12.4 Ruimteateliers RES 1.0 Landschappelijk perspectief
Tekst van het document
NAAR EEN RES 1.0: EEN LANDSCHAPPELIJK PERSPECTIEF RUIMTE ATELIERS RES FRUITDELTA RIVIERENLAND
NAAR EEN RES 1.0: EEN LANDSCHAPPELIJK PERSPECTIEF RUIMTE ATELIERS RES FRUITDELTA RIVIERENLAND
status datum opdrachtgever door
Bijlage bij RES FruitDelta Rivierenland 1.0 6 april 2021 Provincie Gelderland en Stuurgroep RES FruitDelta Rivierenland Feddes/Olthof landschapsarchitecten BoschSlabbers landschapsarchitecten Energie Samen Rivierenland
INHOUD 1 Inleiding
5
2 Startpunt regionale verkenning
7
2.1 Van denkrichtingen naar kansrijke gebieden Inzicht opgave 2.2 Beperkingen en randvoorwaarden 2.3 Noodzaak landschappelijk verhaal
7 7 8 17
3 De ruimte ateliers
21
4 verdubbeling bod in een landschappelijk perspectief
91
West Betuwe Neder-Betuwe Zaltbommel Culemborg West Maas en Waal Buren Tiel Maasdriel
4.1 Bij de buren 4.2 Drie scenario’s 4.3 Barometer 4.4 Landschappelijk perspectief 4.5 Eindbeeld en bod RES 1.0
22 36 42 56 60 74 82 88
91 92 95 96 99
Bijlagen100
4/110
Kaart Concept RES
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
5/110
Regio Rivierenland
1 INLEIDING Voor u ligt het verslag van de ruimte ateliers die hebben bijgedragen aan de stap van Concept RES naar RES 1.0. Het omvat niet alleen een weergave van de stappen die zijn gezet, maar biedt ook een landschappelijk perspectief voor wind en zon in Regio Rivierenland.
Bijzonder proces Het proces van de RES 1.0 heeft plaatsgevonden onder bijzondere omstandigheden. Door de maatregelen rondom COVID-19 hebben enkel rond de zomer enkele fysieke bijeenkomsten kunnen plaatsvinden, zoals met de werkgroep Elektriciteit als voorbereiding op het eerste regionale atelier. Alle ateliers, zowel regionaal als lokaal, hebben digitaal plaatsgevonden. Dat heeft een grote invloed gehad op het proces en wellicht ook de opbrengsten. Participatie vergt menselijke interactie. Een belangrijke component van het fysieke ruimte atelier is de sociale interactie en communicatie, zoals het lezen van gezichten, het laagdrempelig vragen stellen, het wegnemen van zorgen en niet te vergeten de informele sfeer nadien. Daarnaast dragen de kaarten op tafel, het samen schetsen en de onderlinge discussies ook bij aan nieuwe inzichten en ideeën. Desalniettemin was de opkomst over het algemeen groot, hebben we ook weer nieuwe mensen gesproken en was de avond vaak te kort. De bewustwording wordt groter en het draagvlak voor duurzame energie in de vorm van wind en zon groeit gestaag.
Leeswijzer Het verslag start daar waar we zijn geëindigd in de Concept RES, met ‘Een verhaal voor de RES Rivierenland’. Dit vormt het regionale kader voor de acht lokale ruimte ateliers, die in december en januari hebben plaatsgevonden. De opzet en opbrengsten van deze ruimte ateliers zijn beschreven in hoofdstuk 3. Vervolgens is dit vertaald naar een landschappelijk perspectief voor de RES FruitDelta Rivierenland, uitgewerkt in hoofdstuk 4.
6/110
Regionale kaart kansrijke gebieden
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
7/110
Regio Rivierenland
2 STARTPUNT REGIONALE VERKENNING Het startpunt voor deze tweede fase is de Concept RES FruitDelta Rivierenland en de ambitie om het bod van 0,632 TWh – dat bestaat uit projecten die de afgelopen jaren al gerealiseerd zijn en projecten die in ontwikkeling of in studie zijn – te verdubbelen, als bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh voor 2030. Daarvoor is ruimtelijk al een eerste verkenning gedaan. De opbrengsten hiervan zijn samengebracht in ‘Een verhaal voor de RES Rivierenland’ (maart 2020).
Maasdriel/Zaltbommel en West Maas en Waal; en een tweetal kommen voor de lange termijn: Buren en Zaltbommel. Voor ieder gebied geldt dat investeren in duurzame energie ook betekent investeren in landschap en omgeving.
Inzicht opgave
2.1 Van denkrichtingen naar kansrijke gebieden Het waardevolle rivierenlandschap vormt de basis voor het verhaal van de regio. Dit verhaal verschilt voor zon en wind. Waar zon vraagt om (lokaal) maatwerk is voor wind een (boven)regionale aanpak nodig. Hiervoor zijn in de Concept RES drie denkrichtingen geformuleerd: langs A15/Betuwelijn, verdeeld over de kommen en grote energieclusters. Bedoeld om het gesprek over de mogelijkheden voor wind op gang te brengen. Dit gesprek – op ambtelijk en bestuurlijk niveau – heeft afgelopen zomer plaatsgevonden en heeft geleid tot één regionale kaart met kansrijke gebieden voor de grootschalige opwek van wind (én zon), als eerste stap richting RES 1.0. Hierin vormt de A15/Betuwelijn het zwaartepunt voor de opwek van duurzame energie in de Regio Rivierenland. Daarnaast zijn een aantal kansrijke komgebieden benoemd: Culemborg/West Betuwe,
In de lokale ateliers zijn de verschillende kansrijke gebieden nader verkend. Hierbij is onder andere gekeken naar het lokale beleid, maar ook beperkingen en randvoorwaarden. Deze verkenningen hebben geleid tot aanscherpingen van de regionale kaart én concrete bijdragen aan de ambitie om het concept bod te verdubbelen.
De RES is een proces van voortschrijdend inzicht en dat geldt zeker voor het bod. We gaan uit van het concept bod van 0,632 TWh en het streven naar een verdubbeling daarvan. Dat betekent dat er tot 2030 nog eens 0,632 TWh zal moeten worden opgewekt met zon en wind. Als we dat vertalen naar een redelijke verhouding turbines en zon, dan betekent dat er nog ongeveer 24 turbines (gemiddelde opbrengst 20 GWh/j) en zo’n 160 ha zon (gemiddelde opbrengst 1,16 GWH/j) bij moeten. Bij een gelijkmatige verdeling over de acht gemeentes komt dat neer op 3 nieuwe turbines en 20 ha zon per gemeente. Sinds het conceptbod zijn er al enkele nieuwe projecten in ontwikkeling gekomen. Daarmee lijkt de ambitie om te verdubbelen haalbaar, maar niet eenvoudig.
8/110
2.2 Beperkingen en randvoorwaarden In de doorwerking naar RES 1.0 blijft het landschap richtinggevend. Om voor 2030 daadwerkelijk tot een verdubbeling van het bod te komen zal er echter ook rekening gehouden moeten worden met de beperkingen en randvoorwaarden die voortkomen vanuit beleid, wet- en regelgeving ten aanzien van zon en wind. Zo worden bewoners beschermd tegen overlast (zoals geluid en slagschaduw) door wettelijke normen en moet er voldoende afstand worden bewaard van onder andere (spoor)wegen, buis- en hoogspanningsleidingen. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de hoogte en het type turbine.
Potentiekaart wind NPRES december 2020 (in bijlage update van januari)
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
Dit resulteert in zogenaamde potentiekaarten, waarbij de groene vlakken de (resterende) ruimte tonen voor het realiseren van wind en zon. In deze kaarten is geen rekening gehouden met natuurbeleid, bijzondere cultuurhistorische waarden of specifieke belangen zoals die van Defensie.
Potentiekaart zon NPRES december 2020 (in bijlage update van januari)
9/110
10/110
Het natuurbeleid geeft aan welke plant- en diersoorten bescherming genieten, of welke gebieden. Voor het zoeken naar kansen voor zon en wind ontzien we de Natura2000-gebieden, weidevogelgebieden, rustgebieden voor ganzen en het Gelders Natuurnetwerk (GNN).
Natura 2000
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
11/110
Regio Rivierenland
Toch is er binnen dit natuurnetwerk – onder specifieke voorwaarden – soms wel ruimte voor duurzame energieprojecten. Zo blijkt uit de plaatsing van twee windturbines binnen de grenzen van het GNN bij knooppunt Deil.
GNN weidevogelgebied ganzenrustgebied GNN, weidevogelgebied en ganzenrustgebied
12/110
In het westelijk deel van de regio, van Culemborg tot aan Zaltbommel, ligt de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De linie is van bijzondere cultuurhistorische waarde, maar het beleid voor zon en wind op en rondom dit potentiële werelderfgoed is nog niet uitgekristalliseerd. Op dit moment wordt er gewerkt aan een ‘afwegingskader voor energietransitie binnen de Hollandse Waterlinies’. De kansrijkheid is echter beperkt. Nieuwe projecten dienen rekening te houden met de kernkwaliteiten. Zorgvuldig ontwerp is hierbij van belang. Wij gaan ervan uit dat er geen projecten in de schootsvelden en op of in objecten als forten en batterijen tot stand komen.
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
In Nederland staan verschillende militaire en civiele radarposten die dienen voor de vliegveiligheid en de nationale veiligheid. Windturbines kunnen verstoring op de radar veroorzaken. Om de veiligheid te borgen bestaat er een toetsingsplicht voor nieuwe windenergieprojecten. De mogelijke komst van een nieuw radarstation bij Herwijnen is zeer bepalend voor de ontwikkeling van windparken in de regio. Met name voor de gemeentes West Betuwe en Zaltbommel. Binnen 4km van een radarstation zijn geen grote turbines (>80 meter) mogelijk en binnen straal van ongeveer 25 km kunnen opstellingen de radar nog behoorlijk verstoren, zeker als ze naar de radar toewijzen. De besluitvorming over dit radarstation zal langer duren dan 1 juli. De RES 1.0 zal het dus moeten doen met deze onzekerheid.
Radarlocaties Herwijnen en Meerkerk
13/110
14/110
De Bommelerwaard en het Land van Maas en Waal zijn belangrijk oefengebied voor de helikopters van het Ministerie van Defensie. Het beschikbaar houden van oefenruimte voor laagvliegen is geen harde wettelijke eis, maar wel één van de belangen om rekening mee te houden. Wij hebben De Staf Commando Luchtstrijdkrachten om advies gevraagd voor de betreffende kansrijke gebieden. Zo gaat het plaatsen van turbines midden in de komgebieden ten koste van de beschikbare oefenruimte. Bij toekomstige windprojecten is nader overleg nodig.
Laagvlieggebied
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
Tot slot vormt ook het elektriciteitsnetwerk een belangrijke randvoorwaarde waar we in deze fase mee te maken krijgen. Niet iedere locatie is even geschikt voor de ontwikkeling van zon en/of wind. In bepaalde delen van de regio zijn de aansluitmogelijkheden beperkt, doordat het onderstation op te grote afstand ligt of omdat het simpelweg al vol is. Vooral voor zon is dit een grote beperkende factor. Zonnevelden moeten globaal binnen 5km van een aansluitpunt liggen om rendabel te zijn voor de eigenaar en vragen in vergelijking tot wind veel aansluitcapaciteit, tenzij in combinatie met windmolens aangeloten. Toch is een verdubbeling wel haalbaar, mede door het investeringsprogramma van Liander. Dit vraagt wel om een goede fasering en systeemefficiëntie: kijk waar nog ruimte is of op korte termijn ontstaat en benut deze, breng vraag en aanbod bij elkaar, zorg voor een goede verhouding tussen zon en wind en combineer waar mogelijk (cable pooling).
Elektriciteitsnetwerk
15/110
16/110
Turbines bij Deil (foto Bert Leenders)
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
17/110
Regio Rivierenland
2.3 Noodzaak landschappelijk verhaal Beperkingen en randvoorwaarden zijn van groot belang voor de haalbaarheid van projecten, maar leiden niet vanzelfsprekend tot een gewenst ruimtelijk beeld. De potentiele ruimte die resteert is niet het resultaat van gerichte ruimtelijke keuzes. Wanneer we de invulling van die ruimtes zonder sturing volledig aan de markt overlaten ontstaat bovendien een willekeur aan windparken, waarbij de gekozen opstelling vooral voortkomt uit economisch gewin. Dit vraagt om een landschappelijk verhaal voor wind. Het probleem met de huidige generatie turbines is dat deze de schaal van ons landschap overstijgen. Deze windturbines hebben geen relatie meer met ‘beneden’ en kunnen zich qua maat en schaal eigenlijk alleen meten met grootschalige infrastructuur, haven- en industriegebieden. De focus op de A15/Betuwelijn als zoekgebied voor de opwek van duurzame energie in de Regio Rivierenland is dan ook een logische. Moderne turbines worden steeds hoger. Tiphoogtes (rotor + masthoogte) van 200 meter en hoger zijn niet langer uitzonderlijk. Met dat ze hoger worden neemt de ook impact in beeld toe. De turbines zijn al van veraf zichtbaar. We kunnen deze turbines dan eigenlijk ook niet inpassen. Het is beter te spreken over toepassen. Zo kunnen de turbines een bijzonder punt markeren of een landschappelijke lijn of richting benadrukken.
Maximale invulling potentie West Betuwe, rekening houdend met beperkingen
18/110
Lijnen
Rasters
Clusters
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
Om een zo rustig mogelijk landschappelijk beeld te creëren is het zaak heldere plaatsingsprincipes te hanteren en voldoende onderlinge afstand tussen windparken te creëren. Wanneer parken te dicht op elkaar staan leidt dat tot een verstoord beeld, interferentie. Dit pleit ervoor om te kiezen voor minder, maar dan wel grotere parken met hoge turbines op voldoende afstand van elkaar. Er zijn drie types opstellingen mogelijk: lijnen, rasters en clusters. De bijbehorende principes dienen zo zuiver mogelijk te worden toegepast. Ook draagt de eenheid in vormgeving van de windturbines per opstelling (afmeting, type en kleur) bij aan een rustige uitstraling. Een verhouding tussen masthoogte en rotordiameter van 1:1 wordt esthetisch als beste verhouding beschouwd.
Toenemde grootte windturbines
19/110
20/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
21/110
Regio Rivierenland
3 DE RUIMTE ATELIERS We zijn ook deze tweede fase van de RES gestart met een regionaal atelier. In dit startatelier hebben we gezamenlijk de lijnen uitgezet voor de aanpak in de lokale ateliers. Het doel van de lokale bijeenkomsten was om een brede vertegenwoordiging van inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en gemeenteraadsleden te laten adviseren over het lokale beleid en de RES 1.0. Hoewel het accent per gemeente verschilde werd gestart vanuit het regionale perspectief om vervolgens in te zoomen op de lokale kansen en mogelijkheden. Daarbij is gekeken naar het lokale beleid, als ook naar de opbrengsten uit enquêtes en lokale bijeenkomsten. We vroegen advies over: ▪ ▪ ▪
Kaarten met begrenzing van toekomstige kansrijke gebieden voor windturbines en zonnevelden; Randvoorwaarden waar toekomstige parken én initiatiefnemers aan moeten voldoen; De hoeveelheid windturbines en zonnevelden die de kansrijke gebieden kunnen dragen (laadvermogen).
Met de input van de lokale ateliers is de regionale verkenning aangescherpt, doorvertaald naar drie scenario’s en vervolgens uitgewerkt in één landschappelijk perspectief. Deze stap stond centraal in het tweede regionale atelier en wordt beschreven in het volgende hoofdstuk. Veelgestelde vragen uit de ateliers zijn opgenomen en beantwoord in een ‘vraag en antwoord’. Deze is toegevoegd als bijlage. Op de volgende pagina’s hebben we per gemeente een korte impressie van het atelier geschetst.
22/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
West Betuwe (7-12) Opkomst Gemeente West Betuwe was wederom het eerste atelier van de serie en daarmee de eerste check of de opzet van de avond zou werken. De opkomst was groot. Na het plenaire deel namen meer dan 50 mensen deel aan de discussies in kleinere groepen. Deze sessies bleken veel te kort voor de meeste deelnemers.
Status beleid De gemeente West Betuwe heeft een Windvisie uit 2013. De ruimte voor wind in die visie is ingevuld met de 14 turbines langs de A15. Onlangs werd het Beleidskader zon vastgesteld. Dit biedt, naast zon op grote daken, ruimte voor de ontwikkeling van zonne-energie op locaties ‘hoog op de zonneladder’; bedrijventerreinen, terreinen voor nutsvoorzieningen en langs infra. Zon op landbouwgrond is uitgesloten, net als in natuurgebieden. In deze collegeperiode is er geen beleidsruimte. Daarom hebben we voor de RES 1.0 naar kansen en ambities gekeken na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022.
Kaarten Zonbeleidskader (2020) en Windvisie 2013
23/110
Regio Rivierenland
Mogelijkheden wind Er staan in West Betuwe drie mogelijke zoekgebieden op de kaart: het grootschalige open komgebied van de Tielerwaard rondom de A15, de besloten komgronden van de Beesdsche Velden en Regulieren en het gebied nabij de AVRI. Drie uiteenlopende locaties, maar wel met voldoende ruimte voor wind. Per gebied is gekeken naar mogelijkheden voor lijnen (minimaal 4 turbines), rasters en clusters. Uitgaande van de regionale kaart met kansrijke gebieden hebben de zoekgebieden rondom de A15/Betuwelijn de voorkeur. Die voorkeur werd gedeeld in het atelier. Het gaat dan om korte en langere lijnen parallel aan de infrastructuur, en het liefst zo dicht mogelijk op de weg. De grote onzekerheid die hier speelt is de mogelijke komst van de radarpost bij Herwijnen, waardoor dit zoekgebied dan vrijwel geheel komt te vervallen. In dat geval bieden de Beesdsche Velden en Regulieren nog ruimte, bijvoorbeeld in de vorm van een parallelle lijn met Culemborg. Het draagvlak voor deze locaties is erg beperkt vanwege de grote natuurwaarden en recreatieve functie van het gebied.
Beesdsche Velden
Tielerwaard
24/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines kansen verduurzamen glastuinbouw
Mogelijkheden voor lijnopstellingen met radar in Herwijnen
Regio Rivierenland
Beesdsche Velden vanaf A2 met nieuwe lijn
25/110
26/110
Nieuwe lijn vanaf provinciale weg N320
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines kansen verduurzamen glastuinbouw
Beperkte mogelijkheden voor rasters met radar in Herwijnen
27/110
28/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines kansen verduurzamen glastuinbouw
Regulieren
Mogelijkheden voor clusters met radar in Herwijnen
Regio Rivierenland
Beesdsche Velden met groot cluster
29/110
30/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Nog geen turbines bij AVRI op streetview Google Earth
Cluster aan overzijde AVRI
Regio Rivierenland
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines kansen verduurzamen glastuinbouw
Mogelijkheden voor lijnen langs de A15, radar in Meerkerk
31/110
32/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Nog geen turbines bij Deil op streetview Google Earth
Lijnopstelling vanaf knooppunt Deil richting Rotterdam
Regio Rivierenland
Lijnopstelling vanaf A15 ter hoogte van Vuren, richting Deil
33/110
34/110
Visualisatie zonnepanelen bij Deil
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
35/110
Regio Rivierenland
Mogelijkheden zon Aanvullend op het huidige Beleidskader zon bieden de bestaande, maar ook toekomstige windparken veel potentie voor een combinatie met zon. De AVRI is hiervan een goed voorbeeld, maar ook Deil biedt kansen.
Advies atelier Er zijn veel zorgen over de kwaliteit van het landschap als gevolg van deze transitie. Kijk daarom over de grenzen heen en voorkom verrommeling. Een veel gehoord advies was: benut de grootschalige infrastructuur, borduur voort op bestaande parken en koppel zon en wind. Kijk ook goed naar de aansluitmogelijkheden op het net en betrek inwoners bijtijds.
Nader onderzoek TNO Om de invloed van de radar nog beter in beeld te krijgen is een aantal opstellingen onderzocht door TNO.
36/110
Neder-Betuwe (9-12) Opkomst Het tweede atelier vond plaats in Neder-Betuwe. Hier was de opkomst aanzienlijk kleiner. Mogelijk ook door de late uitnodiging.
Status beleid Er wordt in Neder-Betuwe al behoorlijk aan de weg getimmerd als het gaat om duurzame energie. Daarbij ligt de focus vooral op land langs de grote infrastructuurbundel van A15, Betuweroute en lokaal spoor die de gemeente van oost naar west doorsnijdt. Hierbij worden de mogelijkheden verkend om grootschalige opwekking van wind- en zonne-energie te concentreren. Ook wordt het overleg met buurgemeentes gevoerd over gemeentegrens overstijgende mogelijkheden.
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
Windpark Echteld
37/110
38/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Mogelijkheden wind De mogelijkheden voor wind worden in Neder-Betuwe optimaal benut. Aan de oostzijde op de grens met Overbetuwe wordt gewerkt aan windpark Midden-Betuwe. Het gaat om circa negen turbines tussen Dodewaard en Zetten. In 2021 zal worden gestart met MER-procedure. Het geplande park zou in de toekomst nog kunnen worden verdubbeld. Aan de westzijde is het windpark Echteld bijna aan vervanging toe. Er wordt gedacht aan een opwaardering, in samenwerking met de gemeente Buren. Tot slot is er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor zon en wind op en rond het bedrijventerrein Medel/Kellen, Energiedriehoek De Betuwe. Hieruit blijkt dat er mogelijkheden zijn voor het ontwikkelen van 2-4 windturbines, maar dat deze onder andere van invloed zijn op de uitgeefbare grond en een mogelijke ontwikkellocatie.
Mogelijkheden voor wind aan de oostzijde van de gemeente, op de grens met Overbetuwe
In het atelier zijn ook uitspraken gedaan over de lange termijn. Hierbij werden delen van de uiterwaarden en het gebied rondom Dodewaard genoemd als plekken waar mogelijk ruimte zou zijn voor windmolens. Op dit moment is daar echter geen ruimte vanuit beleid, en ook ruimtelijk gezien valt dit niet binnen de zoekgebieden.
Locaties die terugkomen in de ateliers voor de lange termijn Uiterwaarden bij IJzendoorn
Locaties die terugkomen in de ateliers voor de lange termijn Gebied rond Dodewaard
Regio Rivierenland
Dubbele rij op de grens met Overbetuwe
39/110
40/110
Mogelijkheden zon Ook voor zon is er ruimte binnen de Energiedriehoek. Denk aan de grote bedrijfsdaken, de agrarische gronden tussen bedrijventerrein en Linge en de zandwinplassen aan de westzijde. Daarnaast zijn er rond de A15 en Betuwelijn diverse parken in ontwikkeling, veelal op korte afstand van bestaande dan wel geplande windparken. Een groot aantal daarvan is al meegenomen in de Concept RES.
Advies atelier Het is niet meer dan logisch om in deze gemeente te kijken naar de grote vervoersassen voor de opwek van duurzame energie in de vorm van zon en wind. Benut deze voor zowel zon (geluidsschermen, bermen) als wind (bij voorkeur lijnopstellingen). Combineer zon en wind waar mogelijk. Dat kan ook gefaseerd. En neem ook jongeren mee in deze transitie, vergroot hun kennis en neem vooroordelen weg.
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
Visualisatie van de mogelijkheid om zon en wind te combineren ten zuiden van de A15 bij Neder-Betuwe
41/110
42/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Zaltbommel (14-12) Opkomst In Zaltbommel was gekozen voor een beperkt aantal deelnemers (oa gemeente, provincie, LTO/glastuinbouw, ontwikkelaars en coöperatie) in verband met de energie-cafés die tot kort daarvoor waren georganiseerd voor alle inwoners van de gemeente.
Status beleid
liggen die nog niet vol? Men is angstig dat het hele landschap vol komt te liggen. In de eerste beleidskaarten is aangegeven waar wel of geen ruimte is voor zon en wind en onder welke voorwaarden. Daarbij is vooral gekeken naar beperkingen (zie ook H2). Voor wind is het komgebied het meest kansrijk. Voor zon zijn de mogelijkheden vooralsnog veel beperkter doordat het nu niet mogelijk is om op landbouwgronden te ontwikkelen.
ZON- EN WINDBELEID
-
INVENTARISATIE WINDENERGIE
BRAKEL
ZUILICHEM
NIEUWAAL ZALTBOMMEL
GAMEREN
POEDEROIJEN
BRUCHEM
AALST
KERKWIJK DELWIJNEN
NEDERHEMERT
Zaltbommel werkt sinds de zomer van 2020 aan een beleidskader. Eerder werd al een enquête uitgezet, waarvan de uitkomsten ook sterk overeenkwamen met de opbrengsten van de ruimte-ateliers. Afgelopen najaar werden er een aantal energiecafés georganiseerd. Daarin werden verschillende opties voorgelegd, zoals wind op de Wakkere Dijk of tussen de glastuinbouw. Net als in de enquête kwam ook hieruit een duidelijke voorkeur naar voren voor locaties langs infrastructuur, bij bedrijventerreinen en in combinatie met glastuinbouw. In ruil hiervoor geeft het merendeel aan goedkopere stroom te willen. Daarnaast vindt men het belangrijk dat omwonenden vroegtijdig meegenomen worden in het proces en dat er rekening met ze wordt gehouden door bijvoorbeeld compensatie en/of het beperken van overlast. Opvallend is dat toch nog een derde van de deelnemers zich afvraagt waarom het plaatsen van grootschalige zon en wind nu eigenlijk nodig is in het landschap. Redden we het niet met de daken en waarom
CONCEPT Legenda Windenergie niet mogelijk
Windenergie onder voorwaarden mogelijk
Windenergie mogelijk
Geplande windmolens
Bron: https://gldanders.planoview.nl/planoview/omgevingsplannen
ZON- EN WINDBELEID
-
INVENTARISATIE ZONNE-ENERGIE
BRAKEL
NIEUWAAL
ZUILICHEM
ZALTBOMMEL GAMEREN
BRUCHEM
POEDEROIJEN AALST
KERKWIJK DELWIJNEN
NEDERHEMERT
CONCEPT Concept beleidskaarten zon en wind ten tijde van atelier
Legenda Definitie groot zonnepark: meer dan 2ha Grote zonneparken nu niet mogelijk
In deze gebieden zijn grote zonneparken uitgesloten, omdat ze niet te combineren zijn met de kernkwaliteiten van de ruimtelijke functie van het gebied. Het gaat om functies: Gelders natuurnetwerk, Weidevogelgebieden, Rustgebieden voor winterganzen, Nieuwe Hollandse waterlinie en Glastuinbouw.
Grote zonneparken nu niet mogelijk
Een uitgangspunt in het zon- en windbeleid is er komen geen zonnepanelen in weilanden en landbouwgronden
Grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk
Dit zijn gebieden waar grote zonneparken wel mogelijk zijn, maar aan een aantal voorwaarden moeten voldoen. Zo kan het zijn dat er alleen tijdelijke grote zonneparken kunnen worden ontwikkeld of dat er specifieke eisen worden gesteld aan het ontwerp van het zonnepark.
Grote zonneparken mogelijk
Dit zijn gebieden waar de functies die de provincie of het rijk aan het gebied heeft toegekend geen obstakel vormen voor de ontwikkeling van grote zonneparken.
Bron: https://gldanders.planoview.nl/planoview/omgevingsplannen
Regio Rivierenland
Visualisatie ‘Wind bij de Wakkere dijk’ gebruikt voor energiecafés
43/110
44/110
Capreton
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Rondom de A2
Mogelijkheden wind Er staan in Zaltbommel twee zoekgebieden op de kaart: het open komgebied rondom de A2 en de besloten komgronden rondom de Capreton. Bekeken vanuit de potentiekaarten is de een nauwelijks geschikt, de ander heel kansrijk voor wind. Opvallend is dat ook de locatie langs de A2 waar nu drie turbines zijn gepland niet naar voren komt in de potentiekaart. Dit heeft te maken met de uitgangspunten die zijn gehanteerd voor deze kaart, namelijk voor een type turbine van 5,6 MW met een masthoogte van de turbine van 166 meter en een rotordiameter van 150 meter. Voor het windpark Bommelerwaard A2 wordt een kleiner type turbine toegepast, waardoor andere afstanden kunnen worden gehanteerd. Er is dus ook buiten de ‘groene vlekken’ nog ruimte voor wind.
Buiten de twee aangewezen zoekgebieden is er veel potentie voor wind op het schiereiland NederhemertZuid. Ook dit gebied is daarom meegenomen in de verkenning. Per zoekgebied is gekeken naar mogelijkheden voor lijnen (minimaal 4 turbines), rasters en clusters. Omdat de potentiele locaties vrijwel niet overeenkwamen met de opgehaalde voorkeurslocaties, is ook gekeken naar andere marges en kortere lijnopstellingen. Desalniettemin lijken de kansen voor wind vooral aan de zuidzijde van de gemeente te liggen. Dit stuitte op weerstand bij de deelnemers. Ook de netbeheerder uitte zijn zorgen over de aansluitbaarheid.
Nederhemert
Regio Rivierenland
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines
Mogelijkheden voor lijnopstellingen (4 turbines of meer)
45/110
46/110
Lijnopstelling haaks op Van Heemstraweg ter hoogte van Gameren
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
Lijnopstelling dwars in kom vanuit Aalst
47/110
48/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines mogelijkheden met ander marges
Mogelijkheden met net andere marges
Regio Rivierenland
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines
Mogelijkheden met kleinere lijnopstellingen (3 turbines)
49/110
50/110
Twee kortere lijnen, vanuit Aalst
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
51/110
Regio Rivierenland
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines
Mogelijkheden voor rasters
Nederhemert-zuid
52/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
potentiele locatie wind wel potentie, minder kansrijk indicatieve opstelling turbines
Mogelijkheden voor clusters
Regio Rivierenland
Cluster op schiereiland Nederhemert-Zuid vanaf de overkant bij Wellseind
53/110
54/110
Zicht op het cluster vanaf Nederhemert-Noord
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
55/110
Regio Rivierenland
Mogelijkheden zon Voor zon zijn de mogelijkheden vanuit beleid vooralsnog beperkt. Toch biedt de potentiekaart veel ruimte. Op korte termijn zijn er wellicht wel mogelijkheden voor bijvoorbeeld de extensiveringsgebieden en het gemengd landelijk gebied, of misschien in de vorm van teeltondersteunende functies. Ook de koppeling van zon en wind vinden velen logisch.
Advies atelier Ondanks de potentiekaarten zien de deelnemers, in lijn met de enquête en energie-cafés, vooral kansen voor wind langs infrastructuur en bij bedrijventerreinen. Denk daarbij aan de snelweg A2 en (in iets mindere mate) aan de provinciale weg N322, Van Heemstraweg. Voor wind is de koppeling met glastuinbouw kansrijk, zeker vanwege de ontwikkeling naar duurzaamheid in die sector. De gebruiksprofielen passen goed bij elkaar. De locatie in het landschap is hier wel een puzzel. Tenslotte wordt de Wakkere Dijk enkele keren genoemd als optie. Deze is ook in de energie-cafés besproken. Aandachtspunt is hier Natura 2000, GNN en Nieuwe Hollandse Waterlinie. Kijk voor zon vooral naar functiecombinaties. Wees echter zuinig op waardevolle landbouwgronden. Tot slot werd meegegeven om meer te communiceren over het doel, richting het brede publiek en zeker ook naar jongeren toe.
Combineren van zon en wind, visual Van Heemstraweg gebruikt bij energiecafés
Advies Defensie
De onderzochte locaties zijn nadien ook voorgelegd aan Defensie voor een advies met betrekking tot het laagvlieggebied.
56/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Culemborg (6-1) Opkomst Het lokale atelier Culemborg vormde de start van het nieuwe jaar. Er was een grote opkomst, mede door de reuring die was ontstaan rondom Windwinning Culemborg. De avond stond in het teken van zon op het land. De deelnemers waren zeer kritisch en de meningen erg divers. Wat voldoende input opleverde voor zowel de RES 1.0 als het gemeentelijke beleidskader zon.
radarpost. Als alternatieve locatie voor de radarpost is Meerkerk genoemd. Die situatie zou een beperking beteken voor nieuwe windturbines binnen de gemeente, en dan met name voor het plangebied zoals het er nu voor ligt. Binnen het atelier is hier niet verder op doorgegaan.
Status beleid De gemeente Culemborg heeft in 2017 de Windvisie vastgesteld. Inmiddels is de procedure voor het tweede windpark gestart en is er voorlopig geen plaats voor nieuwe windenergieprojecten. De gemeente werkt nog aan een beleidskader voor zon. Daarbij gaat het vooral om een uitwerking van zon op land. Culemborg heeft een flinke ambitie als het gaat om duurzame energie. De gemeente wil in 2040 energieneutraal zijn. De gemeentelijke doelstelling voor zon op land ligt tussen de 45 en 65 hectare. Hiervoor heeft de gemeente ook al verkennend onderzoek gedaan. De opbrengsten van dit atelier dragen bij aan de ontwerp zonvisie.
Mogelijkheden wind De procedure voor het tweede windpark is gestart. Er is echter nog onzekerheid aangaande de locatie van de
Bestaand zoekgebied voor Windwinning Culemborg
Regio Rivierenland
Studie van gemeente voor verschillende strategieen voor de omgang met zonne-energie
57/110
58/110
Mogelijkheden zon In de eerdere ateliers is door deelnemers benadrukt dat er nogal wat ‘restgebieden’ zijn die als eerste in aanmerking komen voor het ontwikkelen van zon: bedrijventerreinen, langs infrastructuur en restgronden. In dit atelier zijn de verschillende landschapstypen rondom Culemborg verkend op mogelijkheden voor zon op land en het ‘laadvermogen’.
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
doelstellingen voor Culemborg zijn, heldere kaders op te stellen waar projecten aan moeten voldoen en ervoor te zorgen dat omwonenden financieel mee kunnen profiteren. Faseer de ontwikkelingen, zodat er meer tijd is voor een zorgvuldige planvorming en er kan worden ingespeeld op gewijzigde ontwikkelingen. En maak vooraf duidelijk wat de aansluitmogelijkheden op het netwerk zijn. De meningen over hoe de ambities vorm (inpassen of transformeren) moeten krijgen verschillen.
De geschetste locatie Lage Veld ligt erg gevoelig vanwege de komst van de turbines. Er zijn ook deelnemers van mening dat er helemaal geen zonnevelden moeten komen. Zorg voor maatwerk, creativiteit en integraliteit. Betrek landbouw, landschap, natuur, erfgoed, recreatie, waterberging en biodiversiteit bij afwegingen en zoek meer afstemming met de buren. Duurzame energie beïnvloedt het landschap op grotere schaal dan alleen gemeente of regio.
Bij het inpassen van zon op land gaat het om behoud dan wel versterken van de landschappelijke karakteristieken, zoals het kleinschalige besloten karakter op de oeverwallen of de weidsheid en het rationele karakter van de ontginningen. Zonnevelden zouden verspreid over het landschap kunnen liggen waarbij de parken zich, zowel in opzet als omvang, verhouden tot de kavelstructuur. Een andere mogelijkheid is de transformatie van het landschap door alle zon op land te concentreren rondom het geplande windpark. In combinatie met nieuwe natuur (bossen) en recreatiemogelijkheden ontstaat een nieuw geconcentreerd energielandschap.
Advies atelier Er zijn duidelijk zorgen over de groei van zon en wind in het landschap en de impact daarvan op de omgeving. Het advies is om duidelijk te formuleren wat de
Mogelijkheden voor het inpassen van zon in een maat en vorm passend bij het landschap
Regio Rivierenland
Transformeren van een deel van het gebied tot energielandschap (wind en zon gecombineerd) om daarmee de rest van de gemeente vrij te spelen
59/110
60/110
West Maas en Waal (7-1) Opkomst Er was op allerlei manieren opgeroepen deel te nemen aan het lokale ruimte atelier, waardoor de opkomst in West Maas en Waal zeer groot was. De bijeenkomst ging niet alleen over het aanscherpen van de kansrijke zoekgebieden uit de RES 1.0, maar ook over het lokale zon en wind beleid.
Status beleid De gemeente West Maas en Waal heeft nog geen beleid voor duurzame energieopwekking in de vorm van zon en wind. In navolging van de Concept RES heeft de gemeente een lokale ruimtelijke verkenning voor zon en wind laten doen. Deze is bedoeld is om het landschappelijk laadvermogen van West Maas en Waal te kunnen bepalen en daarmee het bod voor RES 1.0. Ook de lokale verkenning neemt het landschap als vertrekpunt. Vervolgens is er gekeken naar de (on) mogelijkheden voor zon en wind. Het komgebied is het meest kansrijk voor wind. Niet alleen vanwege de beperkingen (zie H2), maar ook vanwege de maat en schaal van het landschap. De voorkeur gaat uit naar lijnopstellingen die de richting van het landschap volgen. Voor zon worden kansen gezien voor kleinschalige opstellingen (< 2ha) en lokale initiatieven op en rond de oeverwallen, aansluitend bij de dorpsranden.
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
61/110
Regio Rivierenland
De grootschalige grondgebonden zonprojecten (zonnevelden) dienen gecombineerd te worden met wind, en landen daardoor vooral in het komgebied. Dat komt overeen met het zoekgebied van de RES. Een belangrijk punt uit de verkenning is dat investeren in duurzame energie ook iets moet opleveren voor zowel landschap als omgeving. De energietransitie als gebiedsontwikkeling. Zonnevelden zouden altijd gecombineerd moeten worden met een extra inspanning voor de omgeving (sanering, natuurontwikkeling, recreatief medegebruik etc.).
Scenario’s uit Verkenning zon en wind
De verkenning heeft geleid tot een tweetal scenario’s voor wind (4 turbines) in combinatie zon (20 ha zon). In het eerste scenario worden twee zoeklocaties aangewezen aan weerszijden van kom. Het tweede scenario gaat uit van een langs de wetering.
Mogelijkheden wind Het regionale zoekgebied biedt veel kansen voor wind. De voorgestelde scenario’s deels net buiten de ‘groene vlekken’, maar de achterliggende principes – korte en langere lijnen die de landschappelijke hoofdrichting
benadrukken – zijn goed haalbaar. Er is zelfs ruimte voor enkele rasters. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden in het gebied ‘Over de Maas’ (*). Een locatie die eerder ook door de raad werd aangedragen. Er is veel te doen geweest om dit buitendijkse gebied, dat op den duur zal worden ontwikkeld tot natuurgebied. Eventuele turbines in dit gebied volgen de rivier, maar staan haaks op de overheersende oost-west richting. Daarnaast liggen ze ook erg ver van het onderstation Druten, waar de turbines in eerste instantie op zouden moeten worden aangesloten. * In de nieuwste NPRES kaarten komt deze locatie niet meer als potentieel naar voren. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de ontwikkeling tot natuurgebied.
62/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
relevant zoekgebied verkenning overige zoekgebieden verkenning indicatieve opstelling turbines
Mogelijkheden voor lijnopstellingen (4 turbines)
Regio Rivierenland
Turbines in de kom vanaf de Bovendijk bij Gouden Ham
63/110
64/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
relevant zoekgebied verkenning overige zoekgebieden verkenning indicatieve opstelling turbines
Mogelijkheden voor lijnen van drie turbines
Regio Rivierenland
Korte lijnen langs de wetering
65/110
66/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
relevant zoekgebied verkenning overige zoekgebieden verkenning indicatieve opstelling turbines
Mogelijkheden met andere marges
Regio Rivierenland
Turbines in de kom vanaf Van Heemstraweg
67/110
68/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
relevant zoekgebied verkenning overige zoekgebieden verkenning indicatieve opstelling turbines
Voldoende ruimte voor rasters
Regio Rivierenland
Turbines in rasteropstelling in de kom, vanaf Bovendijk in Maasbommel
69/110
70/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
relevant zoekgebied verkenning overige zoekgebieden verkenning indicatieve opstelling turbines
Een of meerdere clusters aan de randen van de kom
Regio Rivierenland
Cluster nabij Wamel, vanaf Van Heemstraweg
71/110
72/110
Duurzame energie als nieuwe laag in het Wederopbouwlandschap, uit Concept RES
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
73/110
Regio Rivierenland
Mogelijkheden zon Een van de ontwerpprincipes uit de verkenning is dat grootschalig zon gecombineerd moet worden aan wind. Dus alle voorstellen voor wind zouden ook gekoppeld kunnen worden aan zon op land. Op deze manier kan duurzame energie een nieuwe laag vormen in het wederopbouwlandschap.
Advies atelier De doelstelling om duurzame wind- en zonne-energie op te wekken wordt breed onderschreven, maar niet zonder voorwaarden. Toch zijn er ook mensen die liever geen windturbines en zonnevelden in de gemeente zien. De financiële opbrengsten moeten zoveel mogelijk lokaal landen. Bij bewoners, maar bijvoorbeeld ook door te investeren in voorzieningen als een sporthal of het dorpshuis, in het landschap en in recreatievoorzieningen. De opvattingen rondom zon en wind lopen uiteen. Waar de een gaat voor kleinschalig en onzichtbaar, ziet de ander wel mogelijkheden voor grotere projecten. Datzelfde geldt voor de kom als kansrijk gebied. Sommige pleiten voor behoud van dit bijzondere landschap, anderen (waaronder ook de Rijksdienst Cultureel Erfgoed) zien juist kansen voor duurzame energie als een nieuwe laag in het wederopbouwgebied. Over de uitwerking van die nieuwe laag – langs de
randen met behoud van het open middengebied of juist in het midden van de kom op voldoende afstand van de bebouwde oeverwallen – zijn de meningen verdeeld. Het advies is om te kijken naar slim dubbelgebruik, het gebruik van landbouwgronden te beperken en om zorgvuldige, integrale afwegingen te maken waarin landbouw, landschap, toerisme en erfgoed meegenomen moeten worden. Een goede fasering geeft ruimte om ontwikkelingen te spreiden in de tijd en biedt kansen om in te spelen op innovaties. Ook wordt gevraagd om goed te kijken naar ontwikkelingen in de aangrenzende buurgemeentes en -regio’s.
Advies Defensie
De onderzochte locaties zijn nadien ook voorgelegd aan Defensie voor een advies met betrekking tot het laagvlieggebied.
74/110
Buren (11-1) Opkomst In Buren was de belangstelling groot. Bijna 70 deelnemers namen deel aan zowel het plenaire deel als de gesprekken in de subgroepen. Het proces van de RES wordt in deze gemeente volledig geïntegreerd met het proces rondom het opstellen van de Burense visie op zon en wind.
Status beleid Als vervolg op de Concept RES is er in de gemeente Buren een dorpenronde geweest waarin het verhaal voor de regio, met onder andere de drie denkrichtingen voor wind, de basis vormde om op door te denken. Net voor de zomer werd de Klimaatvisie vastgesteld met daarin onder andere een aantal belangrijke voorwaarden voor de verduurzaming van de gemeente Buren, zoals dat iedereen mee moet kunnen doen en betrokken wordt en dat de opbrengsten zoveel mogelijk lokaal worden ingezet. Het beleidsplan zon en wind is nog in wording. Uitgangspunt van de visie is: om bij de ontwikkeling van zon en wind de kwaliteiten van het Burense landschap zoveel mogelijk te behouden. Daarbij is aangegeven waar de voorkeuren gemeentebreed liggen. Grootschalige ontwikkelingen van zon en wind worden gebundeld langs A15/Betuwelijn en bij Medel. In het ‘verdere gebied’ blijft wel ruimte voor lokale en innovatieve projecten.
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
75/110
Regio Rivierenland
Mogelijkheden wind Er staan in Buren twee mogelijke zoekgebieden op de kaart. Het zoekgebied in de kom, rondom het Amsterdams Rijnkanaal maakt geen deel uit van de gemeentelijke visie. Dit gebied heeft in het voortraject daarom al de status ‘onderzoeksgebied na 2030’ gekregen. Toch is de potentie voor wind hier groter dan langs de infrastructuur en bij Medel. Dat wil niet zeggen dat er niets mogelijk is in het gebied langs de snelweg, want net andere uitgangspunten leveren ook andere ‘groene vlekken’ op. Er spelen ideeën om samen met de gemeente Neder-Betuwe te kijken naar een opwaardering dan wel uitbreiding van de bestaande windparken langs de A15 en Betuwelijn. Voor Medel/Kellen is een eerste verkenning gedaan naar de mogelijkheden voor zon en wind, onder de naam Energiedriehoek De Betuwe. Dit proces is samen met de aangrenzende gemeenten Neder-Betuwe en Tiel opgepakt. De voorlopige conclusie is dat er mogelijkheden zijn voor zowel wind als zon, maar dat realisatie nog niet zo eenvoudig is. Ook voor het ‘reserve’ gebied zijn verschillende opties voor wind in beeld gebracht: langs het kanaal, parallel aan de wetering en in het Trichtse veld op de grens met West Betuwe.
Impressie energiepark Medel/Kellen uit Concept RES
76/110
Opwaarderen windpark Buren, Panderweg
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
Vanaf de provinciale weg
77/110
78/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
potentiele locatie wind zoekgebied gemeente Buren indicatieve opstelling turbines
Mogelijkheden voor wind op lange termijn (onderzoeksgebied 2030)
Regio Rivierenland
Turbines parallel aan Maurikse wetering, vanaf Hogestraat in Zoelen
79/110
80/110
Turbines langs het kanaal vanaf de kanaalbrug
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
81/110
Regio Rivierenland
Mogelijkheden zon Uitgangspunt voor Buren is dat ook voor zon de focus ligt op de zoekgebieden langs de infrastructuur en bij het bedrijventerrein. Grotere projecten zouden bij voorkeur gecombineerd moeten worden met wind. Toch gaat het ‘verdere gebied’ gaat niet op slot. Hier is wel alleen maar ruimte voor lokale en innovatieve projecten. Om aan te kunnen sluiten bij de landschappelijke kwaliteiten wordt er in de inpassingsprincipes onderscheid gemaakt tussen komgebieden en de oeverwallen.
Advies atelier Het merendeel van de deelnemers kan zich goed vinden in het idee om het accent te leggen op de corridor A15/ Betuwelijn en Medel voor de ontwikkeling van zon en wind. De weidse kommen wordt door velen als zeer waardevol gezien, ook voor weidevogels, en daarom niet kansrijk voor zon of wind. Het kanaal wordt daarentegen door sommigen nog wel als optie gezien voor een lijn windturbines. Voor zon ziet men vooral graag eerst de daken benut, de braakliggende terreinen en wateroppervlaktes. Bij voorkeur geclusterd en liefst niet zichtbaar in het landschap. Wel is er ruimte voor innovatieve ideeën en combinaties met andere functies, zoals de fruitteelt. Zorg ervoor dat de financiële opbrengsten lokaal worden ingezet en maak deze investeringen concreet. Hou rekening met biodiversiteit, recreatie en toerisme. Het advies is om ook breder te kijken. Breder als het gaat om reductie van CO2, zoals bosaanplant, en breder dan de gemeente Buren, zeker als het gaat om wind.
Verschillende inpassingsprincipes voor zon, onderscheid kom en oeverwal
5H A
2H A
25H A
10 H A
Maat en schaal van zonnevelden in het landschap
82/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Tiel (14-1) Opkomst Bij het ruimteatelier Tiel waren circa 50 mensen aanwezig bij het plenaire deel en in de subgroepen. Er werd enthousiast meegedacht, en de betrokkenheid was groot.
Status beleid Voor Medel/Kellen is een eerste verkenning gedaan naar de mogelijkheden voor zon en wind, onder de naam Energiedriehoek De Betuwe. Dit proces is samen met de aangrenzende gemeenten Neder-Betuwe en Buren opgepakt. De voorlopige conclusie is dat er mogelijkheden zijn voor zowel wind als zon, maar dat realisatie nog niet zo eenvoudig is. Op het gebied van zon wordt op verschillende zaken ingezet. In eerste instantie ligt de focus bij zon op dak. Voor bedrijventerreinen Medel en Kellen worden daar de mogelijkheden in beeld gebracht, en ook zullen de daken van gemeentelijke gebouwen voor zonnepanelen worden ingezet. Daarnaast zijn er meerdere pilots voor dubbel ruimtegebruik, waarvan er 1 in Wadenoijen succesvol is; zonnepanelen boven zacht fruit. Ook worden de mogelijkheden voor zon langs de A15zone verkend (OER programma van het Rijk).
Voor Medel/Kellen is een eerste verkenning gedaan naar de mogelijkheden voor zon en wind, onder de naam Energiedriehoek De Betuwe. Dit proces is samen met de aangrenzende gemeenten Neder-Betuwe en Buren opgepakt. De voorlopige conclusie is dat er mogelijkheden zijn voor zowel wind als zon, maar dat realisatie nog niet zo eenvoudig is.
Daarnaast is er het onderzoek naar de mogelijkheden voor zon en wind op en rond het bedrijventerrein Medel/Kellen, Energiedriehoek De Betuwe. Hieruit blijkt dat er mogelijkheden zijn voor het ontwikkelen van 2-4 windturbines, maar dat deze onder andere van invloed zijn op de uitgeefbare grond en een mogelijke ontwikkellocatie.
Op het gebied van zon wordt op verschillende zaken ingezet. In eerste instantie ligt de focus bij zon op dak. Voor bedrijventerreinen Medel en Kellen worden daar de mogelijkheden in beeld gebracht, en ook zullen de daken van gemeentelijke gebouwen voor zonnepanelen worden ingezet. Daarnaast zijn er meerdere pilots voor dubbel ruimtegebruik, waarvan er 1 in Wadenoijen succesvol is; zonnepanelen boven zacht fruit. Ook worden de mogelijkheden voor zon langs de A15zone verkend (OER programma van het Rijk).
In Tiel komt de mogelijkheid om kleinere windmolens te koppelen aan de erven in het buitengebied vaak terug. Deze windmolens zouden niet worden aangesloten op het net, maar ‘achter de meter’.
Mogelijkheden wind Binnen de gemeente Tiel staan twee zoekgebieden voor wind op de kaart: er zijn mogelijkheden om het windpark bij de AVRI uit te breiden ten zuiden van de A15. Dit is ook de enige locatie binnen de gemeente die vanuit de potentiekaarten naar voren komt. De mogelijkheden verder langs de snelweg zijn beperkt, ook door het Lingelandschap dat hier door de infrabundel wordt doorsneden.
Referentie kleine windmolen
Regio Rivierenland
Een lijn van maximaal 3 molens ten zuiden van de snelweg bij de Avri
83/110
84/110
Een lijn van maximaal 3 molens ten zuiden van de snelweg bij de Avri
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Regio Rivierenland
Turbines in een lijntje langs de snelweg
85/110
86/110
Mogelijkheden zon Tiel is een relatief kleine gemeente, waarbij een groot deel van het grondoppervlak bebouwd gebied is. De mogelijkheden voor grootschalige zonneparken zijn dan ook zeer beperkt. Uitgangspunt voor Tiel is dat ook voor zon de focus ligt op de zone langs de infrastructuur en bij het bedrijventerrein. De vraag langs de infrastructuur is hoe zon zou kunnen combineren met andere kansen, zoals het initiatief van de “Langste Boomgaard van Europa”, en hoe breed het zoekgebied voor zon rondom de infrabundel zou kunnen zijn. Daarbij worden ook de kansen om vormen van dubbel ruimtegebruik te optimaliseren, zoals zonnepanelen boven zacht fruit.
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Voor zon worden vooral kansen gezien langs de A15/ Betuwelijn, waarbij niet alle ruimte hoeft te worden benut. Een combinatie met groen (boomgaard) wordt door velen als interessante optie gezien. Ook zon in combinaties met andere functies (boven fruitteelt, op grote daken, portalen boven A15) en op restgronden worden als kansrijk gezien. Maak zon verantwoord zichtbaar en neem de recreatieve waarden van Tiel mee in de afwegingen. Voor een deel van de aanwezigen is ontwikkeling van enkele windturbines langs de A15, tegenover de AVRI een logische keuze. Voor een ander deel juist niet, omdat de omgeving al wordt belast met de bestaande
windturbines. Dit vraagt daarom een zorgvuldige afweging van mogelijke effecten, voor- en nadelen. Medel/Kellen wordt als goede locatie gezien voor het ontwikkelen van duurzame energie. Juist omdat de impact op het landschap hier vrij beperkt is. Er is echter twijfel over de beschikbare ruimte. Zorg ervoor dat de opbrengsten bij omwonenden en bij inwoners van Tiel terecht komen. Denk aan geld, maar ook in de vorm van werkgelegenheid. Het betrekken van omwonenden is belangrijk en zoek waar mogelijk de samenwerking met ondernemers. Beide moeten kunnen participeren in de planvorming als er concrete projecten worden voorbereid.
Advies atelier Veel aanwezigen onderschrijven het zoeken naar mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie vanuit de houding ‘onderzoek wat er mogelijk is’. Benut de kansen van innovatie, slimme manieren van opwek en denk ook aan alternatieven, zoals kleinere molens, waterkracht en warmte. Er is echter weinig steun voor het ontwikkelen van zon op landbouwgronden en een enkeling vindt dat er in Tiel helemaal geen ruimte is voor wind.
Hoe breed is het zoekgebied voor zon langs de infrabundel, en welke functies kunnen gecombineerd worden voor een sterk verhaal?
87/110
Regio Rivierenland
Langste boomgaard van Europa
Verbeelding van de manier hoe zonnepanelen samen met fruitbomen een duurzaam en ruimtelijk aantrekkelijk visitekaartje voor de regio kunnen vormen
88/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Maasdriel (18-1) Opkomst
gemeenteraad het document voor de zomer vaststelt.
De laatste in de serie was het lokale atelier in Maasdriel. De avond was bedoeld om te informeren over de RES. Het atelier volgde direct op de inspraakperiode van de Concept Visie Zon en Wind. De opkomst was groot.
Net als in de RES vormt het landschap de basis voor de visie. Het uitgangspunt is dat wanneer er zon of wind bijkomt, de karakteristieken van het landschap niet verloren gaan en liefst worden versterkt. Naast oeverwallen, komgronden en uiterwaarden is er ook gekeken naar het bebouwde landschap en de infrastructuur die het landschap doorsnijdt. Er is dus niet zozeer gekeken naar beperkingen, maar vooral naar mogelijkheden. Mogelijkheden zoals de inwoners van Maasdriel die zien. Deze zijn vertaald naar een kansenkaart. Waarin groen staat voor grote kansen voor zon en wind, en donkeroranje voor zeer beperkte kansen. Het bebouwde landschap heeft geen kleurcode gekregen, omdat wind hier eigenlijk geen rol speelt en het vooral zal gaan om zon op dak. Daarnaast zijn er ook voorwaarden benoemd waaronder die ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Zoals een verplicht participatieplan waarin je laat zien hoe je de omgeving betrekt, maar ook dat de opbrengsten direct iets moeten opleveren voor de inwoners van Maasdriel, zoals goedkope stroom.
Status beleid Het afgelopen half jaar heeft Maasdriel gewerkt aan de Visie Zon en Wind Maasdriel. De visie biedt een afwegingskader voor nieuwe initiatieven en ontwikkelingen met betrekking tot zon en wind: waar kan het wel, waar liever niet en op welke manier dan? Voor het opstellen van de visie zijn de bewoners van Maasdriel zoveel als mogelijk betrokken. Zo zijn de resultaten van de eerste ruimte ateliers meegenomen en is er begin september een enquête uitgezet, die werd door meer dan 500 mensen is ingevuld. De vragen uit de enquête hadden betrekking op het belang van duurzame energie, randvoorwaarden voor het ontwikkelen van zon- en windparken en voorkeurslocaties. In oktober zijn er twee digitale werksessies geweest, waarin met over deze onderwerpen is doorgepraat. De komende periode worden alle reacties beoordeeld en wordt er gekeken op welke punten de visie zal worden aangepast. De aangepaste versie van de visie wordt besproken met de raadscommissie Ruimte. Het streven is dat de
Mogelijkheden wind Het zoekgebied van de RES komt grotendeels overeen met het meest kansrijke gebied uit de visie. Er is in deze zone zeker nog ruimte voor extra turbines, bijvoorbeeld aansluitend op de geplande windparken bij Zaltbommel en Hoenzadriel. Ook buiten de kansrijke zone liggen
potentiele gebieden, maar deze komen niet overeen met de voorkeurslocaties uit de visie.
Mogelijkheden zon De mogelijkheden voor zon beperken zich in eerste instantie ook tot de zone rondom de A2, het spoor en in iets mindere mate in de kom. Het liefst gekoppeld aan wind. Voor ieder landschapstype zijn spelregels opgesteld met betrekking tot onder andere de omvang, hoogte en inpassing. Maar de meeste voorkeur gaat vooral uit naar zon op dak.
Advies atelier Omdat de avond een informerende opzet had is er geen aanvullend advies opgesteld voor de RES 1.0.
Regio Rivierenland
89/110
90/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
potentiele locatie wind weinig draagvlak kansrijk gebied en potentie wind bestaande windturbines turbines in ontwikkeling Overzicht lokale zoekgebieden
Regio Rivierenland
4 VERDUBBELING BOD IN EEN LANDSCHAPPELIJK PERSPECTIEF De regio kent zowel gebieden met een groter ‘laadvermogen’, zoals de zone rondom A15 en Betuwelijn, waar het landschap wel tegen een stootje kan; als kwetsbare gebieden, zoals het pittoreske Lingelandschap. De kansrijke gebieden spelen daarop in. Met de opbrengsten van de lokale ateliers kunnen we deze gebieden aanscherpen, als ook op basis van het lokale beleid in het juiste perspectief plaatsen.
4.1 Bij de buren We starten niet met een onbeschreven blad. Er zijn bestaande zonne- en windparken als ook vergevorderde plannen. Zij vormen immers de basis van het concept bod. Daarnaast zijn er ook in de aangrenzende regio’s projecten en plannen voor deze transitie. In de ateliers werd hier regelmatig naar gevraagd. Ook deze ontwikkelingen zijn van invloed op het beeld. Aan de noordzijde grenst Rivierenland aan de regio’s U16 en Foodvalley. De plannen voor deze regio’s zijn nog weinig concreet. In Utrecht zijn er wel ontwikkelingen langs het Amsterdam-Rijnkanaal en nabij de snelwegen A27 en A2. In het gebied tussen Rhenen en Wageningen hebben beide gemeenten een eerste stap gezet om gezamenlijk te gaan onderzoeken waar en of er ruimte is voor wind. In de regio’s Alblasserwaard en Arnhem/ Nijmegen, aan weerszijden van de regio, wordt ingezet ontwikkelingen langs infrastructuur, met A15/Betuwelijn
91/110
92/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
en provinciale Maas en Waalweg als overlappende lijnen. Aan de zuidzijde van de regio is onlangs besloten dat er duurzame energie mag worden opgewekt in de Lithse polder en zien we ontwikkelingen nabij Waalwijk.
4.2 Drie scenario’s Met al deze opbrengsten hebben we drie scenario’s geschetst vanuit een landschappelijk oogpunt. We hebben hierin rekening gehouden met de bestaande parken en ontwikkelingen, ook bij de buren, en de onzekerheid omtrent de radar. We hebben niet gekeken naar de aansluitbaarheid op het netwerk. De scenario’s zijn wel doorgerekend door Liander. Per scenario hebben we ook een doorkijk geschetst na 2030. Scenario 1: Energie-as In het eerste scenario zetten we volop in op het ontwikkelen van duurzame energie langs de A15/ Betuwelijn. De geplande windmolenparken langs de A2 zijn een vast gegeven. We hebben gemerkt dat er veel draagvlak voor deze optie is, maar ook vanuit landschappelijk oogpunt is het een logische lijn om op door te ontwikkelen. Het gaat dan om korte en langere lijnen die de oost-west richting, de landschappelijke richting van het rivierenland, benadrukken. Tussen de windparken liggen grote vensters die zicht bieden op het landschap en bijzondere overgangen markeren.
Scenario 1: Energie-as
93/110
Regio Rivierenland
Door vol in te zetten op deze energie-as kunnen de tussenliggende gebieden, zoals het Lingelandschap en het Wederopbouwlandschap van West Maas en Waal, worden gevrijwaard van turbines. Ook na 2030 biedt deze lijn nog voldoende ruimte om op door te ontwikkelen, bijvoorbeeld door lijnen te verdubbelen. Eventueel kunnen op de lange termijn nog de oost-west georiënteerde provinciale wegen worden ingezet. Binnen dit scenario is het logisch om het zwaartepunt voor zon ook langs de infrastructuurbundel te realiseren. Daarbij kan gedacht worden aan de ruimtes direct langs, en in de omgeving van de weg en het spoor. Hierdoor wordt de infrabundel echt de drager voor duurzame energie in de regio. Door het zwaartepunt op de A15/Betuwelijn zal niet iedere gemeente op eenzelfde manier kunnen bijdragen in het bod. Scenario 2: Grote infrastructuur + radar Ook in het tweede scenario is een koppeling gelegd met infrastructuur, maar is ook rekening gehouden met de komst van een radar in Herwijnen. Dat betekent dat we in dit deel van de regio weinig met wind kunnen. Om de ambitie van verdubbeling van het bod te kunnen behalen zal er in dit scenario ook langs A2 en het Amsterdam-
Scenario 2: Grote infrastructuur + radar
94/110
Naar een RES 1.0: een landschappelijk perspectief
Rijnkanaal moeten worden ontwikkeld. Ook hier geldt dat er tussen de windparken voldoende ruimte moet worden bewaard om zicht te houden op het landschap. De ruimte voor ontwikkeling van wind is in dit scenario veel beperkter door de impact van de radar. Hierdoor zullen de windparken veel dichter opeen liggen. Met het oog op de toekomst biedt dat ook kansen voor het doorontwikkelen van deze knooppunten, vaak gelegen bij grote bedrijventerreinen, tot grotere energieclusters, waarbij wind en zon zoveel mogelijk gecombineerd worden. Denk hierbij aan Medel/Kellen. Door de grotere clusters van zon en wind kunnen andere delen van het landschap juist gespaard blijven. De spreiding van ontwikkelingen over de acht gemeentes is in dit scenario evenwichtiger verdeeld. Tegelijkertijd heeft de radar een enorme impact op het ruimtelijke beeld. Scenario 3: Lokale projecten Het laatste scenario heeft landschappelijk niet de grootste voorkeur, maar is wel een hele pragmatische en verschilt niet veel van de huidige ontwikkelingen. Er wordt in dit scenario niet ingezet op regionale of bovenregionale structuren, maar op lokale oplossingen. Het houdt in dat er verspreid over de regio, per gemeente, kleinere clusters duurzame energie worden ontwikkeld die bijdragen aan lokale investeringen
Scenario 3: lokale projecten
95/110
Regio Rivierenland
in het landschap en omgeving. De landschappelijke voorwaarde is dat het daadwerkelijk gaat om kleine clusters van 3 tot 4 turbines, in combinatie met zon en op voldoende afstand van elkaar. Zonneparken binnen dit scenario kunnen door de hele regio ontwikkeld worden, waarbij de schaal en het karakter van landschap de maat en landschappelijke inpassing van de zonneparken bepalen. Hierbij zou altijd gezocht moeten worden naar meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld in de vorm van agrarisch gebruik, natuurontwikkeling, recreatie, of waterberging.