16.1 Vast te stellen Bestemmingsplan Dreumel Vluchtheuvelstraat 1 b
Tekst van het document
Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Inhoudsopgave
Vaststellingsbesluit
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
8 8 8 9 9
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 13
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
16 16 17 19 20
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijf- en milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
21 21 21 22 24 26 26 28 29 33 35 36 36
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen
38 38 39
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Inspraak
41 41 41 41
Bijlagen bij toelichting (externe bijlagen) Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Quickscan wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Quickscan Wet Natuurbescherming
Bijlage 4
Stikstof calculatie
Bijlage 5
Zienswijzennota
2
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Regels
43
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
44 44 50
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Waarde - Archeologie 4 Waterstaat - beschermingszone watergang
51 51 52 53 54 58 60
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
61 61 61 61 62 62
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
63 63 64
Bijlagen regels
65
Bijlage 1
Te slopen bebouwing (voorwaardelijke verplichting)
66
Bijlage 2
Omkadering plangebied
67
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
4
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Vaststellingsbesluit
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
6
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Toelichting
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Van Zonsbeek Metaalbewerking is een familiebedrijf dat zich bezighoudt met het maken van allerhande constructiewerk van aluminium, staal en RVS. Sinds 2004 is het bedrijf gevestigd op de Vluchtheuvelstraat 1b in Dreumel in het Land van Maas en Waal. In de werkplaats van 500m 2 wordt het merendeel van de werkzaamheden uitgevoerd. Echter, vanwege het huidige ruimtegebrek en de ontheffing tot uitbreiding van de werkloods, ziet het bedrijf zich genoodzaakt naar andere locaties te kijken die ook beter bereikbaar zijn vanaf het wegennet. Door het verhuizen naar een andere locatie, komt de huidige werkloods leeg te staan. De familie Van Zonsbeek is eigenaar van de loods en het bijbehorende terrein van 5.000 m 2. De initiatiefnemer is voornemens een nieuw erf met circa 14 woningen te realiseren, waarbij de nadruk ligt op de natuur. Het landschappelijke karakter is een heel belangrijk uitgangspunt voor deze locatie. Alle woningen krijgen een privéterras en compacte tuin die overgaat in het gemeenschappelijke landschap. Deze terrassen/tuinen worden zo gepositioneerd opdat er geen schuttingen nodig zijn en het vrije zicht gewaarborgd blijft. Het groen dat wordt aangelegd bestaat vooral uit gebiedseigen beplanting zodat het onderhoud beperkt blijft.
Doel is om een kleurrijk vaste planten concept uit te zetten zodat er het hele jaar door iets bloeit, hetgeen bijdraagt aan de hoogwaardige uitstraling van deze bijzondere locatie. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, zal het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied moeten worden herzien.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in de kern van Dreumel. Het plangebied omvat het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Dreumel, sectie A, nummer 2406. Het plangebied wordt begrensd door: Noordzijde: de Vluchtheuvelstraat; Oostzijde: diverse woonpercelen; Zuidzijde: landelijk perceel met bebossing; Westzijde: weide. Navolgende afbeeldingen toont globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding
Globale ligging plangebied (rood markeerpunt, Bron: maps.google.nl)
8
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering, bron: Luchtfoto Pdok)
1.3
Geldende plannen
Voor de in dit bestemmingsplan begrepen gronden vigeren momenteel de volgende bestemmingsplannen: Voor het hele plangebied; het bestemmingsplan 'Dorpen', door de gemeenteraad vastgesteld op 11 december 2014. Voor het hele plangbied; het bestemmingsplan 'Archeologie West Maas en Waal', door de gemeenteraad vastgesteld op 3 december 2015. Ter plaatse van het voorliggende plangebied gelden – tot het voorliggende bestemmingsplan in werking is getreden - de bestemming 'Bedrijf' (artikel 5) Daarnaast zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Om de gewenste ontwikkelingen in het plangebied mogelijk te maken is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen: Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie in het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
10
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Bestaande situatie
Omgeving plangebied Het plangebied is gelegen in de kern van het dorp Dreumel, in de gemeente West Maas en Maal. De gemeente ontleent haar naam aan de rivieren Maas en Waal. Deze rivieren hebben het ruimtelijke karakter en de geschiedenis van het gemeentelijke grondgebied in verregaande mate bepaald. De beide rivieren, samen met de uiterwaarden, de dijken, de bebouwing en het landschap, vormen de grootste aantrekkingskracht van de gemeente voor recreanten en bezoekers van buiten de regio. Het plangebied ligt ten oosten van de Waal. In de bestaande situatie zijn aan de oostzijde van het perceel burgerwoningen gelegen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de Vluchtheuvelstraat. Aan de west- en zuidzijde wordt het plangebied omgeven door landschappelijk groen.
Uitsnede luchtfoto - Bestaande situatie met globale begrenzing van het plangebied Plangebied Het landschap rondom Dreumel is gevormd door de rivieren. Nu nog bepalen brede uiterwaarden met rietvelden en griendhout het beeld, afgewisseld door smalle oeverwallen grenzend aan steile dijken. Rondom de kern liggen akkercomplexen en graslanden. De straten hebben een breed profiel. Het groen in de kern beperkt zich in hoofdzaak tot kleine plantsoenen, bomenrijen langs de wegen, sloten en het groen op de privéterreinen. De meeste woningen hebben een grote voortuin, waardoor het dorp toch een groene uitstraling heeft. Vanuit de kernranden is het aangrenzende buitengebied goed waarneembaar.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Positionering globale ligging plangebied t.o.v. rivierenlandschap Navolgende foto's geven een impressie van de huidige situatie weer:
12
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens een nieuw erf met maximaal 14 woningen te realiseren, waarbij de nadruk ligt op de natuur. Het doel is om de biodiversiteit te versterken door de toevoeging van landschapselementen uit het rivierenlandschap. Vanuit het landschap wordt het erf ervaren als een clustering van laag aangekapte gebouwen. Het erf is een collectieve ruimte die kan bijdragen aan de sociale cohesie. Vier woningen verdeeld over twee grote schuurgebouwen (tussenwoningen), zijn gericht op starters. Voor de middeninkomens zijn er tien woningen, verdeeld over 3 twee-onder-eenkap schuurwoningen en de hoekwoningen van de grotere schuurgebouwen. Op deze manier ontstaat er een gezonde mix qua woningtypes, verbonden via de groene omgeving. De bebouwing is zowel in de langs- als de dwarsrichting gesitueerd en is opgetrokken in één laag met kap, zodat de menselijke maat aanwezig blijft. Alleen waar nodig wordt harde bestrating aangebracht, mogelijk in de vorm van grind i.p.v. harde bestrating. Het slingerende verloop van de doorgaande weg over het erf, verwijst naar het oude stratenpatroon van Dreumel met haar karakteristieke lintbebouwing. Parkeren vindt geconcentreerd plaats in een tweetal parkeerkoffers, wat bijdraagt aan de groene beleving van het plangebied. Rondom de locatie liggen graslanden en boomgaarden.
Het landschappelijke karakter is een heel belangrijk uitgangspunt voor deze locatie. Om het plangebied wordt deels voorzien in een gebiedseigen haag aangeplant van minimaal 1,20 m en maximaal 1,50 m hoog. Gebruik wordt gemaakt van gebiedseigen soorten zoals beukenhaag, veldesdoorn of meidoornhaag. Tevens wordt langs de zuidgrens en achter de bergingen voorzien in een keerwand van minimaal 2 m en maximaal 2,5 m hoog, bekleed met gebiedseigen groensoorten zoals klimhortensia, clematis, hedera, wilde wingerd of hop. Dit geeft een heldere afbakening van het 'erf'. De woningen liggen vervolgens verspreidt over de locatie en genieten zo optimaal van de aanwezige ruimte en uitzichten. Alle woningen krijgen een privé terras onder de kap van de woning, met daaraan gekoppeld een kleine privétuin, die overgaat in het gemeenschappelijke landschap. Deze tuinen worden zo gepositioneerd opdat er geen schuttingen nodig zijn en het vrije zicht gewaarborgd blijft. In de tuinen worden dan ook geen bijgebouwen gerealiseerd, zodat het ruimtelijke karakter behouden blijft. Elke woning krijgt een kelder van circa 25 m2, mits is aangetoond dat er geohydrologisch geen nadelige effecten zijn. Bij de parkeerkoffers wordt een tweetal clusters met bergingen voor de woningen gerealiseerd. Voor de realisatie wordt gebruik gemaakt van een bouwconcept van een steelframing prefab systeem.
door deze wijze wordt lichtgewicht gebouwd en is daardoor sprake van een snellere bouw die minder belastend is voor de omgeving en de natuurlijke waarden. Op navolgende afbeelding is de visie met een voorstel (=proefverkaveling) voor de stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inrichting van het plangebied weergegeven:
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Proefverkaveling (Bron: Sunmotion architecture+Solar energy)
Doorsnede woning (Bron: Sunmotion architecture+Solar energy)
14
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Het groen dat wordt aangelegd bestaat vooral uit gebiedseigen beplanting zodat het onderhoud beperkt blijft. Doel is om een kleurrijk vaste planten concept uit te zetten zodat het hele jaar door er iets bloeit, hetgeen bijdraagt aan de hoogwaardige uitstraling en versterking van de biodiversiteit van deze bijzondere locatie.
Burgerinitiatief Beckershof, Leunen
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied. Daarentegen is, op basis van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro), het plangebied wel gelegen binnen een 'radar verstoringsgebieden'.
Aangezien objecten met een grote hoogte aanleiding kunnen geven tot verstoring van het radarbeeld, moet ter plaatse van de betreffende radar verstoringsgebieden voor obstakels, hoger dan respectievelijk 90 m boven N.A.P., worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Met de in onderhavig plan opgenomen hoogtebeperkingen wordt geen bebouwing hoger dan 90 m mogelijk gemaakt. Zodoende vormen de radar verstoringsgebieden geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
16
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conform actuele jurisprudentie wordt een ontwikkeling van 12 woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling.
Planspecifiek Onderhavig initiatief maakt de bouw van 14 burgerwoningen mogelijk. Daarmee is sprake van een stedelijke ontwikkeling, welke getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Ten aanzien van de eerste trede van de ladder kan worden gesteld dat het voorliggende plan voorziet in een regionale woningbehoefte. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan het toetsingskader woningbouw en is daarmee passend binnen de regionale woonagenda. Bovendien is de toevoeging van woningen voor specifiek middeninkomens en starters (kleine huishoudens), volgens het gemeentelijke woonbeleid nodig om te voorzien in de huidige en toekomstige woningbehoefte. De gemeente heeft de 14 woningen gereserveerd in haar woningbouwprogramma. Wat betreft de tweede trede is sprake van een goed ontsloten woningbouwontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied omvat in de huidige situatie een metaalverwerkingsbedrijf, waardoor de ontwikkeling geen nieuwe niet stedelijke ruimte inneemt. Bovendien is de beoogde ontwikkeling passend bij de gebiedskwaliteiten van de zone tussen de Waaldijk en het dorp, omdat het een woningbouwontwikkeling in het groen betreft, met veel aandacht voor het versterken van het landschappelijke karakter van het groene gebied. Het plan voldoet daarmee aan de eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn allebei op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie 2 keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing.
Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Gelderland heeft de ambitie om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus te hebben, dat past bij de diversiteit van de woningvraag; voor iedereen een passende (levensloopgeschikte), duurzame woning. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders.
Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand verstedelijkt gebied gebouwd wordt. De nieuwe woningen worden bovendien zonder aardgasaansluiting gerealiseerd. Voor het onderhavige plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening.Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem.
18
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
In het verstedelijkingsbeleid wordt de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik toegepast. In lijn met de Omgevingsvisie is het zodoende mogelijk lokaal maatwerk te leveren. Ten aanzien van 'Wonen' is in artikel 2.2.1.1 opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Planspecifiek Aangezien het toevoegen van de 14 woningen passend is binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (dat op zijn beurt past binnen de regionale woonagenda), is de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig met artikel 2.2.1.1 uit de Omgevingsverordening. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening.
3.2.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie
Op 30 april 2015 heeft de gemeenteraad de 'Structuurvisie Dorpen 2025' vastgesteld. Hierin wordt voor de komende jaren aangegeven waarin moet worden geïnvesteerd. Per kern wordt aangegeven welke waarden belangrijk zijn en waar ruimtelijke opgaven liggen voor de toekomst. De 15 speerpunten uit de Visie Leefbaarheid Kernen 2030 vormden daarvoor het uitgangspunt. In de visie worden afwegingen en keuzes gemaakt met betrekking tot concrete ruimtelijke initiatieven. Planspecifiek Dreumel behoort tot één van de dorpen gelegen op de oeverwal aan de Waalzijde. De gemeente vindt het belangrijk dat er de komende jaren in iedere kern gebouwd wordt passend bij de ontwikkeling van de kern. Het is een algemene uitgangspunt dat er, zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht, wordt gebouwd naar behoefte. De realisatie van de woningen is passend binnen de gemeentelijke structuurvisie.
3.3.2
Dorpskwaliteitsplan & Dorpsagenda
De gemeente West Maas en Waal heeft acht dorpskernen met ieder een eigen identiteit. In het dorpskwaliteitsplan geeft de gemeente aan wat die identiteit bepaalt en nog belangrijker: hoe die unieke kenmerken kunnen worden behouden en versterken. De gemeente nodigt uit tot initiatieven die daaraan bijdragen. Zo werkt iedereen samen aan de ruimtelijke kwaliteit van de dorpen. Door de snelle groei en technische ontwikkelingen vervaagt de binding met het omringende landschap. De natuurlijke ondergrond is steeds minder bepalend hoe en waar gewoond kan worden. Ook worden bouwsysteem steeds eenduidiger en sneller. De buurten bepalen weliswaar minder de identiteit van een kern, het zijn wel belangrijke woongebieden waar prettig en fijn gewoond wordt. De gemeenteraad heeft het dorpskwaliteitsplan en de bijbehorende dorpspaspoorten op 24 januari 2019 vastgesteld. Planspecifiek Conform het dorpskwaliteitsplan wordt de nadruk gelegd op de leefbaarheid en het dorpse karakter in de buurten te behouden en te versterken. Een met zorg ingerichte en onderhouden openbare ruimte, waarin groen een belangrijke rol speelt. Tevens is er in de buurten ruimte voor initiatiefnemers voor nieuwe toevoegingen aan bestaande bebouwing, plannen voor sloop en nieuwbouw of plannen voor de openbare ruimte. Belangrijk blijft altijd dat een initiatief goed verankerd wordt in de buurt.
Middels de esthetische inpassing van het beoogde plan (2.2 Toekomstige situatie), wordt voldaan aan de eisen van het dorpskwaliteitsplan.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
3.3.3
Woonvisie
De gemeenteraad heeft de woonvisie 'Koers naar 2030, aanpak tot 2020' op 12 mei 2016 vastgesteld. Binnen de regio Rivierenland hebben de gezamenlijke gemeenten en corporaties een regionaal woningbehoefteonderzoek uitgevoerd. In de woonvisie zijn de belangrijkste conclusies uit dit regionale woningbehoefteonderzoek voor West Maas en Waal opgenomen. Vervolgens zijn de conclusies doorvertaald naar een kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte voor de komende jaren met het voorstel om de woningbouwprogrammering in de gemeente deels anders (flexibel) in te steken. De stabiliserende groei van de bevolking en de veranderingen in de bevolkingssamenstelling leiden tot een andere vraag naar woningen. In het regionale Woningbehoefteonderzoek wordt dit ook aangegeven. Er is minder behoefte aan woningen voor gezinnen en meer behoefte aan woningen die geschikt zijn voor één- en tweepersoonshuishoudens. Het uitgangspunt dat in iedere kern woningen gerealiseerd moeten kunnen worden, staat nog steeds als een huis. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen particuliere en projectmatige initiatieven. De toekomstige ontwikkeling van de woningvraag is echter lastig te voorspellen. Deze is afhankelijk van een aantal factoren zoals de financieringsmogelijkheden, het consumentenvertrouwen en de identiteit van de kern.
Bij nieuwe initiatieven wordt concreter uitgegaan van de juiste woning, op de juiste plaats, op het juiste moment, waardoor beter ingespeeld kan worden op veranderingen (flexibiliteit) op de woningmarkt. De komende 10 jaar wil en kan de gemeente op deze wijze 300 woningen bruto (dat wil zeggen 1/3 van het totale woningbouwprogramma) aanvullend programmeren. 2/3e van het totale woningbouwprogramma blijft geprogrammeerd in de bestaande, vastgestelde woningbouwprojecten. Planspecifiek De voorgenomen nieuwbouw past binnen de uitgangspunten uit de woonvisie.
3.3.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de structuurvisie, het dorpskwaliteitsplan en de woonvisie.
3.4
Conclusie
Dit bestemmingsplan is overeenkomstig binnen het nationaal, provinciaal en gemeentelijke beleid.
20
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & parkeren
4.1.1
Verkeer
Omdat er 14 extra woningen gerealiseerd worden, komen er circa 104 voertuigbewegingen per gemiddelde weekdag voor terug. Daartegenover staat dat de bedrijfsbestemming, met de daarbij horende verkeersbewegingen, komt te vervallen. De nieuwe woningen zullen gebruik maken van de bestaande inrit van Vluchtheuvelstraat 1b en een te creëren nieuwe inrit. De extra voertuigbewegingen zijn prima af te wikkelen op de Vluchtheuvelstraat. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.1.2
Parkeren
Conform de gemeentelijke Nota Parkeren 2019 gelden de volgende normen (incl. bezoekers) voor nieuwe woningen: woningen: 2,3 pp / won; seniorenwoning: 1,5 pp / won; sociale huurwoningen (<liberalisatiegrens): 1,8 pp / won. Omdat er 14 extra woningen gerealiseerd worden, is er worst-case behoefte aan 32,2 parkeerplaatsen. In de parkeerkoffers worden 28 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast zullen er 4 extra parkeerplekken worden gerealiseerd langs de nieuwe erfweg in het plangebied. Aangezien er ook betaalbare woningen in het plan worden gerealiseerd voor senioren/starters is het niet noodzakelijk de maximale parkeernorm te hanteren voor het gehele programma. Dit betekent dat met de 32 parkeerplaatsen in het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid, is als voorwaarde in de bestemmingsregels opgenomen. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is ten behoeve van de ontwikkelingen in het plangebied door de huidige eigenaar een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied, zie Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek, hierna worden de onderzoeksresultaten kort samengevat. Op diverse locaties in het plangebied heeft onderzoek plaatsgevonden. Geconcludeerd kan worden dat de afvalstort naast de inrit, de afvalstort ten westen van de werkplaatsloods en het afgebrande schuurtje niet hebben geleid tot een ernstige bodemverontreiniging. Eveneens kan geconcludeerd worden dat de inpandige voormalige HBO tank, de tweede voormalige HBO tank, de voormalige oliekachel en de voormalige olieradiator niet hebben geleid tot een bodemverontreiniging. Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond maximaal aan de functieklassen 'landbouw/natuur' (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. De aangetroffen volledige puinlaag ter plaatse van proefgat PB08A is indicatief herbruikbaar als funderingsmateriaal binnen de onderzoekslocatie. Echter is in deze puinlaag circa 13 mg/kg d.s. asbest aangetroffen. Waarbij het advies geldt deze niet te hergebruiken, maar af te voeren.
Op de projectlocatie is vermoedelijk sprake van onderstaande twee verontreinigingssituaties: Diverse zware metalen ter plaatse van diverse boringen en in verschillende grondlagen ter plaatse van het erf en onder de betonverharding van de werkplaatsloods; Asbest ter plaatse van proefgat B26. Op basis van bovenstaande onderzoekresultaten kan nog geen uitspraak worden gedaan over de ernst, omvang en mogelijke spoedeisendheid van de grondverontreiniging met zware metalen. Hiervoor is nader onderzoek benodigd. Het nadere onderzoek zal in opdracht van de initiatiefnemer plaatsvinden wanneer er voldoende zekerheid bestaat betreffende de realisatie van het project. Tevens ontstaat dan ook het 'natuurlijke' moment dat de verharding verwijderd kan worden en het onderzoek gemakkelijker kan plaatsvinden. Om de locatie geschikt te maken voor de beoogde functie zijn bovendien sanerende maatregelen nodig, omdat het verkennend bodemonderzoek reeds heeft uitgewezen dat er sprake is van bodemverontreinigingen ter plaatse van het plangebied. Door het aanvullende onderzoek wordt duidelijk wat de omvang is van de aanwezige bodemverontreinigingen en zodoende wat de omvang is van de benodigde bodemsanering. Op dat moment wordt eveneens duidelijk of de kosten voor de bodemsanering gedragen kunnen worden door de initiatiefnemer.
Ten tijde van de bouw van de woningen moet de grond vrij zijn van sterke verontreinigingen. Hiervoor moet voorafgaande aan de vergunningverlening voor de bouwwerkzaamheden een saneringsplan worden opgesteld en goedgekeurd
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
22
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een 'hogere waarde procedure' worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft.
Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh).
De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.
4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Alle nabij het plangebied gelegen wegen zijn 30 km/uur-wegen, die volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geen zone hebben. De verwachte verkeersintensiteiten zullen dusdanig laag, mede omdat de Waaldijk deels is afgesloten voor autoverkeer. Bovendien is wegens het weghalen van de bedrijfsbestemming sprake van een afname van industrielawaai.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is door de Omgevingsdienst Rivierenland een quickscan wegverkeerslawaai uitgevoerd, zie Bijlage 2 Quickscan wegverkeerslawaai. De hoogst berekende geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 44 dB. Dit betekent dat de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (48 dB) niet wordt overschreden. Het aspect wegverkeerslawaai geeft geen belemmering voor de bouwplannen.
4.4
Bedrijf- en milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Spuitzones Bij het mogelijk maken van een nieuwe voor drift gevoelige bestemming in de nabijheid van bestemmingen, die het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet uitsluiten, is aandacht voor spuitzones nodig. Dit in verband met de risico's voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift.
24
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld, die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico's voor de gezondheid inhouden. Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone voor een voor driftgevoelige bestemming aangehouden van 50 m, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Deze 50 m is in diverse uitspraken van de Raad van State als “in het algemeen niet onredelijk” bevonden en geldt als een vaste richtafstand, waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een kleinere afstand is dus mogelijk, mits dat goed onderbouwd wordt. De richtafstand is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en boomgaarden, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen neerwaarts worden gespoten (onkruidbestrijding) maar ook zij- en opwaarts (voorkomen en bestrijden schimmels en plaagdieren). Omdat bij opwaarts spuiten de vloeistof op een grotere hoogte vrijkomt en er daardoor meer kans is op verspreiding, veroorzaakt het opwaarts spuiten de meeste drift en is om die reden maatgevend voor gezondheidsrisico's.
Aanvullend is het zo dat het middelengebruik in de fruitteelt aanzienlijk hoger ligt dan in de boomteelt. Ook wat betreft toxiciteit van de gebruikte middelen scoort de fruitteelt het hoogst en is die teelt als maatgevend voor de spuitzone te beschouwen. Activiteitenbesluit Vanaf 1 januari 2018 is het vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht een 75 % reducerende spuittechniek (DRT75) toe te passen binnen een boomgaard. Bij teelt van in opwaartse of zijwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen geldt op basis van artikel 3.80a van het Activiteitenbesluit de verplichting tot toepassen van een 75% reducerende spuittechniek vanaf 1 januari 2021.
4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Bedrijven Als gevolg van onderhavige ontwikkeling komt de bedrijfsbestemming ter plaatse van het plangebied te vervallen. In de directe omgeving van het plangebied zijn voornamelijk burgerwoningen gelegen. Afwijkend is het categorie 1 bedrijf, een dijkmagazijn, aan de Vluchtheuvelstraat 1. De afstand tussen het dijkmagazijn en het plangebied bedraagt circa 95 m. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand van 10 m. Ook zijn ten zuiden van het plangebied, een timmerwerkfabriek, een meubelfabriek en een metaalfabriek gelegen op respectievelijk circa 100, 170 en 200 m van het plangebied. Deze bedrijven vallen binnen milieucategorie 3.1 of hoger. Maatgevend voor de mogelijkheden van deze bedrijven zijn de dichterbij gelegen bestaande burgerwoningen. Dit betekent dat de de beoogde woningen ter plaatse van het plangebied geen bedrijven in hun bedrijfsvoering schaden en andersom de toekomstige woningen geen overlast ondervinden van de aanwezige bedrijvigheid. Er is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. Spuitzones Ten zuidwesten van het plangebied is een productie fruitboomgaard aanwezig. Deze is op (minimaal) 50 meter van de woonpercelen gelegen. Bovendien is recentelijk met de genoemde wijziging van het Activiteitenbesluit bepaald dat driftreducerende maatregelen getroffen moeten worden.
Ook zijn langs de boomgaard en langs het plangebied hagen en/of een keerwand gelegen die de eventuele drift tegenhoudt. Het fruitbedrijf wordt niet in de bedrijfsvoering belemmerd en er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect 'bedrijf- en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde).
Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg.
In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.
4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
De realisatie van 14 extra woningen wordt aangemerkt als een project met een 'NIBM'-bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.6
Geur
4.6.1
Regelgeving
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:
26
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en niet-concentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie navolgende tabel.
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geur bij niet-agrarische bedrijven Het voorkomen van (nieuwe) geurhinder is het algemene uitgangspunt in het rijksbeleid.
Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het landelijk informatiedocument ‘Handleiding Geur Industrie’ en beschrijft de methodiek voor de bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten. Vanwege het lokale aspect van geurhinder is de hoogte van het aanvaardbaar hinderniveau niet landelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag moet daar een eigen afweging in maken. De provincie Gelderland heeft deze afweging uitgewerkt in de ‘Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017’ voor de industriële bedrijven waarvoor de provincie het bevoegde gezag is. Daarin is het aanvaardbaar geurhinderniveau vertaald naar streef-, richt- en grenswaarden. De streefwaarde is de waarde waaronder geen sprake is van hinder. De grenswaarde is de waarde waarboven sprake is van ernstige hinder. Over het algemeen wordt een geurcontour die ligt tussen streef- en grenswaarde als aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld en vastgelegd in de milieuvergunning voor een industrieel geurrelevant bedrijf.
4.6.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is geen sprake van agrarische bedrijven in de directe omgeving met een geurcontour die (deels) over het plangebied gelegen is. Bovendien zijn tussen omliggende agrarische bedrijven en het plangebied al andere gevoelige (woon)bestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende agrarische bedrijven. Het aspect 'geurhinder' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Regelgeving
Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden.
4.7.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:
Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (rode omkadering, Bron: www.risicokaart.nl)
28
bestemmingsplan "Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b" (vastgesteld)
bestemmingsplan Dreumel, Vluchtheuvelstraat 1b
Risicovolle bedrijven Uit de risicokaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Vervoer van gevaarlijke stoffen Uit de risicokaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen, in geval van vervoer over de Waal. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroute, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in ieder geval worden ingegaan op de mogelijkheden voor: de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute; en de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen.
Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 16 januari 2019 aangegeven dat in dit geval onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "zeer kwetsbare gebouwen", bestemd voor verminderd zelfredzame personen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen.
Buisleidingen Uit de risicokaat externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er in plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroute. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.