven vanwege een gebrek aan passende huisvesting. In totaal betrof dit 243 volwassenen (20%). Zij verbleven bijvoorbeeld in een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract, op een camping, in een (sta)caravan, of in een auto. Ook 24 kinderen verbleven noodgedwongen op plekken die niet geschikt zijn voor bewoning. Volgens professionals in de regio verblijven veel meer dak- en thuisloze mensen noodgedwongen op campings en vakantieparken dan uit deze telling naar voren komt. Gemeenten en andere organisaties die bij de telling betrokken zijn, hebben hen niet altijd goed in beeld.

5.2.1 ook Veel vrouwen zijn dak- of thuisloos Er zijn veel dak- en thuisloze vrouwen geteld: 312 vrouwen verbleven in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid. Dit is ruim een kwart van de getelde volwassenen (26%). Dit percentage is hoger dan percentages die uit bestaande cijfers naar voren komen. Dak- en thuisloze vrouwen verbleven met name bij familie, vrienden of derden (38%) en in niet-conventionele woonruimten (21%). Ook werden er vrouwen in de openbare ruimte geteld (<2%). De meeste alleenstaande dak- en thuisloze ouders waren vrouw (66%). Daarnaast waren 6 dak- en thuisloze vrouwen zwanger.

5.2.2 Dak- en thuisloosheid treft een groot aantal kinderen en jongeren De telling laat zien dat dak- en thuisloosheid veel kinderen en jongeren treft. 35% van de getelde dak- en thuisloze personen was jonger dan 28 jaar. Op één gemeente na werden in alle gemeenten in de regio kinderen geteld in een situatie van dak- of thuisloosheid. In totaal zijn er 160 dak- en thuisloze kinderen geteld. Deze kinderen verbleven meestal samen met één of meerdere ouders. 13 van deze kinderen (8%) verbleven zonder ouder(s) in een situatie van dak- of thuisloosheid. De meeste kinderen verbleven bij familie, vrienden of derden (52%). 15% van de kinderen verbleef in niet-conventionele woonruimten, waaronder een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract, een (sta)caravan of boot. Dakloosheid treft kinderen ook indirect: 332 kinderen waren niet zelf dak- of thuisloos, maar hadden wel een ouder die dak- of thuisloos was (meestal hun vader). Daarnaast waren er 319 jongeren (18-27 jaar) dak- of thuisloos. Zij vormen bijna een kwart van de getelde dak- en thuisloze personen (24%). Jongeren waren meestal alleenstaand zonder partner en kinderen (77%) en verbleven vooral bij familie, vrienden of derden (39%).

5.2.3 Arbeidsmigranten op straat vormen het topje van de ijsberg

Regio Gelderland-zuid

Dakloze EU-burgers vormen in het straatbeeld een duidelijk zichtbare groep. 35% van de mensen die op straat verbleven, was EU-burger met een niet-Nederlandse nationaliteit. Volgens de betrokken professionals is het overgrote deel van deze mensen (voormalig) arbeidsmigrant. Zij gaven aan dat arbeidsmigranten die in de openbare ruimte verblijven goed in beeld zijn gekomen met de telling. Buiten de winterperiode verblijven dakloze EU-burgers beperkt in de opvang, dit heeft te maken met de voorwaarden waarop een EU-burger recht heeft op de maatschappelijke opvang en de mate waarin opvangorganisaties zich hieraan houden. Professionals geven aan dat dakloze EU-burgers in de praktijk vaak niet worden toegelaten tot de maatschappelijke opvang. Daarnaast verblijven arbeidsmigranten wegens gebrek aan passende huisvesting vaak in niet-conventionele woonruimten - zoals een stacaravan op een vakantiepark - of bij vrienden, familie of derden. Bij deze telling werd opnieuw duidelijk dat het bijzonder moeilijk is om zicht te krijgen op de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in deze laatstgenoemde leefsituaties. Bij gemeenten en andere telorganisaties zijn zij vaak zeer beperkt in beeld. De professionals die deelnamen aan de telling en aan het kwalitatieve onderzoek vermoeden dat het werkelijke aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zeer groot is.

8

5.2.5 Bijna Een derde van de getelde volwassenen is langdurig dak- of thuisloos Veel dak- en thuisloze mensen verkeren al heel lange tijd in een precaire woonsituatie. Uit de telling blijkt dat 374 personen op de teldag twee jaar of langer dak- of thuisloos waren. Dit is bijna een derde (31%) van de getelde volwassenen. De leefsituaties van langdurig dak- en thuisloze mensen zijn heel divers: 27% van de personen verbleef bij familie, vrienden of derden, 26% in een instelling, en 22% in niet-conventionele woonruimten. Ruim driekwart van de personen was man (76%), ongeveer de helft had de Nederlandse nationaliteit (49%) en 38% had de nationaliteit van een land buiten de EU. Ook veel jongeren verbleven langdurig in een situatie van dak- of thuisloosheid: ruim een vijfde van deze groep was tussen de 18 en 27 jaar oud (21%). Ongeveer een kwart was tussen de 28 en 39 jaar oud (26%) en tussen de 40 en 49 jaar oud (25%).

5.2.6 Het organiseren van een ETHOS-telling levert veel op Uit de resultaten van de telling blijkt dat het betrekken van een breed scala aan organisaties van cruciaal belang is om zicht te krijgen op de problematiek van dak- en thuisloosheid. Het draagvlak voor de telling onder de organisaties in de regio was groot: vele organisaties namen actief deel aan de startdag en de informatiesessies. Organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloze personen brachten ongeveer de helft van de getelde personen in beeld. De telling biedt niet alleen zicht op het aantal dak- en thuisloze mensen en hun profielkenmerken, maar leidde ook tot grotere betrokkenheid van deze organisaties bij de problematiek van dak- en thuisloosheid en tot bewustwording van de grote verscheidenheid aan leefsituaties. Daarnaast resulteerde de gezamenlijke organisatie van de telling tot versterking van de samenwerking tussen de deelnemende organisaties.

5.3 Terugblik op de ETHOS-telling in regio Gelderland-Zuid In 2023 vond de ETHOS-telling voor het eerst plaats in twee regio’s in Noordoost-Brabant. Deze telling was een pilot om te onderzoeken welke groepen dak- en thuisloze mensen in beeld komen met de ETHOS-telling en wat het draagvlak is voor het uitvoeren van zo’n telling in Nederland. Deze tweede telronde in 2024 waar regio Gelderland-Zuid aan deelnam, laat opnieuw zien dat de telling een geschikte methode is om dak- en thuisloosheid in Nederland in kaart te brengen. Daarmee zijn we de pilotfase voorbij. Consistente resultaten De resultaten van de twee telrondes geven een consistent beeld van dak- en thuisloosheid. De tellingen laten zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in alle deelnemende regio’s zeer divers is. Het stereotype beeld van dak- en thuisloosheid is dat van de klassieke groep dak- en thuisloze mensen, die voornamelijk bestaat uit alleenstaande mannen van middelbare leeftijd met psychische en verslavingsproblematiek. De resultaten van beide telrondes halen dit beeld onderuit. We zien een grote diversiteit van dak- en thuisloze personen en we zien veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.

De conclusies in deze rapportage komen grotendeels overeen met de conclusies die beschreven staan in de onderzoeks-rapportages van de andere vijf regio’s die deelnamen aan de ETHOS-telling in 2024. 60

61

samenvatting en conclusies

5.2.4 Veel mensen verblijven noodgedwongen in niet-conventionele woonruimten

5

5.2 Conclusies

samenvatting en conclusies 5

Veel draagvlak voor de telling De betrouwbaarheid van de resultaten hangt sterk af van de mate waarin relevante stakeholders zoals gemeenten, zorginstanties en maatschappelijke organisaties bereid zijn om aan de telling mee te werken en de methode onderschrijven. In regio Gelderland-Zuid was er veel draagvlak voor de telling: in grote lijnen waren alle relevante organisaties bereid om aan de telling deel te nemen. Deze organisaties lieten bovendien een grote betrokkenheid bij de telling zien. In totaal telden 84 organisaties mee. Veel groepen goed in beeld Samen met medewerkers van de betrokken gemeenten en andere telorganisaties in regio GelderlandZuid reflecteerden we op de vraag of de resultaten van de telling de situatie in hun regio goed weergeven. De betrokkenen geven aan dat dit in grote lijnen het geval is. Zij onderstrepen dat de ETHOS-telling veel groepen in beeld brengt die niet in andere cijfers voorkomen. Op basis van de resultaten uit ronde 1 en ronde 2 concluderen we daarom dat de ETHOS-telling beter zicht geeft op dak- en thuisloosheid dan voorheen mogelijk was. Op enkele groepen is onvoldoende zicht Net als bij de eerste telronde zijn een aantal specifieke groepen niet volledig in beeld gebracht. Daarbij gaat het om dak- en thuisloze arbeidsmigranten en personen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14649907/1