CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Regionaal beleidsplan GGZ Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang ‘Samen Dichtbij’ 2018-2020

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Verlenging Beleidsplan GGZ Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang ‘Samen Dichtbij’ tot 202637.247 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Bij het bevorderen van de acceptatie en participatie van mensen hebben onder meer hulpverleners, zoals ambulant begeleiders en FACT-teams, een belangrijke rol door ervoor te zorgen dat cliënten actief kennismaken met hun buren en dat hulpverleners bereikbaar zijn voor het geval het misgaat. Als er een beschermde woonvorm komt in een

Een ander voorbeeld dat mensen met een psychische beperking kan helpen om zich thuis te voelen in een buurt zijn de Wijkringen (ook wel Buurtcirkels genoemd) die bestaan uit deelnemers die elkaar ondersteunen bij alledaagse dingen, samen boodschappen doen of elkaar gewoon even bellen bijvoorbeeld. De Wijkring wordt gecoördineerd door een vrijwilliger uit de buurt. Er draaien Wijk-

22

ringen in Groesbeek en in drie Nijmeegse wijken, Heseveld, Grootstal en Lindenholt.

VOORSTELLEN 7. Iedere gemeente beschikt over een “gereedschapskist” met de volgende ingrediënten: - In 2020 is in iedere wijk of (cluster van) kern(en) een sluitend professioneel netwerk op alle leef­ gebieden voor mensen met psychische kwetsbaarheid, waarbinnen samengewerkt wordt tussen het medisch domein (van huisarts/POH GGZ tot specialistische GGZ) en het sociale en veiligheidsdomein (sociale teams, werkbedrijf, schuldhulpverlening, woningcorporaties, politie, scholen, etc.). De professionals vormen samen de ogen en oren van de wijk of het dorp en kunnen zo invulling geven aan ‘vroegsignalering’. Voor de opzet van dit sluitend (wijk)netwerk wordt gebruik gemaakt van de lessen die zijn geleerd uit de pilots Wijkgerichte GGZ, die zijn voortgekomen uit het Advies- en Verbeterplan Sluitende aanpak psychisch kwetsbare mensen. - Het professionele netwerk werkt nauw samen met het informele netwerk van mensen (familie, vrienden, kennissen, buren), met oog voor even­ tueel verstoorde verhoudingen binnen het netwerk. - Eenduidige afspraken over integrale en resultaatgerichte ondersteuningsplannen en de taken en competenties van een casemanager.

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

VOORSTELLEN (VERVOLG) - In iedere wijk of (cluster van) kern(en) zijn diverse mogelijkheden voor mensen met een GGZ-achtergrond om anderen te ontmoeten. - Iedere gemeente heeft in najaar 2018 invulling gegeven aan minimaal 70 % van de aanbevelingen uit het Advies- en Verbeterplan Sluitende aanpak psychisch kwetsbare mensen, waaronder deskundigheidsbevordering van professionals in de 0e en 1e lijn. 8. Voor mensen met EPA die zelfstandig wonen, is in iedere sub-regio een time out-voorziening beschikbaar waar mensen tijdelijk in een beschermde omgeving kunnen herstellen in het geval van een terugval. Op sub-regionaal niveau maken de gemeenten afspraken over het aantal benodigde plekken en gezamenlijke financiering. 9. In het najaar van 2018 is een signaalpunt gerealiseerd waarbij buurtbewoners en professionals vroegtijdig (niet-acute) signalen kunnen melden wanneer mensen zich zorgen maken over iemand en niet weten wat te doen. Signalen komen binnen bij professionals die kunnen schakelen met zowel de persoon in kwestie als met de buurt en het wijknetwerk. Het schaalniveau van zo’n signaalpunt moet nog worden bepaald. Een optie is om het signaalpunt te koppelen aan Meldpunt Bijzondere Zorg, maar we verkennen ook andere mogelijkheden, waarbij we een relatie leggen met de Wet verplichte ggz (Wvggz) die er aan komt.

3.2 18-/18+ Verschillende landelijke onderzoeken hebben aangetoond dat jongvolwassenen vaak tussen wal en schip vallen na het bereiken van de volwassenheid met 18 jaar. Ze worden in staat geacht om zelfstandig hun problemen aan te pakken, terwijl sommigen daar nog niet aan toe zijn. Jeugdhulp geldt tot 18 jaar met een mogelijke uitloop tot 23 jaar (verlengde jeugdhulp). Door gebrek aan passende ondersteuning en huisvestings- en financiële problemen vanaf 18 jaar komt deze doelgroep in een latere fase van hun leven weer in beeld bij hulpverleningsinstanties, vaak met complexere problemen. AANPAK REGIO RIVIERENLAND Bij het proces zorginkoop Wmo-Jeugd in regio Rivierenland wordt aan zorgaanbieders met wie een raamovereenkomst wordt afgesloten gevraagd of zij mede invulling willen geven aan de samenwerkingsverklaring. Naast het algemeen doel van de samenwerking, hoe we met elkaar om gaan en hoe we samen werken, zijn in de samenwerkingsverklaring ook de onderwerpen genoemd waarbij we samen werken. Een van deze thema’s is de overgang van jeugdzorg naar de Wmo en Wlz (18- /18+). Het thema overgang 18- /18+ is in regio Rivierenland geen nieuw thema. In de periode 2012 tot en met 31 december 2014, heeft in regio Rivierenland het project “Ondersteuning na Jeugdzorg regio Rivierenland (ONJ)” gelopen.

Uit dit project is gebleken dat het opstellen van een toekomstplan een instrument is dat kan helpen bij de vormgeving van de ondersteuning vanaf 18 jaar.

BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

Dit toekomstplan is een integraal plan: in samenspraak met de jongere en andere betrokkenen moet worden vastgelegd welke ondersteuning er nodig is op alle leefdomeinen: wonen, school, werk, inkomen, vrienden, relaties en zorg in de overgang naar volwassenheid. Een toekomstplan is een plan dat: - als doel heeft om met de jongere en het netwerk van de jongere te werken aan de toekomst: participatie en zelfredzaamheid; - een hulpverlener of vrijwilliger samen met de jongere én het netwerk van de jongere maakt; - aansluit bij de motivatie en leefwereld van een jongere; - benoemt welke ondersteuning er nodig is op alle leefdomeinen; - een risicotaxatie bevat; - bij voorkeur zo vroeg mogelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld als de jongere 16 jaar is. Door het opstellen van een toekomstplan kan de jongere anticiperen op de veranderingen. Is ook bij 18+ ondersteuning noodzakelijk, dan kan dit ook worden opgenomen in het plan. De implementatie van het toekomstplan door zorgaanbieders die actief zijn in regio Rivierenland zal vormkrijgen vanaf 2017/2018. AANPAK REGIO RIJK VAN NIJMEGEN In 2016 is voor het Rijk van Nijmegen de analyse ‘Tussen schip en wal’ opgesteld waarbij de problematiek van 18-/18+ in kaart is gebracht van specifiek jongeren die uitstromen uit de residentiële jeugdhulp, naar schatting ongeveer 50 jongeren per jaar. Op basis van deze analyse is een integrale aanpak 23

ontwikkeld die jongeren toekomstperspectief moet bieden en moet voorkomen dat deze jongeren tussen wal en schip belanden en afglijden. Het integrale aanbod bestaat uit voldoende (betaalbare) huisvesting (zie par. 4.1), financiële coaching, daginvulling (werk, onderwijs, dagbesteding) en gespecialiseerde vormen van ondersteuning. Cruciaal in de integrale aanpak is de coördinatie door een coach die zich minimaal 3 jaar verbindt aan de jongere om de overgang van 18- naar 18+ te begeleiden.

3.3 VANGNET EN BEMOEIZORG: WAT GAAT GOED EN WAT KAN BETER Mensen die tot de bemoeizorg-doelgroep (ook wel OGGZ9) behoren, zijn niet in staat zelfstandig te functioneren en in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien door een complex aan problemen op gebieden als werk, inkomen/schulden, opvoeding, verslaving, sociale problemen (eenzaamheid, huiselijk geweld), woonoverlast, etc. Ze hebben dringend hulp nodig om verder afglijden te voorkomen en er kan sprake zijn van risico op overlast voor de omgeving. Problematiek speelt zich vaak ‘achter de voordeur’ af en is daardoor niet altijd zichtbaar. Het gaat om een kleine groep mensen die vaak geen (gerichte) hulpvraag heeft of geen hulp wil, ze zijn ‘zorgmijdend’. Exacte cijfers over de omvang zijn niet beschikbaar, maar landelijk hanteert men meestal een percentage van tussen 0,5 % en 1,5 % van de bevolking. Voor de regio Nijmegen en Rivierenland hebben we het dan over 24

OGGZ-niveaus Zelfstandig wonen

Multiproblemsituaties Lokale aanpak

Wonen in risicosituaties

Wonen met ambulante begeleiding

Wonen met Nazorg & Waakvlam

Tweedekansbeleid

P

O

Multiproblemsituaties Regionale aanpak

Zelfstandig wonen

H Begeleid wonen Beschermd kleinschalig wonen

Ernstige crisissituatie

Wonen op en rond de straat

ca. 5.500 mensen. De risicogroep wordt geschat op 2-5 % van de bevolking. Lokale zorgnetwerken, waarbinnen hulpverleners, politie en corporaties samenwerken, zijn cruciaal voor signalering en regie op deze doelgroep. Doorontwikkeling van de lokale zorgnetwerken, gericht op de bemoeizorg-doelgroep, is nodig voor een passend vangnet en om instroom in de

Intramuraal wonen

opvang te beperken. Er is nu teveel variatie in de wijze waarop de lokale zorgnetwerken zijn vorm­ gegeven. We blijven inzetten op POH: Preventie, Opvang en Herstel.

9 oggz staat voor openbare geestelijke gezondheidszorg.

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

REGIONALE AGENDA - REGIOVISIE OGGZ 2013-2017 De Regionale Agenda en Regiovisie OGGZ 20132017 sloot qua uitgangspunten en aanpak aan bij de visie op de transities, zoals zelfregie, integraal werken en zo lokaal mogelijk. Hieraan gekoppeld zijn in deze agenda diverse actiepunten geformuleerd die nog steeds relevant zijn voor deze kwetsbare doelgroep. Veel van deze actiepunten zijn geïntegreerd en geconcretiseerd in andere onderdelen van dit plan, zoals afspraken tussen gemeenten over opname van uitstromers vanuit de Maatschappelijke Opvang (par. 2.3), afspraken met woningcorporaties (par. 4.1) en zorgverzekeraars (o.a. waar het gaat op wijkgerichte GGZ, par. 2.2 en 3.1), casemanagement (par. 3.1) en over schuldhulpverlening/financiën (par. 4.4). GOED GEËQUIPEERDE EN FUNCTIONERENDE LOKALE ZORGNETWERKEN Een actiepunt waar in de regio’s Nijmegen en Rivierenland wisselend invulling aan is gegeven, is dat iedere (cluster van) gemeente(n) een goed functionerend lokaal zorgnetwerk dient te hebben voor multi-probleemhuishoudens, waarbinnen sprake is van samenwerking op casusniveau tussen zorgverleners en leefbaarheidspartijen (m.n. woningcorporaties en politie) en dwang en drang kan worden toegepast.

TOELEIDING NAAR ZORG VIA HET MELDPUNT BIJZONDERE ZORG Bij zeer ernstige complexiteit van de casus kan vanuit de lokale zorgnetwerken worden opgeschaald naar het Meldpunt Bijzondere Zorg (GGD) voor (specia-

listische) hulp. Het Meldpunt Bijzondere Zorg (MBZ) vormt een belangrijke rol bij de advisering, de toeleiding naar- en coördinatie van zorg bij (dreigende) dakloosheid, vervuiling, verwaarlozing, verkommering en verloedering. Specifieke taken daarbij: toeleiding naar zorg in het kader van nazorg ex-gedetineerden, Praktijk Buitenzorg/medische zorg aan daklozen, screenen van casussen in het Veiligheidshuis en het voeren van de regie op de zorgketen straat- en jeugdprostitutie. SPECIFIEKE DOELGROEPEN: EX-GEDETINEERDEN EN PROSTITUTIE Daarnaast is nog een aantal acties voor specifieke doelgroepen binnen de OGGZ actueel: - Nazorg ex-gedetineerden en forensische zorg: de huidige Nijmeegse aanpak nazorg ex-gedetineerden wordt in 2017 geanalyseerd op de effectiviteit van de aanpak en samenwerking. Op basis hiervan zullen we verbeteringen doorvoeren in de zorgketen en bekijken we de mogelijkheden om de regionale afstemming te versterken. Een aantal mensen heeft na afloop van een rechterlijke maatregel op basis van de Wet forensische zorg nog zorg nodig via de Wmo. Dit kan gaan om ambulante begeleiding, beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Ook dan is een warme overdracht noodzakelijk. - Zorgketen prostitutie: 2017 is het laatste jaar waarin met incidenteel budget van het rijk, een extra impuls op de zorgketen prostitutie is gegeven.

We kijken in overleg met direct betrokken organisaties in de keten - NIM/Swon, Iriszorg, MEE en het MBZ (regievoerder) - welke activitei-

BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

ten vanaf 2018 nodig zijn om een goede borging van preventie, zorg- en uitstroomactiviteiten mogelijk te maken.

VOORSTELLEN 10. Iedere gemeente heeft in aansluiting op de wijkgerichte GGZ een lokaal zorgnetwerk voor multi-probleemhuishoudens waarbinnen, indien nodig, wordt gewerkt met dwang en drang. Gemeenten maken hiertoe een bondig uit­ voeringsplan, inclusief afstemming met de regionale voorzieningen zoals MBZ. 11. We benutten de analyse van de Nijmeegse aanpak nazorg ex-gedetineerden voor versterking van de effectiviteit van de nazorg en voor versterking van regionale samenwerking. 12. We borgen de regionale aanpak op de zorgketen prostitutie.

INTERVENTIETEAM 2.0 ln zowel het Rijk van Nijmegen als in Rivierenland is een Interventieteam samengesteld met vertegenwoordigers van de diverse zorgketenpartners waaronder JBG, Pro Persona, RIBW, Iriszorg, Thuiszorg en MEE. Vanuit deze interventieteams worden onder regievoering van het MBZ bemoeizorgtrajecten voor complexe zorgmijders en/of overlast gevende cliënten geïndiceerd en uitgezet bij de deelnemende partners. De deelnemers in het team leveren elk een bijdrage vanuit hun specifieke expertise. 25

Voor jongeren is er is er het jeugdFACT, een samenwerkingsverband van Iriszorg, NIM, Pro Persona, Pluryn en het Regionaal Jongerenloket. In de Sluitende aanpak voor mensen met psychische kwetsbaarheid 2017 (Gelderland-Zuid) is onder de noemer Interventieteam 2.0 een versterking van de twee huidige interventieteams opgenomen. De huidige interventieteams, één in regio Nijmegen en één in regio Rivierenland, bieden bemoeizorg aan ‘zorgwekkende zorgmijders’ en dak- en thuislozen en zorgen voor toeleiding naar reguliere zorg. Doel van het Interventieteam 2.0 is sneller te reageren en de samenwerking te verbeteren tussen politie en zorgverleners rondom mensen die ontregelen in de openbare ruimte, met name de politie, huisartsenpost, crisisdienst en regulier zorgverleners. Dit is vooral van belang als blijkt dat er bij een ‘verwarde’ persoon buiten kantoortijden bij nader inzien sprake is van een niet-acute melding. In concreto worden de interventieteams nu uitgebreid met een wijkagent, een verpleegkundig specialist, een ervaringsdeskundige en in regio Nijmegen met een professional met lvb-expertise (in regio Rivierenland al aanwezig). Het Interventieteam 2.0 handelt op basis van E33-meldingen bij politie, meldingen bij de Huisartsenpost (HAP), Meldpunt Bijzondere Zorg, Buitenzorg, de crisisdienst en vanuit de wijk.

Alle psychisch kwetsbare mensen die via het IV-team 2.0 in beeld komen, wordt de mogelijkheid geboden van een CTI-traject. Hier maakt ook de crisiskaart onderdeel van uit. Critical Time Interventie (CTI) is een evidence based interventie voor kwetsbare mensen die in hun leven een kritische transitie doormaken als gevolg van 26

een escalerende crisissituatie of ingrijpende levensgebeurtenis. Cliënten zijn in zo’n transitieperiode vaak de greep op hun bestaan kwijt: er is veel spanning en onzekerheid, maar tegelijkertijd is er vaak een grotere bereidheid om te veranderen. CTI speelt hierop in door cliënten in deze periode emotionele en praktische steun te bieden. CTI inzetten als vroeg-interventie is nieuw, maar biedt kansen vanwege de sterk op herstelgerichte werkmethode.

3.4 ACUTE OPVANG – SPOEDIG DICHTBIJ In de Sluitende aanpak voor mensen met psychische kwetsbaarheid is, naast investeringen in het voorveld, ook een aantal maatregelen opgenomen voor het geval het toch mis gaat, wat nooit helemaal te voorkomen is. De belangrijkste zijn: - Standaardgebruik crisiskaart - Multidisciplinaire crisisbeoordelingskamer - Passend vervoer STANDAARD GEBRUIK CRISISKAART Binnen de ‘Sluitende aanpak’ is uitbreiding van het gebruik van crisiskaarten een speerpunt. Een crisiskaart is een persoonlijke kaart waarop staat vermeld hoe iemand met psychiatrische problematiek in een crisis benaderd en opgevangen wil worden. Met de crisiskaart houden mensen de regie over behandeling, medicatie en maatregelen in hun persoonlijke omgeving tijdens een (dreigende) crisis. In regio Gelderland-Zuid is Pro Persona de verantwoordelijke GGZ-instelling die de crisiskaart

aanbiedt. Dit is nu gekoppeld aan de behandeling. Ook na afsluiting van de behandeling is de crisiskaart een waardevol instrument. Daarom is het zinvol halfjaarlijks de kaart te updaten. Dit hebben we buiten de behandelsetting nog niet geregeld. Als de cliënt niet in behandeling is, zou deze taak opgepakt kunnen worden door de huisarts, praktijkondersteuner GGZ of een mantelzorger, maar ook een cliëntgestuurde organisaties is een optie. MULTIDISCIPLINAIRE CRISISBEOORDELINGS­ KAMER (M-CBK) EN GEBUNDELDE CRISISZORG Verschillende signalen uit het werkveld vormen aanleiding voor het ontwikkelplein M-CBK. Zo komt de politie in Gelderland-Zuid steeds vaker in contact

,,

SLUITENDE AANPAK:

INVESTEREN IN VOORVELD, MAAR OOK IN MAAT­ REGELEN VOOR ALS HET MIS GAAT

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

met mensen die in de war zijn en overlast veroor­ zaken in de openbare ruimte. De E33 meldingen (de code waaronder de politie deze incidenten registreert) hebben in Rivierenland voor 80 tot 90 % betrekking op middelengebruik. Iemand in verwarde toestand heeft veilige opvang, zorg en aandacht nodig en hoort niet thuis in de politiecel. In regio Nijmegen is per 1 juli 2016 bij Pro-Persona een crisisbeoordelingskamer (CBK) geopend. Deze kamer is bedoeld voor de beoordeling van mensen met acute psychiatrische nood, niet voor mensen met een verstandelijke beperking of dementie, of voor mensen met verward gedrag in combinatie met dronkenschap of middelengebruik. In Rivierenland is de voorziening van een CBK er nog niet. De crisisdienst (crisis-DBC) wordt door de zorgverzekeraar ingekocht bij Pro Persona. Gebleken is dat ook hier de verslavingszorg en LVB-zorg geen onderdeel uitmaken van de crisisdienst/IHT. Een ander signaal is dat het ambulancevervoer in Gelderland-Zuid in een weekend rond de 60 meldingen krijgt van ‘mensen met verward gedrag’. Het ambulancepersoneel schakelt de huisarts in of vervoert deze persoon naar de Spoedeisende hulp. Deze maken vervolgens een inschatting of de patiënt gezien moet worden door de crisisdienst. De ambulancedienst schakelt zelf niet rechtstreeks met de crisisdienst.

Als laatste blijkt dat de continuïteit van zorg, na het wegnemen van de crisis, in Gelderland-Zuid niet goed geregeld is voor die personen die geen zorgkader hebben. Hierdoor gaan mensen die psychisch ernstig zijn ontregeld weer ‘op straat’ na de (bijv. somatische) beoordeling, ook als de expert vindt dat dit onverantwoord is. Doel van de M-CBK is te komen tot een definitieve

opvang en meer samenhang in de crisiszorg in beide sub-regio’s voor alle doelgroepen. De M-CBK is humane, veilige opvang met een borging van de follow-up, ook in de avond-, nacht- en weekend-uren. Voorwaarde is dat is vastgesteld dat deze persoon niet in de thuissituatie beoordeeld kan worden. Voordat een keuze wordt gemaakt voor een multidisciplinaire beoordelingskamer wordt binnen het ontwikkelplein als tussenstap een verbeterslag gemaakt in het acute meldingsproces. Dit moet in de loop van 2018 leiden tot: 1. Concreter inzicht in de omvang van acute psychische meldingen, de (gewenste) plek van beoordeling en benodigde voorzieningen in het kader van een passende follow-up; 2. Een verbetering bij het inschakelen van de juiste professional voor een beoordeling met de garantie op een follow-up; 3. Een experiment met een triagist in de centrale meldkamer van Gelderland-Zuid. PASSEND VERVOER Voor de inrichting van passend vervoer van ‘verwarde personen’ als alternatief voor vervoer door de politie, is een werkgroep geformeerd op het niveau van Gelderland-Zuid en Gelderland-Midden, onder regie van het Acute Zorgregio Oost (AZO).

VOORSTEL 13. Sluitende aanpak psychische kwetsbaarheid – programmalijn Spoedig dichtbij: uitrol crisiskaart, Interventieteam 2.0, multidisciplinaire beoordelingskamer/gebundelde crisiszorg en passend vervoer.

BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

27

,,

IMPULS OP ALLE LEEFGEBIEDEN

IEDEREEN EEN PASSENDE

4.1 WONEN

WONING IN EIGEN

WAT IS ER AL? Gemeenten maken prestatieafspraken met woningcorporaties over diverse onderwerpen,

4

waaronder wonen en zorg. De afspraken variëren per gemeente. Zo hebben Nijmegen en Tiel

MEESTE KANS OP HERSTEL IS

afspraken over het reserveren van woningen voor bijzondere groepen (Werkgroep Bijzondere Bemiddeling/WBB) en begeleide herkansing. Nijmegen ontwikkelt vanuit haar centrum­ gemeentetaak voor maatschappelijke opvang woonprojecten voor zeer kwetsbare mensen, zoals Housing First en Skaeve Huse. AMBITIE Iedereen die met of zonder ondersteuning zelfstandig kan en wil gaan wonen of blijven wonen, krijgt een passende woning in de eigen omgeving of in de omgeving waar de meeste kans op herstel is. Daarbij houden we enerzijds zoveel mogelijk rekening met de draagkracht van dorpen en wijken en anderzijds met de woonbehoefte van mensen, zoals prikkelarm wonen.

28

OMGEVING OF WAAR

Woonvarianten Voor de groep cliënten waar de overgang van intramuraal naar zelfstandig wonen te groot is, is behoefte aan tussenliggende woonvormen, zoals trainingshuizen, geclusterd zelfstandig wonen of zelfstandig begeleid wonen met 24-uursbereikbaarheid (zie par. 2.2). Hierbij zien we onder meer kansen voor een creatieve invulling van (leegstaande) grote panden waarin een ‘magic mix’ van doelgroepen wordt gehuisvest. In andere steden zijn hiervan al voorbeelden, zoals de Short Stay Facility in Dordrecht, die we als inspiratiebron beschouwen. Een aantal GGZ-cliënten heeft bijvoorbeeld behoefte aan ‘lotgenoten’ in de buurt, waarvoor geclusterd zelfstandig wonen een oplossing kan zijn. Als sprake is van zelfstandige woonunits binnen een intramurale

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

woonvorm is het relatief eenvoudig om zo’n woonvorm om te zetten naar extramurale geclusterde zelfstandige woningen. Binnen het spectrum van woonvarianten blijft voor een aantal cliënten ook altijd aanbod voor Beschermd Wonen in de vorm van een intramurale voorziening noodzakelijk. Specifiek voor jongvolwassenen is behoefte aan meer betaalbare kamerbewoning/studio’s voor niet-studenten. Toewijzingsbeleid Woningcorporaties zijn niet alleen van belang voor het realiseren van woonvarianten, maar ook met het oog op het toewijzingsbeleid. Om diverse redenen is het van belang om afspraken te maken met woningcorporaties over de beschikbaarheid van geschikte woningen in relatie tot de transformatieopgave die we hebben voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang: - Afspraken over het leveren van voldoende begeleiding om problemen in de leefomgeving te voorkomen; - Om te zorgen dat de beschikbaarheid van een woning afgestemd kan worden op het gewenste moment van uitstroom. Veel mensen uit de doelgroep hebben een zeer laag inkomen en daardoor behoefte aan een goedkope of zeer betaalbare huurwoning. Ondanks het aantal woningen dat nodig zal zijn voor de extramuralisering10 is de verwachting dat het probleem niet zozeer is dat er een structureel tekort aan betaalbare woningen is, maar dat een geschikte woning niet altijd op korte termijn beschikbaar is.

Het is van belang dat de woonplek zoveel mogelijk de kans op succesvolle zelfstandigheid vergroot;

- Om grip te houden op de spreiding van kwetsbare doelgroepen over buurten en straten en concentratie te voorkomen met het oog op de draagkracht van buurten. Op langere termijn streven gemeenten naar meer variatie in wijken en dorpen door ‘goedkoop’ te bouwen in ‘dure’ buurten en andersom ook koopwoningen te bouwen in buurten met veel sociale huur. In met name Nijmegen en Tiel wordt al enige jaren ervaring opgedaan met de Werkgroep Bijzondere Bemiddeling die woningen toewijst voor bijzondere doelgroepen, zoals vergunninghouders en mensen die uitstromen uit een zorginstelling of de opvang. Het aantal woningen dat via bijzondere bemiddeling wordt toegewezen is aan een maximum gebonden, om balans te houden tussen de vraag van bijzondere doelgroepen en gewone woningzoekenden. Daarover maken we afspraken met de woning­ corporaties. Overigens hebben we het hier alleen over uitstroom, een groot deel van de ambulantisering zal gerealiseerd (moeten) worden via instroombeperking. Daarnaast is het niet voor alle mensen die kunnen uitstromen uit Beschermd Wonen of Opvang nodig om een woning te regelen via bijzondere bemiddeling. Een aantal mensen kan via de reguliere weg (Entree in regio Nijmegen) aan een woning komen, als hier op tijd op wordt geanticipeerd in begeleidingsplannen.

Speciale aandacht voor jongvolwassenen Nauw verwant aan bovenstaande voorwaarde is de noodzaak van aandacht voor de financiële situatie van veel mensen met een psychische kwetsbaarheid. Met name jongvolwassenen verkeren vaak in

BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

een slechte financiële positie. Dat belemmert nog eens extra de toegang tot een toch al krappe woningmarkt. Hierboven zagen we al dat een relatief zeer groot deel van Beschermd Wonenbewoners bestaat uit jongvolwassenen. De indruk bestaat dat met Beschermd Wonen daarmee deels ook huisvestingsproblemen worden opgelost. Omgekeerd draagt de situatie ertoe bij dat bewoners die zelfstandig willen wonen (of voor wie de aanbieder de woning wil ‘omklappen’) tegen financiële barrières aanlopen. Voor jongvolwassenen zullen we tot creatieve woonoplossingen moeten komen via bijvoorbeeld kamerbewoning in combinatie met zelfstandigheidstraining. Weer thuis We kunnen de transformatie-opgave niet realiseren zonder medewerking van woningcorporaties. Reden voor centrumgemeente Nijmegen om zich samen met woningcorporaties en (de belangrijkste) zorgaanbieders aan te sluiten bij het landelijk programma Weer thuis. Binnen dit programma vertalen we gezamenlijk de woonopgave die voortvloeit uit de ambulantisering naar concrete afspraken over wonen en begeleiding

10 in de quick scan wonen - uitgevoerd onder de instellingen van de federatie opvang, ggz nederland en de ribw alliantie – wordt geschat dat landelijk circa 10.000 extra woningen nodig zijn - met name betaalbare en passende 1-2 kamerwoningen – om de huidige bw - en mo - cliënten die, mits voldoende begeleiding aanwezig is, zelfstandig zouden kunnen wonen (naar schatting 16.000 mensen) van een woning te kunnen voorzien (federatie opvang, 2016). in gelderland -zuid komt dat geëxtrapoleerd neer op ruim 300 woningen verspreid over een langere periode afhankelijk van het gekozen scenario.

29

VOORSTELLEN 14. Samen met woningcorporaties en zorgaan­ bieders: op basis van scenario 3 opzet van een regionaal ontwikkelprogramma met fasering Weer Thuis - voor diverse woonvarianten en (tijdelijke) terugvalmogelijkheden voor de ver­ schillende stadia tussen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en begeleid zelfstandig wonen (trainingshuizen, omklapwoningen, op- en afschalingsmogelijkheden van intramuraal naar extramuraal en andersom, tijdelijk verblijf). Iedere gemeente (individueel/sub-regionaal/ regionaal) maakt op basis van het ontwikkel­ programma Weer Thuis prestatieafspraken met woningcorporaties over: - De beschikbaarheid van passende betaalbare woningen met bijzondere aandacht voor huis­ vesting voor jongvolwassenen met EPA met een (zeer) laag inkomen (kamers met kansen bijv.), met name in het kader van het toewijzingsbeleid – in elke gemeente afspraken over Bijzondere Bemiddeling. - Spreiding van de huisvesting van kwetsbare doelgroepen regio-breed en op buurt-/straat­ niveau. - Leefbaarheid - korte lijnen tussen medewerkers woningbouwcorporaties (zoals woonconsulenten en buurtbeheerders), zorgverleners en sociale wijkteams (zie par 3.1 Wijkgerichte GGZ) - Bejegening richting deze doelgroep (huur­ achterstand, inhouden van huur waar nodig, overlast, tweede kans-beleid, etc.) op basis van een regionaal overeengekomen set van basisafspraken. 30

4.2 WERK EN DAGBESTEDING WAT IS ER AL? Werkzaak Rivierenland Werkzaak Rivierenland voert voor een aantal gemeenten in regio Rivierenland de Participatie­wet en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit11. In een netwerk van organisaties werkt Werkzaak Rivierenland samen om de arbeidsmarktregio optimaal te bedienen, vanuit de visie: talent werkt voor Rivierenland. Werkzaak voert niet alle onderdelen van de Participatiewet uit. Zij keert voor alle gemeenten waarvoor zij werkt uitkeringen uit, maar de begeleiding van inwoners met ‘profiel 4’ gebeurt door de gemeenten. Dit zijn inwoners die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt, vaak als gevolg van psychische beperkingen. Voor hen is maatschappelijke participatie voorlopig het hoogst haalbare. Werkzaak begeleidt wel alle inwoners die wel binnen afzienbare tijd naar werk kunnen worden begeleid. Werkzaak Rivierenland weet dat er mensen zijn die een dienstverband Wsw hebben of een uitkering ontvangen en beschermd wonen. Werkzaak registreert dit aantal (tot nu toe) niet.

Naast de inzet van landelijke instrumenten, zoals de banen­ afspraak en beschutte werkplekken, is en gaat Werkzaak aan de slag met onderstaande projecten die (mede) gericht zijn op de doelgroep psychisch kwetsbaren: - In augustus 2017 is de subsidieaanvraag “Bevordering arbeidsparticipatie mensen met psychische aandoeningen – Stimulering regionale samenwerking GGZ-Werk & Inkomen” goed­ gekeurd die vanuit de arbeidsregio Rivierenland

was ingediend bij het ministerie SZW. - Werkzaak Rivierenland is onlangs gestart met het aanbieden van Leerwerktrajecten. Het doel van deze leerwerktrajecten, waarin leren en werken wordt gecombineerd, is het vergroten van de kans op duurzame uitstroom van mensen met onder andere een psychische beperking. Ook vanuit dit project kunnen verbindingen worden gelegd met mensen die beschermd wonen. - Werkzaak Rivierenland start met een proeftuin binnen de voorziening ‘Beschut werk Participatiewet’ waarbij samen wordt gewerkt met instellingen voor arbeidsmatige dagbesteding. Het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen Het WerkBedrijf bemiddelt voor 7 gemeenten uit het Rijk van Nijmegen werkzoekenden naar werk. Kandidaten met een bijstandsuitkering worden door de gemeente waar zij wonen, aangemeld bij het WerkBedrijf. Kandidaten zonder uitkering kunnen zichzelf melden voor ondersteuning richting werk. Het WerkBedrijf voert ook de Sociale Werkvoorziening uit voor het Rijk van Nijmegen. Veel kandidaten van het WerkBedrijf hebben multi-problematiek en komen moeilijk aan het werk. Consulenten van het WerkBedrijf zijn regelmatig te vinden in sociale (wijk)teams om te kunnen schakelen tussen zorg,

11 werkzaak rivierenland voert de participatiewet uit voor de gemeenten: geldermalsen, tiel, culemborg, zaltbommel, neerijnen, west maas en waal en maasdriel. de wet sociale werkvoorziening voert zij uit voor geldermalsen, tiel, culemborg, zaltbommel, neerijnen, maasdriel, buren en neder - betuwe. let wel dat de gemeenten zaltbommel en maasdriel vallen wat betreft beschermd wonen /maatschappelijke opvang onder centrumgemeente den bosch.

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

werk en bijvoorbeeld woonsituatie. Het WerkBedrijf zet specifiek voor jongeren tot 27 jaar gecombineerde trajecten in van zorg, werk of opleiding. Het WerkBedrijf probeert hiermee alle jongeren binnen 2 jaar weer toe te leiden naar een opleiding of werkplek. Als dit niet mogelijk is, wordt er een traject samengesteld hoe dit in de toekomst wel weer bereikt kan worden. Voor deze jongeren kan het ook zijn dat er wordt toe geleid naar beschermd wonen, omdat de huidige woonsituatie niet voldoet. Het WerkBedrijf voert met iedere kandidaat een individueel gesprek om de mogelijkheden richting werk in kaart te brengen. Het WerkBedrijf heeft hierbij een divers aantal instrumenten dat ingezet kan worden: -T  rainingen om werknemersvaardigheden te leren, soms binnen de interne muren van het WerkBedrijf, in andere gevallen op een leerwerkplek. - IPS -Individuele Plaatsing en Steun. IPS is geïntegreerd met de behandeling van de cliënt: de werktrajectbegeleider is ook lid van een GGZ-(behandel) team. Kandidaten met een bijstandsuitkering en een ernstig psychiatrische aandoening die in behandeling zijn van een GGZ-instelling komen hiervoor in aanmerking. Het traject loopt 3 jaar en is een combinatie van zorg, re-integratie en jobcoaching.

Een kandidaat wordt zo snel mogelijk op een betaalde werkplek geplaatst en de kandidaat ontvangt daarna nog langdurig ondersteuning op de werkplek door de IPS- trajectbegeleider, zowel gericht op de kandidaat als collega’s. Nijmegen zet in op 100 IPS-trajecten in de periode 20172020, andere gemeenten in regio Nijmegen sluiten hierop aan. BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

,,

BEHANDELING EN

BEGELEIDING GAAN HAND IN HAND MET WERK, ZINVOLLE DAGBESTEDING OF OPLEIDING

31

- Indicatie Beschut werk of Banenafspraak voor kandidaten die (nog) niet in staat zijn om zelf­ standig het wettelijk minimum loon te verdienen. Met de indicatie Banenafspraak kunnen werk­ gevers aanspraak maken op wettelijke loonkostensubsidie voor de verminderde loonwaarde van de kandidaat. - Indien kandidaten net niet in aanmerking komen voor een indicatie Beschut werk of Banenafspraak kan het WerkBedrijf een tijdelijke loonkostensubsidie inzetten of werkplekaanpassingen uitvoeren. - Dagbesteding. Voor sommige kandidaten is betaald werk een te grote stap. Er is een onderscheid tussen ontwikkelingsgerichte en arbeidsmatige dagbesteding. Bij ontwikkelingsgerichte dagbesteding zijn activiteiten meer gericht op basisvaardigheden en zijn de activiteiten vaak een vorm van recreatie of hobby. Ontwikkelingsgerichte dagbesteding wordt ingezet vanuit de sociale teams, arbeidsmatige dagbesteding vanuit het WerkBedrijf. Bij arbeidsmatige dagbesteding is sprake van een vorm van productie of dienstverlening (oftewel ‘begeleid werk’) en wordt gewerkt aan ontwikkeling van arbeidsvaardigheden. Arbeidsmatige dagbesteding wordt altijd voor maximaal 2 jaar ingezet. Na die periode wordt er altijd gekeken of de volgende stap op de arbeidsmarkt kan worden gezet. UWV Het UWV WERKbedrijf begeleidt mensen met diverse uitkeringsachtergronden (WW, Wajong, ZW en WIA/WAO) richting werk.

Er wordt op basis van maatwerk gekeken wat iemand nodig heeft om een plaats te krijgen op de arbeidsmarkt of om daar32

naar terug te keren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne reguliere dienstverlening of externe dienstverlening die wordt ingekocht. Het UWV heeft de volgende vormen van dienstverlening: - De reguliere dienstverlening begint met een individueel gesprek waarin de adviseur werk of arbeidsdeskundige samen met de werkzoekende de mogelijkheden in kaart brengt. - Binnen de aanvullende dienstverlening kunnen werkzoekenden workshops of een langdurige training volgen. Ook worden er speeddates met werkgevers of banenmarkten georganiseerd. - Intensievere begeleiding koopt het UWV in de vorm van re-integratietrajecten extern in. Onder ‘Werkfit’ vallen bijvoorbeeld re-integratieactivi­ teiten die zijn gericht op versterking werknemersvaardigheden, vergroting persoonlijke effectiviteit en het in beeld brengen arbeidsmarktpositie. - In overleg met UWV is scholing mogelijk en eventuele vergoeding van een opleiding. - Bij ‘Naar werk’ wordt een werkzoekende ook daadwerkelijk geplaatst in een bedrijf. Of hij of zij start een eigen bedrijf. De re-integratiedienst blijft betrokken om te ondersteunen bij het behouden van werk. - Ook het UWV koopt IPS-trajecten in bij GGZinstellingen.

- Onderzoek: UWV heeft een landelijke Kennis­ agenda12 opgesteld waarin kennisvragen zijn geformuleerd, waarbij twee thema’s gaan over uitkeringsgerechtigden met een ernstige psychische aandoening: hoe kunnen klanten met een psychische aandoening het beste ondersteund worden bij de toeleiding naar werk en welke interventies zijn hierbij effectief en efficiënt?

AMBITIE EN VOORSTELLEN 15. Alle mensen met (psychische) kwetsbaarheid hebben duurzaam (beschut/begeleid) werk, zinvolle dagbesteding of zitten in een opleidingsof leer-werktraject. Krijgen van werk is één, behoud van werk is twee. Dit vraagt om nauwe en blijvende samenwerking tussen de domeinen werk, onderwijs en zorg en tussen professionals en het sociale netwerk van mensen. 16. De beide werkbedrijven in Regio Rivierenland en regio Rijk van Nijmegen bieden een gevarieerd scala aan instrumenten aan om kwetsbare groepen toe te leiden naar (begeleid of beschut) werk. 17. Behandeling en begeleiding worden zo snel mogelijk gecombineerd met toeleiding naar (beschut/begeleid) werk of dagbesteding. “Werk is de beste zorg” en medisch en maatschappelijk herstel gaan hand in hand. Dit impliceert dat de inzet van instrumenten als IPS de komende jaren regio-breed wordt uitgebreid.

4.3 MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE EN SOCIAAL NETWERK WAT IS ER AL? De welzijnsvoorzieningen en (vrijwilligers)organisaties variëren per gemeente: van participatiecoaches, maatjesprojecten, vrienden- en Wijkringen en Uniek sporten tot steunpunten Mantelzorg, wijk- en dorpscentra, inloopvoorzieningen en dagbesteding. Dagbesteding (Wmo) voor mensen met een psychiatrische en/of verstandelijke beperking wordt in zowel regio Rivierenland (inclusief Lingewaal) als het Rijk van Nijmegen op regionaal niveau ingekocht. Ook zijn in beide regio’s decentrale inloopvoor­ zieningen voor inwoners met een psychiatrische beperking. In regio Nijmegen heeft vrijwel elke gemeente één of meerdere inloopvoorzieningen die gerund worden door een samenwerkingsverband van Ixta Noa, RIBW en het Zelfregiecentrum. Er wordt zoveel mogelijk en steeds meer gewerkt met ervaringsdeskundigen. In regio Rivierenland zijn er inlooppunten in Culemborg, Tiel, West Maas en Waal (RIBW) en Leerdam en Gorinchem (Yulius). De inlooppunten hebben een functie als luisterend oor, laagdrempelige ontmoetingsplek en als opstap

naar andere vormen van participatie. Er zijn, afhankelijk van de wensen van de bezoekers, (re) creatieve activiteiten, educatieve activiteiten en ‘samen koken en eten’. AMBITIE Om te komen van exclusie naar inclusie zal in iedere gemeente een breed scala aan activiteiten toegankelijk moeten zijn voor mensen met een psychiatrische achtergrond met diverse gradaties van inclusie, zodat doorstroming mogelijk is tussen verschillende vormen en gradaties van participatie (inclusief terugvalopties) en mensen met een psychiatrische achtergrond vanuit een beschermde omgeving toe kunnen groeien naar inclusie. Inclusie gaat niet vanzelf. Inclusie vraagt om een mentaliteitsverandering en samenwerking en kennisoverdracht tussen specialistische begeleiders en reguliere voorzieningen en activiteiten: hoe ga ik om met iemand met autisme bijvoorbeeld? Behalve continue aandacht voor inclusie in het reguliere aanbod, willen we de mentaliteitsverandering kracht bijzetten met een doorlopende campagne gericht op de-stigmatisering. Dit zal een gemeenschappelijke campagne zijn voor de brede regio, met ruimte voor lokale aansluiting.

“Wensen van mensen met EPA hebben betrekking op universele thema’s zoals geaccepteerd en erkend worden als volwaardig persoon, goede persoonlijke relaties met familie, vrienden en kennissen, actief zijn in vrijetijdsbesteding en andere sociale activiteiten en het deelnemen aan werk of onderwijs. Mensen met EPA hebben, kort gezegd, dezelfde levenswensen als andere burgers, maar ze stuiten bij het realiseren daarvan op veel meer en grotere persoonlijke en maatschappelijke belemmeringen. Velen zouden daar dan ook graag meer steun bij krijgen. Belangrijkste gemene deler van de ondersteuningsbehoeften van mensen met EPA is de wens om het sociaal isolement te doorbreken. “ 12 uwv, kennisagenda 2016-2017, online beschikbaar via: https:// www.uwv.nl /overuwv/images /uwv %20 kennisagenda%202016-2017.pdf (geraadpleegd 13 september 2017).

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

Bron: Visiedocument en ontwikkelagenda voor de zorg aan mensen met ernstige psychische aan­doeningen ‘Ambulantisering in de regio Oost-Veluwe en de Achterhoek’ (Trimbos-instituut, 2015). BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

33

VOORSTELLEN 18. Iedere gemeente heeft in 2020 een divers participatieaanbod voor mensen met een psychiatrische achtergrond met de volgende elementen: - Sociaal netwerk: mantelzorgers en andere leden van het sociaal netwerk worden beschouwd als gelijkwaardig partner in behandel- en begeleidingstrajecten en in elke gemeente passen sociale teams en zorg- en welzijns­organisaties hiertoe specifieke methodieken toe, zoals Sonestra of de Eigen Kracht Centrale - Iedere gemeente heeft een laagdrempelig steunpunt voor mantelzorgers; mantelzorgers worden waar nodig ontlast via bijvoorbeeld respijtvoorzieningen. - Stimuleringsprogramma om reguliere voor­zieningen zoals sport toegankelijker te maken (zie Uniek sporten in regio Nijmegen). - Samenwerking tussen zorg- en welzijnsaan­bieders met het oog op toegankelijk aanbod van wijkactiviteiten waar mensen met een psychiatrische achtergrond zich thuis voelen (kennisoverdracht, waar nodig (tijdelijke) aanwezigheid van hulp­verlening, etc). - Maatjesprojecten, lotgenotencontact/zelfhulpgroepen en vriendenkringen. - Er is aanbod beschikbaar op het gebied van zingeving (al dan niet particulier).

- Laagdrempelige inloopplekken, zoveel mogelijk gerund door ervaringsdeskundigen, waar mogelijk ook toegankelijk voor andere doelgroepen en geïntegreerd in reguliere voorzieningen, zoals dorp- en wijkcentra en MFC’s, - Dagbesteding met als aandachtspunten: gezonde leefstijl en het faciliteren van eigen initiatieven voor activiteiten, talentontwikkeling en competente begeleiding (Regionaal Platform Ervaringskennis/RPE regio Nijmegen, 2017). 19. We werken op regionaal niveau een continue inclusiecampagne uit, met ruimte voor lokale inkleuring.

4.4 INKOMEN EN SCHULDHULPVERLENING WAT IS ER AL? Onderzoek laat zien dat mensen met schulden dermate stress ervaren dat duurzame uitstroom naar werk lastig wordt. Oplossen van schulden lijkt dus een voorwaarde om te kunnen komen tot partici­ patie. Er zijn grote verschillen tussen gemeenten op 34

het gebied van inkomen en schuldhulpverlening. De ene gemeente heeft een ruimhartiger minimabeleid dan de andere. Zo is in Nijmegen in sommige gevallen bij verhuizing een bijdrage in de inrichting mogelijk, waar in andere gemeenten hiervoor een lening wordt verstrekt of geen bijstand wordt verleend. Kortom, de mate waarin minima in aanmerking komen voor bijzondere bijstand of kwijtschelding varieert per gemeente. Er zijn ook

overeenkomsten: alle gemeenten hebben een (verplicht) aanbod voor schuldhulpverlening en financieren bewindvoeringstrajecten. En (vrijwel) alle gemeenten hebben een Collectieve Aanvullende Zorgverzekering (CAZ) voor minima. Tot slot zijn er verschillen in de dienstverlening gericht op ondersteuning bij de financiële huishouding (budget­ begeleiding- en training, hulp bij administratie, etc.) en het tegengaan van niet-gebruik van minima­ regelingen (zoals de voorzieningencheck van de Formulierenbrigade in Nijmegen). AMBITIE De verschillen in het minimabeleid van gemeenten zijn een gegeven. Wel willen we afspraken maken over de toegankelijkheid van minimavoorzieningen, warme overdracht en een soepele overgang van beschermd naar zelfstandig (begeleid) wonen, ook op financieel gebied. De overgang van een intramurale naar een extramurale setting zorgt voor grote veranderingen op financieel gebied (van zakgeld naar volledige financiële verantwoordelijkheid), waar tijdig op moet zijn ingespeeld. Hiertoe zijn korte lijnen tussen inkomensondersteuning/budgetbegeleiding en de betrokken hulpverlener noodzakelijk. Wij stellen voor dat bij uitstroom uit beschermd wonen standaard een check plaats vindt op de nieuwe financiële situatie door een inkomens­ consulent (of door de maatschappelijke organisatie die een voorzieningencheck uitvoert) van de gemeente en de betrokken begeleider.

In de check is aandacht voor gebruik van minimavoorzieningen en wordt bekeken of budgetbegeleiding, budgetbeheer, inhouding vaste lasten of (als laatste) bewindvoering (nog) nodig is. In het algemeen is

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

binnen de wijkgerichte GGZ kennis aanwezig van of een korte lijn met consulenten inkomen/schuldhulpverlening. Fundamenteler is de vraag hoe we voorkomen dat mensen die van beschermd naar begeleid wonen overgaan er financieel op achteruit gaan. Dit is een signaal dat we op de werkconferentie kregen vanuit een cliëntenraad en dat we gaan onderzoeken. Tot slot is het van belang om schulden te voorkomen, snel in te spelen op signalen die duiden op het ontstaan van schulden en hierover afspraken te maken met instanties als woningcorporaties en nutsbedrijven.

AANDACHT VOOR AANPAK SCHULDEN IS ESSENTIEEL VOOR

,,

PARTICIPATIE EN SUCCES­ VOLLE BEGELEIDING

VOORSTELLEN 20. Iedere gemeente zorgt voor een contact­ persoon/contactpersonen inkomen & schuld­ hulpverlening voor betrokken begeleiders waarmee bij uitstroom uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang standaard een check op de veranderingen in de financiële situatie van de bewoner wordt gedaan. 21. Iedere gemeente zorgt voor korte lijnen tussen inkomensondersteuning & schuldhulp­ verlening en de wijkgerichte GGZ. 22. Signaleringsnetwerk schulden in elke gemeente.

BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

35

REGIONALE AFSPRAKEN EN FINANCIËN 5.1 WAAROM SAMENWERKEN? Wanneer we het hebben over Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang dan gaat het vaak over bestaande voorzieningen die vanuit een bepaalde historie ergens zijn neergezet. Bestaande voorzieningen moeten niet leidend zijn in een meerjarig beleidsplan, maar ze zijn wel de uitgangssituatie.

5

Het doel van dit gezamenlijke beleidsplan is zorgen voor een duurzaam en passend aanbod van zorg voor mensen met een (ernstige) psychiatrische aandoening en mensen die om diverse redenen dreigen dakloos te worden, of dit al zijn. Het benodigde zorgaanbod is veelal te divers en specialistisch voor één gemeente op zichzelf. Ook is het aannemelijk dat er met de komst van het nieuwe objectieve verdeelmodel een discrepantie gaat ontstaan tussen de spreiding en de locaties van voorzieningen en de verdeling van de middelen. Financieel gaan gemeenten waar bestaande voorzieningen zijn geconcentreerd er dan op achteruit, terwijl de gemeenten die geen voorzieningen hebben wel ineens de middelen krijgen om de zorg te financieren. Wanneer er niet zal worden samengewerkt tussen gemeenten in een regio zal dit ertoe leiden dat gemeenten hun voorzieningen slechts voor hun eigen inwoners zullen willen inzetten.

36

Doordat veel van deze voorzieningen ook nog eens een specifieke functie vervullen, zullen de gemeenten geen passend en dekkend aanbod hebben voor hun inwoners. Daarbij zorgt samenwerking voor een betere spreiding en verdeling van risico’s: kleine gemeenten met een beperkt Wmo budget lopen grote risico’s op het financieren van dure en specialistische zorg en grotere gemeenten lopen risico’s door een meer aanzuigende werking. Financiering vanuit solidariteit en risicospreiding zal voor een duurzaam en dekkend aanbod in passende zorg dus noodzakelijk zijn.

5.2 DUURZAME SAMENWERKING SAMENWERKING TOT 2020 Zoals in de startnotitie staat beschreven, is het de bedoeling dat de verdere decentralisatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

zoveel mogelijk aansluit bij de bestaande samenwerkingsstructuren waarmee de decentralisaties in het sociaal domein worden vormgegeven. In deze regio vertaalt zich dat concreet in twee samen­ werkingsregio’s voor Wmo en Jeugdhulp: Rijk van Nijmegen en Rivierenland. In deze paragraaf lichten we toe hoe de 15 gemeenten13 tot 2020 gaan samenwerken in de voorbereiding van deze decentralisatie. We kiezen voor een zo licht mogelijke samenwerking die het beste aansluit bij alle bestaande structuren waarin al regionaal wordt samengewerkt. Op ambtelijk niveau is er een werkgroep die bestaat uit beleidsmedewerkers uit de gemeenten Beuningen, Culemborg, Druten, Heumen, Lingewaal, Nijmegen, Tiel en Wijchen. Voor deze samenstelling is gekozen omdat dit de gemeenten zijn met het grootste aantal Beschermd Wonen-plaatsen binnen de gemeentegrenzen en daarmee met het grootste financiële belang. Het staat en stond de andere gemeenten vrij om deel te nemen aan de werkgroep, waarbij de omvang van de werkgroep vanuit praktisch oogpunt wel in ogenschouw moet worden genomen. De taken van deze werkgroep zijn het opstellen van een startnotitie en een beleidsplan. Evenals een (eventueel) uitvoeringsplan richting 2020. Daarnaast wordt vanuit de werkgroep gezorgd voor afstemming met de regio’s Nijmegen en Rivierenland.

Op bestuurlijk niveau is er een bestuursteam opgericht met de wethouders zorg/welzijn uit de gemeenten Beuningen, Culemborg, Druten, Heumen, Nijmegen en Tiel. Ook deze samenstelling is gebaseerd op de vraag welke gemeenten het grootste belang hebben. Dit bestuursteam neemt geen besluiten, maar bereidt deze voor.

Besluit

Voorbereiding besluit

Ambtelijk advies en voorbereiding

{ {

College B&W College B&W

College B&W College B&W

College B&W

College B&W

Portefeuillehouders overleggen (bijv. AB GGD Gld. Zuid)

{

Bestuursteam Nijmegen en Rivierenland

Ambtelijke werkgroep

Figuur 1: Schematische weergave van de regionale samenwerking tot 2020. NB: Het bestuursteam en het portefeuillehouders-overleg nemen in dit proces geen besluiten, maar bereiden de besluiten voor. Het bestuursteam bestaat uit portefeuillehouders van de gemeenten Beuningen, Culemborg, Druten, Heumen, Nijmegen en Tiel.

Alle besluiten die genomen moeten worden, moeten door alle 15 colleges worden genomen, tenzij er een mandaatregeling overeen is gekomen. Wanneer het noodzakelijk is om alle bestuurders (portefeuillehouders en eventueel andere collegeleden) ergens over te informeren of een discussie te laten voeren, zullen we bestaande gremia benutten, zoals regionale portefeuillehouders-overleggen (bijvoorbeeld de vergadering van het AB van de GGD Gelderland-Zuid).

BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

Het gehele transformatieproces wordt geleid door een regionale transitiemanager. Daarnaast wordt per subregio een coördinator aangesteld die idealiter samenvalt met de coördinatoren die zijn verbonden aan de Sluitende aanpak psychische kwetsbaarheid (pilots wijkgerichte GGZ). 13 gennep heeft aangegeven vanaf 2020 te gaan samenwerken met limburg - noord. de 15 gemeenten zijn: berg en dal, beuningen, buren, culemborg, druten, geldermalsen, heumen, lingewaal, mook en middelaar, neder - betuwe, neerijnen, nijmegen, tiel, west maas en waal en wijchen.

37

SAMENWERKING VANAF 2020 Per 1 januari 2020 ontvangen de regiogemeenten conform een nog vast te stellen verdeelmodel hun eigen middelen ten behoeve van de uitvoering van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. De samenwerking vanaf 2020 zal gefocust zijn op twee hoofdzaken: - Het regelen van de lopende zaken: inkoop/ subsidiëring van zorginstellingen voor opvang en Beschermd Wonen, voorzien in en sturen op toegang, financiële en inhoudelijke verantwoording richting colleges, wachtlijstbeheer en kwaliteit en handhaving. - Het ontwikkelen en afstemmen van beleid op bovenstaande zaken en aanbrengen van sturing op de langere termijn. Om zowel de lopende zaken als de (beleids) ontwikkeling in samenwerking en samenhang te realiseren, moet er een duidelijke samenwerkingsvorm worden gekozen en worden ingericht. Het uitgangspunt van de samenwerking is onderlinge solidariteit en het organiseren van voorzieningen lokaal waar dit kan en (sub) regionaal waar dit moet, of wanneer dit schaalvoordelen oplevert. Dit impliceert een lichte samenwerkingsvorm met stevige onderlinge afspraken. Wanneer we een vergelijking maken van het aantal cliënten met een EPA (Bron: Vektis bestanden 2014) en de spreiding van de voorzieningen voor Beschermd Wonen dan zien we dat de regio Rivierenland ongeveer één BW plek biedt per 7,4 mensen met een EPA terwijl dit in de regio Nijmegen één op 5,4 is.

Binnen de regio’s zijn er overigens ook nog 38

,,

grote verschillen tussen gemeenten onderling. Het aanbod en de potentiële vraag zijn dus scheef verdeeld, wat samenwerking wenselijk maakt.

SAMENWERKING EN SOLIDARITEIT ZIJN ESSENTIEEL OM VOOR ALLE INWONERS VAN DE REGIO EEN PASSEND ZORGAANBOD TE REALISEREN

Zoals gesteld, willen we de samenwerking niet ‘zwaarder’ maken dan noodzakelijk. Indien er geen directe aanleiding is om een nieuwe bestuurslaag te creëren in bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling zullen we dit niet doen. Wanneer we de mogelijke samenwerkingsvormen snel inventariseren, komen we op een aantal soorten: A. Oprichten van een gemeenschappelijk openbaar lichaam (GR). B. Netwerksamenwerking C. Ad-hoc/geen structuur Er zijn meer varianten denkbaar. Maar kort gezegd komt het neer op de vraag of gemeenten een nieuw

bestuur ergens toe willen oprichten en aanstellen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden willen overdragen of mandateren aan een bestaande bestuurslaag, of ieder besluit – groot of klein – zelf willen nemen. Kiezen voor optie A plaatst de deelnemende gemeenten zelf op afstand en legt de taak en de verantwoordelijkheid neer bij een gemeenschappelijk orgaan waar iedere gemeente alleen indirect invloed op heeft. Van dergelijke organisaties is bekend dat ze een eigen dynamiek ontwikkelen waarbij ze meer een partner van de gemeente worden dan een verlengd onderdeel van de gemeente: denk bijvoorbeeld aan de GGD of aan regionale werkbedrijven. Optie C zou betekenen dat elke handeling waarvoor het college of de gemeenteraad een besluit moet nemen (inkoop, subsidie, afspraken, begrotingen en beleid vaststellen etc.) langs alle vijftien colleges (en raden) zou moeten. Wanneer dit meerdere malen per jaar zou moeten gebeuren, vergt dit bijzonder veel planning en afstemming vooraf waarbij een enkele gemeente het hele proces kan frustreren. Op zaken die eens per zoveel tijd moeten worden besloten (beleid, begrotingen), is dit nog geen groot probleem, maar als dit voor het vaststellen van iedere afzonderlijke afspraak met bijvoorbeeld zorgaanbieders noodzakelijk is, zal dit disproportioneel veel tijd gaan kosten. Een logische tussenvorm vinden we in optie B.

De huidige centrumgemeente-constructie zou gehandhaafd kunnen blijven. Het is hierbij van belang dat

BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020

gemeenten onderling goede afspraken maken over welke taken en verantwoordelijkheden aan de centrumgemeente worden gemandateerd en welke zaken ter besluitvorming altijd langs de deelnemende gemeenten moeten. De afspraken moeten worden vastgelegd in een bevoegdhedenovereenkomst. In deze overeenkomst moet ge­ regeld worden welke bevoegdheden en taken worden gemandateerd (NB: bevoegdheden kunnen niet worden overgedragen, alleen gemandateerd), welke (financiële) middelen hier tegenover staan en of, en zo ja, op welke manier de centrumgemeente verantwoording moet afleggen. Alles dat buiten de bevoegdhedenovereenkomst valt, blijft een lokale verantwoordelijkheid voor de deelnemende gemeente. Het is hierbij wenselijk dat er wordt afgestemd over besluiten die invloed hebben op de gemandateerde bevoegdheden. Hiertoe zal er tenminste op beleidsniveau af­ stemming tussen de regiogemeenten moeten blijven bestaan.

- Waar de toegang tot welke zorgvormen georganiseerd wordt - Procedureel: de evaluatie en voortzetting van de samenwerking BELEIDSONTWIKKELING EN EVALUATIE Binnen de Ambtelijke regionale werkgroep is nagedacht over de manier waarop Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang na de transformatie (na 2020) vormgegeven en geëvalueerd wordt. De ambtelijke werkgroep wordt een vaste werkgroep die één keer in de maand bij elkaar komt om knelpunten in het beleid dat gevoerd wordt te evalueren en waar mogelijk acties op uit te zetten. Er vindt periodiek een evaluatie plaats met een denktank

van ervaringsdeskundigen en zorginstellingen. Bij deze evaluatie kijken we nadrukkelijk naar monitoren en bijsturen. We zorgen ervoor dat er voldoende managementinformatie beschikbaar komt (procesinformatie, klanttevredenheid, klant-ervaringsonderzoeken, budget, aantallen), zodat tijdig kan worden (bij)gestuurd. De verscheidenheid van doelgroepen binnen de Maatschappelijke Opvang en het Beschermd Wonen vraagt om een regionale aanpak wanneer het om intramurale zorg gaat. Het is soms wenselijk om doelgroepen met een bepaalde kwetsbaarheid/ een psychiatrisch ziektebeeld afzonderlijk van

In de bevoegdhedenovereenkomst zullen ten minste over de volgende zaken afspraken moeten worden gemaakt: - (Her)verdeling van rijksmiddelen -W  elke taken en zorgvormen op welk niveau georganiseerd worden -W  elke bevoegdheden en taken worden over­ gedragen (inkoop, handhaving en kwaliteit, subsidieverlening, gegevensverwerking, organiseren van toegang) - Omgaan met verantwoordingsinformatie op persoonsniveau en privacy - Rapportage en verantwoording naar elkaar BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND

39

elkaar te laten wonen. Deze groepen vragen ook specifieke expertise van medewerkers. De keuzes met betrekking tot de inrichting van het zorglandschap zullen daarom op regionaal niveau gemaakt worden. De ambulantisering zal met name lokaal plaatsvinden. Om de transitie en de ambulantisering van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang zo goed mogelijk te laten verlopen, is een integrale aanpak nodig. Het is de verantwoordelijkheid van iedere gemeente om er voor te zorgen dat zorg, wonen, werk, inkomen, veiligheid en welzijn op elkaar aan sluiten zoals in hoofdstuk 3 en 4 is verwoord. Het is hierbij van belang dat we aandacht hebben voor de diverse samenwerkingsvormen en –structuren per domein.

5.3 FINANCIERING EN INKOOP

Optie A: Bestaande Wmo middelen

Optie B: Bestaande BW/MO middelen

BW/MO % Wmo

Wmo

BW/MO %

2019

2020

2019

%

2020

Figuur 2: Optie A geeft weer dat iedere gemeente naar haar eigen Wmo budget in 2019 kijkt en het ‘surplus’ hiervan beschikbaar stelt voor de gemeenschappelijke BW/MO taken. Optie B geeft weer dat iedere gemeente een bijdrage naar rato levert, ongeacht de eigen Wmo middelen. Bij optie A bestaat het risico dat de totale pot voor BW/MO middelen te klein is; bij optie B bestaat het risico dat de gemeente te weinig overhoudt voor de eigen Wmo taken.

In 2018 zal bekend worden wat het nieuwe objectieve verdeelmodel doet met de Wmo budgetten van alle individuele gemeenten. Het rijk heeft aangekondigd dat zij bij de verdeling per gemeente volgens het objectieve verdeelmodel geen onderscheid maakt tussen de ambulante Wmo (begeleiding en dagbesteding m.n.) en Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang. Het is van belang om vooraf goede afspraken vast te leggen met betrekking tot de verdeling en inleg van de middelen ten behoeve van de samenwerking vanaf 2020.

beschikbaar stellen om de gezamenlijk in te kopen zorg te financieren. Op voorhand moet duidelijk zijn wat de bijdrage van iedere gemeente moet zijn. Hierbij zullen we rekening houden met de bestaande omvang van het gecontracteerde BW en MO aanbod. Jaarlijks of meerjaarlijks moet er bekeken worden of we de omvang van het totale intramurale aanbod kunnen doen afnemen. Voldoende vervangende zorg op lokaal niveau is hiervoor een vereiste. Op termijn zullen we regionale middelen weer terug moeten laten vloeien, zodat er lokaal een breed aanbod gefinancierd kan worden teneinde duurdere intramurale zorg te kunnen voorkomen.

Werken in een centrumgemeente-constructie heeft alleen zin als alle deelnemende gemeenten middelen

Er zijn twee manieren waarop we de bijdrage van iedere gemeente kunnen bepalen:

40

%

A. Door te kijken naar de bestaande Wmo budgetten in 2019 en de ‘extra’ middelen per 2020 te oormerken voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. B. Door te kijken naar het bestaande budget voor BW/MO en alle gemeenten naar rato te laten bijdragen zodat dit budget in stand blijft per 2020. In bovenstaand schema staan de beide opties weergegeven. Beide opties leggen het risico op een tekort (of overschot) op een andere plek. Bij optie A lopen we het gezamenlijke risico dat er onvoldoende BW/MO middelen beschikbaar zijn. Bij optie B loopt een individuele gemeente het risico dat haar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11195032/1