2.1 Plan van aanpak Vroegsignalering
Tekst van het document
Plan van aanpak Vroegsignalering West Maas en Waal
december 2020, versie 1.2a
Inhoud Inleiding en achtergrond ...................................................................................................................... 2 1.
Wetswijzigingen en impact ........................................................................................................ 3 1.1
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet ............................................................................. 3
1.2
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ........................................................................... 3
1.3
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag (vbr) ............................................................ 4
1.4
Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind .................................................................... 5
2.
Externe omgevingsanalyse Versterken en verbinden Schuldendomein................................... 6
3.
Projectkaders Vroegsignalering ................................................................................................ 7
4.
3.1
Doelstellingen .................................................................................................................. 7
3.2
Uitgangspunten ............................................................................................................... 7
3.3
Relaties met andere projecten en activiteiten ................................................................. 8
3.4
Buiten scope..................................................................................................................... 8
Aanpak en methodiek Vroegsignalering ................................................................................... 9 4.1
Waarom vroegsignalering ................................................................................................ 9
4.2
Vroegsignalering expliciete taak van gemeenten ............................................................ 9
4.3
Omvang Vroegsignalering in WMW ................................................................................. 9
4.4
Hoe ziet vroegsignalering er uit?.................................................................................... 11
4.5
Werkwijze aanpak vroegsignalering .............................................................................. 11
4.6
De spelregels ................................................................................................................. 19
4.7
Overige randvoorwaarden .............................................................................................. 21
5.
Resultaat ................................................................................................................................. 22
6.
Afhankelijkheden en risico’s .................................................................................................... 22
7.
Activiteiten en planning ........................................................................................................... 23 7.1
Activiteiten voorbereiding ............................................................................................... 23
7.2
Activiteiten uitvoering implementatie ............................................................................. 24
7.3
Activiteiten uitvoering en doorontwikkeling dan wel bijstelling ...................................... 24
7.4
Activiteiten evaluatie ..................................................................................................... 25
8.
Betrokkenen bij de implementatie ........................................................................................... 25
9.
Projectbegroting ...................................................................................................................... 25
10.
Bijlage 1 Impact wetswijzigingen ............................................................................................. 28
11.
10.1
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet ......................................................................... 28
10.2
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ....................................................................... 28
10.3
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag (vbr) ........................................................ 29
10.4
Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind ................................................................ 29
Bijlage 2 Addendum Woningbouwcoöperatie ......................................................................... 30 1
Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Inleiding en achtergrond Financiële problemen ontwrichten het functioneren van een huishouden enorm. Of het nu gaat om een eenpersoonshuishouden, of een gezin met kinderen. Het lijkt erop dat alles alleen nog maar om geld draait. Vaste lasten, zoals huur en energie, kunnen niet meer of niet op tijd worden betaald. Uit landelijke cijfers blijkt dat tussen de eerste betalingsachterstand en aanmelding bij de gemeentelijke schuldhulpverlening vaak zo’n vijf jaar ligt. Onderzoek wijst verder uit dat bij huurachterstanden schulden doorgaans al veel langer bestaan en bij meerdere schuldeisers zoals zorgverzekeraars en nutsbedrijven. Wanneer de aanpak van die schulden en de onderliggende (financiële) problematiek niet tijdig plaatsvindt, dreigt huisuitzetting, aanmelding voor bronheffing of afsluiten van nutsvoorzieningen. In West Maas en Waal doen we er al veel aan om inwoners met schulden te helpen. Zo is er onlangs gestart met het project Thuisadministratie Ook via ons minimabeleid proberen we inwoners te ondersteunen. En uiteraard reageren we direct wanneer meldingen worden ontvangen van dreigende huisuitzetting. In 2018 heeft het Kabinet het actieplan ‘Brede Schuldenaanpak’ geïntroduceerd. De ‘Brede Schuldenaanpak’ is langs verschillende lijnen opgezet: 1. Voorkomen van schulden door preventie en vroegsignalering 2.
De inwoner in een verder stadium te ontzorgen en te ondersteunen. 3. Met een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso. 4. En aansluiting/verbinding van schuldenbewind op andere soorten sociale- of maatschappelijke ondersteuning. Om de doelstellingen te realiseren worden vanaf 1 januari 2021 verschillende wetten ingevoerd die impact hebben op verschillende processen bij onze gemeente en onze uitvoeringsorganisaties binnen de domeinen die raken aan taken rondom preventie, vroegsignalering, de uitvoering van schuldhulpverlening en incasso. Het betreft de volgende wetten: • Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). • Aanpassing van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). • Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (ags). • Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag, ook wel bekend als verbreed beslagregister (vbr). Hierbij dient opgemerkt te worden dat de verbreding van het beslagregister vanaf 2022 gefaseerd zal worden ingevoerd. In dit plan komen de voor de uitvoering relevante onderwerpen aan bod: beschrijving van de doelstellingen om in samenhang de wijzigingen binnen het totale schuldendomein door te kunnen voeren, activiteiten, planning, communicatie, organisatiestructuur en begroting. Dit format is gebaseerd op een model van de VNG en naar eigen inzicht aangepast.
Zo veel als mogelijk is gebruik gemaakt van de in het format opgenomen basisteksten, suggesties en vragen die helpen om onze aanpak te formuleren. De organisatie van de implementatie van nieuwe wetgeving raakt verschillende afdelingen en uitvoeringspartners. Het vraagt de inzet van mensen op verschillend niveau. Binnen WMW is de coördinatierol voor de implementatie van de nieuwe regelgeving belegd binnen het Team Maatschappelijke ontwikkeling. Veel zal echter moeten gebeuren in samenwerking met de eindverantwoordelijken voor de uitvoering van de verschillende processen. Voor een niet onbelangrijk deel zijn dat de uitvoeringspartners voor schuldhulpverlening (Sterker sociaal werk, Sociom en onze contractpartner SHV).
2 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
1. Wetswijzigingen en impact 1.1
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet
Op 1 januari 2021 treedt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (hierna: Wvbvv) in werking. De beslagvrije voet wordt onder de huidige regelgeving door diverse redenen vaak te laag vastgesteld, waardoor inwoners in (grotere) financiële problemen terecht komen. De Wet vbvv wijzigt onderdelen van het beslag- en executierecht. De wet ondersteunt een eenduidige manier van het berekenen van de beslagvrije voet (ondersteund met een rekentool, de centrale voorziening), introduceert een vaste beslagvolgorde en introduceert de coördinerend deurwaarder. Daarnaast worden er wijzigingen aangebracht in het proces van beslagleggen om beslagen zoveel mogelijk te concentreren en daardoor beter te coördineren. Onderdeel van deze wijzigingen zijn de introductie van de vaste beslagvolgorde en de rol van de coördinerend deurwaarder (hierna: CDW). Gemeenten kan vanuit zes verschillende rollen te maken krijgen met deze wetswijzigingen. ❑ als schuldhulpverlener (WMW of gem. Tiel); ❑ als schuldeiser; (WMW als lokale overheid) ❑ als beslagleggende partij vanuit bijv. belastingen (BSR) of leges (WMW als lokale overheid); ❑ als inhoudingsplichtige (Werkzaak); ❑ als uitkeringsverstrekker (Werkzaak); ❑ en werkgever (voor eigen personeel). WMW heeft – als regiegemeente – er voor gekozen om veel taken neer te leggen bij externe partijen.
De invoering van de Wvbvv heeft impact op de wijze waarop deze uitvoerende partij(en) haar taak verzorgt. Op de implementatie van deze wet zal dan ook niet verder worden ingegaan. In Bijlage 1 wordt nog wel ingegaan op de impact van deze wetswijziging. Dit vanuit het gegeven dat in de samenwerking met de externe partijen de effecten wel aan de orde kunnen komen.
1.2
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
De schuldenproblematiek van Nederlandse huishoudens is de afgelopen jaren verhard. Bijna één op de vijf Nederlandse huishoudens heeft een risicovolle of problematische schuld. Dit betreft bijna 1,2 miljoen huishoudens, waarvan er jaarlijks slechts ca 90.000 bij de schuldhulpverlening aankomen. Bij het bestrijden van schuldenproblematiek is een belangrijk probleem dat mensen met schulden zich vaak in een te late fase melden bij de schuldhulpverlening, vaak pas vijf jaar na het ontstaan van de eerste betalingsachterstanden. Redenen hiervoor zijn: ❑ Schaamte om te bekennen dat het niet lukt om de eigen financiën te managen. Er rust nog altijd een taboe op het hebben van schulden; ❑ Mensen denken te lang dat ze zelf nog een oplossing te kunnen vinden; ❑ De weg naar de hulpverlening is niet bekend. Taalproblemen en een te beperkt netwerk kunnen daar een rol bij spelen. Gevolg is dat wanneer iemand zich uiteindelijk tot de schuldhulpverlening wendt, de schuld inmiddels is opgelopen tot gemiddeld ruim € 40.000,- en er gemiddeld 14 crediteuren zijn. Het is dus zaak om er ‘eerder bij’ te zijn. Vroegsignalering van schulden vormt het instrument dat hiervoor kan worden ingezet. Als inwoners sneller worden bereikt, zijn de financiële problemen nog relatief beheersbaar. De achterstanden zijn dan nog te overzien en de contacten met de crediteuren zijn nog 3 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
niet vertroebeld door toezeggingen, die uiteindelijk niet nagekomen konden worden. Ook hebben mensen dan meer mentale ruimte tot helder denken, rationeel handelen en zelfcontrole. Het water is mogelijk al wel aan het stijgen, maar staat nog niet tot aan de lippen. Dat is wél het geval tegen de tijd dat schuldenaren zich, soms na vele jaren van ellende, melden bij schuldhulpverlening. Tegen die tijd zijn ze vaak het overzicht volledig kwijt en murw geworden en is ieder geloof in eigen kunnen verdwenen. Wanneer mensen eenmaal in deze mentale toestand zijn aangeland, is succesvolle hulpverlening beduidend moeilijker. Op 1 januari 2021 treedt de aangepaste Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking. De wetswijziging faciliteert de uitwisseling van persoonsgegevens bij twee onderdelen van schuldhulpverlening, namelijk bij: a. de gegevensuitwisseling met als doel vroegsignalering van schulden; b. de gegevensuitwisseling voor het besluit over toegang tot en het plan van aanpak voor schuldhulpverlening. Met de wet wordt een juridische basis (wettelijke doelbinding) gelegd voor vroegsignalering. Met de wijziging van de Wgs komen ook nieuwe verplichtingen: 1. Vaste lasten crediteuren moeten signalen gaan aanleveren; 2. Gemeenten worden verplicht om taken rondom vroegsignalering uit te voeren; 3.
Gemeenten zijn verplicht om een aanbod voor een gesprek te doen na ontvangst van een signaal; 4. Wanneer een inwoner een aanvraag voor ondersteuning doet moet de gemeente binnen 4 weken een gesprek aanbieden en maximaal 8 weken na acceptatie van het hulpaanbod een beschikking over toegang en een plan van aanpak opstellen. Het uitwisselen van gegevens zal de wacht- en doorlooptijden voor schuldhulpverlening versnellen. Zowel de Wgs als het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs) worden per 1 januari 2021 aangepast. Voor de gegevensuitwisseling van signalen wordt gebruik gemaakt van een digitaal meldpunt. Door VNG Realisatie is een impactanalyse op de Wgs uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 1 van dit Plan van aanpak Zoals al vermeld, heeft WMW er voor gekozen om de uitvoering van een deel van de taken rond schuldbemiddeling neer te leggen bij een externe partij. De invoering van de gewijzigde Wgs vraagt echter ook handelen van ons. Het gaat over die zaken die niet elders zijn belegd. Aan de implementatie van deze wet(swijziging) zal verderop in het plan van aanpak dus worden ingegaan.
1.3
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag (vbr)
Deze wet wordt ook aangeduid als de verbreding van het beslagregister (vbr). Deze wet zal vanaf januari 2022 gefaseerd worden ingevoerd door de deelnemende partijen. De verbreding van het beslagregister is de volgende stap om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te beschermen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. Voor een goede uitvoering van het vaststellen van de BVV (beslagvrije voet) en het leggen van beslag moeten beslagleggende (overheid)partijen over verschillende gegevens beschikken. Het doel van het wetsvoorstel is een wettelijke grondslag creëren voor de verbeterde uitwisseling van gegevens tussen de beslagleggende partijen. VNG Realisatie rondt – naar verwachting - de impactanalyse voor de vbr eind november 2020 af. Op basis van de thans beschikbare informatie zijn in elk geval verschillende acties van belang. In Bijlage 1 zijn deze beschreven. 4 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Ook hiervoor geldt dat WMW -als regiegemeente – er voor heeft gekozen om de uitvoering van de taken rond schuldbemiddeling neer te leggen bij een externe partij. De invoering van de Vbr heeft impact op de wijze waarop de uitvoerende partij haar taak verzorgt. Op de implementatie van deze wet zal dus niet verder worden ingegaan.
1.4
Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind
Op 1 januari 2021 treedt eveneens de Wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (ags) in werking. Het adviesrecht moet gemeente beter in staat stellen hun regierol bij schuldenbewind te vervullen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van gemeenten om meer grip te krijgen op de instroom in schuldenbewind. Verder biedt het adviesrecht de rechter de mogelijkheid om alternatieve vormen van ondersteuning af te wegen bij de beoordeling van het verzoek tot instelling van schuldenbewind. Gemeenten dienen bij de rechtbank aan te geven of zij wel of niet gebruik wensen te maken van het adviesrecht via een zogenaamde ‘Opt-in’ regeling. Voor de ags is nog geen impactanalyse – opgesteld door VNG Realisatie - beschikbaar. Op basis van wetgeving wordt een impact voorzien op een aantal punten. Hiervoor verwijzen wij u naar Bijlage 1. Wanneer de impact-analyse voor de ags wordt gepubliceerd, wordt de link naar dit document alsnog opgenomen. De taken rond schuldbemiddeling zijn door WMW– als regiegemeente – neergelegd bij een externe partij. De invoering van het Adviesrecht (ags) bij schuldenbewind heeft impact op de taken van deze uitvoerende externe partij. Op de implementatie van deze wet zal – op dit moment – dan ook geen aandacht worden gegeven.
5 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
2. Externe omgevingsanalyse Versterken en verbinden Schuldendomein Hieronder wordt weergegeven welke organisaties en samenwerkingsverbanden betrokken zijn bij de uitvoering van taken voor preventie, vroegsignalering, uitvoering van taken voor schuldhulpverlening en incasso.
Signaal
Signaal
Energie
Huur Signaal
Signaal Zorgverz
Preventie en schulden
Preventie gemeente (team MO)
Heffen en beslag
water <naam>
Sterker (VW) en
Verstrekken en verrekenen
Drink-
Uitkeren
Schuldhulp Vroeg-
Gemeente Tiel /
signalering
Werkzaak
<n.t.b.
Rivierenland
Verrekenen
Beslag
Werkzaak
Werkzaak
Werkzaak
Rivierenland
Rivierenland
Rivierenland
Heffing gemeentelijke belastingen BSR
Beslag <naam afdeling/ dienstverlener>
Ketenpartij Bewindvoerders
Deurwaarders
Rechtbank
6 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
3. Projectkaders Vroegsignalering 3.1
Doelstellingen
Met de implementatie van de nieuwe wetten beogen wij: • Versterking en vernieuwing in het schuldendomein in samenhang te organiseren; • Te borgen dat dienstverlening aan inwoners bijdraagt aan: o Het voorkomen van (problematische) schulden; o Het ontzorgen en bieden van passende ondersteuning aan inwoners ; ▪ Rekening houdend met het denk- en doenvermogen van inwoners; ▪ Kijkend naar problemen op leefgebieden breder dan (risico op) schulden; o Het borgen van zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso indien noodzakelijk. • Zeker te stellen dat WMW (en haar uitvoeringspartners) per ingangsdata handelt conform de wetswijzigingen en uitvoerend medewerkers kunnen voldoen aan de wettelijke eisen door o Het in acht nemen van de beslagvrije voet bij beslaglegging en verrekening evenals bij de uitvoering van schuldhulpverlening. o Het realiseren van effectievere uitvoering van schuldhulpverleningstrajecten door het verzamelen van noodzakelijke gegevens voor de besluitvorming over toegang en opstellen van het plan van aanpak. o Uitvoering te geven aan de wettelijk vastgestelde taken rondom vroegsignalering van schulden door opvolging van ontvangen signalen en het uit eigen beweging aanbieden van (schuld)hulp. • Aansluiting van de voorliggende keuzes voor implementatie bij de beleidskoers van onze gemeente.
3.2
Uitgangspunten
Investeren in vroegsignalering loont. Onder andere uit onderzoek naar het rendement van vroegsignalering, dat door Panteia is uitgevoerd in 2014 in Amsterdam, blijkt dat elke geïnvesteerde euro in vroegsignalering de gemeente Amsterdam (en daarmee de maatschappij) ruim het dubbele oplevert1. De volgende cijfers uit Amsterdam illustreren de resultaten: • De woningcorporaties doen jaarlijks een melding bij 1,5 % van het huurdersbestand; • Twee derde van de aangemelde huishoudens was nog niet in beeld bij de hulpverlening; • Bij 70% van de meldingen van de woningbouwcorporaties werd een vroegsignalerings gesprek gevoerd.; • Bij 50% van de meldingen van energiebedrijven en zorgverzekeraars kon de melding worden omgezet in een vroegsignaleringsgesprek.; • De vroegsignaleringsgesprekken leidden bij 40% tot snel herstel van de reguliere betalingen omdat extra inkomen verruimende voorzieningen (bv huur- en zorgtoeslag) konden worden ingezet; • 50% van de gesproken huishoudens werd doorgeleid naar een vorm van schuldhulp. Gevolg was een beperkte toename van het aantal aanmeldingen, maar met minder complexe probleemsituaties; • Het aantal ontruimingen daalde in Amsterdam van 2009 tot 2015 met ruim 40% tegenover 8% landelijk.2
1 1 Panteia, ‘Amsterdam: Vroeg Eropaf; Businesscase vroegsignalering en preventie van schulden’, april 2014 2 Cijfers gemeente Amsterdam en Aedes
7 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Uit andere gemeenten die al eerder gestart zijn met vroegsignalering blijkt dat de eerste tendensen positief zijn. Zo wordt gemiddeld 70% van de huishoudens bereikt en blijkt dat van deze groep slechts 20% al eerder in beeld was bij de gemeente. Het gaat bij vroegsignalering dus echt om mensen die niet eerder in beeld waren en nog geen hulpvraag bij de gemeente hadden neergelegd. Ook blijkt dat in ongeveer 10% van de gevallen sprake is van problematische schulden. In de regio Rivierenland zijn ook enkele projecten vroegsignalering gestart. De resultaten uit hiervan laten ook een positieve trend zien. Zo neemt bijvoorbeeld de betalingsachterstand af bij de groep die wordt bereikt. Ook zien we dat minder dan 10% van de bereikte huishoudens bekend was bij de gemeente. Er komt dus een nieuwe groep huishoudens in beeld die niet eerder een beroep op hulpverlening heeft gedaan. Naast een financieel rendement levert vroegsignalering een maatschappelijk rendement op. Wanneer schuldproblemen eerder worden gesignaleerd en aangepakt, biedt dat voor alle betrokkenen een positief resultaat. In de eerste plaats voor de inwoner met schulden, die hierdoor perspectief heeft op een stabiele financiële situatie. Zoals al aangegeven, geeft dit ruimte voor andere zaken als werk en/of opvoeding van de kinderen.
De crediteur/signaalmelder heeft het voordeel dat achterstanden minder hoog oplopen en eerder tot een oplossing komen. Voor de gemeente is het belangrijk dat inwoners eerder aankomen bij de schuldhulpverlening, met een (problematische) schuld die minder complex is en effectiever aangepakt kan worden. Op de lange termijn betekent dit minder kosten voor intensieve hulp bij schulden en voor andere hulpverlening. Gezien het bovenstaande worden bij de verdere uitwerking van de aanpak de volgende uitgangspunten gehanteerd: ❑ Er is een breed draagvlak voor de aanpak van en bewustzijn binnen onze eigen gemeente en netwerkpartners over schuldenproblematiek; ❑ Duurzame aanpak van schuldenproblematiek, uit de schulden komen (structureel); ❑ Beleid en aanpak op duurzame bestrijding van armoede, breder dan alleen schulden (integraal); ❑ Werken aan een inrichting waarbij samenwerking en samenhang van dienstverlening tussen de verschillende netwerkpartners centraal staat (samenwerking); ❑ Waar van toepassing handelen partners conform gedragscode NVVK (kwaliteitswaarborg); ❑ We streven naar een laagdrempelige toegang van algemeen toegankelijke en voorliggende voorzieningen en ❑ We werken vanuit de gedachte: 1 gezin/huishouden 1 plan, 1 regisseur.
3.3
Relaties met andere projecten en activiteiten
In dit plan van aanpak wordt uitsluitend ingegaan op de wetswijziging die zich richt op vroegsignalering (de Wgs). De wijzigingen die voortvloeien uit de 3 overige wetten (zie hoofdstuk 1) vallen buiten dit plan van aanpak. Het is aan onze samenwerkings- en uitvoeringspartner(s) om hierop te acteren. Uiteraard is er wel oog voor de evt. effecten die daaruit voortvloeien, zoals het herijken van de afspraken.
3.4
Buiten scope
Het projectvoorstel beschrijft nieuwe maatregelen en nieuwe dienstverlening. Deze vormt een aanvulling op de bestaande reguliere dienstverlening die onze gemeente biedt aan inwoners met financiële en/of andere problemen. In dit projectvoorstel worden uitsluitend die processen en interventies beschreven die nieuw zijn voor ons. Na de interventie van vroegsignalering volgt altijd een warme overdracht naar de reguliere hulpverlening.
8 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
4. Aanpak en methodiek Vroegsignalering 4.1
Waarom vroegsignalering
De huidige Wgs gaat ervan uit dat inwoners zelf informatie aanleveren, zodat de gemeente hier vervolgens een plan van aanpak voor schuldhulpverlening mee kan maken. Deze inlichtingenplicht, zoals verankert in artikel 6 Wgs, werkt vertragend en leidt tot langere wacht- en doorlooptijden. Om die reden is in de wijziging opgenomen dat schuldhulpverleners eenvoudig zelf digitale informatiebronnen kunnen raadplegen, zoals bijvoorbeeld gegevens over iemand schulden en inkomsten. Daarnaast komt er een Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening waar signalen aangewezen worden op basis waarvan schuldhulpverleners uit eigen beweging een intakegesprek moeten aanbieden aan inwoners met schulden. De wijziging van de Wgs faciliteert dus twee doelen: 1. Betere ontsluiting van persoonsgegevens als middel om schuldhulpverlening effectiever te maken; 2. Vroegsignalering als wettelijke taak verankeren in de wet en gegevensuitwisseling tussen woningverhuurder en de gemeente met als doel vroegsignalering mogelijk maken. Daarnaast wordt de toegang van zelfstandigen tot de schuldhulpverlening verduidelijkt. Per 1 januari 2021 treedt de wet in werking. Op 1 januari 2021 treedt ook het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening in werking. In het Besluit worden de signalen aangewezen die aanleiding zijn voor het college om uit eigen beweging schuldhulpverlening aan te bieden.
De gewijzigde Wgs raakt ook de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (WvBvv). In het plan van aanpak Wgs (artikel 4a) moet ook de berekening van de toegepaste BVV (beslagvrije voet) worden opgenomen. We moeten we de toegepaste BVV daarom kunnen berekenen. Documenten over de WvBvv, de rekenregels en techniekkeuze zijn te vinden op de site van VNG Realisatie.
4.2
Vroegsignalering expliciete taak van gemeenten
In de huidige Wgs staat vroegsignalering niet expliciet als taak opgenomen. Hierdoor ontstaat spanning met de Algemene Verordening Gegevensbescherming wanneer schuldhulpverleners persoonsgegevens willen gebruiken die zij van schuldeisers ontvangen. Deze juridische onzekerheid is een belemmering voor gemeenten om te investeren in of het opschalen van vroegsignalering. Dit is een onwenselijke situatie, omdat uit de praktijkervaringen blijkt dat contact met inwoners met schulden in een vroeg stadium werkt. Door vroegsignalering expliciet als wettelijke taak op te nemen wordt de spanning met de AVG weggenomen. Zo ontstaat voor gemeenten de wettelijke grondslag voor het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens voor dit doel en kunnen gemeenten uit eigen beweging hulp aanbieden.
4.3
Omvang Vroegsignalering in WMW
Voor vroegsignalering geldt: meten is weten. In WMW hebben we nog geen ervaring met vroegsignalering. Dat betekent dat we ons moeten laten leiden door de data die landelijk beschikbaar zijn. Het gaat dan wel om gemeentespecifieke data. Deze info is te vinden op o.a. de site van het CBS. Hieronder hebben we ze op een rijtje gezet: Betalingsachterstanden bij uitvoeringsorganisaties 9 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
https://dashboards.cbs.nl/v2/SZW_Betalingsachterstanden/
UWV
SVB
DUO
CJIB
CAK
Belastingdienst
% inw. met achterstand
80
30
50
170
190
1.720
12%
Voor de benadering van de gemeentespecifieke data is gerekend met de volgende aantallen: CBS Statline, Totaal particuliere huishoudens, Nederland 2019 https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/71486ned/table?fromstatweb Huurwoningen Inwonersaantal Huishoudens 1.630
18.891
8.085
Dit alles resulteert dan de in na volgende cijfers (aantallen meldingen vroegsignalering per maand) naar signaalpartners:
min (0,47%) 38
min (0,1%) 8
Zorgverzekeraars((Meldingen per maand) gem. (0,65%) max (0,81%) 53 65 Waterbedrijf (Meldingen per maand) gem. (0,23%) 19
max (0,58%) 47
Woningcorporaties (Meldingen per maand) min (0,41%) gem. (1,04%) max (1,65%) 7 17 27 Energieleveranciers (Meldingen per maand) min (0,035%) gem. (0,06%) max (0,15%) 3 5 12 Hoewel ook de verplichtingen voor de signaalpartners per 1-1-2021 wijzigen (er mag pas gemeld worden als zij zelf incasso-activiteiten hebben ontplooid), kan op basis van de vorenstaande gegevens gerekend worden met het navolgende aantal signalen per maand. Alle signaalpartners (Totaal aantal meldingen per maand *1) Minimaal Gemiddeld Maximaal 56 93 151 *1. De nieuwe regelgeving bepaalt dat signaalpartners vanaf 1-1-2021 pas een melding mogen maken wanneer men voldaan heeft aan het criterium van sociale incasso. Dit betekent dat de schuldeisers de betalingsachterstanden pas melden aan de gemeente wanneer zij: 1. Tenminste eenmaal een schriftelijke betalingsherinnering hebben gestuurd; 2. Zich hebben ingespannen om in persoonlijk contact te treden om de inwoner te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen; 3. De inwoner/klant gewezen is op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening, De bewijslast dat eerst sociale incasso is geprobeerd, ligt bij de schuldeisers. Dit is een inspanningsverplichting gekoppeld aan de mogelijkheid/bevoegdheid om gegevens te delen.
Nog onduidelijk is of het aantal signaalmeldingen wijziging ondergaat door deze nieuwe verplichtingen voor de signaalpartner.
10 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Dit betekent verder nog niet dat ook tussen de 56 tot 151 keer een hulpaanbod moet worden gedaan. Dit wordt bepaald door de filters en prioritering die wordt ingesteld. Wordt elke enkelvoudige melding opgepakt of pas wanneer er signaalmeldingen zijn van 2 of meer partners? Hierop gaan we in par. 4.7 nader in.
4.4
Hoe ziet vroegsignalering er uit?
Vroegsignalering kan grafisch als volgt worden weergegeven:
4.5
Werkwijze aanpak vroegsignalering
Onderstaand is in detail aangegeven hoe de lijnen binnen vroegsignalering gaan lopen. In dit geval is er voor gekozen om uit te gaan van de architectuur van het systeem van Inforing (RIS Matching en RIS Vroeg Eropaf).
11 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Hoewel de architectuur van “Vindplaats van schulden” van de BKR op onderdelen afwijkt van RIS van Inforing, kan op basis van beide systemen, inzichtelijk worden gemaakt de keuzes die op lokaal niveau moeten worden gemaakt. Hieronder zullen zij per fase worden benoemd. Onze keuzes zijn in ROOD weergegeven. 12 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Stap 1.
Wat Wie (keuze) Actie Signaal-meldingen Ontvangst van een signaal van ver- 1 en 2: 1. Aanschaffen schillende Gemeente systeem schuldeisers/signaalmelders: 3 en 4: Gemeente 2. inrichten Voorwaarden: en signaalmelders systeem 1. Systeem beschikbaar en (Zorgverzekeraars, 3. Training ingericht energiemaatsch., gebruikers 2. Gebruikers getraind woning-bouwcorp., 4. Aangaan 3. Signaalmelder voldoet aan drinkwaterbedr.) convenanten voorwaarden en 4. (digitale) ondertekening van addendum. convenanten tussen gemeente en signaalmelders Toelichting stap 1 Signaal-melding A. Signaalpartners melden de data met gegevens over achterstanden voor iedere 25e van de maand op het klantportal. De ontvangst van deze signalen kan langs 3 wegen verlopen (automatische koppeling van systemen, maandelijks upload of handmatige invoer door signaalmelder). Er zal een keuze gemaakt moeten worden tussen de systeemleveranciers van de portal, t.w. BKR of Inforing. Wij kiezen er voor om de keuze te laten vallen op de webbased applicatie RIS Matching en Vroeg Eropaf van Inforing. Dit systeem is het meest volledig / geautomatiseerd en dus het minst arbeidsintensief. De aanschaf van het systeem wordt gevolgd met niet alleen de inrichting maar ook een (digitale) training voor de medewerkers die er toegang toe hebben. Verder moet inhoud worden gegeven aan de rapportagefuncties.
Voorlopig kiezen voor de standaard rapportages. Lopende het 1e jaar zal per maand en per kwartaal informatie gegenereerd worden die : 1. basis vormen voor evaluatie en bijstelling van de filters en prioritering 2. input zijn voor het definiëren van aanvullende rapportages. Ook zal er aan het eind van het 1e jaar geëvalueerd worden. Na het 1e jaar zal monitoring blijven plaatsvinden t.b.v. informatieverstrekking aan management en bestuur. Uiteraard kan er alleen een signaal aangeleverd worden wanneer er een convenant of overeenkomst tussen gemeente/signaalleverancier is getekend. Wij zullen met alle signaalpartners die zich aanmelden een convenant / overeenkomst sluiten. Het aangaan van convenanten/overeenkomsten met de niet-verplichte partners zal pas worden opgepakt nadat tenminste 6 maanden ervaring is opgedaan. Met woningbouwcoöperatie De Kernen zal daarnaast een addendum worden opgesteld als aanvulling op het convenant wat landelijk gebruikt wordt (zie bijlage 2). Met het addendum ontstaat de mogelijkheid om een huurachterstand op een juridisch juiste manier te kunnen melden op de 25e dag van de maand in plaats van 30 dagen (zoals het standaard in het convenant staat). Omdat signalen 1 keer per maand aangeleverd kunnen worden in het RIS systeem, betekent dit nl. dat een inwoner al 2 maanden huurachterstand kan hebben en 6 dagen later zelfs 3 maanden. Dat is een ongewenst.
13
Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Zodra de signaalpartners hun achterstanden hebben doorgegeven, sluit de portal (veelal elke 25e of 27e van de maand afhankelijk of het in het weekend valt). Stap 2
Wat Het matchen van de signalen (ITapplicatie)
Wie (keuze) Gemeente en Werkzaak i.c.m. Plangroep
Actie 5. bepalen wie matcht 6. bepalen wanneer sprake is van een match
Toelichting stap 2 Matching A. Na portal-sluiting hebben wij en onze uitvoeringspartner(s) de mogelijkheid om te kijken of er daadwerkelijk matches zijn ontstaan. Wij richten het systeem zo in dat zowel WMW als de uitvoeringspartners zicht hebben op de matches/signaalmeldingen. Dat betekent dat de toegang tot het systeem wordt beperkt tot de gemeente zelf, Werkzaak i.c.m. PLANgroep (i.v.m. financiële en inkomensondersteunende dienstverlening) en VraagWijzer (i.v.m. mogelijke mult-iproblematiek). Wat de definitie van een match is, moet tijdens het implementatieproces worden bepaald. In de basisvorm is een match op basis van de postcode en huisnummer. Voor het bepalen van de lijst met matches die een hulpaanbod ontvangen, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Er moeten in dezelfde maand minimaal 1 signaal (achterstand) zijn of er moeten minimaal 2 achterstanden zijn met inbegrip van de afgelopen maand; 2. Het gaat uitsluitend om particuliere achterstanden (géén bedrijven); 3. Er wordt geen wegingsfactor toegepast (bijv. huur gaat niet boven zorgverzekering); Hoewel lokale kengetallen nog ontbreken, zetten we in op het oppakken van alle signaalmeldingen (dus één signaal = één match). Op basis van het gemiddeld aantal van 93 signaalmeldingen (zie par. 4.3) betekent dat op maandbasis 93 matches. Lopende het 1e jaar kan bijstelling van de definitie “match” plaatsvinden.
B. Vanaf dit moment hebben wij (en onze uitvoeringspartners) de mogelijkheid om deze matches te controleren en eventueel “aan de knoppen te zitten”. C. De matchingslijst sorteert de lijst op basis van de door de gemeente bepaalde prioriteiten (aantal signaalpartners, soort achterstand, hoogte achterstanden). Hoe een match tot stand is gekomen, wordt direct in beeld getoond. Tijdens het implementatieproces wordt de prioritering nader afgesproken en vervolgens in het systeem ingesteld. Uitgangspunt is dat alle matches worden opgepakt. Wanneer lopende de uitvoering knelpunten ontstaan (meer aanbod dan beschikbare menskracht en middelen), dan wordt als volgt te werk gegaan: prio 0: alle signalen van een huishouden waar ook andere hulpverlening actief is (Mulit- problematiek); prio 1: aantal signalen per huishouden (3 gaat boven 2 ongeacht signaalmelder); prio 2 bij gelijk aantal signalen: hoogte van de totale uitstaande betalingsachterstand; prio 3: bij gelijke aantal signalen en hoogte uitstaande schuld: huur gaat voor energie én voor zorgverzekering. 14 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Nadere toelichting Matching Wat wordt bedoeld met “aan de knoppen zitten?”. Binnen de 2 systemen is er de mogelijkheid om verschillende filters toe te passen op de lijst met beschikbare matches. Op basis van onze wensen, kunnen ook nog verschillende filtermogelijkheden worden toegevoegd. Voorbeelden hiervan zijn: ❑ Bedrag minimale achterstand: hiermee kan bijvoorbeeld een hoger of lager achterstandsbedrag worden ingesteld voor de doorgegeven meldingen. Als er bijvoorbeeld te veel matches zijn ontstaan, kan dit bedrag worden verhoogd, waardoor enkele signalen mogelijk afvallen en hiermee minder matches gemaakt worden. ❑ Minimum aantal signalen: standaard wordt een match gevormd op basis van minimaal twee signalen vanuit verschillende signaalpartners op dezelfde postcode en huisnummer combinatie. In het geval dat er bijvoorbeeld te veel matches zijn ontstaan, kan er middels dit filter het minimum aantal signalen worden verhoogd waarmee bepaald wordt hoeveel signalen op dezelfde postcode en huisnummer combinatie gemeld moeten zijn alvorens er daadwerkelijk een match ontstaat. Wanneer dit filter wordt ingesteld op drie signalen, moet er dus vanuit drie verschillende signaalpartners een melding op dezelfde postcode en huisnummer gemeld te zijn.
❑ Neem ook afgelopen maand mee: standaard kijken de systemen naar de signalen die aangeleverd zijn in dezelfde maand om een match te vormen. In sommige gevallen (bijvoorbeeld als er te weinig matches zijn ontstaan), kan het wenselijk zijn om de gegevens van de vorige maand mee te nemen in het matchingsproces. ❑ Neem afgelopen twee maanden mee: idem als hierboven, echter wordt in dit geval gekeken naar de signalen van drie maanden terug. ❑ Aantal matches overnemen: binnen de applicatie kan indien gewenst automatisch het aantal matches worden geselecteerd die in de lijst worden weergegeven. Door dit aantal aan te passen, zal het systeem meer of minder matches selecteren. Naast het maken en doorgeven van de matches, beschikken de systemen ook over een standaard module om management rapportages te maken. Hierin staan cijfers over de signalen die zijn doorgegeven en de matches die hieruit zijn ontstaan. Denk in dit geval als cijfers omtrent: • • aantal signalen per signaalpartner per maand; • • aantal definitieve matches per maand; • • aantal signalen per match per maand. Bovenstaande rapportages kunnen met enkele klikken gegenereerd worden en zijn te allen tijde beschikbaar. Afhankelijk van het gekozen systeem, is het ook mogelijk om – naast de standaardrapportages – gemeentespecifieke rapportages te ontwikkelen.
Het inrichten van het systeem, waaronder het instellen van de filters, het bepalen van prioriteiten en de rapportages, behoort tot de taken bij actie 2 en 5. Verder is het van belang dat de gebruikers van het systeem getraind zijn (actie 3). Stap 3
Wat Snel contact maken
Wie (keuze) Werkzaak i.c.m. Plangroep
Actie 7. keuze voor de instrumenten (wat wanneer) 15
Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
8. bepalen wie hulpaanbod geeft Toelichting stap 3 Hulpaanbod doen D. Op het moment dat er een concrete lijst met matches is ontstaan, wordt deze lijst “definitief” gemaakt. Bij gebruik van Inforing worden de gemaakte matches geautomatiseerd doorgestuurd naar de Vroeg Eropaf applicatie. Binnen 5 werkdagen wordt een melding gecontroleerd. Is de klant al bekend of niet? Indien de klant niet bekend is, langer geleden in een traject zat, of in een traject zit dat niet gericht is op schulden/financiën volgt een ‘go’ en de volgende stap gezet: het hulpaanbod. Op grond van de AVG mag er alleen nagegaan worden of het aangeleverde signaal een persoon betreft die al bekend is bij de schuldhulpverlening. Pas als er hulp aanvaard is, mogen gegevens met andere hulpverleners binnen het sociale domein uitgewisseld worden ten behoeve van het plan van aanpak. Uiteraard mag je na ontvangst van het signaal wel de BRP raadplegen om de identiteit vast te stellen. Op dit moment zijn er gemeenten die kijken of de inwoner bekend op grond van de P-Wet. Daarvoor gebruikt men de AVG grondslag algemeen belang en proportionaliteit De controle op onjuiste meldingen en/of lopende trajecten. gebeurt door Werkzaak i.c.m. PLANgroep. E. Het hulpaanbod kan bestaan uit een scala van activiteiten. Het kan een briefje of email zijn maar ook een belletje of een afspraak voor een huisbezoek.
De keuzes tussen de instrumenten (wanneer wat) zal vooraf moeten worden gemaakt (actie 7). Deze keuze bepaalt nl. ook de benodigde tijdsinvestering van de uitvoeringspartner. De mensen die voldoen aan de criteria worden telefonisch benaderd. Tijdens het gesprek zullen ze worden geïnformeerd (o.a. over ons minimabeleid en Bijz. Bijstand, 1e lijn hulpverlening zoals AMW en Thuisadministratie) en evt. worden uitgenodigd voor een vervolggesprek t.b.v. opstellen plan van aanpak). Op basis van ervaringen kan hierin lopende het jaar bijsturing plaats vinden. Belangrijk is daarnaast te bepalen wie verantwoordelijk is voor het doen van het hulpaanbod. De uitnodigingen voor het gesprek wordt gedaan door een consulent SHV van Werkzaak-PLANgroep. Er wordt niet gekozen voor VraagWijzer omdat zij uitsluitend een informatie & adviesfunctie hebben (geen hulpverlening). De benodigde tijd. In de regelgeving is aangegeven binnen welke periode een hulpaanbod moet worden gedaan. Er is vastgelegd dat uiterlijk binnen 28 dagen (4 weken) het 1e gesprek moet plaatsvinden. Hieruit vloeit voort dat het hulpaanbod binnen 10 dagen (2 weken) moet worden gedaan. Het doen van een hulpaanbod (wat en wanneer) vraagt een tijdsinvestering van ca. 30 min. afhankelijk van de mate van digitalisering. Dat impliceert nog niet dat dit aanbod door de klant wordt geaccepteerd. Stap 4a
Wat Bij acceptatie van het hulpaanbod: het goede gesprek voeren met de beginnende wanbetaler
Wie (keuze)
Actie
Werkzaak i.c.m. PLANgroep
9. bepalen wie hulpaanbod uitvoert 16
Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
(hulpaanbod definiëren). Hierbij is van belang dat; o De oorzaken worden geïnventariseerd gevolgd door ; o Het opstellen van een integraal plan van aanpak (w.o. budgetplan) op basis van een voorzieningencheck, (zoals zijn inkomsten en uitgaven in balans, zijn alle toeslagen waar iemand recht op heeft aangevraagd, etc.) en het versterken van competenties om herhaling te voorkomen; ➢ Een stevige basis leggen voor regelmatige betalingen van vaste lasten. ➢ Investeren in administratieve vaardigheden ➢ Inzet best passende dienstverlening. Bijvoorbeeld, indien er sprake is van een bijstandsuitkering dan kan de regelmatige betaling, indien daar ruimte voor is, rechtstreeks aan de crediteur worden gedaan (zogeheten derden betalingen); In deze fase wordt ook gecheckt of de inwoner al bekend is bij uitvoeringspartners zoals VraagWijzer (i.v.m. dienstverlening op grond van Wmo of Jeugdzorg) en mogelijk Werkzaak (i.v.m. lopende P-wet uitkering) Melding in systeem van acceptatie. Op dat moment worden de signaalpartners ook hierover geïnformeerd (naar wens middels e-mail of vanuit de applicatie zelf).
Toelichting stap 4a Opstellen plan van aanpak Ingaan op het hulpaanbod, betekent het voeren van een gesprek met de klant en het opmaken van een plan van aanpak. De omvang van de problematiek en ook de mate van deskundigheid van de gesprekvoerder bepalen de daarvoor benodigde tijd. Het plan aan aanpak wordt opgesteld in samenspraak met de inwoner, Daarvoor zijn wel de volgende stappen van belang; ❑ Vaststellen wie op bezoek gaat: 17 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
❑
❑
Er wordt voor gekozen deze taak onder te brengen bij een schuldhulpverlener van Werkzaak i.c.m. PLANgroep. Belangrijk is nl. dat er voldoende kennis is van financiële vraagstukken. Hij of zij kan de financiële situatie van de burger snel inzichtelijk maken en inschatten of er meer hulp nodig is. Daarnaast kan worden vastgesteld of er voldoende gebruik wordt gemaakt van inkomensverruimende regelingen. Voorwaarde is dat de gespreksleider (consulent) beschikt over expertise om te bepalen of er achterliggende/ gerelateerde problemen zijn. Er is dus een brede integrale benadering van de klant. Inhoud huisbezoek: oogmerk is om snel zaken te regelen met als doel, het hervatten van de betalingen. Dit betekent o.a. ➢ aanvragen van toeslagen, inkomensregelingen en maken van afspraken met de schuldeiser; ➢ doorverwijzing naar hulpverlening 3; ➢ Hulpverlening direct inzetten, zonder wachttijd. Terugkoppeling Binnen 28 kalenderdagen is er in samenspraak met de inwoner een plan van aanpak opgesteld. De uitvoerder communiceert via het meldingssysteem met de signaalmelder binnen 28 werkdagen over de uitkomsten, dan wel afspraken met de klant. Dit betreft uitsluitend het deel gericht op de achterstand. Er worden geen andere details rondom psychisch-sociale problematiek of andere persoonlijke zaken teruggekoppeld. De terugkoppeling bevat in ieder geval: 1. De oorzaak (globaal!); 2.
Welke afspraak is er gemaakt rondom de lopende betaling van de vaste lasten; 3. Wat is lange termijnaanpak, het perspectief, ten aanzien van de schulden. Gaat het alleen om achterstanden of zijn er problematische schulden.
De benodigde tijd. Gerekend kan worden met een tijdsinvestering van de consulent Vroegsignalering die varieert tussen minimaal 30 minuten (eenvoudig) tot maximaal 4 uur. (complexere vraagstukken). Ook hierbinnen speelt de mate van digitalisering een belangrijke rol. Praktijkervaring zal uit moeten wijzen of de gemaakte aannames overeenstemmen met de werkelijkheid. Voorlopig gaan we uit van een gemiddelde van 2,5 uur per klant. Stap 4b
Wat Bij weigering van het hulpaanbod: het signaal afsluiten. Hernieuwde match op basis van signalen
Wie (keuze)
actie
Werkzaak i.c.m. PLANgroep Werkzaak i.c.m. PLANgroep
Afhankelijk van keuze bij actie 5 10. keuze voor de instru-
3
Verwijzing bij problematische schulden Indien tijdens het huisbezoek duidelijk blijkt dat er sprake is van problematische schulden, dan is snelle actie geboden. Omdat tijdens het huisbezoek al veel informatie is opgehaald, wordt er niet ook nog een volledige aanmelding en intake gedaan. Dat voorkomt dubbel werk en vertraging. In zo'n geval wordt direct contact gelegd met de inwoner en een dossier aangemaakt. Aansluitend wordt een verwijzing naar schuldhulpverlening gedaan, die dan onmiddellijk aan de slag kan. Hulp bij betalingsregelingen Indien een inwoner (een) betalingsregeling(en) wil treffen, maar daar hulp bij nodig heeft, dan kan de inwoner daarbij ondersteuning krijgen. De inwoner maakt altijd zelf de afspraken met de desbetreffende crediteur, maar krijgt hulp bij en advies over hoe hij dit kan doen.
18 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
menten (wat wanneer) 11. bepalen wie hulpaanbod geeft Toelichting stap 4b Weigering hulpaanbod Het kan zijn dat de klant het aanbod voor hulpverlening weigert (of geen respons geeft). Daar waar geen aanbod wordt geaccepteerd (of contact tot stand kan komen), kan het signaal worden afgesloten Hiervan wordt melding gemaakt in het systeem. De vraag is dan op welk moment nogmaals contact wordt gezocht met de inwoner wanneer signaalmeldingen opnieuw leiden tot een match. Als de inwoner afziet van het hulpaanbod en na 6 maanden er nog steeds signaalmeldingen/matches worden gemaakt, wordt opnieuw contact gelegd via een huisbezoek om de inwoner te overtuigen (leiden) naar passende hulpverlening. Het hernieuwde contact wordt gelegd door een consulent SHV van Werkzaak i.c.m. PLANgroep. Stap 5
Wat Uitvoering hulpaanbod
Wie (keuze) Actie VW, AMW, of …….. Toelichting stap 5 Uitvoering Hulp aanbod De uitvoering van het plan van aanpak ligt bij onze reguliere uitvoeringspartners. Daartoe behoort ook nazorg. Of wel: het periodiek contact houden met de klant (evt. via huisbezoek) om na te gaan of hulpverlening (en dus ook de gemaakte betalingsafspraken) nog passend is.
4.6
De spelregels
Welke signalen mogen gemeenten ontvangen? In het Besluit Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: het Besluit) zijn zes signalen aangewezen die wij mogen ontvangen om uit eigen beweging schuldhulpverlening aan te bieden: ❑ Achterstand betalen huur; ❑ Achterstand betalen drinkwater; ❑ Achterstand betalen zorgverzekering; ❑ Achterstand betalen elektra; ❑ Achterstand betalen gas; ❑ Achterstand betalen warmte. Het door kunnen geven van huurachterstanden is aan te merken als een nieuw signaal. De andere aangewezen gegevens sluiten aan op de bestaande regelingen voor energie, water en zorgverzekering. Wanneer mogen de aangewezen signalen naar de gemeente worden gezonden? De schuldeisers – in deze de vaste lasten crediteuren – hebben een eigen verantwoordelijkheid en moeten een maatschappelijk verantwoorde incasso voeren. Dit betekent dat de schuldeisers de betalingsachterstanden pas melden aan de gemeente wanneer zij: 1. Tenminste eenmaal een schriftelijke betalingsherinnering hebben gestuurd, 2. Zich ingespannen hebben om in persoonlijk contact te treden om de inwoner te wijzen op de mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen, 3. Gewezen hebben op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening, 4. De bewijslast dat eerst sociale incasso is geprobeerd, ligt bij de schuldeisers. Dit is 19 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
een inspanningsverplichting gekoppeld aan de mogelijkheid/bevoegdheid om gegevens te delen. Binnen welke termijn moet de gemeente opvolging geven aan een ontvangen signaal? De gemeente moet binnen vier weken een aanbod tot een eerste gesprek doen. Bij bedreigende situaties, zoals gedwongen woningontruiming of beëindiging van de levering van water, is de termijn drie werkdagen. Mag aan de schuldeisers teruggekoppeld worden wat er met het signaal is gebeurd? Wanneer het hulpaanbod van de gemeente leidt tot een schuldhulpverleningstraject, krijgen schuldeisers een terugmelding en worden zij betrokken bij het vervolg. Mogen betaalachterstanden van de lokale belastingen ook doorgezonden worden aan schuldhulpverlening? Betaalachterstanden op de lokale belastingen is niet als vroegsignaal aangewezen in het Besluit. De reden hiervoor is dat inwoners met een dergelijke betaalachterstand al intern bekend zijn bij gemeente. Wij (of de BSR) hebben inwoners met een betaalachterstand lokale belastingen in beeld via een sociale incasso vanuit belastingen en mogen - indien van toepassing - intern doorgeleiden richting de schuldhulpverlening. Kunnen er nieuwe vroegsignalen bijkomen? Het Ministerie heeft aangegeven ruimte te behouden om te experimenteren en te innoveren met vroegsignalen.
De mogelijkheid is gecreëerd om bij ministeriele regeling signalen voor een periode van 5 jaar aan te wijzen die door één of enkele gemeenten samen met de betrokken schuldeisers worden getest op het bereiken van inwoners met problematische schulden. Hoe lang mag de gemeente de vroegsignalen bewaren? De gemeente bewaart de ontvangen vroegsignalen zo lang als noodzakelijk. Uitgaande van de huidige praktijk lijkt maximaal zes maanden tot een jaar redelijk. Vallen particuliere verhuurders straks ook onder de Wgs? Ja, particuliere verhuurders kunnen straks ook contactgegevens van inwoners verstrekken wanneer er een achterstand is in het betalen van de huur. Ze zijn hiertoe niet verplicht. Particuliere verhuurders dienen voorafgaand aan het verstrekken van de gegevens aan de gemeente ook een sociale incasso te hebben uitgevoerd. Dit houdt in dat de verhuurder ten minste eenmaal een schriftelijke herinnering heeft gestuurd, zich heeft ingespannen om in persoonlijk contact te treden met de inwoner en hem heeft gewezen op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening. Moet een aanbod voor vroegsignalering ook altijd in het CKI (Centraal kredietinformatiesysteem) gemeld worden? Nee, vroegsignalering is een gerichte actie om in contact te komen met inwoners en ze hulp aan te bieden.
Dit is dus de fase voorafgaand aan het stellen van de hulpvraag door de inwoner en het verzoek tot de daadwerkelijke toegang tot de schuldhulpverlening. Dit valt buiten de beschikking. Pas wanneer een inwoner ingaat op het hulpaanbod door de gemeente of zelf een hulpvraag stelt op het gebied van schuldhulpverlening, dient de gemeente te besluiten over de toegang tot de schuldhulpverlening. Pas als er een positieve beschikking wordt afgegeven moet worden gemeld aan het CKI (Centraal kredietinformatiesysteem). Hiervoor moet aanmelding plaatsvinden (overeenkomst ondertekenen) wat uiteraard leidt tot financiële verplichtingen (ca. € 1.000 eenmalig en vaste bedragen per actie/hndeling). De meldplicht geldt straks op grond van artikel 17 van het Besluit voor alle gemeenten. 20 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
Moet de gemeente een verordening Wgs vaststellen of is een beleidsregel voldoende? De wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening bepaalt in artikel 4a, derde lid, dat de gemeente bij verordening een wettelijke termijn moet opnemen waarbinnen gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. De termijn mag maximaal 8 weken bedragen (conform Awb-termijn). Deze bevoegdheid berust bij de gemeenteraad. Een beleidsregel is anders van aard. Deze werkt een bestaande bevoegdheid nader uit. De gemeenteraad kan dus niet bepalen dat het College de termijn nader bij beleidsregel regelt, omdat de bevoegdheid in origine bij de gemeenteraad berust. Inmiddels is door VNG een modelverordening gepubliceerd. Deze zal bestuurlijk in proces worden gebracht (en werkt terug naar 1-1-2021).
4.7
Overige randvoorwaarden
Uitvoering van schuldhulpverlening door derden Het college kan zowel de uitvoering van de Wgs als besluitvorming in het kader van de Wgs mandateren aan gespecialiseerde schuldhulpverleners. De wijziging Wgs verbetert wel de rechtsbescherming van inwoners die met schuldhulpverlening in aanraking komen. Expliciet is bepaald dat het college verantwoordelijk blijft, bijvoorbeeld voor het behandelen van klachten. Financiën Het uitvoeren van de vroegsignaleringstaak is niet iets wat budgettair neutraal toegevoegd kan worden aan het bestaande takenpakket (van ons of een gekozen uitvoeringspartner). Voor 2021 en volgende jaren is een structureel bedrag beschikbaar voor IT-ondersteuning. Daarnaast is er voor 2020 nog een eenmalig bedrag beschikbaar van ruim € 20.000,-voor verbetering van de regie op schuldhulpverlening en minimabeleid. Beide budgetten zullen binnen dit plan van aanpak worden ingezet. Landelijk wordt nog bezien of deze nieuwe taak voor de gemeenten vertaald wordt in additionele structurele rijksvergoeding (op dit moment is dat niet het geval). Het Rijk stelt dat gemeenten op termijn goedkoper uit zijn in de 2e fase van schuldhulpverlening (kosten gaan voor de baten uit). Wel is aangekondigd dat vanaf 2020 een bedrag van € 146 miljoen beschikbaar is voor de intensivering van de armoede- en schuldenaanpak.
Dit voorlopig voor een periode van 3 jaren (periode 2020 t/m 2022). Het geld gaat voor een belangrijk deel (€ 75 miljoen in 3 jaren) naar gemeenten ten behoeve van het gemeentelijk schuldenbeleid (efficiëntere en snellere dienstverlening) en de bijzondere bijstand. Voor 2020 gaat het om € 15 miljoen. Voor de jaren 2021 en 2022 betreft het € 30 miljoen per jaar. Tijd De follow-up (bestaande uit een hulpaanbod en evt. het gesprek) vraagt extra tijd. Hoe veel tijd dat zal zijn, zal de praktijk uitwijzen. Verder is een ‘spin in het web’ of eindverantwoordelijke onmisbaar. Zoals elders al is gebleken, worden de resulterende besparingen (minder dure hulpverlening) pas na enige tijd zichtbaar worden. ICT Er zijn 2 systemen op de markt die binnen de nieuwe regelgeving geaccrediteerd zijn. Het betreft hier: ❑ Vindplaats van Schulden (van BKR te Tiel) ❑ RIS matching en RIS Vroeg Eropaf (van Inforing uit Breda) Beide systemen zijn webbased. Er is echter een aanzienlijk verschil op inhoud en kosten van beide pakketten. Het (duurste) systeem van Inforing biedt op alle onderdelen van Vroegsignalering (van ontvangst signaal tot opstellen plan van aanpak incl. terugmelding aan signaalleverancier) ondersteuning. Dit pakket biedt tevens de mogelijkheid tot koppeling met ICT-toepassingen die in de fase van schuldbemiddeling worden toegepast. 21 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
De kostprijs bedraagt € 600 per maand (excl. BTW). Bij het BKR-systeem (kostprijs € 350 per maand excl. BTW) moeten nog een groot taken aanvullend (in andere systemen) worden vastgelegd. Aansturing implementatie (coördinatie) Om vroegsignalering goed op te starten is het verstandig om op tijd een eindverantwoordelijke (coördinator) aan te wijzen. Deze kan in- of extern zijn. De taak van de eindverantwoordelijke is het opzetten en implementeren van de vroegsignalering en rapporteren aan de verantwoordelijk portefeuillehouder. Daarnaast zal het project ook bewaakt, gemonitord en geëvalueerd moeten worden. Uiteraard zal er nauw samengewerkt moeten worden met overige key-partners binnen het vakgebied (zowel intern als extern). Als regie-gemeente is een belangrijk deel van de taken op het terrein van Schuldhulpverlening belegd bij een externe partner (nu nog de gemeente Tiel). Naar verwachting stappen we aan het einde van het 1e kwartaal 2021 over op een nieuwe partner (Werkzaak Rivierenland i.c.m. PLANgroep).Het is van groot belang dat nauwe afstemming plaats vindt tussen vroegsignalering en 2e fase schuldhulpverlening (wie doet wat wanneer, hoe wordt met elkaar gecommuniceerd, etc.). Voorstel: Wij verwachten dat een projectleider gedurende de eerste periode van ca.
vijf maanden (december t/m april) gemiddeld 1 dag per week nodig heeft om vroegsignalering goed op te zetten en uit te voeren. Daarna vraagt de coördinatie/beheersing gemiddeld ca. 8 uur per maand. Voorgesteld wordt de implementatiefase neer te leggen bij onze nieuwe partner (Werkzaak/PLANgroep) en daarna de verantwoordelijkheid te beleggen bij de interne organisatie. Borging en verankering De basis voor een goed functionerende aanpak van vroegsignalering bij schulden is goede borging en verankering bij alle betrokken organisaties (politiek, gemeentelijke organisaties) en op alle niveaus. Binnen het project zal hier bij iedere stap aandacht voor zijn. Om vroegsignalering in korte tijd op te starten is een strakke planning noodzakelijk en wordt van alle betrokken partijen inzet verwacht om de planning, en daarmee de geplande uitvoering, ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Om dit proces goed te sturen wordt door de eindverantwoordelijke (projectleider) aan de portefeuillehouder gerapporteerd over de voortgang zodat tijdig worden bijgestuurd.
5. Resultaat De aanpak moet oplopende (huur)schulden, afsluitingen, huisuitzetting en bronheffing voorkomen en de reeds bestaande achterstand oplossen. Daarnaast is het realiseren van een tijdige en regelmatige betaling van vaste lasten, zoals huur, energie, water en ziektekostenverzekering, een zeer belangrijk doel. Uiteindelijk beogen we een duurzame (financiële) zelfredzaamheid van de betreffende huishoudens te realiseren.
6. Afhankelijkheden en risico’s Het doorvoeren van wettelijke- en wijzigingen in beleid gaat gepaard met risico’s die effect hebben op verschillende bedrijfsvoeringsonderdelen (scopafijth4). Het voert te ver om alle afhankelijkheden en risico’s hier te benoemen. Deze zijn wel terug te vinden op de site van VNG realisatie. In onderstaande tabel zijn uitsluitend die externe en interne afhankelijkheden en risico’s opgenomen die voor de WMW-se situatie met meest voor de 4 Scopafijth: security, communicatie, organisatie, personeel, administratieve organisatie, financiën, juridisch,
technologie, huisvesting.
22 Docid: K;/PvA format WMW v 1.2a
hand liggen. Bij elk risico is een maatregel opgenomen waardoor het risico voor onze organisatie tot een acceptabel niveau wordt teruggebracht. Risico
Maatregel (zwaarte afhankelijk van kans x impact)
Leverancier niet gereed voor a2a/livegang a2a na 1 januari Onduidelijkheid over de datum ingang verbreding Beslagregister
Contact met leverancier over mogelijkheden & livegang. Toegang tot webportaal inrichten voor 1.1.2021 Inregelen workaround in afwachting van inwerkingtreding Projectcapaciteit & funding beschikbaar stellen voor inwerkingtreding (reservering) Zelf convenant vroegsignalering opstellen
Geen landelijk convenant vroegsignalering per 1.1.2021 Condities voor aanvragen van de overgangstermijn voor de Wvbvv zijn niet beschikbaar Onduidelijk hoe de centrale voorziening voor berekenen BVV gebruikt kan worden voor SHV Impact van herziening van het beslag- en executierecht. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het afvoeren en opslaan van roerende goederen na de ontruiming van een woning (inwerkingtreding 1 april 2021) Ontvangst van grote hoeveelheid signalen
Hoeveelheid extra aanvragen schuldhulp overstijgt capaciteit en/of middelen ICT (landelijk en lokaal) voor gegevensuitwisseling vroegsignalering en shv (intern en extern opvragen en verstrekken) niet gereed voor 1-12021 Het is onduidelijk wat de kwaliteit van de te ontvangen vroegsignalen is.