15.1 Nota van Uitgangspunten omgevingsvisie buitengebied
Tekst van het document
26
waarin er nieuwe voorzieningen worden gecreëerd (bv. fietspaden) dan wel maatregelen worden genomen (afsluiten van wegen voor agrarisch verkeer)?
27
5.
ENERGIETRANSITIE
Het klimaat verandert, ook in West Maas en Waal. Door de uitstoot van CO2 warmt de aarde op en krijgen we te maken met extremere weersomstandigheden. In het Klimaatakkoord van Parijs en de uitwerking daarvan in het Nederlandse Klimaatakkoord, zijn doelstellingen bepaald voor forse vermindering van de CO2 uitstoot die lokaal en regionaal worden ingevuld via de Regionale energie Strategie (RES).
Huidig beleid Rijksniveau Op 29 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het doel van de maatregelen uit het klimaatakkoord is een grootschalige reductie van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990: 49% in 2030 en 95% in 2050. Deze doeleinden vloeien voort uit de klimaatafspraken die de internationale gemeenschap in 2015 maakte in het akkoord van Parijs en zijn in Nederland officieel vastgelegd in de Klimaatwet. Het Klimaatakkoord geeft inhoudelijk invulling aan de doelen uit deze Klimaatwet. Provinciaal niveau Op provinciaal niveau biedt de Omgevingsvisie Gelderland (2018) door middel van aanduidingen een kader waar grote zonneparken en windenergie wel/onder voorwaarden/niet zijn toegestaan. Daarnaast werd in het Gelders Energie Akkoord (GEA) (2015) als doel gesteld om jaarlijks 1,5% aan energie te besparen; om in 2023 16% van het energieverbruik duurzaam op te wekken en om de emissie van broeikasgassen (CO2) in 2030 met 55% te hebben teruggebracht (ten opzichte van 1990). In 2050 moet Gelderland energieneutraal zijn. Regionaal niveau Op regionaal niveau is in maart 2020 de concept Regionale energiestrategie (RES) Fruitdelta Rivierenland vastgesteld. In deze concept RES zijn kansen en mogelijkheden op het gebied van zon en wind onderzocht.
Uiteindelijk is er voor de gehele regio een conceptbod van 0,632 TWh gedaan bestaande uit grootschalig zon (176 hectare) en wind (42 turbines) op basis van bestaande en geplande projecten. Zie de tabel hieronder:
28
Uit voorgaande tabel blijkt dat van het totale conceptbod de gemeente West Maas en Waal 3,3% (0,021) voor haar rekening neemt. Concreet komt dit neer op 0 windturbines en 0,021 TWh zon (grootschalig). Dit betreft de twee al bestaande zonneparken in Beneden-Leeuwen. De concept RES moet in het voorjaar van 2021 leiden tot een RES 1.0. Gemeentelijk niveau In juni 2019 is op gemeentelijk niveau de Koersnotitie duurzaamheid en energiebeleid vastgesteld. Daarin worden dezelfde doelen als in het GEA benoemd: per jaar 1,5% energiebesparing, in 2023 16% duurzame opwek, in 2030 55% CO2 reductie en in 2050 energieneutraal. Verder moet ingevolge het Klimaatakkoord ieder gemeente, dus ook West Maas en Waal , voor 31 december 2021 een transitievisie warmte vaststellen. Het einddoel is om huizen en bedrijven in 2050 duurzaam (dat wil zeggen aardgasvrij) te verwarmen. In de warmtevisie komt te staan hoe en wanneer we dat kunnen gaan doen en wat daarvoor nodig is. Een eerste stap hiertoe zijn haalbaarheidsonderzoeken naar diverse warmtebronnen, zoals warmte gewonnen uit oppervlaktewater, zoals vijvers, plassen en rivieren.
Trends en ontwikkelingen Voor de gemeente West Maas en Waal is het de opgave om energiebesparing en duurzame energieopwekking te stimuleren, te faciliteren en te ontwikkelen op een manier die haalbaar is en past bij de lokale omstandigheden. Een goede ruimtelijke inpassing van zonnevelden en/of windmolens zorgt voor een aantal (meekoppel)kansen. Zo kunnen zonnevelden rondom natuurgebieden de biodiversiteit vergroten. Plaatsing tussen fruitbomen zorgt voor dubbelgebruik. Verder zien we als trend dat lokale bewoners en ondernemers in de omgeving de mogelijkheid wordt geboden om (financieel) te participeren in en mee te profiteren van de ontwikkeling en beheer van grootschalige opwek (van, voor en door de samenleving). De opbrengsten (€ en kWh) van het initiatief vloeien dan maximaal terug in de gemeenschap. Bij voorkeur wordt het initiatief coöperatief ontwikkeld.
Ambities en keuzes Dit onderdeel wordt nader ingevuld mede naar aanleiding van de raadsbijeenkomst over zon en wind op 11 maart 2021.
29
6.
CULTUURHISTORIE
Bij cultuurhistorie denken we aan sporen, gebouwen, patronen, beplanting, structuren en gebieden die onderdeel uitmaken van onze leefomgeving. Al deze cultuurhistorische elementen geven op zichzelf en in hun onderlinge samenhang een beeld van een historische situatie of ontwikkeling. In West Maas en Waal zijn dat bijvoorbeeld de karakteristieke boerderijstraten, zoals de Papesteeg, met veel oorspronkelijke ruilverkavelingsboerderijen uit jaren vijftig van de vorige eeuw. Omdat cultuurhistorische waarden vaak de identiteit van een plek of gebied bepalen, is het de taak van de gemeente om deze waarden goed te beschermen, te versterken en/of te verrijken met nieuwe passende kwaliteiten. Diverse episoden uit het verleden zijn op sommige plekken echt nog voelbaar en dat maakt het gebied interessant voor de bewoners die er al decennia wonen, maar ook voor bezoekers. Door een duurzame bestendiging van cultuurhistorie blijft het verleden en de identiteit van een streek voor volgende generaties behouden, ook als handreiking en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen.
Huidig beleid Komgebied In het geldende beleid wordt ingezet op het behouden en versterken van karakteristieke landschapselementen, zoals het orthogonale patroon van de weteringen, sloten, kavels, bomenrijen en wegen zoals de hierboven genoemde boerderijstraten. Verder worden, naast eendenkooien, grienden en beeldbepalende bospercelen, ook de openheid van het komgebied (‘kamers’) en de rivierduin ten westen van Altforst genoemd als cultuurhistorische waarden die behouden en versterkt moeten worden. Naast landschapselementen moet ook monumentale en karakteristieke bebouwing worden beschermd, zoals monumenten, landhuizen, dijkwoningen, de Korenmolen én de meest waardevolle ruilverkavelingsboerderijen inclusief de karakteristieke groene windsingels rond de erven. In de Rijksvisie ‘Erfgoed en ruimte - kiezen voor karakter’ (2011) is West Maas en Maal aangewezen als één van de dertig wederopbouwgebieden in Nederland. Dit is vervolgens opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte als onderdeel van Nationaal belang 10, zijnde: ‘ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten’.
In 2016 hebben het Rijk en de colleges van burgemeester en wethouders van de dertig wederopbouwgebieden, waaronder ook het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal, een ‘Intentieverklaring Toonbeelden van de Wederopbouw’ ondertekend. De bedoeling van deze intentieverklaring is dat partijen zich over en weer zullen inspannen om de cultuurhistorische waarden uit de wederopbouwperiode als onderdeel van een ontwikkelingsgerichte bescherming te borgen in ruimtelijk beleid. De betreffende kernkwaliteiten kunnen als inspiratiebron dienen bij ruimtelijke ontwikkelingen als transformatie en revitalisatie. Hierbij is het uitdrukkelijk de bedoeling om in kansen te denken en niet in beperkingen. Oeverwallen Ook op de oeverwallen, die traditioneel worden gekenmerkt door de kleinschaligheid van het landschap, zijn diverse cultuurhistorische waarden aanwezig die behouden en waar mogelijk versterkt moeten worden. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan de oude lint- en dijkstructuren met karakteristieke bebouwing, kromme akkers, relicten van de fruitteelt en 30
zichtlijnen naar het achterliggend landschap. Oude wielen, kolken en zijwinden moeten zoveel mogelijk worden behouden evenals oude gemalen, kastelen en buitenplaatsen. Uiterwaarden In de uiterwaarden zijn het met name de oude strangen langs de Waal en de oude meanders van de Maas die als cultuurhistorisch waardevol moeten worden beschouwd. Langs het gekanaliseerde deel van de Maas moeten de karakteristieke bakenbomen in tact blijven. Ook de vorm en functie van oude wielen en kolken moet worden behouden evenals monumentale en karakteristieke bebouwing en relicten van kleiwinning.
Trends en ontwikkelingen We willen aanhaken op de trend dat cultuurhistorische elementen en de informatie hierover, veel meer dan in het verleden, wordt gebruikt om een bijdrage te leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de plek van een initiatief en zijn omgeving. Bovendien moeten krachtens de Omgevingswet regels worden opgesteld over de omgeving van beschermde monumenten. Erfgoed als de samenhangende ontwikkelingsgeschiedenis van een gebied: bebouwing, erven, wegen, gronden, beplanting. Ook zien wij kansen om de erfgoedzorg te verbinden met bestaande thema’s als recreatie en toerisme en nieuwe opgaven als energietransitie, klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit.
Ambities en keuzes Ons beleid is gericht op het behouden en versterken van bestaande cultuurhistorische waarden en te denken in kansen en niet in beperkingen voor dit gebied. Wij willen dat cultuurhistorie wordt gebruikt om een bijdrage te leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de plek van een initiatief en zijn omgeving. Eerder hebben we de bestaande cultuurhistorische waarden in kaart laten brengen door het Gelders Genootschap. Daarnaast willen we aandacht geven aan die karakteristieke elementen, principes, ruimtelijke systemen, patronen en typologieën die voor nieuwe ontwikkelingen relevant kunnen zijn. Daarbij speelt niet alleen de materiële of fysieke kant van het erfgoed een rol. We kijken vooral naar goede initiatieven die waarde creëren en waarbij cultureel erfgoed integraal is meegenomen in de planontwikkeling. Een dergelijke aanpak zou (op basis van een buitengebiedkwaliteitsplan) verder uitgewerkt kunnen worden in zogenaamde gebiedspaspoorten waarin de kernkwaliteiten voor het buitengebied worden beschreven. Per deelgebied kunnen dan passende keuzes worden gemaakt, zoals het behouden of doorontwikkelen van een eigen gebiedsidentiteit. Naast bepaalde uitgangspunten en voorwaarden, kan erfgoed dan ook worden ingezet als inspiratiebron in dienst van de samenleving.
Deze benadering sluit aan op de resultaten van de verschillende bijeenkomsten en de online-enquête die gehouden zijn in het kader van het opstellen van de omgevingsvisie. Het merendeel van de participanten is van mening dat de cultuurhistorische waarden in de gemeente beter beschermd moeten worden. Zij vinden het momenteel onduidelijk wat deze bescherming exact inhoudt en op welke gebieden dit van toepassing is. Naast bescherming moet er volgens de participanten ook
31
ruimte zijn voor nieuwe ontwikkelingen en moeten er niet te veel eenzijdige beperkingen worden opgelegd.
Vragen en discussiepunten • Vindt u dat de cultuurhistorische waarden in het buitengebied beter moeten worden beschermd? Dit zou met name gelden voor het cultuurhistorisch landschap en de boerderijstraat. • Gaan we op basis van het buitengebiedkwaliteitsplan gebiedspaspoorten opstellen, zodat cultuurhistorie integraal wordt meegenomen in de belangenafweging van nieuwe initiatieven?
32