10.1 Regionaal beleidsplan GGZ Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang ‘Samen Dichtbij’ 2018-2020
Tekst van het document
SAMEN DICHTBIJ! Beleidsplan GGZ Beschermd Wonen Maatschappelijke Opvang 2018-2020 REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
????
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING
SAMENVATTING
3
De gezamenlijke gemeenten in Gelderland-Zuid willen de komende jaren een flinke beweging in gang
OVERZICHT 25 VOORSTELLEN
4
Kern van de verandering is ambulantisering: de zorg veel meer lokaal in dorpen en wijken en bij mensen
1. INLEIDING 1.1 Achtergrond 1.2 Opbouw beleidsplan 1.3 Regio Nijmegen & Rivierenland 1.4 Financiële onzekerheid
6 6 7 8 9
2. TRENDS EN TRANSFORMATIEOPGAVE 2.1 De doelgroep in beeld 2.2 D e transformatieopgave Beschermd Wonen in scenario’s 2.3 D e transformatieopgave Maatschappelijke Opvang
10 10 15
3. SLUITEND NETWERK 3.1 Wijkgerichte GGZ 3.2 18-/18+ 3.3 Vangnet en bemoeizorg: wat gaat er goed en wat kan beter 3.4 Acute opvang - spoedig dichtbij
zetten om het Beschermd Wonen GGZ en de Maatschappelijke Opvang vergaand te transformeren.
4. IMPULS OP ALLE LEEFGEBIEDEN 4.1 Wonen 4.2 Werk en dagbesteding 4.3 Maatschappelijke participatie en sociaal netwerk 4.4 Inkomen en schuldhulpverlening
28 28 30 33
18
5. REGIONALE AFSPRAKEN EN FINANCIËN 5.1 Waarom samenwerken 5.2 Duurzame samenwerking 5.3 Financiering en inkoop
36 36 36 40
20 20 23 24
BIJLAGEN Bijlage 1 Tabel lokale uitvoeringsagenda en verantwoordelijkheden Bijlage 2 Verslag werkconferentie Bijlage 3 Inspraakreacties
42 42
26
SAMEN DICHTBIJ!
Met begeleiding en behandeling in de thuissituatie kunnen ook mensen met psychische beperkingen zoveel mogelijk hun eigen leven leiden, want mensen met psychische kwetsbaarheid hebben in de contacten met familie en vrienden, leuke vrijetijdsbesteding en werk of onderwijs.
COLOFON Dit is een uitgave van de 15 samenwerkende gemeenten in de regio’s Rijk van Nijmegen en Rivierenland. Tekst:
egionaal bestuursteam R BW/MO Foto’s: iStockphoto Lay-out: Mondtotmond reclame Oktober 2017 2 ??
Opvang (MO) nog geconcentreerd in Nijmegen en Tiel. De transformatie is geen bezuiniging.
basis dezelfde wensen en levensbehoeften als ieder ander: zelfstandigheid, zingeving, waardevolle
34
44 49
thuis organiseren. Nu zijn de meeste voorzieningen voor Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke
BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
Met de verschuiving van intramurale naar ambulante zorg in wijken en dorpen ontstaan ook meer mogelijkheden voor vroegsignalering. Zo kunnen korte(re) lijnen ontstaan tussen zorgverleners, vrijwilligers en professionals als buurtbeheerders, wijkagenten en leerkrachten, die samen de ogen en oren van de wijk vormen. We sluiten aan bij de lokale netwerken die al bestaan in dorpen en wijken en bouwen deze netwerken verder uit. Een belangrijke inspiratiebron voor onze ambitie is het advies van de Commissie Dannenberg ‘Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’ (2015), een advies dat uit drie delen bestaat: 1) zorg voor sociale inclusie, 2) maak alle gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang en 3) werk samen als regiogemeenten.
Op dit moment hebben we in regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland (Gelderland-Zuid) ongeveer 1.000 plekken voor Beschermd Wonen en 200 binnen de Maatschappelijke Opvang. Wij hebben het Trimbosinstituut gevraagd om scenario’s op te stellen voor de ambulantisering van Beschermd Wonen. Los van het handhaven van de huidige situatie (scenario 1) hebben zij in scenario 2 een verschuiving van intramurale naar ambulante ondersteuning van 25 tot 30 % aangegeven en in het meest vergaande scenario 3 een verschuiving van ruim 50 %. Dit laatste scenario betreft ‘geïntegreerde GGZ’ in wijken en kernen. Dit impliceert niet alleen omvorming van beschermd wonen naar begeleiding en behandeling thuis, maar ook de opzet van intersectorale teams met een mix van begeleiding, behandeling en ook bijvoorbeeld re-integratie en ervaringsdeskundigheid. Essentieel onderdeel is 24-uursbereikbaarheid.
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
De ‘wijkgerichte GGZ’ is onze stip op de horizon waar we de tijd voor nemen, een periode van 15 jaar. We volgen hierbij Dannenberg, die adviseert om voor de transformatie 15 jaar uit te trekken. De belangrijkste opgave is om de instroom in Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang te beperken. Áls mensen instromen worden bij aanvang herstelgerichte uitstroomdoelen afgesproken op alle leefgebieden. Tegelijkertijd beseffen we dat mensen niet volledig ‘maakbaar’ zijn. We zullen te allen tijde zorgen voor een vangnet, ook in de vorm van acute (crisis)zorg. Op dat punt werken we in het kader van de Sluitende aanpak voor mensen met psychische kwetsbaarheid aan verbetering van de crisiszorg en passend vervoer om te voorkomen dat mensen onnodig in een politiecel of –busje terecht komen. Tijdens de werkconferentie en in inspraakreacties is veelvuldig aandacht gevraagd voor het gegeven dat zelfstandig wonen niet voor iedereen is weg gelegd. Een aantal citaten uit één van de inspraakreacties: “Het idee dat ik alles zelf zou moeten doen en ik op niemand terug kan vallen als ik een mindere dag heb, beangstigt me. Ik kan erg angstig worden van alleen het idee al, wat weer kan maken dat ik passief op de bank ga zitten en niet meer tot enige actie kan komen”. 3
“Als ik teveel gedachtes en/of stemmen in mijn hoofd heb, heb ik soms zoveel moeite met concentreren dat ik mijn taken op de verkeerde manier uitvoer. Bijvoorbeeld: ik doe de was en zet het verkeerde programma aan, vergeet het gasfornuis uit te zetten.” “Het motiveert mij om in mijn dagritme te blijven en niet ‘s nachts te leven.” “Ik me geen raad met de dag weet en ik even kort een babbeltje kan maken met mijn huisgenoten waardoor ik de dag toch kan starten”. We willen benadrukken dat er altijd aanbod van Beschermd Wonen en opvang zal blijven. Niemand zal worden gedwongen om zelfstandig te wonen, zeker niet als mensen dit niet aan kunnen. De scenario’s zijn richtinggevend, geen blauwdrukken. Hoeveel plekken uiteindelijk precies nodig zijn, zal gaandeweg moeten blijken. Hoe dan ook, we breken geen plekken af als de ambulante hulp nog niet is uitgebreid. De ambulantisering gaat niet alleen over zorg. Allereerst is passende en betaalbare woonruimte een belangrijke voorwaarde. Hiertoe dienen alle gemeenten prestatieafspraken te maken met woningcorporaties, onder meer over diverse woonvarianten (trainingshuizen, geclusterd wonen, goedkope woonunits voor jongvolwassenen, etc.) en bijzondere bemiddeling. Minstens zo belangrijk is dat mensen in alle gemeenten kunnen rekenen op hulp bij het vinden van werk (o.a. IPS) of dag besteding en (een aanspreekpunt voor) schuldhulp4
verlening en inkomensondersteuning. Ook voldoende mogelijkheden voor inloop, contact en participatie (maatjesprojecten, inclusieve sportverenigingen, etc.) mogen niet ontbreken. We hechten aan regionale samenwerking. Er is nu sprake van concentratie van voorzieningen. Een zorgvuldige ambulantisering kunnen we alleen samen vormgeven. BW en MO-plekken kunnen pas worden afgebouwd als lokale voorzieningen zijn opgebouwd. Het geld volgt de inhoudelijke ontwikkeling. Een regionale financiële werkgroep gaat, voor zover mogelijk gezien de financiële onzekerheden, een voorstel formuleren tot een financieel verdeelmodel dat recht doet aan de beweging die we in gang willen zetten. Tot 2020 handhaven we de centrumgemeente-constructie en geven we de samenwerking vorm via overleg en het gezamenlijk vaststellen van dit beleidsplan en hieruit voortvloeiende uitvoeringsagenda’s. Andere constructies, zoals een gemeenschappelijke regeling, werken bureaucratie in de hand. Wat betreft de toegang willen we op korte termijn toe naar één centrale toegang voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang die uitgaat van brede vraagverheldering en herstelgericht werken. Op lange termijn, als de ambulantisering op gang is gekomen, willen we bezien of de toegang van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang geïntegreerd kan worden in de sociale teams en lokale loketten.
25 VOORSTELLEN
3. Centraal coördinatiepunt Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang inrichten per sub-regio. 4. V ersterking samenwerking Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang – sociale teams/ loketten – toepassing kantelingsprincipes. 5. Tiel en Nijmegen als centrale locaties voor opvangvoorzieningen behouden – geen uit breiding - werken vanuit herstelgerichte visie. 6. Tussenvoorzieningen in beide sub-regio’s uitbreiden. 7. Iedere gemeente beschikt over een gereedschapskist ‘wijkgerichte GGZ’: sluitend professioneel netwerk, nauwe samenwerking met informeel netwerk, casemanagement, voldoende ont moetingsmogelijkheden. 8. Iedere sub-regio beschikt over time-outvoorziening(en).
1. Scenario 3 “Geïntegreerde GGZ in de wijk” is het toekomstperspectief dat we in een periode van 15 jaar willen bereiken. In 2020 is als tussenstap scenario 2 “Intensivering ambulante opbouw” bereikt. 2. In het kader van de bestuurlijke aanbesteding van Beschermd Wonen, inkoopafspraken maken en financiële prikkels inbouwen gericht op ambulantisering (scenario 2 en 3) en cultuur sensitief werken.
9. Iedere sub-regio beschikt over een signaalpunt (gekoppeld aan Wvggz). 10. Iedere gemeente beschikt over een lokaal zorgnetwerk voor multi-probleemhuishoudens. 11. Op basis van analyse een verbetertraject opzetten voor nazorg ex-gedetineerden. 12. B orging regionale aanpak zorgketen prostitutie.
13. Standaard gebruik crisiskaart, realisatie Interventieteam 2.0 en multidisciplinaire beoordelingskamer/gebundelde crisiszorg en passend vervoer (Sluitende aanpak psychische kwetsbaarheid – Spoedig dichtbij). 14. Regionaal ontwikkelprogramma Weer thuis met afspraken over realisatie meer woonvarianten (trainingshuizen, woonunits jongvolwassenen, etc.), bijzondere bemiddeling, spreiding en leefbaarheid – hieraan gekoppeld prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties. 15. Alle mensen met (psychische) kwetsbaarheid hebben duurzaam (beschut/begeleid) werk, zinvolle dagbesteding, of zitten in een opleidings- of leer-werktraject. 16. De regionale werkbedrijven bieden een gevarieerd scala aan instrumenten aan om kwetsbare groepen toe te leiden naar (begeleid of beschut) werk. 17. Behandeling en begeleiding worden zo snel mogelijk gecombineerd met toeleiding naar (beschut/begeleid) werk of dagbesteding. 18. Iedere gemeente beschikt over een divers participatieaanbod voor mensen met (psychische) kwetsbaarheid: steunpunt mantelzorgers, toegankelijke voorzieningen (Uniek sporten en toegankelijke wijkactiviteiten, bijvoorbeeld), maatjesproject(en), zingevingsactiviteiten, inloopvoorzieningen en dagbesteding.
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
19. O pzet regionale inclusiecampagne met ruimte voor lokale inkleuring. 20. Iedere gemeente zorgt voor een contact persoon inkomen & schuldhulpverlening voor mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. 21. Iedere gemeente zorgt voor korte lijnen tussen inkomensondersteuning & schuldhulpverlening en de wijkgerichte GGZ. 22. E en signaleringsnetwerk schulden in elke gemeente. 23. Voor de uitvoering (inkoop, contractmanagement, kwaliteit & handhaving, toegang, verantwoording) van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang tot 2020 Nijmegen als centrum gemeente aan te wijzen. 24. Een financiële regionale werkgroep de opdracht geven om met een voorstel te komen voor gezamenlijke financiering van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang na 2020, inclusief een rekenmodel waarin de gevolgen van de ambulantisering per gemeente zijn verwerkt. 25. Opzet van gezamenlijke regionale monitoring – kwalitatief (genomen acties, uitbreiding activiteiten, voorzieningen en samenwerkingsvormen) en kwantitatief (afbouw intramurale zorg parallel aan opbouw ambulante zorg).
5
1.2 OPBOUW BELEIDSPLAN
INLEIDING
????
1.1 ACHTERGROND Al sinds 1994 zijn centrumgemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van en regie op (Maat schappelijke) Opvang, bemoeizorg, collectieve preventie GGZ en verslavingszorg voor alle inwoners uit de centrumgemeenteregio. In de Wmo van 2007 werden deze taken expliciet verankerd in de vorm van prestatievelden. Met de nieuwe Wmo van 2015 is Beschermd Wonen GGZ hier vanuit de AWBZ aan toegevoegd, samen met begeleiding en dagbesteding als lokale Wmo-taak voor alle gemeenten.
1
?? 6
Beschermd Wonen betreft ondersteuning en (tijdelijk) verblijf voor mensen die vanwege ernstige psychische en psychosociale problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen. Sinds de transitie in 2015 hebben wij de nadruk gelegd op zorgcontinuïteit en het zorgen voor een zachte landing in de Wmo. Dit hebben we gedaan vanwege de kwetsbaarheid van de doelgroep en het overgangsrecht dat tot 2020 van toepassing is op een grote groep zittende cliënten. Nu zijn we toe aan de transformatie waarbij we geholpen worden met het advies van de commissie Dannenberg “Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis” (2015) waarin herstel en participatie centraal staan. In de startnotitie, waar dit beleidsplan op voortborduurt, hebben wij dit advies vertaald in de volgende vier uitgangspunten: 1. Zo zelfstandig mogelijk 2. Realisatie van een ondersteuningscontinuüm 3. Meer participatie en inclusie 4. Het belang van ervaringsdeskundigheid en sociaal netwerk
,,
e regionale visie is in essentie: herstel en D participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid in de eigen omgeving. We streven er naar dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen door vergroting van zelf regie, samenredzaamheid en participatie. Wanneer verblijf in Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen noodzakelijk is, wordt dit altijd geboden. Van tijdelijke aard waar dat kan, van langere duur als dat moet. De uitgangspunten vragen om een trendbreuk. Temeer omdat de druk op Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang toeneemt. De doelgroep die zich meldt, vraagt om zwaardere zorg. Tegelijkertijd heeft ambulantisering van de lichtere zorgzwaartepakketten niet geleid tot een afname van het aantal indicaties voor Beschermd Wonen. Verhoudingsgewijs gaat relatief veel Wmo- budget naar een kleine groep kwetsbare mensen.
BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
HERSTEL EN PARTICIPATIE VAN MENSEN MET EEN PSYCHISCHE KWETS BAARHEID IN DE EIGEN
De inhoudelijke transformatie gaat daarnaast gepaard met de beoogde doordecentralisatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in 2020 van centrumgemeenten naar alle gemeenten. BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
OMGEVING
Het beleidsplan begint met de beschrijving van de uitgangssituatie, hoe het gewenste ambulantiseringsscenario eruitziet en wat met name het voorkeursscenario betekent voor de samenwerking met betrokken partijen en de lokale infrastructuur (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 beschrijven we de diverse onderdelen van een sluitende keten: van wijkgerichte GGZ tot een sluitend vangnet. Omdat alles wat in een mensenleven gebeurt het herstel van mensen bepaalt, geven we in hoofdstuk 4 aan welke extra impulsen nodig zijn op de diverse leefgebieden. We zijn er niet met enkel het omzetten van Beschermd Wonen naar begeleid wonen. Tot slot gaan we in op de regionale samenwerking als gemeenten tot 2020. Vragen als wat doen we lokaal en wat doen we regionaal, in welke vorm gaan we samenwerken, hoe gaan we het financieel organiseren, wat spreken we af in het kader van de spreiding van voorzieningen en de uitstroom en hoe regelen we de toegang (centraal of decentraal) komen in het laatste deel van het beleidsplan aan bod (hoofdstuk 5). Het beleidsplan is in gezamenlijkheid tot stand gekomen: - De totstandkoming van het beleidsplan is begeleid door een regionale werkgroep en bestuursteam met vertegenwoordigers van de gemeenten in regio Rivierenland & Nijmegen. - Op 29 mei 2017 vond een regionale raads informatiebijeenkomst plaats in Druten. - Het programmateam en de stuurgroep Sluitende 7
aanpak psychische kwetsbaarheid hebben feedback gegeven op de startnotitie en concepten van het beleidsplan. - Op 6 september 2017 heeft een werkconferentie plaatsgevonden, waarbij we met ervarings deskundigen, cliëntvertegenwoordigers, zorgaanbieders en andere partijen in gesprek zijn gegaan over belangrijke bespreekpunten en dilemma’s. Het verslag van deze werkconferentie is als bijlage toegevoegd. Het was een constructieve en energieke bijeenkomst, waarbij benadrukt werd dat voor een aantal mensen beschermde woonvormen nodig blijven en dat de ambulantisering alleen kan slagen als aan een aantal voorwaarden is voldaan: voldoende ontmoeting, divers woon aanbod, voldoende onplanbare zorg en investeren in ervaringsdeskundigheid. Hiervoor is samenwerking met onder meer zorgverzekeraars, zorginstellingen en woningcorporaties nodig. Acceptatie van psychische kwetsbaarheid in de samenleving is misschien nog wel de grootste opgave. - We hebben iedereen de gelegenheid gegeven om tot september 2017 schriftelijk te reageren op de inspraakversie. Hier hebben 17 instellingen en (leden van) Wmo adviesraden gebruik van gemaakt. Alle insprekers krijgen een schriftelijke reactie en op een aantal punten is het plan aangepast en aangevuld naar aanleiding van de inspraak reacties.
Gezien de breedte van dit plan, vervangt het de volgende plannen: - Het stedelijk kompas (Maatschappelijke Opvang) - De Regiovisie OGGZ 2013-2017 8
Figuur 1. Regio Nijmegen & Rivierenland
Daarnaast leggen we in dit plan verbindingen met de Sluitende aanpak Gelderland-Zuid voor mensen met psychische kwetsbaarheid (2017) en het Uitvoeringsplan 2016 Wonen, Wonen & Zorg, Woonladder Rivierenland. Het beleid met betrekking tot vrouwenopvang en huiselijk geweld valt niet onder de scope van dit beleidsplan, hiervoor is separaat de Regionale aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling regio Gelderland-Zuid 2017-2020 vastgesteld in 2016.
1.3 REGIO NIJMEGEN & RIVIERENLAND Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn nu nog centrumgemeentetaken. De centrum-
gemeente is materieel verantwoordelijk voor de taken en heeft een regierol hierin. In de regio Nijmegen en Rivierenland is gemeente Nijmegen de centrumgemeente. Per 2020 worden Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (exclusief vrouwenopvang) lokale taken, waarmee de regie, uitvoeringsverantwoordelijkheid en het budget overgaan naar alle gemeenten. Daarmee verdwijnt de formele centrumgemeenteconstructie; deze blijft wel behouden voor de vrouwenopvang. De decentralisatie kan echter niet zonder stevige regionale samenwerking zoals we in hoofdstuk 5 duidelijk zullen maken. Eind 2016 hebben alle gemeenten kenbaar moeten maken in welk regioverband zij gaan samenwerken na 1 januari 2020. In onze regio hebben 15 van de
BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
16 gemeenten van de huidige regio aangegeven als regio samen te willen blijven werken. Dat zijn de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Heumen, Lingewaal, Mook en Middelaar, Neder- Betuwe, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, West Maas en Waal en Wijchen. Gennep heeft besloten om bij de regio Noord Limburg aan te sluiten vanwege een betere beleidsmatige aansluiting op de andere vlakken op het sociale domein. Per 1-1-2017 telt onze regio 522.474 inwoners.  Voor en na 2020 Dit beleidsplan strekt zich uit tot ver voorbij 2020. Voor het scenario 3 “Wijkgerichte GGZ” (hoofdstuk 2) trekken we zo’n 15 jaar uit en hebben we tot pakweg 2030. Tot 2020 zetten we de beweging richting wijkgerichte GGZ in gang. Met als resultaat dat in 2020 scenario 2 is bereikt. Hieraan is verbonden dat in 2020 in alle gemeenten een sluitend netwerk (hoofdstuk 3) en impulsen op de verschillende leefgebieden (hoofdstuk 4) zijn gerealiseerd, in aansluiting op de bestaande infrastructuur. Tot minimaal 2020 houden we de centrumgemeentefunctie in stand.
1.4 FINANCIËLE ONZEKERHEID Met de doordecentralisatie van de taken Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in 2020, gaan we ook over naar een geïntegreerd objectief verdeelmodel1; nu worden de budgetten nog historisch verdeeld. Met het oog op een soepele overgang zal gekozen worden voor een gefaseerde
invoering, een ‘ingroeipad’. De verwachting is dat bij de meicirculaire in mei meer duidelijkheid komt over de invoering van het objectief verdeelmodel. Het is de vraag of 2020 haalbaar is als startjaar voor het objectief verdeelmodel, omdat eerdere pogingen van het Rijk om tot een objectieve verdeling van deze middelen te komen, hebben gestuit op veel weerstand van een aantal centrumgemeenten vanwege de grote financiële gevolgen. De gevolgen zijn voor ons op dit moment niet in te schatten, maar we verwachten dat een objectief verdeelmodel ongunstig zal uitpakken vanwege het verhoudingsgewijs grote aantal zorginstellingen en voorzieningen dat wij historisch hebben. Op dit moment zit regio Nijmegen met het budget 12 % boven het landelijk gemiddelde per inwoner; uitgaand van dit gemiddelde zouden we uitkomen op een korting van € 6 miljoen euro. Daarnaast komt vanaf 2018 een aantal cliënten over van de Wet langdurige zorg (Wlz) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), in onze regio een relatief hoog aantal, waarvoor we in 2018 volledig worden gecompenseerd en in 2019 gedeeltelijk. Tot slot is het voor de langere termijn nog onzeker of de Wlz toegankelijk blijft voor mensen met een psychiatrische grondslag en wat hiervan de financiële gevolgen zullen zijn.
1 bij een objectief verdeelmodel wordt het landelijk budget onder gemeenten verdeeld op basis van de verwachte ondersteuningsbehoefte in een gemeente, voorspeld op basis van objectieve maatstaven zoals
demografie, de sociaal- economische situatie en de gezondheid van de inwoners van een gemeente.
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
9
TRENDS EN TRANSFORMATIEOPGAVE 2.1 DE DOELGROEP IN BEELD Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen vertonen veel raakvlakken met elkaar en de trans
formatieopgave is hetzelfde. We zien dat Maatschappelijke Opvang voor een aantal mensen een opstap naar Beschermd Wonen is. Ze hebben echter wel ieder een eigen achtergrond en organisatie vanwege onder meer het feit dat Beschermd Wonen pas recentelijk is overgedragen aan gemeenten. Daarom
2
omschrijven wij de doelgroepen, voorzieningen en transformatieopgave in dit hoofdstuk nog ieder apart. Ons streven is echter dat het onderscheid tussen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
vervaagt. In ons toekomstbeeld is dit onderscheid vervangen door uiteenlopende woonvarianten met flexibele herstelgerichte ondersteuning.
BESCHERMD WONEN Beschermd Wonen GGZ/Wmo is bedoeld voor personen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) die niet in staat zijn zich op eigen kracht of met ondersteuning van het sociale netwerk te handhaven in de samenleving. “In de Wmo 2015 wordt Beschermd Wonen nu als volgt omschreven: - wonen in een accommodatie van een instelling of een wooninitiatief - met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gekenmerkt door 24-uurs beschikbaarheid - gericht op het bevorderen en herstel van zelfredzaamheid en participatie
10
verzorging, welzijnsactiviteiten en dagbesteding. Bij Beschermd Wonen gaat het dus niet alleen om wonen, eten en verzorging, maar ook om begeleiding en daginvulling. Behandeling valt buiten Beschermd Wonen. Van oudsher waren het doorgaans gemeenschappelijke woonvormen, maar tegenwoordig wonen cliënten ook veel in geclusterde eenpersoonswoningen. Daarnaast verzilvert een (klein) deel van de cliënten de indicatie in zorginstellingen die niet specifiek gericht zijn op Beschermd Wonen GGZ, zoals verpleeghuizen. Het aantal mensen met een beschikking voor Beschermd Wonen ligt in onze regio de afgelopen jaren rond de 1.200. Dat betekent dat 0,25 %2 van alle inwoners in onze regio op grond van hun psychische situatie een vorm van Beschermd Wonen nodig heeft. Een relatief groot aantal van
2014
1-1-2015
1-1-2016
1-5-2016
13-6-2017
1.140
1.175
1.166
1.192
1.197
Waarvan ZIN
-
923
906
906
936
Waarvan PGB
-
252
260
286
261
Aantal mensen
Tabel 2.1: Aantal indicaties – Zorg In Natura (ZIN) en PGB
de Beschermd Wonen-cliënten betreft jongvol wassenen: bijna een kwart van de geïndiceerde mensen valt in de leeftijdscategorie van 19-24 jaar en ruim een derde van de geïndiceerde mensen is jonger dan 30. De leeftijdsverdeling is zichtbaar in de figuren 2.0. Ongeveer 22 % van de Beschermd Wonen-zorg wordt met behulp van een PGB geleverd.
Verzilvering Om allerlei redenen wordt de zorgindicatie niet altijd (volledig) gebruikt, oftewel ‘verzilverd’, bijvoorbeeld omdat mensen verhuizen of vanwege andere veranderingen in de situatie van mensen. In onze regio verzilvert ongeveer 80 % van de mensen met een PGB-indicatie de zorg. Het landelijk gemiddelde verzilveringspercentage is ook 80 %. Bij Zorg in natura is dat 82 % en bij PGB’s is dat 79 %.
2 L andelijk was dit in 2012 gemiddeld 0,14 %.
-g ericht op het bevorderen van het psychische en psychosociaal functioneren -g ericht op stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld (inclusief verslaving) -g ericht op het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast -g ericht op het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen - bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Het arrangement Beschermd Wonen is vaak een ‘all-inclusive’ pakket: wonen, hotelmatige voor zieningen, eten/drinken, begeleiding, persoonlijke
BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
Indicaties per ZZP
Figuur 2.0: Verdeling in globale leeftijdscategorieën
Percentage toe-/ afname 2017 t.o.v. 2014
1-1-2014
1-1-2015
1-1-2016
13-6-2017
ZZP 1
20
10
7
2
- 90 %
ZZP 2
130
85
46
34
- 90 %
ZZP 3
545
565
525
442
- 19 %
ZZP 4
230
260
314
369
+ 60 %
ZZP 5
205
245
262
308
+ 50 %
ZZP 6
10
10
12
10
+0%
Tabel 2.2: Aantal indicaties per ZorgZwaartePakket (ZZP)
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
11
Tabel 2.2 laat zien dat sinds 2014 sprake is van zorgverzwaring en daarmee duurdere zorg. De zorgverzwaring kan gedeeltelijk worden toegeschreven aan het feit dat de gemeente de lagere zorgzwaartepakketten (ZZP’s) aan het afbouwen is. We proberen lichtere cliënten zo ambulant mogelijk te ondersteunen en niet te snel uit te wijken naar een zware intramurale voorziening. Maar als een beschermde woonvoorziening nodig blijkt, kan alleen voor een hoger zorgzwaartepakket worden gekozen. Afbeelding 2.1 geeft de spreiding van ZIN-plekken in de regio en de demografische samenstelling van
de cliënten die van een zorg in naturavoorziening gebruik hebben gemaakt weer voor 2016.
Gemeente
Percentage pgb
Berg en Dal
6%
In totaal hebben we voor € 41.902.990 (669 intramurale plaatsen en 15.616 uren ambulante begeleiding) gecontracteerd.
Buren
3%
Culemborg
4%
Druten
1%
Geldermalsen
3%
Gennep
3%
Heumen
2%
In de tabel 2.3 staat weergegeven waar de cliënten wonen die beschikking hebben over een PGB. Dit percentage zegt niets over de daadwerkelijke verzilvering. Hier staat ook onbekend tussen; niet van alle PGB cliënten kan worden vastgesteld –
Lingewaal
0%
Neder-Betuwe
0%
Neerijnen
1%
Nijmegen
53 %
Onbekend
5%
Tiel
9%
West Maas en Waal
4%
Wijchen
3%
Tabel 2.3
Fig. 2.1 Spreiding Beschermd Wonen voorzieningen 12
door de gemeente Nijmegen – waar ze wonen. Wanneer bijvoorbeeld mensen van de ene naar de andere gemeente verhuizen, weet de gemeente Nijmegen dit niet, tenzij ze uit of naar Nijmegen verhuizen. De tabel geeft op hoofdlijnen een soortgelijk beeld als figuur 2.1. Er zit een behoorlijk verschil tussen het aantal afgegeven indicaties (zorg in natura) en het aantal plaatsen. De daadwerkelijke wachtlijst van mensen die op een beschikbare plek wachten is minder groot dan dat dit verschil doet vermoeden, omdat BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
er veel cliënten zijn met een indicatie die om diverse redenen geen gebruik wensen te maken van deze indicatie. Begin 2017 is een ketenoverleg Beschermd Wonen in het leven geroepen om de omvang van de daadwerkelijke wachtlijst goed in beeld te krijgen. In dit overleg wordt de stand van de wachtlijst gedeeld en worden moeilijk plaatsbare casussen besproken. In juni 2017 stonden 65 mensen op de centrale wachtlijst die is samengesteld uit het indicatie bestand en de afzonderlijke wachtlijsten van aanbieders. Een groot deel hiervan had bovendien specifieke wensen met betrekking tot de plaatsing, waardoor een snelle plaatsing niet mogelijk, of zelfs gewenst is. In het ketenoverleg wordt de wachtlijst nauwgezet gevolgd om ervoor te zorgen dat er geen sprake is van toenemende problematiek bij het uitblijven van plaatsing. De ZIN-aanbieders in orde van grootte zijn: RIBW, IrisZorg, Leger des Heils, Woonzorgnet, Pluryn, Moria, Yulius, Eleos, Zorgcentra De Betuwe, Zorggroep Maas en Waal, Waalboog, Driestroom, Syndion Oost, Malderburch, STMR, Stg Dichterbij, JP van den Bent, Luciver, ZZG Zorggroep, Zorg centra Huize Rosa, Gasthuis Jan de Deo, Zorg centra Rivierenland Tiel en De Betuwehof. Daarnaast is er een aantal PGB-aanbieders, zoals Stichting JADOS, Compleet Mensenwerk en Onder de Bomen. Landelijke toegang Er is landelijk sprake van verhuizing van cliënten tussen regio’s.
In het convenant Landelijke Toe
gankelijkheid gaat men ervan uit dat – met uitzondering van zeer specialistische voorzieningen – de bewegingen van en naar de regio’s per saldo wel gelijk zullen zijn. In het convenant staan afspraken over warme overdracht en criteria waarmee gemeenten bepalen of verhuizing van een cliënt vanuit het oogpunt van zorg en participatie, waaronder de aanwezigheid van een (positief) sociaal netwerk, wenselijk is. We hebben de aanname dat de in- en uitstroom in een regio per saldo nul is, getoetst. Resultaat van deze toetsing is dat er vanaf 2012 ongeveer 230 cliënten vanuit een andere gemeente of regio naar de gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland verhuisd zijn3. Het aantal cliënten dat vanuit onze regio elders in het land is gaan wonen is substantieel lager, ruim 50 personen. Dit zou betekenen dat voor iedere vier cliënten met een zware zorgvraag die zich in de regio vestigen er slechts één eigen ingezetene zou verhuizen naar buiten de regio. Kanttekening hierbij is dat in onze bestanden mogelijk gegevens ontbreken over ‘vertrokken’ cliënten in de afgelopen 5 jaar, waardoor ons ‘negatieve’ saldo iets beter uitvalt. AANTAL MENSEN MET EPA Het totaal aantal mensen met een Ernstige Psychische Aandoening (EPA) is (veel) groter dan het aantal mensen dat een beroep doet op Beschermd Wonen.
Volgens landelijke cijfers (Vektis 2014) wonen in onze regio ruim 4.200 EPA-patiënten die zorg ‘gebruikten’ in 2014. Dit impliceert dat 28 % van de potentiële EPA-doelgroep een indicatie heeft voor Beschermd Wonen. Deze cijfers geven ook aan
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
Rivierenland
Aantal EPA-patiënten 2014
Tiel
345
Nederbetuwe
105
Neerijnen
40
West Maas en Waal
85
Buren
105
Geldermalsen
120
Culemborg
270
Lingewaal
55
Rijk van Nijmegen
Aantal EPA-patiënten 2014
Berg en Dal
230
Beuningen
145
Druten
110
Heumen
120
Mook en Middelaar
45
Nijmegen
2.240
Wijchen
240
Totaal aantal EPApatiënten 2014
4.255
dat het in alle gemeenten van belang is dat er voorzieningen zijn en ondersteuning is voor mensen met EPA, ook om instroom in Beschermd Wonen te voorkomen. Om specifieker zicht te krijgen op de 3 In de onderzoeksopdracht ‘migratiestromen bw’ is het cliënten bestand (ca. 1200 cliënten op een peilmoment) geanalyseerd op verhuisbewegingen. van de 1200 cliënten blijken er ruim 200 in de afgelopen 5 jaar vanuit een andere regio verhuisd te zijn naar de regio nijmegen en rivierenland.
13
(woon)opgave per gemeente, willen we tevens de herkomst van mensen die gebruik maken van Beschermd Wonen uitsplitsen per gemeente binnen onze regio. MAATSCHAPPELIJKE OPVANG Voor inwoners die dak- of thuisloos zijn, bieden we diverse Maatschappelijke Opvangvoorzieningen. Doel van de Maatschappelijke Opvang is het bieden van tijdelijk verblijf gekoppeld aan zorg en begeleiding. Regelmatig zitten mensen in een crisissituatie en is rust nodig voordat de ondersteuning zich kan gaan richten op herstel en re-integratie in de samenleving. Inwoners die gebruik maken van de opvangvoorzieningen kampen meestal met meerdere, elkaar beïnvloedende problemen. Vaak is sprake van een combinatie van dak- en thuisloosheid, geweld, opvoedproblemen, schulden, werkloosheid, psychiatrische, somatische en/of verslavings problemen. De doelgroep beschikt vaak niet over een identiteitsbewijs, inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie of inkomen. Bovendien is het een dynamische groep die voortdurend van samenstelling en problematiek verandert. Het aanbod is divers en bestaat uit nachtopvang, dagopvang, crisisopvang en 24-uursopvang. Doel van de dag- en nachtopvang is om inwoners van de straat te krijgen en het aantal buitenslapers te minimaliseren. Een plek waar mensen tot rust kunnen komen en tijdelijk een plek krijgen om van daaruit aan de aanpak van hun problemen te werken.
De gemiddelde verblijfsduur is relatief kort.
Ernstig verslaafden Volwassen dak- en thuislozen
zwerfjongeren
MFC
Hulsen
NuNN
Kwelkade
Vince
20/65
15/85
24/140
4/43
10/54
Tabel 2.4 Nachtopvang (plaatsen/unieke gebruikers in 2016) Daklozen kunnen in principe 3 maanden gebruik maken van de nachtopvang. Naast bed, bad en brood, biedt de opvanginstelling begeleiding om de dakloze te motiveren in traject te gaan gericht op terugkeer in de maatschappij, liefst zelfstandig (begeleid) wonen. In de hele regio zijn er 73 opvangplekken die in één jaar door vier personen benut moeten kunnen worden. Ernstig verslaafden (MFC)
Dagopvang Het Kasteel
Dagopvang
20/65
20/82
19/78
Tabel 2.5 Dagopvang (plaatsen per dag/unieke gebruikers in 2016) Dagopvang bestaat uit inloop met de mogelijkheid om deel te nemen aan activiteiten en begeleiding om de dakloze te motiveren in traject te gaan naar terugkeer in de maatschappij en/of zorg te accepteren. Uranusstraat
Tussenvoorziening
gezin
10,6/29
1
alleenstaande
10,5/74
5/12
Het Tweede Huis
Vince
Gem. 35-40 personen per jaar
8/35
Tabel 2.6 Crisisopvang: 24-uursopvang a.g.v. ernstige psychosociale problemen (plaatsen/unieke gebruikers in 2016) Een traject crisisopvang duurt in principe 2-3 maanden. Mensen verblijven vaak langer in de opvang omdat ze nog geen woonruimte gevonden hebben. Hulsen
Kwelkade
Vince
33/104
4/6
7/26
Tabel 2.6 24-uursopvang voor dak- en thuislozen (plaatsen/unieke gebruikers in 2016) NB: veel cliënten maken gebruik van meerdere voorzieningen (bijv. dag- en nachtopvang). 14
De duur van de trajecten in de 24-uursopvang verschilt van 6 maanden tot 12 maanden. BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
Naast opvangplaatsen bekostigen we in de Maatschappelijke Opvang ook bemoeizorg voor volwassenen en jongeren (jeugdFACT), ambulante (woon)begeleiding na uitstroom uit de opvang of verslavingszorg, dagbesteding, budgetbeheer voor dak- en thuislozen, justitieel casemanagement, avondopvang voor prostituees, gebruiksruimten, verslavingspreventie en medische heroïnebehandeling.
2.2 DE TRANSFORMATIEOPGAVE BESCHERMD WONEN IN SCENARIO’S Door het Trimbosinstituut zijn, op verzoek van centrumgemeente Nijmegen, in 2016/2017 3 scenario’s in kaart gebracht met gradaties in de mate van ambulantisering.
werkelijkheid een meer ‘gespikkeld’ karakter krijgen: cliënten en niet-cliënten in eenzelfde pand of een cluster van woningen in de directe nabijheid van de zorgvoorziening. Ook als cliënten zelf de woning huren, zal, afhankelijk van het beleid van de woningcorporaties, vaak sprake zijn van tussenconstructies (zorgaanbieder die garant staat, omklapwoningen). Verder zijn zorgintensiteit en zorgduur niet meegenomen in de scenario’s. Een belangrijke reden daarvoor is dat zorgintensiteit en zorgduur in de toekomstperspectieven zoveel mogelijk worden losgekoppeld van woonvormen en al dan niet geïntegreerde bekostigingsvormen. Intensieve zorg kan ook worden geboden aan mensen die zelf woonruimte huren, al dan niet in een geclusterde woning, of binnen een groepswoning.
SCENARIO 1: UITGANGSSITUATIE - HUIDIGE ZORG- EN BW-LANDSCHAP Op dit moment bestaat de helft tot twee derde van de BW-plekken (Zorg in natura/exclusief PGB) in de regio uit groepswoonvoorzieningen. Circa een derde van de BW-plekken bestaat uit geclusterde, individuele woonvoorzieningen en één op de twaalf BW-plekken betreft zelfstandige, individuele woonvoorzieningen. SCENARIO 2: INTENSIVERING AMBULANTE OPBOUW In het scenario intensivering ambulante opbouw breiden gemeenten samen met zorgverzekeraars de ambulante voorzieningen voor mensen met (ernstige) psychische kwetsbaarheid substantieel uit,
Aantal
1. Uitgangssituatie 2. Intensivering ambulante opbouw 3. Geïntegreerde GGZ in de wijk
Mensen met een psychische kwetsbaarheid
8.000 – 10.000
Mensen met een EPA
6.500 – 7.000
Mensen met een EPA in zorg bij de GGZ
5.000 – 6.000
De scenario’s zijn nadrukkelijk geen blauwdrukken. Bij de totstandkoming van het Trimbosrapport is discussie geweest met zorgaanbieders over de gehanteerde definities, maar de conclusie was dat de gepresenteerde cijfers niets afdoen aan de trends die we (willen) zien. Er zijn allerlei (tussen) varianten denkbaar. Het scenario ‘intensivering ambulante opbouw’ kan ook als groeimodel dienen bij een streven naar een ‘geïntegreerde GGZ in de wijk’ als stip op de horizon. Voor alle scenario’s geldt dat de werkelijkheid gedifferentieerder zal zijn. Zo kunnen ‘geclusterde woonvormen’ in
Cliënten van FACT-teams
± 1.500
Cliënten van BZW
± 1.200
BW / Geïntegreerd woon-zorgpakket (Zorg in natura/ZIN)
± 750
Waarvan: Zelfstandige, individuele woonvoorziening
± 60
Geclusterde, individuele woonvoorziening
± 255
Groepswoonvoorziening
± 435
Cliënten in klinische verblijfsvoorziening
± 120
Tabel 4.1. Huidige zorg- en BW-landschap
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
15
zodat de grotere groep mensen die zelfstandig woont ook ambulant een beroep kan doen op de ondersteuning die ze nodig heeft. Concreet spreken de partijen af om te komen tot een forse opschaling van de (zo nodig intensieve) ambulante begeleiding, ontmoetingsgelegenheden en activiteiten, maar ook van FACT4 (multidisciplinaire behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet). Specifiek wordt ingezet op de verdere ontwikkeling van voorzieningen zoals de VIP-teams (Vroege Interventie Psychose) en IHT (Intensive Home Treatment)5. De intensivering van deze behandelteams moet leiden tot een lagere caseload. Dit schept meer mogelijkheden voor (tijdelijke of langduriger) intensieve ambulante zorg en kan opnames voorkomen of verkorten. Geïnvesteerd wordt ook in meer psychische en ervaringsdeskundigheid in de verschillende ondersteuningsteams. Daarnaast spreken zorgverzekeraars en gemeenten af om gezamenlijk middelen te reserveren voor de cliëntgestuurde voorzieningen, zoals het Zelfregiecentrum in Nijmegen of een herstelacademie6. De verschillende ambulante voorzieningen blijven in dit scenario werken vanuit hun eigen locaties, voor de eigen werkgebieden en clientèle en met eigen financieringsstromen, vanuit enerzijds ZVW en anderzijds Wmo. Als cliënten van meerdere voorzieningen gebruik maken, vindt de afstemming rondom de betreffende cliënt plaats.
Gemeenten en zorgverzekeraars moeten in dit scenario 25 tot 30 % van de huidige budgetten voor de intramurale voorzieningen (kortdurende opname, klinisch verblijf, beschermd wonen) overhevelen naar ambulante zorg en voorzieningen7. 16
Aantal Mensen met een psychische kwetsbaarheid
8.000 – 10.000
Mensen met een EPA
6.500 – 7.000
Mensen met een EPA in zorg bij de GGZ
5.500 – 6.500
Cliënten van FACT / FACT +
± 2.250
Cliënten van BZW / BZW+
± 1.750
Cliënten in geclusterde woonvormen / eigen huur
± 200
Cliënten in groepswoonvorm / eigen huur
± 25
Cliënten in BW / Geïntegreerd woon-zorgpakket (Zorg in natura/ZIN)
± 500
Waarvan: Cliënten in geclusterde, individuele woonvoorziening
± 200
Cliënten in groepswoonvoorziening
± 300
Cliënten in klinische verblijfsvoorziening
± 90
Het aantal plaatsen voor geïntegreerde woonzorgpakketten (integrale bekostiging van wonen en zorg) is in dit scenario teruggebracht. Er vindt een verschuiving plaats van groepswoningen naar geclusterde zelfstandige (individuele) woningen. Daarbij worden geclusterde woonvormen (en voor een klein deel ook groepswoningen) vaker aangeboden in woonvormen waarbij cliënten de woning zelf huren. Per saldo is het totaal aantal cliënten dat in een geclusterde woning of een groepswoning woont - en daarbij zorg ontvangt - min of meer gelijk gebleven, maar is het aantal mensen dat de desbetreffende woning zelf huurt toegenomen. De zorg aan deze laatste groep (eigen huur, geclusterd of in groep wonend) is nu feitelijk te beschouwen als ‘ambulante zorg’ en niet langer als ‘Beschermd Wonen’. Minder cliënten zijn aangewezen op
intramuraal groepswonen of klinisch verblijf. De intensivering van de ambulante zorg zorgt er voor dat dit op een verantwoorde manier gebeurt. SCENARIO 3: GEÏNTEGREERDE GGZ IN WIJKEN EN KERNEN In dit scenario kiezen zorgverzekeraars, gemeenten, zorgaanbieders en cliëntenorganisaties
4 in het ‘handvat voor een regionale samenwerkingsagenda’ wordt voor dit scenario ingezet op 4 fact-teams (elk met een capaciteit van 15 fte) per 100.000 inwoners (nu gemiddeld 2 per 100.000). 5 in het handvat wordt gesproken van één iht-team van 12 fte per 100.000 inwoners en één vip-team van 10 fte per 150.000 inwoners. 6 in het handvat wordt in dit scenario ingezet op een reservering ter grootte van 15 fte (ervaringsdeskundige menskracht) per 100.000 inwoners. 7 afbouw van betreffende voorzieningen impliceert dan ook nadrukkelijk niet een afbouw van de aan deze voorzieningen verbonden zorgcapaciteit.
BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
in de regio Nijmegen/Rivierenland gezamenlijk voor een nog verdere uitbreiding van de ambulante zorg voor mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid én een ‘kanteling’ van de organisatie van die zorg naar een volledig geïntegreerde GGZ in de wijk. Dat betekent dat zo min mogelijk wordt gewerkt met verschillende teams voor verschillende zorgfuncties (woonbegeleiding, ‘integrale zorg’, vroegsignalering, crisishulp, FACT, etc.), elk met (voor een deel) eigen financiers, eigen locaties en eigen werkgebieden. In plaats daarvan worden die zorgvormen maximaal gebundeld en geïntegreerd binnen één organisatie, gezamenlijk gefinancierd door gemeenten en zorgverzekeraars. De partijen zetten in dit scenario in op een 24x7 uur toegankelijk ambulant (wijk)netwerk met een gemiddelde capaciteit van 40 fte op een gemiddelde gebiedsomvang van 20.000 inwoners8. In het ene geval zal zo’n ‘team’ een stadsdeel bedienen, in het andere geval een gemeente (Beuningen bijvoorbeeld) en weer in een andere geval meerdere kernen.
De (wijk)netwerken krijgen een integrale gebiedsverantwoordelijkheid, in het bijzonder voor de zorg en ondersteuning aan alle wijkinwoners met een psychische kwetsbaarheid voor wie het wenselijk is om de ondersteuning gemakkelijk op- en af te kunnen schalen en zonder schotten over levens domeinen heen te kunnen bieden. Dan gaat het voor een belangrijk deel om de populatie van mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid, maar ook om mensen bij wie ‘chroniciteit’ nog niet aan de orde is, maar die daar wel een (hoog) risico op lopen. In het kader van deze integrale gebiedsverantwoordelijkheid vervullen de GGZ-(wijk)netwerken, in samenwerking met andere voorzieningen in de wijk, ook een signalerende en preventieve functie.
functies zijn ook het faciliteren van ontmoeting en lotgenotencontact en netwerkontwikkeling in wijken en kernen, waaronder bijvoorbeeld contacten met huisarts en wijkagent. Het GGZ-netwerk werkt nauw samen met de sociale teams als die er zijn. Daarnaast faciliteert het GGZ-netwerk, ook voor mensen met een minder ernstige kwetsbaarheid, de ontwikkeling van onderlinge steunnetwerken, mede om de afhankelijkheid van professionele zorg terug te dringen. Het streven is in dit scenario om, met de beschikbare capaciteit, toe te werken naar het fors vergroten van het aandeel ervarings deskundigen in het medewerkersbestand en het faciliteren van de ontwikkeling van cliëntgestuurde initiatieven.
De gebiedsgerichte GGZ biedt niet alleen zorg (van crisishulp tot woonbegeleiding en toeleiding naar (vrijwilligers)werk of dagbesteding). Belangrijke
Om de ‘geïntegreerde GGZ’ mogelijk te maken, spreken gemeenten en zorgverzekeraars af dat zij gefaseerd circa de helft van de huidige budgetten
De inzet van deze ambulante (wijk)infrastructuur is om één van de belangrijkste belemmeringen in samenhangende en verbindende zorg en ondersteuning zoveel mogelijk weg te nemen. Doel is maximale onderlinge toegankelijkheid en samenwerking en betrokkenheid bij mensen met een psychische kwetsbaarheid in de wijk, hun sociale netwerken (waaronder familie) en andere voorzieningen, zoals sociale teams en welzijnsactiviteiten.
Mensen met een psychische kwetsbaarheid
8.000-10.000
Geïntegreerde GGZ in de wijk: omvang doelgroep (zorg, signalering en preventie)
8.000–10.000
8 geëxtrapoleerd naar landelijke cijfers betekent dit dat circa helft van het totale ggz- budget (zvw, wlz en wmo) wordt ingezet in een geïntegreerde ggz in de wijk.
Aantal
Geïntegreerde GGZ in de wijk: cliënten met een EPA (flexibel op- en afschalen)
6.500-7.000
Cliënten in geclusterde woonvormen / eigen huur
400
Cliënten in groepswoonvorm / eigen huur
50
Cliënten in BW / Geïntegreerd woon-zorgpakket (Zorg in natura/ZIN)
± 300
Waarvan: Cliënten in geclusterde, individuele woonvoorziening
± 150
Cliënten in groepswoonvoorziening
± 150
Cliënten in klinische verblijfsvoorziening
± 60
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
17
voor de intramurale voorzieningen (kortdurende opname en klinisch verblijf) en voor beschermde woonvormen overhevelen naar de beoogde ambulante zorginfrastructuur, inclusief ervaringsdeskundigen. Het aantal plaatsen voor geïntegreerde woonzorgpakketten (integrale bekostiging van wonen en zorg) is nog verder teruggebracht, grofweg gehalveerd, ten opzichte van de huidige situatie. Om een beeld te geven: 300 plekken komt overeen met de huidige omvang (inclusief PGB) van ZZP 5 en 6. In dit scenario is het aantal ‘zuivere’ Beschermd Wonenplekken sterk verminderd. Ook het aantal plaatsen in groepsvoorzieningen is verder teruggebracht, maar het aantal mensen dat in geclusterde woonvoorzieningen woont is nog iets toegenomen; de meesten daarvan huren de woning zelf. Daarmee vallen deze niet langer onder ‘Beschermd wonen’.
VOORSTEL 1. W e kiezen scenario 3 als toekomstperspectief, stip op de horizon. We stellen een stappenplan op met een tijdpad dat gefaseerd in een periode van zo’n 15 jaar moet leiden tot het bereiken van dit einddoel. In 2020 is scenario 2 als tussenstap bereikt. 2. Binnen de bestuurlijke aanbesteding van Beschermd Wonen bouwen we financiële prikkels in en maken we regionale inkoopafspraken met zorgaanbieders over ambulantisering op basis van een gefaseerde en meerjarige uitvoering van scenario 2 en 3. In de inkoop stellen we tevens eisen aan cultuursensitief werken. 18
2.3 DE TRANSFORMATIEOPGAVE MAATSCHAPPELIJKE OPVANG VISIE Ook bij Maatschappelijke Opvang staan het maatschappelijk herstel, versterking van de eigen kracht en samenwerking met het sociale netwerk centraal. De opvang is zo kort mogelijk. Bij dakloosheid wordt zo snel mogelijk ingezet op huisvesting, bijvoorbeeld in de vorm van Housing First. Hulpverlening op het gebied van wonen, schuldhulpverlening, psychiatrie en/of verslaving wordt integraal geboden. Uiteraard begint alles met preventie: voorkomen van dakloosheid en verslaving is de beste (en goedkoopste) oplossing. Maatschappelijke Opvang wordt alleen gebruikt als er geen enkele andere mogelijkheid is. SPEERPUNTEN Het streven is om de capaciteit van de Maatschappelijke Opvang zo klein mogelijk te houden. Er komt in ieder geval geen capaciteitsuitbreiding. In regio Nijmegen hebben we al een uitgebreid aanbod en we willen waken voor aanzuigende werking. Het beleid bestaat in hoofdlijnen uit 3 speerpunten: 1. Preventie/beperken instroom: voorkomen dat mensen een beroep moeten doen op Maatschappelijke Opvangvoorzieningen, voorkomen van instroom van ex-gedetineerden in de opvang (zie par. 3.3), of als gevolg van huisuit zetting via bijvoorbeeld begeleide herkansing; 2. Opvang: moeten mensen toch gebruik maken van de voorzieningen, ervoor zorgdragen dat er voldoende en gedifferentieerd aanbod aanwezig is;
3. Maatschappelijk herstel/terugleiden: ervoor zorgdragen dat mensen die zijn opgevangen zo snel als mogelijk weer uitstromen en zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren in de maatschappij. CONCRETE MAATREGELEN: CENTRAAL COÖRDINATIEPUNT EN HERSTELGERICHTE OPVANG Centraal coördinatiepunt voor de 24 uurs-opvang en Beschermd Wonen Aanvragen voor de Maatschappelijke Opvang lopen momenteel hoofdzakelijk via de Centrale Toegang van IrisZorg, inclusief het administratieve en zorglogistieke proces. De triagisten nemen aanmeldingen voor de Maatschappelijke Opvang in behandeling en beoordelen of een plaatsing in de opvang noodzakelijk is. Zij geven advies over de problematiek en hulpvraag van mensen. Voorstel is om de toegang tot de Maatschappelijke Opvang vorm te geven in de lijn van de werkwijze zoals die ook voor de overige Wmo-ondersteuning gehanteerd wordt. Dit betekent concreet dat sprake is van een brede vraagverheldering die alle levens gebieden omvat, inzet van mogelijkheden door de cliënt vanuit de eigen kracht en het netwerk en het verkennen van alternatieve (tijdelijke) – al dan niet zelfstandige – huisvestingsmogelijkheden. Daarnaast is het voorstel om de zorgvragen van de doelgroep van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (nu bij de GGD) aan elkaar te verbinden en af te stemmen via één centraal coördinatiepunt.
Dit coördinatiepunt heeft niet alleen een functie in de toegang tot voorzieningen (beoordeling van de aanvraag en plaatsing), maar
BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
ook bij het volgen en tussentijds evalueren van het traject van mensen. Alleen als het echt niet anders kan, wordt gekozen voor een intramurale voorziening. Daarom is het des te belangrijker om samen te werken met sociale teams die voorliggende voorzieningen goed in beeld hebben. Deze samen werking is lastiger als de toegang tot Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang apart zijn georganiseerd. Een optie die we voor de langere termijn bezien, is de toegang te beleggen op lokaal niveau (sociale teams, Wmo-loket, etc.) vanuit het oogpunt dat Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in principe tijdelijk is. Doel van het centrale coördinatiepunt is om de instroom goed en eenduidig te regelen, shopgedrag te voorkomen en cliënten naar passende zorg toe te leiden. Complexe casussen en wachtlijstproblemen worden besproken in het ketenoverleg dat wordt voorgezeten door een procesregisseur. Bekeken wordt nog of de gemeente of een externe organisatie de procesregie in handen neemt. We waken hierbij voor extra bureaucratie, die nu beperkt is omdat de triage en administratie voor Maatschappelijke Opvang bij IrisZorg in één hand ligt. Herstelgericht werken Er is een effectievere aanpak van de problemen van de doelgroep nodig. Nog te vaak blijven mensen onnodig lang in de opvang, waardoor de opvang ‘verstopt’ is.
In begeleidingstrajecten moet nadrukkelijker en sneller het accent liggen op een hernieuwd perspectief voor deze mensen. Zowel de dag- en nachtopvang, als de 24-uursopvang zijn gericht op zo snel mogelijk maatschappelijk herstel met aandacht
voor alle leefgebieden, van werk & dagbesteding tot wonen en financiën. Voor terugkeer in de samenleving is samenwerking met en een warme overdracht naar sociale (wijk)teams of lokale kernteams of loketten nodig. Daarnaast is een voorwaarde voor snellere uitstroom dat er meer tussenvoorzieningen komen tussen de opvang en zelfstandig wonen. Hier horen, verspreid over de regio, ook Skaeve Huse bij. Skaeve Huse zijn (tijdelijke) woonunits voor dak- en thuislozen die alleen passen in een kleine woongemeenschap met begeleiding, in een rustige en prikkelarme omgeving met ruimte.
VOORSTELLEN 3. Centraal coördinatiepunt Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen inrichten per sub-regio. 4. Versterking samenwerking tussen Maat schappelijke Opvang en sociale (wijk)teams/ kernteams/loketten – toepassing maatwerk en kantelingsprincipes – op termijn mogelijk toegang MO/BW via lokale teams/loketten. 5. Tiel en Nijmegen als centrale locaties voor opvangvoorzieningen behouden – geen uit breiding voorzieningenniveau - consequent werken vanuit herstelgerichte visie. 6. Aantal tussenvoorzieningen in beide subregio’s uitbreiden.
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
19
SLUITEND NETWERK 3.1 WIJKGERICHTE GGZ De ambities voor de lokale zorginfrastructuur in wijken en dorpen liggen in het verlengde van de
In een ondersteuningsplan, waarop de indicatie is gebaseerd, staan concrete doelen en daaraan gekoppelde activiteiten/acties om deze doelen te bereiken, die overeengekomen zijn met de cliënten en het sociaal netwerk en zijn afgestemd met andere betrokkenen, zoals vrijwilligers, huisarts, behandelaar of andere hulverleners. De doelen zijn benoemd aan de hand van de leefgebieden uit de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) waarop de cliënt problemen ervaart. In het hulpverleningsplan ligt vast wanneer en op welke wijze de doelen worden geëvalueerd. Evaluatie vindt minimaal één keer per jaar plaats. In het evaluatieverslag wordt in ieder geval gerapporteerd over de geboden activiteiten, de bereikte resultaten, de mate van doelrealisatie en een advies over het vervolg. Over de frequentie en wijze waarop de zorgaanbieder evaluaties terugkoppelt naar de toeleider (GGD, sociaal team, etc.) worden bij de indicatiestelling afspraken gemaakt.
algemene ambities voor de transformatie in de Wmo: versterking van zelfregie en samenredzaamheid, het bieden van een ondersteuningscontinuüm, beschikbaarheid van laagdrempelige voorzieningen en zorgfuncties, flexibiliteit in de ondersteuningsintensiteit en een goede integrale samenwerking om dit alles mogelijk te maken.
3
SLUITEND (WIJK)NETWERK Om te zorgen dat mensen met EPA kunnen rekenen op toegankelijke en samenhangende ondersteuning, hebben wij gebiedsgericht georganiseerde (woon) begeleiding voor ogen die binnen wijk- of lokale netwerken korte lijnen hebben met bewoners en met professionals zoals buurtbeheerders (woningcorporaties), politie, sociale (wijk)teams, regieteams, huisartsen, pratijkondersteuners GGZ (POH GGZ), psychologen, verslavingszorg en FACT-teams. Deze netwerken zijn niet alleen van belang voor goede samenwerking, maar vormen samen ook de ogen en oren van de wijk. Zodat problemen, die vaak klein beginnen, op tijd worden gesignaleerd. Voor een soepele samenwerking willen we toe naar een ‘ondersteuningscontinuüm’ op wijkniveau met flexibele mogelijkheden om op- en af te schalen. Om bruggen te slaan en te voorkomen dat er ‘gaten’ vallen in de ondersteuning. Doel is dat binnen deze lokale netwerken samengewerkt wordt op cliënt
20
niveau én op collectief niveau door middel van het organiseren van activiteiten en projecten die zijn gericht op inclusie en de-stigmatisering. Vanuit de Sluitende aanpak voor mensen met psychische kwetsbaarheid zijn in beide sub-regio’s, Nijmegen en Rivierenland, met behulp van ZonMw-subsidie in 2017 pilots gestart om ervaring op te doen met gebiedsgerichte GGZ-netwerken. INTEGRAAL ONDERSTEUNINGSPLAN EN CASEMANAGEMENT Op persoonsniveau heeft iedereen met langdurige hulp een integraal ondersteuningsplan met het accent op herstel. Afhankelijk van de situatie ligt in dit plan het accent op begeleiding (Wmo) of behandeling (Zvw). In het ondersteuningsplan staat onder meer welke signalen duiden op mogelijke terugval en wat betrokkenen kunnen doen en met wie ze contact kunnen opnemen als deze signalen optreden. Het is van belang dat het mogelijk is om bij terugval de zorg snel te kunnen intensiveren en
BELEIDSPLAN GGZ | BESCHERMD WONEN | MAATSCHAPPELIJKE OPVANG 2018-2020
op- en af te kunnen schalen met minimale bureaucratie en behoud van zorgcontinuïteit. Familie, vrienden en buren worden als gelijkwaardig partner betrokken bij het ondersteuningsplan. Hierbij is standaard aandacht voor mogelijke overbelasting bij mantelzorgers en behoud of versterking van het sociale netwerk. Uiteraard wordt hierbij altijd goed gekeken naar de onderlinge verhoudingen, zeker als de verhoudingen verstoord zijn. Het is uiteindelijk aan de cliënt om te bepalen wie hij of zij wil betrekken. Indien nodig is een casemanager aangewezen die de professionele en informele ondersteuning op de diverse leefgebieden coördineert. Per sub-regio zijn eenduidige afspraken gemaakt over de taken en competenties van een casemanager. INCLUSIE EN PARTICIPATIE Met alleen goede zorg zijn we er niet. Inclusie en acceptatie zijn minstens zo belangrijk. Zover is de samenleving echter nog niet. Er rust op mensen met een GGZ-achtergrond nog steeds een stigma; ze worden nog te vaak gezien als afwijkend en bedreigend. In vergelijking tot andere (Westerse) landen is in Nederland in veel gevallen sprake van gescheiden werelden op het gebied van werk,
onderwijs, zorg en participatie, zoals de commissie Dannenberg inzichtelijk heeft gemaakt. De ratificatie door Nederland in 2016 van het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking heeft de
opgave voor gemeenten om te werken aan inclusie nog eens extra bevestigd. We willen van exclusie naar inclusie zoals onderstaand plaatje van Dannenberg weergeeft.
,,
MET ALLEEN GOEDE
ZORG ZIJN WE ER NIET. INCLUSIE EN ACCEPTATIE ZIJN MINSTENS ZO BELANGRIJK
Bron: presentatie Dannenberg
BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
21
Een beschermde woonvorm Culemborg... ... in Culemborg is een voorbeeld van hoe er een omslag kan komen van weerstand naar contact met de buurt. Het voorbeeld maakt duidelijk dat inclusie niet vanzelf gaat en om blijvende aandacht en investering vraagt. Het contact met de buurt is de afgelopen jaren structureel punt van aandacht geweest. De eerste periode, na de opening van de locatie, ging niet over rozen en het begeleidingsteam heeft allerlei acties ondernomen om voorlichting te geven, wederzijds begrip te kweken en tot afspraken te komen. Er zijn initiatieven ontstaan, zoals het organiseren van buurtbarbecues. Dit heeft het contact bevorderd. Eerst was er 6-wekelijks overleg met de buurt, inmiddels nog 4 keer per jaar. Dit zijn vruchtbare overleggen. Er is rechtstreeks contact onderling tussen de bewoners van de beschermde woonvorm en de buren. Er wordt gevraagd naar wel en wee. Begeleiders houden een belangrijke rol in de communicatie: soms is er nog schroom, vooral vanuit de BW-bewoners en de samenstelling van bewoners wisselt nog wel eens. Slotsom is dat de woonvoorziening is opgenomen in de buurt. Er is onderling respect en belangstelling. Wellicht is dit eigenlijk al meer dan je in sommige andere buurten treft!
buurt communiceren we open en transparant met de buurt en maken we afspraken over communicatie in het vervolg. Aanvullend kan een ervaringsdeskundige of (buurt)maatje gekoppeld worden aan de nieuwe bewoners om gewend te raken in de buurt. Behalve contacten in de buurt is ook zinvolle daginvulling cruciaal of het nu om werk, dagbesteding, vrijetijdsbesteding, ontmoeting of vrijwilligerswerk gaat (zie hoofdstuk 4). Inclusie is een opgave voor de hele samenleving. Een manier om bij te dragen aan meer kennis en begrip over en voor mensen met psychische kwetsbaarheid is de training Mental Health First Aid (MHFA), overgewaaid uit Australië: “Als iemand zijn vinger snijdt of z’n hoofd stoot, pak je de EHBO-koffer. Maar wat als je geliefde of iemand anders in je omgeving een paniekaanval krijgt of depressief overkomt?” MFHA biedt praktisch toepasbare kennis over de meest voorkomende psychische problemen. Deelnemers leren eerste hulp te bieden aan mensen met (beginnende) psychische problemen. Iedereen kan aan de training meedoen, van familie en buurtbewoners tot professionals van bijvoorbeeld woningcorporaties of politie. Er is veel aandacht voor het aanleren van vaardigheden, onder andere hoe te handelen in een crisissituatie.