CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-030 1 Bijlage Definitief regionaal uitvoeringsprogramma ODR 2024

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken19.668 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoudsopgave 1. Voorwoord……………………….…………………………………………………………………………3

4.3 Focuspunt 3: Verminderen van de CO2 uitstoot door bedrijven……………....16

2. Inleiding………………………………………………………………………………………….………….5

4.4 Focuspunt 4: Verminderen van de CO2 uitstoot door woningen………….…...17

2.1 Doel…………………………………………………………………………………………………………....6

4.5 Focuspunt 5: Minder asbestverontreiniging………………………………..…………...19

2.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten………………………………..………………...……6

4.6 Focuspunt 6: Huisvesting internationale werknemers…………….………………..20

2.3 Gevolgen Omgevingswet voor uitvoeren VTH-taken in 2024………………………6

5. Taken binnen de keten bouw………………………………….…………………………………22

2.4 Samenwerking………………………………………………………………………………………….…7

5.1 Omgevingsvergunning bouw…………………………………………….……………………...23

2.5 Bestuurlijk gevoelige zaken………….………………………………………………………….….8

5.2 Toezicht bouw……………….………………………………………………………………………….25

2.6 Inzet strafrecht / BOA’s…………………..…………………………………………………….….…8

6. Taken binnen de keten milieu……………………….…………………………………………..29

2.7 Leeswijzer……………………………………………………………………………………………….….8

6.1 Milieuvergunningverlening……………………….……………………………………………...30

3. VTH-beleid Rivierenland 2022/2025 en focuspunten 2024………………………....9

6.2 Toezicht milieu………………………………….………………………………………………………33

3.1 Werken met focuspunten………………………………….……………………………………..11

7. Keten overstijgende en ondersteunende taken………………………………..……….41

3.2 Prioritering binnen de reguliere taakuitvoering………………………………………..11

7.1 Team juridische advisering………………………..………………………………………………42

4. Focuspunten 2024…………………………….……………………………………………………...12

7.2 Team bodem………………………………………..……………………………………………….….44

4.1 Focuspunt 1: Zeer zorgwekkende stoffen verminderen…………….………………13

7.3 Advisering………………………………………………………………………………………………...47

4.2 Focuspunt 2: Beter zicht op milieubelastende activiteiten………………………..14

8. Producten op uurbasis en lumpsum……………..………………………………………....49

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

2

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) regionaal uitvoeringsprogramma 2024

3

1

Voorwoord Wij zijn bijzonder trots om u het eerste integrale Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP) voor de Regio Rivierenland te mogen presenteren. Dit is een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van de uitvoering van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) voor milieu- en bouwtaken in onze regio. Het RUP is samen met het VTH-beleid en het VTH jaarverslag een belangrijk onderdeel van de Plan-Do-Check-Act cyclus van de VTH taken in de regio. Het RUP geeft de gemeenten de mogelijkheid om prioriteiten te stellen en accenten te leggen in de uitvoering van de VTH taken door ODR. Deze prioriteiten worden verwerkt in de werkprogramma’s per gemeente. Hierdoor vindt er meer (regionaal gecoördineerde) sturing “vooraf” plaats op de uitvoering van taken door ODR. Door in het Jaarverslag VTH terug te kijken op de voorgenomen activiteiten in het RUP kunnen we steeds beter onze activiteiten monitoren. Niet alleen op inzet maar ook wat betreft de bijdrage die de inzet levert op het bereiken van een schone, veilige en leefbare leefomgeving. Waardoor we een stap zetten om meer “outcome-gericht” aan onze opdrachtgevers te rapporteren. We werken zo aan een betere en professionelere uitvoering van VTH taken in de regio, en een robuustere ODR!

Gerard Vlekke, directeur

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

4

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) regionaal uitvoeringsprogramma 2024

5

2

Inleiding 2.1 Doel Dit regionaal uitvoeringsprogramma (RUP) beschrijft de werkzaamheden die in 2024 door de deelnemers aan de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) worden opgedragen. Met dit RUP wordt invulling gegeven aan Artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit. Naast dit RUP heeft elke deelnemer een eigen gemeentelijk werkprogramma (GWP). Daarin zijn de werkzaamheden beschreven in het RUP vertaald naar de te verwachten output (producten) per gemeente. Het RUP wordt jaarlijks geactualiseerd.

2.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten Bij het opstellen van dit programma zijn de volgende randvoorwaarden en uitgangspunten gehanteerd:  De begroting 2024 De vastgestelde begroting van 2024 biedt het financiële kader voor dit RUP. Bij het opstellen van dit RUP is geraamd in uren. In het gemeentelijke werkprogramma (GWP) worden deze uren ook vertaald naar aantallen producten (output). Het aantal producten in het GWP is indicatief omdat soms pas bij de voorbereiding van de uitvoering duidelijk wordt welke producten daadwerkelijk ingezet gaan worden. Daar waar dat leidt tot een vertekend beeld in de voortgangsrapportages zal dat worden toegelicht.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

 VTH-beleid Rivierenland 2022/2025 In 2021 is er nieuw regionaal VTH-beleid gemaakt. Bij het opstellen van dit RUP is rekening gehouden met dit beleid. In hoofdstuk 3 wordt het VTH-beleid en de vertaling van beleid naar het RUP verder uitgewerkt.  Programma kennis en kwaliteit 2023 en 2024 Het programma kennis en kwaliteit geeft uitvoering aan de strategische koers van ODR. Het programma kent een aantal ontwikkeldoelen die de kwaliteit van de uitvoering verbeteren en die nodig zijn om op een goede en juiste wijze uitvoering te kunnen geven aan dit RUP. Met het programma kennis en kwaliteit werken we dus continue aan het verbeteren van onze taakuitvoering (de dingen goed doen). Met dit RUP koppelen we daar ook inhoud aan waardoor we (risico)gericht werken aan een betere omgevingskwaliteit (de juiste dingen doen).

2.3 Gevolgen Omgevingswet voor uitvoeren VTH-taken in 2024 De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. ODR heeft zich hier uitvoerig op voorbereid door werkprocessen aan te passen, medewerkers op te leiden en werk- en procesafspraken te maken met ketenpartners. De komst van de Omgevingswet heeft in eerste instantie vooral gevolgen voor hoe we als ODR onze taken uitvoeren. Waar we prioriteit aan willen geven, wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen verandert niet. Dat volgt immers vooral uit het vaststelde regionale VTH-beleid. Een paar aspecten zijn echter toch goed om te benoemen omdat ze een rol gaan spelen in de taakuitvoering in 2024 en dus van invloed zijn op dit RUP.

6

 Wet Kwaliteitsboring voor het bouwen De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat vanaf 1 januari 2024 stapsgewijs in. De veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2028 alleen voor eenvoudige bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Daarna volgen de andere bouwwerken. Met de Wkb ontstaat er een nieuw stelsel van kwaliteitsborging waarbij veel meer verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de aannemer. Ook moet een onafhankelijke kwaliteitsborger in de arm worden genomen die controleert of het gebouw voldoet aan de technische eisen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en blijft het bevoegd gezag. Dit heeft consequenties voor de werkzaamheden die door ODR worden uitgevoerd.

 Verschuiving bevoegd gezag Als gevolg van de Omgevingswet verschuift voor drie bedrijven het bevoegd gezag van de provincie naar de gemeente. Dit betekent een lichte toename in onze werkzaamheden omdat daarmee de VTH-werkzaamheden voor deze bedrijven overgaan naar ODR waar deze nu nog bij ODRN en ODRA zijn belegd.

 Onzekerheid bij de raming van werkzaamheden Veel de werkzaamheden die door ODR worden uitgevoerd zijn vraag gestuurd. Dat betekent dat er op basis van ervaringscijfers een inschatting word gemaakt van bijvoorbeeld het aantal aanvragen en meldingen en de gemiddelde tijdbesteding. Met de komst van de Omgevingswet en de Wkb gaat er het nodige veranderen waardoor ervaringscijfers ontbreken. Als gevolg hiervan is de onzekerheidsmarge bij het ramen van werkzaamheden groter dan normaal. Uiteraard monitoren we dit. Mochten er grote afwijkingen blijken dan informeren wij daar tijdig over en waar mogelijk sturen we bij.

 Open normen en algemene zorgplichten De omgevingswet werkt, veel meer dan de huidige Wabo, met open normen en algemene zorgplichten. Dit betekent dat het doel wordt voorgeschreven en dat de ondernemer zelf mag bepalen hoe hij dit doel wil bereiken of dat er een algemene zorgplicht bestaat in plaats van allerlei specifieke geboden of verboden. Dit vraagt andere kennis en vaardigheden van medewerkers om hierover te oordelen en het gesprek aan te gaan met bedrijven. Ook zal dit mogelijk van invloed zijn op de handhaving van regels en wellicht tot meer discussie leiden tussen bedrijf en bevoegd gezag.

 Van inrichting naar milieubelastende activiteiten (MBA’s) Het begrip inrichting verdwijnt en milieubelastende activiteiten komen daarvoor in de plaats. Als gevolg hiervan zullen de VTH milieutaken zich de komende jaren waarschijnlijk steeds meer gaan richten op deze MBA’s en de daaraan verbonden milieurisico’s. Momenteel worden de MBA’s voor alle risicovolle bedrijven geïnventariseerd en vastgelegd. Voor alle andere bedrijven met MBA’s vindt een geautomatiseerde omzetting plaats. Deze actie is echter foutgevoelig en vraagt daarom de komende jaren tijdens lopende zaken controle van deze gegevens en zo nodig aanpassing daarvan.

2.4 Samenwerking Dit RUP is samen met betrokken collega’s van ODR tot stand gekomen. Ook is er voor het onderdeel milieutoezicht een werkbijeenkomst georganiseerd met de deelnemers. De primaire verantwoordelijkheid voor realisatie van dit programma ligt bij ODR. Dit neemt niet weg dat samenwerking met anderen binnen en buiten ODR nodig is om onze doelen te realiseren. Hierbij valt te denken aan samenwerking met: • gemeenten onder andere bij het ruimtelijk toezicht op bedrijventerreinen en (delen van) het buitengebied en het branchetoezicht. • strafrechtpartners zoals politie en het functioneel parket en BOA’s van ketenpartners. • andere (Gelderse) omgevingsdiensten.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

7

• •

andere ketenpartners zoals ILT, NVWA, waterschap Rivierenland en GGD (bijv. over het toezicht op indirecte lozingen bij onder andere risicovolle bedrijven en de GGD als het gaat om volksgezondheid). de Provincie Gelderland over het toezicht op veehouderijbedrijven in verband het toezicht op de Wet natuurbescherming door de provincie.

Daarom is ervoor gekozen om in 2024 vanuit het budget uren over te hevelen van de reguliere uitvoering en deze als collectief product te reserveren voor de inzet van strafrechtelijke handhaving. Daarmee krijgen de BOA’s meer ruimte om strafrechtelijke handhaving te bevorderen, initiëren en op te pakken. Dit zal de effectiviteit van de handhaving verbeteren en preventief werken.

Samenwerking is nooit een doel op zich maar moet bijdragen aan een effectievere of efficiëntere aanpak. Soms wordt dit al bereikt door informatie met elkaar te delen. In andere gevallen is hiervoor een intensieve samenwerking nodig. De uitkomst kan soms ook zijn dat samenwerking geen meerwaarde biedt. Dit wordt van geval tot geval bekeken.

2.5 Bestuurlijk gevoelige zaken Binnen ons werkveld krijgen we regelmatig te maken met bestuurlijke gevoelige aangelegenheden. Bijvoorbeeld als de veiligheid of gezondheid van inwoners in het geding is. Het is daarom van belang dat onze medewerkers zich kunnen verplaatsen in politici en bestuurders ook al staan wij als uitvoeringsorganisatie wat meer op afstand van het bestuur. Deze politie-bestuurlijke sensitiviteit is belangrijk en daar waar dit mogelijk speelt wordt dan ook direct geschakeld met de betreffende gemeente of gemeenten. Het verbeteren van de bestuurlijke sensitiviteit is één van de doelen van het programma kennis en kwaliteit.

2.6 Inzet strafrecht / BOA’s ODR hanteert bij het bepalen van een gepaste sanctie op een overtreding de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Dit betekent dat bij zware overtredingen, bijvoorbeeld als er sprake is van onomkeerbare milieuschade, strafrechtelijk wordt gehandhaafd. Hiervoor beschikt ODR over eigen BOA’s zowel voor milieuovertredingen als voor overtredingen op het gebied van slopen (asbest) of bouwen. In 2024 willen we de inzet van deze BOA’s een extra impuls geven omdat gebleken is dat strafrechtelijke handhaving nog onvoldoende wordt ingezet. Dit past ook bij één van de aanbevelingen uit het rapport van de commissie van Aartsen; ‘Om de leefomgeving’.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

2.7 Leeswijzer Bij het opstellen van dit RUP is zoveel mogelijk aangesloten bij de organisatiestructuur van ODR. Werkzaamheden zijn gekoppeld aan de verschillende teams die binnen OR taken uitvoeren. In hoofdstuk 3 wordt gestart met een korte toelichting op het VTH-beleid Rivierenland 2022/2025 aangezien dit beleid het kader vormt voor de jaarlijkse uitvoering van taken door ODR. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de zes focuspunten die voor 2024 zijn vastgesteld uitgewerkt. Deze sluiten aan bij de prioriteiten uit het VTH-beleid. De werkzaamheden die binnen de keten bouw in 2024 worden uitgevoerd komen in hoofdstuk 5 aan bod. Waarna in hoofdstuk 6 de werkzaamheden binnen de keten milieu centraal staan. Er zijn ook taken die keten overstijgend zijn. Deze worden in hoofdstuk 7 besproken. Tot slot kent ODR ook nog een aantal bijzondere taken die op uurbasis worden uitgevoerd of waarvoor een andere vorm van financiering geldt. Deze taken worden niet inhoudelijk beschreven maar voor de volledigheid worden deze in hoofdstuk 8 wel opgenomen in dit RUP.

8

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) regionaal uitvoeringsprogramma 2024

9

VTH-beleid Rivierenland 2022/2025 en Focuspunten 2024

3

Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels is geen doel op zich. We voeren deze taken uit voor een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving in onze regio. Bij onze taakuitvoering hanteren we prioriteiten en uitgangspunten uit het VTH-beleid en passen de daarin omschreven aanpak toe. Het VTH-beleid Rivierenland 2022/2025 stelt vier doelen voor de komende beleidsperiode: 1. 2. 3. 4.

Verbeteren van de omgevingskwaliteit Een positieve klantbeleving De uitvoeringskwaliteit is verbeterd en gebord De verbinding en samenwerking met onze partners is verbeterd

In de lijst hiernaast is aangegeven welke activiteiten en aspecten in het beleid hoge prioriteit hebben gekregen. Met dit RUP vertalen we deze strategische doelen en prioriteiten van de regio naar concrete werkzaamheden en brengen we focus aan. Dit doen we door focuspunten te benoemen waar we in 2024 integraal aandacht aan gaan besteden; binnen onze reguliere taakuitvoering.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

10

3.1 Werken met focuspunten Per focuspunt zijn doelen geformuleerd (in termen van te bereiken effecten) en activiteiten die bijdragen aan de realisatie van die doelen. Deze activiteiten vinden plaats in één of meerdere van onze hoofdprocessen en werken we in dit RUP verder uit. We hanteren daarbij een integrale aanpak waarbij de verschillende taakvelden informatie delen, afstemmen en samenwerken. Ook zetten we een monitoringprogramma op dat bestaat uit indicatoren die het mogelijk maken om de voortgang op en het effect van deze activiteiten te monitoren. Hierdoor vindt er een verschuiving plaats van sturing op inzet naar sturing op het effect van die inzet (outcome). In overleg met experts van ODR en de deelnemers zijn voor 2024 de volgende focuspunten benoemd: Binnen de keten milieu: 1. Zeer zorgwekkende stoffen verminderen 2. Beter zicht op milieubelastende activiteiten 3. Verminderen van CO2 uitstoot door bedrijven Binnen de keten bouw:

De focuspunten zijn bedoeld om integraal focus aan te brengen en outcome gericht te kunnen werken binnen de reguliere taakuitvoering. De focuspunten hebben daarom altijd een verbinding met de reguliere taakuitvoering. Alle activiteiten genoemd binnen de focuspunten worden binnen de reguliere taakuitvoering verder uitgewerkt en opgepakt. Zo nodig projectmatig. Hierdoor past het werken met focuspunten binnen de eerder vastgestelde financiële kaders.

3.2 Prioritering binnen de reguliere taakuitvoering Ook bij de reguliere taakuitvoering houden we rekening met de prioriteiten van het regionale VTH-beleid. Dit doen we door onze capaciteit vooral daar in te zetten waar de hoogste prioriteit aan wordt gegeven. Zo toetsen en controleren we activiteiten met een hoge prioriteit vaker en grondiger dan activiteiten met een gemiddelde prioriteit. Activiteiten met een lage prioriteit toetsen of controleren we niet, alleen op hoofdlijnen of steekproefsgewijs. We borgen dit door deze prioriteiten te vertalen naar toets- en toezichtprotocollen (digitale checklijsten) en werkinstructies door er voor te zorgen dat volgens deze protocollen en instructies wordt gewerkt. Meestal door gebruik te maken van het 4-ogenprincipe. Deze protocollen zijn hulpmiddelen bij het uitvoeren van deze reguliere taken. Vanuit zijn of haar professionaliteit kan (en moet) een medewerker afwijken van deze protocollen als het belang van de gezonde en veilige leefomgeving daar om vraagt.

1. Verminderen van CO2 uitstoot door woningen 2. Minder asbestverontreiniging 3. Huisvesting internationale werknemers

In hoofdstuk 4 worden deze focuspunten verder uitgewerkt. De focuspunten worden jaarlijks geëvalueerd en bijgesteld.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

11

12

Focuspunten 2024

4

Bij deze uitwerking van focuspunten is een vaste indeling gehanteerd:

• • • • • •

Inleiding De scope van het focuspunt De doelstelling(en) De aanpak en bijbehorende activiteiten De indicatoren die de voortgang en het effect van onze inspanning weerspiegelen De ontwikkelpunten die binnen de organisatie nodig zijn om hier uitvoering aan te kunnen geven

4.1 Focuspunt 1: Zeer Zorgwekkende Stoffen verminderen  Inleiding Een zeer zorgwekkende stof is een stof die gevaarlijk is voor mens of milieu omdat deze bijvoorbeeld carcinogeen, mutageen of reprotoxisch is of zich in de voedselketen ophoopt. Het voorkomen van verspreiding van deze stoffen naar lucht, bodem, afvalwater en via afval(verwerking) is dus belangrijk voor het behouden van een gezonde leefomgeving. ZZS kunnen in de bodem terechtkomen door lekkages, onzorgvuldig handelen, calamiteiten, neerslag uit de lucht en door lozingen in het grond- en oppervlaktewater. Door verplaatsing van grond, baggerspecie en bouwstoffen kunnen deze ZZS zich (ongemerkt) verspreiden.  Scope Alle bedrijven die ZZS emitteren. Alle stoffen die aan ZZS criteria voldoen of de potentie hebben daaraan te voldoen (pZZS). Relevante hoofdprocessen binnen de aanpak zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering/beleid.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

 Doelstellingen • Eind 2025 willen in beeld hebben waar binnen ons werkgebied ZZS werd en wordt uitgestoten en geloosd. • Eind 2029 willen we dat de bedrijven de uitstoot en lozing van ZZS naar lucht, bodem, afvalwater en via afval(verwerking) hebben vermeden en als dat niet mogelijk blijkt geminimaliseerd. • Wij willen blijvend zicht hebben op bedrijven die ZZS emitteren. • Wij willen blijvend zicht hebben op bedrijven die zich ontdoen van afval met ZZS en op bedrijven die afval met ZZS verwerken. • We willen (blijvend) zicht hebben op IBC toepassingen (secundaire bouwstoffen) uit het verleden • We willen blijvend zicht hebben op toepassingen van AVI-bodemas en immoblisaten die ZZS bevatten ((4.1258 Bal)) • We willen dumpingen van drugsafval en lozingen van PFAS houdend blusschuim registreren en de gevolgen in grond en grondwater zoveel mogelijk ongedaan laten maken  Aanpak Bedrijven moeten zoveel mogelijk de verspreiding van verontreinigende stoffen waaronder ZZS voorkomen. Dat wil zeggen het streven van een bedrijf moet zijn gericht naar nul uitstoot. Als dat niet kan dan treffen ze reductiemaatregelen. Bij toestemmingen voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen, houden we extra rekening met ZZS.

13

De volgende activiteiten gaan we in 2024 uitvoeren: • We actualiseren waar nodig vergunningen op de emissie van ZZS of leggen maatwerkvoorschriften op. • We besteden meer aandacht aan de mogelijke aanwezigheid en emissie van ZZS. Zo vragen we eerder en vaker productinformatiebladen op en beoordelen deze op de aanwezigheid van ZZS. • We geven informatie en voorlichting aan bedrijven om hen bewust te maken van het gebruik van ZZS en hen te helpen bij het vermijden of minimaliseren daarvan. • We gaan verder met het inventariseren van bedrijven die ZZS gebruiken of in het verleden hebben gebruikt en met de emissies daarvan tot we zicht hebben op alle emissies van ZZS. • We houden toezicht op het tijdig indienen van vermijdings- en reductieprogramma’s voor bepaalde milieubelastende activiteiten en zien er op toe dat bedrijven tijdig de juiste vermijdende of reducerende maatregelen treffen. • Om een beter beeld te krijgen van ZZS in de afvalketen zetten we ketentoezicht in. • We gaan vaker metingen uitvoeren om de emissiegrenswaarden van ZZS te controleren. • Bij (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging bij bedrijven die ZZS hebben gebruikt verlangen we altijd een eindsituatieonderzoek van de bodem.

• Toepassingen van AVI bodemassen en immobilisaten die ZZS bevatten inventariseren we en maken we inzichtelijk in ons BIS • We registreren dumpingen van en calamiteiten met drugsafval en lozingen van PFAS houdend blusschuim

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

 Indicatoren Binnen ODR wordt als onderdeel van de implementatie van het VTH-beleid momenteel gewerkt aan een monitoringsprogramma. Hierbij wordt in beeld gebracht welke indicatoren we vanaf 2024 gaan monitoren en hoe we dat rapporteren.  Ontwikkelpunten Om op goede wijze hieraan uitvoering te kunnen geven gaan we ons als ODR op een aantal zaken verder ontwikkelen: • Verbeteren van de kennis en expertise bij vergunningverleners, toezichthouders en specialisten over het gebruik, de emissie en het vermijden en verminderen van ZZS. • We ontwikkelen een aanpak voor het informeren en voorlichten van de bedrijven. • We verbeteren de afstemming en samenwerking met waterschap Rivierenland, Rijkswaterstaat, Provincie en andere betrokken partijen zoals andere omgevingsdiensten, de GGD en het RIVM, bij de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen. • Dit doen we onder andere door actief deel te nemen aan het project ‘Try-out ZZS’ dat RIVM samen met de omgevingsdiensten heeft opgezet om bestaande kennis optimaal te benutten.

4.2 Focuspunt 2: Beter zicht op milieubelastende activiteiten  Inleiding Bij het uitvoeren van de VTH-taken richten we ons van oudsher vooral op activiteiten die bekend zijn bij ODR doordat deze door de initiatiefnemer worden gemeld of aangevraagd. Het komt helaas ook regelmatig voor dat milieubelastende activiteit niet worden gemeld of aangevraagd. Hierdoor onttrekken deze activiteiten zich aan het toezicht van ODR met alle mogelijke nadelige gevolgen van dien. Het in beeld krijgen en houden van alle milieubelastende activiteiten is een speerpunt van het regionaal VTH-beleid. Mede voor het verkrijgen van een gelijk speelveld voor bedrijven doordat actief ‘freeriders’ worden opgespoord en aangepakt.

14

 Scope Onbekende milieubelastende activiteiten kunnen zich overal voordoen in het werkgebied van ODR. Het zwaartepunt bij bedrijf gerelateerde milieubelastende activiteiten ligt op de bedrijventerreinen, concentratiegebieden voor bedrijven en agrarische bedrijvigheid in het buitengebied. Daarnaast kennen we de niet bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten zoals het toepassen van grond en bouwstoffen en het aanleggen van bodemenergiesystemen. Deze doen zich overal in het werkgebied van ODR voor, maar zijn vaak gerelateerd aan woningbouwprojecten of infrastructuurprojecten.  Doelstellingen • Eind 2025 willen we een volledig en actueel beeld hebben van alle relevante milieubelastende activiteiten in het werkgebied van ODR. • Eind 2025 willen een werkwijze ingevoerd hebben om het bestand met milieubelastende activiteiten actief te beheren. • Vanaf 2026 willen we blijvend zicht hebben op alle relevante milieubelastende activiteiten in het werkgebied van ODR.

 Aanpak Door een combinatie van voorlichting, advies, toezicht en handhaving en het slim gebruik maken en combineren van bestaande informatie willen we ervoor zorgen dat we blijvend zicht hebben op alle relevante milieubelastende activiteiten in het werkgebied van ODR en pakken we freeriders aan. We richten ons daarbij ook op de voorkant om het aantal niet vooraf gemelde milieubelastende activiteiten te voorkomen. Dit doen we door zowel bedrijven als collega’s bij gemeenten hierover te adviseren en informeren. Verder ontwikkelen we de komende jaren een werkwijze waarbij we op een effectieve en efficiënte wijze blijvend zicht houden om alle relevante milieubelastende activiteiten in ons werkgebied. Deze werkwijze zal gebruik maken van bestaande informatiebronnen en deze combineren met vormen van administratief en fysiek toezicht. Doel is ook om daarin verder te gaan door niet alleen in beeld te krijgen waar welke activiteiten worden uitgevoerd maar ook door informatie over die activiteit te verzamelen die van belang is voor het uitvoeren van onze taken. Bijvoorbeeld informatie die nodig is om externe veiligheidsrisico’s in beeld te hebben of om te kunnen toetsen aan het bestemmingsplan.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

Ook wordt binnen dit focuspunt actief opvolging gegeven aan signalen van opdrachtgevers. Afstemming vindt plaats met de aanpak van ondermijning en met lokale maatwerkopdrachten voor het vrije veld toezicht. Afstemming vindt ook plaats met de werkzaamheden die worden uitgevoerd bij de omzetten van inrichting naar milieubelastende activiteit in het kader van de Omgevingswet.  Indicatoren Binnen ODR wordt als onderdeel van de implementatie van het VTH-beleid momenteel gewerkt aan een monitoringsprogramma. Hierbij wordt in beeld gebracht welke indicatoren we vanaf 2024 gaan monitoren en hoe we dat rapporteren.  Ontwikkelpunten Om op goede wijze hieraan uitvoering te kunnen geven gaan we ons als ODR op een aantal zaken verder ontwikkelen: • Het verbeteren van de registratie van milieubelastende activiteiten (accuraat en eenduidig). • Het op eenvoudige wijze (geografisch) vastleggen van wijzigingen in het bestand met milieubelastende activiteiten zodat de administratieve lasten daarvan aanzienlijk afnemen. • Bepalen wat voor onze taakuitvoering relevante milieubelastende activiteiten zijn. • Ontwikkelen van een werkwijze om het bestand met relevante milieubelastende activiteiten actief te beheren. • Ontwikkelen van kennis en het vergroten van de capaciteit voor data-analyse, informatie gestuurd en risicogericht werken.

• Verbeteren van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de verschillende teams en ketens (bouw en milieu) binnen ODR. • Verbeteren van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de verschillende partners zoals gemeenten, waterschap en veiligheidsregio.

15

4.3 Focuspunt 3: Verminderen van de CO2 uitstoot door bedrijven  Inleiding Verminderen van de CO2 uitstoot is noodzakelijk. Het hoort bij de landelijke en lokale klimaataanpak waarin de klimaatdoelen staan. Dit kan door energie te besparen wat ook aantrekkelijk is voor de energiegebruiker omdat het tot kostenbesparing leidt. Daarnaast moeten we meer hernieuwbare bronnen benutten zoals zon, wind of geothermie.

• • • •

Eind 2028 voldoet 90% van alle bij ons bekende kantoorgebouwen aan label C. Minimaal 200 energiecontroles en/of hercontroles energie per jaar t/m 2025. 10 QuickScans voor het plaatsen van zonnepanelen bij bedrijven per jaar t/m 2025. Elk jaar organiseren we een informatiebijeenkomst energiebesparing voor minimaal één

Veel bedrijven hebben een informatieplicht energiebesparing. Deze bedrijven moeten rapporteren over het energiegebruik en de (te nemen) energiemaatregelen. Nog lang niet alle bedrijven doen dit. Ook ligt er bij bedrijven nog een groot potentieel als het gaat om het benutten van restwarmte en hernieuwbare bronnen zoals zon en wind. Door een combinatie van voorlichting, advies, toezicht en handhaving willen we ervoor zorgen dat bedrijven meer energie gaan besparen en meer hernieuwbare bronnen gaan benutten. Verder willen we de transitie naar het gebruik van andere energiebronnen zoals waterstof en energieopslagsystemen zoals grote batterijen verantwoord mogelijk maken. Daarbij leggen we de focus vooral aan de voorkant; het voorkomen van nieuwe overbelaste en onveilige situaties. Dit doen we door een combinatie van voorlichting, advies, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit begint al bij advisering bij de planvorming.  Scope We richten ons op alle bedrijven binnen ons werkgebied waarbij de komende jaren prioriteit wordt gelegd bij de midden- en grootverbruikers. Bijzondere aandacht gaat de komende jaren uit naar glastuinbouwbedrijven, andere energie-intensieve bedrijven en kantoorpanden. Verder informeren en adviseren we bedrijven over het plaatsen van zonnepanelen en het benutten van andere restwarmte en andere hernieuwbare bronnen.

 Doelstellingen • Eind 2030 heeft 90% van alle bij ons bekende bedrijven in ons werkgebied alle verplichte energiebesparende maatregelen getroffen. • Eind 2027 is bij alle vergunningplichtige bedrijven, glastuinbouwbedrijven en andere energie intensive bedrijven een energiecontrole uitgevoerd.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

 Aanpak Bedrijven vinden energiebesparing en het benutten van hernieuwbare bronnen vaak lastig of ze zien op tegen de investeringskosten. Door het geven van advies en voorlichting over de voordelen en de mogelijkheden willen we energiebesparing en het benutten van hernieuwbare bronnen stimuleren. Waar nodig en mogelijk wijzen we bedrijven op hun wettelijke verplichting en dwingen we energiebesparing af. We doen dit informatie gestuurd waarbij we onze inzet richten op plaatsen waar we het grootste besparingspotentieel verwachten.

Verduurzaming heeft ook een keerzijde. Zo kan het plaatsen van een bodemenergiesysteem leiden tot bodemverontreiniging. Hebben technische installaties (koeling/ventilatie/pompen etc.) de vervelende eigenschap dat die geluid en trillingen produceren, en daarmee overlast naar de omgeving kunnen veroorzaken. Ook het overschakelen op stikstof brengt risico’s met zich mee.

16

We richten ons op het zoveel mogelijk voorkomen van toekomstige problemen. Dit door aan de voorkant (bij de planvorming) te adviseren over het verantwoord toepassen van andere energiebronnen zoals waterstof, wind en zon en het gebruik van energieopslagsystemen. We zetten onze VTH-instrumenten in om de milieurisico’s hiervan zoveel mogelijk te beperken en zo goed mogelijk te beheersen. We werken hierbij nauw samen met onze opdrachtgevers. Bijvoorbeeld met het energieloket dat gemeenten hebben. Samen met hen kijken we ook hoe we andere partijen kunnen betrekken zoals ondernemersverenigingen en brancheverenigingen. Voor het opbouwen en delen van de benodigde kennis en expertise werken we samen met andere omgevingsdiensten en kennisinstellingen.

 Indicatoren Binnen ODR wordt als onderdeel van de implementatie van het VTH-beleid momenteel gewerkt aan een monitoringsprogramma. Hierbij wordt in beeld gebracht welke indicatoren we vanaf 2024 gaan monitoren en hoe we dat rapporteren.

4.4 Focuspunt 4: Verminderen van de CO2 uitstoot van woningen  Inleiding Het verduurzamen van de woningvoorraad is een belangrijke opgave. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat in 2050 zeven miljoen woningen en een miljoen andere gebouwen van het aardgas af moeten zijn. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste anderhalf miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Verduurzaming bestaat zowel uit het besparen van energie door bijvoorbeeld isolatie als het benutten van hernieuwbare bronnen als zon, wind of geothermie. Vaak is verduurzaming ook aantrekkelijk voor de energiegebruiker omdat het tot kostenbesparing leidt. Naast verduurzaming van de bestaande woningvoorraad is het belangrijk dat nieuwbouw voldoet aan de eisen voor energieprestatie. Zowel bij het verlenen van de vergunning moet hier aandacht voor zijn als tijdens het toezicht in de bouwfase.

 Ontwikkelpunten Om uitvoering te kunnen geven aan dit focuspunt wil ODR zich de komende jaren ontwikkelen als kenniscentrum duurzaamheid voor de regio. Zowel voor bedrijven als particulieren (zie focuspunt 4). Dat betekent onder andere dat we ons de komende jaren op een aantal punten gaan ontwikkelen: • Verbeteren van de verbinding en samenwerking met onze partners en dan met name de gemeente • Kennis en expertise bij onze medewerkers advies, bouw en milieu ten aanzien van energiebesparing en benutten hernieuwbare bronnen • Kennis en expertise ten aanzien van relevante (milieu)risico’s verbonden aan deze energietransitie en het toepassen daarvan binnen het VTHinstrumentarium. • Aanwenden van meer capaciteit voor het uitvoeren van deze taken. • Ontwikkelen van meer adviserend toezicht • Ontwikkelen van meer informatie gestuurd werken

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

Verduurzaming heeft ook een keerzijde. Zo kan het plaatsen van een bodemenergiesysteem leiden tot bodemverontreiniging. Hebben warmtepompen (lucht/water systemen) de vervelende eigenschap dat die geluid en trillingen produceren, en daarmee soms overlast veroorzaken. Extra isolatie van woningen kan leiden tot een ongezond binnenklimaat. Zonnepanelen hebben een beperkte levensduur. Verder verdient de verduurzaming van monumenten bijzondere aandacht.

17

Door een combinatie van voorlichting, advies, vergunningverlening, toezicht en handhaving willen we er aan bijdragen dat verduurzaming van woningen met voldoende snelheid maar verantwoord kan worden uitgevoerd. Op deze manier vermindert de uitstoot van CO2 maar leidt dit niet tot nieuwe problemen zoals ongezonde woningen, bodemverontreiniging of geluidhinder.  Scope We richten ons vooral op nieuwbouw van categorie 2 en hoger. Met het in werking treden van de Wet kwaliteitsborging (Wkb) per 1-1-24 moeten we kijken of dit onderdeel onder private kwaliteitsborging voldoende aandacht krijgt bij categorie 1 bouwwerken. Als blijkt dat dat niet zo is gaan we kijken wat we daar aan kunnen doen. Daarnaast zijn we ook bezig met het in goede banen leiden van de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, waaronder monumenten.  Doelstellingen • Verduurzaming en duurzaam bouwen stimuleren door aan de voorkant van het (ver)bouwproces informatie te gegeven over de mogelijkheden van verduurzaming en duurzaam bouwen. • Verduurzaming en duurzaam bouwen ondersteunen door eenvoudig en snelle afhandeling van meldingen en aanvragen waardoor 95% van alle aanvragen binnen de wettelijke termijn wordt afgehandeld. • Geluidklachten als gevolg van warmtepompen en airco’s voorkomen. • Bodemverontreiniging als gevolg van de aanleg van bodemenergiesystemen voorkomen.

• Voorkomen dat als gevolg van verduurzaming nieuwe onveilige situaties ontstaan • Voorkomen dat als gevolg van verduurzaming monumenten worden aangetast.  Aanpak Door het geven van informatie, -advies en voorlichting stimuleren we het duurzaam bouwen en de verduurzaming. Daarbij richten we ons ook op het aan de voorkant delen van kennis en informatie aan aanvragers, bouwbedrijven en installateurs. Met als doel te voorkomen (of beperken) dat er negatieve effecten optreden.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

Denk hierbij aan geluidhinder, bodemverontreiniging of aantasting van monumenten. Bij het toetsen van aanvragen en tijdens het toezicht op de bouw hebben we aandacht voor het op juiste wijze toepassen en/of installeren van energiebesparende technieken of installaties voor het opwekken van duurzame energie. We doen dit zoveel mogelijk informatie gestuurd en risicogericht zodat we onze beperkte capaciteit daar inzetten waar het meeste resultaat te halen is. We werken hierbij nauw samen met onze opdrachtgevers. Bijvoorbeeld met het energieloket dat gemeenten hebben. Samen met hen kijken we ook hoe we andere partijen kunnen betrekken zoals woningbouwverenigingen en kennisinstellingen. Waar nodig ontwikkelen we samen met onze partners (regionale) handreikingen, beleidsrichtlijnen of werkafspraken om de uitvoering effectiever en efficiënter te maken.  Indicatoren Binnen ODR wordt als onderdeel van de implementatie van het VTH-beleid momenteel gewerkt aan een monitoringsprogramma. Hierbij wordt in beeld gebracht welke indicatoren we vanaf 2024 gaan monitoren en hoe we dat rapporteren.  Ontwikkelpunten Om uitvoering te kunnen geven aan dit focuspunt wil ODR zich de komende jaren ontwikkelen als kenniscentrum duurzaamheid voor de regio. Zowel voor bedrijven als particulieren (zie focuspunt 3).Dat betekent onder andere dat we ons de komende jaren op een aantal punten gaan ontwikkelen:

• Verbeteren van de verbinding en samenwerking met onze partners en dan met name de gemeente • Kennis en expertise bij onze medewerkers advies, bouw en milieu ten aanzien van energiebesparing en benutten hernieuwbare bronnen • Kennis en expertise ten aanzien van relevante (milieu)risico’s verbonden aan deze energietransitie en het toepassen daarvan binnen het VTH-instrumentarium. • Aanwenden van meer capaciteit voor het uitvoeren van deze taken. • Ontwikkelen van meer adviserend toezicht • Ontwikkelen van meer informatie gestuurd werken

18

4.5 Focuspunt 5: Minder asbestverontreiniging  Inleiding Bij het verwijderen van asbest in bebouwing treden bijzonder grote risico’s op voor de leefomgeving. Asbestsaneerders en personen in de omgeving kunnen bij slecht uitgevoerde asbestsaneringen asbestvezels inademen. Handelingen van niet-gecertificeerde bedrijven en particulieren leiden vaak tot een verontreiniging van de leefomgeving. Asbesthoudende producten zitten ook vaak achter of in de constructie, zoals een vloer- plafond-, wanden/of dakbedekking. Dit wordt verborgen asbest genoemd. We merken dat er vaak nog te weinig kennis en aandacht is voor dit verborgen asbest. Zowel bij saneerders, aannemers als (particuliere) opdrachtgevers. Maar ook intern bij onze eigen medewerkers is de benodigde kennis of aandacht niet altijd in voldoende mate aanwezig. De Rijksoverheid wil het aantal asbestslachtoffers zo snel mogelijk verminderen tot er uiteindelijk geen nieuwe slachtoffers meer bijkomen. Asbest is een Zeer Zorgwekkende Stof, die we vanwege die gevaarseigenschappen niet in de leefomgeving willen hebben. Asbestdaken kunnen door weersinvloeden en bij werkzaamheden of incidenten (bijv. brand) zorgen voor asbestvezels in de leefomgeving en daarmee de gezondheid van personen in gevaar brengen.

Bedrijven en particulieren met asbestdaken moeten vanuit hun wettelijke zorgplicht milieuvervuiling voorkomen, of als dat niet mogelijk is deze zoveel mogelijk beperken. De overheid is gericht op het stimuleren en faciliteren van het vrijwillig saneren van asbestdaken Maatregelen voor veilige en gezonde asbestverwijdering zijn over het algemeen kostbaar en daarom niet geliefd bij saneerders en hun opdrachtgevers. Bij particuliere saneringen ontbreekt het regelmatig aan de juiste kennis. Sinds 2013 voeren wij in ons werkgebied het toezicht op asbest uit. Dit doen we uniform voor het hele werkgebied, informatie gestuurd en risicogericht. Zo houden we onder andere rekening met wie saneert en op welke locatie er wordt gesaneerd. In de basis het is toezicht op asbestsaneringen dan ook goed geregeld. Wel zien we voor de komende jaren de volgende aandachtspunten:

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

• Er wordt nog te veel asbest in de leefomgeving verspreid omdat er te weinig kennis en aandacht is voor (verborgen) asbest; zowel bij saneerders, aannemers, opdrachtgevers als intern bij collega’s. • Er wordt nog te weinig gebruik gemaakt van het strafrecht om ernstige en notoire overtreders aan te pakken. • Er wordt nog regelmatig illegaal gesloopt en asbest verwijderd. • Er zijn steeds meer asbesthoudende daken waar ernstige verwering op treedt, die daardoor een risico vormen voor de leefomgeving. Dit betreft dan met name verontreiniging van de bodem rondom deze daken. (TNO R10832 A d.d. 15 juni 2-22) • De wetgeving ten aanzien van saneren van asbestdaken en saneren van de bodem sluiten niet op elkaar aan.  Scope De mogelijkheid van asbestverontreiniging tijdens de sloop en bij verborgen asbest kan zich overal in ons werkgebied voordoen bij de sloop van gebouwen van voor 1994. Daarnaast zien we overal in ons werkgebied, en dan met name in het buitengebied, panden met ernstig verweerde asbesthoudende daken zoals oude schuren of stallen. Bij dergelijke oude panden blijkt ook de bodem regelmatig sterk verontreinigd met asbest. Enkel door gericht bodemonderzoek kunnen asbestvezels worden aangetoond.  Doelstellingen • Minder verontreinigingen met asbestvezels en minder gezondheidsrisico’s als er sprake is van verborgen asbest.

• Voorkomen van opmenging of verspreiding van asbest in de bodem bij (totaal)sloop van gebouwen. • Minder illegale sloopwerken.  Aanpak Door het actief geven van informatie en advies aan de voorkant van het sloopproces willen we betrokkenen bij de sloop met asbest meer bewust maken van het bestaan van (verborgen) asbest, asbest in de bodem en de gevaren daarvan.

19

In het toezicht richten we ons meer op de notoire overtreders, het in beeld krijgen van illegale sloopwerkzaamheden, de sanering van verborgen asbest en het voorkomen van opmenging of verspreiding van asbest in de bodem bij (totaal)sloop. Dit doen we informatie gestuurd en risicogericht. De komende jaren zetten we steviger in op handhaving op het moment dat ernstige overtredingen worden geconstateerd zoals illegale sloopwerkzaamheden van bouwwerken van voor 1994 of het illegaal opmengen en/of illegaal verplaatsen van sterk met asbest verontreinigde grond. Hiervoor hanteren we de Landelijke handhaving Strategie omgevingsrecht (LHSO). Dit betekent dat we bij ernstige overtredingen werkzaamheden stilleggen en een last onder dwangsom opleggen. Zo nodig bevorderen we strafrechtelijk optreden of treden we zelf strafrechtelijk op door een strafbeschikking op te leggen.  Indicatoren Binnen ODR wordt als onderdeel van de implementatie van het VTH-beleid momenteel gewerkt aan een monitoringsprogramma. Hierbij wordt in beeld gebracht welke indicatoren we vanaf 2024 gaan monitoren en hoe we dat rapporteren.

 Ontwikkelpunten Om op goede wijze hieraan uitvoering te kunnen geven gaan we ons als ODR op een aantal zaken verder ontwikkelen: • Bewustwording bij de medewerkers, die zich niet bezig houden met asbest, dat (verborgen) asbest aanwezig kan zijn, asbest in de bodem kan zitten en deze situaties dienen te herkennen. • Uniforme uitvoering/werkwijze bij vergunningverlening en toezicht. • Werkafspraken maken met het team Bodem • Betere uitwisseling van informatie in de keten vergunningverlening, toezicht en handhaving. • Beter vastleggen van gegevens in onze systemen zodat we tijdig kunnen bijsturen en beter kunnen monitoren.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

4.6 Focuspunt 6: Huisvesting internationale werknemers  Inleiding Van huizen tot recreatieparken en van voormalige bedrijfspanden tot agrarische schuren: allerlei gebouwen worden in onze regio omgebouwd om huisvesting te bieden aan internationale werknemers. Met veel laanboomkweek, fruitteelt, kassen, grote distributiecentra, steenfabrieken, scheepswerven en vleesverwerkende bedrijven in onze regio, zien we veel werkaanbod en dus ook de wens tot huisvesting van internationale werknemers. Het probleem hierbij is dat deze huisvesting in grote getalen niet legaal gebeurt: de ruimten zijn niet altijd bestemd en/of bedoeld voor bewoning, de omstandigheden niet altijd gezond en ook lang niet allemaal (brand)veilig. De locaties die ervoor worden gekozen zijn vaak niet geschikt en kunnen in een aantal situaties tot overlast voor omwonenden leiden. De huisvesting van internationale werknemers vormt in onze regio dan ook een bijzonder aandachtspunt. De huisvesting van deze internationale werknemers is een gezamenlijke opgave van gemeente, werkgevers, huisvesters en uitzenders. Namens de gemeente voert ODR VTHwerkzaamheden waarmee wordt bijgedragen aan verantwoorde huisvesting. ODR spant zich ook in om illegale huisvesting in beeld te krijgen en aan te pakken.

Daarmee heeft ODR een signalerende rol richting gemeenten en eventueel andere partijen zoals de veiligheidsregio, politie en justitie.  Scope De huisvesting van internationale werknemers doet zich overal voor in ons werkgebied. Zowel in bestaande woningen in woonwijken en buitengebied, op vakantieparken en in stallen, schuren of (tijdelijke) woonunits vaak op het terrein van de werkgever.

20

 Doelstellingen • Verminderen van het aantal illegale huisvestingen met internationale werknemers. • Veilige en gezonde huisvesting van internationale werknemers. • Eind 2024 willen we een actueel overzicht hebben van alle vergunde huisvestingslocaties. • Eind 2024 willen we een regionaal toezichtplan hebben waarmee we vanaf 2025 het toezicht op vergunde huisvestinglocaties risicogericht uitvoeren.

 Indicatoren Binnen ODR wordt als onderdeel van de implementatie van het VTH-beleid momenteel gewerkt aan een monitoringsprogramma. Hierbij wordt in beeld gebracht welke indicatoren we vanaf 2024 gaan monitoren en hoe we dat rapporteren.

 Aanpak Door een combinatie van voorlichting, advies, toezicht en handhaving en het slim gebruik maken en combineren van bestaande informatie willen we ervoor zorgen dat we blijvend zicht hebben op alle locaties waar internationale werknemers worden gehuisvest en willen we illegale, overlast gevende of niet gezonde en/of veilige huisvesting voorkomen. We zien dat de wens en noodzaak van huisvesting en de kwaliteit van huisvesting soms op gespannen voet staan. Door het actief geven van informatie en advies aan de voorkant aan zowel gemeenten (bv ten aanzien van het huisvestingsbeleid), werkgevers, huisvesters als uitzenders dragen we bij aan het voorkomen van knelpunten in de huisvesting van internationale werknemers. Bij nieuwe initiatieven gaan we uit van ‘ja mits’ waarbij we vooral kijken wat wel kan. In het toezicht richten we ons meer op 3 sporen:

• Het in beeld krijgen van illegale huisvesting. • Het toezicht op vergunde locaties • Het handhaven bij overtredingen Dit doen we informatie gestuurd en risicogericht. De komende jaren zetten we steviger in op handhaving op het moment dat ernstige overtredingen worden geconstateerd zoals strijdigheid met het bestemmingsplan en overbevolkte en/of onveilige situaties. Waar nodig werken we hier samen met andere partijen als politie en justitie.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

 Ontwikkelpunten Om op goede wijze hieraan uitvoering te kunnen geven gaan we ons als ODR op een aantal zaken verder ontwikkelen: • Ontwikkelen van kennis en het vergroten van de capaciteit voor data-analyse, informatie gestuurd en risicogericht werken. • Verbeteren van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de verschillende betrokken partijen zowel intern als extern. Daar waar legalisatie een mogelijke oplossing is worden gemeente (RO) en team Advies tijdig betrokken om te komen tot een veilige en gezonde wijze van huisvesting. • Beter vastleggen van gegevens in onze systemen zodat we tijdig kunnen bijsturen en beter kunnen monitoren.

21

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) regionaal uitvoeringsprogramma 2024

22

5

Taken binnen de keten bouw Binnen de keten bouw worden de volgende taken uitgevoerd:

• Omgevingsvergunning bouw • Toezicht bouw Vanuit de teams Juridische Zaken, Advies Bodem wordt een vakinhoudelijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van deze taken. Voor en invulling van deze taken wordt verwezen naar hoofdstuk 7. In dit hoofdstuk beschrijven we per taak welke werkzaamheden we in 2024 gaan uitvoeren. De werkzaamheden voortkomend uit de focuspunten zijn hierin ook opgenomen.

5.1 Omgevingsvergunning bouw Binnen het werkgebied van ODR worden jaarlijks een groot aantal bouw- en bouw gerelateerde activiteiten uitgevoerd. Dit betreft zowel nieuwbouw als verbouw. Ook worden er regelmatig gebouwen gesloopt. In opdracht van gemeenten toetsen wij vooraf of toestemming kan worden verleend voor deze activiteiten.  Wat doen we? Wij beoordelen aanvragen en meldingen die zien op de activiteiten bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen, aanleggen, gebruik in strijd met het bestemmingsplan, monumenten. De werkzaamheden voor omgevingsvergunning bouw omvatten:

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

• Vooroverleg/omgevingstafel (bouwdeel) • Beoordelen omgevingsvergunning of melding bouwactiviteit • Beoordelen omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit • Intrekken omgevingsvergunning (bouwdeel) • Administratief wijzigen omgevingsvergunning (bouwactiviteit) • Beoordelen melding brandveilig gebruik • Wettelijk adviseren aan derden (bouwdeel) • Externe advisering over bouwactiviteiten • doen Interne over bouwactiviteiten Hoe weadviseren dat?  Hoe doen we dat? Bij het uitvoeren van deze taak richten we ons op het voorkomen van risico’s voor de leefomgeving. Het is belangrijk dat men begrijpt waarom bepaalde regels belangrijk zijn en welke belangen daarmee beschermd worden, want dat vergroot het omgevingsbewustzijn en de bereidheid om er meer rekening mee te houden. Daarom richten wij ons vooral op communicatie en samenwerking. Dit vergroot de bekendheid met regels, acceptatie van regels en verantwoordelijkheid voor naleving van regels. Hierdoor kunnen we vanuit vertrouwen samenwerken met de initiatiefnemer en gaan uit van het nemen van de eigen verantwoordelijkheid. Dit maakt dat we aanvragen beoordelen vanuit ‘ja, mits’. Dit stelt ons in staat om onze aandacht in de beoordeling vooral te richten op de meest risicovolle aspecten.

23

We hebben geen keuze in het in behandeling of ontvangst nemen van aanvragen en meldingen. Wel hebben we de ruimte om verschil aan te brengen in de diepgang van toetsing. We richten onze aandacht bij de beoordeling van een initiatief vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken. Zo doen we de dingen die er echt toe doen. Het VTH-beleid schrijft voor dat we deze aspecten met een hoog risico grondig toetsen op het voldoen aan de normen, waarbij we details diepgaand beoordelen, narekenen of meten.

Ons VTH-beleid bevat de activiteiten en aspecten die vanwege het hoge risico bij Omgevingsvergunning bouw de grootste prioriteit hebben. Te weten: • • • • • • • •

Calamiteiten met acuut gevaar Technische voorschriften veiligheid (brand- en constructieve veiligheid) Technische voorschriften gezondheid Bedrijfsgebouwen (zoals industrie, landbouw, winkels en horeca) Maatschappelijke gebouwen (zoals overheid, scholen en zorggebouwen) Slopen met asbest Illegale bewoning van bouwwerken niet voor bewoning bestemd Huisvesting buitenlandse werknemers

Als je je aandacht meer richt op het één, is er minder tijd voor het ander. Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Lage prioriteiten beoordelen we op basis van onze kennis en ervaring slechts op hoofdlijn. Bij gemiddelde prioriteit toetsen we alleen de meest relevante aspecten inhoudelijk (zoals die voor veiligheid en gezondheid).  Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging in de bouw (Wkb) Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en Wkb in werking treedt. Dit betekent dat 2024 een overgangsjaar zal zijn. Dit invloed op de werkzaamheden omgevingsvergunning bouw. Deze veranderingen hebben vooral betrekking op verandering van procedures en toetsingskaders. Medewerkers worden momenteel opgeleid om vanaf 1-1-2024 met de Omgevingswet en Wkb te kunnen werken. Systemen en processen van ODR zijn of worden hier op aangepast. Ondanks al deze voorbereidingen zal het voor een belangrijk deel ‘leren door te doen’ worden.

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

 Andere werkwijze ontvankelijkheid aanvragen en meldingen In 2024 passen we onze werkwijze aan ten aanzien van de ontvankelijkheid van aanvragen en meldingen. Op basis van onze ervaring merken we namelijk dat veel tijd verloren gaat met aanvragen en meldingen die niet compleet zijn. Dit brengt veel administratieve last, extra afstemming, meer herbeoordelingen, langere doorlooptijden en veel onduidelijkheid met zich mee. Voortaan krijgt een aanvrager éénmaal de gelegenheid tot aanvullen (wettelijk bepaald). Is de aanvraag dan niet compleet: laten we deze buiten behandeling. In dergelijke gevallen adviseren we de aanvrager eerst een conceptaanvraag in te dienen, een eigen adviseur te betrekken over het doen van een volledige aanvraag.  Focuspunten 2024 Voor omgevingsvergunning bouw zijn voor 2024 een drietal focuspunten van belang: • Verminderen van CO2 uitstoot door woningen (focuspunt 4) • Minder asbestverontreiniging (focuspunt 5) • Huisvesting internationale werknemers (focuspunt 6)

Tijdens de uitvoering van onze reguliere werkzaamheden focussen we ons extra op deze punten. Zo: • Gaan we kennis en informatie delen over verduurzaming van woningen aan aanvragers, bouwbedrijven en installateurs (focuspunt 4); • Besteden we bij het toetsen van vergunningen en meldingen extra aandacht voor de duurzaamheidaspecten (focuspunt 4); • Geven we informatie en advies over het bestaan van (verborgen) asbest, asbest in de bodem en de gevaren daarvan (focuspunt 5); • Informeren en adviseren we gemeenten actief ten aanzien van de huisvesting van buitenlandse werknemers. Bij het beoordelen van initiatieven gaan we uit van ‘ja mits’ waarbij we vooral kijken wat wel kan (focuspunt 6).

24

 Hoe borgen we dit? Waar we op letten in de behandeling van aanvragen en meldingen, werken we aan de hand van de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij, conform toetsprotocollen. Dit stelt ons beter in staat om de kwaliteit en uniformering van toetsing te waarborgen. Er vinden regelmatig evaluatiemomenten plaatsvinden om dit te toetsen.  Hoeveel tijd verwachten we daar voor nodig te hebben? In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel tijd we in 2024 per product en per gemeente verwachten te besteden aan het uitvoeren van deze taak. Standaardproducten (werkplan)

Bur

Cul

Mdr

Nbe

Tiel

Wbe

WMW

Zltb

Totaal

Omgevingsvergunning (bouwdeel) zonder bouwkosten

585

276

585

439

0

991

374

439

3689

Omgevingsvergunning (bouwdeel) tot 10.000,-

390

759

267

185

0

728

185

441

2952

Omgevingsvergunning (bouwdeel) 10.000,- tot 25.000,-

199

239

172

159

0

716

199

265

1948

Omgevingsvergunning (bouwdeel) 25.000,- tot 50.000,-

218

102

145

116

0

450

203

174

1407

Omgevingsvergunning (bouwdeel) 50.000,- tot 75.000,-

195

33

33

81

0

276

130

98

845

Omgevingsvergunning (bouwdeel) 75.000,- tot 100.000,-

73

18

18

73

0

73

18

73

347

Omgevingsvergunning (bouwdeel) 100.000,- tot 250.000,-

361

106

128

170

0

659

298

234

1955

Vooroverleg (bouw- en omgevingsplanactiviteit)

992

576

1090

919

0

2769

1090

1531

8967

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) 0 tot 25.000,-

23

40

16

12

0

54

16

26

187

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) 25.000,- tot 50.000,-

2

2

2

2

0

5

4

2

18

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) 50.000,- tot 200.000,-

8

3

3

3

0

10

5

5

35

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) 200.000,- tot 2.500.000,-

18

5

9

14

0

18

14

14

90

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) van meer dan 2.500.000,-

0

0

0

0

0

0

0

6

6

Omgevingsvergunning (omgevingsplanactiviteit) zonder bouwkosten

576

272

576

432

0

976

368

432

3632

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) 0 tot 25.000,-

540

930

390

300

0

1250

330

630

4370

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) 25.000,- tot 50.000,-

150

70

100

90

0

310

140

120

980

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) 50.000,- tot 200.000,-

378

84

84

196

0

574

252

252

1820

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) 200.000,- tot 2.500.000,-

566

203

218

421

0

624

392

464

2886

Omgevingsvergunning of melding (bouwactiviteit) van meer dan 2.500.000,-

144

240

144

192

0

240

144

336

1440

Intrekken omgevingsvergunning (bouwdeel)

20

20

16

44

0

26

46

29

200

Melding brandveilig gebruik

495

255

518

461

0

998

469

518

3713

Wettelijk advies derden (bouwdeel) Vergunningverlening bouw advies extern Vergunningverlening bouw advies intern Totaal

0

0

26

0

0

81

3

3

114

1544

879

874

804

0

2256

735

1521

8613

293

112

155

138

0

391

334

293

1716

7767

5221

5567

5249

0

14473

5745

7905

51927

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) Regionaal uitvoeringsprogramma 2024

5.2 Toezicht bouw Binnen het werkgebied van ODR worden jaarlijks een groot aantal bouw- en bouw gerelateerde activiteiten uitgevoerd. Dit betreft zowel nieuwbouw als verbouw. Ook worden er regelmatig gebouwen gesloopt. In opdracht van gemeenten houden wij toezicht op de juiste uitvoering van deze activiteiten.  Wat doen we? We zien toe op een juiste uitvoering van de activiteiten bouwen (ook bij evenementen), reclame, slopen, aanleggen, monumenten, leegstand en huisvesting. De werkzaamheden voor toezicht bouw omvatten: • • • • • • • • • • •

Toezicht omgevingsvergunning bouwactiviteit Bouwtoezicht omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit Bouwtoezicht meldingen (gebruik en sloop) Bouwtoezicht bestaande bouw Bouwtoezicht juridische procedures Bouwtoezicht na risicosignalen Bouwtoezicht inrichtingseisen drank- en horeca Monumenten Externe advisering over bouwtoezicht Interne adviseren over bouwtoezicht Klachten en meldingen bouw/RO

25

 Hoe doen we dat? We zijn in ons toezicht gericht op het beschermen van een goede kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van risico's en het stimuleren van goed naleefgedrag. We zijn bewust van de preventieve werking die uitgaat van toezicht, waardoor een deel van de overtredingen wordt voorkomen. Ook komt zo in beeld wat buiten ons zicht plaatsvindt en wat ongemerkt tot nadelige gevolgen leidt voor de omgeving of zelfs ondermijnend is. Hiervoor werken we risicogericht, zijn we zichtbaar in het gebied en handelen we oplossingsgericht naar de bedoeling van regels. Indien nodig, treden we handhavend op tegen overtredingen. Dit doen we zoveel mogelijk door op informele wijze het gesprek aan te gaan en afspraken te maken over herstel van de overtreding. Wordt daarmee niet vlot een oplossing bereikt, of is sprake van een overtreding met acuut gevaar of ander spoedeisend belang, dan treden we daadkrachtig op om de omgeving te beschermen. Hierbij hanteren we vanaf 2024 de landelijke handhavings-strategie omgevingsrecht (LHSO).

• • • • •

Bedrijfsgebouwen (zoals industrie, landbouw, winkels en horeca) Maatschappelijke gebouwen (zoals overheid, scholen en zorggebouwen) Slopen met asbest Illegale bewoning van bouwwerken niet voor bewoning bestemd Huisvesting buitenlandse werknemers

Als je je aandacht meer richt op het één, is er minder tijd voor het ander. Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Wij houden geen actief toezicht op aspecten of activiteiten met een lage prioriteit. Bij gemiddelde prioriteit houden we alleen toezicht op de meest relevante voorschriften (zoals die voor veiligheid en gezondheid). Ook klachten en meldingen handelen we risicogericht af. Meldingen en klachten over activiteiten met een lage of gemiddelde prioriteit zonder relevante risico’s worden niet opgepakt.

 Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging in de bouw (Wkb) Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging in werking. De Wet kwaliteitsborging beoogt een betere bouwkwaliteit te bereiken door onder andere strenger toezicht vanuit een private partij en een betere aansprakelijkheidsregeling. Ook voor toezicht bouw geldt dat voor het eerste jaar na inwerkingtreding in het teken staat van het optimaliseren en continu verbeteren van het kwaliteitsproces. Systemen en processen van ODR zijn of worden hier op aangepast. Ondanks al deze voorbereidingen zal het voor een belangrijk deel ‘leren door te doen’ worden.  Focuspunten 2024 Voor toezicht bouw zijn voor 2024 een drietal focuspunten van belang:

Ons VTH-beleid bevat de activiteiten en aspecten die vanwege het hoge risico bij Toezicht bouw de grootste prioriteit hebben. Te weten: • Calamiteiten met acuut gevaar • Technische voorschriften veiligheid (brand- en constructieve veiligheid) • Technische voorschriften gezondheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13781954/1