16.1 Vast te stellen Bestemmingsplan Dreumel Vluchtheuvelstraat 1 b
Tekst van het document
4.8
Waterhuishouding
4.8.1
Regelgeving
Algemeen Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing: Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2016 - 2021, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water; Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Gelderland;
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Koers houden en kansen benutten', Nota riolering 'Samen door één buis' (2019) en de Keur voor waterkeringen en wateren; Gemeente: Gemeentelijk riool- en waterplan 2018 - 2022. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water: Doordat een toename van het verhard oppervlak ertoe leidt dat het afvoerverloop niet meer natuurlijk is, is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogelijk te infiltreren naar het freatisch grondwater, waardoor een meer natuurlijk afvoerverloop ontstaat. Dit vertaalt zich in de volgende richtlijnen: 1. Nieuwe plannen moeten voldoen aan het principe van het 'hydrologisch neutraal' bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreft de afvoer van hemelwater, minimaal gelijk blijven aan de oorspronkelijke situatie. De oorspronkelijke landelijke afvoer (naar het oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. 2. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht moet worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. 3. Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld.
Het schone en vuile water worden daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer moeten zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodem- en oppervlaktewatersysteem worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht: uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen moeten worden vermeden om watervervuiling te voorkomen. Uitgangspunten Waterschap Rivierenland Voor de periode 2016-2021 is het Waterbeheerprogramma Koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid van Waterschap Rivierenland. De uitgangspunten die door het waterschap worden gehanteerd in het kader van de watertoets kunnen worden verwoord als: a. Waterneutraal inrichten. Om te voorkomen dat door de aanleg van nieuw verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang om het verlies aan waterberging in de bodem te compenseren. b. Schoon inrichten. Om te voorkomen dat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater negatief wordt beïnvloed. Binnen het stedelijk gebied zal daarom schoon hemelwater van nieuwbouwprojecten gescheiden van het vuilwater moeten worden afgevoerd: afkoppelen.
Het waterschap streeft naar 100 % afkoppeling van schoon hemelwater van verharde oppervlakken (gebouwen, wegen en ander terreinverharding). c. Veilig inrichten. Door nieuwbouwplannen mag de veiligheid van een (primaire) waterkering, het waterkerend vermogen, niet worden aangetast. Dit geldt niet alleen voor de dijk zelf, maar tevens voor de beschermingszones ter weerszijden van de dijk. Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaande of een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerpbuien ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit: De T=10+10% neerslag. Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. De T=100+10%-neerslag. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm.
Deze vuistregel geldt vooral voor droogvallende voorzieningen. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur bedragen. Als indicatie voor het ruimtebeslag van de benodigde berging in het plan kan volgens het waterschap worden aanhouden dat circa 15% van de toename van de verharding (m²) terug dient te komen als wateroppervlak (m²).
30
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Klimaatadaptatie De gemeenten Nijmegen, Beuningen, Druten, Heumen, West Maas en Waal, Wijchen, Berg en Dal, Waterschap Rivierenland en Provincie Gelderland hebben, samen met regionale stakeholders een regionale adaptatiestrategie (RAS) opgesteld. De strategie moet er voor zorgen dat de regio zich de komende jaren klimaatbestendig ontwikkelt: bestand tegen de klimaateffecten te nat, te droog en te warm, alsmede overstromingsgevaar. In het RAS zijn zes thema’s benoemd. In het kader van onderhavige ontwikkeling is onder andere het thema ‘groenblauwe stad, groenblauwe dorpen’ van belang. Hiermee samen hangt een pakket van maatregelen waarmee verschillende doelstellingen in 2023 en 2035 moeten zijn behaald. Ten aanzien van dit thema wordt er bijvoorbeeld in 2023 gewerkt aan planvorming en uitvoering om met name in de prioriteitswijken te komen tot een geminimaliseerd en acceptabel niveau met betrekking tot wateroverlast en hitte-eilanden. Tevens zal in 2023 gestart zijn met het groenblauw inrichtingen van schoolpleinen en speelterreinen en hebben alle gemeenten een vergroeningsprotocol als leidraad voor integratie in beleid. Ook is er een groennorm en koeltenorm vastgesteld die richtinggevend is voor de openbare ruimte.
4.8.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Bestaande situatie Op dit moment is een deel van de locatie in gebruik voor het metaalbewerkingsbedrijf. de betreffende gronden zijn geheel verhard (ca. 2.686 m2). Ten westen daarvan is een weide aanwezig. Deze grenst aan een toegangspad naar de zuidwestelijk gelegen weiden. Dit pad wordt tevens gebruikt als beheerpad voor de aanwezige A-watergang. Deze watergang heeft een diepe bodem, maar staat gedurende het jaar nagenoeg droog. Enkel in heel natte periode staat er wat water op de bodem. Langs de Vluchtheuvelstraat ligt een C-watergang. Deze heeft ook een diepe bodem en staat jaarrond droog. Via een duiker is de C-watergang met de A-watergang verbonden.
Uitsnede legger Waterschap Toekomstige situatie In de toekomstige situatie vindt een transformatie naar wonen plaats. Het toekomstige verharde oppervlakte betreft: Woningen verhard (alle 14 bij elkaar): 1.115 m2 Tuinen: 350 m2 (worst-case 100% verhard) Weg verhard: 400 m2 Bergingen verhard: 85 m2 Totaal verhard oppervlakte (nieuw): 1.950 m2 Bovenstaande betekent dat het verharde oppervlakte ten opzichte van de bestaande situatie gaat
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
afnemen met ca. 736 m2. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de parkeerplekken en paden onverhard blijven danwel middels hemelwater doorlatende materialen (bijv. grind) worden ingericht. De parkeerplekken hebben een oppervlakte van ca. 416 m2. Voor het geval deze op termijn toch verhard zouden worden, valt dit extra verharde oppervlakte onder de vrijstellingsnorm van het waterschap (<500 m2). Als gevolg van dit plan is derhalve sprake van een afname van het verhard oppervlak in het stedelijk gebied en is de aanleg van extra waterberging (beleidsmatig) niet noodzakelijk. Rekening houdende met de ambities ten aanzien van de klimaatadaptatie binnen dit plan, alsmede de beschikbare ruimte en gewenste inrichting van de buitenruimte, is het echter wel wenselijk om het hemelwater dat afstroomt van het verharde oppervlak binnen het plangebied op te vangen, in de bodem te laten infiltreren en langzaam naar de watergangen af te laten voeren. Voor nu wordt gedacht aan een droogvallende voorziening (wadi). Deze is gemakkelijk binnen het ruimtelijke concept in te passen. De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging in de watergangen.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen met een toename aan verharding en gebruik makend van een droogvallende voorziening kan de vuistregel van 664 m³ bij bui T=100+10% worden gehanteerd, mits er geen complicerende zaken als kwel aan de orde zijn. Als indicatie voor het ruimtebeslag van de benodigde berging in het plan kan volgens het waterschap worden aanhouden dat circa 15% van de toename van de verharding (m²) terug dient te komen als wateroppervlak (m²). Volgens de vuistregel (van 664 m³ waterberging per hectare verharding) dient circa 130 m3 (0,195 x 664 m³) berging gecompenseerd te worden. De oppervlakte is afhankelijk van de te realiseren diepte van de voorziening. Indien gekozen wordt voor een voorziening met open water kan de vuistregel van 436 m³ bij bui T=100+10% worden gehanteerd. Volgens deze vuistregel dient circa 283 m 2 (0,195 x 436 :0,3 m³) berging gecompenseerd te worden, bijvoorbeeld door het verbreden van een bestaande watergang. Gezien de opzet en inrichting van het plan is een waterbergingsvoorziening met gemak in te passen. Vanwege praktische en beheersmatige overwegingen wordt voor dit plan gekozen voor de verbreding van de bestaande C-watergang (zie hierna). Om te voorkomen dat er sprake is van uitloging van stoffen naar het water, wordt er geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen.
Waterkeringen In het voorliggende plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Wel ligt het plangebied net buiten de buitenbeschermingszone van een waterkering (vrijwaringszone – dijk). Voor buitenbeschermingszones gelden volgens de waterkeringslegger van het waterschap geen beperkingen voor bouwactiviteiten, mits er geen (diepe) afgravingen/ontgrondingen worden verricht, er geen explosief materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen gehouden worden en er geen diepe boringen uitgevoerd worden. De beoogde kelders onder de woningen worden buiten de buitenbeschermingszone gegraven. Deze kelders komen in het grondwater te liggen en dienen dus voldoende waterdicht te zijn. De gemeente is, ook na verloop van jaren, niet aansprakelijk voor overlast of schade door intredend grond- of regenwater. Watergangen De bestaande A- en C-watergang in het plangebied blijven gewaarborgd, evenals het beheerpad langs de aanwezige A-watergang, binnen de beschermingszone van deze watergang. De C-watergang wordt aan de zijde van het plangebied verbreed en zal de status van B-watergang krijgen. Onderhoud is mogelijk zowel aan de zijde van het plangebied, als aan de zijde van de Vluchtheuvelstraat. Voor de toegang tot de woningen zijn twee inritten voorzien, die over de watergang lopen.
Vandaar dat de C-watergang een belangrijk, in het oog springend, landschappelijk element vormt binnen de beoogde ontwikkeling. Grondwater De standen van het grondwater en het oppervlaktewater worden in het gebied kunstmatig beheerst. Langs de Waal is plaatselijk een nauwe relatie aanwezig tussen de standen van het rivierwater en het grondwater. Of kwel of inzijging optreedt, is sterk afhankelijk van de waterstand van de nabij gelegen Waal. Het plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Ingrepen voortkomend uit dit plan zullen het functioneren van het grondwatersysteem niet beïnvloeden. In het plangebied is een circa 6 m dikke deklaag aanwezig, met daaronder pas het goed doorlatende eerste watervoerend pakket.
32
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Door het verwijderen van de bebouwing en verharding ontstaan betere mogelijkheden om het hemelwater op eigen terrein op te vangen, waardoor het niet direct wordt afgevoerd en droogte zoveel als mogelijk te voorkomen. Hiertoe is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan. Op dit moment wordt gedacht aan een bloemrijke wadi, zodat naast een verrijking van het beeld ook een versterking van de biodiversiteit plaatsvindt. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.9
Ecologie
4.9.1
Regelgeving
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen.
De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de 'overige soorten' die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Soortenbescherming De beoogde ontwikkeling leidt, mits enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels, niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. De conclusie is dan ook dat de ontwikkeling aan de Vluchtheuvelstraat 1b te Dreumel uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). Dit betreffen de volgende maatregelen, conform Bijlage 3 Quickscan Wet Natuurbescherming
Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundige gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige.
Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', circa 230 m ten westen van het plangebied. Vanwege de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Ook ten aanzien van stikstofdepositie mag het plan geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het programma Aerius Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. De berekeningen van de projecteffecten van zowel de aanleg- als de gebruiksfase van onderhavige ontwikkeling zijn verricht met behulp van het programma Aerius Calculator (versie 2020), zie Bijlage 4 Stikstof calculatie. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar.
Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Conclusie
34
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.10
Archeologie & cultuurhistorie
4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal in 2019 opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 2021.
Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussenliggende periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.
4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie De gemeente West Maas en Waal kent een Parapluplan Archeologie, welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 3 december 2015. De locatie van het plangebied heeft de aanduiding 'Waarde archeologie 4'. Bodemingrepen groter dan 1.000 m² en dieper dan 150 cm of/dan wel ophogen groter dan 1.000 m2 en hoger dan 70 cm zijn onderzoeksplichtig. Vanwege de te realiseren kelders onder de woningen zal een verkennend archeologisch onderzoek plaatsvinden. Tot het moment dat de resultaten daarvan bekend zijn, blijft in het bestemmingsplan de geldende archeologische dubbelbestemming gehandhaafd, waarmee het aspect archeologie geborgen blijft. Cultuurhistorie Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische monumenten kent het plangebied geen belemmeringen.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
4.11
Leidingen
4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In (de directe omgeving) van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.
4.12
Vormvrije MER-beoordeling
4.12.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen activiteiten in dit bestemmingsplan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Er wordt slechts 14 woningen gerealiseerd. Gelet hierop kan geconcludeerd worden dat er geen m.e.r.-beoordelingsplicht geldt.
36
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen desondanks niet alleen aan de onderzoeksverplichting uit het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde.
5.1.2
Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In deze bepaling is aangegeven wat onder strijdig gebruik valt. Daarnaast is de landschappelijke inpassing als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan verankerd.
38
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene bouwregels omtrent ondergronds bouwen, ondergeschikte bouwdelen en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene gebruiksregels omtrent parkeren. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
Het bestemmingsplan kent drie bestemmingen en twee dubbelbestemmingen: Groen Binnen het plangebied zijn de groenvoorzieningen bestemd als ‘Groen’. Waterlopen en -partijen zijn toegestaan binnen deze bestemming om flexibel met de watervoorzieningen binnen het plangebied om te kunnen gaan. Ook parkeren is binnen deze bestemming toegestaan. Verharde parkeerplaatsen zijn in eerste instantie dus niet gewenst. Het hoofddoel is namelijk om de groenvoorzieningen te beschermen. Binnen de bestemming Groen is het bouwen van gebouwen uitsluitend toegestaan ten behoeve van gebouwen van openbaar nut. Verkeer - Verblijfsgebied De wegen en paden in het plangebied zijn bestemd voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Het betreft hier zowel wegen en paden ten behoeve van de ontsluiting van de woningen, als verblijfsgebied. Op de gronden zijn alleen bouwwerken ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut toegestaan. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in beperkte mate toegestaan. Water de verbreding van de bestaande C-watergang, die de status van B-watergang zal krijgen, is opgenomen in de bestemming 'Water'.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Wonen De gronden die bestemd zijn als 'Wonen' zijn bedoeld voor wonen in twee-onder-een-kap en aaneengebouwde woningen. In woningen zijn naast het wonen ook kamerbewoning en beroepsmatige activiteiten rechtstreeks toegestaan over een beperkt oppervlak van de woning. Bedrijfsmatige activiteiten zijn alleen in een woning toegestaan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, met uitzondering van de bestaande bedrijven aan huis. In de regels is opgenomen dat de gronden buiten het bouwvlak niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. Dit betekent dat ter plaatse ook vergunningvrij bouwen is uitgesloten om zo het ruimtelijke karakter van het nieuwe, onderscheidende woongebied te behouden: de nadruk voor het nieuwe erf ligt op de natuur, de woningen worden ingepast in een groene omgeving. Het doel is om de biodiversiteit te versterken door de toevoeging van landschapselementen uit het rivierenlandschap. Vanuit het landschap wordt het erf ervaren als een clustering van laag aangekapte gebouwen. Het erf is een collectieve ruimte die kan bijdragen aan de sociale cohesie. Alleen waar nodig wordt harde bestrating aangebracht, mogelijk in de vorm van grind i.p.v. harde bestrating.
Rondom de locatie liggen graslanden en boomgaarden. Het landschappelijke karakter is een heel belangrijk uitgangspunt voor deze locatie. Om het plangebied wordt een gebiedseigen haag aangeplant van minimaal 1,20 m hoog. Dit geeft een heldere afbakening van het 'erf'. De woningen liggen vervolgens verspreidt over de locatie en genieten zo optimaal van de aanwezige ruimte en uitzichten. Alle woningen krijgen een privé terras onder de kap van de woning, met daaraan gekoppeld een kleine privétuin, die overgaat in het gemeenschappelijke landschap. Deze tuinen worden zo gepositioneerd opdat er geen schuttingen nodig zijn en het vrije zicht gewaarborgd blijft. Indien in de loop van de tijd gebouwde erfscheidingen en bijgebouwen worden gerealiseerd, gaat dit ten kosten van de collectiviteit van dit plan met het bijbehorende groene beeld. Waarde - Archeologie 4 (dubbelbestemming) De dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 4 is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden binnen het plangebied. Op grond van deze dubbelbestemmingen geldt bij bepaalde bodemingrepen een vergunningenstelsel voor het bouwen en voor uitvoeren van een werk, geen gebouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Waterstaat - beschermingszone watergang (dubbelbestemming) De beschermingszone van de A-watergang in het plangebied is specifiek bestemd.
Gebouwen zijn in deze dubbelbestemming niet toegestaan en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn in beperkte mate toegestaan. Voor deze bestemming is een omgevingsvergunning opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden.
40
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Alle kosten die gemaakt moeten worden het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Hieronder wordt tevens verstaan de kosten van het benodigde aanvullend bodemonderzoek en bodemsanering. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.
6.2
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er heeft vooroverleg plaatsgevonden met de provincie en het waterschap. Hieruit zijn geen belemmeringen naar voren gekomen ten aanzien van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
6.3
Inspraak
Inspraak In de periode van 11 maart 2021 tot en met 21 april 2021 heeft het voorontwerp ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen inspraakreacties binnengekomen bij de gemeente. Ambtshalve wijzigingen In het ontwerpbestemmingsplan zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan: Toelichting In paragraaf 2.2 is toegevoegd dat om het plangebied wordt voorzien in een gebiedseigen haag en een keerwand, bekleed met gebiedseigen groensoorten. In paragraaf 2.2 is toegevoegd dat de kelders alleen toegestaan zijn als is aangetoond dat er geohydrologisch geen nadelige effecten zijn. In paragraaf 2.2. is de afbeelding van de meest recente verkaveling toegevoegd. In paragraaf 2.2. is het programma aangepast, van 8 starterswoningen en 6 middelduur naar 4 starterswoningen en 10 middelduur. Dit is nog steeds conform de regionale norm. Aangezien er voor wordt gekozen de watergang langs de Vluchtheuvelstraat te verbreden om te voorzien in hemelwaterberging, is de tekst ten aanzien van de wadi in paragraaf 2.2 verwijderd. Aangezien de Nationale Omgevingsvisie is vastgesteld is in paragraaf 3.1 de tekst m.b.t. de SVIR en Barro vervangen respectievelijk aangepast. Vanwege de keuze voor het verbreden van de watergang is paragraaf 4.8.2 hierop aangepast.
de verbreding van de watergang leidt er toe dat er een bestemming 'Water' is opgenomen, dit is benoemd in paragraaf 5.2. Tevens is een nadere onderbouwing opgenomen waarom op een deel van de gronden is uitgesloten dat deze mogen worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht (uitsluiten vergunningvrij bouwen). Regels Enkele niet op dit van toepassing zijnde begripsbepalingen zijn uit de regels verwijderd. Er is een begrip 'ondergronds bouwen' toegevoegd. In artikels 3.1 en 4.1 zijn 'voorzieningen van openbaar nut' toegevoegd. In artikel 4.1 is i onder 2 verwijderd. Artikel 5 'Water' is toegevoegd. In artikel 6.1 is toegevoegd dat ondergronds bouwen niet is toegestaan. In artikel 6.3 is de regeling m.b.t. de herbouw van bijbehorende bouwwerken verwijderd. Aan artikel 6.3.1 is een afwijkingsmogelijkheid voor ondergronds bouwen toegevoegd.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Artikel 6.4.2 is aangepast t.a.v. de te aan te planten haag en te realiseren keerwand met groene bekleding. Hiertoe is ook een bijlage aan de regels toegevoegd. er is een afwijkingsmogelijkheid voor kamerbewoning opgenomen conform (voorontwerp) bestemmingsplan 'Dorpen'. Artikel 10 is aangevuld conform (voorontwerp) bestemmingsplan 'Dorpen'. Artikel 11.1 is aangevuld conform (voorontwerp) bestemmingsplan 'Dorpen'. Verbeelding Naar aanleiding van de verbrede watergang en de haag/keerwand is de verkaveling aangepast. Dit is doorgevoerd in de verbeelding.
Zienswijzen Gelet op het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening, heeft het ontwerpbestemmingsplan van 8 juli tot en met 18 augustus voor iedereen (gedurende 6 weken) ter inzage gelegen. gedurende deze termijn is 1 zienswijze ingediend. Deze is door de gemeente voorzien van een antwoord in de zienswijzennota, zie Bijlage 5. Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
42
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Regels
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b met identificatienummer NL.IMRO.0668.DREVluchtheuv1b-BVA1 van de gemeente West Maas en Waal; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aanduidingsvlak een vlak door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden; 1.6 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning; 1.7 afhankelijke woonruimte een onderdeel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8 afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.9 agrarisch bedrijf inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een
(vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf; 1.10 antenne-installatie Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.11 ander bouwwerk een bouwwerk, niet zijnde een gebouw of bijbehorend bouwwerk; 1.12 archeologische verwachting een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachtingswaarde in verband met de in de ondergrond aangetroffen sporen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.13 archeologische waarde een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.14 bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein de som van de oppervlakten van alle op een perceel of terrein gelegen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken 1 m boven peil en buitenwerks gemeten; 1.15 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
44
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
1.16 bebouwingspercentage de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel; 1.17 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.18 bedrijf aan huis een bedrijf of het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, waaronder een kappersbedrijf, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel valt hier niet onder, met uitzondering van een internetwinkel voor zover geen sprake is van een afhaalmogelijkheid of van uitstalling van goederen ter plaatse; 1.19 bedrijfsmatige exploitatie beheer en/of exploitatie door een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon.
1.20 bedrijfsvloeroppervlakte de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.21 beroep aan huis een dienstverlenend beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk uitgeoefend wordt, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel valt hier niet onder, met uitzondering van een internetwinkel voor zover geen sprake is van opslag en verzending, een afhaalmogelijkheid of van uitstalling van goederen ter plaatse; 1.22 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; c.
bij gebruik: het gebruik van gronden voor fruitteelt en boom- en sierteelt indien het gebruik van de betreffende gronden niet langer dan drie jaar onderbroken is geweest. 1.23 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.24 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.25 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerken met een dak; hieronder worden begrepen: aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag al dan niet met kap, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw, een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt en uit minimaal 2 gesloten wanden bestaat;
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag al dan niet met kap, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw, een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt en uit minimaal 2 gesloten wanden bestaat; vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie) architectonisch en/of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en uit minimaal 2 gesloten wanden bestaat; 1.26 bouwen; het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.27 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.28 bouwlaag een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.29 bouwperceel een
aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.31 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bijbehorende bouwwerken zijn toegelaten; 1.32 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.33 carport een bouwwerk, al dan niet een gebouw zijnde, die dient voor de stalling van een (motor)voertuig; 1.34 dagrecreatie vormen van recreatie, die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf; 1.35 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
46
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
1.36 evenement een één of meerdaagse voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak; 1.37 extensief recreatief medegebruik die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, paardrijden, (water)fietsen, kanoën, sport en spel; 1.38 extensieve dagrecreatie recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen; 1.39 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.40 gestapelde woningen boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.41 geschakelde woning een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijbehorend bouwwerk verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; 1.42 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.43 huishouden een persoon of groep van personen, die duurzaam een gemeenschappelijk huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling; 1.44 internetwinkel een activiteit waarbij sprake is van een online etalage waarbij diensten en
producten kunnen worden aangeschaft via het internet; 1.45 inwoning het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat woningsplitsing en/of kamerbewoning niet toegestaan is; 1.46 kamerbewoning onzelfstandige woonvorm waarbij sprake is van woonruimte die geen eigen toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 1.47 kantoor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.48 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.49 meergeneratiewoning één woning die krachtens een omgevingsvergunning geschikt is gemaakt voor bewoning door twee huishoudens met een familierelatie en een fysieke koppeling, waarbij sprake is van inwoning gerelateerd aan de familierelatie én sprake is van ten minste één gezamenlijke voorziening zoals een badkamer, keuken of entree;
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
47
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
1.50 ondergronds onder peil; 1.51 ondergronds bouwwerk een gebouw, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen beneden peil; 1.52 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak; 1.53 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.54 peil a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor gebouwen in het talud van de dijk: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de van de dijk afgekeerde zijde van het gebouw; c. indien volledig in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het gemiddelde waterniveau ter plaatse van het bouwwerk; d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.55 perceelgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.56 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.57 seksinrichting een voor publiek toegankelijk, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoning van erotische-pornografische aard plaatsvindt.
Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.58 straatmeubilair bij de openbare weg behorende bouwwerken; 1.59 twee-aaneen gebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen; 1.60 uitbouw aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is; 1.61 voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk, dan wel bouwvlak, is gelegen alsmede het verlengde daarvan die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd; 1.62 voorgevel de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.63 voorzieningen van openbaar nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.64 wonen het gehuisvest zijn in (een) woning(en);
48
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
1.65 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Gebouwen en andere bouwwerken
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1.1
afstand tot de bouwperceelgrens
tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.1.2
De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.3
De goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.4 De inhoud van een bouwwerk a. tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; b. in aanvulling op het bepaalde onder a geldt voor woningen dat bouwlagen met gevelopeningen (opening in een gevel voor o.a een deur, een venster, etc.), die geheel of gedeeltelijk boven peil gelegen zijn, meegerekend worden bij de bepaling van de inhoud van een bouwwerk. 2.1.5 De horizontale diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel; 2.1.6
De oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.7
De dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.8
Het gebouwd oppervlak van een bouwperceel
de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.1.9
De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
50
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. speelvoorzieningen; e. voorzieningen van openbaar nut; met daaraan ondergeschikt: f. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; g. parkeervoorzieningen ten behoeve van de bestemming 'Wonen' ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; h. bergingen te behoeve van de bestemming 'Wonen' ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; i. evenementen, met dien verstande dat maximaal 4 evenementen per kalenderjaar zijn toegestaan met een duur per evenement van maximaal 7 dagen inclusief opbouwen en afbreken. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. bergingen te behoeve van de bestemming 'Wonen' ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; 2. gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut; b. voor gebouwen in de vorm van bergingen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m; c. voor gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m; 2. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 15 m2. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 m bedragen; b. overkappingen zijn niet toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 12 m bedragen. 3.2.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. bermen en beplanting; e. straatmeubilair; f. voorzieningen van openbaar nut; g. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; h. oeververbindingen (bruggen); i. evenementen, met dien verstande dat: 1. maximaal 4 evenementen per kalenderjaar zijn toegestaan met een duur per evenement van maximaal 7 dagen inclusief opbouwen en afbreken; j. in- en uitritten. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut; b. voor gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m; 2. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 15 m2. 4.2.2