CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

12.3 Impact van RES1.0 op het energienet

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Regionale Energie Strategie 1.0 FruitDelta Rivierenland16.957 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30

Strategie | benodigde netaanpassingen: totaal overzicht (HS/TS) -1Netvlak

Overbelast station

Overbelasting door

Oplossing

Opgenomen in Investeringsplan 2020?*

Doorlooptijd ***

Kosten (in mln €)

Benodigde ruimte

Inschatting haalbaarheid voor 2030

HS

Zaltbommel 150 kV

Opwek en afname

Opgenomen in bestaande planning: station Zaltbommel wordt uitgebreid

Ja

2023 gereed

3,4 – 6,8

n.v.t.

✓

HS

Tiel 150kV

Opwek

Uitbreiding wordt binnenkort uitgevoerd

Ja

2023 gereed

3,4 – 6,8

n.v.t.

✓

HS

Dodewaard 150kV

Opwek

Nieuw HS-station – een onderzoek naar de mogelijkheden start binnenkort

Nee

3 – 5 jaar

5,7 – 11,3

15.000 - 40.000 m2

✓

TS

Culemborg 50kV

Opwek

Nieuw TS- (maar waarschijnlijk HS-)station in zoekgebied A – een onderzoek naar de mogelijkheden start binnenkort

Nee

2,5 – 5 (TS) of 7 (HS) jaar

2,9 – 5,7 (TS)

1.800 - 2.200 m2 (TS)

✓

HS

Druten 150kV

Zie rapportage regio Arnhem/Nijmegen

HS

p.m.

Zoekgebied B – omgeving knooppunt Deil

15.000 - 40.000 m2

HS

p.m.

Zoekgebied C – tussen Tiel en Dodewaard

15.000 - 40.000 m2

HS

p.m.

Zoekgebied D – zuidelijk deel Bommelerwaard

15.000 - 40.000 m2

* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en op laagspanningsniveau (LS) is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur. Voor kosten en benodigde ruimte zijn Liander-typische kengetallen gebruikt.

Legenda:

✓ Waarschijnlijk gereed voor 2030 ? Onzeker of deze gereed is voor 2030 ? Waarschijnlijk niet volledig en overal

realiseerbaar voor 2030

31

Strategie | benodigde netaanpassingen: totaal overzicht (MS)

-2-

Netvlak

Overbelast station

Overbelasting door

Oplossing

Opgenomen in Investeringsplan 2020?*

Doorlooptijd ***

Kosten (in miljoenen €)

Benodigde ruimte

Inschatting haalbaarheid voor 2030

MS

Poederoijen 10kV

Afname

Opgenomen in bestaande planning van uitbreidingen in voedingsgebied station Zaltbommel

Ja

2023 gereed

2,5 – 4,9

1.600 - 2.000 m2

✓

MS

Zuilichem 10kV, 20kV

Afname

Opgenomen in bestaande planning van uitbreidingen – wordt omgezet in nieuw HS station

Ja

2023 gereed

5,7 – 11,3

15.000 - 40.000 m2

✓

MS

De Epen 10kV

Afname

Opgenomen in bestaande planning van uitbreidingen in voedingsgebied station Zaltbommel

Ja

2023 gereed

2,5 – 4,9

1.600 - 2.000 m2

✓

MS

Velddriel 10kV

Opwek

Opgenomen in bestaande planning van uitbreidingen in voedingsgebied station Zaltbommel

Ja

2023 gereed

1,1 – 2,1

900 - 1.100 m2

✓

MS

Leuven 10kV

Opwek

Opgenomen in bestaande planning van uitbreidingen in voedingsgebied station Zaltbommel

Ja

2023 gereed

2,5 – 4,9

1.600 - 2.000 m2

✓

MS

Neerijnen 10kV

Opwek en afname

Opgenomen in bestaande planning van uitbreidingen in voedingsgebied station Zaltbommel

Ja

2023 gereed

3,6 – 7,1

1.600 - 2.000 m2

✓

MS

Buurmalsen 10kV

Opwek

Niet uitbreidbaar; nieuwbouw chronologisch ná station Culemborg vereist

Nee

5 – 7 jaar

2,5 – 4,9

1.600 - 2.000 m2

✓

MS

Zwarte Paard 10kV

Opwek

Niet uitbreidbaar; nieuwbouw vereist

Nee

2,5 - 3 jaar

2,5 – 4,9

1.600 - 2.000 m2

✓

* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en op laagspanningsniveau (LS) is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur. Voor kosten en benodigde ruimte zijn Liander-typische kengetallen gebruikt.

Legenda:

✓ Waarschijnlijk gereed voor 2030 ? Onzeker of deze gereed is voor 2030 ? Waarschijnlijk niet volledig en overal

realiseerbaar voor 2030

32

Strategie | benodigde netaanpassingen: totaal overzicht (MS)

-3-

Netvlak

Overbelast station

Overbelasting door

Oplossing

Opgenomen in Investeringsplan 2020?*

Doorlooptijd ***

Kosten (in miljoenen €)

Benodigde ruimte

Inschatting haalbaarheid voor 2030

MS

Wamel 10kV

Opwek

Niet uitbreidbaar; nieuwbouw vereist

Nee

2,5 - 3 jaar

3,6 – 7,1

1.600 - 2.000 m2

✓

MS

Veldsteeg 10kV

Opwek

Niet uitbreidbaar; nieuwbouw vereist.

Nee

2,5 - 3 jaar

2,5 – 4,9

1.600 - 2.000 m2

✓

MS

MS kabels 10kV

Opwek en afname

Verzwaren van MS kabels

**

45,9

**

?

LS

LS kabels 400V

Opwek en afname

Verzwaren van LS kabels

**

37,0

**

?

* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en op laagspanningsniveau (LS) is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur. Voor kosten en benodigde ruimte zijn Liander-typische kengetallen gebruikt.

Legenda:

✓ Waarschijnlijk gereed voor 2030 ? Onzeker of deze gereed is voor 2030 ? Waarschijnlijk niet volledig en overal

realiseerbaar voor 2030

33

Strategie | Toelichting haalbaarheid & laagspanning Investeringsplannen

Iedere regionale netbeheerder publiceert tweejaarlijks een investeringsplan met een zichttermijn van tien jaar. In deze investeringsplannen staan de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen beschreven. Deze plannen vormen de formele vaststelling (toetsing door de Autoriteit Consument en Markt) van de meerjarige investeringsplannen van Liander. De investeringsplannen van Liander zijn onder andere gebaseerd op marktinformatie, scenario's en transitieplannen van de regio en gemeenten. In het Investeringsplan 2020 zijn de RES-plannen helaas nog beperkt meegenomen. Dit komt voornamelijk door de timing en de onzekerheid: de concept RES was nog niet gereed en tevens nog niet formeel vastgesteld door de overheden ten tijde van het opstellen van het Investeringsplan 2020. In het Investeringsplan 2022 nemen de netbeheerders waar mogelijk de informatie over duurzame opwek plannen vanuit de RES mee. Meer lezen over de Investeringsplannen? Klik hier

De inschatting van haalbaarheid

Het opnemen van benodigde aanpassingen aan het energienet in de investeringsplannen van de netbeheerders zorgt voor duidelijkheid over de timing van de uitvoering. Voor de netuitbreidingen die op dit moment zijn opgenomen in de investeringsplannen, schatten we in dat deze voor 2030 gerealiseerd zijn. Ook werkzaamheden die al in voorbereiding zijn, zijn opgenomen in de tabel met een positieve inschatting van haalbaarheid voor 2030. Niet alle werkzaamheden die op korte termijn worden uitgevoerd, worden opgenomen in het IP: urgente zaken en nieuwe inzichten nopen soms tot snel handelen. Langere termijn, planbare aanpassingen worden altijd opgenomen in het IP. Bij het opstellen van de investeringsplannen kijken we naar het totale werkpakket van de netbeheerders en een haalbare fasering in tijd.

Netimpact op MS kabelniveau en laagspanningsniveau is niet uitgewerkt

De belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net is nog niet meegenomen in deze netimpactanalyse. Op dit deel van het elektriciteitsnet zullen nog vele aanpassingen nodig zijn door zowel de opwek van zonne-energie op daken als de warmtetransitie. Aanpassingen zijn bijvoorbeeld nieuwe midden-of laagspanningskasten in woonwijken en het verzwaren van kabels. Deze impact is naar verwachting groot. We verwachten dat de impact in ruimte en kosten hierdoor nog 20 - 40% extra zal stijgen. Hiernaast is weergegeven welke spanningsniveaus zijn meegenomen in deze impact analyse.

Werkzaamheden aan een LS kast. De impact op laagspanningsniveau is nog niet meegenomen in deze impactanalyse.

34

Aanbevelingen voor systeemefficiëntie Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio FruitDelta Rivierenland. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen (potentie) om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030 De vergelijking met de concept RES is lastig te maken omdat het aantal hectares zon (op land en dak) zowel als het aantal windturbines fors is verhoogd. Hieronder is een oordeel opgenomen over hoe het bod scoort op de verschillende ontwerpprincipes. Het toepassen van systeemefficiëntie is mede bepalend voor draagvlak en daarmee haalbaarheid van de RES. Bijvoorbeeld door minder openbrekingen van straten, minder ruimtebeslag en lagere kosten aan infrastructuur door efficiëntere benutting. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage worden deze toegelicht. 1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet

Zeer veel potentie

Het heeft grote meerwaarde om gebruik te maken van bestaande en binnenkort beschikbaar komende capaciteit. Versnel daarom, in lijn met de kernboodschap TIMING – HOEVEELHEID – LOCATIE (zie netbeheerderszienswijze), initiatieven die aansluiten op het station Tiel en in de Bommelerwaard. Daar komt immers tussen nu en 2023/2024 veel capaciteit bij en kan eenvoudig duurzame opwek worden aangesloten.

2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

Veel potentie

Er is veel potentie om vraag en aanbod beter te koppelen. Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt afgenomen, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Dan hoeft immers minder energie getransporteerd te worden en zijn minder kabels nodig. Zet daarom in op concentratie van zonopwek rond de grote stations (zoekcirkel 5 à 10km), met name in Tiel en Zaltbommel.

3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

Veel potentie

Er wordt door de regio al redelijk goed ingezet op wind voor de duurzame opwek. Het opgesteld vermogen van zon, zowel op land als op daken, groeit echter vele malen harder. De wind/zonverhouding verslechtert daardoor waardoor meer inzet op wind nodig is om de balans te herstellen. Bij een betere balans kan meer energie worden opgenomen met de dezelfde infrastructuur dus tegen lagere kosten voor de maatschappij.

4. Clusteren van duurzame opwek projecten

Zeer veel potentie

Er liggen zeer veel kansen voor clustering; een paar grootschalige projecten leveren veel op voor systeemefficiëntie, vergeleken met vele kleine projecten. Mogelijkheden daarvoor liggen in het huidige RES 1.0 bod met name in Buren, Culemborg, Maasdriel en Neder-Betuwe. Stuur daar op zoninitiatieven van meer dan 10MW aansluitwaarde (dus minstens 10ha).

5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit

Veel potentie

Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Dat scheelt fors in kabels en transformator. Dit is ondertussen standaard praktijk. Ook cable pooling levert heel veel op voor het efficiënt benutten van de netten. Daar kan de regio een meer stimulerende / faciliterende houding in aannemen. 35

Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma Op tijd starten met de benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur zorgt ervoor dat de opleverdatum van duurzame opwekprojecten en de benodigde uitbreidingen aan de infrastructuur behaald worden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kan tot een beter en sneller planproces leiden. Dit doen we graag in een gezamenlijk governance die duidelijk maakt waar en hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen.

Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie

In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie-infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren

Door verder vooruit te kijken, is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Een actieve meedenkende houding in het zoeken naar geschikte locaties zorgt voor een grotere kans op succesvolle uitvoering van de ambities in de RES.

Starten waar capaciteit beschikbaar is

Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stationsuitbreidingen in andere gebieden.

Stap

Elektriciteitsstation

Tijd 2021

2022

2023

1

Tiel

Nu: 4 windturbines binnen 10km van station Nu: uitbreiding plannen en bouwen

2a

Zaltbommel*

Nu: 15 ha zon binnen 10km van station Nu: uitbreiding plannen en bouwen

2b

Zuilichem*

Nu: uitbreiding plannen en bouwen

3a

Dodewaard

3b

Druten

4a

Omgeving knooppunt Deil*

4b

Omgeving Culemborg*

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

12 windturbines binnen 10km van station

5 windturbines binnen 10km van station 5 ha en 3 windturbines binnen 10km van station

Vanaf Q1: onderzoek, later plannen en bouwen Nu: 4 windturbines binnen 10km van station Vanaf Q1: onderzoek, later plannen en bouwen

4 windturbines binnen 10km van station

4 windturbines binnen 10km van station

Mogelijk nieuw station. Nog te bepalen: onderzoek, planning en bouwen

4 turbines binnen 10km van station

Mogelijk nieuw station. Nog te bepalen: onderzoek, planning en bouwen

3 turbines binnen 10km van station

Liander activiteiten

Andere activiteiten

Voorbeeld uitvoeringsprogramma

Hierboven een voorbeeld van de planning die is gepubliceerd met de Netbeheerderzienswijze vlak na de zomer van 2020. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur. 36

Aanbevelingen | tijdig ruimte veiligstellen Tijdig starten met planprocedures en planprocedures versnellen

Zonder de juiste planologische bestemming kan een beoogde locatie niet tot ontwikkeling komen. Start tijdig met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur. Dit voorkomt een mismatch tussen de opleverdatum van duurzame opwekprojecten en de benodigde uitbreidingen aan de infrastructuur. We zien grote verschillen in doorlooptijden van vergunningsverlening en het wijzigen van bestemmings- of omgevingsplannen tussen de verschillende gemeenten en provincies. In de figuur hiernaast is weergegeven wat indicatieve doorlooptijden zijn voor het bouwen van een nieuw station. Onderzoek hoe planprocedures versneld kunnen worden, bijvoorbeeld door te leren van de aanpak van andere overheden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kan tot een beter en sneller planproces leiden.

Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid

Energieopwekking is een nieuwe ruimtevrager. Daarnaast is door de toenemende energieopwek meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en in mindere mate voor windmolens is dit een herkenbaar probleem. Maar voor de netverzwaring zelf, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels, is ook ruimte nodig. Ruimte die schaars is en ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet. Bevoegde gezagen kunnen als volgt zorgen voor ruimte voor energieinfrastructuur in beleid: • In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de boven- en ondergrondse energie-infrastructuur sluit de omgevingsvisie goed aan op toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. • Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma worden de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. Een pilot van dit programma wordt door de NPRES nu opgestart. • In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan.

Liander beschikt over veel kennis van de planologische ruimte die nodig is en welke

•

belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt eind 2020 een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Buitenplanse vergunningen zijn en blijven een mogelijkheid om tot realisatie van de nieuwe energie-infrastructuur te komen. Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn voor het kunnen afwijken van het geldende planologische regels. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitbreiding van station Barneveld in de gemeente Barneveld.

Actieve meedenkende houding door bevoegd gezag van groot belang

De nieuw aan te leggen energie-infrastructuur heeft fysieke ruimte nodig. Liander wil door middel van strategische grondverwerving vooruitlopen op de netverzwaring. We kunnen daarmee het vertragingsrisico verkleinen. Voor strategische grondaankoop kijkt Liander daarom 10 jaar vooruit naar het oplossen van knelpunten. We kunnen dit alleen doen in samenwerking met het bevoegde gezag omdat de grondaankopen moeten passen in het (toekomstige) en lokale ruimtelijke beleidskader. Een actieve meedenkende houding in het zoeken naar geschikte locaties zorgt voor een grotere kans op succesvolle uitvoering van de ambities in de RES.

Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0

1

2

3

4

5

6

7

jaren

Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station Planprocedures

Nieuw MS station Nieuw MS/LS station

Uitvoering Onzekerheid

37

Aanbevelingen | mensen, middelen, landelijke kaders Wijs bindende zoekgebieden en uitsluitingsgebieden aan Zoekgebieden, zoeklocaties en definitieve locaties helpen om accuraat te voorspellen waar de duurzame opwek zal komen binnen de regio. We vragen de overheden hier om een stevige regierol, waarin projecten buiten deze zoekgebieden ook niet langer worden vergund. Ook als er nog geen concrete projecten binnen deze zoekgebieden zijn, kunnen de modellen van Liander een inschatting maken van een realistische vermogensspreiding binnen deze gebieden. Ook relatief grote bindende zoekgebieden hebben dus al toegevoegde waarde wanneer projecten daarbuiten ook daadwerkelijk worden uitgesloten.

Samen tekorten op de arbeidsmarkt aanpakken

Het tekort aan technisch personeel gaat zorgen voor vertragingen. Gericht arbeidsmarktbeleid kan het verschil maken, zowel op landelijk als regionaal niveau. Stimuleer dat mensen in uw regio enthousiast worden om de techniek in te gaan en zorg ervoor dat er voldoende opleidingsmogelijkheden zijn. Onderzoek mogelijkheden voor regionaal samenwerken aan Human Capital Agenda's voor (technische beroepen in) de energiesector.

Tijdig beschikbaar krijgen van materialen door gezamenlijke prognoses

Voor het realiseren van de benodigde uitbreidingen zijn naast voldoende personeel ook materialen nodig. Materialen moeten tijdig besteld worden, denk dan aan transformatoren, kabels, etc. Om te anticiperen op deze schaarste en te kunnen beschikken over benodigde materialen, is het nodig om samen te werken en goede prognoses te maken.

Gezamenlijk aandacht vragen voor landelijke maatregelen

Om te komen tot een effectieve en tijdige uitvoering van de RES is een aantal landelijke maatregelen nodig. Wij vragen de regio om samen richting het Rijk aandacht te vragen voor: •

Het samenbrengen van de verschillende beleidssporen en sectorale plannen (RES, NAL, TvW, PEH, CES/MIEK) in een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om tot integrale keuzes en prioritering te komen.

•

Aanpassing van de SDE-systematiek, zodat projecten die duurder uitvallen omdat wensen van de omgeving worden meegenomen (bijv. biodiversiteit bij een zonnepark), realiseerbaar blijven. De SDE-systematiek gaat uit van de laagste kosten per techniek.

Maatschappelijke aspecten, zoals aandacht voor biodiversiteit en groene inpassing, zijn kostenverhogend en vallen dus snel buiten de mogelijkheden van de SDE regeling. Dit heeft effect op de uitvoering omdat dit projecten zijn die juist in de RESsen kunnen rekenen op draagvlak. •

Verken met gemeenten en provincies de mogelijkheden voor versnelling van de ruimtelijke processen.

•

Maximale benutting van het bestaande net door een zo snel mogelijke inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur zodat de reservecapaciteit in het hoogspanningsnet kan worden ingezet als spitsstrook voor het transport van elektriciteit uit duurzame opwek (AMvB N-1).

•

Ruimte in wet- en regelgeving voor (tijdelijke) alternatieve oplossingen als er sprake is van transportschaarste. Zoals congestiemanagement, pieken aftoppen en dynamisch terugleveren.

•

Maatregelen die ertoe leiden dat er meer technici worden opgeleid voor de energietransitie.

•

Ruimte in warmtewetgeving, zodat gemeenten keuzevrijheid en voldoende flexibiliteit hebben om tot maatwerkoplossingen te komen, inclusief de mogelijkheid om bedrijven in publiek eigendom, waaronder de netwerkbedrijven, aan te kunnen wijzen als warmtebedrijf.

38

Vervolg van het proces Samenwerken aan een uitvoeringsprogramma

We trekken graag samen op in het ontwikkelen van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om de ambities om te zetten in concrete plannen. We kijken uit naar het plan dat de regio zal schrijven over hoe het vervolg in te richten van de samenwerking op het gebied van de energietransitie na het inleveren van RES 1.0: de Rivierenlandse route naar RES 2.0 Elke RES-regio, zo ook FruitDelta Rivierenland, staat voor een flinke uitdaging om de verschillende belangen te wegen bij het realiseren van het bod RES 1.0. Liander draagt graag bij door inzicht te bieden in het energienet en daarbij oplossingen aan te dragen die de maatschappelijke kosten en maakbaarheid ten goede komen.

Afstemming met andere RES regio's

Door Rivierenland is er 'over de grenzen gekeken' in het denken over het bod RES 1.0. Interregionale afstemming, met name richting regio's Arnhem/Nijmegen en ook FoodValley, is van belang omdat ontwikkelingen op elkaar ingrijpen. Wind- en zoninitiatieven worden mogelijk aangesloten op hetzelfde gedeelde station: concreet gaat het voor Rivierenland om de stations in Dodewaard en Druten.

Wilt u als regio nog andere scenario's laten doorrekenen?

Houd dan, te zijner tijd, rekening met een doorlooptijd van het netimpact bepalen proces van minimaal 4 weken.

39

7. Bijlagen Verdieping

Bronnen en verwijzingen

Afkortingen en terminologie

Toelichting op werkwijze

Netimpactanalyse TenneT

40

Verdieping

Ontwerpprincipes systeemefficiëntie

Detailinformatie scenario's

Relatie tussen elektriciteits- en gasnet

41

Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (I) Slimme oplossing

Wat is het?

Wat levert het op?

Cable pooling

'Cable pooling' is het benutten van één aansluiting door meerdere partijen ('kabel delen'). • Eerste toepassing is het slim koppelen van nabijgelegen wind- en zonneparken door ze aan te sluiten op één netaansluiting. Zo wordt de energie-infrastructuur beter benut. Zon en wind zijn namelijk complementair aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Tweede toepassing is het aansluiten van duurzame opwek op een bestaande aansluiting waarop energie wordt afgenomen.

•

'Aftoppen' is het afvlakken van de hoogste pieken in opwek door ontwikkelaars zelf. Zij benutten dan niet de maximale capaciteit van zonnepanelen door een lager omvormer-vermogen te installeren. • Zonnepanelen worden op hun piekvermogen aangesloten op het netwerk. Die piek komt echter maar een paar uur per jaar voor. • Door zonnepanelen op deze piekmomenten te begrenzen ('af te toppen'), kan de infrastructuur veel efficiënter worden benut. . • We zien in de praktijk dat deze mate van aftoppen al standaard wordt toegepast door de projectontwikkelaars/klanten (vanwege kleine/goedkopere omvormers en lagere aansluitwaarde en -kosten).

•

'Curtailment' is het door de netbeheerder actief aftoppen van de productie bij dreigende schaarste in het net. • Bij een dreigende storing schakelt de netbeheerder een opwekinstallatie (gedeeltelijk) af.

•

Aftoppen

Curtailment

•

• • • •

Wie gaat er over?

Door cable pooling wordt de capaciteit van het elektriciteitsnet veel beter benut. Door het combineren van zon en wind op één kabel kan tot wel vier keer zoveel energie getransporteerd worden als alleen zon op dezelfde kabel. Daarnaast verbetert de businesscase voor ontwikkelaars: zij besparen op de investeringskosten voor aansluitingen en netaanpassingen en op de jaarlijkse kosten voor het gebruik ervan.

•

Het aftoppen van opwekpieken draagt bij aan het niet hoeven verzwaren van het net. Door zonnepanelen af te toppen op 70%, wordt er slechts 3% minder energie opgewekt. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend. Met een geringe reductie in energie opwek kan dus een kwart van de benodigde netuitbreidingen voorkomen worden. Opwekkers hebben een financieel voordeel, omdat zij kunnen volstaan met kleinere omvormers en een kleinere netaansluiting.

•

In gebieden waar schaarste op het net is, kan door curtailment toch (deels) worden teruggeleverd. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend.

•

•

•

•

Ontwikkelaars van nabijgelegen zon- en windparken of ontwikkelaars en grote afnemers kunnen gezamenlijk slimme combinaties onderzoeken, samen met de netbeheerder en eventueel gefaciliteerd door gemeenten vanuit hun regierol in de RES. Wel is er een speciale juridische constructie nodig, omdat de koppeling tussen de deelnemende wind- en zonneparken plaatsvindt achter de aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Ontwikkelaars kunnen er zelf voor kiezen om hun installaties af te toppen. Installateurs kunnen de installaties op de juiste manier configureren.

Netbeheerders nemen het initiatief om in afstemming met de klant curtailment in te regelen en uit te voeren. Wetgeving staat het in Nederland netbeheerder echter op dit moment nog niet toe om actief curtailment toe te passen.

Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (II) Slimme oplossing

Wat is het?

Wat levert het op?

Evenwichtige verdeling zon & wind

Evenwichtige verdeling van zon & wind houdt in dat het opgestelde vermogen aan duurzame opwek in een regio voor ca 50% uit zonnepanelen bestaat en voor ca 50% uit windturbines. • Zo wordt infrastructuur beter benut doordat zon en wind complementair zijn aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Voldoende gebruik maken van wind is vanuit het energiesysteem gezien wenselijk aangezien windturbines efficiënter gebruik maken van het elektriciteitsnet dan zonnepanelen. Het waait immers vaker dan dat de zon schijnt.

•

Loslaten van redundantie houdt in dat voor transport van duurzaam opgewekte energie de 'vluchtstrook' van het elektriciteitsnet wordt benut. • Elektriciteitsstations zijn overal dubbel - oftewel redundant ontworpen. Dat betekent dat als één component uitvalt, de andere het over kan nemen, waardoor de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening ten alle tijden gewaarborgd is. • Dat is vanzelfsprekend van cruciaal belang voor het leveren van energie. • Maar de maatschappelijke impact van een zonnepark dat enkele uren niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een stad die enkele uren in het donker zit.

•

Loslaten redundantie

•

• •

Wie gaat er over?

Met dezelfde infrastructuur kan met windenergie tot wel 3x zoveel energie opgewekt worden als zon. Door een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind toe te passen, wordt de infrastructuur het meest efficiënt benut. Immers, de infrastructuur wordt dan zowel gebruikt als het hard waait én als de zon volop schijnt.

•

De regio kan in de RES kiezen voor een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind

Door het loslaten van redundantie kan tot wel het dubbele van de huidig beschikbare netcapaciteit worden gebruikt voor duurzame opwek zonder fysieke uitbreidingen te realiseren. Daarmee wordt ook fysieke ruimte voor infrastructuur verminderd en worden lange doorlooptijden voorkomen. In deze netimpact analyse is het loslaten van redundantie meegenomen waar dat mogelijk is.

•

Liander zal in de nabije toekomst vereenvoudigde aansluitconcepten (zoals loslaten van redundantie) toepassen. Bij wet is de netbeheerder echter gehouden aan de regel dat ze moet zorgen voor 'voldoende reservecapaciteit voor het transport’. Deze wet is momenteel in beweging, waardoor er onzekerheden zijn over de toepassing van deze slimme oplossing.

•

•

Detailinformatie wind: concept RES & doorgerekende variant t.b.v. RES 1.0 De locaties van de aangegeven hoeveelheden wind liggen in het algemeen nog niet vast. Op basis van een grove lokalisering aangegeven door de regio, laat deze figuur slechts zien hoe de verschillende windlocaties (met turbines van 5MW per stuk) zouden worden aangesloten op de infrastructuur.

Detailinformatie zon: concept RES & doorgerekende variant t.b.v. RES 1.0 De locaties van de aangegeven hoeveelheden zon liggen nog vrijwel nergens vast. Op basis van een zeer grove lokalisering aangegeven door de regio, laat deze figuur slechts zien hoe de verschillende zonnevelden zouden worden aangesloten op de netinfrastructuur. Veelal, zo is daarbij de verwachting, zullen de velden per stuk maximaal 10ha groot zijn.

1,45MWp per hectare – aftoppen op 70% | AC5 duidt op een klein veld (max 2MW (2 à 3ha)

Detailinformatie zon op dak (>15kWp): verschil concept RES & RES 1.0 Concept RES

In de concept RES is na analyse van dakoppervlakken in Rivierenland gekozen voor een aandeel van 100ha zon op dak (>15kWp). Daarbij is een vermogen gehanteerd van 0,95MWp per hectare en wordt voor de energieopbrengst gerekend met 1.000 vollasturen per jaar.

RES 1.0

Ten behoeve van de aangeleverde gegevens voor het bod RES 1.0 zijn de uitgangspunten van de regio als volgt: • Voor het Basisjaar heeft de regio cijfers van Liander als startpunt gebruikt. Deze laten zien dat in 2019 (het Basisjaar) in Rivierenland sprake is van een opgesteld vermogen van 48,3MWp zon op dak in de categorie grootverbruikers. • De regio heeft voor de periode tot aan 2030 op basis van eigen analyses bepaald dat hierop een groei met een factor van circa 5 mogelijk is; een groei met 245,6MWp tot 310MWp opgesteld vermogen in 2030. • Om de ruimtelijke verdeling over Rivierenland te kennen, is o.a. gebruik gemaakt van de verdeling van de vermogens zon op dak over CBS-buurten volgens de gegevens van NPRES uit het Invulformulier Zon op Dak (>15kWp). • De regio gaat verder uit van een op dak opgesteld vermogen van 1,45MWp per hectare (gelijk aan grondgebonden zon – maar dan zonder aftoppen op 70%). • De opbrengst wordt bepaald door met 900 vollasturen per jaar te rekenen. NB.: in de fase na de laatste doorrekening zijn er voor zon op dak door de regio nog een aantal kentallen en berekeningen aangepast waardoor het finale bod RES1.0 afwijkt van de doorgerekende variant.

Indicatie van relatie tussen elektriciteits- en gasnet

47

Bronnen en verwijzingen

48

Bronnen en verwijzingen Titel

Omschrijving

Bron

Basisinformatie over energie-infrastructuur, opgesteld voor de Regionale Energie Strategieën, Netbeheer Nederland, mei 2019

Een introductie op en beschrijving van rollen in de elektriciteits- en gasmarkt, typen van elektriciteits- en gasstations, kosten van het bouwen van een station en aanleggen van nieuwe verbindingen in tijd, geld en ruimte, de impact van verschillende (warmte)scenario's op het elektriciteitsnet, basis ontwerpprincipes voor de inpassing van hernieuwbare productie, kosten van verwijderen van gasleidingen en –stations.

https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/ Basisdocument_over_energieinfrastructuur_143.pdf

Onderzoek naar toekomstbestendige gasdistributienetten, Netbeheer Nederland, juli 2018.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is, dat het bestaande gasnetwerk met de juiste maatregelen prima ingezet kan worden om duurzame gassen zoals (100%) waterstof en biomethaan te distribueren. GT-170272

https://www.netbeheernederland.nl/Toekomstbest endigegasdistributienetten

Factsheets over de relatie tussen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en RES, Elaad, december 2019.

Tien factsheets met achtergrondinformatie over de relatie tussen de NAL en de RES. Het doel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur is voorbereid op de grootschalige uitrol van elektrisch vervoer. In de NAL wordt beschreven hoe we tot voldoende laadpunten komen om al deze auto's slim op te laden.

https://www.elaad.nl/projects/nal-res/

Verantwoording gebruikte gegevens netimpact proces via het Nationaal Programma RES

Op de website van het Nationaal Programma RES is informatie te vinden over de gebruikte back-up en basisgegevens voor het bepalen van de netimpact. Deze gegevens worden gebruikt wanneer er geen gebruik gemaakt kan worden van regiospecifieke informatie vanuit de invulformulieren.

https://www.regionaleenergiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulfo rmulieren/default.aspx

Potentieel van lokale biomassa en invoedlocaties van groengas. Een verkenning voor 2030, CE Delft, januari 2020

In de studie is verkend hoeveel groengas uit lokale biomassa zou kunnen worden ingevoed in het openbare aardgasnet in 2030 en wat de locaties van invoeding zouden kunnen zijn. Hiervoor is bestudeerd hoeveel biomassa er economisch beschikbaar kan komen voor groengasproductie en -invoeding in 2030. De studie beperkt zich tot biomassareststromen.

www.ce.nl, publicatienummer 190281

Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld. In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen. II3050 49

Afkortingen en terminologie

50

2. Terminologie en afkortingen Afkorting

Betekenis

Eenheden

Betekenis

Terminologie

Betekenis

HS

Hoogspanning (>50kV). Hoogspanningsnetten worden gebruikt als nationale hoofdtransportnetten, welke middels een middenspanningstussenstap bij de gebruikers als laagspanning terecht komen.

TWh

TeraWattuur. Staat gelijk aan 109 kilowatttuur. Het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van heel Nederland wordt uitgedrukt in terawattuur.

Netimpact

kWp

KiloWattpiek. Eenheid om piekvermogen uit te drukken.

De netbelasting op installatieniveau. De berekening houdt rekening met vermogens en profielen van alle energievragers en –aanbieders. Dit dynamische samenspel resulteert in de belasting van de Liander installaties welke in magnitude en lengte kan worden uitgedrukt, met mogelijke knelpunten (overbelasting) tot gevolg.

Knelpunt

Tussenspanning (50kV). Op sommige locaties in Nederland wordt elektriciteit op hoogspanning direct omgezet naar middenspanning. Op andere plekken zit er nog een spanningsniveau tussen, de zogenoemde tussenspanning. Dit verschil is historisch ontstaan.

W

Een overbelasting op installatieniveau waarbij flexibele oplossingen geen hulp kunnen bieden. Dit geldt voor een overbelasting van >10% van de installatiecapaciteit OF >1% van het jaar.

Congestiemanagement

Congestiemanagement gebruikt prijsmechanismes en marktwerking om het aanbod en de vraag naar elektriciteit te sturen. Goede uitleg via: https://www.tennet.eu/nl/elektriciteitsmarkt/nederlandsemarkt/congestiemanagement/

MS

Middenspanning (1-20kV)

Vluchtstrook / redundantie / reservecapaciteit

LS

Laagspanning (<1kV)

*)

Hierboven genoemde voltages gelden specifiek voor het Liander netwerk

Het elektriciteitsnet is in heel Nederland redundant uitgelegd. Als één component uitvalt kan een andere verbinding het altijd overnemen. Het netwerk is echter 99,997% van de tijd niet in storing en dus wordt voor het grootste deel van de tijd niet op zijn maximale capaciteit gebruikt. Het is te vergelijken met een vluchtstrook op de snelweg. Dit wordt alleen tijdens de spits gebruikt en is voor de rest van de uren zinloos asfalt. De (maatschappelijke) impact van een zonnepark dat zeg 4 uur niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een ziekenhuis. Daarom is het niet-redundant aansluiten van duurzame opwek een goede benutting van het bestaande elektriciteitsnetwerk. Iets meer risico voor projecten, maar er is meer mogelijk en leidt tot een beter ingericht net.

Cable pooling

Bij cable pooling worden nabijgelegen wind- en zonneparken slim gekoppeld door de projecten op één netaansluiting aan te sluiten. Zonnepanelen en windmolens zijn in hoge mate complementair: Een windmolenpark benut gemiddeld dertig procent van de netaansluiting en een zonnepark slechts tien procent. Het gevolg is dat de energieinfrastructuur niet volledig wordt gebruikt. Met cable pooling wordt de capaciteit van de elektriciteitskabel beter benut. Daardoor gaat er minder energie verloren en wordt de energievoorziening stabieler.

TS

MW

Watt. Dit beschrijft de energie per tijdseenheid (Joule per seconde). MegaWatt is 106 (1 miljoen) Watt.

A

Ampère. Een eenheid van elektrische stroomsterkte.

V kV

Volt. Eenheid van elektrische spanning. kiloVolt: 1000 Volt.

VA

Voltampere. Een eenheid van complexe of schijnbaar elektrisch vermogen, weergegeven met symbool VA dat in het geval van gelijkstroom gelijk is aan de Watt.

J

Joule. Energie-eenheid. (VA=W=J/seconde)

m3

Kubieke meter

51

Toelichting op werkwijze

52

Netimpact bepalen werkproces toegelicht Het werkproces

De energietransitie van fossiele bronnen naar duurzame opwekking, de toenemende rol van elektriciteit in het dagelijkse leven en de economische groei, vereisen een continue en tijdige doorontwikkeling van het energiesysteem. Om de impact van regionale keuzes inzichtelijk te maken hebben de netbeheerders in samenspraak met PBL en NP RES het "netimpact bepalen" werkproces ontwikkeld. Het proces bestaat uit drie stappen: 1. Invulformulieren voor energievraag en -aanbod: Voor alle relevante energievragers en – aanbieders zijn invulformulieren opgesteld. Hiermee ontstaat inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod over de tijd heen. Zodra een regio de netimpact van een regionaal scenario van ontwikkelingen wil laten doorrekenen kunnen de formulieren gedeeld worden met de regionale netbeheerder in de regio. 2. Analyse, begrip en oplossingen: De netbeheerders zullen de invulformulieren met informatie over de toekomstige energievraag en -aanbod toetsen aan de huidige elektriciteits- en gasinfrastructuur. Binnen Alliander wordt hiervoor het systeem AndesLight gebruikt (zie hiernaast voor meer informatie). Uit dit systeem wordt duidelijk waar de huidige infrastructuur ontoereikend is, de zogenoemde knelpunten. Zodra knelpunten in beeld zijn wordt onderzocht waardoor ze ontstaan en wat mogelijke oplossingen kunnen zijn. 3.

Inzicht in impact oplossingen: De resultaten van de tweede stap worden gebundeld in deze rapportage. Hierin wordt de impact geduid in de doorlooptijd die nodig is om aanpassingen te realiseren, het ruimtebeslag dat de aangepaste infrastructuur met zich meebrengt en de kosten die gemaakt worden voor het maken van de aanpassingen. De systemische analyse van mogelijkheden om impact op infrastructuur te verkleinen wordt samengevat tot aanbevelingen voor de regio.

Doorberekeningen met Andes-light

Andes-light is een systeem dat door Liander gebruikt wordt om de belasting op het energienet in kaart te brengen. Hiermee kunnen we per gebied de netimpact bepalen van toekomstige netontwikkelingen op zowel elektriciteit- als gasniveau. Andes-light maakt gebruik van een rekenkern genaamd ANDES. Deze simuleert de netimpact van individuele segmenten op basis van vermogen, stroom en profielen, en is hiermee in staat het samenspel van energievragers en -opwekkers in kaart te brengen. De impact van grootschalige opwekkers (zonneweides en wind) worden op de hoofdinstallaties van Liander - lees koppelpunten met TENNET - gemodelleerd. Dit zijn de 150 en 110 kV installaties. Alle andere opwekkers en vragers vinden hun weg via het dichtstbijzijnde en meest toepasselijke laag, midden en hoogspanningsnet. Regio's/gemeentes hebben zelf geen directe toegang tot het systeem. Wel nodigen we iedereen die dat nuttig vindt uit om contact met ons te zoeken bij vragen.

53

Netimpactanalyse TenneT

54

Netimpactanalyse concept-RES'en 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht TenneT TSO Oktober 2020 Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

Netimpactanalyse door TenneT

56

•

In de zomer van 2020 heeft TenneT de netimpact bepaald van alle concept-RES-sen, waarvan de regionale netbeheerders tot die tijd één of meer doorrekeningen hadden gedaan. De impactbepaling is uitgevoerd per hoogspanningsdeelnet. Dit is een deel van de 110/150kV-netten, dat qua bedrijfsvoering als een aparte entiteit kan worden beschouwd en dat geografisch meestal één of soms twee of drie provincies omvat.

•

De regionale netbeheerders hebben aan TenneT de gegevens ter beschikking gesteld, die zij hebben ontvangen van de betreffende RES-regio’s.

•

Als de RES-regio aan de regionale netbeheerder had gevraagd om meer dan één scenario door te rekenen, heeft de regionale netbeheerder de gegevens aan TenneT overlegd, die conform het uiteindelijke concept-RES-scenario waren of daar zo dicht mogelijk bij in de buurt lagen.

•

TenneT heeft de ontvangen gegevens vergeleken met de uitgangspunten voor het Investeringsplan Net op land 2020-2029 (hierna: IP2020), dat TenneT op 1 oktober 2020 heeft gepubliceerd. In dit IP is niet uitsluitend rekening gehouden met de ontwikkeling van duurzame opwek op land, maar óók met verwachte ontwikkelingen op het gebied van wind op zee, industrie en mobiliteit. Daar waar de concept-RES-gegevens daar aanleiding toe gaven zijn aanvullende berekeningen gedaan.

•

De uitkomsten van de analyses van de regionale netbeheerders en TenneT sluiten soms niet naadloos op elkaar aan. Hierover is nog nadere afstemming nodig tussen de netbeheerders.

•

In deze rapportage wordt eerst ingegaan op de projecten, die in het IP2020 zijn opgenomen. Dit zijn projecten, die in de realisatiefase zijn, dan wel in de basisontwerpfase, dan wel in de studiefase. Daarna wordt de netimpact van de concept-RES besproken in relatie tot de projecten – en de daaraan ten grondslag liggende voorziene knelpunten in het net – uit het IP2020.

•

TenneT heeft in het najaar van 2020 nieuwe gegevens ontvangen van de regionale netbeheerders. Dit zijn gegevens van de RES 1.0 scenario’s van de RES-regio’s. TenneT heeft deze cijfers vergeleken met de gegevens uit de concept-RES scenario’s en heeft voor de onderhavige RES-regio geconstateerd, dat de veranderingen in de data niet tot wezenlijke verandering leiden van de voorziene impact op het hoogspanningsnet. De voorliggende rapportage geeft daarom óók een goed beeld van de impact van het RES 1.0 scenario op het hoogspanningsnet.

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht 63

65

12 81

80 73

83 45 13

82

76 79

18

31

74

69

65

65

63

32

68 71 65

66 62 70

57

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

29

67 Studie Basisontwerp Realisatie

Specificatie projecten: zie volgende pagina’s

Specificatie belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht 380 kV-projecten: 12

Opwaarderen transportcapaciteit 380 kV-verbinding Ens-Lelystad naar 2 x 2.635 MVA.

13

Opwaarderen transportcapaciteit 380 kV-verbinding Diemen-Lelystad naar 2 x 2.635 MVA.

18

Studie naar capaciteitsuitbreiding verbinding Diemen-Lelystad met extra circuit.

29

Studie naar realisatie nieuw 380kV-station Wijchen om groei duurzame opwekking in Gelderland en NoordOost Brabant te faciliteren.

31

Studie naar opwaardering transportcapaciteit 380kV-verbinding Doetinchem-Hengelo naar 2 x 2.635 MVA.

32

Studie naar opwaardering transportcapaciteit 380 kV-verbinding Dodewaard-Doetinchem naar 2 x 2.635 MVA.

45

Uitvoeren van een studie naar een nieuw 380/150 kV-station Almere waarmee een deelgebied (pocket) kan worden gerealiseerd voor het faciliteren van grootschalige datacenters en duurzame opwek in Almere en Zeewolde.

65

58

Uitvoeren van een studie naar de daadwerkelijke opsplitsing van het 150 kV-net in Flevoland, Gelderland en Utrecht in deelgebieden (pockets). Hiervoor zijn uitbreidingen op en/of nieuwe 380 kV-stations nodig. Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

Specificatie belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht 62 63

66 67 68

69

70

71

59

150 kV-projecten: Aanleg van een nieuw 150 kV-kabelcircuit tussen Zaltbommel en opstijgpunt Wamel (richting Druten). Eerste fase richting opsplitsing van net 150 kV-net in Flevoland, Gelderland en Utrecht in deelgebieden (pockets). Hiervoor worden twee dwarsregeltransformatoren in Utrecht Lage Weide geplaatst en een derde 380/150 kV-transformator in 380 kVstation Lelystad. Uitvoeren van een studie naar de versterking van het 150 kV-net in het Rivierenland (o.a. Tiel, Zaltbommel en Culemborg). Uitvoeren van een studie naar de versterking van het 150 kV-net in de Achterhoek (o.a. Doetinchem, Winterswijk en Lochem). Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-station bij Oudenrijn inclusief verhoging transportcapaciteit van de 150 kVverbinding tussen Utrecht Lage Weide en nieuw 150 kV-station Oudenrijn. Uitvoeren van een studie naar de vervanging 150 kV-kabelverbinding tussen Utrecht Lage Weide - opstijgpunt Gageldijk (richting Soest). Uitvoeren van een studie naar de plaatsing van twee 150/20 kV-transformatoren van Liander bij Zuilichem en twee 150 kVcircuits tussen Zuilichem en Zaltbommel. Realiseren van een nieuw 150 kV-station bij Oosterhout (Nijmegen Noord) voor het aansluiten van transformatoren van Liander.

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

Specificatie belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht 150 kV-projecten (vervolg): 73

Realisatie van nieuw 150 kV-station Dronten Olsterpad.

74

Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-station bij Harselaar.

76

Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-kabelcircuit naar Almere.

79

Als gevolg van een aanvraag van een windpark en Liander het uitbreiden van de 150 kV-installatie Zeewolde.

80

Als gevolg van een aanvraag van een windpark en Liander het uitbreiden van de 150 kV-installatie Lelystad.

81

Als gevolg van een aanvraag van Liander het uitbreiden van de 150 kV-installatie Dronten.

82 83

60

Als gevolg van een aanvraag van Liander het uitbreiden van de 150 kV-installatie Almere. Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-station in de omgeving van vliegveld Lelystad.

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

Netimpact concept-RES 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht Het 150 kV-net in Flevoland/Gelderland/Utrecht wordt – met name door aanpassingen op stations – volgens de huidige inzichten opgesplitst in zes zogenoemde pockets. Dit zijn relatief kleine deelnetten met ieder een aansluiting op het 380 kV-net, zodat opgewekte stroom die niet in dezelfde regio wordt gebruikt snel kan worden afgevoerd naar en via het 380 kV-net. In Flevoland (of meer specifiek in de Flevopolders) gaat het om twee pockets: één achter het uit te breiden 380/150 kV-station Lelystad en één achter het nieuw te realiseren 380/150 kV-station bij Almere. Het 150 kV-net in de Gelderland wordt opgesplitst in drie pockets: één achter het uit te breiden 380/150 kV-station Doetinchem, één achter het uit te breiden 380/150 kV-station Dodewaard en één achter het nieuw te realiseren 380/150 kV-station omgeving Wijchen. Het 150 kV-net in Utrecht komt als pocket achter het uit te breiden 380/150 kV-station BreukelenKortrijk. De concept-RES-opgave voor Flevoland-Gelderland-Utrecht* is in totaal groter dan waar rekening mee is gehouden in IP2020. Dit wordt met name veroorzaakt door een significant grotere opgave van grootschalig zon-PV opwek in de provincie Gelderland. Hierdoor wordt de nut en noodzaak voor het opsplitsen van het FGU- net in pockets nogmaals bevestigd.

Naast het realiseren van de pockets zijn naar verwachting extra 150 kV-netinvesteringen noodzakelijk, in het gebied tussen Dodewaard, Renkum, Arnhem en Nijmegen. Samen met Liander zal nader moeten worden bestudeerd of dit leidt tot extra 150kV-stations en/of – verbindingen binnen de voorziene pockets Dodewaard en Wijchen en/of tot investeringen in het net van Liander. De knelpunten in Flevoland-Gelderland-Utrecht worden nu voornamelijk veroorzaakt door de ontwikkeling van duurzame opwek (zon-PV en wind). De projecten die reeds zijn geïnitieerd zijn in ieder geval noodzakelijk om de (concept-)RES-opgave te kunnen faciliteren. Mede doordat de uitkomsten van het overleg met Liander over eventuele aanvullende investeringen nog niet bekend zijn, is het nog onzeker of de hele (concept)-RES-opgave vóór 2030 door TenneT kan worden gefaciliteerd. Tot het moment dat de benodigde netuitbreidingen gereed zijn bestaat de mogelijkheid dat er niet in alle gevallen voldoende transportcapaciteit beschikbaar is om het duurzaam opgewekte vermogen te kunnen transporteren naar de eindgebruikers. Beperking van de netimpact is mogelijk door grootschalige opwek te concentreren, bij voorkeur in nabijheid van de koppelstations. In algemene zin wordt aanbevolen om toename en locatie van duurzame opwek enerzijds en het beschikbaar zijn en komen van netcapaciteit anderzijds goed op elkaar af te stemmen.

Waarbij het combineren van duurzame opwek en belasting (gebruik) ook wenselijk is. * Het 110 kV-net in de Noordoostpolder wordt beschreven bij de behandeling van het 110 kV-deelnet Overijssel-Noordoostpolder. * Vanuit RES-regio U16 zijn geen opgaven ontvangen. Hiervoor zijn de IP prognoses van Stedin gehanteerd. 61

Oktober 2020

.

C1 - Publieke Informatie

Disclaimer Deze powerpoint wordt u aangeboden door TenneT TSO B.V. (“TenneT”). De inhoud ervan - alle teksten, beelden en geluiden - is beschermd op grond van de auteurswet. Van de inhoud van deze powerpoint mag niets worden gekopieerd, tenzij daartoe expliciet door TenneT mogelijkheden worden geboden en aan de inhoud mag niets worden veranderd. TenneT zet zich in voor een juiste en actuele informatieverstrekking, maar geeft ter zake geen garanties voor juistheid, nauwkeurigheid en volledigheid.

TenneT aanvaardt geen aansprakelijkheid voor (vermeende) schade, voortvloeiend uit deze powerpoint, noch voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van gegevens en informatie op deze powerpoint.

62

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10086975/1