2024-213 Avri begroting 2025 - getekend Geredigeerd
Tekst van het document
A*i SAMEN WER<EN AAN EEN SCHOON RVIERENLAND
Begroting 2025 inclusief meerjaren raming tlm 2028 vaststelling AB 12 september 2024
1
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding
.3
2
Bestuurlijke samenvatting
4
Beleidsbegroting
6
3
Bestuur& Beleid
7
4
Programma Afval
9
5
Programma Integraal beheer openbare ruimte
13
6
Programma Handhaving
15
7
Programma Bedrijfsafval
16
8
Programma Overhead
18
9
Programma algemene dekkingsmicidelen
20
Paragrafen
21
10
Lokale heffingen
22
11
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
27
12
Financiering
32
13 Bedrijfsvoering
34
14 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)
36
15 Onderhoud kapitaalgoederen
37
16 Verbonden partijen
39
Financiële begroting
42
17 Totaaloverzicht baten en lasten
43
18
44
Uiteenzetting financiële positie
19 Vaststellingsbesluit
48
Bijlage 1: Totaal baten en lasten per taakveld
49
Bijlage 2: Kostenstaat per product
50
Bijlage 3: Overzicht btw-baten afvalstoffenheffing per regiogemeente
51
Bijlage 4: Beschrijving van de reserves en voorzieningen
52
Bijlage 5: Wets- en beleidskaders
landelijk
55
regionaal
56
Bijlage 6: Wets- en beleidskaders
—
—
Voor u ligt de ontwerp begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 van Avri. In deze begroting leest u hoe we werken aan een andere rol en positie van Avri. De focus komt te liggen op meer draagvlak bij inwoners, partnerschap in de keten, efficiënt werken en een datagestuurde bedrijfsvoering. Deze begroting is opgesteld binnen de kaders van de kadernota 2025. Gemeenten hebben de mogelijkheid gekregen om zienswijzen op de kadernota in te dienen. Deze zijn betrokken bij het opstellen van deze ontwerp begroting 2025. Zo krijgen gemeenten meer grip aan de voorkant van het begrotingsproces. We hebben te maken met grote opgaven op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie. Die komen ook terug in de coalitieakkoorden van de gemeenten in Rivierenland. Alleen samen en regionaal kunnen wij werken aan een oplossing voor deze grote opgaven. Hoe we dit willen doen, komt te staat in het toekomstig Strategisch Koerspian. Het koersplan zal de basis zijn voor de kadernota’s. Het Strategisch Koersplan geeft Avri richting voor de komende vijf jaar. Het koersplan bestaat uit: • De ambitie; onze droom. • Vijf strategieën; wat willen we bereiken? • De acties; hoe willen we de doelen bereiken? • Het manifest; waarbij is gekeken naar het bredere perspectief waarin wij staan. • Onze kernwaarden; wie wij zijn, als wij deze doelen willen realiseren. De droom
WAAROM
Onze ambitie
Strat:gi:ën
Strategisch
HOE
Tactisch
Operationeel
WAT /
/ Manifest, kernwaarden
\
Ons fundament
-
Avri en de gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven. Die zijn niet los van elkaar te zien. Met name de grondstoffentransitie raakt het beleid van Avri in de kern van haar activiteiten. Maar ook andere grote vraagstukken raken direct en indirect Avri en de gemeenten. Om voorbereid te zijn willen we onze medewerkers verder opleiden en hiermee professionaliseren. We zijn trots op de inzet van onze medewerkers. Het afgelopen jaar zijn grote stappen gezet om Avri klaar te maken voor de toekomst. We hebben het volste vertrouwen dat deze koers ons steeds beter helpt om duurzaam dienstverlenend te zijn, voor de gemeenten en inwoners van de regio Rivierenland. Walter Brouwer Directeur Avri
J
0
2
BESTUURLIJKE
Inleiding
Avri maakt werk van een leefbare wereld waarin iedereen meedoet. Nu en morgen. Dit doen we samen met de inwoners (ruim 102 duizend huishoudens) en de acht gemeenten. De transitie naar een circulaire economie is een opgave waar we allemaal samen voor staan. De circulaire economie is nodig omdat grondstoffen, die wij nodig hebben om te leven en te produceren, schaars worden, terwijl de vraag naar deze schaarse grondstoffen toeneemt door de groei van de wereldbevolking. Met name de grondstoffentransitie raakt het beleid van Avri in de kern van haar activiteiten. Maar ook andere grote vraagstukken raken direct en indirect Avri en de gemeenten. Om voorbereid te zijn willen we onze medewerkers verder opleiden en hiermee professionaliseren. Werken aan financieel herstel
Het financieel herstel is ingezet en hiermee verkrijgt Avri weer een financieel gezonde basis. Uiteraard blijven we werken aan financiële stabiliteit. De afgelopen jaren zorgden dalende grondstofvergoedingen, extra Rijksbelastingen en prijsindexeringen voor een stijgende afvalstoffenheffing in Nederland. Ook de afvalstoffenheffing in Rivierenland ging omhoog. We willen deze trend doorbreken en werken aan meer stabiliteit. Dat doen we door de bedrijfsvoering te verstevigen, risico’s te beheersen en financiële weerstand voor de toekomst op te bouwen. Tarieven afvalstoffenheffing; stijging met 6,7% In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van 2024 toegelicht. ONTWIKKELING TARIEF AFVALSTOFFENHEFRNG Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2024 Marktontwikkelingen
Operationele kosten
Overige
€
343
€
24
temporisering investeringen, onderhoud en brandstof
€
-6
kapitaallasten
€
3
Organisatie ontwikkelingen
€
1
€
1
€
366
Autonome prijsindexeringen (o.a. CAO, markttarieven)
€
17
verwerking afvalstromen en grondstoffen
€
7
overige mutaties per saldo Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2025 Tabel 1: Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing per 2025
‘
-
‘
Uit de tabel blijkt per 2025 een stijging van de gemiddelde afvalstoffenheffing met € 23, naar € 366. Dat is +6,7%. De stijging wordt met name veroorzaakt door verwachte loonstijging, autonome prijsstijgingen en hogere verwerkingskosten voor restafval en grondstoffen. In grafiek 1 is de tariefontwikkeling van de afgelopen en komende jaren uiteengezet en afgezet tegen het (verwachte) landelijk gemiddelde (t/m 2023, bron: CBS). Door de stijging is het tarief van Avri vanaf 2025 gelijk aan de verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing van Nederland. Landelijk is de heffing in 2024 gemiddeld 6,3% gestegen ten opzichte van 2023.
1
Bron: CBS
-
----....
Tarief ontwikkeling afvalstoffenheffing 2010
-
2028
350
300
—Airi2OlO -2025 250 23102023
— —
Air, ognose2025
-
2323
200 — — —
ande5e p9ro 2023 2026
150 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2013
2019
2020
2021
2322
2023
20Z
2025
2026
2027
2023
aar
Grafiek 1: Tariefontwikkeling afvalstoffenheffing 20 10-2028 Opbouw van financiële weerstand Weerstandsvermogen: meerjarige opbouw van financiële weerstand Er is voldoende financiële armslag nodig om continuïteit in onze dienstverlening te waarborgen, risico’s af te dekken en prijsstabiliteit te realiseren. We zien ten opzichte van de jaarrekening 2023 een lichte toename van de risico’s en een stijging van het weerstandsvermogen. De toename van het weerstandsvermogen is het gevolg van de begrote dotatie vanuit de risico-opslag in de afvalstoffenheffing van € 1 miljoen en het positieve rekeningresultaat van voorgaande jaren. Nieuwe programma-indeling De basis voor de huidige begroting is gelegd bij de oprichting van de huidige Gemeenschappelijke Regeling (GR) in 2015. De indeling voldoet niet meer aan de huidige regelgeving van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)2. De begroting 2025 is daarom ingericht volgens de richtlijnen van het BBV: . .
• • • • •
2
Bestuur & Beleid Afval Integraal Beheer Openbare Ruimte Handhaving Bedrijfsafval Overhead Algemene dekkingsmiddelen.
link naar Besluit begroting en verantwoording orovincies en gemeenten
5
BELEIDSBEGROTING Programma’s
6
Onze gezamenlijke opgave
Avri maakt werk van een leefbare wereld waarin iedereen meedoet. Nu en morgen. Dit doen we samen met onze inwoners (ruim 102 duizend huishoudens) en de acht gemeenten. De transitie naar een circulaire economie is een opgave voor de gemeenten en daarmee ook voor Avri. De circulaire economie is nodig omdat grondstoffen, die wij nodig hebben om te leven en te produceren, schaars worden, terwijl de vraag naar deze schaarse grondstoffen toeneemt door de groei van de wereldbevolking. De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend. De grondstoffentransitie en het klimaat- en energiebeleid zijn thema’s die de taken van Avri direct raken. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Daarbij is een solide personeelsbestand een vereiste. Wij willen een aantrekkelijke werkgever zijn die huidig personeel bindt en nieuw personeel aantrekt. De landelijke ontwikkelingen in de wetgeving en de maatschappelijke ontwikkelingen vragen veel van Avri en de gemeenten. Een totaaloverzicht van de wettelijke en beleidskaders staat in bijlagen 6 en 7.
POSITIONERING CIRCULAIRE ECONOMIE TEN OPZICHTE VAN MAATSCHAPPELIJKE OPGAVES OPGAVES
klimaatverandennq
BELEIDSTHEMA’S
gebniik
Figuur 1: Positionering
Strategisch Koerspian
Hoe Avri wil bijdragen aan de opgaven uit figuur 1, beschrijven we in het Strategisch Koersplan. Het Strategisch Koersplan geeft Avri richting voor de komende vijf jaar. Het koersplan bestaat uit: • De ambitie; onze droom. • Vijf strategieën; wat willen we bereiken? • De acties; hoe willen we de doelen bereiken? • Het manifest; waarbij is gekeken naar het bredere perspectief waarin wij staan. • Onze kernwaarden; wie wij zijn, als wij deze doelen willen realiseren.
WAAROM
De droom
Onze ambte
Strategieën
Strategisch
HOE Tacusch
Operationeel
WAT Manifest, kernwaarden
Ons fundament
Figuur 2: Strategisch Koerspian, onderdelen Het koerspian is de basis voor de begroting. In gemeentetermen is het koersplan vergelijkbaar met een coalitieakkoord. Jaarlijks bepalen we welke acties uit het koersplan in de kadernota worden opgenomen. Via de zienswijze op de kadernota kunnen gemeenteraden hier richting aan geven. De reacties komen terug in de begroting en bij de producten van de P&C-cyclus rapporteren we over de behaalde resultaten. Ontwikkelingen 2025
De grote maatschappelijke opgaven waar de gemeenten en Avri voor staan, zijn niet los van elkaar te zien. Met name de grondstoffentransitie en het klimaat- en energiebeleid hangen nauw samen. De grondstoffentransitie raakt het beleid van Avri in de kern van haar activiteiten. Het klimaatbeleid is met name belangrijk bij de taken die Avri uitvoert in de openbare ruimte. De energietransitie heeft voornamelijk gevolgen voor de bedrijfsvoering van Avri, zoals het verduurzamen van het wagenpark en de (kantoor)panden. Tot slot schuift de rol van onze handhavers steeds meer op naar de politietaken. De vraagstukken zijn groot en alleen samen kunnen gemeenten en Avri zoeken naar oplossingen. Wat we gaan doen, staat omschreven onder de programma’s.
4
PROGRAMMA AFVAL
Inleiding Het programma Afval gaat over het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvaistromen en grondstoffen, het Basispakket. Het Basispakket dat Avri uitvoert voor acht gemeenten heeft een directe relatie tot de grondstoffentransitie. Door een gezamenlijke aanpak is Avri in staat om namens en voor alle regiogemeenten deze uitdaging aan te gaan. Wat willen we bereiken? Avri is meer dan een grondstofinzamelaar. Het programma Afval draagt met name bij aan twee strategieën uit ons koersplan, namelijk de transitie van afval naar grondstof, circulair ondernemerschap en het creëren van maatschappelijke waarde. De rol die Avri daarin neemt is het aanjagen van de transitie door te werken aan: Het inzamelen van schone grondstoffen Verminderen van de hoeveelheid restafval Het zijn van een kenniscentrum voor gemeenten en inwoners Draagvlak onder inwoners stimuleren Grondstofketens sluiten, bij voorkeur regionaal. Onze rol van aanjager van circulair ondernemen geven wij vorm door samen te werken met circulaire bedrijven en door met partners een lobby op te zetten. Daarbij willen we ook kansen benutten voor de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zo geven we invulling aan sociaal ondernemerschap. -
-
-
-
-
In de bijlagen 6 en 7 (Wets- en beleidskaders landelijk en regionaal) is een uitgebreide toelichting op de beleidskaders opgenomen. Wat gaan we daar voor doen? Uitvoering van het beleidsplan Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) In 2024 wordt een beleidsplan opgesteld met acties waarmee we de kwantitatieve doelen (minder afval, minder restafval, meer en schonere grondstoffen) willen behalen. De kwantitatieve doelen (het milieu) wegen we af tegen de mate van servïce voor de inwoners en de kosten. Dat doen we binnen de landelijke kaders (zie bijlage 6). Onderwerpen van het plan zijn het inzamelen van grondstoffen bij hoogbouw en de inzameling van gft bij hoogbouw en stadscentra. Visie Mifieustraten Door de aankoop van de kavel op bedrijventerrein Medel kunnen we de milieustraat van de toekomst realiseren. De (voorlopige) uitgangspunten voor de ontwikkeling van de milieustraat van de toekomst zijn: • Innovaties om service aan bezoekers te verhogen en kwaliteit grondstoffen te verbeteren • Het vinden van partners en derden die kunnen bijdragen aan de doelen • Het onderzoeken welke kansen er liggen voor het gebruik van de grond die niet nodig is voor een milieustraat. Schone grondstoffencampagne vervolg De aanpak ‘schone grondstoffen’ is in 2023 van start gegaan en loopt door tot in 2025.
In deze integrale aanpak ligt de focus op de volgende vraagstukken: • Hoe komen we tot schonere grondstofstromen voor Avri, met name voor pdb, gft, textiel en papier? • Hoe zorgen we dat inwoners die nu nog onbewust of bewust grondstofstromen vervuilen, hun gedrag aanpassen (inclusief nog beter scheiden in verschillende stromen)? —
Ontwikkelingen afvalcoaches In 2022 zijn drie afvalcoaches gestart met verschillende activiteiten, waaronder het project afvalvrije scholen. n 2024 gaan we de taken van de afvalcoaches evalueren. Samen met handhaving ontwikkelen wij een aanpak die gebaseerd is op de volgende stappen: informeren, communiceren, motiveren. De vervolgstap, ofwel het controleren, waarschuwen en verbaliseren, blijft een taak van de handhavers. Ontwikkelingen op de afval- en grondstoffenmatkt De begroting van Avri is steeds meer afhankelijk van marktontwikkelingen. De kosten en opbrengsten van diverse grondstoffen werden de afgelopen jaren grilliger en minder voorspelbaar. De invoering van prijs- en comfortprikkels voor afvalscheiding heeft een nadelig effect op de kwaliteit van de grondstoffen. De vervuiling van de grondstoffen neemt toe door vermenging met restafval. De gemiddelde kwaliteit neemt daarmee af.
Het tarief afvalstoffenheffing is onder invloed van deze niet-beïnvioedbare ontwikkelingen de afgelopen jaren sterk gestegen. We verkennen continu de mogelijkheden om onze grip op de tarief- en kostenontwikkeling te vergroten. Dat kan vooral door onze invloed op de afzetmarkt te vergroten en de focus te leggen op kwaliteit van onze grondstoffen. Daartoe sluiten we zoveel mogelijk langlopende contracten met verwerkers, werken we samen met regionale partners en nemen we deel of investeren we in verwerkingscapaciteit. Stortplaats Geldermalsen De regionale stortplaats in Geldermalsen is afgewerkt, gesloten en daarmee gereed voor overdracht aan de provincie Gelderland. Bij overdracht dient een bedrag voor de provincie beschikbaar te zijn voor de eeuwigdurende zorg, het zogenaamde doelvermogen. Er is een risico op een te laag doelvermogen in het nazorgfonds van de stortplaats. In de begroting en het meerjarenperspectief is rekening gehouden met € 12 per huishouden per jaar risico-opslag tot 2034. In theorie zou dat voldoende doelvermogen moeten opleveren, maar wijziging van de rekenrente en het moment van overdracht hebben grote invloed op de opbouw van het doelvermogen. Hiermee lopen Avri (en subsidiair de gemeenten als garantstellende instanties) uiteindelijk een extra risico. In de risicoparagraaf wordt uitgebreid op dit onderwerp ingegaan.
Inzameling incontinentiemateriaal Vanaf 2024 worden in alle Avri-gemeenten luiers en incontinentiemateriaal gescheiden ingezameld. Daarmee komen we tegemoet aan de wens van gemeenten om maatwerk te bieden. De milieuwinst door duurzame verwerking van de luiers levert een 002-reductie op van 964 kg 002 per ton luierafval, ten opzichte van verbranding als restafval. De financiële verantwoording van de inzameling incontinentiemateriaal is opgenomen in hoofdstuk 5.
Wat gaat dat kosten? Naast beleidsontwikkelingen zijn in toenemende mate ook marktontwikkelingen van invloed op de begroting van Avri. De toenemende inzameling van grondstoffen maakt de begroting meer afhankelijk van marktmechanismes. Daarmee is de ontwikkeling van de tarieven afvalstoffenheffing minder goed te beïnvloeden. De huidige economische situatie leidt tot stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen bij de inkoop van goederen en diensten. Ontwikkelingen afval- en grondstoffenmarkt De grondstoffenmarkt is grillig. Soms dalen de prijzen door veel aanbod, aanscherping van importbeleid in andere landen en mindere kwaliteit van de aangeboden grondstoffen. Ook de gebeurtenissen in de wereld hebben direct effect op de vergoedingen. Schaarste drijft de prijzen soms juist op. We zien nu dat er geen langjarige contracten worden afgesloten. Wij moeten blijven focussen op schone grondstofstromen, om de financiële gevolgen van deze marktontwikkelingen zoveel mogelijk te beperken.
In grafiek 2 is de ontwikkeling van kosten en opbrengsten over de afgelopen jaren weergegeven.
10
Ontwikkehng verwerkingsopbrengsten/-kosten 2016
-
2028
8.500
7.500
6 500
5 500
4.500
3.500
2.500 2016
2017 —
2018
Verw,.kosteo
2019
2020
2021
—.Verwerkirsopbrengsten
2022
2023
2024
prop. ..v’nrkingskosten
2025
7026
2027
2028
prognose ve,werkngsopbrerrten
Grafiek 2: Ontwikkeling verwerkingsopbrengsten/-kosten 2016-2028 Door andersoortige contracten met afvalverwerkers af te sluiten bereikt Avri meer stabiliteit en een sneller financieel effect bij schonere stromen. Om meer grip op de verwerking te krijgen probeert Avri meer invloed te krijgen op de gehele keten. Denk aan samenwerking waar het gaat om productie, consumptie (voorlichting, communicatie) en duurzame inname en verwerking van grondstoffen. Door regionale en landelijke samenwerking met producenten, verwerkers en marktpartijen gaat Avri op zoek naar slimme, innovatieve en duurzame oplossingen. Daarmee nemen wij ook meer verantwoordelijkheid voor de afzet van onze grondstofstromen. Wij streven ernaar dat de verwerking zo circulair mogelijk plaatsvindt. Bij voorkeur vindt verwerking regionaal plaats. Zo wordt de lokale economie en werkgelegenheid voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt gestimuleerd en reduceren we de C02-uitstoot van het transport. Daarnaast kijken we waar Avri waarde kan toevoegen aan de grondstofstromen. Als voorbeeld dienen de subsidieprojecten vanuit Regio Deal en de oprichting van Cirtex in 2023. De tarieven op de markt voor verbranding stijgen als gevolg van een groeiende hoeveelheid brandbaar restafval en de 002-heffing. Dat heeft ook gevolgen voor Avri.
In de meerjarenbegroting van Avri verwachten we dat de tarieven voor het verwerken van restafval sterk zullen stijgen. Dat maakt het terugdringen van de kilo’s restafval alleen maar urgenter. VERWERKINGSKOSTEN MEERJARENBEGROTING (x €1.000) Restafval GFTafvaI
2024 2.436 2.793
2025 2.857 3.040
2026 3.188 3.454
2027 3.306 3.628
2028 3.429 3.811
Sorteer- en vermarktingskosten Overigekostenstromen
0 1.031
0 1.175
0 1.210
0 1.247
0 1.284
Totaalverwerkingskosten
6.259
7.073
7.853
8.181
8.524
VERWERKINGSOPBRENGSTEN MEERJARENBEGROTING(x €1.000) Papier Kunststof verpakkingen en drankkartons Textiel Overigeopbrengststromen Totaal verwerkingsopbrengsten Tabel 2: Veîwerkirigskosten en -opbrengsten t/m 2028
2024 1.165 1.972 252 1.283 4.672
2025 1.152 2.219 252 1.301 4.924
2026 1.139 1.997 252 1.301 4.689
2027 1.115 1.797 252 1.301 4.465
2028 1.091 1 .617 252 1.301 4.261
Progra,nmabaten en -lasten De lasten van het programma Basispakket worden gedekt door de baten uit de ingezamelde grondstoffen en de afvalstoffenheffing. De opbouw van de baten afvalstoffenheffing is weergegeven in paragraaf 10: Lokale heffingen. Die baten zijn gebaseerd op de in dit hoofdstuk uitgewerkte lasten. In tabel 3 worden de baten en lasten gespecificeerd volgens de financiële begroting en worden de stortingen en onttrekkingen uit de reserves i nzichtelij k.
11
BATEN EN LASTEN PROGRAMMA AFVAL (x €1.000) Lasten Lasten uitvoering basispakket Opslag btw basispakket Kwijtscheldingen Totaal lasten Baten Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Baten afvalstoffenheffing (bruto) Exploitatieresultaat programma basispakket Totaal baten
2024
2025
2026
2027
2028
34.369 36.661 38.713 41.169 42.829 3.497 3.497 3.497 3.497 3.497 1.385 1.372 1.470 1.572 1.643 39.251 41.529 43.680 46.238 47.969 4.672 4.924 4.689 4.465 4.261 34.882 37.329 39.991 42.773 44.707 1 0 0 0 0 39.555 42.254 44.680 47.238 48.969
Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties
304
724
1.000
1.000
1.000
onttrekking reserve bedrijfsafval Voorziening Basispakket Dotatie risico-opslag Dotatie/onttrekking(-) overig
-339
-50
0
0
0
1 .000 -357
1.000 -226
1 .000 0
1.000 0
1.000 0
0
0
0
0
0
-
-
Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties
Tabel 3: Meerjarenbegroting lasten en baten programma Basispakket
5
PROGRAMMA INTEGRAAL’
Inleiding In het programma Integraal Beheer Openbare Ruimte zijn diensten opgenomen die individuele gemeenten in aanvulling op het Basispakket contractueel van Avri kunnen afnemen. Het vormt dus onderdeel van het Pluspakket. Hiermee levert Avri een breed dienstenpakket voor de gemeenten. Dit dienstenpakket bestaat uit het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal, het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR) en gladheidsbestrijding. Daarnaast worden voor een aantal gemeenten afvalstromen uit de openbare ruimte verwerkt (bijv. zwerfafval). Avri stelt zich ten doel deze plustaken met een robuuste en efficiënte bedrijfsvoering uit te voeren. De individuele gemeenten hebben er belang bij om alle taken bij één organisatie onder te brengen. Dat is efficiënt door schaalvoordelen. Het beleggen van additionele taken bij Avri biedt daarnaast voordelen als het gaat om de kwaliteit van uitvoering en kostenbeheersing. De individuele gemeente houdt daarbij altijd de regie en bestuurlijke verantwoordelijkheid. De overeengekomen taken worden in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) nader uitgewerkt. Wat willen we bereiken? Eén van de strategieën in ons koersplan is het meewerken aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. We voelen ons verantwoordelijk voor een beter klimaat en voor de biodiversiteit in Rivierenland.
De kaders waarbinnen wij werken komen voort uit de gemeentelijke coalitieakkoorden, de Energiestrategie Rivierenland 2030 (RES) van de regio Rivierenland en de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) van het Waterschap Rivierenland. Integraal Beheer Openbare Ruimte Avri onderhoudt de openbare ruimte voor vier gemeenten: Buren, Neder-Betuwe, Tiel en West Betuwe. Om de dienstverlening aan de IBOR- en handhavingsgemeenten zo goed en efficiënt mogelijk uit te voeren is een robuust dienstenpakket noodzakelijk. De inzet is dan ook het behouden en uitbreiden van diensten die bij Avri passen en van voldoende omvang zijn. Voor de begroting van IBOR gaan we voor 2025 uit van de (concept) DVO’s 2024. Daarbij wordt in deze begroting verondersteld, dat zich geen wijzigingen in het dienstverleningspakket voordoen. Markt werking contracten Naast de reguliere medewerkers en de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt voert Avri het beheer uit met behulp van (lokale) marktpartijen. De kosten van deze marktpartijen zijn mede afhankelijk van de economische ontwikkelingen. Dit kan zorgen voor fluctuatie van de werkbegrotingen. Om deze fluctuatie zo veel mogelijk te beperken wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van meerjarige contracten.
Integrale samenwerking Wij willen onze adviserende rol op het gebied van het beheer van de openbare ruimte verder uitwerken en duidelijk maken hoe Avri bijdraagt aan de biodiversiteit. De landelijke vraagstukken vereisen een integrale aanpak van Avri en de gemeenten. Als het gaat om het beheer van de openbare ruimte kan Avri adviseren over opties om de biodiversiteit te vergroten en effecten van klimaatverandering op te vangen (klimaatadaptatie). Inzameling incontinentiemateriaal Gemeenten kunnen ervoor kiezen de kosten van de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal te dekken met een opslag in de tarieven afvalstoffenheffing. In de begroting 2025 van Avri is rekening gehouden met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal van alle gemeenten. Hierbij zijn de uitgangspunten van de businesscase gebruikt.
13
Wat gaat dat kosten?
De taken worden tegen kostprijs aangeboden en eventuele voor- en nadelen worden op basis van de afgesloten raamovereenkomst verrekend met de gemeenten. Daarmee ligt het financiële risico bij de individuele gemeenten. Om deze reden houdt Avri geen (risico)reserves voor de IBOR-activiteiten aan. Voor overige, kleine Pluspakketopdrachten waarbij dit niet is overeengekomen, worden financiële resultaten verrekend met de reserve Pluspakket van Avri. De resultaten van het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal worden verrekend met de daarvoor ingestelde voorziening incontinentie. —
—
BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BEHEER OPENBARE RUIMTE(x€1.000) Lasten Integraal beheer openbare ruimte va DVO Integraal beheer openbare ruimte overig Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Overige dienstverlening pluspakket Totaal lasten programma pluspakket *
-
-
Baten Integraal beheeropenbare ruimte -a DVO Integraal beheer openbare ruimte overig gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Overige dienstverlening pluspakket Totaal baten programma pluspakket -
2024
2025
2026
2027
2028
15.853 143 598 390 16.984
17.268 0 624 162 18.054
17.786 0 643 167 18.596
18.319 0 662 172 19.154
18.869 0 682 177 19.728
15.853 143 598 390 16.984
17.268 0 624 162 18.054
17.786 0 643 167 18.596
18.319 0 662 172 19.154
18.869 0 682 177 19.728
Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties
0
0
0
0
0
Vermogensmutaties (stortingen lonttrekkingen reserves)
0
0
0
0
0
Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties
0
0
0
0
0
Tabel 4: Meerjarenbegroting programma beheer Openbare ruimte Avri voert voor vier gemeenten de IBOR-taken uit. De totale geraamde lasten per IBOR-gemeente zijn in tabel 5
uiteengezet. De cijfers voor 2025 in deze tabel zijn gebaseerd op de (concept) werkbegrotingen 2024. Daarbij is zoveel mogelijk rekening gehouden met autonome kostenindexatie, cao, marktontwikkeling en stijging van de kosten van overhead.
ONTWIKKELING UITVOERINGSLASTEN (x €1.000) Gemeente Buren IBOR
2024 3.564
2025 VERSCHIL 392 3.956
Gemeente West Betuwe IBOR
2.223
2.227
3
0,2%
Gemeente Neder-Betuwe IBOR Gemeente Tiel IBOR Totaal DVOs IBOR Tabel 5: Ontwikkeling uitvoeringslasten D VOs IBOR
2.795 7.270 15.853
3.086 7.999 17.268
291 729 1.415
10,4% 10,0% 8,9%
VERSCHIL 11,0%
Op verzoek van de gemeenten wordt per DVO ook de toegerekende overhead weergegeven. De huidige bedragen in deze tabel zijn gebaseerd op de inzet van personeel volgens de werkbegroting 2024 en dienen als indicatie. De uiteindelijke toerekening van overheadkosten aan de individuele werkbegroting 2025 is afhankelijk van eventuele wijzigingen in de te leveren diensten, en de daaruit volgende personele inzet. De overheadkosten per gemeente kunnen hierdoor wijzigen in de definitieve werkbegroting. OVERHEAD IBOR DVO Gemeente Buren IBOR DVO Gemeente West Betuwe IBOR DVO Gemeente Neder-Betuwe IBOR DVO Gemeente Tiel Totaal
2024 IBOR 526 351 289 854 2.021
2025 IBOR VERSCHIL VERSCHIL 556 29 5,6% 371 20 5,6% 16 5,6% 306 902 48 5,6% 2.134
113
5,6%
Tabel 6: Ontwikkeling overhead DVO’s IBOR
14
6
PROGRAMMA HANDHAVING
Inleiding
In het programma Handhaving zijn diensten opgenomen die individuele gemeenten in aanvulling op het Basispakket contractueel van Avri kunnen afnemen. Het vormt dus onderdeel van het Pluspakket. Het programma Handhaving bestaat uit de levering van diensten op het gebied van toezicht en handhaving op onderdelen van de APV. Daarnaast worden voor een aantal gemeenten afvalstromen uit de openbare ruimte verwerkt (bijv. zwerfafval). De overeengekomen taken worden in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) nader uitgewerkt. Wat willen we bereiken?
Eén van de strategieën in ons koerspian is ‘Samen een schone leefomgeving realiseren’. Avri stelt zich pro-actief op als partner, zodat het beheer van de Openbare ruimte vanuit partnerschap wordt vormgegeven en naar tevredenheid wordt uitgevoerd. Avri investeert in de relatie met inwoners, gemeenten, bedrijven en partners, door deze actief te betrekken bij het realiseren van onze ambities. Dan gaat het vooral om het vergroten van bewustwording, zodat we allemaal samen bijdragen aan een klimaatpositieve toekomst. Voor drie gemeenten (Tiel, Culemborg en Zaitbommel) worden toezicht- en handhavingstaken in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) uitgevoerd. Daarnaast voert Avri toezichthoudende taken en opsporingstaken uit ten aanzien van de Openbare ruimte (domein 1). Voorbeelden zijn de handhaving rond honden-, jeugd- en parkeeroverlast, toezicht op de Drank- en horecawet en de APV en controles op evenementen. Op het gebied van handhaving verandert de vraag. Dat komt doordat er steeds meer ‘voormalige politietaken’ van ons worden gevraagd, maar ook door de steeds complexere wetgeving (o.a. WPG en AVG). Avri speelt daarop in. In 2023 is een plan van aanpak opgesteld voor de doorontwikkeling van het team handhaving. Avri kan voor iedere gemeente maatwerk leveren om het hand havingsbeleid van de gemeente uit te voeren.
Avri is continu bezig om de inzet van de handhaving bij de gemeenten te waarborgen. De landelijke ontwikkelingen vragen een andere inzet en meer samenwerking met politie. Wij spelen zoveel mogelijk in op de gemeentelijke wens om handhaving in te zetten voor (mogelijk) meer taken. Net als bij de IBOR-taken gaan we bij begroting van handhaving voor 2025 uit van de concept DVO’s 2024. Wat gaat dat kosten?
De taken worden tegen kostprijs aangeboden en eventuele voor- en nadelen worden op basis van de afgesloten raamovereenkomst verrekend met de gemeenten. Daarmee ligt het financiële risico bij de individuele gemeenten. —
—
BATEN EN LASTEN PROGRAMMAI-IANDHAVING(x €1.000) Lasten Handhavingstaken
Totaal lasten programma pluspakket
2024
2025
1.662
1.662
2026
2027
2028
1.767 1.767
1.820
1.875
1.931
1.820
1.875
1.931
Baten Handhavingstaken
1.662
1.875
1.931
1.662
1.767 1.767
1.820
Totaal baten programma plus pakket
1.820
1.875
1.931
Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties
0
0
0
0
0
Vermogensmutaties (stortingen /onttrekkingen reserves)
0
0
0
0
0
Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties
0
0
0
0
0
Tabel 7: Meerjarenbegroting programma Handhaving
15
7
PROGRAMMA BEDRIJFSAF VAL
Inleiding Het programma Bedrijfsafval gaat over de inzameling en verwerking van afval van bedrijven. Avri voert in beperkte mate activiteiten uit voor bedrijven in de vorm van inzameling, inname en het laten verwerken van bedrijfsafval. De dienstverlening aan bedrijven is ondersteunend aan het Basispakket. De positieve financiële resultaten worden al enkele jaren benut voor verlaging van de afvalstoffenheffing voor de inwoners. Wat willen we bereiken? Het aantal klanten groeit en we zien nog altijd potentieel om ons stabiele marktaandeel van circa 20% in de toekomst te vergroten. Daarmee kunnen we de financiële dekkingsbijdrage in het Basispakket voor de inwoners van Rivierenland continueren. De bedrijfsafval activiteiten worden ook benut om uiting te geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. Wat gaan we daarvoor doen? De bedrijfsafval activiteiten zijn gericht op het zo goed mogelijk benutten en inzetten van de beschikbare productiemiddelen. Ze vormen een beperkt onderdeel van de bedrijfsvoering en van de omzet. We onderscheiden ons op de markt voor bedrijfsafval door gescheiden inzameling van papier, gft en plastic mogelijk te maken. We kunnen bedrijven hierbij adviseren en service bieden. We willen onderscheidend zijn en blijven op de markt van bedrijfsafval.
Zo willen we de aandacht voor circulaire economie en duurzaamheid bij andere bedrijven en binnen Avri vergroten, te beginnen met ons eigen inkoopbeleid. De ervaring die we hierbij opdoen zetten we in bij bedrijven die al klant zijn, maar ook bij potentiële nieuwe klanten. Met het programma Bedrijfsafval kunnen we ook uiting geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. Door verbinding met het regionale bedrijfsleven en sponsoring in natura tijdens regionale evenementen wordt de zichtbaarheid van Avri in de regio vergroot. We gaan in 2025 uit van voortzetting van de samenwerking met de organisaties van onder andere Appelpop en DijkenSport. Dienstenpakket bedrjfsafval Het dienstenpakket bedrijfsafval blijf onveranderd. De activiteiten in 2025 zijn: • Inzameling van afval en grondstoffen bij bedrijfsklanten, met name het mkb; • Nieuwe klantbenadering: focus op dienstverlening aan scholen en verenigingen, circulariteit bij mkb-bedrijven; • Inname van afval en grondstoffen van bedrijfsklanten op onze overslaglocatie Geldermalsen; • Op- en overslag van afval en grondstoffen van bedrijfsklanten; • Het laten verwerken van afval- en grondstofstromen van bedrijfsklanten; • Sponsoring in natura van non-profit evenementen in de regio. Sponsoring in natura De kosten voor sponsoractiviteiten van Avri worden gefinancierd uit het programma Bedrijfsafval.
De sponsoring bestaat uit het verrichten van diensten bij non-profit evenementen in de regio zoals Appelpop, Fruitcorso en DijkenSport. De totale sponsorbijdrage in natura bedraagt omgerekend € 30.000. Hiermee werken wij aan onze maatschappelijke betrokkenheid en kunnen wij ons profileren als maatschappelijk betrokken overheidsorganisatie. De doelstelling voor onze sponsoring is het uitdragen van onze kernwaarden: betrokken, klantgericht en duurzaam. Het sponsorbudget biedt ruimte om buiten de bestaande activiteiten eventuele andere aanvragen voor sponsoring in natura te kunnen honoreren, op voorwaarde dat die aan de volgende criteria voldoen: • Geen winstoogmerk van het evenement; • Het evenement past bij de kernwaarden van Avri; • Groot bereik (veel bezoekers uit de regio Rivierenland en omgeving); —
—
16
• Het evenement valt buiten de richtlijnen die zijn opgesteld voor activiteitenafval (dat maakt op basis van een bestuursbesluit uit 2009 namelijk onderdeel uit van het programma Basispakket). Wat gaat dat kosten? De opbrengsten en kosten van het programma Bedrijfsafval zijn weergegeven in tabel 8. Hieruit blijkt een financieel resultaat van € 63.000 (na Vpb). Het rendement bedraagt 3% en laat een iets lager beeld zien. Dankzij de resultaten kunnen we ook komend jaar een financiële bijdrage aan de basistaken van Avri leveren.
BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BEDRIJFSAFVAL (x €1.000) Lasten
2024
2025
2026
2027
2028
Lasten uitvoering programma bedrijfsafval Ntedragennnootschapbelasting
2.476 22
2.741 16
2.752 20
2.795 18
2.838 16
Totaal lasten programma bedrijfsafval
2.498
2.757
2.772
2.813
2.854
Baten Opbrengsten contracten bedrijfsafval Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Overige opbrengsten
2.245 333 8
2.274 251 295
2.310 247 295
2.347 244 295
2.384 240 295
Totaal baten programma bedrijfsafval
2.586
2.820
2.853
2.886
2.920
Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties
88
63
80
73
65
Vermogensmutaties (stortingen /onttrekkingen reserves)
-88
-63
-80
-73
-65
0
0
0
0
0
Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties
Tabel 8: Meerjarenbegroting programma Bedrijfsafval
17
8
PROGRAMMA OVERHEAD
Inleiding
De overhead is het geheel van functies en activiteiten gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is vastgelegd dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken of programma’s. Dit betekent dat alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten in de betreffende taakvelden of programma’s moeten worden begroot en verantwoord. In dit programma worden de lasten verantwoord die geen directe relatie hebben met een bepaald programma. Deze lasten worden op basis van verdeelsleutels doorbelast naar de programma’s. Wat willen we bereiken? Eén van de strategieën uit het koersplan is het versterken van de bedrijfsvoering. Deze ambitie vraagt om een innovatieve bedrijfsvoering die aansluit op landelijke en Europese eisen. Ook de gemeenten vragen van Avri een hoog ontwikkeltempo, om tijdig in te kunnen spelen op ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en informatievoorziening. Wat gaan we daarvoor doen? Evenals voorgaande jaren richten we ons binnen de bedrijfsvoering op het verhogen van onze bedrijfsefficiency en het verkleinen van de bedrijfsvoeringsrisico’s. Dat willen we onder meer bereiken met een effectieve en flexibele Organisatie en informatiehuishouding. Dan gaat het bijvoorbeeld om de optimalisatie van processen en systemen.
De behoefte van de inwoners staat daarbij voorop. Daarnaast ervaren we steeds meer en steeds complexere wettelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering. Voorbeelden hiervan zijn wetgeving ten aanzien van inkoop en aanbesteden, arbeidsrecht (WNRA, WAB), vennootschapsbelasting, informatiebeheer en beveiliging. Om aan alle eisen te voldoen, risico’s te beheersen en continuiteit te waarborgen, moeten we blijven investeren in onze bedrijfsvoering. -
De ingezette lijn om onze bedrijfsvoering robuuster te inrichten zetten we in 2025 voort. Dit doen we door het continu harmoniseren, beschrijven, automatiseren en digitaliseren van bedrijfsprocessen en systemen. Dankzij mobiele apparatuur als boordcomputers, tablets en het gebruik van apps willen we tijd- en plaats-onafhankelijk werken. Tegelijkertijd blijven we werken aan de transparantie en openheid van Avri en verbinding met gemeenten en inwoners. Wij willen ons werk doen met duurzaam inzetbare medewerkers; gezonde en vitale mensen die veilig en met bezieling aan het werk zijn. We hebben immers elke collega nodig. We zetten de komende jaren in op de volgende thema’s: • Vitaliteit: we gaan door met acties om de vitaliteit in de Organisatie te vergroten. We willen hierbij vooral het eigenaarschap en initiatieven van medewerkers stimuleren en faciliteren. • Strategische personeelsplanning: hiermee willen we de uitdagingen in de arbeidsmarkt aangaan en medewerkers breed en duurzaam inzetbaar maken. De reguliere aanpak past niet meer; er zijn innovatieve oplossingen nodig voor de toekomst. • Leren: we vinden het belangrijk dat medewerkers zich blijven ontwikkelen. We willen meer leren in de dagelijkse praktijk en zetten stevig in op scholing. Fouten maken kan: als we er maar van leren.
• Veiligheid: als werkgever zorgen we voor goede fysieke arbeidsomstandigheden en voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden. Ook stimuleren we goede sociale arbeidsomstandigheden, zoals een waarderende cultuur en een reële werkdruk.
Wat gaat dat kosten? De overhead wordt conform de BBV-voorschriften centraal geraamd. In het overzicht van baten en lasten is de doorbelasting van overheadkosten naar de programma’s inzichtelijk gemaakt. Hierin komt ook de meerjarenbegroting tot uitdrukking. Het overzicht van baten en lasten van dit programma is weergegeven in tabel 9. ALGEMENE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD (x €1.000) Taakveld 0.4 Overhead Doorbelaste overhead naar programma Nval Doorbelaste overhead naar programma IBOR en Handhaving Doorbelaste overhead naar programma Bedrijfsafval Saldovanbatenenlasten
2024 8.400 -5.498 -2.571 -331 0
2025 8.895 -5.832 -2.704 -359 0
2026 9.017 -5.895 -2.758 -363 0
2027 9.197 -6.013 -2.813 -371 0
2028 9.381 -6.133 -2.870 -378 0
Taakveld 0.10 Mutaties reserves
0
0
0
0
0
Resultaat na bestemming
0
0
0
0
0
Tabel 9: Meerjarenbegroting programma overhead Taakveld 0.4 Overhead De kosten van de centrale bedrijfsvoering (‘overhead’) nemen met 6% toe ten opzichte van 2024. Autonome prijsstijgingen en cao-afspraken zijn de belangrijkste oorzaak In de voorgaande jaren hebben we geïnvesteerd in interne beheersing van de organisatie, anticiperend op de nieuwe wet- en regelgeving (rechtmatigheidsverantwoording). Ook hebben we ingezet op een betere en meer effectieve communicatie van Avri met inwoners en gemeenten. Daarnaast blijven we kritisch naar onze overhead kijken. Door deelname aan benchmark-onderzoeken van de branchevereniging NVRD blijven we onderzoeken waar besparingsmogelijkheden liggen ten aanzien van de overheadkosten. De overheaduitgaven zijn in voorliggende begroting verwerkt. In tabel 10 is de opbouw van de overhead weergegeven en afgezet tegen de begroting 2024. De overhead bedraagt 14% van de begroting van Avri. OVERHEAD Personeelskosten formatie Ondersteuning door derden Kapitaallasten Overige lCTbudgetten Communicatie budgetten Huisvestingskosten Jgemene kosten Totaal overhead bruto -1- incidentele dekking door reserves en voorzieningen Totaal overhead netto
2024 5.623 806 117 180 155 747 772 8.400 0 8.400
2025 6.109 817 251 180 156 742 640 8.895 0 8.895
Verschil 486 11 134 0 1 -5 -132 495 0 495
Tabel 10: Taakveld 0.4 Overhead Het financiële model voor de toerekening van indirecte kosten is gebaseerd op (de verhouding van) verwachte productie-uren. Op basis van deze verdeelsystematiek worden de kosten van taakveld Overhead 0.4 aan de programma’s Afval (66%), Integraal Beheer Openbare Ruimte (24%), Handhaving (6%) en Bedrijfsafval (4%) toegerekend. Beleids i nd icatoren
Als gevolg van de vernieuwde regels voor verslaggeving (BBV) is het verplicht om beleidsindicatoren in de programmaverantwoording op te nemen. Voor Avri zijn de beleidsindicatoren ‘externe inhuur’ en ‘overhead’ (afgezet tegenover het begrotingstotaal) relevant. BELEIDSINDICATOREN Externe inhuur Percentage kosten van totale loonsom Overhead Percentage overhead van totale lastenomvang Tabel 11: Beleidsindicatoren programma algemene baten en lasten
2024
2025
7%
8%
14%
14%
19
AL Inleiding Dit hoofdstuk geeft informatie over de algemene dekkingsmiddelen. Hieronder vallen de taakvelden 0.5 Treasury en 0.9 Vennootschapsbelasting. Wat willen bereiken? Om weerstand te bieden tegen de toenemende grilligheid op de grondstoffenmarkten (en het tarief afvalstoffenheffing te stabiliseren) is het nodig te beschikken over voldoende financiële middelen. Hoewel de deelnemende gemeenten garant staan voor Avri willen we de continuiteit van onze bedrijfsvoering zelf waarborgen. Wat gaat dat kosten? Het overzicht van baten en lasten van dit programma is weergegeven in tabel 11.
ALGEMENEBATENENLASTENPERTAAKVELD(x€1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Taakveld 0.5 Treasury Doorbelaste rentekosten naar programmas Subtotaal taakveld 0.5 Treasury
469 -469 0
469 -469 0
793 -793 0
1.051 -1.051 0
984 -984 0
Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasng (Vpb) Doorbelaste Vpb naar programma Bedrijfsafval Subtotaal taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting
22 -22 0
16 -16 0
20 -20 0
18 -18 0
16 -16 0
Saldovanbatenenlasten
0
0
0
0
0
Taakveld 0.10 Mutaties reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat na bestemming 0 Tabel 12: Meerjarenbegroting programma algemene dekkingsmiddelen Taakveld 0.5 Treasury
In het BBV is voorgeschreven dat de rentekosten aan de taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Deze rentesystematiek werd ook in eerdere begrotingen toegepast en de rentekosten maken (op basis van de BBV-notitie rente) integraal onderdeel uit van de kosten van het taakveld. Het toerekenen van rente aan de taakvelden vindt plaats via het taakveld Treasury. De langlopende leningen van Avri bedragen circa € 43 miljoen, de bijbehorende rentelast is begroot op € 874.000. Het renteomslag percentage is gebaseerd op de boekwaarde van de activa (€41,6 miljoen) en bedraagt 2,1%. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 12: Financiering. Taakveld 0.9 Veni ootschapsbe/asting Sinds 1januari 2016 moeten overheidsbedrijven vennootschapsbelasting (Vpb) afdragen over winstgevende activiteiten. Met deze wet wil de regering mogelijke concurrentieverstoringen tussen private en publieke ondernemingen uit de weg ruimen. De activiteiten die betrekking hebben op de inzameling en verwerking van bedrijfsafval zijn onderhevig aan deze wetgeving en leiden dus tot betaling van vennootschapsbelasting. Ook de activiteiten in het Pluspakket, waarbij geen verrekening met de gemeente is overeengekomen, vallen onder de Vpb-plicht. Avri treedt hier op als marktpartij.
In de begroting van het Pluspakket wordt tegen kostprijs gewerkt, waardoor er geen resultaat wordt verwacht (en er geen Vpb wordt afgedragen).
F20
PARAGRAFEN
21
10
LOKALE.
Inleiding De gemeenschappelijke regeling Avri is verantwoordelijk voor de afvalstoffenheffing van de acht deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) verzorgt voor GR Avri de belastingaanslagen en de inning daarvan. Ontwikkeling van de gemiddelde tarieven afvalstoffenheffing
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van 2024 toegelicht. ONTWIKKELING TARIEF AFVALSTOFFENHEFFJNG Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2024 Marktontwikkelingen
Operationele kosten
Overige
€
343
€
24
temporisering investeringen, onderhoud en brandstof
€
-6
kapitaallasten
€
3
organisatie ontwikkelingen
€
1
Autonome prijsindexeringen (o.a. CAO, markttarieven)
€
17
verwerking afvalstromen en grondstoffen
€
7
overige mutaties per saldo Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing 2025 Tabel 13: Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing per 2025
€
1
€
366
Uit de tabel blijkt per 2025 een stijging van de gemiddelde afvalstoffenheffing met € 23, naar € 366. Dat is +67%. Dit wordt met name veroorzaakt door verwachte loonstijging, autonome prijsstijgingen en hogere verwerkingskosten voor restafval en grondstoffen. In grafiek 3 is de tariefontwikkeling van de afgelopen en komende jaren uiteengezet en afgezet tegen het (verwachte) landelijk gemiddelde (t/m 2023, bron: CBS)3. Door de stijging is het tarief van Avri vanaf 2025 gelijk aan de verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing van Nederland. Landelijk is de heffing in 2024 gemiddeld 6,3% gestegen ten opzichte van 2023. Dit is bijna een procentpunt meer toename dan een jaar eerder. Voor 2025 zijn nog geen landelijke cijfers bekend. In meerjarig perspectief voor Nederland gaan we uit van een gemiddelde jaarlijkse stijging van de afvalstoffenheffing met 5% per jaar. De gemeentelijke woonlasten zijn de afgelopen vier jaar meer dan 4% per jaar gestegen.
basistarief 2024: €318 per huishouden Bron: CBS
22
Tarief ontwikkeling afvalstoffenheffing 2010
-
2028
501
350
300
211 -2125 250 —Geq,dd63eNeder cd 211: -2023 Ari gne2025 2028 200 — — —
Ia00eljke pc€r,o 2023
-
2026
150 2010
2011
2012
2010
2014
2015
2016
2017
2018
2018
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
jaar
Grafiek 3: Tariefontwikkeling afvalstoffenheffing 2010-2028 Door te blijven investeren in het beter scheiden van afval door inwoners, verwachten we stabilisatie van het aanbod van grondstoffen door inwoners. Gemiddeld genomen zijn grondstofvergoedingen de afgelopen jaren gedaald, waardoor de afvalstoffenheffing een steeds groter aandeel van de (meer beïnvioedbare en constante) uitvoeringskosten dekt. Uitgangspunten bij tarieven afvalstoffenheffing Ontwikkeling areaal: aantal huisaansluitingen
Het aantal geregistreerde huisaansluitingen volgt de meerjarige ontwikkeling van het aantal huishoudens volgens de meest recente cijfers van Belastingsamenwerking Rivierenland. Hierin wordt uitgegaan van een autonome groei van het aantal huisaansluitingen met 1,2% per jaar (gemiddelde autonome groei van de afgelopen vijf jaar). Vanwege de economische omstandigheden wordt daarnaast een daling van het aantal kwijtscheldingen verwacht van 0,05% per jaar. Gemiddeld aantal aanbiedingen restafval De aanbiedingen restafva) zijn gebaseerd op ervaringscijfers van het huidige afvalbeleid. De aanbiedgemiddelden liggen lager dan bij de invoering werd verwacht. We hebben nog steeds te maken met huishoudens waarbij geen aanbod van restafval is geregistreerd (zgn. ‘0-aanbieders’). Deze inwoners bieden het restafval op alternatieve wijze aan om betaling te voorkomen. Ook zien we dat het aanbod in een 30 liter-zak gemiddeld geen 4, maar 5 kg is. Dit betekent dat er verhoudingsgewijs meer afval moet worden verwerkt per aanbieding. Ook het verschil in aanbod bij hoogbouw ten opzichte van laagbouw is groot. Dat is te verklaren doordat bij hoogbouw gft nog niet apart gescheiden kan worden. De aanbiedgemiddelden zijn in deze begroting gehandhaafd.
fiL
BATEN ENTARIEVENAFVALSTOFFENHEFFING
Aantal huishoudens Geregisfreerde huishoudens Niet betalende huishoudens Betalende huishoudens % betalende huishoudens
2023
2024
2025
2026
2027
20
103.842 -4.331 99.511 95,8%
105.237 -7.367 97.870
105.750 -7.508 98.242
107.104 -7.604 99.499
108.475 -7.702 100.773
109.863 -7.800 102.063
93.0%
92,9%
92,9%
929%
92,9%
Gemiddeld aantal aanbiedingen restafval 30 ltr. (brengoorziening) hoogbouw en stadscentra 30 ltr. (brengoorsening) 60 fr. (brengoorziening) 140 Itr. (mini container) 240 ltr. (mini container)
33 15
35 17
33 15
33 15
33 15
33 15
5,3 7,2
5,4 6,4
5,3 7,2
5,3 7,2
5,3 7,2
5,3 7,2
Tarieven Basistarief Toeslag basistarief perextra mini container restatval
€ 293 €50
€ 318 €50
€ 341 €50
€ 364 €50
€ 386 €50
€ 399 €50
Varïabel tarief, aanbieding 30 ltr.(hoogbouw) Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (laagbouw)
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
Variabel tarief: aanbieding 140 ltr. (mini container) Variabel tarief: aanbieding 240 fr. (mini container)
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
Baten afvalstoffenheffing (x 4 1.000) Bruto baten afvalstoffenheffing Kwijtschelding Netto baten afvalstoffenheffing
32 228 -1.298 30.930
34.882 -1 385 33.497
37.329 -1.372 35.958
39.991 -1.470 38.621
42.773 -1 572 41.201
44.707 -1.643 43.063
‘emiddeld tarief afvalstoffenheffing per huishouden
€317
€ 343
€ 366
€ 387
€ 409
€ 422
Tabel 14: Baten afvalstoffenheffing tim 2028 Inrichting basistarief en variabele tarieven Het gemiddelde, kostendekkende tarief afvalstoffenheffing bedraagt € 366 per huishouden. De afvalstoffenheffing bestaat sinds 2014 uit een basistarief en variabele tarieven (tarief per aanbieding restafval van de diverse aanbiedvolumes). Het variabele tarief betalen inwoners bij elke keer dat het restafval wordt aangeboden, het basistarief één keer per jaar samen met de andere lokale belastingen. In 2024 zullen een aantal scenario’s worden onderzocht voor de inrichting van de vaste en variabele tarieven. Deze scenario’s worden in een separaat voorstel ter besluitvorming aan het AB voorgelegd. Bij het opstellen van de scenario’s is oog voor realistische ramingen, de effecten en risico’s van de verschillende scenario’s en de acceptatie bij de inwoners. Hierbij is de afweging tussen kosten, milieu-rendement en service naar de inwoners belangrijk. De uiteindelijke keuze van het AB wordt in de begrotingswijziging 2025 verwerkt. In voorliggende begroting gaan we uit van gelijkblijvende variabele tarieven van € 1 per 30 liter aanbieding, en overige aanbiedvolumes naar rato. We verwachten minder aanbiedingen dan in 2024, door het apart inzamelen van incontinentiemateriaal. Het gemiddelde variabele tarief blijft € 25. De verhouding van het basisdeel en variabele deel komt hiermee op 93%-7%.
Dit betekent dat gemiddeld 7% van de afvalstoffenheffing beïnvioedbaar is door het scheidingsgedrag van huishoudens. De tarieven worden definitief vastgesteld bij de wijziging van de Verordening Afvalstoffenheffing Avri in december 2024. Opslagen op basistarief Gemeenten kunnen ervoor kiezen opslagen te hanteren op het basistarief van de afvalstoffenheffing. Gemeenten hebben die mogelijkheid (binnen de wettelijke kaders) voor dekking van kosten die verband houden met de diensten voor inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Deze diensten maken geen onderdeel uit van het programma Afval. Verwijderen zwerfafval Een aantal regiogemeenten hanteert een opslag op het basistarief van de afvalstoffenheffing, ter dekking van de kosten voor het verwijderen van zwerfafval. Avri maakt geen kosten voor het verwijderen van zwerfafval en deze opbrengsten maken daarom geen onderdeel uit van de begroting van Avri. De opbrengsten worden door Avri ontvangen van BSR en jaarlijks aan de betreffende gemeenten doorbetaald. Het opslagtarief wordt jaarlijks door de gemeenten bepaald en is opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Verordening Afvalstoffenheffing Avri.
24
Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Gemeenten kunnen ervoor kiezen de kosten van gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal te dekken met een opslag in de tarieven afvalstoffenheffing. In de begroting 2025 van Avri is rekening gehouden met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal in alle Avri-gemeenten. Kostendekkendheid tarieven afvalstoffen heffing De wet- en regelgeving bepaalt dat de gemiddelde tarieven voor de dienstverlening in het programma Basispakket op begrotingsbasis niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. In tabel 15 is de kostendekkendheid gepresenteerd. Hieruit blijkt dat de tarieven niet meer dan 100% kostendekkend zijn. KOSTENDEKKENDHEIDAFVALSTOFFENHEFFING(x€1.000) Lasten taakveld 7.3 Afval Inkomsten taakveld 7.3 Afval Mutatie vooreningen Basispakket Netto kosten taakveld 7.3 Afval
2024 28.889 -5.368 982 24.502
2025 31.006
Overhead opslag voor compensabele btw Kwijtscheldingen Totale kosten Basispakket
824 26.630
2026 32.818 -4.689 1.000 29.129
2027 35.156 -4.465 1.000 31.691
2028 36.695 -4.261 1.000 33.434
5.498 3.497 1.385 34.882
5.831 3.497 1.372 37.329
5.895 3.497 1.470 39.991
6.013 3.497 1.572 42.773
6.133 3.497 1.643 44.707
Baten afvalstoffenheffing
34.882
37.329
39.991
42.773
44.707
Kostendekkendheid
100%
100%
100%
100%
100%
-5.200
Tabel 15: Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Opslag btw-compensatie
Gemeenten maken gebruik van de mogelijkheid om de btw (21%), die Avri in rekening brengt bij de gemeenten, te compenseren bij het btw-compensatiefonds. Hiervoor paste Avri tot 2023 een opslag toe van 13,5% van de kosten van het Basispakket. In het AB van 16 februari 2023 is besloten het btw-aandeel in de afvalstoffenheffing vast te klikken’ op een vast bedrag van € 3.497.124 en daarmee het percentage langzaam terug te brengen tot het mengpercentage, passend bij de actuele btw-druk. Deze opslag bedraagt voor 2025 11,3% en leidt (na verrekening met het btw-compensatiefonds) tot een voordeel voor de gemeenten. De compensabele btw mag via de afvalstoffenheffing volledig als kosten worden doorberekend aan de inwoners. Elk percentage tussen 0 en 21% kan worden gehanteerd. Een hoger percentage dan het huidig opslagpercentage van 11,3% resulteert in een voordeel voor de gemeente ten koste van de afvalstoffenheffing. Een lager percentage levert een lagere afvalstoffenheffing op voor de inwoners, maar ook een lagere opbrengst in de gemeentebegroting. De hoogte van de afvalstoffenheffing is dus te beïnvloeden door deze opslag. Kwijtsc held ingen
Het Algemeen Bestuur van GR Regio Rivierenland heeft in haar vergadering van 12 december 2012 de kwijtscheldingsregeling 2012 (met terugwerkende kracht) vastgesteld waarin: • De kosten van bestaan worden gesteld op 100% van de normuitkering als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; • Is bepaald dat ten aanzien van pensioengerechtigde personen niet de bijstandsnorm, maar de AOW-norm wordt gehanteerd; • Is bepaald dat kwijtschelding voor ondernemers (voor zover het heffingen in de privésfeer betreffen) mogelijk is; • Is bepaald dat bij de beoordeling van verzoeken om kwijtschelding mede rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang. Naast deze algemene beleidsregels s in artikel 9 van de Verordening Afvalstoffenheffing Avri de onderstaande bepaling voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing van kracht. Deze uitgangspunten zijn vastgesteld in het AB van december 2019 en verwerkt in deze begroting. De gemeenten kunnen eigen beleidsregels vaststellen over wanneer een inwoner in aanmerking komt voor kwijtschelding. Veelal volgen ze hierbij de landelijke richtlijnen. Inwoners kunnen bij BSR kwijtschelding aanvragen. BSR vraagt advies aan de gemeenten en volgt dit op. Vervolgens past BSR, indien van toepassing, de kwijtschelding toe. Op de site van BSR staat per gemeente een overzicht van het kwijtscheldingsbeleid per gemeente.
25
Bij de invordering van de afvalstoffenheffing komt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing (zoals bepaald in hoofdstuk 1 van de tarieventabel) voor kwijtschelding in aanmerking. Om de afvalscheiding ook onder de groep inwoners met een kwijtschelding te bevorderen, mag slechts een deel van het variabele tarief worden kwijtgescholden.
26
11
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt inzicht in het risicomanagement binnen Avri. We beschrijven hoe risicomanagement als vast proces binnen de bedrijfsvoering wordt toegepast en verankerd. Ook geven we met deze paragraaf inzicht in het risicoprofiel van Avri en de bijbehorende weerstandscapaciteit en -ratio. Het uitgangspunt vormt de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2017, die in februari 2017 door het Algemeen Bestuur werd vastgesteld. De weerstandscapaciteit is verder uitgewerkt in de Nota reserves en voorzieningen 2017 van Avri. Ontwikkeling financiële risico’s Voor ieder programma is de ontwikkeling van het risicoprofiel weergegeven. Het actualiseren van het risicoprofiel is van belang, gezien de grilligheid van de begroting en het geringe weerstandsvermogen de afgelopen jaren. In tabel 16 zijn de risico’s per programma weergegeven. Het risicoprofiel uit de jaarstukken 2023 (peildatum 31-12-23) is verwerkt in de begroting. De ontwikkeling van elk financiële risico geeft een indicatie van de eventuele financiële gevolgen voor Avri, als een risico daadwerkelijk optreedt. De inschatting van het risico geldt voor het begrotingsjaar 2025. ONTWIKKELING F1NANCIELE RISICO’S ( €1000) *
Basispakket 2 Prijsontwikkeling papier 6 Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats 12 InzetmedewerkersAfvalbeheer 14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17 Vervuiling van aangeboden grondstoffen 19 Vergoeding kunststof verpakkingen 23 Geschil met verwerker PMD’s 24 Brandstofprijzen 26 Verwerkingskosten 27 Niet volledige kilometerregistratie Totaal Basispakket
jaarrekening
Begrong
Verschil
242 3.919 315 225 330 123 475 218 313 125 6.285
242 3.919 315 225 330 373 475 218 313 0 6.410
0 0 0 0 0 250 0 0 0 -125 125
Pluspakket 13 Risico’s uitvoering pluspakket activiteiten Totaal Plus pakket
0 0
0 0
0 0
Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling papier Totaal Bedrijfsafval
60 60
60 60
0 0
775 351 1.126
889 351 1.240
114 0 114
7.471
7.710
239
Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risico’s (10% taakveld 0.4) 2 Vermogensbuffer (1% Ieningportefuille) Totaal Bedrijfsvoering Totaalalleprogrammas Tabel 16: Ontwikkeling financiële risico’s Avri
27
Toelichting risico’s Pro grarnma Afval en Integraal Beheer Openbare Ruimte 6 Onzeker doe/vermogen voor nazorg stortplaats: niet gewijzigd De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri, Dit akkoord heeft als doel om de kortetermijneffecten voor de gemeenten te verminderen. Die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten in oktober 2020 om de rekenrente te verlagen. Kernpunt in het bestuurlijk akkoord is het uitstellen van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd. In 2031 besluit de provincie na overleg met de Avri-gemeenten over het overdrachtsmoment. Tot dat moment zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri. -
Hierbij is ook afgesproken dat we jaarlijks overleg voeren over de technische en juridische aspecten van de nazorg. zowel bestuurlijk als financieel. Dat geeft de betrokken partijen de tijd voor het doorvoeren van maatregelen, die een efficiënte nazorg waarborgen. Ook is er tijd om de benodigde financiële middelen op te bouwen. Het akkoord stelt de gemeenten bovendien in staat om tijdig te anticiperen op de ontwikkelingen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming. Bij de overdracht moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Op termijn zijn verschillende uitgangspunten en parameters voor de bepaling van dit doelvermogen echter onzeker. Daardoor blijft de kans bestaan dat er te weinig doelvermogen is opgebouwd op de nog nader te bepalen overdrachtsdatum. Er kunnen echter ook positieve effecten zijn, zoals een langere vervangingstermijn van toegepaste materialen of hogere beleggingsrendementen van het nazorgfonds. Al deze zaken zijn van invloed op het benodigde vermogen. Bovendien kunnen toekomstige (wettelijke) ontwikkelingen ook van invloed zijn op de nazorgkosten. De stortplaats wordt al meerdere jaren intensief gemonitord en onderhouden. De technische risico’s (zoals ongelijke zetting’ en percolaatvorming) beschouwen we daarom als beheersbaar. Avri loopt bij de opbouw van het toekomstig doelvermogen meerdere financiële risico’s.